Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (herschikking) - Politiek akkoord 1. De Commissie heeft het in hoofde genoemde voorstel op 19 augustus 2009 bij de Raad ingediend. Het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité hebben respectievelijk op 5 mei en 17 februari 2010 advies uitgebracht. 2. De Groep belastingvraagstukken en de fiscale attachés hebben verschillende vergaderingen aan het voorstel gewijd. - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 28 mei 2010 (03.06)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE PUBLIC

10189/10

LIMITE

Interinstitutioneel dossier:

2009/0118 (CNS)

FISC 49

NOTA

van:

het voorzitterschap

aan: het Coreper/de Raad

nr. Comv.: 12886/09 FISC 108 - COM(2009) 427 def.

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (herschikking)

  • Politiek akkoord
  • 1. 
    De Commissie heeft het in hoofde genoemde voorstel op 19 augustus 2009 bij de Raad

ingediend.

Het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité hebben

  • 3. 
    Met het oog op de besprekingen in het Coreper op 2 juni 2010, en het akkoord dat op

8 juni 2010 in de Raad ECOFIN tot stand zou moeten komen, treffen de delegaties hierbij

een nieuwe compromisvoorstel van het voorzitterschap voor de wettekst1, alsmede een

addendum met verklaringen aan, waarin rekening is gehouden met de beraadslagingen in

de Groep belastingvraagstukken (indirecte belastingen) en van de fiscale attachés op 25 en

op 26 mei 2010.

NB: Nieuw ingevoegde tekst wordt vetgedrukt en onderstreept tussen merktekens van de Raad: ( ) weergegeven;

Schrappingen worden weergegeven met onderstreepte vierkante haken:

[...] .

BIJLAGE

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

2009/0118 (CNS)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied

van de belasting over de toegevoegde waarde en tot intrekking van Verordening (EG) nr.

1798/2003

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement1,

Overwegende hetgeen volgt:

nieuw

(1) Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad van 7 oktober 2003 betreffende de

administratieve samenwerking op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde

en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 218/921 is herhaaldelijk en ingrijpend

gewijzigd. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid

tot herschikking van deze verordening te worden overgegaan. Ter wille van de

duidelijkheid en de leesbaarheid dienen de bepalingen die van toepassing zijn tot en met

31 december 2014 en de bepalingen die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2015

afzonderlijk te worden gepresenteerd.

OE 1798/2003 overweging 1

(2) Belastingontduiking en belastingontwijking over de grenzen van de lidstaten leiden niet

alleen tot inkomstenderving voor de begrotingen, maar vormen ook een inbreuk op het

beginsel van fiscale rechtvaardigheid en kunnen verstoringen in het kapitaalverkeer en in

de concurrentievoorwaarden veroorzaken. Zij zijn dus van invloed op de werking van de

interne markt.

OE 1798/2003 overweging 3 (aangepast)

nieuw

Raad

(3 bis)De administratieve samenwerking zou geen onterechte verschuiving van

administratieve lasten van de ene lidstaat naar de andere teweeg mogen brengen. Een

lidstaat dient de naar zijn nationaal recht beschikbare middelen aan te wenden

alvorens andere lidstaten om bijstand te verzoeken, tenzij de verzoekende lidstaat,

door niet om bijstand te verzoeken, onevenredige lasten zou ondervinden of

belastinginkomsten zou dreigen mis te lopen.

(4) In haar mededeling aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en

Sociaal Comité over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van

btw-fraude in de Europese Unie1 van 1 december 2008 heeft de Commissie de met spoed

uit te voeren klassieke maatregelen ter bestrijding van belastingfraude beschreven.

[...]

(6) Gelet op het verslag over de administratieve samenwerking op het gebied van de btw2, dat

overeenkomstig artikel 45 van deze verordening is opgesteld en door de Europese

Commissie op XXXXX 2009 is aangenomen, dienen in de tekst van deze verordening

enkele redactionele en praktische verduidelijkingen te worden aangebracht.

