Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 18 juni 2007 (20.06)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

10959/07

Interinstitutioneel dossier:

2007/0116 (COD)

RECH 193 COMPET 200 TELECOM 89 SOC 257 MI 164

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 15 juni 2007

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 14.6.2007 COM(2007) 329 definitief

2007/0116 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en

ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door

middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat

door verschillende lidstaten is opgezet

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

  • 1. 
    CONTEXT VAN HET VOORSTEL

1.1. Doelstellingen van het voorstel

Dit voorstel beoogt de goedkeuring van een beschikking door de Raad en het Parlement op basis van artikel 169 van het EG-Verdrag, betreffende de deelneming van

de Gemeenschap aan het gemeenschappelijk onderzoeks- en

ontwikkelingsprogramma "Ambient Assisted Living" dat is opgezet door verschillende lidstaten (hierna het gemeenschappelijk AAL-programma genoemd).

Bij dit gemeenschappelijk AAL-programma wordt ernaar gestreefd de levenskwaliteit van ouderen te verbeteren en de industrie in Europa te versterken door gebruik te maken van informatie en communicatietechnologieën (hierna ICT genoemd). Het gemeenschappelijk AAL-programma heeft de volgende specifieke

doelstellingen:

  • innoverende op ICT-gebaseerde producten, diensten en systemen voor

-

gezond ouder worden thuis, in de maatschappij en op het werk bevorderen en zo de kwaliteit van leven, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van bejaarden verhogen en de kosten van medische en sociale zorg terug dringen;

  • een kritische massa creëren van onderzoek, ontwikkeling en innovatie

-

op EU-niveau op het gebied van technologieën en diensten voor gezond ouder worden in de informatiemaatschappij, waarbij rekening wordt gehouden met gunstige voorwaarden voor deelneming van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo);

In de ministeriële verklaring over e-inclusie (Riga 2006)1 werd de grondslag gelegd

voor een uitgebreid beleid over e-inclusie en werd de aanbeveling gedaan een gezamenlijk onderzoeksinitiatief op het gebied van ICT en ouder worden te lanceren.

In haar mededeling van 2006 over "De demografische toekomst van Europa: probleem

of uitdaging?"

2, onderstreepte de Commissie het feit dat ouder worden één van de

voornaamste uitdagingen is waarmee alle landen in de EU worden geconfronteerd en dat nieuwe technologieën zouden kunnen helpen om de kosten in de hand te houden en het welzijn en de actieve participatie van bejaarden in de samenleving te verbeteren, maar ook om het concurrentievermogen te verhogen en de doelstellingen van de Lissabon-strategie voor groei en banen te verwezenlijken.

In zijn resolutie van 22 februari 2007 "Kansen en problemen ten gevolge van de demografische veranderingen in Europa: de bijdrage van ouderen aan de economische en sociale ontwikkeling" deed de Raad een oproep om een oplossing te vinden voor deze uitdaging.

In het zevende Kaderprogramma (KP7) wordt met name de nadruk gelegd op de coördinatie van nationale onderzoeksprogramma's. Een van de voornaamste mechanismen die hiertoe worden voorgesteld is de deelneming van de Gemeenschap aan gemeenschappelijk uitgevoerde nationale onderzoeksprogramma's (artikel 169 van het Verdrag). In de specifieke programmabesluiten zijn vier gebieden vastgesteld waaronder "Ambient Assisted Living (AAL)" in het op 19 december 2006 vastgestelde specifieke programma "samenwerking". Tot slot worden in het ICT-werkprogramma van het samenwerkingsprogramma uitdrukkelijk het AAL-initiatief vermeld en de synergieën en de aanvullende aspecten met het KP7 belicht.

1.3. Algemene context

Vergrijzing en de rol van ICT

De Europese bevolking vergrijst: de gemiddelde levensverwachting is gestegen van 55 in 1920 tot over de 80 vandaag de dag. Nu de babyboomgeneratie met pensioen gaat zal het aantal mensen in de leeftijdsgroep van 65 tot 80 tussen 2010 en 2030 met bijna 40% toenemen. Deze demografische verandering houdt belangrijke uitdagingen in voor de Europese samenleving en economie. ICT heeft hierbij een belangrijke rol te spelen.

Ouderen hebben als groep een aanzienlijke koopkracht zodat met de toenemende vergrijzing overal ter wereld een sterke grondslag wordt gelegd voor op ICT- gebaseerde oplossingen in Europa die wellicht een springplank kunnen zijn voor exportmogelijkheden naar alle hoeken van de wereld.

Voorts is het duidelijk dat marktkrachten alleen niet voldoende zijn om te zorgen voor een tijdige ontwikkeling en invoering van de vereiste op ICT-gebaseerde oplossingen. Afgezien van de hoge kosten van ontwikkeling en validering zijn er nog andere factoren zoals een vaag besef van de mogelijkheden en de behoeften van de gebruikers, onvoldoende uitwisseling van ervaringen, fragmentering van terugbetalings- en certificeringssystemen en ontoereikende interoperabiliteit.

Coördinatie van nationale O&O-programma's

Meer dan 80% van het door de overheid gefinancierd onderzoek in Europa vindt plaats op nationaal niveau, hoofdzakelijk in het kader van nationale of regionale onderzoeksprogramma's. Een gecoördineerde tenuitvoerlegging van nationale programma's zou zeer positieve gevolgen hebben voor de impact en de resultaten van onderzoek, met name als gevolg van de kritische massa van de financiële en menselijke hulpbronnen die zijn ingezet, de diverse en aanvullende aspecten die worden bestreken door de nationale programma's, de mogelijkheid om snel resultaten te verschaffen door bestaande initiatieven en bevoegdheden in Europa met elkaar te combineren en een eind te maken aan fragmentering en dubbel werk. Voorts wordt het pad geëffend voor een Europees onderzoeksbeleid op gebieden met een gemeenschappelijk economische en sociale prioriteit, bijv. de vergrijzing.

In de "effectbeoordeling en ex-ante evaluatie" van KP7 werd vastgesteld dat er een gebrek is aan coördinatie van het onderzoeksbeleid van de lidstaten hetgeen een belangrijke structurele tekortkoming is van het O&O-systeem van de EU.

Eerdere activiteiten en ervaring

In eerdere kaderprogramma's zijn talrijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten met ICT-oplossingen voor ouderen en gehandicapten alsmede e-gezondheidszorg gefinancierd en werd een kennis- en technologiebasis geschapen voor toekomstig toegepast onderzoek dat is afgestemd op de nationale situatie.

bezig met onderzoek en ontwikkeling van standaard platforms en fundamentele technologieën (tijd die nodig is om op de markt te komen 5+ jaar) voor nieuwe producten en diensten. Het gemeenschappelijke AAL-programma vormt hierop een aanvulling door marktgerichte onderzoeksstromen toe te voegen die met name aantrekkelijk zijn voor Europese samenwerking tussen kmo's op het gebied van specifieke op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen voor gezond ouder worden (tijd die nodig is om op de markt te komen minimaal 2 jaar).

Het marktgerichte onderzoek in het gemeenschappelijk AAL-programma legt de basis voor activiteiten in het CIP, die zich zullen concentreren op innovatie en marktvalidering van bestaande oplossingen in nauwe samenwerking met nationale innovatie-systemen Zo zal de cirkel tussen onderzoek en innovatie tot de invoering op

de markt worden gesloten.

