GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT door de Raad vastgesteld op 8 december 2005 met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 8 december 2005

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

9858/3/05 REV 3

Interinstitutioneel dossier:

2003/0165 (COD)

DENLEG 25 SAN 105 CODEC 481 OC 382

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT door de Raad vastgesteld op 8 december 2005 met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake voedings- en gezondheids- claims voor levensmiddelen

VERORDENING (EG) Nr. .../2005 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van

inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 1,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Er komen in de Gemeenschap steeds meer levensmiddelen waarvoor op het etiket of in

reclameboodschappen voedings- en gezondheidsclaims worden gedaan. Om een hoog

beschermingsniveau voor de consumenten te waarborgen en hun keuze te vergemakkelijken,

dienen de in de handel gebrachte producten veilig en naar behoren geëtiketteerd te zijn.

(2) Verschillen tussen de nationale bepalingen met betrekking tot dergelijke claims kunnen het

vrije verkeer van levensmiddelen belemmeren en tot ongelijke concurrentievoorwaarden

leiden. Aldus hebben zij rechtstreekse gevolgen voor de werking van de interne markt. Het

is derhalve noodzakelijk communautaire voorschriften voor het gebruik van voedings- en

gezondheidsclaims voor levensmiddelen vast te stellen.

(3) Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering

en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame 1, bevat

algemene voorschriften inzake etikettering. Richtlijn 2000/13/EG bevat een algemeen

verbod op informatie waardoor de koper wordt misleid of waarin aan levensmiddelen een

geneeskrachtige werking wordt toegeschreven. Deze verordening dient de algemene

beginselen van Richtlijn 2000/13/EG aan te vullen en te voorzien in specifieke bepalingen

betreffende het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen die als

zodanig aan de consument worden geleverd.

(5) Niet-heilzame voedingsclaims vallen buiten het toepassingsgebied van deze verordening; de

lidstaten die voornemens zijn daarvoor nationale regelingen in te voeren, dienen deze

regelingen overeenkomstig Richtlijn 98/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van

22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische

voorschriften1 en regels betreffende de informatiemaatschappij aan de Commissie ter kennis

te brengen.

(6) Op internationaal niveau heeft de Codex Alimentarius in 1991 algemene richtsnoeren voor

claims en in 1997 richtsnoeren voor het gebruik van voedingsclaims vastgesteld. De

Commissie van de Codex Alimentarius heeft in 2004 een wijziging van deze laatste

goedgekeurd, waardoor gezondheidsclaims in de richtsnoeren van 1997 zullen worden

opgenomen. De definities en voorwaarden van de Codex-richtsnoeren worden naar behoren

in aanmerking genomen.

(7) De in Verordening (EG) nr. 2991/94 van de Raad van 5 december 1994 tot vaststelling van

normen voor smeerbare restproducten2 geboden mogelijkheid om de vermelding "met laag

vetgehalte" te gebruiken voor smeerbare vetproducten, moet zo spoedig mogelijk in onder-

havige verordening worden opgenomen. In afwachting daarvan is Verordening (EG)

nr. 2991/94 van toepassing op de producten die eronder vallen.

(8) In een levensmiddel kunnen allerlei nutriënten en andere stoffen, met inbegrip van, maar

niet beperkt tot, vitaminen, mineralen met inbegrip van spoorelementen, aminozuren,

essentiële vetzuren, voedingsvezels, diverse planten- en kruidenextracten, met een

(9) Wanneer levensmiddelen met claims worden aangeprezen, kan bij de consument de indruk

ontstaan dat zij in nutritioneel, fysiologisch of een ander met de gezondheid verband

houdend opzicht beter zijn dan soortgelijke of andere stoffen waar dergelijke nutriënten niet

aan toegevoegd zijn. Dit kan de consument ertoe brengen keuzes te maken die zijn totale

inname van nutriënten of andere stoffen beïnvloeden op een wijze die strijdig is met de

wetenschappelijke adviezen. Om dit eventuele ongewenste effect tegen te gaan, moeten

bepaalde beperkingen worden opgelegd ten aanzien van producten met claims. In dit

verband kan het gehalte aan bepaalde stoffen in een product (zoals het alcoholgehalte) of het

voedingsprofiel een geschikt criterium zijn om te bepalen of voor dat product claims mogen

worden gedaan. Hoewel het gebruik van dergelijke criteria op nationaal niveau verantwoord

is omdat het de consumenten de mogelijkheid biedt geïnformeerde keuzes op voedings-

gebied te maken, is de kans groot dat zulks tot hinderpalen voor de intracommunautaire

handel aanleiding geeft en daarom moeten deze criteria op communautair niveau geharmo-

niseerd worden.

(10) Met het hanteren van voedingsprofielen als criterium wordt voorkomen dat een situatie

ontstaat waarbij voedings- of gezondheidsclaims de algemene nutritionele status van een

voedingsmiddel verhullen, wat de consumenten zou kunnen misleiden bij het maken van een

verstandige keuze in het kader van een gezonde, evenwichtige voeding. De voedings-

profielen waarin deze verordening voorziet, zijn uitsluitend bedoeld om te kunnen bepalen

onder welke voorwaarden een claim kan worden gedaan. De profielen moeten gebaseerd

zijn op algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens betreffende de relatie tussen

(11) Bij de vaststelling van een voedingsprofiel dient te worden gekeken naar het gehalte aan

verschillende nutriënten en stoffen met een nutritioneel of fysiologisch effect, met name

vetten, verzadigde vetten, transvetzuren, zout/natrium en suikers, waarvan een overmatige

inname in de totale voeding niet aanbevolen wordt, alsmede enkelvoudig en meervoudig

onverzadigde vetten, andere beschikbare koolhydraten dan suikers, vitaminen, mineralen,

eiwitten en voedingsvezels. Bij de vaststelling van voedingsprofielen moeten de

verschillende categorieën levensmiddelen en het aandeel en de rol van deze levensmiddelen

in de totale voeding in aanmerking genomen worden. Voor bepaalde levensmiddelen of

categorieën levensmiddelen kan het, afhankelijk van hun rol en betekenis in de voeding van

de bevolking, nodig zijn van de inachtneming van de vastgestelde voedingsprofielen af te

wijken. Dit zijn complexe technische aangelegenheden en het nemen van de maatregelen ter

zake moet aan de Commissie worden overgelaten, rekening houdend met het advies van de

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.

(12) Voedingssupplementen als omschreven in Richtlijn 2002/46/EG van het Europees Parlement

en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der

lidstaten inzake voedingssupplementen1, die in vloeibare vorm verkrijgbaar zijn en een

alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% hebben, worden niet als dranken beschouwd die

onder deze verordening vallen.

(13) In de etikettering van en de reclame voor levensmiddelen worden in sommige lidstaten

momenteel allerlei claims gebruikt betreffende stoffen waarvan niet bewezen is dat zij

(14) Om te waarborgen dat de gedane claims waarheidsgetrouw zijn, moet de stof waarvoor de

claim wordt gedaan in het eindproduct in voldoende hoeveelheid aanwezig, respectievelijk

afwezig of tot een voldoende laag niveau beperkt zijn, om het geclaimde nutritionele of

fysiologische effect te bereiken. Ook moet de stof door het lichaam kunnen worden

opgenomen. In voorkomend geval moet de stof die het geclaimde nutritionele of fysio-

logische effect sorteert, bovendien in een significante hoeveelheid aanwezig zijn in een

hoeveelheid voedsel waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de consument die

tot zich zal nemen.

