Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën - Hoofdinhoud
RAAD VANBrussel, 26 juli 2004 (09.08)
DE EUROPESE UNIEPUBLIC
11701/04
LIMITE
Interinstitutioneel dossier:
2003/0107 (COD)
ENV 427 IND 105 CODEC 939
NOTA
van:
het secretariaat-generaal
aan: de delegaties
nr. vorig doc.: 11466/04 ENV 410 IND 99 CODEC 908
nr. Comv.: 10143/03 ENV 315 IND 84 CODEC 785 - COM(2003) 319 def.
Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën
Hierbij gaat voor de delegaties de tekst van de ontwerp-richtlijn zoals gewijzigd op basis van het
algemeen compromispakket in 11224/04, de besprekingen in de Groep milieu van 12 juli 2004 en
de opmerkingen van de delegaties naar aanleiding van die vergadering van 12 juli. Waar
BIJLAGE
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende het beheer van afval van de winningsindustrieën 1
Artikel 1
Onderwerp
Deze richtlijn behelst maatregelen, procedures en richtsnoeren om de nadelige effecten op het
milieu, in het bijzonder op water, fauna, flora, bodem, lucht, landschap en materiële activa, als
gevolg van het beheer van afval van de winningsindustrieën, hierna "winningsafval",[...] en de
daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid van de mens [...] te voorkomen of zoveel
mogelijk te beperken.
Artikel 2
Toepassingsgebied
-
1.Onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3 bestrijkt deze richtlijn het beheer van
winningsafval2, dat wil zeggen afval dat afkomstig 3 is van de prospectie, de winning, de
behandeling en de opslag van mineralen en de exploitatie van groeven [...].
-
b)afval dat afkomstig is van de offshore-winning en -behandeling van mineralen 5;
c) [...]
-
d)winningsafval dat is gegenereerd op een terrein en is vervoerd naar een locatie die geen
winningsafvalvoorziening is, met het oogmerk het daar in of op het land te storten;
e) [...]
e bis) injectie van water en herinjectie van opgepompt grondwater in de zin van artikel 11,
lid 3, onder j), eerste en tweede streepje, van Richtlijn 2000/60/EG, voorzover
krachtens dat artikel is toegestaan.
e ter) Afval als gevolg van turfwinning door individuen voor eigen huishoudelijk gebruik,
mits nationale bepalingen gelden die voldoen aan de voorschriften van artikel 4.
6
-
3.Ongevaarlijk inert afval en onverontreinigde grond uit de winning, de behandeling en de
opslag van mineralen en uit de exploitatie van groeven, alsmede afval uit de prospectie van
mineralen worden alleen onderworpen aan de bepalingen van artikel 5, leden 1, 2 en 5 bis,
[...], artikel 11, lid 2, punten a) tot en met e), en artikel 13, leden 1 tot en met 3, tenzij deze
worden gestort in een afvalvoorziening van categorie A.
De bevoegde autoriteit kan de voorschriften voor het storten van ongevaarlijk afval uit de
prospectie van mineralen versoepelen of daarvan afwijken, mits wordt voldaan aan de
vereisten van artikel 4.
-
4.Onverminderd andere communautaire wetgeving is afval dat binnen het toepassingsgebied
van deze richtlijn valt, niet onderworpen aan Richtlijn 1999/31/EG.
Artikel 3
Definities
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
-
1)`afval': afval in de zin van artikel 1, punt a, van Richtlijn 75/442/EEG; 7
-
2)`gevaarlijk afval': gevaarlijke afvalstoffen in de zin van artikel 1, lid 4, van Richtlijn
91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen; *
-
3)`inert afval': afval dat geen significante fysische, chemische of biologische veranderingen
ondergaat. Inert afval lost niet op, verbrandt niet en vertoont ook geen andere fysische of
chemische reacties, het wordt niet biologisch afgebroken en heeft geen zodanige nadelige
effecten op andere stoffen waarmee het in contact komt, dat milieuverontreiniging of schade
aan de menselijke gezondheid dreigt te ontstaan. De totale uitloogbaarheid en het gehalte aan
vervuilende componenten van het afval en de ecotoxiciteit van het percolaat mogen niet
significant zijn en met name de kwaliteit van het oppervlaktewater en/of grondwater niet in
gevaar brengen 8;
3 bis) `onverontreinigde grond': grond die is verwijderd van de bovenste laag van de bodem
(bovengrond) en die volgens de nationale wetgeving van de lidstaat waar de locatie is
gelegen, niet is verontreinigd;
-
4)`minerale bron' of `mineraal': een van nature voorkomende afzetting in de aardkorst van een
organische of anorganische stof, zoals olie, bitumineuze schalie, kool, bruinkool, metaal en
metaalertsen, zout, steen, leisteen, klei, gravel of zand, met inbegrip van aardgas, maar
-
5)`winningsindustrieën': alle ondernemingen die zich bezighouden met de bovengrondse of
ondergrondse winning van mineralen, met inbegrip van de winning door middel van het boren
van boorputten of behandeling van het gewonnen materiaal;
5a) `off-shore': het deel van de zee en de zeebodem dat zich vanaf de laagwaterlijn bij normaal
of gemiddeld getij zee-inwaarts uitstrekt;
-
6)`behandeling': een mechanisch, fysisch, biologisch, thermisch 10 of chemisch proces of een
combinatie van dergelijke processen die op minerale bronnen worden uitgevoerd met de
bedoeling het mineraal te extraheren, inclusief compressie, classificatie, scheiding en logen,
en het opnieuw verwerken van eerder weggegooid afval, maar exclusief smelten en/of
metallurgische bewerkingen;
-
7)`tailings': de vaste afvalstoffen of de slurries die achterblijven na de behandeling van
mineralen door middel van scheidingsprocessen (bijv. verbrijzelen, malen, sorteren naar
grootte, flotatie en andere fysisch-chemische technieken) waarbij de waardevolle mineralen
worden gescheiden van 11 het minder waardevolle gesteente;
-
8)`afvalberg': een aangelegde voorziening voor het storten van vast afval op het aardoppervlak
12;
-
9)`dam': een aangelegde structuur die tot doel heeft water en afval binnen een bekken vast te
houden of daartoe te beperken
-
10)`bekken: een natuurlijke of aangelegde voorziening voor het storten van fijnkorrelig afval,
doorgaans tailings, samen met wisselende hoeveelheden vrij water, afkomstig van de
behandeling van minerale bronnen en het zuiveren en recyclen van proceswater;
-
13)`afvalvoorziening': een terrein dat is aangewezen voor het verzamelen of storten van
winningsafval, of dit afval zich in vaste of in vloeibare toestand bevindt, is opgelost of in een
vloeistof zweeft, voor de duur van meer dan drie jaar voor voorzieningen voor
onverontreinigde grond, ongevaarlijk afval uit prospectie en ongevaarlijk inert afval, die niet
zijn ingedeeld in categorie A, en voor de duur van meer dan een jaar voor alle overige
voorzieningen, met uitzondering van voorzieningen voor gevaarlijk afval waarvoor geen
termijn geldt. Tot dergelijke voorzieningen worden gerekend dammen of een andere
structuren voor het bevatten, vasthouden, beperken of anderszins ondersteunen van een
dergelijke voorziening, alsmede, doch niet uitsluitend, afvalbergen en bekkens, maar met
uitzondering van uitgravingen waarin afval wordt teruggeplaatst na extractie van het mineraal
met het oog op rehabilitatie.
