Btw-pakket - Hoofdinhoud
RAAD VAN Brussel, 22 november 2007 (29.11)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
15550/07
LIMITE
PUBLIC
DOCUMENT GEDEELTELIJK FISC 158
TOEGANKELIJK
NOTA
van:
het voorzitterschap
aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers / de Raad
Betreft: Btw-pakket
1.
Ten behoeve van de Raad gaat hierbij een compromistekst van het voorzitterschap betreffende
het "btw-pakket".
-
2.In de compromistekst is het akkoord verwerkt dat in de Groep belastingvraagstukken van
21 november 2007 bereikt werd op de punten maritieme diensten en controle- en samen-
werkingsmaatregelen, beide onderdeel van het mandaat dat de Raad Ecofin van 5 juni 2007
aan het Portugese voorzitterschap had verleend.
BIJLAGE 1
Gewijzigd voorstel voor
RICHTLIJN 200X/XXX/EG VAN DE RAAD
tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,
Gezien het voorstel van de Commissie 1,
Gezien het advies van het Europees Parlement 2,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De totstandbrenging van de interne markt heeft, in combinatie met de mondialisering, de
deregulering en de technologische veranderingen, tot ingrijpende veranderingen in de omvang
en het verloop van het dienstenverkeer geleid. Steeds vaker kunnen diensten op afstand
(2) Voor een goede werking van de interne markt moet Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van
28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de
toegevoegde waarde1 wat betreft de plaats van een dienst worden gewijzigd, in aansluiting op
de strategie van de Commissie ter verbetering van de werking van het gemeenschappelijke
btw stelsel2.
(3) Alle diensten moeten in beginsel worden belast op de plaats waar zij werkelijk worden
verbruikt. Ook als de algemene regel inzake de plaats van een dienst in die zin zou worden
gewijzigd, zouden om administratieve en beleidsredenen toch nog altijd bepaalde
uitzonderingen op deze algemene regel nodig zijn.
(4) Bij voor belastingplichtigen verrichte diensten moet de algemene regel inzake de plaats van
een dienst worden gebaseerd op de plaats waar de afnemer en niet de dienstverrichter
gevestigd is. Voor het bepalen van de plaats van een dienst en teneinde de lasten voor het
bedrijfsleven te beperken, moeten belastingplichtigen die ook niet-belastbare activiteiten
verrichten, voor alle voor hen verrichte diensten als belastingplichtige worden behandeld.
Tevens moeten niet-belastingplichtige rechtspersonen die voor btw-doeleinden geïdentificeerd
zijn, als belastingplichtigen worden aangemerkt. Volgens de gebruikelijke voorschriften
moeten deze bepalingen niet gelden voor diensten die door een belastingplichtige worden
afgenomen voor persoonlijk gebruik door hemzelf of door zijn personeel.
(5) Bij voor niet belastingplichtigen verrichte diensten moet als algemene regel blijven gelden
(7) Wanneer een belastingplichtige diensten afneemt van een persoon die niet in dezelfde lidstaat
gevestigd is, moet de toepassing van de verleggingsregeling in bepaalde gevallen verplicht
zijn, hetgeen betekent dat de belastingplichtige zelf het passende bedrag aan btw over de
afgenomen dienst moet aangeven.
(8) Ter vereenvoudiging van de verplichtingen van de bedrijven die werkzaamheden verrichten in
lidstaten waar zij niet gevestigd zijn, dient een regeling te worden ingevoerd volgens welke zij
zich tot één enkel elektronisch loket kunnen wenden om zich voor btw-doeleinden te
identificeren en aangifte te doen. Totdat een dergelijke regeling een feit is, dient gebruik te
worden gemaakt van de regeling die is ingevoerd om het voor niet-gevestigde
belastingplichtigen gemakkelijker te maken hun fiscale verplichtingen te vervullen.
(9) Ter bevordering van de correcte toepassing van de bepalingen van deze richtlijn dient iedere
voor btw-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige een lijst in te dienen van de
belastingplichtigen en de voor btw-doeleinden geïdentificeerde, niet-belastingplichtige
rechtspersonen voor wie hij een onder de verleggingsregeling vallende belastbare dienst heeft
verricht.
(10) Richtlijn 2006/112/EG dient derhalve te worden gewijzigd.
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2009 als volgt gewijzigd:
(1) In artikel 56 wordt lid 3 vervangen door:
"Lid 1, punten j) en k), en lid 2 zijn van toepassing tot en met 31 december 2009."
(2) In artikel 57 wordt lid 2 vervangen door:
"Lid 1 is van toepassing tot en met 31 december 2009.".
(3) In artikel 59 wordt lid 2 vervangen door:
"2. Tot en met 31 december 2009 passen de lidstaten artikel 58, punt b), toe op de in artikel 56,
lid 1, punt j), bedoelde radio- en televisieomroepdiensten welke worden verricht voor niet-
belastingplichtigen die in een lidstaat gevestigd zijn of er hun woonplaats of gebruikelijke
verblijfplaats hebben, door een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten de
Gemeenschap heeft gevestigd of daar over een vaste inrichting beschikt van waaruit de diensten
worden verricht, of die, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of
gebruikelijke verblijfplaats buiten de Gemeenschap heeft."
Artikel 2
Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2010 als volgt gewijzigd:
(1) in titel V wordt hoofdstuk 3 vervangen door:
"Hoofdstuk 3
Plaats van een dienst
Afdeling 1
Definities
Artikel 43
Voor de toepassing van de regels betreffende de plaats van een dienst:
(1) wordt een belastingplichtige die ook werkzaamheden of handelingen verricht welke niet als
belastbare goederenleveringen of diensten in de zin van artikel 2, lid 1, worden beschouwd,
met betrekking tot alle voor hem verrichte diensten als belastingplichtige aangemerkt;
Afdeling 2
Algemene bepalingen
Artikel 44
De plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats
waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Worden deze
diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats
dan die waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van die
diensten de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of
vaste inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de
belastingplichtige die deze diensten afneemt.
Artikel 45
De plaats van een dienst, verricht voor een niet-belastingplichtige, is de plaats waar de
dienstverrichter de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Worden deze diensten
evenwel verricht vanuit een vaste inrichting van de dienstverrichter, op een andere plaats dan die
waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van die diensten
de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste
inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats van de
Afdeling 3
Bijzondere bepalingen
Onderafdeling 1
Diensten van tussenpersonen
Artikel 46
De plaats van diensten die voor niet-belastingplichtigen worden verricht door een tussenpersoon die
in naam en voor rekening van derden handelt, is de plaats waar de handeling overeenkomstig de
bepalingen van deze richtlijn wordt verricht.
Onderafdeling 2
Diensten met betrekking tot onroerende goederen
Artikel 47
De plaats van diensten die betrekking hebben op onroerend goed, met inbegrip van diensten van
experts en makelaars in onroerende goederen, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf
of in sectoren met een soortgelijke functie, met inbegrip van de accommodatie in vakantiekampen
of op locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen, het verlenen van
gebruiksrechten op een onroerend goed, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering
Onderafdeling 3
Vervoerdiensten
Artikel 48
De plaats van personenvervoerdiensten is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar
verhouding van de afgelegde afstanden.
Artikel 49
De plaats van andere goederenvervoerdiensten voor niet belastingplichtigen dan het
intracommunautaire vervoer van goederen is de plaats waar het vervoer plaatsvindt, zulks naar
verhouding van de afgelegde afstanden.
Artikel 50
De plaats van intracommunautaire goederenvervoerdiensten voor niet belastingplichtigen is de
plaats van vertrek.
Artikel 51
Onder intracommunautair goederenvervoer wordt verstaan het vervoer van goederen waarvan de
Artikel 52
De lidstaten behoeven het gedeelte van het intracommunautaire goederenvervoer voor niet-
belastingplichtigen dat overeenkomt met de trajecten die zijn afgelegd over wateren die niet tot het
grondgebied van de Gemeenschap behoren, niet aan de BTW te onderwerpen.
