RAAD VANNL
DE EUROPESE UNIE
6479/05 (Presse 38)
(OR. fr)
PERSMEDEDELING
2644e zitting van de Raad
Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Brussel, 3 maart 2005
Voorzitter de heer François BILTGEN minister van Arbeid en Werkgelegenheid, minister van Cultuur, Hoger Onderwijs en Onderzoek, minister van Eredienst mevrouw Marie-Josée JACOBS minister van Gezinszaken en Integratie, minister van Gelijke Kansen de heer Mars DI BARTOLOMEO minister van Volksgezondheid en Sociale Zekerheid
-
Voornaamste resultaten van de Raadszitting
Hij heeft een (partiële) algemene oriëntatie aangenomen ten aanzien van het ontwerp-besluit tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (PROGRESS), alsmede conclusies over de sociale dimensie van de mondialisering.
3.III.2005
INHOUD1
DEELNEMERS.................................................................................................................................. 4
BESPROKEN PUNTEN
VOORBEREIDING VAN DE VOORJAARSBIJEENKOMST VAN DE EUROPESE RAAD ....... 6
-
-Kernpunten voor de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon................................. 6
-
-Gezamenlijke verslagen over de werkgelegenheid en over het sociaal beleid........................... 9
VOORBEREIDING VAN DE TRIPARTIETE SOCIALE TOP ...................................................... 11
WERKPROGRAMMA'S VAN HET COMITÉ VOOR DE WERKGELEGENHEID EN HET COMITÉ VOOR SOCIALE BESCHERMING ................................................................................ 12
DE SOCIALE DIMENSIE VAN DE MONDIALISERING Conclusies van de Raad ................. 13
COMMUNAUTAIR PROGRAMMA VOOR WERKGELEGENHEID EN MAATSCHAPPELIJKE SOLIDARITEIT (PROGRESS) ............................................................... 17
ORGANISATIE VAN DE ARBEIDSTIJD ...................................................................................... 18
COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSREGELINGEN (DIVERSE WIJZIGINGEN 2004)........................................................................................................................ 19
PARTICULIERE PENSIOENREGELINGEN.................................................................................. 20
DIVERSEN........................................................................................................................................ 21
3.III.2005
DEELNEMERS
De regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie waren als volgt vertegenwoordigd:
België: Mevrouw Freya VAN DEN BOSSCHE
minister van Werk
Tsjechië:
de heer Cestmír SAJDA
vice-minister van Arbeid en Sociale Zaken,
vice-ministerieel departement Europese Unie en Internationale Betrekkingen
Denemarken:
de heer Claus Hjort FREDERIKSEN
minister van Werkgelegenheid
Duitsland:
de heer Gerd ANDRES
parlementair staatssecretaris van Economische Zaken en Arbeid
Estland:
de heer Marko POMERANTS
minister van Sociale Zaken
Griekenland:
de heer Panos PANAGIOTOPOULOS
minister van Werkgelegenheid en Sociale Zekerheid
Spanje:
de heer Jesús CALDERA SÀNCHEZ-CAPITÁN
minister van Arbeid en Sociale Zaken
Frankrijk:
de heer Gérard LARCHER
toegevoegd minister van Arbeidsbetrekkingen, ministerie van Werkgelegenheid, Arbeid en Sociale Samenhang
Ierland:
de heer Tony KILLEEN
onderminister, toegevoegd aan het ministerie van Ondernemingen, Handel en Werkgelegenheid (belast met Arbeidsvraagstukken)
Italië:
de heer Roberto MARONI
minister van Arbeid en Sociale Zaken
Cyprus:
de heer Christos TALIADOROS
minister van Arbeid en Sociale Zekerheid
3.III.2005
Nederland:
de heer Henk van HOOF
staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Oostenrijk:
de heer Martin BARTENSTEIN
minister van Economische Zaken en Arbeid
Polen:
de heer Rafal BANIAK
onderstaatssecretaris, ministerie van Sociaal Beleid
Portugal:
de heer Luís Miguel PAIS ANTUNES
toegevoegd staatssecretaris, bevoegd voor Arbeid
Slovenië:
de heer Janez DROBNIC
minister van Arbeid, Gezinszaken en Sociale Zaken
Slowakije:
de heer udovít KANÌK
minister van Arbeid, Sociale Zaken en Gezinszaken
Finland: mevrouw Tarja FILATOV
minister van Arbeid
Zweden:
de heer Hans KARLSSON
minister, ministerie van Industrie, Werkgelegenheid en Verkeer, belast met Arbeidsvraagstukken
Verenigd Koninkrijk:
de heer Chris POND
staatssecretaris, ministerie van Arbeid en Pensioenen
Commissie:
de heer Vladimir SPIDLA
3.III.2005
BESPROKEN PUNTEN
VOORBEREIDING VAN DE VOORJAARSBIJEENKOMST VAN DE EUROPESE RAAD
-
-Kernpunten voor de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon
De komende zitting van de Europese Raad, die op 22 en 23 maart 2005 in Brussel plaatsvindt, zal grotendeels gewijd zijn aan de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon
1.