OE 143/2008 overweging 4

nieuw

(7)(4) Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere

voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting

over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf

maar in een andere lidstaat gevestigd zijn1 behelst een vereenvoudiging van de procedure

tot teruggaaf van de btw in een lidstaat waar de belastingplichtige in kwestie niet voor btw-

doeleinden geďdentificeerd is , vereist dat regels worden vastgesteld ter zake van de

uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten en van de bewaring van die inlichtingen

OE 143/2008 overweging 5 (aangepast)

nieuw

(8)(5) De uitbreiding van het toepassingsgebied van het speciale systeem en de wijzigingen in

Naar aanleiding van de invoering van het eenloketsysteem waarin is voorzien bij

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het

gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde2, gewijzigd bij

Richtlijn 2008/8/EG3, en van de teruggaafprocedure voor niet in de lidstaat van

teruggaaf gevestigde belastingplichtigen waarin is voorzien bij Richtlijn

2008/9/EG, hebben tot gevolg dat de betrokken dienen de lidstaten aanzienlijk

nieuw

Raad

(9) Voor een efficiënte controle van belastbare handelingen die zijn verricht in een andere

lidstaat dan die waar de leverancier of dienstverrichter is gevestigd, moet de lidstaat van

vestiging bepaalde inlichtingen over bepaalde grensoverschrijdende handelingen

verzamelen of kunnen verzamelen.

(10) Om redenen van efficiency, snelheid en kosten is het zaak dat de uit hoofde van deze

verordening meegedeelde inlichtingen zoveel mogelijk langs elektronische weg worden

verstrekt.

(11) Ten behoeve van de inning van de verschuldigde belasting moeten de lidstaten er samen

zorg voor dragen dat de btw in elke lidstaat juist wordt geheven. Daarom moeten de

lidstaten toezien op de juiste toepassing van niet alleen de op hun eigen grondgebied

verschuldigde belasting maar ook [...] de belasting die verband houdt met een op

hun grondgebied verrichte activiteit maar verschuldigd is in een andere lidstaat.

OE 1798/2003 overweging 2

nieuw

(12)(3) De bestrding van BTWbtw-ontduiking vraagt om nauwe samenwerking tussen de

administratieve autoriteiten die in elk van de lidstaten met de uitvoering van de ter zake

vastgestelde bepalingen belast zn. Deze autoriteiten moeten eveneens samenwerken

nieuw

Raad

(13) Bij grensoverschrijdende handelingen [...] is de controle op de juiste toepassing

van de belasting door de lidstaat van heffing in vele gevallen [...] afhankelijk

van de inlichtingen die in het bezit zijn van de lidstaat van vestiging van de belasting-

plichtige of die veel gemakkelijker door deze lidstaat kunnen worden verkregen.

(14) Gelet op het repetitieve karakter van bepaalde verzoeken en de taalkundige

verscheidenheid in de Gemeenschap is het zaak, teneinde verzoeken om inlichtingen

sneller te kunnen behandelen, het gebruik van standaardformulieren bij de inlichtingen-

uitwisseling te veralgemenen.

(15) Uitgaande van het beginsel dat effectieve samenwerking het onverwijld

verstrekken van reeds in de aangezochte lidstaat beschikbare inlichtingen

veronderstelt, zijn de in deze verordening voor het verstrekken van inlichtingen

gestelde termijnen als niet te overschrijden maximumtermijnen te beschouwen.

[...]

OE 1798/2003 overweging 4

nieuw

(17) Voor die gevallen is het zaak de verplichtingen van elke lidstaat duidelijk te omschrijven,

zodat een efficiënte controle op de belasting kan worden verricht in de lidstaat waar deze

verschuldigd is.

(18) Behalve dat het beginsel van de verplichte inlichtingenverstrekking moet worden

vastgesteld, dient met name te worden verduidelijkt in welke gevallen die verstrekking

verplicht is en voor welke categorieën van inlichtingen een systematische procedure moet

worden opgezet om die verstrekking te vergemakkelijken.

