BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie en het Protocol inzake toerisme bij de Alpenovereenkomst - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 20 juni 2006

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

10193/06

Interinstitutioneel dossier:

2006/0026 (CNS)

ENV 340 ENER 185 TOUR 7 OC 483

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie en het Protocol inzake toerisme bij de Alpenovereenkomst

GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN Aanvraagtermijn overleg Bulgarije en Roemenië: 22.6.2006

-

BESLUIT VAN DE RAAD

van

betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap,

van het Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie

en het Protocol inzake toerisme bij de Alpenovereenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175,

lid 1, juncto artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin en lid 3, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement 1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Overeenkomst inzake de bescherming van de Alpen ("de Alpenovereenkomst") is namens

de Europese Gemeenschap gesloten bij Besluit 96/191/EG 1.

(2) De Raad heeft besloten tot ondertekening, namens de Europese Gemeenschap, van het

Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie en het Protocol inzake

toerisme bij de Alpenovereenkomst ("de Protocollen"), bij Besluit 2005/923/EG 2.

(3) De protocollen vormen een belangrijke stap bij de tenuitvoerlegging van de Alpen-

overeenkomst, en de Europese Gemeenschap neemt de doelstellingen van deze overeenkomst

uitermate serieus.

(4) Economische, sociale en ecologische grensoverschrijdende problemen in de Alpen blijven ons

in dit hoogst gevoelige gebied voor een grote uitdaging stellen.

(5) Het beleid van de Gemeenschap, in het bijzonder in het kader van de prioritaire gebieden als

omschreven in Besluit 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad van

22 juli 2002 tot vaststelling van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese

Gemeenschap 3, moeten in het Alpengebied worden bevorderd en versterkt.

(6) Een van de voornaamste doelstellingen is het veiligstellen van de multifunctionele rol van de

bodem op basis van het concept van duurzame ontwikkeling. Met het oog hierop moet de

duurzame productiviteit van de bodem worden verzekerd, uit hoofde van zijn natuurlijke

functie, als een archief van natuur- en cultuurgeschiedenis, en om te garanderen dat deze voor

land- en bosbouw, stedenbouw en toerisme, voor andere economische doeleinden, vervoer en

infrastructuur, en als bron van grondstoffen kan worden gebruikt.

(7) Bij iedere benadering van de bodembeschermingsproblematiek moet rekening worden

gehouden met het sterk uiteenlopende karakter van de in het Alpengebied bestaande regionale

en plaatselijke omstandigheden. Het Protocol inzake bodembescherming kan behulpzaam zijn

bij de uitvoering van passende maatregelen op nationaal en regionaal niveau.

(8) Er zijn een aantal vereisten in het Protocol, b.v. ten aanzien van bodembewaking, de aan-

wijzing van risicogebieden voor bodemerosie, overstromingen en aardverschuivingen, een

inventaris van vervuilde gebieden en het aanleggen van geharmoniseerde databases, die

belangrijke bouwstenen van een communautair beleid inzake bodembescherming kunnen zijn,

zoals, onder andere, blijkt uit Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de

instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna 1, Richtlijn 2000/60/EG

van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader

voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid 2, Richtlijn 86/278/EEG van de

Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem,

bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw 3, Richtlijn 85/337/EEG van de Raad van

27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere

projecten 4, Richtlijn 99/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van

(9) Het Protocol inzake energie verlangt passende maatregelen op het vlak van energiebesparing,

energieproductie, inclusief de bevordering van hernieuwbare energie, het transport, de

levering en het gebruik van energie, ten einde de voorwaarden voor duurzame ontwikkeling te

helpen creëren.

(10) De bepalingen van het Protocol inzake energie zijn in overeenstemming met de doelstellingen

van het zesde Milieuactieprogramma om de klimaatverandering tegen te gaan en om een

duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen te bevorderen. De bepalingen van

het Protocol zijn ook in overeenstemming met het communautaire beleid op energiegebied als

omschreven in het Witboek voor een "Communautaire strategie en een actieplan", het

Groenboek "Op weg naar een Europese strategie voor een continue energievoorziening",

Richtlijn 2001/77/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2001

betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op

de interne elektriciteitsmarkt 1, Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen 2, Beschikking

nr. 1230/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2003 tot vaststelling

van een meerjarenprogramma voor acties op energiegebied: "Intelligente energie-Europa"

(2003-2006) 3.

(11) De ratificatie van het Protocol inzake energie zou de grensoverschrijdende samenwerking met

Zwitserland, Liechtenstein en Monaco ten goede komen. Mede hierdoor zou kunnen worden

verzekerd dat onze regionale partners en wij dezelfde doelstellingen nastreven en dat

(13) De Europese Gemeenschap, haar lidstaten, Zwitserland, Liechtenstein en Monaco, zijn

partijen het VN-kaderverdrag inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het Kyoto-protocol.

Het UNFCCC en het Kyoto-protocol verlangen van de partijen dat zij nationale en regionale

programma's formuleren, implementeren, publiceren en geregeld bijwerken die de klimaat-

verandering tegengaan door middel van maatregelen voor de aanpak van antropogene

emissies aan de bron en voor de sequestratie van alle broeikasgassen die niet bij het Protocol

van Montreal worden gereguleerd.

