Mededeling van de Commissie "Actieplan voor energie-efficiëntie:Het potentieel realiseren" - Hoofdinhoud
RAAD VAN Brussel, 24 oktober 2006 (27.10)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
14349/06
ENER 247 ENV 563 TRANS 273 ECOFIN 356 RELEX 708 RECH 271
INGEKOMEN DOCUMENT
van:
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 20 oktober 2006
aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger
Betreft: Mededeling van de Commissie "Actieplan voor energie-efficiëntie: Het potentieel realiseren"
Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2006) 545 definitief
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 19.10.2006 COM(2006)545 definitief
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
Actieplan voor energie-efficiëntie Het potentieel realiseren
{SEC(2006)1173} {SEC(2006)1174} {SEC(2006)1175}
INHOUDSOPGAVE
-
1.Inleiding ....................................................................................................................... 3
-
2.Doelstelling en werkingssfeer ...................................................................................... 4
-
3.Besparingspotentieel en effecten.................................................................................. 5
-
4.Context ......................................................................................................................... 8
-
5.Beleidslijnen en maatregelen ....................................................................................... 8
5.1. Dynamische energieprestatie-eisen voor energieverbruikende producten, gebouwen en energiediensten ........................................................................................................ 9
5.2. Verbetering van de energieomzetting ........................................................................ 13
5.3. Vervoer....................................................................................................................... 15
5.4. Financiering van energie-efficiëntie, economische stimulansen en energieprijsbepaling ................................................................................................... 17
5.5 Wijziging van het gedrag op energiegebied............................................................... 19
5.6. Internationale partnerschappen .................................................................................. 20
-
6.Conclusies en volgende stappen................................................................................. 21
-
1.INLEIDING
De Europese Unie wordt geconfronteerd met enorme uitdagingen op energiegebied die voortvloeien uit de toegenomen afhankelijkheid van Europa van ingevoerde energie, bezorgdheid over het aanbod van fossiele brandstoffen wereldwijd en een duidelijk merkbare klimaatverandering. Desondanks blijft Europa ten minste 20% van zijn energie verspillen als gevolg van inefficiëntie. Europa kan en moet het voortouw nemen om de energie-efficiëntie omlaag te brengen, door gebruik te maken van alle beschikbare beleidsmiddelen op elk niveau van overheid en samenleving.
De directe kostprijs van ons onvermogen om energie op een efficiënte wijze te benutten zal in 2020 zijn opgelopen tot meer dan 100 miljard euro per jaar
-
1.Een cruciaal onderdeel van het
energiebeleid van de Gemeenschap is dan ook ons potentieel op duurzame wijze te realiseren. Dit is verreweg de meest efficiënte manier om de veiligheid van de energievoorziening te verbeteren, de uitstoot van koolstof terug te dringen, de concurrentiepositie te verbeteren en de ontwikkeling van een grote geavanceerde markt voor energie-efficiënte technologieën en producten te stimuleren. Dit geldt ook wanneer rekening wordt gehouden met de kosten van de investeringen die nodig zijn om dit besparingspotentieel te verwezenlijken. De noodzaak van een krachtiger energiebeleid dat gericht is op een efficiënter energieverbruik en efficiëntere productiepatronen, werd onderstreept in het groenboek van de Commissie "Een Europese strategie voor duurzame, concurrerende en continu geleverde energie voor Europa"
-
2.In de Europese Raad Lente 20063 werd opgeroepen met spoed een ambitieus en
realistisch actieplan voor energie-efficiëntie goed te keuren, rekening houdend met het feit dat de EU tegen 2020 moet beschikken over een energiebesparingspotentieel van meer dan 20%.
Om dit potentieel te kunnen realiseren zullen wij het energieverbruik totaal anders moeten aanpakken. Europa zal de verbeteringen op het gebied van energie-efficiëntie van de afgelopen paar jaar meer dan moeten verdubbelen. Om de gedragspatronen van onze samenlevingen te veranderen zodat we minder energie gaan verbruiken met behoud van onze levenskwaliteit is een paradigmaverandering vereist. Producenten zullen moeten worden aangemoedigd om meer energie-efficiënte technologieën en producten te ontwikkelen en consumenten zullen sterkere stimulansen nodig hebben om dergelijke producten te kopen en rationeel te gebruiken. Van vitaal belang hierbij is het gebruik van de best beschikbare technologieën. Hoewel het doel van dit actieplan kan worden bereikt met gebruikmaking van de bestaande technologie, is het duidelijk dat het gebruik van innoverende technologieën die tijdens de duur van het actieplan het licht zien, eveneens moet worden aangemoedigd.
In dit document wordt een dergelijk actieplan nader omschreven, om ons potentieel te verwezenlijken en de positie van Europa als een van de meest energie-efficiënte regio's ter wereld te handhaven. Voor het beleid en de maatregelen van dit plan is men uitgegaan van de raadpleging over het groenboek inzake energie-efficiëntie
-
4.Het grootste deel werd expliciet
gesteund door de geraadpleegde belanghebbenden. In de analyse van en de antwoorden op de in het groenboek inzake energie-efficiëntie gestelde vragen werd vooral gewezen op de noodzaak betere informatie te verstrekken over energieverbruik en de beschikbare energie- efficiënte technologieën en technieken. Energie-efficiëntie in de bouwsector werd beschouwd als een topprioriteit. Bijzonder belang werd gehecht aan een verbetering van de energie- efficiëntie in de vervoersector, omdat deze sector het overgrote deel van de olieproducten verbruikt en het snelst groeiende uitstootprofiel heeft. In de industrie werd vooral gewezen op het aanzienlijke potentieel om de vraag naar energie en de CO
2-uitstoot omlaag te brengen. In
de antwoorden werd tevens gevraagd om een uitgebreide reeks van beleidsinstrumenten op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau (ondermeer een breder gebruik van doelgerichte en samenhangende fiscale maatregelen, het internaliseren van externe kosten, volledige steun van de lidstaten door nationale actieplannen inzake energie-efficiëntie, niet-bindende richtsnoeren, keurmerken en doelstellingen en een overheid die het voortouw neemt bij de openbare aanbestedingen). Ook werd gevraagd om bindende minimumeisen op het gebied van efficiëntie bij auto's vast te stellen.