-
14)`zwaar ongeval': een gebeurtenis op het terrein waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na
verloop van tijd ernstig gevaar voor de gezondheid van de mens en voor het milieu [...]
ontstaat, op het terrein of daarbuiten 15;
-
15)`gevaarlijke stof': een stof, mengsel of preparaat die gevaarlijk is in de zin van Richtlijn
67/548/EEG * van de Raad en Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de
Raad ****;
-
16)`beste beschikbare 16 technieken': beste beschikbare technieken in de zin van artikel 2,
punt 11, van Richtlijn 96/61/EG 17;
-
17)`ontvangend waterlichaam': oppervlaktewater in de zin van artikel 2, punt 1, van Richtlijn
2000/60/EG, grondwater in de zin van artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2000/60/EG,
overgangswater in de zin van artikel 2, punt 6, van Richtlijn 2000/60/EG, en kustwater in de
-
18)`rehabilitatie': de behandeling van het land dat nadelige invloed heeft ondervonden 18 van een
afvalvoorziening, op een zodanige manier dat het land weer in een bevredigende toestand
wordt gebracht, en met speciale aandacht voor [de bodemkwaliteit], de wilde dieren, de
natuurlijke habitats, de zoetwatersystemen, het landschap en passend bevorderlijk
landgebruik, [zoals die vóór de activiteiten bestonden] 19;
18 bis) `prospectie': 20 het zoeken naar economisch winbare ertslagen, tevens inhoudende
bemonstering, bulkbemonstering, boren en graven, maar geen werkzaamheden voor de
exploitatie van dergelijke lagen, noch activiteiten die rechtstreeks verbonden zijn met
bestaande winning;
-
19)`publiek': één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen en, in overeenstemming met de
nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen;
-
20)`betrokken publiek': het publiek dat de gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van
of belanghebbende is bij de in de artikel 6 en 7 bedoelde milieubesluitvorming; voor de
toepassing van deze omschrijving worden niet-gouvernementele organisaties die zich voor
milieubescherming inzetten en voldoen aan de eisen van nationaal recht, geacht
belanghebbende te zijn;
-
21)`exploitant': de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het beheer
van 21 winningsafval, in overeenstemming met de nationale wetgeving van de lidstaat waar
het afvalbeheer plaatsvindt, met inbegrip van de nationale wetgeving met betrekking tot de
tijdelijke opslag van winningsafval, alsmede de exploitatiefasen en de fase na de sluiting;
-
24)`bevoegde autoriteit': de autoriteit of de autoriteiten die een lidstaat aanwijst als zijnde
verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die uit deze richtlijn voortvloeien;
-
25)`terrein': alle land op een afzonderlijke geografische locatie onder de beheerscontrole van een
exploitant. 22
Artikel 4
Algemene voorschriften
-
1.De lidstaten zorgen ervoor dat de bepalingen van artikel 4 van Richtlijn 75/442/EEG worden
toegepast op het beheer van winningsafval en in het bijzonder dat de exploitant van een
afvalvoorziening alle maatregelen treft die nodig zijn om de nadelige effecten van het beheer
van die voorziening voor het milieu en voor de gezondheid van de mens [...], ook na sluiting
van de voorziening, te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, en om zware ongevallen
waarbij die voorziening is betrokken, te voorkomen en de gevolgen ervan voor het milieu en
voor de gezondheid van de mens [...] te beperken.
-
2.De in lid 1 genoemde maatregelen worden onder meer gebaseerd op de beste beschikbare
technieken, zonder het gebruik van een bepaalde techniek of specifieke technologie voor te
schrijven, maar door rekening te houden met de technische kenmerken, de geografische
ligging en de plaatselijke milieuomstandigheden van de afvalvoorziening.
-
2.Een afvalbeheersplan heeft tot doel:
-
a)het ontstaan van afval, alsook de schadelijkheid ervan te voorkomen of te beperken, in
het bijzonder door aandacht te schenken aan:
-
i)alternatieve mogelijkheden inzake afvalbeheer in de ontwerpfase en bij de keuze
van de methode die wordt gebruikt voor de winning en behandeling van
mineralen;
-
ii)de veranderingen die het winningsafval kan ondergaan met betrekking tot een
vergroting van de oppervlakte en de blootstelling aan bovengrondse omstandig-
heden;
-
iii)terugplaatsing van winningsafval [...] in de uitgegraven ruimtes na extractie van
het mineraal, voorzover dit technisch en economisch haalbaar en vanuit
milieuoogpunt verantwoord is, overeenkomstig de huidige milieunormen op
Gemeenschapsniveau en, indien van toepassing, overeenkomstig de voorschriften
van deze richtlijn;
-
iv)het weer aanbrengen van bovengrond na de sluiting van de afvalvoorziening of,
als dit praktisch niet haalbaar is, hergebruik van de bovengrond elders;
(v) het gebruik van minder gevaarlijke stoffen 23 voor de behandeling van minerale
bronnen;
-
b)de nuttige toepassing van winningsafval door middel van recycling, hergebruik of terugwinning van dergelijk afval te bevorderen waar dat vanuit milieuoogpunt verantwoord is overeenkomstig de huidige milieunormen op Gemeenschapsniveau en/of, indien van toepassing, andere voorschriften van deze richtlijn;
b bis) op de korte en de lange termijn de veilige opslag van het afval te waarborgen, met name
door in de ontwerpfase het beheer tijdens de exploitatie en in de fase na sluiting van een afvalvoorziening in overweging te nemen.
