Verslag van de Commissie Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis - Hoofdinhoud
RAAD VAN Brussel, 6 oktober 2005 (10.10)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
13056/05
CONSOM 35 JUSTCIV 179
INGEKOMEN DOCUMENT
van:
mevrouw Patricia BUGNOT, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 23 september 2005
aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger
Betreft: Verslag van de Commissie Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis
Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2005) 456 definitief
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 23.9.2005 COM(2005) 456 definitief
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening
VERSLAG VAN DE COMMISSIE
Eerste voortgangsverslag over het Europees verbintenissenrecht en de herziening
van het acquis
(Voor de EER relevante tekst)
-
1.INLEIDING
Dit verslag geeft een samenvatting van de voortgang van het initiatief inzake het Europese verbintenissenrecht en de herziening van het acquis sinds de mededeling van de Commissie over het Europees verbintenissenrecht en de herziening van het acquis van 2004 ("de mededeling van 2004")
1 en schetst de voornaamste beleidskwesties.
Dit is het eerste van een reeks jaarlijkse verslagen die de Commissie in de mededeling van 2004 aan de Raad
2 en het Europees Parlement (EP)3 heeft toegezegd.
Het project kreeg ook steun van de Europese Raad, die, als follow-up van de Europese Raad van Tampere, in zijn conclusies van 5 november 2004
4 het zogenaamde Haags programma5
goedkeurde, dat ook het gemeenschappelijke referentiekader ("Common Frame of Reference" CFR) omvat. Daarop nam de Commissie het CFR op in haar actieplan van 10 mei 2005
6,
dat ook door de Raad werd onderschreven7. In zijn resolutie over het wetgevings- en
werkprogramma van de Commissie voor 20058 riep het EP de Commissie op om het EVR-
project voort te zetten en benadrukte het dat het ten volle bij het project wenste te worden betrokken.
2.2. CFR-net
2.2.1. Oprichting van CFR-net
Via een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling10 is het netwerk van CFR-
deskundigen van de belanghebbenden ("CFR-net") opgericht. Dankzij de inspraak van CFR- net wordt bij het onderzoek rekening gehouden met de behoeften van de gebruikers en de praktische context waarin de regels moeten worden toegepast.
De deskundigen zijn geselecteerd aan de hand van vier criteria, namelijk diversiteit aan rechtstradities, afweging van economische belangen, deskundigheid en betrokkenheid. De selectie is in twee fasen verricht; in de tweede fase zijn de aanvankelijke tekortkomingen in de professionele en geografische representativiteit verholpen. Het netwerk telt momenteel 177 leden, die in ruime mate representatief zijn voor de verschillende lidstaten en beroepen
-
11.De
ledenlijst is openbaar beschikbaar12.
2.2.2. Werkzaamheden van CFR-net
CFR-net heeft zijn werkzaamheden op 15 december 2004 aangevat met een conferentie. Gedurende het hele onderzoeksproces zal CFR-net input geven in de vorm van opmerkingen over de onderzoekspapers, die in workshops en via een speciale website zullen worden besproken.
Op dit moment zijn 32 topics geselecteerd die vóór eind 2007 zullen worden besproken. Naar gelang van hun specialisatie hebben de leden van CFR-net hun belangstelling voor bepaalde onderzoeksgebieden kenbaar gemaakt. Om in de workshops een grondige discussie mogelijk te maken, moeten de groepen beperkt blijven. De deelnemers aan de workshops worden geselecteerd volgens dezelfde criteria als voor de algemene representativiteit van de belanghebbenden. Leden van CFR-net die niet aan de workshops mogen deelnemen, kunnen hun opmerkingen schriftelijk indienen.
De betrokkenheid van de leden van CFR-net bij de onderzoekswerkzaamheden wordt momenteel als volgt georganiseerd:
rekening in hun herziene ontwerpen, ofwel leggen ze uit waarom ze er niet mee akkoord gaan.
