Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) - Algemene oriëntatie - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 5 december 2008 (06.12)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

16712/08

Interinstitutioneel dossier:

2008/0151 (COD)

ENER 438 ENV 928 CODEC 1720

NOTA

van:

het secretariaat-generaal van de Raad

aan: de Raad

nr. Comv.: 12119/08 ENER 236 ENV 487 CODEC 1009

Betreft: Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking)

-

Algemene oriëntatie

Voor de delegaties gaat hierbij de bovengenoemde tekst, waarover het Coreper overeenstemming

heeft bereikt en die kan dienen als basis voor een algemene oriëntatie ten aanzien van dit voorstel.

BIJLAGE

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

2008/0151 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN .../... VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van [...]

betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake

ecologisch ontwerp voor energieverbruikende energiegerelateerde producten en tot

wijziging van Richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG

van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 95,

nieuw

(1) Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende

de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch

ontwerp voor energieverbruikende producten en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG van

de Raad en de Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de

Raad1 is ingrijpend gewijzigd2. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn (die strikt

beperkt blijven tot de uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot alle

energiegerelateerde producten), dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van

deze richtlijn te worden overgegaan.

OE 2005/32 overweging 1

nieuw

(2) De verschillen tussen de door de lidstaten goedgekeurde wetten en bestuursrechtelijke

maatregelen betreffende het ecologische ontwerp van energieverbruikende

energiegerelateerde producten kunnen in de Gemeenschap handelsbelemmeringen

doen ontstaan en de concurrentie verstoren en aldus een direct effect op de

totstandbrenging en de werking van de interne markt hebben. De harmonisatie van de

nationale wetten is het enige middel om dergelijke handelsbelemmeringen en oneerlijke

OE 2005/32 overweging 2

nieuw

Raad

(3) Energieverbruikende producten (,,evp's") Energiegerelateerde producten nemen een

groot deel van het verbruik van natuurlijke hulpbronnen en energie in de Gemeenschap

voor hun rekening. Daarnaast hebben zij nog enkele andere belangrijke milieueffecten. Bij

de grote meerderheid van op de communautaire markt beschikbare productcategorieën

kunnen milieueffecten van zeer uiteenlopende omvang worden waargenomen, hoewel zij

vergelijkbare functionele prestaties leveren. Met het oog op duurzame ontwikkeling moet

de voortdurende verbetering van het algemene milieueffect van die producten worden

aangemoedigd, vooral door de voornaamste oorzaken van negatieve milieueffecten op te

sporen en overdracht van verontreiniging tegen te gaan, wanneer dit niet leidt tot

buitensporige kosten.

(3 bis) Veel energiegerelateerde producten hebben dankzij een beter ontwerp een

aanzienlijk verbeteringspotentieel om milieueffecten te verminderen en

energiebesparingen te realiseren, hetgeen tevens economische besparingen voor het

bedrijfsleven en de eindgebruikers oplevert.

Naast producten die energie gebruiken, genereren, overbrengen of meten, kan het

OE 2005/32 overweging 4

(5) De verbetering van de energie-efficiëntie - met als een van de beschikbare opties een

efficiënter eindgebruik van elektriciteit - wordt beschouwd als een substantiële bijdrage tot

het verwezenlijken van de doelstellingen van de Gemeenschap inzake broeikasgasemissies.

De vraag naar elektriciteit is de snelst groeiende categorie van eindgebruik van energie en

zal, indien er geen beleidsmaatregelen worden genomen om deze trend tegen te gaan, naar

verwachting in de komende twintig tot dertig jaar verder toenemen. Een aanzienlijke

reductie van het energieverbruik, zoals die door de Commissie is voorgesteld in haar

Europees programma inzake klimaatverandering (European Climate Change Programme -

ECCP), is mogelijk. Klimaatverandering is een van de prioriteiten van het zesde

milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap zoals opgenomen in Besluit

nr. 1600/2002/EG van het Europees Parlement en de Raad1. Energiebesparing is de meest

kostenefficiënte manier om de continuïteit van de voorziening te verbeteren en de

afhankelijkheid van invoer te reduceren. Derhalve moeten met betrekking tot de vraagzijde

substantiële maatregelen en doelstellingen worden vastgesteld.

OE 2005/32 overweging 5

nieuw

OE 2005/32 overweging 6

nieuw

(7) Er moet een samenhangend kader voor de toepassing van communautaire eisen inzake

ecologisch ontwerp voor evp's energiegerelateerde producten tot stand worden

gebracht, teneinde het vrije verkeer van de producten die aan de eisen voldoen, te

garanderen en hun algemene milieueffect te verbeteren. Bij dergelijke communautaire

eisen moeten de beginselen inzake eerlijke concurrentie en internationale handel in acht

worden genomen.

OE 2005/32 overweging 7

(8) De eisen inzake ecologisch ontwerp moeten worden vastgesteld met inachtneming van de

doelstellingen en prioriteiten van het zesde milieuactieprogramma van de Europese

Gemeenschap, waaronder in voorkomend geval de van toepassing zijnde doelstellingen

van de betreffende thematische strategieën van dat programma.

OE 2005/32 overweging 8

nieuw

(9) Met deze richtlijn wordt ernaar gestreefd om een hoog milieubeschermingsniveau te

verwezenlijken door het potentiële milieueffect voor evp's energiegerelateerde

producten te verminderen, waarvan uiteindelijk de consumenten en andere

eindgebruikers profijt zullen trekken. Duurzame ontwikkeling vereist ook dat naar behoren

rekening wordt gehouden met het gezondheids- en het sociale en het economische effect

van de voorgenomen maatregelen. De verbetering van het energierendement van producten

draagt bij tot de zekerheid van de energievoorziening, die een voorwaarde is voor een

gezonde economische activiteit en bijgevolg voor duurzame ontwikkeling.

OE 2005/32 overweging 9

(10) Een lidstaat die het noodzakelijk acht om nationale bepalingen te handhaven die hun

rechtvaardiging vinden in gewichtige eisen in verband met de bescherming van het milieu,

of nieuwe bepalingen in te voeren op basis van nieuwe wetenschappelijke gegevens in

verband met de bescherming van het milieu wegens een specifiek probleem dat zich in die

lidstaat heeft aangediend nadat de toepasselijke uitvoeringsmaatregel is genomen, kan

hiertoe overgaan mits hij zich houdt aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 95,

OE 2005/32 overweging 10

nieuw

(11) Om met ontwerpverbetering maximale milieuvoordelen te kunnen behalen, kan het nodig

zijn consumenten te informeren omtrent de milieueigenschappen en de milieuprestaties van

energieverbruikende energiegerelateerde producten en hen van advies te dienen over

manieren om op een milieuvriendelijke manier met deze producten om te gaan.

OE 2005/32 overweging 11 (aangepast)

(12) De in het Groenboek Geïntegreerd productbeleid beschreven aanpak, die in de

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement - Geïntegreerd

productbeleid - Voortbouwen op een milieugericht levenscyclusconcept (IPP)1 wordt

beschreven en een belangrijk innovatief element is van het zesde

milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap, heeft tot doel de milieueffecten van

producten gedurende hun gehele levenscyclus te verminderen. Indien er in het

ontwerpstadium rekening mee wordt gehouden, biedt het milieueffect van een product

gedurende de gehele levenscyclus grote mogelijkheden om de bescherming van het milieu

op kosteneffectieve wijze te bevorderen. Er moet worden gezorgd voor de nodige

flexibiliteit om die factoren in het productontwerp te integreren en tegelijkertijd rekening te

OE 2005/32 overweging 12

(13) Hoewel een brede visie op het milieuprestatieconcept wenselijk is, moet, in afwachting van

de aanneming van het werkprogramma, beperking van broeikasgasemissies door

verbetering van de energie-efficiëntie als een prioritaire milieudoelstelling worden

aangemerkt.

OE 2005/32 overweging 13

(14) Het kan noodzakelijk en gerechtvaardigd zijn om specifieke gekwantificeerde eisen inzake

ecologisch ontwerp vast te stellen voor sommige producten of milieuaspecten daarvan,

teneinde ervoor te zorgen dat hun milieueffect tot een minimum wordt beperkt. Gelet op de

dringende noodzaak om bij te dragen tot het nakomen van de in het kader van het Protocol

van Kyoto bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering

(UNFCCC) aangegane verbintenissen en onverminderd de in deze richtlijn voorgestane

geïntegreerde aanpak, dient tot op zekere hoogte voorrang te worden gegeven aan

maatregelen die tegen geringe kosten in hoge mate kunnen bijdragen tot de reductie van

broeikasgasemissies. Dergelijke maatregelen kunnen ook bijdragen tot het duurzame

gebruik van hulpbronnen en een belangrijke bijdrage leveren tot het tienjarenkader van

programma's inzake duurzame productie en consumptie, dat op de Wereldtop over

OE 2005/32 overweging 14

nieuw

(15) In voorkomend geval en Aals algemeen beginsel dient het energieverbruik van evp's

energiegerelateerde producten in de stand-by- of uit-stand te worden beperkt tot het

minimum dat noodzakelijk is voor hun goede functioneren.

OE 2005/32 overweging 15

(16) Hoewel als referentie moet worden uitgegaan van de producten of technologieën met de

beste prestaties die beschikbaar zijn op de markt, inclusief de internationale markten, moet

het niveau van de eisen inzake ecologisch ontwerp worden vastgesteld op basis van

technische, economische en ecologische analyses. Door flexibiliteit in de methode voor het

vaststellen van het niveau van de eisen kan een snelle verbetering van milieuprestaties

worden bevorderd. De belanghebbende partijen moeten worden geraadpleegd en actief aan

deze analyse meewerken. Voordat bindende maatregelen worden vastgesteld, moeten de

betrokken partijen naar behoren worden geraadpleegd. Een dergelijke raadpleging kan aan

het licht brengen dat een geleidelijke invoering nodig is of dat overgangsmaatregelen

noodzakelijk zijn. De invoering van tussentijdse streefdoelen vergroot de voorspelbaarheid

van het beleid, maakt de aanpassing van de productontwikkelingscyclus mogelijk en maakt

OE 2005/32 overweging 16

(17) Er moet prioriteit worden verleend aan alternatieve wijzen van aanpak zoals zelfregulering

door de industrie wanneer de beleidsdoelstellingen met zulke maatregelen sneller of

goedkoper kunnen worden bereikt dan met bindende voorschriften.

