Voorstel - Hoofdinhoud
RAAD VAN Brussel, 9 januari 2008 (11.01)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
5151/08
Interinstitutioneel dossier:
2007/0293 (COD)
JUR 5 INST 3 CODEC 16 AGRI 5 AGRILEG 2 AGRIORG 1 AVIATION 5 CORDROGUE 3 DENLEG 2 DEVGEN 2 DRS 1 ECO 1 ECOFIN 8 ENER 4 ENT 4 ENV 11 MAR 4 MI 6 PECHE 5 RELEX 7 SAN 3 SOC 9 STATIS 5 TRANS 4 UD 2
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.
Een toelichting bij dit voorstel staat in doc. 16391/07 JUR 452 INST 164 CODEC 1445 AGRI 428 AGRIFIN 152 AGRILEG 199 AGRIORG 129 ASIM 107 AVIATION 226 CODIF 62 CONSOM 150 CORDROGUE 91 DENLEG 135 DRS 53 ECO 165 ECOFIN 512 EDUC 223 EEE 71 ENER 315 ENT 160 ENV 700 ETS 21 IND 131 INF 156 JUSTCIV 338 MAP 23 MAR 131 MI 339 ONU 75 PECHE 378 RECH 428 RELEX 965 SAN 260 SOC 528 STATIS 163 TELECOM 169 TRANS 414 TOUR 11 UD 129 UEM 195 WTO 271.
Bijlage: COM(2007) 824 definitief
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 19.12.2007 COM(2007) 824 definitief
2007/0293 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij
Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van
het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft
Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing
Deel twee
INHOUDSOPGAVE
BIJLAGE.................................................................................................................................... 8
-
1.Humanitaire hulp.......................................................................................................... 8
1.1. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp............................................................................................................................... 8
-
2.Ondernemingen ............................................................................................................ 9
2.1. Richtln 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols .......................................... 9
2.2. Richtln 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik ..................................................................................................... 10
2.3. Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis................................................... 11
2.4. Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen .......................................................................... 12
2.5. Richtln 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktken (GLP) (gecodificeerde versie) ............................................................................................... 13
2.6. Richtln 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelke en bestuursrechtelke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie) ............................................................................................... 14
3.2. Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw .................................................................................................................... 21
3.3. Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval ............................................................. 22
3.4. Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG................................................................................................... 24
3.5. Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen ....... 25
3.6. Richtln 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wziging van Richtln 96/61/EG van de Raad ................... 26
3.7. Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG................................................................................................. 28
3.8. Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht....................................................................................... 30
3.9. Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen................................................... 31
-
4.Eurostat ...................................................................................................................... 34
4.1. Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie...... 34
4.2. Richtlijn 96/16/EG van de Raad van 19 maart 1996 betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten................................................................................. 37
-
6.Gezondheid en Consumentenbescherming ................................................................ 45
6.1. Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders .............................................................................................................. 45
6.2. Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten................................................................................ 46
6.3. Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van Richtlijn 77/101/EEG................. 48
6.4. Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding............................................................................. 49
6.5. Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad
.................................................................................................................................... 51
6.6. Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad....................................................................................................................... 52
6.7. Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne.......................................................................... 54
6.8. Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong .................................................................... 55
6.9. Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong.................................................................................................................... 57
dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2978/94 van de Raad . 63
7.5. Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen .................... 64
7.6. Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wziging van Richtln 92/42/EEG .. 66
7.7. Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap................................................................................. 67
7.8. Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten ......................................................................................................... 68
7.9. Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad ................................................................................................................ 70
7.10. Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap .................................................................................................... 71
7.11. Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens ........................................... 72
Chronologische index............................................................................................................... 74
2007/0293 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij
Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van
het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft
Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing
Deel twee
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37, artikel 44, lid 1, artikel 71, artikel 80, lid 2, artikel 95, artikel 152, lid 4, onder b), artikel 175, lid 1, en de artikelen 179 en 285,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité2,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank3,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag4,
(2) Overeenkomstig de gemeenschappelijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
6 betreffende Besluit 2006/512/EG, vergt de toepassing van
deze nieuwe procedure op reeds geldende, volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen besluiten, dat deze besluiten volgens de geldende procedures worden aangepast.
(3) Daar de wijzigingen die daartoe moeten worden aangebracht aan de besluiten alleen betrekking hebben op de comitéprocedures, dienen zij in het geval van richtlijnen niet te worden omgezet door de lidstaten,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de lijst in bijlage genoemde besluiten worden overeenkomstig die bijlage aangepast aan Besluit 1999/468/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.
Artikel 2
De verwijzingen naar de bepalingen van de in de bijlage genoemde besluiten moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze bepalingen, zoals aangepast bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
-
1.HUMANITAIRE HULP
1.1. Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp
7
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de toepassingsverordeningen van deze verordening aan te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 1257/96 met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1257/96 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 13, vierde alinea, komt als volgt te luiden:
"De Commissie besluit volgens de procedure van artikel 17, lid 2, en binnen de grenzen van artikel 15, lid 2, tweede streepje, over de voortzetting van de op basis van de noodprocedure vastgestelde acties."
(2) Artikel 15 komt als volgt te luiden:
"Artikel 15
-
1.De Commissie neemt de toepassingsverordeningen van deze verordening aan. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
het totale financieringsbedrag ervan; de Commissie en de lidstaten onderzoeken in dit verband welke prioriteiten in het kader van de uitvoering van deze algemene plannen moeten worden toegekend,
-
-neemt de Commissie, onverminderd artikel 13, een besluit over de projecten van meer dan 2 miljoen ecu."
(3) Artikel 17 komt als volgt te luiden:
"Artikel 17
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
2.ONDERNEMINGEN
2.1. Richtln 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols
"Artikel 5
De Commissie stelt de wijzigingen vast die nodig zijn voor het aanpassen aan de technische vooruitgang van de bijlage bij deze richtlijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 komt als volgt te luiden:
"2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
b)Lid 3 wordt geschrapt.
(3) Artikel 10, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. De Commissie kan de nodige technische aanpassingen van deze richtlijn vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
In dat geval kan de lidstaat die de vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen, deze handhaven totdat genoemde aanpassingen van kracht worden."
2.2. Richtln 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik
9
Met betrekking tot Richtln 93/15/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de richtlijn aan te passen teneinde rekening te houden met de toekomstige wijzigingen van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties en om de toepassingsvoorwaarden van artikel 14, tweede alinea, vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 93/15/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
5.De Commissie stelt volgens de in lid 3 omschreven procedure de uitvoeringsmaatregelen vast om met name rekening te houden met de toekomstige wijzigingen van de Aanbevelingen van de Verenigde Naties."
(2) Artikel 14, tweede alinea, komt als volgt te luiden:
"De lidstaten gaan na of deze ondernemingen uit de sector explosieven over een systeem van trajectcontrole beschikken waardoor te allen tijde de houder van bepaalde explosieven kan worden geïdentificeerd. De Commissie kan de maatregelen inzake de toepassingsvoorwaarden van dit lid vaststellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
2.3. Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis
10
Met betrekking tot Richtln 2000/14/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om vast te stellen onder welke voorwaarden de wijzigingen die nodig zijn in het licht van de ontwikkeling van wetenschap en techniek moeten worden aangenomen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2000/14/EG als volgt gewijzigd:
"Artikel 18 bis
De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast voor de aanpassing van bijlage III aan de technische vooruitgang, mits zij niet van invloed zijn op het gemeten geluidsvermogensniveau van het in artikel 12 genoemde materieel, in het bijzonder door de opneming van verwijzingen naar bestaande toepasselijke Europese normen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 19, onder b), komt als volgt te luiden:
"b) verleent bijstand aan de Commissie bij de aanpassing van bijlage III aan de technische vooruitgang,".
