Voorbereiding van de zitting van de Raad (Vervoer, Telecommunicatie en Energie) op 12-13 juni 2008 - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 23 mei 2008 (05.06)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIEPUBLIC

9816/08 ADD 2

LIMITE

Interinstitutioneel dossier:

2007/0098 (COD)

TRANS 166 CODEC 639

VERSLAG - ADDENDUM

van:

het voorzitterschap

aan: het Coreper

nr. vorig doc.: 9610/08 TRANS 156 CODEC 617

nr. Comv.:

10114/1/07 TRANS 194 CODEC 602 REV 1

Betreft: Voorbereiding van de zitting van de Raad (Vervoer, Telecommunicatie en Energie) op 12-13 juni 2008

Wegvervoer

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen

  • Politiek akkoord

BIJLAGE

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn

voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 71,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's2,

Na raadpleging van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming,

Handelende volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De totstandbrenging van een interne wegvervoersmarkt met eerlijke mededinging-

voorwaarden vergt een eenvormige toepassing van de gemeenschappelijke regels inzake de

toegang tot het beroep van ondernemer van goederen- of personenvervoer over de weg, hierna

"het beroep van wegvervoerondernemer" genoemd. De gemeenschappelijke regels dragen bij

(2) Bij Richtlijn 96/26/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van

ondernemer van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en

internationaal4, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma's, certificaten en andere titels

ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde

vervoerondernemers zijn de minimumvoorwaarden vastgesteld voor de toegang tot het beroep

van wegvervoerondernemer alsmede voor de wederzijdse erkenning van de daartoe vereiste

documenten. Uit de opgedane ervaring, de effectbeoordeling en diverse studies is echter

gebleken, dat de tenuitvoerlegging van die richtlijn sterk verschilt van lidstaat tot lidstaat.

Deze situatie heeft verscheidene negatieve gevolgen, zoals verstoringen van de mededinging,

een gebrek aan doorzichtigheid van de markt, een ongelijk toezichtsniveau en het risico dat

ondernemers met beperkte beroepskwalificaties het niet zo nauw nemen met de verkeers-

veiligheid of de sociale regels, waardoor het aanzien van de sector wordt geschaad.

(3) Deze gevolgen zijn des te negatiever, omdat zij de goede werking van de interne markt voor

wegvervoer dreigen te verstoren. De markt voor internationaal goederenvervoer en bepaalde

vormen van cabotagevervoer is immers toegankelijk voor ondernemingen uit de gehele

Gemeenschap. De enige voorwaarde waaraan deze ondernemingen moeten voldoen, is dat zij

over een communautaire vergunning beschikken, die zij kunnen krijgen wanneer zij overeen-

komstig Verordening (EG) nr. .../... met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg

en Verordening (EG) nr. .../... met betrekking tot het vervoer van personen, voldoen aan de

voorwaarden inzake de toegang tot het beroep.

4bis) De lidstaten moeten de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van weg-

vervoerondernemer in de in artikel 299, lid 2, van het EG-Verdrag bedoelde ultraperifere

gebieden uit te oefenen kunnen aanpassen in het licht van de bijzondere kenmerken en

beperkingen van die gebieden.

In ultraperifere gebieden gevestigde ondernemingen die alleen voldoen aan dergelijke

aangepaste voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer,

zouden echter geen communautaire vergunning moeten kunnen krijgen.

De aanpassing van de voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoer-

ondernemer mag niet inhouden dat wegvervoerondernemers die toegang hebben gekregen tot

het beroep op grond van het feit dat ze aan alle algemene voorwaarden in deze verordening

voldoen, gehinderd worden om in het betrokken gebied vervoer te verrichten.

(5) Ter wille van een eerlijke mededinging dienen de gemeenschappelijke regels inzake de

uitoefening van het beroep zoveel mogelijk van toepassing te zijn op alle ondernemingen. Het

is evenwel niet nodig ook ondernemingen die uitsluitend vervoer verrichten dat slechts een

zeer geringe uitwerking op de markt heeft, in deze verordening op te nemen.

(6) De lidstaat waar de onderneming is gevestigd, moet ervoor zorgen dat de onderneming steeds

aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden voldoet, opdat deze lidstaat, indien

nodig, kan besluiten de vergunning op grond waarvan de onderneming toegang tot de markt

(8) De betrouwbaarheid van een vervoersmanager hangt ervan af, of jegens hem ernstige straf-

rechtelijke veroordelingen zijn uitgesproken en of hem ernstige sancties zijn opgelegd, met

name voor inbreuken op de communautaire wetgeving inzake het wegvervoer. Wanneer een

vervoersmanager of een vervoersonderneming in een of meer lidstaten voor zeer ernstige

inbreuken van de communautaire wetgeving wordt veroordeeld of sancties krijgt opgelegd,

zou dat moeten leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus, waarbij dient te worden

aangetekend dat de bevoegde instantie zich ervan moet hebben vergewist dat een naar

behoren afgewikkelde en gedocumenteerde onderzoeksprocedure is gevolgd alvorens er een

definitieve beslissing genomen wordt, en dat de nodige beroepsmogelijkheden geboden zijn5.

[...]

(9) Een wegvervoeronderneming dient over een minimale financiële draagkracht te beschikken

om een goede aanvang en een degelijk beheer van de onderneming te kunnen verzekeren. De

huidige methode van een vereist minimum- en reservekapitaal laat veel onzekerheid bestaan

over de financiële middelen waarmee rekening moet worden gehouden en biedt geen waar-

borg dat de onderneming in staat is aan haar kortetermijnverplichtingen te voldoen. Derhalve

moeten andere, beter omschreven en meer relevante financiële indicatoren, die kunnen

worden bepaald aan de hand van de jaarrekening, worden gebruikt. De ondernemingen die dat

wensen, moet de mogelijkheid worden gegeven hun financiële draagkracht aan te tonen door

middel van een bankgarantie, wat voor die ondernemingen een eenvoudiger en goedkopere

methode kan zijn.

(10) Een hoog niveau van vakbekwaamheid verhoogt de sociaal-economische efficiëntie van het

wegvervoer. Daarom is het wenselijk dat kandidaat-vervoersmanagers een opleiding van hoog

niveau genieten. Ter waarborging van een grotere eenvormigheid van de opleidings- en

examenvoorwaarden en meer doorzichtigheid jegens de kandidaten moet worden bepaald dat

de lidstaten, de opleidings- en examencentra erkennen aan de hand van door hen vast te

stellen criteria. Ter wille van de billijkheid en doorzichtigheid moeten alle kandidaten een

examen afleggen, hieronder begrepen de kandidaten die reeds ervaring hebben of een diploma

bezitten en derhalve kunnen worden vrijgesteld van een verplichte voorafgaande opleiding.

Sedert de invoering van de interne markt, zijn de nationale markten niet meer van elkaar

gescheiden. Derhalve moeten personen die de leiding hebben over vervoersactiviteiten, over

de nodige kennis beschikken om leiding te kunnen geven aan zowel binnenlandse als

internationale vervoersoperaties. De lijst van de vereiste kennis om een getuigschrift van

vakbekwaamheid te behalen alsmede de procedures voor de organisatie van de examens

kunnen evolueren met de vooruitgang van de techniek en moeten kunnen worden

geactualiseerd.

(11) De eerlijke mededinging en wegvervoer dat de voorschriften volledig naleeft, maken een

homogeen niveau van controle en toezicht in de lidstaten noodzakelijk. De nationale

autoriteiten die belast zijn met het toezicht op de ondernemingen en de geldigheid van hun

vergunningen, spelen in dit verband een wezenlijke rol en dienen indien nodig passende

maatregelen te nemen, met name het schorsen of intrekken van vergunningen en het

ongeschikt verklaren van vervoersmanagers die nalatig zijn of te kwader trouw handelen. Een

(12) Een beter georganiseerde bestuursrechtelijke samenwerking tussen de lidstaten zou het

toezicht op ondernemingen die actief zijn in verschillende lidstaten, verbeteren en zou de

beheerskosten terugbrengen. Dankzij op Europees niveau gekoppelde elektronische

ondernemingsregisters kan, rekening gehouden met de communautaire regelgeving inzake de

bescherming van persoonsgegevens, de samenwerking worden vergemakkelijkt en kunnen de

kosten van de controles voor zowel de ondernemingen als de overheid worden teruggebracht.

