RAAD VANBrussel, 31 juli 2009 (19.08)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
12531/09
DROIPEN 78 COPEN 150
NOTA
van:
het voorzitterschap
aan: de delegaties
nr. vorig doc.: 12141/09 DROIPEN 69 COPEN 142
Betreft: Ontwerp-resolutie van de Raad over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures
De Groep vrienden van het voorzitterschap heeft op 29/30 juli 2009 een bespreking gewijd aan
document 12141/09 DROIPEN 69 COPEN 142, dat een herziene versie van de bovengenoemde
BIJLAGE
Ontwerp-
Resolutie van de Raad over een routekaart ter versterking van de procedurele rechten van
verdachten en beklaagden in strafprocedures
De Raad van de Europese Unie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In de Europese Unie vormt het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de
fundamentele vrijheden (het "Verdrag") de gemeenschappelijke grondslag voor de
bescherming van de rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures, hetgeen in de
context van deze resolutie het strafproces en de fase ervoor omvat.
(2) Bovendien is het Verdrag, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de
Mens, voor de lidstaten een belangrijke grondslag voor het vertrouwen dat zij stellen in
elkaars strafrechtstelsels en voor het vergroten van dat vertrouwen. Tegelijk is er ruimte voor
verdere maatregelen van de Europese Unie om ervoor te zorgen dat de normen van het
Verdrag volledig worden geïmplementeerd en geëerbiedigd, en om, waar passend, de normen
met meer samenhang toe te passen en bestaande normen aan te scherpen.
(4) Hoewel er op het niveau van de Europese Unie verscheidene maatregelen zijn genomen om
voor de burger een hoog niveau van veiligheid te garanderen, is het immers nodig dat
specifieke problemen die kunnen rijzen wanneer iemand verdachte of beklaagde is in een
strafprocedure, worden opgelost.
(5) Met het oog op een eerlijk verloop van strafprocedures moeten er dan ook specifieke maat-
regelen worden genomen die betrekking hebben op de procedurele rechten. Door dergelijke
maatregelen, die naast wetgeving ook andere maatregelen kunnen omvatten, zal de burger er
meer vertrouwen in krijgen dat de Europese Unie en haar lidstaten zijn rechten zullen
beschermen en waarborgen.
(6) De Europese Raad van Tampere concludeerde in 1999 dat er, bij de toepassing van het
beginsel van wederzijdse erkenning, ook een begin dient te worden gemaakt met werkzaam-
heden betreffende de aspecten van het procesrecht waarvoor gemeenschappelijke minimum-
normen noodzakelijk worden geacht teneinde de toepassing van het beginsel van wederzijdse
erkenning te vergemakkelijken, een en ander met inachtneming van de fundamentele rechts-
beginselen van de lidstaten (punt 37).
(7) Het Haags Programma van 2004 verklaart dat verdere verwezenlijking van wederzijdse
erkenning als de hoeksteen van justitiële samenwerking impliceert dat gelijkwaardige normen
betreffende procedurele rechten in strafzaken worden ontwikkeld op basis van studies naar het
(9) Recente studies hebben aangetoond dat er onder deskundigen brede steun bestaat voor actie
van de Europese Unie betreffende de procedurele rechten, via wetgeving en andere maat-
regelen, en dat het wederzijdse vertrouwen tussen de justitiële autoriteiten van de lidstaten
moet worden versterkt1. Het Europees Parlement is dezelfde mening toegedaan2. In haar
mededeling voor het programma van Stockholm3 merkt de Europese Commissie op dat
versterking van de rechten van de verdediging noodzakelijk is om het onderlinge vertrouwen
tussen lidstaten en het vertrouwen van de burgers in de Europese Unie in stand te houden.
(10) De besprekingen over procedurele rechten die de afgelopen jaren binnen de Europese Unie
zijn gevoerd, hebben geen concrete resultaten opgeleverd. Op het gebied van de justitiële en
politiële samenwerking is echter wel veel vooruitgang geboekt met maatregelen die de
vervolging vergemakkelijken. Nu moet er actie worden ondernomen om het evenwicht tussen
deze maatregelen en de bescherming van de procedurele rechten van het individu te
verbeteren. Gestreefd moet worden naar een versterking van de procedurele rechtswaarborgen
en naar eerbiediging van de rechtsstatelijkheid in strafzaken, ongeacht waar de burgers in de
Europese Unie reizen, studeren, werken of wonen.