25
-
3.Het afvalbeheersplan zal ten minste de volgende elementen bevatten:
-
a)een karakterisering van het afval volgens bijlage II en de geschatte totale hoeveelheden
winningsafval die tijdens de exploitatiefase zullen worden geproduceerd;
-
b)een beschrijving van de werkzaamheden die dergelijk afval voortbrengen, en van
eventuele daaropvolgende behandelingen die dit afval zal ondergaan;
-
c)een beschrijving van de manier waarop het milieu en de gezondheid van de mens [...]
nadelige effecten kunnen ondervinden als gevolg van het storten van dergelijk afval en
de preventieve maatregelen die moeten worden genomen om de gevolgen voor het
milieu tijdens de exploitatie en na sluiting tot een minimum te beperken, met inbegrip
van de elementen waarnaar wordt verwezen in artikel 11, lid 2, onder a), b), d) en e);
-
d)de voorgestelde controle- en bewakingsprocedures uit hoofde van artikel 10 (indien van
toepassing) en 11, lid 2, onder c);
-
e)het voorgestelde plan voor sluiting, inclusief de rehabilitatie, de procedures voor de
follow-up van de sluiting en de bewaking overeenkomstig artikel 12;
-
f)maatregelen ter voorkoming van de verslechtering van de waterkwaliteit en bodem- en
luchtverontreiniging uit hoofde van artikel 13.
Het afvalbeheersplan moet voldoende informatie verstrekken om de bevoegde autoriteit in
staat te stellen te beoordelen in hoeverre de exploitant in staat is 26 zijn verplichtingen uit
hoofde van deze richtlijn naleven.
-
4.Het afvalbeheersplan wordt elke vijf jaar kritisch beoordeeld en/of, waar nodig, gewijzigd in
geval van belangrijke wijzigingen in de exploitatie van de afvalvoorziening of in het gestorte
afval. De bevoegde autoriteit wordt in kennis gesteld van de wijzigingen.
-
5.Ook plannen die worden opgesteld uit hoofde van andere nationale of communautaire wet-
geving en die de in lid 3 genoemde informatie bevatten, kunnen worden gebruikt wanneer dit
onnodige overlapping van informatie en dubbel werk voor de exploitant voorkomt, mits aan
alle voorschriften van lid 1 tot en met 4 wordt voldaan.
5 bis. De bevoegde autoriteit keurt het afvalbeheersplan goed op basis van procedures die door de
lidstaten worden bepaald en ziet toe op de uitvoering ervan.
Artikel 6
Preventie van zware ongevallen en informatieverstrekking 27
-
1.De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op [afvalvoorzieningen van categorie A in
de zin van artikel 9, met uitzondering van] 28 de afvalvoorzieningen die onder Richtlijn
-
2.Onverminderd andere communautaire wetgeving en in het bijzonder Richtlijn 92/91/EEG *
van de Raad en Richtlijn 92/104/EEG **** van de Raad, zorgen de lidstaten ervoor dat de
gevaren van zware ongevallen in kaart zijn gebracht en dat in het ontwerp, de bouw, de
exploitatie, het onderhoud, de sluiting en de follow-up van de sluiting van de
afvalvoorziening de aspecten zijn opgenomen om dergelijke ongevallen te voorkomen en de
nadelige gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en voor het milieu [...], met
inbegrip van grensoverschrijdende gevolgen, te beperken.
-
3.Voor de toepassing van lid 2 legt elke exploitant, voordat de exploitatie begint, een
preventiebeleid voor zware ongevallen met betrekking tot het beheer van winningsafval vast
en voert een veiligheidsbeheersysteem in dat overeenkomstig de in punt 1 van bijlage I
beschreven elementen wordt uitgevoerd. Tevens stelt hij een intern noodplan op met de
maatregelen die moeten worden genomen wanneer zich op het terrein een ongeval voordoet.
In het kader van dat beleid stelt de exploitant een veiligheidsmanager aan die verantwoor-
delijk is voor de uitvoering van en het periodieke toezicht op het preventiebeleid voor zware
ongevallen.
De bevoegde autoriteit stelt een extern noodplan op voor de maatregelen die buiten het terrein
moeten worden genomen wanneer zich een ongeval voordoet. In het kader van de
vergunningsaanvraag 29 verstrekt de exploitant de bevoegde autoriteit de benodigde
informatie zodat deze het plan kan opstellen.
-
c)verstrekken van de nodige informatie aan het betrokken publiek en aan de betrokken
diensten of autoriteiten in het gebied;
-
d)zorgen voor de rehabilitatie, het herstel en de sanering van het milieu na een zwaar
ongeval.
De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant de bevoegde autoriteit bij een zwaar ongeval
onmiddellijk alle informatie verstrekt die nodig is om de gevolgen van het ongeval voor de
gezondheid van de mens tot een minimum te helpen beperken en de omvang van de feitelijke
of potentiële milieuschade te beoordelen en tot een minimum te beperken.