In zijn advies over het groenboek5 heeft het Europees Parlement een lijst van meer dan 100
aanbevelingen opgenomen. Ook deze liggen op één lijn met de voorstellen in het actieplan. Bijdragen en steun voor het streven om het besparingspotentieel van de EU tegen 2020 op 20% te brengen kwamen ook van de door de Commissie opgerichte Groep op hoog niveau voor concurrentievermogen, energie en milieu waarin de relevante belanghebbenden samenkomen.
6
-
2.DOELSTELLING EN WERKINGSSFEER
In dit actieplan wordt een kader geschetst van beleid en maatregelen om meer vaart te zetten achter het proces om tegen 2020
7 het op meer dan 20% geraamde besparingspotentieel in het
verbruik van primaire energie door de EU te realiseren. Het plan geeft een lijst van kosteneffectieve maatregelen
looptijd van het plan (zes jaar). Daarna zullen verdere actieplannen nodig zijn om het volledige potentieel tegen 2020 te realiseren.
Het is de bedoeling dat het actieplan publiek en beleidsmakers op alle overheidsniveaus, samen met de marktdeelnemers, mobiliseert en de interne markt voor energie zodanig omvormt dat de EU-burgers kunnen beschikken over de meest energie-efficiënte infrastructuur, gebouwen, apparaten, processen, transportmiddelen en energiesystemen ter wereld. Gezien het belang van de menselijke factor bij het verminderen van het energieverbruik moedigt dit actieplan burgers aan tot een zo rationeel mogelijk energiegebruik. Bij energie-efficiëntie gaat het om een gefundeerde keuze van personen, niet alleen over wetgeving.
-
3.BESPARINGSPOTENTIEEL EN EFFECTEN
In figuur 1 wordt getoond hoe verbetering van de energie-efficiëntie de energie-intensiteit binnen de EU gedurende de afgelopen 35 jaar heeft verlaagd. Zichtbaar wordt bijvoorbeeld dat "negajoules" (energiebesparing berekend op basis van de energie-intensiteit) tegen 2005 de belangrijkste energiebron zijn geworden.
Ontwikkeling van de vraag naar primaire energie en van het aantal "negajoules"
( "negajoules" : energiebesparing berekend op basis van energie-intensiteit van 1971)
3000
2500
Bron Enerdata 2006
Negajoules
2000
Biomassa
eElektriciteit (overige bronnen)
t o
M
1500 Nucleair
Gas
Olie
Wat woningen betreft is het grootste potentieel te vinden in een betere isolatie van muren en daken, terwijl in bedrijfsgebouwen veel wordt verwacht van betere energiebeheerssystemen. Verbeterde apparaten en andere energieverbruikende toestellen bieden nog enorme mogelijkheden voor energiebesparingen. Voor de be- en verwerkende industrie wordt het totale besparingspotentieel geraamd op ongeveer 25%, waarbij het besparingspotentieel van randapparatuur zoals motoren, ventilatie-inrichtingen en verlichtingsapparatuur
9 het
belangrijkst is. In de vervoerssector lijkt er een soortgelijk besparingspotentieel te zijn van 26%, een percentage dat in belangrijke mate tot stand is gekomen door een overschakeling naar andere vervoerstakken
10, in overeenstemming met de tussentijdse evaluatie van het
Witboek Vervoer11.
Energieverbruik Volledig
Energie-(Mtoe) 2020 Energiebesparings-energiebesparings-
Sector verbruik (voortgaan op de oude potentieel 2020 potentieel 2020 (%)
(Mtoe) 2005 voet) (Mtoe)
Huishoudens (woningen)
280 338 91 27%
Commerciële
gebouwen
(tertiaire
sector) 157 211 63 30%
Vervoer 332 405 105 26%
Be- en
verwerkende
industrie 297 382 95 25%
Figuur 2: Ramingen voor het volledige energiebesparingspotentieel in de
eindgebruiksectoren12
Op basis van dit scenario van een volledig besparingspotentieel in de eindgebruiksectoren, worden de extra besparingen ten gevolge van nieuwe beleidslijnen en maatregelen en van een versterking van de bestaande maatregelen geraamd op 20% (1,5% per jaar, oftewel 390 miljoen ton aardolie-equivalent (Mtoe)) in 2020 (met inbegrip van besparingen in de eindgebruiksectoren en bij de omzetting van energie). Deze besparingen komen bovenop de verbetering van de energie-intensiteit met 1,8% per jaar (470 Mtoe) dankzij verwachte structurele aanpassingen, de effecten van eerder vastgesteld beleid en autonome veranderingen ten gevolge van de natuurlijke vervanging van technologieën, hogere energieprijzen, enz. Deze effecten worden geïllustreerd in figuur 3. "Previous policy" (eerder
beleid) verwijst hier naar de EU-wetgeving die reeds is goedgekeurd en uitgevoerd: "new policy" (nieuw beleid) betekent maatregelen die momenteel worden uitgevoerd en verder worden versterkt door dit actieplan; "new policy beyond directives" (nieuw beleid na de richtlijn) verwijst naar beleid en maatregelen die in dit actieplan worden ontwikkeld.
Figuur 3: jaarlijkse verbeteringen in energie-intensiteit13
De in het actieplan opgenomen acties vormen een samenhangend en aaneensluitend pakket van maatregelen die de EU op het spoor zetten om in 2020 het kosteneffectieve energiebesparingspotentieel van ten minste 20% te bereiken. Zij zullen baten opleveren, zoals een verbetering van de kwaliteit van het milieu, vermindering van de invoer van fossiele brandstoffen, verbetering van het concurrentievermogen van de EU-industrie, toename van de uitvoermogelijkheden voor nieuwe energie-efficiënte technologieën en verhoging van de werkgelegenheid. Zij vertegenwoordigen ook een ambitieuze doelstelling, die de gemiddelde verbeteringen van de energie-intensiteit in eerdere decennia met een ruime marge overtreffen.
-
4.CONTEXT
In onderstaande tekst over het actieplan worden de cruciale voorstellen belicht en in een politieke context geplaatst. Bij de voorstellen wordt rekening gehouden met de recente goedgekeurde wetgeving op communautair en ander niveau, die er reeds toe heeft bijgedragen dat Europa een wereldleider is geworden op het gebied van energie-efficiëntie. De Commissie stelt verder 10 prioritaire maatregelen voor die alle energiesectoren bestrijken, die onmiddellijk moeten worden ondernomen en zo spoedig mogelijk moeten worden uitgevoerd om een optimaal effect te sorteren. De lidstaten, regionale en plaatselijke autoriteiten en andere belanghebbenden wordt gevraagd aanvullende maatregelen te nemen om de tenuitvoerlegging te versterken.
