Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad:Een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw; Standpunt van de Commissie over het eindverslag van de CARS 21-groep op hoog niveau; een bijdrage tot de strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 13 februari 2007 (14.02)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

5746/07

COMPET 23 ECO 13 ENV 55 ENT 11 TRANS 22 ENER 41 RECH 24

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 13 februari 2007

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad: Een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw; Standpunt van de Commissie over het eindverslag van de CARS 21-groep op hoog niveau; een bijdrage tot de strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 7.2.2007 COM(2007) 22 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw

Standpunt van de Commissie over het eindverslag van de CARS 21-groep op hoog

niveau

Een bijdrage tot de strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid

{SEC(2007) 77} {SEC(2007) 78}

COM (2007) 22

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Een concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw

Standpunt van de Commissie over het eindverslag van de CARS 21-groep op hoog

niveau

Een bijdrage tot de strategie van de EU voor groei en werkgelegenheid

INHOUDSOPGAVE

SAMENVATTING............................................................................................................ 3

  • 1. 
    INLEIDING..................................................................................................................... 4
  • 2. 
    EEN INDUSTRIE IN VERANDERING? ................................................................................ 6
  • 3. 
    EEN BETER REGELGEVINGSKADER VOOR DE AUTOMOBIELINDUSTRIE........................... 7

3.1. Interne markt: typegoedkeuring van voertuigen ................................................... 7

3.2. Vereenvoudiging en de internationalisering van de regelgeving .......................... 8

3.3. Milieuvriendelijk wegvervoer: de geïntegreerde aanpak ...................................... 9

3.4. Veiliger Europese wegen: een gezamenlijke inspanning.................................... 14

3.5. Handel en overzeese markten: streven naar eerlijke wereldwijde concurrentie . 16

3.6. Onderzoek en ontwikkeling: cruciaal voor het toekomstige concurrentievermogen................................................................................................ 17

3.7. Belastingen en fiscale stimulansen en concurrentie op de aftermarket............... 18

  • 4. 
    VOLGENDE STAPPEN................................................................................................... 19

Bijlage 1: Lijst van richtlijnen die in aanmerking komen voor automatische en virtuele tests

Bijlage 2: Lijst van richtlijnen die door VN/ECE-reglementen kunnen worden vervangen

SAMENVATTING

Deze mededeling geeft aan welke richting het automobielbeleid in de toekomst uitgaat. In de geest van betere regelgeving wordt met deze mededeling gestreefd naar een coherentere wisselwerking tussen verschillende beleidsgebieden, naar voorspelbaarheid en bescherming van het algemeen belang (bv. milieu en veiligheid), terwijl wordt geprobeerd om de lasten van de regelgeving voor de industrie te verminderen.

Zij bevat het standpunt van de Commissie over de CARS 21-groep op hoog niveau, een initiatief uit 2005 waarbij de voornaamste belanghebbenden (lidstaten, industrie, ngo's en leden van het Europees Parlement) de belangrijkste beleidsgebieden met gevolgen voor de Europese automobielindustrie aan een onderzoek onderwerpen en aanbevelingen doen voor een toekomstig beleids- en regelgevingskader.

Meteen al bij de oprichting van CARS 21 uitte de industrie haar bezorgdheid over de hoge cumulatieve kosten van de wetgeving. De CARS 21-groep concludeerde na haar evaluatie dat het huidige typegoedkeuringssysteem effectief was, dat het gehandhaafd moest worden en dat het grootste deel van de wetgeving noodzakelijk en nuttig was om de gezondheid, de veiligheid, de consument en het milieu te beschermen. De groep vond niettemin 38 EG- richtlijnen die kunnen worden vervangen door internationale reglementen van de VN/ECE (Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties). Voor 25 richtlijnen en VN/ECE-reglementen kunnen automatische en virtuele tests worden ingevoerd. De Commissie steunt deze aanbevelingen, maar zal erop toezien dat de Gemeenschap daarnaast ook los van het VN/ECE-systeem nog wetgeving kan voorstellen.

Op milieugebied bevestigt de mededeling de verdere beperking van de verontreinigende emissies overeenkomstig de Thematische strategie inzake luchtverontreiniging. Ze beschrijft bovendien de belangrijkste elementen van de toekomstige strategie van de Commissie ter beperking van de CO

2-uitstoot door auto's, die wordt uiteengezet in de mededeling over de

resultaten van de evaluatie van de huidige communautaire strategie. De toekomstige strategie is gebaseerd op een geïntegreerde aanpak om de EU-doelstelling van 120 g CO

2/km in 2012

te halen door een combinatie van Europese en nationale maatregelen. De Commissie zal wetgeving voorstellen die gericht is op een verplichte vermindering van de CO

-uitstoot om

bilaterale handelsovereenkomsten (met name in Azië) kunnen worden gebruikt om de markttoegang te verbeteren; ze benadrukken bovendien dat intellectuele-eigendomsrechten wereldwijd moeten worden afgedwongen.

