Submenu:
Nieuws-items bij Bankentaks: een wereldwijde ...
-
16-05Bank of England opent aanval op bankentaks (en)
-
22-04Twijfels over bankentaks (en)
-
20-04Londen gaat naar Europees Hof tegen tobintaks
-
03-04Brits onderzoek: EU-transactietaks ook nadelig voor niet-deelnemers (en)
-
05-03EU-landen nog niet akkoord over bonusbeleid
-
05-03EP-voorzitter Schulz betreurt uitstel bonusbeleid in Ecofin Raad (en)
-
28-02EU perkt bankbonussen in (en)
-
28-02Barnier tevreden met door EP voorgestelde bankentaks (fr)
-
28-02Parlementsvoorzitter Schulz verheugd met bankentaks (en)
-
28-02Iers voorzitterschap trots op Europese beperkingen bonussen (en)
-
27-02EU: bankenbelasting naar ontwikkelingssamenwerking en klimaat (en)
-
17-02Merkel wil transactietaks snel in hele EU
-
14-02Dubbele belasting door Europees wetsvoorstel omtrent transactietaks (en)
-
14-02Elf Europese lidstaten voeren transactietaks in (en)
-
14-02Eurocommissaris Šemeta over transactietaks (en)
-
13-02'Transactietaks bedraagt 31 miljard per jaar'
-
04-02Europese Commissie: Spanje goed op weg met aanpak banken
-
22-01Europese financiële transactietaks stap dichterbij (en)
-
22-01Elf lidstaten mogen door met EU-transactietaks
-
22-01Financiële transactietaks vanmiddag officieel (en)
Sinds het uitbreken van de financiële crisis in 2007 bestaat er wereldwijd groeiende steun voor het heffen van belasting op banken. De meningen over hoe die bankentaks eruit moet komen te zien lopen sterk uiteen, maar één principe staat voorop: de banken moeten meebetalen aan de steun aan de sector in plaats van de belastingbetaler. Daarnaast zou een dergelijke belasting het wereldwijde financiële systeem stabieler en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën moeten maken.
Er is veel discussie over het invoeren van een bankentaks. Naast de voor- en tegenargumenten is er de vraag op welk niveau de belasting toegepast moet worden. Binnen de EU hebben Frankrijk, Hongarije, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Zweden reeds individueel een eigen bankenbelasting ingevoerd. Over te nemen Europese of internationale maatregelen is nog geen overeenstemming bereikt.
Een heffing of belasting moet er allereerst voor zorgen dat de financiële sector in de toekomst zelf opdraait voor de kosten van eventuele staatssteun en financiële hulp. Deze reden is vooral een reactie op de financiële crisis waarvoor de financiële instellingen zelf als oorzaak worden aangewezen. Zeker gezien de financiële problemen in alle EU-lidstaten, is het beter om de banken zelf te laten betalen voor de door hen veroorzaakte problemen in plaats van bestaande belastingen te verhogen of te snijden in overheidsuitgaven.
Een tweede argument is dat een dergelijke heffing of belasting de financiële sector op de lange termijn stabieler maakt, bijvoorbeeld door het verstrekken van risicovolle leningen of agressieve beleggingsstrategieën minder aantrekkelijk te maken. Zowel het Europees Parlement als het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ondersteunen dit argument.
Er wordt ook gehoopt dat heffingen en andere maatregelen een cultuurverandering bij de banken teweegbrengen. Vooral de bonuscultuur en de weigering van veel bankiers om zich te willen verantwoorden voor hun rol (vermeend of terecht) in de crisis of om excuses te maken, leidde tot veel weerstand tegen de banken in de samenleving.
Omdat het doel van de bankentaks nog niet precies vast staat, is nog niet zeker hoe de bankentaks eruit moet zien. Een reden om voorzichtig om te gaan met het invoeren van heffingen of belastingen is dat ook pensioenfondsen kunnen worden geraakt door die maatregelen.
Risicoheffing
Het gaat om een extra belasting die banken moeten betalen. De hoogte van de belasting wordt bepaald aan de hand van het het ‘risicoprofiel’ van banken; dat wordt berekend aan de hand van de omvang van speculatieve activiteiten. Een belastingheffing op het risico van leningen of het aantal bancaire transacties zou op langere termijn de financiële sector hervormd kunnen worden. Deze maatregelen maken het voor banken minder aantrekkelijk om op korte termijn met grote bedragen wereldwijde transacties aan te gaan en complexe speculatiestrategieën aan te wenden, wat het risico van kapitaalverlies en de mogelijkheid van faillissement zou verminderen.