2.4. Verordening (EG) nr. 2003/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 inzake meststoffen
11
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2003/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek, om de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan te passen, om de bepalingen betreffende de controlemaatregelen vast te stellen en om nieuwe typen EG-meststoffen op te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2003/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2003/2003 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 29, lid 4, komt als volgt te luiden:
"4. De Commissie past de meet-, bemonsterings- en analysemethoden aan en moderniseert ze, en past waar mogelijk Europese normen toe. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Dezelfde procedure geldt voor de vaststelling van de uitvoeringsbepalingen die nodig zijn om de controlemaatregelen, bedoeld in dit artikel en in de artikelen 8, 26 en 27, nader uit te werken. Deze bepalingen betreffen met name de frequentie waarmee tests moeten worden herhaald alsmede maatregelen om te garanderen dat de in de handel gebrachte meststof dezelfde is als de geteste meststof."
-
b)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. De Commissie past de bijlagen aan aan de vooruitgang van de techniek."
-
c)Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
"4. De in de leden 1 en 3 bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 32, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 32 komt als volgt te luiden:
"Artikel 32
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
2.5. Richtln 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktken (GLP) (gecodificeerde versie)
"Artikel 7
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG ingestelde Comité(*), hierna comité genoemd.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
3 Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_________________________________
(*) PB 196 van 16.8.1967, blz. 1, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 van
de Raad van 14 april 2003, PB L 122 van 16.5.2003."
(2) Artikel 8, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De Commissie stelt de volgende uitvoeringsmaatregelen vast:
-
a)aanpassing van de in artikel 2, lid 2, vermelde formule;
-
b)de aanpassing van bijlage I aan de technische vooruitgang.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
2.6. Richtln 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004
betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelke en
"Artikel 3 bis
Wat de beginselen van GLP betreft, kan de Commissie de bijlage aanpassen aan de technische vooruitgang.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 4 komt als volgt te luiden:
"Artikel 4
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 29, lid 1, van Richtlijn 67/548/EEG ingestelde Comité(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_________________________________
(*) PB 169 van 16.8.1967, blz. 1, gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 van
de Raad van 14 april 2003, PB L 122 van 16.5.2003."
(3) Artikel 5, lid 2, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"De Commissie kan uitvoeringsmaatregelen vaststellen om in deze richtlijn de nodige technische aanpassingen aan te brengen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 4, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
(1) Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)de inleidende zin komt als volgt te luiden:
"In voorkomend geval stelt de Commissie de volgende uitvoeringsmaatregelen vast:"
-
b)de volgende tweede en derde alinea worden toegevoegd:
"De onder punten a) tot en met e) van de eerste alinea vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De onder punt f) van de eerste alinea vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde procedure."
(2) Artikel 15 komt als volgt te luiden:
"Artikel 15
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 30 van Verordening (EG)
nr. 111/2005 ingestelde comité(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 648/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 12 komt als volgt te luiden:
"Artikel 12
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(2) Artikel 13 komt als volgt te luiden:
"Artikel 13
Aanpassing van de bijlagen
-
1.De wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen aan te passen, worden vastgesteld door de Commissie en zijn, waar mogelijk, gebaseerd op Europese normen.
diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees
Geneesmiddelenbureau16
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 726/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen en bijlagen te wijzigen, om regelingen,
beginselen en richtsnoeren vast te stellen en om specifieke
toepassingsvoorwaarden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 726/2004 en/of tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 726/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3, lid 4, komt als volgt te luiden:
"4. Na raadpleging van het bevoegde comité van het bureau kan de Commissie de bijlage opnieuw bezien in het licht van de technische en wetenschappelijke vooruitgang en kan zij de noodzakelijke wijzigingen vaststellen zonder het toepassingsgebied van de gecentraliseerde procedure uit te breiden.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 14, lid 7, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"De Commissie stelt een verordening vast waarin wordt bepaald op welke wijze dergelijke vergunningen worden verleend. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 16, lid 4, komt als volgt te luiden:
geneesmiddelen op het grondgebied van een derde land onverwijld, maar uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van de informatie aan de lidstaten en aan het bureau worden gemeld. De Commissie stelt de bepalingen vast voor de melding van vermoede gevallen van hetzij in de Gemeenschap, hetzij in een derde land optredende onverwachte bijwerkingen die niet ernstig zijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 4 komt als volgt te luiden:
"4. De Commissie kan, in het licht van de opgedane ervaring, bepalingen vaststellen tot wijziging van lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 29 komt als volgt te luiden:
"Artikel 29
De Commissie kan wijzigingen vaststellen die eventueel in dit hoofdstuk moeten worden aangebracht om het aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(6) Artikel 41, lid 6, komt als volgt te luiden:
"6. De Commissie stelt, na overleg met het bureau, de nodige bepalingen vast voor het onderzoeken van wijzigingen van een vergunning vóór het in de handel brengen, en wel in de vorm van een verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 4 komt als volgt te luiden:
"De Commissie kan, in het licht van de opgedane ervaring, bepalingen vaststellen tot wijziging van lid 3. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde procedure met toetsing."
(8) Artikel 54 komt als volgt te luiden:
"Artikel 54
De Commissie kan wijzigingen vaststellen die eventueel in dit hoofdstuk moeten worden aangebracht om het aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(9) Artikel 70, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De Commissie stelt echter bepalingen vast waarin staat onder welke omstandigheden middelgrote en kleine bedrijven lagere vergoedingen mogen betalen, betaling van vergoedingen mogen uitstellen of administratieve bijstand kunnen krijgen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(10) Artikel 84, lid 3, eerste alinea, komt als volgt te luiden:
"Op verzoek van het bureau kan de Commissie de houders van krachtens deze verordening verleende vergunningen voor het in de handel brengen geldboeten opleggen, indien zij bepaalde in het kader van deze vergunningen vastgestelde verplichtingen niet nakomen. De maximumbedragen alsmede de voorwaarden waaronder en de wijze waarop deze boeten worden ingevorderd, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 87, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
3.MILIEU
3.1. Richtlijn 82/883/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij lozingen van de titaandioxyde-industrie
17
Met betrekking tot Richtln 82/883/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de parameters in de kolom 'bepaling facultatief' en de referentiemethoden voor meting, zoals vermeld in de bijlagen, aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 82/883/EEG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 82/883/EEG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 9 komt als volgt te luiden:
"Artikel 9
De Commissie stelt de wijzigingen vast die noodzakelijk zijn om de parameters in de kolom 'bepaling facultatief' en de referentiemethoden, zoals vermeld in de bijlagen, aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 11 komt als volgt te luiden:
artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 86/278/EEG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 13 komt als volgt te luiden:
"Artikel 13
De bepalingen van de bijlagen bij de richtlijn, met uitzondering van de parameters en waarden die zijn aangegeven in de bijlagen I A, I B en I C, alsook elk gegeven dat van invloed kan zijn op de beoordeling van die waarden en de te analyseren parameters die worden genoemd in de bijlagen II A en II B, worden door de Commissie aangepast aan de vooruitgang van de techniek en de wetenschap.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 15 komt als volgt te luiden:
"Artikel 15
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
3.3. Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval
(1) Artikel 3, punt 1, vierde alinea, komt als volgt te luiden:
"De Commissie bestudeert indien passend, de voorbeelden ter illustratie van de definitie van verpakking in bijlage I en herziet deze waar nodig. De volgende artikelen worden prioritair behandeld: CD- en videodoosjes, bloempotten, buizen en rollen die met buigbaar materiaal omwikkeld zijn, papier waarop zelfklevende etiketten zitten, en inpakpapier. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 11, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. De Commissie stelt vast onder welke voorwaarden de in lid 1 bedoelde concentraties niet van toepassing zijn op gerecycleerd materiaal en producten die zijn opgenomen in een gesloten en gecontroleerde keten, en welke verpakkingssoorten vrijgesteld zijn van de in lid 1, derde streepje, bedoelde eis.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 12, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Met het oog op de harmonisatie van de kenmerken en de aanbiedingsvorm van de geproduceerde gegevens en het verenigbaar maken van de gegevens van de lidstaten, verstrekken de lidstaten hun beschikbare gegevens aan de Commissie, met behulp van volgens de regelgevingsprocedure van artikel 21, lid 2, en op basis van bijlage III vastgestelde tabellen."