De meeste lidstaten beschikken reeds over een nationaal elektronisch register. Ook

interconnectie-infrastructuur tussen de lidstaten bestaat reeds. Er kan dus systematischer en

tegen lagere kosten gebruik worden gemaakt van die nationale ondernemingsregisters en hun

interconnectie op Europees vlak, wat bijdraagt tot een aanzienlijke vermindering van de

administratieve kosten van de controles en een efficiënter verloop daarvan.

(13) Bepaalde gegevens uit deze registers met betrekking tot inbreuken en sancties zijn van

persoonlijke aard. De lidstaten dienen derhalve de nodige maatregelen te nemen om te

garanderen dat Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van

24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de

verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens6 wordt

nageleefd, met name wat betreft de controle op de verwerking van deze gegevens door de

overheid, het recht op informatie van de betrokkenen, hun recht van toegang en hun recht van

verzet. Voor de toepassing van deze verordening is het noodzakelijk deze gegevens tenminste

twee jaar te bewaren om te voorkomen dat geschorste ondernemingen zich in andere lidstaten

vestigen.

(15) Om een doeltreffende gegevensuitwisseling tussen de lidstaten tot stand te brengen, moeten

nationale contactpunten worden aangewezen en moeten bepaalde gemeenschappelijke

procedures met betrekking tot de termijnen en de aard van de minimaal uit te wisselen

gegevens worden vastgesteld.

(16) Ter vergemakkelijking van de vrijheid van vestiging moet de overlegging van de passende

documenten die zijn afgegeven door de bevoegde instantie van het land van oorsprong van de

wegvervoeronderneming, als voldoende bewijs van betrouwbaarheid worden aanvaard om de

betrokken activiteiten te mogen uitoefenen in een lidstaat van ontvangst, mits wordt

gecontroleerd of de betrokken personen in hun lidstaat van oorsprong niet ongeschikt zijn

verklaard voor de uitoefening van het beroep.

(17) Wat de vakbekwaamheid betreft moet, teneinde de vrijheid van vestiging te bevorderen, een

eenvormig, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door de lidstaat van

vestiging afgegeven getuigschrift als voldoende bewijs worden erkend.

(18) Op communautair vlak moet strenger worden toegezien op de uitvoering van deze

verordening. Met het oog hierop dient de Commissie op basis van gegevens uit de nationale

registers regelmatig verslag uit te brengen over de naleving van de vereisten inzake

betrouwbaarheid, financiële draagkracht en vakbekwaamheid van de wegvervoer-

ondernemingen.

(21) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegd-

heden 7.

(22) De Commissie moet met name de bevoegdheid krijgen om een lijst op te stellen van de

categorieën, de aard en de ernst van de inbreuken die tot verlies van de vereiste

betrouwbaarheidsstatus van wegvervoerondernemers leiden, om de bijlage bij deze

verordening met de omschrijving van de voor de erkenning van de vakbekwaamheid door de

lidstaten vereiste kennis alsmede de bijlage met het modelgetuigschrift van vakbekwaamheid

aan te passen aan de technische vooruitgang, en om de lijst op te stellen van de maximale

inbreuken waarbij de vergunning voor de uitoefening van het beroep wordt geschorst of

ingetrokken of een verklaring van ongeschiktheid wordt afgegeven. Omdat het gaat om

maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze

verordening of ter aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen,

moeten zij volgens de in artikel 5bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevings-

procedure met toetsing worden vastgesteld. Om redenen van doeltreffendheid moeten de

normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de

aanpassing van het modelgetuigschrift van vakbekwaamheid worden ingekort.

(23) Richtlijn 96/26/EG moet derhalve worden ingetrokken.

HOOFDSTUK I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze verordening regelt de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer en de

uitoefening van dat beroep.

  • 2. 
    Deze verordening is van toepassing op alle in de Gemeenschap gevestigde wegvervoer-

ondernemingen. Zij is eveneens van toepassing op ondernemingen die het beroep van

wegvervoerondernemer willen gaan uitoefenen. Verwijzingen naar ondernemingen die het

beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen worden geacht, in voorkomend geval, ook te

verwijzen naar ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer willen gaan

uitoefenen.

2 bis) Met betrekking tot de in artikel 299, lid 2, van het EG-Verdrag bedoelde gebieden kunnen de

betrokken lidstaten de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van

wegvervoerondernemer uit te oefenen aanpassen voor zover het vervoer volledig in die

gebieden door aldaar gevestigde bedrijven wordt uitgevoerd.

  • d) 
    ondernemingen die het beroep van nationale ondernemer van goederenvervoer over de

weg uitsluitend uitoefenen met motorvoertuigen waarvan de toegestane

maximumsnelheid niet meer dan 40 km per uur bedraagt.

  • 4. 
    De lidstaten kunnen vrijstelling van de toepassing van alle of van een gedeelte van de

bepalingen van deze verordening verlenen aan wegvervoerondernemingen die uitsluitend

nationaal vervoer verrichten dat slechts een geringe weerslag heeft op de vervoermarkt

wegens

  • de aard van de vervoerde goederen, of
  • de geringe afstand die wordt afgelegd.

Artikel 1 bis

Definities

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
  • a) 
    "beroep van wegvervoerondernemer": het beroep van vervoerder van personen dan wel

goederen over de weg;

  • b) 
    "beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg": de activiteit van elke

onderneming die met een motorvoertuig of met een samenstel van voertuigen goederen

voor rekening van derden vervoert;

  • d) 
    "onderneming": elke natuurlijke persoon, elke rechtspersoon met of zonder winst-

oogmerk, elke vereniging of elke groepering van personen zonder rechtspersoonlijkheid

en met of zonder winstoogmerk, alsmede elk overheidslichaam, ongeacht of het zelf

rechtspersoonlijkheid bezit of afhankelijk is van een autoriteit met rechtspersoonlijkheid

die passagiers vervoert, dan wel elke natuurlijke persoon of rechtspersoon met winst-

oogmerk die goederen vervoert;

  • e) 
    "vervoersmanager": de door een onderneming aangeworven natuurlijke persoon, of

wanneer die onderneming een natuurlijke persoon is, diezelfde persoon, of een andere

natuurlijke persoon die zij op grond van een overeenkomst heeft aangesteld en die de

werkelijke en permanente leiding voert over de vervoersactiviteiten van de onder-

neming;

  • f) 
    "vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer": een

bestuursrechtelijk besluit waarbij aan een onderneming die aan de voorwaarden van

deze verordening voldoet, vergunning wordt verleend, het beroep van wegvervoer-

ondernemer uit te oefenen;

  • g) 
    "bevoegde instantie": een nationale, regionale of plaatselijke instantie in een lidstaat die,

ten behoeve van de afgifte van vergunningen voor de uitoefening van het beroep,

controleert, of een onderneming aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden

voldoet en die bevoegd is voor de afgifte, schorsing of intrekking van de vergunning

Artikel 3

Vereisten voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer

De ondernemingen die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefenen moeten aan de volgende

eisen voldoen:

  • a) 
    werkelijk en op duurzame wijze in een lidstaat gevestigd zijn, als bedoeld in artikel 5;
  • b) 
    betrouwbaar zijn, als bedoeld in artikel 6;
  • c) 
    voldoende financiële draagkracht bezitten, als bedoeld in artikel 7;
  • d) 
    de vereiste vakbekwaamheid bezitten, als bedoeld in artikel 8.