(11) Gezien het belang en de complexiteit van deze aangelegenheden lijkt het opportuun hier een
stapsgewijze aanpak te volgen, en tegelijk de coherentie van het geheel te bewaken. Door
toekomstige acties per gebied aan de orde te stellen, kan gerichte aandacht worden besteed
aan elke afzonderlijke maatregel, zodat problemen kunnen worden opgespoord en zodanig
(13 - vroeger 12) Alle nieuwe wetgevingsbesluiten van de EU moeten coherent zijn en conform aan
de minimumnormen die zijn opgenomen in het Verdrag (...), zoals uitgelegd door het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens,
Neemt de volgende resolutie aan:
-
1.De Europese Unie moet actie ondernemen voor een betere bescherming van de rechten van
verdachten en beklaagden in strafprocedures. Die actie kan naast wetgeving ook andere
maatregelen omvatten.
-
2.De Raad onderschrijft de "Routekaart ter versterking van de procedurele rechten van
verdachten en beklaagden in strafprocedures" in de bijlage bij deze resolutie als basis voor
verdere actie. De in de routekaart opgenomen rechten, die kunnen worden aangevuld met
andere rechten, worden beschouwd als fundamentele procedurele rechten die in dit stadium
voorrang zouden moeten genieten.
-
3.De Commissie wordt verzocht met voorstellen te komen voor de in de routekaart vervatte
maatregelen, en te overwegen het in punt F bedoelde groenboek in te dienen1.
-
4.De Raad zal alle voorstellen die in verband met de routekaart worden ingediend, bespreken,
en zegt toe deze met voorrang te zullen behandelen.
Bijlage bij de BIJLAGE
Routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in
strafprocedures
De volgorde van de in deze routekaart vervatte rechten is indicatief. De puntsgewijze korte uitleg
hieronder bevat enkel een indicatie van de voorgestelde maatregelen en is niet bedoeld als exacte
omschrijving vooraf van toepassingsgebied en inhoud van de maatregelen.
Maatregel A: Vertaling en Vertolking
Korte uitleg:
De verdachte of de beklaagde moet kunnen begrijpen wat er gebeurt en moet zich verstaanbaar
kunnen maken. Een verdachte of een beklaagde die de proceduretaal niet spreekt of begrijpt, heeft
een tolk nodig, en vertalingen van essentiële gerechtelijke stukken. Voorts moet bijzondere
aandacht worden geschonken aan de behoeften van verdachten en beklaagden met lichamelijke
handicaps waardoor hij de proceduretaal niet kan spreken of begrijpen.
Maatregel B: Informatie over de rechten en informatie over de beschuldiging
Maatregel C: Juridisch advies en rechtsbijstand
Korte uitleg:
Het recht op juridisch advies (via een raadsman) voor de verdachte of beklaagde in een straf-
procedure in een zo vroeg mogelijk stadium van de procedure is van fundamenteel belang om het
eerlijke verloop van de strafprocedure te waarborgen. Het recht op rechtsbijstand moet garanderen
dat er effectief toegang tot bovengenoemd recht op juridisch advies wordt verschaft.
Maatregel D: Communicatie met familie, werkgever en consulaire autoriteiten
Korte uitleg:
Een verdachte of beklaagde die is aangehouden, wordt onverwijld meegedeeld dat hij het recht
heeft dat ten minste één door hem aangewezen persoon, zoals een familielid of zijn werkgever,
wordt ingelicht over zijn aanhouding, met dien verstande dat zulks het correcte verloop van de
strafprocedure onverlet laat. Bovendien wordt een verdachte of beklaagde die aangehouden wordt
in een andere lidstaat, meegedeeld dat hij het recht heeft de bevoegde consulaire instanties op de
hoogte te brengen van zijn aanhouding.
Maatregel E: Bijzondere waarborgen voor kwetsbare verdachten of beklaagden1
Maatregel F: Een groenboek over het recht op rechterlijke toetsing van de gronden voor voorlopige
hechtenis1
Korte uitleg:
De tijd die een persoon in detentie kan doorbrengen voordat zijn zaak voorkomt en tijdens de
strafprocedure, verschilt sterk van lidstaat tot lidstaat. Buitensporig lange perioden van voorlopige
hechtenis zijn schadelijk voor het individu, kunnen de justitiële samenwerking tussen lidstaten
beïnvloeden en sporen niet met de waarden die de Europese Unie hoog in het vaandel heeft. De
mogelijkheid moet worden bezien om periodiek te toetsen of voortzetting van de voorlopige
hechtenis verantwoord is.
(2)
_____________________
| 10 jun '09 |
COM(2009)262 - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger |
| publicatiedatum | 31-07-2009 |
|---|---|
| kenmerk | 12531/09 |
