Mededeling van de Commissie aan de Raad in overeenstemming met artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad (plaatselijk openbaar personenvervoer, gehandicapten) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 22 maart 2007 (18.04)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

7694/07

FISC 34

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 19 maart 2007

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Mededeling van de Commissie aan de Raad in overeenstemming met artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad (plaatselijk openbaar personenvervoer, gehandicapten)

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2007) 106 definitief.

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 15.3.2007

COM(2007) 106 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD

in overeenstemming met artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad

(plaatselijk openbaar personenvervoer, gehandicapten)

  • 1. 
    INLEIDING

In overeenstemming met artikel 19, lid 1, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad tot

herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en

elektriciteit1 (hierna de "energiebelastingrichtlijn" of de "richtlijn" genoemd) kan de Raad op

voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluiten dat een lidstaat (die

daarom verzoekt), naast de in de richtlijn en met name de artikelen 5, 15 en 17 vastgestelde

bepalingen, uit specifieke beleidsoverwegingen wordt gemachtigd om verdere vrijstellingen

of verlagingen in te voeren.

De Commissie onderzoekt het verzoek, waarna zij óf een voorstel tot machtiging indient bij

de Raad óf de Raad de redenen meedeelt waarom zij een dergelijk voorstel niet indient.

In een breder kader van beoordeling van de in de energiebelastingrichtlijn opgenomen

derogaties die eind 2006 verstrijken, hebben Ierland en Denemarken verzocht om met ingang

van 2007 te mogen afwijken van de bepalingen van deze richtlijn. Deze lidstaten zijn

voornemens om een gedeeltelijke of volledige belastingvrijstelling toe te passen op brandstof

voor bepaalde vormen van gebruik overeenkomstig artikel 5, derde streepje, van de

energiebelastingrichtlijn. De beoogde maatregelen voldoen evenwel niet aan een van de in

artikel 5 gestelde voorwaarden, namelijk dat de bij de richtlijn "voorgeschreven minimum-

belastingniveaus" hierbij in acht moeten worden genomen. De bovengenoemde verzoeken

zijn geregistreerd bij het directoraat-generaal Belastingen en douane-unie2.

Deze mededeling strekt ertoe de Raad de redenen mee te delen waarom de Commissie geen

voorstel indient tot het verlenen van de verzochte machtigingen.

van een vergunning van de nationale vergunningverlenende autoriteit of van een andere

wettelijke toelating alsmede door bus-, schoolvervoer- en touringcarbedrijven.

Met deze maatregel wil Ierland de ontwikkeling van het plaatselijk openbaar personenvervoer

stimuleren en, meer horizontaal, de doelstelling van milieubescherming bevorderen.

Ierland stelt dat een aanpassing van de regeling aan de voorwaarden van artikel 5 tot een

prijsstijging zou leiden en een tariefwijziging zou vereisen. Dit zou het gebruik van het

openbaar vervoer ontmoedigen, waardoor het gebruik van particuliere vervoermiddelen zou

stijgen, wat dan weer de verkeerscongestie en de vervuiling zou doen toenemen.

Ierland is ook van mening dat een aanpassing vooral ten nadele zou zijn van mensen uit de

lagere inkomensgroepen, die vaker het openbaar vervoer gebruiken en op minder

winstgevende trajecten reizen (in dunbevolkte gebieden).

De maatregel zou volgens Ierland vooral de bussen treffen, een van de belangrijkste en het

meest flexibele openbaar vervoermiddel in het land.

Ten tweede wenst Ierland belastingvrijstelling te verlenen tot maximaal 600 gallons of 2 728

liter per jaar voor de brandstof gebruikt door voertuigen voor het vervoer van personen met

een zware fysieke handicap. Dit plafond zou worden opgetrokken tot 900 gallons of 4 092

liter voor verenigingen die personen met een handicap vertegenwoordigen. Ierland stelt dat de

maatregel een zeer beperkt karakter heeft en uitsluitend geldt voor personen die aan strenge

criteria voldoen. De maatregel strekt ertoe de hoge mobiliteitskosten waarmee personen met

een zware handicap worden geconfronteerd, te compenseren. Ierland voert ook aan dat vele

personen met een zware handicap een beperkt inkomen hebben. Tot slot wijst Ierland erop dat

  • 3. 
    ACHTERGROND VAN DE VERZOEKEN

Overeenkomstig artikel 5, derde streepje, van de energiebelastingrichtlijn kunnen de lidstaten

gedifferentieerde belastingniveaus toepassen voor de volgende vormen van gebruik:

plaatselijke openbaar personenvervoer (taxi's inbegrepen), afvalinzameling, strijdkrachten en

overheidsadministraties, gehandicapten, ziekenauto's. De belangrijkste hieraan verbonden

voorwaarde is dat de in de richtlijn voorgeschreven minimumbelastingniveaus in acht worden

genomen.

