RAAD VANBrussel, 23 januari 2004 (26.01)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
5509/04
COMER 11
VOORSTEL
van:
de Europese Commissie
d.d.: 22 januari 2004
Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2320/97 van de Raad tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of van niet-gelegeerd staal uit, onder andere, Roemenië, voorzover deze producten zijn vervaardigd door Petrotub SA en Republica SA
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van mevrouw BUGNOT, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 21.1.2004 COM(2004) 27 definitief
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2320/97 van de Raad tot instelling van
definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of van
niet-gelegeerd staal uit, onder andere, Roemenië, voorzover deze producten zijn
vervaardigd door Petrotub SA en Republica SA
TOELICHTING
Op 9 januari 2003 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ("HJEG") de verordening van de Raad van 17 november 1997 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen uit Roemenië nietig verklaard voorzover deze betrekking had op producten vervaardigd door Petrotub SA en Republica SA.
Wanneer een procedure verschillende administratieve stappen omvat, betekent de nietigverklaring van een van deze stappen niet dat de volledige procedure nietig wordt verklaard. Zoals in het verleden stellen de EG-instellingen ook nu voor een oplossing te vinden voor die aspecten van de betwiste verordening die aanleiding hebben gegeven tot de nietigverklaring zonder de niet-betwiste onderdelen te wijzigen.
Het Arrest heeft betrekking op de berekening van de dumpingmarge van Petrotub SA en de vaststelling van de normale waarde van Republica SA.
De dumpingmarge van Petrotub werd berekend aan de hand van de "asymmetrische methode" teneinde rekening te kunnen houden met het patroon van de exportprijzen van Petrotub en om de dumpingmarge volledig tot uiting te brengen. Volgens het arrest kan deze methode alleen worden gehanteerd indien wordt toegelicht waarom de twee symmetrische methoden niet volstaan om de dumpingmarge correct te bepalen. In de betwiste verordening heeft de Raad echter alleen vastgesteld dat de eerste van de twee symmetrische methoden ("vergelijking van de gemiddelden") de dumping niet volledig tot uiting bracht en werd verzuimd de tweede symmetrische methode (vergelijking per transactie) toe te lichten.
Om de dumpingmarge van Petrotub SA vast te stellen kan de tweede symmetrische methode inderdaad niet worden gebruikt omdat de omvang van de binnenlandse verkoop onvoldoende representatief is voor een dergelijke vergelijking. Bij deze methode kan derhalve geen rekening worden gehouden met belangrijke verschillen in het patroon van de exportprijzen, d.w.z. wordt de dumping niet volledig tot uiting gebracht. Omdat noch de eerste noch de tweede symmetrische methode kon worden toegepast moest de asymmetrische methode worden toegepast.
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2320/97 van de Raad tot instelling van
definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of van
niet-gelegeerd staal uit, onder andere, Roemenië, voorzover deze producten zijn
vervaardigd door Petrotub SA en Republica SA
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op de artikelen 233 en 253,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (de "basisverordening")
1, met name op artikel 2, leden 1 en 11,
Gelet op het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. Procedure
(1) Op 9 januari 2003 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ("HJEG") in zijn arrest in Zaak C-76/00P
2 ("het arrest") het eerdere arrest van het
Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Gemeenschappen van 15 december 1999 in gevoegde Zaken T-33/98 en T-34/98 (Petrotub en Republica v Raad)
betekent derhalve niet dat de volledige procedure voorafgaand aan de goedkeuring van de desbetreffende verordening nietig wordt verklaard. De EG-instellingen zijn anderzijds verplicht arresten van het Hof uit te voeren
-
6.Daarbij beschikken zij over de
mogelijkheid alleen die delen van de betwiste verordening die zijn nietig verklaard te corrigeren en de niet-betwiste delen waarop het arrest geen betrekking heeft ongewijzigd te laten
7.