Wetgevingsmaatregelen kunnen nodig zijn wanneer de marktkrachten niet in de goede

richting of niet snel genoeg evolueren.

OE 2005/32 overweging 17

(18) Met zelfreguleringsmaatregelen, met inbegrip van vrijwillige overeenkomsten zoals

unilaterale verbintenissen van de industrie, is snelle vooruitgang mogelijk wegens de snelle

en kostenefficiënte uitvoering en wordt een soepele en gerichte aanpassing aan

technologische keuzemogelijkheden en marktgevoeligheden mogelijk gemaakt.

OE 2005/32 overweging 18

(19) Voor de beoordeling van vrijwillige overeenkomsten of andere zelfreguleringsmaatregelen

die worden gepresenteerd als alternatieven voor uitvoeringsmaatregelen, moet informatie

OE 2005/32 overweging 19

(20) Hoofdstuk 6 van de mededeling van de Commissie over "Milieuconvenanten op het niveau

van de Gemeenschap binnen het kader van het actieplan inzake de vereenvoudiging en

verbetering van de regelgeving" kan een goede leidraad zijn bij de beoordeling van

zelfregulering door de industrie in het kader van deze richtlijn.

OE 2005/32 overweging 20

(21) Deze richtlijn is tevens bedoeld om te bevorderen dat het ecologische ontwerp ingang vindt

in kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) en bij zeer kleine bedrijven. Die

acceptatie kan worden bevorderd indien informatie over de duurzaamheid van hun

producten op ruime schaal beschikbaar en gemakkelijk toegankelijk is.

OE 2005/32 overweging 21 (aangepast)

nieuw

(22) Evp's Energiegerelateerde producten die voldoen aan de in uitvoeringsmaatregelen

bij deze richtlijn vastgestelde eisen inzake ecologisch ontwerp, moeten voorzien zijn van

OE 2005/32 overweging 22

(23) Wanneer de Commissie uitvoeringsmaatregelen en het werkplan opstelt, dient zij overleg

te plegen met de vertegenwoordigers van de lidstaten en met de verschillende

belanghebbende partijen van de productgroep, zoals het bedrijfsleven, met inbegrip van

KMO's en de ambachtelijke industrie, vakbonden, handelaars, kleinhandelaars, importeurs,

milieuorganisaties en consumentenorganisaties.

OE 2005/32 overweging 23

(24) Bij het opstellen van een uitvoeringsmaatregel houdt de Commissie terdege rekening met

de bestaande nationale milieuwetgeving, met name betreffende toxische stoffen, waarvan

de lidstaten vinden dat die moet worden gehandhaafd; bestaande, gerechtvaardigde

beschermingsniveaus in de lidstaten worden niet verlaagd.

OE 2005/32 overweging 24 (aangepast)

Raad

(25) Er moet rekening worden gehouden met de voor gebruik in richtlijnen inzake technische

OE 2005/32 overweging 25

Raad

(26) De toezichtautoriteiten moeten informatie uitwisselen over de binnen het

toepassingsgebied van deze richtlijn voorgenomen maatregelen teneinde het markttoezicht

te verbeteren , daarbij terdege rekening houdend met Verordening (EG)

nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling

van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van

producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/931. Bij deze

samenwerking moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van elektronische

communicatiemiddelen en de hierop betrekking hebbende communautaire programma's.

De uitwisseling van informatie over de tijdens de levenscyclus geleverde milieuprestaties

en over de resultaten van de toegepaste ontwerpoplossingen moet worden vergemakkelijkt.

De verzameling en de verspreiding van de kennis die de fabrikanten op het gebied van

ecologisch ontwerp opdoen, vormen één van de essentiële voordelen van de richtlijn.

OE 2005/32 overweging 26

(27) Een bevoegde instantie is gewoonlijk een publiekrechtelijk of privaatrechtelijk orgaan,

aangewezen door de openbare autoriteiten, dat de noodzakelijke garanties biedt voor

OE 2005/32 overweging 27

(28) Overwegende hoe belangrijk het is niet-naleving te voorkomen, moeten de lidstaten ervoor

zorgen dat de noodzakelijke middelen voor een doeltreffend markttoezicht beschikbaar

zijn.

OE 2005/32 overweging 28

(29) Het kan zinvol zijn om begeleidende maatregelen te overwegen voor de opleiding in en

informatie over ecologisch ontwerpen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

OE 2005/32 overweging 29 (aangepast)

(30) Het is in het belang van de werking van de interne markt dat kan worden beschikt over op

communautair niveau geharmoniseerde normen. Zodra de verwijzing naar een dergelijke

norm in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, moet de

inachtneming ervan een vermoeden van overeenstemming conformiteit met de

overeenkomstige eisen van de op basis van deze richtlijn goedgekeurde

uitvoeringsmaatregel doen ontstaan, hoewel ook andere middelen voor het aantonen van

OE 2005/32 overweging 30

(31) Een van de belangrijkste functies van geharmoniseerde normen moet zijn, fabrikanten te

helpen bij de toepassing van de uitvoeringsmaatregelen die uit hoofde van deze richtlijn

zijn aangenomen. Die normen kunnen een essentiële rol spelen bij het vaststellen van

meet- en testmethoden. In het geval van de generieke voorschriften inzake ecologisch

ontwerp kunnen geharmoniseerde normen een belangrijke rol spelen als richtsnoer voor de

fabrikanten om het ecologische profiel van hun product op te stellen overeenkomstig het

bepaalde in de toepasselijke uitvoeringsmaatregel. In deze normen moet duidelijk het

verband worden aangegeven tussen hun bepalingen en de voorschriften waaraan moet

worden voldaan. Het doel van geharmoniseerde normen is niet het vaststellen van

grenswaarden voor milieuaspecten.

OE 2005/32 overweging 31

(32) Het is nuttig dat in de in deze richtlijn gebruikte definities wordt verwezen naar

toepasselijke internationale normen zoals ISO 14040.

2005/32 overweging 32

OE 2005/32 overweging 33 (aangepast)

(34) Deze richtlijn is complementair met bestaande communautaire instrumenten zoals

Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van

het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de

standaardproductinformatie van huishoudelijke apparaten1, Verordening (EG)

nr. 1980/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 inzake een herzien

communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren2, Verordening (EG)

nr. 2422/2001 van het Europese Parlement en de Raad van 6 november 2001 betreffende

een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor

kantoorapparatuur 106/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari

2008 betreffende een communautair energie-efficiëntie-etiketteringsprogramma voor

kantoorapparatuur 3, Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad van

27 januari 2003 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur4,

Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003

betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en

elektronische apparatuur5 en Richtlijn 76/769/EEG van de Raad van 27 juli 1976

betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen

der lidstaten inzake de beperking van het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde

gevaarlijke stoffen en preparaten Richtlijn 2006/121/EG van het Europees Parlement

en de Raad van 18 december 2006 tot wijziging van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad

betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de

indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen teneinde deze aan te

passen aan Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de

vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot

oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen 1. De synergieën

tussen deze richtlijn en de bestaande communautaire instrumenten moeten bijdragen tot de

verhoging van hun respectieve effect en tot de formulering van coherente, door de

fabrikanten toe te passen eisen.

OE 2005/32 overweging 34 (aangepast)

Aangezien Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor

nieuwe olie- en gasgestookte centraleverwarmingsketels2, Richtlijn 96/57/EG van het

Europees Parlement en de Raad van 3 september 1996 betreffende normen voor de

energie-efficiëntie van huishoudelijke elektrische koelkasten, diepvriezers en combinaties

daarvan3 en Richtlijn 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad van

18 september 2000 inzake de energierendementseisen voor voorschakelapparaten voor

fluorescentielampen4 reeds bepalingen bevatten voor de herziening van de

energierendementseisen, moeten zij in dit kader worden geïntegreerd.

OE 2005/32 overweging 35 (aangepast)

Richtlijn 92/42/EEG voorziet in een beoordelingssysteem door middel van sterren, dat bedoeld is

om de energieprestaties van centraleverwarmingsketels te bepalen. Aangezien de lidstaten

en de industrie het ermee eens zijn dat het beoordelingssysteem met sterren niet het

verwachte resultaat heeft opgeleverd, moet Richtlijn 92/42/EEG dienovereenkomstig

worden gewijzigd om efficiëntere regelingen mogelijk te maken.

OE 2005/32 overweging 36 (aangepast)

De eisen vastgesteld in Richtlijn 78/170/EEG van de Raad van 13 februari 1978 betreffende het

rendement van verwarmingstoestellen die gebruikt worden voor de verwarming van

ruimten en voor de productie van warm water in nieuwe of bestaande niet-industriële

gebouwen, alsmede betreffende de isolatie van netten voor de distributie van warmte en

van warm water voor huishoudelijke doeleinden in nieuwe niet-industriële gebouwen1 zijn

vervangen door bepalingen van Richtlijn 92/42/EEG, Richtlijn 90/396/EEG van de Raad

van 29 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de

lidstaten inzake gastoestellen2 en Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de

Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen3. Richtlijn

78/170/EEG moet derhalve worden ingetrokken.

OE 2005/32 overweging 37 (aangepast)

In Richtlijn 86/594/EEG van de Raad van 1 december 1986 betreffende het door huishoudelijke

apparaten voortgebrachte luchtgeluid1 worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de

lidstaten het publiceren van informatie over het door dergelijke apparaten voortgebrachte

geluid verplicht kunnen stellen, en wordt een procedure voor het vaststellen van het

geluidsniveau omschreven. Met het oog op harmonisatie moeten geluidsemissies in een

geïntegreerde beoordeling van de milieuprestaties worden opgenomen. Aangezien deze

richtlijn in een dergelijke geïntegreerde aanpak voorziet, moet Richtlijn 86/594/EEG

worden ingetrokken.

OE 2005/32 overweging 38

(35) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden2.