Met het oog op die tussentijdse evaluatie heeft de Raad (EPSCO) een debat gevoerd ter afbakening van zijn bijdrage voor de Europese Raad op de punten werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen. Aan dit debat lagen de volgende documenten ten grondslag:
Syntheserapport van de Commissie voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad:
"Samen werken aan werkgelegenheid en groei - Een nieuwe start voor de Lissabonstrategie (5990/05);
-
Mededeling van de Commissie over de sociale agenda (6370/05);
-
Ontwerp van gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid 2004/2005 (6773/05);
-
Ontwerp van gezamenlijk verslag over sociale bescherming en sociale integratie (6774/05);
Verslag van de Commissie over de gelijkheid van vrouwen en mannen 2005 (6367/05).
3.III.2005
In het kader van dit debat heeft het voorzitterschap de delegaties verzocht zich meer bepaald uit te spreken over de volgende onderwerpen:
· analyse van de in bovenvermelde documenten aangehaalde uitdagingen;
· oplossingen die voor het aangaan van die uitdagingen worden aangedragen;
· verbetering van de instrumenten om de strategie van Lissabon een nieuwe start te geven;
· rol van de sociale agenda als sociale pijler van de strategie van Lissabon;
· rol en verantwoordelijkheid van de Raad, in EPSCO-formatie, in het kader van deze strategie.
Ter afsluiting van het debat heeft de voorzitter beklemtoond dat de Raad van oordeel is dat om de belangrijke uitdagingen waarvoor de Europese Unie zich thans geplaatst ziet, te kunnen aangaan, het accent op economische groei en het creëren van werkgelegenheid moet worden gelegd, maar tegelijkertijd een kader moet worden geboden voor het nemen van maatregelen inzake sociale bescherming en sociale insluiting. De door de Commissie gepresenteerde sociale agenda maakt volgens de Raad integraal deel uit van de strategie van Lissabon. De Raad ziet voor zichzelf, in EPSCO-formatie, zoals voorheen, een centrale rol in het bewaken van de uitvoering van die strategie.
Deze conclusies zullen worden verwoord in de brief van de voorzitter van de Raad aan de Europese Raad, ter gelegenheid van diens voorjaarsbijeenkomst, die de door het Werkgelegenheidscomité en het Comité voor sociale bescherming in concept opgestelde en door de Raad goedgekeurde kernpuntennota (6542/1/05) begeleidt.
In de kernpuntennota betoogt de Raad eens te meer dat uit de evaluatie en monitoring van de strategie van Lissabon inderdaad zal blijken hoe de beleidsaccenten economische groei, meer en betere banen, modernisering van de sociale bescherming en bevordering van duurzame ontwikke- ling elkaar door hun interactie versterken.
3.III.2005
De Raad herinnert tevens aan de centrale rol die hij in zijn EPSCO-formatie speelt als bewaker van de voortgang in het beleid inzake werkgelegenheid, sociale bescherming en sociale insluiting en gelijke kansen. Ook beklemtoont hij hoe belangrijk het is dat de financiële instrumenten van de EU, met name het Europees Sociaal Fonds en het nieuwe programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit
2 ten volle worden aangewend om de doelstellingen van de strategie
van Lissabon te ondersteunen.