Bij een dergelijke heffing blijven stabielere spaarbanken grotendeels buiten schot. Het idee achter de heffing is dat banken hierdoor uiteindelijk ‘standvastiger’ en ‘betrouwbaarder’ te werk te gaan, waarbij met name de rol als spaarbank wordt opgepakt en de rol van investeringsbank/zakenbank wordt beperkt.
Financiële transactietaks
Een financiële transactietaks functioneert in de praktijk als de btw. Er wordt een minimale heffing (ergens tussen de 0,01% of 0,5%) op financiële transacties geheven. Naar wens kunnen bepaalde soorten transacties worden uitgesloten van de belasting, zoals lange termijn investeringen of internationaal betalingsverkeer van consumenten en bedrijven. Het meest voor de hand liggende is een belasting op financiële producten zoals aandelen, obligaties, derivaten en dergelijke.
Door deze relatief geringe tarieven wordt de financiële stabiliteit van de landen en bedrijven niet te veel verstoord. Volgens voorstanders hebben dit soort minimale heffingen geen effect op de reële economie. Het voorbeeld is een lange termijn investering, waarbij een heffing van minder dan één procent geen belemmering zal vormen. Echter, voor speculatief financieel verkeer werpen ook zeer geringe tarieven al drempels op.
Winstbelasting
Boven op de belasting die een bank als onderneming moet betalen, zouden banken nog een extra belasting moeten betalen over hun winsten.
Bonusbelasting
Deze belasting is niet zozeer gericht op de banken maar op de bankiers en handelaren. Bij banken is het gewoon dat de handelaren in financiële producten en het hogere management bonussen ontvangen. In sommige gevallen bedragen dat soort bonussen zelfs één of meer jaarsalarissen. De bonusbelasting is een soort extra inkomstenbelasting over de uitgekeerde bonus van de bank aan hun medewerkers.
Het idee voor een belastingheffing op banken is niet nieuw, maar de financiële crisis zwengelde een wereldwijde discussie aan over de rol van de financiële sector bij het ontstaan van de crisis. Zo droeg de G20 in september 2009 het IMF op onderzoek te doen naar de mogelijkheid voor een wereldwijde belastingheffing op de grootste financiële instellingen.
In de loop van 2010 leken de Duitse bondskanselier Angela Merkel, de Franse president Nicolas Sarkozy, de Britse premier Gordon Brown en de Amerikaanse president Barack Obama zich allen te scharen achter het invoeren van een wereldwijde bankentaks. Het Europees Parlement stelde in maart 2010 een onderzoek in naar de mogelijkheden voor een bankentaks. Hierbij werd de Europese Commissie opgedragen de mogelijkheden voor een wereldwijde samenwerking te verkennen. Ook de Nederlandse minister van Financiën, Jan Kees de Jager, stelde in december 2010 dat het wereldwijde financiële systeem vraagt om een bankenbelasting die internationaal wordt geregeld.
De grootste opkomende industrielanden Brazilië, Rusland, India en China ('BRIC') waren het samen met Canada niet eens over het voorstel voor een heffing, omdat zij in een andere economische situatie verkeerden. De zogeheten BRIC-landen zien meer in krachtig monetair beleid en willen geen belastingvoorstellen die een verdere groei en ontwikkeling van hun financiële sectoren in de weg zouden kunnen staan. De opkomende industrielanden verdachten de voorstanders van de bankentaks er van met een bankentaks drempels op te werpen om de economische positie van de Verenigde Staten en de EU veilig te stellen.
Ook de toenmalige president van de Financial Stability Board (een wereldwijde toezichthouder), Mario Draghi, verklaarde geen heil te zien in een taks die tot doel heeft het wereldwijde kapitaalverkeer stabieler te maken. In zijn latere rol als president van de Europese Centrale Bank bleef zijn standpunt ongewijzigd. Volgens Draghi zijn andere oplossingen denkbaar en geeft een bankentaks, in welke vorm dan ook, alleen indirect een reden tot minder risicovol en speculatief gedrag. Dit zou volgens hem directer kunnen en gebaseerd moeten zijn op een striktere, juridische regelgeving.