2008/28 overweging 5

OE 2008/28 overweging 6 (aangepast)

nieuw

(37) De Commissie moet tevens de bevoegdheid worden gegeven uitvoeringsmaatregelen vast

te stellen met eisen inzake ecologisch ontwerp voor bepaalde energieverbruikende

energiegerelateerde producten, met inbegrip zo nodig van het invoeren van

uitvoeringsmaatregelen tijdens de overgangsperiode, alsmede bepalingen inzake de weging

van de diverse milieuaspecten. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot

wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn 2005/32/EG door haar

aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden vastgesteld

volgens de regelgevingsprocedure met toetsing.

nieuw

(38) De Commissie moet, op basis van de met de toepassing van de richtlijn opgedane ervaring

de werking en de doeltreffendheid ervan beoordelen en nagaan of het wenselijk is het

toepassingsgebied ervan uit te breiden tot andere dan energiegerelateerde producten. In het

kader van de evaluatie moet de Commissie de vertegenwoordigers van de lidstaten en de

betrokken belanghebbenden raadplegen.

OE 2005/32 overweging 40

(40) In punt 34 van het Interinstitutioneel Akkoord "Beter wetgeven"1 wordt het volgende

bepaald: "De Raad spoort de lidstaten ertoe aan voor zichzelf en in het belang van de

Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, die, voor zover mogelijk, het verband

weergeven tussen de richtlijnen en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te maken."

OE 2005/32 overweging 41

(41) Aangezien de doelstelling van de voorgestelde maatregel, namelijk het garanderen van de

werking van de interne markt door te eisen dat producten een adequaat niveau van

milieuprestaties bereiken, niet voldoende kan worden verwezenlijkt door alleen optredende

lidstaten en derhalve, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter door de

Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in

artikel 5 van het Verdrag genoemde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen.

Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze

richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

2005/32 overweging 42 (aangepast)

nieuw

Raad

(42) De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in nationaal recht dient te worden beperkt

tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijn materieel zijn gewijzigd. De

verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige

richtlijn.

(43) Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de termijnen voor

omzetting in nationaal recht van de in bijlage IX, deel B, genoemde richtlijnen onverlet te

laten.

(43 bis) Overeenkomstig punt 34 van het interinstitutioneel akkoord "Beter

wetgeven"1worden de lidstaten ertoe aangespoord voor zichzelf en in het belang van de

Gemeenschap hun eigen tabellen op te stellen, die voor zover mogelijk het verband

weergeven tussen deze richtlijn en de omzettingsmaatregelen, en deze openbaar te

maken.

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

  • 2. 
    De richtlijn voorziet in de vaststelling van voorschriften waaraan energieverbruikende

energiegerelateerde producten die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, moeten voldoen om in

de handel op de markt te kunnen worden gebracht geïntroduceerd en/of in gebruik te

kunnen worden genomen. Zij draagt bij tot duurzame ontwikkeling door de energie-efficiëntie en

het niveau van milieubescherming te verhogen en tegelijk de zekerheid van de energievoorziening

te vergroten.

  • 3. 
    Deze richtlijn is niet van toepassing op middelen voor het vervoer van personen of goederen.
  • 4. 
    Deze richtlijn en de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van deze richtlijn doen geen afbreuk aan

de communautaire wetgeving inzake afvalbeheer en de communautaire wetgeving inzake

chemische stoffen, met inbegrip van gefluoreerde broeikasgassen.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

  • 1. 
    "energieverbruikend energiegerelateerd product (,,evp")":" , hierna "product"

genoemd: een product elk in de Europese Unie in de handel gebracht en/of in

gebruik genomen is, goed dat, wanneer het tijdens het gebruik een effect heeft op

het energieverbruik , van energietoevoer (elektriciteit, fossiele of hernieuwbare

brandstoffen) afhankelijk is om te functioneren zoals bedoeld, en een product voor de

opwekking, overbrenging en meting van deze energie, met inbegrip van onderdelen die van

energietoevoer afhankelijk zijn en bedoeld zijn om in onder deze richtlijn vallende evp's

energiegerelateerde producten te worden ingebouwd en die ten behoeve van

eindgebruikers in de handel worden gebracht en/of in gebruik worden genomen als losse

onderdelen waarvan de milieuprestaties onafhankelijk kunnen worden beoordeeld;

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

2."componenten en subeenheden": onderdelen die bedoeld zijn om in evp's producten

te worden ingebouwd en die niet als losse onderdelen ten behoeve van eindgebruikers in de

handel op de markt worden gebracht geïntroduceerd en/of in gebruik

3."uitvoeringsmaatregelen": krachtens deze richtlijn goedgekeurde maatregelen tot

vaststelling van ecologische ontwerpvoorschriften voor gedefinieerde evp's

producten of voor milieuaspecten daarvan;

4."in de handel brengen op de markt introduceren ": een evp product voor het

eerst op de communautaire markt aanbieden, tegen vergoeding of kosteloos, met het oog

op de distributie of het gebruik ervan binnen de Gemeenschap, ongeacht de

verkooptechniek;

5."ingebruikneming": eerste gebruik door de eindgebruiker van een evp product in de

-

Gemeenschap, overeenkomstig het gebruiksdoel;

6."fabrikant": natuurlijke of rechtspersoon die onder deze richtlijn vallende evp's

producten vervaardigt en verantwoordelijk is voor de overeenstemming

conformiteit van het evp product met deze richtlijn met het oog op het in de

handel brengen de marktintroductie en/of het in gebruik nemen ervan onder zijn

eigen naam of handelsmerk of voor eigen gebruik. Bij het ontbreken van een fabrikant

zoals gedefinieerd in de eerste zin of van een importeur zoals omschreven in punt 8, wordt

een natuurlijke of rechtspersoon die de onder deze richtlijn vallende evp's producten

in de handel brengt op de markt introduceert en/of in gebruik neemt, als fabrikant

beschouwd;

7."gevolmachtigde": elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon of

9."materialen": alle materialen die tijdens de levenscyclus van een evp product

-

worden gebruikt;

10."productontwerp": de reeks processen waarbij wettelijke, technische, veiligheids-,

functionele, markt- of andere voorschriften waaraan een evp product moet voldoen,

in de technische specificatie van dat evp product worden omgezet;

11."milieuaspect": een element of functie van een evp product dat of die tijdens de

levenscyclus ervan met het milieu kan interageren;

12."milieueffect": elke verandering in het milieu die geheel of gedeeltelijk het gevolg van

evp's producten is en zich voordoet tijdens hun levenscyclus;

13."levenscyclus": de opeenvolgende en onderling met elkaar verbonden stadia van een

evp product vanaf het gebruik van grondstoffen tot de uiteindelijke verwijdering;

14."hergebruik": elke handeling waarbij evp's producten of componenten ervan die

aan het einde van hun eerste gebruiksmogelijkheid zijn gekomen, worden gebruikt voor

hetzelfde doel als dat waarvoor ze waren ontworpen, met inbegrip van het voortgezette

gebruik van evp's producten die naar inzamelcentra, distributeurs, recycleercentra of

fabrikanten worden teruggebracht, alsmede het hergebruik van evp's producten na

revisie;

15."recycling": herverwerking van afvalstoffen in een productieproces voor het

OE 2005/32 (aangepast)

17."terugwinning": elk van de toepasselijke werkzaamheden vermeld in bijlage II B bij

Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 2006/12/EG van het Europees

Parlement en de Raad van 5 april 2006 inzake afvalstoffen1;

18."afvalstoffen" elke stof of elk voorwerp van de in bijlage I bij Richtlijn 75/442/EEG

2006/12/EG vermelde categorieën waarvan de houder zich ontdoet of van plan is

zich te ontdoen of zich moet ontdoen;

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

19."gevaarlijke afvalstoffen": alle afvalstoffen waarop artikel 1, lid 4, van

Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke

afvalstoffen2 van toepassing is;

20."ecologisch profiel": een beschrijving, overeenkomstig de op het evp product

toepasselijke uitvoeringsmaatregel, van de over de gehele levenscyclus aan een evp

product verbonden inputs en outputs (zoals grondstoffen, emissies en afvalstoffen)

die uit het oogpunt van hun milieueffect significant zijn en in meetbare fysische

21."milieuprestaties" van een evp product : de resultaten van het beheer van de

milieuaspecten van het evp product door de fabrikant, zoals weergegeven in het

technische documentatiedossier van het evp product ;

22."verbetering van de milieuprestaties": het proces bestaande in het verbeteren van de

milieuprestaties van een evp product over opeenvolgende generaties, hoewel niet

noodzakelijkerwijze met betrekking tot alle milieuaspecten van het product tegelijkertijd;

23."ecologisch ontwerp": de integratie van milieuaspecten in het productontwerp met het

doel de milieuprestaties van het evp product over zijn gehele levenscyclus te

verbeteren;

24."voorschrift inzake ecologisch ontwerp": elk voorschrift met betrekking tot een evp

product of het ontwerp van een evp product dat wordt vastgesteld met het doel

de milieuprestaties ervan te verbeteren, of elk voorschrift inzake het verstrekken van

informatie betreffende de milieuaspecten van een evp product ;

25."generiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp": elk voorschrift inzake ecologisch

ontwerp dat is gebaseerd op het ecologische profiel als geheel en waarbij geen

grenswaarden voor bepaalde milieuaspecten worden vastgesteld;

26."specifiek voorschrift inzake ecologisch ontwerp": een gekwantificeerd en meetbaar

voorschrift inzake ecologisch ontwerp betreffende een bepaald milieuaspect van een evp

product , zoals het energieverbruik tijdens het gebruik, berekend voor een gegeven

27."geharmoniseerde norm": een technische specificatie die op basis van een mandaat van

de Commissie door een erkende normalisatie-instelling is goedgekeurd overeenkomstig de

in Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende

een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften1

vastgestelde procedure voor het vaststellen van een Europees voorschrift, waarvan de

inachtneming niet verplicht is.

Artikel 3

In de handel brengen Op de markt introduceren en/of in gebruik nemen

  • 1. 
    De lidstaten nemen alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat onder

uitvoeringsmaatregelen vallende evp's producten alleen in de handel op de markt

kunnen worden gebracht geïntroduceerd en/of in gebruik kunnen worden genomen indien zij

in overeenstemming zijn met die maatregelen en zij van de CE-markering overeenkomstig artikel 5

voorzien zijn.

  • 2. 
    De lidstaten wijzen de instanties aan die verantwoordelijk zijn voor het markttoezicht. Zij zien

erop toe dat deze instanties over de nodige bevoegdheden beschikken en deze gebruiken om de

passende maatregelen te nemen die uit hoofde van deze richtlijn tot hun taak behoren. De lidstaten

bepalen de taken, de bevoegdheden en de organisatorische regelingen van de bevoegde instanties,

die het recht hebben:

  • 3. 
    De lidstaten houden de Commissie op de hoogte van de resultaten van het markttoezicht en

indien noodzakelijk geeft de Commissie deze informatie door aan de andere lidstaten.