De Raad hecht zijn goedkeuring aan de partnerschapsaanpak, die tot doel heeft alle betrokkenen te mobiliseren, en aan de vereenvoudiging en stroomlijning van de governance-aspecten.
De Raad meent dat de werkgelegenheidsdimensie van de strategie van Lissabon gericht moet zijn op de volgende vier prioriteiten voor actie:
· meer mensen ertoe bewegen de arbeidsmarkt op te gaan en aan het werk te blijven;
· het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen verbeteren;
· meer en doelmatiger investeren in menselijk kapitaal en concreet vorm geven aan levenslang
leren;
· door een betere governance waarborgen dat hervormingen effectief tot stand komen.
Met betrekking tot sociale bescherming is de Raad van oordeel dat verlenging van de arbeidzame levensfase en verhoging van de arbeidsdeelname voorop moeten blijven staan.
Bij de maatregelen voor sociale insluiting moeten vooral de onderliggende oorzaken van armoede en uitsluiting worden bestreden. Tot de prioritaire actiegebieden behoren
· bestrijding van kinderarmoede,
3.III.2005
· verbetering van sociale diensten,
· bestrijding van de daklozenproblematiek,
· nieuwe manieren om etnische minderheden en migranten te integreren.
Tot slot verwelkomt de Raad de maatregelen die de Commissie denkt voor te stellen in het kader van een Europees pact voor de jeugd en het voornemen van de Commissie om de rol en de kenmerken van de sociale diensten van algemeen belang te verduidelijken.
-
-Gezamenlijke verslagen over de werkgelegenheid en over het sociaal beleid
De Raad heeft zijn goedkeuring gehecht aan de gezamenlijke verslagen van de Raad en de Commissie over de werkgelegenheid en over sociale bescherming en sociale integratie 2005 (6773/05 en 6774/05).
In deze beide verslagen, die aan de Europese Raad zullen worden voorgelegd ter gelegenheid van diens voorjaarsbijeenkomst, wordt de balans opgemaakt van de gemaakte en nog te maken vorderingen ter verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie van Lissabon.
Het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid bevat voor het eerst een analyse van de toepassing door de 25 lidstaten van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de aanbevelingen van de Raad voor 2004, waarin de verwezenlijking van volledige werkgelegenheid, kwaliteit en productiviteit op het werk en sociale samenhang en integratie voorop stonden.
3.III.2005
Dit verslag moet de basis vormen voor de conclusies van de Europese Raad, die op hun beurt ten grondslag zullen liggen aan de werkgelegenheidsrichtsnoeren 2005.
3
Het gezamenlijk verslag over sociale bescherming en sociale integratie geeft een evenwichtig en overzichtelijk beeld van de voornaamste opdrachten die de lidstaten moeten vervullen om de Lissabondoelstellingen te kunnen verwezenlijken.
Hiermee is voor het eerst in één verslag aandacht besteed aan de door de open coördinatiemethode bestreken terreinen, waaronder sociale integratie, sociale bescherming en pensioenen, die tot dusverre in afzonderlijke verslagen behandeld werden.
In dit rapport wordt gepleit voor modernisering van de socialebeschermingsstelsels via resolute, geloofwaardige hervormingsstrategieën.
* * *
De Raad heeft bovendien akte genomen van:
het samenvattend verslag van de Commissie voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese
Raad;
-
de mededeling van de Commissie over de sociale agenda 2006-2010;
het tweede verslag van de Commissie, voor de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad, over
de gelijkheid van vrouwen en mannen 4.
3.III.2005
VOORBEREIDING VAN DE TRIPARTIETE SOCIALE TOP
In het kader van de voorbereiding van de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad heeft de Raad ook van gedachten gewisseld over de voorbereiding van de tripartiete sociale top voor groei en werkgelegenheid die op 22 maart in de aanloop naar de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad in Brussel zal plaatsvinden.
Het voornaamste onderwerp van bespreking is dit jaar de tussentijdse evaluatie van de strategie van Lissabon. Waarschijnlijk zal de klemtoon komen te liggen op de governance-aspecten, in het bijzonder met betrekking tot de rol van de sociale partners in de toepassing van de strategie.