(4) Artikel 19 komt als volgt te luiden:
"1. De Commissie stelt de noodzakelijke technische maatregelen vast om eventuele problemen bij de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn op te vangen, met name voor verpakkingsmateriaal dat inert is en in zeer kleine hoeveelheden (i.e. ongeveer 0,1 gewichtsprocent) op de markt van de Gemeenschap is gebracht, met name verpakking voor medische apparatuur en farmaceutische producten, kleine verpakkingen en luxeverpakkingen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(6) Artikel 21, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
3.4. Richtlijn 1999/32/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG
20
Met betrekking tot Richtlijn 1999/32/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om criteria op te stellen voor het gebruik van emissiereductietechnologieën door schepen van alle vlaggen in omsloten havens, havenbekkens en riviermondingen in de Gemeenschap, en wijzigingen vast te stellen die nodig zijn om in een aantal bepalingen technische aanpassingen aan te brengen in het licht van de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/32/EG en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/32/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4 quater, lid 3, komt als volgt te luiden:
regelgevingsprocedure met toetsing. Deze aanpassingen mogen niet leiden tot directe wijzigingen van de werkingssfeer van deze richtlijn of de grenswaarden voor het zwavelgehalte van brandstoffen van deze richtlijn."
(3) Artikel 9 komt als volgt te luiden:
"Artikel 9
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
3.5. Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen
21
Met betrekking tot Richtln 2001/81/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de methoden van bijlage III bij te werken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/81/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7, lid 4, komt als volgt te luiden:
"4. De methoden van bijlage III worden bijgewerkt door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
3.6. Richtln 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003
tot vaststelling van een regeling voor de handel in
broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wziging van Richtln 96/61/EG van de Raad
22
Met betrekking tot Richtlijn 2003/87/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen aan te nemen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van artikel 11 ter, lid 5; om een verordening vast te stellen inzake een gestandaardiseerd en beveiligd stelsel van registers, waaronder bepalingen betreffende het gebruik en de identificatie van CER's en ERU's voor gebruik in de Gemeenschapsregeling en betreffende de bewaking van het niveau van dit gebruik; om bijlage III conform artikel 22 te wijzigen; om de opneming van in blage I niet genoemde activiteiten en broeikasgassen goed te keuren; om conform met derde landen gesloten overeenkomsten de nodige bepalingen op te stellen in verband met de wederzijdse erkenning van emissierechten; en om genormaliseerde of aanvaarde maatregelen vast te stellen voor bewaking van de emissies van andere broeikasgassen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/87/EG en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/87/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 11 ter, lid 7, komt als volgt te luiden:
"7. Bepalingen inzake de uitvoering van de leden 3 en 4, met name indien zij betrekking hebben op het voorkomen van dubbeltellingen, worden vastgesteld door
de Commissie volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure. De Commissie stelt bepalingen vast voor de uitvoering van lid 5 indien het gastland voldoet aan alle eisen om in aanmerking te komen voor JI projectactiviteiten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 22 komt als volgt te luiden:
"Artikel 22
Wijzigingen van bijlage III
De Commissie kan blage III, met uitzondering van de criteria (1), (5) en (7), voor de periode van 2008 tot en met 2012 wzigen op grond van de in artikel 21 bedoelde verslagen en de ervaring die met de toepassing van deze richtln is opgedaan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 23, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(5) Artikel 24, lid 1, komt als volgt te luiden:
"1. Met inachtneming van alle relevante criteria, in het bzonder de effecten op de interne markt, mogelke concurrentieverstoringen, de milieu-integriteit van de regeling en de betrouwbaarheid van het geplande bewakings- en rapportagesysteem, mogen de lidstaten vanaf 2008 handel in emissierechten overeenkomstig deze richtln toepassen op:
richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(7) In bijlage IV komt de alinea onder de titel "Bewaking van de emissies van andere broeikasgassen" als volgt te luiden:
"Er moeten genormaliseerde of aanvaarde methoden worden gebruikt die door de Commissie in samenwerking met alle belanghebbenden worden ontwikkeld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
3.7. Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen en tot wijziging van Richtlijn 79/117/EEG
23
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 850/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om een aantal concentratiegrenswaarden in de bijlagen vast te stellen, om bijlagen te wijzigen wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, om de bestaande vermeldingen te wijzigen, en om bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek.
Daar het maatregelen van algemene strekking
betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 850/2004, moeten
zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde
regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 850/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 4, onder a), komt als volgt te luiden:
"a) een in bijlage IV vermelde stof bevat of daarmee verontreinigd is, op een andere manier in overeenstemming met de toepasselijke communautaire regelgeving worden verwijderd of nuttig worden toegepast, mits het gehalte van de vermelde stoffen in het afval onder de in bijlage IV vast te leggen concentratiegrenswaarden ligt. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Voordat deze concentratiegrenswaarden zijn vastgesteld volgens de hierboven genoemde procedure kan de bevoegde instantie van een lidstaat krachtens dit lid concentratiegrenswaarden of specifieke technische eisen met betrekking tot verwijdering of nuttige toepassing van afval vaststellen en toepassen;"
worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 14 komt als volgt te luiden:
"Artikel 14
Wijziging van de bijlagen
-
1.Wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, wijzigt de Commissie zo nodig de bijlagen I tot en met III dienovereenkomstig.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
2.Wanneer een stof in het verdrag of het protocol wordt opgenomen, wijzigt de Commissie zo nodig bijlage IV dienovereenkomstig.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
3.Wijzigingen in de bestaande vermeldingen in de bijlagen I tot en met III, bijvoorbeeld om deze aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden door de Commissie vastgesteld.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
(*) PB 196 van 16.8.1967, blz. 1, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 van de Raad van 14 april 2003 (PB L 122 van 16.5.2003)."
-
b)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(4) Artikel 17, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
3.8. Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht
24
Met betrekking tot Richtln 2004/107/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen en bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/107/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/107/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 9 komt als volgt te luiden:
"9. Ongeacht de concentratieniveaus dient voor achtergrondwaarden op iedere 100.000 km² een monsternemingspunt te worden geïnstalleerd voor de indicatieve meting in de lucht van arseen, cadmium, totaal gasvormig kwik, nikkel,
De monsternemingspunten voor deze verontreinigende stoffen moeten zodanig worden geselecteerd dat geografische variatie en langetermijntendensen kunnen worden vastgesteld. Bijlage III, delen I, II en III zijn van toepassing."