Onderafdeling 4
Diensten in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve,
vermakelijkheids- en soortgelijke activiteiten, met vervoer samenhangende activiteiten, en
expertises en werkzaamheden met betrekking tot roerende zaken
Artikel 53
De plaats van een dienst en van daarmee samenhangende diensten, in verband met culturele,
artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten,
zoals beurzen en tentoonstellingen, inclusief de diensten van de organisatoren van dergelijke
activiteiten, is de plaats waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.
Artikel 54
De plaats van de volgende voor niet belastingplichtigen verrichte diensten is de plaats waar die
Onderafdeling 5
Restaurant- en cateringdiensten
Artikel 55
De plaats van restaurant- en cateringdiensten is de plaats waar die diensten materieel worden
verricht.
Onderafdeling 6
Verhuur van vervoermiddelen
Artikel 56
-
1.De plaats van kortdurende verhuur van een vervoermiddel is de plaats waar dat vervoermiddel
daadwerkelijk ter beschikking van de afnemer wordt gesteld.
-
2.Voor de toepassing van lid 1 wordt onder "kortdurende verhuur" verstaan, het ononderbroken
bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten hoogste dertig dagen.
Voor schepen wordt deze periode evenwel tot ten hoogste negentig dagen verlengd.
Onderafdeling 7
Restaurant- en cateringdiensten voor verbruik aan boord van een schip, vliegtuig of trein
-
2.Voor de toepassing van lid 1 wordt onder "in de Gemeenschap verricht gedeelte van een
passagiersvervoer" verstaan, het gedeelte van een vervoer dat, zonder tussenstop buiten de
Gemeenschap, plaatsvindt tussen de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van het
passagiersvervoer.
Als plaats van vertrek van een passagiersvervoer wordt beschouwd het eerste punt in de
Gemeenschap waar passagiers aan boord kunnen komen, eventueel na een tussenstop buiten
de Gemeenschap.
Als plaats van aankomst van een passagiersvervoer wordt beschouwd het laatste punt in de
Gemeenschap waar passagiers die binnen de Gemeenschap aan boord zijn gekomen, van
boord kunnen gaan, eventueel vóór een tussenstop buiten de Gemeenschap.
Ingeval het een heen en terugreis betreft, wordt de terugreis als een afzonderlijk vervoer
beschouwd.
Onderafdeling 8
Langs elektronische weg voor niet belastingplichtigen verrichte diensten
Artikel 58
De plaats van langs elektronische weg verrichte diensten, met name de in bijlage II bedoelde
Onderafdeling 9
Diensten voor niet belastingplichtigen buiten de Gemeenschap
Artikel 59
De plaats van de volgende diensten, verricht voor een niet-belastingplichtige die buiten de
Gemeenschap gevestigd is of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, is de
plaats waar deze persoon gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:
-
a)de overdracht en het verlenen van auteursrechten, octrooien, licentierechten, handelsmerken
en soortgelijke rechten;
-
b)diensten op het gebied van de reclame;
-
c)diensten verricht door raadgevende personen, ingenieurs, adviesbureaus, advocaten,
accountants en andere soortgelijke diensten, alsmede gegevensverwerking en
informatieverschaffing;
-
d)de verplichting om een beroepsactiviteit of een in dit artikel vermeld recht geheel of
gedeeltelijk niet uit te oefenen;
-
e)bank-, financiële en verzekeringsverrichtingen met inbegrip van herverzekeringsverrichtingen
en met uitzondering van de verhuur van safeloketten;
-
f)het beschikbaar stellen van personeel;
-
g)de verhuur van roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van alle vervoermiddelen;
Onderafdeling 10
Voorkomen van dubbele heffing of niet-heffing van belasting
Artikel 59 bis
Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de mededinging
te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de plaats van verrichting
valt onder de artikelen 44, 45, 56 en 59:
-
a)de plaats van deze diensten, die krachtens die artikelen in het binnenland is gelegen,
aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de
werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
-
b)de plaats van deze diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het
binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie op
hun grondgebied geschieden.
Deze bepaling geldt echter niet voor de onder artikel 59, eerste alinea, punt k), vallende diensten.
Artikel 59 ter
Tot en met 31 december 2009 passen de lidstaten artikel 59 bis, punt b), toe op
(2) in artikel 98, lid 2, wordt de tweede alinea vervangen door:
"De verlaagde tarieven zijn niet van toepassing op langs elektronische weg verrichte
diensten."
(3) in artikel 170 wordt de inleidende zin vervangen door:
"Een belastingplichtige die in de zin van artikel 1 van Richtlijn 86/560/EEG1, artikel 2,
punt 1, en artikel 3 van Richtlijn 200Y/YYY/EG2, en artikel 171 van deze richtlijn, niet
gevestigd is in de lidstaat waar hij goederen en diensten aankoopt of aan BTW onderworpen
goederen invoert, heeft recht op teruggaaf van de BTW indien de goederen en diensten
worden gebruikt voor de volgende handelingen:"
(4) artikel 171 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)lid 1 wordt vervangen door:
"1. De teruggaaf van de BTW aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat waar zij
goederen en diensten aankopen of aan BTW onderworpen goederen invoeren,
maar in een andere lidstaat gevestigd zijn, geschiedt volgens de bij Richtlijn
200Y/YYY/EG vastgestelde uitvoeringsbepalingen."
-
b)lid 3 wordt vervangen door:
"3. Richtlijn 86/560/EEG is niet van toepassing op:
-
a)volgens de wetgeving van de lidstaat van teruggaaf incorrect gefactureerde
BTW-bedragen;
-
b)gefactureerde BTW-bedragen voor goederenleveringen die krachtens
artikel 138 of artikel 146, lid 1, punt b), van BTW vrijgesteld zijn of kunnen
worden."
(5) het volgende artikel 171 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 171 bis
De lidstaten kunnen in plaats van overeenkomstig Richtlijn 86/560/EEG of Richtlijn
200Y/YYY/EG teruggaaf te verlenen van de belasting op voor een belastingplichtige bestemde
goederenleveringen of diensten ten aanzien waarvan de belastingplichtige overeenkomstig
artikel 194 tot en met 197 of artikel 199 tot voldoening van de belasting is gehouden, toestaan dat
deze belasting volgens de procedure van artikel 168 in mindering wordt gebracht. Bestaande
beperkingen uit hoofde van artikel 2, lid 2, en artikel 4, lid 2, van Richtlijn 86/560/EEG kunnen
"Artikel 192 bis
Voor de toepassing van deze afdeling wordt een belastingplichtige die een vaste inrichting heeft op
het grondgebied van de lidstaat waar de belasting verschuldigd is, geacht een niet in die lidstaat
gevestigde belastingplichtige te zijn wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
-
a)hij verricht op het grondgebied van deze lidstaat een belastbare goederenlevering of een
dienst,
-
b)bij het verrichten van die goederenlevering of die dienst is geen inrichting van de leverancier
of dienstverrichter op het grondgebied van deze lidstaat betrokken."
(7) artikel 196 wordt vervangen door:
"Artikel 196
De BTW is verschuldigd door de belastingplichtige of door de voor BTW-doeleinden
geïdentificeerde niet-belastingplichtige rechtspersoon die een dienst afneemt als bedoeld in
artikel 44, wanneer de dienst door een niet in die lidstaat gevestigde belastingplichtige wordt
verricht.";
(8) aan artikel 214 worden de volgende punten toegevoegd:
"Artikel 262
Iedere voor BTW-doeleinden geïdentificeerde belastingplichtige moet een lijst indienen met de
volgende gegevens:
-
a)de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde afnemers aan wie hij goederen heeft geleverd
onder de in artikel 138, lid 1, en lid 2, onder c), gestelde voorwaarden;
-
b)de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde personen voor wie de goederen waarop de in
artikel 42 bedoelde intracommunautaire verwervingen betrekking hebben, bestemd zijn;
-
c)de belastingplichtigen en de voor BTW-doeleinden geïdentificeerde niet-belastingplichtige
rechtspersonen voor wie hij andere diensten heeft verricht dan die welke in de lidstaat waar de
handeling belastbaar is, van BTW zijn vrijgesteld, voor welke diensten de afnemer
overeenkomstig artikel 196 de tot voldoening van de belasting gehouden persoon is."
