Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het beheer van de aanplantrechten (Hoofdstuk 1 van Titel II van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 17 maart 2004 (25.03)

(OR. fr)

DE EUROPESE UNIE

7364/04

AGRIORG 21

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

mevrouw Patricia BUGNOT, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 15 maart 2004

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over het beheer van de aanplantrechten (Hoofdstuk 1 van Titel II van Verordening (EG)

nr. 1493/1999 van de Raad)

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2004) 161 def.

 

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 12.3.2004 COM(2004) 161 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE

AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over het beheer van de aanplantrechten

(Hoofdstuk 1 van Titel II van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad)

INHOUDSOPGAVE

INLEIDING................................................................................................................................... 3

  • 1. 
    VERBOD OP DE AANPLANT VAN WIJNSTOKKEN.............................................................. 4

1.1. Doelstelling .................................................................................................................. 4

1.2. Overzicht van de regelgeving....................................................................................... 4

1.3. Toepassing van de communautaire voorschriften........................................................ 4

  • 2. 
    EVOLUTIE VAN HET PRODUCTIEPOTENTIEEL................................................................. 5

2.1. Nieuwe-aanplantrechten............................................................................................... 5

2.2. Herbeplantingsrechten................................................................................................ 10

2.3. De reserve van aanplantrechten ................................................................................. 12

2.4. Evolutie van het productiepotentieel sinds 1 augustus 2000 ..................................... 17

2.5. Conclusie van de Commissie inzake het gebruik van de communautaire reserve van nieuwe-aanplantrechten.............................................................................................. 20

  • 3. 
    REGULARISATIE VAN ONWETTIGE AANPLANT............................................................. 20

3.1. Doelstelling ................................................................................................................ 20

3.2. Overzicht van de regelgeving..................................................................................... 20

3.3. Toepassing van de communautaire voorschriften...................................................... 22

3.4. Conclusie van de Commissie inzake de regularisatie van onwettige aanplant .......... 23

De tabellen in dit verslag zin opgesteld op basis van de gegevens die de lidstaten hebben meegedeeld in het kader van Verordening (EG) nr. 1227/2000 van de Commissie van 31 mei 2000 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, inzonderheid met betrekking tot het productiepotentieel, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)

nr. 1841/2003 van de Commissie van 17 oktober 2003.

INLEIDING

De bepalingen inzake het beheer van het wijnbouwpotentieel vormen een essentieel instrument van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) en bestrijken een drietal terreinen: het beheer van de aanplant van wijnstokken, de definitieve stopzetting van de wijnbouw en de herstructurering en omschakeling van het wijnbouwareaal.

De bepalingen over het beheer van de aanplant hebben tot doel de evolutie van het areaal te controleren. De beheersregeling berust op het principe dat het verboden is wijnstokken aan te planten indien men niet over herbeplantingsrechten of nieuwe-aanplantrechten beschikt, en bestaat uit regels voor het creëren en in omloop brengen van aanplantrechten.

Bepalingen van deze strekking zijn in de Gemeenschap reeds van toepassing sinds het einde van de jaren '70. Bij Verordening (EG) nr. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt

1 zijn evenwel een aantal wijzigingen aan

de vorige GMO aangebracht die deels samenhangen met de evolutie van de economische situatie in de sector. De twee belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de vaststelling van quota voor nieuwe-aanplantrechten voor elke lidstaat en op de vorming van reserves van rechten.

De Raad heeft de wens uitgesproken om zich drie jaar na de inwerkingtreding van de GMO over de toepassing van deze bepalingen te buigen: "Vóór 31 december 2003, en vervolgens om de drie jaar, brengt de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement verslag uit over de werking van dit hoofdstuk. Het verslag kan, in voorkomend geval, vergezeld gaan van voorstellen voor het verlenen van aanvullende nieuw gecreëerde aanplantrechten."

2.

Het hoofdstuk "Aanplant van wijnstokken" heeft betrekking op:

1.1. Doelstelling

Sinds 19764 vormt het beginsel van het verbod op de aanplant van wijnstokken die als

wijndruifrassen zijn ingedeeld, de basis van de gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt. Het doel is om aan de hand van dit beginsel het productiepotentieel te controleren.

Bovendien kunnen de lidstaten een beroep doen op dit beginsel om hun wijngaarden vanuit kwalitatief oogpunt te beheren door via de aanplant aan te sturen op een kwalitatief hoogstaande, vraaggestuurde productie.

1.2. Overzicht van de regelgeving

Het verbod op de aanplant houdt in dat de vrijheid om wijnstokken te planten, wordt beperkt, en dus niet dat de aanplant volledig aan banden wordt gelegd. Zo is herbeplanting in het kader van de GMO toegestaan en mogen onder bepaalde voorwaarden nieuwe wijnstokken worden aangeplant, mits de bevoegde autoriteiten van de lidstaten hier vooraf hun toestemming voor geven.

Sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1493/1999 is er een nieuwe bepaling van kracht, op basis waarvan moet worden overgegaan tot rooiing van de oppervlakten die in weerwil van het verbod op aanplant sinds 1 september 1998 zijn beplant i.e. zonder herbeplantingsrecht of nieuwe-aanplantrecht. Voordien moest de productie die afkomstig was van onwettige aanplant, overeenkomstig de communautaire regelgeving op kosten van de producent worden gedistilleerd.

1.3. Toepassing van de communautaire voorschriften

Aangezien het verbod op aanplant intussen bijna 30 jaar van kracht is, beschikken de lidstaten over de nodige bestuursrechtelijke controle- en inspectie-instrumenten om het ten uitvoer te leggen.

De lidstaten hebben in hun teksten de verplichting opgenomen om wijnstokken die in strijd met de regelgeving zijn aangeplant, te rooien. De Commissie beschikt op dit moment niet over cijfermateriaal betreffende de oppervlakte waarvoor deze bepaling is toegepast. De lidstaten dienen de desbetreffende gevallen te registreren.

  • 2. 
    EVOLUTIE VAN HET PRODUCTIEPOTENTIEEL

Het productiepotentieel bestaat uit de som van de met wijnstokken beplante oppervlakte

en de oppervlakte waarvoor herbeplantingrechten en

nieuwe-aanplantrechten gelden.

Op het productiepotentieel zijn derhalve drie reeksen bepalingen van toepassing: die over de nieuwe-aanplantrechten, die over de herbeplantingsrechten en die over de reserves van aanplantrechten.

2.1. Nieuwe-aanplantrechten

2.1.1 Het kader

Het verbod op de aanplant van wijnstokken is van in het begin geflankeerd door een regelgevingskader waarbinnen van het verbod mag worden afgeweken. Deze afwijkingen pasten in een beleid dat erop gericht was de wijnkwaliteit te bevorderen door de productie van "in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn"

(v.q.p.r.d.) aan te moedigen ten nadele van de tafelwijnen.

Tijdens de laatste jaren van de toepassing van de oude GMO werd daarom, bij de vaststelling van het prijzenpakket, voor elk wijnoogstjaar een aantal in hectare uitgedrukte nieuwe-aanplantrechten tussen de betrokken lidstaten verdeeld voor de productie van kwaliteitswijnen (v.q.p.r.d.-wijnen en tafelwijnen met een geografische aanduiding).

De Unie kon zich deze soepelheid veroorloven omdat de communautaire wijnproductie in de oogstjaren 1996, 1997 en 1998 aanzienlijk was teruggelopen ten opzichte van de voorgaande jaren. Deze situatie vormde de achtergrond voor de besprekingen die in 1999 uitmondden in een nieuwe basisverordening, en voor de beslissing over de instelling van quota voor nieuwe-aanplantrechten voor de lidstaten.

2.1.2 Overzicht van de regelgeving

In de regelgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten

nieuwe-aanplantrechten:

Het kader voor deze afwijkingen is vastgesteld in de uitvoeringsverordening van de Commissie. De voor de toekenning van nieuwe-aanplantrechten geldende kwantitatieve beperking hangt samen met de aard van de maatregelen waarvoor deze rechten worden toegewezen. Het regelgevingskader heeft tot doel te vermijden dat ten gevolge van deze afwijkingen het productiepotentieel aanzienlijk zou stijgen.

  • Rechten die in het kader van ruilverkavelingen en onteigeningen worden toegekend. De oppervlakte waarvoor rechten ter compensatie worden toegekend, mag niet groter zijn dan 105

% van de oppervlakte die verkaveld of

onteigend wordt (zie artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1227/2000).

  • Rechten die in het kader van wijnbouwexperimenten worden toegekend. De experimenten moeten in de tijd beperkt zijn. Na afloop van die periode moeten de wijnstokken overeenkomstig artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG)

nr. 1227/2000 door de producent op eigen kosten worden gerooid en moet de productie ervan worden gedistilleerd in de periode die verloopt tussen het experiment en de daadwerkelijke rooiing, of worden de wijnstokken "geregulariseerd" aan de hand van herbeplantingsrechten of onder de quota vallende nieuwe-aanplantrechten.

  • Rechten die voor de kweek van entstokken worden toegekend. Deze productie is om technische redenen beperkt in de tijd. Aan het einde van de betrokken periode kunnen deze wijnstokken voor de wijnproductie worden gebruikt. Daarom is in artikel 3, leden 4 en 5, van Verordening (EG) nr. 1227/2000 bepaald dat na afloop van de productie van de entstokken dezelfde bepalingen van toepassing zijn als voor de wijnbouwexperimenten.
  • Nieuwe-aanplantrechten die met het oog op consumptie door het wijnbouwersgezin worden toegekend. De aan de lidstaten opgelegde beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 3, leden 6, 7 en 8, van Verordening (EG) nr. 1227/2000, zijn omkaderd door controlebepalingen aan de hand waarvan erop moet worden toegezien dat de geproduceerde wijn niet in de handel wordt gebracht. Gebeurt dat toch, dan moet de producent de betrokken wijnstokken op eigen kosten rooien. De lidstaten moeten tevens de maximumoppervlakte vaststellen die in dit verband aan de producenten mag worden toegewezen.