  • 2. 
    RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

2.1. Raadpleging van belanghebbenden

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van

de respondenten

Een zeer uiteenlopende doelgroep van belanghebbenden, met inbegrip van overheden, onderzoeksinstellingen, universiteiten, grote ondernemingen, kmo's verenigingen, internationale organisaties en belangstellenden alsmede lidstaten werd geraadpleegd.

De grote respons (1 727) op de KP7 raadpleging van de belanghebbenden geeft een goede indicatie van de meningen van de onderzoeksgemeenschap en gebruikers van dit onderzoek. Specifieke vragen werden gesteld over het gebruik van artikel 169 om de integratie en samenhang van onderzoek in Europa te versterken en versnippering van inspanningen te verminderen.

Uit de openbare KP7-raadpleging bleek dat er sterke steun bestond voor het gebruik van artikel 169 voor de coördinatie van nationale onderzoeksprogramma's. In het licht van het overleg met CREST alsmede met de ervaringen die zijn opgedaan met het ECDTP op grond van artikel 169

3, vertegenwoordigen wetenschappelijke, beheers- en

financiële integratie wezenlijke voorwaarden voor het welslagen van initiatieven. De Europese Commissie heeft er op aangedrongen dat voor initiatieven uit hoofde van artikel 169 scrupuleus moet worden voldaan aan deze voorwaarden. Met behulp van het overleg met hooggeplaatste ambtenaren van de lidstaten kon de koers worden bepaald van het gemeenschappelijk programma voor KP7 en het CIP, werd het belang bevestigd van de financiële steun van de Gemeenschap en werden aanbevelingen opgesteld die ervoor moeten zorgen dat er minder obstakels zijn voor deelneming, met name voor kmo's.

De openbare raadpleging van O&O-belanghebbenden liet zien dat er sterke steun bestond voor het gekozen gebied en bevestigde dat dit gebied van bijzonder groot sociaal en economisch belang is en dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor ICT en steun van de Gemeenschap. Voorts werd opnieuw de prioriteit bevestigd van toegepast O&O, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor kmo's. Om kmo's zoveel mogelijk hierbij te betrekken werd de nadruk dan ook gelegd op een vermindering van de bureaucratie.

2.2. Het bijeenbrengen en gebruik maken van deskundigheid

Tijdens twee workshops in 2005 waaraan meer dan 40 deskundigen deelnamen die de voornaamste belanghebbenden vertegenwoordigden, met inbegrip van onderzoekers, leveranciers, kmo's, verenigingen van gebruikers (zoals het platform AGE en Europees Gehandicaptenforum) en beleidsmakers (ministerie voor onderzoek en plaatselijke autoriteiten) werden beleidsopties geformuleerd voor communautaire steun voor ICT

en vergrijzing.

In het kader van ERA-NET ondersteuning werd in 2005-2006 een uitgebreide analyse uitgevoerd die nationaal overleg omvatte, de regels bestreek voor deelneming en de rechtsgrond voor bestaande nationale programma's, de mogelijke organisatorische structuur, operationele procedures en de inhoud van een gemeenschappelijk programma. De resultaten werden rechtstreeks toegepast in de voorgestelde tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma.

regionale OTO te verbeteren om de bestaande fragmentering tegen te gaan. Het voorgestelde gemeenschappelijke programma zal zich dan ook concentreren op toegepaste en marktgerichte O&O, met grote betrokkenheid van de belanghebbenden en gebruikers, ook buiten de gebruikelijke onderzoekskringen.

Een verdere aanbeveling die werd goedgekeurd beoogt ervoor te zorgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met ethische vraagstukken.

2.3. Effectbeoordeling

Uitgangspunt: geen gemeenschappelijk programma, geen KP.

Zoals gebruikelijk is een uitgangspunt vastgesteld, in dit geval de (hypothetische) situatie waarin de onderzoeksgemeenschap uitsluitend op de bestaande nationale programma's kan steunen. Een aantal nationale programma's bieden een goede ondersteuning voor O&O in ICT voor gezond ouder worden, maar de meeste zijn niet in staat de samenwerking over de gehele waardeketen in Europa te steunen. Er zijn evenmin mechanismen voor het vaststellen van een gemeenschappelijke aanpak en visie. Deze optie zou leiden tot een grotere fragmentering van onderzoeksinspanningen en een minder doelmatig gebruik van de overheidsuitgaven in O&O als gevolg van onnodig dubbel werk en een weinig samenhangende aanpak.

Optie 1: geen gemeenschappelijk programma; alleen KP7

Bij deze optie zou alleen onderzoek plaatsvinden in het kader van KP7 voor ICT en ouder worden waarbij naar oplossingen wordt gezocht voor langetermijn O&O met het oog op standaardplatforms en fundamentele technologieën (tijd die nodig is voor de introductie op de markt 5+ jaar). Dit zeer innoverende en voorwaartsgerichte onderzoek houdt echter op Europees niveau een gevaarlijke leemte in wat betreft marktgericht onderzoek en ontwikkeling voor ICT voor gezond ouder worden omdat de resultaten pas over 2 à 3 op de markt kunnen komen en het niet mogelijk is de volledige waardeketen op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau hierbij te betrekken.

van toegepast onderzoek en innovatie met sterke betrokkenheid van kmo's hetgeen bij de instrumenten van het 7e kaderprogramma niet altijd even eenvoudig is.

· Door gebruik te maken van artikel 169 zal met behulp van de overeenkomstige

nationale investeringen en de bijbehorende medefinanciering van projecten door het bedrijfsleven/onderzoek de hefboomwerking van de EU-financiering in vergelijking met

het 7e kaderprogramma worden vergroot. Met een openbaar

cofinancieringsaandeel van 50% in projecten ligt het in de lijn der verwachtingen dat de EU-investeringen ten bedrage van 150 miljoen euro in de periode van 2008-2013 totale investeringen zullen genereren van minimaal 600 miljoen euro van de zijde van de deelnemende landen en onderzoeksactoren, d.w.z. ten minste een verdubbeling in vergelijking met het 7

e kaderprogramma.

  • 3. 
    JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

3.1 Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Het gemeenschappelijk AAL-programma biedt het juridische en organisatorische kader voor een grootschalige Europees programma tussen België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje en Israël, Noorwegen en Zwitserland met betrekking tot toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van ICT voor gezond ouder worden in de informatiemaatschappij. Er werd overeengekomen de gemeenschappelijke activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL- programma te coördineren en uit te voeren. De algemene waarde van hun deelneming wordt geraamd op minimaal 150 miljoen euro voor de periode 2008-2013.

Om de impact en kritische massa van het gemeenschappelijk AAL-programma te verhogen zou de Gemeenschap daaraan moeten deelnemen met een financiële bijdrage van 150 miljoen euro op voorwaarde dat het programma doelmatig wordt uitgevoerd en de lidstaten hun financiële verbintenis nakomen in overeenstemming met de in het voorgestelde besluit vastgelegde criteria.

Dit voorstel komt overeen met het indirect gecentraliseerd management overeenkomstig de bepalingen van artikel 54, lid 2, onder c), van het Financieel Reglement.