(10) artikel 264, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
-
a)de punten a) en b) worden vervangen door:
"a) het nummer waaronder de belastingplichtige voor BTW-doeleinden is
geïdentificeerd in de lidstaat waar de lijst moet worden ingediend, en waaronder
-
b)punt d) wordt vervangen door:
"d) voor elke afnemer het totale bedrag van de door de belastingplichtige verrichte
goederenleveringen en het totale bedrag van de door de belastingplichtige
verrichte diensten;";
(11) artikel 358 wordt als volgt gewijzigd:
(a) punt 2) wordt vervangen door:
"2) "elektronische diensten" en "langs elektronische weg verrichte diensten": de
diensten bedoeld in artikel 59, eerste alinea, punt k);"
(b) punt 4) wordt vervangen door:
"4) "lidstaat van verbruik": de lidstaat waar overeenkomstig artikel 58 de
elektronische diensten geacht worden te worden verricht;"
Artikel 3
Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2011 als volgt gewijzigd:
Artikel 54
-
1.De plaats van voor een niet-belastingplichtige verrichte diensten en van daarmee samen-
hangende diensten, in verband met culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke,
educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten, zoals beurzen en tentoonstellingen,
inclusief de dienstverrichtingen van de organisatoren van dergelijke activiteiten, is de plaats
waar die activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.
-
2.De plaats van de volgende voor niet belastingplichtigen verrichte diensten is de plaats waar
die diensten daadwerkelijk worden verricht:
-
a)activiteiten die met vervoer samenhangen, zoals laden, lossen, intern vervoer en
soortgelijke activiteiten;
-
b)expertises en werkzaamheden met betrekking tot roerende lichamelijke zaken.".
Artikel 4
Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 2013 als volgt gewijzigd:
-
4.Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 3 wordt onder "kortdurende verhuur" verstaan
het ononderbroken bezit of gebruik van het vervoermiddel gedurende een periode van ten
hoogste dertig dagen. Voor schepen wordt deze periode evenwel tot ten hoogste negentig
dagen verlengd."
Artikel 5
Richtlijn 2006/112/EG wordt met ingang van 1 januari 20JJ als volgt gewijzigd:
(1) in titel V, hoofdstuk 3, afdeling 3 wordt onderafdeling 8 vervangen door:
"Onderafdeling 8
Telecommunicatiediensten, omroepdiensten en langs elektronische weg
verrichte diensten voor niet belastingplichtigen
Artikel 58
De plaats van de volgende diensten, verricht voor een niet belastingplichtige, is de plaats
waar deze persoon gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft:
(3) Artikel 59 bis wordt vervangen door:
"Teneinde dubbele heffing of niet-heffing van de belasting alsmede verstoring van de
mededinging te voorkomen, kunnen de lidstaten met betrekking tot diensten waarvan de
plaats van verrichting valt onder de artikelen 44, 45, 56, 58 en 59,
-
a)de plaats van deze diensten, die krachtens die artikelen in het binnenland is gelegen,
aanmerken als buiten de Gemeenschap te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik
en de werkelijke exploitatie buiten de Gemeenschap geschieden;
-
b)de plaats van deze diensten, die buiten de Gemeenschap is gelegen, aanmerken als in het
binnenland te zijn gelegen, wanneer het werkelijke gebruik en de werkelijke exploitatie
op hun grondgebied geschieden."
(4) Artikel 59 ter wordt geschrapt.
(5) in artikel 204, lid 1, wordt de derde alinea vervangen door:
"De lidstaten kunnen de in de tweede alinea bedoelde mogelijkheid echter niet toepassen op
niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen in de zin van artikel 358 bis, punt 1),
die voor de bijzondere regeling voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten of langs
elektronische weg verrichte diensten hebben gekozen."
(8) Artikel 358 wordt vervangen door:
"Artikel 358
Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk
verstaan onder:
-
1)"telecommunicatiediensten" en "omroepdiensten": de diensten bedoeld in artikel 58,
eerste alinea, punten a) en b);
-
2)"elektronische diensten" en "langs elektronische weg verrichte diensten": de diensten
bedoeld in artikel 58, eerste alinea, punt c);"
-
3)"lidstaat van verbruik": de lidstaat waar overeenkomstig artikel 58 de
telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten geacht worden te
worden verricht;
-
4)"BTW aangifte": de aangifte waarin alle gegevens staan die nodig zijn om het bedrag
van de in elke lidstaat verschuldigde BTW vast te stellen."
(9) het opschrift van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 2, wordt vervangen door:
(10) in titel XII, hoofdstuk 6, wordt aan afdeling 2 het volgende artikel 358 bis toegevoegd:
"Artikel 358 bis
Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling
verstaan onder:
(1) "niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de
zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft
gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet anderszins voor
BTW-doeleinden geïdentificeerd moet zijn;
(2) "lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde
belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn
activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap
overeenkomstig deze afdeling."
(11) Artikel 359 wordt vervangen door:
"De lidstaten staan toe dat een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die
telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet
belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke
(13) Artikel 361 wordt vervangen door:
"1. De mededeling die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan de
lidstaat van identificatie doet wanneer zijn belastbare activiteiten beginnen, bevat de
volgende bijzonderheden:
-
a)de naam;
-
b)het postadres;
-
c)de elektronische adressen, met inbegrip van websites;
-
d)in voorkomend geval, het nationale belastingnummer;
-
e)een verklaring dat de belastingplichtige niet voor BTW-doeleinden in de
Gemeenschap geïdentificeerd is.
-
2.De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet de lidstaat van
identificatie mededeling van alle wijzigingen in de verstrekte informatie."
(14) Artikel 362 wordt vervangen door:
(15) Artikel 363 wordt vervangen door:
"De lidstaat van identificatie verwijdert de niet in de Gemeenschap gevestigde
belastingplichtige in de volgende gevallen uit het identificatieregister:
-
a)de belastingplichtige deelt die lidstaat mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht;
-
b)er kan anderszins worden aangenomen dat zijn belastbare activiteiten beëindigd zijn;
-
c)hij vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken;
-
d)hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling."
(16) Artikel 364 wordt vervangen door:
"De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij
de lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al
dan niet telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. De
aangifte wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de
aangifte betrekking heeft, ingediend."
(18) in artikel 366 wordt lid 1 vervangen door:
"1. De BTW-aangifte wordt in euro's verricht.
De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen, kunnen eisen dat de BTW-aangifte in hun
nationale munteenheid luidt. Indien de diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de
niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij het invullen van de BTW-aangifte
de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak"
(19) de artikelen 367 en 368 worden vervangen door:
"Artikel 367
De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de BTW onder verwijzing
naar de betreffende BTW-aangifte, zulks op het moment dat de aangifte wordt ingediend,
doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden
ingediend.
De belasting moet worden overgemaakt naar een door de lidstaat van identificatie opgegeven
bankrekening in euro's. De lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen,
kunnen eisen dat de betaling wordt overgemaakt naar een bankrekening in hun eigen valuta.
(20) in artikel 369 wordt lid 1 vervangen door:
"1. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen
waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze
boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de
lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de BTW-aangifte te bepalen."
(21) aan hoofdstuk 6 van titel XII wordt de volgende afdeling 3 toegevoegd:
"Afdeling 3
Bijzondere regeling voor telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten
verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde
belastingplichtigen
Artikel 369 bis
Onverminderd andere communautaire bepalingen wordt voor de toepassing van deze afdeling
verstaan onder:
(1) niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige: een belastingplichtige die de
zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de
Gemeenschap heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn
Artikel 369 ter
De lidstaten staan toe dat van deze bijzondere regeling gebruik wordt gemaakt door niet in de
lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten
of elektronische diensten verrichten voor niet belastingplichtigen die in een lidstaat gevestigd zijn
of er hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben. Deze bijzondere regeling is van
toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.