Sinds maart 2005 zijn de volgende workshops gehouden: dienstencontracten (11 maart), franchise, agentuur en distributie (16 maart), rechten inzake persoonlijke veiligheid (19 april), zaakwaarneming (29 april), ongerechtvaardigde verrijking (20 mei), het begrip contract en de functies van contracten (7 juni) en de begrippen consument en professional (21 juni).
2.3. Netwerk van deskundigen uit de lidstaten
De leden van het netwerk van CFR-deskundigen uit de lidstaten zijn door de lidstaten aangewezen. De ledenlijst is openbaar beschikbaar
-
13.Het netwerk heeft zijn werkzaamheden
op 3 december 2004 aangevat met een eerste workshop14. De tweede workshop op 31 mei
2005 was gewijd aan procedurekwesties en inhoudelijke kwesties die bij de werkzaamheden met betrekking tot het CFR aan de orde zijn gekomen
15.
2.4. Website
De Commissie heeft een speciale website opgezet waartoe de leden van CFR-net, de deskundigen uit de lidstaten en het EP toegang hebben. Alle desbetreffende documenten, zoals de ontwerpen van de onderzoekers, de opmerkingen van CFR-net en de verslagen van de Commissie over de workshops, worden gedurende het hele CFR-proces op de website gezet.
2.5. Europees discussieforum
Overeenkomstig de mededeling van 2004 heeft het Europees discussieforum tot doel iedereen die op politiek en technisch niveau aan de ontwikkeling van het CFR bijdraagt, in het bijzonder de leden van CFR-net en de deskundigen uit de lidstaten, regelmatig bijeen te brengen. Het eerste discussieforum werd in samenwerking met het Britse voorzitterschap georganiseerd en moest op 7 en 8 juli plaatsvinden in Londen. Deze conferentie werd echter ten gevolge van de terreuraanslagen in Londen geannuleerd. De nieuwe datum is 26 september 2005. Het volgende Europees discussieforum wordt in samenwerking met het Oostenrijkse voorzitterschap georganiseerd op 25 en 26 mei 2006 in Wenen.
Commissie duidelijk prioriteit geven aan kwesties die van belang zijn voor het acquis inzake consumentenovereenkomsten en inzake verbintenissenrecht in het algemeen.
2.6.2. Procedurekwesties
Een efficiënte samenwerking is van essentieel belang voor het CFR-proces. Daarom wenst de Commissie de werkzaamheden in het kader van CFR-net beter te doen verlopen en met name de input van CFR-net doeltreffender te maken. Zoals eerder is besloten, wil de Commissie de leden van CFR-net meer tijd (twee maanden in plaats van een maand) geven om de ontwerpen van de onderzoekers van de eerste helft van 2005 onder de loep te nemen.
De evaluatie van de vragenlijsten die de Commissie in de workshops van CFR-net heeft verspreid en de discussies met de deskundigen uit de lidstaten zijn zeer nuttig gebleken. Om het CFR-proces nog beter te doen verlopen, wil de Commissie in dit verband:
· prioriteit geven aan topics en workshops die van belang zijn voor de herziening van het
consumentenacquis en eventueel kwesties die op het acquis betrekking hebben, toevoegen aan de lijst van topics en/of workshops;
· ervoor zorgen dat in de ontwerpen wordt aangegeven welk deel van de bepalingen
specifiek betrekking heeft op de voornaamste toepassing van het CFR, namelijk de herziening van het acquis, en welk deel aanvullende bijzonderheden bevat die de lidstaten eventueel kunnen benutten bij de uitvoering van richtlijnen;
· de formule van de workshops versoepelen (bv. zo nodig voor bepaalde kwesties
"redactiegroepen" samenstellen om aanbevelingen over de ontwerpen op te stellen en binnen de workshops afgevaardigden aanwijzen met het oog op de horizontale samenhang);
· nader onderzoeken of de discussie al na één workshop kan worden afgerond;
· de onderzoekers vragen de workshop van tevoren een bondige samenvatting met de
hoofdlijnen van het ontwerp te verschaffen;
-
gemaakt naar gelang van de sector, moet daarop worden gewezen en moet dat worden toegelicht. De definities moeten goed worden afgestemd op de opgestelde bepalingen;
· de algemene samenhang van het ontwerp-CFR is van essentieel belang; de onderlinge
afhankelijkheid tussen algemeen en specifiek verbintenissenrecht moet worden toegelicht. Voor horizontale kwesties moeten coherente oplossingen worden gevonden. De werkingssfeer van de bepalingen moet worden toegelicht;
· beleidsbeslissingen moeten duidelijk worden uitgelicht en verklaard, met name in de
samenvattingen van de onderzoekers en in de opmerkingen over de ontwerp-bepalingen;
· er moet worden benadrukt dat het beginsel contractvrijheid essentieel is voor het proces.
