RAAD VANBrussel, 7 januari 2009 (12.01)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
17269/08
Interinstitutioneel dossier:
2008/0032 (COD)
CODEC 1848 JUR 569 INST 183 AG 48 AGRI 458 AGRILEG 231 AVIATION 303 CONSOM 222 DENLEG 165 ECO 190 ECOFIN 624 EDUC 287 EEE 53 ENT 321 ENV 1012 FIN 559 IND 232 INF 284 MAP 72 MAR 263 MI 549 ONU 110 SAN 342 SOC 795 STATIS 175 TOUR 14 TRANS 481
I.
INLEIDING
Overeenkomstig artikel 251, lid 2, van het EG-Verdrag en de Gemeenschappelijke Verklaring over de wijze van uitvoering van de medebeslissingsprocedure
1 hebben er informele contacten
plaatsgevonden tussen de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, teneinde in eerste lezing een akkoord over het in hoofde genoemde voorstel te bereiken en zodoende een tweede lezing en de bemiddelingsprocedure te vermijden.
II. STEMMING
Overeenkomstig artikel 131 van het Reglement van het Europees Parlement heeft de heer József SZÁJER (EPP/ED - HU) namens de Commissie juridische zaken een verslag met een reeks compromisamendementen voorgelegd, waarover één enkele stemming zonder debat plaatsvond.
De aangenomen amendementen stemmen overeen met hetgeen de drie instellingen waren overeengekomen en zouden derhalve voor de Raad aanvaardbaar moeten zijn. De Raad zou het aldus geamendeerde wetgevingsbesluit dan ook moeten kunnen aannemen.
De tekst van de aangenomen amendementen en die van de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement staan in bijlage dezes.
BIJLAGE
(16.12.2008)
Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing Deel vier ***I
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 16 december 2008 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft Aanpassing aan de regelgevingsprocedure met toetsing Deel vier (COM(2008)0071 C6-0065/2008 2008/0032(COD))
(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)
Het Europees Parlement
gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad
gelet op artikel 251, lid 2, en de artikelen 47, lid 2, 55, 71, lid 1, 80, lid 2, 95, 152, lid 4,
letters a) en b), 175, lid 1, en 285, lid 1, van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel
door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0065/2008),
gezien de schriftelijke toezegging die de vertegenwoordiger van de Raad van 4 december
2008 om het voorstel als gewijzigd goed te keuren, overeenkomstig artikel 251, lid 2,
tweede alinea, eerste streepje, van het EG-Verdrag,
gelet op artikel 51 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie
economische en monetaire zaken, de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, de
Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie,
P6_TC1-COD(2008)0032
Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 16 december 2008 met
het oog op de aanneming van Verordening (EG) nr. .../2009 van het Europees Parlement en de
Raad tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij
Besluit 2006/512/EG, van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het
Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft - Aanpassing
aan de regelgevingsprocedure met toetsing - Deel vier
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 47, lid 2, artikel 55, artikel 71, lid 1, artikel 80, lid 2, artikel 95, artikel 152, lid 4, onder a) en b), artikel 175, lid 1, en artikel 285, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité2,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank3,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag4,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden
aangenomen besluiten, dat deze besluiten volgens de geldende procedures worden
aangepast.
(3) Daar de wijzigingen die daartoe moeten worden aangebracht aan de besluiten alleen
betrekking hebben op de comitéprocedures, dienen zij in het geval van richtlijnen niet te
worden omgezet door de lidstaten,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De in de lijst in bijlage genoemde besluiten worden overeenkomstig die bijlage aangepast aan Besluit 1999/468/EG, zoals gewijzigd bij Besluit 2006/512/EG.
Artikel 2
De verwijzingen naar de bepalingen van de in de bijlage genoemde besluiten moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze bepalingen, zoals aangepast bij deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
-
1.Ondernemingen
1.1. Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen
tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige
verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele
machines1
Met betrekking tot Richtln 97/68/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden
gegeven om vast te stellen onder welke voorwaarden de wijzigingen die nodig zijn in het licht van
de technische vooruitgang moeten worden aangenomen. Daar het maatregelen van algemene
strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de
in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden
vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 97/68/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 2, laatste zin, wordt vervangen door:
"De Commissie wijzigt bijlage VIII. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 7 bis, lid 4, wordt vervangen door:
"De Commissie past bijlage VII aan ter opneming van de aanvullende, specifieke informatie
die vereist kan zijn in verband met het typegoedkeuringscertificaat voor motoren die bestemd
zijn voor montage in binnenschepen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
De Commissie stelt een onderzoek in naar eventuele technische problemen die de
voorschriften van fase II kunnen opleveren voor bepaalde motortoepassingen, in het bijzonder
mobiele machines waarin motoren van de klassen SH:2 en SH:3 gemonteerd zijn. Indien uit
dat onderzoek van de Commissie blijkt dat de motoren van bepaalde mobiele machines, in het
bijzonder motoren voor professionele multipositionele apparatuur, om technische redenen niet
aan die termijnen kunnen voldoen, dient zij uiterlijk 31 december 2003 een verslag in,
vergezeld van passende voorstellen voor verlenging van de in artikel 9 bis, lid 7, bedoelde
termijnen en/of verdere afwijkingen van ten hoogste vijf jaar voor dergelijke machines,
behalve in uitzonderlijke omstandigheden.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 wordt vervangen door:
"2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
daarvan."
-
b)Lid 3 wordt geschrapt.
(6) Bijlage I, punt 4.1.2.7, laatste zin, wordt vervangen door:
"Het controlegebied waarop het niet te overschrijden percentage van toepassing is en de
uitgesloten bedrijfsomstandigheden worden vastgesteld door de Commissie. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(7) Bijlage III, punt 1.3.2, laatste alinea, wordt vervangen door:
"Voor de invoering van de samengestelde koude/warme-startsequentie worden de symbolen
wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging of aanvulling van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 98/79/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de vaststelling van verboden, beperkingen of bijzondere eisen voor bepaalde producten, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 98/79/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7 wordt vervangen door:
"Artikel 7
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 6, lid 2, van Richtlijn 90/385/EEG
ingestelde comité (hierna "comité" genoemd).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
"3. De procedures ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de
regelgevingsprocedure van artikel 7, lid 2."
(5) Artikel 13 wordt vervangen door:
"Artikel 13
Wanneer een lidstaat ten aanzien van een bepaald product of een bepaalde groep producten
van mening is dat de beschikbaarheid van dergelijke producten omwille van de bescherming
van de gezondheid en de veiligheid en/of om de naleving van de vereisten van de
volksgezondheid te waarborgen, overeenkomstig artikel 36 van het Verdrag verboden,
beperkt of aan bepaalde eisen onderworpen moet zijn, kan hij alle nodige en gerechtvaardigde
overgangsmaatregelen nemen. Hij brengt de Commissie en de andere lidstaten daarvan op de
hoogte en vermeldt de redenen voor zijn beslissing. Waar mogelijk raadpleegt de Commissie
de belanghebbende partijen en de lidstaten en, indien de nationale maatregelen
gerechtvaardigd zijn, neemt zij de nodige communautaire maatregelen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie
gebruik maken van de in artikel 7, lid 4, bedoelde urgentieprocedure."
(6) Artikel 14, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Wanneer een lidstaat van mening is dat:
-
a)de lijst van de onder bijlage II vallende hulpmiddelen moet worden gewijzigd of
uitgebreid, of
-
b)de conformiteit van een hulpmiddel of een categorie hulpmiddelen, in afwijking
van artikel 9, door toepassing van één of meer van de in artikel 9 bedoelde
alternatieve procedures moet worden vastgesteld,
dient deze lidstaat bij de Commissie een met redenen omkleed verzoek in om de
apparatuurcategorieën of apparatuur van een bepaalde soort; om de datum vast te stellen (inclusief een eventuele overgangsperiode) waarop moet worden voldaan aan bepaalde aanvullende essentiële eisen voor bepaalde apparatuurcategorieën of voor apparatuur van een bepaalde soort, en om de vorm vast te stellen van het merkteken betreffende de apparatuurcategorie dat moet worden aangebracht op specifieke soorten radioapparatuur. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 1999/5/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De Commissie kan besluiten dat apparatuur van bepaalde apparatuurcategorieën of
apparatuur van een bepaalde soort zo geconstrueerd moet zijn dat:
-
a)zij via netwerken onderling functioneert met andere apparatuur en dat zij in de
Gemeenschap kan worden aangesloten op interfaces van hetzelfde type; en/of dat
-
b)zij het netwerk of de werking daarvan niet schaadt noch misbruik maakt van de
netwerkmiddelen en zo een onaanvaardbare achteruitgang van de dienst
veroorzaakt; en/of dat
-
c)zij voorzieningen bevat om de persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
van de gebruiker en de abonnee te beschermen; en/of dat
-
d)zij geschikt is voor bepaalde voorzieningen die fraude moeten voorkomen; en/of
dat
overeenkomstig de procedure van artikel 14 geharmoniseerde normen schrappen door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen."
(3) Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Wanneer een besluit wordt genomen inzake de toepassing van de essentiële eisen
overeenkomstig artikel 3, lid 3, stelt de Commissie de datum vast waarop aan die
vereisten moet worden voldaan.
Wordt vastgesteld dat een apparatuurcategorie moet voldoen aan specifieke, in artikel 3,
lid 3, genoemde essentiële eisen, dan kan de apparatuur van die categorie die voor het
eerst op de markt werd gebracht vóór de door de Commissie vastgestelde datum
gedurende een redelijke termijn die door de Commissie wordt bepaald, verder op de
markt worden gebracht.
De in de eerste en tweede zin bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 15 bis bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 15 bis
Regelgevingsprocedure met toetsing
Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(5) Bijlage VII, punt 5, wordt vervangen door:
"5. De apparatuurcategorie wordt vermeld in een vorm die de Commissie vaststelt.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15 bis bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(1) Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie neemt volgens de procedure van artikel 10 bis, lid 2, de voor de
uitvoering van lid 1 van dit artikel vereiste bepalingen aan in de vorm van een
toepassingsverordening."
(2) Artikel 5, lid 8, wordt vervangen door:
"8. Het Bureau brengt het definitieve advies van het comité onmiddellijk ter kennis van de
Commissie, die binnen 30 dagen na ontvangst van het advies een besluit neemt. Is bij
uitzondering het ontwerp-besluit niet in overeenstemming met het advies van het
comité, dan wordt het besluit vastgesteld volgens de procedure van artikel 10 bis, lid 2.
Het besluit wordt ter kennis gebracht van de initiatiefnemer en aan het Bureau en de
bevoegde autoriteiten van de lidstaten meegedeeld."
(3) Artikel 8, lid 4, wordt vervangen door:
"4. De Commissie neemt de definities van de uitdrukkingen "gelijkwaardig geneesmiddel"
en "klinische superioriteit" aan in de vorm van een toepassingsverordening.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10 bis, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 10 bis
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor
menselijk gebruik.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Richtln 2001/20/EG wordt als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 1, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De Commissie stelt beginselen van goede klinische praktijk en gedetailleerde
richtsnoeren die met deze beginselen in overeenstemming zijn, vast en herziet indien nodig deze beginselen en gedetailleerde richtsnoeren, om rekening te houden met de vooruitgang van wetenschap en techniek. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De Commissie maakt de beginselen en gedetailleerde regels bekend."
(2) Artikel 13, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De lidstaten nemen passende maatregelen opdat voor de vervaardiging en de invoer van
geneesmiddelen voor onderzoek een vergunning vereist is.
De Commissie stelt de eisen vast waaraan de aanvrager, evenals later de houder, ten
minste moet voldoen om een vergunning te verkrijgen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 21, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 20 wordt vervangen door:
"Artikel 20
De Commissie past deze richtlijn aan aan de vooruitgang van wetenschap en techniek.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
___________________
(*) PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67."
1.6. Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot
vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor
diergeneeskundig gebruik1
Met betrekking tot Richtln 2001/82/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om een aantal bepalingen en bijlagen aan te passen, en om specifieke toepassingsvoorwaarden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn en/of tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/82/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 10, lid 3, wordt vervangen door:
"3. In afwijking van artikel 11 stelt de Commissie een lijst op van de substanties die voor de
behandeling van paardachtigen onontbeerlijk zijn en waarvoor de wachttijd volgens het
controlemechanisme bedoeld in de Beschikkingen 93/623/EEG en 2000/68/EG ten
minste zes maanden bedraagt.
Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen
Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar
aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 17, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:
"Indien nieuwe wetenschappelijke kennis dit rechtvaardigt, kan de Commissie de bepalingen
van de eerste alinea, onder b) en c), aanpassen. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 89,
lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 39, lid 1, derde alinea, wordt vervangen door:
"Deze voorzieningen worden door de Commissie vastgesteld in de vorm van een
uitvoeringsverordening. Deze verordening, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn
beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 89,
lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(6) Artikel 50 bis, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie stelt de wijzigingen vast die noodzakelijk zijn om de bepalingen van
lid 1 aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing."
(7) Artikel 51, eerste alinea, wordt vervangen door:
"De in artikel 50, onder f), bedoelde beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij
het vervaardigen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik worden vastgesteld door
de Commissie in de vorm van een richtlijn. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(9) Artikel 68, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De Commissie stelt de wijzigingen in de lijst van de in lid 1 genoemde substanties vast.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing."
(10) Artikel 75, lid 6, wordt vervangen door:
"6. De Commissie kan lid 5 wijzigen in het licht van de ervaring die is opgedaan met de
toepassing ervan.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing."