Artikel 369 quater
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige doet aan de lidstaat van identificatie
opgave van het begin en de beëindiging van zijn onder deze bijzondere regeling vallende activiteit
als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden
voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken. Deze opgave gebeurt langs
elektronische weg.
Artikel 369 quinquies
Een belastingplichtige die van de bijzondere regeling gebruik maakt, wordt voor de belastbare
handelingen onder die regeling alleen in de lidstaat van identificatie voor BTW-doeleinden
geïdentificeerd. Daartoe maakt de lidstaat van identificatie gebruik van het individuele BTW-
identificatienummer dat reeds aan de belastingplichtige is toegekend met betrekking tot diens
Artikel 369 sexies
De lidstaat van identificatie sluit de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige
van deze bijzondere regeling uit in elk van de volgende gevallen:
-
a)indien hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of
elektronische diensten verricht;
-
b)indien anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen
belastbare activiteiten beëindigd zijn;
-
c)hij vervult niet langer de voorwaarden om van de bijzondere regeling gebruik te mogen
maken;
-
d)hij voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling."
Artikel 369 septies
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg bij de
lidstaat van identificatie een BTW-aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet
telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. De aangifte
wordt uiterlijk 20 dagen na het verstrijken van het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft,
Indien de belastingplichtige behalve in de lidstaat van identificatie in een andere lidstaat een of
meer vaste inrichtingen heeft van waaruit de diensten worden verricht, bevat de BTW-aangifte, per
lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik, naast
de in de eerste alinea bedoelde gegevens, tevens het totale bedrag van de gedurende het
belastingtijdvak verrichte telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten die
onder de bijzondere regeling van deze afdeling vallen, alsmede het individueel BTW-
identificatienummer of het fiscaal registratienummer van de inrichting.
Artikel 369 nonies
-
1.De BTW-aangifte wordt in euro's verricht.
De lidstaten die de euro niet hebben aangenomen, kunnen eisen dat de BTW-aangifte in hun
nationale munteenheid luidt. Indien de diensten in een andere munteenheid luiden, hanteert de
niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bij het invullen van de BTW-
aangifte de wisselkoers die gold op de laatste dag van het belastingtijdvak.
-
2.De omwisseling geschiedt volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die
dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op
de eerstvolgende dag van bekendmaking.
Artikel 369 undecies
De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere
regeling gebruik maakt, past met betrekking tot voorbelasting die verband houdt met aan deze
bijzondere regeling onderworpen activiteiten geen BTW-aftrek uit hoofde van artikel 168 van
de onderhavige richtlijn toe. Niettegenstaande artikel 2, lid 1, en artikel 3 van
Richtlijn 200Y/YYY/EG wordt deze belastingplichtige daarvoor teruggaaf verleend
overeenkomstig die richtlijn.
Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere
regeling gebruik maakt, in de lidstaat van verbruik ook niet aan deze bijzondere regeling
onderworpen activiteiten verricht waarvoor hij voor BTW-doeleinden geïdentificeerd moet
zijn, moet hij de voorbelasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling
onderworpen activiteiten bij de indiening van de in artikel 250 bedoelde aangifte in aftrek
brengen.
Artikel 369 duodecies
-
1.De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voert van alle
handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze
boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de
lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de BTW-aangifte te bepalen.
Artikel 6
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van 1 januari 2009 aan artikel 1 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van 1 januari 2010 aan artikel 2 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van 1 januari 2011 aan artikel 3 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van 1 januari 2013 aan artikel 4 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van 1 januari 20JJ aan artikel 5 van deze richtlijn te voldoen.
De lidstaten delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een
transponeringstabel waarin wordt aangegeven in welke nationale bepalingen de bepalingen
van deze richtlijn zijn verwerkt. Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de
bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De
Artikel 7
Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 8
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
Voorstel voor
RICHTLIJN 200Y/YYY/EG VAN DE RAAD
tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG
vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen
die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van het Europees Parlement2,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De uitvoeringsvoorschriften als vastgesteld in Richtlijn 79/1072/EEG van de Raad van
6 december 1979 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake
omzetbelasting Regeling voor de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde
(2) De in die richtlijn vastgestelde regeling moet worden gewijzigd met betrekking tot de
termijn waarbinnen beschikkingen aangaande verzoeken om teruggaaf ter kennis van
bedrijven worden gebracht. Tegelijkertijd moet worden bepaald dat bedrijven eveneens
binnen specifieke termijnen moeten antwoorden. Bovendien moet de procedure worden
vereenvoudigd en gemoderniseerd door het gebruik van moderne technologieën toe te staan.
(3) De nieuwe procedure zal het bedrijfsleven in een betere positie plaatsen, aangezien de
lidstaten rente verschuldigd zullen zijn wanneer de teruggaaf te laat geschiedt; ook zullen
bedrijven over meer rechtsmiddelen beschikken.
(4) Ter wille van de duidelijkheid en de leesbaarheid dient de bepaling betreffende de
toepassing van Richtlijn 79/1072/EEG, die al in Richtlijn 2006/112/EG stond, thans in de
onderhavige richtlijn te worden opgenomen.
(5) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde maatregel niet voldoende door de lidstaten
kunnen worden verwezenlijkt en derhalve, vanwege de omvang van de maatregel, beter door
de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het
in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen.
Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze
richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
Artikel 1
In deze richtlijn worden de nadere voorschriften vastgesteld voor de teruggaaf van de belasting over
de toegevoegde waarde krachtens artikel 170 van Richtlijn 2006/112/EG aan niet in de lidstaat van
teruggaaf gevestigde belastingplichtigen die aan de vereisten van artikel 3 voldoen.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:
-
1.niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige: iedere belastingplichtige in de
zin van artikel 9, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG die niet in de lidstaat van teruggaaf, maar
in een andere lidstaat gevestigd is.
-
2.lidstaat van teruggaaf: de lidstaat waar de belasting over de toegevoegde waarde aan de niet in
de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige in rekening werd gebracht ter zake van
de voor genoemde belastingplichtige door andere belastingplichtigen in deze lidstaat verrichte
diensten of goederenleveringen, dan wel ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat;
-
3.teruggaaftijdvak: het tijdvak als bepaald in artikel 16, waarop het teruggaafverzoek betrekking
Artikel 3
Deze richtlijn is van toepassing op de niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige
die aan de volgende voorwaarden voldoet:
-
a)tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij in de lidstaat van teruggaaf noch de zetel van zijn
bedrijfsuitoefening gehad, noch een vaste inrichting van waaruit zakelijke handelingen
werden verricht, noch, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats
of zijn gebruikelijke verblijfplaats;
-
b)tijdens het tijdvak van teruggaaf heeft hij geen goederenleveringen of diensten verricht
waarvan de plaats geacht wordt in de lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering
van de volgende handelingen:
-
i)vervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten die vrijgesteld zijn krachtens de
artikelen 144, 146, 148, 149, 151, 153, 159 en 160 van Richtlijn 2006/112/EG;
-
ii)goederenleveringen of dienstverrichtingen waarvan de afnemer krachtens de artikelen
194 tot en met 197 en artikel 199 van Richtlijn 2006/112/EG btw verschuldigd is.
Artikel 5
Elke lidstaat verleent iedere niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige teruggaaf
van de belasting over de toegevoegde waarde die werd geheven ter zake van de voor genoemde
belastingplichtige door andere belastingplichtigen in deze lidstaat verrichte goederenleveringen of
diensten, of ter zake van de invoer van goederen in deze lidstaat, voorzover deze goederen of
diensten worden gebruikt voor de volgende handelingen:
-
a)de handelingen bedoeld in artikel 169, punten a) en b), van Richtlijn 2006/112/EEG;
-
b)handelingen, waarvan de afnemer overeenkomstig de artikelen 194 tot en met 197 en artikel
199 van Richtlijn 2006/112/EG, als toegepast in de lidstaat van teruggaaf, tot voldoening van
de belasting is gehouden.