-
5.De lidstaten zorgen ervoor dat het betrokken publiek vroegtijdig en effectief in de gelegenheid
wordt gesteld te participeren in de voorbereiding of de beoordeling van het externe noodplan
dat moet worden opgesteld overeenkomstig lid 3. Daartoe moet het betrokken publiek worden
geïnformeerd over dergelijke voorstellen en moet relevante informatie beschikbaar worden
gesteld, met inbegrip van onder meer informatie over het recht om te participeren in het
besluitvormingsproces en informatie over de bevoegde autoriteit waaraan opmerkingen en
vragen kunnen worden gericht.
De lidstaten zorgen ervoor dat het betrokken publiek gerechtigd is om binnen een redelijk
tijdsbestek opmerkingen naar voren te brengen en dat in de besluitvorming over het externe
noodplan op passende wijze rekening wordt gehouden met deze opmerkingen.
Artikel 7
Aanvraag en vergunning
-
1.Geen enkele afvalvoorziening 30 mag worden geëxploiteerd zonder een door de bevoegde
autoriteit verleende vergunning. De vergunning bevat de elementen die zijn gespecificeerd in
lid 2 en vermeldt duidelijk de categorie van de voorziening volgens de criteria van artikel 9.
Mits aan alle voorschriften van dit artikel wordt voldaan, mogen uit hoofde van andere
nationale of communautaire wetgeving verleende vergunningen worden gecombineerd tot één
vergunning, wanneer dit onnodige overlapping van informatie en dubbel werk van de
exploitant of de bevoegde autoriteit voorkomt. De in artikel 7, lid 2, gespecificeerde
elementen kunnen onder één enkele vergunning of verschillende vergunningen vallen, op
voorwaarde dat is voldaan aan alle voorschriften uit hoofde van dit artikel.
-
2.De aanvraag om een vergunning bevat ten minste de volgende bijzonderheden:
-
a)de identiteit van de exploitant;
-
b)de voorgestelde locatie van de afvalvoorziening, met inbegrip van eventuele alternatieve
locaties;
-
c)het afvalbeheersplan uit hoofde van artikel 5;
e bis) de door de exploitant overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn 85/337/EEG verschafte
informatie indien overeenkomstig die richtlijn een milieu-effectrapportage vereist is.
3. [...]
-
4.De bevoegde autoriteit verleent alleen een vergunning indien zij zich ervan vergewist heeft
dat:
-
a)de exploitant 31 voldoet aan de toepasselijke voorschriften van deze richtlijn;
-
b)het afvalbeheer niet rechtstreeks indruist tegen, noch anderszins een belemmering vormt
voor de toepasselijke plannen bedoeld in artikel 7 van Richtlijn 75/442/EEG.
4 bis. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteiten
de voorwaarden voor een vergunning op gezette tijden opnieuw bezien en, waar nodig,
bijstellen:
-
-wanneer zich beduidende veranderingen voordoen in de exploitatie van de voorziening
of in het gestorte afval;
-
-op basis van de resultaten van de bewaking waarover de exploitant uit hoofde van
artikel 11, id 3, verslag heeft uitgebracht of van de uit hoofde van artikel 16 uitgevoerde
inspecties;
-
-in het licht van informatie-uitwisseling over de beste beschikbare technieken uit hoofde
Artikel 8
Inspraak van het publiek 33
-
1.Het publiek wordt, via openbare kennisgevingen of andere passende middelen zoals elektro-
nische media, indien beschikbaar, in een vroeg stadium van de procedure voor het verlenen
van een vergunning of ten laatste zodra de informatie redelijkerwijs kan worden verstrekt, in
kennis gesteld van:
-
a)de aanvraag om een vergunning of, naar gelang van de omstandigheden, het voorstel
voor de bijstelling van een vergunning overeenkomstig artikel 7;
-
b)voorzover van toepassing, het feit dat een besluit onderworpen is aan overleg tussen
de lidstaten overeenkomstig artikel 15;
-
c)details betreffende de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het
nemen van een besluit of waarbij relevante informatie kan worden verkregen of
waaraan opmerkingen of vragen kunnen worden voorgelegd, en details betreffende
het tijdsbestek voor het doorgeven van opmerkingen of vragen;
-
d)de aard van de mogelijke besluiten of, voorzover van toepassing, het ontwerp-besluit;
-
e)voorzover van toepassing, de details betreffende een voorstel voor de bijstelling van
een vergunning of van de vergunningsvoorwaarden;
-
f)een indicatie van de tijdstippen waarop, de plaatsen waar en de wijze waarop de
relevante informatie beschikbaar wordt gesteld;
-
g)nadere gegevens inzake de regelingen betreffende de inspraak en de raadpleging van
het publiek die overeenkomstig punt 5 zijn bepaald.
-
b)in overeenstemming met de bepalingen van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees
Parlement en de Raad betreffende de toegang van het publiek tot milieu-informatie *
alle informatie, naast de informatie waarnaar wordt verwezen in lid 1 van het
onderhavige artikel, die relevant is voor het besluit overeenkomstig artikel 7 van deze
richtlijn en die pas beschikbaar komt nadat het publiek overeenkomstig lid 1 van het
onderhavige artikel is ingelicht.
-
3.Het betrokken publiek is gerechtigd aan de bevoegde autoriteit opmerkingen en meningen kenbaar te maken voordat een besluit wordt genomen.
34
-
4.De resultaten van de raadplegingen uit hoofde van dit artikel worden terdege in aanmerking
genomen bij de besluitvorming.
-
5.Nadat een besluit is genomen, stelt de bevoegde autoriteit het betrokken publiek hiervan in
kennis overeenkomstig de passende procedures en stelt zij de volgende informatie beschik-
baar voor het betrokken publiek:
-
a)de inhoud van het besluit[, met inbegrip van een afschrift van de vergunning]35;
-
b)de redenen en overwegingen waarop het besluit is gebaseerd.
-
6.De nadere regelingen voor inspraak krachtens dit artikel worden door de lidstaten zodanig
vastgesteld dat het betrokken publiek zich terdege kan voorbereiden en werkelijk inspraak
Artikel 9
Indeling van afvalvoorzieningen 36
Voor de toepassing van deze richtlijn zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten
afvalvoorzieningen afhankelijk van hun potentiële gevaar in één van de volgende categorieën
indelen:
(1) categorie A: een afvalvoorziening waarvan het falen of de onjuiste exploitatie een zwaar
ongeval zou kunnen veroorzaken;
(2) categorie B: elke afvalvoorziening die niet behoort tot categorie A.