(11) Artikel 79 wordt vervangen door:
"Artikel 79
De Commissie stelt de wijzigingen vast die ter aanpassing van de artikelen 72 tot en met 78
aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang noodzakelijk kunnen zijn.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 2 bis, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(12) Artikel 88 wordt vervangen door:
"Artikel 88
De Commissie stelt de wijzigingen vast die noodzakelijk zijn voor de aanpassing van bijlage I
aan de technische vooruitgang.
1.7. Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende
machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking)1
Met betrekking tot Richtln 2006/42/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de voorwaarden vast te stellen voor het bijwerken van de indicatieve lijst van veiligheidscomponenten en voor de maatregelen betreffende de beperking van het in de handel brengen van potentieel gevaarlijke machines. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/42/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 8, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De Commissie kan iedere passende maatregel nemen betreffende de volgende punten:
-
a)het bijwerken van de in artikel 2, tweede alinea, onder c), vermelde indicatieve
lijst van veiligheidscomponenten in bijlage V;
-
b)de in artikel 9 bedoelde beperking van het in de handel brengen van machines.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie kan volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde procedure iedere passende
maatregel nemen voor de praktische toepassing van deze richtlijn, met inbegrip van maatregelen om ervoor te zorgen dat de lidstaten met elkaar en met de Commissie samenwerken, als bedoeld in artikel 19, lid 1."
-
a)Lid 3 wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
daarvan."
-
b)Lid 4 wordt geschrapt.
-
2.Milieu
2.1. Richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van
polychloorbifenylen en polychloorterfenylen1
Met betrekking tot Richtln 96/59/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de referentie-meetmethoden voor het bepalen van het gehalte aan PCB's van verontreinigde materialen vast te stellen alsook technische normen voor de andere methoden voor verwijdering van de PCB's, en om, zo nodig, uitsluitend met het oog op artikel 9, lid 1, onder b) en c), vast te stellen wat andere minder gevaarlijke vervangingsproducten van PCB's zijn. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft ter aanvulling van Richtlijn 96/59/EG met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 96/59/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
-
1.Overeenkomstig de procedure van artikel 10 bis, lid 2, stelt de Commissie een lijst
beschikbaar van productienamen van condensatoren, weerstanden of inductoren die
De in de eerste en tweede alinea bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 10 bis, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:
"Artikel 10 bis
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 18 van Richtlijn 2006/12/EG (*)
ingestelde comité (hierna "comité" genoemd).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
_________________
(*) PB L 114 van 27.4.2006."
2.2. Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor
menselijke consumptie bestemd water1
Met betrekking tot Richtln 98/83/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen II en III aan de vooruitgang van wetenschap en techniek aan te passen en om in bijlage II bijzonderheden inzake controle vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 98/83/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
(3) Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(4) Artikel 13, lid 4, wordt vervangen door:
"4. De vorm en de minimuminhoud van de in lid 2 bedoelde verslagen worden, met name
gelet op de in artikel 3, lid 2, artikel 5, leden 2 en 3, artikel 7, lid 2, artikel 8, artikel 9,
leden 6 en 7, en artikel 15, lid 1, bedoelde maatregelen bepaald en zo nodig gewijzigd
volgens de procedure van artikel 12, lid 2."
(5) Artikel 13, lid 6, wordt vervangen door:
"6. Samen met het in lid 2 bedoelde eerste verslag over deze richtlijn, brengen de lidstaten
eveneens verslag uit aan de Commissie over de maatregelen die zij hebben getroffen of
voornemens zijn te treffen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van
artikel 6, lid 3, en van bijlage I, deel B, opmerking 10. In voorkomend geval, wordt een
voorstel betreffende de vorm van dit verslag ingediend, overeenkomstig de procedure
van artikel 12, lid 2."
(6) Artikel 15, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Dit verzoek wordt bestudeerd volgens de procedure van artikel 12, lid 2."
(7) Bijlage I, deel C, opmerking 10, punt 1, wordt vervangen door:
"De op grond van opmerking 8 vereiste maatregelen inzake controlefrequenties, en die uit
hoofde van opmerking 9 inzake controlefrequenties, controlemethodes en de belangrijkste
locaties voor de controlepunten als bedoeld in bijlage II, worden aangenomen door de
Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te
wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure
(9) Bijlage III, punt 1, eerste alinea, wordt vervangen door:
"De volgende beginselen voor methoden voor microbiologische parameters worden gegeven
als referentie wanneer een CEN/ISO-methode wordt opgegeven of als leidraad, in afwachting
van de eventuele toekomstige aanneming door de Commissie van verdere internationale
CEN/ISO-methoden, voor deze parameters. De lidstaten kunnen alternatieve methoden
gebruiken mits aan artikel 7, lid 5, wordt voldaan.
Deze maatregelen betreffende verdere internationale CEN/ISO-methoden, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
2.3. Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000
betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2037/2000 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bijlage VI aan te passen; om het berekende niveau van het methylbromide dat de importeurs of producenten voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand aan het vervoer op de markt mogen brengen of voor eigen rekening mogen gebruiken, vast te stellen en te verlagen; om een regeling vast te stellen teneinde aan elke producent en importeur van de vastgestelde berekende niveaus van methylbromide quota toe te wijzen; om zo nodig wijzigingen vast te stellen en eventueel tdschema's voor geleidelke eliminatie van de in bijlage VII opgesomde kritische toepassingen van halonen; om te besluiten of de einddatum voor het verbod op het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen moet worden bijgesteld; om de lijst en data inzake de beheersing van het gebruik van chloorfluorkoolwaterstoffen te wijzigen; om de lijst van gegevens betreffende het verzoek om een invoervergunning en bijlage IV te wijzigen; om de lijst met gereguleerde stoffen bevattende producten en de codes van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage V te wijzigen; om de datum te vervroegen van het uitvoerverbod voor teruggewonnen, gerecycleerde en geregenereerde halonen voor kritische toepassingen, en om de rapportagevoorschriften te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2037/2000 en tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 2037/2000 met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"- 'technische hulpstoffen': gereguleerde stoffen die in op 1 september 1997 bestaande
installaties als chemische hulpstoffen worden gebruikt b de in blage VI genoemde
toepassingen waarb de emissie te verwaarlozen is. Rekening houdend met deze criteria
stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 18, lid 2, een lst van
ondernemingen op die gereguleerde stoffen als technische hulpstof mogen gebruiken
met maximumemissieniveaus voor iedere onderneming op de lst.
Op grond van nieuwe gegevens of technische ontwikkelingen waaronder de toetsing die
volgens Besluit nr. X/14 van de conferentie der parten b het Protocol van Montreal
wordt verricht, kan de Commissie:
-
a)de lst van ondernemingen wijzigen volgens de procedure van artikel 18, lid 2;
-
b)bijlage VI wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2, onder iii), derde alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie neemt maatregelen om het berekende niveau van het methylbromide dat
de producenten en importeurs voor quarantainedoeleinden en toepassingen voorafgaand
aan het vervoer op de markt mogen brengen of voor eigen rekening mogen gebruiken te
verlagen in verband met de technische en economische verkrgbaarheid van
alternatieve stoffen of technieken en de internationale ontwikkelingen dienaangaande
binnen het Protocol van Montreal. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 3, onder ii), wordt vervangen door:
"ii) De Commissie kan overgaan tot wijziging van de regeling om aan elke producent
en importeur van de onder d) tot en met f) vastgestelde berekende niveaus quota
De Commissie toetst de kritische toepassingen, genoemd in blage VII, ieder jaar
en stelt zo nodig wzigingen vast, en eventueel tdschema's voor geleidelke
eliminatie, met inachtneming van de beschikbaarheid van technisch en
economisch haalbare alternatieven of technologieën die met het oog op milieu en
gezondheid aanvaardbaar zn.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 1, onder c, punt v), vijfde alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie dient het resultaat van het onderzoek in b het Europees Parlement en
de Raad. In voorkomend geval besluit z of de datum van 1 januari 2015 moet worden
bgesteld. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt
te wijzigen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 6 wordt vervangen door:
"6. De Commissie kan de in lid 1 vermelde lst en data wzigen, in het licht van de
met de uitvoering van deze verordening opgedane ervaring of om rekening te
houden met de vooruitgang van de techniek, maar kan de daarin vastgelegde
perioden in geen geval overschrden, onverminderd de afwkingen waarin in
lid 7 is voorzien.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 6, lid 5, wordt vervangen door:
(6) Artikel 11, lid 1, onder d), wordt vervangen door:
"d) teruggewonnen, gerecycleerde en geregenereerde halonen die voor kritische
toepassingen zn opgeslagen in installaties waarvoor de bevoegde instantie vergunning
heeft verleend, of die de bevoegde instantie exploiteert, tot en met 31 december 2009,
om te voorzien in de behoeften voor de in blage VII genoemde kritische toepassingen,
en halonen bevattende producten en apparatuur om te voorzien in de behoeften voor de
in blage VII genoemde kritische toepassingen. Na de door de Commissie vóór 1
januari 2005 verrichte evaluatie van de uitvoer van dergelke teruggewonnen,
gerecycleerde en geregenereerde halonen voor kritische toepassingen, kan de
Commissie een besluit nemen tot een verbod op die uitvoer op een eerdere datum dan
31 december 2009. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(7) Artikel 18, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(8) Artikel 19, lid 6, wordt vervangen door:
"6. Teneinde de in het kader van het protocol aangegane verbintenissen na te komen of de
praktische toepassing van de rapportagevoorschriften te verbeteren, kan de Commissie
de in de leden 1 tot en met 4 vervatte rapportagevoorschriften wzigen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
2.4. Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006
betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van
verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 166/2006 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 8, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer de Commissie vaststelt dat er geen gegevens over de uitstoot vanuit diffuse
bronnen bestaan, neemt zij, voor zover zulks dienstig is, met gebruikmaking van
internationaal aanvaarde methodologieën de nodige maatregelen om te bereiken dat er
een begin wordt gemaakt met de rapportage inzake de uitstoot van relevante
verontreinigende stoffen vanuit een of meerdere diffuse bronnen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 18 wordt vervangen door:
"Artikel 18
Wijzigingen van de bijlagen
De Commissie stelt alle wijzigingen van de bijlagen vast die noodzakelijk zijn om:
-
a)de bijlagen II of III aan te passen aan de vooruitgang van wetenschap en techniek;
-
b)de bijlagen II en III aan te passen als gevolg van wijzigingen van de bijlagen bij het
protocol zoals besloten op de bijeenkomst van de partijen bij het protocol.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(3) Het volgende artikel 19, lid 3, wordt toegevoegd:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/7/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 15 wordt vervangen door:
"Artikel 15
-
1.De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 16, lid 2, het volgende vast:
-
a)gedetailleerde regels voor de toepassing van artikel 8, lid 1, artikel 12, lid 1,
onder a), en artikel 12, lid 4;
-
b)richtsnoeren voor een gemeenschappelijke methode voor de beoordeling van
afzonderlijke monsters.
-
2.De Commissie stelt de volgende maatregelen vast:
-
a)het specificeren van de EN/ISO-norm inzake de gelijkwaardigheid van
microbiologische methoden met het oog op artikel 3, lid 9;
-
b)aanpassingen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van de
analysemethodes voor de in bijlage I genoemde parameters;
-
c)aanpassingen van bijlage V aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
3 . De Commissie dient uiterlijk op 24 maart 2010 een ontwerp in van de maatregelen die overeenkomstig lid 1, a), met betrekking tot artikel 12, lid 1), a), moeten worden genomen. Alvorens dit te doen raadpleegt zij vertegenwoordigers van de lidstaten, de regionale en lokale autoriteiten, relevante toeristische en consumentenorganisaties en andere belanghebbende partijen. a de vaststelling van de regels in kwestie publiceert zij deze op internet."
definitie in artikel 3, punt 3, te interpreteren; om de criteria voor de classificatie van afvalvoorzieningen overeenkomstig bijlage III te bepalen; om geharmoniseerde normen voor de benodigde steekproef- en analysemethoden vast te stellen, en om de bijlagen aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2006/21/EG en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2006/21/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 22 wordt vervangen door:
"Artikel 22
-
1.De Commissie stelt volgens de in artikel 23, lid 2, bedoelde procedure het volgende
vast:
-
a)de bepalingen die nodig zijn voor de harmonisatie en periodieke toezending van
de informatie bedoeld in artikel 7, lid 5, en artikel 12, lid 6;
-
b)technische richtsnoeren voor het stellen van een financiële zekerheid
overeenkomstig artikel 14, lid 2;
-
c)technische richtsnoeren voor inspecties overeenkomstig artikel 17.
-
2.De Commissie stelt de bepalingen vast die nodig zijn voor de volgende punten, met
voorrang voor de punten b), c) en d):
-
a)uitvoering van artikel 13, lid 6, met inbegrip van technische voorschriften voor de
definitie van in zwak zuur scheidbaar cyanide en de meetmethode hiervoor;
-
3.De Commissie stelt alle verdere wijzigingen vast die nodig zijn voor aanpassing van de
bijlagen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing.
Deze wijzigingen worden aangebracht teneinde een hoog niveau van
milieubescherming te bereiken."
(2) Artikel 23, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
-
3.Eurostat
3.1. Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake geharmoniseerde
indexcijfers van de consumptieprijzen1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2494/95 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om regels vast te stellen ter verkrijging van vergelijkbare GICP's en om de betrouwbaarheid en relevantie van GICP's te handhaven en te versterken. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft die niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG)
nr. 2494/95 beogen te wijzigen door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten deze maatregelen volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2494/95 als volgt gewijzigd:
regelgevingsprocedure met toetsing. De Commissie verzoekt de ECB om advies over de maatregelen die zij voornemens is aan het comité voor te leggen.
