Btw-pakket

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 22 november 2007 (29.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

15550/07

LIMITE

PUBLIC

DOCUMENT GEDEELTELIJK FISC 158

TOEGANKELIJK

NOTA

van:

het voorzitterschap

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad

Betreft: Btw-pakket

1.

Ten behoeve van de Raad gaat hierbij een compromistekst van het voorzitterschap betreffende

het "btw-pakket".

  • 2. 
    In de compromistekst is het akkoord verwerkt dat in de Groep belastingvraagstukken van

21 november 2007 bereikt werd op de punten maritieme diensten en controle- en samen-

werkingsmaatregelen, beide onderdeel van het mandaat dat de Raad Ecofin van 5 juni 2007

aan het Portugese voorzitterschap had verleend.

BIJLAGE 1

Gewijzigd voorstel voor

RICHTLIJN 200X/XXX/EG VAN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie 1,

Gezien het advies van het Europees Parlement 2,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De totstandbrenging van de interne markt heeft, in combinatie met de mondialisering, de

deregulering en de technologische veranderingen, tot ingrijpende veranderingen in de omvang

en het verloop van het dienstenverkeer geleid. Steeds vaker kunnen diensten op afstand

(2) Voor een goede werking van de interne markt moet Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van

28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de

toegevoegde waarde1 wat betreft de plaats van een dienst worden gewijzigd, in aansluiting op

de strategie van de Commissie ter verbetering van de werking van het gemeenschappelijke

btw stelsel2.

(3) Alle diensten moeten in beginsel worden belast op de plaats waar zij werkelijk worden

verbruikt. Ook als de algemene regel inzake de plaats van een dienst in die zin zou worden

gewijzigd, zouden om administratieve en beleidsredenen toch nog altijd bepaalde

uitzonderingen op deze algemene regel nodig zijn.

(4) Bij voor belastingplichtigen verrichte diensten moet de algemene regel inzake de plaats van

een dienst worden gebaseerd op de plaats waar de afnemer en niet de dienstverrichter

gevestigd is. Voor het bepalen van de plaats van een dienst en teneinde de lasten voor het

bedrijfsleven te beperken, moeten belastingplichtigen die ook niet-belastbare activiteiten

verrichten, voor alle voor hen verrichte diensten als belastingplichtige worden behandeld.

Tevens moeten niet-belastingplichtige rechtspersonen die voor btw-doeleinden geïdentificeerd

zijn, als belastingplichtigen worden aangemerkt. Volgens de gebruikelijke voorschriften

moeten deze bepalingen niet gelden voor diensten die door een belastingplichtige worden

afgenomen voor persoonlijk gebruik door hemzelf of door zijn personeel.

(5) Bij voor niet belastingplichtigen verrichte diensten moet als algemene regel blijven gelden

(7) Wanneer een belastingplichtige diensten afneemt van een persoon die niet in dezelfde lidstaat

gevestigd is, moet de toepassing van de verleggingsregeling in bepaalde gevallen verplicht

zijn, hetgeen betekent dat de belastingplichtige zelf het passende bedrag aan btw over de

afgenomen dienst moet aangeven.

(8) Ter vereenvoudiging van de verplichtingen van de bedrijven die werkzaamheden verrichten in

lidstaten waar zij niet gevestigd zijn, dient een regeling te worden ingevoerd volgens welke zij

zich tot één enkel elektronisch loket kunnen wenden om zich voor btw-doeleinden te

identificeren en aangifte te doen. Totdat een dergelijke regeling een feit is, dient gebruik te

worden gemaakt van de regeling die is ingevoerd om het voor niet-gevestigde

belastingplichtigen gemakkelijker te maken hun fiscale verplichtingen te vervullen.

(9) Ter bevordering van de correcte toepassing van de bepalingen van deze richtlijn dient iedere

voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige een lijst in te dienen van de

belastingplichtigen en de voor btw-doeleinden geïdentificeerde, niet-belastingplichtige

rechtspersonen voor wie hij een onder de verleggingsregeling vallende belastbare dienst heeft

verricht.

(10) Richtlijn 2006/112/EG dient derhalve te worden gewijzigd.

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2009 als volgt gewijzigd:

(1) In artikel 56 wordt lid 3 vervangen door:

"Lid 1, punten j) en k), en lid 2 zijn van toepassing tot en met 31 december 2009."

(2) In artikel 57 wordt lid 2 vervangen door:

"Lid 1 is van toepassing tot en met 31 december 2009.".

(3) In artikel 59 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Tot en met 31 december 2009 passen de lidstaten artikel 58, punt b), toe op de in artikel 56,

lid 1, punt j), bedoelde radio- en televisieomroepdiensten welke worden verricht voor niet-

belastingplichtigen die in een lidstaat gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke

verblijfplaats hebben, door een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten de

Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de diensten

worden verricht, of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of

gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft."

Artikel 2

Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2010 als volgt gewijzigd:

(1) in titel V wordt hoofdstuk 3 vervangen door:

"Hoofdstuk 3

Plaats van een dienst

Afdeling 1

Definities

Artikel 43

Voor de toepassing van de regels betreffende de plaats van een dienst:

(1) wordt een belastingplichtige die ook werkzaamheden of handelingen verricht welke niet als

belastbare goederenleveringen of diensten in de zin van artikel 2, lid 1, worden beschouwd,

met betrekking tot alle voor hem verrichte diensten als belastingplichtige aangemerkt;

Afdeling 2

Algemene bepalingen

Artikel 44

De plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats

waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Worden deze

diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats

dan die waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van die

diensten de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of

vaste inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de

belastingplichtige die deze diensten afneemt.

Artikel 45

De plaats van een dienst, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de

dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Worden deze diensten

evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die

waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van die diensten

de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste

inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats van de

dienstverrichter.

Afdeling 3

Bijzondere bepalingen

Onderafdeling 1

Diensten van tussenpersonen

Artikel 46

De plaats van diensten die voor niet-belastingplichtigen worden verricht door een tussenpersoon die

in naam en voor rekening van derden handelt, is de plaats waar de handeling overeenkomstig de

bepalingen van deze richtlijn wordt verricht.

Onderafdeling 2

Diensten met betrekking tot onroerende goederen

Artikel 47

De plaats van diensten die betrekking hebben op onroerend goed, met inbegrip van diensten van

experts en makelaars in onroerende goederen, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf

of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de accommodatie in vakantiekampen

of op locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen, het verlenen van

gebruiksrechten op een onroerend goed, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering

Onderafdeling 3

Vervoerdiensten

Artikel 48

De plaats van personenvervoerdiensten is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar

verhouding van de afgelegde afstanden.

Artikel 49

De plaats van andere goederenvervoerdiensten voor niet belastingplichtigen dan het

intracommunautaire vervoer van goederen is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar

verhouding van de afgelegde afstanden.

Artikel 50

De plaats van intracommunautaire goederenvervoerdiensten voor niet belastingplichtigen is de

plaats van vertrek.

Artikel 51

Onder intracommunautair goederenvervoer wordt verstaan het vervoer van goederen waarvan de

Artikel 52

De lidstaten behoeven het gedeelte van het intracommunautaire goederenvervoer voor niet-

belastingplichtigen dat overeenkomt met de trajecten die zijn afgelegd over wateren die niet tot het

grondgebied van de Gemeenschap behoren, niet aan de BTW te onderwerpen.