De lidstaten kunnen besluiten de ondernemingen voor het verkrijgen van een vergunning voor de

uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer aanvullende voorwaarden op te leggen, die

evenredig en niet-discriminerend moeten zijn.

Artikel 4

Vervoersmanager

  • 1. 
    Een onderneming die het beroep van wegvervoerondernemer uitoefent, wijst ten minste één

natuurlijk persoon aan, de vervoersmanager, die voldoet aan de eisen van artikel 3, onder b)

en d), en tevens de volgende voorwaarden vervult:

  • a) 
    de werkelijke en permanente leiding voeren over de vervoersactiviteiten van de
  • 2. 
    Wanneer de onderneming de in artikel 3, onder d), bedoelde vakbekwaamheid niet bezit, kan

de bevoegde instantie toestemming geven om het beroep van wegvervoersondernemer zonder

overeenkomstig lid 1 aangewezen vervoersmanager uit te oefenen op voorwaarde dat:

  • a) 
    de onderneming een in de Gemeenschap wonende natuurlijke persoon die voldoet aan

de eisen van artikel 3, onder b) en d), en die op grond van een contract voor rekening

van de onderneming gemachtigd is de functie van vervoersmanager uit te oefenen

aanwijst en de bevoegde instantie daarvan in kennis stelt;

  • b) 
    het contract tussen de onderneming en de vervoersmanager de daadwerkelijke en

doorlopende taken van de vervoersmanager omschrijft en diens verantwoordelijkheden

als vervoersmanager bepaalt; de te omschrijven taken bestaan met name in die

betreffende het beheren van het voertuigonderhoud, de controle van de vervoers-

contracten en vervoersdocumenten, de basisboekhouding, de toewijzing van ladingen of

diensten aan de bestuurders en voertuigen en de controle van de veiligheidsprocedures;

  • c) 
    de aangemelde persoon, in zijn hoedanigheid van vervoersleider, geen vervoers-

activiteiten beheert van meer dan vier verschillende vervoersondernemingen met een

totaal wagenpark van maximaal 50 voertuigen. De lidstaten mogen een lager aantal

ondernemingen en/of kleiner wagenpark vaststellen dat een vervoersmanager mag

beheren;

  • 3. 
    De lidstaten kunnen besluiten dat een overeenkomstig lid 1 aangewezen vervoersmanager niet

ook overeenkomstig lid 2 toestemming krijgt, of alleen toestemming krijgt met betrekking tot

een beperkt aantal ondernemingen of een wagenpark dat kleiner is dan het in lid 2, onder c)

bedoelde.

  • 4. 
    De onderneming deelt de bevoegde instantie mee wie als (vervoers)manager is aangewezen.

HOOFDSTUK II

Voorwaarden waaraan moet worden voldaan

Artikel 5

Voorwaarden inzake de vestigingsvereiste

Om aan de in artikel 3, onder a), vastgestelde eis te voldoen moet een onderneming:

  • a) 
    in die lidstaat beschikken over een vestiging met ruimten waarin de bedrijfsdocumenten op

verzoek van de bevoegde instantie beschikbaar kunnen worden gesteld, met name alle

boekhoudkundige bescheiden, documenten inzake personeelsbeleid, documenten met

gegevens over de rij- en rusttijden en alle andere documenten waartoe de bevoegde instantie

[...] toegang moet krijgen om te kunnen controleren of aan de voorwaarden van deze

verordening is voldaan; de lidstaten kunnen verlangen dat vestigingen op hun grondgebied

deze documenten te allen tijde in hun ruimten beschikbaar houden.

  • b) 
    zodra de vergunning is verleend, over een of meer voertuigen beschikken, hetzij in volle

eigendom, hetzij krachtens een huurkoop-, huur- of leasingovereenkomst, die zijn

ingeschreven of anderszins in het verkeer toegelaten overeenkomstig de wetgeving van die

lidstaat;

  • c) 
    haar vervoeractiviteiten daadwerkelijk en permanent verrichten in een in die lidstaat gelegen

Artikel 6

Voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis

  • 1. 
    Voor de toepassing van artikel 3, onder b), [...] en onverminderd lid 2, bepalen de lidstaten de

[...] voorwaarden die een onderneming en een vervoersmanager uit hoofde van deze

verordening moeten vervullen om te voldoen aan de betrouwbaarheidseis. Om na te gaan of

een onderneming aan de betrouwbaarheidseis voldoet, houden de lidstaten rekening met het

gedrag van de onderneming, haar vervoersmanagers en andere door de lidstaat vastgestelde

relevante personen. De verwijzingen in dit artikel naar veroordelingen, sancties of inbreuken

van een onderneming omvatten die van de onderneming zelf, haar vervoersmanagers en

andere door de lidstaat vastgestelde relevante personen.

De door de lidstaat vast te stellen voorwaarden omvatten ten minste de volgende eisen:

  • a) 
    er zijn geen dwingende redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de

vervoersmanager of de vervoersonderneming [...] zoals veroordelingen of sancties in

verband met ernstige inbreuken op de nationale voorschriften op het gebied van:

  • i) 
    handelsrecht;
  • ii) 
    insolventierecht;
  • iii) 
    de in het beroep geldende loon- en arbeidsvoorwaarden;
  • iv) 
    het wegverkeer;
  • v) 
    beroepsaansprakelijkheid; en
  • iii) 
    de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders;
  • iv) 
    de technische staat van de bedrijfsvoertuigen, inclusief de verplichte technische

keuring van motorvoertuigen;

  • v) 
    de toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg of tot de

markt voor personenvervoer;

  • vi) 
    de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;
  • viii) 
    de installatie en het gebruik van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën

voertuigen;

(viii) het rijbewijs;

  • ix) 
    de toegang tot het beroep.

(x) vervoer van dieren.

  • 2. 
    Voor de toepassing van lid 1, onder b),
  • a) 
    voert de bevoegde instantie van de lidstaat van vestiging, indien jegens de vervoers-

manager of de vervoeronderneming in een of meer lidstaten een veroordeling of sanctie

is uitgesproken wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire

wetgeving als aangegeven in bijlage III, tijdig en op passende wijze een naar behoren

afgewikkelde administratieve procedure uit waaronder, in voorkomend geval, een

controle ter plaatse bij de betrokken onderneming.

De procedure strekt ertoe vast te stellen of het verlies van de betrouwbaarheidsstatus op

[...]8

  • b) 
    neemt de Commissie een lijst aan van categorieën en soorten overtredingen van de

communautaire wetgeving, met de ernst daarvan, die, naast die welke vermeld zijn in

bijlage III, kunnen leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus. [...]9. De lidstaten

houden bij het stellen van prioriteiten voor controles uit hoofde van artikel 11, lid 2,

rekening met de informatie over deze inbreuken, ook de informatie hierover van andere

lidstaten.

De maatregelen die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen

door haar aan te vullen en die betrekking hebben op die lijst, worden vastgesteld

volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Hiertoe zal de Commissie:

  • i) 
    de categorieën en de soorten inbreuken aangeven die het vaakst worden

aangetroffen;

  • ii) 
    de ernst van de inbreuken vaststellen aan de hand van het eventuele risico van

overlijden of ernstige verwondingen dat zij inhouden;

  • iii) 
    vaststellen boven welke frequentie herhaalde inbreuken als ernstiger inbreuken

worden beschouwd, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal bestuurders

dat betrokken is bij de vervoersactiviteiten waarvoor de vervoersmanager de

verantwoordelijkheid draagt;

Artikel 7

Voorwaarden betreffende de eis inzake financiële draagkracht

  • 1. 
    Ten behoeve van artikel 3, onder c) is een onderneming in het lopende boekjaar steeds in staat

te voldoen aan haar financiële verplichtingen. Hiertoe dient de onderneming aan de hand van

haar door een accountant of een daartoe naar behoren gemachtigde persoon gecertificeerde

jaarrekeningen aan te tonen, dat zij jaarlijks beschikt over kapitaal en reserves ter waarde van

ten minste 9000 euro voor het eerste voertuig en 5000 euro per extra voertuig.