"
(4) In artikel 8, lid 3, wordt "van artikel 14" vervangen door "van artikel 14, lid 2".
(5) Artikel 9 wordt vervangen door:
"Artikel 9
Productie van resultaten
De lidstaten verwerken de verzamelde gegevens, teneinde het GICP - dat een index van het
Laspeyres-type moet zijn die geldt voor de categorieën van de internationale
COICOP-indeling (Classification of Individual Consumption by Purpose) (*), die door de
Commissie zullen worden aangepast ten behoeve van de vaststelling van vergelijkbare
GICP's - te produceren. De Commissie omschrijft de methoden, procedures en formules die
de naleving van het vergelijkbaarheidsvereiste garanderen. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan
te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing.
________________
(*) Gepubliceerd door de Verenigde Naties, reeks F nr. 2, 3e herziening, tabel 6.1,
gewijzigd door de OESO (DES/NI/86.9), Parijs 1986."
(6) In artikel 11 wordt "van artikel 14" vervangen door "van artikel 14, lid 2".
(7) Artikel 14 wordt vervangen door:
"Artikel 14
Comité
"In het kader van die verslagen bepaalt de Commissie haar standpunt ten aanzien van het
verloop van de in artikel 14 bedoelde procedure en stelt zij in voorkomend geval de door haar
passend geachte wijzigingen voor."
3.2. Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van
een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 577/98 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om extra variabelen toe te voegen; om de definities, de controleregels en de codering van de variabelen aan te passen; om een lijst van structurele variabelen vast te stellen, en om de minimale steekproefomvang en de frequentie waarmee de enquête wordt gehouden, vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 577/98 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 577/98 als volgt gewijzigd:
(1) In artikel 1, vijfde alinea, derde streepje, wordt "van artikel 8" vervangen door "van artikel 8,
lid 2".
(2) Artikel 4, leden 2, 3 en 4, wordt vervangen door:
"2. De in lid 1 bedoelde informatie kan worden aangevuld met een extra reeks variabelen,
hierna 'speciale module' genoemd.
Ieder jaar wordt een meerjarig programma van speciale modules vastgesteld door de
Commissie:
enquêtevariabelen en een lijst van de principes bij de formulering van de vragen over de
arbeidssituatie worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen onder meer door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
-
4.Op voorstel van de Commissie kan uit de in lid 1 genoemde kenmerken van de enquête
een lijst van variabelen, hierna 'structurele variabelen' genoemd, worden vastgesteld die
slechts als jaarlijkse gemiddelden met als referentieperiode 52 weken en niet als
kwartaalgemiddelden hoeven te worden verzameld. De lijst van structurele variabelen,
de minimale steekproefomvang en de frequentie waarmee de enquête wordt gehouden,
worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Spanje, Finland en het Verenigd Koninkrijk kunnen een onderzoek verrichten naar de
structurele variabelen per kwartaal tijdens een overgangsperiode tot eind 2007."
(3) Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is ingesteld
bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad (*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
van Verordening (EG) nr. 1165/98 beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1165/98 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 2, onder d), wordt vervangen door:
"d) deelname aan door Eurostat gecoördineerde Europese steekproefprogramma's met het
oog op de productie van Europese schattingen.
De in de eerste alinea genoemde programma's worden uitgewerkt in de bijlagen.
Maatregelen ter goedkeuring en tenuitvoerlegging ervan worden vastgesteld door de
Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Er worden Europese steekproefprogramma's opgezet als de nationale steekproefprogramma's niet aan de Europese voorschriften voldoen. Daarnaast kunnen de lidstaten ervoor kiezen aan een Europees steekproefprogramma deel te nemen als dergelijke programma's mogelijkheden creëren voor substantiële reducties in de kosten van het statistisch systeem of in de lasten voor het bedrijfsleven die voortvloeien uit het moeten voldoen aan
de Europese voorschriften. Bij deelname aan een Europees
steekproefprogramma moeten de voorwaarden van een lidstaat voor de verstrekking van de desbetreffende variabele worden nageleefd, rekening houdend met het doel van dit programma. De Europese steekproefprogramma's kunnen gericht zijn op de voorwaarden, de mate van gedetailleerdheid en de termijnen voor het verstrekken van
de gegevens.
"
(2) In artikel 16, lid 1, wordt "van artikel 18" vervangen door "van artikel 18, lid 2".
(3) De artikelen 17 en 18 worden vervangen door:
-
d)de frequentie waarmee de statistieken worden opgesteld (artikel 5),
-
e)de indelings- en samenvoegingsniveaus voor de variabelen (artikel 6),
-
f)de indieningstermijnen (artikel 8),
-
g)de criteria voor de kwaliteitsmeting (artikel 10),
-
h)de overgangsperiodes (artikel 13, lid 1),
-
i)de gedurende de overgangsperiode verleende ontheffingen (artikel 13, lid 2);
-
j)het organiseren van pilotstudies (artikel 16),
-
k)het opzetten van Europese steekproefprogramma's (artikel 4),
-
l)het eerste basisjaar voor de tijdreeksen van de NACE Rev. 2,
-
m)voor tijdreeksen van vóór 2009 die worden verstrekt overeenkomstig de NACE Rev. 2:
de mate van gedetailleerdheid, de vorm, de eerste referentieperiode, en de
referentieperiode.
De onder de punten i) en j) vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.
De onder punten a) tot en met h), en, k) tot en met m), vermelde maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan
te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing.
Artikel 18
Comité
"a) Reikwijdte
Deze bijlage is van toepassing op alle activiteiten die zijn opgenomen in de secties
B tot en met E van de NACE Rev. 2, of in voorkomend geval, op alle producten
die zijn opgenomen in de secties B tot en met E van de CPA. De informatie is niet
vereist voor 37, 38.1, 38.2 en 39 van de NACE Rev. 2. De lijst van activiteiten
kan worden herzien door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Punt b) ('Eenheid van waarneming'), lid 3, wordt vervangen door:
"3. Tot het gebruik van andere eenheden van waarneming kan worden besloten door
de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
c)Punt c) ('Lijst van variabelen') wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Lid 2, laatste zin, wordt vervangen door:
"De Commissie zal bepalen hoe de nodige gegevenskwaliteit kan worden
gewaarborgd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
ii)De leden 3 en 4 worden vervangen door:
"3. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over
nieuwe orders (nr. 130, 131 en 132) bij benadering worden aangegeven met
een andere vooruitlopende indicator, die op basis van gegevens uit
conjunctuurenquêtes mag worden berekend. Deze benadering is toegestaan
voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de
"De lijst van activiteiten kan worden herzien door de Commissie. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
iv)Lid 10, laatste zin, wordt vervangen door:
"De lijst van activiteiten kan worden herzien door de Commissie. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
d)Punt d) ('Vorm'), lid 2, wordt vervangen door:
"2. Bovendien worden de variabelen productie (nr. 110) en aantal gewerkte uren
(nr. 220) in de vorm van voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens verstrekt.
Wanneer andere variabelen door het aantal werkdagen worden beïnvloed, mogen
de lidstaten deze variabelen eveneens in de vorm van voor aantal werkdagen
gecorrigeerde gegevens verstrekken. De lijst van variabelen die in de vorm van
voor aantal werkdagen gecorrigeerde gegevens moeten worden opgesteld, kan
worden gewijzigd door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
e)Punt f) ('Mate van gedetailleerdheid'), leden 8 en 9, wordt vervangen door:
"8. Voor de invoerprijzenvariabele (nr. 340) kan de Commissie de voorwaarden
vaststellen voor de toepassing van een Europees steekproefprogramma zoals
omschreven in artikel 4, lid 2, eerste alinea, onder d). Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan
te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
tot de invoer van producten uit niet-eurolanden. Lidstaten die een andere
munteenheid dan de euro hanteren, hoeven voor de variabelen 122, 132, 312 en
340 geen onderscheid tussen eurolanden en niet-eurolanden te maken."
-
f)In punt j) ('Overgangsperiode') worden alle verwijzingen naar artikel 18 vervangen door
verwijzingen naar artikel 18, lid 2.
(5) Bijlage B ('Bouwnijverheid') wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Punt b) ('Eenheid van waarneming'), lid 4, wordt vervangen door:
"4. Tot het gebruik van andere eenheden van waarneming kan worden besloten door
de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Punt c) ('Lijst van variabelen') wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Lid 3 wordt vervangen door:
"3. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het
aantal werkzame personen (nr. 210) bij benadering worden aangegeven aan
de hand van het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan
voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de
verordening. Deze periode wordt met ten hoogste vijf jaar verlengd, tenzij
anders wordt besloten door de Commissie. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
ii)Lid 6, laatste alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie beslist uiterlijk op 11 augustus 2008 of artikel 17, lid b), wordt
ingeroepen om met ingang van basisjaar 2010 de bouwkostenvariabele door de
-
d)In punt j) ('Overgangsperiode') worden alle verwijzingen naar artikel 18 vervangen door
verwijzingen naar artikel 18, lid 2.
(6) Bijlage C ('Detailhandel en reparatie') wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Punt b) ('Eenheid van waarneming'), lid 2, wordt vervangen door:
"2. Tot het gebruik van andere eenheden van waarneming kan worden besloten door
de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Punt c) ('Lijst van variabelen') wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Lid 3 wordt vervangen door:
"3. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het
aantal werkzame personen (nr. 210) bij benadering worden aangegeven aan
de hand van het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan
voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de
verordening. Deze periode wordt met ten hoogste vijf jaar verlengd, tenzij
anders wordt besloten door de Commissie. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
ii)Lid 4, laatste alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie beslist uiterlijk op 11 augustus 2008 of artikel 17, lid b), wordt
ingeroepen om met ingang van basisjaar 2010 de variabelen gewerkte uren
(nr. 220) en brutolonen (nr. 230) op te nemen. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure
vastgestelde mate van gedetailleerdheid verstrekt. Een lidstaat kan opteren voor
deelname aan de variabelen nrs. 120 (omzet) en 330/123 (deflator van de
verkoop/volume van de verkoop) met bijdragen op basis van de toewijzing van
een Europees steekproefprogramma zoals omschreven in artikel 4, lid 2, eerste
alinea, onder d). Hoe de toewijzing gebeurt, wordt bepaald door de Commissie.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
e)In punt j) ('Overgangsperiode') worden alle verwijzingen naar artikel 18 vervangen door
verwijzingen naar artikel 18, lid 2.
(7) Bijlage D ('Overige diensten') wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Punt b) ('Eenheid van waarneming'), lid 2, wordt vervangen door:
"2. Tot het gebruik van andere eenheden van waarneming kan worden besloten door
de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Punt c) ('Lijst van variabelen') wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Lid 2 wordt vervangen door:
"2. Vanaf het begin van de eerste referentieperiode kan de informatie over het
aantal werkzame personen (nr. 210) als benadering vervangen worden door
het aantal werknemers (nr. 211). Deze benadering is toegestaan voor een
periode van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van de
verordening. Deze periode wordt met ten hoogste vijf jaar verlengd, tenzij
anders wordt besloten door de Commissie. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
d)Punt e) ('Referentieperiode'), laatste zin, wordt vervangen door:
"De Commissie beslist uiterlijk op 11 augustus 2008 of artikel 17, lid d), wordt
ingeroepen in verband met de herziening van de frequentie waarmee de omzetvariabele
wordt opgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
e)Punt f) ('Mate van gedetailleerdheid'), lid 6, wordt vervangen door:
"6. De Commissie kan de lijst van activiteiten of groepen van activiteiten uiterlijk op
11 augustus 2008 wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
f)In de punten i) ('Eerste referentieperiode') en j) ('Overgangsperiode') worden alle
verwijzingen naar artikel 18 vervangen door verwijzingen naar artikel 18, lid 2.
3.4. Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende
structuurstatistieken van lonen en loonkosten1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 530/1999 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens aan te passen, en om de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG)
nr. 530/1999 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
-
i)de definitie en indeling van de te verstrekken gegevens (artikel 6),
-
ii)het juiste technische formaat voor de indiening van de resultaten (artikel 9),
-
iii)de criteria voor de kwaliteitsbeoordeling (artikel 10),
-
iv)afwijkingen in gemotiveerde gevallen voor de referentiejaren 2004 en 2006 (artikel 13,
lid 2).
De onder de punten ii) en iv) vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de procedure
van artikel 12, lid 2.
De onder de punten i) en iii) vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Artikel 12
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is opgericht
bij Besluit 89/382/EEG, Euratom (*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
__________________
(*) PB L 181 van 28.6.1989, blz. 47."
om op basis van de resultaten van deze studies besluiten aan te nemen, en om de voor het koppelen van de indexcijfers gebruikte methoden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 450/2003 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 450/2003 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 2, lid 4, wordt vervangen door:
"4. De Commissie kan maatregelen nemen ter wijziging van de technische specificaties van
de index, met inbegrip van herzieningen van de wegingstructuur. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen onder meer door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De opname van de in secties O tot en met S van de NACE Rev. 2 gedefinieerde
economische activiteiten in het toepassingsgebied van deze verordening, geschiedt door
de Commissie, rekening houdend met de haalbaarheidsstudies van artikel 10. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen
onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 4 wordt vervangen door:
"Artikel 4
Uitsplitsing van de variabelen
-
c)sociale premies ten laste van werkgevers plus door de werkgever betaalde
belastingen, minus door de werkgever ontvangen subsidies, vastgesteld als de som
van de elementen D.12 en D.4 minus element D.5 in bijlage II bij
Verordening (EG) nr. 1726/1999.
