Verordening van de Raad tot beëindiging van de tussentijdse herzieningsprocedure betreffende de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op vloeispaat uit de Volksrepubliek China - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VANBrussel, 17 november 2003

(OR. en )

DE EUROPESE UNIE

14158/03

-

COMER 157 -

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

Verordening van de Raad tot beëindiging van de tussentijdse herzienings- procedure betreffende de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op vloeispaat uit de Volksrepubliek China

-

VERORDENING (EG) Nr. /2003 VAN DE RAAD

van

tot beëindiging van de tussentijdse herzieningsprocedure betreffende de antidumpingmaatregelen

die van toepassing zijn op vloeispaat uit de Volksrepubliek China

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van 22 december 1995 betreffende beschermende

maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap 1

("basisverordening"), met name op artikel 11, lid 3,

Gelet op het voorstel dat door de Commissie werd ingediend na overleg met het Raadgevend

Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. PROCEDURE

1. Geldende maatregelen

(1) In september 2000 heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 2011/2000 1, een definitief anti-

dumpingrecht ingesteld op vloeispaat uit de Volksrepubliek China. Het recht heeft de vorm

van een minimuminvoerprijs.

2. Inleiding van het onderzoek

(2) Op 13 juni 2002 heeft de Commissie, met een bericht in het Publicatieblad van de Europese

Gemeenschappen 2 ("bericht van inleiding"), de inleiding bekendgemaakt van een tussentijdse

herzieningsprocedure betreffende de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op

vloeispaat uit de Volksrepubliek China, overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basis-

verordening.

(3) De herzieningsprocedure werd ingeleid op initiatief van de Commissie die wenste na te gaan

of de thans geldende maatregel, een minimuminvoerprijs, een passende maatregel is, omdat

daarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen verkoop aan gelieerde en aan niet-gelieerde

partijen, of tussen de eerste verkoop en de daaropvolgende verkopen in de Gemeenschap.

3. Onderzoek

(4) De Commissie heeft de importeurs, de haar bekende gebruikers en hun organisaties, de

vertegenwoordigers van het exportland en de producenten van de Gemeenschap van de

inleiding van de procedure in kennis gesteld. De belanghebbenden werden in de gelegenheid

gesteld hun standpunt schriftelijk bekend te maken en te verzoeken te worden gehoord binnen

de in het bericht tot inleiding vermelde termijn.

(5) Een organisatie van producenten van de Gemeenschap, een kamer van koophandel in de

Volksrepubliek China, acht gebruikers, één importeur in de Gemeenschap en één handelaar in

de Verenigde Staten van Amerika hebben hun standpunt schriftelijk bekendgemaakt. Alle

partijen die hiertoe binnen de vastgestelde termijn het verzoek hadden ingediend en konden

aantonen dat er bijzondere redenen waren om hen te horen, werden in de gelegenheid gesteld

te worden gehoord.

(6) De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de beoordeling van de gepastheid van de

geldende maatregelen nodig had, ingewonnen en geverifieerd.

B. RESULTATEN VAN HET ONDERZOEK EN BEËINDIGING VAN

DE TUSSENTIJDSE HERZIENINGSPROCEDURE

(7) De tussentijdse herzieningsprocedure werd ingeleid om het risico van het

ontwijken/ontduiken van het recht te beperken. Het ontwijken/ontduiken van het recht kan op

verschillende manieren gebeuren. Exporteurs die zijn onderworpen aan de maatregel kunnen,

wanneer zij naar de Gemeenschap uitvoeren, een prijs op de factuur zetten die hoger is dan de

minimuminvoerprijs en deze hogere prijs vervolgens compenseren door een overeenkomst

met de importeurs. Hierdoor kan de minimumprijs ondoeltreffend worden, daar het betrokken

product dan nog steeds tegen een lagere prijs dan de minimuminvoerprijs in de Gemeenschap

wordt ingevoerd. Dit kan ertoe leiden dat in de Gemeenschap wederverkoopprijzen worden

aangerekend die verhinderen dat de beoogde gevolgen van de maatregelen, namelijk het

wegnemen van de schadelijke gevolgen van dumping, worden bereikt. In de conclusies van

het Jaarverslag van de Rekenkamer over 2000 (overwegingen 1.31 en 1.35) 1 werd reeds

gewezen op het grote, algemene risico van prijsmanipulatie wanneer rechten de vorm hebben

van een minimuminvoerprijs. Om een oplossing te vinden voor dit probleem werd aanvanke-

lijk overwogen de minimuminvoerprijs te vervangen door een ad-valorumrecht.

(8) Hoewel een ad-valorumrecht over het algemeen beter geschikt wordt geacht om het risico van

prijsmanipulatie te voorkomen, bleek dat het risico van prijsmanipulatie in dit geval zeer laag

of zelfs afwezig is, omdat de invoerprijzen over een langere periode ruim boven de

minimuminvoerprijs zijn gebleven. Exporteurs zouden derhalve geen reden hebben om de

prijzen te manipuleren op de in overweging 7 beschreven wijze. Dit werd voorts bevestigd

door de opmerkingen van alle belanghebbenden die hun standpunt schriftelijk bekend

maakten, met inbegrip van de bedrijfstak van de Gemeenschap, die allen van mening waren

dat de vorm van de maatregelen niet moest worden gewijzigd.

(9) Vastgesteld wordt derhalve dat er thans, gezien de bijzondere en zeer specifieke omstandig-

heden van dit geval, geen redenen zijn om de vorm van de maatregel ten aanzien van

vloeispaat uit de Volksrepubliek China te wijzigen en dat de lopende tussentijdse

herzieningsprocedure moet worden beëindigd zonder dat de bij Verordening (EG)

nr. 2011/2000 van de Raad ingestelde antidumpingmaatregelen worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De tussentijdse herzieningsprocedure betreffende de antidumpingmaatregelen die van toepassing

zijn op vloeispaat uit de Volksrepubliek China, die werd ingeleid overeenkomstig artikel 11, lid 3,

van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, wordt hierbij beëindigd zonder dat het thans

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

_______________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

19 aug
'02
COM(2002)467 - Wijziging van Verordening 384/1996 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de EG


6 sep
'00
COM(2000)504 - Instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van vloeispaat uit China


18 jul
'95
COM(1995)363 - Beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de EG


 
publicatiedatum 17-11-2003
kenmerk 14158/03

Inhoud