Als sommige bepalingen bindend zijn, moet dat in de ontwerpen worden verduidelijkt en verantwoord;
· een duidelijk onderscheid tussen B2B- en B2C-overeenkomsten is van het grootste belang.
De consumentenwetgeving corrigeert de structureel onevenwichtige verhouding tussen consument en handelaar; vandaar kunnen op B2C- en B2B-gebied verschillende beleidsbeslissingen worden genomen. Om voldoende gedifferentieerde oplossingen mogelijk te maken, lijkt het wenselijk om van geval tot geval na te gaan of specifieke consumentenbepalingen nodig zijn en voor die gevallen afwijkingen van de algemene bepalingen voor te stellen.
De Commissie zal de onderzoekers verzoeken met deze overwegingen rekening te houden bij de opstelling van toekomstige of herziene ontwerpen.
-
3.HERZIENING VAN HET CONSUMENTENACQUIS
Met het oog op een betere regelgeving en synergie met het EVR-project heeft de Commissie een herziening van het acquis aangevat om het regelgevingskader te vereenvoudigen en aan te vullen. Het herzieningsproces wordt geschetst in de mededeling van 2004. Het consumentenacquis wordt als voorbeeld gebruikt omdat het van belang is voor het verbintenissenrecht. In dit verslag wordt het herzieningsproces nader beschreven, wederom aan de hand van een voorbeeld. De voortgang van de herziening wordt hieronder geschetst met nadruk op het proces, maar er worden ook enkele voorafgaande bevindingen over afzonderlijke consumentenrichtlijnen en een aantal mogelijke uitkomsten vermeld.
bestuderen. De onderzoekers zullen aanbevelingen voor de rationalisering en vereenvoudiging van het acquis doen teneinde eventuele onsamenhangendheden, overlappingen, belemmeringen voor de interne markt en concurrentievervalsing weg te werken. Het onderzoek zal in het najaar van 2006 openbaar worden gemaakt.
De Commissie plant ook een uitgebreid verslag over de herziening van het consumentenacquis. Dit document zal naar verwachting in de eerste helft van 2006 worden gepubliceerd.
Voorts is de Commissie van plan een brede raadpleging te houden, waarvan de resultaten openbaar zullen worden gemaakt. Het EP zal regelmatig van de bevindingen en de voortgang van de werkzaamheden op de hoogte worden gebracht. Zoals vermeld in de mededeling van 2004 wordt een permanente werkgroep van deskundigen uit de lidstaten opgezet. Deze komt voor het eerst bijeen in het najaar van 2005. Het regelmatige overleg met de belanghebbenden gaat van start met de publicatie van het verslag in 2006. De belanghebbenden kunnen echter reeds van tevoren opmerkingen maken en informatie verschaffen aan de Commissie.
Hoewel nog niet definitief is beslist welke vorm de raadpleging zal aannemen, zal de nationale deskundigen en de belanghebbenden worden verzocht afzonderlijke richtlijnen onder de loep te nemen en kunnen specifieke workshops worden georganiseerd om "horizontale" kwesties, waaronder definities en verhaalmiddelen, te onderzoeken.
Met het raadplegingsproces wordt de diagnosefase afgerond. De Commissie zal de verschillende beleidsopties evalueren en nagaan of er regelgevingsmaatregelen nodig zijn.