De in artikel 6 bedoelde aanplantrechten zijn eveneens bestemd voor de productie van tafelwijnen met een geografische aanduiding en v.q.p.r.d.-wijnen, maar mogen ook voor andere doeleinden worden gebruikt, zoals voor de regularisatie van onwettige aanplant

6 en de herstructurering van het wijnbouwareaal7. Hierbij dient evenwel te

worden opgemerkt dat deze gebruiksdoeleinden aan beperkingen gebonden zijn en dat de in artikel 6 bedoelde rechten in grote lijnen overeenstemmen met de rechten van artikel 3, lid 2, die overeenkomstig artikel 3, lid 5, van Verordening (EG)

nr. 1493/1999 in elk geval moeten worden afgeboekt op de in artikel 6, lid 1, vastgestelde quota.

In de verordening is bepaald dat de in artikel 3, lid 2, bedoelde rechten vóór 31 juli 2003 moeten worden toegewezen. Deze datum is in de regeling opgenomen om de lidstaten de kans te geven om in afwachting van de vorming van reserves van aanplantrechten voort te gaan met de toewijzing van nieuwe-aanplantrechten voor de productie van v.q.p.r.d.-wijnen of tafelwijnen met een geografische aanduiding (zie punt 2.1.3.2.1).

2.1.1 Toepassing van de communautaire voorschriften

2.1.3.1 Nieuwe-aanplantrechten met een administratief karakter

2.1.3.1.1 De lidstaten hebben met betrekking tot de toegewezen nieuwe-aanplantrechten

(NAR) de volgende cijfers gemeld:

Tabel 1

NAR van NAR van NAR van

artikel 3, lid 1 artikel 3, lid 1 artikel 3, lid 1 Totaal

(ha) 2000/01 2001/02 2002/03

Duitsland 3,53 0,93 1,13 5,59

Griekenland

Spanje 197,95 141,42 47,02 386,39

Frankrijk 41,40 29,20 15,68 86,28

2.1.3.1.2 Gevolgen voor het productiepotentieel

In het algemeen hebben nieuwe-aanplantrechten met een administratief karakter volstrekt geen impact op het productiepotentieel. Een uitzondering hierop vormen de rechten die worden toegewezen voor oppervlakten waarvan de productie uitsluitend bestemd is voor consumptie door het wijnbouwersgezin.

Rechten die worden toegekend in het kader van ruilverkavelingen of onteigeningen voor het algemeen nut, hebben in feite tot doel het verlies van wijngaarden van een gelijkwaardige oppervlakte te compenseren: vanuit economisch oogpunt gaat het dus in feite om herbeplantingsrechten.

Rechten die worden toegekend voor wijnbouwexperimenten of voor de productie van entstokken, vervallen vanuit economisch oogpunt zodra het experiment beëindigd wordt of de entstokken zijn geproduceerd, aangezien de aanplant behouden blijft via het gebruik van rechten voor de herbeplanting van een gelijkwaardige oppervlakte.

Alleen de rechten die toegekend worden voor de beplanting van oppervlakten waarvan de productie uitsluitend bestemd is voor consumptie door het wijnbouwersgezin, kunnen vanuit economisch oogpunt als nieuwe-aanplantrechten worden beschouwd. Het feit dat de productie van het betrokken areaal niet in de handel mag worden gebracht, belet evenwel niet dat deze rechten toch bijdragen tot een stijging van het productiepotentieel, aangezien ze niet in mindering worden gebracht op de herbeplantingsrechten van het desbetreffende bedrijf. De stijging is evenwel van marginaal belang (ca. 100 ha) en wordt waarschijnlijk gecompenseerd doordat in de gebieden waar deze traditie wijdverbreid is, kleine familiale wijnbouwbedrijven spontaan de boeken sluiten.

2.1.3.2 Nieuwe-aanplantrechten met een economisch karakter

2.1.3.2.1 Momenteel zijn in dit verband de volgende cijfers beschikbaar:

Tabel 2

NAR van NAR van NAR van

Tabel 3

Totaal aantal NAR Quota van Benutting

van artikel 3, lid 2 artikel 6, lid 1

(ha) (ha) (%)

Duitsland 471,29 1 534 30,7 %

Griekenland 1 098,00 1 098 100 %

Spanje 17 106,85 17 355 98,6 %

Frankrijk 9 377,11 13 565 69,1 %

Italië 854,50 12 933 6,5 %

Luxemburg - 18 %

Oostenrijk - 737 %

Portugal 3 041,00 3 760 80,9 %

Totaal 31 948,75 51 000 62,6 %

De quota voor nieuwe-aanplantrechten hebben betrekking op een totale oppervlakte van 38 067 ha; voor 31 125 ha (81,7

%) zijn reeds rechten toegewezen. Hierbij moet

worden vermeld dat Italië zijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EG)

nr. 1227/2000 niet is nagekomen, in die zin dat het geen gegevens over de laatste twee wijnoogstjaren heeft gemeld.

