Conclusies van de Raad inzake wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES) "Naar een GMES-programma" - Aanneming - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VAN - Brussel, 26 november 2008 (27.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

16267/08

-

RECH 387 COMPET 523 IND 202 TRANS 425 POLARM 53 DEVGEN 248 ENV 882 -

NOTA

van:

aan:

het Comité van permanente vertegenwoordigers

de Raad

nr. vorig doc.: 15665/08 RECH 361 COMPET 471 IND 181 TRANS 394 POLARM 44

DEVGEN 225 ENV 815

nr. Comv.: 14906/08 RECH 320 COMPET 426 IND 161 TRANS 363 POLARM 33 DEVGEN 231 ENV 824 + ADD 1 + ADD 2

Betreft: Conclusies van de Raad inzake wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES) "Naar een GMES-programma"

  • Aanneming

De Groep onderzoek heeft tijdens haar vergaderingen van 17 en 24 november 2008 de tekst van de

ontwerp-conclusies van de Raad besproken.

Het Comité van permanente vertegenwoordigers heeft op 26 november 2008 een consensus bereikt

over de compromistekst, die in bijlage dezes gaat.

III. CONCLUSIE

Het Comité van permanente vertegenwoordigers beveelt derhalve de Raad Concurrentievermogen

van 2 december 2008 aan de conclusies in bijlage dezes aan te nemen.

__________________

BIJLAGE

Ontwerp-conclusies van de Raad over GMES

"Naar een GMES-programma"

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

ONDER VERWIJZING NAAR:

  • a) 
    de mededeling van de Commissie van 23 oktober 2001 betreffende GMES: "Grote lijnen van

een GMES-actieplan van de EG (aanloopperiode: 2001 - 2003)"2

;

  • b) 
    de mededeling van de Commissie van 3 februari 2004 betreffende de totstandbrenging van

een GMES-capaciteit tegen 2008 (actieplan (2004 - 2008)3

  • c) 
    de mededeling van de Commissie van 10 november 2005 betreffende GMES "van concept

naar realiteit"4

;

  • d) 
    zijn op 28 november 2005 verstrekte beleidslijnen inzake GMES5

;

  • e) 
    de in november 2005 en november 2008 door de ministeriële Raad van de ESA genomen

besluiten met het oog op de uitvoering van een GMES-ruimtecomponentprogramma;

  • f) 
    De beschikking6betreffende het zevende kaderprogramma (KP7) voor activiteiten op het

gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007-2013) en de

beschikking betreffende het specifieke programma Samenwerking in het kader waarvan

O&O-middelen zijn toegewezen aan GMES7

;

  • g) 
    de beginselen inzake bestuur en architectuur van GMES die tot uiting komen in de dialoog van

Graz en het stappenplan van München;

  • h) 
    het strategisch partnerschap EU-Afrika: "Een gemeenschappelijke strategie van de EU en Afrika"8

van 9 december 2007 en de Verklaring van Lissabon over "GMES en Afrika" van

7 december 2007;

  • i) 
    de debatten die de voor ruimtevaart verantwoordelijke Europese ministers op 21 en 22 juli 2008

tijdens de informele bijeenkomst in Kourou, de lanceerbasis van Europa, hebben gevoerd;

  • j) 
    zijn resolutie van 26 september 2008 "Vooruitgang boeken met het Europees ruimtevaartbeleid"9

;

  • k) 
    de demonstratie van het eerste pakket GMES-diensten ter gelegenheid van het GMES-

Forum 2008 te Lille, die liet zien dat de GMES-informatie van nu af in een pre-operationele

modus beschikbaar is om te voldoen aan de behoeften en eisen van gebruikersgroepen;

  • l) 
    de resolutie van het Europees Parlement van 20 november 2008 over het Europees

ruimtevaartbeleid: "Hoe brengen we de ruimte dichterbij?"10

;

BENADRUKT:

· dat GMES een civiel systeem is dat onder civiele controle staat en afgestemd is op civiele

behoeften;

· dat er toereikende EU-instrumenten en -financieringsregelingen moeten worden ontwikkeld met

inachtneming van de specifieke kenmerken van de ruimtevaartsector, van de noodzaak om het

algehele concurrentievermogen daarvan en van de ermee samenhangende industrie te versterken

en van de noodzaak van een evenwichtige industriële structuur;

· de noodzaak rekening te houden met de lessen die getrokken zijn uit het Galileo-programma

teneinde volledig de vruchten van die ervaring te plukken;

· GMES is gebruikergeoriënteerd doordat de gebruikersbehoeften zijn geïntegreerd in alle

fasen van de ontwikkeling en levering van de diensten, waardoor een optimale

bruikbaarheid van deze diensten wordt gegarandeerd; alle GMES-diensten moeten

voldoen aan de door de gebruikers verlangde kwaliteits- en betrouwbaarheidsnormen;