De criteria voor het vaststellen van de indeling van een afvalvoorziening in categorie A worden
Artikel 10
Uitgegraven ruimtes 37
-
1.38 De lidstaten zorgen ervoor dat de exploitant, indien deze winningsafval [...] terugplaatst in
de door bovengrondse of ondergrondse winning ontstane uitgegraven ruimtes, passende
maatregelen neemt om:
(1) de stabiliteit van het winningsafval [...] veilig te stellen overeenkomstig mutatis
mutandis artikel 11, lid 2;
(2) verontreiniging van bodem, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen overeen-
komstig mutatis mutandis artikel 13, leden 1 en 2;
(3) te zorgen voor de bewaking van het winningsafval [...] overeenkomstig mutatis
mutandis artikel 12, leden 4 en 5.
-
2.Richtlijn 99/31/EG blijft van toepassing op niet uit de winningsindustrie afkomstig afval dat
wordt gebruikt voor het opvullen van uitgegraven ruimtes.
Artikel 11
Bouw en beheer van afvalvoorzieningen
-
1.De lidstaten treffen passende maatregelen om te verzekeren dat het beheer van een afval-
voorziening in handen is van een competent persoon en dat wordt gezorgd voor technische
ontwikkeling en opleiding van het personeel.
-
2.De bevoegde autoriteit vergewist zich ervan dat de exploitant bij de bouw van een nieuwe
afvalvoorziening of de aanpassing van een bestaande afvalvoorziening ervoor zorgt dat:
-
a)de afvalvoorziening geschikt gelegen is, in het bijzonder gelet op geologische,
hydrologische, hydrogeologische, seismische en geotechnische factoren, en zo is
ontworpen dat wordt voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden om, op de korte en
de lange termijn, verontreiniging van de bodem, de lucht, het grondwater of het
oppervlaktewater, rekening houdend met in het bijzonder Richtlijn 76/464/EEG,
Richtlijn 80/68/EG en Richtlijn 2000/60/EG, te voorkomen, te verzekeren dat
verontreinigd water en percolaat op doelmatige wijze worden verzameld zoals en
wanneer dat volgens de vergunning wordt verlangd, en erosie door water of wind
tegen te gaan voor zover dat technisch mogelijk en economisch haalbaar is;
-
b)de afvalvoorziening passend is gebouwd, goed wordt beheerd en onderhouden,
teneinde op de korte en de lange termijn haar fysische stabiliteit te verzekeren en
verontreiniging of besmetting van de bodem, de lucht, het oppervlaktewater of het
-
3.De exploitant geeft de bevoegde autoriteit zonder onnodig uitstel en in elk geval binnen
48 uur kennis van alle gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit van de
voorziening, alsook van alle belangrijke nadelige milieueffecten die bij de controle- en
bewakingsprocedures van de afvalvoorziening aan het licht komen. De exploitant voert het
interne noodplan, indien van toepassing, uit en volgt alle overige instructies van de bevoegde
autoriteit met betrekking tot de te treffen correctieve maatregelen.
De exploitant betaalt de kosten van de te treffen maatregelen.
De exploitant brengt met een frequentie die wordt bepaald door de bevoegde autoriteit, maar
in elk geval minstens één maal per jaar, op basis van verzamelde gegevens aan de bevoegde
autoriteiten verslag uit van alle bewakingsresultaten om aan te tonen dat wordt voldaan aan de
voorschriften van de vergunning, en om de kennis van het gedrag van afval en
afvalvoorzieningen te vergroten. Op basis van dit rapport kan de bevoegde autoriteit besluiten
dat validering door een onafhankelijk deskundige noodzakelijk is.
Artikel 12
Procedures voor de sluiting van afvalvoorzieningen en de fase na de sluiting
-
3.Een afvalvoorziening mag pas als definitief gesloten worden beschouwd nadat de bevoegde
autoriteit zonder onnodig uitstel een eindinspectie op het terrein heeft uitgevoerd, alle
rapporten heeft beoordeeld die door de exploitant zijn ingediend, officieel heeft verklaard dat
het terrein is gerehabiliteerd en aan de exploitant heeft medegedeeld dat zij de sluiting
goedkeurt.
Die goedkeuring doet niets af aan de verplichtingen van de exploitant uit hoofde van de
voorwaarden van de vergunning of andere wettelijke bepalingen.
-
4.De exploitant is verantwoordelijk voor het onderhoud, de bewaking en de controle van de
afvalvoorziening in de fase na de sluiting voor zolang de bevoegde autoriteit zulks verlangt 39,
rekening houdend met de aard en de duur van het gevaar, tenzij de bevoegde autoriteit besluit
dergelijke taken, na de definitieve sluiting van een afvalvoorziening van de exploitant over te
nemen, onverminderd eventuele nationale of communautaire wetgeving betreffende de
aansprakelijkheid van de afvalhouder.
-
5.Indien de bevoegde autoriteit dat na de sluiting van een afvalvoorziening noodzakelijk acht,
zal de exploitant in het bijzonder de fysische en chemische stabiliteit van de voorziening
onder controle houden en eventuele negatieve milieueffecten tot een minimum beperken, in
het bijzonder met betrekking tot het oppervlaktewater en grondwater, door te verzekeren dat:
-
6.Na de sluiting van de afvalvoorziening geeft de exploitant onverwijld kennis van alle
gebeurtenissen of ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de stabiliteit van een
voorziening, alsook van alle belangrijke nadelige milieueffecten die bij de relevante controle-
en bewakingsprocedures aan het licht komen. De exploitant voert het interne noodplan, indien
van toepassing, uit en volgt alle overige instructies van de bevoegde autoriteit met betrekking
tot de te treffen correctieve maatregelen.
De exploitant betaalt de kosten van de te treffen maatregelen.