Op het gebied van onderzoek en ontwikkeling zijn schone hernieuwbare brandstoffen en intelligente voertuigen en wegen de centrale onderzoeksprioriteiten. De mededeling is toekomstgericht en gaat dieper in op het voornemen van de Commissie om een gezamenlijk technologie-initiatief op het gebied van waterstof en brandstofcellen op te zetten en een verordening over voertuigen op waterstof voor te stellen.

Deze mededeling geeft blijk van overleg en dialoog met de belanghebbenden over automobielkwesties en de Commissie hoopt dat de tekst zal bijdragen aan de toekomstige beleidsvormingscultuur en methode.

  • 1. 
    INLEIDING

Mobiliteit via de weg maakt tegenwoordig integrerend deel uit van de Europese manier van leven. Voertuigen liggen aan de basis van onze levensstijl doordat ze de sociale interactie vergemakkelijken en een betrouwbare distributie van goederen over het continent mogelijk maken.

De complexe waardeketen van de automobielindustrie speelt een belangrijke rol in de Europese economie; het belang van de sector vloeit grotendeels voort uit links met nationale en internationale economische structuren.

De voertuigindustrie is wereldwijd actief en geldt als een van de bronnen van globalisering, die wordt gekenmerkt door de snelle openstelling van mondiale markten en de daaruit voortvloeiende toename en diversiteit van kapitaalbewegingen. Door de aanhoudende technologische revolutie verandert de automobielindustrie van een traditionele, op fabricage gebaseerde sector in een sector die steeds meer op kennis is gebaseerd. Op nationaal gebied neemt de voertuigindustrie belangrijke en vaak moeilijke maatregelen om haar kosten en productieprocessen te optimaliseren, waardoor vrees voor herstructureringen en verplaatsing van de activiteiten is ontstaan.

Samen met de noodzaak om het milieu te beschermen, de gezondheid en het leven van de mens veilig te stellen en het hoofd te bieden aan hoge olieprijzen, hebben deze factoren de industrie voor nieuwe uitdagingen en verantwoordelijkheden geplaatst en nieuwe kansen geboden, die zowel de sector zelf als de producten van de sector kunnen veranderen.

De interactie tussen de beleidsvorming en de sector is bedoeld om de algemene voorwaarden voor de voertuigproductie te verbeteren en een zorgvuldige analyse te maken van de gevolgen van toekomstige regelgeving voor de kosten en het concurrentievermogen. De Commissie is van mening dat het overheidsbeleid voorspelbaar moet zijn, de alsmaar complexere vragen van de maatschappij correct moet weergeven en moet inspelen op trends die zich aftekenen op de wereldmarkten. In het verlengde van het initiatief voor betere regelgeving heeft de Commissie de aanzet gegeven tot een uitgebreide evaluatie van het beleid en de regelgeving voor de automobielsector met de oprichting van de CARS 21-groep op hoog niveau, waarin de voornaamste belanghebbenden samenkomen om de Commissie te adviseren over toekomstige beleidsopties

· de werking van de interne markt verder te verbeteren;

· de automobielwetgeving verder te vereenvoudigen en te werken aan de internationalisering

van het regelgevingskader voor de automobielsector;

· te blijven ijveren voor een vorm van wegvervoer die duurzaam is op milieugebied;

· de veiligheid op de Europese wegen te verbeteren;

· ervoor te zorgen dat de Europese automobielindustrie in eerlijke omstandigheden kan

opereren;

· meer onderzoek en ontwikkeling op gebieden van strategisch belang aan te moedigen.

  • 2. 
    EEN INDUSTRIE IN VERANDERING?

De recente inspanningen van de autoconstructeurs om de productiviteit te verhogen en de kosten te verminderen hebben de aandacht van het publiek getrokken en bezorgdheid doen ontstaan over de toekomst van de autoassemblage in Europa, met zijn hoge productiekosten en nagenoeg stagnerende vraag naar auto's. De vrees bestaat dat de productie naar derde landen wordt overgeheveld, aangezien de sector de kosten probeert te drukken en zijn blik richt op markten waar een snelle groei wordt verwacht. De bestaande overcapaciteit in de EU, het toenemende belang van flexibiliteit en automatisering om de efficiëntie van de productie te verbeteren, en de investeringen in extra capaciteit in een aantal lidstaten kunnen tot banenverlies in de autosector leiden.

Een deel van de huidige herstructurering is een reactie op structurele problemen waarmee delen van de industrie al een tijd te kampen hebben. De situatie is niet voor alle constructeurs dezelfde, maar de uitdagingen van de fabrikanten hebben vooral te maken met productiviteit, kosten en arbeidsregelgeving. Door de hoge vaste kosten, de structurele overcapaciteit en de recente recordprijzen op alle grondstoffenmarkten enerzijds en de agressieve prijsconcurrentie tussen fabrikanten anderzijds zijn veel bedrijven vooral aandacht gaan besteden aan hun concurrentievermogen op lange termijn door met name de productiviteit te verhogen en de kosten te drukken. Dit kan op zijn beurt leiden tot een reorganisatie van de productieprocessen en een tendens om het aantal werknemers te verminderen. De impact kan ten slotte nog worden versterkt door een kettingreactie bij de toeleveringsbedrijven, die integrerend deel uitmaken van de autofabricage.