Onderafdeling 4

Diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,

vermakelijkheids- en soortgelijke activiteiten, met vervoer samenhangende activiteiten, en

expertises en werkzaamheden met betrekking tot roerende zaken

Artikel 53

De plaats van een dienst en van daarmee samenhangende diensten, in verband met culturele,

artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten,

zoals beurzen en tentoonstellingen, inclusief de diensten van de organisatoren van dergelijke

activiteiten, is de plaats waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

Artikel 54

De plaats van de volgende voor niet belastingplichtigen verrichte diensten is de plaats waar die

Onderafdeling 5

Restaurant- en cateringdiensten

Artikel 55

De plaats van restaurant- en cateringdiensten is de plaats waar die diensten materieel worden

verricht.

Onderafdeling 6

Verhuur van vervoermiddelen

Artikel 56

  • 1. 
    De plaats van kortdurende verhuur van een vervoermiddel is de plaats waar dat vervoermiddel

daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld.

  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1 wordt onder "kortdurende verhuur" verstaan, het ononderbroken

bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen.

Voor schepen wordt deze periode evenwel tot ten hoogste negentig dagen verlengd.

Onderafdeling 7

Restaurant- en cateringdiensten voor verbruik aan boord van een schip, vliegtuig of trein

  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1 wordt onder "in de Gemeenschap verricht gedeelte van een

passagiersvervoer" verstaan, het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de

Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het

passagiersvervoer.

Als plaats van vertrek van een passagiersvervoer wordt beschouwd het eerste punt in de

Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten

de Gemeenschap.

Als plaats van aankomst van een passagiersvervoer wordt beschouwd het laatste punt in de

Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen, van

boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap.

Ingeval het een heen en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer

beschouwd.

Onderafdeling 8

Langs elektronische weg voor niet belastingplichtigen verrichte diensten

Artikel 58

De plaats van langs elektronische weg verrichte diensten, met name de in bijlage II bedoelde

Onderafdeling 9

Diensten voor niet belastingplichtigen buiten de Gemeenschap

Artikel 59

De plaats van de volgende diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige die buiten de

Gemeenschap gevestigd is of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, is de

plaats waar deze persoon gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:

  • a) 
    de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, handelsmerken

en soortgelijke rechten;

  • b) 
    diensten op het gebied van de reclame;
  • c) 
    diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten,

accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en

informatieverschaffing;

  • d) 
    de verplichting om een beroepsactiviteit of een in dit artikel vermeld recht geheel of

gedeeltelijk niet uit te oefenen;

  • e) 
    bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen

en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;

  • f) 
    het beschikbaar stellen van personeel;
  • g) 
    de verhuur van roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van alle vervoermiddelen;
  • h) 
    het bieden van toegang tot aardgas- en elektriciteitsdistributiesystemen alsmede het verrichten

Onderafdeling 10

Voorkomen van dubbele heffing of niet-heffing van belasting

Artikel 59 bis

Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging

te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de plaats van verrichting

valt onder de artikelen 44, 45, 56 en 59:

  • a) 
    de plaats van deze diensten, die krachtens die artikelen in het binnenland is gelegen,

aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de

werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;

  • b) 
    de plaats van deze diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het

binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie op

hun grondgebied geschieden.

Deze bepaling geldt echter niet voor de onder artikel 59, eerste alinea, punt k), vallende diensten.

Artikel 59 ter

Tot en met 31 december 2009 passen de lidstaten artikel 59 bis, punt b), toe op

(2) in artikel 98, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:

"De verlaagde tarieven zijn niet van toepassing op langs elektronische weg verrichte

diensten."

(3) in artikel 170 wordt de inleidende zin vervangen door:

"Een belastingplichtige die in de zin van artikel 1 van Richtlijn 86/560/EEG1, artikel 2,

punt 1, en artikel 3 van Richtlijn 200Y/YYY/EG2, en artikel 171 van deze richtlijn, niet

gevestigd is in de lidstaat waar hij goederen en diensten aankoopt of aan BTW onderworpen

goederen invoert, heeft recht op teruggaaf van de BTW indien de goederen en diensten

worden gebruikt voor de volgende handelingen:"

(4) artikel 171 wordt als volgt gewijzigd:

  • a) 
    lid 1 wordt vervangen door:

"1. De teruggaaf van de BTW aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat waar zij

goederen en diensten aankopen of aan BTW onderworpen goederen invoeren,

maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, geschiedt volgens de bij Richtlijn

200Y/YYY/EG vastgestelde uitvoeringsbepalingen."

  • b) 
    lid 3 wordt vervangen door:

"3. Richtlijn 86/560/EEG is niet van toepassing op:

  • a) 
    volgens de wetgeving van de lidstaat van teruggaaf incorrect gefactureerde

BTW-bedragen;

  • b) 
    gefactureerde BTW-bedragen voor goederenleveringen die krachtens

artikel 138 of artikel 146, lid 1, punt b), van BTW vrijgesteld zijn of kunnen

worden."

(5) het volgende artikel 171 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 171 bis

De lidstaten kunnen in plaats van overeenkomstig Richtlijn 86/560/EEG of Richtlijn

200Y/YYY/EG teruggaaf te verlenen van de belasting op voor een belastingplichtige bestemde

goederenleveringen of diensten ten aanzien waarvan de belastingplichtige overeenkomstig

artikel 194 tot en met 197 of artikel 199 tot voldoening van de belasting is gehouden, toestaan dat

deze belasting volgens de procedure van artikel 168 in mindering wordt gebracht. Bestaande

beperkingen uit hoofde van artikel 2, lid 2, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG kunnen

behouden blijven.

"Artikel 192 bis

Voor de toepassing van deze afdeling wordt een belastingplichtige die een vaste inrichting heeft op

het grondgebied van de lidstaat waar de belasting verschuldigd is, geacht een niet in die lidstaat

gevestigde belastingplichtige te zijn wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a) 
    hij verricht op het grondgebied van deze lidstaat een belastbare goederenlevering of een

dienst,

  • b) 
    bij het verrichten van die goederenlevering of die dienst is geen inrichting van de leverancier

of dienstverrichter op het grondgebied van deze lidstaat betrokken."

(7) artikel 196 wordt vervangen door:

"Artikel 196

De BTW is verschuldigd door de belastingplichtige of door de voor BTW-doeleinden

geïdentificeerde niet-belastingplichtige rechtspersoon die een dienst afneemt als bedoeld in

artikel 44, wanneer de dienst door een niet in die lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt

verricht.";

(8) aan artikel 214 worden de volgende punten toegevoegd:

"Artikel 262

Iedere voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige moet een lijst indienen met de

volgende gegevens:

  • a) 
    de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde afnemers aan wie hij goederen heeft geleverd

onder de in artikel 138, lid 1, en lid 2, onder c), gestelde voorwaarden;

  • b) 
    de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde personen voor wie de goederen waarop de in

artikel 42 bedoelde intracommunautaire verwervingen betrekking hebben, bestemd zijn;

  • c) 
    de belastingplichtigen en de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde niet-belastingplichtige

rechtspersonen voor wie hij andere diensten heeft verricht dan die welke in de lidstaat waar de

handeling belastbaar is, van BTW zijn vrijgesteld, voor welke diensten de afnemer

overeenkomstig artikel 196 de tot voldoening van de belasting gehouden persoon is."