Voor de toepassing van deze verordening wordt de waarde van de euro, uitgedrukt in de niet

aan de derde fase van de Monetaire Unie deelnemende nationale munteenheden, iedere vijf

jaar vastgesteld. De toegepaste koersen zijn die welke van kracht zijn op de eerste werkdag in

oktober, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze treden in

werking op 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar.

De in lid 1, onder a) en b), bedoelde boekhoudkundige posten zijn de in Richtlijn 78/660/EEG

van de Raad gedefinieerde posten.10

  • 2. 
    In afwijking van lid 1, kan de bevoegde instantie toestaan of verlangen dat een onderneming

haar financiële draagkracht aantoont door middel van een attest, zoals een beroepsaansprake-

lijkheidsverzekering, van een of meerdere banken of andere financiële instellingen, waaronder

  • 3. 
    De in lid 2 bedoelde jaarrekeningen of de in lid 3 bedoelde garantie welke moeten worden

gecontroleerd, zijn respectievelijk de jaarrekeningen of bankgarantie van de economische

entiteit die gevestigd is in de lidstaat waar de vergunning wordt gevraagd en niet die van

eventuele andere, in andere lidstaten gevestigde entiteiten.

Artikel 8

Voorwaarden betreffende de vakbekwaamheidsvereiste

  • 1. 
    Voor de toepassing van artikel 3, onder d), moet de betrokken persoon of moeten de

betrokken personen de kennis bezitten die overeenstemt met het in bijlage I, afdeling I,

omschreven opleidingsniveau met betrekking tot de genoemde onderwerpen. De kennis wordt

aangetoond door middel van een verplicht schriftelijk examen dat, indien een lidstaat daartoe

besluit, kan worden aangevuld met een mondeling examen. Deze examens worden

georganiseerd overeenkomstig bijlage I, afdeling II. Met het oog hierop kunnen de lidstaten

de betrokkenen ertoe verplichten voor het examen een opleiding te volgen.

  • 2. 
    Enkel daartoe door een lidstaat overeenkomstig de door hem vastgestelde criteria naar

behoren gemachtigde autoriteiten of instanties zijn bevoegd voor de organisatie en

certificering van schriftelijke en mondelinge examens om de vakbekwaamheid te testen. De

lidstaten controleren geregeld of de examens welke door de daartoe gemachtigde autoriteiten

of instanties worden georganiseerd, overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde voorwaarden

verlopen.

  • 5. 
    De lidstaten kunnen de houders van bepaalde, in die lidstaat uitgereikte en speciaal door de

lidstaten daartoe aangewezen kwalificaties van hoger of technisch onderwijs betreffende de in

de lijst van bijlage I genoemde onderwerpen, vrijstellen van de examens over de onderwerpen

waarop deze kwalificaties betrekking hebben. Die vrijstelling geldt alleen voor de delen van

bijlage I waarvoor de kwalificatie alle onderwerpen bestrijkt die genoemd worden in het

hoofdstuk van dat gedeelte van bijlage I.

Een lidstaat kan de houders van geldige getuigschriften van vakbekwaamheid voor nationaal

vervoer in die lidstaat vrijstellen van sommige onderdelen van het examen11.

  • 6. 
    Als bewijs van vakbekwaamheid moet een door de in lid 2 bedoelde autoriteit of instantie

afgegeven getuigschrift worden overgelegd. Deze verklaring is niet overdraagbaar aan een

andere persoon. Het wordt opgesteld overeenkomstig het modelgetuigschrift in bijlage II en

draagt het stempel [...] van de naar behoren gemachtigde autoriteit of instantie die het heeft

afgegeven.

  • 7. 
    De Commissie past de bijlagen I en II aan de technische vooruitgang aan. Daar deze

maatregelen niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden zij

vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 8. 
    De Commissie moedigt de lidstaten aan ervaringen en gegevens uit te wisselen over

opleidingen, examens en machtigingen, ook via enig door de Commissie aan te wijzen

Artikel 8 bis (nieuw)

Vrijstelling van examens

De lidstaten kunnen besluiten natuurlijke personen die kunnen aantonen dat zij gedurende de laatste

15 jaar voor de inwerkingtreding van deze verordening ononderbroken een onderneming in

goederen- of personenvervoer over de weg hebben beheerd, vrijstellen van het examen voor het

behalen van het in artikel 8, lid 1, bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid.

HOOFDSTUK III

Vergunning en toezicht

Artikel 9

Bevoegde instanties

  • 1. 
    Elke lidstaat wijst een of meer bevoegde instanties aan om te zorgen voor de juiste uitvoering

van deze verordening. Deze instanties zijn bevoegd om:

  • a) 
    de door ondernemingen ingediende aanvragen te behandelen;
  • b) 
    vergunningen voor de uitoefening van het beroep te verlenen, en deze vergunningen te

schorsen of in te trekken;

  • c) 
    een natuurlijk persoon ongeschikt te verklaren om als vervoersmanager de vervoers-

activiteiten van een onderneming te leiden;

  • d) 
    de nodige controles uit te voeren om na te gaan of een onderneming aan de in artikel 3

vastgestelde vereisten voldoet.

  • 2. 
    De bevoegde instanties zorgen voor de bekendmaking van de krachtens deze verordening

opgelegde voorwaarden, van eventuele aanvullende nationale bepalingen, van de door

kandidaten te volgen procedures alsmede van de toelichting daarbij.

Deze beoordeling kan leiden tot de afgifte, op basis van een aanvraag, van een communau-

taire vergunning in overeenstemming met de verordeningen [inzake de markt voor het

wegvervoer en de markt voor touringcar- en autobusdiensten]. Lidstaten kunnen een ander

soort vergunning dan de communautaire vergunning afgeven voor ondernemingen die

uitsluitend op hun grondgebied vervoersactiviteiten verrichten.

  • 2. 
    De bevoegde instantie vermeldt in het in artikel 15 bedoelde elektronisch register de in

artikel 15, lid 1, onder a) tot en met d), bedoelde gegevens betreffende de ondernemingen

waaraan zij een vergunning verstrekken. [...]

  • 3. 
    De bevoegde instantie behandelt een vergunningsaanvraag zo snel mogelijk doch uiterlijk

binnen drie maanden na de datum van ontvangst van alle bescheiden die nodig zijn om de

aanvraag te kunnen beoordelen. De bevoegde instantie kan deze periode in naar behoren

gemotiveerde gevallen met twee maanden verlengen.

  • 4. 
    12

Bij twijfel controleert de bevoegde instantie bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van

een onderneming, of de aangestelde vervoersmanager(s) op het moment van de aanvraag in

een van de lidstaten krachtens artikel 13 ongeschikt is/zijn verklaard om de leiding te hebben

over de vervoersactiviteiten van een onderneming.

Vanaf 31 december 2012 controleert de bevoegde instantie, in alle gevallen aan de hand

van de in artikel 15, lid 1, punt f), bedoelde gegevens, bij de beoordeling van de

betrouwbaarheid van een onderneming, of de aangestelde vervoersmanager(s) op het

moment van de aanvraag in een van de lidstaten krachtens artikel 13 ongeschikt is/zijn

verklaard om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, in verband

met het uitstellen, met maximaal [3] jaar van de in dit lid genoemde data, worden vastgesteld

volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 5. 
    De ondernemingen die over een vergunning beschikken voor de uitoefening van het beroep

van wegvervoerondernemer, delen wijzigingen van de in lid 2 bedoelde gegevens binnen

28 dagen of een door de lidstaat vastgestelde kortere termijn mee aan de bevoegde instantie

die de vergunning heeft afgegeven.