(19) Overeenkomstig de conclusies van het door de Europese Commissie op XXXXX 2009

aangenomen verslag over de administratieve samenwerking1 en teneinde de kwaliteit van

de uitgewisselde inlichtingen constant te kunnen verbeteren, dient in een systematische

toepassing van het terugmeldingsbeginsel te worden voorzien.

OE 1798/2003 overweging 5

nieuw

Raad

(20)(5) De voorwaarden voor de uitwisseling van, en de rechtstreekse [...]

nieuw

Raad

(21) Ten behoeve van de bestrijding van belastingfraude moet het de lidstaten worden

toegestaan bepaalde betrouwbare gegevens over op hun grondgebied gevestigde

belastingplichtigen die zij in hun bezit hebben, zeer snel uit te wisselen. Deze uitwisseling

moet mogelijk worden gemaakt door de verdere ontwikkeling van de gegevensbanken over

de btw-plichtigen en de door hen verrichte intracommunautaire handelingen, die zullen

worden uitgebreid met een reeks gegevens over de belastingplichtigen en hun [...]

handelingen en met procedures om de betrouwbaarheid van de opgenomen gegevens

te verbeteren.

(22) Een ruimere toegang tot de in dit systeem van gegevensbanken opgenomen gegevens over

de intracommunautaire [...] goederenleveringen en diensten ter zake waarvan

de afnemer tot voldoening van de belasting is gehouden, zal de bestrijding van belasting-

fraude ten goede komen.

(23) De gegevensbanken met de gegevens over de belastingplichtigen en hun

intracommunautaire handelingen vormen een hoeksteen van het systeem voor de

bestrijding van [...] btw-fraude . Daarom moeten de in die gegevensbanken

opgenomen gegevens actueel en betrouwbaar zijn. Teneinde de lidstaten in staat te stellen

(24) Door de invoering van risicoanalysesystemen voor de gegevens die in de gegevensbanken

worden opgenomen en de gegevens die er reeds in aanwezig zijn, krijgen de lidstaten een

extra garantie ten aanzien van de betrouwbaarheid van de gegevens.

(25) Gelet op het door de Europese Commissie op XXXXX 2009 aangenomen verslag over de

administratieve samenwerking1 dient te worden verduidelijkt dat de er aan de

aanwezigheid in de administratiekantoren waartoe de verordening de mogelijkheid biedt,

geen beperkingen zijn gesteld.

(26) Gezien de toename van het grensoverschrijdende handelsverkeer op de interne markt,

zowel wat legitieme als frauduleuze activiteiten betreft, dient het toepassingsgebied van

multilaterale controles te worden verduidelijkt en uitgebreid en de organisatie en

uitvoering van dergelijke controles te worden vergemakkelijkt.

(27) De marktdeelnemers maken steeds vaker gebruik van het internet om de geldigheid van

een btw-identificatienummer te laten bevestigen. Gelet evenwel op de verschillen in de

procedures voor de registratie en de bijwerking van de gegevens over de

belastingplichtigen in de nationale gegevensbanken alsook voor de gegevensbevestiging

kan de verstrekte informatie misleidend zijn voor de marktdeelnemers die deze gevraagd

hebben, en aan de basis van geschillen liggen. De identificatie van de marktdeelnemers die

om bevestiging van de geldigheid van een btw-identificatienummer vragen, is zeer nuttig

voor de risicoanalysesystemen van de lidstaten. Daarom moet het systeem ter bevestiging

van de geldigheid van btw-identificatienummers worden gewijzigd zodat de

(28) Voor sommige belastingplichtigen kunnen specifieke verplichtingen gelden, die

verschillen van de verplichtingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar zij gevestigd

zijn, met name op het gebied van facturering, enkel omdat zij [...]

goederenleveringen of diensten verrichten ten behoeve van afnemers die op het

grondgebied van een andere lidstaat gevestigd zijn. Er moet een systeem worden opgezet

om die belastingplichtigen in staat te stellen zich te informeren over de verplichtingen in

kwestie.