-
2.Er wordt een index gemaakt voor de raming van de totale loonkosten, exclusief premies,
voor zover deze premies zijn vastgesteld aan de hand van element D.11112 in bijlage II
bij Verordening (EG) nr. 1726/1999; deze index wordt uitgesplitst naar economische
activiteit, zoals vastgesteld door de Commissie, en is gebaseerd op de nomenclatuur van
de NACE Rev. 2, rekening houdend met de in artikel 10 voorgeschreven
haalbaarheidsstudies. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
Kwaliteit
-
1.De ingediende actuele en oude gegevens moeten beantwoorden aan afzonderlijke
kwaliteitscriteria, die worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregel, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen onder meer door
haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
-
2.De lidstaten moeten vanaf 2003 jaarlijks een verslag over de kwaliteit aan de
Commissie voorleggen. De inhoud van deze verslagen wordt vastgesteld door de
Commissie. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beoogt te wijzigen onder meer door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in
artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) De artikelen 11 en 12 worden vervangen door:
-
e)het formaat voor de indiening van de resultaten en de toe te passen
actualiseringsprocedures (artikel 6);
-
f)afzonderlijke kwaliteitscriteria voor de ingediende actuele en oude gegevens en de
inhoud van de kwaliteitsverslagen (artikel 8);
-
g)een overgangsperiode (artikel 9);
-
h)het opstellen van haalbaarheidsstudies en op de resultaten daarvan gebaseerde besluiten
(artikel 10); en
-
i)de voor het koppelen van de indexcijfers gebruikte methoden (bijlage).
De onder de punten e), g) en h) vermelde maatregelen worden vastgesteld volgens de
procedure van artikel 12, lid 2.
De onder de punten a), b), c), d), f) en i) vermelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens
de in artikel 12, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Artikel 12
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom (*)
opgerichte Comité statistisch programma.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
bevoegdheid worden gegeven om de definities en de steekproeftrekking aan te passen; om de te verzamelen specifieke gegevens vast te stellen, en om de kwaliteitsvereisten voor de gegevens en de indiening ervan te bepalen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1552/2005 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1552/2005 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 5, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Rekening houdend met de specifieke grootteverdeling van ondernemingen in de
lidstaten en de evolutie van de beleidsbehoeften, kunnen de lidstaten de definitie van de
statistische eenheid in hun land verruimen. De Commissie kan ook besluiten om deze
definitie te verruimen, als zo'n verruiming in belangrijke mate de representativiteit en de
kwaliteit van de enquête in de betrokken lidstaten verbetert. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 7, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De eisen in verband met de steekproeftrekking en de nauwkeurigheid, de omvang van
de steekproef die nodig is om aan deze eisen te beantwoorden, en de specificaties van de
op grond van de NACE Rev. 2 en van de omvang vastgestelde categorieën waarin de
resultaten kunnen worden ingedeeld, worden vastgesteld door de Commissie. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 10, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie stelt de eerste referentieperiode waarvoor gegevens moeten worden
verzameld, vast. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beoogt te wijzigen onder meer door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in
artikel 14, lid 3, bedoelde procedure."
(6) De artikelen 13 en 14 worden vervangen door:
"Artikel 13
Uitvoeringsmaatregelen
De maatregelen die nodig zijn om rekening te houden met de economische en technische ontwikkelingen op het gebied van verzameling, verzending en verwerking van gegevens, worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere maatregelen voor de uitvoering van deze verordening, inclusief het passende technische formaat en de uitwisselingsnorm voor de indiening van gegevens in elektronische vorm, worden vastgesteld door de Commissie volgens de procedure van artikel 14, lid 2.
Artikel 14
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma, dat is opgericht
bij Besluit 89/382/EEG, Euratom (*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
4.1. Verordening (EG) nr. 2195/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november
2002 betreffende de gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten (CPV)1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2195/2002 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de structuur en de codes van de CPV bij te werken en om de bijlagen bij deze verordening technisch bij te werken zodat de gebruikers kunnen beschikken over een instrument dat is aangepast aan hun behoeften en aan de ontwikkelingen inzake overheidsopdrachten. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2195/2002, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg worden de artikelen 2 en van Verordening (EG) nr. 2195/2002 vervangen door:
"Artikel 2
De Commissie stelt de bepalingen betreffende de herziening van de CPV vast. Deze maatregelen,
die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens
de in artikel 3, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen
kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 3, lid 3, bedoelde urgentieprocedure.
4.2. Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende
coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en
energievoorziening, vervoer en postdiensten1
Met betrekking tot Richtlijn 2004/17/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde delen van de tekst en van de bijlagen daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang of de evoluties in de lidstaten, en om de drempels voor de toepassing van de regeling te herzien. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/17/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Om redenen van doeltreffendheid en gelet op de termijnbeperkingen die voortvloeien uit de berekeningswijze en publicatievoorschriften, moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort voor de herziening van bepaalde drempels.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/17/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 68 wordt vervangen door:
"Artikel 68
De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), lid 4, onder b), en lid 4, onder e), van
Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk vier,
twee en zes weken.
-
5.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
___________________
(*) PB L 185 van 16.8.1971, blz. 15. Besluit gewijzigd bij Besluit 77/63/EEG (PB L 13 van
15.1.1977, blz. 15)."
(2) Artikel 69 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie controleert iedere twee jaar vanaf 30 april 2004 de in artikel 16
vastgestelde drempels en past ze zo nodig wat betreft de tweede alinea aan. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 68, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in
artikel 68, lid 5, bedoelde urgentieprocedure."
-
b)Lid 2, eerste alinea, wordt vervangen door:
"Bij de in lid 1 bedoelde herziening past de Commissie ook de in artikel 61
(prijsvragen) genoemde drempels aan aan de herziene drempel die van toepassing is op
opdrachten voor diensten. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 68, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie
gebruik maken van de in artikel 68, lid 5, bedoelde urgentieprocedure."
(3) Artikel 70 wordt vervangen door:
-
a)de in de bijlagen I tot en met X opgenomen lijst van aanbestedende diensten zodat
zij aan de in artikel 2 tot en met 7 vastgestelde criteria voldoen;
-
b)de regels voor bijzondere verwijzingen naar specifieke posten van de
CPV-nomenclatuur in de aankondigingen;
-
c)de in de bijlage XVII opgenomen nomenclatuurindeling, voor zover hierdoor niet
het materiële toepassingsgebied van de richtlijn wordt gewijzigd, en de regels
voor de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke posten van die
nomenclatuur binnen de in deze bijlagen vermelde categorieën diensten;
-
d)de in bijlage XII vastgestelde nomenclatuurindeling, voor zover hierdoor niet het
materiële toepassingsgebied van de richtlijn wordt gewijzigd en, de regels voor de
verwijzing in de aankondigingen naar specifieke posten van die nomenclatuur;
-
e)bijlage XI;
-
f)de technische aspecten en kenmerken van de middelen voor elektronische
ontvangst als bedoeld in de punten a), f) en g) van bijlage XXIV;
-
g)de technische regels voor de in artikel 69, lid 1 en lid 2, tweede alinea, bedoelde
berekeningsmethoden.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 68, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in
artikel 68, lid 5, bedoelde urgentieprocedure."
4.3. Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende
de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken,
leveringen en diensten1
Met betrekking tot Richtlijn 2004/18/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde delen van de tekst en van de bijlagen daarbij aan te passen aan de technische vooruitgang of de evoluties in de lidstaten, en om de drempels voor de toepassing van de regeling te herzien. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/18/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
zuiver technische wijzigingen, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2004/18/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 77 wordt vervangen door:
"Artikel 77
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij Besluit 71/306/EEG van de Raad (*)
ingestelde Comité, hierna "comité" genoemd.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5,
onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van
artikel 8 daarvan. De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), lid 4, onder b), en lid 4, onder e),
van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk vier,
twee en zes weken.
-
5.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
____________________
(*) PB L 185 van 16.8.1971, blz. 15. Besluit gewijzigd bij Besluit 77/63/EEG (PB L 13 van
-
a)de drempels die zijn vastgesteld in artikel 8, eerste alinea, onder a), artikel
56 en artikel 63, lid 1, eerste alinea, in overeenstemming met de herziene
drempel voor overheidsopdrachten voor werken;
-
b)de drempel die is vastgesteld in artikel 67, lid 1, onder a), in
overeenstemming met de herziene drempel voor door de in bijlage IV
bedoelde aanbestedende diensten geplaatste overheidsopdrachten voor
diensten;
-
c)de drempels die zijn vastgesteld in artikel 8, eerste alinea, onder b), en
artikel 67, lid 1, onder b) en c), in overeenstemming met de herziene
drempel voor door niet in bijlage IV bedoelde aanbestedende diensten
geplaatste overheidsopdrachten voor diensten.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 77, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in
artikel 77, lid 5, bedoelde urgentieprocedure."
(3) Artikel 79 wordt vervangen door:
"Artikel 79
Wijzigingen
-
1.De Commissie kan, volgens de in artikel 77, lid 2, bedoelde procedure overgaan tot
wijziging van:
-
a)de regels voor het opstellen, het verzenden, de ontvangst, de vertaling, de
bundeling en de verspreiding van de in de artikelen 35, 58, 64 en 69, eerste alinea,
bedoelde aankondigingen, alsook voor de in artikel 35, lid 4, vierde alinea, en de
artikelen 75 en 76 bedoelde statistische overzichten;
-
e)de in bijlage I opgenomen nomenclatuurindeling, voor zover hierdoor niet het
materiële toepassingsgebied van deze richtlijn wordt gewijzigd, en de regels voor
de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke posten van die nomenclatuur;
-
f)de in bijlage II opgenomen nomenclatuurindeling, voor zover hierdoor niet het
materiële toepassingsgebied van deze richtlijn wordt gewijzigd, en de regels voor
de verwijzing in de aankondigingen naar specifieke bepalingen van die
nomenclatuur binnen de in de bijlage vermelde categorieën diensten;
-
g)de technische aspecten en kenmerken van de middelen voor elektronische
ontvangst als bedoeld in bijlage X, punten a), f) en g).
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 77, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing. Om dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in
artikel 77, lid 5, bedoelde urgentieprocedure."
-
5.Gezondheid en consumentenbescherming
5.1. Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van
communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen1
Met betrekking tot Verordening (EEG) nr. 315/93 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om maximale toleranties voor bepaalde verontreinigingen vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die verordening, door haar aan te vullen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Elke vertraging bij de vaststelling van maximale toleranties voor bepaalde verontreinigingen kan een gevaar voor de gezondheid van mens of dier betekenen. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de vaststelling van deze toleranties, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
(2) Artikel 4, lid 2, wordt vervangen door :
"2. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk de door de in lid 1 bedoelde lidstaat
opgegeven redenen in het kader van het bij Besluit 69/314/EEG* ingestelde
Permanent Comité voor levensmiddelen; zij brengt onverwijld advies uit en neemt de nodige maatregelen om de nationale maatregel te bevestigen, te wijzigen of te annuleren overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 8, lid 2.
____________
-
*..."
(3) In artikel 5, lid 3, vierde alinea, wordt "artikel 8" vervangen door "artikel 8, lid 2".
(4) Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
van dat besluit."
-
b)Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
van dat besluit."
5.2. Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met
bijzonder voedingsdoel1
Met betrekking tot Richtlijn 93/74/EEG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven tot vaststelling van algemene bepalingen in verband met de in de lijst van bestemmingen opgenomen vermeldingen en tot wijziging van de lijst van bestemmingen en van de algemene bepalingen in verband met de in de lijst van bestemmingen opgenomen vermeldingen, ten gevolge van wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 93/74/EEG en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
huisdieren of gebruiksdieren waarvan het spijsverterings- of het absorptiemechanisme dan wel het metabolisme verstoord dreigt te worden of tijdelijk of onherstelbaar verstoord is. Daarom moet aan de gebruikers van die voeders onverwijld alle juiste en relevante informatie worden verstrekt zodat zij de juiste keuze kunnen maken. Bijgevolg, en om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort voor de vaststelling van de algemene bepalingen in verband met de in de lijst van bestemmingen bedoelde vermeldingen en voor de wijzigingen van de lijst van bestemmingen en van de algemene bepalingen in verband met de in de lijst van bestemmingen bedoelde vermeldingen, ten gevolge van wetenschappelijke en technische ontwikkelingen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 93/74/EEG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 6 wordt vervangen door:
"Artikel 6
De Commissie:
-
a)stelt volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde procedure uiterlijk op 30 juni 1994
overeenkomstig de bijlage een lijst van bestemmingen op. Deze lijst bevat:
-
-de in artikel 5, punt 1, onder b), c), d) en e), bedoelde vermeldingen, en
-
-zo nodig, de in artikel 5, punt 2, en artikel 5, punt 4, tweede alinea, bedoelde
vermeldingen;
-
b)stelt algemene bepalingen vast in verband met de onder a) bedoelde vermeldingen,
waaronder toepasselijke toleranties;
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
daarvan.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit."
