Nieuws-items bij homepage Montesquieu
-
03-09Te veel of juist te weinig democratie?
-
01-09Rekenkamer kan vertrouwen burgers in de overheid vergroten
-
30-08Debat politiek en jongeren: 'iedereen is op zoek maar waar kom je elkaar tegen?'
-
30-08The Hague - City of Representation: studenten LUC klaar voor eerste jaar
-
24-08Montesquieu Zomerconferentie geopend tijdens drukbezochte bijeenkomst
-
23-08Grondwet-site brengt spelregels Nederlandse samenleving helder in beeld
-
19-08Tekstkwaliteit brieven ministers aan Tweede Kamer onder de maat
-
13-08Vermoedelijk minder ministers door samenvoegen ministeries
-
09-08Eurocommissaris denkt aan EU-belasting
-
05-08Primeur in geschiedenis EU: nauwere samenwerking tussen 14 EU-lidstaten
-
04-08Informateur Opstelten moet VVD, CDA en PVV tot samenwerking brengen
-
31-07VVD'er Van Baalen: Europarlement is corvee
-
31-07Hoe voorspelbaar zijn de verhoudingen in de Eerste Kamer?
-
28-07Montesquieu Instituut zoekt een student-assistent
-
22-07Ruud Lubbers benoemd tot nieuwe informateur
-
20-07Overeenkomsten en verschillen tussen paars-pluspartijen
-
20-07Voorstel voor hervorming Senaat in België ingediend
-
16-07Onderzoeker Bootsma zet vraagtekens bij mogelijkheid vermindering aantal ministers
-
05-07Rosenthal (VVD) en Wallage (PvdA) informateurs
-
01-07Europarlementariërs laten eindelijk nationale belangen los
On 8, 9 and 10 October 2009 the international conference “EU and the Media” took place, with a focus on the relationship between national media and the European Union.
The conference was opened by the Dutch Minister of European Affairs, Frans Timmermans, who addressed the challenging relationship between the EU and national media to the more than 80 guests. According to Timermans, even though the EU is receiving more attention in the Netherlands it continues to only play a hazy role in the lives of her citizens. Mark Kranenburg, from the Dutch newspaper NRC blames this predicament on Dutch politics, among others. Many political party groups regard European campaigns as nothing more than a general requirement, showing limited commitment when compared to national campaigns. Such political disinterest is reflected back onto the citizen. Huib Pelikaan emphasized the link between the economic attitude of national political parties and their persuasiveness for Europe. The more a party wants to transfer economic power to the EU, the more the party supports the Union.
Claes de Vreese presented the results of research done on communication and the 2009 European Parliament elections. According to de Vreese, the Dutch media has brought more significant attention to these elections than in the past. De Vreese however did highlight that the voter turnout was not higher than previous elections. Whether or not this means that the increase in attention had no effect, or that the turnout would have been even lower without the increased attention, is difficult to conclude.
In the afternoon a lively debate took place between the panel members and the audience. Richard Griffiths argued for the need to increase the use of new media, referring to the Barack Obama campaign as a concrete example. Ex-representative of the Dutch Parliament, Godelieve van Heteren, questioned the notion of European ambition (or rather the lack of), when it comes to keeping the citizens informed. European news, according to van Heteren must be disseminated on a daily basis in order to create a European togetherness feeling.
Ralph Hallo asserted, based on his experience in Brussels as an environmental lobbyist, that the attention from national media on European affairs is insufficient. Ben Knapen concluded that it is the lack of a common language, a missing EU-image and reference framework that makes it very difficult for the media and accordingly for the citizens to follow the developments of the Union. The lack of news on European decision making, regulations and their value, according to Knapen, carries adverse effects on how (in)active the national media covers European news. Often this means that the outcome of European regulations that do have an effect on the daily lives of citizens dwell outside of the public eye. This being an essential missed chance to reach out and appeal to the citizens.
On the second day, the relation between the media and the EU were discussed from different national perspectives. A number of case studies were presented. The general image on the EU in the national media was rather somber: negative messaging, dominating national politics and problematics, general invisibility of European issues prevail. The most positive practical example was the German case. From this study it was concluded that European news is intertwined and soaked into national news, thus reaching the average citizen. As a result, a broader support base for the European Union is evident in Germany.
For the final day of the conference, the subject and use of new media was covered. Lutz Meyer highlighted innovative methods on how to carry out a strong campaign, by placing emphasis on the influence of European regulations in relation to the daily lives of citizens. Loraine Mullaly also stressed this idea. She explained that the Irish `Yes´ for the Lisbon Treaty is thanks to the commercial and more independent campaigning using concrete examples on how European regulations affect citizens. Asimina Michailidou subsequently emphasized the importance of online communities. These examples of new media can lend a hand in fostering a more open European debate.
After three days of presentations and discussion, it seems the relationship between national media and the EU remains problematic. A number of improvements are however visible, notably the increase in media attention during the recent European elections. Nonetheless, there is clearly a long way to go before a cohesive relationship can come into form. For both the national media and national politics much room for improvement is needed. Europe has to become more assimilated in these areas if the media and politics want to reach their common goal: enhancing outreach to the citizen.