-
b)Lid 15 komt als volgt te luiden:
"15. De wijzigingen die nodig zijn om dit artikel en bijlage II, deel II, en de
bijlagen III tot en met V aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Zij mogen geen directe of indirecte wijzigingen van de streefwaarden tot gevolg hebben."
(2) Artikel 5, lid 4, komt als volgt te luiden:
"4. De Commissie stelt volgens de in artikel 6, lid 2, bedoelde procedure gedetailleerde regelingen vast voor het indienen van de informatie die krachtens lid 1 van dit artikel dient te worden verstrekt."
(3) Artikel 6, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(4) Bijlage V, punt V, komt als volgt te luiden:
"V. Referentietechnieken voor luchtkwaliteitsmodellen
Er kunnen momenteel geen referentietechnieken voor luchtkwaliteitsmodellen worden gespecificeerd. De Commissie kan wijzigingen vaststellen om dit punt aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 6, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1013/2006 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 11, lid 3, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"Indien zij niet tot een bevredigende oplossing komen, kan elk van beide lidstaten de zaak aan de Commissie voorleggen. Een besluit over deze zaak wordt genomen volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2."
(2) Artikel 58 komt als volgt te luiden:
"Artikel 58
-
1.De Commissie kan de bijlagen aanpassen aan de laatste wetenschappelijke en technische inzichten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Daarnaast:
-
a)worden de bijlagen I, II, III, III A, IV en V aangepast aan de wijzigingen die in het kader van het Verdrag van Bazel en van het OESO-besluit zijn overeengekomen;
-
b)mogen niet-ingedeelde soorten afvalstoffen voorlopig worden
toegevoegd aan bijlage III B, IV of V in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit;
-
c)mag, in afwachting van een besluit tot opneming in de desbetreffende bijlagen van het Verdrag van Bazel of het OESO-besluit voor mengsels van twee of meer groene soorten afvalstoffen van bijlage III op verzoek van een lidstaat worden overwogen die mengsels voorlopig in de in artikel 3, lid 2, genoemde gevallen toe te voegen aan bijlage III A. Bijlage III A kan de bepaling bevatten dat één of meer van de codes daarin niet van toepassing zijn op uitvoer naar landen waarvoor het OESO-besluit niet geldt;
"Artikel 59
Aanvullende maatregelen
-
1.De Commissie kan volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2, de volgende aanvullende maatregelen treffen in verband met de uitvoering van deze verordening:
-
a)richtsnoeren voor de toepassing van artikel 12, lid 1, onder g);
-
b)richtsnoeren voor de toepassing van artikel 15 in verband met de identificatie en opsporing van afvalstoffen die aanzienlijke veranderingen ondergaan tijdens de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering;
-
c)richtsnoeren voor de samenwerking tussen bevoegde autoriteiten ten aanzien van illegale overbrengingen, zoals bedoeld in artikel 24;
-
d)technische en organisatorische eisen voor de praktische uitvoering van elektronische gegevensuitwisseling voor het indienen van documenten en informatie overeenkomstig artikel 26, lid 4;
-
e)nadere aanwijzingen voor het taalgebruik, zoals bedoeld in artikel 27;
-
f)nadere aanwijzingen bij de procedurevoorschriften van titel II wat betreft de toepassing ervan op de uitvoer, de invoer en de doorvoer van afvalstoffen respectievelijk uit, in en door de Gemeenschap;
-
g)nadere aanwijzingen over niet gedefinieerde juridische voorwaarden.
-
2.De Commissie kan de volgende uitvoeringsmaatregelen treffen:
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_______________________
(*) PB L 114 van 27.4.2006, blz. 9-21."
(5) Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"Behalve voor glasafval, papierafval en oude luchtbanden mag deze periode volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2 worden verlengd tot ten laatste 31 december 2012."
-
b)Lid 4, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2012 overeenkomstig de procedure als bedoeld in artikel 59 bis, lid 2."
-
c)Lid 5 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)De derde alinea komt als volgt te luiden:
"Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2015 overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2."
toepassingsbepalingen betreffende de representativiteit en frequentie voor bepaalde producten vast te stellen, en om bepalingen vast te stellen voor de inhoud van vragenlijsten alsook uitvoeringsmaatregelen, waaronder maatregelen voor de aanpassing aan de technische ontwikkelingen op het gebied van de gegevensinwinning en de verwerking van de resultaten. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft die niet-essentiële onderdelen van Verordening (EEG) nr. 3924/91 beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EEG) nr. 3924/91 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 2, lid 6, komt als volgt te luiden:
"6. De Prodcom-lijst, de voor elke rubriek in te winnen informatie, alsmede andere uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden vastgesteld en bijgewerkt door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)In lid 2 wordt voor "van artikel 10" gelezen: "van artikel 10, lid 2".
-
b)Lid 5 komt als volgt te luiden:
"5. De eventueel noodzakelijke toepassingsbepalingen van dit artikel, met inbegrip van maatregelen ter aanpassing aan de technische ontwikkelingen, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
"1. De benodigde informatie wordt door de lidstaten ingewonnen via vragenlijsten waarvan de inhoud in overeenstemming is met bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) In artikel 6 en in artikel 7, lid 2, wordt voor "van artikel 10" gelezen: "van artikel 10, lid 2".
(6) De artikelen 9 en 10 komen als volgt te luiden:
"Artikel 9
Uitvoeringsmaatregelen
De maatregelen ter aanpassing aan de technische ontwikkelingen op het gebied van de gegevensinwinning en de verwerking van de resultaten worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Andere maatregelen ter uitvoering van deze verordening worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 10, lid 2.
Artikel 10
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom(*) opgerichte Comité statistisch programma.
4.2. Richtlijn 96/16/EG van de Raad van 19 maart 1996 betreffende statistische enquêtes inzake melk en zuivelproducten
27
Met betrekking tot Richtlijn 96/16/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de definities op te stellen betreffende de landbouwbedrijven waarbij de lidstaten overzichten opstellen van de productie en het gebruik van melk; om de lijst van zuivelproducten waarop de enquêtes betrekking hebben, vast te stellen, en om de uniforme definities die voor de mededeling van de resultaten dienen te worden toegepast, vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot aanvulling van Richtlijn 96/16/EG met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG
vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden
vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 96/16/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 1, punt 2, komt als volgt te luiden:
"2) stellen jaarlijks bij de landbouwbedrijven, zoals gedefinieerd door de
Commissie, overzichten op van de productie en het gebruik van melk; de maatregelen ter definiëring van landbouwbedrijven - maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen - worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 3, leden 2 en 3, komt als volgt te luiden:
"2. De lijst van zuivelproducten waarop de enquêtes betrekking hebben, wordt door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
-
3.De uniforme definities die voor de mededeling van de resultaten dienen te worden toegepast, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
____________________
(*) PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1."
4.3. Richtlijn 2001/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2001 betreffende door de lidstaten uit te voeren statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen
28
Met betrekking tot Richtlijn 2001/109/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van soorten fruitbomen en de tabel met de soorten waarnaar de enquête in de diverse lidstaten moet worden gehouden, te wijzigen, om de uitvoeringsbepalingen voor bepaalde artikelen vast te stellen en om de grenzen van de voor de lidstaten op te nemen productiegebieden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2001/109/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/109/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 1, lid 2, derde alinea, komt als volgt te luiden:
"De lijst van die soorten, alsmede de tabel die als bijlage is bijgevoegd, kunnen door de Commissie worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
"4. De uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 4, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De in lid 1 bedoelde resultaten worden voor ieder productiegebied afzonderlijk verstrekt. De grenzen van de voor de lidstaten op te nemen productiegebieden worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 8 komt als volgt te luiden:
"Artikel 8
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek, ingesteld bij Besluit 72/279/EEG van de Raad(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
(*) PB L 179 van 7.8.1972, blz. 1."