Hoewel het nog te vroeg is om conclusies te trekken over de afzonderlijke richtlijnen, hebben de tot dusver verrichte werkzaamheden met betrekking tot de richtlijnen inzake de prijsaanduiding per meeteenheid
16, het doen staken van inbreuken17, timesharing18 en verkoop
op afstand19 voorlopige bevindingen opgeleverd. Er zij op gewezen dat de Commissie bij het
onderzoek van deze richtlijnen erkent dat ze naar behoren moeten worden uitgevoerd, onder meer door zelfregulering. Bij de herziening kan het comité dat uit hoofde van de verordening betreffende samenwerking inzake consumentenbescherming
20 zal worden opgericht, een
Voorts mogen de lidstaten vrijstellingen verlenen van de algemene verplichting om de prijs per meeteenheid aan te duiden als die aanduiding niet zinvol is of verwarring kan veroorzaken. De lidstaten hebben op verschillende wijze van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. De Commissie is zich ervan bewust dat dit een probleem is. Dit komt doordat slechts weinig non-foodproducten (bv. verf en hout) met een prijs per meeteenheid kunnen worden verkocht. Het lijkt onwaarschijnlijk dat een bepaling kan worden ontwikkeld die voor alle gevallen geschikt is.
Ten slotte laat de richtlijn toe dat kleine detailhandelszaken gedurende een overgangsperiode worden vrijgesteld van de algemene verplichting om de prijs per meeteenheid aan te duiden. Doordat de richtlijn geen definitie van kleine detailhandelszaken bevat, hebben de lidstaten de begunstigden van deze vrijstelling echter volgens uiteenlopende criteria omschreven. Het is niet duidelijk of dit problemen van betekenis kan veroorzaken, aangezien het meestal slechts
de lokale markt betreft.
Aangezien prijsaanduidingen, al dan niet in reclame, een handelspraktijk zijn, moeten de desbetreffende bepalingen van de richtlijn worden gecoördineerd met die van de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken
21.
3.2.2. Doen staken van inbreuken
De meeste instanties of organisaties waarvan de lidstaten overeenkomstig de richtlijn betreffende het doen staken van inbreuken de naam aan de Commissie hebben meegedeeld, zijn consumentenorganisaties. Tot dusver heeft geen enkele consumentenorganisatie een grensoverschrijdende verbodsactie ingesteld. De onderhavige werkzaamheden moeten helpen onderzoeken wat consumentenorganisaties eventueel belet om een verbodsactie in een andere lidstaat in te stellen.
De enige zaak tot dusver is aangespannen door het Britse Office of Fair Trading (OFT). Een Belgisch bedrijf stuurde consumenten in het Verenigd Koninkrijk ongevraagd postordercatalogi met de boodschap dat ze een prijs hadden gewonnen. De consumenten werd wijsgemaakt dat ze een artikel uit de catalogus moesten kopen om hun prijs te krijgen. De prijswinnaars waren echter vooraf geselecteerd, zodat de overgrote meerderheid van de geadresseerden weinig kans maakte om een prijs te ontvangen. Het OFT stelde dat deze prijsbrieven de consumenten misleidden en stelde een verbodsactie in voor een Belgische rechtbank. Deze oordeelde dat de reclame moest worden gestaakt.
consumentenvoorlichting beschikken over aanwijzingen dat het om een belangrijk probleem gaat.
De voornaamste problemen zijn:
· nieuwe producten die buiten de wetgeving inzake timesharing vallen (bv. vakantieclubs,
overeenkomsten van minder dan drie jaar en overeenkomsten voor logies op boten);
· misleidende marketing en onvoldoende voorlichting van de consument over het product en
de bedenktijd;
· agressieve verkooptechnieken;
· problemen met de terugbetaling van aanbetalingen, die bij de richtlijn verboden zijn.
Sommige van deze problemen, met name problemen met oneerlijke en agressieve verkooppraktijken, worden aangepakt door de recente richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken.
3.2.4. Afstandsverkoop
Uit de herziening van de richtlijn inzake afstandsverkoop blijkt tot dusver dat sommige definities moeten worden verduidelijkt en dat een consistentere terminologie moeten worden gebruikt, zowel in de richtlijn zelf als tussen de verschillende richtlijnen onderling. Voorbeelden daarvan zijn de vermelding van "werkdagen" en "dagen" in de richtlijn en de verschillende
minimale
22bedenktijden in de verschillende instrumenten inzake
consumentenbescherming.