  • 4. 
    De lidstaten zien erop toe dat consumenten en andere belanghebbende partijen in de gelegenheid

worden gesteld bij de bevoegde instanties opmerkingen in te dienen over de naleving van de

voorschriften voor een product.

Artikel 4

Verantwoordelijkheden van de importeur

Indien de fabrikant niet in de Gemeenschap is gevestigd en in afwezigheid van een gevolmachtigde,

dient de importeur ervoor te zorgen:

  • dat het in de handel gebrachte op de markt geïntroduceerde of in gebruik genomen

evp product voldoet aan de bepalingen van deze richtlijn en aan de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel,

  • dat hij over de verklaring van overeenstemming conformiteitsverklaring en de

technische documentatie beschikt.

Artikel 5

Markering en verklaring van overeenstemming conformiteit

  • 4. 
    Het is verboden op evp's producten markeringen aan te brengen die de gebruikers kunnen

misleiden omtrent de betekenis of de vorm van de CE-markering.

  • 5. 
    De lidstaten mogen verlangen dat de overeenkomstig bijlage I, deel 2, te verstrekken informatie

in hun officiële taal of talen is gesteld wanneer het evp product in handen van de

eindgebruiker komt.

De lidstaten staan ook toe dat deze informatie in één of meer andere officiële talen van de

Gemeenschap wordt verstrekt.

Bij de toepassing van de eerste alinea houden de lidstaten met name rekening met:

  • a) 
    de vraag, of de informatie kan worden verstrekt door middel van geharmoniseerde

-

symbolen of erkende codes of door toepassing van andere maatregelen;

  • b) 
    het te verwachten type gebruiker van het evp product en de aard van de te

verstrekken informatie.

Artikel 6

Vrij verkeer

  • 1. 
    De lidstaten mogen het in de handel brengen de marktintroductie en/of het in

gebruik nemen op hun grondgebied van een evp product dat aan alle relevante bepalingen van

  • 2. 
    De lidstaten mogen het in de handel brengen de marktintroductie en/of het in

gebruik nemen op hun grondgebied van een evp product dat overeenkomstig artikel 5

voorzien is van de CE-markering, niet verbieden, beperken of belemmeren op grond van

voorschriften inzake ecologisch ontwerp die verband houden met de in bijlage I, deel 1, bedoelde

paramaters inzake ecologisch ontwerp ten aanzien waarvan de toepasselijke uitvoeringsmaatregel

bepaalt dat geen voorschrift inzake ecologisch ontwerp vereist is.

  • 3. 
    De lidstaten mogen niet verhinderen dat evp's producten die niet in overeenstemming zijn

met de bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel, worden getoond, bijvoorbeeld op

handelsbeurzen en tentoonstellingen en tijdens demonstraties, mits zichtbaar is aangegeven dat zij

niet in overeenstemming zijn en dat zij niet in de handel op de markt worden gebracht

geïntroduceerd /in gebruik worden genomen zolang zij niet in overeenstemming zijn.

Artikel 7

Vrijwaringsclausule

  • 1. 
    Wanneer een lidstaat constateert dat een evp product dat voorzien is van de in artikel 5

bedoelde CE-markering en overeenkomstig het bedoelde gebruik wordt gebruikt, niet aan alle

relevante bepalingen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet, wordt de fabrikant of zijn

gemachtigde verplicht om het evp product in overeenstemming te brengen met de bepalingen

van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel en/of met de CE-markering en om onder de door de

lidstaat opgelegde voorwaarden een eind te maken aan de inbreuk.

Wanneer de niet-naleving voortduurt, beperkt of verbiedt de lidstaat het in de handel brengen de

marktintroductie en/of in gebruik nemen van het evp product in kwestie of zorgt hij ervoor

dat het product uit de handel wordt genomen.

In gevallen waarin een verbod wordt uitgevaardigd of indien het product uit de handel wordt

gehaald, worden de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte gebracht.

  • 2. 
    In elk op grond van deze richtlijn genomen besluit van een lidstaat waardoor het in de handel

brengen de marktintroductie en/of het in gebruik nemen van een evp product

wordt beperkt, worden de redenen opgegeven waarop het is gebaseerd.

Een dergelijk besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de betrokkene, die tegelijkertijd op

de hoogte wordt gebracht van de rechtsmiddelen die hem overeenkomstig de in de desbetreffende

lidstaat geldende wetgeving ter beschikking staan, en van de termijnen waaraan dergelijke

rechtsmiddelen gebonden zijn.

  • 3. 
    De lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten onmiddellijk in kennis van elk uit hoofde

van lid 1 genomen besluit, waarbij de redenen voor het nemen van dat besluit worden opgegeven en

met name wordt vermeld of de niet-naleving toe te schrijven is aan:

  • a) 
    niet-inachtneming van de eisen van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel;
  • b) 
    incorrecte toepassing van de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 10, lid 2;
  • c) 
    tekortkomingen in de geharmoniseerde normen zoals bedoeld in artikel 10, lid 2.
  • 4. 
    De Commissie treedt onverwijld in overleg met de betrokken partijen en kan het technische

advies inwinnen van onafhankelijke externe deskundigen.

Na dat overleg stelt de Commissie de lidstaat die het besluit heeft genomen, en de andere lidstaten

onmiddellijk in kennis van haar zienswijze.

Wanneer de Commissie van oordeel is dat het besluit niet gerechtvaardigd is, stelt zij de lidstaten

daarvan onmiddellijk in kennis.

  • 5. 
    Indien het in lid 1, eerste alinea, bedoelde besluit genomen is naar aanleiding van een

tekortkoming in de geharmoniseerde normen, leidt de Commissie onmiddellijk de in artikel 10,

leden 2, 3 en 4, beschreven procedure in. De Commissie brengt tegelijkertijd het in artikel 19, lid 1,

bedoelde comité op de hoogte.

  • 6. 
    De lidstaten en de Commissie nemen de nodige maatregelen om, wanneer dit gerechtvaardigd is,

de geheimhouding van de tijdens die procedure verstrekte informatie te garanderen.

  • 7. 
    De door de lidstaten overeenkomstig dit artikel genomen besluiten worden op transparante wijze

openbaar gemaakt.

  • 8. 
    Het standpunt van de Commissie ten aanzien van die besluiten wordt in het Publicatieblad van de

Europese Unie bekendgemaakt.

Artikel 8

  • 2. 
    De overeenstemmingsbeoordelingsprocedures conformiteitsbeoordelingsprocedures

worden in de uitvoeringsmaatregelen gespecificeerd en laten de fabrikanten de keuze tussen de in

bijlage IV beschreven interne ontwerpcontrole en het in bijlage V beschreven beheersysteem.

Wanneer dit naar behoren gerechtvaardigd en evenredig met het risico is, wordt de

overeenstemmingsbeoordelingsprocedure conformiteitsbeoordelingsprocedure gekozen uit

de toepasselijke modules zoals beschreven in Besluit 93/465/EEG.

Indien een lidstaat over sterke aanwijzingen beschikt inzake een waarschijnlijke niet-naleving van

een evp product , publiceert die lidstaat zo spoedig mogelijk een gemotiveerde beoordeling

over de naleving van het evp product , welke beoordeling kan worden uitgevoerd door een

bevoegde instantie, om eventueel tijdige corrigerende maatregelen mogelijk te maken.

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend evp product wordt ontworpen door een

organisatie die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 761/2001 van het Europees Parlement en de

Raad van 19 maart 2001 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair

milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS)1 is geregistreerd en de ontwerpfunctie in het

toepassingsgebied van die registratie is opgenomen, wordt aangenomen dat het beheersysteem van

die organisatie aan de eisen van bijlage V bij deze richtlijn voldoet.

Indien een onder uitvoeringsmaatregelen vallend evp product wordt ontworpen door een

organisatie die een beheersysteem heeft dat de productontwerpfunctie omvat en dat wordt toegepast

overeenkomstig geharmoniseerde normen waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van

de Europese Unie is bekendgemaakt, wordt aangenomen dat dit beheersysteem aan de

  • 3. 
    Na het in de handel brengen de marktintroductie en/of het in gebruik nemen van

een onder uitvoeringsmaatregelen vallend evp product , houdt de fabrikant of zijn gemachtigde

relevante documenten betreffende de uitgevoerde overeenstemmingsbeoordeling

conformiteitsbeoordeling en de afgegeven verklaringen van overeenstemming

conformiteitsverklaringen gedurende een periode van tien jaar na de vervaardiging van het

laatste evp product beschikbaar voor inspectie door de lidstaten.

De relevante documenten worden binnen tien dagen na ontvangst van een verzoek van de bevoegde

autoriteit van een lidstaat beschikbaar gesteld.

  • 4. 
    De documenten betreffende de in artikel 5 bedoelde overeenstemmingsbeoordeling

conformiteitsbeoordeling en verklaring van overeenstemming

conformiteitsverklaring worden opgesteld in een van de officiële talen van de Gemeenschap.

Artikel 9

Vermoeden van overeenstemming conformiteit

  • 1. 
    De lidstaten beschouwen evp's producten die van de in artikel 5 bedoelde CE-markering

zijn voorzien, als overeenkomstig de relevante bepalingen van de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel.

  • 2. 
    De lidstaten beschouwen evp's producten waarvoor geharmoniseerde normen zijn toegepast

waarvan het referentienummer in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt, als

  • 4. 
    Het vermoeden van overeenstemming conformiteit in de zin van deze richtlijn houdt in

dat de Commissie, handelend volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde procedure, kan besluiten dat

andere milieukeuren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1980/2000 voldoen aan voorwaarden

die ten opzichte van de communautaire milieukeur gelijkwaardig zijn. Van evp's producten

waaraan zulk een milieukeur is toegekend, wordt aangenomen dat zij voldoen aan de voorschriften

inzake ecologisch ontwerp van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel in zoverre de milieukeur aan

die voorschriften voldoet.

Artikel 10

Geharmoniseerde normen

  • 1. 
    De lidstaten zorgen er, voor zover mogelijk, voor dat passende maatregelen worden genomen om

de belanghebbenden op nationaal niveau te kunnen raadplegen over het proces van het opstellen van

en het toezicht op de geharmoniseerde normen.