(3) Na het arrest werd een bericht bekendgemaakt betreffende antidumpingmaatregelen ten aanzien van bepaalde naadloze buizen en pijpen van ijzer of van niet-gelegeerd staal uit Roemenië
8, waarin werd aangekondigd dat Petrotub SA en Republica SA niet
langer onderworpen waren aan de bij de definitieve verordening ingestelde antidumpingmaatregelen.
(4) Onderhavige verordening heeft ten doel die aspecten van de betwiste verordening die in het arrest niet conform het Gemeenschapsrecht werden bevonden en zo aanleiding gaven tot de nietigverklaring, te corrigeren. Alle andere bevindingen in de betwiste verordening die niet betwist werden binnen de hiervoor vastgestelde termijnen en derhalve niet door het Gerecht en het Hof werden onderzocht en geen aanleiding hebben gegeven tot de nietigverklaring van de betwiste verordening blijven van kracht.
B. Betrokken product
(5) Onderhavig onderzoek heeft betrekking op dezelfde categorieën producten als de definitieve verordening, d.w.z.
(a) naadloze buizen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, van het soort gebruikt voor olie- of gasbuizen, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm; en
(b) naadloze pijpen met rond profiel, van ijzer of niet-gelegeerd staal, koudgetrokken of koudgewalst, andere dan precisiebuizen; en
(7) De dumpingmarge van Petrotub was, zoals vermeld in overweging 22 van de definitieve verordening, berekend door vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarde die voor Petrotub was vastgesteld met de prijzen van alle afzonderlijke exporttransacties van deze onderneming. Dit werd noodzakelijk geacht om de dumping volledig tot uiting te brengen en omdat de exportprijzen van Petrotub grote verschillen vertoonden al naar gelang de afnemers, regio's of perioden.
Volgens het arrest kan deze methode, beschreven in de tweede zin van artikel 2, lid 11, van de basisverordening, alleen worden gebruikt indien een exportpatroon wordt waargenomen dat sterk uiteenloopt tussen de verschillende afnemers, regio's of perioden. In dit geval evenwel moet ook worden toegelicht waarom de twee eerste methoden die zijn beschreven in de eerste zin van artikel 2, lid 11, (ook wel de "symmetrische methoden" genoemd) niet kunnen worden gebruikt om de verschillende patronen in exportprijzen, en derhalve de dumping, volledig tot uiting te brengen. Na in overweging 22 van de definitieve verordening te hebben verklaard dat er aanzienlijke verschillen waren tussen de verschillende afnemers, regio's of perioden, had de Raad echter alleen vastgesteld dat de eerste van de twee symmetrische methoden (vergelijking aan de hand van gemiddelden) de dumping in die context niet volledig tot uiting bracht, zonder de tweede symmetrische methode (vergelijking per transactie) in overweging te nemen. De onderhavige verordening houdt derhalve een nieuwe beoordeling in van de resultaten van het onderzoek die hebben geleid tot de vaststelling van het definitief antidumpingrecht op de producten van Petrotub SA en corrigeert deze door in het licht van de eisen van het arrest na te gaan of de tweede symmetrische methode kan worden toegepast. Deze tweede symmetrische methode houdt een vergelijking in van de afzonderlijke normale waarden en de afzonderlijke prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap, per transactie.
(8) In de definitieve verordening werd de verkoop van Republica SA met gebruik van schuldcompensatie beschouwd als verkoop die had plaatsgevonden in het kader van normale handelstransacties. Bij punt 86 van zijn arrest verklaarde het HJEG dat deze conclusie niet voldoende was gemotiveerd daar de loutere verklaring in overweging 19 van de definitieve verordening dat "in het gewone handelsverkeer inderdaad verkoop plaatsvond waarbij voor de betaling gebruik wordt gemaakt van compensatie" onvoldoende duidelijkheid verschafte over de redenen die de Raad tot deze conclusie hadden geleid. Onderhavige verordening bevat de vereiste motivering overeenkomstig artikel 253 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.