In de bijlage zijn alle voorgestelde maatregelen samen met een tijdschema bijeengebracht. Een volledige lijst van de voorgestelde maatregelen alsmede meer informatie over energieverbruik, besparingspotentieel, initiatiefnemers en tenuitvoerleggers en effecten wordt gegeven in het begeleidende werkdocument van de Commissiediensten onder de titel "Analysis of the Action Plan for Energy Efficiency" (Analyse van het actieplan voor energie- efficiëntie)
-
14.Daarnaast wordt ook een effectbeoordelingsverslag en een samenvatting
daarvan aangehecht15.
-
5.BELEIDSLIJNEN EN MAATREGELEN
Energie-efficiëntie is in de eerste plaats een kwestie van beheersing en vermindering van de vraag naar energie, hoewel doelgerichte maatregelen nodig zijn voor zowel het verbruik als het aanbod van energie. "Op de oude voet voortgaan" is geen duurzaam antwoord.
De volledige tenuitvoerlegging en het toezicht op de naleving van de bestaande en toekomstige regelgevingskaders zijn van fundamenteel belang. De Commissie heeft zich derhalve steeds, via juridische middelen, ingezet voor de omzetting en toepassing van de communautaire wetgeving die van invloed is op de energie-efficiëntie, met inbegrip van de wetgeving over de interne energiemarkt, gebouwen en apparaten.
mondiaal niveau worden aangepakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van internationale partnerschappen en met inbegrip van bijvoorbeeld verhandelbare goederen zoals apparaten.
Ook innovatie en technologie spelen een vitale rol. Het komende strategische plan voor energietechnologie, dat in 2007 zou moeten worden goedgekeurd, zal een coherente langetermijnvisie vanuit energietechnologisch oogpunt verschaffen en moet aansporen tot verdere op technologie gebaseerde efficiëntiebesparingen in de samenleving. Bijzondere aandacht zou moeten worden besteed aan de mogelijkheden die worden geboden door informatie- en communicatietechnologieën (ICT)
16
Uitsluitend als al deze maatregelen ten uitvoer worden gelegd, zal het potentieel ten volle worden gerealiseerd. Hiervoor zijn extra middelen nodig die specifiek moeten worden ingezet voor energie-efficiëntie op elk niveau, ook bij de Commissie zelf.
Zoals is aangetoond in het effectbeoordelingsverslag zijn het besparingspotentieel en de verwachte effecten voor sommige maatregelen groter en duidelijker dan voor andere. De voorgestelde maatregelen in het actieplan zijn dan ook afhankelijk van grondige individuele effectbeoordelingen. Monitoring en actualisering van het actieplan zijn noodzakelijk en in 2009 zal een tussentijdse evaluatie worden uitgevoerd, onder meer met behulp van de nationale actieplannen voor energie-efficiëntie
17 en via strategische energie-evaluaties op EU-
niveau.
5.1. Dynamische energieprestatie-eisen voor energieverbruikende producten, gebouwen en energiediensten
Het gemeenschapsrecht omvat een allesomvattend kader van richtlijnen en verordeningen om de energie-efficiëntie van energieverbruikende producten, gebouwen en diensten te verbeteren. Daartoe behoren onder meer de richtlijn ecologisch ontwerp
18, de Energy Star-
verordening19, de etiketteringsrichtlijn en de 8 tenuitvoerleggingsrichtlijnen daarvan20
21, de
richtlijn betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten en de richtlijn
betreffende de energieprestatie van gebouwen22. De Commissie zal de lidstaten aanmoedigen
om een ambitieus tenuitvoerleggings- en handhavingsbeleid te volgen om te zorgen voor een snelle ontwikkeling van een Europese interne markt voor energie-efficiënte goederen en energiediensten en een duurzame transformatie van de markt
(1) Producten meer energie-efficiënt maken
De consument houdt onvoldoende rekening met de economische voordelen van energie- efficiënte apparaten en toestellen. Zijn koopgedrag is echter een doorslaggevende factor om resultaten te kunnen boeken. Efficiëntie zou een sleutelelement moeten worden bij hun aankoopbeslissingen. Het hanteren van dynamische energie-efficiëntienormen in combinatie met prestatiebeoordelingen en etiketteringsregelingen is volgens de Commissie een krachtig instrument om consumenten voor te lichten en de markt om te buigen naar energie-efficiëntie.
Prioritaire actie 1
Etikettering van apparaten en toestellen en minimum prestatie-eisen
Met ingang van 2007 zullen, op basis van de etiketteringsrichtlijn en de richtlijn ecologisch ontwerp, geactualiseerde en dynamische normen voor etikettering en minimum- energieprestatienormen worden ontwikkeld voor apparaten en andere energieverbruikende toestellen. Hierbij zal bijzondere aandacht worden besteed aan de vermindering van energieverliezen in de waakstand. De Commissie zal beginnen met het goedkeuren van prestatie-eisen voor 14 prioritaire productgroepen zodat deze vóór eind 2008 kunnen worden goedgekeurd. De Commissie zal de Kaderrichtlijn 92/75/EG inzake etikettering herzien om de doeltreffendheid ervan te versterken. De bestaande indelingen voor de etikettering zullen worden opgewaardeerd.
In 2007 zal de Commissie beginnen met het proces om minimum-energieprestatienormen (de normen op het gebied van ecologisch ontwerp) goed te keuren in de vorm van uitvoeringrichtlijnen voor 14 productgroepen met inbegrip van boilers, waterverwarmers, consumentenelektronica, kopieermachines, televisietoestellen, producten met waakstand, opladers, verlichting, elektrische motoren en andere producten overeenkomstig onderstaand tijdschema. Deze richtlijnen zullen tevens, voor zover mogelijk, aanwijzingen geven voor eisen die in de toekomst worden gesteld, bijvoorbeeld over vijf jaar, zodat fabrikanten worden voorbereid op de nieuwe eisen die in de ontwerpfase worden gesteld. De Commissie zal erop toezien dat tijdig passende meetmethodes worden ontwikkeld door CEN/CENELEC of via andere passende kanalen. Producten die niet aan deze eisen voldoen, zullen niet meer in de handel mogen komen.