(15) Claims inzake levensmiddelen moeten voor de consument begrijpelijk zijn en alle

consumenten moeten tegen misleidende claims worden beschermd. Het Hof van Justitie van

de Europese Gemeenschap heeft het sinds de inwerkingtreding van Richtlijn 84/450/EEG

van de Raad van 10 september 1984 inzake misleidende reclame1 evenwel noodzakelijk

geacht om bij uitspraken in zaken over reclamekwesties na te gaan wat de gevolgen voor een

fictieve doorsneeconsument zijn. In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, en

om de op grond van dat beginsel geboden bescherming ook effectief te kunnen toepassen,

wordt in deze verordening het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium van de

gemiddelde consument (een redelijk goed geïnformeerde, redelijk oplettende en voorzichtige

consument) als maatstaf genomen, en wordt er rekening gehouden met sociale, culturele en

taalkundige factoren, maar wordt er tevens voorzien in bepalingen die voorkomen dat wordt

geprofiteerd van consumenten die bijzonder kwetsbaar zijn voor misleidende claims. Indien

een claim gericht is op een bepaalde groep consumenten, zoals kinderen, is het wenselijk dat

(16) Wetenschappelijke onderbouwing dient bij het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims

op de eerste plaats te komen; exploitanten van levensmiddelenbedrijven die claims

gebruiken, moeten deze onderbouwen.

(17) Een voedings- of gezondheidsclaim is niet toelaatbaar indien hij indruist tegen de algemeen

aanvaarde voedings- en gezondheidsbeginselen, of indien daarmee overmatige consumptie

van levensmiddelen wordt aangemoedigd of gedoogd, of het belang van goede

eetgewoonten geminimaliseerd wordt.

(18) Gezien het positieve beeld dat wordt opgeroepen door levensmiddelen met voedings- en/of

gezondheidsclaims en het potentiële effect van die levensmiddelen op de voedings-

gewoonten en de totale nutriënteninname, moet de consument de algehele voedingskwaliteit

van die producten kunnen beoordelen. Daarom moet voor alle levensmiddelen met

gezondheidsclaims uitvoerige voedingswaarde-etikettering verplicht worden gesteld.

(19) Algemene nutritionele etiketteringsbepalingen staan in Richtlijn 90/496/EEG van de Raad

van 24 september 1990 inzake de voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen1.

Volgens deze richtlijn moet de voedingswaarde in de etikettering worden vermeld indien in

de etikettering of de presentatie van een levensmiddel of in de daarvoor gemaakte reclame,

met uitzondering van generieke reclame, een voedingsclaim wordt gedaan. Indien een

voedingsclaim wordt gemaakt voor suikers, verzadigde vetten, vezels of natrium moet de te

verstrekken informatie bestaan uit de in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 90/496/EG omschreven

gegevens van Groep 2. Met het oog op een hoog niveau van consumentenbescherming moet

(20) Er moet een lijst van toegestane voedingsclaims, met de specifieke voorwaarden voor het

gebruik daarvan, worden opgesteld, op basis van de voorwaarden voor het gebruik van

dergelijke claims die op nationaal of internationaal niveau zijn overeengekomen en in de

communautaire wetgeving zijn vastgelegd. Elke claim die wordt geacht voor de consument

dezelfde betekenis te hebben als een in bovengenoemde lijst opgenomen voedingsclaim,

moet aan dezelfde in deze lijst vermelde gebruiksvoorwaarden voldoen. Bij voorbeeld,

claims in verband met de toevoeging van vitaminen en mineralen zoals "met...", "met

gerestaureerd gehalte aan", "toegevoegd..." of "verrijkt...", moeten voldoen aan de

voorwaarden die zijn vastgesteld voor de claim "bron van ...". De lijst moet op gezette

tijden worden bijgewerkt om rekening te houden met wetenschappelijke en technologische

ontwikkelingen. Verder is het voor vergelijkende claims nodig dat de consument duidelijk

kan zien welke producten met elkaar worden vergeleken.

(21) De voorwaarden voor claims zoals lactosevrij of glutenvrij die gericht zijn tot een groep van

consumenten met specifieke aandoeningen, moeten worden geregeld in Richtlijn

89/398/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de

wetgevingen van de lidstaten inzake voor bijzondere voeding bestemde levensmiddelen1.

Die richtlijn laat bovendien toe dat bij gewone levensmiddelen wordt vermeld dat zij

geschikt zijn voor deze groepen consumenten indien die levensmiddelen voldoen aan de

voorwaarden voor een dergelijke vermelding. Totdat de voorwaarden voor die vermeldingen

op gemeenschapsniveau zijn vastgesteld, kunnen de lidstaten ter zake nationale maatregelen

handhaven of vaststellen.

(23) Psychologische en gedragsfuncties worden, behalve door de voeding, nog door tal van

andere factoren beïnvloed. Dit is een uiterst complexe materie en daardoor is het niet

eenvoudig om een volledige, correcte en zinvolle boodschap over te brengen in een korte

claim die in de etikettering en reclame voor levensmiddelen kan worden gebruikt. Daarom

dienen claims met betrekking tot psychologische of gedragsaspecten wetenschappelijk te

worden onderbouwd.

(24) In het licht van Richtlijn 96/8/EG van de Commissie van 26 februari 1996 inzake voedings-

middelen die zijn bestemd om in energiebeperkte diëten te worden genuttigd voor gewichts-

vermindering 1, die verbiedt dat op de etikettering van onder die richtlijn vallende producten

en bij het adverteren en het te koop aanbieden daarvan melding wordt gemaakt van de

snelheid of de mate van gewichtsverlies als gevolg van het nuttigen ervan, wordt het dienstig

geacht deze beperking uit te breiden tot alle levensmiddelen.

(25) Gezondheidsclaims die niet over ziekterisicobeperking gaan en die gebaseerd zijn op

algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens, moeten volgens een andere procedure

beoordeeld en toegelaten worden. Daarom moet er na raadpleging van de Europese

Autoriteit voor voedselveiligheid een communautaire lijst van die toegestane claims worden

vastgesteld.

(26) Om de ontwikkeling van wetenschap en techniek bij te houden, moet die lijst telkens

wanneer dat nodig is, snel worden herzien. Die herzieningen zijn uitvoeringsmaatregelen

van technische aard, en om de procedure te vereenvoudigen en te versnellen dient de

(27) Een gevarieerde, evenwichtige voeding is een vereiste voor een goede gezondheid en de

invloed van afzonderlijke producten in de totale voeding is relatief gering. Verder is voeding

slechts één van de vele factoren die van invloed zijn op het ontstaan van bepaalde ziekten bij

de mens. Andere factoren, zoals leeftijd, genetische aanleg, de hoeveelheid lichaams-

beweging, het gebruik van tabak en drugs, blootstelling aan milieufactoren en stress, kunnen

daarbij ook een rol spelen. Daarom zijn voor claims betreffende de beperking van een

ziekterisico specifieke etiketteringsvoorschriften nodig.

(28) Om ervoor te zorgen dat gezondheidsclaims waarheidsgetrouw, duidelijk en betrouwbaar

zijn en de consument zinvol helpen bij het kiezen van een gezonde voeding, moeten de

formulering en de presentatie van gezondheidsclaims in het advies van de Europese

Autoriteit voor voedselveiligheid en de daaropvolgende vergunningsprocedure in

aanmerking genomen worden.

(29) Soms levert een wetenschappelijke risicobeoordeling op zich niet alle informatie op waarop

een besluit inzake risicobeheersing moet worden gebaseerd. Daarom moeten andere ter zake

dienende factoren in aanmerking genomen worden.