(10) artikel 264, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

  • a) 
    de punten a) en b) worden vervangen door:

"a) het nummer waaronder de belastingplichtige voor BTW-doeleinden is

geïdentificeerd in de lidstaat waar de lijst moet worden ingediend, en waaronder

  • b) 
    punt d) wordt vervangen door:

"d) voor elke afnemer het totale bedrag van de door de belastingplichtige verrichte

goederenleveringen en het totale bedrag van de door de belastingplichtige

verrichte diensten;";

(11) artikel 358 wordt als volgt gewijzigd:

(a) punt 2) wordt vervangen door:

"2) "elektronische diensten" en "langs elektronische weg verrichte diensten": de

diensten bedoeld in artikel 59, eerste alinea, punt k);"

(b) punt 4) wordt vervangen door:

"4) "lidstaat van verbruik": de lidstaat waar overeenkomstig artikel 58 de

elektronische diensten geacht worden te worden verricht;"

Artikel 3

Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2011 als volgt gewijzigd:

Artikel 54

  • 1. 
    De plaats van voor een niet-belastingplichtige verrichte diensten en van daarmee samen-

hangende diensten, in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke,

educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen,

inclusief de dienstverrichtingen van de organisatoren van dergelijke activiteiten, is de plaats

waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.

  • 2. 
    De plaats van de volgende voor niet belastingplichtigen verrichte diensten is de plaats waar

die diensten daadwerkelijk worden verricht:

  • a) 
    activiteiten die met vervoer samenhangen, zoals laden, lossen, intern vervoer en

soortgelijke activiteiten;

  • b) 
    expertises en werkzaamheden met betrekking tot roerende lichamelijke zaken.".

Artikel 4

Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2013 als volgt gewijzigd:

  • 4. 
    Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 wordt onder "kortdurende verhuur" verstaan

het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten

hoogste dertig dagen. Voor schepen wordt deze periode evenwel tot ten hoogste negentig

dagen verlengd."

Artikel 5

Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 20JJ als volgt gewijzigd:

(1) in titel V, hoofdstuk 3, afdeling 3 wordt onderafdeling 8 vervangen door:

"Onderafdeling 8

Telecommunicatiediensten, omroepdiensten en langs elektronische weg

verrichte diensten voor niet belastingplichtigen

Artikel 58

De plaats van de volgende diensten, verricht voor een niet belastingplichtige, is de plaats

waar deze persoon gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:

  • a) 
    telecommunicatiediensten;

(3) Artikel 59 bis wordt vervangen door:

"Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de

mededinging te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de

plaats van verrichting valt onder de artikelen 44, 45, 56, 58 en 59,

  • a) 
    de plaats van deze diensten, die krachtens die artikelen in het binnenland is gelegen,

aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik

en de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;

  • b) 
    de plaats van deze diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het

binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie

op hun grondgebied geschieden."

(4) Artikel 59 ter wordt geschrapt.

(5) in artikel 204, lid 1, wordt de derde alinea vervangen door:

"De lidstaten kunnen de in de tweede alinea bedoelde mogelijkheid echter niet toepassen op

niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen in de zin van artikel 358 bis, punt 1),

die voor de bijzondere regeling voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten of langs

elektronische weg verrichte diensten hebben gekozen."

(8) Artikel 358 wordt vervangen door:

"Artikel 358

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk

verstaan onder:

  • 1) 
    "telecommunicatiediensten" en "omroepdiensten": de diensten bedoeld in artikel 58,

eerste alinea, punten a) en b);

  • 2) 
    "elektronische diensten" en "langs elektronische weg verrichte diensten": de diensten

bedoeld in artikel 58, eerste alinea, punt c);"

  • 3) 
    "lidstaat van verbruik": de lidstaat waar overeenkomstig artikel 58 de

telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten geacht worden te

worden verricht;

  • 4) 
    "BTW aangifte": de aangifte waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag

van de in elke lidstaat verschuldigde BTW vast te stellen."

(9) het opschrift van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, wordt vervangen door:

(10) in titel XII, hoofdstuk 6, wordt aan afdeling 2 het volgende artikel 358 bis toegevoegd:

"Artikel 358 bis

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling

verstaan onder:

(1) "niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de

zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft

gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet anderszins voor

BTW-doeleinden geïdentificeerd moet zijn;

(2) "lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde

belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn

activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap

overeenkomstig deze afdeling."

(11) Artikel 359 wordt vervangen door:

"De lidstaten staan toe dat een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die

telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet

belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke

(13) Artikel 361 wordt vervangen door:

"1. De mededeling die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan de

lidstaat van identificatie doet wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de

volgende bijzonderheden:

  • a) 
    de naam;
  • b) 
    het postadres;
  • c) 
    de elektronische adressen, met inbegrip van websites;
  • d) 
    in voorkomend geval, het nationale belastingnummer;
  • e) 
    een verklaring dat de belastingplichtige niet voor BTW-doeleinden in de

Gemeenschap geïdentificeerd is.

  • 2. 
    De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet de lidstaat van

identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie."

(14) Artikel 362 wordt vervangen door:

(15) Artikel 363 wordt vervangen door:

"De lidstaat van identificatie verwijdert de niet in de Gemeenschap gevestigde

belastingplichtige in de volgende gevallen uit het identificatieregister:

  • a) 
    de belastingplichtige deelt die lidstaat mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht;
  • b) 
    er kan anderszins worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten beëindigd zijn;
  • c) 
    hij vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken;
  • d) 
    hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling."

(16) Artikel 364 wordt vervangen door:

"De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij

de lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al

dan niet telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. De

aangifte wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de

aangifte betrekking heeft, ingediend."

(18) in artikel 366 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De BTW-aangifte wordt in euro's verricht.

De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen, kunnen eisen dat de BTW-aangifte in hun

nationale munteenheid luidt. Indien de diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de

niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij het invullen van de BTW-aangifte

de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak"

(19) de artikelen 367 en 368 worden vervangen door:

"Artikel 367

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de BTW onder verwijzing

naar de betreffende BTW-aangifte, zulks op het moment dat de aangifte wordt ingediend,

doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden

ingediend.

De belasting moet worden overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven

bankrekening in euro's. De lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen,

kunnen eisen dat de betaling wordt overgemaakt naar een bankrekening in hun eigen valuta.

(20) in artikel 369 wordt lid 1 vervangen door:

"1. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen

waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze

boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de

lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de BTW-aangifte te bepalen."

(21) aan hoofdstuk 6 van titel XII wordt de volgende afdeling 3 toegevoegd:

"Afdeling 3

Bijzondere regeling voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten

verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde

belastingplichtigen

Artikel 369 bis

Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling

verstaan onder:

(1) niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige: een belastingplichtige die de

zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de

Gemeenschap heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn

Artikel 369 ter

De lidstaten staan toe dat van deze bijzondere regeling gebruik wordt gemaakt door niet in de

lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten

of elektronische diensten verrichten voor niet belastingplichtigen die in een lidstaat gevestigd zijn

of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben. Deze bijzondere regeling is van

toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

Artikel 369 quater

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige doet aan de lidstaat van identificatie

opgave van het begin en de beëindiging van zijn onder deze bijzondere regeling vallende activiteit

als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden

voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken. Deze opgave gebeurt langs

elektronische weg.

Artikel 369 quinquies

Een belastingplichtige die van de bijzondere regeling gebruik maakt, wordt voor de belastbare

handelingen onder die regeling alleen in de lidstaat van identificatie voor BTW-doeleinden

geïdentificeerd. Daartoe maakt de lidstaat van identificatie gebruik van het individuele BTW-

identificatienummer dat reeds aan de belastingplichtige is toegekend met betrekking tot diens

Artikel 369 sexies

De lidstaat van identificatie sluit de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige

van deze bijzondere regeling uit in elk van de volgende gevallen:

  • a) 
    indien hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of

elektronische diensten verricht;

  • b) 
    indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen

belastbare activiteiten beëindigd zijn;

  • c) 
    hij vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen

maken;

  • d) 
    hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling."