De tripartiete sociale top voor groei en werkgelegenheid, ingesteld bij Besluit 2003/174/EG 5, heeft
tot taak op permanente basis het overleg tussen de Raad, de Commissie en de sociale partners op het hoogste niveau te verzekeren.
De trojka (het voorzitterschap en de twee volgende voorzitterschappen) van de staatshoofden en regeringsleiders en de ministers van Werkgelegenheid, de voorzitter van de Commissie, het voor Sociale Zaken verantwoordelijke Commissielid en de delegaties van de sociale partners vergaderen vóór iedere voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad ter bespreking van de onderdelen van de geïntegreerde economische en sociale strategie, waartoe de Europese Raad van Lissabon in maart 2000 heeft besloten en die door de Europese Raad van Göteborg in juni 2001 met de dimensie duurzame ontwikkeling is aangevuld.
3.III.2005
WERKPROGRAMMA'S VAN HET COMITÉ VOOR DE WERKGELEGENHEID EN HET COMITÉ VOOR SOCIALE BESCHERMING
De Raad heeft akte genomen van de werkprogramma's voor 2005 van het Comité voor de werkgelegenheid en het Comité voor sociale bescherming.
3.III.2005
DE SOCIALE DIMENSIE VAN DE MONDIALISERING Conclusies van de Raad
De Raad heeft de onderstaande conclusies aangenomen:
"De Raad:
Gelet op het verslag van de door de Internationale Arbeidsorganisatie ingestelde Wereldcommissie voor de sociale dimensie van de mondialisering, getiteld "A fair globalisation, creating opportunities for all" (Een eerlijke mondialisering die kansen schept voor iedereen), dat in februari 2004 is uitgekomen,
Gelet op de mededeling van de Commissie getiteld "De sociale dimensie van de globalisering - hoe de EU ertoe bijdraagt dat iedereen er voordeel van heeft"
6,
-
Overwegende dat de Europese Unie gebaseerd is op de beginselen van democratie, eerbiediging van de mensenrechten, gelijke kansen en sociale rechtvaardigheid;
-
Overwegende dat de bevordering van de externe dimensie van het werkgelegenheids- en sociaal beleid van de EU een belangrijk onderdeel is van haar agenda voor het sociaal beleid;
-
Overwegende dat de staatshoofden en regeringsleiders van de EU tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad van 16-17 december 2004 het belang hebben onderstreept van versterking van de sociale dimensie van de mondialisering in het licht van het verslag van de Wereldcommissie en de voorstellen in de mededeling van de Commissie (punt 53 van de Conclusies van het voorzitter- schap);
Overwegende dat de internationale gemeenschap zich ingenomen heeft betoond met het verslag van de Wereldcommissie en zijn steun heeft uitgesproken voor een follow-up van dit verslag, met name tijdens de 289e en 291e zittingen van de Raad van Beheer van de IAO in maart en november 2004, de 92e zitting van de Internationale Arbeidsconferentie in juni 2004 en in Resolutie A/RES/59/57, die in december 2004 is aangenomen door de 59e zitting van de Algemene Vergadering van de VN,
3.III.2005
-
1.ONDERSTREEPT dat het mondialiseringsproces velen ter wereld belangrijke voordelen heeft opgeleverd maar dat de mondialisering niet in gelijke mate aan alle landen en groeperingen ten goede is gekomen; NEEMT ER NOTA VAN dat deze ongelijkheid ten dele ook tot uiting komt in de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen;
-
2.WIJST OP de noodzaak van een doelmatige en transparante aansturing van het proces op mondiaal niveau, teneinde onevenwichtigheden te voorkomen en de duurzame ontwikkeling in de richting van een volledig inclusieve en eerlijke mondialisering te bevorderen;
-
3.WIJST EROP dat een beter beheer van de mondialisering vraagt om maatregelen, zowel van de ontwikkelde landen als van de ontwikkelingslanden en de internationale organisaties;
-
4.ONDERSTREEPT dat het intern en extern beleid van de EU op een samenhangende wijze gestalte moet krijgen, om zo bij te dragen tot maximale resultaten en minimale kosten van de mondialisering voor alle groeperingen en landen, zowel binnen als buiten de EU;
-
5.HERINNERT ERAAN dat de EU geleidelijk een zowel intern als internationaal degelijk gebleken beleid heeft ontwikkeld dat erop gericht is economische en sociale vooruitgang gelijke tred te laten houden; WIJST MET NAME OP de relevantie van de strategie van Lissabon in dit verband en op de daarin vervatte, elkaar wederzijds versterkende beleidsvormen ter bevordering van het concurrentievermogen, de werkgelegenheid, de sociale samenhang en duurzame ontwikkeling, die moeten leiden tot een grotere samenhang van het beleid;
-