3.3 Subsidiariteitsbeginsel

Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing omdat het voorstel niet tot de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap behoort. Subsidiariteit wordt gewaarborgd:

· door het voorstel te baseren op artikel 169, dat uitdrukkelijk voorziet in deelneming

van de Gemeenschap aan een door verscheidene lidstaten opgezette gemeenschappelijk programma;

· door alle operationele aspecten indien mogelijk op nationaal niveau uit te voeren en

er tegelijkertijd voor te zorgen dat het gemeenschappelijk programma op Europees niveau op samenhangende wijze wordt uitgevoerd.

De doelstellingen van het voorstel kunnen niet geheel worden verwezenlijkt door de lidstaten op zich omdat:

· de specifieke kennis en competentie die nodig zijn voor onderzoek en ontwikkeling

van op ITC gebaseerde producten en diensten voor ouder worden de nationale grenzen overschrijden en derhalve niet alleen op nationaal niveau kunnen worden gecombineerd;

· zonder een samenhangende Europese aanpak met kritische massa bestaat het

gevaar van dubbel werk met de hieraan verbonden verhoging van de kosten;

· het onwaarschijnlijk is dat een echte interne markt voor interoperabele ICT-

oplossingen voor gezond ouder worden tot stand kan worden gebracht zonder een gemeenschappelijk programma met een Europese dimensie.

De meerwaarde van de betrokkenheid van de Gemeenschap is aanzienlijk omdat:

Gemeenschap beperkt tot het verschaffen van stimuli voor een verbeterde coördinatie en moet zij zorgen voor synergie met de relevante complementaire activiteiten in het 7

e

kaderprogramma en het CIP. De lidstaten zullen verantwoordelijk zijn voor het ontwikkelen van hun gemeenschappelijk werkprogramma en alle operationele aspecten.

Met name de voorgestelde organisatorische structuur zorgt voor een minimale administratieve belasting, door de hoofdmoot van administratieve werkzaamheden toe te vertrouwen aan nationale organisaties onder toezicht en onder algehele verantwoordelijkheid van de hiertoe specifiek opgezette gemeenschappelijke juridische structuur.

3.5 Keuze van instrumenten

Het voorgestelde instrument is een medebeslissing van het Europees Parlement en de Raad als middel voor de tenuitvoerlegging van artikel 169 van het EG-Verdrag.

  • 4. 
    GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Met de gevolgen voor de begroting van deze beschikking werd al rekening gehouden in de rechtsgrond van het 7e kaderprogramma (Besluit 1982/2006/EG van 18/12/2006, PB L 412, 30.12.2006) en in het specifieke programma "Samenwerking" van het 7

e

kaderprogramma ( Beschikking 2006/971/EG van 19/12/2006, PB L 400, 30/12/2006).

  • 5. 
    AANVULLENDE INFORMATIE

5.1 Vereenvoudiging

Het voorstel houdt een vereenvoudiging in van de administratieve procedures voor de particuliere sector. Met name de begunstigden van het nieuwe gemeenschappelijke programma zullen ervan kunnen profiteren dat zij alleen de vertrouwde nationale voorschriften in acht moeten nemen en geen apart verslag hoeven op te stellen over de bijdrage van de Gemeenschap.

2007/0116 (COD)

Voorstel voor een

BESCHIKKING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de deelneming van de Gemeenschap aan een onderzoeks- en

ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door

middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat

door verschillende lidstaten is opgezet

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op de artikelen 169 en 172, tweede lid,

Gelet op het voorstel van de Commissie4,

Gelet op het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité5,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap

6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Besluit nr. 1982/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 betreffende het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) (hierna het 7e kaderprogramma genoemd)

7 voorziet in deelneming van de

vallende activiteiten en efficiëntie van artikel 169 als het meest adequate middel om de doelstellingen te bereiken.

(3) Volgens Beschikking nr. 971/2006/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)

8 (hierna het

specifieke programma "samenwerking" genoemd) is een "Artikel 169-initiatief op het gebied van ambient assisted living" een van de gebieden die geschikt zijn voor deelneming van de Gemeenschap aan nationale onderzoeksprogramma's die gemeenschappelijk worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 169 van het Verdrag.

(4) In haar mededeling van 1 juni 2005: "i2010 - Een Europese informatiemaatschappij voor groei en werkgelegenheid"

9 heeft de Commissie voorgesteld een baanbrekend

initiatief te lanceren met betrekking tot de zorg van mensen in een vergrijzende samenleving.

(5) In haar mededeling van 12 oktober 2006 "De demografische toekomst van Europa: probleem of uitdaging?"

10 benadrukte de Commissie het feit dat vergrijzing een van de

belangrijkste uitdagingen is waaraan alle landen in de Europese Unie de komende jaren het hoofd moeten bieden en dat door meer gebruik te maken van nieuwe technologieën de kosten kunnen worden beheerst en het welzijn van de burgers en actieve participatie in de samenleving van bejaarden kan worden verbeterd. Daarnaast kan ook het concurrentievermogen van de Europese economie worden verbeterd ter ondersteuning van de herziene strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid.

(6) Voortbouwend op actief ouder worden als kernelement in de hernieuwde werkgelegenheidsrichtsnoeren, richt de EU-aanpak tot ouder worden zich op het mobiliseren van het volledig potentieel van mensen van alle leeftijden en wordt de noodzaak onderstreept om in plaats van gefragmenteerde strategieën over te stappen op allesomvattende strategieën voor het ouder worden op basis van een levensloopbeleid.

(9) Het gemeenschappelijk AAL-programma wil het probleem van de vergrijzing aanpakken door het juridisch en organisatorisch kader te verschaffen dat nodig is voor grootschalige Europese samenwerking tussen lidstaten wat betreft toegepast onderzoek en innovatie op het gebied van informatie en communicatietechnologieën (ICT) voor gezond ouder worden in een vergrijzende samenleving. België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland zijn overeengekomen activiteiten die erop gericht zijn een bijdrage te leveren aan het gemeenschappelijk AAL-programma gezamenlijk te coördineren en uit te voeren. De totale waarde van hun deelneming wordt geschat op minimaal 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma.

(10) Om de impact van het gemeenschappelijk AAL-programma te verhogen, hebben de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland overeenstemming bereikt over communautaire deelneming aan dit programma. De Gemeenschap zou hieraan kunnen deelnemen door een financiële bijdrage te verlenen van ten hoogste 150 miljoen euro. Omdat het gemeenschappelijk AAL-programma voldoet aan de wetenschappelijke doelstellingen van het zevende kaderprogramma en omdat het onderzoeksgebied van dit programma valt onder het thema informatie en communicatietechnologieën (ICT) van het specifieke programma "samenwerking" van het zevende kaderprogramma, kan de financiële bijdrage gefinancierd worden met behulp van de hiervoor uitgetrokken begrotingsmiddelen.

(11) Om in aanmerking te komen voor financiële steun van de Gemeenschap dient een financieringsplan te worden vastgesteld dat gebaseerd is op formele verbintenissen van de bevoegde nationale autoriteiten om gezamenlijk de op nationaal niveau opgezette onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en activiteiten uit te voeren en een bijdrage te leveren aan de financiering van de gezamenlijke uitvoering van het gemeenschappelijk AAL-programma.

(12) Voor de gezamenlijke uitvoering van de nationale onderzoeksprogramma's moet een specifieke uitvoeringsstructuur aanwezig zijn of worden opgericht overeenkomstig het bepaalde in het specifieke programma "samenwerking".