1 boilers
2 waterverwarmers
3 computers
4 beeldapparatuur
5 televisietoestellen
6 waakstand
7 opladers
8 kantoorverlichting
9 straatverlichting
10 kamerklimaatregeling
11 motoren
12 commerciële
koelingsinstallaties
13 huishoudelijke koelingsinstallaties
14 wasmachines
Studiefase Ontwerp-eindverslag workshop belanghebbenden
Overlegforumfase Bijeenkomst van het overlegforum
Fase regelgevingscomité Stemming door het comité
Fase goedkeuring Commissie Goedkeuring door de Commissie
*waaronder kennisgeving aan de Wereldhandelsorganisatie, vertaling en nader onderzoek door het Europees Parlement
opgewaardeerd of opnieuw ingedeeld om het A-label voor te behouden aan de 10 à 20% best presterende installaties.
De lidstaten moeten de eisen op het gebied van ecologisch ontwerp en de etiketteringsregeling uitvoeren en toezien op de naleving ervan. De etiketteringsregeling zal tegelijkertijd een zeer nuttig instrument verschaffen voor de ondersteuning van nationaal beleid, met inbegrip van voorlichtingscampagnes, kortingsregelingen, richtsnoeren voor overheidsaanbestedingen en het systeem van 'witte certificaten'.
(2) Diensten ontwikkelen voor energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten
De eerder dit jaar vastgestelde richtlijn betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en energiediensten (2006/32/EG) biedt een goed kader voor de versterking van een EU-brede samenwerking qua energie-efficiëntie op gebieden waar een duidelijk energiebesparings- potentieel aanwezig is. De volledige medewerking van de autoriteiten van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn is vereist, met name wat het opstellen van ambitieuze nationale actieplannen betreft. Uit hoofde van deze richtlijn zal de Commissie in samenwerking met het Comité van Europese energieregelgevers (CEER) een intentieverklaring opstellen betreffende richtsnoeren en een gedragscode voor een betere energie-efficiëntie bij eindgebruik in alle sectoren. Deze richtlijn zal in 2008 ook een evaluatie mogelijk maken van een voor de gehele EU geldend systeem van "witte certificaten" waarbij rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen in de lidstaten en de voortgang die is gemaakt bij de invoering van een geharmoniseerd systeem voor het meten van energie-efficiëntieverbeteringen in de EU.
(3) Gebouwen meer energie-efficiënt maken
Prioritaire actie 2
Eisen inzake energieprestaties voor gebouwen en gebouwen die heel weinig energie vergen ("passieve woningen")
De richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen (2002/91/EG), die door de lidstaten vóór januari 2006 moet zijn omgezet
25 kan een centrale rol spelen bij de verwezenlijking van
het besparingspotentieel in de bouwsector, dat geraamd wordt op 28%26 en waardoor het
totale eindenergieverbruik van de EU met ongeveer 11% kan worden verminderd. Om het volledige besparingspotentieel van de bouwsector te benutten, zal de Commissie echter voorstellen het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot de grote aantallen kleinere gebouwen, met inbegrip van een aanzienlijke verlaging van de huidige drempel van 1000 m² voor minimumprestatie-eisen bij ingrijpende renovaties, om het grootste deel van de bestaande gebouwen te omvatten. In 2009 zal zij tevens voor de gehele EU geldende minimumprestatie-eisen (kWh/m²) voor nieuwe en gerenoveerde gebouwen en voor componenten zoals ramen voorstellen. In samenwerking met de bouwsector zal zij de nodige maatregelen nemen om een strategie te ontwikkelen voor "zeer lage energie"- of passieve huizen, om op middellange termijn, wanneer de passende technologieën commercieel beschikbaar zijn, te komen tot een situatie waarin passieve huizen de norm worden.
Een uitgebreidere lijst van de voorgestelde acties in het kader van de bestaande EU-wetgeving is in de bijlage opgenomen.
5.2. Verbetering van de energieomzetting
Gezien de huidige omvangrijke omzettingsverliezen bestaat er een groot potentieel voor verbetering van de energie-efficiëntie in de energieproductie en distributie (figuur 4).
Verbruik van primaire energie EU25 (1750 Mtoe) in 2005
Huishoudens
Omzettingsverliezen16%
33%
Tertiaire sector
De energieomzettingssector verbruikt ongeveer éénderde van alle primaire energie. Tegelijkertijd is de gemiddelde efficiëntie van de omzetting voor de productie van elektriciteit ongeveer 40%. Bij nieuwe productiecapaciteit kan de efficiëntie in de buurt van 60% komen. Dit biedt een hoog potentieel voor de verbetering van energie-efficiëntie. Verliezen bij de omzetting en distributie van elektriciteit - die kunnen oplopen tot 10% - kunnen eveneens omlaag worden gebracht.
Het EU-systeem voor de handel in emissierechten is een belangrijk instrument om elektriciteitsproducenten aan te sporen hun uitstoot te verlagen en de efficiëntie op de meest kosteneffectieve wijze te verbeteren. De Commissie is momenteel bezig met de planning van een herziening van het systeem.
27 Door het opstellen van een nationaal toewijzingsplan en het
scheppen van algemene schaarste op de markt van CO
2-emissierechten, kunnen de lidstaten
het EU-systeem voor de handel in emissierechten blijven gebruiken als een stimulans voor een efficiëntere energieproductie. De Commissie meent evenwel dat er ook een aantal nieuwe maatregelen moet worden getroffen en komt derhalve met een actiepakket.
Prioritaire actie 3
Elektriciteitsproductie en distributie efficiënter maken
De Commissie zal tegen 2008 bindende minimumefficiëntienormen vaststellen voor nieuwe elektriciteits-, stadsverwarmings- en -koelingsinstallaties met een vermogen van minder dan
20 MW
28 en zal dergelijke eisen indien nodig ook overwegen voor grotere productie-
eenheden. Daarnaast zal zij aan de energie-industrie richtsnoeren verstrekken inzake goede praktijken voor de bestaande capaciteit om de gemiddelde efficiëntie van de productie voor alle centrales te verhogen, en zal zij richtsnoeren overeenkomen over goede regelgevende praktijken om omzettings- en distributieverliezen te verminderen. In 2007 zal zij een voorstel op tafel leggen voor een nieuw regelgevend kader ter bevordering van de koppeling van gedecentraliseerde energieproductie.
Om de algemene efficiëntie in de energieomzettingssector te verbeteren zal de Commissie nauw samenwerken met de sector energievoorziening- en -distributie en met de Raad van Europese regelgevende instanties op energiegebied (CEER) en de Europese groep van regelgevende instanties voor elektriciteit en gas (ERGEG).