· de implementatie van GMES moet worden gebaseerd op partnerschappen tussen de

Europese Unie (EU) en de lidstaten, overeenkomstig hun respectieve regels en

procedures; de lidstaten moeten hun bijdrage aan deze partnerschappen op vrijwillige

basis toezeggen;

· GMES-diensten moeten beschouwd worden als een publiek goed en de informatie die zij

genereren moet voor alle gebruikers vrijelijk toegankelijk zijn, afgezien van

beperkingen, hoofdzakelijk op grond van veiligheidsoverwegingen en nationale en

communautaire voorschriften;

· de duurzaamheid van de GMES-diensten, die verband houdt met de beschikbaarheid van

passende observatie-infrastructuur en de continuïteit van de gegevens, vormt een eerste

voorwaarde om deze diensten ingang te doen vinden bij de gebruikersgroepen en is

derhalve een prioriteit bij het GMES-beheer; de EU moet die duurzaamheid waarborgen,

met name door langetermijnfinanciering, op basis van partnerschappen voor de

verschillende GMES-componenten;

· de GMES-diensten dienen met name, via schaalvoordelen die voortvloeien uit de

beschikbaarheid van GMES-diensten van algemeen belang en de bijbehorende

infrastructuur, de markt te stimuleren om informatiediensten met een meerwaarde te

leveren aan institutionele en particuliere gebruikers;

(3) VESTIGT met name DE AANDACHT OP:

· het voornemen van de Commissie om in 2009 een wetgevingsvoorstel voor een GMES-

programma van de EU in te dienen dat in 2010 kan worden aangenomen, en

ONDERSTREEPT dat dit EU-programma de kern van GMES zal zijn;

· het voornemen van de Commissie om de operationele financiering die in de periode

2011-2013 voor GMES nodig is, te bestuderen, met inachtneming van de maxima van

het huidige financiële kader:

· de Commissievoorstellen betreffende de regelingen voor het aanbieden van GMES-

diensten, BEKLEMTONEND dat de nationale dienstverrichtingscapaciteit niet nodeloos

op Europees niveau moet worden gedupliceerd; en VERZOEKT de reeds in de

Commissiemededeling genoemde organen, uiterlijk eind 2009 voor elke afzonderlijke

GMES-dienst gedetailleerde voorstellen inzake regelingen voor het aanbieden en

beheren van GMES op te stellen die zullen worden opgenomen in het GMES-

programmavoorstel;

· het voornemen van de Commissie een mogelijke bijdrage van GMES aan het toezicht op

de klimaatverandering en andere mondiale veranderingsvraagstukken voor te stellen en

de ontwikkeling van beveiligingsdiensten voort te zetten en IS VAN OORDEEL dat

uiterlijk eind 2009 duidelijkheid over deze punten moet worden verschaft;

· de noodzaak het GMES-programma open te stellen voor internationale overeenkomsten

met derde landen12

, met de mogelijkheid van financiële bijdragen; en BENADRUKT dat

het voor de EU als wereldspeler een belangrijke troef is, vooral wat betreft de bijdrage

tot de internationale inspanningen voor het verzamelen en uitwisselen van gegevens over

· de noodzaak om snel te beoordelen of, en zo ja hoe, de rol en de taken moeten worden

omschreven van de verschillende instanties die in de regeling voor het bestuur en het

beheer van GMES worden voorgesteld, alsmede hun hiërarchische inbedding; met name

dient de betrokkenheid en de verantwoordelijkheid van de gebruikers in de

bestuursstructuur worden verduidelijkt;

· dat bij een doeltreffende financiering van GMES geen plaats is voor dubbelzinnigheid in

de financieringsverantwoordelijkheden;

(5) BEVESTIGT de rol van de ESA als ontwikkelings- en aanbestedingsagentschap voor de

specifieke GMES-Sentinel-missies, en als coördinator voor de volledige GMES-ruimte-

component, met inbegrip van de bijdragen die door de lidstaten, EUMETSAT en andere

GMES-partners worden geleverd, en IS VAN OORDEEL dat een duurzame financiering van

de GMES-ruimtecomponent moet worden vastgesteld, op basis van een beoordeling van de

algemene financiële behoeften voor deze infrastructuur en de opstelling van de begrotings-

strategie op nationaal en Europees niveau, waarbij rekening wordt gehouden met de drie

achtereenvolgende stadia: het stadium van O&O, te financieren uit kredieten voor O&O, het

overgangsstadium met zowel O&O- als operationele financiering, het operationele stadium

met specifieke financiering voor operaties waarbij de gebruikers betrokken zijn;

(6) IS VERHEUGD over de nieuwe coördinerende taken voor de GMES-observatie-

infrastructuur die zijn toegewezen aan het Europees Milieu-agentschap, in coördinatie met de