(29) Uit de recente praktische ervaring met de toepassing van Verordening (EG) nr. 1798/2003

bij de strijd tegen carrouselfraude is gebleken dat het in sommige gevallen onontbeerlijk is

om een systeem voor een veel snellere, uitgebreidere en doelgerichtere uitwisseling van

inlichtingen op te zetten om fraude efficiënt te bestrijden [...] . Overeenkomstig de

conclusies van de Raad van 7 oktober 2008 dient er binnen het kader van deze verordening

ten behoeve van alle lidstaten een gedecentraliseerd netwerk zonder rechtspersoonlijkheid,

Eurofisc genaamd, te worden ingesteld ter bevordering en facilitering van [...]

multilaterale en gedecentraliseerde samenwerking waardoor doelgericht en snel tot

bestrijding van specifieke soorten fraude kan worden opgetreden [...] .

OE 1798/2003 overweging 6

(30)(6) De lidstaat van verbruik heeft de primaire verantwoordelkheid om ervoor te zorgen dat

niet in de Gemeenschap gevestigde leveranciers aan hun verplichtingen voldoen. De

toepassing van de tdelke bzondere regeling voor langs elektronische weg verrichte

diensten waarin wordt voorzien b titel XII, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG

artikel 26 quater van Zesde Richtln 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977

betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting --

Gemeenschappelk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag1

  • vergt derhalve dat regels worden vastgesteld betreffende het verstrekken van informatie

en de overdracht van geldmiddelen tussen de lidstaat van identificatie en de lidstaat van

verbruik.

nieuw

(31) Inlichtingen van derde landen kunnen zeer nuttig zijn voor andere lidstaten bij de

bestrijding van btw-fraude. Deze inlichtingen moeten derhalve zoveel mogelijk worden

gedeeld.

(32) De toepasselijke nationale voorschriften betreffende het bankgeheim mogen zich niet

verzetten tegen de toepassing van deze verordening.

(33) Gelet op de uitbreiding van het toepassingsgebied van de administratieve samenwerking op

OE 1798/2003 overweging 7

B Verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 betreffende de administratieve

samenwerking op het gebied van de indirecte belastingen (BTW)1 is daartoe een regeling

voor nauwe samenwerking tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten onderling

en tussen die autoriteiten en de Commissie ingesteld.

OE 1798/2003 overweging 8

Genoemde verordening vormt een aanvulling op de bepalingen van Richtln 77/799/EEG van de

Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzdse bstand van de bevoegde

autoriteiten van de lidstaten op het gebied van de directe en indirecte belastingen2.

OE 1798/2003 overweging 9

Deze twee rechtsinstrumenten hebben hun nut bewezen, maar beantwoorden niet meer aan de

nieuwe behoeften op het gebied van administratieve samenwerking als gevolg van de

steeds hechtere integratie van de economieën binnen de interne markt.

OE 1798/2003 overweging 10

Het bestaan van twee verschillende rechtsinstrumenten voor de samenwerking op het gebied van de

OE 1798/2003 overweging 11

Bovendien blijkt het nodig duidelijker en bindende regels vast te stellen voor de samenwerking

tussen lidstaten, aangezien de rechten en plichten van alle betrokken partijen onvoldoende

omschreven zijn.

OE 1798/2003 overweging 12

Voorts zn er te weinig rechtstreekse contacten tussen plaatselke of nationale bureaus voor

fraudebestrding, doordat de communicatie in de regel plaatsvindt tussen de centrale

verbindingsbureaus. Dat leidt zowel tot beperkte daadkracht en onvoldoende gebruik van

het instrument voor administratieve samenwerking als tot vertragingen bij het doorgeven

van inlichtingen. Er dienen dan ook rechtstreekser contacten tussen diensten plaats te

vinden om een efficiënter en snellere samenwerking mogelijk te maken.

OE 1798/2003 overweging 13

Ook is de samenwerking niet intensief genoeg, doordat er, afgezien van het VIES-systeem, te

weinig automatische of spontane uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten

plaatsvindt. De uitwisseling van inlichtingen tussen de overheidsdiensten onderling en

tussen overheidsdiensten en de Commissie dient te worden geďntensiveerd en sneller te

worden uitgevoerd teneinde fraude doeltreffender te bestrijden.