5.3. Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien
van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot
intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG
en 91/664/EEG1
Met betrekking tot Richtln 96/23/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 96/23/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 6 wordt vervangen door:
"Artikel 6
-
1.In het plan dienen de in bijlage IV vastgestelde niveaus en frequenties van de
monsternemingen in acht te worden genomen. Op verzoek van een lidstaat kan de
Commissie evenwel, overeenkomstig de procedure in artikel 33, lid 2, de in die bijlage
vastgestelde minimumeisen inzake de controle aanpassen voor de lidstaten in kwestie,
op voorwaarde dat duidelijk vaststaat dat daardoor de algemene doeltreffendheid van
het plan voor de betrokken lidstaat toeneemt en de mogelijkheden waarover de lidstaat
-
a)Lid 1, tweede en derde alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie legt het door haar conform bevonden plan volgens de procedure van
artikel 33, lid 3, ter goedkeuring voor.
Op verzoek van de betrokken lidstaat, of op eigen initiatief, en om rekening te houden
met de ontwikkeling van de situatie in een bepaalde lidstaat of in een van de gebieden
daarvan, alsmede met de resultaten van de in het kader van de artikelen 16 en 17
uitgevoerde nationale onderzoeken of de daarbij gedane constateringen, kan de
Commissie volgens de procedure van artikel 33, lid 2, besluiten een wijziging van of
een aanvulling op een tevoren overeenkomstig lid 2 goedgekeurd plan goed te keuren."
-
b)Lid 2, vijfde alinea, wordt vervangen door:
"Indien de lidstaten wel opmerkingen maken of indien de bijwerking door de
Commissie niet-conform of onvoldoende wordt geacht, wordt het bijgewerkte plan door
de Commissie voorgelegd aan het Permanent Veterinair Comité, dat uitspraak doet
volgens de procedure van artikel 33, lid 3."
(3) Artikel 14, lid 1, derde alinea, wordt vervangen door:
"De lijst van de betrokken laboratoria wordt opgesteld volgens de procedure van artikel 33,
lid 3."
(4) Artikel 15, lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:
"De praktische regels voor het nemen van officiële monsters, alsmede de voor de analyse van
deze officiële monsters te bezigen routine- en referentiemethodes, worden door de Commissie
vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 20, lid 2, zesde alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie keurt volgens de regelgevingsprocedure van artikel 33, lid 3, het plan goed. Volgens dezelfde procedure kunnen andere garanties worden aanvaard dan die welke uit de toepassing van deze richtlijn voortvloeien."
(8) Artikel 29, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De opneming van een derde land op de door de communautaire wetgeving vastgestelde
lijsten van derde landen, c.q. de voorlopige opneming op die lijsten, kan op verzoek van
een lidstaat of door de Commissie op eigen initiatief volgens de procedure van
artikel 33, lid 3, worden geschorst, indien niet aan de in lid 1 bedoelde eisen wordt
voldaan."
(9) Artikel 30, lid 3, eerste alinea, wordt vervangen door:
"3. Indien de Commissie in derde landen die met de Gemeenschap
gelijkwaardigheidsovereenkomsten hebben gesloten, na een onderzoek bij de bevoegde
autoriteiten van het betrokken derde land, tot de conclusie komt dat die autoriteiten de
verplichtingen en garanties als vervat in de in artikel 29, lid 1, bedoelde plannen niet
zijn nagekomen, schort zij volgens de procedure van artikel 33, lid 2, de genoemde
overeenkomsten voor de in het geding zijnde dieren en produkten op, totdat het
betrokken derde land het bewijs heeft geleverd dat er een eind is gemaakt aan de
nalatigheden. De opschorting wordt volgens dezelfde procedure gemeld."
(10) Artikel 32 wordt geschrapt.
(11) Artikel 33 wordt vervangen door:
"Artikel 33
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het Permanent Comité voor de voedselketen en de
diergezondheid, ingesteld bij artikel 58 van Verordening (EG) nr. 178/2002 (*).
-
2.Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van
Besluit 1999/468/EG van toepassing.
"Artikel 34
Onverminderd het bepaalde in artikel 6, lid 2, kunnen de bijlagen I en III tot en met V worden gewijzigd of aangevuld door de Commissie Deze bijlagen kunnen met name gewijzigd worden met het oog op een risicobeoordeling met betrekking tot de volgende
aspecten:
-
-het toxicologische potentieel van de residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong,
-
-de mogelijke aanwezigheid van residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(13) Artikel 35 wordt vervangen door:
"Artikel 35
De Commissie kan de nodige overgangsmaatregelen voor de invoering van de door deze richtlijn beoogde regeling vaststellen.
Overgangsmaatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn, met inbegrip van maatregelen die de richtlijn aanvullen met nieuwe niet- essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in de bepalingen van deze richtlijn zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 4, vermelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure."
5.4. Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997
betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten1
(3) In artikel 4, lid 5, wordt "artikel 13" vervangen door "artikel 13, lid 2".
(4) In artikel 7, lid 1, wordt "artikel 13" vervangen door "artikel 13, lid 2".
(5) In artikel 8, lid 3, wordt "artikel 13" vervangen door "artikel 13, lid 2".
(6) Artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
Nadere regels voor de bescherming van de gegevens die worden verstrekt door de aanvrager,
worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 13, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(7) Artikel 12, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie onderzoekt zo spoedig mogelijk in het Permanent Comité voor
levensmiddelen de in lid 1 bedoelde redenen; zij neemt passende maatregelen om de nationale maatregel te bevestigen, te wijzigen of te annuleren volgens de regelgevingsprocedure van artikel 13, lid 2. De lidstaat die het in lid 1 bedoelde besluit heeft aangenomen, kan dit besluit handhaven tot op het tijdstip van inwerkingtreding van deze maatregelen."
(8) Artikel 13, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat
besluit."
5.5. Beschikking nr. 2119/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998
tot oprichting van een netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van
overdraagbare ziekten in de Europese Gemeenschap1
Met betrekking tot Beschikking 2119/98/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de overdraagbare ziekten en de criteria voor selectie van deze ziekten die door het communautaire netwerk zullen worden bestreken, alsook de epidemiologische en microbiologische surveillancemethoden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Beschikking 2119/98/EG en ter aanvulling van deze beschikking met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
moeten de overdraagbare ziekten die door het netwerk zullen worden bestreken en de criteria voor selectie van deze ziekten alsook de epidemiologische en microbiologische surveillancemethoden worden vastgesteld zodra de ziekte is erkend. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van de overdraagbare ziekten, de criteria voor selectie van deze ziekten en de epidemiologische en microbiologische surveillancemethoden alsook voor de wijzigingen van de bijlage bij Beschikking 2119/98/EG houdende de lijst van categorieën overdraagbare ziekten, worden ingekort.
Wanneer zich een noodsituatie voordoet met betrekking tot het opduiken van ernstige overdraagbare ziekten of nieuwe ontwikkelingen daarin, moet het systeem van epidemiologische surveillance zo snel mogelijk in actie treden om de bescherming van de bevolking en van de volksgezondheid te waarborgen. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen voor de vaststelling van de overdraagbare ziekten, de criteria voor selectie van deze ziekten en de epidemiologische en microbiologische surveillancemethoden alsook voor de wijzigingen van de bijlage bij Beschikking 2119/98/EG houdende de lijst van categorieën overdraagbare ziekten.
Bijgevolg wordt Beschikking 2119/98/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
"5. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde informatie- en overlegprocedures en de in de leden 1
en 4 bedoelde coördinatieprocedures worden vastgesteld volgens de procedure van
artikel 7, lid 2."
(3) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
van dat besluit.
"
-
b)Het volgende lid 4 wordt toegevoegd:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en
artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8
van dat besluit."
(4) Artikel 8 wordt vervangen door:
"Artikel 8
De bijlage kan door de Commissie worden gewijzigd of aangevuld. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze beschikking beogen te wijzigen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 7, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende
urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 7, lid 4, bedoelde
urgentieprocedure."
5.6. Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende
de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie
van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame1
Met betrekking tot Richtln 2000/13/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde voor de uitvoering ervan vereiste maatregelen te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2000/13/EG en/of ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
(1) Artikel 4, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De in de leden 1 en 2 bedoelde communautaire voorschriften worden door de
Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 20, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 3 bis, tweede alinea, onder d), wordt vervangen door:
"d) voor andere producten, waarbij het gaat om maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, de in artikel 20, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 6, tweede alinea, tweede streepje wordt vervangen door:
"- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage I en die bestanddelen zijn van een ander levensmiddel, mogen enkel met de naam van deze categorie worden vermeld.
De lijst van categorieën in bijlage I kan worden gewijzigd door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De in bijlage I opgenomen benaming "zetmeel" moet echter altijd worden aangevuld met een aanduiding van de specifieke plantaardige oorsprong, als dat ingrediënt gluten kan bevatten;"
-
c)Lid 6, tweede alinea, tweede streepje, wordt vervangen door:
"- ingrediënten die behoren tot één van de categorieën van bijlage II, moeten worden
aangeduid met de naam van die categorie, gevolgd door hun specifieke naam of
te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
e)Lid 11, derde alinea, wordt vervangen door:
"Onverminderd de tweede alinea kan bijlage III bis door de Commissie worden
gewijzigd, nadat advies ingewonnen is bij de Europese Autoriteit voor
voedselveiligheid overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EG) nr. 178/2002 van
het Europees Parlement en van de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de
algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting
van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures
voor voedselveiligheidsaangelegenheden (*). Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente
redenen kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 20, lid 4, bedoelde urgentieprocedure.
"
(3) Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2, onder d), wordt vervangen door:
"d) in de door de Commissie bepaalde gevallen; het bepalen van deze gevallen, een
maatregel die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door
haar aan te vullen, vindt plaats volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 3, onder d), wordt vervangen door:
"d) in de door de Commissie bepaalde gevallen; het bepalen van deze gevallen, een
maatregel die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door
haar aan te vullen, vindt plaats volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te
vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing."
(5) Artikel 11, lid 2, derde alinea, wordt vervangen door:
"De in dit lid bedoelde communautaire voorschriften worden door de Commissie vastgesteld.
Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar
aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(6) Artikel 12, tweede alinea, wordt vervangen door:
"Voor de overige dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% wordt deze wijze van vermelding vastgesteld door de Commissie.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(7) Artikel 16, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De lidstaten dragen er zorg voor op hun grondgebied de handel in levensmiddelen te
verbieden waarop de in artikel 3 en in artikel 4, lid 2, bedoelde vermeldingen niet zijn
aangebracht in een voor de verbruiker gemakkelijk te begrijpen taal, behalve indien de
voorlichting van de verbruiker daadwerkelijk voor één of meer
etiketteringsvermeldingen gewaarborgd is door andere maatregelen. Deze maatregelen,
die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(8) Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
Overgangsmaatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen
van deze richtlijn, met inbegrip van maatregelen die de richtlijn aanvullen met nieuwe niet- essentiële onderdelen, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in de bepalingen van deze richtlijn zijn vastgelegd,
worden vastgesteld volgens de in artikel 20,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere tijdelijke maatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 20, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.
_________________
(*) PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG)
nr. 1642/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 4)"
5.7. Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten
inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten1
Met betrekking tot Richtln 2001/37/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om regels vast te stellen voor het gebruik van kleurenfoto's of illustraties op tabaksproducten en om de bepalingen over de meetmethoden en over de waarschuwingen betreffende de gezondheid aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2001/37/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Wijzigingen van meetmethodes zijn technische maatregelen die zijn gebaseerd op wetenschappelijk advies en overleg op internationaal niveau binnen de kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie over tabakscontrole en moeten onverwijld worden uitgevoerd in de EU-wetgeving. Daarom moeten, om redenen van doeltreffendheid, de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de aanpassing van de meetmethoden en desbetreffende definities aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang, worden ingekort.
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar
aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 9 wordt vervangen door:
"Artikel 9
Aanpassingsmaatregelen
-
1.De Commissie zorgt voor aanpassing aan de wetenschappelijke en technische
vooruitgang van de in artikel 4 vermelde meetmethoden, alsook van de desbetreffende
definities. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
2.De Commissie zorgt voor aanpassing aan de wetenschappelijke en technische
vooruitgang van de in bijlage I vermelde waarschuwingen betreffende de gezondheid
die op de verpakkingseenheden van de tabaksproducten moeten worden aangebracht en
het tempo waarin zij elkaar afwisselen. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
-
3.Overeenkomstig de procedure in artikel 10, lid 2, zorgt de Commissie voor aanpassing
aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang van het merken met het oog op de
identificatie en traceerbaarheid van tabaksproducten."
(3) Artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
Comitéprocedures
betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van die richtlijn, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Om redenen van doeltreffendheid en met name omdat de adequaatheid van de voornaamste regels en kennisgevingsprocedures in verband met ernstige risico's van producten een noodzakelijke voorwaarde is voor de goede werking van het systeem voor snelle waarschuwingen, moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2001/95/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4, lid 1, onder a), wordt vervangen door:
"a) de vereisten die waarborgen dat de producten die aan deze normen voldoen,
overeenstemmen met het algemene veiligheidsvereiste, worden door de Commissie
vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen
te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 4,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing;"
(2) Artikel 5, lid 3, tweede alinea, wordt vervangen door:
"De Commissie past de in bijlage I opgenomen specifieke voorschriften voor deze
kennisgeving aan. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen
te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 5,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 12, lid 3, wordt vervangen door:
"De procedures voor RAPEX zijn opgenomen in bijlage II. De Commissie past deze aan.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
5.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5,
onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van
artikel 8 daarvan.
De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG
bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk twee maanden, een maand en
twee maanden."