Overeenkomstig de strategie voor groei en werkgelegenheid van de Commissie4 wordt in deze

mededeling geprobeerd gunstige kadervoorwaarden voor een innovatieve en bloeiende automobielindustrie te scheppen, zodat zich weinig of geen herstructureringen opdringen. Wanneer een bedrijf toch organisatorische en arbeidsgerelateerde beslissingen neemt, kan de Commissie zich niet met zulke commerciële beslissingen bemoeien. Wel moeten bij een eventuele omschakeling de EU-richtlijnen inzake informatie en raadpleging van de werknemers, collectief ontslag en Europese ondernemingsraden

5 worden nageleefd. Op

langere termijn kan het regionaal beleid de omschakelingskosten helpen beperken door noodzakelijke structurele veranderingen aan te moedigen. Instrumenten zoals het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het pas opgerichte Fonds voor aanpassing aan de mondialisering kunnen de sociale kosten van de omschakeling op korte termijn helpen verzachten, bijvoorbeeld door arbeiders opleiding te verstrekken om een nieuwe baan te vinden. Bovendien dragen deze fondsen ertoe bij de structurele voorwaarden voor de economische activiteit te verbeteren, wat op zijn beurt nieuwe arbeidsmogelijkheden schept. Gunstige kadervoorwaarden moeten bedrijven in staat stellen snel en op een sociaal verantwoordelijke manier op meer concurrentie te reageren. De Commissie zal in dit verband een forum over herstructurering in de automobielindustrie oprichten om de uitdagingen aan te pakken en beter in te spelen op en om te gaan met verandering

6.

De Europese automobielindustrie wordt momenteel gekenmerkt door een hevige prijsconcurrentie, hoge grondstoffen- en energieprijzen, een sterke nadruk op kostenbeheer en een herstructurering van de productieprocessen. Vanuit beleidsperspectief houden de druk op de werkgelegenheid en de focus op kostenbeheersing in dat de Commissie het effect van toekomstige regelgeving op de werkgelegenheid en het concurrentievermogen zorgvuldig zal analyseren.

  • 3. 
    EEN BETER REGELGEVINGSKADER VOOR DE AUTOMOBIELINDUSTRIE

3.1. Interne markt: typegoedkeuring van voertuigen

Het internemarktbeleid voor motorvoertuigen omvat momenteel verplichte bepalingen voor drie voertuigcategorieën (personenauto's, motorfietsen en trekkers). Het is gebaseerd op het EG-typegoedkeuringssysteem voor complete voertuigen

De Commissie8:

  • heeft een voorstel voor een nieuwe kaderrichtlijn voor de goedkeuring van motorvoertuigen

9 aangenomen om de EG-typegoedkeuringsprocedure voor complete

-

voertuigen verplicht te stellen voor alle voertuigcategorieën en verzoekt het Europees Parlement en de Raad dit voorstel zo snel mogelijk goed te keuren;

  • heeft in het voorstel voor een nieuwe kaderrichtlijn een bepaling opgenomen in verband met de toelating van onderdelen en uitrusting die essentieel zijn voor de veiligheid en de milieuprestaties van voertuigen.

Voorts zal de Commissie:

  • 1. 
    in 2007 haar interpretatieve mededeling inzake de goedkeurings- en inschrijvingsprocedures voor reeds eerder, in een andere lidstaat ingeschreven voertuigen actualiseren

10.

3.2. Vereenvoudiging en de internationalisering van de regelgeving

Een van de redenen om de CARS 21-groep in het leven te roepen, was dat de industrie haar bezorgdheid had geuit over de cumulatieve kosten van de regelgeving, die negatieve gevolgen hadden voor het concurrentievermogen en voertuigen onnodig duur maakten. Als onderdeel van CARS 21 werd een specifieke groep opgericht om het regelgevingskader

11 te analyseren

en na te gaan of bestaande wetgeving kon worden ingetrokken of vereenvoudigd.

De CARS 21-groep is na het onderzoek tot de conclusie gekomen dat het grootste deel van de bestaande wetgeving moet worden gehandhaafd omdat ze noodzakelijk is voor de bescherming van de gezondheid, de veiligheid, de consument en het milieu. Aangezien de Gemeenschap al is toegetreden tot meer dan honderd internationale reglementen met betrekking tot de automobielsector, die zijn aangenomen onder toezicht van de VN/ECE en van toepassing zijn als alternatief voor de overeenkomstige communautaire wetgeving, kunnen volgens de CARS 21-groep niettemin 38 richtlijnen door VN/ECE-reglementen worden vervangen zonder daardoor het niveau van veiligheid en milieubescherming te verminderen. Eén richtlijn kan worden ingetrokken

De Commissie:

  • 2. 
    zal voorstellen om 38 EG-richtlijnen13 door overeenkomstige VN/ECE-reglementen

te vervangen zodra de kaderrichtlijn inzake typegoedkeuring is aangenomen (verwacht in 2007);

  • 3. 
    zal in 2008-2009 voorstellen in 25 EG-richtlijnen en VN/ECE-reglementen de noodzakelijke technische voorschriften voor het gebruik van automatische en virtuele tests op te nemen

14;

  • 4. 
    zal elk jaar een document voor het Europees Parlement opstellen over de voortgang die op het niveau van de VN/ECE en in de comitologieprocedure is geboekt;
  • 5. 
    zal in 2008-2009 de vereenvoudiging van de Richtlijnen 71/127/EEG15

16,

74/297/EEG, 76/115/EEG17 en 78/932/EEG18 en van VN/ECE-Reglement nr. 12219

in overweging nemen.

