Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex (LKI) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 9 februari 2009 (10.02)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

6233/09

ECOFIN 104 SOC 77 STATIS 12

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 4 februari 2009

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex (LKI)

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2009) 33 definitief.

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 3.2.2009 COM(2009) 33 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE

RAAD

over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en

de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex (LKI)

  • 1. 
    INLEIDING

De loonkosten zijn een belangrijke factor voor de analyse van de economische ontwikkeling op korte en middellange termijn. De tijdige productie van een loonkostenindex voor de Europese Unie en de eurozone wordt daarom door de Commissie en de Europese Centrale Bank van het allerhoogste belang geacht voor een beoordeling van de inflatoire druk als gevolg van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Verder is de loonkostenindex van belang voor de sociale partners bij hun loonoverleg en voor de Commissie zelf voor haar toezicht op de conjuncturele ontwikkelingen bij de loonkosten. De loonkostenindex is een van de Europese economische indicatoren (VEEI's)

1.

Bij Verordening (EG) nr. 450/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de loonkostenindex (LKI) is een gemeenschappelijk kader voor de productie en indiening van vergelijkbare indexcijfers van de loonkosten in de Gemeenschap vastgesteld (PB L 69 van 13.3.2003, blz. 1). De Commissie (Eurostat) publiceert de index om de drie maanden.

2

De Commissie keurde in juli 2003 Verordening (EG) nr. 1216/2003 (PB L 169 van 8.7.2003, blz. 37) goed, waarin de procedures voor de indiening van de indexcijfers, de specifieke correcties (voor seizoensinvloeden) en de inhoud van de nationale kwaliteitsverslagen nader zijn omschreven. Sinds het laatste verslag aan het Europees Parlement en de Raad van 2006

3

heeft de Commissie een nieuwe Verordening (EG) nr. 224/2007 van 1 maart 2007 (PB L 64 van 2.3.3007, blz. 23) goedgekeurd. Hierin wordt de uitvoeringsverordening van 2003 gewijzigd en de werkingssfeer van de loonkostenindex uitgebreid tot de in secties L, M, N en

O van de NACE Rev. 1 gedefinieerde economische activiteiten. Deze uitbreiding betekent dat ook niet-marktdiensten, die het grootste deel van deze secties uitmaken en een andere dynamiek kunnen hebben dan marktdiensten, erin zullen worden opgenomen.

Krachtens artikel 13 van Verordening (EG) nr. 450/2003 moet om de twee jaar een verslag over de uitvoering worden ingediend. In die verslagen moet in het bijzonder de kwaliteit van de ingediende LKI-gegevensreeksen en van de ingediende historische gegevens worden geanalyseerd. Artikel 8, lid 2, van deze verordening verlangt de jaarlijkse indiening van nationale kwaliteitsverslagen. Volgens bijlage I van de uitvoeringsverordening (Verordening (EG) nr. 1216/2003) moet de kwaliteit van de loonkostenindex aan de hand van de volgende criteria worden vastgesteld: relevantie, nauwkeurigheid, actualiteit, punctualiteit, toegankelijkheid, duidelijkheid, vergelijkbaarheid, coherentie en volledigheid.

herzieningen van de cijfers uit het verleden minder ingrijpend en is de volatiliteit van de index afgenomen. De historische gegevens, die in 2006 in veel gevallen nog ontbraken, zijn inmiddels door alle lidstaten aangeleverd. Beide nieuwe lidstaten (Bulgarije en Roemenië) hebben de LKI volgens de kwaliteitsnormen van Verordening (EG) nr. 450/2003 kunnen indienen. Ondertussen hebben alle EU-lidstaten de LKI-verordening ten uitvoer gelegd en worden de gegevens op enkele uitzonderingen na binnen de voorgeschreven termijn aan de Commissie (Eurostat) verstrekt.

Aangezien er nu voor alle lidstaten indexcijfers beschikbaar zijn, kunnen EU-aggregaten worden opgesteld en is het mogelijk de ontwikkeling van de loonkosten per uur in de lidstaten met voldoende nauwkeurigheid te vergelijken. Enkele lidstaten moeten echter nog meer aandacht besteden aan een aantal kwaliteitsaspecten voordat het harmonisatieproces kan worden afgesloten. De punten waarom het gaat, worden hieronder besproken.

Terwijl de lidstaten de noodzakelijke faciliteiten voor de productie van de LKI boden, heeft de Commissie (Eurostat) het productiesysteem voor de tijdige ontvangst, verificatie, bewerking, opslag en verspreiding van de LKI-gegevens onderhouden en uitgebreid. Deze processen, die sinds 2005 volledig operationeel zijn, worden voortdurend geanalyseerd en bijgesteld.