6.WIJST EROP dat het van belang is dat de organisaties van de sociale partners en de organi- saties van het maatschappelijk middenveld de betrokken actoren ertoe aanzetten om, zowel binnen als buiten de EU, beter gestalte te geven aan de sociale dimensie van de mondialisering;
3.III.2005
-
9.ONDERSTREEPT het belang dat de Wereldcommissie hecht aan de wereldwijde bevordering van regionale integratie en de toevoeging van een sociale dimensie aan het proces van regionale integratie;
-
10.HERINNERT aan zijn toezegging om in het kader van de mondialisering fundamentele arbeidsnormen te bevorderen en de sociale governance te verbeteren, ook in het kader van het bestaande beleid en de lopende initiatieven, zoals benadrukt is in de conclusies van de Raad van 21 juli 2003;
-
11.NEEMT ER NOTA VAN dat de Ontwikkelingsagenda van Doha een unieke gelegenheid biedt om sociale ontwikkelingsdoelen dichterbij te brengen door groei te stimuleren, armoede te bestrijden, werkgelegenheid te creëren en de levensstandaard te verhogen; BENADRUKT dat aan sociale ontwikkeling gerelateerde aspecten naar behoren tot uitdrukking moeten komen in de onderhandelingsstandpunten van de EU;
-
12.ERKENT dat handelsbeleid en sociale ontwikkeling een geïntegreerde aanpak vergen, dat met name de dimensie duurzame ontwikkeling van bilaterale handelsovereenkomsten moet worden versterkt en dat in bilaterale overeenkomsten moet blijven worden gestreefd naar het bevorderen van fundamentele arbeidsnormen, geflankeerd door duurzaamheidseffect- rapportages en ondersteund door passende donorhulp; WIJST in dit verband op het belang van de herziening van het communautaire stelsel van algemene preferenties (SAP);
-
13.IS INGENOMEN MET de inspanningen ter bevordering van het maatschappelijk verantwoord ondernemerschap met inachtneming van internationaal overeengekomen normen; MOEDIGT de particuliere sector aan een bijdrage te leveren aan initiatieven en instrumenten waarin de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen centraal staat en die een krachtig en aanvullend middel kunnen zijn om de mondialisering eerlijker te doen verlopen;
-
14.BENADRUKT dat de doeltreffendheid en transparantie van de arbeidsmarkten moeten worden verbeterd en dat overal ter wereld fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor allen moeten worden bevorderd overeenkomstig de ILO-strategie voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, als middel om eerlijke, inclusieve en duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen en armoede uit te roeien en om economische en sociale vooruitgang te bevorderen; BENADRUKT dat in dit kader aandacht moet worden geschonken aan migratievraagstukken;
3.III.2005
-
15.BEKLEMTOONT dat zowel de EU als andere gesprekspartners zich meer moeten inspannen voor een effectief samenhangend beleid tussen de internationale instellingen; MOEDIGT met name de dialoog en samenwerking aan tussen de Wereldhandelsorganisatie, de instellingen van Bretton Woods en de Internationale Arbeidsorganisatie, om aldus fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor allen te bevorderen;
-
16.MOEDIGT alle andere internationale organisaties aan om hun krachten te bundelen bij het bevorderen van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor allen als een nuttig middel om te zorgen voor samenhang met betrekking tot de bevordering van economische groei, werkgelegenheid en sociale governance in het kader van de mondialisering;
-
17.ONDERSTREEPT dat het van belang is dat in de betrekkingen en samenwerkings- programma's van de EU met derde landen en gebieden plaats wordt ingeruimd voor de bevordering van fatsoenlijk werk voor allen;
-
18.SPREEKT ZIJN STEUN UIT voor het aanmerken van bevordering van fatsoenlijke arbeids- voorwaarden als een mondiale doelstelling waarmee rekening gehouden moet worden bij de alomvattende evaluatie van de Millenniumverklaring en de Millenniumontwikkelings- doelstellingen in 2005;
-
19.BEKLEMTOONT het belang van het verslag van de Wereldcommissie voor de werkzaam- heden op internationaal niveau over sociale kwesties, in het bijzonder de follow-up van de Wereldtop voor sociale ontwikkeling, de vierde Wereldvrouwenrechtenconferentie, en de Millenniumvergadering van de Verenigde Naties;
3.III.2005
COMMUNAUTAIR PROGRAMMA VOOR WERKGELEGENHEID EN MAATSCHAPPELIJKE SOLIDARITEIT (PROGRESS)
In afwachting van het advies van het Europees Parlement heeft de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen
7 een gedeeltelijke algemene oriëntatie gegeven inzake een ontwerp-
besluit tot vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke solidariteit (PROGRESS).