3.3. Milieuvriendelijk wegvervoer: de geïntegreerde aanpak

Auto's zijn verantwoordelijk voor 12% van de Europese uitstoot van broeikasgassen en een aanzienlijk deel van de emissies van verontreinigende stoffen. De twee voornaamste milieubeleidsgebieden die verband houden met de automobielindustrie zijn dan ook de Thematische strategie inzake luchtverontreiniging

20 en de communautaire strategie ter

beperking van de CO

2-uitstoot door personenauto's21. Ook het EU-beleid inzake afval en

geluid is relevant voor de automobielsector. De toenemende bezorgdheid over energieprijzen en -voorziening en milieu zal wellicht een belangrijke rol spelen in het debat over de vorm en werking van toekomstige voertuigen.

3.3.1. Emissies van verontreinigende stoffen

Sinds de invoering van de eerste Euro-emissiegrenswaarden is de uitstoot van NO

x en

deeltjes, gemeten onder de bij de typegoedkeuring geldende voorwaarden, met ongeveer 70 à 90% gedaald. De Commissie is van plan de Euro-emissiegrenswaarden voor lichte en zware bedrijfsvoertuigen verder te verstrengen overeenkomstig de Thematische strategie inzake luchtverontreiniging en zij zal ervoor zorgen dat tijdens emissietests de werkelijke emissies beter worden weergegeven.

  • heeft een voorstel voor Euro 522-emissiegrenswaarden aangenomen om de emissie

van verontreinigende stoffen door personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen te beperken. Door de goedkeuring van het voorstel zal de deeltjesuitstoot van voertuigen met dieselmotor met 80% dalen, en de NO

x-uitstoot van voertuigen met

-

dieselmotor, respectievelijk benzinemotor met 20%, respectievelijk 25%;

  • heeft er samen met het Europees Parlement en de Raad toe bijgedragen om de NO

x-

uitstoot (Euro 6) door personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen verder terug te dringen;

  • heeft een voorstel voor een richtlijn inzake de bevordering van schone voertuigen voor wegvervoer

23aangenomen, dat bedoeld is om de luchtkwaliteit te verbeteren

(met name in steden) en het in de handel brengen van schone voertuigen te stimuleren;

  • heeft het voorstel voor communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie 2007-2013 goedgekeurd, die investeringen in duurzame vervoersnetwerken en openbaar vervoer bevorderen en voorzien in distributienetwerken voor alternatieve voertuigbrandstoffen.

De Commissie:

  • 6. 
    zal in 2007 met een voorstel voor Euro 6-emissiegrenswaarden komen om de emissie van verontreinigende stoffen door zware bedrijfsvoertuigen nogmaals aanzienlijk te beperken;
  • 7. 
    werkt aan de goedkeuring van mondiale technische reglementen met betrekking tot (zowel statische als transiënte) emissietestcycli, emissies buiten de cyclus en boorddiagnosesystemen van zware bedrijfsvoertuigen, zodat de werkelijke emissies beter worden weergegeven;
  • 8. 
    onderzoekt de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat de emissietestprocedure voor personenauto's ook beter rekening houdt met de werkelijke emissies.

3.3.2. Beperking van de CO

2-uitstoot door het wegvervoer

De Commissie kiest voor een geïntegreerde aanpak om de EU-doelstelling van 120 g CO

2/km in 2012 te halen door een combinatie van Europese en nationale maatregelen. De

Commissie zal indien mogelijk in 2007 en uiterlijk tegen midden 2008 een wetgevend kader voorstellen om de EU-doelstelling van 120 g CO

2/km te verwezenlijken. De nadruk zal liggen

op een verplichte vermindering van de CO

2-uitstoot om de doelstelling van 130 g CO

2/km

voor nieuwe auto's te bereiken dankzij een verbetering van de voertuigmotortechnologie, en een bijkomende vermindering van 10 g CO

2/km, of gelijkwaardig indien dat technisch

noodzakelijk is, dankzij andere technologische verbeteringen en een hoger aandeel biobrandstoffen, met name:

  • a) 
    het vaststellen van minimumrendementseisen voor klimaatregelingsapparatuur;
  • b) 
    de verplichte installatie van nauwkeurige bandendrukcontrolesystemen;
  • c) 
    het vaststellen van maximumgrenzen voor de rolweerstand van banden in de EU, voor banden die op personenauto's en lichte bedrijfsvoertuigen worden gemonteerd;

Het wetgevend kader zal verenigbaar zijn met de algemene doelstelling, namelijk het halen van de Kyoto-normen voor de EU, en gebaseerd zijn op een grondige effectbeoordeling. Een dergelijke effectbeoordeling zal betrekking hebben op de kosten en baten van verschillende opties in vergelijking met de huidige situatie van gemiddelde CO

2-

uitstoot, rekening houdend met de nieuwste technologie om de auto schoner te maken.