OE 1798/2003 overweging 14

Daarom is het nodig de in Verordening (EEG) nr. 218/92 en in Richtln 77/799/EEG opgenomen

bepalingen betreffende de administratieve samenwerking op BTW-gebied samen te voegen

en aan te scherpen. Duidelkheidshalve dient dit te resulteren in één nieuw instrument dat

genoemde verordening gaat vervangen.

OE 1798/2003 overweging 15

(34)(16) Deze verordening dient andere communautaire maatregelen ter bestrijding van BTWbtw-

fraude onverlet te laten.

OE 1798/2003 overweging 16

nieuw

(35)(17) Voor de toepassing van deze verordening dient te worden overwogen de reikwdte te

beperken van bepaalde rechten en plichten die zn neergelegd in Richtln 95/46/EG van

het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van

natuurlke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende

het vre verkeer van gegevens1, teneinde de in artikel 13, lid 1, onder e), van die richtln

bedoelde belangen te vrwaren. Deze beperking is noodzakelijk en proportioneel gelet

op de potentiële inkomstenderving voor de lidstaten en het cruciale belang van de

nieuw

(36) Aangezien de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van deze

verordening, maatregelen van algemene strekking zijn in de zin van artikel 2 van

Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden

voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden1, dienen

zij te worden vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure van artikel 5 van dat besluit,

OE 1798/2003 overweging 17

De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden2.

OE 1798/2003 overweging 18 (aangepast)

(37) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de met name bij het Handvest van

de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht,

OE 1798/2003

nieuw

Raad

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1. 
    Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de [...]

bevoegde autoriteiten die in de lidstaten met de uitvoering van de wetgeving inzake de

belasting over de toegevoegde waarde (BTWbtw) op leveringen van goederen, dienstverrichtingen,

intracommunautaire verwervingen van goederen en invoer van goederen belast zijn, onderling en

met de Commissie samenwerken om de naleving van die wetgeving te verzekeren.

Daartoe worden bij deze verordening regels en procedures vastgesteld, die de bevoegde autoriteiten

in de lidstaten in staat stellen samen te werken, alsmede en onderling alle inlichtingen uit te

wisselen met het oog op een juiste BTWbtw-heffing , toe te zien op de juiste toepassing van de

btw, met name bij intracommunautaire transacties, en de btw-fraude te bestrijden. Bij deze

B deze verordening worden bovendien regels en procedures vastgesteld voor de uitwisseling van

bepaalde inlichtingen langs elektronische weg, met name ter zake van de BTW op

intracommunautaire transacties.

nieuw

Raad

  • 2. 
    Bij deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de in lid 1 bedoelde

autoriteiten [...] bijstand dienen te verlenen ter bescherming van de btw-opbrengsten

van alle lidstaten.

OE 1798/2003

3.2. Deze verordening laat de toepassing in de lidstaten van de voorschriften inzake de wederzdse

rechtshulp in strafzaken onverlet.

OE143/2008 Art. 1, punt 1 (aangepast)

  • 4. 
    Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van

28 november 2008 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde

waarde1 worden bij Bij deze verordening worden tevens regels en procedures

vastgesteld voor de elektronische uitwisseling van inlichtingen over de BTWbtw op diensten die

overeenkomstig de bijzondere regeling van Richtlijn 2006/112//EG, titel XII, hoofdstuk 6, van

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk

stelsel van belasting over de toegevoegde waarde langs elektronische weg worden verricht, alsmede

voor eventuele daarop aansluitende uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere

regeling vallende diensten betreft, voor de overdracht van geldmiddelen tussen de bevoegde

autoriteiten van de lidstaten.