4.4. Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer
29
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 91/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de definities te wijzigen, om aanvullende definities vast te stellen, om de inhoud van de bijlagen aan te passen en om de richtsnoeren voor de rapporten over de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de resultaten op te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 91/2003 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 komt als volgt te luiden:
"2. In de bijlagen B en D worden de gegevens genoemd die bij een vereenvoudigde rapportage moeten worden verstrekt en die voor de lidstaten als alternatief kunnen dienen voor de normale gedetailleerde rapportage van bijlage A, respectievelijk C, voor ondernemingen met een totaal volume goederen- of reizigersvervoer van minder dan 500 miljoen tonkilometer of 200 miljoen reizigerskilometer. Die drempelwaarden kunnen worden aangepast door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 5 komt als volgt te luiden:
"5. De inhoud van de bijlagen kan worden aangepast door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 10 komt als volgt te luiden:
"Artikel 10
Uitvoeringsbepalingen
"Artikel 11
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad(*) opgerichte comité statistisch programma.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_____________________
(*) PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47."
(5) In bijlage H, punt 5, en bijlage J wordt voor "in artikel 11, lid 2," gelezen: "in artikel 11, lid 3".
4.5. Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht
30
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 437/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de definities van de verordening te wijzigen, om aanvullende bepalingen vast te stellen en om de inhoud van de bijlagen aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 437/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
(2) Artikel 5 komt als volgt te luiden:
"Artikel 5
Nauwkeurigheid van de statistieken
De gegevens worden verzameld door middel van volledige registratie, tenzij er andere nauwkeurigheidsnormen zijn vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 7, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De resultaten worden overeenkomstig de in bijlage I opgenomen formaten voor gegevensbestanden verzonden. De Commissie stelt vast welke bestanden moeten worden gebruikt. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 11, lid 2, vast welke drager voor de overdracht van de gegevens moet worden gebruikt."
(4) Artikel 10 komt als volgt te luiden:
"Artikel 10
Tenuitvoerlegging
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen of aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 11 komt als volgt te luiden:
"Artikel 11
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is opgericht bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder a), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
___________________________
(*) PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47."
4.6. Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003-2009
31
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 48/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van de onder deze verordening vallende kenmerken op te stellen en bij te werken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft die niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 48/2004 beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"Artikel 7
Uitvoeringsmaatregelen
-
1.De maatregelen ter uitvoering van deze verordening die betrekking hebben op de opmaak van de verstrekte gegevens en de eerste verzendingsperiode worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 2, bedoelde procedure.
-
2.De maatregelen ter uitvoering van deze verordening die betrekking hebben op elke wijziging van de lijst van kenmerken, mits daarbij geen aanzienlijke extra last aan de lidstaten wordt opgelegd, en die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
5.INTERNE MARKT
5.1. Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod
32
Met betrekking tot Richtln 2004/25/EG moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven regels vast te stellen voor de toepassing van artikel 6, lid 3, betreffende de inhoud van het biedingsbericht. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, onder meer door haar aan te vullen of ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"4. De uitvoeringsbepalingen voor lid 3 van dit artikel worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 komt als volgt te luiden:
"2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
b)Lid 3 wordt geschrapt.
-
6.GEZONDHEID EN CONSUMENTENBESCHERMING
6.1. Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders
33
Met betrekking tot Richtln 79/373/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om afwijkingen vast te stellen op de voorschriften betreffende de verpakking van diervoerders en om de bijlage te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 79/373/EEG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 79/373/EEG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De afwijkingen van het beginsel van lid 1 die op communautair niveau moeten worden toegestaan, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing, voor zover het kenmerk en de kwaliteit van de mengvoeders zijn gewaarborgd."
-
a)worden uiterlijk op 22 januari 1991 volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure categorieën vastgesteld waarin verscheidene voedermiddelen zijn gegroepeerd;
-
b)kunnen de methoden voor de berekening van de energiewaarde van de mengvoeders volgens de in artikel 13, lid 2, bedoelde procedure worden bepaald;
-
c)worden de in de bijlage aan te brengen wijzigingen door de Commissie vastgesteld; deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 13, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.2. Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten
34
Met betrekking tot Richtln 82/471/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen en om criteria vast te stellen aan de hand waarvan de aard van de in deze richtln bedoelde producten kan worden vastgesteld. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 82/471/EEG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld. Wegens de urgentie moet de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure voor het wijzigen van de richtlijn worden toegepast.
Bijgevolg wordt Richtlijn 82/471/EEG als volgt gewijzigd:
Commissie een besluit genomen binnen twee jaar na de kennisgeving van deze richtln en na raadpleging van het Wetenschappelk Comité voor de diervoeding en het Wetenschappelk Comité voor de menselke voeding."
-
b)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. De criteria aan de hand waarvan de aard van de in deze richtln bedoelde producten kan worden vastgesteld, met name de samenstellings- en zuiverheidseisen, alsmede de fysisch-chemische en biologische eigenschappen, kunnen aan de hand van de wetenschappelke en technische kennis door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) In artikel 7, lid 2, tweede alinea, wordt "artikel 13" vervangen door "artikel 13, lid 2".
(3) Artikel 8, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Indien de Commissie van oordeel is dat wzigingen van deze richtln noodzakelk zn om de in lid 1 genoemde moeilkheden te ondervangen en de bescherming van de gezondheid van mens en dier te verzekeren, neemt z deze maatregelen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. In dat geval mag de lidstaat de door hem genomen vrijwaringsmaatregelen handhaven totdat de wijzigingen van kracht worden."
(4) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.3. Richtlijn 96/25/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verkeer van voedermiddelen, tot wijziging van de Richtlijnen 70/524/EEG, 74/63/EEG, 82/471/EEG en 93/74/EEG, en tot intrekking van Richtlijn 77/101/EEG
35
Met betrekking tot Richtlijn 96/25/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van stoffen waarvan het verkeer of het gebruik als voedermiddel beperkt of verboden zijn, vast te stellen en te wijzigen en om de bijlage aan te passen in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Daar het maatregelen van algemene
strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van
Richtlijn 96/25/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten
zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde
regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de wijziging van de lijst van stoffen waarvan het verkeer of het gebruik als voedermiddel beperkt of verboden zijn, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van wijzigingen van de bijlage in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch worden ingekort.
Bijgevolg wordt Richtlijn 96/25/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 5, lid 1, onder g), tweede streepje, komt als volgt te luiden:
"- communautaire maatregelen die staan op een lijst die door de Commissie moet worden opgesteld; deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 11 komt als volgt te luiden:
vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
3.De in lid 2 genoemde lijst wordt door de Commissie aangepast in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 13, lid 5, bedoelde urgentieprocedure om die maatregelen te nemen.
-
4.De bijlage wordt door de Commissie aangepast in het licht van de vooruitgang op wetenschappelijk en technisch gebied. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 13, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
b)De volgende leden 4 en 5 worden toegevoegd:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG
bedoelde termijnen worden respectievelijk
vastgesteld op twee maanden, een maand en twee maanden.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanpassing van bijlagen I en II aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/32/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7, lid 2, eerste alinea, komt als volgt te luiden:
"Er wordt onverwijld besloten of de bijlagen I en II dienen te worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, leden 1 en 2, komt als volgt te luiden:
"1. De Commissie past de bijlagen I en II aan aan de ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 11, lid 4, bedoelde urgentieprocedure om deze wijzigingen vast te stellen.