Ook voor dit aspect is een uitgebreidere lijst van voorgestelde maatregelen opgenomen in de bijlage.
5.3. Vervoer
De vervoerssector speelt een centrale rol in de Europese economie en is als zodanig goed voor bijna 20% van het verbruik van primaire energie. 98% van de energie die in deze sector wordt gebruikt, is van fossiele aard. Aangezien het vervoer ook wat energieverbruik betreft de snelst groeiende sector is, is deze sector een zeer belangrijke bron van broeikasgassen en van afhankelijkheid qua invoer van fossiele brandstoffen. Het is daarom van cruciaal belang dat het potentieel voor energie-efficiëntiewinsten in deze sector wordt benut. Dit potentieel kan met name worden verwezenlijkt door te zorgen voor brandstofefficiëntie bij wagens, door markten te ontwikkelen voor schonere voertuigen, door te zorgen voor handhaving van de juiste bandenspanning, door een verbetering van de efficiëntie van stads-, spoor-, zee- en luchtvaartvervoersystemen en door een wijziging van het vervoergedrag. Co-modaliteit, dat wil zeggen het efficiënt gebruik van verschillende takken van vervoer afzonderlijk en in combinatie, zal leiden tot een optimale benutting van bronnen, met inbegrip van energie. Het bevorderen van short-sea shipping (kustvaart) en de autowegen van de zee met inbegrip van andere milieu-vriendelijkere en energiebesparende vervoerstakken zal bijdragen tot een verhoging van de energie-efficiëntie.
Prioritaire actie 4 Brandstofefficiëntie van auto's bereiken
De Commissie is vastberaden energie-efficiëntie en CO
2-uitstoot van auto's aan te pakken en
zal indien nodig in 2007 met wetsvoorstellen komen die ervoor moeten zorgen dat de doelstelling van 120g CO
2/km tegen 2012 wordt verwezenlijkt door een uitgebreide en
consequente aanpak, in overeenstemming met de overeengekomen EU-doelstelling. Tegelijkertijd zal zij voorstellen de EU-eisen voor de etikettering van auto's te versterken.
Gezien het nauwe verband tussen brandstofefficiëntie en CO
2-uitstoot kan een groot deel van
dit potentieel worden gerealiseerd met behulp van nieuwe maatregelen, inclusief wetgeving, die ervoor moeten zorgen dat de vereiste CO
2 reducties er daadwerkelijk komen, mocht
De Commissie zal haar inspanningen voortzetten om via openbare aanbestedingen en bewustmakingsacties de markten voor schonere, snellere, slimmere, veiligere en energie- efficiëntere voertuigen tot ontwikkeling te brengen. Om de energie-efficiëntie van voertuigen te verbeteren, zal het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën worden geïntensifieerd.
30 Een gewijzigde en verbrede richtlijn betreffende consumenteninformatie
over het brandstofverbruik van auto's (1999/94/EG) zal worden voorgesteld teneinde het ontwerp van het brandstofverbruiksetiket op EU-niveau te harmoniseren om consumenten en fabrikanten aan te moedigen tot efficiëntere voertuigen. Net als bij andere producten zal een "A"-label worden voorbehouden voor de 10 à 20% best presterende auto's en zal de etiketteringsregeling na 3 jaar worden bijgewerkt.
De gebruikte banden en bandenspanning kunnen het brandstofverbruik van voertuigen volgens ramingen met meer dan 5% verbeteren
-
31.De Commissie zal een mandaat verlenen
voor de uitwerking van een erkende Europese en eventueel internationale norm voor maximumgrenzen voor de rolweerstand van banden voor wegvoertuigen en voor de etikettering van dergelijke banden. Zij zal voorts convenanten vergemakkelijken en andere maatregelen overwegen om de montage van systemen voor de monitoring van de bandendruk en relevante opblaassystemen voor bestaande wegvoertuigen aan te moedigen, met inbegrip van de verplichte montage van systemen voor de monitoring van de bandendruk bij nieuwe wegvoertuigen.
Het nodeloos verbruik van energie ten gevolge van inefficiënt stadsvervoer moet worden verminderd. Rekening houdend met de verantwoordelijkheden van plaatselijke en regionale autoriteiten zal de Commissie in het kader van het komende groenboek betreffende stadsvervoer met gemeenschappelijke oplossingen komen, gebaseerd op concrete maatregelen die met succes getest zijn, inclusief vergoedingen voor het gebruik van infrastructuur en wegen en congestieheffingen indien nodig. Dit zijn o.m. nieuwe benaderingen om het gebruik van het openbaar vervoer, autodelen, niet-gemotoriseerde vervoerswijzen en telewerken in de Europese steden te bevorderen. Dergelijke gemeenschappelijke oplossingen houden rekening met de Thematische strategie voor het stadsmilieu
32 en met de ervaringen die zijn opgedaan
bijlage wordt een uitgebreidere lijst van de voorgestelde maatregelen op het gebied van het vervoer gegeven.
5.4. Financiering van energie-efficiëntie, economische stimulansen en
energieprijsbepaling
Al zijn vele energie-efficiëntiemaatregelen volledig kosteneffectief, met zeer korte terugbetaaltijden, toch worden zij vaak niet genomen vanwege financiële belemmeringen. Dit geldt vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen.
Om de financiering van energie-efficiëntiemaatregelen te vergemakkelijken en de manier waarop prijssignalen hun effect op de energie-efficiëntie doen gevoelen te verbeteren, zal de Commissie in de lidstaten de bestaande wettelijke hinderpalen in de nationale wetgeving opsporen en wegwerken die het gebruik belemmeren i) van ondernemingen die efficiëntieoplossingen aanbieden
35 (de zogenaamde 'Energy Service Companies' (ESCO's), ii)
van mechanismen van gedeelde en gegarandeerde besparingen ('shared- and guaranteed savings'), iii) van financiering door een derde partij en iv) van op prestaties gebaseerde contracten. Er zal meer gebruik worden gemaakt van lokale roulerende fondsen en 'clearing houses'.
Bovendien zal de opkomst van publiek-private samenwerking (PPS) worden vergemakkelijkt, door samenwerking met niet-openbare banken, de EBRD, de EIB-groep en andere IFI- financiering,
om meer middelen aan te trekken voor schuldfinanciering,
waarborginstrumenten en risicokapitaaltoepassingen voor nieuwe energie-efficiënte technologieën in de EU.