  • 2. 
    Wanneer een lidstaat of de Commissie van oordeel is dat de geharmoniseerde normen waarvan

wordt aangenomen dat bij toepassing ervan wordt voldaan aan de specifieke bepalingen van een

toepasselijke uitvoeringsmaatregel, toch niet volledig aan die bepalingen voldoen, brengt de

betrokken lidstaat of de Commissie, met opgave van de redenen, dit ter kennis van het bij artikel 5

van Richtlijn 98/34/EG opgerichte permanente comité, dat met spoed een advies uitbrengt.

  • 3. 
    In het licht van dat advies van het comité besluit de Commissie de nummers van de

Artikel 11

Voorschriften inzake componenten en subeenheden

Op grond van uitvoeringsmaatregelen kunnen fabrikanten of hun gemachtigden die componenten en

subeenheden op de markt brengen introduceren en/of in gebruik nemen, worden verplicht

aan de fabrikant van evp's producten die onder uitvoeringsmaatregelen vallen, relevante

informatie te verstrekken over de materiaalsamenstelling en het verbruik van energie, materialen

en/of hulpbronnen van de door hen geproduceerde componenten of subeenheden.

Artikel 12

Administratieve samenwerking en uitwisseling van informatie

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat passende maatregelen worden genomen om de voor de uitvoering

van deze richtlijn bevoegde autoriteiten aan te moedigen met elkaar samen te werken en aan elkaar

en aan de Commissie informatie te verstrekken teneinde de werking van deze richtlijn te

ondersteunen, met name wat de uitvoering van artikel 7 betreft.

De administratieve samenwerking en uitwisseling van informatie geschieden met maximale

gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen en kunnen door relevante communautaire

programma's worden ondersteund.

Artikel 13

Kleine en middelgrote bedrijven

  • 1. 
    In het kader van programma's ten behoeve van kleine en middelgrote bedrijven en

microbedrijven houdt de Commissie rekening met initiatieven die dergelijke bedrijven helpen met

het integreren van milieuaspecten, inclusief energie-efficiency, bij het ontwerp van hun producten.

OE 2008/28 artikel 1, punt 1 (aangepast)

21 bis. Richtsnoeren betreffende specifieke aspecten van kleine en middelgrote ondernemingen die

actief zijn in de productsector waarop de uitvoeringsmaatregel betrekking heeft. Zo nodig kan de

Commissie, overeenkomstig lid 1, verder gespecialiseerd materiaal ontwikkelen ter

vergemakkelijking van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn door kleine en middelgrote

bedrijven.

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

  • 32. 
    De lidstaten zien er, met name door uitbreiding van steunnetwerken en -structuren, op toe dat zij

kleine, middelgrote en microbedrijven ertoe aanmoedigen zich reeds in de productontwerpfase een

Artikel 14

Informatie voor de consument

Overeenkomstig de geldende uitvoeringsmaatregel dragen fabrikanten er zorg voor dat de

verbruikers van evp's producten in een door hen geschikt geachte vorm kunnen beschikken

over:

  • de noodzakelijke informatie over de rol die zij kunnen spelen bij een duurzaam gebruik

van het product;

  • indien vereist door de uitvoeringsmaatregelen: het ecologische profiel van het product en

de voordelen van een ecologisch ontwerp.

Artikel 15

Uitvoeringsmaatregelen

OE 2008/28 artikel 1, punt 2, onder a)

nieuw

  • 1. 
    Wanneer een evp product voldoet aan de criteria zoals opgesomd in lid 2, dient daarop een

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

  • 2. 
    De criteria waarnaar in lid 1 wordt verwezen, zijn de volgende:
  • a) 
    het evp product vertegenwoordigt volgens de laatst beschikbare cijfers in de

Gemeenschap een significant omzet- en handelsvolume van - als indicatie - meer dan

200000 eenheden per jaar ;

  • b) 
    het evp product heeft, gelet op de hoeveelheden die in de handel op de

markt zijn gebracht of in gebruik zijn genomen, in de Gemeenschap een significant

milieueffect, zoals bepaald in bij Besluit nr. 1600/2002/EG vastgestelde prioriteiten van de

Gemeenschap;

  • c) 
    het evp product biedt een significant potentieel voor verbetering met betrekking tot

het milieueffect zonder dat dit buitensporige kosten met zich brengt, waarbij met name

rekening met het volgende wordt gehouden:

  • er is geen andere communautaire wetgeving van toepassing of het probleem wordt

niet passend door marktwerking opgelost;

  • tussen de op de markt beschikbare evp's producten met een gelijkwaardige

functionaliteit bestaan grote verschillen in milieuprestaties.

  • b) 
    relevante communautaire wetgeving en zelfreguleringsmaatregelen, zoals vrijwillige

overeenkomsten waarmee, na een beoordeling overeenkomstig artikel 17, verwacht wordt

de beleidsdoelstellingen sneller of tegen lagere kosten te bereiken dan met verplichte

vereisten.

  • 4. 
    Wanneer de Commissie een ontwerp voor een uitvoeringsmaatregel opstelt:
  • a) 
    houdt zij rekening met de levenscyclus van het product en alle significante

milieuaspecten, waaronder de energie-efficiency. De grondigheid van de analyse van de

milieuaspecten en van de haalbaarheid van hun verbetering moet proportioneel aan hun

belang zijn. De vaststelling van voorschriften inzake ecologisch ontwerp ten aanzien van

de significante milieuaspecten van een evp product mag niet onnodig vertraagd

worden door onzekerheid omtrent de andere aspecten;

  • b) 
    voert zij een analyse uit waarin de gevolgen voor milieu, consumenten en fabrikanten,

met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, beoordeeld worden vanuit het

oogpunt van concurrentievermogen, ook op markten buiten de Gemeenschap, innovatie,

markttoegang en kosten en baten;

  • c) 
    houdt zij rekening met de bestaande nationale milieuwetgeving die de lidstaten als

-

relevant beschouwen;

  • d) 
    pleegt zij naar behoren overleg met de belanghebbenden;
  • 5. 
    De uitvoeringsmaatregelen voldoen aan de volgende criteria:
  • a) 
    er is, vanuit het oogpunt van de gebruiker, geen significant nadelig effect voor de

-

werking van het product;

  • b) 
    er zijn geen schadelijke gevolgen voor de gezondheid, de veiligheid en het milieu;
  • c) 
    er is geen significant nadelig effect voor de consument, met name niet wat de

-

betaalbaarheid en de levenscycluskosten van het product betreft;

  • d) 
    er is geen significant nadelig effect voor het concurrentievermogen van het

-

bedrijfsleven;

  • e) 
    in principe heeft het vaststellen van een ecologisch ontwerpvoorschrift niet tot gevolg

-

dat een aan een fabrikant gebonden technologie aan producenten wordt opgelegd;

  • f) 
    aan de fabrikant wordt geen overdreven zware administratieve last opgelegd.
  • 6. 
    In de uitvoeringsmaatregelen worden eisen inzake ecologisch ontwerp overeenkomstig bijlage I

en/of bijlage II vastgesteld.

Specifieke eisen inzake ecologisch ontwerp worden ingevoerd voor geselecteerde milieuaspecten

die een significant milieueffect hebben.

In de uitvoeringsmaatregel kan ook worden bepaald dat, met betrekking tot de gespecificeerde

  • 8. 
    De uitvoeringsmaatregelen omvatten de in bijlage VII vermelde elementen.
  • 9. 
    De verschillende studies en analyses waarvan de Commissie bij de opstelling van

uitvoeringsmaatregelen gebruikmaakt, worden ter beschikking gesteld van het publiek, met name

rekening houdend met gemakkelijke toegang en gebruik door kleine en middelgrote bedrijven die

daarvoor belangstelling hebben.

OE 2008/28 artikel 1, punt 2, onder b)

  • 10. 
    In voorkomend geval gaat een uitvoeringsmaatregel tot vaststelling van de eisen inzake

ecologisch ontwerp vergezeld van bepalingen betreffende het afwegen van de verschillende

milieuaspecten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te

wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

OE 2005/32

Artikel 16

Werkprogramma

  • 2. 
    Tijdens de overgangsperiode waarin het in lid 1 bedoelde eerste werkplan opgesteld wordt, en

overeenkomstig de criteria in artikel 15 en na raadpleging van het overlegforum, gaat de Commissie

bij voorbaat over tot de volgende maatregelen:

  • uitvoeringsmaatregelen voor de producten die in het ECCP beschouwd worden als

producten die een grote bijdrage kunnen leveren tot de kosteneffectieve beperking van

broeikasgasemissies, zoals verwarmings- en waterverwarmingstoestellen,

elektromotorsystemen, verlichtingsinstallaties in zowel de huishoudelijke als de tertiaire

sector, huishoudapparaten, kantoorapparaten zowel in de huishoudelijke als de tertiaire

sector, consumentenelektronica en HVAC-systemen (verwarming, ventilatie en

airconditioning);

  • een afzonderlijke uitvoeringsmaatregel ter vermindering van de verliezen in de stand

stand-by voor een groep producten.

OE 2008/28 artikel 1, punt 3, onder b)

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar

aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure

met toetsing.

Artikel 18

Overlegforum

De Commissie draagt er zorg voor dat zij bij de uitvoering van haar activiteiten ten aanzien van

iedere uitvoeringsmaatregel oog heeft voor een evenwichtige deelname van vertegenwoordigers van

de lidstaten en alle belanghebbende partijen van dat product/die productgroep zoals het

bedrijfsleven, met inbegrip van KMO's, de ambachtelijke industrie, handelaars, kleinhandelaars,

importeurs, milieuorganisaties en consumentenorganisaties. Zij dragen met name bij tot de

vaststelling en herziening van uitvoeringsmaatregelen, de beoordeling van de doeltreffendheid van

de gevestigde markttoezichtmechanismen en de evaluatie van vrijwillige overeenkomsten en andere

zelfreguleringsmaatregelen. Deze partijen komen bijeen in een overlegforum. De Commissie stelt

het reglement van orde van het forum vast.

Artikel 19

Comité

toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

OE 2005/32 (aangepast)

Artikel 20

Sancties

De lidstaten stellen de sancties voorschriften vast die gelden voor inbreuken op de nationale

bepalingen die overeenkomstig deze richtlijn worden goedgekeurd , en nemen alle nodige

maatregelen om ervoor te zorgen dat zij ten uitvoer worden gelegd . Die De vastgestelde

sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, rekening houdend met de mate van

niet-naleving en de hoeveelheden niet-conforme producten die op de communautaire markt werden

gebracht geïntroduceerd . De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op de in artikel 23,

lid 1, vermelde datum in kennis van die bepalingen en stellen haar onverwijld in kennis van elke

latere wijziging van die bepalingen.