(17) De Gemeenschap moet het recht hebben haar financiële bijdrage te verlagen wanneer het gemeenschappelijk AAL-programma ontoereikend, gedeeltelijk of laattijdig wordt uitgevoerd of indien de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland niet, gedeeltelijk of laattijdig hun bijdrage voldoen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgelegd in een overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsstructuur waarin uitgebreide regelingen zijn vermeld voor de bijdrage van de Gemeenschap.

(18) Alle lidstaten moeten de mogelijkheid hebben deel te nemen aan het gemeenschappelijk AAL-programma.

(19) Overeenkomstig het zevende kaderprogramma, dient de Gemeenschap het recht te hebben de voorwaarden te bepalen voor haar financiële bijdrage aan het gemeenschappelijk AAL-programma wat betreft de deelneming daaraan van andere met het zevende kaderprogramma geassocieerde landen of, wanneer dat van wezenlijk belang is voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, van andere landen, tijdens de tenuitvoerlegging, in overeenstemming met de in deze beschikking vastgestelde regels en voorwaarden.

(20) Er dienen passende maatregelen te worden genomen om fraude en onregelmatigheden te voorkomen en de nodige stappen moeten worden genomen om ten onrechte of onrechtmatig gebruikte middelen weer terug te vorderen, overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

11,

Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden

12, en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het

Europees Parlement en van Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

13.

(21) Overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen

(22) Het is van wezenlijk belang dat de onderzoeksactiviteiten die in het kader van het gemeenschappelijk

AAL-programma worden uitgevoerd voldoen aan de

basisbeginselen van de ethiek, met inbegrip van de beginselen die verankerd zijn in artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie alsmede de beginselen van gendermainstreaming

en gendergelijkheid.

(23) De Commissie dient een tussentijdse evaluatie uit te voeren waarin de kwaliteit en de doelmatigheid van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma worden beoordeeld alsmede de vooruitgang die wordt geboekt bij de doelstellingen en een slotevaluatie.

HEBBEN DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

  • 1. 
    Bij de tenuitvoerlegging van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie

(2007 - 2013) (hierna het "zevende kaderprogramma

genoemd"), dat werd goedgekeurd bij Besluit nr. 1982/2006/EG, verleent de Gemeenschap

een financiële bijdrage aan het onderzoeks- en

ontwikkelingsprogamma Ambient Assisted Living (hierna het "gemeenschappelijk AAL-programma" genoemd) dat gezamenlijk wordt opgezet door België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Hongarije, Italië, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal en Spanje (hierna "de deelnemende lidstaten" genoemd) en Israël, Noorwegen en Zwitserland.

  • 2. 
    De Gemeenschap verleent een financiële bijdrage ten bedrage van ten hoogste 150 miljoen euro voor de looptijd van het zevende kaderprogramma voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, overeenkomstig de in bijlage I vermelde beginselen.

-

gemeenschappelijk AAL-programma en voor het ontvangen van, toewijzen aan en toezicht houden op de financiële bijdrage van de Gemeenschap in overeenstemming met artikel 54, lid 2, onder c), en artikel 56 van het Financieel Reglement;

(c) een passend en doelmatig governancemodel wordt opgezet voor het gemeenschappelijk AAL-programma in overeenstemming met de richtsnoeren van bijlage II bij deze beschikking;

(d) de in bijlage I bij deze beschikking beschreven activiteiten in het kader van het gemeenschappelijk AAL-programma doelmatig worden uitgevoerd door de specifieke uitvoeringsstructuur hetgeen inhoudt dat een oproep moet worden gedaan voor het indienen van voorstellen voor het toekennen van subsidies;

(e) de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland zich ertoe verbinden bij te dragen aan de financiering van het gemeenschappelijk AAL- programma en de daadwerkelijke betaling van de financiële bijdrage, met name de financiering van deelnemers aan de projecten die zijn geselecteerd naar aanleiding van de in het kader van het programma gelanceerde oproepen tot het indienen van voorstellen;

(f) de staatssteunregels van de Gemeenschap in acht worden genomen, en met name de regels die zijn opgenomen in de communautaire kaderregeling inzake staatsteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie

16;

(g) wordt gezorgd voor een hoog niveau van wetenschappelijke excellentie en de ethische beginselen in acht worden genomen overeenkomstig de algemene beginselen van het zevende kaderprogramma; en

(h) bepalingen worden geformuleerd met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten die voortvloeien uit de in het kader van het gemeenschappelijk

AAL-programma uitgevoerde activiteiten en de

tenuitvoerlegging en coördinatie van de onderzoeks- en

Artikel 4

De regelingen voor de financiële bijdrage van de Gemeenschap en de voorschriften die van toepassing zijn op de financiële verantwoordelijkheid en intellectuele eigendomsrechten alsmede de gedetailleerde voorschriften voor het verlenen van financiële steun door de specifieke uitvoeringsstructuur aan derden worden vastgesteld door middel van een algemene overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Commissie, namens de Gemeenschap, en de specifieke uitvoeringsstructuur en door middel van jaarlijkse financieringsplannen.

Artikel 5

Indien het gemeenschappelijk AAL-programma niet wordt uitgevoerd of op ontoereikende wijze, slechts gedeeltelijk of laattijdig, of indien de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland geen of een slechts gedeeltelijke bijdrage verlenen, of deze te laat verlenen voor de financiering van het gemeenschappelijk AAL-programma kan de Gemeenschap haar financiële bijdrage verlagen naar evenredigheid van de mate waarin het gemeenschappelijk AAL-programma daadwerkelijk is uitgevoerd en het bedrag aan overheidsmiddelen dat door de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland werd toegewezen voor de tenuitvoerlegging van dit programma conform de voorwaarden van de overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Gemeenschap en de specifieke uitvoeringsstructuur.

Artikel 6

Bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma nemen de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland alle nodige wetgevende, regelgevende, administratieve of andere maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap. De deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland bieden met name voldoende garanties wat betreft de integrale terugvordering van aan de Commissie verschuldigde bedragen bij de specifieke uitvoeringsstructuur.

Artikel 7

Artikel 9

Elke lidstaat kan zich aansluiten bij het gemeenschappelijk AAL-programma op basis van de in deze beschikking uiteengezette regels.

Artikel 10

Derde landen kunnen zich aansluiten bij het gemeenschappelijk AAL-programma op basis van de in deze beschikking uiteengezette regels mits hun deelneming valt onder de relevante internationale overeenkomst en mits zowel de Commissie als de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland hiermee instemmen.

Artikel 11

De voorwaarden voor de financiële bijdrage van de Gemeenschap met betrekking tot de deelneming van landen die geassocieerd zijn met het zevende kaderprogramma aan het gemeenschappelijk AAL-programma, of wanneer dit van wezenlijk belang is voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, of van andere landen kunnen worden bepaald door de Gemeenschap op basis van de in deze beschikking uiteengezette regels en andere uitvoeringsvoorschriften en regelingen.

Artikel 12

  • 1. 
    Het jaarverslag van het zevende kaderprogramma dat overeenkomstig artikel 173 van het Verdrag aan het Europees Parlement en de Raad moet worden voorgelegd omvat een samenvatting van de activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma.
  • 2. 
    De Commissie stelt twee jaar na de start van het programma doch in geen geval later dan 2010 een tussentijds verslag op van het gemeenschappelijk AAL-programma. Dit verslag heeft betrekking op de kwaliteit en doelmatigheid van de tenuitvoerlegging, met inbegrip van de wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie, van het gemeenschappelijk AAL-programma en de vooruitgang die is geboekt bij de doelstellingen, met inbegrip van aanbevelingen over de meest geschikte manier om verdere integratie te bevorderen. De Commissie zal de conclusies van dat verslag, vergezeld van opmerkingen en indien van toepassing, voorstellen voor de aanpassing van deze beschikking, meedelen aan het Europees Parlement en de Raad.

