AANBEVELING VAN DE RAAD VAN 9 MAART 2004 - Hoofdinhoud
AANBEVELING VAN DE RAAD
VAN 9 MAART 2004
INZAKE DE AAN DE DIRECTEUR
VAN DE EUROPESE STICHTING VOOR OPLEIDING
TE VERLENEN KWIJTING VOOR DE UITVOERING VAN DE BEGROTING
VAN DE EUROPESE STICHTING VOOR OPLEIDING
AANBEVELING VAN DE RAAD
van 9 maart 2004
inzake de aan de directeur
van de Europese Stichting voor Opleiding
te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting
van de Europese Stichting voor Opleiding
voor het begrotingsjaar 2002
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad van 7 mei 1990 tot oprichting van een
Europese Stichting voor Opleiding 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1648/2003 van
de Raad van 18 juni 2003 2, met name op artikel 11, lid 10,
Gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het
Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen 3,
Overwegende hetgeen volgt:
Van de kredieten ten bedrage van 3,5 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2001 naar het begrotings-
jaar 2002 zijn overgedragen, is een bedrag van 3,1 miljoen euro (89%) gebruikt.
De overdrachten van het begrotingsjaar 2002 naar het begrotingsjaar 2003 bedragen 3,4 miljoen euro
en een bedrag van 0,6 miljoen euro is geannuleerd.
De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2002 geven
aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn
opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.
Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van de Stichting van dien
aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting.
BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van de Stichting kwijting te verlenen voor de
uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2002.
BIJLAGE
OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING
VAN DE RAAD INZAKE DE AAN DE
STICHTING TE VERLENEN KWIJTING
Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de jaar-
rekening van de Stichting voor het per 31 december 2002 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is en
dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet
een aantal opmerkingen worden gemaakt.
-
1.Uitvoering van de begroting
De Raad herinnert aan het belang van het beginsel van de jaarperiodiciteit en verzoekt de
Stichting om de omvang van de overdrachten bij de beleidskredieten terug te dringen.
Tevens verzoekt hij de Stichting om de door haar gesloten overeenkomsten conform de aan-
beveling van de Rekenkamer in de begroting te vermelden.
Wat het beheer van de programma's PHARE en TACIS betreft, dringt de Raad er bij de
-
2.Boekhouding en jaarrekening
De Raad neemt er met voldoening nota van dat de problemen in verband met de inventaris
van de vaste activa nu grotendeels zijn weggenomen, ofschoon er nog ruimte is voor
verbetering.
De Raad verzoekt de Stichting om ervoor te zorgen dat dubbele boeking van uitgaven wordt
voorkomen.
Wat de door de Rekenkamer benadrukte risico's in verband met bepaalde betalingsprocedures
betreft, neemt de Raad nota van de maatregelen die de Stichting heeft genomen.
-
3.Wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen
Wat de werkloosheidsuitkeringen voor voormalige werknemers betreft, sluit de Raad zich aan
bij het verzoek van de Rekenkamer en vraagt hij de Stichting om erop toe te zien dat de
nodige controles worden verricht.
________________________
| publicatiedatum | 11-03-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 6190/04 |