OE143/2008 Art. 2, punt 1 (aangepast)

Bij deze verordening worden tevens regels en procedures vastgesteld voor de elektronische

uitwisseling van inlichtingen over de btw op diensten overeenkomstig de bijzondere regelingen van

Richtlijn 2006/112/EG, titel XII, hoofdstuk 6, alsmede voor eventuele daarop aansluitende

uitwisselingen van inlichtingen en, wat de onder die bijzondere regelingen vallende diensten betreft,

voor de overdracht van geldmiddelen tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

OE 1798/2003 (aangepast)

L1 143/2008 Art. 2, punt 2

Artikel 2

L1 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1. 
    "bevoegde autoriteit van een lidstaat":
  • in België:

le ministre des finances

de minister van Financiën

OE1791/2006 Art. 1, punt 1 en bijlage,

punt 7

  • in Bulgarije:

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 5

OE 1798/2003

  • in Denemarken:

Skatteministeriet

  • in Duitsland:

Bundesministerium der Finanzen

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6

  • in Estland:

Maksuamet

OE 1798/2003

  • in Griekenland:

Y Oµ µ

  • in Spanje:

el Secretario de Estado de Hacienda

  • in Ierland:

the Revenue Commissioners

  • in Italië:

il Capo del Dipartimento delle Politiche Fiscali

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6

  • in Cyprus:

µ µ

  • in Letland:

Valsts iemumu dienests,

  • in Litouwen:

Valstybin÷ mokesci inspekcija prie Finans ministerijos

OE 1798/2003

  • in Luxemburg:

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6

  • in Hongarije:

Adó- és Pénzügyi Ellenirzési Hivatal Központi Kapcsolattartó Irodája

  • in Malta:

Dipartiment tat-Taxxa fuq il-Valur Mijud fil-Ministeru tal-Finanzi u Affarijiet

Ekonomiëi

OE 1798/2003

  • in Nederland:

de minister van Financiën

  • in Oostenrijk:

Bundesminister für Finanzen

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6

  • in Polen:

OE 1798/2003

  • in Portugal:

o Ministro das Finanças

OE1791/2006 Art. 1, punt 1 en bijlage,

punt 7

  • in Roemenië:

Agenia Naional de Administrare Fiscal

OE885/2004 Art. 1 en bijlage, punt 6

  • in Slovenië:

Ministrstvo za finance

  • in Slowakije:

Ministerstvo financií

OE 1798/2003

Raad

  • in Finland:

Valtiovarainministeriö

Finansministeriet

  • in Zweden:

Chefen för Finansdepartementet

  • in het Verenigd Koninkrijk:

the Commissioners of Customs and Excise;

  • 21) 
    "centraal verbindingsbureau": het bureau dat uit hoofde van artikel 43, lid 12, is aangewezen en

de primaire verantwoordelijkheid draagt voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied

van de administratieve samenwerking. [...]

  • 32) 
    "verbindingsdienst": elk ander bureau dan het centrale verbindingsbureau dat [...] uit

hoofde van artikel 43, lid 23, door de bevoegde autoriteit als zodanig is aangewezen om op

grond van deze verordening rechtstreeks inlichtingen uit te wisselen;

  • 43) 
    "bevoegde ambtenaar": een ambtenaar die op grond van deze verordening rechtstreeks

de inlichtingen kan uitwisselen waartoe hem uit hoofde van artikel 43, lid 34, machtiging is

verleend;

  • 54) 
    "verzoekende autoriteit": het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke

bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit om bijstand

verzoekt;

  • 65) 
    "aangezochte autoriteit": het centrale verbindingsbureau, een verbindingsdienst of elke

bevoegde ambtenaar van een lidstaat die namens de bevoegde autoriteit om bijstand wordt

verzocht;

  • 76) 
    "intracommunautaire transacties": de intracommunautaire levering van goederen of de

intracommunautaire verrichting van diensten;

OE143/2008 Art. 1, punt 2

  • 87) 
    "intracommunautaire goederenlevering": een goederenlevering die moet worden

vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • 98) 
    "intracommunautaire verrichting van diensten": een verrichting van diensten die moet

worden vermeld op de lijst bedoeld in artikel 262 van Richtlijn 2006/112/EG;

  • 109) 
    "intracommunautaire verwerving van goederen": het verwerven van het recht om als

OE 1798/2003

Raad

1211) "administratief onderzoek": alle door de lidstaten bij de uitoefening van hun taken

verrichte controles, onderzoeken en acties gericht op het waarborgen van de juiste

toepassing van de BTWbtw-wetgeving;