Er zij op gewezen dat indien de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG)

nr. 1493/1999 bedoelde rechten niet tegen 31 juli 2003 zijn toegewezen in het kader van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1493/1999, deze rechten in de door de lidstaten gevormde reserve(s) van aanplantrechten worden gestort. Deze rechten mogen overeenkomstig artikel 5, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 gedurende vijf wijnoogstjaren worden gebruikt en mogen dus tot het einde van het wijnoogstjaar 2007/08 worden toegewezen

8.

  • b) 
    Deze rechten zijn vooral toegekend voor de productie van v.q.p.r.d.-wijnen :

Tabel 4

Het overzicht van de situatie is onvolledig, aangezien Italië geen gegevens heeft meegedeeld over de wijnoogstjaren 2001/02 en 2002/03.

2.1.3.2.2 Gevolgen voor het productiepotentieel

De in artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1227/2000 opgenomen (nieuw gecreëerde) nieuwe-aanplantrechten hebben betrekking op 51 000 ha, ofwel 1,53

%9

van het wijnbouwareaal van de Gemeenschap op het ogenblik waarop de basisverordening werd vastgesteld. Deze rechten dragen per definitie bij tot een stijging van het productiepotentieel in de wijnsector.

In de eerste drie jaren na de inwerkingtreding van de nieuwe GMO zijn rechten toegewezen voor bijna 2/3 van de reeds genoemde 51 000 ha. De voor een oppervlakte van 31 949 ha toegewezen rechten zijn nog niet allemaal daadwerkelijk gebruikt; het desbetreffende areaal zal pas twee of drie jaar later in productie worden genomen.

Het is dan ook niet mogelijk om nu reeds nauwkeurig in te schatten welke impact de in 1999 genomen beslissingen hebben gehad op de productie vanaf 1 augustus 2000, de datum waarop de nieuwe GMO van toepassing is geworden.

2.2. Herbeplantingsrechten

2.2.1 Overzicht van de regelgeving

In artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 en in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1227/2000 zijn de bepalingen van de vorige GMO grotendeels overgenomen. Dit houdt in:

  • dat na rooiing automatisch een recht wordt gecreëerd10;
  • dat binnen een lidstaat rechten mogen worden overgedragen van het ene bedrijf naar het andere;
  • dat deze rechten maximaal acht wijnoogstjaren geldig blijven.
  • verbod om de productie van de nieuw beplante oppervlakte en van de nog niet gerooide oppervlakte gelijktijdig in de handel te brengen;
  • verplichting om een zekerheid te stellen ter bekrachtiging van de rooiingsverbintenis.

Bovendien is in artikel 4, lid 4, laatste alinea, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat overdrachten van herbeplantingsrechten tussen bedrijven niet leiden tot een stijging van het productiepotentieel, met name wanneer deze overdrachten gebeuren van niet-bevloeide naar bevloeide oppervlakten.

In dit verband mag niet uit het oog worden verloren dat een herbeplantingsrecht in beginsel wordt gebruikt in het bedrijf waar ook de rooiing heeft plaatsgevonden. De lidstaten krijgen de mogelijkheid om overdrachten van rechten tussen bedrijven toe te staan.

Wanneer een bedrijf gebruik maakt van herbeplantingsrechten, is het er uit hoofde van de regelgeving niet toe verplicht de impact daarvan op het productiepotentieel te controleren, terwijl dat productiepotentieel toch automatisch beïnvloedt wordt door een wijziging in het gedrag van de wijnstokken of in de samenstelling van de wijngaard

11.

Bovendien kunnen bij overdrachten tussen bedrijven de teelttechnieken radicaal verschillen, wat ook gevolgen heeft voor de opbrengst van de betrokken percelen.

2.2.2 Toepassing van de communautaire voorschriften

Alle lidstaten hebben gebruik gemaakt van de in de regelgeving geboden

mogelijkheden: overdrachten tussen bedrijven en een achtjarige geldigheidsduur voor

de rechten.

Tegen deze achtergrond spelen de nationale bepalingen inzake het beheer van het productiepotentieel een zeer belangrijke rol. Deze bepalingen moeten ervoor zorgen dat een stijging van de opbrengst op de herbeplante oppervlakte kan worden uitgesloten, of dat de oppervlakte waarop het herbeplantingsrecht van toepassing is, aangepast wordt wanneer toch een productiestijging moet worden verwacht. De lidstaten hebben deze regels weliswaar in nationale (of regionale) teksten opgenomen, maar het is moeilijk om in deze fase een beeld te krijgen van de concrete uitvoering daarvan.