(30) Met het oog op transparantie en om te vermijden dat voor claims die al zijn beoordeeld,

meerdere aanvragen moeten worden ingediend, dient een openbaar repertorium met de

lijsten van die claims te worden opgesteld en bijgewerkt door de Commissie.

(31) Om onderzoek en ontwikkeling in de levensmiddelenindustrie te stimuleren, dienen de door

(32) Gezien de specifieke aard van levensmiddelen met claims dienen de controleorganen naast

de gebruikelijke middelen over extra middelen te beschikken om een efficiënte controle van

deze producten te vergemakkelijken.

(33) Er moeten toereikende overgangsmaatregelen komen om de exploitanten van levens-

middelenbedrijven in staat te stellen zich aan de eisen van deze verordening aan te passen.

(34) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, te weten het waarborgen van de goede

werking van de gemeenschappelijke markt met betrekking tot voedings- en

gezondheidsclaims met behoud van een hoog niveau van consumentenbescherming, niet

voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve beter door de

Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in

artikel 5 neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in dat

artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is

om deze doelstelling te verwezenlijken.

(35) De maatregelen ter uitvoering van deze verordening moeten worden vastgesteld overeen-

komstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voor-

waarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden 1,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

DOEL, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Doel en toepassingsgebied

  • 1. 
    Doel van deze verordening is de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke

bepalingen van de lidstaten met betrekking tot voedings- en gezondheidsclaims, teneinde

de goede werking van de interne markt te waarborgen en tevens een hoog niveau van

consumentenbescherming te verwezenlijken.

  • 2. 
    Deze verordening is van toepassing op voedings- en gezondheidsclaims die in

commerciële mededelingen worden gedaan, hetzij in de etikettering en presentatie van

levensmiddelen, hetzij in de daarvoor gemaakte reclame, indien het gaat om levens-

middelen die bestemd zijn om als zodanig aan de eindverbruiker te worden geleverd,

inclusief onverpakt of in bulk in de handel gebrachte levensmiddelen.

Zij is ook van toepassing op levensmiddelen die zijn bestemd om aan restaurants, zieken-

huizen, scholen, kantines en soortgelijke instellingen te worden geleverd.

  • 3. 
    Een handelsmerk, merknaam of fantasienaam die voorkomt in de etikettering of de

presentatie van een levensmiddel of in de daarvoor gemaakte reclame en als een voedings-

of een gezondheidsclaim kan worden uitgelegd, kan worden gebruikt zonder de in deze

  • 4. 
    Deze verordening is van toepassing onverminderd de volgende communautaire bepalingen:
  • a) 
    Richtlijn 89/398/EEG en de richtlijnen tot uitvoering daarvan;
  • b) 
    Richtlijn 80/777/EEG van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de

wetgevingen der lidstaten inzake de exploitatie en het in de handel brengen van

natuurlijk mineraalwater1;

consumptie bestemd water2.

Artikel 2

Definities

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening:
  • a) 
    gelden de definities van "levensmiddel", "exploitant van een levensmiddelenbedrijf",

"in de handel brengen" en "eindverbruiker" van respectievelijk artikel 2 en artikel 3,

punten 3, 8 en 18, van Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement

en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en

voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese

Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor

voedselveiligheidsaangelegenheden3;

van de Raad.

  • 2. 
    Daarnaast zijn de volgende definities van toepassing:

(1) claim: elke boodschap of aanduiding die niet verplicht is op grond van de

communautaire of nationale wetgeving, met inbegrip van illustraties, grafische

voorstellingen of symbolen, ongeacht de vorm, waarmee gesteld, de indruk gewekt

of geïmpliceerd wordt dat een levensmiddel bepaalde eigenschappen heeft;

(2) nutriënt: eiwitten, koolhydraten, vetten, voedingsvezels, natrium en de in de bijlage

bij Richtlijn 90/496/EEG genoemde vitaminen en mineralen, alsmede stoffen die tot

een van deze categorieën behoren of er een bestanddeel van zijn;

(3) andere stof: een stof die geen nutriënt is, maar wel een nutritioneel of fysiologisch

effect heeft;

(4) voedingsclaim: een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat een levensmiddel

bepaalde heilzame voedingseigenschappen heeft met betrekking tot:

  • a) 
    de energetische waarde (calorische waarde) die het

(i) levert,

(ii) in verlaagde of verhoogde mate levert, of

  • b) 
    de nutriënten of andere stoffen die het

(i) bevat,

(ii) in verlaagde of verhoogde hoeveelheid bevat, of

(iii) niet bevat;

(5) gezondheidsclaim: een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat er een verband

bestaat tussen een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel daarvan

en de gezondheid;

(6) claim inzake ziekterisicobeperking: een claim die stelt, de indruk wekt of impliceert dat de

consumptie van een levensmiddelencategorie, een levensmiddel of een bestanddeel

daarvan een risicofactor voor het ontstaan van een ziekte bij de mens in significante mate

beperkt;

(7) Autoriteit: de bij Verordening (EG) nr. 178/2002 opgerichte Europese Autoriteit voor

voedselveiligheid.

HOOFDSTUK II

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 3

Onverminderd Richtlijn 2000/13/EG en Richtlijn 84/450/EEG mogen voedings- en gezondheids-

claims niet:

  • a) 
    onjuist, dubbelzinnig of misleidend zijn;
  • b) 
    leiden tot twijfels omtrent de veiligheid en/of de geschiktheid uit voedingsoogpunt van

andere levensmiddelen;

  • c) 
    de excessieve consumptie van een levensmiddel stimuleren of vergoelijken;
  • d) 
    stellen, suggereren of impliceren dat een evenwichtige, gevarieerde voeding in het

algemeen geen toereikende hoeveelheden nutriënten kan bieden. Er kunnen overeen-

komstig de in artikel 24, lid 2, bedoelde procedure en rekening houdend met de bijzondere

omstandigheden in lidstaten, afwijkingen worden toegestaan voor nutriënten die niet in

voldoende hoeveelheden voorkomen in een evenwichtige, gevarieerde voeding, ook wat

betreft de voorwaarden voor het gebruik ervan;

  • e) 
    door middel van tekst of illustraties, grafische afbeeldingen of symbolen zinspelen op

veranderingen in lichaamsfuncties die de consument vrees kunnen inboezemen of op diens

vrees kunnen inspelen.

Artikel 4

Voorwaarden voor het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims

De voedingsprofielen voor levensmiddelen en/of categorieën levensmiddelen, en de voorwaarden

voor het gebruik van voedings- of gezondheidsclaims met betrekking tot de voedingsprofielen

worden opgesteld met inachtneming van met name:

  • a) 
    de hoeveelheden van bepaalde nutriënten en andere stoffen die het betreffende levens-

middel bevat, zoals vet, verzadigde vetzuren, transvetzuren, suikers en zout/natrium;

  • b) 
    het belang van het levensmiddel (of de levensmiddelencategorieën) in de voeding van de

bevolking in het algemeen of, in voorkomend geval, van bepaalde risicogroepen, zoals

kinderen;

  • c) 
    de algehele samenstelling van het levensmiddel vanuit nutritioneel oogpunt, en de aan-

wezigheid van nutriënten waarvan het gunstig effect op de gezondheid wetenschappelijk

erkend is.

De voedingsprofielen worden opgesteld op grond van wetenschappelijke kennis omtrent dieet en

voeding en de relatie tot de gezondheid.

Bij de vaststelling van de voedingsprofielen verzoekt de Commissie de Autoriteit om binnen twaalf

maanden wetenschappelijk advies ter zake te verstrekken, waarbij in het bijzonder aandacht zal

worden besteed aan de volgende punten:

  • i) 
    de vraag of de profielen moeten worden opgesteld voor levensmiddelen in het algemeen

en/of voor levensmiddelencategorieën;

Bij de vaststelling van de voedingsprofielen overlegt de Commissie met de belanghebbende

partijen, met name exploitanten van levensmiddelenbedrijven en consumentenorganisaties.