Naast het wetgevend kader moet de strategie van de Commissie ter beperking van de CO

2-

uitstoot ook andere vormen van wegvervoer (zware bedrijfsvoertuigen enz.), de lidstaten (CO

2-gerelateerde belasting en andere fiscale stimulansen, het gebruik van

overheidsopdrachten, verkeersmanagement, infrastructuur enz.) en de consument (geïnformeerd kopen, verantwoord rijgedrag) ertoe aanmoedigen extra inspanningen te leveren.

De Commissie:

  • 9. 
    presenteert haar toekomstige strategie ter beperking van de CO

2-uitstoot door auto's

via een geïntegreerde aanpak zoals hierboven beschreven, samen met deze mededeling in haar mededeling aan het Europees Parlement en de Raad, Resultaten van de evaluatie van de communautaire strategie ter vermindering van de CO

242-

uitstoot van auto's;

  • 10. 
    zal nagaan of de sector van het wegvervoer in de Gemeenschapsregeling voor de handel in emissierechten kan worden opgenomen voor de derde toewijzingsperiode die in 2013 van start gaat;
  • 11. 
    zal, na de recente goedkeuring van haar voortgangsverslag inzake biobrandstoffen25,

in het kader van de mededeling Een energiebeleid voor Europa, waarin een bindende minimumdoelstelling van 10% biobrandstoffen tegen 2020 wordt voorgesteld, met een voorstel komen om Richtlijn 2003/30/EG

26 betreffende het gebruik van

biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer, in 2007 te herzien;

  • 12. 
    zal nagaan wat de mogelijkheden zijn om een beleidskader te ontwikkelen dat het gebruik van biobrandstoffen aanmoedigt, waardoor de uitstoot van broeikasgassen moet dalen, en zal het onderzoek naar en de ontwikkeling van biobrandstoffen van de tweede generatie blijven steunen;
  • 15. 
    zal intelligente vervoerssystemen zoals Galileo een centrale rol toebedelen in haar komende actieplan inzake logistiek en haar groenboek inzake stadsvervoer, om zo het vervoer te verbeteren en tot een veilige en duurzame mobiliteit voor Europa te komen;
  • 16. 
    moedigt de Europese Investeringsbank aan om het communautaire beleid inzake CO

2-vermindering te steunen door economisch haalbare projecten op het gebied van

brandstofefficiëntie en hernieuwbare brandstoffen te helpen financieren.

3.3.3. Overig milieubeleid

Bovendien is ook het EU-beleid betreffende de recyclage van voertuigen, lawaai en mobiele aircosystemen van belang voor de automobielindustrie.

De Commissie:

  • heeft een geleidelijke eliminatie van bepaalde gefluoreerde broeikasgassen uit klimaatregelingssystemen in voertuigen

28 voorgesteld, die door het Europees

Parlement en de Raad is aangenomen.

Toekomstperspectieven

De Commissie:

  • 17. 
    zal bij de volgende herziening van de richtlijn betreffende autowrakken29 de kwestie

van de niet-geharmoniseerde implementering van deze richtlijn in de lidstaten aankaarten (2009);

  • 18. 
    zal in 2007-2009 streven naar een holistische aanpak van lawaaikwesties, waarbij alle

relevante belanghebbenden en factoren worden betrokken (bv.

verkeersmanagement, rijgedrag, voertuig- en bandentechnologie, wegdek).

3.4. Veiliger Europese wegen: een gezamenlijke inspanning

De Commissie:

  • heeft haar goedkeuring gehecht aan Aanbeveling 2004/345/EG32 inzake beste

praktijken voor controle van de toepassing van de regels inzake het rijden onder invloed van alcohol, overdreven snelheid en het gebruik van de veiligheidsgordel;

  • heeft VN/ECE-Reglement nr. 10433 aanvaard en VN/ECE-Reglement nr. 4834

gewijzigd om de zichtbaarheid van zware bedrijfsvoertuigen te verbeteren;

  • heeft een mededeling "eCall naar de burger brengen"35 goedgekeurd met het oog op

een snellere introductie van eCall-systemen, die prioritair zijn genoemd in het kader van het eSafety-initiatief;

  • heeft een mededeling goedgekeurd over het initiatief "De intelligente auto"36, dat het

gebruik van geavanceerde veiligheidstechnologie wil aanmoedigen om het aantal verkeersslachtoffers in de EU te helpen terugdringen;

  • heeft een voorstel voor een richtlijn betreffende het veiligheidsbeheer van wegeninfrastructuur

37 goedgekeurd;

  • heeft haar goedkeuring gehecht aan een voorstel voor een richtlijn betreffende de installatie van spiegels op bestaande in de Gemeenschap geregistreerde vrachtwagens teneinde dode hoeken in het zicht naar achteren te voorkomen

38;

  • heeft een voorstel voor communautaire strategische richtsnoeren inzake cohesie 2007-2013 goedgekeurd, waarin onder meer wordt aanbevolen te investeren in passend verkeersmanagement en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan de veiligheid.