Artikel 11 Controles

1 bis) De bevoegde instanties zien erop toe, dat de ondernemingen waaraan zij een vergunning

hebben verleend voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerder, steeds aan de in

artikel 3 vastgestelde vereisten voldoen. Daartoe voeren de bevoegde instanties gerichte

controles uit bij ondernemingen die als risicobedrijf zijn aangemerkt. Ten behoeve daarvan

breiden de lidstaten het door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2006/22/EG

van het Europees Parlement en de Raad13 ingestelde risicoclassificatiesysteem uit tot alle in

artikel 6 van de onderhavige verordening bedoelde inbreuken.

  • b) 
    Uiterlijk in 2015 moeten de lidstaten ten minste om de vijf jaar controles uitvoeren om na te

gaan of de ondernemingen nog steeds aan alle voorwaarden voldoen.

Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, in

verband met het uitstellen van in dit lid bedoelde datum, worden vastgesteld volgens de

in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 3. 
    Wanneer de Commissie zulks in behoorlijk gemotiveerde gevallen vraagt, laten de lidstaten

afzonderlijke controles uitvoeren om na te gaan of een onderneming nog steeds voldoet aan

de voorwaarden voor de toegang tot het beroep. Zij delen de Commissie de resultaten mee

van dergelijke controles alsmede de maatregelen die zijn genomen wanneer is vastgesteld dat

Artikel 12

Procedure voor de schorsing en intrekking van vergunningen

  • 1. 
    Indien de bevoegde instantie vaststelt dat een onderneming het risico loopt niet langer te

voldoen aan de in artikel 3 vastgestelde vereisten, stelt zij de betrokken onderneming daarvan

in kennis. Indien de bevoegde instantie vaststelt dat niet meer wordt voldaan aan één of meer

van de vereisten, kan zij de onderneming een termijn verlenen waarbinnen de situatie moet

worden geregulariseerd, met dien verstande dat:

  • a) 
    binnen zes maanden een vervanger moet worden aangeworven voor de vervoers-

manager indien deze persoon niet langer voldoet aan de vereisten inzake betrouw-

baarheid en vakbekwaamheid; deze termijn kan worden verlengd met zes maanden bij

overlijden of lichamelijke ongeschiktheid van de vervoersmanager;

  • b) 
    de onderneming binnen een termijn van zes maanden moet kunnen aantonen dat zij over

een werkelijke en duurzame vestiging beschikt;

  • c) 
    de onderneming, indien niet is voldaan aan de vereiste inzake financiële draagkracht,

binnen een termijn van zes maanden moet aantonen dat zij opnieuw permanent over de

vereiste financiële draagkracht zal beschikken.14

  • 2. 
    De bevoegde instanties kunnen ondernemingen waarvan de vergunning is ingetrokken of

geschorst, verplichten om, als voorwaarde voor een eventuele rehabilitatiemaatregel, ervoor te

zorgen dat haar vervoersmanagers met goed gevolg het in artikel 8 bedoelde examen

Artikel 13

Ongeschiktverklaring van de vervoersmanager

  • 1. 
    Indien een vervoersmanager overeenkomstig artikel 6 zijn betrouwbaarheid verliest, verklaart

de bevoegde instantie hem ongeschikt om de leiding te hebben over de vervoersactiviteiten

van een onderneming.

  • 2. 
    Zolang overeenkomstig de desbetreffende nationale bepalingen geen rehabilitatiemaatregelen

zijn getroffen, is het in artikel 8, lid 6, bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid van een

voor de leiding van vervoersactiviteiten ongeschikt verklaarde persoon, in geen enkele der

lidstaten meer geldig.

Artikel 14

Besluiten van de bevoegde instanties en beroepsmogelijkheden

  • 1. 
    De door de bevoegde instanties van de lidstaten overeenkomstig deze verordening genomen

negatieve besluiten waarbij een aanvraag wordt afgewezen, een bestaande vergunning wordt

geschorst of ingetrokken of een vervoersmanager ongeschikt wordt verklaard, worden met

redenen omkleed.

Bij deze besluiten wordt rekening gehouden met de beschikbare informatie over inbreuken die

HOOFDSTUK IV

Vereenvoudiging en bestuursrechtelijke samenwerking

Artikel 15

Nationale elektronische registers15

  • 1. 
    Met het oog op de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening, en met name van de

artikelen 10, 11, 12, 13 en 26, houdt elke lidstaat een nationaal elektronisch register bij van de

wegvervoerondernemingen die van een bevoegde instantie een vergunning hebben gekregen

voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer. De verwerking van de

gegevens in dat register staat onder toezicht van de daartoe aangewezen overheidsinstantie.

De relevante gegevens in dit elektronische register zijn toegankelijk voor alle bevoegde

instanties van de betrokken lidstaat.

De Commissie legt uiterlijk 1 juni 2009 richtsnoeren voor aangaande de minimumeisen

inzake de structuur van de gegevens die vanaf de oprichting in het nationale elektronische

register ingevoerd moeten worden teneinde de toekomstige koppeling van de registers te

vergemakkelijken.

In het nationale elektronische register van een lidstaat zijn ten minste de volgende gegevens

opgenomen:

  • a) 
    de naam en de rechtsvorm van de onderneming;
  • d) 
    de aard van de vergunning, het aantal voertuigen waarop de vergunning betrekking

heeft en in voorkomend geval het serienummer van de communautaire vergunning en de

voor echt gewaarmerkte afschriften16;

  • e) 
    het aantal, de categorie en het type ernstige inbreuken als bedoeld in artikel 6, lid 1,

onder b), die de afgelopen [twee] jaar hebben geleid tot een veroordeling of sanctie;

  • f) 
    de namen van de personen die de afgelopen twee jaar ongeschikt zijn verklaard om de

leiding te hebben over de vervoersactiviteiten van een onderneming zolang de

betrouwbaarheidsstatus van deze personen niet is hersteld, alsmede de toepasselijke

rehabilitatiemaatregelen.

17

Met betrekking tot punt e) kunnen de lidstaten besluiten tot 201518 alleen de in artikel 6, lid 2,

onder a), bedoelde ernstigste inbreuken in het register op te nemen.

De lidstaten kunnen ervoor kiezen de informatie als bedoeld in e) en f) op te nemen in

afzonderlijke registers. In dat geval zullen de relevante gegevens op verzoek beschikbaar of

rechtstreeks toegankelijk zijn voor alle bevoegde instanties van de betrokken lidstaat. De

opgevraagde informatie zal binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verzoek worden

verschaft.

16 UK, bijgevallen door BE, IE en SE, stelde voor de volgende tekst toe te voegen: "(dd) het voertuigregistratienummer van elk voertuig dat onder de vergunning valt. Die registratienummers moeten uiterlijk een maand na de laatste van de volgende data in het register worden opgenomen:

-

De informatie als bedoeld onder e) en f) is [...] alleen toegankelijk voor andere instanties dan

de bevoegde instanties, indien eerstgenoemde instanties naar behoren beschikken over

controle- en sanctiebevoegdheden met betrekking tot het wegvervoer en de ambtenaren

daarvan beëdigd zijn of een andere formele geheimhoudingsplicht hebben.

  • 2. 
    De gegevens betreffende een onderneming waarvan de vergunning [...] is geschorst dan wel is

ingetrokken, worden ten minste twee jaar te rekenen vanaf het verstrijken van de schorsing of

van de intrekking van de vergunning in het register bewaard en worden onmiddellijk daarna

verwijderd.

Gegevens betreffende personen die ongeschikt voor het beroep zijn verklaard, blijven in het

register zolang de betrouwbaarheidsstatus van die personen overeenkomstig artikel 6, lid 3,

niet is hersteld. Na een dergelijk eerherstel of na andere gelijkwaardige maatregelen worden

de gegevens onmiddellijk verwijderd.

In deze gegevens wordt vermeld om welke redenen de vergunning is geschorst of ingetrokken

of om welke reden de betrokken persoon ongeschikt is verklaard, alsmede voor welke duur.

  • 3. 
    De lidstaten doen al het nodige om ervoor te zorgen, dat de in het elektronische register

opgenomen gegevens, in het bijzonder de in lid 1, onder e) en f), bedoelde gegevens,

bijgewerkt en juist zijn.