5.9. Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002
tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 178/2002 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bepalingen vast te stellen betreffende het aantal en de namen van de wetenschappelijke panels, de procedureregels voor het indienen van een verzoek om advies aan de Autoriteit en de criteria voor de opname van een instelling op de lijst van door de lidstaten aangewezen bevoegde organisaties. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 178/2002 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 178/2002 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 28, lid 4, tweede alinea, wordt vervangen door:
"Het aantal en de namen van de wetenschappelijke panels kunnen op verzoek van de
plaatsing op een positieve lijst verplicht stelt, in het bijzonder in gevallen waarin
de wetgeving voorschrijft of toestaat dat de aanvrager hiertoe een dossier indient.
De onder a) bedoelde maatregel, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in artikel 58,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De onder b) bedoelde richtsnoeren worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 2,
bedoelde procedure."
(3) Artikel 36, lid 3, wordt vervangen door:
"3. De Commissie stelt na raadpleging van de Autoriteit regels vast waarin de criteria
voor de opname van een instelling op de lijst van door de lidstaten aangewezen
bevoegde organisaties, de regelingen voor geharmoniseerde kwaliteitseisen en de
financiële regels voor de eventuele financiële steun worden vastgelegd. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,
onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 58, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere regels voor de toepassing van lid 1 en lid 2 worden, na raadpleging van de Autoriteit door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 58, lid 2.
"
(4) Artikel 58, leden 2 en 3, wordt vervangen door:
"2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen om regels vast te stellen betreffende het in de handel brengen van dierlijke bijproducten, of daarvan afgeleide producten, uit gebieden waarvoor veterinairrechtelijke beperkingen gelden, om alternatieve regels vast te stellen voor specifieke situaties betreffende het in de handel brengen van dierlijke bijproducten, of daarvan afgeleide producten, uit gebieden waarvoor veterinairrechtelijke beperkingen gelden en om de bijlagen te wijzigen.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1774/2002 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:
"2. In afwachting van de aanneming van een besluit door de Commissie, mogen de lidstaten
evenwel bij hun nationale regelgeving de invoer en het in de handel brengen van niet in
de bijlagen VII en VIII genoemde producten reglementeren. Deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing. De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van het gebruik dat
zij van deze mogelijkheid maken."
(2) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
(3) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Onder c), punt i), wordt vervangen door:
"i) wordt, in het geval van het daaruit resulterende eiwitmateriaal, gebruikt als
biologische meststof of als bodemverbeteraar overeenkomstig de eventuele
voorschriften die na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité
door de Commissie zijn vastgesteld; deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing,"
-
ii)Onder d) wordt vervangen door:
"d) wordt, als het van vis afkomstig materiaal betreft, ingekuild of tot compost
verwerkt overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde voorschriften;
deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing;"
-
iii)Onder e), punt iii), wordt vervangen door:
"iii) verwerkt in een biogasinstallatie of tot compost verwerkt overeenkomstig de
door de Commissie vastgestelde voorschriften; deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar
aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing;"
-
iv)Onder g) wordt vervangen door:
"g) wordt verwijderd volgens een andere methode, dan wel gebruikt op een
andere manier, in overeenstemming met de voorschriften die, na
"g) wordt, als het het in lid 1, onder l), bedoelde keukenafval en etensresten betreft,
verwerkt in een biogasinstallatie of tot compost overeenkomstig de door de Commissie
vastgestelde voorschriften, of, in afwachting van de vaststelling van die voorschriften,
overeenkomstig de nationale regelgeving; deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing;
-
h)wordt, als het materiaal afkomstig is van vis, ingekuild of tot compost verwerkt
overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde voorschriften; deze maatregelen,
die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing; of
-
i)wordt verwijderd volgens een andere methode, dan wel gebruikt op een andere manier,
in overeenstemming met de voorschriften die, na raadpleging van het betrokken
wetenschappelijk comité, door de Commissie zijn vastgesteld; deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing. Die methode of die manier kan een aanvulling
vormen op, dan wel in de plaats komen van, het bepaalde in de punten a) tot en met h)."
(5) Artikel 12, lid 5, wordt vervangen door:
"5. De voorschriften van de leden 2 en 3 kunnen, in het licht van de ontwikkelingen van de
wetenschappelijke kennis, na raadpleging van het betrokken wetenschappelijke comité,
door de Commissie worden gewijzigd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(6) Artikel 16, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Onder d) wordt vervangen door:
"d) de producten aan de eisen van de bijlagen VII en VIII, dan wel aan de door de
"2. De lidstaten zien erop toe dat biologische meststoffen en bodemverbeteraars,
vervaardigd van andere verwerkte producten dan die welke van mest en de inhoud van
het maagdarmkanaal zijn vervaardigd, slechts in de handel worden gebracht of worden
uitgevoerd indien zij voldoen aan de eventuele voorschriften die na raadpleging van het
betrokken wetenschappelijk comité, door de Commissie zijn vastgesteld. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(8) Artikel 22, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie stelt regels vast betreffende controlemaatregelen. Deze maatregelen,
die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere voorschriften voor de toepassing van dit artikel worden overeenkomstig de in artikel 33, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.
a raadpleging van het betrokken wetenschappelijke comité kunnen afwijkingen van
lid 1, onder a), worden toegestaan met betrekking tot vis en pelsdieren. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
"
(9) Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2, onder d), wordt vervangen door:
"d) Bovendien mogen de lidstaten, onder toezicht van de bevoegde autoriteiten, het
gebruik van het in artikel 4, lid 1, punt b), onder ii), bedoelde categorie 1-
materiaal toestaan voor het voederen van met uitsterven bedreigde of beschermde
aasetende vogelsoorten overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde
voorschriften na raadpleging van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.
Volgens de procedure van artikel 33, lid 2, kunnen andere uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld."
(11) Artikel 26, lid 5, wordt vervangen door:
"5. De Commissie kan regels vaststellen inzake de frequentie van controles en de
referentiemethoden voor de microbiologische analyses. Deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar
aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
Volgens de procedure van artikel 33, lid 2, kunnen andere uitvoeringsbepalingen voor dit artikel worden vastgesteld.
"
(12) Artikel 28, tweede alinea, wordt vervangen door:
"De invoer uit derde landen van voeder voor gezelschapsdieren en grondstoffen voor voeder
van gezelschapsdieren, afkomstig van dieren die zijn behandeld met bepaalde krachtens
Richtlijn 96/22/EG verboden stoffen, kan evenwel worden toegestaan, mits de betrokken
grondstoffen permanent zijn gemerkt en met inachtneming van de bijzondere eisen die door
de Commissie zijn vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(13) Artikel 32, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Na raadpleging van het betrokken wetenschappelijk comité over kwesties die van
invloed kunnen zijn op de gezondheid van mens of dier, kunnen de bijlagen worden
aangevuld of gewijzigd en kunnen door de Commissie passende overgangsmaatregelen
worden vastgesteld.
Overgangsmaatregelen en maatregelen tot wijziging of aanvulling van de bijlagen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in de bepalingen van deze richtlijn zijn vastgelegd,
"4. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4
en 6, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG, met inachtneming van artikel 8
daarvan, van toepassing."
(15) Bijlage III, hoofdstuk II, deel B, punt 11, wordt vervangen door:
"11. Afvalwater moet - voorzover dat praktisch uitvoerbaar is - zo worden behandeld dat er
geen ziekteverwekkers meer aanwezig zijn. De Commissie kan specifieke eisen
vaststellen voor de behandeling van afvalwater van intermediaire bedrijven voor
categorie 1- of categorie 2-materiaal. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen
van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(16) Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Hoofdstuk II, punt 4, wordt vervangen door:
"4. Afvalwater dat afkomstig is uit de onreine zone moet - voorzover dat praktisch
uitvoerbaar is - zo worden behandeld dat er geen ziekteverwekkers meer aanwezig
zijn. De Commissie kan specifieke eisen vaststellen voor de behandeling van
afvalwater van verwerkingsbedrijven. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Hoofdstuk V, punt 5, wordt vervangen door:
"5. De Commissie kan op testmethoden gebaseerde valideringsprocedures vaststellen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(18) Bijlage VII wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Hoofdstuk II, deel C, punt 13, onder b), wordt vervangen door:
"b) in een overeenkomstig deze verordening erkend verwerkingsbedrijf opnieuw
verwerkt of ontsmet door een behandeling die door de bevoegde autoriteit is
toegestaan. De Commissie kan een lijst van toegestane behandelingen opstellen;
deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. De zending wordt pas
vrijgegeven na behandeling en onderzoek op salmonella door de bevoegde
autoriteit overeenkomstig hoofdstuk I, punt 10, en als de uitslag van dit onderzoek
negatief is."
-
b)Hoofdstuk V wordt als volgt gewijzigd:
-
i)Deel A, punt 5, wordt vervangen door:
"5. De productie van rauwe melk en biest dient te gebeuren onder voorwaarden
die adequate garanties bieden ten aanzien van de diergezondheid. De
Commissie kan deze voorwaarden vaststellen. Deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar
aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
-
ii)Deel B, punt 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer wordt geconstateerd dat er gevaar dreigt voor het binnenbrengen
van een exotische ziekte of dat de diergezondheid op een andere wijze wordt
bedreigd, kunnen door de Commissie aanvullende eisen worden vastgesteld
ter bescherming van de diergezondheid. Deze maatregelen, die niet-
minimumconcentratie van 4 % en een pH van minder dan 1,5) gedurende
ten minste twee dagen;
-
b)de verkregen fosforvloeistof na de procedure zoals bedoeld onder a) wordt
behandeld met kalk, wat resulteert in een neerslag van dicalciumfosfaat met
een pH van 4 tot 7; en
-
c)deze neerslag van dicalciumfosfaat ten slotte met lucht wordt gedroogd bij
een inlaattemperatuur van 65°C tot 325°C en een eindtemperatuur tussen
30°C en 65°C, of
een gelijkwaardig proces dat door de Commissie is goedgekeurd. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 33,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
e)Hoofdstuk VIII, deel A, punt 1, wordt vervangen door:
"1. Tricalciumfosfaat moet worden vervaardigd via een proces waarbij:
-
a)al het categorie 3-beendermateriaal fijn wordt gemalen en in tegenstroom
-
met heet water wordt ontvet (botsplinters van minder dan 14 mm);
-
b)het materiaal gedurende 30 minuten continu met stoom wordt gekookt bij
145°C en 4 bar;
-
c)de eiwithoudende vloeistof door centrifugering van het hydroxyapatiet
(tricalciumfosfaat) wordt gescheiden; en
-
d)het tricalciumfosfaat wordt gedroogd in een wervelbed met lucht bij 200°C
en vervolgens wordt gegranuleerd; of
een gelijkwaardig productieproces dat door de Commissie is goedgekeurd. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 33, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
5.11. Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot
vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken,
opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot
wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad1
Met betrekking tot Richtlijn 2002/98/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de technische voorschriften van de bijlagen I tot en met IV aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2002/98/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Momenteel vindt binnen de Raad van Europa overleg plaats over opslag, vervoer, distributie, kwaliteit en veiligheid van bloed en over de voorschriften die van toepassing zijn op autologe transfusies. Als in dat kader vooruitgang wordt geboekt en nieuwe internationaal erkende voorwaarden tot stand komen, moet de EU-wetgeving daaraan onverwijld worden aangepast. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort om de technische voorschriften in verband met opslag, vervoer, distributie, kwaliteit en veiligheid van bloed en de voorschriften die van toepassing zijn op autologe transfusies, vastgesteld in de bijlagen I tot en met IV, aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.
Wanneer wetenschappelijke en technische ontwikkelingen erop wijzen dat aanvullende informatie moet worden verstrekt aan of verlangd van donoren, om bijvoorbeeld uit te sluiten dat donoren een gevaar vormen voor de gezondheid van anderen, moet onverwijld een aanpassing plaatsvinden. Evenzo moeten, wanneer de vooruitgang nieuwe criteria voor de geschiktheid van bloed- en plasmadonoren vereist, onmiddellijk nieuwe uitsluitingscriteria aan de lijst worden toegevoegd. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen om de technische voorschriften in verband met informatie die moet worden verstrekt aan of verlangd van donoren, en van voorschriften in verband met de geschiktheid van bloed- en plasmadonoren, vastgesteld in de bijlagen I tot en met IV, aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2002/98/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 28 wordt vervangen door:
"Artikel 28
Comitéprocedures
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1, 2, 4 en 6, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(2) Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)De eerste alinea wordt vervangen door:
"Over de aanpassing van de in de bijlagen I tot en met IV opgenomen technische
voorschriften aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang wordt besloten door
de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn
beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 28,
lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om dwingende urgente redenen kan
de Commissie gebruik maken van de in artikel 28, lid 5, bedoelde urgentieprocedure,
5.12. Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september
2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1831/2003 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om, wanneer de technologische vooruitgang of de wetenschappelijke ontwikkeling zulks vereist, nieuwe categorieën en functionele groepen voor toevoegingsmiddelen vast te stellen, om bijlage III en de algemene gebruiksvoorwaarden van bijlage IV aan te passen aan de technologische vooruitgang en wetenschappelijke ontwikkeling en om bijlage II te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1831/2003, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Toevoegingsmiddelen voor diervoeding zijn stoffen, micro-organismen of preparaten die opzettelijk aan diervoeder of water worden toegevoegd met name om een of meer van de volgende functies te
vervullen: voldoen aan de voedingsbehoeften van dieren, de eigenschappen van diervoeder of dierlijke producten, de kleuren van siervissen en vogels, het milieu-effect van de dierlijke productie en dierlijke productie, prestaties of welzijn gunstig beïnvloeden. Om de door het gebruik van dergelijke toevoegingsmiddelen teweeggebrachte verbeteringen, en bijgevolg een toename van de productiviteit en de kwaliteit van de dierlijke productie te garanderen, is het nodig de toegang van toevoegingsmiddelen tot de markt te vergemakkelijken en te versnellen. Bijgevolg, en om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen worden ingekort voor de vaststelling van deze maatregelen houdende vaststelling van nieuwe categorieën en functionele groepen voor toevoegingsmiddelen en voor de wijzigingen van de bijlagen II, III en IV.
toevoegingsmiddelen worden vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(3) Artikel 7, lid 5, tweede alinea, wordt vervangen door:
"Verdere uitvoeringsvoorschriften voor dit artikel kunnen na raadpleging van de Autoriteit
worden vastgesteld.