Aan het einde van het wijnoogstjaar 2002/03 ziet de situatie inzake herbeplantingsrechten er als volgt uit:

Tabel 5

(ha) Inventaris (1999) Einde wijnoogstjaar

2002/03 Verschil

Duitsland 3 616 3 900 +284

Griekenland - 560 +560

Spanje 86 456 83 315 3 141

Frankrijk 43 551 47 611 +4 060

Italië 49 870

Luxemburg - 44 +44

Oostenrijk 5 945 5 313 632

Portugal 7 498 12 045 +4 547

Totaal (zonder Italië) 147 066 152 788 +5 722

Totaal 196 936

In Oostenrijk en Spanje is het aantal herbeplantingsrechten in de loop van drie wijnoogstjaren met respectievelijk 10

% en 4 % gedaald. Wat Spanje betreft, moet de

verklaring hoofdzakelijk gezocht worden in het feit dat deze rechten gebruikt zijn in het kader van de regularisatie van onwettige aanplant.

De ontwikkeling in de andere lidstaten is diametraal tegenovergesteld aan die in

Spanje: de afgelopen drie wijnoogstjaren is het aantal herbeplantingsrechten dat de producenten in bezit hebben, met 14

% gestegen12. Deze stijging kan alleen maar

verklaard worden door een stijgend aantal rooiingen, die als ontstaansfeit fungeren voor de toekenning van herbeplantingsrechten. Een andere factor die wellicht meeweegt, is de herstructurering van het wijnbouwareaal, die een golf van rooiingen met zich heeft meegebracht.

De totale oppervlakte waarvoor herbeplantingsrechten gelden, is in drie wijnoogstjaren met 3,9

% gestegen en bedraagt 6,1% van de oppervlakte die in het

vermijden dat deze rechten vervallen, is het idee ontstaan een systeem voor te stellen om dergelijke rechten systematisch te recupereren. Uiteindelijk heeft dit systeem de vorm gekregen van een reserve van rechten waarin herbeplantingsrechten die het einde van hun geldigheidstermijn hebben bereikt, kunnen worden gerecupereerd.

2.3.2 Overzicht van de regelgeving

De reserve is een instrument waarmee de lidstaten permanent aanplantrechten kunnen recycleren en herverdelen.

2.3.2.1 Een instrument voor permanente recyclage van aanplantrechten

Aan de reserve worden niet alleen herbeplantingsrechten toegewezen, maar ook de in artikel

6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 bedoelde

nieuwe-aanplantrechten (of nieuw gecreëerde aanplantrechten).

Doel van deze essentiële maatregel is dat niet binnen de gestelde termijnen gebruikte nieuwe-aanplantrechten en herbeplantingsrechten aan de reserve worden toegewezen. Bovendien worden rechten die aan de reserve zijn toegewezen, vervolgens uit de reserve verdeeld zijn, maar niet zijn gebruikt binnen de voorgeschreven termijn, weer in de reserve gestort.

2.3.2.2 Een instrument voor de herverdeling van aanplantrechten

De gerecupereerde of verworven rechten uit de reserve mogen alleen worden herverdeeld, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan.

Artikel 5, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 luidt als volgt: "De lidstaten dragen er zorg voor dat de plaats waar de uit een reserve toegekende aanplantrechten worden gebruikt, de gebruikte wijnstokrassen en de toegepaste teelttechnieken garanderen dat de productie voortaan aan de vraag op de markt beantwoordt en dat de opbrengsten kenmerkend zijn voor het gemiddelde in het gebied waar die rechten worden gebruikt, in het bijzonder wanneer de aanplantrechten uit niet-bevloeide oppervlakten op bevloeide oppervlakten worden gebruikt."

Een reserve kan samengesteld zijn uit de volgende aanplantrechten:

2.3.3 Toepassing van de communautaire voorschriften

2.3.3.1 Elke lidstaat mag op nationaal en/of regionaal niveau reserves vormen.

Tabel 6

Nationale reserve Regionale reserves Ander "doeltreffend

systeem"14

Duitsland neen ja ja

Griekenland ja neen neen

Spanje ja ja neen

Frankrijk ja neen neen

Italië neen ja neen

Luxemburg neen neen ja

Oostenrijk ja ja neen

Portugal ja neen neen

De lidstaten houden er verschillende benaderingen op na.

zijn er in grote lijnen in geslaagd de situatie via de nationale reserve onder controle te krijgen (zonder evenwel alle problemen te kunnen oplossen); Duitsland, en vooral Spanje en Italië blijven daarentegen met problemen kampen.

Indien een lidstaat maar in beperkte mate overdrachten van rechten tussen regio's toestaat, is het, gezien de regionale verschillen, dus mogelijk dat bepaalde regio's aanplantrechten tekortkomen, terwijl andere beschikken over een voorraad niet-gebruikte (of zelfs: niet bruikbare) rechten.

2.3.3.2 Om te vermijden dat het productiepotentieel ten gevolge van overdrachten van

rechten uit de reserve toeneemt, zijn in artikel 5, lid 4, van Verordening (EG)

nr. 1493/1999 soortgelijke eisen vastgesteld als voor overdrachten van herbeplantingsrechten (artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1493/1999).

De lidstaten hebben in dit verband bepalingen vastgesteld die overeenstemmen met die welke in punt 2.2.1 worden toegelicht. Net als bij de rechtstreekse overdrachten van herbeplantingsrechten is het nog te vroeg om de gevolgen van deze bepalingen in kaart te brengen, temeer daar de reserves pas in het wijnoogstjaar 2001/02 of 2002/03 daadwerkelijk door de lidstaten in gebruik zijn genomen.