Artikel 21

Wijziging

,,Artikel 10 bis

Deze richtlijn is een uitvoeringsmaatregel zoals bedoeld in artikel 15 van Richtlijn

2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de

totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp

voor energieverbruikende producten en tot wijziging van Richtlijn 92/42/EEG van de Raad

en de Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad1, met

betrekking tot het energierendement tijdens het gebruik, overeenkomstig die richtlijn, en

kan overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Richtlijn 2005/32/EG worden gewijzigd of

ingetrokken.»

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

,,Artikel 9 bis

Deze richtlijn is een uitvoeringsmaatregel zoals bedoeld in artikel 15 van Richtlijn 2005/32/EG van

het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader

,,Artikel 9 bis

Deze richtlijn is een uitvoeringsmaatregel zoals bedoeld in artikel 15 van Richtlijn 2005/32/EG van

het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2005 betreffende de totstandbrenging van een kader

voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten en tot

wijziging van Richtlijn 92/42/EEG van de Raad en de Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het

Europees Parlement en de Raad1, met betrekking tot het energierendement tijdens het gebruik,

overeenkomstig die richtlijn, en kan overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Richtlijn 2005/32/EG

worden gewijzigd of ingetrokken.»

Artikel 22

Intrekkingsbepalingen

De Richtlijnen 78/170/EEG en 86/594/EEG worden ingetrokken. De lidstaten mogen de bestaande

nationale maatregelen die zijn aangenomen uit hoofde van Richtlijn 86/594/EEG, blijven toepassen

totdat uit hoofde van de onderhavige richtlijn nieuwe uitvoeringsmaatregelen voor de betrokken

producten zijn aangenomen.

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 2321

Toetsing

Uiterlijk op 6 juli 2010 in 2012 evalueert de Commissie, na raadpleging van het in artikel 18

genoemde overlegforum, [...] de doeltreffendheid van deze richtlijn, met inbegrip van

de uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van het uitgebreide toepassingsgebied, en met name de

resultaten van de uitbreiding van het toepassingsgebied uit hoofde van deze richtlijn, de

drempel voor de uitvoeringsmaatregelen, markttoezichtmechanismen en elke toepasselijk vorm van

zelfregulering die werd gestimuleerd , en beoordeelt zij op basis van die evaluatie met name

de wenselijkheid van de uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot niet-

energiegerelateerde producten ; zij legt zo nodig aan het Europees Parlement en de Raad

voorstellen tot wijziging voor.

Artikel 2422

Vertrouwelijkheid

Artikel 25

Toepassing

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om

uiterlijk op 11 augustus 2007 aan deze richtlijn te voldoen.

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële

bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden

vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee

die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

nieuw

Raad

Artikel 23

Omzetting

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële

bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat

verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn

ingetrokken richtlijnen, gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor die

verwijzing en de formulering van die vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee

die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 24

Intrekking

Richtlijn 2005/32/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage IX, deel A, genoemde richtlijnen, wordt

ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage IX,

deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar

genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en

worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage X.

OE 2005/32

Artikel 2726

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te [...].

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

[...]

Voor de Raad

De voorzitter

[...]

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

BIJLAGE I

METHODE VOOR HET VASTSTELLEN VAN GENERIEKE EISEN INZAKE ECOLOGISCH

ONTWERP

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 15)

Generieke voorschriften inzake ecologisch ontwerp hebben tot doel de milieuprestatie van het

product te verbeteren; zij zijn gericht op de significante milieuaspecten ervan en stellen geen

grenswaarden vast. De methode overeenkomstig deze bijlage wordt toegepast wanneer het niet

passend is grenswaarden voor de beoogde productgroep vast te stellen. Bij de opstelling van

ontwerpmaatregelen die moeten worden voorgelegd aan het comité zoals bedoeld in artikel 19,

bepaalt de Commissie welke significante milieuaspecten in de uitvoeringsmaatregelen moeten

worden gespecificeerd.

Bij de opstelling van uitvoeringsmaatregelen waarin overeenkomstig artikel 15 generieke

voorschriften inzake ecologisch ontwerp worden vastgesteld, bepaalt de Commissie, voor zover

nodig voor het evp product waarop de uitvoeringsmaatregel van toepassing is, welke van de in

DEEL 1: PARAMETERS VOOR ECOLOGISCH ONTWERP VOOR EVP'S PRODUCTEN

1.1. Bij de vaststelling van de significante milieuaspecten worden de volgende fasen in de

levenscyclus van het product in aanmerking genomen voor zover zij betrekking hebben op het

productontwerp:

  • a) 
    selectie en gebruik van grondstoffen;
  • b) 
    fabricage;
  • c) 
    verpakking, transport en distributie;
  • d) 
    installatie en onderhoud;
  • e) 
    gebruik;
  • f) 
    einde van de levensduur, met andere woorden, de toestand van een evp product dat

aan het einde van zijn eerste gebruiksmogelijkheid is gekomen tot aan zijn definitieve

verwijdering.

1.2. Voor elke fase worden in voorkomend geval de volgende milieuaspecten beoordeeld:

  • a) 
    voorspeld verbruik van materialen, energie en andere hulpbronnen zoals drinkwater;
  • b) 
    verwachte lucht-, water- of bodememissies;

1.3. Met name de volgende parameters moeten, waar van toepassing en zo nodig aangevuld met

andere, worden gebruikt voor het beoordelen van het potentieel voor verbetering betreffende de in

het vorige punt vermelde milieuaspecten:

  • a) 
    gewicht en omvang van het product;
  • b) 
    gebruik van materialen afkomstig van recyclingactiviteiten;
  • c) 
    verbruik van energie, water en andere hulpbronnen over de gehele levenscyclus;
  • d) 
    gebruik van stoffen die als gevaarlijk voor de gezondheid en/of het milieu zijn ingedeeld

overeenkomstig Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de

aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de

verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen1 en rekening houdend met de

wetgeving inzake het in de handel brengen en het gebruik van specifieke stoffen, zoals

Richtlijn 76/769/EEG of Richtlijn 2002/95/EG;

  • e) 
    hoeveelheid en aard van de verbruiksgoederen die nodig zijn voor correct gebruik en

-

onderhoud;

  • f) 
    gemak waarmee hergebruik en recycling plaatsvinden, af te meten aan: aantal gebruikte

materialen en componenten, gebruik van standaardcomponenten, voor demontage

benodigde tijd, complexiteit van de voor demontage benodigde gereedschappen, gebruik

van standaardcodering voor componenten en materialen met het oog op de identificatie van

  • i) 
    verlenging van de levensduur, af te meten aan: gegarandeerde minimumlevensduur,

minimumtermijn voor de beschikbaarheid van reserveonderdelen, modulariteit,

mogelijkheid tot upgraden, repareerbaarheid;

  • j) 
    hoeveelheden geproduceerde afvalstoffen en hoeveelheden geproduceerde gevaarlijke

-

afvalstoffen;

  • k) 
    luchtemissies (broeikasgassen, verzurende stoffen, vluchtige organische verbindingen,

stoffen die de ozonlaag aantasten, persistente organische verontreinigende stoffen, zware

metalen, fijne vaste deeltjes en zwevende vaste deeltjes), onverminderd Richtlijn 97/68/EG

van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997 betreffende de onderlinge

aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen tegen de uitstoot van

verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige verbrandingsmotoren die worden

gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines1;

  • l) 
    wateremissies (zware metalen, stoffen met een ongunstig effect op de zuurstofbalans,

-

persistente organische verontreinigende stoffen);

  • m) 
    bodememissies (vooral lekkages van gevaarlijke stoffen tijdens de gebruiksfase van

producten, en het risico van uitspoeling bij verwijdering als afval).

DEEL 2: VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE INFORMATIEVERSTREKKING

In het kader van uitvoeringsmaatregelen kan worden verlangd dat door de fabrikant informatie

  • informatie voor de consument over de significante milieukenmerken en -prestaties van een

product, te voegen bij het product wanneer het in de handel op de markt wordt

gebracht geïntroduceerd , zodat de consument deze aspecten van de producten kan

vergelijken;

  • informatie voor de consument over de installatie, het gebruik en het onderhoud van het

product teneinde de gevolgen voor het milieu tot een minimum te beperken en te zorgen

voor een optimale levensduur, alsmede over het terugbrengen van het product aan het

einde van de levensduur en waar nodig informatie over de termijn voor de beschikbaarheid

van reserveonderdelen en de mogelijkheid tot upgraden van de producten;

  • informatie voor afvalbehandelingscentra betreffende de demontage, recycling of

verwijdering aan het einde van de levensduur.

Voor zover mogelijk moet informatie op het product zelf te vinden zijn.

Bij deze informatieverstrekking wordt rekening gehouden met verplichtingen op grond van andere

communautaire wetgeving, zoals Richtlijn 2002/96/EG.

DEEL 3: VOORSCHRIFTEN VOOR DE FABRIKANT

  • 1. 
    Voor de benadering van de milieuaspecten die in de uitvoeringsmaatregelen als sterk

beïnvloedbaar door het productontwerp zijn aangemerkt, moeten de fabrikanten van evp's

producten een beoordeling maken van het evp-model productmodel over de gehele

  • 2. 
    De fabrikant gebruikt deze beoordeling om alternatieve ontwerpen en de bereikte milieuprestaties

van het product te evalueren aan de hand van "benchmarks".

Deze "benchmarks" worden door de Commissie in de uitvoeringsmaatregel vastgesteld op basis van

de tijdens de uitwerking van de maatregel vergaarde informatie.

Bij de keuze van een specifieke ontwerpoplossing moet een redelijk evenwicht worden bereikt

tussen de verschillende milieuaspecten en tussen milieuaspecten en andere relevante overwegingen,

zoals veiligheid en gezondheid, technische eisen inzake functionaliteit, kwaliteit en prestaties, en

economische aspecten, inclusief productiekosten en verkoopbaarheid, terwijl alle relevante

wetgeving moet worden nageleefd.