Er zijn ook belangrijkere problemen met de definities gebleken. Zo stelde het OFT onlangs het Hof van Justitie een prejudiciële vraag over de betekenis van "vervoerdiensten". In zijn arrest
23 paste het Hof een ruimere interpretatie toe dan bepleit door de Commissie en het OFT
en oordeelde het dat de richtlijn niet van toepassing is op autoverhuurdiensten.
Ook sommige vrijstellingen van de richtlijn zorgen in de praktijk voor problemen. Zo vallen veilingen niet onder de richtlijn, maar hebben sommige lidstaten ervoor gekozen om alleen bepaalde soorten veilingen uit te sluiten. Sommige websites combineren echter veilingen met verkoop voor een vaste prijs. In het laatste geval is de richtlijn van toepassing voorzover het om B2C-transacties gaat. Dat kan verwarring scheppen bij de consument.
De Commissie zal ook nagaan hoe makkelijk de richtlijn in de praktijk kan worden toegepast. Hebben bedrijven of consumenten problemen ondervonden met bepaalde onderdelen van de richtlijn? De begindatum van de bedenktijd kan bijvoorbeeld verschillen bij goederen en diensten; schept dit verwarring bij de consument en ondervinden bedrijven daar problemen mee als een contract zowel goederen als diensten betreft?
Meer in het algemeen moet bij de herziening van de richtlijn grondig worden gekeken naar de wisselwerking met andere communautaire instrumenten, zowel op het gebied van consumentenbescherming (bv. de bepalingen betreffende vooraf te verstrekken informatie van de richtlijnen inzake pakketreizen
25 en timesharing; zijn huurkoop en leasing financiële
diensten in de zin van onderhavige richtlijn of de richtlijn betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten?) als op het gebied van gegevensbescherming en e-commerce.
3.3. Mogelijke uitkomsten
Indien uit de diagnosefase blijkt dat het acquis moet worden gewijzigd of aangevuld, heeft de Commissie theoretisch gezien twee keuzemogelijkheden:
-
a)een verticale aanpak, waarbij bestaande richtlijnen afzonderlijk worden gewijzigd (bv. wijziging van de timesharingrichtlijn) of bepaalde sectoren worden gereglementeerd (bv. een toerismerichtlijn met bepalingen uit de pakketreizen- en de timesharingrichtlijn);
-
b)een meer horizontale aanpak, waarbij een of meer kaderinstrumenten worden goedgekeurd om gemeenschappelijke onderdelen van het acquis te regelen. Deze kaderinstrumenten zouden gemeenschappelijke definities geven en de voornaamste rechten en verhaalmiddelen met betrekking tot consumentenovereenkomsten regelen.
Volgens de horizontale aanpak kan de Commissie bijvoorbeeld een richtlijn inzake B2C- overeenkomsten voor de verkoop van goederen opstellen om de contractuele aspecten van verkoop op samenhangende wijze te regelen. Momenteel is de regelgeving versnipperd over verschillende richtlijnen, zoals de richtlijn betreffende de verkoop van consumptiegoederen
26,
de richtlijn betreffende oneerlijke bedingen27 en de richtlijn betreffende afstandsverkoop en
huis-aan-huisverkoop28. Door alle desbetreffende bepalingen van de bestaande richtlijnen in
Alle beslissingen tot wijziging van het consumentenacquis zullen aan een effectbeoordeling worden onderworpen. Overeenkomstig het interinstitutioneel akkoord "Beter wetgeven"
29
zullen de resultaten daarvan aan het EP en de Raad worden meegedeeld en openbaar worden gemaakt.
-
4.ANDERE ONTWIKKELINGEN
4.1. Maatregel II van het actieplan
In het actieplan van 2003 heeft de Commissie erin toegestemd na te gaan of zij de ontwikkeling van in de hele EU geldende standaardbedingen en -voorwaarden ("STB's") door particuliere partijen kan bevorderen, met name door een website te hosten waarop marktdeelnemers informatie daarover kunnen uitwisselen.