Artikel 369 septies

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij de

lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet

telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. De aangifte

wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft,

Indien de belastingplichtige behalve in de lidstaat van identificatie in een andere lidstaat een of

meer vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de BTW-aangifte, per

lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, naast

de in de eerste alinea bedoelde gegevens, tevens het totale bedrag van de gedurende het

belastingtijdvak verrichte telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten die

onder de bijzondere regeling van deze afdeling vallen, alsmede het individueel BTW-

identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.

Artikel 369 nonies

  • 1. 
    De BTW-aangifte wordt in euro's verricht.

De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen, kunnen eisen dat de BTW-aangifte in hun

nationale munteenheid luidt. Indien de diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de

niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bij het invullen van de BTW-

aangifte de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak.

  • 2. 
    De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die

dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op

de eerstvolgende dag van bekendmaking.

Artikel 369 decies

Artikel 369 undecies

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere

regeling gebruik maakt, past met betrekking tot voorbelasting die verband houdt met aan deze

bijzondere regeling onderworpen activiteiten geen BTW-aftrek uit hoofde van artikel 168 van

de onderhavige richtlijn toe. Niettegenstaande artikel 2, lid 1, en artikel 3 van

Richtlijn 200Y/YYY/EG wordt deze belastingplichtige daarvoor teruggaaf verleend

overeenkomstig die richtlijn.

Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere

regeling gebruik maakt, in de lidstaat van verbruik ook niet aan deze bijzondere regeling

onderworpen activiteiten verricht waarvoor hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd moet

zijn, moet hij de voorbelasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling

onderworpen activiteiten bij de indiening van de in artikel 250 bedoelde aangifte in aftrek

brengen.

Artikel 369 duodecies

  • 1. 
    De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voert van alle

handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze

boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de

lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de BTW-aangifte te bepalen.

Artikel 6

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om met ingang van 1 januari 2009 aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om met ingang van 1 januari 2010 aan artikel 2 van deze richtlijn te voldoen.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om met ingang van 1 januari 2011 aan artikel 3 van deze richtlijn te voldoen.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om met ingang van 1 januari 2013 aan artikel 4 van deze richtlijn te voldoen.

De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om met ingang van 1 januari 20JJ aan artikel 5 van deze richtlijn te voldoen.

De lidstaten delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een

transponeringstabel waarin wordt aangegeven in welke nationale bepalingen de bepalingen

van deze richtlijn zijn verwerkt. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de

bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De

Artikel 7

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

Voorstel voor

RICHTLIJN 200Y/YYY/EG VAN DE RAAD

tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG

vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen

die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie1,

Gezien het advies van het Europees Parlement2,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De uitvoeringsvoorschriften als vastgesteld in Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van

6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake

omzetbelasting Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde

(2) De in die richtlijn vastgestelde regeling moet worden gewijzigd met betrekking tot de

termijn waarbinnen beschikkingen aangaande verzoeken om teruggaaf ter kennis van

bedrijven worden gebracht. Tegelijkertijd moet worden bepaald dat bedrijven eveneens

binnen specifieke termijnen moeten antwoorden. Bovendien moet de procedure worden

vereenvoudigd en gemoderniseerd door het gebruik van moderne technologieën toe te staan.

(3) De nieuwe procedure zal het bedrijfsleven in een betere positie plaatsen, aangezien de

lidstaten rente verschuldigd zullen zijn wanneer de teruggaaf te laat geschiedt; ook zullen

bedrijven over meer rechtsmiddelen beschikken.

(4) Ter wille van de duidelijkheid en de leesbaarheid dient de bepaling betreffende de

toepassing van Richtlijn 79/1072/EEG, die al in Richtlijn 2006/112/EG stond, thans in de

onderhavige richtlijn te worden opgenomen.

(5) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde maatregel niet voldoende door de lidstaten

kunnen worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang van de maatregel, beter door

de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het

in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen.

Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze

richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

Artikel 1

In deze richtlijn worden de nadere voorschriften vastgesteld voor de teruggaaf van de belasting over

de toegevoegde waarde krachtens artikel 170 van Richtlijn 2006/112/EG aan niet in de lidstaat van

teruggaaf gevestigde belastingplichtigen die aan de vereisten van artikel 3 voldoen.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • 1. 
    niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige: iedere belastingplichtige in de

zin van artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG die niet in de lidstaat van teruggaaf, maar

in een andere lidstaat gevestigd is.

  • 2. 
    lidstaat van teruggaaf: de lidstaat waar de belasting over de toegevoegde waarde aan de niet in

de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige in rekening werd gebracht ter zake van

de voor genoemde belastingplichtige door andere belastingplichtigen in deze lidstaat verrichte

diensten of goederenleveringen, dan wel ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat;

  • 3. 
    teruggaaftijdvak: het tijdvak als bepaald in artikel 16, waarop het teruggaafverzoek betrekking

heeft;

Artikel 3

Deze richtlijn is van toepassing op de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige

die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a) 
    tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij in de lidstaat van teruggaaf noch de zetel van zijn

bedrijfsuitoefening gehad, noch een vaste inrichting van waaruit zakelijke handelingen

werden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats

of zijn gebruikelijke verblijfplaats;

  • b) 
    tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij geen goederenleveringen of diensten verricht

waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering

van de volgende handelingen:

  • i) 
    vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens de

artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 en 160 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • ii) 
    goederenleveringen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens de artikelen

194 tot en met 197 en artikel 199 van Richtlijn 2006/112/EG btw verschuldigd is.

Artikel 4

Artikel 5

Elke lidstaat verleent iedere niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige teruggaaf

van de belasting over de toegevoegde waarde die werd geheven ter zake van de voor genoemde

belastingplichtige door andere belastingplichtigen in deze lidstaat verrichte goederenleveringen of

diensten, of ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat, voorzover deze goederen of

diensten worden gebruikt voor de volgende handelingen:

  • a) 
    de handelingen bedoeld in artikel 169, punten a) en b), van Richtlijn 2006/112/EEG;
  • b) 
    handelingen, waarvan de afnemer overeenkomstig de artikelen 194 tot en met 197 en artikel

199 van Richtlijn 2006/112/EG, als toegepast in de lidstaat van teruggaaf, tot voldoening van

de belasting is gehouden.

Niettegenstaande artikel 6 wordt voor de toepassing van deze richtlijn het recht op teruggaaf van

voorbelasting bepaald overeenkomstig Richtlijn 2006/112/EEG, als toegepast in de lidstaat van

teruggaaf.

Artikel 6

Om in de lidstaat van teruggaaf recht te hebben op teruggaaf moet een niet in deze lidstaat

gevestigde belastingplichtige handelingen verrichten die in de lidstaat van vestiging een recht op

Artikel 7

Een niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige die in die lidstaat teruggaaf van

de belasting over de toegevoegde waarde wenst te verkrijgen, richt langs elektronische weg een

teruggaafverzoek tot de lidstaat van teruggaaf, dat hij indient bij zijn lidstaat van vestiging, via de

door deze lidstaat ingestelde portaalsite.