Artikel 14

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, [...]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

[...] [...]

BIJLAGE I

Beschrijving van de doelstellingen, activiteiten en de tenuitvoerlegging van het

gemeenschappelijk AAL-programma

I. Specifieke doelstellingen

De specifieke doelstellingen van het gemeenschappelijk AAL-programma zijn de volgende:

  • de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen

voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de kosten van gezondheidszorg en sociale bijstand omlaag brengen. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven.

  • een kritische massa bereiken van onderzoek, ontwikkeling en innovatie op EU-

niveau op het gebied van technologieën en diensten voor gezond ouder worden in de informatiemaatschappij, met inbegrip van het creëren van een gunstig klimaat voor deelneming van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's).

  • de voorwaarden verbeteren voor industriële exploitatie van onderzoeksresultaten

door een samenhangend Europees kader te verschaffen voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak en door het lokaliseren en aanpassen van gemeenschappelijke oplossingen die verenigbaar zijn met de uiteenlopende sociale wensen en de regelgevingaspecten op nationaal en regionaal niveau in Europa te vergemakkelijken.

Door zich te concentreren op toegepast onderzoek zal het gemeenschappelijk AAL- programma een aanvulling vormen op hiermee verband houdende langetermijn onderzoeksactiviteiten in het kader van het zevende kaderprogramma alsmede de activiteiten op het gebied van activiteiten die deel uitmaken van het programma voor concurrentievermogen en innovatie (2007 - 2013) dat werd opgezet bij Besluit nr. 1639/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006

tot middellange looptijd hebben en kunnen aantonen dat de projectresultaten binnen een realistisch termijn kunnen worden geëxploiteerd.

Activiteiten op het gebied van bemiddeling, promotie van het programma en netwerken, die kunnen worden uitgevoerd door middel van specifieke evenementen of in combinatie met bestaande evenementen. Het gaat hier onder meer om het organiseren van workshops en het leggen van contacten met andere belanghebbenden in de waardeketen.

Het gemeenschappelijk AAL-programma houdt raadpleging in van de Europese belanghebbenden (zoals personen die belast zijn met de besluitvorming op ministeries en andere openbare instanties, dienstverlenende ondernemingen in de particuliere sector en verzekeraars

alsmede vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kmo's en

gebruikersorganisaties) met betrekking tot de onderzoeksprioriteiten en de tenuitvoerlegging van het programma.

III. Tenuitvoerlegging van het programma

Het gemeenschappelijk AAL-programma zal worden uitgevoerd op basis van jaarlijkse werkprogramma's waarin de onderwerpen worden bepaald voor oproepen tot het indienen van voorstellen die moeten worden goedgekeurd door de Commissie als basis voor de financiële bijdrage van de Gemeenschap.

In kader van het gemeenschappelijke AAL-programma zullen regelmatig oproepen worden gedaan voor het indienen van voorstellen overeenkomstig het afgesproken werkprogramma. Belangstellenden

moeten hun voorstellen centraal indienen bij de specifieke

uitvoeringsstructuur (centraal aanspreekpunt).

Projectvoorstellen worden centraal geëvalueerd en geselecteerd op basis van transparante en gemeenschappelijke subsidiabiliteits- en evaluatiecriteria zoals beschreven in het werkprogramma dat bindend is voor de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland, behalve voor een beperkt aantal duidelijk gedefinieerde gevallen die nader moeten worden gespecificeerd bij de tenuitvoerlegging van het programma.

De deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland nemen de beheerstechnische integratie van de nationale programma's op zich. Het beheer van het gemeenschappelijk AAL- programma omvat:

  • de centrale organisatie van de oproep tot het indienen van voorstellen;
  • de centrale, onafhankelijke en transparante evaluatie door deskundigen op Europees

-

niveau op basis van gemeenschappelijke regels en criteria voor de evaluatie en selectie van de voorstellen op basis van wetenschappelijke excellentie;

  • een centraal adres voor het indienen van voorstellen (elektronische indiening is

gepland).

Het gemeenschappelijke AAL-programma versterkt de financiële integratie door:

  • te zorgen voor de volledige nationale financieringsverbintenissen voor de looptijd van

-

het initiatief alsmede de jaarlijkse verbintenissen voor elk voorgesteld werkprogramma;

  • ervoor te zorgen dat de definitieve rangorde van de voorstellen die werd

-

overeengekomen op basis van de evaluatie bindend is voor de partnerlanden, met uitzondering van nauwkeurig omschreven gevallen waarin bijvoorbeeld sprake is van juridische problemen of ontoereikende middelen;

  • de flexibiliteit in de nationale begrotingstoewijzing voor zover mogelijk te bevorderen

zodat voor uitzonderingsgevallen bijvoorbeeld door verhoging van nationale bijdragen of kruisfinanciering een regeling kan worden getroffen.

De deelnemende lidstaten doen al het mogelijke om de integratie te versterken en de bestaande nationale obstakels in de nationale wetgeving die de internationale samenwerking in het kader van het initiatief belemmeren uit de weg te ruimen.

IV. Financieringsbeginselen

De bijdrage van de Gemeenschap vertegenwoordigt een vast percentage van de totale openbare middelen van de deelnemende nationale programma's, maar nooit meer dan 50% van de totale openbare middelen die een deelnemer ontvangt op grond van een project dat werd geselecteerd naar aanleiding van een oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van het gemeenschappelijk AAL-programma. Het vaste percentage wordt gedefinieerd in de overeenkomst tussen de specifieke uitvoeringsstructuur en de Commissie en wordt gebaseerd op de meerjarige verbintenissen van de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland en de bijdrage van de Gemeenschap.

statistische gegevens, door de bemiddelingsorganisaties uitgevoerde evenementen, activiteiten voor de verspreiding, enz.) en de vooruitgang die is geboekt met het oog op verdere integratie.

De verwachte resultaten worden in meer detail uiteengezet in de overeenkomst die moet worden gesloten tussen de Commissie, namens de Gemeenschap, en de specifieke uitvoeringsstructuur.

BIJLAGE II

Richtsnoeren voor de governance van het gemeenschappelijk AAL-programma

De organisatorische structuur van het gemeenschappelijke AAL-programma is als volgt:

De AAL-Association, een internationale vereniging zonder winstoogmerk naar Belgisch recht treedt op als de specifieke door de deelnemende lidstaten, en Israël, Noorwegen en Zwitserland opgerichte uitvoeringsstructuur.

De AAL-Association is verantwoordelijk voor alle activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma. Haar taken omvatten contract- en budgetbeheer, de ontwikkeling van de jaarlijkse werkprogramma's, het organiseren van de oproepen tot het indienen voor voorstellen, het uitvoeren van de evaluatie en het indelen van projecten. Daarnaast houdt zij toezicht op projecten en betaalt zij de bijdragen van de Gemeenschap aan de nationale agentschappen. Tevens organiseert zij activiteiten op het gebied van de verspreiding.