De voedingsprofielen en hun gebruiksvoorwaarden worden volgens de procedure van artikel 24,

lid 2, aan de wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied aangepast.

  • 2. 
    In afwijking van lid 1 zijn voedingsclaims met betrekking tot de verlaging van het gehalte

aan vetten, verzadigde vetzuren, transvetzuren, suikers en zout/natrium toegestaan zonder

verwijzing naar een profiel voor de specifieke nutriënt(en) ten aanzien waarvan de claim

wordt gedaan, mits zij in overeenstemming zijn met de in deze verordening vastgelegde

voorwaarden.

  • 3. 
    Dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent mogen niet voorzien zijn

van:

  • a) 
    gezondheidsclaims;
  • b) 
    voedingsclaims, afgezien van claims betreffende een verlaagd alcoholgehalte of een

verlaagde energetische waarde.

  • 4. 
    Bij het ontbreken van specifieke communautaire voorschriften voor voedingsclaims met

betrekking tot de verlaging of afwezigheid van het alcoholgehalte of de energetische

waarde in dranken die normaal alcohol bevatten, kunnen de desbetreffende nationale

voorschriften overeenkomstig de Verdragsbepalingen worden toegepast.

Artikel 5

Algemene voorwaarden

  • 1. 
    Voedings- en gezondheidsclaims mogen alleen worden gebruikt als aan de volgende voor-

waarden is voldaan:

  • a) 
    de aanwezigheid, de afwezigheid of de beperkte hoeveelheid in een levensmiddel of

levensmiddelencategorie van een nutriënt of andere stof waarvoor de claim wordt

gedaan, heeft een bewezen heilzaam nutritioneel of fysiologisch effect, dat is vast-

gesteld aan de hand van algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens;

  • b) 
    de nutriënt of de andere stof waarvoor de claim wordt gedaan:
  • i) 
    is in het eindproduct aanwezig in een significante hoeveelheid zoals

omschreven in de communautaire wetgeving of, indien er ter zake geen

voorschriften bestaan, in een hoeveelheid die volgens algemeen aanvaarde

wetenschappelijke gegevens het geclaimde nutritionele of fysiologische effect

bewerkstelligt, dan wel

  • ii) 
    is afwezig, of is aanwezig in een beperkte hoeveelheid die volgens algemeen

aanvaarde wetenschappelijke gegevens het geclaimde nutritionele of

fysiologische effect bewerkstelligt;

  • c) 
    indien van toepassing, de nutriënt of andere stof waarvoor de claim wordt gedaan, is
  • d) 
    de hoeveelheid van het product die de consument, naar redelijkerwijs kan worden

aangenomen, tot zich zal nemen, levert een significante hoeveelheid nutriënt of

andere stof waarvoor de claim wordt gedaan, zoals omschreven in de communautaire

wetgeving of, indien er ter zake geen voorschriften bestaan, een significante

hoeveelheid die volgens algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens het

geclaimde nutritionele of fysiologische effect bewerkstelligt;

  • e) 
    de specifieke voorwaarden van hoofdstuk III, respectievelijk hoofdstuk IV, worden

nageleefd.

  • 2. 
    Voedings- en gezondheidsclaims mogen alleen worden gebruikt als kan worden

aangenomen dat de gemiddelde consument de heilzame effecten die in de claim worden

beschreven, begrijpt.

  • 3. 
    Voedings- en gezondheidsclaims hebben betrekking op het levensmiddel dat gereed is voor

consumptie overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant.

Artikel 6

Wetenschappelijke onderbouwing van claims

  • 1. 
    Voedings- en gezondheidsclaims zijn gebaseerd op en onderbouwd door algemeen

aanvaarde wetenschappelijke gegevens.

  • 2. 
    Een exploitant van een levensmiddelenbedrijf die gebruik maakt van een voedings- of

Artikel 7

Voedingswaarde-informatie

De verplichting tot en de nadere regelingen voor het verstrekken van informatie overeenkomstig

Richtlijn 90/496/EEG in het geval dat een voedingsclaim wordt gedaan, zijn van overeenkomstige

toepassing in het geval dat een gezondheidsclaim wordt gedaan, uitgezonderd bij generieke

reclame. De te verstrekken informatie bestaat evenwel uit de in artikel 4, lid 1, van Richtlijn

90/496/EEG omschreven gegevens van Groep 2.

Voorts wordt in voorkomend geval van (een) stof(fen) waarop een voedings- of gezondheidsclaim

betrekking heeft en die niet in de voedingswaarde-etikettering vermeld staat(staan), in hetzelfde

gezichtsveld als de voedingswaarde-informatie de hoeveelheid vermeld en uitgedrukt, overeen-

komstig artikel 6 van Richtlijn 90/496/EEG.

In het geval van voedingssupplementen wordt de voedingswaarde-informatie verstrekt overeen-

komstig artikel 8 van Richtlijn 2002/46/EG.

HOOFDSTUK III

VOEDINGSCLAIMS

Artikel 8

Specifieke voorwaarden

  • 2. 
    De bijlage kan worden gewijzigd volgens de procedure van artikel 24, lid 2, indien van

toepassing, na raadpleging van de Autoriteit.

Artikel 9

Vergelijkende claims

worden vergeleken, en moet daarbij een reeks levensmiddelen van die categorie in

aanmerking worden genomen. Het verschil in de hoeveelheid van een nutriënt en/of de

energetische waarde moet worden vermeld en de vergelijking moet betrekking hebben op

dezelfde hoeveelheid levensmiddel.

  • 2. 
    Vergelijkende voedingsclaims vergelijken de samenstelling van het betrokken

levensmiddel met die van een reeks levensmiddelen van dezelfde categorie, met inbegrip

van levensmiddelen van andere merken, die niet zodanig samengesteld zijn dat zij van een

claim kunnen worden voorzien.

HOOFDSTUK IV

GEZONDHEIDSCLAIMS

Artikel 10

Specifieke voorwaarden

  • 1. 
    Gezondheidsclaims zijn verboden, tenzij zij in overeenstemming zijn met de algemene

voorschriften van hoofdstuk II en de specifieke voorschriften van dit hoofdstuk, en er

overeenkomstig deze verordening een vergunning voor is verleend, en zij zijn opgenomen

in de in de artikelen 13 en 14 bedoelde lijsten van toegestane claims.

  • 2. 
    Gezondheidsclaims zijn alleen toegestaan als op de etikettering of, bij ontbreken daarvan,

in de presentatie en de reclame, de volgende informatie wordt aangebracht:

  • a) 
    een vermelding waarin wordt gewezen op het belang van een gevarieerde,

evenwichtige voeding en een gezonde levensstijl;

  • b) 
    de benodigde hoeveelheid van het levensmiddel en het vereiste consumptiepatroon

om het geclaimde heilzame effect te bereiken;

  • c) 
    indien van toepassing, een vermelding voor mensen die het gebruik van het levens-

middel dienen te vermijden; en

  • d) 
    een passende waarschuwing voor producten die bij overmatig gebruik een
  • 3. 
    Verwijzingen naar algemene, niet-specifieke voordelen van de nutriënt of het levensmiddel

voor de algemene gezondheid of voor het welzijn op het gebied van gezondheid zijn alleen

toegestaan indien zij gepaard gaan met een specifieke gezondheidsclaim die is opgenomen

in de in de artikelen 13 en 14 bedoelde lijsten.

