Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Cohesiefonds (gecodificeerde versie) - Hoofdinhoud
RAAD VAN Brussel, 24 januari 2006 (27.01)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
5678/06
Interinstitutioneel dossier:
2003/0129 (AVC)
CODIF 3 FC 1 CADREFIN 10
VOORSTEL
van:
de Europese Commissie
d.d.: 16 januari 2006
Betreft: Gewijzigd voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van een Cohesiefonds (gecodificeerde versie)
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie, COM(2006) 5 def., dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris- generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 16.1.2006 COM(2006) 5 definitief
2003/0129 (AVC)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot oprichting van een Cohesiefonds
(gecodificeerde versie)
(door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)
TOELICHTING
-
1.Op 16 juni 2003 heeft de Commissie een voorstel voor een verordening van de Raad ingediend ter codificatie van Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad van 16 mei 1994 tot oprichting van een Cohesiefonds
1.
-
2.In haar advies van 29 september 2003 was de uit vertegenwoordigers van de Juridische Diensten bestaande adviesgroep, bedoeld in het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten
2, van oordeel dat het bovenbedoelde voorstel zich
inderdaad beperkt tot een loutere codificatie zonder inhoudelijke wijzigingen van de besluiten waarop het betrekking heeft.
-
3.Gelet op de nieuwe wijzigingen3 die ondertussen in het in punt 1 bedoelde
oorspronkelijke voorstel zijn aangebracht, heeft de Commissie besloten overeenkomstig
artikel 250, lid 2, van het EG-Verdrag voor
Verordening (EG) nr. 1164/94 een gewijzigd codificatievoorstel in te dienen.
In dit gewijzigde voorstel is tevens rekening gehouden met de louter redactionele of formele aanpassingen die door de uit vertegenwoordigers van de Juridische Diensten bestaande adviesgroep zijn voorgesteld en die gegrond worden geacht
-
4.Hierin is
tevens rekening gehouden met de rectificatie die in Verordening (EG) nr. 1264/19995
is aangebracht.
-
4.In dit gewijzigde voorstel zijn ten opzichte van het in punt 1 bedoelde oorspronkelijke voorstel de volgende wijzigingen aangebracht:
-
1)In artikel 2 worden de volgende leden toegevoegd:
,,5. Vanaf de datum van toetreding tot en met 31 december 2006 komen ook Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije in aanmerking voor bijstand uit het Fonds.
-
3)In artikel 4 worden de volgende alinea's ingevoegd na de vijfde alinea:
,,Voor de periode vanaf de datum van toetreding tot en met 2006 bedragen de in totaal voor vastlegging beschikbare middelen voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije 7,5905 miljard euro tegen de prijzen van 1999.
Voor de verschillende jaren van die periode bedragen de vastleggingskredieten:
-
-2004: 2,6168 miljard euro
-
-2005: 2,1517 miljard euro
-
-2006: 2,8220 miljard euro."
-
4)Artikel 5, derde alinea, wordt gelezen als:
,,De totale jaarlijkse ontvangsten uit het Cohesiefonds in het kader van deze verordening mogen -- in combinatie met de uit de Structuurfondsen verstrekte bijstand -- niet meer dan 4 % van het BBP van de lidstaat bedragen."
-
5)In artikel 11, lid 3, wordt de volgende alinea toegevoegd:
,,Wat betreft Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, kunnen uitgaven in de zin van artikel 7, lid 1, uitsluitend voor een bijdrage van het Fonds in aanmerking worden genomen indien deze na 1 januari 2004 zijn verricht, en op voorwaarde dat aan alle voorschriften van de verordening is voldaan."
-
6)Het volgende artikel wordt ingevoegd na artikel 16:
-
2.Elke procedure met betrekking tot een overheidsopdracht in verband met een in lid 1 bedoelde maatregel waarvoor op de datum van toetreding al een uitnodiging tot inschrijving is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt uitgevoerd overeenkomstig de in die uitnodiging tot inschrijving vastgestelde voorschriften. Het bepaalde in artikel 165 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002, houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen
(**) is niet van
toepassing.
________________________
(**) PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1.
Elke procedure met betrekking tot een overheidsopdracht in verband met een in lid 1 bedoelde maatregel waarvoor nog geen uitnodiging tot inschrijving is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 8 bedoelde voorschriften en bepalingen.
-
3.De Commissie kan, in naar behoren gemotiveerde gevallen, op verzoek van de betrokken lidstaat en uitsluitend met betrekking tot de jaarlijkse gedeelten die nog moeten worden vastgelegd uit hoofde van de algemene begroting, besluiten de te verlenen communautaire bijstand te wijzigen, rekening houdend met de criteria van artikel 7. Een dergelijke wijziging van de communautaire bijstand is niet van invloed op het gedeelte van de maatregel waarvoor al een leningovereenkomst is getekend met de EIB, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling of een andere internationale financiële instelling.
De betalingen die door de Commissie worden verricht uit hoofde van een in lid 1 bedoelde maatregel, worden gekoppeld aan de vroegste openstaande betalingsverplichting die in eerste instantie is uitgevoerd krachtens Verordening (EG) nr. 1267/1999 en vervolgens krachtens onderhavige verordening.
-
9)Bijlage I wordt vervangen door de volgende tekst:
,,BIJLAGE I
Indicatieve verdeling van de totale middelen van het Cohesiefonds over de begunstigde lidstaten, als bedoeld in de derde alinea van artikel 4:
-
-Griekenland: 16 tot 18 % van het totaal
-
-Spanje: 61 tot 63,5 % van het totaal
-
-Ierland: 2 tot 6 % van het totaal
-
-Portugal: 16 tot 18 % van het totaal.
Indicatieve verdeling van de totale middelen van het Cohesiefonds over de begunstigde lidstaten, als bedoeld in de vijfde alinea van artikel 4:
-
-Tsjechië: 9,76 % tot 12,28 % van het totaal
-
-Estland: 2,88 % tot 4,39 % van het totaal
-
-Cyprus: 0,43 % tot 0,84 % van het totaal
-
-Letland: 5,07 % tot 7,08 % van het totaal
-
-Litouwen: 6,15 % tot 8,17 % van het totaal
-
-Hongarije: 11,58 % tot 14,61 % van het totaal
-
-Malta: 0,16 % tot 0,36 % van het totaal
-
-Polen: 45,65 % tot 52,72 % van het totaal
1164/94 (aangepast)
2003/0129 (AVC)
Gewijzigd voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot oprichting van een Cohesiefonds
(gecodificeerde versie)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 161 ,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien de instemming van het Europees Parlement1,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité2,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's3,
1164/94 overweging (1)
(aangepast)
(2) Krachtens artikel 2 van het Verdrag dienen de voor de verdere ontwikkeling en het welslagen van de Gemeenschap essentiële doelstellingen inzake economische en sociale samenhang en solidariteit tussen de lidstaten te worden bevorderd. De versterking van de economische en sociale samenhang wordt in artikel 3, onder k ), van het Verdrag genoemd als een van de facetten van het optreden van de Gemeenschap om de in artikel 2 genoemde doelstellingen te bereiken.
1164/94 overweging (2)
(aangepast)
(3) In artikel 158 van het Verdrag is bepaald dat de Gemeenschap haar op de versterking van de economische en sociale samenhang gerichte optreden ontwikkelt en vervolgt, en in het bijzonder beoogt de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio's en de achterstand van de minst begunstigde regio's te verkleinen. De in het kader van het Cohesiefonds, hierna "Fonds" genoemd , genomen communautaire maatregelen dienen tot het bereiken van de in dat artikel genoemde doelstellingen bij te dragen.