(8) VERZOEKT de Commissie in overeenstemming met de bijgevoegde kernbeleidslijnen:

· uiterlijk in het eerste kwartaal van 2009 een interimregeling voor het GMES-bestuur en

-beheer voor te stellen, die van toepassing moet zijn tot de uitvoering van het GMES-

programma, en met name om een stuurgroep met vertegenwoordigers van de lidstaten op

te zetten als voorloper van de in de mededeling voorgestelde partnerraad;

· uiterlijk medio 2009 een gedetailleerd actieplan te hebben ontwikkeld voor de verdere

uitvoering van GMES, met inbegrip van de belangrijkste besluiten, en in dat verband de

aanpak voor de EU-financiering tot 2013 vast te stellen, met inachtneming van de

maxima van het huidige financiële kader;

· een aanpak voor de EU-financiering te ontwikkelen voor het normaal functioneren van

GMES, waarover bij de algehele overeenstemming over het volgende financiële kader

beslist wordt;

· een transparant mechanisme voor een ruimere betrokkenheid en raadpleging van de

gebruikers uit te tekenen waarmee de gebruikersbehoeften op Europees en nationaal

niveau kunnen worden gestaafd;

· in overeenstemming met de richtlijnen van Kourou die de aard van de GMES-diensten

als publiek goed en de vrije toegang tot de daardoor gegenereerde informatie

bekrachtigen, het gedetailleerde toegangs- en verspreidingsbeleid inzake GMES-diensten

en -gegevens te bepalen, rekening houdend met de bestaande intellectuele-eigendoms-

rechten, de nationale en communautaire voorschriften en het algehele veiligheidsbeleid;

(9) VERZOEKT de Commissie en de lidstaten in overeenstemming met de bijgevoegde

kernbeleidslijnen:

· hun respectieve rol en taken in het GMES-bestuursproces te bepalen;

· in 2009 de GMES-kosten, met verrekening van de bijdragen van de EU en de lidstaten,

te ramen na raadpleging van de ESA en het Europese Milieu-agentschap (EEA);

· de internationale GMES-samenwerkingsstrategie (met bijzondere aandacht voor de

Group for Earth Observation (GEO)) te bepalen;

(10) VERZOEKT de Commissie om, in nauw overleg met de ESA en het EEA, in overeen-

stemming met de kernbeleidslijnen uiterlijk 2009 voorstellen tot vastlegging van de nieuwe

coördinerende taken te doen en daarbij rekening te houden met bestaande structuren en de

door de lidstaten en de andere GMES-partners geleverde bijdragen;

(11) VRAAGT de Commissie in het eerste halfjaar van 2009 verslag uit te brengen over de

vorderingen bij het opstellen van een wetgevingsvoorstel voor een GMES-programma.

Kernbeleidslijnen

1. Opstelling van het GMES-programma

Bij het opstellen van het GMES-programma dient met name duidelijkheid te worden verschaft

over:

· de mechanismen en regels in het algehele GMES-besluitvormingsproces, met inbegrip

van formules voor prioriteitsstelling en arbitrage, op basis van de structuur van GMES

met inbegrip van de verschillende bijdragen,waaronder die van de EU en de lidstaten, en

hun respectieve rol en taken, in overeenstemming met de voorstellen in de

Commissiemededeling;

· een raming van alle kosten van GMES-componenten voor de pre-operationele fase en de

eerste operationele fase, die aanvangt in 2014, waaronder de GMES-diensten, de

observatie-infrastructuur en de door GMES vereiste externe informatiediensten, met

uitsplitsing van de kosten voor het in bedrijf houden van de systemen en de kosten voor

ingrijpende verbetering en vernieuwing van de infrastructuur, met name van de GMES-

ruimtecomponent;

· een beoordeling van de wijze waarop de lidstaten en de Europese Unie de verschillende

GMES-componenten zullen ondersteunen, d.w.z. rechtstreeks of via andere inter-

gouvernementele belanghebbenden; die aanpak moet

  • 1. 
    de leidende rol van de Europese Unie op het gebied van GMES-diensten

· een strategie inzake internationale samenwerking, onder meer wat betreft de GMES-

bijdrage aan de Group for Earth Observation en haar System of Systems (GEOSS) en

aan andere bestaande internationale coördinatie-entiteiten (bijvoorbeeld de Wereld

Meteorologische Organisatie) alsmede de GMES-ondersteuning van acties op het vlak

van ontwikkelings-, nood- en humanitaire hulp;

· een definitie van de respectieve rol van de instanties en entiteiten die (financieel of in

natura) bijdragen aan de verschillende componenten van de implementatie en werking

van GMES (diensten, observatie-infrastructuur, in de ruimte of in situ , en de vereiste

externe informatiediensten), waaronder de Gemeenschap, intergouvernementele,

internationale en nationale agentschappen en instanties.