(11) Deze methode kan alleen worden toegepast indien is voldaan aan een aantal voorwaarden. Een vergelijking per transactie sluit per definitie het gebruik uit van gemiddelden (zowel voor de binnenlandse verkoop als voor de export). Om te kunnen worden vergeleken kan alleen gebruik worden gemaakt van transacties indien deze hebben plaatsgevonden op dezelfde dag, zowel voor de binnenlandse verkoop als voor de export. Afwijken van dit principe door gebruik te maken van de prijzen van transacties die niet plaatsvonden op dezelfde dag zou arbitrair zijn. Voor een vergelijking per transactie kan alleen gebruik worden gemaakt van verkooptransacties op de binnenlandse markt en voor uitvoer van dezelfde of vergelijkbare productsoorten; in andere gevallen is de vergelijking niet geldig. Van de binnenlandse verkoop kan alleen gebruik worden gemaakt indien deze plaatsvindt in het kader van normale handelstransacties. Bovendien moet de omvang van de verkoop op de binnenlandse markt, overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening, ten minste 5% te bedragen van de omvang van de export. De verkooptransacties die niet in het kader van normale handelstransacties hadden plaatsgevonden werden geïdentificeerd overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening. Bij gebruik van de tweede symmetrische methode kunnen exportprijzen niet worden vergeleken met geconstrueerde normale waarden. Tot slot wordt geoordeeld dat deze methode slechts representatief is indien zij betrekking heeft op een voldoende groot aantal verkooptransacties op de binnenlandse markt en voor uitvoer.
(12) Op deze basis werd onderzocht of de berekening per transactie kon worden toegepast. Hierbij werd vastgesteld dat de omvang van de export die kon worden vergeleken, 66,6 % bedroeg, maar dat slechts 9,5 % van de verkoop op de binnenlandse markt in het kader van normale handelstransacties kon worden gebruikt om de normale waarde vast te stellen. Met andere woorden, het overgrote deel van de verkoop op de binnenlandse markt zou bij de dumpingberekening buiten beschouwing blijven. Deze geringe hoeveelheid verkoopgegevens vormt dan ook geen voldoende representatieve basis om de normale waarde te kunnen vaststellen, het kerngegeven voor de vaststelling van dumping. De vergelijking per transactie bleek in dit geval daarom niet de juiste methode om de dumpingmarge te berekenen.
(13) Omdat gebruik van de tweede symmetrische methode geen representatieve resultaten zou hebben opgeleverd, zouden met deze methode evenmin aanzienlijke verschillen in het patroon van de exportprijzen kunnen worden aangetoond. De derde methode, d.w.z. de vergelijking van gewogen gemiddelde normale waarden met afzonderlijke exportprijzen ("asymmetrische methode"), moest derhalve worden toegepast daar gebleken was dat noch met behulp van de eerste noch met behulp van de tweede symmetrische methode de verschillende patronen van exportprijzen tot uiting konden worden gebracht.
een compensatieregeling geen onderhandeling mogelijk waren over verkoopprijzen omdat Republica SA gedwongen was leveranciers op te nemen in het compensatiecircuit waardoor de verkoopprijzen aan deze leveranciers aanzienlijk lager waren dan de normale prijzen en derhalve niet vergelijkbaar waren met de normale marktprijzen. Republica SA voerde aan dat de verkoop op basis van compensatieregelingen buiten beschouwing moest blijven bij de berekening van de normale waarde aan de hand van de verkoop op de binnenlandse markt omdat deze verkoop niet kon worden beschouwd als verkoop in het kader van normale handelstransacties.
(16) Hierbij moet worden onderstreept dat betaling door middel van een compensatieregeling zoals beschreven in overweging (15) niet hetzelfde is als een compensatieregeling in de zin van artikel 2, lid 1, van de basisverordening. De door Republica beschreven (zie overweging 15) betaling door middel van compensatie komt neer op een vereffening van rekeningen waarbij vorderingen en schulden worden gecompenseerd zonder dat dit van invloed is op de prijsvoorwaarden van de geleverde goederen, terwijl een compensatieregeling in de zin van artikel 2, lid 1, van de basisverordening een regeling is waarbij goederen en/of diensten tussen leverancier en klant worden geruild en waarbij de prijs op de factuur is gebaseerd op het verschil van de waarde van dergelijke goederen en/of diensten en derhalve niet de reële waarde van de geleverde goederen weergeeft.