  • 4. 
    In voorkomend geval worden volgens de procedure van artikel 24, lid 2, richtsnoeren voor

de uitvoering van dit artikel vastgesteld, indien nodig in overleg met de belanghebbende

partijen, met name exploitanten van levensmiddelenbedrijven en consumentenorganisaties.

Artikel 11

Nationale medische verenigingen en liefdadigheidsinstellingen op het gebied van de

volksgezondheid

Bij gebrek aan specifieke communautaire voorschriften met betrekking tot aanbevelingen of goed-

keuringen door nationale medische verenigingen en liefdadigheidsinstellingen op het gebied van de

volksgezondheid, kunnen nationale voorschriften worden toegepast, met inachtneming van de

bepalingen van het Verdrag.

Artikel 12

Beperkingen op het gebruik van gezondheidsclaims

De volgende gezondheidsclaims zijn niet toegestaan:

Artikel 13

Gezondheidsclaims die niet over ziekterisicobeperking gaan

  • 1. 
    Gezondheidsclaims die het volgende beschrijven of waarin naar het volgende wordt

verwezen:

  • a) 
    de rol van een nutriënt of andere stof bij de groei en ontwikkeling en de functies van

het lichaam, of

  • b) 
    psychologische functies of gedragsfuncties, of
  • c) 
    onverminderd Richtlijn 96/8/EG, het afslankende of het gewichtsbeheersende effect,

een vermindering van het hongergevoel, een versterking van het gevoel van

verzadiging, of beperking van de in de voeding beschikbare energie,

en die zijn opgenomen in de in lid 3 bedoelde lijst, zijn toegestaan zonder dat zij aan de in

de artikelen 15 tot en met 18 bedoelde vergunningsprocedure hoeven te worden

onderworpen, indien zij:

  • i) 
    zijn gebaseerd op algemeen aanvaarde wetenschappelijke gegevens, en
  • ii) 
    door de gemiddelde consument goed begrepen worden.
  • 2. 
    De lidstaten verstrekken de Commissie uiterlijk op ...* een lijst met claims als bedoeld in
  • 3. 
    Na raadpleging van de Autoriteit stelt de Commissie, volgens de procedure van artikel 24,

lid 2, uiterlijk op ... ** een communautaire lijst op van toegestane claims als bedoeld in

lid 1 en van alle noodzakelijke voorwaarden voor het gebruik van deze claims.

  • 4. 
    Aanpassingen van de in lid 3 bis bedoelde lijst op basis van algemeen aanvaarde weten-

schappelijke gegevens worden volgens de procedure van artikel 24 goedgekeurd, na raad-

pleging van de Autoriteit, op initiatief van de Commissie of op verzoek van een lidstaat.

  • 5. 
    Toevoegingen van claims aan de in lid 3 bedoelde lijst die gebaseerd zijn op nieuwe

wetenschappelijke gegevens en/of die een verzoek om bescherming van door eigendoms-

rechten beschermde gegevens inhouden, worden volgens de procedure van de artikelen 15

tot en met 18 goedgekeurd.

Artikel 14

Claims inzake ziekterisicobeperking

ziekterisicobeperking worden gedaan, indien er volgens de procedure van de artikelen 15

tot en met 18 van deze verordening een vergunning is verleend om ze op te nemen in een

communautaire lijst van dergelijke toegestane claims, tezamen met alle noodzakelijke

voorwaarden voor het gebruik van die claims worden beschreven.

  • 2. 
    Naast de algemene voorschriften van deze verordening en de specifieke voorschriften van

lid 1 geldt bij claims inzake ziekterisicobeperking dat op de etikettering, of bij ontbreken

Artikel 15

Aanvragen van een vergunning

  • 1. 
    In het geval dat naar dit artikel wordt verwezen, wordt een aanvraag ingediend van een

vergunning overeenkomstig de volgende leden.

  • 2. 
    De aanvraag wordt aan de bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat toegezonden.
  • a) 
    De bevoegde nationale autoriteit:
  • i) 
    bevestigt de ontvangst van de aanvraag binnen veertien dagen na ontvangst

schriftelijk. Op die bevestiging staat de datum van ontvangst van de aanvraag

vermeld;

  • ii) 
    stelt de Autoriteit onverwijld daarvan in kennis; en
  • iii) 
    stelt de aanvraag en alle door de aanvrager verstrekte aanvullende informatie

ter beschikking van de Autoriteit.

  • b) 
    De Autoriteit:
  • i) 
    stelt de overige lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis van de

aanvraag en stelt de aanvraag en de door de aanvrager verstrekte aanvullende

informatie te hunner beschikking;

  • ii) 
    maakt de in lid 3, onder g), bedoelde samenvatting van de aanvraag openbaar.
  • 3. 
    De aanvraag bevat het volgende:
  • a) 
    naam en adres van de aanvrager;
  • b) 
    de nutriënt of andere stof, of het levensmiddel of de categorie levensmiddelen

waarvoor de gezondheidsclaim wordt gedaan en de bijzondere eigenschappen ervan;

  • c) 
    een verslag van de verrichte onderzoeken, met inbegrip van, voorzover beschikbaar,

onafhankelijke collegiaal getoetste studies die met betrekking tot de gezondheids-

claim zijn verricht en alle andere gegevens aan de hand waarvan kan worden

aangetoond dat de gezondheidsclaim aan de criteria van deze verordening voldoet;

  • d) 
    voorzover nodig, een aanwijzing betreffende de informatie die door eigendoms-

rechten is beschermd, vergezeld van een verifieerbare staving;

  • e) 
    een verslag van andere wetenschappelijke studies die voor de gezondheidsclaim van

belang zijn;

  • 4. 
    De Commissie stelt, na raadpleging van de Autoriteit, volgens de in artikel 24, lid 2,

bedoelde procedure uitvoeringsvoorschriften voor de toepassing van dit artikel vast, met

inbegrip van voorschriften voor het opstellen en indienen van de aanvragen.

  • 5. 
    Vóór ... maakt de Autoriteit uitvoerige richtsnoeren bekend om aanvragers bij te staan bij

het opstellen en indienen van de aanvraag.

Artikel 16

Advies van de Autoriteit

  • 1. 
    Bij het uitbrengen van haar advies tracht de Autoriteit een termijn van zes maanden vanaf

de datum van ontvangst van een geldige aanvraag in acht te nemen. Die termijn wordt

verlengd indien de Autoriteit overeenkomstig lid 2 aanvullende informatie van de

aanvrager verlangt.

  • 2. 
    Zo nodig kan de Autoriteit, of een bevoegde nationale autoriteit via de Autoriteit, de aan-

vrager verzoeken de bij de aanvraag verstrekte gegevens binnen een bepaalde termijn aan

te vullen.

  • 3. 
    Voor het opstellen van het advies zal de Autoriteit:
  • a) 
    verifiëren of de voorgestelde tekst van de gezondheidsclaim met wetenschappelijke

gegevens is onderbouwd;

  • 4. 
    Indien het advies luidt dat voor de gezondheidsclaim een vergunning kan worden verleend,

worden in het advies de volgende gegevens opgenomen:

  • a) 
    naam en adres van de aanvrager;
  • b) 
    de nutriënt of andere stof, of het levensmiddel of de categorie levensmiddelen

waarvoor een claim wordt gedaan en de bijzondere eigenschappen ervan;

  • c) 
    de aanbevolen tekst van de gezondheidsclaim waarvoor een vergunning wordt aan-

gevraagd, in voorkomend geval met inbegrip van specifieke voorwaarden voor het

gebruik ervan;

  • d) 
    indien van toepassing, de voorwaarden voor of beperkingen van het gebruik van het

levensmiddel en/of een aanvullende vermelding of waarschuwing waarvan de

gezondheidsclaim op het etiket en in de reclame vergezeld moet gaan.