1164/94 overweging (3)
(aangepast)
(4) Door de Europese Raad in Lissabon, op 26 en 27 juni 1992, en in Edinburgh, op 11 en 12 december 1992, zijn conclusies inzake de oprichting van het Fonds geformuleerd waarin de beginselen daarvoor zijn vervat.
Gemeenschap zal verlenen voor projecten in de lidstaten op het gebied van milieu en trans-Europese netwerken indien aan twee voorwaarden is voldaan: dat hun bruto nationaal product (BNP) per hoofd van de bevolking minder dan 90 % van het gemiddelde van de Gemeenschap bedraagt, en dat zij over een programma beschikken dat leidt tot het voldoen aan de in artikel 104 van het Verdrag omschreven voorwaarden van economische convergentie. Het relatieve welvaartspeil van de lidstaten kan het beste worden bepaald op basis van het BNP per hoofd van de bevolking gemeten naar koopkrachtpariteit.
1164/94 overweging (6)
(aangepast)
(7) De begunstigde lidstaten moeten een aanhoudende vastberaden inspanning doen om aan de convergentiecriteria te voldoen. Alle begunstigde lidstaten moeten in dit verband ter voorkoming van een buitensporig overheidstekort aan de Raad een convergentieprogramma dan wel een stabiliteitsprogramma voorleggen.
1264/1999 art. 1, punt 1,
onder a) (aangepast)
(8) Met het oog op de economische convergentiecriteria blijven de huidige bepalingen inzake
de macro-economische voorwaarden van toepassing.
Dienovereenkomstig worden door het Fonds geen nieuwe projecten of nieuwe projectstadia in de lidstaten gefinancierd indien de Raad, bij gekwalificeerde meerderheid op aanbeveling van de Commissie, constateert dat de lidstaat het stabiliteits- en groeipact niet heeft geëerbiedigd.
noodzaak van goed financieel beheer van het overheidstekort. In dit verband moet bij de beoordeling van de vraag in hoeverre aan de verplichtingen uit hoofde van het Verdrag is voldaan, ook gepaste aandacht worden geschonken aan de richtsnoeren die zijn vervat in de resolutie van de Europese Raad van 17 juni 1997 over het groei- en stabiliteitspact
7 en het begrip «buitensporig tekort» moet worden uitgelegd in het licht
van die resolutie. De macro-economische voorwaarden moeten voor iedere lidstaat worden beoordeeld in het licht van de verantwoordelijkheid van die lidstaat voor de stabiliteit van de euro.
1164/94 overweging (7)
(aangepast)
(11) Overeenkomstig artikel 161 , tweede alinea, van het Verdrag dient een door de Raad opgericht Fonds een financiële bijdrage te leveren aan projecten op het gebied van milieu en trans-Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur.
1164/94 overweging (8)
(aangepast)
(12) De Gemeenschap kan krachtens artikel 155 , lid 1, van het Verdrag door middel van het Fonds aan de financiering van specifieke projecten in de lidstaten op het terrein van de vervoersinfrastructuur bijdragen, daarbij rekening houdend met de potentiële economische levensvatbaarheid van de projecten. De door het Fonds gefinancierde projecten moeten in overeenstemming zijn met de richtsnoeren betreffende de trans-Europese netwerken die door de Raad zijn vastgesteld, met inbegrip van projecten in het kader van de plannen voor trans-Europese netwerken die vóór de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie door de Raad zijn goedgekeurd. Evenwel kunnen tevens andere projecten op het gebied van de vervoersinfrastructuur waarmee tot het bereiken van de doelstellingen van artikel 154 van het Verdrag wordt bijgedragen, worden gefinancierd totdat de Raad passende richtsnoeren heeft aangenomen.
1164/94 overweging (10)
(14) De beginselen en doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling zijn vastgesteld in het beleidsplan en actieprogramma van de Gemeenschap inzake het milieu en duurzame ontwikkeling dat is opgenomen in de resolutie van de Raad van 1 februari 1993
8.
1164/94 overweging (11)
(15) Er dient zorg te worden gedragen voor een adequaat evenwicht tussen de financiering van projecten op het gebied van de vervoersinfrastructuur en die van milieuprojecten.
1164/94 overweging (12)
(16) In het Groenboek van de Commissie betreffende de invloed van het vervoer op het milieu
9 wordt gewezen op de noodzaak om een milieuvriendelijker vervoersnetwerk te
ontwikkelen, rekening houdend met de behoeften van de lidstaten op het gebied van duurzame ontwikkeling.
1164/94 overweging (13)
(17) In de kostenberekening voor de projecten op het gebied van de vervoersinfrastructuur moeten ook de milieukosten worden opgenomen.
1164/94 overweging (14)
1164/94 overweging (15)
(aangepast)
(19) De EIB dient, overeenkomstig het bepaalde in artikel 267 van het Verdrag, de financiering van investeringen in samenhang met bijstandsverlening van de andere financieringsinstrumenten van de Gemeenschap te vergemakkelijken.
1164/94 overweging (16)
(aangepast)
(20) Om het optreden van de Gemeenschap doeltreffender te maken, dient te worden voorzien in de coördinatie van de via het Fonds , de Structuurfondsen, de EIB en de andere financieringsinstrumenten opgezette maatregelen op het gebied van het milieu en van de trans-Europese vervoersinfrastructuurnetwerken.
1164/94 overweging (17)
(aangepast)
(21) Om de lidstaten te helpen bij het opzetten van hun projecten, dient de Commissie in staat te zijn erop toe te zien dat zij over de nodige technische bijstand kunnen beschikken, voornamelijk met het oog op de voorbereiding en de uitvoering van de projecten, met inbegrip van het toezicht daarop en de evaluatie ervan.
1164/94 overweging (18)
(22) Met name uit rentabiliteitsoverwegingen, dient een grondige evaluatie plaats te vinden alvorens communautaire middelen worden vastgelegd, teneinde te waarborgen dat de sociaal-economische voordelen tegen de ter beschikking gestelde middelen opwegen.
1164/94 overweging (19)
(aangepast)
(24) De bijstandsverlening uit het Fonds mag het beleid van de Gemeenschap op het gebied van, met name, milieubescherming, vervoer, trans-Europese netwerken, mededinging
en gunning van overheidsopdrachten niet doorkruisen.
Milieubescherming impliceert een milieu-effectbeoordeling.
1164/94 overweging (20)
(25) Om de voorbereiding van de projecten te vergemakkelijken dient een indicatieve verdeling van het totaal aan beschikbare financiële middelen voor vastleggingen over de lidstaten te worden vastgesteld.
1264/1999 art. 1, punt 1,
onder c) (aangepast)
(26) De totale jaarlijkse ontvangsten van een lidstaat uit het Fonds in het kader van deze verordening -- in combinatie met de door de Structuurfondsen verleende bijstand
-- moet worden beperkt door middel van een algemene aftopping, afhankelijk van de absorptiecapaciteit van de betrokken lidstaat.
1264/1999 overweging (9)
(aangepast)
(27) De voorlopige en de definitieve cijfers over de financieringsbehoefte van de overheid, over het bruto binnenlands product (BBP) en over het BNP dienen te worden verzameld volgens de bij Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad
1164/94 overweging (23)
(aangepast)
(29) Om het beheer van de bijstand uit het Fonds te vergemakkelijken, moet in de mogelijkheid worden voorzien om technisch en financieel autonome projectstadia aan te geven, alsmede om projecten, zo nodig, samen te voegen.