Bovendien blijkt uit de volgende tabel dat de rechten die aan het einde van het wijnoogstjaar 2002/03 in de reserve zaten, een kleine oppervlakte bestreken, en dat Griekenland, Frankrijk en Spanje op dat moment nog geen rechten in reserve hadden.

Tabel 7

Einde van het wijnoogstjaar v.q.p.r.d.-wijnen Tafelwijnen met Totaal

geografische

2002/03 (ha) aanduiding (ha) (ha)

Duitsland 64,61 - 64,61

Griekenland

Spanje 6 792,00 665,00 7 457,00

Frankrijk

Italië

systematisch en categorisch wordt vermeden dat niet-gebruikte aanplantrechten uiteindelijk vervallen. Niet-gebruikte rechten worden altijd weer in omloop gebracht.

Het gevolg hiervan is dat de oppervlakte die het productiepotentieel van een lidstaat bepaalt (= met wijnstokken beplante oppervlakte + herbeplantingsrechten in het bezit van de producenten), niet meer kan afnemen indien de lidstaat de rechten op een doeltreffende manier beheert.

2.3.5 Het "doeltreffende systeem" voor het beheer van de aanplantrechten

Zoals blijkt uit artikel 5, lid 8, van Verordening (EG) nr. 1493/1999, hoeven de lidstaten het reservesysteem niet toe te passen.

2.3.5.1 Overzicht van de regelgeving

Indien een lidstaat er de voorkeur aan geeft het reservesysteem niet toe te passen, beschikt hij in het algemeen niet over juridische instrumenten om de niet-gebruikte aanplantrechten binnen de gestelde termijnen systematisch te recycleren. Daarentegen zijn de nationale bestuursrechtelijke bepalingen die reeds bestonden vóór de inwerkingtreding van de nieuwe GMO, van toepassing op de verdeling van nieuwe-aanplantrechten en op de controle inzake het gebruik en de overdracht van herbeplantingsrechten.

Lidstaten die ervoor kiezen het reservesysteem niet in te voeren, moeten bij de Commissie aantonen dat zij de aanplantrechten op een doeltreffende manier beheren.

In de verordening van de Raad wordt met betrekking tot de herbeplantingsrechten bovendien bepaald dat:

  • de geldigheidsduur van de herbeplantingsrechten 10 jaar bedraagt, en;
  • deze termijn door de lidstaten tot 13 jaar kan worden verlengd.

Deze bepalingen zijn bedoeld als gedeeltelijke compensatie voor de niet-toepassing van het reservesysteem waarbij aanplantrechten systematisch en onbeperkt kunnen worden gerecycleerd.

Hoewel het nog te vroeg is om een oordeel te vormen over de daadwerkelijke gevolgen van het "doeltreffende systeem" voor het productiepotentieel, mag er redelijkerwijs van worden uitgegaan dat die beperkt zullen blijven, aangezien het systeem voor het beheer van de rechten in de twee betrokken lidstaten niet echt is gewijzigd door de nieuwe GMO.

2.4. Evolutie van het productiepotentieel sinds 1 augustus 2000

2.4.1 Oppervlakte

Voor de berekening van het wijnbouwareaal kan de Commissie putten uit een drietal bronnen.

Ten eerste is er de informatie die voortvloeit uit de toepassing van Verordening (EEG) nr. 357/79 van de Raad van 5 februari 1979 betreffende de statistische enquêtes naar de wijnbouwoppervlakten. De meest recente basisenquête heeft betrekking op het jaar 1999.

Ten tweede moeten de lidstaten in het kader van artikel 16, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 een inventaris van hun wijnbouwareaal indienen met het oog op de toepassing van bepaalde in de nieuwe GMO vastgestelde vereisten, met name op het gebied van de herstructurering en omschakeling van het wijnbouwareaal.

De derde bron van informatie bestaat uit het wijnbouwkadaster en de grafische referentiegrondslag die verplicht moeten worden gebruikt overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2729/2000 van de Commissie van 14 december 2000 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de controles in de wijnbouwsector.

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de beschikbare gegevens:

Tabel 8

Datum Oppervlakte in Datum Oppervlakte in Verschil (ha) Verschil (%)

van de de enquête van de de inventaris [inventaris enquête] [inventaris /

(ha) enquête (ha) inventaris (ha) enquête]

Naast enkele kleine discrepanties tussen de in de twee bronnen gerapporteerde oppervlakten, die mogelijk te maken hebben met de verschillende data (Duitsland en Spanje), zijn er, behalve voor Luxemburg, opvallend grote verschillen vastgesteld.

2.4.2 Evolutie van de in de inventaris opgenomen oppervlakte

Twee wijnoogstjaren na de inwerkingtreding van de nieuwe GMO blijkt de met wijnstokken beplante oppervlakte met 1,3

% te zijn afgenomen.