Voorschriften die vereenvoudigde regelingen voor het verlenen van vergunningen voor toevoegingsmiddelen die zijn toegestaan voor gebruik in levensmiddelen, mogelijk maken, worden vastgesteld door de Commissie.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van
deze verordening beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere uitvoeringsmaatregelen kunnen volgens de procedure van artikel 22, lid 2, worden aangenomen. In deze voorschriften moet, voorzover van toepassing, een onderscheid worden
gemaakt tussen voorschriften betreffende toevoegingsmiddelen voor
voedselproducerende dieren en voorschriften die voor andere dieren, met name huisdieren, gelden."
(4) Artikel 16, lid 6, wordt vervangen door:
"De Commissie kan bijlage III aanpassen aan de technologische vooruitgang en
wetenschappelijke ontwikkeling. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 22, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 21, derde alinea, wordt vervangen door:
"Nadere bepalingen ter uitvoering van bijlage II worden vastgesteld volgens de in artikel 22,
bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen te wijzigen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2065/2003 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2065/2003 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 17, lid 3 wordt vervangen door:
"3. Zo nodig stelt de Commissie, na de Autoriteit om wetenschappelijke en technische
bijstand te hebben verzocht, kwaliteitscriteria vast voor gevalideerde analysemethoden die overeenkomstig punt 4 van bijlage II zijn voorgesteld, inclusief de te meten stoffen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 18 wordt vervangen door:
"Artikel 18
Wijzigingen
-
1.Wijzigingen in de bijlagen worden door de Commissie vastgesteld nadat de Autoriteit
om wetenschappelijke en/of technische bijstand is gevraagd. Deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 19, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
prevalentie van zoönoses en zoönoseverwekkers vast te stellen, om specifieke bestrijdingsmethoden en specifieke voorschriften inzake de criteria voor de beoordeling van testmethoden vast te stellen en om de verantwoordelijkheden en taken van de referentielaboratoria en de voorschriften voor de uitvoering van communautaire controles vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2160/2003 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:
"De doelstellingen, en eventuele wijzigingen daarvan, worden door de Commissie
vastgelegd. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beogen te wijzigen, onder meer door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de
in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 6, onder a), wordt vervangen door:
"a) Bijlage I kan door de Commissie worden gewijzigd met het oog op de onder b),
vermelde doelstellingen, in het bijzonder rekening houdende met de onder c),
vermelde criteria. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze
verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
c)Lid 7 wordt vervangen door:
"7. Bijlage III kan door de Commissie gewijzigd of aangevuld worden. Deze
-
b)De volgende tweede alinea wordt toegevoegd:
"Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 9, lid 4, wordt vervangen door:
"4. Onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 6, kunnen door de Commissie specifieke
voorschriften worden vastgesteld betreffende het vaststellen van de in artikel 5, lid 5, en
in lid 2 van onderhavig artikel bedoelde criteria door de lidstaten. Deze maatregelen, die
niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te
vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 10, lid 5 wordt vervangen door:
"5. De lidstaat van bestemming kan volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure
worden toegestaan om gedurende een overgangsperiode te eisen dat de resultaten van de
in lid 4 van onderhavig artikel bedoelde tests aan dezelfde criteria voldoen als die welke
de lidstaat in zijn eigen programma overeenkomstig artikel 5, lid 5, heeft vastgesteld.
De toestemming kan worden ingetrokken en onverminderd het bepaalde in artikel 5,
lid 6, kunnen door de Commissie specifieke voorschriften worden vastgesteld
betreffende het vaststellen van dergelijke criteria. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(6) Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 2 wordt vervangen door:
"2. De verantwoordelijkheden en taken van de communautaire referentielaboratoria,
in het bijzonder wat betreft de coördinatie van hun werkzaamheden met die van de
"Zo nodig kunnen door de Commissie andere testmethoden worden goedgekeurd. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door
haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(8) Artikel 13 wordt vervangen door:
"Artikel 13
Uitvoerings- en overgangsmaatregelen
De Commissie kan de nodige overgangsmaatregelen of uitvoeringsmaatregelen vaststellen,
met inbegrip van de noodzakelijke wijzigingen in de desbetreffende gezondheidscertificaten. Overgangsmaatregelen van algemene strekking tot wijziging van
niet-essentiële onderdelen
van deze verordening, met inbegrip van maatregelen die haar aanvullen met nieuwe niet- essentiële onderdelen
, en in het bijzonder verdere preciseringen van de vereisten die in de
bepalingen van deze verordening zijn vastgelegd, worden vastgesteld volgens de in
artikel 14, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
Andere uitvoerings- of overgangsmaatregelen kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.
"
(9) Artikel 14, lid 3, wordt vervangen door:
"3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat
besluit."
(10) Artikel 17, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Praktische regelingen voor de uitvoering van dit artikel, met name die welke
betrekking hebben op de procedure voor samenwerking met de bevoegde nationale autoriteiten, worden vastgesteld volgens de in artikel 14, lid 2, bedoelde procedure
vastgesteld.
Het gebruik van weefsels en cellen voor toepassing in het menselijk lichaam houdt het risico in dat ziektes worden overgedragen en andere mogelijke bijwerkingen zich bij ontvangers voordoen. Dat risico kan worden verkleind door donoren zorgvuldig te selecteren en elke donatie te testen. Meer bepaald kunnen door wetenschappelijke vooruitgang nieuwe geschiktheidscriteria voor de selectie van donoren en nieuwe voorschriften voor laboratoriumtests worden ontwikkeld en deze moeten daarom onverwijld in de EU-wetgeving worden opgenomen om potentiële donoren die een risico vormen voor de gezondheid van andere mensen, uit te sluiten. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor het nemen van besluiten over de selectiecriteria voor donoren van weefsels en/of cellen en over de voor donoren vereiste laboratoriumtests worden ingekort.
Over opslag, vervoer en distributie van weefsel en cellen wordt overlegd binnen het kader van de Raad van Europa. Elke vordering in deze context die aanleiding geeft tot nieuwe internationaal erkende voorwaarden moet onverwijld in de EU-wetgeving worden opgenomen. Om redenen van doeltreffendheid moeten de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen voor de vaststelling van besluiten over de verwerking, opslag en distributie van weefsel en cellen worden ingekort.
Wanneer wetenschappelijke en technische ontwikkelingen inzake selectiecriteria en laboratoriumtests voor donoren nieuw bewijs leveren voor via donatie overdraagbare ziektes, moet de communautaire wetgeving snel worden aangepast. Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de aanneming van besluiten over de selectiecriteria voor donoren van weefsels en/of cellen en over de voor donoren vereiste laboratoriumtests, de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 3,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
-
b)Lid 6 wordt vervangen door:
"6. De procedures ter waarborging van de traceerbaarheid op communautair niveau
worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(2) Artikel 9, lid 4 wordt vervangen door:
"4. De procedures om na te gaan of er sprake is van gelijkwaardige kwaliteits- en
veiligheidsnormen zoals bedoeld in lid 1, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)De inleidende zin wordt vervangen door:
"De technische voorschriften en de aanpassing daarvan aan de vooruitgang van
wetenschap en techniek worden met betrekking tot de hieronder genoemde punten door
de Commissie vastgesteld:"
-
b)De volgende leden worden toegevoegd:
"1. De onder a) tot en met i), bedoelde technische voorschriften, die maatregelen zijn
die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan
te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 29, lid 3, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing.
5.16. Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en
levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 882/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om uitvoeringsmaatregelen vast te stellen met betrekking tot de methoden van bemonstering en analyse, de voorwaarden te bepalen waaronder speciale behandelingen plaatsvinden, de minimumbedragen van eventueel geïnde vergoedingen of heffingen bij te werken, de omstandigheden te bepalen waarin een officiële certificering is vereist, de lijsten van communautaire referentielaboratoria te wijzigen en bij te werken en om criteria voor het bepalen van de risico's van naar de Gemeenschap uitgevoerde producten en specifieke invoervoorwaarden vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 882/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 11, lid 4, wordt als volgt gewijzigd:
-
a)De inleidende alinea wordt vervangen door:
"De Commissie kan de volgende uitvoeringsmaatregelen vaststellen:"
-
b)De volgende tweede alinea wordt toegevoegd:
"Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4,
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(4) Artikel 30, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
-
a)De inleidende alinea wordt vervangen door:
"Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen inzake de officiële certificering met het oog
op de diergezondheid of het dierenwelzijn, kunnen door de Commissie eisen worden
vastgesteld voor:"
-
b)De volgende tweede en derde alinea worden toegevoegd:
"De onder a) bedoelde maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening
beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62,
lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
De onder b) tot en met g) bedoelde maatregelen worden vastgesteld volgens de in
artikel 62, lid 3, bedoelde procedure."
(5) Artikel 32, lid 5, wordt vervangen door:
"5. Andere communautaire referentielaboratoria die van belang zijn voor de in artikel 1
genoemde gebieden, kunnen door de Commissie worden opgenomen in bijlage VII.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing. Bijlage VII kan volgens dezelfde procedure
worden bijgewerkt."
(6) Artikel 32, lid 6 wordt vervangen door:
"6. Aanvullende verantwoordelijkheden en taken van de communautaire
referentielaboratoria kunnen worden vastgesteld door de Commissie. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(9) Artikel 48, lid 1, wordt vervangen door:
"1. Voorzover de voorwaarden en gedetailleerde procedures die bij de invoer van goederen
uit derde landen of uit regio's daarvan moeten worden nageleefd, niet in de
communautaire wetgeving, en in het bijzonder Verordening (EG) nr. 854/2004, zijn
opgenomen, worden zij, indien nodig, door de Commissie vastgesteld. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(10) Artikel 62, lid 4, wordt vervangen door:
"4. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat
besluit."
(11) Artikel 63, lid 1, wordt vervangen door:
"1. a) Overgangsmaatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, met inbegrip van maatregelen die de verordening aanvullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, met name:
-
-wijziging van de in artikel 12, lid 2, bedoelde normen;
-
-bepaling van de diervoeders die in het kader van deze richtlijn als voeders van dierlijke oorsprong moeten worden beschouwd;
en verdere preciseringen van de vereisten die in de bepalingen van deze verordening zijn vastgelegd, worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 62, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.
"2. Om rekening te houden met de specifieke aard van de Verordeningen (EEG)
nr. 2092/91, (EEG) nr. 2081/92 en (EEG) nr. 2082/92, kunnen door de Commissie aan
te nemen specifieke maatregelen de mogelijkheid bieden tot de noodzakelijke
afwijkingen van en aanpassingen aan de bij deze verordening vastgestelde regels. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen
door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(13) Artikel 64 wordt vervangen door:
"Artikel 64
Wijziging van bijlagen en van verwijzingen naar Europese normen
Volgende maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te
wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 62, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure
met toetsing:
-
1)de bijlagen bij deze verordening, met uitzondering van de bijlagen I, IV en V,
onverminderd artikel 27, lid 3, kunnen worden bijgewerkt, met name om rekening te
houden met administratieve wijzigingen en de wetenschappelijke en/of technische
vooruitgang;
-
2)de verwijzingen naar de Europese normen in deze verordening kunnen worden
bijgewerkt, indien deze door het CEN worden gewijzigd."
5.17. Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004
inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en
houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 1935/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om bijzondere maatregelen te nemen voor groepen materialen en voorwerpen, betreffende de communautaire toelating van een stof en de wijziging, schorsing of intrekking van die toelating. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 1935/2004 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
die zijn opgenomen in actieve of intelligente materialen en voorwerpen die in contact komen met levensmiddelen, of een lijst/lijsten van actieve of intelligente materialen en voorwerpen en, indien nodig, speciale voorwaarden voor het gebruik van die stoffen en/of van de materialen en voorwerpen waarin zij zijn opgenomen; zuiverheidsnormen; bijzondere gebruiksvoorwaarden voor stoffen en/of materialen en voorwerpen waarin deze stoffen worden gebruikt; specifieke grenswaarden voor de migratie van bepaalde bestanddelen of groepen van bestanddelen in of op levensmiddelen; wijzigingen van bestaande bijzondere richtlijnen inzake materialen en voorwerpen; communautaire toelatingen en de wijziging, schorsing of intrekking ervan.