2. Regelingen voor de levering van GMES-diensten

In de regelingen voor de levering van GMES-diensten moeten worden bepaald:

· de respectieve rol van de instanties die betrokken zijn bij de levering van GMES-

diensten en hun functie- en taakverdeling;

· de bestuurs- en beheersprocessen, waaronder de betrokkenheid van de gebruikers en

wetenschappelijke en technische beoordeling;

met het doel de duurzaamheid van deze diensten en de tevredenheid van de gebruikers te

waarborgen.

Voor de GMES-ruimtecomponent dient de coördinatiemethode gebaseerd te zijn op de drie

achtereenvolgende stadia als omschreven in punt 5 van deze conclusies.

Voor de in situ observatie-infrastructuur moet de coördinatie uitgaan van de overgang naar

operationele duurzaamheid en van nationale netwerken die functioneren volgens

internationale normen. Daarnaast moet er rekening worden gehouden met de beginselen van

INSPIRE in verband met gegrafische infrastructuren.

4. Regeling voor GMES-bestuur en -beheer

In de algemene regeling voor GMES-bestuur en -beheer moet met name het volgende

verduidelijkt of geëvalueerd worden:

· de respectieve rol en bevoegdheden van het GMES-programmacomité en van de

partnerraad;

· de vraag of een wetenschappelijk en technisch GMES-comité nodig is en indien dat het

geval is, het mandaat en de werkwijze daarvan;

· het mandaat en de werkwijzen van de GMES-Veiligheidsraad en de banden daarvan met

het algemene GMES-bestuursproces;

· de rol het functioneren van het gebruikersforum als gespreksgroep voor

belanghebbenden waarbij tevens vertegenwoordigers van de lidstaten betrokken zijn, en

het verband met het algehele bestuursproces;

· de banden tussen het bestuur en het beheer van de diensten en de observatie-

infrastructuur en die van het algehele GMES.

5. Aanpak van de evolutie van de GMES-dienst

In het kader van deze aanpak moet worden aangegeven welke procedure gevolgd wordt bij

het implementeren van de evolutie van GMES-diensten, met name wat betreft het in kaart

brengen van gebruikersbehoeften, de wetenschappelijke en technische beoordeling, vereisten

voor de observatiegegevens en de aanpak van de infrastructuur en de implementatie, met een

accent op:

· de rol van de EU en de lidstaten in het besluitvormingsproces;

· hun respectieve bijdrage aan deze evolutie.

Deze aanpak inzake de evolutie van een GMES-dienst moet met name ingaan op belangrijke

factoren als de Europese beleidskwesties en initiatieven op het gebied van milieu en

beveiliging,de levensduur van de observatie-infrastructuur, in de ruimte of in situ , en de

financiële kaders van de EU, de lidstaten en de Europese agentschappen en instanties en moet

in overeenstemming zijn met de drie achtereenvolgende stadia als omschreven in punt 5 van

deze conclusies.

6. GMES-interimbestuur

In afwachting van de uitvoering van het GMES-programma moeten de Europese Commissie

en de lidstaten bij het GMES-interimbestuur worden betrokken met het oog op besluiten en

· het GMES-programma moet in 2011 in uitvoering zijn met het oog op het aanvangen van

een eerste operationele fase in 2014, op basis van specifieke financiering voor operaties;

· de controle van de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de GMES-dienstinformatie dient

uiterlijk in 2011 te worden vastgesteld en uiterlijk in 2014 volledig te worden toegepast.

7. Stimuleren van de markt

Passende maatregelen en instrumenten moeten het mogelijk maken:

· de GMES-informatie te integreren en innoverende diensten met een meerwaarde te

scheppen in belangrijke sociaal-economische sectoren (zoals energie, volksgezondheid,

landbouw, waterbeheer, vervoer) en nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten beter

te dienen, alsmede markttoepassingen;

· O&O-activiteiten te steunen met het oog op het realiseren van duurzame ondernemings-

modellen, maar ook het creëren van netwerken en clusters van de overheid en de

particuliere sector (en met name het MKB) voor het bundelen van gebruikersbehoeften,

het uitwisselen van beste praktijken, het delen van O&O-activiteiten en het inzicht

verwerven in en overwegen van de wettelijke toepasbaarheid van GMES-diensten in de

lidstaten, de Europese Unie en daarbuiten;

· voordeel te halen uit de beschikbaarheid en duurzaamheid van GMES-diensten en, in

voorkomend geval, van observatie-infrastructuurgegevens;

· gebruik te maken van bestaande EU-instrumenten, zoals het Kaderprogramma voor

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

21 sep
'05
COM(2005)440 - Specifiek programma "Samenwerking" tot uitvoering van het zevende kaderprogramma (2007-2013) van de EG voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie


 
publicatiedatum 26-11-2008
kenmerk 16267/08

Inhoud