Tabel 9

Met wijnstokken Met wijnstokken beplante

beplante oppervlakte oppervlakte (einde van het Verschil

(ha) (inventaris) wijnoogstjaar 2002/03)

Duitsland 105 530 104 211 1 319

Griekenland 77 466 80 794 +3 328

Spanje 1 141 986 1 115 322 26 664

Frankrijk 901 412 907 669 +6 257

Italië 792 440

Luxemburg 1 348 1 298 50

Oostenrijk 52 226 51 136 1 900

Portugal 252 709 241 119 11 590

Totaal (zonder Italië) 2 532 677 2 501 549 31 128

Deze daling is hoofdzakelijk terug te voeren op de tenuitvoerlegging van programma's voor de herstructurering en omschakeling van het wijnbouwareaal, die tot gevolg hebben dat wijnbouwers eerst rooien en vervolgens overgaan tot herbeplanting met wijnstokrassen die beter aansluiten op de behoeften van de wijnmarkt. De grootste dalingen in oppervlakte doen zich trouwens voor in de lidstaten die in het kader van het herstructureringsbeleid de meeste inspanningen leveren.

Het met wijnstokken beplante areaal krimpt in alle lidstaten, behalve in Griekenland en Frankrijk, de twee lidstaten die het langst hebben getalmd met de toepassing van het beleid inzake de herstructurering van het wijnbouwareaal.

Tabel 10

Productiepotentieel Productiepotentieel

(ha) 1999 2003 Verschil

Duitsland 109 146 108 111 1 035

Griekenland 77 466 81 354 +3 888

Spanje 1 228 442 1 198 637 29 805

Frankrijk 944 963 955 280 +10 317

Italië niet gemeld niet gemeld

Luxemburg 1 348 1 342 6

Oostenrijk 58 171 56 449 1 722

Portugal 260 207 253 164 7 043

Totaal (zonder Italië) 2 679 743 2 654 337 25 406

De situatie in Italië buiten beschouwing gelaten, is het communautaire wijnbouwpotentieel tijdens de eerste drie wijnoogstjaren volgend op de invoering van de nieuwe GMO met minder dan 1

% gedaald. Hierbij is, net als bij de berekening

van het areaal, rekening gehouden met de uiteenlopende ontwikkelingen in de lidstaten, die verband houden met de regularisatie van onwettige aanplant (zie punt 3)

en met het beleid inzake de herstructurering en omschakeling van het wijnbouwareaal.

De oppervlakte waarop de quota voor nieuwe-aanplantrechten (nieuw gecreëerde rechten) van artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 van toepassing zijn en waarvoor deze rechten nog niet zijn toegewezen, is niet meegenomen in de gegevens over het productiepotentieel.

Voor 31 949 ha van de 51 000 ha zijn reeds rechten toegewezen (zie tabel 3).

Dit betekent dat de resterende oppervlakte van 6 943 ha waarvoor nog geen nieuwe-aanplantrechten zijn toegekend, in mindering moet worden gebracht op het in tabel 10 vermelde cijfer van -25 406 ha (daling van het productiepotentieel). Bovendien is een onbekend, maar waarschijnlijk groot aantal van de nieuwe-aanplantrechten die reeds voor 31 125 ha zijn toegewezen, nog niet door de producenten gebruikt, waardoor de betrokken oppervlakte aan het einde van het wijnoogstjaar 2002/03 nog niet was beplant.

gegevens niet overeenstemmen met de informatie die in het kader van andere regelgevingsinstrumenten is gemeld.

2.5. Conclusie van de Commissie inzake het gebruik van de communautaire reserve van nieuwe-aanplantrechten

In artikel 6, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 is vastgesteld dat voor een oppervlakte van 17 000 ha rechten aan een communautaire reserve worden toegewezen.

Italië en Griekenland hebben een officiële aanvraag voor extra aanplantrechten ingediend.

Met de nieuwe GMO zijn regelgevingsinstrumenten ingevoerd om het productiepotentieel van de communautaire wijnbouw op peil te houden. Intussen is gebleken dat het niveau van dit potentieel sinds 2000 hetzelfde is gebleven. De impact van de rechten die voor een oppervlakte van 51 000 ha tussen de lidstaten zijn verdeeld, kan nog niet worden ingeschat.

Derhalve zou het voorbarig zijn om het communautaire wijnbouwareaal met 17 000 ha uit te breiden.

  • 3. 
    REGULARISATIE VAN ONWETTIGE AANPLANT

3.1. Doelstelling

De nieuwe GMO voorziet in een sanctie die in de vorige GMO niet bestond: wijnstokken die met ingang van 1 september 1998 in strijd met het aanplantverbod zijn aangeplant, moeten worden gerooid, terwijl het in het kader van de vorige communautaire regeling voldoende was de productie van de betrokken wijnstokken te distilleren.