Wanneer om dwingende urgente redenen de normaal voor de regelgevingsprocedure met toetsing toepasselijke termijnen niet kunnen worden nageleefd, moet de Commissie voor de vaststelling van bijzondere maatregelen betreffende de wijziging, schorsing of intrekking van communautaire toelatingen de in artikel 5 bis, lid 6, van Besluit 1999/468/EG vastgestelde urgentieprocedure kunnen toepassen.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 1935/2004 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
-
a)Lid 1, eerste alinea, wordt vervangen door:
"Voor de in bijlage I genoemde groepen materialen en voorwerpen en, in voorkomend
geval, combinaties van deze materialen en voorwerpen of gerecycleerde materialen en
voorwerpen die worden gebruikt bij de vervaardiging van deze materialen en
voorwerpen, kunnen door de Commissie bijzondere maatregelen worden vastgesteld of
"2. De bestaande bijzondere richtlijnen inzake materialen en voorwerpen kunnen door
de Commissie worden gewijzigd. Deze maatregelen, die de niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 4, bedoelde
regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 11, lid 3, wordt vervangen door:
"De communautaire toelating in de vorm van een bijzondere maatregel als bedoeld in lid 1,
wordt door de Commissie vastgesteld. Deze maatregel, die niet-essentiële onderdelen van
deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt vastgesteld volgens de in
artikel 23, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 12, lid 6, wordt vervangen door:
"Een definitieve bijzondere maatregel betreffende de wijziging, schorsing of intrekking van
de toelating wordt door de Commissie vastgesteld. Deze maatregel, die niet-essentiële
onderdelen van deze verordening beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt
vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing. Om
dwingende urgente redenen kan de Commissie gebruik maken van de in artikel 23, lid 5,
bedoelde urgentieprocedure."
(4) Artikel 22 wordt vervangen door:
"Artikel 22
De wijzigingen van de bijlagen I en II worden door de Commissie vastgesteld. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 23, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(5) Artikel 23 wordt als volgt gewijzigd:
-
6.Energie en vervoer
6.1. Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen1
Met betrekking tot Richtlijn 96/98/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om beproevingsnormen vast te stellen wanneer de internationale organisaties daar na een redelijke termijn niet in slagen of weigeren dat te doen, om uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 over te schrijven en om in uitzonderlijke gevallen toe te staan dat technisch innoverende uitrusting aan boord wordt geplaatst. De Commissie moet ook de bevoegdheid worden gegeven om voor de doeleinden van deze richtlijn de achtereenvolgende wijzigingen van de internationale instrumenten toe te passen, bijlage A bij te werken, de mogelijkheid toe te voegen om bepaalde modules te gebruiken voor uitrusting van bijlage A.1, de kolommen betreffende de conformiteitsbeoordelingsmodules te wijzigen en normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in artikel 2 toe te voegen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 96/98/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 96/98/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 7, leden 5 en 6, wordt vervangen door:
"5. Indien de internationale organisaties, met inbegrip van de IMO, na een redelijke termijn
geen passende beproevingsnormen voor een bepaald soort uitrusting hebben vastgesteld
of weigeren dat te doen, kunnen normen worden vastgesteld die gebaseerd zijn op het
werk van de Europese normalisatie-instellingen. Deze maatregel, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen door haar aan te vullen, wordt
Commissie, indien de lidstaat die het besluit heeft genomen dit wenst te handhaven, na
overleg met de betrokken partijen, de zaak binnen twee maanden voor aan het in artikel
18, lid 1, bedoelde comité en start zij de procedure van artikel 18, lid 2."
(3) Artikel 14, lid 5, wordt vervangen door:
"5. De in lid 1 bedoelde uitrusting wordt toegevoegd aan bijlage A.2. Deze maatregel, die
niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beoogt te wijzigen, wordt vastgesteld
volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(4) Artikel 17, eerste alinea, wordt vervangen door:
"De richtlijn kan worden gewijzigd met het oog op:
-
a)de toepassing voor de doeleinden van deze richtlijn van de achtereenvolgende
wijzigingen van de internationale instrumenten;
-
b)de bijwerking van bijlage A door opname daarin van nieuwe uitrusting en
overschrijving van uitrusting van bijlage A.2 naar bijlage A.1 en vice versa;
-
c)de toevoeging van de mogelijkheid modules B + C en module H te gebruiken voor
uitrusting van bijlage A.1, alsmede door wijziging van de kolommen betreffende de
conformiteitsbeoordelingsmodules;
-
d)toevoeging van normalisatieorganisaties in de definitie van beproevingsnormen in
artikel 2.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
(5) Artikel 18 wordt vervangen door:
6.2. Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november
2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van
verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wijziging van de verordeningen op het
gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2099/2002 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om artikel 2, punt 2, te wijzigen teneinde er de vermeldingen van de communautaire besluiten waarbij het COSS uitvoeringsbevoegdheden worden verleend die na de aanneming van deze verordening van kracht zijn geworden, in op te nemen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG)
nr. 2099/2002, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Verordening (EG) nr. 2099/2002 als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3 wordt vervangen door:
"1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor maritieme veiligheid en
voorkoming van verontreiniging door schepen, hierna het COSS genoemd.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op
één maand.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
(2) Artikel 7 wordt vervangen door:
Met betrekking tot Richtlijn 2003/42/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de bijlagen te wijzigen teneinde de daarin opgenomen voorbeelden uit te breiden of te wijzigen, om de uitwisseling van informatie te bevorderen en om maatregelen aan te nemen voor de verspreiding van de informatie aan belanghebbende partijen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2003/42/EG en ter aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Bijgevolg wordt Richtlijn 2003/42/EG als volgt gewijzigd:
(1) Artikel 3, lid 2, wordt vervangen door:
"2. De Commissie kan besluiten de bijlagen te wijzigen teneinde de daarin opgenomen
voorbeelden uit te breiden of te wijzigen. Deze maatregelen, die niet-essentiële
onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in
artikel 10, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 7, lid 2, wordt vervangen door:
"2. Onverminderd het recht van het publiek op toegang tot de documenten van de
Commissie, als neergelegd in Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees
Parlement en de Raad (*), neemt de Commissie eigener beweging maatregelen voor de
verspreiding aan de belanghebbende partijen van de in lid 1 bedoelde informatie en de
daarvoor geldende voorwaarden. Deze maatregelen, die algemeen of individueel van
aard kunnen zijn, zijn gebaseerd op de noodzaak om:
-
-personen en organisaties te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om de
veiligheid van de burgerluchtvaart te verbeteren;
(3) Artikel 10 wordt vervangen door:
"Artikel 10
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 12 van
Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt op drie maanden
gesteld.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan."
6.4. Richtlijn 2004/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de
veiligheid van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de
Gemeenschap1
Met betrekking tot Richtln 2004/36/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om maatregelen te nemen voor de verspreiding aan belanghebbende partijen van de informatie die is verkregen via in het kader van het SAFA-programma van de Europese Gemeenschap uitgevoerde platforminspecties, en om maatregelen te nemen tot wijziging van de bijlagen bij de richtlijn, houdende elementen van technische procedures voor het uitvoeren van en de verslaglegging over SAFA platforminspecties. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/36/EG en tot aanvulling van deze richtlijn met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
-
-de verspreiding van informatie te beperken tot hetgeen strikt vereist is voor het
doel van de gebruikers ervan, teneinde een passende vertrouwelijkheid van die
informatie te waarborgen.
De individuele maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 3, bedoelde
procedure.
De algemene maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te
wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 4,
bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, lid 2, wordt vervangen door:
"Op grond van de krachtens lid 1 ingewonnen informatie kan de Commissie:
(a) volgens de procedure van artikel 10, lid 2, alle nodige maatregelen treffen om de uitvoering van de bepalingen van de artikelen 3, 4 en 5 te vergemakkelijken, zoals:
-
-bepaling van het formaat voor de opslag en verspreiding van gegevens;
-
-oprichting of ondersteuning van de toepasselijke instanties die de instrumenten voor de inzameling en uitwisseling van informatie moeten beheren of gebruiken;
(b) - de gedetailleerde voorwaarden voor het uitvoeren van platforminspecties, inclusief systematische platforminspecties, vaststellen;
-
-de lijst van in te winnen inlichtingen vaststellen.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 10 wordt vervangen door:
-
5.Voorts kan het comité door de Commissie worden geraadpleegd over elke andere met
de toepassing van deze richtlijn verband houdende aangelegenheid.
__________________
(*) PB L 373 van 31.12.1991, blz. 4-8."
(4) Artikel 12 wordt vervangen door:
"Artikel 12
De bijlagen bij deze richtlijn kunnen door de Commissie worden gewijzigd.
Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen,
worden vastgesteld volgens de in artikel 10, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met
toetsing."
6.5. Verordening (EG) nr. 868/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004
betreffende bescherming tegen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen schade
toebrengende subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten
vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 868/2004 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om een uitvoerige methodologie te ontwikkelen om oneerlijke tariefpraktijken vast te stellen. Deze methodologie moet onder meer de manier bevatten waarop normale concurrerende tarifering, werkelijke kosten en redelijke winstmarges zullen worden beoordeeld in de specifieke context van de luchtvaartsector. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 868/2004, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 11 van
Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad (*).
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
3 bis Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat
besluit.
__________________
(*) PB L 240 van 24.8.1992, blz. 8."
6.6. Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake
minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet1
Met betrekking tot Richtlijn 2004/54/EG moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de wijzigingen aan te brengen die nodig zijn voor de aanpassing van de bijlagen aan de technische vooruitgang. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Richtlijn 2004/54/EG, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
De Commissie past de bijlagen van deze richtlijn aan de technische vooruitgang aan. Deze
maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn beogen te wijzigen, worden
vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 17 wordt vervangen door:
"Artikel 17
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 daarvan.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7
van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat
besluit."
6.7. Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december
2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen
waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van
luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking
van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG1
Met betrekking tot Verordening (EG) nr. 2111/2005 moet de Commissie in het bijzonder de bevoegdheid worden gegeven om de gemeenschappelijke criteria om een luchtvaartmaatschappij een exploitatieverbod op te leggen, te wijzigen teneinde rekening te houden met wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 2111/2005 en tot aanvulling van deze verordening met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG vastgestelde regelgevingsprocedure met toetsing worden vastgesteld.
"2. De gemeenschappelijke criteria voor het opleggen van een exploitatieverbod aan een
luchtvaartmaatschappij, waaraan de geldende veiligheidsnormen ten grondslag liggen,
staan vermeld in de bijlage. De Commissie kan de bijlage wijzigen, met name op grond
van wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. Deze maatregelen, die niet-
essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen, worden vastgesteld
volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(2) Artikel 8, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De Commissie stelt uitvoeringsmaatregelen vast om gedetailleerde voorschriften met
betrekking tot de in dit hoofdstuk vermelde procedures te geven. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing."
(3) Artikel 15 wordt vervangen door:
"Artikel 15
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 12 van Verordening (EEG)
nr. 3922/91 bedoelde comité.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
-
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG
van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
drie maanden.
-
4.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en lid 5,
onder b), en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van
Chronologische index
(1) Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van
communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen
(2) Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeders met
bijzonder voedingsdoel
(3) Verordening (EG) nr. 2494/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake geharmoniseerde
indexcijfers van de consumptieprijzen
(4) Richtlijn 96/23/EG van de Raad van 29 april 1996 inzake controlemaatregelen ten aanzien
van bepaalde stoffen en residuen daarvan in levende dieren en in produkten daarvan en tot
intrekking van de Richtlijnen 85/358/EEG en 86/469/EEG en de Beschikkingen 89/187/EEG
en 91/664/EEG
(5) Richtlijn 96/59/EG van de Raad van 16 september 1996 betreffende de verwijdering van
polychloorbifenylen en polychloorterfenylen
(6) Richtlijn 96/98/EG van de Raad van 20 december 1996 inzake uitrusting van zeeschepen
(7) Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997
betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten
(8) Richtlijn 97/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1997
betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake maatregelen
tegen de uitstoot van verontreinigende gassen en deeltjes door inwendige
verbrandingsmotoren die worden gemonteerd in niet voor de weg bestemde mobiele machines
(9) Verordening (EG) nr. 577/98 van de Raad van 9 maart 1998 betreffende de organisatie van
een steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap
(15) Verordening (EG) nr. 530/1999 van de Raad van 9 maart 1999 betreffende
structuurstatistieken van lonen en loonkosten
(16) Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december
1999 inzake weesgeneesmiddelen
(17) Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende
de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie
van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame bladzijde 59
(18) Verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000
betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen
(19) Richtln 2001/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wettelke en bestuursrechtelke bepalingen van de lidstaten
inzake de toepassing van goede klinische praktken b de uitvoering van klinische proeven
met geneesmiddelen voor menselk gebruik
(20) Richtlijn 2001/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2001 betreffende de
onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten
inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaksproducten
(21) Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot
vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor
diergeneeskundig gebruik
(22) Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake
algemene productveiligheid
(23) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002
tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de
levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden
(28) Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003
betreffende de loonkostenindex
(29) Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de
melding van voorvallen in de burgerluchtvaart
(30) Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september
2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor diervoeding
(33) Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende
coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water en
energievoorziening, vervoer en postdiensten
(34) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende
de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken,
leveringen en diensten
(35) Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot
vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen,
bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen
(36) Richtlijn 2004/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 inzake de
veiligheid van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de
Gemeenschap
(37) Verordening (EG) nr. 868/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004
betreffende bescherming tegen aan communautaire luchtvaartmaatschappijen schade
toebrengende subsidiëring en oneerlijke tariefpraktijken bij de levering van luchtdiensten
vanuit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap
(38) Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake
minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet
(39) Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de
Raad
(44) Richtlijn 2006/7/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende
het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG
(45) Richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende
het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn
2004/35/EG
(46) Richtlijn 2006/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 betreffende
machines en tot wijziging van Richtlijn 95/16/EG (herschikking)
| publicatiedatum | 07-01-2009 |
|---|---|
| kenmerk | 17269/08 |