Prioritaire actie 5
Passende financiering van energie-efficiëntie-investeringen in het MKB en in ESCO's vergemakkelijken
De Commissie zal de banksector in 2007 en 2008 door middel van een aantal specifieke initiatieven vragen financieringspakketten aan te bieden die specifiek gericht zijn op kleine en middelgrote ondernemingen en ESCO's om bij energiecontroles vastgestelde energie- efficiëntiebesparingen goed te keuren. Communautaire financiering zoals groene investeringsfondsen, medegefinancierd door KCI
Prioritaire actie 6 Aansporen tot energie-efficiëntie in de nieuwe lidstaten
De Commissie zal meer intensieve investeringen37 aanmoedigen om de energie-efficiëntie in
de nieuwe lidstaten te verbeteren, ook in de sector meergezins- en sociale woningen. Voorts zal zij netwerken bevorderen tussen de lidstaten en regio's om ervoor te zorgen dat de beste praktijken in energie-efficiëntie kunnen worden gefinancierd.
De ervaring heeft uitgewezen dat belastingheffing, als middel om externe kosten te internaliseren, een krachtig instrument is om energie-efficiëntie te bevorderen.
Prioritaire actie 7 Een coherent gebruik van energieheffingen
De Commissie zal werken aan een groenboek inzake indirecte belastingen (2007) en vervolgens in 2008 de richtlijn betreffende de belasting van energieproducten
38 herzien
teneinde een meer gericht en samenhangend gebruik van dergelijke belastingen te vergemakkelijken door met name rekening te houden met energie-efficiëntie en milieuaspecten.
Daar bovenop zal zij zich in 2007 buigen over de kosten en baten van het gebruik van belastingskortingen als stimulans enerzijds voor ondernemingen om meer gecertificeerde energie-efficiënte toestellen en apparaten met een energie-efficiëntiekeurmerk te produceren en anderzijds voor de consument om de aankoop van dergelijke toestellen en apparaten te bevorderen.
De Commissie verzoekt de Raad zo spoedig mogelijk haar voorstel om de autobelasting te koppelen aan de CO
2-uitstoot goed te keuren en vraagt de lidstaten dergelijke wijzigingen
reeds in te voeren in de belastinghervormingen die zij overwegen [SEC(2005)261].
In 2007 zal de Commissie tevens speciale belastingregelingen voorstellen voor commerciële diesel die erop gericht zijn de buitensporige verschillen in belastingtarieven tussen de lidstaten te verkleinen. Dit voorstel zou de energie-efficiëntie in het wegverkeer moeten verlagen door "het tanktoerisme" terug te dringen.
5.5 Wijziging van het gedrag op energiegebied
Een efficiënt gebruik van energie vergt elementen die aansporen tot rationeel en verantwoordelijk gedrag en die een dergelijk gedrag vergemakkelijken en versterken. Rationeel marktgedrag wordt mede gestuurd door een afdoende institutionele capaciteit, bewustmakingsacties en duidelijke, geloofwaardige en toegankelijke informatie over energiegebruikende technologieën en technieken. Alle belanghebbenden moeten betrokken worden bij opleidings- en trainingsprogramma's; de informatietechnologie is van cruciaal belang.
Prioritaire actie 8
Het bewustzijn inzake energie-efficiëntie verhogen Prioritaire gebieden, afgezien van verbeterde etikettering, omvatten onderwijs en opleidingsplannen en -programma's voor energiemanagers in industrie en nutsbedrijven. Dit omvat ook lesmiddelen voor het lager, middelbaar en beroepsonderwijs. Deze lesmiddelen zullen met ingang van 2007 worden ontwikkeld door communautaire programma's op aanbeveling van de lidstaten en in samenwerking met de onderwijsorganisaties van de lidstaten en de Gemeenschap.
Energie-efficiëntie begint thuis. De Commissie en de andere EU-instellingen dienen daarom het voorbeeld te geven door de demonstratie van nieuwe, energie-efficiënte technologieën in hun gebouwen, voertuigen, kantoor- en andere energieverbruikende apparatuur en door richtsnoeren voor de aankoop daarvan vast te stellen. In het kader van de toepassing van het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS)
39 zal de Commissie er over
waken dat alle gebouwen die in het bezit zijn van de Commissie tegen 2009 gecertificeerd zijn.
Elders zullen systemen voor een goed beheer van de energie-efficiëntie worden bevorderd en ontwikkeld via medefinanciering uit middelen van communautaire programma's zoals het KCI
-
40.Begunstigden moeten richtsnoeren formuleren over hoe zij energie-efficiënte
producten willen bevorderen en onderwijs- en opleidingsplannen moeten opstellen voor energiemanagers. Tegen eind 2006 zal de Commissie een milieuprogramma voor het midden- en kleinbedrijf (MKB-Milieu) presenteren, waarin begrepen een energie-efficiëntie-toolkit, en zal zij een strategisch energietechnologieplan uitwerken waarin onder meer ook de bijdrage wordt behandeld die informatie- en communicatietechnologieën kunnen leveren tot energie- efficiëntie.
Om praktische voorbeelden te laten zien van energie-efficiënte maatregelen en beleid zal de Commissie in het kader van de campagne Duurzame Energie voor Europa en met steun van het programma Intelligente energie voor Europa een wedstrijd uitschrijven in elke lidstaat met een prijs voor de meest energie-efficiënte school. De selectiecriteria voor deze prijs zijn onder meer het energiebeheer en de energieprestaties van de schoolgebouwen en de kennis van de leerlingen van het onderwerp "energie-efficiëntie en duurzame energie". Ook zal worden gekeken of een Europese prijs nuttig kan zijn.
Verdere maatregelen zijn opgenomen in de bijlage.
5.6. Internationale partnerschappen
Hoewel energie-efficiëntie dicht bij huis begint, is dit probleem ook op internationaal niveau heel erg aan de orde. De EU moet haar bilateraal en internationaal handels- en ontwikkelingsbeleid, overeenkomsten, verdragen en instrumenten (inclusief overlegfora) gebruiken om de ontwikkeling en het gebruik van energie-efficiënte technologieën en technieken te bevorderen.
Prioritaire actie 10
Een wereldwijde aanpak
Om energie-efficiëntie op mondiaal niveau te bevorderen zal de Commissie in 2007 het initiatief nemen om een kaderovereenkomst tot stand te brengen met de voornaamste externe handelspartnerlanden en internationale organisaties. De overeenkomst zal zich met name richten op een verbetering van de energie-efficiëntie in alle sectoren van het eindgebruik en in de sector energieomzetting en zal een groot aantal beleids- en andere maatregelen omvatten.