Artikel 8

  • 1. 
    Het teruggaafverzoek moet de volgende informatie bevatten:
  • a) 
    de naam en het volledige adres van de aanvrager;
  • b) 
    een elektronisch adres;
  • c) 
    een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager waarvoor de goederen of

diensten worden afgenomen;

  • d) 
    het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;
  • e) 
    een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen

goederenleveringen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de

lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in

  • 2. 
    Naast de in lid 1 bedoelde gegevens worden in het teruggaafverzoek voor iedere lidstaat van

teruggaaf en voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld:

  • a) 
    de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter;
  • b) 
    behalve in het geval van invoer, het btw-identificatienummer van de leverancier of

dienstverrichter of zijn fiscaal registratienummer, toegekend door de lidstaat van

teruggaaf overeenkomstig artikel 239 en 240 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • c) 
    behalve in het geval van invoer, het landencodenummer van de lidstaat van teruggaaf

overeenkomstig artikel 215 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • d) 
    de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;
  • e) 
    de maatstaf van heffing en het bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde,

uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;

  • f) 
    het overeenkomstig artikel 5 en artikel 6, tweede alinea, berekende bedrag van de

aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde, uitgedrukt in de munteenheid van de

lidstaat van teruggaaf;

  • g) 
    indien van toepassing, het krachtens artikel 6 berekende pro rata, uitgedrukt in

Artikel 9

  • 1. 
    In het teruggaafverzoek moet de aard van de afgenomen goederen en diensten door middel

van de volgende codes worden aangegeven:

  • 1. 
    = brandstof;
  • 2. 
    = verhuur van vervoermiddelen;
  • 3. 
    = andere uitgaven in verband met vervoermiddelen dan die voor de goederen en

diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2;

  • 4. 
    = wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de

weginfrastructuur;

  • 5. 
    = reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer;
  • 6. 
    = logies;
  • 7. 
    = spijzen, drank en restauratie;
  • 8. 
    = toegang tot beurzen en tentoonstellingen;
  • 9. 
    = weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie;
  • 10. 
    = andere.

Indien code 10 wordt gebruikt, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden

aangegeven.

  • 2. 
    De lidstaat van teruggaaf kan verlangen dat de aanvrager langs elektronische weg aanvullende

gegevens verstrekt met betrekking tot iedere in lid 1 vermelde code, voorzover die gegevens

Artikel 11

De lidstaat van teruggaaf kan verlangen dat de aanvrager zijn beroepsactiviteit omschrijft aan de

hand van geharmoniseerde codes die worden bepaald volgens de in artikel 34 bis, lid 3, tweede

alinea, van Verordening (EG) nr. 1798/2003 bedoelde procedure.

Artikel 12

Met het oog op de toepassing van deze richtlijn kan de lidstaat van teruggaaf specificeren welke taal

of talen moeten worden gebruikt voor het verstrekken van de gegevens in het teruggaafverzoek of

van mogelijke andere aanvullende gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.

Artikel 13

Indien het vermelde pro rata voor de toepassing van de aftrek overeenkomstig artikel 175 van

Richtlijn 2006/112/EG na de indiening van het teruggaafverzoek wordt aangepast, moet de

aanvrager het bedrag dat wordt teruggevraagd of dat reeds is teruggegeven, corrigeren

De correctie vindt plaats in een teruggaafverzoek dat gedaan wordt binnen het kalenderjaar volgend

op het desbetreffende teruggaaftijdvak, dan wel, - mocht de aanvrager in dat kalenderjaar geen

teruggaafverzoek indienen - door via de door de lidstaat van vestiging ingestelde portaalsite een

afzonderlijke verklaring toe te zenden.

Artikel 14

  • 1. 
    Het teruggaafverzoek heeft betrekking op:
  • a) 
    verwervingen van goederen of afnames van diensten die gedurende het teruggaaftijdvak

gefactureerd zijn, mits de belasting vóór of op het tijdstip van facturatie verschuldigd

geworden is, of ten aanzien waarvan de belasting gedurende het teruggaaftijdvak

verschuldigd geworden is, mits de afnames gefactureerd zijn voordat de belasting

verschuldigd is geworden;

  • b) 
    de invoer van goederen die gedurende het teruggaaftijdvak heeft plaatsgevonden.
  • 2. 
    Het teruggaafverzoek kan ook betrekking hebben op facturen of invoerdocumenten die niet

door eerdere teruggaafverzoeken werden bestreken en die betrekking hebben op handelingen

die tijdens het kalenderjaar in kwestie werden verricht.

Artikel 15

  • 1. 
    Het teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september van het kalenderjaar volgend op het

teruggaaftijdvak bij de lidstaat van vestiging worden ingediend. Het teruggaafverzoek geldt

alleen als ingediend indien de aanvrager alle in de artikelen 8, 9 en 11 verlangde gegevens

verstrekt heeft.

Artikel 17

Betreft het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak van minder dan één kalenderjaar, doch van ten

minste drie maanden, dan moet het btw-bedrag waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft ten

minste 400 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid belopen.

Betreft het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak van een kalenderjaar of het resterende gedeelte

van een kalenderjaar, dan moet het btw-bedrag ten minste 50 euro of de tegenwaarde daarvan in de

nationale munteenheid belopen.

Artikel 18

  • 1. 
    De lidstaat van vestiging stuurt het verzoek niet door aan de lidstaat van teruggaaf wanneer de

aanvrager in zijn lidstaat van vestiging gedurende het teruggaaftijdvak

  • a) 
    niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is;
  • b) 
    slechts goederenleveringen of diensten verricht die uit hoofde van de artikelen 132, 135,

136 en 371, de artikelen 374 tot en met 377, artikel 378, lid 2, onder a), artikel 379,

lid 2, of de artikelen 380 tot en met 390 van Richtlijn 2006/112/EG of van inhoudelijk

identieke bepalingen van de akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië van 2005

zonder recht op aftrek van voorbelasting vrijgesteld zijn;

Artikel 19

  • 1. 
    De lidstaat van teruggaaf stelt de aanvrager onverwijld langs elektronische weg in kennis van

de datum van ontvangst van het verzoek.

  • 2. 
    De lidstaat van teruggaaf deelt zijn beschikking om het teruggaafverzoek in te willigen of af

te wijzen binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek in de lidstaat van teruggaaf aan

de aanvrager mee.

Artikel 20

  • 1. 
    Ingeval de lidstaat van teruggaaf meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om

met betrekking tot het geheel of een deel van het teruggaafverzoek een beschikking te kunnen

geven, kan hij binnen de in artikel 19, lid 2, genoemde termijn van vier maanden, langs

elektronische weg in het bijzonder de aanvrager of de lidstaat van vestiging om aanvullende

gegevens verzoeken. Indien de aanvullende gegevens worden opgevraagd bij een andere

persoon dan de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, wordt alleen langs

elektronische weg om gegevens verzocht indien de bestemmeling van het verzoek over de

desbetreffende apparatuur beschikt.

Zo nodig kan de lidstaat van teruggaaf om verdere aanvullende gegevens verzoeken.

Artikel 21

Indien een lidstaat van teruggaaf om aanvullende gegevens heeft verzocht, deelt hij zijn beschikking

om het teruggaafverzoek in te willigen of af te wijzen aan de aanvrager mee binnen twee maanden

na ontvangst van de gevraagde gegevens of, indien niet op zijn verzoek gereageerd is, binnen twee

maanden na het verstrijken van de in artikel 20, lid 2 genoemde termijn. De termijn waarover de

lidstaat van teruggaaf vanaf de ontvangst van het teruggaafverzoek beschikt om over een volledige

of gedeeltelijke teruggaaf een beschikking te geven, beloopt evenwel in ieder geval ten minste zes

maanden

Wanneer de lidstaat van teruggaaf verdere aanvullende gegevens verlangt, stelt hij binnen acht

maanden nadat het teruggaafverzoek door de lidstaat van teruggaaf is ontvangen, de aanvrager in

kennis van zijn beschikking over een gehele of gedeeltelijke teruggaaf.