(17) Tijdens het onderzoek ter plaatse bij Republica werd vastgesteld dat bepaalde verkoop op de binnenlandse markt ten onrechte was opgegeven als verkoop tegen normale contante betaling, terwijl de betaling in het kader van een compensatieregeling had plaatsgevonden. Deze vorm van compensatie vond plaats door verrekening van vorderingen en schulden voor dezelfde bedragen tussen Republica SA en haar klant die in sommige gevallen tevens leverancier van andere goederen of diensten was. Soms waren één of meer derde partijen betrokken, zoals in het geval waarin Republica SA aan een afnemer verkocht die gebruik maakte van een vordering op een derde partij om zijn schuld aan Republica SA te betalen. Dit soort betaling door middel van compensatie is gebruikelijk in economieën met schaarse liquide middelen en het onderzoek wees uit dat dit niet van invloed was op de oorspronkelijke prijsstelling. Voorts bleek dat wanneer Republica SA bij afnemers aandrong op contante betaling (b.v. wanneer zij liquide middelen nodig had om haar personeel te betalen), de verkoopprijzen lager waren dan bij betaling door middel van compensatie, om de klant te belonen voor deze liquide betaling. De conclusie was dat de betaling van Republica door middel van compensatie niet onder het begrip compensatieregeling valt in de zin van artikel 2, lid 1, van de basisverordening, omdat de compensatieregelingen waarbij Republica partij was geen invloed hadden op de verkoopprijzen.
stellen onvoldoende representatief is om als basis voor een vergelijking te dienen. Met deze methode kan geen rekening worden gehouden met aanzienlijke verschillen in het patroon van de exportprijzen, d.w.z. deze methode brengt de dumping niet volledig tot uiting. Omdat noch de eerste noch de tweede symmetrische methode, zij het om verschillende redenen, de dumping volledig tot uiting brengt, moest de derde methode van artikel 2, lid 11, van de basisverordening worden toegepast. De toepassing en de resultaten van de toepassing van de derde methode zoals beschreven in de overwegingen (22) en (23) van de betwiste verordeningen worden derhalve bevestigd.
(20) Op grond van de redenen beschreven in de overwegingen (16) en (17) wordt de verkoop van Republica SA in het kader van een schuldcompensatieregeling beschouwd als verkoop in het kader van normale handelstransacties.
(21) Als gevolg hiervan worden de bij Verordening (EG) nr. 2320/97 vastgestelde dumpingmarges bevestigd.
D. Mededeling
(22) De partijen werden op de hoogte gebracht van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de aanbeveling te doen om het definitieve antidumpingrecht opnieuw in te stellen. Tevens werd een periode vastgesteld waarbinnen zij over deze mededeling opmerkingen konden maken.
(23) Met de mondelinge en schriftelijke opmerkingen werd rekening gehouden.
E. Verbintenissen
(24) De twee Roemeense producenten/exporteurs hebben overeenkomstig artikel 8, lid 1, van
de basisverordening prijsverbintenissen aangeboden. De aangeboden
prijsverbintenissen bevatten dezelfde bepalingen als de prijsverbintenissen die op 9 januari 2003 als gevolg van het HJEG-arrest kwamen te vervallen. De Commissie is van oordeel dat de aangeboden verbintenissen aanvaardbaar en toereikend zijn om de bedrijfstak van de Gemeenschap te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van dumping.