Na rijp beraad heeft de Commissie besloten dat het om de volgende redenen niet wenselijk is een dergelijke website te hosten:
· om de STB's in alle rechtsstelsels van de EER te kunnen opleggen, moeten ze
overeenstemmen met de meest beperkende nationale wetgeving. De Commissie is van oordeel dat partijen die niet in alle EU-rechtsgebieden en met name niet in die met de meest beperkende nationale wetgeving werkzaam zijn, niet geneigd zullen zijn om dergelijke STB's te gebruiken. Daardoor zouden slechts weinig marktdeelnemers profijt trekken van deze toepassing;
· STB's worden gewoonlijk voor een bepaalde sector opgesteld. Het is onwaarschijnlijk dat
contractbedingen die voor een bepaalde sector zijn opgesteld, ook voor andere economische sectoren van nut zouden zijn;
· door de steeds sneller veranderende wetgeving moeten STB's voortdurend worden
bijgewerkt. Daardoor zouden STB's op een website van de Commissie snel achterhaald zijn;
4.2. Opportuniteit van een optioneel instrument in het EVR ("26e regeling")
Wat financiële diensten betreft, heeft de Commissie in haar groenboek over het beleid op het gebied van financiële diensten (2005-2010)
30 nota genomen van "26e regelingen", waarbij de
25 nationale regelingen ongemoeid worden gelaten. De Commissie gaat in op de oproep om dergelijke 26
e regelingen nader te onderzoeken door een haalbaarheidsstudie te laten
uitvoeren over bv. eenvoudige levensverzekerings- en spaarproducten. De Commissie stelt ook voor om voor bepaalde retailproducten forumgroepen op te richten. Deze zullen bestaan uit deskundigen die de belangen van de sector en de consumenten behartigen en moeten eventuele belemmeringen opsporen en oplossingen zoeken. Deze werkzaamheden zullen door uitgebreid onderzoek worden onderbouwd. In haar groenboek over hypothecair krediet in de EU
31 verwelkomt de Commissie de ideeën over de voordelen van de standaardisering van
woningkredietovereenkomsten, bv. door een 26e regeling. Deze zou kunnen worden
ingevoerd door een rechtsinstrument dat naast de vigerende nationale regels bestaat, zonder deze evenwel te vervangen. De 26
e regeling zou dan een optie zijn waarvoor de partijen bij
een overeenkomst kunnen kiezen.
Annex: CFR-net members; overview
Country Business Legal professions Consumers' org. Total
Industry Trade Services Financial Services General Lawyers Judges Notaries Arbitrators Public registrars
Austria 2 1 3
Belgium 2 1 3
Cyprus
Czech Republic 1 1 2
Denmark 1 1
Estonia
Finland 1 1 2
France 1 3 1 2 1 8
Germany 11 1 6 5 10 2 35
Greece
Hungary
Ireland 1 1
Italy 1 1 4 2 1 1 10
Latvia 1 1
Lithuania 1 1
Luxemburg 1 1 1 3
Malta 1 1 2
Netherlands 2 1 1 4
Poland 1 1 2
Country Business Legal professions Consumers' org. Total
Industry Trade Services Financial Services General Lawyers Judges Notaries Arbitrators Public registrars
Slovakia
Slovenia 1 1 2
Spain 4 2 1 7
Sweden 2 2 4
UK 2 1 2 4 12 2 1 1 25
EU org. 832 533 1 14 2 434 1335 4 51
Non-EU 4 4
32 1 Belgium, 1 Spain, 1 Germany,1 Norway, 2 Italy (UNICE).
33 1 Spain, 1 France (FEDSA).
34 1 France, 1 Italy, 1 Slovenia, 1 UK (CCBE).
35 1 Austria, 1 Belgium, 4 France, 1 Hungary, 3 Germany, 1 Netherlands, 1 Italy, 1 Spain (CNUE).
| publicatiedatum | 06-10-2005 |
|---|---|
| kenmerk | 13056/05 |