De Nederlandsche Bank, als toezichthouder op de financiële sector in Nederland, waarschuwde in haar halfjaarlijkse Overzicht Financiële Stabiliteit van mei 2010 dat de banken te maken kunnen krijgen met aanzienlijke verliezen door de tekorten van de nationale overheden en de onrust op de financiële markten. Een bankenbelasting zou de problemen voor de banken kunnen verergeren.
DNB wees een bankentaks niet af, maar wilde vooral aandacht voor fundamentele versterkingen van het financiële systeem en voor het versterken van het toezicht op de risico's in de financiële sector. DNB-directeur Henk Brouwer ging nog een stap verder. Hij zag niets in een bankentaks. Brouwer vond dat de schuldencrisis eerder samenhing met het gebrekkige functioneren van het Stabiliteits- en Groeipact dan met de banken. De verantwoordelijkheid voor de crisis zou niet alleen bij banken liggen, maar ook bij de overheid en de consument.
Ook de bancaire sector zelf verzette zich tegen een heffing. Toen Hongarije plannen presenteerde om een nationale bankentaks van 0,45 procent in te voeren, dreigden zij leningen uit het land terug te trekken. De banken benaderden ook het IMF met het verzoek de Hongaren ervan te overtuigen dat deze plannen moesten worden afgezwakt.
De wereldwijde verdeeldheid over de bankentaks deed de G20 uiteindelijk besluiten dat landen beter zelf kunnen beslissen over het invoeren daarvan.
Na het besluit van de G20 richten de Europese voorstanders van een dergelijke belasting zich op de mogelijkheid om binnen de EU een bankentaks in te voeren. Een voorstel hiertoe is momenteel in behandeling.
Op 28 september 2011 pleitte de voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, in zijn jaarlijkse toespraak state of the union voor een heffing op transacties tussen financiële instellingen in Europa. Dit zou de EU jaarlijks 57 miljard euro opleveren. Op hun top op 31 oktober 2011 onderschreven de Europese regeringsleiders het principe van een belasting op financiële transacties.
Barroso greep het voorstel voor de belasting op financiële transacties ook aan om een andere discussie te voeren. De Commissie wil de eigen middelen voor de Europese begroting het liefst direct ontvangen. Daarom stelde hij voor dat de transactietaks naar de Europese schatkist gaat. In ruil daarvoor kan de bijdrage van de lidstaten aan de EU volgens Barroso met de helft worden teruggebracht. Dit idee werd door de lidstaten snel van tafel geveegd.
Het uitgewerkte Commissievoorstel voor een financiële transactietaks voorzag in een heffing van 0,01% op de handel in aandelen en obligaties en 0,1% op de handel in derivaten in de Europese Unie. Door middel van deze relatief geringe tarieven wordt de financiële stabiliteit van EU-lidstaten niet te veel verstoord, en is het toch een belangrijke nieuwe bron van opbrengsten voor de EU. Het geld zou kunnen worden besteed aan duurzame projecten op het gebied van groei en werkgelegenheid. Het bezwaar dat pensioenfondsen hierdoor geraakt zouden worden is ondervangen door hen vrijstelling te verlenen.
Dit stuitte echter op tegenstand van vooral het Verenigd Koninkrijk. In mei 2012 verklaarde the House of Lords dat, gezien het formaat van de Britse financiële sector, 70% van de opbrengst van een dergelijke belasting afkomstig zal zijn van Groot-Brittannië. De Britse premier Cameron gaf aan alleen te willen instemmen indien de belasting wereldwijd zou worden ingevoerd.
Ook het Nederlandse kabinet verklaarde in maart 2012 tegenstander van de invoering te zijn. Het zou de concurrentiepositie van onze financiële sector aantasten. In een brief aan de Tweede Kamer stelde minister De Jager eind maart dat er gekeken moet worden naar "minder marktverstorende alternatieven". Commissievoorzitter Barroso op zijn beurt benadrukte dat deze belasting zou bijdragen aan het beteugelen van de onrust op de financiële markten.
ECB-president Draghi herhaalde zijn bezwaren tegen de bankentaks. Daarnaast zou een eenzijdige in de EU opgelegde belasting op financiële transacties onverstandig zijn volgens Draghi; het zou investeerders afschrikken.