Niettegenstaande artikel 6 wordt voor de toepassing van deze richtlijn het recht op teruggaaf van
voorbelasting bepaald overeenkomstig Richtlijn 2006/112/EEG, als toegepast in de lidstaat van
teruggaaf.
Artikel 6
Om in de lidstaat van teruggaaf recht te hebben op teruggaaf moet een niet in deze lidstaat
gevestigde belastingplichtige handelingen verrichten die in de lidstaat van vestiging een recht op
Artikel 7
Een niet in de lidstaat van teruggaaf gevestigde belastingplichtige die in die lidstaat teruggaaf van
de belasting over de toegevoegde waarde wenst te verkrijgen, richt langs elektronische weg een
teruggaafverzoek tot de lidstaat van teruggaaf, dat hij indient bij zijn lidstaat van vestiging, via de
door deze lidstaat ingestelde portaalsite.
Artikel 8
-
1.Het teruggaafverzoek moet de volgende informatie bevatten:
-
a)de naam en het volledige adres van de aanvrager;
-
b)een elektronisch adres;
-
c)een omschrijving van de beroepsactiviteit van de aanvrager waarvoor de goederen of
diensten worden afgenomen;
-
d)het teruggaaftijdvak waarop het verzoek betrekking heeft;
-
e)een verklaring van de aanvrager dat hij gedurende het teruggaaftijdvak geen
goederenleveringen of diensten heeft verricht waarvan de plaats geacht wordt in de
lidstaat van teruggaaf te zijn gelegen, met uitzondering van de handelingen bedoeld in
-
2.Naast de in lid 1 bedoelde gegevens worden in het teruggaafverzoek voor iedere lidstaat van
teruggaaf en voor iedere factuur en ieder invoerdocument de volgende gegevens vermeld:
-
a)de naam en het volledige adres van de leverancier of dienstverrichter;
-
b)behalve in het geval van invoer, het btw-identificatienummer van de leverancier of
dienstverrichter of zijn fiscaal registratienummer, toegekend door de lidstaat van
teruggaaf overeenkomstig artikel 239 en 240 van Richtlijn 2006/112/EG;
-
c)behalve in het geval van invoer, het landencodenummer van de lidstaat van teruggaaf
overeenkomstig artikel 215 van Richtlijn 2006/112/EG;
-
d)de datum en het nummer van de factuur of het invoerdocument;
-
e)de maatstaf van heffing en het bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde,
uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat van teruggaaf;
-
f)het overeenkomstig artikel 5 en artikel 6, tweede alinea, berekende bedrag van de
aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde, uitgedrukt in de munteenheid van de
lidstaat van teruggaaf;
Artikel 9
-
1.In het teruggaafverzoek moet de aard van de afgenomen goederen en diensten door middel
van de volgende codes worden aangegeven:
-
1.= brandstof;
-
2.= verhuur van vervoermiddelen;
-
3.= andere uitgaven in verband met vervoermiddelen dan die voor de goederen en
diensten waarnaar wordt verwezen met de codes 1 en 2;
-
4.= wegentol en andere heffingen met betrekking tot het gebruik van de
weginfrastructuur;
-
5.= reiskosten, zoals taxikosten, kosten van het openbaar vervoer;
-
6.= logies;
-
7.= spijzen, drank en restauratie;
-
8.= toegang tot beurzen en tentoonstellingen;
-
9.= weelde-uitgaven, en uitgaven voor ontspanning en representatie;
-
10.= andere.
Indien code 10 wordt gebruikt, moet de aard van de afgenomen goederen en diensten worden
aangegeven.
-
2.De lidstaat van teruggaaf kan verlangen dat de aanvrager langs elektronische weg aanvullende
gegevens verstrekt met betrekking tot iedere in lid 1 vermelde code, voorzover die gegevens
Artikel 11
De lidstaat van teruggaaf kan verlangen dat de aanvrager zijn beroepsactiviteit omschrijft aan de
hand van geharmoniseerde codes die worden bepaald volgens de in artikel 34 bis, lid 3, tweede
alinea, van Verordening (EG) nr. 1798/2003 bedoelde procedure.
Artikel 12
Met het oog op de toepassing van deze richtlijn kan de lidstaat van teruggaaf specificeren welke taal
of talen moeten worden gebruikt voor het verstrekken van de gegevens in het teruggaafverzoek of
van mogelijke andere aanvullende gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt.
Artikel 13
Indien het vermelde pro rata voor de toepassing van de aftrek overeenkomstig artikel 175 van
Richtlijn 2006/112/EG na de indiening van het teruggaafverzoek wordt aangepast, moet de
aanvrager het bedrag dat wordt teruggevraagd of dat reeds is teruggegeven, corrigeren
De correctie vindt plaats in een teruggaafverzoek dat gedaan wordt binnen het kalenderjaar volgend
op het desbetreffende teruggaaftijdvak, dan wel, - mocht de aanvrager in dat kalenderjaar geen
teruggaafverzoek indienen - door via de door de lidstaat van vestiging ingestelde portaalsite een
afzonderlijke verklaring toe te zenden.
Artikel 14
-
1.Het teruggaafverzoek heeft betrekking op:
-
a)verwervingen van goederen of afnames van diensten die gedurende het teruggaaftijdvak
gefactureerd zijn, mits de belasting vóór of op het tijdstip van facturatie verschuldigd
geworden is, of ten aanzien waarvan de belasting gedurende het teruggaaftijdvak
verschuldigd geworden is, mits de afnames gefactureerd zijn voordat de belasting
verschuldigd is geworden;
-
b)de invoer van goederen die gedurende het teruggaaftijdvak heeft plaatsgevonden.
-
2.Het teruggaafverzoek kan ook betrekking hebben op facturen of invoerdocumenten die niet
door eerdere teruggaafverzoeken werden bestreken en die betrekking hebben op handelingen
die tijdens het kalenderjaar in kwestie werden verricht.
Artikel 15
-
1.Het teruggaafverzoek moet uiterlijk 30 september van het kalenderjaar volgend op het
teruggaaftijdvak bij de lidstaat van vestiging worden ingediend. Het teruggaafverzoek geldt
alleen als ingediend indien de aanvrager alle in de artikelen 8, 9 en 11 verlangde gegevens
Artikel 17
Betreft het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak van minder dan één kalenderjaar, doch van ten
minste drie maanden, dan moet het btw-bedrag waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft ten
minste 400 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid belopen.
Betreft het teruggaafverzoek een teruggaaftijdvak van een kalenderjaar of het resterende gedeelte
van een kalenderjaar, dan moet het btw-bedrag ten minste 50 euro of de tegenwaarde daarvan in de
nationale munteenheid belopen.
Artikel 18
-
1.De lidstaat van vestiging stuurt het verzoek niet door aan de lidstaat van teruggaaf wanneer de
aanvrager in zijn lidstaat van vestiging gedurende het teruggaaftijdvak
-
a)niet aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is;
-
b)slechts goederenleveringen of diensten verricht die uit hoofde van de artikelen 132, 135,
136 en 371, de artikelen 374 tot en met 377, artikel 378, lid 2, onder a), artikel 379,
lid 2, of de artikelen 380 tot en met 390 van Richtlijn 2006/112/EG of van inhoudelijk
identieke bepalingen van de akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië van 2005
zonder recht op aftrek van voorbelasting vrijgesteld zijn;
Artikel 19
-
1.De lidstaat van teruggaaf stelt de aanvrager onverwijld langs elektronische weg in kennis van
de datum van ontvangst van het verzoek.