The conference was organised by the Montesquieu Institute, the Master European Union Studies of Leiden University and the Campus The Hague.
More information about the conference here
-------------------------------------------------------------------
Op 8, 9 en 10 oktober 2009 vond er in Den Haag en Leiden de internationale conferentie: ‘EU en de media’ plaats met als thema de relatie tussen nationale media en de Europese Unie.
De eerste dag werd ingeleid door de staatssecretaris van Europese zaken, Frans Timmermans, die de problematische verhouding tussen de EU en nationale media voor de ruim 80 toeschouwers uiteenzette. Hoewel de EU in Nederland steeds meer aandacht krijgt, blijft het voor de burger volgens Timmermans vooral een ‘zapmoment’. Mark Kranenburg van het NRC wijt dit onder andere aan de Nederlandse politiek. Fracties beschouwen Europese campagnes vaak als verplicht nummer. Aan nationale campagnes wordt er veel meer aandacht besteed. Deze politieke desinteresse heeft zijn weerslag op de burger.
Huib Pellikaan legde op zijn beurt een verband tussen de economische houding van nationale politieke partijen en hun Europese gezindheid. Hoe meer een partij economische macht wil overdragen aan de EU, hoe meer de partij de Unie steunt.
Claes de Vreese presenteerde recente resultaten van een onderzoek naar de nationale berichtgeving van de Europees Parlement verkiezingen in juni 2009. Volgens de Vreese hebben Nederlandse media aanzienlijk meer aandacht besteed aan de Europese verkiezingen dan in het verleden. De Vreese merkte wel op dat de opkomst niet hoger was dan voorafgaande verkiezingen. Of dit betekent dat de extra aandacht geen effect heeft gehad, of dat de opkomst zonder die aandacht nog lager was geweest is vooralsnog moeilijk te bepalen.
In de middag vond een levendig debat plaats tussen de panelleden en de zaal. Richard Griffiths pleitte voor een toename in gebruik van nieuwe media met als voorbeeld het succesverhaal van Barack Obama. Oud-Tweede Kamerlid Godelieve van Heteren stelde vragen bij de Europese ambities (of gebrek aan) als het om communicatie naar de burger toe gaat. Europees nieuws moet volgens van Heteren meer alledaags worden zodat er een Europees gevoel van saamhorigheid ontstaat.
Ralph Hallo stelde vanuit zijn eigen ervaringen in Brussel als milieu-lobbyist dat de aandacht voor Europese zaken vanuit nationale media nog onvoldoende is en Ben Knapen concludeerde dat het gebrek aan een gezamenlijke taal, beeldvorming, duidelijke machtcentra en referentiekaders het zeer moeilijk maakt voor de media en dus voor de burger om de Unie te volgen. Verder heeft het gebrek aan nieuws waarde van Europese regelgeving die vaak door jarenlange besluitvormingsprocedures op zich laat wachten, volgens Knapen nadelige gevolgen voor hoe actief nationale media over Europa berichten. Dit betekent dat uitkomsten van Europese regelgeving die effect hebben op het dagelijkse leven van de burger vaak onderbelicht blijven. Een gemiste kans om de burger op een aansprekende manier te raken.
Vrijdag werden de verhoudingen tussen de media en de EU besproken vanuit verschillende nationale perspectieven. Er werden daartoe meerdere case studies gepresenteerd. Het algemene beeld over de EU in de nationale media was redelijk somber: negatieve berichtgeving, het overheersen van nationale politiek en problematiek, en algemene onzichtbaarheid van Europese kwesties. Het meest positieve praktijkvoorbeeld betrof de Duitse studie. Hieruit bleek dat Europees nieuws verweven is met gewoon nieuws waardoor het meer mensen bereikt. Er is mede daardoor een breder draagvlak voor de Europese Unie in Duitsland.
Zaterdag stond in het thema van het gebruik van nieuwe media. Lutz Meyer belichtte nieuwe methoden van campagnevoering waarbij een nadruk wordt gelegd op invloed van Europese regelgeving op het dagelijkse leven van de burger. Ook Lorraine Mullaly ging hier op in. Zij stelde dat het Ierse ‘Ja’ voor het Verdrag van Lissabon vooral te danken is aan een zakelijker en onafhankelijker campagne met concrete voorbeelden van hoe Europese regelgeving burgers treft. Asimina Michailidou benadrukte vervolgens het belang van online communities. Deze voorbeelden van nieuwe media kunnen bijdragen aan een open Europees debat.
Na drie dagen conferentie werd het duidelijk dat de relatie tussen nationale media en de EU nog altijd problematisch is. Een aantal verbeteringen zijn zichtbaar, zoals de verhoogde media aandacht voor de afgelopen EP-verkiezingen, maar er is zeker nog een lange weg te gaan voordat dit een innige relatie wordt. Zowel vanuit de nationale media als vanuit de nationale politiek is er nog veel voor verbetering vatbaar. Europa moet bij allebei een duidelijker plek zien te krijgen, willen de media en politiek hun gemeenschappelijke doel halen: de burger beter bereiken.
De conferentie was georganiseerd door het Montesquieu Instituut, de Master European Union Studies Universiteit Leiden en Campus Den Haag.
Meer informatie over de conferentie is hier te vinden