Het "gedeeltelijke" karakter van deze oriëntatie houdt verband met het feit dat de begrotings- aspecten niet zijn besproken, in afwachting van de vaststelling van het toekomstige communautaire financiële kader (financiële vooruitzichten 2007/2013). Bijgevolg maakt artikel 17 van het Commissievoorstel (11949/04) geen deel uit van de overeengekomen tekst.
Doel van dit programma is financiële steun te verlenen voor de verwezenlijking van de doel- stellingen van de Europese Unie op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken en aldus bij te dragen aan de verwezenlijking van de strategie van Lissabon.
Het omvat vijf programma-onderdelen: werkgelegenheid, sociale bescherming en integratie, arbeidsomstandigheden, discriminatiebestrijding en verscheidenheid, gelijkheid van mannen en vrouwen. Het zal de huidige vier specifieke actieprogramma's verenigen en vervangen om de verwezenlijking van de doelstellingen te waarborgen.
3.III.2005
ORGANISATIE VAN DE ARBEIDSTIJD
In afwachting van het advies van het Europees Parlement is de Raad door het voorzitterschap geïnformeerd over het verloop van de besprekingen inzake de ontwerp-richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2003/88/EG betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd.
De ontwerp-richtlijn is in detail besproken tijdens de Raadszitting van 7 december 2004, waarbij zich een zekere consensus aftekende betreffende de referentieperiode voor de berekening van de maximale duur van de arbeidstijd en de bepalingen betreffende de aanwezigheidsdienst en de compenserende rust. (zie persmededeling 15140/04).
Het voornaamste hangpunt betreft de toepassingsvoorwaarden van de mogelijkheid af te wijken van de bepalingen over de maximale wekelijkse arbeidstijd ("opt-out").
Het voorzitterschap heeft de balans opgemaakt van de technische besprekingen die sinds het begin van het jaar hebben plaatsgevonden over het gebruik van de opt-out.
Er wordt aan herinnerd dat de voornaamste wijzigingen die met het richtlijnvoorstel (12683/04) in Richtlijn 2003/88/EG worden aangebracht betrekking hebben op:
de referentieperiode voor de berekening van de maximale wekelijkse arbeidstijd 8;
de definitie van het begrip arbeidstijd: opneming van de definities van "aanwezigheidsdienst" en
"wacht- of slaapuren tijdens de aanwezigheidsdienst";
de toepassingsvoorwaarden van de mogelijkheid af te wijken van de bepalingen inzake de
maximale wekelijkse arbeidstijd ("opt-out").
3.III.2005
COÖRDINATIE VAN DE SOCIALEZEKERHEIDSREGELINGEN (DIVERSE WIJZIGINGEN 2004)
In afwachting van het advies van het Europees Parlement heeft de Raad vastgesteld dat er ten aanzien van de inhoud vrijwel overeenstemming bestaat over een ontwerp-verordening tot wijziging van de Verordeningen nr. 1408/71 en 574/72 betreffende de toepassing van de socialezekerheids- regelingen op personen die zich binnen de EU verplaatsen (diverse wijzigingen 2004) (6801/05 + ADD 1).