  • 2. 
    1 Uitbreiding tot NACE Rev. 1, secties L tot en met O, en overgang naar NACE

Rev. 2

Bij Verordening (EG) nr. 224/2007 van 1 maart 2007 (PB L 64 van 2.3.2007, blz. 23) is de werkingssfeer van de LKI uitgebreid tot niet-marktdiensten. Sinds het eerste kwartaal van 2007 moeten de niet voor seizoensinvloeden gecorrigeerde LKI-gegevens voor de NACE-secties L tot en met O elk kwartaal bij Eurostat worden ingediend. Zodra voor een lidstaat over vier jaar gegevens beschikbaar zijn, moet de reeks ook worden ingediend met een correctie voor het aantal werkdagen en voor seizoensinvloeden. Momenteel worden deze gegevens, waaronder de cijfers met een correctie voor het aantal werkdagen en voor seizoensinvloeden, ingediend door alle lidstaten aan wie geen afwijking is toegestaan. De afwijkingen voor België, Denemarken, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Cyprus, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen en Zweden lopen af op de uiterste datum voor het indienen van de gegevens over het eerste kwartaal van 2009. Per die datum moeten de gegevensreeksen voor alle lidstaten de secties L tot en met O van de NACE Rev. 1 bevatten.

Italië, Cyprus, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije en het Verenigd Koninkrijk. Nederland heeft ook gegevens van voldoende kwaliteit over de verslagperiode ingediend, maar deed dit voor bijna alle kwartalen veel te laat;

Nederland voldeed derhalve niet aan het punctualiteitsvereiste van de Verordening. Hongarije, Finland en Zweden hebben wel regelmatig gegevens aangeleverd, maar hebben in meer of mindere mate niet voldaan aan de definities van de LKI, zoals hieronder uitvoering wordt beschreven. Ook Ierland voldeed niet volledig aan het nauwkeurigheidsvereiste van de LKI en heeft bovendien de gegevens voor alle kwartalen van 2008 niet op tijd ingediend. Griekenland en Oostenrijk hebben hun gegevens voor het grootste deel van de verslagperiode op tijd ingediend, maar herzien momenteel hun LKI vanwege zorgen over de kwaliteit. Over het geheel genomen is dit resultaat een vooruitgang ten opzichte van de situatie in het verslag van 2006, toen naast een aantal ernstige kwaliteitsproblemen enkele reeksen historische gegevens en reeksen met voor aantal werkdagen en seizoensinvloeden gecorrigeerde gegevens nog ontbraken.

3.2 Details van de tekortkomingen ten aanzien van de kwaliteit

3.2.1 auwkeurigheid

Problemen met de nauwkeurigheid kunnen betrekking hebben op een aantal aspecten van de LKI. Over het algemeen hebben deze te maken met gebrekkige basisgegevens en kunnen zij leiden tot een grote volatiliteit van de LKI-reeksen. Onnauwkeurige gegevens zijn in sommige gevallen ook niet goed vergelijkbaar met die van andere lidstaten en kunnen bovendien aanleiding geven tot inconsistenties tussen de LKI en andere gegevensbronnen die vergelijkbare aspecten meten (bv. de ontwikkeling van het uurloon van werknemers). Over het algemeen worden problemen met de nauwkeurigheid door de betrokken lidstaten besproken in het jaarlijkse kwaliteitsverslag en houdt de Commissie (Eurostat) toezicht op de geboekte of geplande voortgang met het gebruik van betere bronnen.

Momenteel kampen zes lidstaten met problemen met de nauwkeurigheid. Ierland, Hongarije, Finland en Zweden hebben momenteel geen goede basisgegevens ter beschikking die zij nodig hebben om volledig aan de verordening te voldoen

  • 4. 
    De LKI-gegevens van Griekenland laten

een onverklaarbare groei zien, die niet te rijmen valt met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Oostenrijk is om dezelfde reden gestopt met het aanleveren van gegevens en onderzoekt momenteel de oorzaak van deze kwaliteitsproblemen.

Hongarije: De gegevens hebben betrekking op particuliere ondernemingen met ten minste vijf werkzame personen en op overheidsorganisaties ongeacht de omvang.

Oostenrijk: In september 2008 werd gestopt met het aanleveren van gegevens vanwege de ongeloofwaardige en volatiele resultaten.

Finland: De gegevens hebben alleen betrekking op voltijds werkzame werknemers. De ontwikkeling van de loonkosten per kwartaal wordt sedert het eerste kwartaal van 2005 gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de verdiende lonen voor de normale arbeidstijd. Om de jaarlijkse veranderingen in de loonkostenindex te berekenen, zijn de arbeidskrachtenenquête, de structuurstatistieken van lonen en de gegevens van de nationale rekeningen gebruikt. In het algemeen zijn er grote achterstanden tot twee jaar bij verschillende van de voor de berekening van de LKI gebruikte bronnen. Derhalve wordt bij de loonkostenindex de conjuncturele ontwikkeling van de loonkosten per uur in Finland thans niet volledig met de gewenste nauwkeurigheid in aanmerking genomen, terwijl de bruikbaarheid door omvangrijke herzieningen wordt beperkt.