Met het oog op de versterking van de energie-efficiëntie op mondiaal niveau, zal de Commissie voorstellen een internationale kaderovereenkomst inzake energie-efficiëntie te sluiten, waarbij zowel de ontwikkelde als de ontwikkelingslanden, met inbegrip van Brazilië, China, India, Japan, Rusland en de Verenigde Staten, worden betrokken. Dit zal gebeuren in samenwerking met het IEA (Internationaal Energieagentschap), de G8 (Gleneagles, Dialoog over klimaatverandering), de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank, de EBRD, de EIB en andere instellingen. Het doel is tot nauwere samenwerking te komen op het gebied van het meten en evalueren van de energie-efficiëntie, minimumprestatie-eisen voor goederen en diensten, etikettering en keurmerken, energie-audits, waakstandverliezen, gedragscodes, enzovoort. Deze kaderovereenkomst moet betrekking hebben op alle eindgebruiksectoren, inclusief de vervoerssector, alsook op energieomzetting, waarvoor het potentieel op wereldniveau zeer groot is. Om de eerste aanzet te geven tot dit proces zal de Commissie in 2007 optreden als gastvrouw voor een grote internationale conferentie inzake energie- efficiëntie.
-
6.CONCLUSIES EN VOLGENDE STAPPEN
De maatregelen die naar voren zijn gebracht in dit actieplan en in de bijlage daarvan kunnen de komende zes jaar resultaten opleveren, veel ervan zelfs in de komende drie jaar. De voortgang zal worden geëvalueerd in het kader van de geregelde strategische Europese energie-evaluaties
-
41.Tijdens de tenuitvoerlegging van het actieplan zal een belangrijke
tussentijdse evaluatie worden uitgevoerd. Het besparingspotentieel is aanwezig. De instrumenten, ondersteuningsprogramma's, beleidslijnen en vereiste institutionele capaciteit moeten resultaat kunnen opleveren.
Maar bovenal zijn politieke wil en engagement op nationaal, regionaal en lokaal niveau vereist om de hier gestelde doelstellingen te bereiken. Het is dan ook aan de Raad en het Europees Parlement en de nationale en regionale beleidsmakers om zich opnieuw krachtig in te zetten voor energiebesparing en een duidelijk en ondubbelzinnig mandaat te verlenen om de tenuitvoerlegging van dit actieplan te vergemakkelijken, door het te ondersteunen en overeenstemming te bereiken over de voorstellen die naar voor zijn geschoven.
BIJLAGE - Voorgestelde maatregelen42
De Commissie zal de volgende maatregelen nemen43:
-
1.Dynamische energieprestatie-eisen voor producten, gebouwen en diensten
· Tenuitvoerlegging van de richtlijn ecologisch ontwerp (2005/32/EG)
coördinatie van de eisen voor ecologisch ontwerp en -etikettering en van
stimulansen op het gebied van ecologisch ontwerp (2007-2012)
uitwerking van ecologische ontwerpeisen voor 14 prioritaire productgroepen
(2007-2009)
· Uitwerking van ecologische ontwerpeisen voor andere productgroepen (2008-2010)
· Steunen van eigen verbintenissen om energiebesparingen tot stand te brengen (2007-2012)
· Tenuitvoerlegging en wijziging van de kaderrichtlijn etikettering (92/75/EG)
richtlijnen van de Commissie voorstellen voor de etikettering van
waterverwarmers op gas en elektriciteit (2007)
aanvullende uitvoeringsmaatregelen voor etikettering voorbereiden en bestaande
etiketten aanvullen om deze om de vijf jaar opnieuw in te schalen waarbij het A- label slechts is voorbehouden aan 10 à 20% en de levenscycluskosten en verwachte energiebesparingen worden gecontroleerd (2007-2009)
start van een brede evaluatie van de tenuitvoerlegging van de richtlijn (2007)
· Tenuitvoerlegging en wijziging van de Energy Star-overeenkomst betreffende
· Tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende energie-efficiëntie bij het eindgebruik en
energiediensten (2006/32/EG)
samen met het CEER in het kader van de ERGEG (Europese Toezichthouders
Groep voor Elektriciteit en Gas) een intentieverklaring inzake energie-efficiëntie opstellen (2007)
een stelsel van witte certificaten op Europees niveau evalueren (2008)
de samenhang van de nationale openbare-aanbestedingsrichtsnoeren qua energie-
efficiëntie verbreden (2008)
overeenstemming bereiken over meer stringente en geharmoniseerde criteria voor
convenanten om de energie-efficiëntie aanzienlijk te verhogen (2009)
een mandaat verlenen voor de uitwerking van een Europese norm (EN) voor
energieaudits (2008)
meer gedetailleerde normen voor meteropneming en facturering opstellen (2009)
zich beraden over ondersteuning of oprichting van een centrum voor het
identificeren en verbeteren van opkomende en bestaande technologieën (2008)
· Tenuitvoerlegging en wijziging van de richtlijn betreffende de energieprestatie van
gebouwen (2002/91/EG)
een grotere rol van de publieke sector op het gebied van de demonstratie van
nieuwe technologieën en methoden voorstellen (2009)
de drempel voor minimumprestatie-eisen bij ingrijpende renovaties aanzienlijk
verlagen (2009)
minimumprestatie-eisen (kWh/m²) voorstellen voor nieuwe en gerenoveerde
-
2.Verbetering van de energieomzetting
· ontwikkeling van minimumefficiëntienormen voor nieuwe installaties voor de opwekking
van elektriciteit en voor verwarming en koeling met een vermogen van minder dan 20 MW (2008)
· uitwerking, samen met de desbetreffende industrie, van richtsnoeren voor goede
exploitatiepraktijken voor bestaande installaties (2008)
· verlening van een mandaat voor een Europese norm voor de certificatie van ingenieurs
voor warmte- en elektriciteitsinstallaties (2008)
· opstelling van richtsnoeren, in samenwerking met CEER in het kader van de ERGEG, van
goede regelgevingspraktijken om omzettings- en distributieverliezen te verminderen (2008)
· een nieuw regelgevingskader opstellen om de toegang tot en aansluiting van
gedecentraliseerde elektriciteitsproductie op het netwerk te bevorderen (2007)
· tenuitvoerlegging en wijziging van de richtlijn inzake de bevordering van
warmtekrachtkoppeling (WKK) (2004/8/EG)
de harmonisatie versnellen van de berekeningsmethoden voor zeer energie-
efficiënte WKK-installaties (2008-2011)
een mandaat verlenen voor een Europese norm (EN) voor de certificatie van
hoofdingenieurs voor WKK-installaties (2008)
overeenstemming bereiken over een geharmoniseerde elektronische waarborg van
oorsprong (2007-2009)
voorstellen om striktere eisen op te leggen aan marktregulatoren om de invoering
van WKK te bevorderen (2008-2011)
zou kunnen worden bereikt uitgaande van de verwezenlijking van de doelstelling van 140 g CO
2/km-doelstelling via een convenant tegen 2008-2009.