Artikel 22

  • 1. 
    Indien het teruggaafverzoek wordt ingewilligd, betaalt de lidstaat van teruggaaf het

goedgekeurde teruggaafbedrag uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in

artikel 19, lid 2, genoemde termijn, of, indien om aanvullende of verdere aanvullende

gegevens is verzocht, na het verstrijken van de overeenkomstige termijnen in artikel 21.

  • 2. 
    De teruggaaf vindt plaats in de lidstaat van teruggaaf, of, indien de aanvrager daarom

Artikel 23

  • 1. 
    Indien het teruggaafverzoek geheel of ten dele wordt afgewezen, worden de redenen hiervoor

door de lidstaat van teruggaaf tegelijkertijd met de beschikking aan de aanvrager meegedeeld.

  • 2. 
    De aanvrager kan bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van teruggaaf rechtsmiddelen

instellen tegen een beschikking tot afwijzing van een teruggaafverzoek, in de vorm en binnen

de termijnen die gelden voor het instellen van rechtsmiddelen door in de lidstaat van

teruggaaf gevestigde personen.

Indien het feit dat de lidstaat van teruggaaf nalaat om ten aanzien van het teruggaafverzoek

een beschikking te geven in de vorm en binnen de termijnen als vastgesteld bij deze richtlijn,

volgens het recht van deze lidstaat noch als inwilliging noch als afwijzing te beschouwen is,

zijn de eventuele bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures waartoe in deze lidstaat

gevestigde belastingplichtigen toegang hebben, op dezelfde wijze voor de aanvrager

toegankelijk. Indien dergelijke procedures niet voorhanden zijn, wordt het feit dat de lidstaat

van teruggaaf nalaat om binnen de vastgestelde termijnen een beschikking ten aanzien van het

teruggaafverzoek te geven, opgevat als afwijzing van het verzoek.

Artikel 24

  • 1. 
    Wanneer teruggaaf op frauduleuze of anderszins onrechtmatige wijze is verkregen, gaat de

Artikel 25

Aanpassingen betreffende een eerder teruggaafverzoek als bedoeld in artikel 13, worden door de

lidstaat van teruggaaf met het teruggaafbedrag verrekend of, in geval van toezending van een

afzonderlijke verklaring, afzonderlijk ingevorderd of terugbetaald.

Artikel 26

Indien de teruggaaf te laat plaatsvindt, wordt door de lidstaat van teruggaaf aan de aanvrager rente

betaald over het aan de aanvrager terug te geven bedrag.

De eerste alinea is niet van toepassing indien de aanvrager de gevraagde aanvullende of verdere

aanvullende gegevens niet binnen de voorgeschreven termijn aan de lidstaat van teruggaaf heeft

verstrekt. De eerste alinea is evenmin van toepassing zolang de lidstaat van teruggaaf de krachtens

artikel 10 langs elektronische weg toe te zenden documenten niet heeft ontvangen.

Artikel 27

  • 1. 
    De rente wordt berekend vanaf de dag volgende op de laatste dag waarop de teruggaaf had

moeten plaatsvinden tot de dag waarop de teruggaaf daadwerkelijk plaatsvindt.

  • 2. 
    Als rentevoet geldt de krachtens het nationale recht van de lidstaat van teruggaaf met

Artikel 28

Richtlijn 79/1072/EEG wordt per 1 januari 2010 ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn.

Artikel 29

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden

om uiterlijk op 1 januari 2010 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst

van die bepalingen mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die

bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële

bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden

vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht

mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 30

Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Voorstel voor

VERORDENING (EG) Nr. ZZZ/200Z VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 met betrekking tot de invoering van een regeling

voor administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling in het kader van de bepalingen

betreffende de plaats van een dienst, het eenloketsysteem en de btw-teruggaafprocedure

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie 1,

Gezien het advies van het Europees Parlement 2,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De bij Richtlijn 200X/XXX/EG van de Raad van DD/MM/200J tot wijziging van

Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst aangebrachte wijzigingen met

betrekking tot de plaats van een dienst brengen met zich mee dat door een bedrijf voor een

ander bedrijf verrichte diensten geacht worden verricht te zijn op de plaats waar de afnemer

gevestigd is. Indien de verrichter en de afnemer van de dienst in verschillende lidstaten

gevestigd zijn, is vaker dan voorheen de verleggingsregeling van toepassing.

(2) Teneinde te zorgen voor de correcte heffing van btw op diensten die onder de

verleggingsregeling vallen, dienen de gegevens die door de lidstaat van de dienstverrichter

zijn ingewonnen, te worden medegedeeld aan de lidstaat waar de afnemer gevestigd is. De

mededeling van die gegevens moet worden geregeld in Verordening (EG) nr. 1798/2003 van

de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van

de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr.

218/921.

(3) Bij Richtlijn 200X/XXX/EG wordt ook het toepassingsgebied van het eenloketsysteem

uitgebreid.

(4) Richtlijn 200Y/YYY/EG van de Raad tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in

Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde

(5) De uitbreiding van het toepassingsgebied van het eenloketsysteem en de wijzigingen in de

teruggaafprocedure voor in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen hebben tot

gevolg dat de betrokken lidstaten aanzienlijk meer informatie uitwisselen. De vereiste

informatie-uitwisseling mag geen onevenredig zware administratieve lasten op de betrokken

lidstaten leggen. De informatie-uitwisseling moet derhalve langs elektronische weg gebeuren

met behulp van de bestaande informatie-uitwisselingssystemen.

(6) Verordening (EG) nr. 1798/2003 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Met ingang van 1 januari 2010 wordt Verordening (EG) nr. 1798/2003 als volgt gewijzigd:

(1) in artikel 1, lid 1, wordt de vierde alinea vervangen door:

"Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG worden bij

deze verordening tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische uitwisseling

van inlichtingen over de BTW op diensten die overeenkomstig de bijzondere regeling van

Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, langs elektronische weg worden verricht

alsmede voor eventuele daarop aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder

die bijzondere regeling vallende diensten betreft, voor de overdracht van geldmiddelen tussen

de bevoegde autoriteiten van de lidstaten."

(2) in artikel 2 worden de punten 8 tot en met 11 vervangen door:

"8. intracommunautaire goederenlevering: een goederenlevering die moet worden vermeld

op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • 9. 
    intracommunautaire verrichting van diensten: een verrichting van diensten die moet

worden vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;

(3) in artikel 22, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"1. Elke lidstaat houdt een elektronische gegevensbank bij waarin hij de inlichtingen

opslaat en verwerkt die hij overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG

vergaart."

(4) in artikel 23 wordt punt 2 vervangen door:

"2. de totale waarde van alle intracommunautaire goederenleveringen en de totale waarde

van alle intracommunautaire diensten die verricht zijn voor de personen aan wie de

onder punt 1 bedoelde nummers zijn toegekend, door alle handelaren die in de lidstaat

die de inlichtingen verschaft een BTW-identificatienummer hebben gekregen.";

(5) in artikel 24 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Op basis van de overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevens verkrijgt de bevoegde

autoriteit van een lidstaat, wanneer zij zulks nodig acht teneinde op haar grondgebied

belastbare intracommunautaire verwervingen van goederen of intracommunautaire

verrichtingen van diensten te controleren, doch uitsluitend met het oog op het voorkomen van

inbreuken op de BTW-wetgeving, rechtstreeks en onverwijld, of heeft zij rechtstreeks langs

elektronische weg toegang tot, alle volgende inlichtingen:

(6) in artikel 27 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij

intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede, voor de

duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, de niet in de

Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte

diensten verrichten, met name de in bijlage II van die richtlijn bedoelde diensten,

bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde persoon

toegekend BTW-identificatienummer.

Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, verstrekken

de lidstaten deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in artikel

44, lid 2, bedoelde procedure."

(7) Het opschrift van hoofdstuk VI wordt vervangen door:

"BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELING VAN TITEL XII,

HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG"

(8) Artikel 28 wordt vervangen door:

"De volgende bepalingen zijn van toepassing op de bijzondere regeling van Titel XII,

(10) in artikel 30 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De aangifte met de in artikel 365 van Richtlijn 2006/112/EG genoemde informatie wordt

langs elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk

elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure."

(11) Artikel 31 wordt vervangen door:

"Artikel 22 is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van identificatie is

verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364 en 365 van Richtlijn 2006/112/EG."

(12) Artikel 34 wordt vervangen door:

"Artikel 34

De artikelen 28 tot en met 33 gelden voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van

Richtlijn 2006/112/EG."

(13) Het volgende hoofdstuk VI bis wordt ingevoegd:

"HOOFDSTUK VI bis

Artikel 34 bis

  • 1. 
    De bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging die een verzoek om teruggaaf van de

belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 5 van Richtlijn 200Y/YY/EG

ontvangt, terwijl artikel 18 van die richtlijn niet van toepassing is, stuurt het verzoek binnen

vijftien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek langs elektronische weg door aan de

bevoegde autoriteiten van iedere betrokken lidstaat van teruggaaf, waardoor zij tevens

bevestigt dat de aanvrager in de zin van artikel 2, punt 5, van Richtlijn 200Y/YY/EG aan de

belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is en dat het door de aanvrager

verstrekte BTW-identificatienummer of fiscaal registratienummer geldig is voor het

teruggaaftijdvak.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf stellen de bevoegde autoriteiten

van de andere lidstaten langs elektronische weg in kennis van alle gegevens die zij

verlangen krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn 200Y/YY/EG. De technische details,

inclusief een gemeenschappelijk elektronisch bericht waarin deze gegevens worden

verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure.

  • 3. 
    De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf delen de bevoegde autoriteiten

van de andere lidstaten eveneens langs elektronische weg mee of zij gebruik wensen te

maken van de in artikel 11 van Richtlijn 200Y/YY/EG bedoelde mogelijkheid, te verlangen

dat de aanvrager zijn beroepsactiviteit omschrijft aan de hand van de geharmoniseerde

(14) in artikel 39 wordt de eerste alinea vervangen door:

"Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG zorgen de

Commissie en de lidstaten ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-

uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven

in de artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk voor elke

ontwikkeling van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke

interface (CCN/CSI) die nodig is om de uitwisseling van die inlichtingen tussen de lidstaten

mogelijk te maken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van hun

systemen die nodig is om de uitwisseling van de inlichtingen via het CCN/CSI mogelijk te

maken.".

Artikel 2

Met ingang van 1 januari 20JJ wordt Verordening (EG) nr. 1798/2003 als volgt gewijzigd:

(1) in artikel 1, lid 1, wordt de vierde alinea vervangen door:

"Bij deze verordening worden tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische

uitwisseling van inlichtingen over de BTW op diensten overeenkomstig de bijzondere

regelingen van Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, alsmede voor eventuele daarop

aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere regelingen

Niettegenstaande de eerste alinea en onverminderd artikel 40 mag de aangezochte autoriteit in

geval van een verzoek dat betrekking heeft op inlichtingen over de bedragen die door een

belastingplichtige zijn aangegeven in verband met diensten die belastbaar zijn in de lidstaat

waar de verzoekende autoriteit gevestigd is en waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt

van of ervoor kiest geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII,

hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG, uitsluitend weigeren een administratief

onderzoek in te stellen indien over dezelfde belastingplichtige reeds inlichtingen zijn verstrekt

die verkregen zijn in het kader van een administratief onderzoek dat minder dan twee jaar

voordien heeft plaatsgevonden."

Met betrekking tot de in de tweede alinea bedoelde verzoeken die gedaan zijn door de

verzoekende autoriteit en door de aangezochte autoriteit zijn beoordeeld conform een volgens

de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure op te stellen verklaring van beste praktijken met

betrekking tot het verband tussen het onderhavige lid en artikel 40, lid 1, moet een lidstaat die

op grond van artikel 40 weigert een administratief onderzoek uit te voeren, de verzoekende

autoriteit evenwel de factuurdata en factuurbedragen meedelen van de diensten die de

belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft

verricht."

(3) Aan artikel 17 wordt de volgende nieuwe alinea toegevoegd:

"Voor de toepassing van de eerste alinea werken de lidstaten van vestiging samen met de

(4) In artikel 18 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Elke lidstaat bepaalt of hij deelneemt aan de uitwisseling van een bepaalde categorie

inlichtingen en of dit automatisch of gestructureerd automatisch geschiedt. Iedere lidstaat

moet evenwel deelnemen aan de uitwisseling van de inlichtingen waarover hij beschikt met

betrekking tot de diensten waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor kiest

geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van

Richtlijn 2006/112/EG."

(5) in artikel 27 wordt lid 4 vervangen door:

"4. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij

intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede de niet in

de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte

diensten verrichten, met name de in bijlage II van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde

diensten, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde

persoon toegekend BTW-identificatienummer.

De lidstaten verstrekken deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig

de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure."

(6) Het opschrift van hoofdstuk VI wordt vervangen door:

(8) Artikel 29 wordt vervangen door:

"1. De in artikel 361 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde mededeling die door de niet in de

Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij aanvang van zijn activiteiten aan de

lidstaat van identificatie wordt gedaan, geschiedt langs elektronische weg. De

technische details, inclusief een gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden

vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure.

  • 2. 
    De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg

toe aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen

vanaf het einde van de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap

gevestigde belastingplichtige is ontvangen. Overeenkomstige details voor de

identificatie van de belastingplichtige die van de bijzondere regeling van artikel 369 ter

van Richtlijn 2006/112/EG gebruik maakt, worden aan de bevoegde autoriteiten van de

andere lidstaten toegezonden binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van de

maand waarin de belastingplichtige opgave heeft gedaan van het begin van zijn onder

artikel 369 ter van deze richtlijn vallende belastbare activiteiten. Op dezelfde wze

worden de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis gesteld van het

toegekende identificatienummer.

De technische details, inclusief een gemeenschappelk elektronisch bericht waarin deze

informatie wordt verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde

(9) in artikel 30 worden de eerste en de tweede alinea van artikel 30 vervangen door:

"De aangifte met de in de artikelen 365 en 369 octies van Richtlijn 2006/112/EG genoemde

informatie wordt langs elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een

gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2,

bedoelde procedure.

De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens uiterlijk tien dagen na het einde van de

maand waarin de aangifte is ontvangen langs elektronische weg toe aan de bevoegde autoriteit

van de betrokken lidstaten van verbruik. De gegevens bedoeld in de tweede alinea van

artikel 369 octies van Richtlijn 2006/112/EG worden ook toegezonden aan de bevoegde

autoriteit van de betrokken lidstaat van vestiging. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat

de belastingaangifte dient te luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in

euro tegen de op de laatste dag van de referentieperiode geldende wisselkoers. De

omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die

dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op

de eerstvolgende dag van bekendmaking. De technische details over de wijze waarop deze

informatie wordt verzonden, worden volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure

vastgesteld."