____________________

OE 2005/32

nieuw

BIJLAGE II

METHODE VOOR HET BEPALEN VAN SPECIFIEKE EISEN INZAKE ECOLOGISCH

ONTWERP

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 15)

Specifieke voorschriften inzake ecologisch ontwerp hebben tot doel een bepaald milieuaspect van

het product te verbeteren. Zij kunnen de vorm aannemen van eisen voor een lager verbruik van een

bepaalde hulpbron, zoals limieten voor het gebruik van die hulpbron in de verschillende stadia van

de levenscyclus van het product, waar van toepassing (bijvoorbeeld limieten voor het waterverbruik

tijdens de gebruiksfase of voor de hoeveelheden van een bepaald materiaal, die in het product

worden verwerkt, of minimaal vereiste hoeveelheden gerecycled materiaal).

Bij de opstelling van uitvoeringsmaatregelen waarin overeenkomstig artikel 15 specifieke

voorschriften inzake ecologisch ontwerp worden vastgesteld, bepaalt de Commissie in voorkomend

geval voor de onder de uitvoeringsmaatregel vallende evp's producten welke van de

paramaters inzake ecologisch ontwerp uit de lijst in bijlage I, deel 1, van toepassing zijn en bepaalt

Door middel van de technische, economische en milieuanalyse zal ook worden vastgesteld

welke van de op de markt beschikbare producten en technologie voor de betreffende

milieuaspecten de beste prestaties leveren.

Gedurende de analyse en bij het vaststellen van de vereisten moet rekening worden

gehouden met de prestaties van producten die beschikbaar zijn op internationale markten

en met referentiepunten die zijn vastgesteld in de wetgeving van andere landen.

Op basis van deze analyse en rekening houdend met de economische en technische

uitvoerbaarheid alsmede met het potentieel voor verbetering worden concrete maatregelen

genomen teneinde het milieueffect van het product zo gering mogelijk te maken.

Met betrekking tot het energieverbruik tijdens het gebruik wordt de energie-efficiëntie of

het energieverbruik voor representatieve evp-modellen productmodellen zo

vastgesteld dat de levenscycluskosten voor de eindgebruikers zo laag mogelijk zijn,

waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen van andere milieuaspecten. De methode

voor de levenscycluskostenanalyse gaat uit van een reële discontovoet op basis van door de

Europese Centrale Bank verstrekte gegevens, en van een realistische levensduur van het

evp product ; zij wordt gebaseerd op de som van de variaties in aankoopprijs (die

voortvloeien uit de variaties in industriële kosten) en in gebruikskosten, die het resultaat

zijn van de verschillende niveaus van opties voor technische verbetering, verdisconteerd

over de levensduur van de in beschouwing genomen representatieve evp-modellen

productmodellen . De gebruikskosten zijn voornamelijk het energieverbruik en de

Er wordt een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd betreffende de relevante elementen (zoals de

prijs van energie of andere hulpbronnen, de kosten van grondstoffen of de productiekosten,

kortingen) en, waar dit zinvol is, het in aanmerking nemen van externe milieukosten,

inclusief vermeden emissies van broeikasgassen, om na te gaan of er significante

veranderingen zijn en of de algemene conclusies solide zijn. De eis wordt

dienovereenkomstig aangepast.

Een soortgelijke methodologie kan voor andere hulpbronnen zoals water worden toegepast.

  • 2. 
    Voor de ontwikkeling van de technische, milieutechnische en economische analyses kan

gebruik worden gemaakt van informatie die beschikbaar is in het kader van andere

communautaire activiteiten.

Dat geldt ook voor informatie die wordt verkregen via bestaande programma's die in

andere delen van de wereld worden toegepast voor het vaststellen van specifieke

voorschriften inzake ecologisch ontwerp voor evp's producten die met de

economische partners van de Europese Unie worden verhandeld.

  • 3. 
    Bij de bepaling van de datum van inwerkingtreding van het voorschrift wordt rekening

gehouden met de herontwerpcyclus voor het product.

OE 2005/32

nieuw

BIJLAGE III

CE-MARKERING

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, LID 2)

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

BIJLAGE IV

INTERNE ONTWERPCONTROLE

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 8)

  • 1. 
    In deze bijlage wordt de procedure beschreven waarbij de fabrikant of zijn gemachtigde

vertegenwoordiger die zich van de in punt 2 van deze bijlage vastgestelde verplichtingen kwijt,

garandeert en verklaart dat het evp product aan de relevante voorschriften van de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel voldoet. De verklaring van overeenstemming conformiteitsverklaring

kan op één of meer producten betrekking hebben en moet door de fabrikant worden bewaard.

  • 2. 
    Er wordt door de fabrikant een technisch documentatiedossier opgesteld aan de hand waarvan de

overeenstemming conformiteit van het evp product met de eisen van de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel kan worden beoordeeld.

De documentatie bevat met name de volgende elementen:

  • a) 
    een algemene beschrijving van het evp product en van het beoogde gebruik;
  • d) 
    elementen van de productontwerpspecificatie betreffende de op het milieu gerichte

-

ontwerpaspecten van het product;

  • e) 
    een lijst van de ter zake doende normen zoals bedoeld in artikel 10, die volledig of

gedeeltelijk worden toegepast, en een beschrijving van de oplossingen die zijn gekozen om

aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel te voldoen wanneer de in

artikel 10 bedoelde normen niet zijn toegepast of wanneer deze normen de voorschriften

van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel niet volledig dekken;

  • f) 
    een exemplaar van de informatie betreffende de op het milieu gerichte ontwerpaspecten

van het product, die overeenkomstig de in bijlage I, deel 2, gespecificeerde voorschriften

wordt verstrekt;

  • g) 
    de resultaten van metingen die in verband met de eisen inzake ecologisch ontwerp zijn

uitgevoerd, met inbegrip van gegevens betreffende de overeenstemming

conformiteit van deze metingen met de eisen inzake ecologisch ontwerp die in de

toepasselijke uitvoeringsmaatregel zijn vastgesteld.

  • 3. 
    De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het product wordt

vervaardigd overeenkomstig de in punt 2 bedoelde ontwerpspecificaties en de op het product

toepasselijke eisen van de maatregel.

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

BIJLAGE V

BEHEERSYSTEEM VOOR DE OVEREENSTEMMINGSBEOORDELING

CONFORMITEITSBEOORDELING

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 8)

  • 1. 
    In deze bijlage wordt de procedure beschreven waarbij de fabrikant die zich van de

verplichtingen van punt 2 van deze bijlage kwijt, garandeert en verklaart dat het evp product

aan de voorschriften van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel voldoet. De verklaring van

overeenstemming conformiteitsverklaring kan op één of meer producten betrekking hebben

en moet door de fabrikant worden bewaard.

  • 2. 
    Voor de beoordeling van de overeenstemming conformiteitsbeoordeling van het evp

product kan een beheerssysteem worden gebruikt, mits de fabrikant de in punt 3 van deze

bijlage opgesomde milieuelementen implementeert.

  • 3. 
    Milieuelementen van het beheersysteem

3.1. Het beleid inzake de milieuprestaties van producten

De fabrikant moet kunnen aantonen dat wordt voldaan aan de voorschriften van de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel. De fabrikant moet tevens kunnen voorzien in een kader voor het bepalen en

herzien van doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van producten met het oog op de

verbetering van de algehele milieuprestaties van producten.

Al de door de fabrikant getroffen voorzieningen om de algehele milieuprestaties van het product te

verbeteren en het ecologische profiel van het product vast te stellen, indien de uitvoeringsmaatregel

dit vereist, via ontwerp en fabricage, moeten op systematische en geordende wijze worden

gedocumenteerd in de vorm van schriftelijke procedures en instructies.

Deze procedures en instructies moeten met name een adequate beschrijving bevatten van:

  • de lijst van documenten die moeten worden opgesteld om de conformiteit van het evp

product aan te tonen en die in voorkomend geval beschikbaar moeten worden

gesteld;

  • de doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van het product, de

organisatiestructuur, de verantwoordelijkheden, de bevoegdheden van het management en

de toewijzing van middelen met betrekking tot de stelselmatige toepassing ervan;

  • de na de fabricage uit te voeren controles en tests om de productprestaties aan de

milieuprestatie-indicatoren te toetsen;

3.2. Planning

De fabrikant draagt zorg voor de vaststelling en handhaving van:

  • a) 
    procedures voor het vaststellen van het ecologische profiel van het product;
  • b) 
    doelstellingen en indicatoren voor de milieuprestaties van het product, waarbij, rekening

houdend met technische en economische eisen, technologische opties in beschouwing

worden genomen;

  • c) 
    een programma om deze doelstellingen te verwezenlijken.

3.3. Uitvoering en documentatie

3.3.1. De documentatie betreffende het beheersysteem omvat met name het volgende:

  • a) 
    verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden vastgelegd en gedocumenteerd

teneinde ervoor te zorgen dat de producten effectieve milieuprestaties leveren en dat over

de werking van het systeem verslag wordt uitgebracht met het oog op evaluatie en

verbetering;

  • b) 
    er worden documenten opgesteld waarin de toegepaste ontwerpcontrole en

verificatietechnieken en de bij het ontwerp van het product toegepaste processen en vaste

procedures worden beschreven;

3.3.2. De documentatie betreffende het evp product omvat met name het volgende:

  • a) 
    een algemene beschrijving van het evp product en van het beoogde gebruik;
  • b) 
    de resultaten van de door de fabrikant uitgevoerde milieubeoordelingsstudies en/of

verwijzingen naar milieubeoordelingsliteratuur of casestudies die door de fabrikant bij het

beoordelen, documenteren en bepalen van productontwerpen worden gebruikt;

  • c) 
    het ecologische profiel, indien vereist krachtens de uitvoeringsmaatregel;
  • d) 
    documenten waarin de resultaten worden beschreven van metingen die in verband met

de eisen inzake ecologisch ontwerp zijn uitgevoerd, met inbegrip van gegevens betreffende

de overeenstemming conformiteit van deze metingen met de in de toepasselijke

uitvoeringsmaatregel gestelde eisen inzake ecologisch ontwerp;

  • e) 
    de fabrikant stelt specificaties op waarin met name wordt opgegeven welke normen

werden toegepast, alsmede waar de in artikel 10 bedoelde normen niet worden toegepast of

waar zij de eisen van de relevante uitvoeringsmaatregel niet volledig dekken, en welke

middelen werden gebruikt om de naleving te garanderen;

  • f) 
    een exemplaar van de informatie betreffende de op het milieu gerichte ontwerpaspecten

van het product, die overeenkomstig de in bijlage I, deel 2, gespecificeerde voorschriften

wordt verstrekt.