Deze optionele bepaling is in de energiebelastingrichtlijn opgenomen op basis van de

ervaringen die in de jaren '90 waren opgedaan met verschillende derogaties waarvoor de Raad

krachtens artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG3 machtiging had verleend; de bedoeling

ervan was om de lidstaten op bepaalde terreinen speelruimte te geven, maar tegelijkertijd ook

te garanderen dat ten volle rekening werd gehouden met de onderliggende redenen voor de

vaststelling van minimumbelastingniveaus in de richtlijn. Dit komt het duidelijkst tot uiting

op het gebied van het openbaar vervoer. In haar in 1996 gepubliceerde verslag over de

derogaties uit hoofde van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG4 concludeerde de

Commissie dat "de derogaties worden gehandhaafd tot een algemene regeling is ingevoerd als

onderdeel van een gemeenschappelijk communautair kader voor de belastingheffing op

energieproducten en ten minste tot 31 december 19985".

Eenzelfde aanpak werd gevolgd in het voorstel van 19976, dat heeft geleid tot het aannemen

van de energiebelastingrichtlijn in 2003. Dit voorstel beoogde de lidstaten een zekere

flexibiliteit te geven bij het nastreven van hun nationale beleidsdoelstellingen en tegelijkertijd

te garanderen dat het belang van de Gemeenschap in acht wordt genomen. Met het vereiste

om de minimumbelastingniveaus te respecteren, wordt niet alleen tegemoet gekomen aan de

de relevante bepaling verder uitgewerkt, maar het onderliggende beginsel en dus het vereiste

om de minimumbelastingniveaus te respecteren, werd gehandhaafd.

In haar mededeling van juni 2006 "Evaluatie van de derogaties in bijlage II en III bij Richtlijn

2003/96/EG van de Raad die eind 2006 vervallen" (hierna "de mededeling van 2006"

genoemd)7 gaf de Commissie een overzicht van de breed opgezette flexibiliteit waarin de

energiebelastingrichtlijn voorziet, en bevestigde zij dat derogaties voor motorbrandstof in de

bovengenoemde gevallen niet langer noodzakelijk zijn, aangezien in artikel 5, derde streepje,

van de richtlijn uitdrukkelijk een toepasselijke bepaling is opgenomen.

  • 4. 
    EVALUATIE DOOR DE COMMISSIE

Onderstaand beoordeelt de Commissie de verzoeken voor zover de beoogde maatregelen van

de desbetreffende lidstaten niet onder artikel 15, lid 1, onder i), van de energiebelasting-

richtlijn vallen (zie ook de overwegingen aan het eind van deze mededeling).

De Commissie is van mening dat de meeste argumenten die door de twee lidstaten naar voren

worden gebracht ter rechtvaardiging van de gevraagde machtiging, precies dezelfde zijn als

die waarom artikel 5, derde streepje, in de energiebelastingrichtlijn is opgenomen.

Zij kunnen derhalve niet worden beschouwd als specifieke beleidsoverwegingen in de zin van

artikel 5. Deze bepaling, die is aangenomen op basis van artikel 93 EG, vormt al een

evenwicht tussen de beleidsoverwegingen die pleiten voor een gunstiger fiscale behandeling

van de brandstoffen die worden gebruikt op de genoemde gebieden, en de overwegingen die

pleiten voor de toepassing van bepaalde minimumbelastingniveaus. Laatstgenoemde

overwegingen hebben betrekking op de in artikel 19, lid 1, derde alinea, van de energie-

Bovenstaande argumentering geldt ook voor het verzoek van Ierland betreffende personen

met een handicap. Met de situatie van deze personen wordt immers uitdrukkelijk rekening

gehouden in artikel 5 van de energiebelastingrichtlijn. Deze verwijzing sluit in feite naadloos

aan bij de derogatie die Ierland mocht toepassen onder het vroegere wetgevingskader.

Ten aanzien van maatschappelijke overwegingen zoals die welke door Ierland worden

aangevoerd, wil de Commissie eraan herinneren dat Ierland zelf bevestigt dat niet alle

personen met een zware handicap per definitie maatschappelijke steun nodig hebben, en met

een algemene volledige belastingvrijstelling kan niet aan deze behoefte tegemoet worden

gekomen. Op specifiekere behoeften die verband houden met de economische draagkracht

van de betrokkenen, kan beter worden ingespeeld met maatregelen op maat, die evenwel niet

ingaan tegen de minimumbelastingniveaus van de energiebelastingrichtlijn.