(10) Artikel 31 wordt vervangen door:

(12) in artikel 39 wordt de eerste alinea vervangen door:

"De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en

informatie-uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als

omschreven in de artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk

voor elke ontwikkeling van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met

gemeenschappelijke interface (CCN/CSI) die nodig is om de uitwisseling van die

inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk te maken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor

elke ontwikkeling van hun systemen die nodig is om de uitwisseling van de inlichtingen via

het CCN/CSI mogelijk te maken.".

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 1 van de verordening is van toepassing tot 1 januari 2010.

Artikel 2 van de verordening is van toepassing tot 1 januari 20JJ.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

BIJLAGE 2

VERKLARINGEN VOOR DE NOTULEN:

I. ad het gewijzigd voorstel voor Richtlijn 200X/XXX/EG van de Raad tot wijziging van

Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst

Ad de gehele richtlijn:

De Raad komt overeen om, op basis van passende voorstellen van de Commissie, voort te werken

aan een algehele vereenvoudiging voor niet gevestigde belastingplichtigen (eenloketsysteem),

alsmede om gemeenschappelijke regels op te stellen betreffende de uitsluiting van het recht op btw-

aftrek en betreffende de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen voor kleine en middelgrote

ondernemingen.

Ad de gehele richtlijn:

De Commissie verklaart dat de gekozen bijzondere regeling verder verbeterd moet worden zodat de

betrokken bedrijven optimaal profiteren van de vereenvoudiging. Zij zal alles in het werk stellen om

Artikel 57

De Raad en de Commissie zijn het erover eens dat met dit voorstel niet vooruitgelopen wordt op de

toetsing van de plaats van belastingheffing op voor verbruik aan boord bestemde

goederenleveringen en op diensten, met inbegrip van restaurantdiensten, verricht voor passagiers

aan boord van schepen, vliegtuigen of treinen, als bedoeld in artikel 37 van Richtlijn 2006/112/EG.

Deze toetsing omvat uitdrukkelijk ook diensten verricht aan boord van schepen (waaronder

cruiseschepen) en bestrijkt tevens de nieuwe regeling inzake de plaats van een dienst in artikel 57

van Richtlijn 2006/112/EG.

Artikel 262

De Raad roept alle delegaties op ervoor te zorgen dat de lidstaten al het nodige doen opdat de

krachtens artikel 262 vereiste aanvullende informatie vanaf 1 januari 2010 onder de lidstaten kan

worden uitgewisseld.

De Raad verzoekt de Commissie om op basis van de door de lidstaten verstrekte gegevens in het

oog te houden welke maatregelen door de lidstaten worden genomen, teneinde ervoor te zorgen dat

alle nodige maatregelen voor informatie-uitwisseling door alle lidstaten effectief worden toegepast

vóór de datum van inwerkingtreding van de richtlijn.

Ad artikel 4:

Ad artikel 5:

Artikel 58

De Raad verzoekt de Commissie de praktische toepassing van de in artikel 58 bedoelde diensten te

onderzoeken en in voorkomend geval passende voorstellen aan de Raad voor te leggen.

Artikel 58

De Raad en de Commissie achten het consequent dat een lidstaat een voor btw-doeleinden in een

lidstaat geïdentificeerde belastingplichtige die krachtens artikel 58 vanuit een andere lidstaat

diensten verricht zonder gebruik te maken van de bijzondere regeling waarin bij de artikelen 369 bis

tot en met 369 undecies wordt voorzien, ertoe verplicht bij zijn aangifte dezelfde gegevens te

vermelden als die welke voorgeschreven zijn bij artikel 369 octies. Zij zijn het erover eens dat een

dergelijke verplichting overeenkomstig artikel 273 kan worden opgelegd, mits er niet louter voor de

niet in die lidstaat gevestigde personen administratieve lasten uit voortvloeien.

II. Ad het voorstel voor een richtlijn 200Y/YYY/EG van de Raad tot vaststelling van

nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de

belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van

teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn

III. Ad Verordening (EG) nr. ZZZ/200Z van de Raad tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 1798/2003 met betrekking tot de invoering van een regeling voor administratieve

samenwerking in het kader van de bepalingen betreffende de plaats van een dienst, het

eenloketsysteem en de btw-teruggaafprocedure.

Ad artikel 2:

Artikel 5, lid 3

De lidstaten zijn van mening dat de nodige voorrang moet worden gegeven aan verzoeken om

inlichtingen uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad met

betrekking tot diensten waarvoor de belastingplichtige gebruikt maakt of verkiest geen gebruik te

maken van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn

2006/112/EG. In de operationele verklaring van beste praktijken zou worden gepreciseerd dat die

verzoeken om inlichtingen per definitie niet systematisch mogen zijn, en alleen mogen worden

ingediend door een lidstaat die niet tevreden is over het antwoord op een eerder verzoek dat

rechtstreeks aan de belastingplichtige gericht was; tevens zou die verklaring een afspiegeling

moeten zijn van de algemene beginselen aangaande het verband tussen artikel 5 en artikel 40 van

Verordening (EG) nr. 1798/2003, vooral voor de gevallen waarin:

  • een verzoek van een lidstaat overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder a), als "administratief

onevenredig zwaar belastend" wordt beschouwd. Het leidend beginsel is dat dit niet het

  • van een verzoekende lidstaat overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder b) is vastgesteld dat

hij "voor het verkrijgen van de inlichtingen eerst een beroep heeft gedaan op alle

gebruikelijke bronnen die hij in de gegeven omstandigheden had kunnen benutten". Het

leidend beginsel is dat dit het geval is wanneer de verzoekende autoriteit een

belastingplichtige voordien verzocht heeft de in artikel 369 duodecies bedoelde

boekhouding met voldoende gegevens beschikbaar te stellen in verband met diensten

waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van de bijzondere regeling van titel XII,

hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG, of voordien een belastingplichtige die

ervoor gekozen heeft geen gebruik te maken van die bijzondere regeling om inlichtingen

heeft verzocht.

Ad de artikelen 17 en 18

De Commissie bevestigt dat zij voornemens is Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie

van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen

van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad aan te passen aan het feit dat de lidstaten

informatie moeten uitwisselen zodat zij een behoorlijke controle kunnen uitoefenen over

elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten verricht

door belastingplichtigen die in de Gemeenschap gevestigd zijn. Bij deze aanpassing zal de

Commissie passende aandacht besteden aan de behoeften van zowel de lidstaten van identificatie

als de lidstaten van verbruik, zodat de inlichtingen die moeten worden uitgewisseld in verhouding

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

24 nov
'06
COM(2006)739 - Wijziging van richtlijn 2002/38/EG wat betreft de toepassingsduur van de regeling inzake de btw voor bepaalde diensten die langs elektronische weg worden verricht alsook radio- en televisieomroepdiensten


15 apr
'04
COM(2004)246 - Gemeenschappelijke stelsel van btw


18 jun
'01
COM(2001)294 - Administratieve samenwerking op het gebied van de btw


7 jun
'00
COM(2000)348 - Strategie ter verbetering van de werking van het BTW-stelsel in het kader van de interne markt


15 jul
'82
COM(1982)443 - Harmonisatie van nationale wetgeving inzake omzetbelasting - regeling voor de teruggaaf van de btw aan niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen


23 dec
'77
COM(1977)721 - Harmonisatie van wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - wijze van teruggaaf van de btw aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen


Harmonisatie van nationale wetgeving inzake omzetbelasting - Regeling voor de teruggaaf van de btw aan niet in het binnenland gevestigde belastingplichtigen


Nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening 1798/2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de btw


 
publicatiedatum 22-11-2007
kenmerk 15550/07

Inhoud