3.4. Controle en corrigerende maatregelen

  • a) 
    De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het product wordt

vervaardigd overeenkomstig de ontwerpspecificaties en de op het product toepasselijke

eisen van de maatregel;

  • b) 
    de fabrikant zorgt ervoor dat er procedures worden ingesteld en nageleefd om gevallen

van niet-overeenstemming te onderzoeken en te corrigeren en om uit corrigerende

maatregelen voortvloeiende wijzigingen van de procedurevoorschriften in praktijk te

brengen;

  • c) 
    de fabrikant voert ten minste om de drie jaar een volledige interne audit van de

milieuelementen van het beheersysteem uit.

OE 2005/32 (aangepast)

BIJLAGE VI

VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING CONFORMITEITSVERKLARING

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, LID 3)

De EG-verklaring van overeenstemming EG-conformiteitsverklaring moet de volgende

elementen bevatten:

  • 1. 
    naam en adres van de fabrikant of zijn gemachtigde;
  • 2. 
    een voldoende nauwkeurige beschrijving van het model om dit op

-

ondubbelzinnige wijze te kunnen identificeren;

  • 3. 
    in voorkomend geval, de referenties van de toegepaste geharmoniseerde normen;
  • 4. 
    in voorkomend geval, de overige gebruikte technische normen en specificaties;
  • 5. 
    in voorkomend geval, de referentie van andere toegepaste communautaire

-

wetgeving die voorziet in de aanbrenging van de CE-markering;

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

BIJLAGE VII

INHOUD VAN DE UITVOERINGSMAATREGELEN

(ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 15, LID 8)

De uitvoeringsmaatregel moet met name het volgende specificeren:

  • 1. 
    de nauwkeurige omschrijving van het type of de typen evp product waarop de

-

maatregel betrekking heeft;

  • 2. 
    alle ecologische ontwerpvoorschriften voor het evp product in kwestie, de

toepassingsdatum/-data, eventuele gefaseerde maatregelen of overgangsmaatregelen of

-termijnen;

  • in het geval van één of meer generieke voorschriften inzake ecologisch ontwerp

wordt aangegeven welke fasen en aspecten van bijlage I, punten 1.1 en 1.2, van

toepassing zijn, en welke parameters van bijlage I, punt 1.3, als voorbeeld kunnen

dienen bij de beoordeling van verbeteringen met betrekking tot specifieke

  • 5. 
    de toe te passen meetnormen en/of meetmethoden; indien beschikbaar moeten

geharmoniseerde normen worden toegepast waarvan het referentienummer in het

Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt;

  • 6. 
    de gegevens voor de overeenstemmingsbeoordeling conformiteitsbeoordeling

overeenkomstig Besluit 93/465/EEG:

  • bij toepassing van (een) andere module(s) dan module A: de factoren die tot de

selectie van die specifieke procedure hebben geleid;

  • indien van toepassing: de criteria voor de goedkeuring en/of certificering van derden.

Wanneer in andere CE-voorschriften voor hetzelfde evp product andere modules zijn

vastgesteld, heeft de in de uitvoeringsmaatregel bepaalde module voorrang voor de

desbetreffende eis;

  • 7. 
    voorschriften betreffende de informatie die door de fabrikanten moet worden verstrekt,

met name betreffende de elementen van de technische documentatie die nodig zijn ter

vergemakkelijking van de beantwoording van de vraag of het evp product voldoet

aan de uitvoeringsmaatregel;

  • 8. 
    de duur van de overgangsperiode gedurende welke de lidstaten moeten toestaan dat evp's

producten in de handel op de markt worden gebracht geïntroduceerd

en/of in gebruik worden genomen die voldoen aan de voorschriften die op de datum van

OE 2005/32 (aangepast)

nieuw

BIJLAGE VIII

Naast de wettelijke basisvereiste dat zelfreguleringsinitiatieven moeten voldoen aan alle bepalingen

van het EG-Verdrag (met name die betreffende interne markt en mededingingsregels), alsmede aan

de internationale verplichtingen van de Gemeenschap, met inbegrip van de multilaterale

handelsregels, kan de volgende niet-uitputtende lijst van indicatieve criteria worden gebruikt ter

beoordeling van de toelaatbaarheid van zelfreguleringsinitiatieven als alternatief voor een

uitvoeringsmaatregel in het kader van deze richtlijn:

  • 1. 
    OPENSTELLING VOOR DEELNAME

Zelfreguleringsinitiatieven moeten zowel in de voorbereidings- als in de uitvoeringsfase voor

deelname door exploitanten uit derde landen openstaan.

  • 2. 
    TOEGEVOEGDE WAARDE

Zelfreguleringsinitiatieven moeten een toegevoegde waarde (meer dan "business as usual")

opleveren in termen van de algehele milieuprestaties van het desbetreffende evp product .

  • 4. 
    GEKWANTIFICEERDE EN GEFASEERDE DOELSTELLINGEN

De door de belanghebbenden vastgestelde doelstellingen moeten op een duidelijke en

ondubbelzinnige wijze, uitgaande van een vastomlijnd referentiekader, zijn geformuleerd. Indien

het zelfreguleringsinitiatief een lange looptijd heeft, moeten er tussentijdse streefwaarden in worden

opgenomen. Het moet mogelijk zijn op basis van duidelijke en betrouwbare indicatoren op

betaalbare en geloofwaardige wijze na te gaan in hoeverre de doelstellingen en (tussentijdse)

streefwaarden in acht worden genomen. De ontwikkeling van deze indicatoren moet worden

vergemakkelijkt door informatie uit onderzoek en wetenschappelijke en technologische

achtergrondgegevens.

  • 5. 
    BETROKKENHEID VAN HET MAATSCHAPPELIJKE MIDDENVELD

Ter wille van de transparantie moeten alle zelfreguleringsinitiatieven worden gepubliceerd, ook via

internet en andere elektronische middelen voor de verspreiding van informatie.

Hetzelfde geldt voor de tussentijdse en eindrapportage over de gemaakte vorderingen. Alle

belanghebbenden - het bedrijfsleven, niet-gouvernementele organisaties op het gebied van het

milieu en consumentenorganisaties - moeten de mogelijkheid krijgen om commentaar op een

zelfreguleringsinitiatief te geven.

  • 6. 
    TOEZICHT EN VERSLAGLEGGING
  • 7. 
    KOSTENEFFECTIVITEIT VAN HET BEHEER VAN EEN ZELFREGULERINGSINITIATIEF

De kosten van het beheer van zelfreguleringsinitiatieven - met name met betrekking tot de controle

  • mogen, hun doelstellingen in aanmerking genomen en in vergelijking met andere beschikbare

beleidsinstrumenten, geen onevenredige administratieve belasting tot gevolg hebben.

  • 8. 
    DUURZAAMHEID

Zelfreguleringsinitiatieven moeten verenigbaar zijn met de beleidsdoelstellingen van de richtlijn,

met inbegrip van de geïntegreerde aanpak, en moeten aansluiten bij de economische en sociale

dimensies van duurzame ontwikkeling. De bescherming van de consument (gezondheid,

levenskwaliteit en economische belangen) moet daarin een volwaardige plaats krijgen.

  • 9. 
    BELEIDSCONSISTENTIE

Zelfreguleringsinitiatieven zullen waarschijnlijk niet de beoogde resultaten opleveren indien van

andere factoren en stimulansen - marktdruk, fiscale prikkels, en wetgeving op nationaal niveau -

tegenstrijdige signalen voor de deelnemers aan de afspraken uitgaan. Een consequent beleid is

derhalve wat dit betreft van wezenlijk belang en moet in aanmerking worden genomen bij de

beoordeling van de doeltreffendheid van het initiatief.

Ø

BIJLAGE IX

DEEL A

Ingetrokken richtlijn met een lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan

(zoals bedoeld in artikel 24)

Richtlijn 2005/32/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 22.7.2005, blz. 29)

Richtlijn 2008/28/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 81 van 20.3.2008, blz. 48) alleen artikel 1

DEEL B

Lijst van termijnen voor omzetting in nationaal recht

(als bedoeld in artikel 24)

Richtlijn Termijn voor omzetting

2005/32/EG 11 augustus 2007

2008/28/EG -

BIJLAGE X

CONCORDANTIETABEL

Richtlijn 2005/32/EG Deze richtlijn

Artikelen 1 tot en met 20 Artikelen 1 tot en met 20

Artikel 21 __________

Artikel 22 __________

Artikel 23 Artikel 21

Artikel 24 Artikel 22

Artikel 25 __________

__________ Artikel 23

__________ Artikel 24

Artikel 26 Artikel 25

Artikel 27 Artikel 26

Bijlagen I tot en met VIII Bijlagen I tot en met VIII

__________ Bijlage IX

__________ Bijlage X

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

25 jun
'08
Eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking)


25 jun
'08
COM(2008)399 - Totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten


22 dec
'06
COM(2006)907 - Wijziging van richtlijn 2005/32/EG betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten, en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG van Richtlijnen 96/57/EG en 2000/55/EG van het Europees Parlement en de Raad, wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft


22 dec
'06
COM(2006)915 - Wijziging van richtlijn 2002/95/EG betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur, wat de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden betreft


29 okt
'03
COM(2003)644 - Wijziging van Richtlijn 67/548/EEG teneinde deze aan te passen aan Verordening (EG) van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen


29 okt
'03
COM(2003)644 - Registratie en beoordeling van en de vergunningverlening en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (Reach), tot oprichting van een Europees Chemicaliënagentschap en tot wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en Verordening (EG)


1 aug
'03
COM(2003)453 - Totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energieverbruikende producten


18 jun
'03
COM(2003)302 - Geïntegreerd productbeleid - Voortbouwen op een milieugericht levenscyclusconcept


29 apr
'03
COM(2003)219 - Wijziging van Richtlijn 2002/96/EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur


27 dec
'02
COM(2002)765 - Wijziging van Richtlijn 97/68/EG betreffende de harmonisatie van nationale wetgeving inzake maatregelen tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige-verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines


 
 
publicatiedatum 05-12-2008
kenmerk 16712/08

Inhoud