1164/94 overweging (24)
(aangepast)
(30) Er dient te worden voorzien in de mogelijkheid om bij het aangaan van betalingsverplichtingen voor bijstand uit het Fonds te kiezen tussen betalingsverplichtingen in jaarlijkse tranches en betalingsverplichtingen voor het gehele project ineens en, overeenkomstig het in de Europese Raad in Edinburgh op 11 en 12 december 1992 overeengekomen beginsel, moet de uitbetaling van bedragen na een eerste voorschot strikt en transparant aan de voortgang bij de uitvoering van de projecten worden gekoppeld.
1164/94 overweging (25)
(aangepast)
(31) De respectieve bevoegdheden en verantwoordelijkheid van de lidstaten en de Commissie op het gebied van de financiële controle op de activiteiten van het Fonds dienen nader te worden omschreven.
1265/1999 overweging (6)
(34) Voor het geval er onregelmatigheden worden vastgesteld, dient ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap een stelsel van financiële correcties te worden ingesteld.
1164/94 overweging (27)
(35) Er dient te worden bepaald dat onder meer via een jaarlijks verslag adequate informatie dient te worden verstrekt.
1164/94 overweging (28)
(aangepast)
(36) Er moet worden voorgeschreven dat aan de via het Fonds verleende bijstand van de Gemeenschap adequate publiciteit moet worden gegeven.
1164/94 overweging (29)
(aangepast)
(37) Bij de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van berichten inzake overheidsopdrachten met betrekking tot projecten waarvoor bijstand uit het Fonds wordt verleend, moet van deze bijstandsverlening melding worden gemaakt.
1164/94
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Definitie en doel
-
1.Hierbij wordt een Cohesiefonds, hierna «het Fonds» genoemd, opgericht.
-
2.Het Fonds draagt bij tot de versterking van de economische en sociale samenhang van de Gemeenschap en wordt beheerst door de bepalingen van deze verordening.
-
3.Het Fonds kan bijdragen in de financiering van:
-
a)projecten,
-
b)technisch en financieel autonome projectstadia, of
-
c)groepen projecten die een coherent geheel vormen en in een duidelijke strategie passen.
1164/94 (aangepast)
Artikel 2
Werkingssfeer
-
1.Uit het Fonds wordt een financiële bijdrage verleend voor projecten die bijdragen tot de in het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde doelstellingen op het gebied van het milieu en van trans-Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur in lidstaten waarvan het bruto nationaal product (BNP) per hoofd van de bevolking minder dan 90 % van het gemiddelde voor de Gemeenschap, bepaald op basis van koopkrachtpariteit, bedraagt en die over een programma beschikken waardoor aan de voorwaarden inzake economische convergentie bedoeld in artikel 104 van het Verdrag wordt voldaan.
1264/1999 art. 1, punt 2
(aangepast)
-
3.Om vanaf 1 januari 2000 in aanmerking te komen voor bijstand uit het Fonds moeten de begunstigde lidstaten over een programma beschikken als bedoeld in artikel 3 en artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad
1.
De vier lidstaten die aan het in lid 1 bedoelde BNP-criterium voldoen, zijn Griekenland, Spanje, Ierland en Portugal.
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder a) (aangepast)
-
4.Vanaf de datum van toetreding tot en met 31 december 2006 komen ook Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije in aanmerking voor bijstand uit het Fonds.
-
5.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder BNP verstaan het bruto nationaal inkomen (BNI) voor het betrokken jaar tegen marktprijzen, als bepaald door de Commissie krachtens het ESR 1995, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2223/96.
1164/94 (aangepast)
Artikel 3
Voor bijstand in aanmerking komende acties
1164/94
1 1264/1999 art. 1, punt 3
-
2.Het Fonds kan ook bijstand verlenen voor:
-
a)voorbereidende studies voor projecten die voor bijstand in aanmerking komen, met inbegrip van die welke nodig zijn voor de uitvoering ervan;
b)
1 technische ondersteuningsmaatregelen met inbegrip van voorlichtings- en
publiciteitsacties, waaronder:
-
i)horizontale maatregelen, zoals vergelijkende studies om het effect van de communautaire bijstand te evalueren;
-
ii)maatregelen en studies die kunnen bijdragen tot de beoordeling vooraf, het toezicht
1 , de controle of de evaluatie, alsmede tot de coördinatie en
-
samenhang of een verbeterde coördinatie en samenhang van de projecten, met name de samenhang ervan met het beleid van de Gemeenschap op de andere gebieden;
-
iii)maatregelen en studies die bij de uitvoering van de projecten tot de nodige aanpassingen kunnen bijdragen.
Artikel 4
Financiële middelen
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder b)
-
-2002: 2,615 miljard euro,
-
-2003: 2,615 miljard euro,
-
-2004: 2,515 miljard euro,
-
-2005: 2,515 miljard euro,
-
-2006: 2,510 miljard euro.
Ingeval een lidstaat niet meer voor bijstand in aanmerking komt, worden de middelen van het Fonds dienovereenkomstig verminderd.
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder c)
Voor de periode vanaf de datum van toetreding tot en met 2006 bedragen de in totaal voor vastlegging beschikbare middelen voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije 7,5905 miljard euro tegen de prijzen van 1999.
Voor de verschillende jaren van die periode bedragen de vastleggingskredieten:
-
-2004: 2,6168 miljard euro
-
-2005: 2,1517 miljard euro
Rectificatie 1265/1999
(PB L 239 van 9.7.2004, blz. 36) (aangepast)
De totale jaarlijkse ontvangsten uit het Fonds in het kader van deze verordening mogen -- in combinatie met de uit de Structuurfondsen verstrekte bijstand -- niet meer dan 4 % van het bruto binnenlands product (BBP) van de lidstaat bedragen.
1264/1999 art. 1, punt 6
(aangepast)
Artikel 6
Koppeling van de bijstand aan voorwaarden
-
1.Uit het Fonds worden geen nieuwe projecten en, in het geval van omvangrijke projecten, geen nieuwe projectstadia in een lidstaat gefinancierd indien de Raad, bij gekwalificeerde meerderheid en op aanbeveling van de Commissie, vaststelt dat de lidstaat bij de toepassing van deze verordening het in artikel 2, lid 3 , bedoelde programma niet zodanig heeft uitgevoerd dat een buitensporig overheidstekort wordt voorkomen.
De schorsing van de financiering wordt opgeheven zodra de Raad onder dezelfde voorwaarden vaststelt dat de betrokken lidstaat maatregelen heeft genomen om het programma zodanig uit te voeren dat een buitensporig overheidstekort wordt voorkomen.
1264/1999 art. 1, punt 7
(aangepast)
Dit bijstandspercentage kan echter in samenwerking met de betrokken lidstaat worden verlaagd om rekening te houden met het ontvangstengenererend potentieel van elk project en met toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt.
Met het oog daarop steunt de Commissie de inspanningen van de begunstigde lidstaten om de hefboomwerking van de middelen uit het Fonds zo groot mogelijk te maken door een ruimere aanwending van particuliere financieringsbronnen te bevorderen.
1164/94
-
2.Wanneer de bijstand wordt toegekend voor een ontvangstengenererend project, bepaalt de Commissie, in nauw overleg met de begunstigde lidstaat, het bedrag van de bijstand uit het Fonds, rekening houdend met de bedoelde ontvangsten, indien het gaat om aanzienlijke netto-ontvangsten voor degenen die het project uitvoeren.