De AAL-Association staat onder leiding van de Algemene Vergadering. Dit besluitvormingsorgaan van het gemeenschappelijke AAL-programma benoemt de leden van de Raad van Bestuur en houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, de toewijzing van nationale middelen aan projecten en aanvragen van nieuwe leden. De Algemene Vergadering werkt op basis van het beginsel één stem per land.

De besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van stemmen, behalve wanneer het gaat om besluiten inzake opvolging, toetreding of uitsluiting van leden of ontbinding van de Association waarvoor in de statuten van de Association specifieke voorschriften kunnen worden opgenomen. De Commissie neemt als waarnemer deel aan de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering.

De Raad van Bestuur van de AAL bestaande uit een directeur en twee vice-directeuren (of een vice-directeur en een penningmeester) wordt gekozen door de Algemene Vergadering en wordt belast met specifieke beheerstaken, zoals begrotingsplanning, personeelsbeheer en contractbeheer. De Raad treedt op als juridisch vertegenwoordiger van de Association en brengt verslag uit aan de Algemene Vergadering.

FINANCIEEL MEMORANDUM BIJ DE BESCHIKKING

  • 1. 
    BENAMING VAN HET VOORSTEL :

Deelneming van de Gemeenschap door de Gemeenschap aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT) en dat is opgezet door verschillende lidstaten.

  • 2. 
    ABM / ABB KADER

Beleidsgebied(en) en hiermee verband houdende activiteit(en):

Onderzoeks- en technologische ontwikkeling: 7e kaderprogramma.

Artikel 169 van EG-Verdrag.

  • 3. 
    BEGROTINGSONDERDELEN

3.1. Begrotingsonderdelen (beleidsuitgaven en bijbehorende uitgaven voor technische en administratieve bijstand) inclusief omschrijving:

09 04 01 "Ondersteuning van samenwerking bij onderzoek op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie (ICT -- Samenwerking)"

09 01 05 "Ondersteunende uitgaven voor onderzoeksactiviteiten voor het beleidsterrein Informatiemaatschappij en media"

3.2. Duur van de actie en van de financiële gevolgen:

Verwacht wordt dat de bijdrage van de Gemeenschap aan het gemeenschappelijk programma in december 2007 via de medebeslissingsprocedure met de Raad en het Europees Parlement wordt vastgesteld, aanvankelijk voor een periode tot 31 december 2013. Na 2013 zijn er geen financiële gevolgen meer voor de EU-begroting.

  • 4. 
    OVERZICHT VAN DE MIDDELEN

4.1. Financiële middelen

4.1.1. Overzicht van de vastleggingskredieten (VK) en betalingskredieten (BK)

in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Punt 2012

Soort uitgave Jaar en

2007 2008 2009 2010 2011 later Totaal

Beleidsuitgaven18

Vastleggingskredieten (VK) 8.1. a 25 25 25 25 50 150

Betalingskredieten (BK) b 10 25 25 25 65 150

Administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag19

Technische & administratieve bijstand (NGK)

0 0,320 0,345 0,345 0,345 0,715 2,070

8.2.4. c

TOTAAL REFERENTIEBEDRAG

Vastleggingskredieten

a+c 25,32

0 25,34

5 25,34

5 25,34

5 50,71

5 152,07

0

Betalingskredieten

b+c 10,32

0 25,34

5 25,34

5 25,34

5 65,71

5 152,07

0

Administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen20

Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven (NGK)

8.2.5. d

Andere niet in het referentiebedrag begrepen administratieve uitgaven (NGK)

8.2.6. e

de periode 2008-2013 ten minste 150 miljoen euro uit de nationale begroting ter beschikking stellen.

De werkingskosten van het gemeenschappelijk programma bedragen maximaal 6% van de totale jaarlijkse begroting.

De bijdrage van de Gemeenschap vertegenwoordigt een vast percentage van de totale openbare middelen van de deelnemende nationale programma's, doch mag niet meer bedragen dan 50% van de openbare middelen van het gemeenschappelijk programma. Dit vaste percentage wordt nader gepreciseerd in het contract tussen de specifieke uitvoeringsstructuur en de Commissie en wordt gebaseerd op de meerjarige verbintenis van de deelnemende partnerlanden en de bijdrage van de Gemeenschap.

miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Medefinancieringsbron Jaar 2007

2012

en later

2008 2009 2010 2011 Totaal

Partnerlanden............ f Min.

25 Min.

25 Min.

25 Min.

25 Min.

50 Min. 150

TOTAAL VK inclusief a+c Min. 50,20 Min. 50,45 Min. 50,45 Min. 50,5 Min. 100,15 Min. 302,70

medefinanciering +d

+e

+f

De projecten zullen medegefinancierd worden door de organisaties die deelnemen aan de O&O-projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van de oproep tot het indienen van voorstellen die in het kader van het programma werd gelanceerd. De bijdragen voor de totale looptijd van het programma worden geraamd op ten minste 300 miljoen euro.

4.1.2. Verenigbaarheid met de financiële programmering

in miljoen euro (tot op een decimaal)

Vóór Situatie na de actie

de

Begrotingsonder- deel Ontvangsten actie [Jaar [n+1] [n+2] [n+3] [n+4] [n+5]

[Jaar n] 22

n-1]

  • a) 
    Ontvangsten in absolute bedragen
  • b) 
    Verschil in ontvangsten

4.2. Personele middelen in voltijdequivalenten (VTE; ambtenaren, tijdelijk en extern personeel) zie punt 8.2.1.

Jaarlijkse behoeften

Jaar N + 1 n + 2 n + 3 N + 4 n + 5

2007 en later

Totale personele middelen 1 2,5 2,5 2,5 2,5 5

  • 5. 
    KENMERKEN EN DOELSTELLINGEN

5.1. Behoefte waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien

De bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor het opzetten en uitvoeren van het gemeenschappelijk programma Ambient Assisted Living (AAL) met de partnerlanden, met name om de kosten te dekken van de werking van het programma en de kosten van de nationale deelnemers aan O&O projecten die geselecteerd zijn naar aanleiding van open oproepen tot het indienen van voorstellen.

O&O en innovatieprojecten te bevorderen, met name projecten waaraan kmo's deelnemen. Met de bestaande structuren zou dit niet mogelijk zijn.

het nieuwe gemeenschappelijk programma zal bijdragen tot het vinden van

oplossingen voor de vergrijzing door nieuwe innovatieve op ICT-gebaseerde producten en diensten voor gezond ouder worden, thuis, in de gemeenschap en op het werk te bevorderen zodat de levenskwaliteit van ouderen, hun autonomie, deelneming aan het sociale leven, vaardigheden en inzetbaarheid worden verbeterd en de verzorgingskosten omlaag worden gebracht. Dit gebeurt op een samenhangende en niet-gefragmenteerde manier waarbij een hogere kritische massa leidt tot meer kosten-effectieve en interoperabele oplossingen.

het bedrijfsleven, en met name kmo's, dankzij de kritische massa en een

samenhangende Europese aanpak voor het ontwikkelen van interoperabele oplossing doelmatiger worden ondersteund. Voorts zullen AAL-oplossingen kunnen worden afgestemd op nationale/regionale wensen en voorschriften. Dit is een belangrijke voorwaarde voor commerciële exploitatie en marktontwikkeling en biedt een groot potentieel voor deelneming van kmo's.

tot slot zal de voorgestelde maatregel stimuli creëren voor investeringen van de

lidstaten en het bedrijfsleven in O&O en innovatie op het gebied van ICT en ouder worden en zo een bijdrage leveren aan de Barcelona-doelstelling waarbij 3% van het Europese BBP in O&O moet worden geïnvesteerd.

met de macro-economische meerwaarde voor de Europese economie en

samenleving die voortvloeit uit de exploitatie van de resultaten van het programma gezond ouder worden in dit financieel memorandum geen rekening gehouden.