Zweden: Onregelmatig uitgekeerde premies blijven bij de meting van de loonkosten buiten beschouwing. De gegevens hebben alleen betrekking op de particuliere sector.

3.2.2 Actualiteit

De actualiteit is sinds het laatste verslag van 2006 steeds meer verbeterd. iettemin hebben verschillende lidstaten om diverse redenen de LKI voor sommige kwartalen niet op tijd (70 dagen na het referentiekwartaal) ingeleverd. Actualiteit is van het grootste belang, aangezien vertraging bij het aanleveren van de gegevens betekent dat voor EU- en eurozone- aggregaten schattingen moeten worden gebruikt. Dit kan tot onnodig ingrijpende aanpassingen leiden. Hieronder volgt een opsomming van de lidstaten die de gegevens dermate laat aanleverden (>t+75) dat deze niet konden worden opgenomen in het driemaandelijks persbericht van de Commissie en extrapolaties van de LKI-waarden van de desbetreffende landen moesten worden gebruikt voor de EU- en eurozone-aggregaten voor dat kwartaal.

België: Leverde gedurende de verslagperiode driemaal de gegevens niet tijdig aan. Na een verbetering van de situatie in vergelijking met het verslag van 2006 hebben verschillende incidentele factoren ertoe geleid dat de LKI in de eerste helft van de verslagperiode van 2008 te laat werden aangeleverd. De gegevens voor het derde referentiekwartaal van 2008 worden op tijd verwacht.

3.2.3 Coherentie

In het jaarlijkse kwaliteitsverslag wordt de lidstaten verzocht de groei van de LKI te vergelijken met die van het uurloon van werknemers uit de nationale rekeningen volgens de definitie van het ESR 95. In beide gegevensverzamelingen wordt hetzelfde fenomeen gemeten, met kleine verschillen in de definities en een grotere gedetailleerdheid voor de LKI, waarvoor meestal andere of aanvullende bronnen worden gebruikt. Er kan derhalve geen volledige coherentie worden verwacht. iettemin blijkt uit het feit dat de groeicijfers zich in dezelfde richting ontwikkelen en in dezelfde orde van grootte liggen, dat de kwaliteit van de LKI- gegevens vergelijkbaar is met die van de gegevens uit de nationale rekeningen. De mate van coherentie is dus een goede indicator van de kwaliteit van de LKI-gegevens. Aangezien niet alle lidstaten kwartaalgegevens voor het uurloon van werknemers (gegevens uit de nationale rekeningen) produceren, is het niet mogelijk een volledig overzicht van de coherentie te geven. Het volgende overzicht is gebaseerd op de kwaliteitsverslagen van 2007.

Duitsland, Malta: Een hoge mate van coherentie, aangezien de LKI wordt gebaseerd op de nationale rekeningen.

Bulgarije, Cyprus, Tsjechië, Denemarken, Estland, Frankrijk, Litouwen, Luxemburg, Polen, Roemenië, Slovenië: Voldoende coherentie. De groeicijfers hebben meestal hetzelfde teken en liggen in dezelfde orde van grootte.

Finland: Weinig coherentie; grote verschillen tussen de groeicijfers van beide bronnen. Deze zijn te verklaren door de nauwkeurigheidsproblemen van de LKI die hierboven uitvoerig zijn beschreven.

België, Spanje, Griekenland, Italië, Letland, Nederland, Portugal, Zweden, Slovenië, Slowakije, het VK: Geen kwartaalgegevens van de nationale rekeningen beschikbaar of in het kwaliteitsverslag opgenomen.

  • 4. 
    CONCLUSIES

Over het geheel genomen is de naleving van de Verordening verbeterd in vergelijking met het vorige verslag van 2006. Alle lidstaten zijn middelen blijven vrijmaken voor maatregelen om de reeksen indexcijfers beter vergelijkbaar en actueler te maken. Hierdoor is de kwaliteit in het algemeen duidelijk verbeterd en is de bruikbaarheid van de gegevens toegenomen.

BIJLAGE

Details van aangekondigde nationale verbeteringsmaatregelen

Ierland

Ierland voert momenteel een strategie uit om de informatie over lonen en loonkosten uitgebreider te maken.

Eén element daarvan is een nieuwe driemaandelijkse enquête: de EHECS-enquête (Earnings, Hours and Employment Costs Survey). Deze enquête verschaft vergelijkbare en actuele gegevens over de loonkosten in alle sectoren van de economie en meet de lonen en werkgelegenheid op uitgebreidere en meer consistente wijze in de verschillende sectoren. De enquête richt zich op ondernemingen met drie of meer werknemers.