Onder ontvangstengenererend project wordt verstaan:
-
a)een project betreffende infrastructuurvoorzieningen waarvan het gebruik kosten impliceert die rechtstreeks door de gebruikers worden gedragen;
-
b)productieve investeringen op milieugebied.
-
3.De begunstigde lidstaten kunnen voorstellen indienen voor voorbereidende studies en technische ondersteuningsmaatregelen.
van de Gemeenschap of met bijdragen van de Europese Investeringsbank (EIB) of van de andere communautaire financieringsinstrumenten worden opgezet.
Artikel 9
Cumulatie en overlapping
-
1.Voor een uitgavenpost mag niet tegelijk bijstand uit het Fonds en bijstand uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling of het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij worden toegekend.
-
2.Wanneer voor een project waarvoor uit het Fonds bijstand wordt toegekend ook nog andere communautaire bijstand wordt toegekend, mag de totale bijstand niet meer dan 90 % van de totale uitgaven voor dat project belopen.
1164/94 (aangepast)
1 1264/1999 art. 1, punt 8,
onder a)
2 1264/1999 art. 1, punt 8,
onder b)
3 1264/1999 art. 1, punt 8,
onder c)
Artikel 10
Goedkeuring van projecten
uitvoering van de werkzaamheden; de kosten/baten-analyse, met inbegrip van de directe en indirecte gevolgen voor de werkgelegenheid; de elementen die een
2 beoordeling van de
milieueffecten mogelijk maken; de elementen die betrekking hebben op
overheidsopdrachten; het financieringsplan met, zo mogelijk, aanwijzingen over de economische levensvatbaarheid van het project en de totale door de lidstaat gevraagde middelen uit het Fonds en uit andere communautaire bronnen.
De aanvragen moeten ook alle informatie bevatten die dienstig is om het vereiste bewijs te leveren dat de projecten in overeenstemming zijn met deze verordening en beantwoorden aan de criteria van lid 5, met name inzake de sociaal-economische voordelen die zij, gelet op de vrijgemaakte middelen, op middellange termijn kunnen opleveren.
-
5.Om de kwaliteit van de projecten te waarborgen, worden de volgende criteria gehanteerd:
-
a)de aan de projecten verbonden sociaal-economische voordelen op middellange termijn, die evenredig moeten zijn aan de omvang van de vrijgemaakte middelen;
voor de evaluatie wordt uitgegaan van een kosten/baten-analyse;
-
b)de door de begunstigde lidstaten vastgestelde prioriteiten;
-
c)de bijdrage die de projecten kunnen leveren aan de uitvoering van het beleid van de Gemeenschap op milieugebied
3 met inbegrip van het beginsel dat de vervuiler
-
betaalt, en inzake trans-Europese netwerken;
-
d)de verenigbaarheid van de projecten met het beleid van de Gemeenschap op de verschillende terreinen en de coherentie ervan met de andere structuurmaatregelen van de Gemeenschap;
-
e)de inachtneming van een passend evenwicht tussen milieuprojecten en vervoersinfrastructuurprojecten.
-
6.Behoudens het bepaalde in artikel 6 en op voorwaarde dat de nodige vastleggingskredieten beschikbaar zijn, neemt de Commissie, voorzover aan de voorwaarden van het onderhavige artikel is voldaan, in de regel binnen drie maanden na de ontvangst van de aanvraag, een besluit over de verlening van bijstand uit het Fonds. In de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van projecten, projectstadia of groepen verwante projecten worden het bedrag van de financiële bijstand en een financieringsplan aangegeven, alsmede de voor de uitvoering van de projecten nodige voorschriften en voorwaarden.
Artikel 11
Financiële bepalingen
-
1.De in de begroting opgenomen vastleggingskredieten worden toegekend op basis van de beschikkingen waarbij de betrokken acties overeenkomstig artikel 10 worden goedgekeurd.
-
2.Voor de in artikel 3, lid 1, bedoelde projecten worden de betalingsverplichtingen in de regel aangegaan in jaarlijkse tranches. In passende gevallen kan de Commissie echter betalingsverplichtingen aangaan voor het volledige toegekende bijstandsbedrag wanneer zij de beschikking tot toekenning van de bijstand vaststelt.
-
3.Uitgaven in de zin van artikel 7, lid 1, die door de begunstigde lidstaat zijn gedaan vóór de datum waarop de Commissie de bijstandsaanvraag heeft ontvangen, komen niet voor bijstand uit het Fonds in aanmerking.
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder d)
Wat betreft Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, kunnen uitgaven in de zin van artikel 7, lid 1, uitsluitend voor een bijdrage van het Fonds in aanmerking worden genomen indien deze na 1 januari 2004 zijn verricht, en op voorwaarde dat aan alle voorschriften van de verordening is voldaan.
1164/94
1 1264/1999 art. 1, punt 9
Artikel 12
Financiële controle
1264/1999 art. 1, punt 10
(aangepast)
-
1.Onverminderd de verantwoordelijkheid van de Commissie voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschap, dragen de lidstaten in eerste instantie de verantwoordelijkheid voor de financiële controle op de projecten. Te dien einde dragen de lidstaten met name zorg voor het volgende:
-
a)zij gaan na of er beheers- en controlesystemen zijn opgezet om te zorgen voor een doeltreffend en regelmatig gebruik van het Gemeenschapsgeld en of deze systemen goed functioneren;
-
b)zij verstrekken de Commissie een beschrijving van deze systemen;
-
c)zij zien erop toe dat de projecten in overeenstemming met alle toepasselijke communautaire bepalingen worden beheerd en dat de hun ter beschikking gestelde middelen overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer worden gebruikt;
-
d)zij verklaren dat de aangiften van uitgaven die bij de Commissie worden ingediend, juist zijn en garanderen dat deze afkomstig zijn van op controleerbare bewijsstukken gebaseerde boekhoudsystemen;
-
e)zij doen het nodige om onregelmatigheden te voorkomen en op te sporen;
overeenkomstig de geldende wetgeving stellen zij de Commissie in kennis van onregelmatigheden, en zij houden haar op de hoogte van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures. De lidstaten en de Commissie treffen in dit verband de nodige maatregelen om het vertrouwelijke karakter van de uitgewisselde informatie te waarborgen;
-
2.Als voor de uitvoering van de Gemeenschapsbegroting verantwoordelijke instelling zorgt de Commissie ervoor dat er in de lidstaten goed functionerende beheers- en controlesystemen bestaan, zodat de Gemeenschapsfondsen doeltreffend en correct worden aangewend.
Daartoe mogen ambtenaren of andere personeelsleden van de Commissie, onverminderd de controles van de lidstaten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de uit het Fonds gefinancierde projecten en de beheers- en controlesystemen in overeenstemming met de regelingen die in het kader van de in bijlage II, artikel G, lid 1, omschreven samenwerking zijn overeengekomen, ter plaatse controleren, met name door middel van steekproeven; die controles moeten ten minste één werkdag van te voren worden aangekondigd. De Commissie stelt de betrokken lidstaat vooraf in kennis van een controle ter plaatse teneinde de nodige medewerking te verkrijgen. Ambtenaren of andere personeelsleden van de lidstaat mogen aan de controles deelnemen.