-
2.De Commissie:
-
-neemt periodiek geconsolideerde versies van de bijlagen I en II aan waarin de wijzigingen zijn verwerkt die overeenkomstig lid 1 en volgens de in artikel 11, lid 2, bedoelde procedure zijn vastgesteld,
-
-kan criteria voor de aanvaardbaarheid van zuiveringsprocédés vaststellen, alsmede criteria voor de aanvaardbaarheid van producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren en dergelijke procédés hebben ondergaan; deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_________________________________
(*) PB L 170 van 3.8.1970, blz. 1."
(4) Artikel 12 wordt geschrapt.
6.5. Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet- commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad
37
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 998/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de lijst van diersoorten in deel C van bijlage I en de lijsten van landen en gebieden in delen B en C van bijlage II te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die verordening, moeten
zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde
regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van de lijst van derde landen worden ingekort.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 998/2003 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
"Artikel 19
Bijlage I, deel C, en bijlage II, delen B en C, kunnen door de Commissie worden gewijzigd om rekening te houden met de ontwikkeling van de situatie met betrekking tot ziekten van de in deze verordening genoemde diersoorten, met name rabiës, op het grondgebied van de Gemeenschap of in derde landen, en om in voorkomend geval voor de toepassing van deze verordening een maximumaantal dieren voor het verkeer vast te stellen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 21 komt als volgt te luiden:
"Artikel 21
De Commissie kan overgangsbepalingen vaststellen die de overschakeling van de huidige regeling naar deze verordening mogelk maken. Deze maatregelen, die niet- essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 24, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 4 komt als volgt te luiden:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
b)Het volgende lid 5 wordt toegevoegd:
"5. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5, onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Om urgente redenen is het noodzakelijk de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure toe te passen voor het wijzigen van bijlage I bij Richtlijn 2003/99/EG om zoönoses of zoönoseverwekkers aan de in de daarin opgenomen lijsten toe te voegen of daaruit te schrappen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/99/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:
-
a)De inleidende zin komt als volgt te luiden:
"Bijlage I kan door de Commissie worden gewijzigd, teneinde zoönoses of zoönoseverwekkers aan de in die bijlage opgenomen lijsten toe te voegen, respectievelijk daaruit te schrappen, met name op grond van de volgende criteria:"
-
b)De volgende tweede alinea wordt toegevoegd:
"Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 5, lid 1, komt als volgt te luiden:
"1. Indien de via routinebewaking overeenkomstig artikel 4 verzamelde gegevens ontoereikend
zijn, kunnen door de Commissie gecoördineerde
bewakingsprogramma's worden vastgesteld voor een of meer zoönoses en/of zoönoseverwekkers. De gecoördineerde bewakingsprogramma's kunnen vooral worden vastgesteld wanneer een specifieke behoefte aan een risico-evaluatie is geconstateerd of wanneer op het niveau van de lidstaten of van de Gemeenschap
referentiewaarden met betrekking tot zoönoses of
zoönoseverwekkers moeten worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet- essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
b)Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.7. Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne
39
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 852/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen betreffende specifieke hygiënemaatregelen en de erkenning van inrichtingen vast te stellen alsook om onder bepaalde voorwaarden uitzonderingen op het bepaalde in de bijlagen I en II toe te staan. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 852/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 4, komt als volgt te luiden:
"4. De in lid 3 bedoelde criteria, vereisten en doelstellingen en de bijbehorende bemonsterings- en analysemethoden worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
"De bepalingen in de bijlagen I en II kunnen door de Commissie worden aangepast of geactualiseerd, waarbij rekening gehouden wordt met:"
-
ii)de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:
"Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 2 komt als volgt te luiden:
"2. Uitzonderingen op het bepaalde in de bijlagen I en II kunnen door de Commissie worden toegestaan, met name om de tenuitvoerlegging van artikel 5 voor kleine ondernemingen te vereenvoudigen, daarbij rekening houdend met de relevante risicofactoren, voor zover deze uitzonderingen geen gevolgen hebben voor het bereiken van de bij deze verordening vastgestelde
doeleinden. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 14, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.8. Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong
40
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 853/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen vast te stellen betreffende algemene verplichtingen van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven en bijzondere waarborgen voor het in de handel brengen van levensmiddelen in Zweden en Finland alsook om onder bepaalde voorwaarden vrijstellingen te verlenen van de bepalingen van de bijlagen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Commissie is goedgekeurd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3.
-
a)De in de leden 1 en 2 vastgestelde voorschriften kunnen door de Commissie worden bijgewerkt, zodat met name rekening kan worden gehouden met eventuele wijzigingen in de programma's van de lidstaten of met de aanneming van microbiologische criteria overeenkomstig Verordening (EG) nr. 852/2004. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
b)Volgens de in artikel 12, lid 2, bedoelde procedure kunnen de voorschriften van lid 2 van dit artikel met betrekking tot alle in lid 1 van dit artikel bedoelde levensmiddelen volledig of gedeeltelijk worden uitgebreid tot elke lidstaat of elk gebied van een lidstaat met een controleprogramma dat is erkend als gelijkwaardig met het voor Zweden en Finland goedgekeurde programma wat betreft de betrokken levensmiddelen van dierlijke oorsprong."
(3) Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)de inleidende zin komt als volgt te luiden:
"De bepalingen in de bijlagen II en III kunnen door de Commissie aangepast of geactualiseerd worden, waarbij rekening dient te worden gehouden met:"
worden vastgesteld of volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing wijzigingen op bijlage II of III worden aangenomen, teneinde:"
(5) Artikel 12, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.9. Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong
41
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 854/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen bij deze verordening te wijzigen of aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen
van deze verordening, moeten zij volgens de in artikel 5 bis
van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden
vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 854/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 17, leden 1 en 2, komt als volgt te luiden:
"1. De bijlagen I, II, III, IV, V en VI kunnen door de Commissie worden gewijzigd of aangevuld om rekening te houden met de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
2.Afwijkingen van de bijlagen I, II, III, IV, V en VI kunnen door de Commissie worden toegestaan, voor zover zij geen gevolgen hebben voor het bereiken van de bij deze verordening vastgestelde doelstellingen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.10. Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne
42
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 183/2005 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de microbiologische criteria en de specifieke doelen die exploitanten van diervoederbedrijven moeten bereiken, vast te stellen, om maatregelen te treffen betreffende de erkenning van inrichtingen, om bijlagen I, II en III te wijzigen en om afwijkingen van deze bijlagen toe te staan. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 183/2005 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 183/2005 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 5, lid 3, tweede alinea, komt als volgt te luiden:
"De onder a) en b) bedoelde criteria en doelen worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 10, punt 3, komt als volgt te luiden:
"3) een door de Commissie aangenomen verordening erkenning vereist; deze
maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 27 komt als volgt te luiden:
-
d)wetenschappelijk advies, met name nieuwe risicobeoordelingen;
-
e)de vaststelling van voederveiligheidsdoelen;
en
-
f)de opstelling van voorschriften voor specifieke handelingen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 28 komt als volgt te luiden:
"Artikel 28
Afwijkingen van de bijlagen I, II en III
Afwijkingen van het bepaalde in de bijlagen I, II en III kunnen om bijzondere redenen door de Commissie worden toegestaan, voor zover die afwijkingen geen nadelige gevolgen hebben voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze verordening. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 31, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 31, lid 3, komt als volgt te luiden:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
"De veiligheid van het systeem moet in overeenstemming zijn met de technische voorschriften van bijlage I B. De Commissie ziet er op toe dat in deze bijlage wordt bepaald dat de EG-goedkeuring slechts aan het controleapparaat mag worden verleend, wanneer is gebleken dat het hele systeem (het controleapparaat zelf, de bestuurderskaart en de elektrische aansluiting op de versnellingsbak) bestand is tegen pogingen tot manipulatie of verandering van de gegevens betreffende de rijtijden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De daartoe noodzakelijke beproevingen worden verricht door deskundigen die op de hoogte zijn van de meest recente technieken inzake manipulatie."