Ten aanzien van in het bijzonder de touringcarbedrijven in het Ierse derogatieverzoek voor

plaatselijke openbare vervoermiddelen benadrukt de Commissie dat bovenstaande

argumentering op dit deel van het verzoek van toepassing is voor de gevallen waarin

dergelijke touringcarbedrijven kunnen worden geacht onder het begrip "plaatselijk openbaar

personenvervoer" te vallen. Voor alle andere gevallen verwijst de Commissie naar artikel 7

van de richtlijn, op grond waarvan de lidstaten onder bepaalde voorwaarden gedifferentieerde

belastingtarieven mogen invoeren voor diesel gebruikt in bepaalde personenvervoermiddelen

(zie met name lid 2 en lid 3, onder b), van dit artikel). Ierland heeft geen specifieke

beleidsoverwegingen naar voren gebracht die de toekenning van fiscale voordelen die verder

gaan dan hetgeen waarin artikel 7 van de richtlijn voorziet, rechtvaardigen. In dit verband

constateert de Commissie dat de in lid 2 van dit artikel vastgestelde voorwaarde dat de

minimumbelastingniveaus moeten worden gerespecteerd, aansluit bij het vereiste krachtens

de communautaire minimumbelastingniveaus moeten worden gerespecteerd.

  • 5. 
    CONCLUSIE

Op basis van het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat geen enkel verzoek, voor

zover het betrekking heeft op plaatselijk openbaar personenvervoer of personen met een

handicap, specifieke beleidsoverwegingen bevat die verschillen van de overwegingen die

hebben geleid tot het opnemen van artikel 5, derde streepje, in de energiebelastingrichtlijn.

Artikel 5 geeft uitdrukking aan de noodzaak om die overwegingen te verzoenen met de

overwegingen die ten grondslag liggen aan de minimumbelastingniveaus, namelijk het

creëren van gelijke voorwaarden op de interne markt en het handhaven van prikkels ter

verbetering van energie-efficiency en milieubescherming. Deze aspecten maken deel uit van

de in artikel 19, lid 3, uitdrukkelijk genoemde belangen en beleidsvormen van de

Gemeenschap. Gelet op het bestaan van artikel 7 van de energiebelastingrichtlijn en het feit

dat Ierland geen specifieke argumenten heeft aangevoerd, zijn de overwegingen met

betrekking tot het Ierse verzoek, voor zover dit betrekking heeft op personenvervoer ander

dan plaatselijk vervoer, gelijkluidend.

De betrokken lidstaten hebben voldoende tijd gehad om zich aan te passen aan het evenwicht

dat de communautaire wetgever tot stand heeft gebracht. Voor zeer specifieke sociale en/of

plaatselijke behoeften kunnen andere instrumenten dan de accijns (die bovendien niet strijdig

zijn met de minimumeisen van de energiebelastingrichtlijn) een veel geschikter hulpmiddel

zijn10.

De Commissie concludeert derhalve dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 19.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

15 mrt
'07
COM(2007)106 - In overeenstemming met artikel 19, lid 1, van richtlijn 2003/96/EG (plaatselijk openbaar personenvervoer, gehandicapten)


30 nov
'06
COM(2006)741 - In overeenstemming met artikel 19, lid 1, van richtlijn 2003/96/EG (plaatselijk openbaar personenvervoer, strijdkrachten, overheidsadministraties, ziekenauto's)


30 jun
'06
COM(2006)342 - Evaluatie van de derogaties in bijlage II en III bij richtlijn 2003/96/EG die eind 2006 vervallen


22 mrt
'04
COM(2004)185 - Wijziging van Richtlijn 2003/96/EG waarbij Cyprus voor energieproducten en elektriciteit tijdelijk belastingverlagingen of -vrijstellingen mag toepassen


5 feb
'04
COM(2004)67 - Wijziging van Verordening (EEG) nr. 3030/93 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen


28 jan
'04
COM(2004)42 - Wijziging van richtlijn 2003/96/EG teneinde bepaalde lidstaten toe te staan om vrijstellingen of verlagingen van de belastingniveaus toe te passen voor energieproducten en elektriciteit


12 mrt
'97
COM(1997)30 - Herstructurering van de gemeenschappelijke regeling voor de belasting van energieproducten


14 nov
'96
COM(1996)549 - Toestemming voor de lidstaten op bepaalde, voor specifieke doeleinden gebruikte minerale oliën bestaande verlagingen of vrijstellingen van het accijnsrecht te blijven toepassen overeenkomstig de procedure van artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG


14 nov
'96
COM(1996)549 - Overeenkomstig artikel 8, lid 6, van Richtlijn 92/81/EEG over de situatie met betrekking tot vristellingen en tariefverlagingen van de accijns uit specifieke beleidsoverwegingen zoals vastgesteld in artikel 8, lid 4 van Richtlijn 92/81/EEG en over de verplichte vrijstelling voor minerale oliën die worden gebruikt als brandstof voor andere luchtvaart dan de particuliere plezierluchtvaart en de vrijstellingen en verlagingen die mogen worden toegepast voor minerale oliën die worden gebruikt als brandstof voor de binnenvaart, met uitzondering van de particuliere pleziervaart, zoals vastgesteld in de artikelen, 8, lid 1, onder b), en 8, lid 2, onder b), van dezelfde richtlijn


7 nov
'90
COM(1990)434 - Harmonisatie van de structuren van de accijnzen op minerale olien


 
publicatiedatum 22-03-2007
kenmerk 7694/07

Inhoud