De Commissie kan de betrokken lidstaat verzoeken een controle ter plaatse uit te voeren om de regelmatigheid van een of meer verrichtingen na te gaan. Ambtenaren of andere personeelsleden van de Commissie mogen aan de controles deelnemen.
1265/1999 art. 1, punt 7
De Commissie stelt de betrokken lidstaat vooraf in kennis van controles ter plaatse, teneinde alle nodige medewerking te verkrijgen. Ten aanzien van de eventuele uitvoering van onaangekondigde controles ter plaatse door de Commissie gelden overeenkomstig het Financieel Reglement gesloten overeenkomsten. Ambtenaren of andere vertegenwoordigers van de lidstaat mogen aan de controles deelnemen.
De Commissie kan de betrokken lidstaat verzoeken een controle ter plaatse uit te voeren om de regelmatigheid van een betalingsaanvraag te verifiëren. Ambtenaren of andere personeelsleden van de Commissie mogen aan deze controle deelnemen en zijn verplicht dit te doen indien de betrokken lidstaat daarom verzoekt.
1164/94
Artikel 13
Beoordeling vooraf, toezicht, evaluatie
-
1.De lidstaten en de Commissie zien erop toe dat daadwerkelijk toezicht wordt gehouden op en evaluatie geschiedt van de uitvoering van de projecten uit hoofde van deze verordening. De projecten moeten in het licht van de resultaten van toezicht en evaluatie worden aangepast.
-
2.Om toe te zien op de doeltreffendheid van de communautaire bijstand, onderwerpen de Commissie en de begunstigde lidstaten, in voorkomend geval in samenwerking met de EIB, de projecten aan een systematische beoordeling vooraf en evaluatie.
-
3.Na ontvangst van een bijstandsaanvraag en alvorens het project goed te keuren onderwerpt de Commissie het project aan een grondige beoordeling vooraf om na te gaan of het aan de criteria van artikel 10, lid 5, beantwoordt. Zo nodig verzoekt de Commissie de EIB om medewerking aan de evaluatie.
-
4.Tijdens de uitvoering van de projecten en na de voltooiing ervan evalueren de begunstigde lidstaten en de Commissie de wijze waarop deze zijn uitgevoerd en het potentiële en het werkelijke effect van de uitvoering, om te beoordelen of de oorspronkelijk vastgestelde doelstellingen kunnen worden, respectievelijk zijn, bereikt. Die beoordeling heeft onder meer betrekking op de milieueffecten van de projecten en op de inachtneming van de bestaande communautaire voorschriften.
-
5.Bij de behandeling van de individuele bijstandsaanvragen houdt de Commissie rekening met de uitkomsten van de volgens dit artikel uitgevoerde beoordelingen en evaluaties.
-
2.De lidstaten die voor de uitvoering van een actie waarvoor financiële bijstand uit het Fonds wordt verleend, verantwoordelijk zijn, zien erop toe dat aan deze actie passende bekendheid wordt gegeven met als doel de bewustmaking van:
-
a)de publieke opinie van de rol die de Gemeenschap ten aanzien van de actie vervult;
-
b)potentiële begunstigden en beroepsorganisaties van de door de actie geboden mogelijkheden.
De lidstaten zien er met name op toe dat direct zichtbare borden worden aangebracht waarop wordt aangegeven welk percentage van de totale kosten van een specifiek project door de Gemeenschap wordt gefinancierd, en dat deze borden van het embleem van de Gemeenschap zijn voorzien; zij zorgen ervoor dat vertegenwoordigers van de Europese instellingen bij de voornaamste openbare activiteiten naar aanleiding van de werkzaamheden van het Fonds worden betrokken.
Zij stellen de Commissie in kennis van de initiatieven die zij in verband met het bepaalde in dit lid hebben genomen.
1164/94 (aangepast)
-
3.De Commissie stelt nadere bepalingen vast inzake informatie en bekendmaking, welke bepalingen ter informatie aan het Europees Parlement worden medegedeeld en in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.
1164/94
2 . Deze verordening vormt geen beletsel voor de voortzetting van acties die door de Commissie
zijn goedgekeurd op basis van de bepalingen van
Verordening (EEG) nr. 792/93 die van toepassing was vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1164/94. De onderhavige verordening is derhalve vanaf haar inwerkingtreding op de betrokken acties van toepassing.
-
3.De vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1164/94 in het kader van Verordening (EEG) nr. 792/93 ingediende aanvragen blijven geldig, op voorwaarde dat die aanvragen, indien nodig, tot 26 juli 1994 zodanig zijn aangevuld dat zij met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1164/94 in overeenstemming zijn.
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder e) (aangepast)
Artikel 17
Specifieke bepalingen van toepassing na de toetreding tot de Europese Unie van een
nieuwe lidstaat die voordien pretoetredingsbijstand ontving uit hoofde van het
Pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid (ISPA)
-
1.Maatregelen waarop op de datum van toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije, een besluit van de Commissie inzake bijstand uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1267/1999 van de Raad
3 van
toepassing is en die op die datum nog niet volledig zijn uitgevoerd, worden geacht door de Commissie te zijn goedgekeurd. Tenzij in de leden 2 tot en met 5 wordt voorzien in een andere regeling, zijn de bepalingen betreffende de uitvoering van maatregelen die zijn goedgekeurd uit hoofde van onderhavige verordening van toepassing op die maatregelen.
van de communautaire bijstand is niet van invloed op het gedeelte van de maatregel waarvoor al een leningovereenkomst is getekend met de EIB, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling of een andere internationale financiële instelling.
De betalingen die door de Commissie worden verricht uit hoofde van een in lid 1 bedoelde maatregel, worden gekoppeld aan de vroegste openstaande betalingsverplichting die in eerste instantie is uitgevoerd krachtens Verordening (EG) nr. 1267/1999 en vervolgens krachtens onderhavige verordening.
-
4.De voorschriften betreffende het in aanmerking nemen van uitgaven uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1267/1999 blijven van toepassing op de in lid 1 bedoelde maatregelen, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen waarover door de Commissie op verzoek van de betrokken lidstaat een besluit wordt genomen.
-
5.De Commissie kan, in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, specifieke afwijkingen toestaan van de uit hoofde van onderhavige verordening toepasselijke voorschriften voor de in lid 1 bedoelde maatregelen.
Artikel 18
Intrekking
Verordening (EG) nr. 1164/94 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.
Toetredingsakte van 2003
art. 20 en bijlage II, deel 15, lid 1, onder f) (aangepast)
BIJLAGE I
Indicatieve verdeling van de totale middelen van het Fonds over de begunstigde lidstaten, als bedoeld in artikel 4 , eerste alinea :
-
-Griekenland: 16 % tot 18 % van het totaal
-
-Spanje: 61 % tot 63,5 % van het totaal
-
-Ierland: 2 % tot 6 % van het totaal
-
-Portugal: 16 % tot 18 % van het totaal.
Indicatieve verdeling van de totale middelen van het Fonds over de begunstigde lidstaten, als bedoeld in artikel 4 , vierde alinea :
-
-Tsjechië: 9,76 % tot 12,28 % van het totaal
-
-Estland: 2,88 % tot 4,39 % van het totaal
-
-Cyprus: 0,43 % tot 0,84 % van het totaal
-
-Letland: 5,07 % tot 7,08 % van het totaal
-
-Litouwen: 6,15 % tot 8,17 % van het totaal
1164/94
BIJLAGE II
UITVOERINGSBEPALINGEN
1265/1999 art. 1, punt 1
(aangepast)
Artikel A
Aanwijzing van projecten, projectstadia of groepen projecten
-
1.De Commissie kan voor de toekenning van de bijstand in overeenstemming met de begunstigde lidstaat projecten samenvoegen en in een project technisch en financieel autonome projectstadia aanwijzen.