(2) Artikel 17, lid 1, komt als volgt te luiden:
"1. De wijzigingen die nodig zijn om de bijlagen aan te passen aan de vooruitgang van de techniek en die maatregelen zijn die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 18 komt als volgt te luiden:
"Artikel 18
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
7.2. Richtlijn 97/70/EG van de Raad van 11 december 1997 betreffende de invoering van een geharmoniseerde veiligheidsregeling voor vissersvaartuigen waarvan de lengte 24 m of meer bedraagt
(2) Artikel 8, eerste alinea, komt als volgt te luiden:
"De volgende aanpassingen, die maatregelen zijn tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing:
-
a)voorschriften mogen worden vastgesteld en toegevoegd ten behoeve van:
-
-een geharmoniseerde interpretatie van de voorschriften van de bijlage bij het Protocol van Torremolinos, voor zover die aan het oordeel van de administraties van de afzonderlijke verdragsluitende partijen is overgelaten en voor zover die nodig is voor de consistente toepassing in
de Gemeenschap,
-
-de tenuitvoerlegging van de richtlijn, zonder dat het toepassingsgebied wordt verruimd;
-
b)de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 van de richtlijn mogen worden aangepast en haar bijlagen worden gewijzigd, om ervoor te zorgen dat eventuele wijzigingen van het Protocol van Torremolinos die na de goedkeuring van deze richtlijn in werking treden, worden toegepast."
(3) Artikel 9 komt als volgt te luiden:
"Artikel 9
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG)
nr. 2099/2002 ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) (*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
7.3. Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro-veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen
45
Met betrekking tot Richtlijn 1999/35/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om wijzigingen aan te brengen in de bijlagen, in definities, alsook in de verwijzingen naar gemeenschapsinstrumenten en instrumenten van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna "IMO" genoemd) teneinde deze aan te passen aan maatregelen van de Gemeenschap of de IMO die later in werking zijn getreden. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven de bijlagen te wijzigen om verbetering te brengen in de met deze richtlijn ingestelde regeling. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 1999/35/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/35/EG als volgt gewijzigd:
(1) In artikel 4, lid 1, onder d), laatste zin, in artikel 11, leden 6 en 8, en in artikel 13, lid 3, tweede en laatste zin, wordt "van artikel 16" vervangen door "van artikel 16, lid 2".
(2) Artikel 16 komt als volgt te luiden:
"Artikel 16
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG)
nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)
(3) Artikel 17 komt als volgt te luiden:
"Artikel 17
Wijzigingsprocedure
De bijlagen bij deze richtlijn, de definities, verwijzingen naar
Gemeenschapsinstrumenten en verwijzingen naar IMO-resoluties kunnen worden gewijzigd voor zover dat nodig is ter aanpassing aan maatregelen van de Gemeenschap of de IMO die in werking getreden zijn, mits het toepassingsgebied van deze richtlijn niet wordt verruimd.
De bijlagen kunnen tevens gewijzigd worden indien zulks nodig is om verbetering te brengen in de met deze richtlijn ingestelde regeling, mits het toepassingsgebied van de richtlijn niet wordt verruimd.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten kunnen van het toepassingsgebied van deze richtlijn worden uitgesloten krachtens artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2099/2002."
7.4. Verordening (EG) nr. 417/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 18 februari 2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2978/94 van de Raad
46
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 417/2002 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde verwijzingen naar de relevante voorschriften van Marpol 73/78 en naar MEPC resoluties 111(50) en 94(46) te wijzigen om de verwijzingen in overeenstemming te brengen met door de IMO vastgestelde amendementen op deze voorschriften en resoluties, voor zover dergelijke wijzigingen het toepassingsgebied van deze richtlijn niet verruimen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 417/2002, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"Artikel 10
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG)
nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)
(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_______________
(*) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1."
(2) Artikel 11, eerste alinea, komt als volgt te luiden:
"De Commissie kan de verwijzingen in de artikelen van deze verordening naar de voorschriften van bijlage I bij Marpol 73/78 en naar de MEPC resolutie 111(50) en MEPC-resolutie 94(46), zoals gewijzigd bij MEPC-resoluties 99(48) en 112(50) wijzigen om de verwijzingen in overeenstemming te brengen met door de IMO vastgestelde amendementen op deze voorschriften en resoluties, voor zover dergelijke wijzigingen het toepassingsgebied van deze verordening niet verruimen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
7.5. Verordening (EG) nr. 782/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 houdende een verbod op organische tinverbindingen op schepen
47
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 782/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om voor bepaalde schepen een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling vast te stellen, om bepaalde maatregelen te treffen betreffende schepen die onder de vlag van derde staten varen, om procedures vast te stellen voor havenstaatcontroles en om bepaalde verwijzingen en bijlagen te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de IMO, of teneinde de doeltreffendheid van deze verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 782/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"Indien nodig kan de Commissie voor deze schepen een geharmoniseerde keurings- en certificatieregeling vaststellen. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 3 komt als volgt te luiden:
"3. Indien de AFS-Conventie op [1 januari 2007] nog niet in werking is getreden, treft de Commissie passende maatregelen om onder de vlag van een derde land varende schepen in staat te stellen aan te tonen dat zij artikel 5 naleven. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 7, tweede alinea, komt als volgt te luiden:
"Indien de AFS-Conventie op [1 januari 2007] nog niet in werking is getreden, stelt de Commissie passende procedures voor deze controles vast. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 8 komt als volgt te luiden:
"Artikel 8
Teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau en met name binnen de IMO, of de doeltreffendheid van deze verordening in het licht van de opgedane ervaring te verbeteren, kan de Commissie de verwijzingen naar de AFS- Conventie, het AFS-certificaat, de AFS-verklaring en de AFS-verklaring van overeenstemming en/of de bijlagen bij deze verordening, met inbegrip van de relevante IMO-richtsnoeren ten aanzien van artikel 11 van de AFS-Conventie, wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(*) PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1."