Het Europees Parlement breidde het voorstel juist verder uit. Als financiële instellingen die buiten de eurozone gevestigd zijn effecten verhandelen die binnen de eurozone uitgegeven zijn, zou ook hier een heffing op toegepast moeten worden. Ook over transacties in niet-Europese effecten waarbij één handelaar in de eurozone gevestigd is, zou de transactietaks betaald moeten worden. Het niet betalen of proberen te ontwijken van de heffing kan er zelfs op uitlopen dat iemand zijn aandelen of obligaties dan kwijtraakt.
Kopgroep gaat verder
Op vrijdag 22 juni 2012 werd bekend dat er in de Raad geen unanieme steun was voor het voorstel van de Europese Commissie. Meerdere landen, waaronder Frankrijk en Duitsland, gaven echter aan in een kleinere groep aan de bankentaks te willen gaan werken, onder de regels van nauwere samenwerking. De groep landen moet toestemming krijgen van de EU omdat een transactieheffing in slechts een deel van de EU kan leiden tot een verstoring in de markt voor financiële producten en mogelijk gevolgen heeft voor de onderlinge concurrentiepositie van de EU-lidstaten.
De Europese Commissie kwam op 14 februari 2013 met een nieuw voorstel voor een richtlijn voor de transactietaks. De heffing op financiële transacties in elf lidstaten moet 30 tot 35 miljard euro aan inkomsten genereren. Een deel daarvan komt ten goede aan het EU-budget en de rest naar de deelnemende EU-lidstaten. Niet alle 27 lidstaten doen mee aan het voorstel. Daarom zijn er ook ander bepalingen die moeten voorkomen dat belasting wordt ontdoken tijdens het verhandelen van financiële producten. De staten Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Oostenrijk, Portugal, Griekenland, Estland, Slowakije en Slovenië nemen het intiatief. Andere landen mogen wel meepraten in de onderhandelingen, maar hoeven niet in te stemmen, voordat het voorstel geïmplementeerd wordt.
Verdere maatregelen
De Europese Commissie zal in de loop van 2013 met voorstellen komen voor een zogenaamd afwikkelingsfonds voor slechte banken. Hiermee wordt het mogelijk dat banken zelf opdraaien voor de kosten als zij omvallen en hoeft de belastingbetaler niet langer mee te betalen.
Met het uitblijven van internationale en Europese maatregelen hebben een aantal landen al een bankentaks ingevoerd. In de EU zijn dat onder anderen Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Oostenrijk, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Duitsland koos voor een risicoheffing. Er wordt verwacht dat deze taks per jaar bijna 1 miljard euro op zal leveren, en de spaarbanken zouden grotendeels buiten schot blijven. Nederland heeft op 1 oktober 2012 ook een bankentaks ingevoerd waarbij wordt gekeken naar de risico's die een bank neemt. In Nederland gaat het om een heffing op ongedekte schulden van banken die in Nederland actief zijn.
Buiten de EU voerden de Verenigde Staten een heffing in, vooral gericht op investeringbanken. Die heffing zou de sector ongeveer acht miljard euro per jaar kosten.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.
-
De bancaire sector moet de verkregen staatssteun terugbetalen
De kapitaalinjecties die overheden in hun nationale bancaire sectoren deden, werden betaald met belastinggeld. Hier zou het idee 'de dader betaalt' ingevoerd moeten worden. Het gedrag van banken, die door risicovol en speculatief gedrag miljarden verloren, moet ertoe leiden dat zij ook de verantwoordelijkheid nemen voor het terugbetalen van de staatssteun.
-
Een belastingheffing zorgt niet voor hervorming van het kapitaalverkeer
Niet het terugvorderen van de staatssteun, maar een hervorming van het wereldwijde kapitaalverkeer en de financiële sector is het hoofddoel. Op die manier wordt een nieuwe crisis afgewend. Een belastingheffing zorgt alleen indirect voor een verandering in speculatief en risicovol handelen in de bancaire sector. Wat nodig is, is een striktere, juridische regelgeving.
-
Een wereldwijde overeenkomst is de enige optie
Hoewel lidstaten individueel een belasting op de bancaire sector hebben ingevoerd, en de Europese Commissie een voorstel heeft gedaan voor een EU-brede aanpak, blijft de noodzaak voor een wereldwijde overeenkomst en afspraken aanhouden. De problemen in een wereldwijde sector vragen volgens regeringsleiders en financieel specialisten om wereldwijde oplossingen. Net zoals bij de klimaatverandering zouden ook hier grensoverschrijdende maatregelen moeten worden genomen.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.