  • 5. 
    De Autoriteit zendt het advies aan de Commissie, de lidstaten en de aanvrager, tezamen

met een rapport waarin haar beoordeling van de gezondheidsclaim wordt beschreven en het

advies wordt gemotiveerd alsook de gegevens waarop het advies is gebaseerd.

  • 6. 
    De Autoriteit maakt het advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG)

nr. 178/2002 openbaar.

De aanvrager of het publiek kan gedurende dertig dagen na deze openbaarmaking

Artikel 17

Communautaire vergunning

  • 1. 
    De Commissie legt binnen drie maanden na ontvangst van het advies van de Autoriteit aan

het in artikel 22, lid 2, bedoelde comité een ontwerp-besluit betreffende de lijsten van

toegestane gezondheidsclaims voor, daarbij rekening houdend met het advies van de

Autoriteit, de toepasselijke bepalingen van het Gemeenschapsrecht en andere factoren die

ter zake een rol spelen. Indien het ontwerp-besluit niet in overeenstemming is met het

advies van de Autoriteit, geeft de Commissie een verklaring voor de verschillen.

  • 2. 
    Indien het ontwerp-besluit strekt tot wijziging van de lijsten van toegestane gezondheids-

claims, worden de in artikel 16, lid 4, bedoelde gegevens hier vermeld.

  • 3. 
    Het definitieve besluit ten aanzien van de aanvraag wordt vastgesteld volgens de procedure

van artikel 24, lid 2.

  • 4. 
    De Commissie stelt de aanvrager onverwijld in kennis van het vastgestelde besluit en

maakt de bijzonderheden ervan bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

  • 5. 
    Gezondheidsclaims die op de in de artikelen 13 en 14 bedoelde lijsten staan, kunnen

overeenkomstig de daarvoor geldende voorwaarden door elke exploitant van een

levensmiddelenbedrijf worden gebruikt, tenzij het gebruik ervan overeenkomstig artikel 20

is beperkt.

Artikel 18

Wijziging, schorsing en intrekking van vergunningen

  • 1. 
    De aanvrager/gebruiker van een claim uit een van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde

lijsten kan een aanvraag tot wijziging van de relevante lijst indienen. De procedure van de

artikelen 15 tot en met 17 is van overeenkomstige toepassing.

  • 2. 
    De Autoriteit brengt op eigen initiatief of naar aanleiding van een verzoek van een lidstaat

of van de Commissie, advies uit over de vraag of een gezondheidsclaim uit de in de

artikelen 13 en 14 bedoelde lijsten nog steeds in overeenstemming is met de voorwaarden

van deze verordening.

Zij legt het advies onverwijld voor aan de Commissie, aan de lidstaten en, in voorkomend

geval, aan de oorspronkelijke aanvrager van de betrokken claim. De Autoriteit maakt het

advies overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 openbaar.

De aanvrager/gebruiker of het publiek kan gedurende dertig dagen na deze

openbaarmaking opmerkingen aan de Commissie doen toekomen.

De Commissie bestudeert het advies van de Autoriteit en de ingezonden opmerkingen zo

spoedig mogelijk. De vergunning wordt, zo nodig, volgens de procedure van artikel 17

gewijzigd, geschorst of ingetrokken.

HOOFDSTUK V

ALGEMENE BEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19

Communautair repertorium

  • 1. 
    Door de Commissie wordt een communautair repertorium van voedings- en gezondheids-

claims voor levensmiddelen (hierna "het repertorium" genoemd), opgesteld en

bijgehouden.

  • 2. 
    Het repertorium bevat het volgende:
  • a) 
    de voedingsclaims en de daarvoor geldende voorwaarden zoals aangegeven in de

bijlage;

  • b) 
    overeenkomstig artikel 4, lid 5, vastgestelde beperkingen;
  • c) 
    de toegezonden gezondheidsclaims en de daarvoor geldende voorwaarden overeen-

komstig artikel 13, lid 3, artikel 14, lid 2, artikel 18, lid 2, artikel 20, artikel 23, lid 2,

en artikel 27, lid 6, alsmede de in artikel 22, lid 3, bedoelde nationale maatregelen;

  • d) 
    een lijst van afgewezen gezondheidsclaims en de redenen voor de afwijzing.

Gezondheidsclaims waarvoor een vergunning is verleend op grond van door eigendoms-

  • 3) 
    het feit dat het gebruik van de gezondheidsclaim is beperkt, tenzij een latere

aanvrager een vergunning voor de claim krijgt zonder dat er naar de door

eigendomsrechten beschermde gegevens van de oorspronkelijke aanvrager wordt

verwezen.

  • 3. 
    Het repertorium wordt openbaar gemaakt.

Artikel 20

Gegevensbescherming

  • 1. 
    De wetenschappelijke gegevens en de andere informatie die de aanvraag overeenkomstig

artikel 15, lid 2, dient te bevatten, mogen gedurende zeven jaar vanaf de datum van afgifte

van de vergunning niet ten behoeve van latere aanvragers worden gebruikt - tenzij de latere

aanvrager met de eerdere aanvrager is overeengekomen dat die gegevens en informatie wel

mogen worden gebruikt - indien:

  • a) 
    de eerdere aanvrager bij zijn aanvraag heeft aangegeven dat de wetenschappelijke

gegevens en andere informatie door eigendomsrechten waren beschermd, en

  • b) 
    de eerdere aanvrager ten tijde van zijn aanvraag het exclusieve recht had om naar de

desbetreffende gegevens te verwijzen, en

  • c) 
    de gezondheidsclaim niet had kunnen worden goedgekeurd indien de eerdere

aanvrager de desbetreffende gegevens niet had verstrekt.

  • 2. 
    Tot het eind van de in lid 1 bedoelde periode van zeven jaar hebben latere aanvragers niet

het recht om te verwijzen naar gegevens waarvan een eerdere aanvrager heeft aangegeven

dat zij door eigendomsrechten zijn beschermd, behalve indien de Commissie besluit dat

een claim kon of had kunnen worden opgenomen in de in artikel 14, dan wel indien van

toepassing, de in artikel 13 bedoelde lijst, zonder dat de desbetreffende gegevens waren

verstrekt.

Artikel 21

Nationale bepalingen

Onverminderd de Verdragsbepalingen, in het bijzonder artikel 28 en artikel 30, mogen de lidstaten

de handel in levensmiddelen die aan deze verordening voldoen en de daarvoor gemaakte reclame

niet beperken of verbieden door de toepassing van niet-geharmoniseerde nationale bepalingen

inzake claims voor bepaalde levensmiddelen of voor levensmiddelen in het algemeen.

Artikel 22

Kennisgevingsprocedure

  • 1. 
    Indien een lidstaat het nodig acht nieuwe wetgeving vast te stellen, stelt hij de Commissie

en de andere lidstaten in kennis van de beoogde maatregelen en de motivering daarvan.

ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid (hierna "het

comité" genoemd), indien zij van oordeel is dat zulks zinvol is of indien een lidstaat

daarom verzoekt, en brengt advies uit over de beoogde maatregelen.

  • 3. 
    De betrokken lidstaat kan de beoogde maatregelen zes maanden na de in lid 1 bedoelde

kennisgeving treffen, op voorwaarde dat hij van de Commissie geen negatief advies heeft

ontvangen.