  • 5. 
    De gemeenschappelijke regels voor de uitvoering van lid 4, zoals het formaat van de

uitgewisselde gegevens, de technische procedures voor de elektronische raadpleging van de

registers van andere lidstaten en de bevordering van de interoperabiliteit van deze registers

met andere relevante databanken worden door de Commissie vastgesteld overeenkomstig de

in artikel 25, lid 2, bedoelde procedure19 . Deze gemeenschappelijke regels moeten aangeven

welke instantie verantwoordelijk is voor de toegang tot, het verdere gebruik en de bijwerking

van de gegevens na raadpleging en moeten derhalve voorschriften bevatten over registratie

van en toezicht op de gegevens.

  • 6. 
    Maatregelen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, in verband

met het vooruitschuiven van de termijnen van lid 1 en lid 4, worden vastgesteld volgens de in

artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 16

Bescherming van persoonsgegevens

Met betrekking tot de toepassing van Richtlijn 95/46/EG zorgen de lidstaten er met name voor dat:

  • a) 
    elke persoon wordt ingelicht wanneer gegevens die op hem betrekking hebben, worden

opgeslagen of wanneer het voornemen bestaat deze gegevens aan derden door te geven. In de

verstrekte mededeling moet de identiteit van de voor de verwerking van de gegevens

verantwoordelijke instantie worden gepreciseerd, alsook het type verwerkte gegevens en de

  • c) 
    eenieder het recht heeft de rectificatie, de uitwissing of de afscherming te vragen van

onvolledige of onjuiste gegevens die op hem betrekking hebben;

  • d) 
    eenieder het recht heeft zich om zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen ertegen te

verzetten dat hem betreffende gegevens worden verwerkt. Ingeval van gerechtvaardigd verzet

mag de verwerking niet langer op deze gegevens betrekking hebben.

Artikel 17

Bestuursrechtelijke samenwerking tussen de lidstaten

  • 2. 
    De lidstaten wijzen een nationaal contactpunt aan, dat wordt belast met de uitwisseling van

gegevens met de andere lidstaten, voor wat de toepassing van deze verordening betreft. De

lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op... in kennis van de naam en het adres van hun

nationale contactpunt. De Commissie stelt een lijst op van alle nationale contactpunten en

zendt deze aan de lidstaten toe.

  • 3. 
    De lidstaten die in het kader van deze verordening gegevens uitwisselen, gebruiken de

overeenkomstig lid 2 aangewezen nationale contactpunten.

  • 4. 
    De lidstaten die gegevens betreffende de in artikel 6, lid 2, bedoelde inbreuken of betreffende

eventuele ongeschikt verklaarde vervoersmanagers uitwisselen, nemen de in artikel 12, lid 1,

van Verordening (EG) nr. ../... of, in voorkomend geval, de in artikel 23, lid 1, van

HOOFDSTUK V

Onderlinge erkenning van certificaten en andere stukken

Artikel 18

Getuigschriften betreffende de betrouwbaarheid en gelijkwaardige documenten

  • 1. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 10, lid 4, aanvaardt de lidstaat van vestiging voor

toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer als voldoende bewijs van betrouwbaarheid

de overlegging van een uittreksel uit het strafregister of, bij het ontbreken daarvan, een door

de bevoegde rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie van de lidstaat waar de vervoers-

manager verbleef afgegeven gelijkwaardig document.

  • 2. 
    Wanneer een lidstaat aan zijn onderdanen bepaalde eisen inzake betrouwbaarheid stelt en het

bewijs dat aan die eisen is voldaan, niet door middel van het in lid 1 genoemde document kan

worden geleverd, erkent deze lidstaat voor de onderdanen van de andere lidstaten als

voldoende bewijs een door de bevoegde rechterlijke of bestuursrechtelijke instantie van de

lidstaat/lidstaten waar de vervoersmanager verbleef afgegeven getuigschrift, waaruit blijkt dat

aan die eisen is voldaan. Een dergelijk getuigschrift heeft betrekking op de precieze feiten die

in de lidstaat van vestiging in aanmerking worden genomen.

  • 3. 
    Indien het krachtens de leden 1 en 2 vereiste document niet door de lidstaat/lidstaten waar de

vervoersmanager verbleef wordt afgegeven, kan het worden vervangen door een door de

Artikel 19

Verklaringen in verband met de financiële draagkracht

Wanneer een lidstaat aan zijn onderdanen naast de in artikel 7 bedoelde voorwaarden aanvullende

voorwaarden inzake financiële draagkracht oplegt, erkent deze lidstaat voor onderdanen van een

andere lidstaat als voldoende bewijs een door een bevoegde instantie van de lidstaat/lidstaten waar

de vervoersmanager verbleef afgegeven verklaring waaruit blijkt dat aan deze voorwaarden is

voldaan. Deze verklaringen hebben betrekking op de precieze informatie die in de nieuwe lidstaat

van vestiging in aanmerking worden genomen.

Artikel 20

Verklaringen inzake de vakbekwaamheid

  • 1. 
    De lidstaten aanvaarden als voldoende bewijs van vakbekwaamheid de getuigschriften die

overeenkomen met het modelgetuigschrift in bijlage II en die door de daarvoor naar behoren

gemachtigde autoriteiten of instanties zijn afgegeven.

  • 2. 
    De getuigschriften van vakbekwaamheid die vóór [de datum van toepassing van deze

verordening] op grond van de tot die datum geldende bepalingen aan wegvervoerondernemers

zijn afgegeven, worden gelijkgesteld aan getuigschriften waarvan het model in bijlage II is

opgenomen, en worden in alle lidstaten erkend als bewijs van vakbekwaamheid. De lidstaten

mogen eisen dat houders van een verklaring inzake de vakbekwaamheid die alleen geldig is

HOOFDSTUK VI

Slotbepalingen

Artikel 21

Sancties

  • 1. 
    De lidstaten stellen de regels vast voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de

bepalingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te bereiken dat zij

worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De

lidstaten stellen de Commissie uiterlijk [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van

deze verordening] van de getroffen maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen

daarop onverwijld mee. Zij zien erop toe dat al deze maatregelen zonder discriminatie op

grond van nationaliteit of vestigingsplaats van de vervoerder ten uitvoer worden gelegd.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde sancties omvatten met name de schorsing van de vergunning voor de

uitoefening van het beroep, de intrekking van deze vergunningen en het ongeschikt verklaren

van de betrokken vervoersmanagers.

Artikel 23

Overgangsbepalingen

Ondernemingen die voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening over een vergunning

Artikel 24

Wederzijdse bijstand

De bevoegde instanties van de lidstaten werken nauw samen en verlenen elkaar wederzijdse

bijstand met het oog op de toepassing van deze verordening. De bevoegde instanties wisselen

gegevens uit betreffende veroordelingen en sancties wegens ernstige inbreuken, of andere

specifieke feiten die gevolgen kunnen hebben voor de uitoefening van het beroep van

wegvervoerondernemer, zulks met inachtneming van de bepalingen inzake de bescherming van

persoonsgegevens.

Artikel 25

Comitéprocedure

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 18, lid 1, van Verordening (EG)

nr. 3821/8520 ingestelde comité .

toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van

Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 daarvan.

  • a) 
    een overzicht van de sector op het gebied van de betrouwbaarheid, de financiële

draagkracht en de vakbekwaamheid;

  • b) 
    het aantal uitgereikte vergunningen per jaar en per categorie, het aantal geschorste of

ingetrokken vergunningen, het aantal personen dat ongeschikt is verklaard en de

redenen waarom dat is gebeurd;

  • c) 
    het jaarlijkse aantal afgegeven getuigschriften van vakbekwaamheid;
  • d) 
    kernstatistieken betreffende de nationale elektronische registers en het gebruik ervan

door de bevoegde autoriteiten; en

  • e) 
    een overzicht van de uitwisseling van gegevens met de andere lidstaten, met inbegrip

van het jaarlijks aantal vastgestelde inbreuken dat aan andere lidstaten is gemeld, het

jaarlijks aantal uit hoofde van artikel 17, lid 3, ontvangen antwoorden en het jaarlijks

aantal uit hoofde van artikel 17, lid 4, ontvangen verzoeken en antwoorden.