Rekening houdend met de aanbevelingen van de CARS 21-groep heeft de Commissie voor een toekomstgerichte aanpak van de verkeersveiligheid gekozen en mogelijke toekomstige initiatieven op dit gebied beoordeeld.

  • 21. 
    de installatie van de elektronische stabiliteitscontrole verplicht te stellen, eerst voor zware

bedrijfsvoertuigen en vervolgens voor personenauto's en lichte

bedrijfsvoertuigen, zodra een testmethode is ontwikkeld;

  • 22. 
    veiligheidsgordelverklikkers verplicht te stellen voor alle nieuwe voertuigen;
  • 23. 
    de voorschriften van fase II van de richtlijn Voetgangersbescherming te wijzigen om de bepalingen van Richtlijn 2003/102/EG

39 te verbeteren;

  • 24. 
    de grensoverschrijdende afdwinging van boetes voor verkeersovertredingen in het buitenland te verbeteren (op 6 november 2006 is over dit onderwerp een openbare raadpleging gestart).

Bovendien zal de Commissie:

  • 25. 
    de kosten, baten en haalbaarheid onderzoeken van de installatie van noodremsystemen op voertuigen (met name zware bedrijfsvoertuigen). De Commissie is bezig met een onderzoek van dergelijke systemen en heeft een werkgroep van belanghebbenden opgericht om haar daarbij te helpen;
  • 26. 
    zich blijven inspannen om de ontwikkeling, introductie en toepassing van ingebouwde actieveveiligheidssystemen en systemen waarbij voertuig en infrastructuur interageren, te bevorderen in het kader van het i2010-initiatief "De intelligente auto";
  • 27. 
    in 2006 de derde mededeling over eSafety goedkeuren, die het Europees Parlement en de Raad wijst op aanvullende maatregelen met het oog op de volledige introductie van eCall vanaf 2010;
  • 28. 
    aanmoedigen dat communautaire steun voor de sector van het wegvervoer beperkt wordt tot projecten die rekening houden met goede praktijkvoorbeelden inzake verkeersveiligheid;
  • 29. 
    de lidstaten oproepen om het verbod op rijden onder invloed van alcohol en de naleving van de regels inzake overdreven snelheid en het gebruik van de veiligheidshelm door motorfietsers te verbeteren en het gebruik van de veiligheidsgordel te bevorderen en af te dwingen.

bilaterale of regionale benaderingen (via vrijhandelsovereenkomsten of soortgelijke instrumenten) moeten worden gevolgd.

In een mondiale industrie zijn de voorwaarden met betrekking tot buitenlandse directe investeringen en de totstandbrenging van lokale productie in derde landen even belangrijk als de meer traditionele in- en uitvoerstromen. Het Europese beleid moet erop toezien dat de overzeese activiteiten van Europese ondernemingen niet lijden onder oneerlijke discriminatie.

De Commissie wil de governance inzake regelgeving op internationaal niveau versterken en uitbreiden, met name via het VN/ECE-kader (zie punt 3.2)

41, om de non-tarifaire

handelsbelemmeringen te verminderen en ervoor te zorgen dat overal ter wereld dezelfde regelgevingsvoorwaarden gelden. De automobielindustrie maakt zich ook ernstige zorgen over de handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten in sommige delen van de wereld.

De Commissie is bezorgd over de markttoegang tot China en de operationele voorwaarden aldaar. Dit is een belangrijke kwestie, niet alleen vanwege het marktpotentieel van China, maar ook omdat er op andere grote opkomende markten soortgelijke problemen kunnen rijzen.

De Commissie:

  • heeft geopteerd voor een beleid dat meer internationale technische harmonisatie van motorvoertuigreglementen in het kader van de VN/ECE-overeenkomsten van 1958

en 1998 aanmoedigt;

  • heeft formeel verzocht een WTO-comité voor de regeling van geschillen op te richten om de nog hangende kwesties in verband met de behandeling van ingevoerde voertuigonderdelen door China op te lossen. De Verenigde Staten en Canada hebben soortgelijke klachten geopperd.

Toekomstperspectief

De Commissie:

  • 33. 
    zal de banden met Rusland op automobielgebied aanhalen in het kader van de Gemeenschappelijke Economische Ruimte EU-Rusland;
  • 34. 
    zal blijven toezien op de wereldwijde bevordering en handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten via bestaande internationale overeenkomsten en zal uitgebreide bepalingen inzake intellectuele eigendom opnemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten.

3.6. Onderzoek en ontwikkeling: cruciaal voor het toekomstige

concurrentievermogen

De automobielindustrie investeert ongeveer 20 miljard euro (ongeveer 5% van de omzet van de sector) in onderzoek en productontwikkeling en is daarmee in absolute cijfers de grootste industriële investeerder in O&O van Europa.

Technologieplatforms zijn belangrijk om voor de industrie relevante onderzoeksbehoeften vast te stellen. De "Vision of road transport in 2020", de strategische onderzoeksagenda die door de European Road Transport Research Advisory Council (ERTRAC) is opgesteld en de visie van andere relevante technologieplatforms

42 hebben een doorslaggevende rol

gespeeld bij de oriëntatie van de toekomstige O&O-inspanningen voor de volledige waardeketen van de automobielsector op regionaal, nationaal en EU-niveau.