· meer inspanningen doen om markten voor schonere, snellere, slimmere, veiligere en
energie-efficiëntere voortuigen tot ontwikkeling te brengen naar aanleiding van een voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer (COM(2005) 634) (2007-2012)
· de gehele EU overspannende verkeers- en vervoersinformatiesystemen in real-time (RTTI)
en systemen voor het verkeersbeheer versterken (2007-2012)
· financiering voor de invoering op de markt van effiiciënte voertuigen aanmoedigen (2007)
· een voorstel indienen voor een wijziging van de richtlijn betreffende de beschikbaarheid
van consumenteninformatie over het brandstofverbruik (1999/94/EG) (2007)
· een mandaat verlenen voor de uitwerking van een erkende Europese (EN) en internationale
norm om de rolweerstand van banden te meten (2008)
· zich beraden over minimumefficiëntienormen voor aircosystemen in auto's (2007-2008)
· een etiketteringsysteem voor banden uitwerken (2008)
· convenanten inzake monitoringssystemen voor een goede monitoring van de bandendruk
vergemakkelijken (2008-2009)
· zich beraden over de verplichte montage van systemen voor de monitoring van de
bandendruk (2008-2009)
· een groenboek indienen over het vervoer in steden met voorstellen voor
gemeenschappelijke oplossingen gebaseerd op concrete maatregelen die met succes zijn getoetst, met inbegrip van eventuele vergoedingen voor het gebruik van infrastructuur en wegen en congestieheffingen (2007)
· wetgeving indienen om eisen inzake de bevordering van een zuinige rijstijl op te nemen in
het rijonderricht van chauffeurs en in dat verband ondersteunende projecten uit te voeren (2008)
· het rechtskader voor spoorvervoer uitvoeren (2007)
-
4.Financiering van energie-efficiëntie, economische stimulansen en energieprijsbepaling
· opsporen en opruimen van wettelijke belemmeringen in de lidstaten voor het gebruik van
ESCO's en contractuele instrumenten ter bevordering van de energie-efficiëntie (2007- 2009)
· lokale roulerende fondsen ontwikkelen, verbonden aan information clearing houses, via
nauwe samenwerking met de EBRD, EIB Groep en andere IFI's (2007-2009)
· de oprichting vergemakkelijken, in samenwerking met de EBRD, de EIB-groep en andere
IFI's, van publiek-private samenwerkingsverbanden om middelen aan te trekken voor schuldfinanciering, waarborgen en risicokapitaal voor het MKB, ESCO's en andere ondernemingen die energiediensten aanbieden (2007)
· het verstrekken van financiering voor energie-efficiëntieprojecten vergemakkelijken, met
inbegrip van de sector voor meergezins- en sociale woningen, in de nieuwe lidstaten met behulp van het structuur- en cohesiefonds (2007-2012)
· netwerken tussen lidstaten en regio's bevorderen om ervoor te zorgen dat de beste
praktijken op het gebied van energie-efficiëntie gefinancierd kunnen worden (2007-2012)
· het gebruik bevorderen van publiek-private energie-efficiëntiefondsen voor het MKB en de
publieke sector voor energieaudits en specifieke energie-efficiëntie-investeringen in samenwerking met de EBRD, de EIB-groep en de structuur- en cohesiefondsen van de EU (2007-2012)
· het gebruik aanmoedigen van communautaire financiering zoals Groene
Investeringsfondsen, medegefinancierd door het KCI, voor het MKB om ecologische, innoverende oplossingen te bevorderen (2007-2012)
· zich beraden over de kosten en baten van belastingskortingen als stimulans voor
ondernemingen om meer en betere energie-efficiënte apparatuur te gebruiken en voor de consument voor de aankoop van dergelijke apparaten en toestellen (2007)
-
5.Wijziging van het gedrag op energiegebied
· het voorbeeld geven door voor al haar eigen gebouwen een EMAS-certificatie na te streven
(2007-2009) en deze actie uit te breiden tot alle EU-instellingen (2010)
· de energie-efficiëntierichtsnoeren versterken via een gewijzigde EMAS-verordening
(2007)
· richtsnoeren voor een op energie-efficiëntie gebaseerde aankoop van apparatuur door de
Commissie vaststellen (2008), energiebeheerssytemen, richtsnoeren over hoe energie- efficiënteproducten kunnen worden bevorderd en opleidingstoolkits voor de industrie, het MKB en de openbare sector bevorderen en een IPPC-referentiedocument
47 opstellen
(2007-2012)
· een aanbeveling richten tot de lidstaten voor de opname van de aspecten veiligstelling van
de energievoorziening en klimaatverandering in de onderwijscurricula (2007); via programma's van de Gemeenschap zullen relevante onderwijsrichtsnoeren en informatie- materiaal worden verstrekt (2007-2012)
· zich beraden over een beroepsopleidingsinitiatief op het gebied van energie-efficiëntie
(2008)
· een "Convenant van burgemeesters" met een intentieverklaring inzake energie-efficiëntie
voor de uitwisseling en toepassing van beste praktijken uitwerken en een permanent netwerk oprichten (2007)
· nieuwe netwerken oprichten en benutten in het kader van een campagne Duurzame Energie
voor Europa (2007-2008)
· een wedstrijd organiseren in elke lidstaat om een prijs uit te reiken voor de meest energie-
efficiënte school (2007-2008)
· het Intelligent Energy-Europe Agency en relevante nationale, regionale en lokale
· de internationale samenwerking op het gebied van meetmethoden voor het toezicht op de
minimumenergie-efficiëntienormen en de desbetreffende etikettering versterken (2007- 2012)
· een internationaal netwerk oprichten voor de verspreiding van informatie en advies inzake
efficiënte technologieën (2009)
| publicatiedatum | 24-10-2006 |
|---|---|
| kenmerk | 14349/06 |
