RAAD VANBrussel, 3 maart 2004
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
6541/04
COMER 33
VOORSTEL
van:
de Commissie
d.d.: 26 februari 2004
Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2002 tot instelling van een definitief compenserend recht op sulfanilzuur uit India en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1339/2002 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op sulfanilzuur uit, onder meer, India
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van mevrouw Patricia BUGNOT aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 25.2.2004 COM(2004) 129 definitief
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2002 tot instelling van een definitief
compenserend recht op sulfanilzuur uit India en tot wijziging van Verordening (EG) nr.
1339/2002 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op sulfanilzuur uit, onder
meer, India
TOELICHTING
-
1.De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1338/2002 en Verordening (EG) nr. 1339/2002 definitieve compenserende rechten respectievelijk antidumpingrechten ingesteld op sulfanilzuur uit, onder meer, India.
-
2.Sulfanilzuur dat door de Indiase onderneming Kokan Synthetics & Chemicals Pvt. Ltd ("Kokan") werd geproduceerd en rechtstreeks naar de Gemeenschap uitgevoerd, was vrijgesteld van het compenserende recht en het antidumpingrecht als gevolg van de prijsverbintenis die Kokan had aangeboden en die door de Commissie was aanvaard (Besluit 2002/611/EG).
-
3.Kokan heeft de Commissie laten weten dat zij haar prijsverbintenis wenste op te zeggen.
-
4.Daarom moeten de verordeningen worden gewijzigd: artikel 1, lid 3, en artikel 2 van zowel Verordening (EG) nr. 1338/2002 van de Raad als van Verordening (EG)
nr. 1339/2002 van de Raad moeten worden geschrapt, alsmede de hierbij behorende bijlagen.
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1338/2002 tot instelling van een definitief
compenserend recht op sulfanilzuur uit India en tot wijziging van Verordening (EG) nr.
1339/2002 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op sulfanilzuur uit, onder
meer, India
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap
1, met name op de artikelen 8 en 9,
Gelet op Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad van 6 oktober 1997 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn
2, met name op de artikelen 13 en 15,
Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg met het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. VOORAFGAANDE PROCEDURE
(1) In juli 2002 heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 1338/20023, definitieve
Verordening (EG) nr. 1339/2002 van de Raad vrijgesteld van het compenserende recht respectievelijk het antidumpingrecht.
B. OPZEGGING VAN DE VERBINTENIS
(4) In december 2003 heeft Kokan de Commissie laten weten dat zij haar verbintenis wenste op te zeggen.
(5) Besluit 2002/611/EG van de Commissie werd daarom ingetrokken.
C. DEFINITIEVE COMPENSERENDE RECHTEN EN ANTIDUMPINGRECHTEN
(6) Het onderzoek dat tot het aanbieden van een verbintenis door Kokan leidde, werd bij Verordening (EG) nr. 1338/2002 afgesloten met: i) een definitieve vaststelling van subsidiëring en schade bij Verordening (EG) nr. 1338/2002 van de Raad; en ii) een definitieve vaststelling van dumping en schade bij Verordening (EG) nr. 1339/2002 van de Raad.
(7) Ingevolge artikel 13, lid 9, van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad en artikel 8, lid 9, van Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad, dient de hoogte van het compenserende recht en van het antidumpingrecht op door Kokan vervaardigde en uitgevoerde producten te worden bepaald aan de hand van de feiten die zijn vastgesteld bij het onderzoek dat tot de verbintenis aanleiding heeft gegeven. Gelet op overweging (67) van Verordening (EG) nr. 1338/2002 van de Raad en overweging (46) van Verordening (EG) nr. 1339/2002 van de Raad wordt het daarom passend geacht dat het definitieve compenserende recht wordt vastgesteld op 7,1 % ad valorem en het definitieve antidumpingrecht op 18,3 % ad valorem.
D. WIJZIGING VAN DE VERORDENINGEN (EG) NR. 1338/2002 EN 1339/2002
(8) Gezien het bovenstaande dienen artikel 1, lid 3, en artikel 2 van Verordening (EG)
nr. 1338/2002 van de Raad, alsook artikel 1, lid 3, en artikel 2 van Verordening (EG)
nr. 1339/2002 van de Raad en de daarbij behorende bijlagen te worden geschrapt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, op
Voor de Raad
De voorzitter
| publicatiedatum | 03-03-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 6541/04 |