Ten gevolge van deze wijziging is een systeem geïntroduceerd dat het mogelijk maakt wijnstokken die vóór 1 september 1998 in strijd met het verbod zijn aangeplant, te regulariseren, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Met dit systeem wil men ervoor zorgen dat het communautaire wijnbouwareaal aan het einde van de regularisatieprocedure louter en alleen bestaat uit wettig aangeplante wijnstokken en dat

  • 2) 
    Afhankelijk van de beslissing die de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat na bestudering van de regularisatieaanvraag treft, wordt de afwijking bekrachtigd, of vervalt de afwijking en moet de producent de productie van zijn onwettig aangeplante wijnstokken weer ter distillatie aanbieden én wordt hem een in artikel 2, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1227/2000 vastgestelde sanctie opgelegd.

De betrokken producenten kunnen gebruik maken van vier door de lidstaten te verifiëren en te controleren mogelijkheden om hun onwettig aangeplante wijnstokken

te regulariseren:

"De afwijking wordt verleend :

  • a) 
    wanneer de betrokken wijnproducent eerder andere wijnstokken heeft gerooid op een oppervlakte die, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, gelijkwaardig is, behalve wanneer voor de betrokken oppervlakte op grond van de communautaire of nationale wetgeving een rooipremie is ontvangen;

en/of

  • b) 
    door het gebruik van herbeplantingsrechten toe te staan, wanneer een wijnproducent deze rechten heeft verkregen binnen een na de beplanting van de betrokken oppervlakte vast te stellen periode; de lidstaten kunnen daartoe ook de nieuw gecreëerde aanplantrechten bedoeld in artikel 6, lid 1, gebruiken;

en/of

  • c) 
    indien de lidstaat ten genoegen van de Commissie kan bewijzen dat hij beschikt over niet opgeëiste herbeplantingsrechten die nog geldig zouden zijn indien daarvoor een verzoek was ingediend, mogen die rechten worden gebruikt en toegewezen aan producenten voor een oppervlakte die, uitgedrukt in uitsluitend met wijnstokken beplante cultuurgrond, gelijkwaardig is;

en/of

3.3. Toepassing van de communautaire voorschriften

Aan het einde van het wijnoogstjaar 2002/03 was de stand van zaken met betrekking tot de regularisatie de volgende

19:

Tabel 11

Wijnoogstjaren Toegestane Geweigerde Regularisatieaanvragen

2000/01 tot en regularisaties regularisaties in onderzoek bij de Totaal

met 2002/03 (ha) (ha) lidstaat (ha)

Duitsland 2 2 3 7

Griekenland 6 575 - 5 681 12 256

Spanje 36 534 9 834 36 697 83 065

Frankrijk 128 7 135

Italië 753 6 51 845 52 604

Luxemburg

Oostenrijk

Portugal 9 8 17

Totaal 44 001 9 842 94 241 148 084

Luxemburg en Oostenrijk hebben bevestigd dat voor de drie wijnoogstjaren 2000/01, 2001/02 en 2002/03 geen regularisatieaanvragen zijn ingediend.

In de overige wijnproducerende lidstaten (Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal) is de regularisatieprocedure opgestart.

In Griekenland, Spanje en Italië heeft de regularisatie betrekking op zeer grote oppervlakten.

Volgens artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1493/1999 diende de regularisatieprocedure tegen 31 juli 2002 te zijn afgerond. Aangezien een aantal lidstaten echter herhaaldelijk te kennen heeft gegeven dat het problematisch was de door de producenten ingediende aanvragen tot afwijking naar behoren te controleren, heeft de Commissie in het kader van artikel 80 van Verordening (EG) nr. 1493/1999 deze termijn herhaaldelijk verlengd; de uiterste datum is nu bij Verordening (EG)

nr. 1841/2003 van 17 oktober 2003 vastgesteld op 31 juli 2004.

3.4. Conclusie van de Commissie inzake de regularisatie van onwettige aanplant

Wil men de situatie volledig saneren en een correct beeld van het communautaire wijnbouwpotentieel krijgen, verdient het aanbeveling dit dossier zo spoedig mogelijk

af te ronden.

In dit verband zij erop gewezen dat het probleem betreffende de regularisatie van onwettige aanplant alleen via een wijziging van Verordening (EG) nr. 1493/1999 kan worden opgelost.

De Commissie zal in 2004 een voorstel in die zin indienen.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

12 mrt
'04
COM(2004)161 - Beheer van de aanplantrechten (Hoofdstuk 1 van Titel II van Verordening 1493/1999)


16 jul
'98
COM(1998)370 - Gemeenschappelijke wijnmarktordening


25 jun
'75
COM(1975)317 - Maatregelen tot aanpassing van het wijnbouwpotentieel aan de behoeften van de markt


Bepalingen ter uitvoering van Verordening 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke wijnmarktordening, inzonderheid met betrekking tot het productiepotentieel


Wijziging van Verordening (EG) nr. 1227/2000 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening 1493/1999 houdende een gemeenschappelijke wijnmarktordening, inzonderheid met betrekking tot het productiepotentieel


Statistische enquêtes naar de wijnbouwoppervlakten


Uitvoeringsbepalingen inzake de controles in de wijnbouwsector


 
publicatiedatum 17-03-2004
kenmerk 7364/04

Inhoud