In bepaalde gevallen en met een door de bevoegde autoriteit te bepalen frequentie brengt de
exploitant aan de bevoegde autoriteiten verslag uit van alle op basis van verzamelde gegevens
opgestelde bewakingsresultaten om aan te tonen dat wordt voldaan aan de voorschriften van
de vergunning en om de kennis van het gedrag van afval en afvalvoorzieningen te vergroten.
Artikel 13
Preventie van de verslechtering van de toestand van het water, lucht- en bodemverontreiniging
-
1.De bevoegde autoriteit moet zich ervan overtuigen dat de exploitant de noodzakelijke
maatregelen heeft genomen, teneinde:
-
a)de kans te beoordelen op de generatie van percolaat, met inbegrip van de
verontreinigde bestanddelen van het percolaat, vanuit het gestorte afval tijdens de
1 bis. De bevoegde autoriteit zorgt ervoor dat de exploitant de noodzakelijke maatregelen heeft
genomen om stof- en gasemissies te voorkomen of te beperken.
-
2.Als de bevoegde autoriteit op basis van een beoordeling van de milieurisico's en rekening
houdend met in het bijzonder Richtlijn 76/464/EEG * van de Raad, Richtlijn 80/68/EEG ****
van de Raad of Richtlijn 2000/60/EG, voorzover van toepassing, heeft besloten dat het
verzamelen en behandelen van percolaat niet nodig is, of als is vastgesteld dat de
afvalvoorziening geen potentieel gevaar voor de bodem, het grondwater of het
oppervlaktewater vormt, kunnen de voorschriften van lid 1, onder b) en c),
dienovereenkomstig worden afgezwakt of vervallen.
-
3.De lidstaten verbinden aan het storten van winningsafval, ongeacht of dit zich in vaste vorm,
in de vorm van slib of in vloeibare vorm bevindt, in een ontvangend waterlichaam, niet zijnde
het waterlichaam dat is aangelegd voor het verwijderen van winningsafval, de voorwaarde dat
de exploitant voldoet aan de toepasselijke voorschriften van Richtlijn 76/464/EEG,
Richtlijn 80/68/EEG en Richtlijn 2000/60/EG.
-
4.In het geval van een bekken waarin cyanide aanwezig is, verzekert de exploitant dat de
concentratie van in zwak zuur scheidbaar cyanide in het bekken met behulp van de beste
beschikbare technieken wordt beperkt tot het laagst mogelijke niveau en dat de concentratie
van in zwak zuur scheidbaar cyanide op het punt van lozing van de tailings van de
verwerkingsfabriek in het bekken in elk geval de 50 ppm vanaf [omzettingsdatum] 41, de 25
Op verzoek van de bevoegde autoriteit, toont de exploitant door middel van een risico-
beoordeling waarin rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden van het
terrein, aan dat die concentratiegrenzen niet verder hoeven te worden verlaagd.
Artikel 14
Financiële garantie en milieuaansprakelijkheid
-
1.Voordat wordt begonnen met werkzaamheden waarbij afval wordt gestort in of op het land,
verlangt de bevoegde autoriteit dat een financiële garantie wordt gesteld, bijvoorbeeld in de
vorm van een waarborgsom of equivalent, inclusief door de bedrijfstak gesponsorde
onderlinge borgstelling, op basis van procedures die door de lidstaten worden omschreven,
zodat:
-
a)alle verplichtingen die voortvloeien uit de vergunning die ingevolge deze richtlijn wordt
verleend, inclusief bepalingen voor na de sluiting, worden nagekomen;
-
b)op elk moment middelen voorhanden zijn voor de rehabilitatie van het land dat invloed
heeft ondervonden van de afvalvoorziening.
-
2.De berekening van de in lid 1 genoemde garantie wordt gemaakt op basis van:
-
a)de waarschijnlijke invloed van de voorziening op het milieu. Daarbij wordt in het
bijzonder rekening gehouden met de categorie van de voorziening, de kenmerken van
het afval en het toekomstige gebruik van het gerehabiliteerde land;
-
4.Indien de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 12, lid 3, instemt met de sluiting,
verstrekt de bevoegde autoriteit de exploitant een schriftelijke verklaring die de exploitant
ontslaat van de in lid 1 bedoelde garantieverplichting met uitzondering van de
verplichtingen die betrekking hebben op de fase na de sluiting van de voorziening,
overeenkomstig artikel 12, lid 4.
-
5.Het volgende punt wordt toegevoegd aan bijlage III van Richtlijn 2004/35/EG betreffende
milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade:
"13. De exploitatie van winningsafvalvoorzieningen krachtens een vergunning uit hoofde van
Richtlijn .../.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het beheer van afval uit
winningsindustrieën;".
Artikel 15
Grensoverschrijdende effecten42
-
1.Als een lidstaat waar zich een voorziening bevindt zich ervan bewust is dat de exploitatie van
een afvalvoorziening van categorie A43 aanmerkelijke nadelige milieueffecten kan hebben
met de daaruit voortvloeiende risico's voor de gezondheid van de mens [...] in een andere
lidstaat, of als een lidstaat die dergelijke gevolgen kan ondervinden, daarom vraagt, verstrekt
de lidstaat op wiens grondgebied de aanvraag van een vergunning uit hoofde van artikel 7 is
ingediend, de informatie die uit hoofde van dat artikel is verstrekt aan de andere lidstaat op
-
2.Binnen het kader van hun bilaterale betrekkingen zorgen de lidstaten ervoor dat de aanvragen
in de in lid 1 bedoelde gevallen gedurende een passende periode ook beschikbaar worden
gesteld voor het betrokken publiek van de lidstaat die invloed kan ondervinden, zodat dit
publiek het recht krijgt om opmerkingen over deze aanvragen kenbaar te maken voordat de
bevoegde autoriteit tot haar besluit komt.