-
2.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder :
-
a)«project»: een geheel van economisch onscheidbare werkzaamheden die een welomschreven technische functie vervullen en op duidelijk omschreven doelstellingen zijn gericht aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of het project aan het criterium dat in artikel 10, lid 5, onder a) , is vermeld, voldoet;
-
b)«technisch en financieel autonoom projectstadium»: een stadium waarvan het operationele karakter kan worden bepaald.
1164/94 (aangepast)
1 1265/1999 art. 1, punt 2
2 1265/1999 art. 1, punt 3
Artikel B
Beoordeling
-
1.De Commissie onderzoekt de bijstandsaanvragen om zich met name ervan te vergewissen dat de administratieve en financiële regelingen toereikend zijn om een doeltreffende uitvoering van het project te waarborgen.
-
2.Overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 3, onderwerpt de Commissie de projecten aan een voorafgaande beoordeling om na te gaan welk effect, gekwantificeerd aan de hand van passende indicatoren, van de projecten uit het oogpunt van de nagestreefde doelstellingen mag worden verwacht.
1 De begunstigde lidstaten verstrekken alle nodige gegevens, als
bedoeld in artikel 10, lid 4, met inbegrip van de uitkomsten van de haalbaarheidsstudies en van de voorafgaande beoordelingen . Teneinde deze beoordeling zo doeltreffend mogelijk te maken, verstrekken de lidstaten tevens de uitkomsten van de procedure voor de milieueffectbeoordeling conform de Gemeenschapswetgeving en een beeld van de inpassing daarvan in een algemene strategie op milieu- of vervoersgebied op het niveau van een bestuurlijke eenheid of op sectoraal niveau, alsmede, in voorkomend geval:
-
a)mogelijke alternatieven waarvoor niet is gekozen; en
-
b)informatie over de onderlinge afstemming tussen projecten van gemeenschappelijk belang langs eenzelfde vervoersas.
-
financieringsplan voor het project, en in beginsel aan het begin van elk begrotingsjaar, en in de regel uiterlijk op 30 april, naar gelang van de voor dat begrotingsjaar geraamde projectuitgaven;
1265/1999 art. 1, punt 3
-
b)voor projecten die minder dan twee jaar duren of projecten waarvoor de communautaire bijstand minder dan 50 miljoen euro bedraagt, mag een eerste betalingsverplichting tot 80 % van de toegekende bijstand worden aangegaan wanneer de Commissie de beschikking tot toekenning van de communautaire bijstand vaststelt.
Voor het resterende gedeelte van de bijstand wordt een betalingsverplichting aangegaan in het licht van de stand van uitvoering van het project.
1164/94
-
3.Voor de in artikel 3, lid 2, bedoelde studies en technische ondersteuningsmaatregelen wordt de betalingsverplichting voor de bijstand aangegaan wanneer de Commissie de betrokken actie goedkeurt.
-
4.De wijze waarop de betalingsverplichtingen worden aangegaan, wordt aangegeven in de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van de betrokken acties.
1265/1999 art. 1, punt 3
-
5.Behalve in naar behoren met redenen omklede gevallen komt de bijstand die is toegekend voor een project, voor een groep projecten of voor een projectstadium waarvan de werkzaamheden geen aanvang hebben genomen binnen twee jaar na de verwachte begindatum die in de beschikking tot toekenning van de bijstand voor die werkzaamheden is vastgesteld of de datum van de goedkeuring ervan indien deze later was, te vervallen.
aangewezen autoriteit of instantie.
1 De uitbetaling kan geschieden in de vorm van
voorschotten, tussentijdse betalingen of saldobetalingen. Tussentijdse betalingen en saldobetalingen hebben betrekking op werkelijk verrichte uitgaven, die moeten worden gestaafd met voldane facturen of boekingsbescheiden met gelijkwaardige bewijskracht.
1265/1999 art. 1, punt 4
(aangepast)
-
2.De betalingen worden als volgt uitgevoerd:
-
a)er wordt één voorschot uitgekeerd, dat tot 20 % van de oorspronkelijk toegekende bijstand uit het Fonds kan bedragen, na de vaststelling van de beschikking tot toekenning van de communautaire bijstand en, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, de ondertekening van de contracten betreffende de overheidsopdrachten.
De in lid 1 bedoelde aangewezen autoriteit of instantie betaalt een voorschot geheel of gedeeltelijk terug, indien binnen twaalf maanden na de datum waarop het voorschot is uitgekeerd geen enkele betalingsaanvraag aan de Commissie is toegezonden;
-
b)tussentijdse betalingen mogen worden verricht indien de uitvoering van het project naar genoegen vordert; zij geschieden ter vergoeding van de gecertificeerde en daadwerkelijk verrichte uitgaven, en worden afhankelijk gesteld van:
-
i)de indiening door de lidstaat van een aanvraag waarin de aan de hand van materiële en financiële indicatoren gemeten voortgang van het project is vermeld en is aangegeven in hoeverre deze voortgang in overeenstemming is met de beschikking tot toekenning van de bijstand, met inbegrip van de specifieke voorwaarden die eventueel in die beschikking zijn opgenomen;
-
c)de som van de onder a) en b) bedoelde betalingen mag niet meer bedragen dan 80 % van de totale toegekende bijstand. Voor omvangrijke projecten waarvoor de betalingsverplichtingen in jaartranches worden aangegaan, kan dit percentage in gevallen waarin zulks gerechtvaardigd is tot 90 % worden verhoogd;
-
d)het eindsaldo van de bijstand van de Gemeenschap, berekend op basis van de gecertificeerde en werkelijk betaalde uitgaven, wordt uitgekeerd, indien:
-
i)het project, het projectstadium of de groep projecten overeenkomstig de doelstellingen is uitgevoerd;
-
ii)de in lid 1 bedoelde aangewezen autoriteit of instantie bij de Commissie binnen zes maanden na de uiterste datum die in de beschikking tot toekenning van de bijstand voor de voltooiing van de werkzaamheden en de betalingen voor het project, het projectstadium of de groep projecten is aangegeven;
-
iii)het in artikel F, lid 4, bedoelde eindverslag bij de Commissie is ingediend;
-
iv)de lidstaat de Commissie een attest zendt waarin de in de betalingsaanvraag en in het verslag opgenomen gegevens worden bevestigd;
-
v)de lidstaat de Commissie de in artikel 12, lid 1, bedoelde verklaring zendt;
-
vi)alle voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen die de Commissie ter uitvoering van artikel 14, lid 3, heeft vastgesteld, zijn getroffen.
-
3.Indien het in lid 2 bedoelde eindverslag niet binnen 18 maanden na de uiterste datum die in de beschikking tot toekenning van de bijstand voor de voltooiing van de werkzaamheden en van de betalingen is aangegeven bij de Commissie is ingediend, komt het gedeelte van de bijstand dat betrekking heeft op het onder de saldobetaling vallende gedeelte van het project te vervallen.
1164/94
1 1265/1999 art. 1, punt 4
-
6.De bijstand wordt aan de door de lidstaat aangewezen autoriteit of instantie in de regel binnen twee maanden na de ontvangst van de ontvankelijke betalingsaanvraag uitbetaald
1 voorzover er nog begrotingsmiddelen beschikbaar zijn .