-
2.De lidstaat van teruggaaf deelt zijn beschikking om het teruggaafverzoek in te willigen of af
te wijzen binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek in de lidstaat van teruggaaf aan
de aanvrager mee.
Artikel 20
-
1.Ingeval de lidstaat van teruggaaf meent niet alle dienstige informatie te hebben ontvangen om
met betrekking tot het geheel of een deel van het teruggaafverzoek een beschikking te kunnen
geven, kan hij binnen de in artikel 19, lid 2, genoemde termijn van vier maanden, langs
elektronische weg in het bijzonder de aanvrager of de lidstaat van vestiging om aanvullende
gegevens verzoeken. Indien de aanvullende gegevens worden opgevraagd bij een andere
persoon dan de aanvrager of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat, wordt alleen langs
elektronische weg om gegevens verzocht indien de bestemmeling van het verzoek over de
desbetreffende apparatuur beschikt.
Zo nodig kan de lidstaat van teruggaaf om verdere aanvullende gegevens verzoeken.
Artikel 21
Indien een lidstaat van teruggaaf om aanvullende gegevens heeft verzocht, deelt hij zijn beschikking
om het teruggaafverzoek in te willigen of af te wijzen aan de aanvrager mee binnen twee maanden
na ontvangst van de gevraagde gegevens of, indien niet op zijn verzoek gereageerd is, binnen twee
maanden na het verstrijken van de in artikel 20, lid 2 genoemde termijn. De termijn waarover de
lidstaat van teruggaaf vanaf de ontvangst van het teruggaafverzoek beschikt om over een volledige
of gedeeltelijke teruggaaf een beschikking te geven, beloopt evenwel in ieder geval ten minste zes
maanden
Wanneer de lidstaat van teruggaaf verdere aanvullende gegevens verlangt, stelt hij binnen acht
maanden nadat het teruggaafverzoek door de lidstaat van teruggaaf is ontvangen, de aanvrager in
kennis van zijn beschikking over een gehele of gedeeltelijke teruggaaf.
Artikel 22
-
1.Indien het teruggaafverzoek wordt ingewilligd, betaalt de lidstaat van teruggaaf het
goedgekeurde teruggaafbedrag uiterlijk binnen tien werkdagen na het verstrijken van de in
artikel 19, lid 2, genoemde termijn, of, indien om aanvullende of verdere aanvullende
gegevens is verzocht, na het verstrijken van de overeenkomstige termijnen in artikel 21.
Artikel 23
-
1.Indien het teruggaafverzoek geheel of ten dele wordt afgewezen, worden de redenen hiervoor
door de lidstaat van teruggaaf tegelijkertijd met de beschikking aan de aanvrager meegedeeld.
-
2.De aanvrager kan bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van teruggaaf rechtsmiddelen
instellen tegen een beschikking tot afwijzing van een teruggaafverzoek, in de vorm en binnen
de termijnen die gelden voor het instellen van rechtsmiddelen door in de lidstaat van
teruggaaf gevestigde personen.
Indien het feit dat de lidstaat van teruggaaf nalaat om ten aanzien van het teruggaafverzoek
een beschikking te geven in de vorm en binnen de termijnen als vastgesteld bij deze richtlijn,
volgens het recht van deze lidstaat noch als inwilliging noch als afwijzing te beschouwen is,
zijn de eventuele bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures waartoe in deze lidstaat
gevestigde belastingplichtigen toegang hebben, op dezelfde wijze voor de aanvrager
toegankelijk. Indien dergelijke procedures niet voorhanden zijn, wordt het feit dat de lidstaat
van teruggaaf nalaat om binnen de vastgestelde termijnen een beschikking ten aanzien van het
teruggaafverzoek te geven, opgevat als afwijzing van het verzoek.
Artikel 24
Artikel 25
Aanpassingen betreffende een eerder teruggaafverzoek als bedoeld in artikel 13, worden door de
lidstaat van teruggaaf met het teruggaafbedrag verrekend of, in geval van toezending van een
afzonderlijke verklaring, afzonderlijk ingevorderd of terugbetaald.
Artikel 26
Indien de teruggaaf te laat plaatsvindt, wordt door de lidstaat van teruggaaf aan de aanvrager rente
betaald over het aan de aanvrager terug te geven bedrag.
De eerste alinea is niet van toepassing indien de aanvrager de gevraagde aanvullende of verdere
aanvullende gegevens niet binnen de voorgeschreven termijn aan de lidstaat van teruggaaf heeft
verstrekt. De eerste alinea is evenmin van toepassing zolang de lidstaat van teruggaaf de krachtens
artikel 10 langs elektronische weg toe te zenden documenten niet heeft ontvangen.
Artikel 27
-
1.De rente wordt berekend vanaf de dag volgende op de laatste dag waarop de teruggaaf had
moeten plaatsvinden tot de dag waarop de teruggaaf daadwerkelijk plaatsvindt.
Artikel 28
Richtlijn 79/1072/EEG wordt per 1 januari 2010 ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn.
Artikel 29
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om uiterlijk op 1 januari 2010 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst
van die bepalingen mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die
bepalingen en deze richtlijn.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële
bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden
vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht
mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 30
Deze richtlijn treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het
Voorstel voor
VERORDENING (EG) Nr. ZZZ/200Z VAN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 met betrekking tot de invoering van een regeling
voor administratieve samenwerking en informatie-uitwisseling in het kader van de bepalingen
betreffende de plaats van een dienst, het eenloketsysteem en de btw-teruggaafprocedure
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,
Gezien het voorstel van de Commissie 1,
Gezien het advies van het Europees Parlement 2,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De bij Richtlijn 200X/XXX/EG van de Raad van DD/MM/200J tot wijziging van
Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst aangebrachte wijzigingen met
betrekking tot de plaats van een dienst brengen met zich mee dat door een bedrijf voor een
ander bedrijf verrichte diensten geacht worden verricht te zijn op de plaats waar de afnemer
gevestigd is. Indien de verrichter en de afnemer van de dienst in verschillende lidstaten
gevestigd zijn, is vaker dan voorheen de verleggingsregeling van toepassing.
(2) Teneinde te zorgen voor de correcte heffing van btw op diensten die onder de
verleggingsregeling vallen, dienen de gegevens die door de lidstaat van de dienstverrichter
zijn ingewonnen, te worden medegedeeld aan de lidstaat waar de afnemer gevestigd is. De
mededeling van die gegevens moet worden geregeld in Verordening (EG) nr. 1798/2003 van
de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van
de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EEG) nr.
218/921.
(3) Bij Richtlijn 200X/XXX/EG wordt ook het toepassingsgebied van het eenloketsysteem
uitgebreid.
(4) Richtlijn 200Y/YYY/EG van de Raad tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in
Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde
(5) De uitbreiding van het toepassingsgebied van het eenloketsysteem en de wijzigingen in de
teruggaafprocedure voor in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtigen hebben tot
gevolg dat de betrokken lidstaten aanzienlijk meer informatie uitwisselen. De vereiste
informatie-uitwisseling mag geen onevenredig zware administratieve lasten op de betrokken
lidstaten leggen. De informatie-uitwisseling moet derhalve langs elektronische weg gebeuren
met behulp van de bestaande informatie-uitwisselingssystemen.
(6) Verordening (EG) nr. 1798/2003 moet dan ook dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2010 wordt Verordening (EG) nr. 1798/2003 als volgt gewijzigd:
(1) in artikel 1, lid 1, wordt de vierde alinea vervangen door:
"Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG worden bij
deze verordening tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische uitwisseling
van inlichtingen over de BTW op diensten die overeenkomstig de bijzondere regeling van
Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, langs elektronische weg worden verricht
alsmede voor eventuele daarop aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder
die bijzondere regeling vallende diensten betreft, voor de overdracht van geldmiddelen tussen
de bevoegde autoriteiten van de lidstaten."