5.3. Doelstellingen, verwachte resultaten en bijbehorende indicatoren van het voorstel in

de context van het ABM

De voornaamste operationele doelstelling van dit wetgevingsvoorstel, dat wil zeggen deelneming van de Gemeenschap aan een door verschillende lidstaten opgezet gemeenschappelijk O&O en innovatieprogramma op het gebied van Ambient Assisted Living, werd reeds uiteengezet in het zevende kaderprogramma voor OTO en in haar specifieke programma "samenwerking".

  • de opkomst van innovatieve, op ICT gebaseerde producten, diensten en systemen

voor gezond ouder worden bevorderen thuis, in de gemeenschap en op het werk en zo de levenskwaliteit, autonomie, deelname aan het sociale leven, vaardigheden en de inzetbaarheid van ouderen verbeteren en de kosten van gezondheidszorg en sociale bijstand omlaag brengen. Dit kan gebaseerd zijn op bijvoorbeeld een innovatief gebruik van ICT-technologie, nieuwe manieren van interactie met klanten of nieuwe soorten waardeketens voor diensten om zelfstandig te leven.

  • de voorwaarden verbeteren voor industriële exploitatie van onderzoeksresultaten

door een samenhangend Europees kader te verschaffen voor het ontwikkelen van een gemeenschappelijke aanpak en door het lokaliseren en aanpassen van gemeenschappelijke oplossingen die verenigbaar zijn met de uiteenlopende sociale wensen en de regelgevingaspecten op nationaal en regionaal niveau in Europa te vergemakkelijken.

De in deel 4.1. vermelde hulpbronnen vertegenwoordigen de input van de Commissie.

De output is (a) het gemeenschappelijk programma en (b) O&O en innovatieprojecten die geselecteerd en gelanceerd werden naar aanleiding van open oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het gemeenschappelijk programma.

De volgende verwachte resultaten worden gemeten aan de hand van overeenkomstige indicatoren (2008):

· Facilitering van investeringen en nationale inspanningen; door stimuli te

verschaffen voor investeringen volgens gemeenschappelijke strategieën en uitvoering.

· Indicatoren: (i) aantal deelnemende landen; (ii) vastleggingen en betalingen

overeenkomstig het bepaalde in Deel 4.1.1; (iii) nationale financiering die werd vastgelegd en uitbetaald voor projecten van het gemeenschappelijk programma;

(iv) investeringen van het bedrijfsleven en andere belanghebbenden door middel van hun deelneming en medefinanciering van projecten.

deelnemers, met name kmo's en zo bijgevolg tot hogere industriële investeringen en een kortere tijd om de resultaten op de markt te brengen en te exploiteren.

· Indicatoren: (v) het tijdsinterval tussen het indienen van een voorstel en de

lancering ervan; (vi) het aantal deelnemende kmo's; (vii) de vaste kosten voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk programma.

· Belangrijke economische en sociale voordelen en bijdrage aan belangrijke

beleidsdoelstellingen; dit wordt gemeten als onderdeel van de geplande onafhankelijke evaluatie halverwege en na afloop naast de andere indicatoren die zijn vermeld.

5.4 Wijze van uitvoering (indicatief)

X Gecentraliseerd beheer

rechtstreeks door de Commissie

X onrechtstreeks door de delegatie voor :

uitvoerende agentschappen

door de Gemeenschappen opgerichte organen als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement

X nationale of internationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak

Gedeeld of gedecentraliseerd beheer

met lidstaten

met derde landen

De AAL-Association is verantwoordelijk voor alle activiteiten van het gemeenschappelijk AAL-programma. Haar taken omvatten contract- en budgetbeheer, de ontwikkeling van de jaarlijkse werkprogramma's, het organiseren van de oproepen tot het indienen voor voorstellen, het uitvoeren van de evaluatie en het indelen van projecten. Daarnaast houdt zij toezicht op projecten en betaalt zij de bijdragen van de Gemeenschap aan de nationale agentschappen. Tevens organiseert zij activiteiten op het gebied van de verspreiding.

De AAL-Association staat onder leiding van de Algemene Vergadering. Dit besluitvormingsorgaan van het gemeenschappelijke AAL-programma benoemt de leden van de Raad van Bestuur en houdt toezicht op de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma, de toewijzing van nationale middelen aan projecten en aanvragen van nieuwe leden. De Algemene Vergadering werkt op basis van het beginsel één stem per land.

De besluiten worden genomen met een gewone meerderheid van stemmen, behalve wanneer het gaat om besluiten inzake opvolging, toetreding of uitsluiting van leden of ontbinding van de Association waarvoor in de statuten van de Association specifieke voorschriften kunnen worden opgenomen. De Commissie neemt als waarnemer deel aan de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering.

De Raad van Bestuur van de AAL bestaande uit een directeur en twee vice-directeuren (of een vice-directeur en een penningmeester) wordt gekozen door de Algemene Vergadering en wordt belast met specifieke beheerstaken, zoals begrotingsplanning, personeelsbeheer en contractbeheer. De Raad treedt op als juridisch vertegenwoordiger van de Association en brengt verslag uit aan de Algemene Vergadering.

De nationale agentschappen voor programmabeheer worden door de deelnemende lidstaten en Israël, Noorwegen en Zwitserland gemachtigd werkzaamheden te ondernemen in verband met projectbeheer en administratieve en juridische aspecten voor de nationale projectpartners en om steun te verlenen voor de evaluatie van en het onderhandelen over projectvoorstellen. Zij werken onder toezicht van de AAL-Association.

Een adviesorgaan samengesteld uit onder meer vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en andere belanghebbenden zal aanbevelingen opstellen voor prioriteiten en thema's voor oproepen tot het indienen van voorstellen voor het gemeenschappelijk AAL-programma.

6.2.2. Naar aanleiding van een tussentijdse evaluatie of evaluatie achteraf genomen maatregelen (ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan)

Het voorgestelde governance model berust op de ervaringen die zijn opgedaan bij het eerste initiatief op grond van artikel 169 van het zesde kaderprogramma, dat wil zeggen het EDCTP initiatief inzake klinische proeven in Afrika.

6.2.3. Vorm en frequentie van toekomstige evaluaties

Twee jaar na de start van het programma zal met behulp van onafhankelijke deskundigen een evaluatie worden uitgevoerd van: (1) de tenuitvoerlegging van het programma wat betreft verdere wetenschappelijke, beheers- en financiële integratie;

(2) de meerwaarde en doelmatigheid van het programma wat betreft de verwezenlijking van de doelstellingen. Aan het eind van het programma zullen externe deskundigen een evaluatie achteraf uitvoeren.

  • 7. 
    FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN

Artikel 6 van het besluit inzake het gemeenschappelijk AAL-programma bepaalt dat Bij de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk AAL-programma nemen de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland alle nodige wetgevende, regelgevende, administratieve of andere maatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap. De deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland bieden met name voldoende garanties wat betreft de integrale terugvordering van aan de Commissie verschuldigde bedragen bij de specifieke uitvoeringsstructuur.