  • 2. 
    De Commissie stelt op basis van de verslagen van de lidstaten elke twee jaar ten behoeve van

het Parlement en de Raad een verslag op betreffende de uitoefening van het beroep van

wegvervoerondernemer. In dit verslag wordt met name de uitwisseling van gegevens tussen

de lidstaten geëvalueerd. Dit verslag wordt op hetzelfde moment gepubliceerd als het in

artikel 17 van Verordening (EG) nr. 561/200622 bedoelde verslag.

Artikel 27

Lijst van bevoegde instanties

Elke lidstaat deelt de Commissie uiterlijk op de datum van toepassing van deze verordening de lijst

mee van de bevoegde instanties die hij heeft aangewezen voor de afgifte van vergunningen voor de

uitoefening van het beroep van wegvervoersondernemer, alsmede de lijst van de autoriteiten of

instanties die bevoegd zijn voor de organisatie van examens en de afgifte van de getuigschriften. De

Commissie maakt een geconsolideerde lijst van al deze autoriteiten en instanties in de Gemeen-

schap bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 28

Mededeling van nationale uitvoeringsmaatregelen

De lidstaten delen de Commissie de tekst mede van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

van intern recht die zij op het onder deze verordening vallende gebied vaststellen, zulks binnen [30]

dagen na aanneming van die bepalingen, en de eerste keer uiterlijk op de datum van toepassing van

deze verordening.

Artikel 29

Intrekking

Zij is van toepassing met ingang van [ 24 maanden na de inwerkingtreding ].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in alle

lidstaten.

Gedaan te Brussel, op [....]

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

[...] [...]

BIJLAGE I BIJ DE BIJLAGE

I. LIJST VAN DE IN ARTIKEL 8 BEDOELDE ONDERWERPEN

De voor de vaststelling van de vakbekwaamheid door de lidstaten in aanmerking te nemen kennis

moet ten minste betrekking hebben op de in de onderstaande lijst genoemde onderwerpen voor het

goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg. Voor deze onderwerpen moeten de

kandidaat-wegvervoerders het kennis- en vaardigheidsniveau hebben dat nodig is om een vervoers-

onderneming te leiden.

Het hieronder beschreven minimumkennisniveau mag niet lager zijn dan niveau 3 van de structuur

van de opleidingsniveaus als aangegeven in de bijlage bij Beschikking 85/368/EEG van de Raad23,

dat wil zeggen het niveau dat is bereikt door verplicht onderwijs aangevuld met hetzij beroeps-

opleiding en aanvullende technische opleiding, hetzij technische schoolopleiding of andere

technische opleiding, op secundair niveau.

A. Burgerlijk recht

Vervoer van goederen en personen over de weg

De kandidaat moet met name:

Vervoer van goederen over de weg

(3) in staat zijn een klacht van zijn opdrachtgever te onderzoeken in verband met schade ten

gevolge van verlies of beschadiging van goederen tijdens het transport dan wel van

vertraging bij de aflevering, en kunnen bepalen welke de gevolgen van de klacht zijn

voor zijn contractuele aansprakelijkheid;

(4) kennis hebben van de regels en verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag

betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg

(CMR);

Vervoer van personen over de weg

(5) in staat zijn een klacht van zijn opdrachtgever te onderzoeken in verband met door

reizigers opgelopen letsel of in verband met schade aan hun bagage ten gevolge van een

ongeval tijdens het transport of in verband met schade als gevolg van vertraging, en

kunnen bepalen welke de gevolgen van de klacht zijn voor zijn contractuele

aansprakelijkheid.

B. Handelsrecht

Vervoer van goederen en personen over de weg

C. Sociaal recht

Vervoer van goederen en personen over de weg

De kandidaat moet met name:

(1) op de hoogte zijn van de rol en het functioneren van de verschillende sociale instel-

lingen in de wegvervoersector (vakbonden, ondernemingsraden, personeelsvertegen-

woordiging, arbeidsinspectie, enz.);

(2) kennis hebben van de verplichtingen van de werkgever op het gebied van de sociale

zekerheid;

(3) kennis hebben van de voorschriften inzake de arbeidsovereenkomsten voor de

verschillende categorieën werknemers van wegvervoerondernemingen (vorm van de

overeenkomst, verplichtingen van de partijen, arbeidsvoorwaarden en werktijden,

vakanties, met behoud van loon, salaris, verbreking van het contract, enz.);

(4) kennis hebben van de voorschriften inzake rij- en rusttijden alsmede werktijden en met

name van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 561/2006 van de Raad24,

Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad25, Richtlijn 2002/15/EG en Richtlijn

2006/22/EG, alsmede van de wijze waarop deze wetgeving in de praktijk wordt

toegepast;

(5) op de hoogte zijn van de voorschriften, met name op grond van Richtlijn 2003/59/EG,

inzake de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders.

(3) de heffingen op bepaalde voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen

over de weg alsmede de tolgelden en gebruiksrechten voor het gebruik van bepaalde

infrastructuur;

(4) de inkomstenbelasting.

E. Commercieel en financieel beheer van de onderneming

Vervoer van goederen en personen over de weg

De kandidaat moet met name:

(1) kennis hebben van de wettelijke bepalingen en de praktijken met betrekking tot het

gebruik van cheques, wissels, promesses, creditcards en andere betaalmiddelen of -

methoden;

(2) kennis hebben van de verschillende kredietvormen (bankkrediet, documentair krediet,

waarborgsommen, hypotheken, leasing, renting, factoring, enz.) en de daaruit

voortvloeiende lasten en verplichtingen;

(3) weten wat een balans is en hoe een balans is opgesteld en moet worden geïnterpreteerd;

(4) een winst- en verliesrekening kunnen lezen en interpreteren;

(5) een analyse kunnen maken van de financiële situatie en de rentabiliteit van de onder-

neming, met name op basis van de financiële ratio's;

(6) een begroting kunnen opstellen;

Vervoer van goederen over de weg

(12) de regels betreffende de facturering van goederenvervoersdiensten over de weg kunnen

toepassen en kennis hebben van de betekenis en de implicaties van de Incoterms;

(13) kennis hebben van de verschillende categorieën tussenpersonen, hun rol, hun functie en

eventueel hun status.

Vervoer van personen over de weg

(14) de regels met betrekking tot de tarieven en de prijsstelling in het openbaar en particulier

personenvervoer kunnen toepassen;

(15) de regels inzake de facturering van personenvervoerdiensten over de weg kunnen

toepassen.

F. Toegang tot de markt

Vervoer van goederen en personen over de weg

De kandidaat moet met name:

(1) kennis hebben van de beroepsvoorschriften inzake het vervoer over de weg voor

rekening van derden, het huren van bedrijfsvoertuigen, uitbesteding, met name de

Vervoer van goederen over de weg

(4) kennis hebben van de voorschriften inzake de marktordening voor het goederenvervoer

over de weg, expeditiebedrijven en logistiek;

(5) kennis hebben van grensformaliteiten, de functie en betekenis van T-documenten en het

carnet-TIR en van de verplichtingen en verantwoordelijkheden die aan het gebruik daarvan

zijn verbonden;

Vervoer van personen over de weg

(6) kennis hebben van de voorschriften betreffende de marktordening voor het personen-

vervoer over de weg;

(7) kennis hebben van de voorschriften inzake de invoering van nieuwe vervoersdiensten en

vervoerplannen kunnen opstellen.