7.6. Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wziging van Richtln 92/42/EEG
48
Met betrekking tot Richtlijn 2004/8/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om geharmoniseerde referentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte vast te stellen, om de in artikel 13 bedoelde drempelwaarden aan te passen aan de technische vooruitgang en om gedetailleerde richtsnoeren voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II bij Richtlijn 2004/8/EG, waaronder de vaststelling van de elektriciteit-warmteratio, vast te stellen en aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet- essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/8/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/8/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. Voor het eerst op 21 februari 2011 en vervolgens om de vier jaar evalueert de Commissie de geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte als bedoeld in lid 1, teneinde rekening te houden met de technologische ontwikkelingen en de veranderingen in de distributie van energiebronnen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 13 komt als volgt te luiden:
van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
3.De richtsnoeren voor de vaststelling van de elektriciteit-warmteratio als bedoeld in bijlage II, onder d), worden door de Commissie aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 14 komt als volgt te luiden:
"Artikel 14
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(4) Bijlage II, onder e), komt als volgt te luiden:
"e) De Commissie stelt gedetailleerde richtsnoeren vast voor de tenuitvoerlegging en toepassing van bijlage II, waaronder de vaststelling van de elektriciteit- warmteratio. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
7.7. Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap
"2. Indien nodig mag deze bijlage om technische redenen worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
4.Uiterlijk op [1 juli 2006] neemt de Commissie de besluiten met betrekking tot de definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Deze besluiten worden alleen genomen indien alle op basis van passende studies geëvalueerde voorwaarden aanwezig zijn om vanuit alle oogpunten, ook technisch, juridisch en commercieel, interoperabiliteit mogelijk te maken.
-
5.Indien de in lid 4 bedoelde besluiten niet voor [1 juli 2006] genomen zijn, stelt de Commissie een nieuwe termijn voor het nemen van deze besluiten vast. Deze maatregel, die een niet-essentieel onderdeel van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.6.
De Commissie neemt de
technische besluiten met betrekking tot de totstandbrenging van de Europese elektronische tolheffingsdienst. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 5, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 5 komt als volgt te luiden:
"Artikel 5
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het "Comité elektronische tolheffing"
toepassing zijn op internationaal vervoer, ook van toepassing moeten zijn op voor binnenlandse reizen gebruikte schepen en de havenfaciliteiten waar zij worden afgehandeld. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 725/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Verordening (EG) nr. 725/2004 stelt veiligheidsvoorschriften en -maatregelen vast en is gebaseerd op internationale instrumenten die kunnen worden gewijzigd. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van de bijlagen erbij worden ingekort.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 725/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 10, lid 2, komt als volgt te luiden:
"2. De Commissie beslist over de opname van wijzigingen van de in artikel 2 bedoelde internationale instrumenten met betrekking tot voor binnenlandse reizen gebruikte schepen en de havenfaciliteiten waar zij worden afgehandeld waarop deze verordening van toepassing is, voor zover zij een technische actualisering van de bepalingen van het SOLAS-Verdrag en de ISPS-code inhouden. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De in lid 5 vastgelegde conformiteitscontroleprocedure is in deze gevallen niet van toepassing."
(2) Artikel 11 komt als volgt te luiden:
"Artikel 11
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
7.9. Verordening (EG) nr. 789/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de overdracht van vracht- en passagiersschepen tussen registers binnen de Gemeenschap en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad
51
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 789/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde definities te wijzigen teneinde rekening te houden met de ontwikkelingen op internationaal niveau, met name binnen de IMO, en om de doeltreffendheid van de verordening dankzij de opgedane ervaring en de technische vooruitgang te verbeteren. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 789/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 789/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7 komt als volgt te luiden:
"Artikel 7
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3 van Verordening (EG)
nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS)
(*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op twee maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
7.10. Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap
52
Met betrekking tot Richtln 2005/44/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/44/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2005/44/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 10 komt als volgt te luiden:
"Artikel 10
Wijzigingsprocedure
De bijlagen I en II kunnen worden gewijzigd naar aanleiding van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van deze richtlijn en kunnen worden aangepast aan de technische vooruitgang. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 11 komt als volgt te luiden:
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
5.De Commissie raadpleegt regelmatig vertegenwoordigers van de sector.
____________________________
(*) PB L 373 van 31.12.1991, blz. 29."
7.11. Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens
53
Met betrekking tot Richtln 2005/65/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen aan te passen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2005/65/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Richtlijn 2005/65/EG stelt veiligheidsvoorschriften en -maatregelen vast en is gebaseerd op internationale instrumenten die kunnen worden gewijzigd. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van de bijlagen erbij worden ingekort.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2005/65/EG als volgt gewijzigd:
(1) De artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2005/65/EG komen als volgt te luiden:
"Artikel 14
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op een maand."
Chronologische index
(1) Richtlijn 75/324/EEG van de Raad van 20 mei 1975 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende aërosols (bladzijde 9)
(2) Richtlijn 79/373/EEG van de Raad van 2 april 1979 betreffende de handel in mengvoeders
(bladzijde 45)
(3) Richtlijn 82/471/EEG van de Raad van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (bladzijde 46)
(4) Richtlijn 82/883/EEG van de Raad van 3 december 1982 betreffende de voorschriften voor het toezicht op en de controle van de milieus die betrokken zijn bij lozingen van de titaandioxyde-industrie
(bladzijde 21)
(5) Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (bladzijde 59)
(6) Richtlijn 86/278/EEG van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de bescherming van het milieu, in het bijzonder de bodem, bij het gebruik van zuiveringsslib in de landbouw
(bladzijde 21)
(7) Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële productie (bladzijde 34)
(8) Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (bladzijde 10)
(9) Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval
(15) Richtlijn 1999/35/EG van de Raad van 29 april 1999 betreffende een stelsel van verplichte onderzoeken voor de veilige exploitatie van geregelde diensten met ro-ro- veerboten en hogesnelheidspassagiersvaartuigen (bladzijde 62)
(16) Richtlijn 2000/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 mei 2000 inzake de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten betreffende de geluidsemissie in het milieu door materieel voor gebruik buitenshuis
(bladzijde 11)
(17) Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen (bladzijde 25)
(18) Richtlijn 2001/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2001 betreffende door de lidstaten uit te voeren statistische enquêtes voor de vaststelling van het productiepotentieel van bepaalde soorten fruitbomen (bladzijde 38)
(19) Verordening (EG) nr. 417/2002 van het Europees Parlemen en de Raad van 18 februari 2002 betreffende het versneld invoeren van de vereisten inzake een dubbelwandige uitvoering of een gelijkwaardig ontwerp voor enkelwandige olietankschepen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2978/94 van de Raad (bladzijde 63)
(20) Richtlijn 2002/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 mei 2002 inzake ongewenste stoffen in diervoeding (bladzijde 49)
(21) Verordening (EG) nr. 91/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de statistieken van het spoorvervoer
(bladzijde
39)
(22) Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht (bladzijde 41)
(27) Richtlijn 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönoses en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van Richtlijn 92/117/EEG van
de Raad
(bladzijde 52)
(28) Verordening (EG) nr. 48/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 5 december 2003 betreffende de productie van jaarlijkse communautaire statistieken over de staalindustrie voor de referentiejaren 2003-2009 (bladzijde 43)
(29) Richtlijn 2004/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP) (gecodificeerde versie)
(bladzijde13)
(30) Verordening (EG) nr. 273/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake drugsprecursoren (bladzijde 15)
(31) Richtlijn 2004/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (gecodificeerde versie)
(bladzijde 14)
(32) Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG
(bladzijde 66)
(33) Verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende detergentia
(bladzijde 16)
(34) Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau
(39) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne
(bladzijde 54)
(40) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong
(bladzijde 55)
(41) Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong
(bladzijde 57)
(42) Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap (bladzijde 67)
(43) Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende arseen, cadmium, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht (bladzijde 30)
(44) Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 12 januari 2005 tot vaststelling van voorschriften voor diervoederhygiëne (bladzijde 58)
(45) Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (bladzijde 71)
(46) Richtlijn 2005/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens
(bladzijde 72)
(47) Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen
(bladzijde 31
| publicatiedatum | 09-01-2008 |
|---|---|
| kenmerk | 5151/08 |