-
7.Voor de in artikel 3, lid 2, bedoelde studies en andere acties stelt de Commissie passende betalingsprocedures vast.
1265/1999 art. 1, punt 4
-
8.De Commissie stelt inzake de subsidiabiliteit van de uitgaven gemeenschappelijke voorschriften vast.
1164/94
1 1265/1999 art. 1, punt 5
Artikel E
Gebruik van de
1 euro
-
1.De bedragen in de bij de Commissie in te dienen bijstandsaanvragen en in het daarin opgenomen financieringsplan luiden in
1 euro .
-
2.De bedragen van de door de Commissie goedgekeurde bijstand en financieringsplannen worden uitgedrukt in
1164/94
Artikel F
Toezicht
-
1.De Commissie en de lidstaten dragen zorg voor een doeltreffend toezicht op de uitvoering van de door het Fonds medegefinancierde communautaire projecten. Voor dit toezicht worden verslagen opgesteld volgens in onderling overleg vastgestelde procedures, worden steekproefcontroles uitgevoerd en wordt een beroep gedaan op de daarvoor opgerichte comités.
-
2.Voor het toezicht wordt gebruik gemaakt van materiële en financiële indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op het specifieke karakter van het project en op de doelstellingen ervan. De indicatoren moeten zo zijn gestructureerd dat zij het volgende
aangeven:
-
a)de voortgang van het project, gerelateerd aan het plan en aan de oorspronkelijk vastgestelde doelstellingen;
-
b)het verloop van het beheer en de eventuele problemen die zich daarbij voordoen.
-
3.Krachtens een overeenkomst tussen de betrokken lidstaat en de Commissie worden toezichtcomités opgericht.
De door de lidstaat aangewezen autoriteiten of instanties, de Commissie en, in voorkomend geval, de EIB zijn in deze comités vertegenwoordigd.
Indien de regionale en lokale autoriteiten bevoegd zijn op het gebied van de uitvoering van een project en, in voorkomend geval, indien zij rechtstreeks bij een project zijn betrokken, zijn ook zij in deze comités vertegenwoordigd.
-
c)de certificering dat de werkzaamheden overeenkomstig de beschikking tot toekenning van de bijstand zijn uitgevoerd;
-
d)een eerste beoordeling van de mogelijkheid de verwachte resultaten te bereiken overeenkomstig artikel 13, lid 4, waarin met name het volgende wordt vermeld:
-
i)de datum van de feitelijke aanvang van het project;
-
ii)op welke wijze het na afloop wordt beheerd;
-
iii)voorzover dit van toepassing is, een bevestiging van de ramingen in de financiële analyse, vooral wat de verwachte bedrijfskosten en inkomsten betreft;
-
iv)een bevestiging van de ramingen in de sociaal-economische analyse, vooral wat de verwachte kosten en baten betreft;
-
v)de maatregelen die ter bescherming van het milieu zijn genomen en wat de kosten daarvan zijn, met inbegrip van de inachtneming van het beginsel dat de vervuiler betaalt.
1164/94
-
5.Aan de hand van de gegevens die het toezicht oplevert en rekening houdend met de opmerkingen van het toezichtcomité, past de Commissie, in voorkomend geval op voorstel van de lidstaat, de omvang en de oorspronkelijk goedgekeurde voorwaarden van toekenning van de financiële bijstand alsmede het financieringsplan aan.
Artikel G
Controle
1265/1999 art. 1, punt 7
-
1.De Commissie en de lidstaten werken op basis van bilaterale bestuursrechtelijke regelingen samen om plannen, methoden en uitvoering van controles te coördineren om het nut daarvan zo groot mogelijk te maken. Zij wisselen de resultaten van de verrichte controles terstond uit. Ten minste jaarlijks worden de volgende elementen onderzocht en geëvalueerd:
-
a)de resultaten van de door de lidstaat en de Commissie verrichte controles;
-
b)opmerkingen van andere controle-instanties van de lidstaat of de Gemeenschap;
-
c)de financiële effecten van de vastgestelde onregelmatigheden, de voor het herstel ervan reeds genomen of nog noodzakelijke maatregelen en, in voorkomend geval, de wijzigingen van de beheers- en controlesystemen.
Onverminderd de overeenkomstig artikel H onverwijld door de lidstaat te nemen maatregelen, kan de Commissie na dit onderzoek en deze evaluatie opmerkingen maken, die met name betrekking hebben op het financiële effect van de eventueel geconstateerde onregelmatigheden. De opmerkingen worden toegezonden aan de lidstaat en aan de voor het betrokken project aangewezen autoriteit. In voorkomend geval gaan de opmerkingen vergezeld van verzoeken om correctiemaatregelen die erop gericht zijn de tekortkomingen van het beheer te verhelpen en de ontdekte onregelmatigheden die nog niet zijn gecorrigeerd, alsnog te corrigeren. De lidstaat heeft de gelegenheid op deze opmerkingen te reageren.
Wanneer de Commissie na het commentaar van de lidstaat of bij gebreke van reacties conclusies aanneemt, doet de lidstaat binnen de gestelde termijn het nodige om gevolg te geven aan de verzoeken van de Commissie en stelt hij de Commissie van zijn optreden in kennis.
1164/94
Artikel H
1265/1999 art. 1, punt 8
Financiële correcties
-
1.Indien de Commissie, na de nodige verificatie, tot de conclusie komt:
-
a)dat de uitvoering van een project geen rechtvaardiging vormt voor een deel van de bijstand of de gehele bijstand die daarvoor is verleend, of dat niet is voldaan aan een van de voorwaarden in het besluit tot verlening van bijstand, en met name indien een significante wijziging aan het licht komt die van invloed is op de aard van het project of de uitvoeringsvoorwaarden en de Commissie daarvoor niet om goedkeuring is verzocht; of
-
b)dat er sprake is van een onregelmatigheid met betrekking tot de bijstand uit het Fonds en dat de betrokken lidstaat niet de nodige corrigerende maatregelen heeft getroffen,
schort de Commissie de bijstand voor het betrokken project op en verzoekt zij de lidstaat, onder opgave van haar redenen, om binnen een bepaalde termijn zijn opmerkingen kenbaar te maken.
Indien de lidstaat bezwaar maakt tegen de opmerkingen van de Commissie, wordt de lidstaat door de Commissie gehoord en trachten beide partijen overeenstemming te bereiken over de opmerkingen en de daaruit te trekken conclusies.
1164/94 (aangepast)
1 1265/1999 art. 1, punt 8
3.
1 Elk onverschuldigd ontvangen bedrag dat wordt teruggevorderd, moet aan de
Commissie worden terugbetaald. Wanneer een bedrag niet wordt terugbetaald, wordt het overeenkomstig door de Commissie vast te stellen bepalingen met vertragingsrente verhoogd.
1265/1999 art. 1, punt 8
-
4.De Commissie stelt de gedetailleerde bepalingen ter uitvoering van de leden 1 tot en met 3 vast en deelt deze ter informatie aan de lidstaten en het Europees Parlement mede.
1164/94 (aangepast)
1 1265/1999 art. 1, punt 9
Artikel I
Overheidsopdrachten
In het kader van de toepassing van de communautaire voorschriften inzake overheidsopdrachten wordt in de berichten die bestemd zijn voor bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie, de referentie vermeld van de projecten waarvoor tot communautaire bijstand is besloten of waarvoor communautaire bijstand is aangevraagd.