Artikel 7 van het besluit inzake het gemeenschappelijk programma verklaart dat De Commissie en de Rekenkamer kunnen via hun ambtenaren of andere functionarissen alle nodige controles en inspecties verrichten om een goed beheer van de communautaire middelen te waarborgen en de financiële belangen van de Gemeenschap te beschermen tegen fraude of onregelmatigheden. Daartoe stellen de deelnemende lidstaten, Israël, Noorwegen en Zwitserland en/of de uitvoeringsstructuur alle benodigde documenten ter beschikking aan de Commissie en de Rekenkamer.

  • 8. 
    MIDDELEN

8.1. Financiële kosten van de doelstellingen van het voorstel

Vastleggingskredieten in miljoen euro (tot op 3 decimalen)

(Vermeld de Soort Gem. Jaar 2007 Jaar 2008 Jaar 2009 Jaar 2010 Jaar 2011 Jaar 2012 en TOTAAL

doelstellingen, acties en outputs) output kosten later

Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten Aantal Totale kosten

OPERATIONELE DOELSTELLING

23 Opzet en

werking van het gemeenschappe- lijk AAL- programma

Actie 1

  • Output 1 (*) Opzet en werking van het gemeen- schappelijk programma 1 1,75 1 1,75 1 1,75 1 1,75 2 3,.5 6 10,5
  • Output 2 (**) Projecten ,5 46,5 23,25 46,5 23,25 46,5 23,25 46,5 23,25 93 46,50 279 139,5

Subtotaal doelstelling 1 47,5 25,00 47,5 25,00 47,5 25,00 47,5 25,00 95 50,00 286 150,0

TOTALE KOSTEN 25,00 25,00 25,00 25,00 50,00 150,0

(*) De kosten van het beheer van het gemeenschappelijk programma worden gezamenlijk gedekt door de Gemeenschap en de partnerlanden

(maximaal 6%)

(**) Uitgaande van gemiddelde totale kosten per project van 2 miljoen euro, waarvan 50% zal worden gefinancierd uit overheidsmiddelen die

verdeeld worden tussen de Gemeenschap en de partnerlanden in overeenstemming met de verhouding tussen het respectieve jaarlijkse vastleggingen (geraamd op ~40-50%).

8.2. Administratieve uitgaven

8.2.1. Soort en aantal personeelsleden

Soort post Huidig of extra personeel dat zal worden ingezet voor het beheer van de actie

(aantal posten/VTE)

Jaar 2007 Jaar 2008 Jaar 2009 Jaar 2010 Jaar 2011 Jaar 2012

Ambtenaren en tijdelijk

personeel24 (XX 01 01)

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel

25

Uit art. XX 01 A*/AD 0,50 1,5 1,5 1,5 1,5 1,5

04/05

gefinan- cierd ander personeel

B*, C*/AST 0.50 1 1 1 1 1

26

TOTAAL 1,0 2,5 2,5 2,5 2,5 2,5

8.2.2. Omschrijving van de taken die uit de actie voortvloeien

De voornaamste taken die voortvloeien uit de maatregel zijn:

deelneming van de Commissie als waarnemer aan bijeenkomsten van de

Algemene Vergadering van de AAL-Association, 4 bijeenkomsten per jaar van twee dagen (niveau: directeur)

deelneming aan workshops en verspreidingsevenementen drie maal per jaar

(niveau: hoofd van een eenheid)

Posten die al zijn toegewezen in het kader van de JBS/VOB-procedure voor jaar n

Posten waarom in het kader van de volgende JBS/VOB-procedure zal worden gevraagd

X Bestaande posten binnen de beherende dienst die worden heringedeeld (interne herindeling)

Posten die voor jaar n nodig zijn maar die in het kader van de JBS/VOB- procedure voor dat jaar nog niet zijn toegewezen

8.2.4. Andere administratieve uitgaven binnen het referentiebedrag (XX 01 04/05 Uitgaven voor administratief beheer)

(XX 01 04/05 Uitgaven voor administratief beheer)

miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Begrotingsonderdeel Jaar

Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar 2012

(nummer en benaming) 2007 2008 2009 2010 2011 en TOTAAL

later

1 Technische en administratieve bijstand (inclusief bijbehorende personeelsuitgaven en dienstreizen) 0,320 0,320 0,320 0,320 0,640 1,920

Uitvoerende agentschappen27

Andere technische en administratieve

bijstand

  • intern
  • extern 0,025 0,025 0,025 0,075 0,150

Totaal technische en administratieve bijstand 0.320 0,345 0,345 0,345 0,715 2,070

8.2.5. Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn opgenomen

miljoen euro (tot op 3 decimalen)

Jaar n+5

Soort post Jaar n Jaar n+1 Jaar n+2 Jaar n+3 Jaar n+4

en later

Ambtenaren of tijdelijke

personeel (XX 01 01)

Uit art. XX 01 02 gefinancierd personeel (hulpfunctionarissen, gedetacheerde

nationale

deskundigen, personeel op contractbasis, enz.)

(vermeld onderdeel)

Totaal Personeelsuitgaven en aanverwante uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen)

Berekening Ambtenaren en tijdelijke functionarissen

De gemiddelde kosten van het personeel in deel 8.2.1 bedragen gemiddeld 117 000 euro per post VTE.

Dienstreizen: De kosten zijn gebaseerd op gemiddeld 1 250 euro per dienstreis en: 2 dienstreizen per jaar voor ambtenaren om bijeenkomsten bij te wonen van de Algemene Vergadering, 3 dienstreizen per jaar voor een ambtenaar om bijeenkomsten bij te wonen van de Raad van Bestuur en drie dienstreizen per jaar voor een ambtenaar om workshops en door de indieners van voorstellen georganiseerde evenementen bij te wonen. Voor controledoeleinden werden nog eens 12 dienstreizen opgenomen.

Jaar

Jaar Jaar Jaar Jaar Jaar 2012

2007 2008 2009 2010 2011 en TOTAAL

later

XX 01 02 11 01 Dienstreizen

XX 01 02 11 02 Conferenties &

vergaderingen

XX 01 02 11 03 Comités28

XX 01 02 11 04 Studies & adviezen

XX 01 02 11 05 Informatiesystemen

2 Totaal Andere beheersuitgaven (XX

01 02 11

3 Andere uitgaven van administratieve

aard (vermeld welke en verwijs naar het begrotingsonderdeel)

Totaal Andere administratieve uitgaven die NIET in het referentiebedrag zijn begrepen

Berekening Andere administratieve uitgaven die niet in het referentiebedrag zijn begrepen

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

14 jun
'07
COM(2007)329 - Deelneming van de EG aan een onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma dat de levenskwaliteit van ouderen beoogt te verbeteren door middel van het gebruik van nieuwe informatie en communicatietechnologieën (ICT), dat door verschillende lidstaten is opgezet


21 sep
'05
COM(2005)440 - Specifiek programma "Samenwerking" tot uitvoering van het zevende kaderprogramma (2007-2013) van de EG voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie


1 dec
'98
COM(1998)717 - Europees Bureau voor fraude- onderzoek


Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)


 
publicatiedatum 18-06-2007
kenmerk 10959/07

Inhoud