Er zullen gegevens worden verzameld over lonen, werkgeversbijdragen, andere indirecte loonkosten en gewerkte uren voor het hele kwartaal. Door deze indirecte loonkosten, die gewoonlijk niet als loonkosten worden meegerekend, ook in de enquête op te nemen, zal deze de personeelskosten en de concurrentiedruk beter weergeven.

De belangrijkste informatie die deze enquête zal opleveren is een indexcijfer van de loonkosten per gewerkt uur, en de enquête is bedoeld om veranderingen in de loonkosten op de korte termijn aan het licht te brengen. Aangezien in de enquête om uitgesplitste gegevens wordt gevraagd, kan informatie over de uurlonen met en zonder premies en per brede beroepsgroep worden verspreid.

De EHECS-enquête is bedoeld om aan de nationale en de EU-behoeften tegemoet te komen; zodra deze volledig operationeel is, kan Ierland LKI-gegevens indienen die volledig voldoen aan Verordening (EG) nr. 405/2003. De nieuwe EHECS-enquête betekent ook dat de speciale vierjaarlijkse enquête over de loonkosten in de toekomst achterwege kan blijven.

De EHECS-enquête zal uiteindelijk alle bestaande kortdurende loonenquêtes die momenteel door het nationaal bureau voor de statistiek worden uitgevoerd, vervangen. De EHECS- enquête is in 2005 ingevoerd voor de industrie en de financiële sector. De gegevens voor deze sectoren zijn nu beschikbaar en worden thans in de LKI gebruikt. Er worden nu ook gegevens verzameld voor de publieke sector en de distributiesector, maar die gegevens worden momenteel niet gebruikt. In 2009 zullen de meeste sectoren van de economie, van de industrie tot de particuliere dienstverlening (NACE C tot en met O), in de enquête zijn opgenomen.

minder sterk hoeven te worden aangepast. Vanaf het tweede kwartaal van 2008 zullen de gegevens binnen de termijn die in de Verordening is vastgelegd, worden aangeleverd.

Oostenrijk

Er is een uitgebreid kwaliteitsverbeteringsprogramma voor de Oostenrijkse LKI opgezet. Aangezien bij het verzamelen van gegevens voor de LKI diverse bronnen van wisselende kwaliteit en verschillende statistische eenheden worden gebruikt, wordt er nog gezocht naar de bron van de geconstateerde onregelmatigheden. Dit houdt onder andere in dat de gebruikte berekeningsmethoden en gegevensbronnen worden geëvalueerd en dat de naleving van de Verordening wordt beoordeeld. Het is de bedoeling dat de LKI in maart 2009 opnieuw wordt samengesteld voor het vierde kwartaal van 2008 en voor de ontbrekende historische gegevens.

Finland

Het Finse model voor het samenstellen van de loonkostenindex is gebaseerd op gegevens uit verschillende statistische bronnen. De nauwkeurigheid van de index wordt met elke herziening beter, omdat diverse statistische bronnen pas na bepaalde tijd beschikbaar komen.

In 2005 is het nationale bureau voor de statistiek van Finland begonnen met een project om een nieuw productiemodel voor de LKI in te voeren waarbij de primaire gegevens elk kwartaal rechtstreeks bij de ondernemingen worden ingewonnen. Met deze maatregelen zal Finland waarschijnlijk vanaf 2009 volledig aan de LKI-verordeningen kunnen voldoen.

Zweden

Te beginnen met de gegevens over het eerste kwartaal van 2009 zal Zweden ook gegevens over onregelmatig uitgekeerde premies en over de publieke sector indienen. Daarmee zal Zweden volledig aan de LKI-verordeningen voldoen.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

3 feb
'09
COM(2009)33 - Uitvoering van Verordening 450/2003 betreffende de loonkostenindex (LKI)


14 dec
'06
COM(2006)801 - Verslag over 2006 over de uitvoering van Verordening 450/2003


6 feb
'06
COM(2006)39 - Statistische classificatie van economische activiteiten NACE Rev. 2 en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3037/90 en enkele EG-verordeningen op specifieke statistische gebieden


3 sep
'02
COM(2002)482 - Gemeenschappelijk toezicht op de invoer van steenkool uit derde landen


23 jul
'01
COM(2001)418 - Loonkostenindex


Uitvoering van Verordening 450/2003 betreffende de loonkostenindex


Wijziging van Verordening (EG) nr. 1216/2003 met betrekking tot de economische activiteiten die opgenomen zijn in de loonkostenindex


 
publicatiedatum 09-02-2009
kenmerk 6233/09

Inhoud