De Commissie:

  • heeft in het zevende kaderprogramma voor onderzoek (KP7) voorgesteld om van "Vervoer (inclusief luchtvaart)" een prioritair thema te maken; het voorgestelde budget (4 180 miljoen euro) betekent een sterke stijging in de toewijzing van communautaire middelen voor innovatie in de automobielsector;
  • heeft in KP7, onder het thema Informatie- en communicatietechnologie, voorgesteld het onderzoek inzake ICT voor mobiliteit, milieuduurzaamheid en energie-efficiëntie voort te zetten, voortbouwend op het onderzoek in het kader van het vijfde en het zesde Kaderprogramma.

indirect bijdragen aan het concurrentievermogen van de automobielindustrie en aan de ontwikkeling van betere vervoerssystemen.

De Commissie:

  • 35. 
    zal de samenwerking tussen de EU en de industrie op O&O-gebied blijven ontwikkelen (met name via KP7);
  • 36. 
    zal ernaar streven de coherente samenwerking op onderzoeksvlak tussen de EU, de lidstaten en de automobielindustrie in het kader van een systeembenadering te versterken en verschillende instrumenten voor O&O-steun in de automobielsector aan te wenden, waaronder samenwerkingsprojecten en expertisenetwerken;
  • 37. 
    zal de onderzoeksprogramma's toespitsen op het efficiënter maken van het wegvervoer en het verbeteren van de milieuvriendelijkheid en de veiligheid. Bijzondere aandacht zal gaan naar schone, hernieuwbare brandstoffen en intelligente voertuigen en wegen (bv. het project "De intelligente auto" in het kader van het i2010-initiatief);
  • 38. 
    zal publiek-particuliere partnerschappen gebruiken als nieuw instrument voor industrieel onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie. Zij bereidt samen met de automobielindustrie (en andere belanghebbenden) de oprichting voor van een gezamenlijk technologie-initiatief op het gebied van waterstof en brandstofcellen;
  • 39. 
    moedigt Europese financieringsinstellingen zoals de Europese Investeringsbank aan om het onderzoek in de automobielsector te blijven steunen en hun activiteiten toe te spitsen op projecten die tot een betere energie-efficiëntie, minder emissies en meer veiligheid leiden, met name via de nieuwe financieringsfaciliteit met risicodeling.

3.7. Belastingen en fiscale stimulansen en concurrentie op de aftermarket

3.7.1. Belastingen en fiscale stimulansen

Commissie verzoekt het Parlement en de Raad de voorgestelde richtlijn zo snel mogelijk goed te keuren.

3.7.2. Concurrentie op de aftermarket

Wat de distributie van voertuigen betreft, zal de Commissie erop blijven toezien dat Verordening nr. 1400/2002 inzake de distributie van motorvoertuigen

46 overal in de

Gemeenschap wordt toegepast; gezien de toenemende complexiteit van voertuigen is het noodzakelijk geworden dat alle voertuigreparateurs in de Gemeenschap over de passende technische reparatie-informatie kunnen beschikken. De Commissie heeft overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 98/69/EG

47 een duidelijk mandaat van het Europees Parlement voor

acties op dit gebied.

De Commissie:

  • heeft in het Euro 5-voorstel48 een bepaling opgenomen die voertuigfabrikanten

verplicht om onafhankelijke reparateurs via websites onbeperkte en

gestandaardiseerde toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie te verstrekken in een formaat dat door een technisch comité van belanghebbenden is ontwikkeld (OASIS-formaat).

  • 4. 
    VOLGENDE STAPPEN

De Commissie wil haar beleid voor betere regelgeving uitvoeren en is van mening dat dit een unieke kans is om een andere beleidsvormingscultuur met betrekking tot het industriebeleid te ontwikkelen. Volgens de Commissie moeten concepten zoals kwaliteit van de wetgeving, vereenvoudiging, effectbeoordeling, overleg met belanghebbenden, uitvoeringstermijnen en keuze van instrumenten centraal staan bij de ontwikkeling van wetsvoorstellen.

De grootste uitdaging van een dergelijk beleidsproces is de relatie tussen voorspelbaarheid enerzijds en kwaliteit en flexibiliteit anderzijds. Aangeven in welke richting de regelgeving in de toekomst zal evolueren, zal onvermijdelijk vragen doen rijzen over de kwaliteit en beschikbaarheid van de gegevens die worden gebruikt om prognoses te maken over de toekomst op middellange en lange termijn. Daarom moet een systeem van periodieke evaluatie en herziening worden ingesteld.

  • 40. 
    zal in 2009 samen met alle relevante belanghebbenden een tussentijdse evaluatie van de in deze mededeling voorgestelde acties maken om de voortgang te meten en het regelgevingskader voor de automobielindustrie op basis van de resultaten van die evaluatie eventueel aan te passen;
  • 41. 
    zal de cowetgevers geregeld informeren over de stand van de wijzigingen in de automobielregelgeving aan de hand van een jaarlijks werkdocument over de voortgang die bij de VN/ECE is geboekt.