Indien de Commissie een negatief advies uitbrengt, stelt zij, voordat de in de eerste alinea

bedoelde periode is verstreken, volgens de procedure van artikel 24, lid 2, vast of de

beoogde maatregelen kunnen worden uitgevoerd. De Commissie kan verlangen dat de

beoogde maatregelen worden gewijzigd.

Artikel 23

Vrijwaringsmaatregelen

  • 1. 
    Indien een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een claim niet aan deze

verordening voldoet of dat de in artikel 6 bedoelde wetenschappelijke onderbouwing ervan

ontoereikend is, kan die lidstaat het gebruik van die claim op zijn grondgebied tijdelijk

opschorten.

  • 2. 
    Over de claim wordt een besluit genomen volgens de procedure van artikel 24, lid 2, in

voorkomend geval na raadpleging van de Autoriteit.

De Commissie kan deze procedure op eigen initiatief inleiden.

  • 3. 
    De in lid 1 bedoelde lidstaat kan de opschorting handhaven tot hem kennis is gegeven van

het in lid 2 bedoelde besluit.

Artikel 24

Comitéprocedure

toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie

maanden.

  • 3. 
    Het Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 25

Toezicht

Teneinde een efficiënt toezicht op levensmiddelen met voedings- of gezondheidsclaims te verge-

makkelijken, kunnen de lidstaten eisen dat de fabrikant of degene die voor het in de handel brengen

van dergelijke levensmiddelen op hun grondgebied verantwoordelijk is, de bevoegde autoriteit van

deze commercialisering in kennis stelt door haar een model van het voor het product gebruikte

etiket te verstrekken.

Artikel 26

Evaluatie

Uiterlijk op ...* legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de

toepassing van deze verordening, in het bijzonder over de ontwikkeling van de markt voor

levensmiddelen waarvoor voedings- of gezondheidsclaims worden gedaan, en over de wijze waarop

de consument de claims begrijpt, samen met een voorstel voor wijzigingen, indien dat nodig is.

Artikel 27

Overgangsmaatregelen

  • 1. 
    Vóór de toepassingsdatum van deze verordening in de handel gebrachte of geëtiketteerde

levensmiddelen die niet aan deze verordening voldoen, kunnen tot de houdbaarheidsdatum,

**

  • 2. 
    Producten voorzien van handelsmerken of merknamen die bestonden vóór 1 januari 2005

en die niet aan deze verordening voldoen, mogen blijvend in de handel worden gebracht tot

en met ... ; daarna gelden de bepalingen van deze verordening.

  • 3. 
    Niet in de bijlage opgenomen voedingsclaims die voor 1 januari 2005 in een lidstaat

werden gebruikt overeenkomstig nationale bepalingen die daarop van toepassing waren,

mogen tot ... onder de verantwoordelijkheid van de exploitanten van

levensmiddelenbedrijven worden gemaakt, onverminderd de aanneming van de in

artikel 23 bedoelde vrijwaringsmaatregelen.

  • 4. 
    Ten aanzien van voedingsclaims in de vorm van illustraties, grafische voorstellingen of

symbolen die aan de algemene beginselen van deze verordening voldoen, niet in de bijlage

zijn opgenomen en overeenkomstig in nationale bepalingen of voorschriften vastgestelde

specifieke voorwaarden en criteria worden gebruikt, geldt het volgende:

  • a) 
    de lidstaten doen de Commissie die voedingsclaims en de toepasselijke nationale

bepalingen of voorschriften uiterlijk op ... toekomen, vergezeld van de weten-

schappelijke gegevens ter staving van die bepalingen of voorschriften;

  • b) 
    de Commissie neemt in overeenstemming met de in artikel 24, lid 2, vastgestelde

procedure een besluit met betrekking tot het gebruik van dergelijke claims aan.

Voedingsclaims die niet worden toegestaan op grond van deze procedure, mogen tot

uiterlijk twaalf maanden na de aanneming van het besluit worden gebruikt.

  • 5. 
    De in artikel 13, lid 1, onder a), vermelde gezondheidsclaims kunnen vanaf de datum van

inwerkingtreding van deze verordening tot de aanneming van de in artikel 13, lid 3,

vermelde lijst onder de verantwoordelijkheid van bedrijfsexploitanten worden gedaan, mits

zij stroken met deze verordening en met de toepasselijke nationale bepalingen en

onverminderd de aanneming van de in artikel 23 bedoelde vrijwaringsmaatregelen.

  • 6. 
    Ten aanzien van andere dan de in artikel 13, lid 1, onder a), en artikel 14 bedoelde

gezondheidsclaims die, in overeenstemming met de nationale bepalingen, vóór de datum

van inwerkingtreding van deze verordening zijn gebruikt, geldt het volgende:

  • a) 
    gezondheidsclaims die in een lidstaat zijn beoordeeld en toegestaan, worden als volgt

toegestaan:

  • i) 
    de lidstaten doen de Commissie die claims uiterlijk op ... * toekomen,

vergezeld van een verslag met de evaluatie van de wetenschappelijke gegevens

ter staving van de claim;

  • ii) 
    na raadpleging van de Autoriteit neemt de Commissie in overeenstemming met

de in artikel 24, lid 2, vastgestelde procedure een besluit met betrekking tot de

aldus toegestane gezondheidsclaims aan.

Gezondheidsclaims die niet worden toegestaan op grond van deze procedure, mogen tot uiterlijk zes

maanden na de aanneming van het besluit worden gebruikt.

(b) gezondheidsclaims die niet in een lidstaat zijn beoordeeld en toegestaan: deze claims

kunnen verder worden gebruikt, mits voor ...** overeenkomstig deze verordening een

aanvraag wordt ingediend; gezondheidsclaims die niet worden toegestaan op grond van

deze procedure kunnen verder worden gebruikt tot uiterlijk zes maanden nadat overeen-

komstig artikel 17, lid 3, een besluit is genomen.

Artikel 28

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van ...*.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

BIJLAGE

Voedingsclaims en voorwaarden daarvoor

LAGE ENERGETISCHE WAARDE

De claim dat een levensmiddel een lage energetische waarde heeft en elke andere claim die voor de

consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als de energetische waarde

van het product maximaal 40 kcal (170 kJ)/100 g voor vaste stoffen en [of] maximaal 20 kcal

(80 kJ)/100 ml voor vloeistoffen bedraagt. Op tafelzoetstoffen is een limiet van 4 kcal (17 kJ)/portie,

met een zoetkracht die overeenstemt met die van 6g sucrose (ongeveer 1 theelepel sucrose), van

toepassing.

VERMINDERDE ENERGETISCHE WAARDE

De claim dat een levensmiddel een verminderde energetische waarde heeft en elke andere claim die

voor de consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als de energetische

waarde van het product met minimaal 30% verminderd is, onder vermelding van de eigenschap(pen)

waardoor de totale energetische waarde van het levensmiddel verminderd is.

BEVAT GEEN ENERGIE

De claim dat een levensmiddel geen energie bevat en elke andere claim die voor de consument waar-

schijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan gedaan als de energetische waarde van het

product maximaal 4 kcal (17 kJ)/100 ml bedraagt. Op tafelzoetstoffen is een limiet van 0,4 kcal

VETARM

De claim dat een levensmiddel vetarm is en elke andere claim die voor de consument waarschijnlijk

dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het vetgehalte van het product maximaal

3 g/100 g voor vaste stof of 1,5 g/100 ml voor vloeibare stoffen bedraagt (1,8 g/100 ml voor halfvolle

melk).

VETVRIJ

De claim dat een levensmiddel vetvrij is en elke andere claim die voor de consument waarschijnlijk

dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het vetgehalte van het product maximaal

0,5 g/100 g of 0,5 g/100 ml bedraagt. Claims als "X% vetvrij" zijn echter verboden.