Doel van de ontwerp-verordening is de aanpassing van deze twee verordeningen, om rekening te houden met de in de nationale wetgevingen aangebrachte wijzigingen, met name in de nieuwe lidstaten sinds de afsluiting van de toetredingsonderhandelingen.
Tevens heeft zij ten doel de vereenvoudiging van procedures inzake in het buitenland ontvangen medische zorg, die bij Verordening (EG) nr. 631/2004
9 is ingevoerd, te voltooien door enkele van
deze wijzigingen uit te breiden tot soortgelijke procedures die van toepassing zijn op uitkeringen bij arbeidsongevallen en beroepsziekten.
3.III.2005
PARTICULIERE PENSIOENREGELINGEN
De voorzitter van het Comité voor sociale bescherming heeft aan de Raad een studie over particuliere ouderdomspensioenregelingen gepresenteerd.
Deze studie heeft betrekking op de huidige en de toekomstige rol van de particuliere pensioen- regelingen in de ouderdomspensioenstelsels van de lidstaten alsook op hun mogelijke bijdrage aan de versterking van de financiële duurzaamheid van die stelsels.
Het betreft met name vrijwillige regelingen die worden beheerd door particuliere instellingen, individuele werkgerelateerde regelingen en regelingen die zijn gebaseerd op individuele contracten met verzekeringsmaatschappijen en pensioenspaarfondsen.
3.III.2005
DIVERSEN
-
-Groenboek over het beheer van de economische migratie: een EU-aanpak (6806/05)
De Tsjechische, de Zweedse en de Slowaakse delegatie waren ingenomen met het initiatief van de Commissie en toonden belangstelling voor bespreking van deze problematiek in een komende Raadszitting (EPSCO).
3.III.2005
ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN
HANDELSPOLITIEK
Vietnam Overeenkomst over markttoegang*
De Raad heeft een besluit aangenomen betreffende de sluiting van een overeenkomst tussen de EU en Vietnam inzake markttoegang (6121/05, 6271/05).
Het betreft een overeenkomst over de vervroegde uitvoering van bepaalde door Vietnam aangegane verbintenissen op het gebied van markttoegang in het kader van zijn toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
De overeenkomst behelst met name de volgende verbintenissen van Vietnam:
· verlaging tot 5% van het douanerecht op garens afkomstig uit de EU
· verlaging tot 65% van het douanerecht op wijn en gedistilleerde dranken afkomstig uit de EU
· toekenning aan investeerders en dienstverrichters uit de EU van een behandeling die niet minder
gunstig is dan die welke aan investeerders en dienstverrichters uit de VS en Japan wordt toegekend in het kader van de bilaterale overeenkomsten tussen Vietnam en deze twee landen
Vietnam zal maatregelen tot liberalisering van de handel nemen in andere sectoren: cement- en klinkerproductie, telecommunicatie, farmaceutische industrie, informatica, bouw.
In ruil daarvoor zal de EU de aan Vietnam opgelegde textiel- en kledingcontingenten opschorten, om het een behandeling die te vergelijken is met die welke de huidige leden van de WTO genieten, alsmede identieke concurrentievoorwaarden toe te kennen. De overeenkomst bevat bepalingen op grond waarvan de EU deze contingenten opnieuw kan instellen indien Vietnam zijn verplichtingen niet nakomt.
3.III.2005
MIGRATIE
Albanië en Sri Lanka Overeenkomsten inzake de overname van illegaal verblijvende personen
De Raad heeft besluiten aangenomen betreffende de ondertekening van een overeenkomst met Albanië en de sluiting van een overeenkomst met Sri Lanka inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven. Doel van de twee overeenkomsten is illegale immigratie effectiever te bestrijden (5614/05 en 10666/03).
Elk van deze twee landen verbindt zich ertoe op verzoek van een lidstaat en zonder andere formaliteiten dan die welke in de overeenkomsten zijn genoemd, alle onderdanen over te nemen die niet voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst, aanwezigheid of verblijf op het grondgebied van de verzoekende lidstaat.
De overeenkomsten voorzien in de instelling van een Gemengd Comité Overname dat belast is met het toezicht op de correcte toepassing van de bepalingen van de overeenkomsten.
| publicatiedatum | 15-03-2005 |
|---|---|
| kenmerk | 6479/05 |