(14) Het Protocol inzake energie draagt bij aan de vervulling van de UNFCCC-vereiste maat-

regelen te treffen waarmee een behoorlijke aanpassing aan de klimaatverandering wordt

vergemakkelijkt.

(15) Het toerisme is economisch een zeer belangrijke sector in de meeste delen van de Alpen en

hangt nauw samen met en is afhankelijk van de effecten die hiervan op plaatselijke gemeen-

schappen en het milieu uitgaan.

(16) Daar deze bergregio een uniek en ecologisch gezien zeer gevoelig gebied vormt, is het met

het oog op een duurzame ontwikkeling van de regio uiterst belangrijk dat er een evenwicht

tussen economische belangen, behoeften van de plaatselijke bevolking en milieu-

overwegingen wordt gevonden.

(17) Het toerisme wordt steeds meer een wereldomspannend fenomeen, maar blijft tegelijkertijd

een gebied waarop lokale en regionale verantwoordelijkheid prevaleren. Voor wat betreft de

Gemeenschap zijn in dit verband relevant, onder andere, de Resolutie van de Raad van

21 mei 2002 over de toekomst van het Europese toerisme 1, Richtlijn 85/337/EEG van de

Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieu-effectbeoordeling van bepaalde openbare en

particuliere projecten 2, Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instand-

houding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna 3, Verordening (EG)

nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2001 inzake de vrwillige

deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem

(EMAS) 4 en Verordening (EG) nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad van

17 juli 2000 inzake een herzien communautair systeem voor de toekenning van milieu-

keuren 5. De Alpenovereenkomst en het Protocol inzake toerisme vormen, tezamen met de

overige protocollen welke op de toeristische sector van invloed kunnen zijn, een kader-

instrument om de bijdrage van de belanghebbenden op regionaal en plaatselijk niveau te

stimuleren en te coördineren, zodat duurzaamheid een belangrijke factor kan worden bij de

verbetering van de kwaliteit van wat het Alpengebied de toerist te bieden heeft.

(18) Het Protocol inzake toerisme heeft globaal tot doel een duurzaam toerisme te bevorderen,

waartoe het specifiek op zodanige wijze moet worden ontwikkeld en beheerd dat hierbij met

de effecten op het milieu rekening wordt gehouden. Te dien einde verschaft het Protocol

specifieke maatregelen en aanbevelingen die kunnen worden gebruikt als instrument om de

milieuaspecten van innovatie en onderzoek, monitoring en opleiding, beheersinstrumenten en

-strategieën, planning en met het toerisme en vooral de kwalitatieve ontwikkeling hiervan

verband houdende vergunningsprocedures te versterken.

(19) De partijen bij de drie protocollen moeten het nodige doen ter bevordering van onderwijs en

opleiding en, bovendien, van de verspreiding van informatie over de doelstellingen, de maat-

regelen en de uitvoering van elk van deze drie protocollen.

(20) Het is passend dat deze protocollen door de Europese Gemeenschap worden goedgekeurd,

BESLUIT:

Artikel 1

Het Protocol inzake bodembescherming 1, het Protocol inzake energie 2 en het Protocol inzake

toerisme bij de Alpenovereenkomst 3, ondertekend op 7 november 1991 te Salzburg, worden hierbij

namens de Europese Gemeenschap goedgekeurd.

Artikel 2

De voorzitter van de Raad wordt hierbij gemachtigd de persoon of personen aan te wijzen bevoegd

om, namens de Gemeenschap, de akte van goedkeuring neder te leggen bij de Republiek Oostenrijk

overeenkomstig artikel 27 van het Protocol inzake bodembescherming, artikel 21 van het Protocol

inzake energie en artikel 28 van het Protocol inzake toerisme.

Tegelijkertijd legt of leggen de aangewezen persoon of personen verklaringen betreffende de

Protocollen neder.

Artikel 3

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

2 mrt
'06
Protocollen inzake bodembescherming, energie en toerisme bij de Alpenovereenkomst


2 mrt
'06
COM(2006)80 - Sluiting van het Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie en het Protocol inzake toerisme bij de Alpenovereenkomst


7 jun
'05
COM(2005)244 - Ondertekening van het Protocol inzake bodembescherming, het Protocol inzake energie en het Protocol inzake toerisme bij de Alpenovereenkomst


12 okt
'04
COM(2004)652 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL)


27 dec
'01
COM(2001)789 - Aanpassing van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegden die zijn vastgelegd in volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag goedgekeurde besluiten van het Europees Parlement en de Raad


27 dec
'01
COM(2001)789 - Aanpassing van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegden die zijn vastgelegd in volgens de raadplegingsprocedure (unanimiteit) goedgekeurde besluiten van de Raad


11 mei
'01
COM(2001)226 - Energieprestaties van gebouwen


18 jan
'01
COM(2000)839 - Voorziening in publieke inspraak met betrekking tot de opstelling van bepaalde plannen en programma's betreffende het milieu en tot wijziging van de Richtlijnen van de Raad 85/337/EEG en 96/61/EG


10 mei
'00
COM(2000)279 - Bevordering van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen op de interne elektriciteitsmarkt


30 okt
'98
COM(1998)622 - Vrijwillige deelneming van organisaties aan een gemeenschappelijk milieubeheer- en milieuauditsysteem


 
 
publicatiedatum 20-06-2006
kenmerk 10193/06

Inhoud