ARM AAN VERZADIGDE VETTEN

De claim dat een levensmiddel arm aan verzadigde vetten is en elke andere claim die voor de consument

waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als de som van de verzadigde vetzuren

en de transvetzuren in het product niet groter is dan 1,5 g/100 g voor vaste stoffen of 0,75 g/100 ml voor

vloeistoffen, en op voorwaarde dat maximaal 10% van de energetische waarde afkomstig is van de som

van de verzadigde vetzuren en de transvetzuren.

VRIJ VAN VERZADIGDE VETTEN

De claim dat een levensmiddel vrij van verzadigde vetten is en elke andere claim die voor de con-

sument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als de som van de

SUIKERARM

Een claim dat een levensmiddel suikerarm is en elke andere claim die voor de consument waar-

schijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het suikergehalte van het product

maximaal 5 g/100 g voor vaste stof of 2,5 g/100 ml voor vloeibare stoffen bedraagt.

SUIKERVRIJ

De claim dat een levensmiddel suikervrij is en elke andere claim die voor de consument waar-

schijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het suikergehalte van het product

maximaal 0,5 g/100 g of 0,5 g/100 ml bedraagt.

ZONDER TOEGEVOEGDE SUIKERS

De claim dat aan een levensmiddel geen suikers zijn toegevoegd en elke andere claim die voor de

consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als aan het product

geen mono- of disacchariden of andere vanwege hun zoetkracht gebruikte levensmiddelen zijn

toegevoegd. Indien een levensmiddel van nature suikers bevat, dient ook het volgende op het etiket

te staan: "DIT PRODUCT BEVAT van nature aanwezige SUIKERS".

NATRIUMARM/ZOUTARM

De claim dat een levensmiddel natriumarm/zoutarm is en elke andere claim die voor de consument

waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het product maximaal 0,12 g

natrium, of de overeenkomstige waarde voor zout, per 100 g of 100 ml bevat. Voor ander water dan

ZEER LAAG NATRIUMGEHALTE/ZOUTGEHALTE

De claim dat een levensmiddel een zeer laag natriumgehalte/zoutgehalte heeft en elke andere claim

die voor de consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het

product maximaal 0,04 g natrium, of de overeenkomstige waarde voor zout, per 100 g of 100 ml

bevat. Deze claim mag niet worden gebruikt voor natuurlijk mineraalwater en ander water.

NATRIUMVRIJ/ZOUTLOOS

De claim dat een levensmiddel natrium- of zoutvrij is en elke andere claim die voor de consument

waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het product maximaal 0,005 g

natrium, of de overeenkomstige waarde voor zout, per 100 g bevat.

BRON VAN VEZELS

De claim dat een levensmiddel een bron van vezels is en elke andere claim die voor de consument

waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het vezelgehalte van het

product minimaal 3 g/100 g of 1,5 g/100 kcal bedraagt.

VEZELRIJK

De claim dat een levensmiddel vezelrijk is en elke andere claim die voor de consument waarschijn-

lijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het vezelgehalte van het product

minimaal 6 g/100 g of 3 g/100 kcal bedraagt.

BRON VAN EIWITTEN

De claim dat een levensmiddel een bron van eiwitten is en elke andere claim die voor de consument

waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als minimaal 12% van de

energetische waarde van het levensmiddel wordt geleverd door eiwitten.

EIWITRIJK

De claim dat een levensmiddel eiwitrijk is en elke andere claim die voor de consument waarschijn-

lijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als minimaal 20% van de energetische

waarde van het levensmiddel wordt geleverd door eiwitten.

BRON VAN [NAAM VAN DE VITAMINE(N)] EN/OF [NAAM VAN HET MINERAAL/DE

MINERALEN]

De claim dat een levensmiddel een bron van vitaminen en/of mineralen is en elke andere claim die

voor de consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het product

minimaal een aanzienlijke hoeveelheid bevat zoals vastgesteld in de bijlage bij Richtlijn

90/496/EEG of een hoeveelheid waarin is voorzien door afwijkingen die zijn toegestaan krachtens

artikel 7 van Verordening (EG) nr. .../... van de Raad en het Europees Parlement betreffende de

toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen

.

RIJK AAN [NAAM VAN DE VITAMINE(N)] EN/OF[NAAM VAN HET MINERAAL/DE

MINERALEN]

De claim dat een levensmiddel rijk aan vitaminen en/of mineralen is en elke andere claim die voor

BEVAT [NAAM VAN DE NUTRIËNT OF ANDERE STOF]

De claim dat een levensmiddel een nutriënt of andere stof bevat waarvoor in deze verordening geen

specifieke voorwaarden zijn vastgelegd, en elke andere claim die voor de consument waarschijnlijk

dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het product aan alle desbetreffende

bepalingen van deze verordening, en met name artikel 5, voldoet. Voor vitaminen en mineralen

gelden de voorwaarden van de claim "bron van".

VERHOOGD GEHALTE AAN (NAAM VAN DE NUTRIËNT)

De claim dat een levensmiddel een verhoogd gehalte aan een of meer nutriënten, met uitzondering

van vitaminen en mineralen, heeft en elke andere claim die voor de consument waarschijnlijk

dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als het product voldoet aan de voorwaarden voor

de claim "bron van" en het desbetreffende gehalte minimaal 30% hoger is dan dat van een

vergelijkbaar product.

VERLAAGD GEHALTE AAN (NAAM VAN DE NUTRIËNT)

De claim dat een levensmiddel een verlaagd gehalte aan een of meer nutriënten heeft en elke andere

claim die voor de consument waarschijnlijk dezelfde betekenis zal hebben, is alleen toegestaan als

het desbetreffende gehalte van het product minimaal 30% lager is dan dat van een vergelijkbaar

product, behalve voor micronutriënten, waarvoor een verschil van 10% ten opzichte van de

referentiewaarden van Richtlijn 90/496/EEG aanvaardbaar is en voor natrium, of de equivalente

waarde voor zout, waarvoor een verschil van 25% aanvaardbaar is.

VAN NATURE/NATUURLIJK

Indien een levensmiddel van nature voldoet aan de in deze bijlage opgenomen voorwaarde(n) voor

het gebruik van een voedingsclaim, mogen de woorden "van nature/natuurlijk" in de claim worden

opgenomen.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

16 jul
'03
COM(2003)424 - Voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen


18 jun
'03
COM(2003)356 - Oneerlijke "business-to-consumer"-handelspraktijken op de interne markt en tot wijziging van de richtlijnen 84/450/EEG, 97/7/EG en 98/27/EG (richtlijn oneerlijke handelspraktijken)


17 jul
'02
COM(2002)406 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 178/2002 voor wat betreft de budgettaire en financiële voorschriften van toepassing op de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en de toegang tot de documenten van deze Autoriteit


27 dec
'01
COM(2001)789 - Aanpassing van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegden die zijn vastgelegd in volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag goedgekeurde besluiten van het Europees Parlement en de Raad


6 sep
'01
COM(2001)433 - Wijziging van Richtlijn 2000/13/EG met betrekking tot de vermelding van de ingrediënten van levensmiddelen


8 nov
'00
COM(2000)716 - Algemene beginselen en vereisten van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Voedselautoriteit en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden


8 mei
'00
COM(2000)222 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake voedingssupplementen


14 apr
'99
COM(1999)113 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame -


24 jun
'98
COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


4 jan
'95
COM(1994)612 - Kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water


 
 
publicatiedatum 08-12-2005
kenmerk 9858/3/05 REV 3

Inhoud