-
3.De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een ongeval waarbij een in lid 1 bedoelde
afvalvoorziening betrokken is, informatie die door de exploitant aan de bevoegde autoriteit
wordt verstrekt uit hoofde van artikel 6, lid 4, onmiddellijk naar de andere lidstaat wordt
doorgezonden teneinde de gevolgen van het ongeval voor de gezondheid van de mens tot een
minimum te helpen beperken en de omvang van de feitelijke of potentiële milieuschade te
beoordelen en tot een minimum te beperken.
Artikel 16
Inspecties door de bevoegde autoriteit
-
1.Voorafgaand aan de aanvang van de stortactiviteiten en vervolgens met regelmatige door de
betrokken lidstaat te bepalen tussenpozen, ook in de fase na de sluiting, inspecteert de
bevoegde autoriteit elke afvalvoorziening waarop artikel 7 van toepassing is, om te
verzekeren dat de voorziening voldoet aan de relevante voorschriften van de vergunning. Een
positief resultaat doet niets af aan de verantwoordelijkheid van de exploitant uit hoofde van de
voorschriften van de vergunning.
Artikel 17
Rapportageverplichting
-
1.Elke drie jaar brengen de lidstaten de Commissie verslag uit over de uitvoering van deze
richtlijn. Dit verslag wordt opgesteld aan de hand van een volgens de in artikel 21, lid 2,
bedoelde procedure door de Commissie vast te stellen vragenlijst of een overzicht. Het
verslag wordt aan de Commissie toegezonden binnen negen maanden na de periode van drie
jaar waarop het betrekking heeft.
Binnen negen maanden na ontvangst van de verslagen van de lidstaten publiceert de
Commissie een verslag over de uitvoering van de richtlijn.
-
2.Elk jaar verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over 44 voorvallen die door de
exploitanten zijn gemeld overeenkomstig artikel 11, lid 3, en artikel 12, lid 6. De Commissie
stelt deze informatie op verzoek beschikbaar voor de lidstaten. Onverminderd de
communautaire wetgeving over de toegang van het publiek tot milieu-informatie, stellen de
lidstaten op hun beurt deze informatie op verzoek beschikbaar voor het betrokken publiek. 45
Artikel 18
Sancties46
De lidstaten stellen regels vast met betrekking tot sancties in geval van schending van de bepalingen
Artikel 18 bis
Inventaris van gesloten afvalvoorzieningen
De lidstaten zien erop toe dat [...] een inventaris wordt opgesteld van op hun grondgebied
gevestigde gesloten (inclusief verlaten) afvalvoorzieningen die ernstige negatieve milieugevolgen
hebben of die in de nabije toekomst een ernstige bedreiging kunnen gaan vormen voor de
gezondheid van de mens en voor het milieu. Deze inventaris, die openbaar moet worden gemaakt,
wordt uitgevoerd binnen vier jaar na [omzettingsdatum].
Artikel 19
Uitwisseling van informatie
-
1.De Commissie, bijgestaan door het in artikel 21 bedoelde comité, zorgt ervoor dat tussen de
lidstaten een passende uitwisseling van technische en wetenschappelijke informatie
plaatsvindt om methodologieën te ontwikkelen die betrekking hebben op:
-
a)de naleving van artikel 18 bis;
-
b)de rehabilitatie van de gesloten afvalvoorzieningen die in kaart zijn gebracht uit hoofde
van artikel 18 bis 47, teneinde aan de voorschriften van artikel 4 te voldoen. Dergelijke
methodologieën maken het mogelijk de geschiktste risicobeoordelingsprocedures en
herstelmaatregelen op te zetten, gelet op de verscheidenheid aan geologische,
hydrogeologische en klimatologische kenmerken in Europa.
Artikel 20
Uitvoering en wijziging van maatregelen
-
1.Binnen drie jaar48 na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn stelt de Commissie
volgens de in artikel 21, lid 2, bedoelde procedure de bepalingen vast die nodig zijn voor de
volgende punten, met voorrang voor de punten e) en f):
-
a)harmonisatie en periodieke toezending van de informatie bedoeld in artikel 7, lid 5, en
artikel 12, lid 6;
-
b)uitvoering van artikel 13, lid 4, met inbegrip van technische voorschriften voor de
definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor;
-
c)technische richtsnoeren voor het stellen van een financiële garantie overeenkomstig
artikel 14, lid 2 49;
-
d)technische richtsnoeren voor inspecties overeenkomstig artikel 16;
-
e)aanvulling van de technische voorschriften voor de afvalkarakterisering in bijlage II;
-
f)bepaling van de gedetailleerde criteria voor de indeling van afvalvoorzieningen
overeenkomstig bijlage III [...];
-
g)vaststelling van geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en
analysemethoden voor de technische uitvoering van deze richtlijn.
Deze wijzigingen worden aangebracht teneinde een hoog niveau van milieubescherming te
bereiken.
Artikel 21
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 18 van Richtlijn
75/442/EEG (hierna "het comité").
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van
toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie
maanden.
Artikel 22
Overgangsbepaling50
De lidstaten zorgen ervoor dat een afvalvoorziening waaraan een vergunning is verleend of die al in
bedrijf is [...] op [datum van omzetting] [binnen vier jaar] na die datum aan de bepalingen van deze
richtlijn voldoet, behalve de in artikel 14, lid 1, bedoelde afvalvoorzieningen die binnen [zes jaar]
Artikel 23
Omzetting
-
1.De lidstaten nemen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan om vóór
[datum inwerkingtreding + 24 maanden] aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de
Commissie daarvan onverwijld in kennis.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële
bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden
vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op
het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen, alsmede een transponeringstabel waarin
wordt aangegeven in welke nationale bepalingen de bepalingen van deze richtlijn zijn
verwerkt.