Artikel J
Aanhangsel bij bijlage II
Het jaarlijks verslag omvat de volgende informatie:
-
1.De vastgelegde en uit het Fonds betaalde financiële bijstand, met voor elk jaar een uitsplitsing per lidstaat en projectcategorie (milieu en vervoer).
1265/1999 art. 1, punt 10
(aangepast)
-
2.Het economische en sociale effect van de activiteiten van het Fonds in de lidstaten en op de economische en sociale samenhang binnen de Gemeenschap , met inbegrip van het effect op de werkgelegenheid.
1164/94 (aangepast)
-
3.Beknopte informatie over de programma's die in de begunstigde lidstaten worden uitgevoerd om te voldoen aan de in artikel 104 van het Verdrag vermelde economische-convergentievoorwaarden en over de toepassing van artikel 6 van deze verordening.
-
4.Informatie over de gevolgen die de Commissie in verband met de schorsing van de financiering verbindt aan de in artikel 6 genoemde besluiten van de Raad.
-
5.De bijdrage van het Fonds aan de door de begunstigde lidstaten ontplooide activiteiten om het communautair milieubeleid ten uitvoer te leggen en de trans-Europese vervoersinfrastructuurnetwerken uit te breiden; de verhouding tussen milieuprojecten en vervoersinfrastructuurprojecten.
-
10.Informatie over de resultaten van de beoordeling vooraf van, het toezicht op en de evaluatie van de projecten, met nadere gegevens over de eventuele aanpassing van de projecten op grond van de resultaten van de beoordeling vooraf, het toezicht en de evaluatie.
-
11.Informatie over de bijdrage van de EIB aan de evaluatie van de projecten.
-
12.Beknopte informatie over de resultaten van de verrichte controles, de geconstateerde onregelmatigheden en de aanhangige administratieve en gerechtelijke procedures.
BLAGE III
Deel A
Ingetrokken verordening en de achtereenvolgende wijzigingen ervan
Verordening (EG) nr. 1164/94 van de Raad (PB L 130 van 25.5.1994, blz. 1)
Verordening (EG) nr. 1264/1999 van de Raad (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 57)
Verordening (EG) nr. 1265/1999 van de Raad (PB L 161 van 26.6.1999, blz. 62)
Deel B
Niet-ingetrokken wijzigingsbesluit
Toetredingsakte van 2003
BIJLAGE IV
CONCORDANTIETABEL
Verordening (EG) nr. 1164/94 De onderhavige verordening
Artikel 1, leden 1 en 2 Artikel 1, leden 1 en 2
Artikel 1, lid 3, aanhef Artikel 1, lid 3, aanhef
Artikel 1, lid 3, eerste streepje Artikel 1, lid 3, onder a)
Artikel 1, lid 3, tweede streepje Artikel 1, lid 3, onder b)
Artikel 1, lid 3, derde streepje Artikel 1, lid 3, onder c)
Artikel 2, lid 1 Artikel 2, lid 1
Artikel 2, lid 2
Artikel 2, lid 3 Artikel 2, lid 2
Artikel 2, lid 4, eerste en tweede alinea Artikel 2, lid 3, eerste en tweede alinea
Artikel 2, lid 4, derde alinea Artikel 2, lid 2, eerste zin
Artikel 2, lid 5 Artikel 2, lid 4
Artikel 2, lid 6 Artikel 2, lid 5
Artikel 3, lid 1, aanhef Artikel 3, lid 1, aanhef
Artikel 3, lid 1, eerste streepje Artikel 3, lid 1, onder a)
Artikel 4, derde alinea Artikel 4, eerste alinea
Artikel 4, vierde alinea Artikel 4, tweede alinea
Artikel 4, vijfde alinea Artikel 4, derde alinea
Artikel 4, zesde alinea Artikel 4, vierde alinea
Artikel 4, zevende alinea Artikel 4, vijfde alinea
Artikelen 5 en 6 Artikelen 5 en 6
Artikel 7, lid 1 Artikel 7, lid 1
Artikel 7, lid 2, eerste alinea Artikel 7, lid 2, eerste alinea
Artikel 7, lid 2, tweede alinea, aanhef Artikel 7, lid 2, tweede alinea, aanhef
Artikel 7, lid 2, tweede alinea, eerste streepje Artikel 7, lid 2, tweede alinea, onder a)
Artikel 7, lid 2, tweede alinea, tweede streepje Artikel 7, lid 2, tweede alinea, onder b)
Artikel 7, leden 3 en 4 Artikel 7, leden 3 en 4
Artikelen 8 en 9 Artikelen 8 en 9
Artikel 10, leden 1 tot en met 4 Artikel 10, leden 1 tot en met 4
Artikel 10, lid 5, aanhef Artikel 10, lid 5, aanhef
Artikel 10, lid 5, eerste streepje Artikel 10, lid 5, onder a)
Artikel 10, lid 5, tweede streepje Artikel 10, lid 5, onder b)
Artikel 14, lid 2, tweede en derde alinea Artikel 14, lid 2, tweede en derde alinea
Artikel 14, lid 3 Artikel 14, lid 3
Artikel 15 Artikel 15
Artikel 16, lid 1 Artikel 16, lid 1
Artikel 16, lid 2
Artikel 16, lid 3 Artikel 16, lid 2
Artikel 16, lid 4 Artikel 16, lid 3
Artikel 16 bis Artikel 17
-
-Artikel 18
Artikel 17 Artikel 19
Bijlage I Bijlage I
Bijlage II Bijlage II
Artikel A Artikel A
Artikel B, lid 1 Artikel B, lid 1
Artikel B, lid 2, aanhef Artikel B, lid 2, aanhef
Artikel B, lid 2, eerste streepje Artikel B, lid 2, onder a)
Artikel B, lid 2, tweede streepje Artikel B, lid 2, onder b)
Artikel D, lid 2, onder d), aanhef Artikel D, lid 2, onder d), aanhef
Artikel D, lid 2, onder d), eerste streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt i)
Artikel D, lid 2, onder d), tweede streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt ii)
Artikel D, lid 2, onder d), derde streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt iii)
Artikel D, lid 2, onder d), vierde streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt iv)
Artikel D, lid 2, onder d), vijfde streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt v)
Artikel D, lid 2, onder d), zesde streepje Artikel D, lid 2, onder d), punt vi)
Artikel D, leden 3 en 4 Artikel D, leden 3 en 4
Artikel D, lid 4 bis Artikel D, lid 5
Artikel D, lid 5 Artikel D, lid 6
Artikel D, lid 6 Artikel D, lid 7
Artikel D, lid 7 Artikel D, lid 8
Artikel E Artikel E
Artikel F, lid 1 Artikel F, lid 1
Artikel F, lid 2, aanhef Artikel F, lid 2, aanhef
Artikel F, lid 2, eerste streepje Artikel F, lid 2, onder a)
Artikel F, lid 2, tweede streepje Artikel F, lid 2, onder b)
Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), derde streepje Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), punt iii)
Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), vierde streepje Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), punt iv)
Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), vijfde streepje Artikel F, lid 4, tweede alinea, onder d), punt v)
Artikel F, leden 5, 6 en 7 Artikel F, leden 5, 6 en 7
Artikelen G tot en met K Artikelen G tot en met K
Bijlage bij bijlage II Aanhangsel bij bijlage II
-
-Bijlage III
-
-Bijlage IV
_____________
| publicatiedatum | 24-01-2006 |
|---|---|
| kenmerk | 5678/06 |