G. Technische normen en exploitatie

Vervoer van goederen en personen over de weg

De kandidaat moet met name:

(1) kennis hebben van de voorschriften betreffende gewichten en afmetingen van

Vervoer van goederen over de weg

(6) kennis hebben van de diverse typen laad- en losmachines (laadkleppen, containers,

pallets, enz.) en in staat zijn procedures en instructies te ontwikkelen voor het laden en

lossen van goederen (belastingsverdeling, stapelen, beladen, vastzetten, enz.);

(7) kennis hebben van de verschillende technieken voor gecombineerd vervoer in het rail-

wegvervoer of ro-ro-vervoer;

(8) in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften voor het vervoer van

gevaarlijke goederen en afvalstoffen toe te passen, met name die welke zijn gebaseerd

op Richtlijn 94/55/EG van de Raad26, Richtlijn 96/35/EG van de Raad27 en Verordening

(EEG) nr. 259/93 van de Raad28;

(9) in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften betreffende het vervoer van

aan bederf onderhevige levensmiddelen toe te passen, met name die welke zijn geba-

seerd op de Overeenkomst inzake het internationale vervoer van aan bederf onderhevige

levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoermiddelen bij dit vervoer (ATP);

(10) in staat zijn de procedures in het kader van de voorschriften inzake vervoer van levende

dieren toe te passen.

H. Verkeersveiligheid

Vervoer van goederen en personen over de weg

(3) in staat zijn voor de bestuurders instructies op te stellen met betrekking tot de controle

op de veiligheidsnormen inzake de staat van het vervoermaterieel, de uitrusting, de

lading en de te nemen preventieve maatregelen;

(4) in staat zijn procedures op te stellen die moeten worden gevolgd bij een ongeval, en de

nodige procedures toe te passen om herhaling van ongevallen of ernstige inbreuken te

voorkomen;

(5) in staat zijn procedures toe te passen om de goederen op een veilige manier vast te

zetten en op de hoogte zijn van de technieken op dat gebied.

Vervoer van personen over de weg

(6) een elementaire kennis hebben van de structuur van het wegennet in de lidstaten.

II. ORGANISATIE VAN HET EXAMEN

  • 1. 
    De lidstaten organiseren een verplicht schriftelijk examen, dat met een mondeling examen kan

worden aangevuld, om na te gaan of de kandidaat-wegvervoerders beschikken over het in

punt I vereiste kennisniveau omtrent de daar genoemde onderwerpen en met name in staat

zijn om de daarmee verband houdende instrumenten en technieken te gebruiken en de

voorgeschreven uitvoerende en coördinerende taken te verrichten.

  • a) 
    Het verplicht schriftelijk examen bestaat uit twee onderdelen, namelijk:
  • schriftelijke vragen in de vorm van hetzij meerkeuzevragen (vier antwoord-

mogelijkheden), hetzij vragen met één antwoord, hetzij een combinatie van de

twee systemen;

  • schriftelijke opdrachten/case studies.

Elk onderdeel duurt ten minste twee uur.

  • b) 
    Wanneer een mondeling examen wordt georganiseerd, kunnen de lidstaten het slagen

voor het schriftelk examen als voorwaarde stellen voor de toelating tot het mondeling

examen.

  • 2. 
    Wanneer de lidstaten ook een mondeling examen organiseren, moeten z voor elk onderdeel

een weging van de punten toepassen, die echter niet minder dan 25% of meer dan 40% van

BIJLAGE II BIJ DE BIJLAGE

EUROPESE GEMEENSCHAP

(Beige29 kraftpapier - formaat DIN A4 cellulose-papier van minimum 100 g/m2)

(Opgesteld in de officiële taal(talen) van de lidstaat die het getuigschrift afgeeft)

Het document heeft op zijn minst twee van de onderstaande beveiligingen:

  • een hologram;
  • speciale vezels in het papier die onder UV-licht zichtbaar worden;
  • minstens één regel microdruk (druk die alleen met een vergrootglas zichtbaar is en niet door

fotokopieermachines wordt gereproduceerd)

  • voelbare karakters, symbolen of patronen;
  • dubbele nummering: serienummer [...] en nummer van afgifte,
  • beveiligingsondergrond met dunne guillochepatronen en irisdruk;

Kenteken van de betrokken lidstaat30

Naam van de bevoegde autoriteit of instantie31

GETUIGSCHRIFT VAN VAKBEKWAAMHEID VOOR HET VERVOER VAN GOEDEREN [PERSONEN32]

OVER DE WEG

Nr.°...

Wij ................................................................................................................................................................

verklaren dat33

geboren op.....................................................te........................................................

geslaagd is voor de onderdelen van het examen (jaar......; zitting...............), zoals vereist voor het verkrijgen van het

getuigschrift van vakbekwaamheid voor het vervoer van goederen [personen]3435 over de weg, overeenkomstig

Verordening (EG) nr. ..../.... van ....................................

Dit document geldt als voldoende bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 20, lid 1, van Verordening

(EG) nr. .../... van ... tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet

zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen

Afgegeven te............................................op......................................................................................36

BIJLAGE III37 BIJ DE BIJLAGE

De lijst van ernstigste inbreuken als bedoeld in artikel 6, lid 2, onder a), is als volgt:

  • 1. 
    a) overschrijding van de maximaal toegestane zesdaagse of tweewekelijkse rijtijden met

25% of meer;

  • b) 
    de maximaal toegestane dagelijkse rijtijden op één dag met een marge van 50% of meer

overschrijden zonder een onderbreking of een ononderbroken rusttijd van ten minste

4,5 uur in te lassen.

  • 2. 
    Nalaten een tachograaf en/of snelheidsbegrenzer te installeren of een frauduleus apparaat

gebruiken dat de geregistreerde gegevens van het controleapparaat en/of de snelheids-

begrenzer kan wijzigen, of de registratiebladen of de van de tachograaf en/of de

bestuurderskaart overgebrachte gegevens vervalsen.

3.38 Rijden zonder een geldig bewijs van technische keuring (indien vereist door de

Gemeenschapswetgeving) en/of met een zeer ernstig gebrek aan onder meer het remsysteem,

het stangenstelsel van de stuurinrichting, wielen/banden, de ophanging of het chassis dat een

zodanig onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert dat het leidt tot een besluit

het voertuig uit het verkeer te nemen.

  • 5. 
    Vervoer van passagiers of goederen zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs of uitgevoerd

door een onderneming die geen geldige communautaire vergunning heeft.

  • 641. 
    De chauffeur heeft een vervalst rijbewijs waarvan hij niet de houder is of dat verkregen is op

basis van valse verklaringen en/of nagemaakte documenten.

  • 7. 
    Vervoer van goederen waarbij het maximaal toegestane geladen gewicht met 20% of meer

wordt overschreden voor voertuigen met een toegestaan geladen gewicht van meer dan

12 ton, en met 25% of meer voor voertuigen met een toegestaan geladen gewicht van

maximaal 12 ton.

___________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

23 mei
'07
Voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer


23 mei
'07
COM(2007)263 - Gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen


22 sep
'06
COM(2006)528 - Aanpassing van een aantal richtlijnen op het gebied van het vervoersbeleid, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië


22 sep
'06
COM(2006)524 - Aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië


27 okt
'04
COM(2004)725 - Wijziging van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen en de geconsolideerde jaarrekening


3 mrt
'04
COM(2004)142 - Certificering van het treinpersoneel belast met de besturing van locomotieven en treinen op het spoorwegnet van de EG


21 okt
'03
COM(2003)628 - Minimumvoorwaarden voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2002/15/EG en de Verordeningen (EEG) nrs. 3820/85 en 3821/85 van de Raad betreffende sociale wetgeving met betrekking tot het wegvervoer


11 dec
'02
COM(2002)719 - Wijziging van Besluit 1999/468/EG tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


12 okt
'01
COM(2001)573 - Harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer


2 feb
'01
COM(2001)56 - Opleiding van beroepschauffeurs voor goederen- en personenvervoer over de weg


 
 
publicatiedatum 23-05-2008
kenmerk 9816/08 ADD 2

Inhoud