Artikel 24
Inwerkingtreding
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgend op die van haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
BIJLAGE I
Preventie voor zware ongevallen en informatie die aan het betrokken publiek moet worden
verstrekt 51
-
1.Beleid ter voorkoming van zware ongevallen
Het beleid ter voorkoming van zware ongevallen en het veiligheidsbeheersysteem van de exploitant
dienen in verhouding te staan tot de gevaren voor zware ongevallen die de afvalvoorziening
oplevert. Bij de uitvoering daarvan zal met de volgende elementen rekening worden gehouden:
(1) Het preventiebeleid voor zware ongevallen dient de algemene doelen en handelings-
beginselen van de exploitant te bevatten met betrekking tot de beheersing van de gevaren
voor zware ongevallen;
(2) Het veiligheidsbeheersysteem dient het deel van het algemene beheersysteem te omvatten
dat betrekking heeft op de organisatiestructuur, de verantwoordelijkheden, de praktijken, de
procedures, de processen en de middelen voor de vaststelling en de uitvoering van het beleid
ter voorkoming van zware ongevallen;
(3) Het veiligheidsbeheersysteem dient in te gaan op de volgende zaken:
(a) organisatie en personeel -- de taken en verantwoordelijkheden van het personeel dat
betrokken is bij het beheer van grote gevaren, op alle niveaus van de organisatie;
bepaling van opleidingsbehoeften van dit personeel en het bieden van de aldus
bepaalde opleiding, en betrokkenheid van werknemers en, voorzover van toepassing,
(d) management van verandering -- de goedkeuring en tenuitvoerlegging van proce-
dures voor de planning van aanpassingen aan of het ontwerp van nieuwe afvalvoor-
zieningen;
(e) planning voor noodsituaties -- de goedkeuring en uitvoering van procedures voor het
in kaart brengen van voorzienbare noodsituaties door middel van systematische
analyse, en voor het opstellen, testen en beoordelen van noodplannen om op
dergelijke noodsituaties te reageren;
(f) bewaking van de prestaties -- de goedkeuring en uitvoering van procedures voor de
doorlopende beoordeling van de overeenstemming met de doelstellingen van het
preventiebeleid voor zware ongevallen en het veiligheidsbeheersysteem van de
exploitant, en de mechanismen voor het onderzoeken van en het treffen van
corrigerende maatregelen in gevallen van niet-naleving. De procedures moeten het
systeem van de exploitant voor de rapportage van zware ongevallen of bijna-
ongevallen bestrijken, in het bijzonder de voorvallen die te maken hebben met het
falen van beschermende maatregelen, alsook het onderzoek daarnaar en de follow-up
op basis van de verworven kennis;
(g) audit en toetsing -- de goedkeuring en uitvoering van procedures voor de periodieke
systematische toetsing van het preventiebeleid voor zware ongevallen en de
effectiviteit en geschiktheid van het veiligheidsbeheersysteem; de gedocumenteerde
toetsing van de prestaties van het beleid en het veiligheidsbeheersysteem en de
bijstelling daarvan door het hoger kader.
-
2.Informatie die aan het betrokken publiek moet worden verstrekt
(1) De naam van de exploitant en het adres van de afvalvoorziening.
(6) Algemene informatie over de aard van de gevaren voor zware ongevallen, met inbegrip van
de potentiële effecten daarvan op de omwonende bevolking en het omliggende milieu.
(7) Adequate informatie over de manier waarop de betrokken omwonende bevolking zal worden
gewaarschuwd en op de hoogte zal worden gehouden in het geval van een zwaar ongeval.
(8) Adequate informatie over de maatregelen die de betrokken bevolking moet nemen en over
de manier waarop ze zich moeten gedragen in het geval van een zwaar ongeval.
(9) Een bevestiging dat de exploitant, in samenwerking met de hulpdiensten, verplicht is
adequate regelingen te treffen op het terrein om zware ongevallen aan te pakken en de
effecten ervan tot een minimum te beperken.
(10) Een verwijzing naar het externe noodplan dat is opgesteld om buiten het terrein met de
eventuele gevolgen van een ongeval om te gaan. Deze verwijzing dient het advies te
omvatten om ten tijde van een ongeval alle instructies of verzoeken van hulpdiensten op te
volgen.
(11) Gegevens van de plaats waar verdere relevante informatie kan worden verkregen,
afhankelijk van de geheimhoudingsvoorschriften van de nationale wetgeving.
BIJLAGE II
Afvalkarakterisering
Het afval dat in een voorziening wordt gestort, wordt zodanig gekarakteriseerd dat de fysische en
chemische stabiliteit van de structuur op de lange termijn wordt gegarandeerd en zware ongevallen
kunnen worden voorkomen. De afvalkarakterisering omvat, waar dat passend is en in overeen-
stemming is met de classificatie van de voorziening, de volgende aspecten:
(1) een beschrijving van de verwachte fysische, chemische en radiologische kenmerken van het
afval dat op de korte en de lange termijn zal worden gestort, waarbij met name de stabiliteit
ervan onder de atmosferische/meteorologische omstandigheden aan de oppervlakte wordt
vermeld;
(2) een classificatie van het afval volgens de toepasselijke indeling in Beschikking
2000/532/EG * van de Commissie, met bijzondere aandacht voor de gevaarlijke kenmerken
-
van het afval in kwestie;
(3) een beschrijving van de chemische stoffen die worden gebruikt tijdens de behandeling van
het mineraal, en de stabiliteit van deze stoffen;
(4) een beschrijving van de stortmethode;
(5) het toe te passen afvalvervoersysteem. 52
BIJLAGE III
Criteria voor het bepalen van de indeling van afvalvoorzieningen
Een afvalvoorziening wordt ingedeeld in categorie A als:
op basis van een risicobeoordeling [...] aanzienlijke schade in termen van mens en milieu
[...], in het bijzonder buiten de voorziening, redelijkerwijs niet kan worden uitgesloten in het
geval van een breuk of falen waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals de omvang,
de ligging en de gevolgen voor het milieu van de afvalvoorziening, of
de afvalvoorziening afval bevat dat volgens Richtlijn 91/689/EEG boven een bepaalde
drempel als gevaarlijk wordt aangemerkt, of
de afvalvoorziening stoffen of preparaten bevat die volgens Richtlijn 67/548/EEG of Richtlijn
1999/45/EG boven een bepaalde drempel als gevaarlijk worden aangemerkt.
__________________
| publicatiedatum | 26-07-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 11701/04 |