BIJLAGEN

  • 1. 
    Lijst van richtlijnen die in aanmerking komen voor automatische en virtuele tests
  • 2. 
    Lijst van richtlijnen die door VN/ECE-reglementen kunnen worden vervangen

Bijlage 1: Lijst van richtlijnen die in aanmerking komen voor automatische en virtuele tests

Komen in aanmerking voor automatische tests:

EG-richtlijnen: 70/222/EEG (achterste kentekenplaat) 77/389/EEG (sleepinrichtingen) 78/316/EEG (identificatie van bedieningsorganen) 78/317/EEG (ontdooiings- en ontwasemingsinrichtingen) 78/318/EEG (ruitenwissers en ruitensproeiers) 78/549/EEG (wielafschermingen) 92/21/EEG (massa's en afmetingen van auto's)

97/27/EG (massa's en afmetingen) 92/114/EG (naar buiten uitstekende delen van cabines)

VN/ECE-reglementen:

28 (geluidssignaalinrichtingen)

48 (installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen) 121 (bedieningsorganen) 122 (verwarmingssystemen)

43 (deel over de installatie van veiligheidsruiten)

55 (koppelinrichtingen; alleen voor de geometrische eisen)

Komen in aanmerking voor virtuele tests:

EG-richtlijnen:

77/389/EEG (sleepinrichtingen) 77/649/EEG (zichtveld naar voren) 78/318/EEG (ruitenwissers en ruitensproeiers; voor geometrische eisen) 78/549/EEG (wielafschermingen) 92/114/EG (naar buiten uitstekende delen van cabines)

Bijlage 2: Lijst van richtlijnen die door VN/ECE-reglementen kunnen worden vervangen

70/157/EEG (geluidsniveau) 70/221/EEG (brandstoftanks) 70/311/EEG (stuurinrichtingen) 70/387/EEG (deursluitingen en -scharnieren) 70/388/EEG (geluidssignaalinrichting) 71/127/EEG (zicht naar achteren) 71/320/EEG (reminrichtingen) 72/245/EEG (onderdrukking van radiostoringen) 74/60/EEG (binneninrichting) 74/61/EEG (antidiefstalsysteem en startbeveiliging) 74/297/EEG (gedrag van de stuurinrichting bij botsingen) 74/408/EEG (sterkte van de zitplaatsen) 74/483/EEG (naar buiten uitstekende delen) 75/443/EEG (achteruitrijinrichtingen en snelheidsmeter) 76/756/EEG (installatie van verlichting) 76/757/EEG (retroflectoren) 76/758/EEG (lichten) 76/759/EEG (richtingaanwijzers) 76/760/EEG (achterkentekenplaatverlichting) 76/761/EEG (koplichten) 76/762/EEG (mistlichten voor) 77/538/EEG (mistlichten achter) 77/539/EEG (achteruitrijlichten) 77/540/EEG (parkeerlichten) 77/541/EEG (veiligheidsgordels) 78/316/EEG (identificatie van bedieningsorganen) 2001/56/EG (verwarming) 80/1269/EEG (motorvermogen) 89/297/EEG (zijdelingse afscherming) 92/22/EG (veiligheidsruiten) 92/23/EG (banden) 94/20/EG (koppelinrichtingen) 95/28/EG (brandbaarheid) 2001/85/EG (bussen en toerbussen) 96/79/EG (frontale botsingen) 96/27/EG (zijdelingse botsingen) 98/91/EG (vervoer van gevaarlijke goederen) 2000/40/EG (beschermingsinrichting aan de voorzijde tegen klemrijden)

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

7 feb
'07
COM(2007)19 - Resultaten van de herziening van de gemeenschappelijke strategie om de CO2-uitstoot van door personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen verminderen


7 feb
'07
COM(2007)22 - Concurrerend regelgevingskader voor de automobielindustrie voor de 21e eeuw


10 jan
'07
COM(2007)1 - Energiebeleid voor Europa


10 jan
'07
COM(2006)845 - Voortgangsverslag inzake biobrandstoffen - Verslag over de vooruitgang die in de lidstaten van de EU met het gebruik van biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen is geboekt


5 okt
'06
COM(2006)569 - Veiligheidsbeheer van wegeninfrastructuur


5 okt
'06
COM(2006)570 - Installatie van spiegels op bestaande in de EG geregistreerde vrachtwagens


4 okt
'06
COM(2006)567 - Europa als wereldspeler - Wereldwijd concurreren - Een bijdrage aan de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid


22 jun
'06
COM(2006)314 - Europa duurzaam in beweging - Duurzame mobiliteit voor ons continent - Tussentijdse evaluatie van het Witboek Vervoer van 2001 van de Commissie


22 feb
'06
COM(2006)74 - Europees actieprogramma voor verkeersveiligheid een tussenbalans (sec(2006) 221)


15 feb
'06
COM(2006)59 - Initiatief "De intelligente auto" - ”ICT-promotie ten behoeve van slimmere, veiligere en schonere voertuigen”


 
 
publicatiedatum 13-02-2007
kenmerk 5746/07

Inhoud