(27) Indien een verbintenis niet wordt nagekomen, indien vermoed wordt dat ze niet wordt nagekomen of indien zij wordt opgezegd, kan op grond van artikel 8, de leden 9 en 10, van de basisverordening een antidumpingrecht worden ingesteld,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
-
1.De conclusies van Verordening (EG) nr. 2320/97 van 17 november 1997 met betrekking tot de Roemeense producenten/exporteurs Petrotub SA en Republica SA worden bevestigd. Er worden definitieve antidumpingrechten vastgesteld voor de volgende producten uit Roemenië die worden vervaardigd door Petrotub SA en Republica SA:
(a) naadloze buizen, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, van het soort gebruikt voor olie- of gasbuizen, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm (ingedeeld onder de GN-codes ex 7304 10 10 en ex 7304 10 30 TARIC-codes 7304 10 10 10 en 7304 10 30 10):
(b) naadloze pijpen met rond profiel, van ijzer of niet-gelegeerd staal, koudgetrokken of koudgewalst, andere dan precisiebuizen, (ingedeeld onder GN-code 7304 31 99);
(c) andere pijpen met rond profiel, van ijzer of van niet-gelegeerd staal, andere dan met schroefdraad of van schroefdraad te voorzien, met een uitwendige diameter van niet meer dan 406,4 mm (ingedeeld onder de GN-codes 7304 39
91 en 7304 39 93).
-
2.De definitieve antidumpingrechten, van toepassing op de nettoprijs, franco-grens-
Gemeenschap, vóór inklaring zijn als volgt:
Land Producent Recht (%) Aanvullende Tariccode
certificaten zoals uiteengezet in de door de Commissie aanvaarde verbintenis en waarvan de voornaamste gegevens in de bijlage zijn vermeld.
-
3.Het in lid 2 bedoelde productiecertificaat moet uiterlijk drie maanden na afgifte
worden overgelegd. De hoeveelheden die bij de douanediensten van de lidstaten voor invoer met vrijstelling van antidumpingrechten worden aangeboden mogen de op het certificaat vermelde hoeveelheden niet overschrijden. Wanneer deze hoeveelheden worden overschreden, is het teveel onderworpen aan het antidumpingrecht en moet dit worden aangegeven onder de in artikel 1, lid 2, genoemde aanvullende Taric-code.
-
4.De producten die vergezeld gaan van een productiecertificaat worden aangegeven
onder de volgende aanvullende Taric-codes:
Land Producent Aanvullende Tariccode
Roemenië Petrotub SA 8514
Republica SA 8515
Artikel 3
In de verslagen van de lidstaten aan de Commissie overeenkomstig artikel 14, lid 6, van Verordening (EG) nr. 384/1996 worden voor elke aangifte voor het vrije verkeer jaar en maand van invoer vermeld alsmede de GN-, de Taric- en de aanvullende Taric-code, de soort maatregel, het land van oorsprong, de hoeveelheid, de waarde, het antidumpingrecht, de lidstaat van invoer en eventueel het volgnummer van het productiecertificaat.
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
BIJLAGE
Voornaamste gegevens van het in artikel 2, lid 2, bedoelde productiecertificaat(1)
(a) Het nummer van het certificaat.
(b) Identificatie waaruit blijkt dat het om een origineel certificaat gaat.
(c) De datum waarop het certificaat vervalt.
(d) De volgende tekst:
"Productiecertificaat afgegeven door [naam van de onderneming] overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. ..../2003 van de Raad bij uitvoer naar de Europese Gemeenschap van bepaalde naadloze buizen en pijpen onder aanvullende Tariccode xxxx".
(e) De naam en het volledige adres van de onderneming en eventuele identificatienummers zoals het nationaal registratienummer voor vennootschappen.
(f) De naam en het volledige adres van de afnemer van de onderneming in de Gemeenschap die de goederen importeert of de naam en het volledige adres van de niet-gelieerde handelaar buiten de Gemeenschap die de goederen exporteert.
(g) Het nummer van de handelsfactuur waarop het productiecertificaat betrekking heeft.
(h) De exacte beschrijving van de goederen met inbegrip van:
-
-een productbeschrijving aan de hand waarvan het product kan worden geïdentificeerd en die overeenstemt met de productbeschrijving op de factuur,
-
-GN-code,
-
-de hoeveelheid (in ton).
| publicatiedatum | 23-01-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 5509/04 |