(2) in artikel 2 worden de punten 8 tot en met 11 vervangen door:
"8. intracommunautaire goederenlevering: een goederenlevering die moet worden vermeld
op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;
-
9.intracommunautaire verrichting van diensten: een verrichting van diensten die moet
worden vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;
(3) in artikel 22, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:
"1. Elke lidstaat houdt een elektronische gegevensbank bij waarin hij de inlichtingen
opslaat en verwerkt die hij overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG
vergaart."
(4) in artikel 23 wordt punt 2 vervangen door:
"2. de totale waarde van alle intracommunautaire goederenleveringen en de totale waarde
van alle intracommunautaire diensten die verricht zijn voor de personen aan wie de
onder punt 1 bedoelde nummers zijn toegekend, door alle handelaren die in de lidstaat
die de inlichtingen verschaft een BTW-identificatienummer hebben gekregen.";
(5) in artikel 24 wordt de eerste alinea vervangen door:
"Op basis van de overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevens verkrijgt de bevoegde
autoriteit van een lidstaat, wanneer zij zulks nodig acht teneinde op haar grondgebied
belastbare intracommunautaire verwervingen van goederen of intracommunautaire
verrichtingen van diensten te controleren, doch uitsluitend met het oog op het voorkomen van
inbreuken op de BTW-wetgeving, rechtstreeks en onverwijld, of heeft zij rechtstreeks langs
elektronische weg toegang tot, alle volgende inlichtingen:
(6) in artikel 27 wordt lid 4 vervangen door:
"4. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij
intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede, voor de
duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, de niet in de
Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte
diensten verrichten, met name de in bijlage II van die richtlijn bedoelde diensten,
bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde persoon
toegekend BTW-identificatienummer.
Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, verstrekken
de lidstaten deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in artikel
44, lid 2, bedoelde procedure."
(7) Het opschrift van hoofdstuk VI wordt vervangen door:
"BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELING VAN TITEL XII,
HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG"
(8) Artikel 28 wordt vervangen door:
"De volgende bepalingen zijn van toepassing op de bijzondere regeling van Titel XII,
(10) in artikel 30 wordt de eerste alinea vervangen door:
"De aangifte met de in artikel 365 van Richtlijn 2006/112/EG genoemde informatie wordt
langs elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk
elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure."
(11) Artikel 31 wordt vervangen door:
"Artikel 22 is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van identificatie is
verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364 en 365 van Richtlijn 2006/112/EG."
(12) Artikel 34 wordt vervangen door:
"Artikel 34
De artikelen 28 tot en met 33 gelden voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van
Richtlijn 2006/112/EG."
(13) Het volgende hoofdstuk VI bis wordt ingevoegd:
Artikel 34 bis
-
1.De bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging die een verzoek om teruggaaf van de
belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 5 van Richtlijn 200Y/YY/EG
ontvangt, terwijl artikel 18 van die richtlijn niet van toepassing is, stuurt het verzoek binnen
vijftien kalenderdagen na ontvangst van het verzoek langs elektronische weg door aan de
bevoegde autoriteiten van iedere betrokken lidstaat van teruggaaf, waardoor zij tevens
bevestigt dat de aanvrager in de zin van artikel 2, punt 5, van Richtlijn 200Y/YY/EG aan de
belasting over de toegevoegde waarde onderworpen is en dat het door de aanvrager
verstrekte BTW-identificatienummer of fiscaal registratienummer geldig is voor het
teruggaaftijdvak.
-
2.De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf stellen de bevoegde autoriteiten
van de andere lidstaten langs elektronische weg in kennis van alle gegevens die zij
verlangen krachtens artikel 9, lid 2, van Richtlijn 200Y/YY/EG. De technische details,
inclusief een gemeenschappelijk elektronisch bericht waarin deze gegevens worden
verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure.
-
3.De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf delen de bevoegde autoriteiten
van de andere lidstaten eveneens langs elektronische weg mee of zij gebruik wensen te
maken van de in artikel 11 van Richtlijn 200Y/YY/EG bedoelde mogelijkheid, te verlangen
dat de aanvrager zijn beroepsactiviteit omschrijft aan de hand van de geharmoniseerde
(14) in artikel 39 wordt de eerste alinea vervangen door:
"Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG zorgen de
Commissie en de lidstaten ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-
uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven
in de artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk voor elke
ontwikkeling van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke
interface (CCN/CSI) die nodig is om de uitwisseling van die inlichtingen tussen de lidstaten
mogelijk te maken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van hun
systemen die nodig is om de uitwisseling van de inlichtingen via het CCN/CSI mogelijk te
maken.".
Artikel 2
Met ingang van 1 januari 20JJ wordt Verordening (EG) nr. 1798/2003 als volgt gewijzigd:
(1) in artikel 1, lid 1, wordt de vierde alinea vervangen door:
"Bij deze verordening worden tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische
uitwisseling van inlichtingen over de BTW op diensten overeenkomstig de bijzondere
regelingen van Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, alsmede voor eventuele daarop
aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere regelingen
Niettegenstaande de eerste alinea en onverminderd artikel 40 mag de aangezochte autoriteit in
geval van een verzoek dat betrekking heeft op inlichtingen over de bedragen die door een
belastingplichtige zijn aangegeven in verband met diensten die belastbaar zijn in de lidstaat
waar de verzoekende autoriteit gevestigd is en waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt
van of ervoor kiest geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII,
hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG, uitsluitend weigeren een administratief
onderzoek in te stellen indien over dezelfde belastingplichtige reeds inlichtingen zijn verstrekt
die verkregen zijn in het kader van een administratief onderzoek dat minder dan twee jaar
voordien heeft plaatsgevonden."
Met betrekking tot de in de tweede alinea bedoelde verzoeken die gedaan zijn door de
verzoekende autoriteit en door de aangezochte autoriteit zijn beoordeeld conform een volgens
de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure op te stellen verklaring van beste praktijken met
betrekking tot het verband tussen het onderhavige lid en artikel 40, lid 1, moet een lidstaat die
op grond van artikel 40 weigert een administratief onderzoek uit te voeren, de verzoekende
autoriteit evenwel de factuurdata en factuurbedragen meedelen van de diensten die de
belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft
verricht."
(3) Aan artikel 17 wordt de volgende nieuwe alinea toegevoegd:
"Voor de toepassing van de eerste alinea werken de lidstaten van vestiging samen met de
(4) In artikel 18 wordt de tweede alinea vervangen door:
"Elke lidstaat bepaalt of hij deelneemt aan de uitwisseling van een bepaalde categorie
inlichtingen en of dit automatisch of gestructureerd automatisch geschiedt. Iedere lidstaat
moet evenwel deelnemen aan de uitwisseling van de inlichtingen waarover hij beschikt met
betrekking tot de diensten waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor kiest
geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van
Richtlijn 2006/112/EG."
(5) in artikel 27 wordt lid 4 vervangen door:
"4. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij
intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede de niet in
de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte
diensten verrichten, met name de in bijlage II van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde
diensten, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het aan een welbepaalde
persoon toegekend BTW-identificatienummer.
De lidstaten verstrekken deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig
de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure."
(6) Het opschrift van hoofdstuk VI wordt vervangen door:
(8) Artikel 29 wordt vervangen door:
"1. De in artikel 361 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde mededeling die door de niet in de
Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij aanvang van zijn activiteiten aan de
lidstaat van identificatie wordt gedaan, geschiedt langs elektronische weg. De
technische details, inclusief een gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden
vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure.
-
2.De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg
toe aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen
vanaf het einde van de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap
gevestigde belastingplichtige is ontvangen. Overeenkomstige details voor de
identificatie van de belastingplichtige die van de bijzondere regeling van artikel 369 ter
van Richtlijn 2006/112/EG gebruik maakt, worden aan de bevoegde autoriteiten van de
andere lidstaten toegezonden binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van de
maand waarin de belastingplichtige opgave heeft gedaan van het begin van zijn onder
artikel 369 ter van deze richtlijn vallende belastbare activiteiten. Op dezelfde wze
worden de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis gesteld van het
toegekende identificatienummer.
De technische details, inclusief een gemeenschappelk elektronisch bericht waarin deze
informatie wordt verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde
(9) in artikel 30 worden de eerste en de tweede alinea van artikel 30 vervangen door:
"De aangifte met de in de artikelen 365 en 369 octies van Richtlijn 2006/112/EG genoemde
informatie wordt langs elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een
gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 44, lid 2,
bedoelde procedure.
De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens uiterlijk tien dagen na het einde van de
maand waarin de aangifte is ontvangen langs elektronische weg toe aan de bevoegde autoriteit
van de betrokken lidstaten van verbruik. De gegevens bedoeld in de tweede alinea van
artikel 369 octies van Richtlijn 2006/112/EG worden ook toegezonden aan de bevoegde
autoriteit van de betrokken lidstaat van vestiging. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat
de belastingaangifte dient te luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in
euro tegen de op de laatste dag van de referentieperiode geldende wisselkoers. De
omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die
dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op
de eerstvolgende dag van bekendmaking. De technische details over de wijze waarop deze
informatie wordt verzonden, worden volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure
vastgesteld."
(10) Artikel 31 wordt vervangen door:
(12) in artikel 39 wordt de eerste alinea vervangen door:
"De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en
informatie-uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als
omschreven in de artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk
voor elke ontwikkeling van het gemeenschappelijk communicatienetwerk met
gemeenschappelijke interface (CCN/CSI) die nodig is om de uitwisseling van die
inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk te maken. De lidstaten zijn verantwoordelijk voor
elke ontwikkeling van hun systemen die nodig is om de uitwisseling van de inlichtingen via
het CCN/CSI mogelijk te maken.".
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in
het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 1 van de verordening is van toepassing tot 1 januari 2010.
Artikel 2 van de verordening is van toepassing tot 1 januari 20JJ.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE 2
VERKLARINGEN VOOR DE NOTULEN:
I. ad het gewijzigd voorstel voor Richtlijn 200X/XXX/EG van de Raad tot wijziging van
Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst
Ad de gehele richtlijn:
De Raad komt overeen om, op basis van passende voorstellen van de Commissie, voort te werken
aan een algehele vereenvoudiging voor niet gevestigde belastingplichtigen (eenloketsysteem),
alsmede om gemeenschappelijke regels op te stellen betreffende de uitsluiting van het recht op btw-
aftrek en betreffende de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen voor kleine en middelgrote
ondernemingen.
Ad de gehele richtlijn:
De Commissie verklaart dat de gekozen bijzondere regeling verder verbeterd moet worden zodat de
betrokken bedrijven optimaal profiteren van de vereenvoudiging. Zij zal alles in het werk stellen om
Artikel 57
De Raad en de Commissie zijn het erover eens dat met dit voorstel niet vooruitgelopen wordt op de
toetsing van de plaats van belastingheffing op voor verbruik aan boord bestemde
goederenleveringen en op diensten, met inbegrip van restaurantdiensten, verricht voor passagiers
aan boord van schepen, vliegtuigen of treinen, als bedoeld in artikel 37 van Richtlijn 2006/112/EG.
Deze toetsing omvat uitdrukkelijk ook diensten verricht aan boord van schepen (waaronder
cruiseschepen) en bestrijkt tevens de nieuwe regeling inzake de plaats van een dienst in artikel 57
van Richtlijn 2006/112/EG.
Artikel 262
De Raad roept alle delegaties op ervoor te zorgen dat de lidstaten al het nodige doen opdat de
krachtens artikel 262 vereiste aanvullende informatie vanaf 1 januari 2010 onder de lidstaten kan
worden uitgewisseld.
De Raad verzoekt de Commissie om op basis van de door de lidstaten verstrekte gegevens in het
oog te houden welke maatregelen door de lidstaten worden genomen, teneinde ervoor te zorgen dat
alle nodige maatregelen voor informatie-uitwisseling door alle lidstaten effectief worden toegepast
vóór de datum van inwerkingtreding van de richtlijn.
Ad artikel 5:
Artikel 58
De Raad verzoekt de Commissie de praktische toepassing van de in artikel 58 bedoelde diensten te
onderzoeken en in voorkomend geval passende voorstellen aan de Raad voor te leggen.
Artikel 58
De Raad en de Commissie achten het consequent dat een lidstaat een voor btw-doeleinden in een
lidstaat geïdentificeerde belastingplichtige die krachtens artikel 58 vanuit een andere lidstaat
diensten verricht zonder gebruik te maken van de bijzondere regeling waarin bij de artikelen 369 bis
tot en met 369 undecies wordt voorzien, ertoe verplicht bij zijn aangifte dezelfde gegevens te
vermelden als die welke voorgeschreven zijn bij artikel 369 octies. Zij zijn het erover eens dat een
dergelijke verplichting overeenkomstig artikel 273 kan worden opgelegd, mits er niet louter voor de
niet in die lidstaat gevestigde personen administratieve lasten uit voortvloeien.
II. Ad het voorstel voor een richtlijn 200Y/YYY/EG van de Raad tot vaststelling van
nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de
belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van
teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn
III. Ad Verordening (EG) nr. ZZZ/200Z van de Raad tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 1798/2003 met betrekking tot de invoering van een regeling voor administratieve
samenwerking in het kader van de bepalingen betreffende de plaats van een dienst, het
eenloketsysteem en de btw-teruggaafprocedure.
Ad artikel 2:
Artikel 5, lid 3
De lidstaten zijn van mening dat de nodige voorrang moet worden gegeven aan verzoeken om
inlichtingen uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad met
betrekking tot diensten waarvoor de belastingplichtige gebruikt maakt of verkiest geen gebruik te
maken van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn
2006/112/EG. In de operationele verklaring van beste praktijken zou worden gepreciseerd dat die
verzoeken om inlichtingen per definitie niet systematisch mogen zijn, en alleen mogen worden
ingediend door een lidstaat die niet tevreden is over het antwoord op een eerder verzoek dat
rechtstreeks aan de belastingplichtige gericht was; tevens zou die verklaring een afspiegeling
moeten zijn van de algemene beginselen aangaande het verband tussen artikel 5 en artikel 40 van
Verordening (EG) nr. 1798/2003, vooral voor de gevallen waarin:
-
-een verzoek van een lidstaat overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder a), als "administratief
onevenredig zwaar belastend" wordt beschouwd. Het leidend beginsel is dat dit niet het
-
-van een verzoekende lidstaat overeenkomstig artikel 40, lid 1, onder b) is vastgesteld dat
hij "voor het verkrijgen van de inlichtingen eerst een beroep heeft gedaan op alle
gebruikelijke bronnen die hij in de gegeven omstandigheden had kunnen benutten". Het
leidend beginsel is dat dit het geval is wanneer de verzoekende autoriteit een
belastingplichtige voordien verzocht heeft de in artikel 369 duodecies bedoelde
boekhouding met voldoende gegevens beschikbaar te stellen in verband met diensten
waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van de bijzondere regeling van titel XII,
hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG, of voordien een belastingplichtige die
ervoor gekozen heeft geen gebruik te maken van die bijzondere regeling om inlichtingen
heeft verzocht.
Ad de artikelen 17 en 18
De Commissie bevestigt dat zij voornemens is Verordening (EG) nr. 1925/2004 van de Commissie
van 29 oktober 2004 tot vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen
van Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad aan te passen aan het feit dat de lidstaten
informatie moeten uitwisselen zodat zij een behoorlijke controle kunnen uitoefenen over
elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten verricht
door belastingplichtigen die in de Gemeenschap gevestigd zijn. Bij deze aanpassing zal de
Commissie passende aandacht besteden aan de behoeften van zowel de lidstaten van identificatie
als de lidstaten van verbruik, zodat de inlichtingen die moeten worden uitgewisseld in verhouding
| publicatiedatum | 22-11-2007 |
|---|---|
| kenmerk | 15550/07 |