1312) "automatische uitwisseling": het systematisch en zonder voorafgaand verzoek

verstrekken van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, met regelmatige,

vooraf vastgestelde tussenpozen;

  • 14. 
    "gestructureerde automatische uitwisseling": het systematisch en zonder voorafgaand

verzoek verstrekken van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zodra deze

inlichtingen beschikbaar worden;

  • 15. 
    "spontane uitwisseling": het onregelmatig en zonder voorafgaand verzoek verstrekken

van inlichtingen aan een andere lidstaat; 12 bis. "spontane uitwisseling": het niet-

systematisch, op willekeurige tijdstippen en zonder voorafgaand verzoek verstrekken van

inlichtingen aan een andere lidstaat;

1316) "persoon":

  • a) 
    een natuurlk persoon,
  • d) 
    een andere juridische constructie, ongeacht de aard of de vorm ervan, met of zonder

-

rechtspersoonlijkheid, die handelingen verricht welke aan btw onderworpen zijn;

  • 17. 
    "toegang verlenen": toestemming geven voor toegang tot de relevante elektronische

gegevensbank, alsmede voor het verkrgen van gegevens langs elektronische weg;

nieuw

Raad

  • 14) 
    "geautomatiseerde [...] toegang ": mogelijkheid om op enig tijdstip

[...] toegang te krijgen tot een [...] elektronisch systeem, om daarin

bepaalde inlichtingen te raadplegen;

OE 1798/2003

1518) "langs elektronische weg": door middel van elektronische apparatuur voor

gegevensverwerking, (met inbegrip van digitale compressie), en gegevensopslag, met

gebruikmaking van draden, radio, optische of andere elektromagnetische middelen;

1619) "CCN/CSI-netwerk": het op het gemeenschappelijk communicatienetwerk (CCN)

met gemeenschappelijke interface (CSI) gebaseerde gemeenschappelijk platform dat de

Gemeenschap ontwikkeld heeft voor het elektronisch berichtenverkeer tussen de

autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen.;

OE143/2008 Art. 2, punt 2 (aangepast)

  • 2. 
    Vanaf 1 januari 2015 zijn dDe in de artikelen 358, 358 bis en 369 bis van Richtlijn

2006/112/EG vervatte definities zijn ook van toepassing in het kader van deze richtlijn.

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 3

  • 1. 
    De in artikel 2, punt 1, genoemde bevoegde autoriteiten zn de autoriteiten namens welke

deze verordening hetzij rechtstreeks, hetzij bij delegatie wordt toegepast de autoriteiten uit naam

waarvan deze verordening wordt toegepast.:

Elke lidstaat deelt de Commissie, uiterlijk één maand na de datum van inwerkingtreding

van deze verordening, mee welke de voor de toepassing van deze verordening bevoegde

autoriteit is, en stelt de Commissie onverwijld in kennis van elke wijziging dienaangaande.

De Commissie stelt de informatie ter beschikking van de andere lidstaten en maakt de lijst

van de autoriteiten van de lidstaten in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

[...]

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 4

1.2. Elke lidstaat wijst één centraal verbindingsbureau aan dat bij delegatie de primaire

verantwoordelijkheid draagt voor de contacten met de andere lidstaten op het gebied van de

administratieve samenwerking. Hij stelt de Commissie en de andere lidstaten hiervan in kennis.

Het centraal verbindingsbureau kan tevens worden aangewezen als het bureau dat

verantwoordelijk is voor de contacten met de Commissie.

2.3. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat kan verbindingsdiensten aanwijzen. Het is de taak van

het centrale verbindingsbureau om een lijst van deze diensten bij te houden en ervoor te zorgen dat

deze lijst voor de centrale verbindingsbureaus van de andere betrokken lidstaten toegankelijk is.

3.4. Daarnaast kan de bevoegde autoriteit van elke lidstaat onder de door haar bepaalde

voorwaarden bevoegde ambtenaren aanwijzen die op grond van deze verordening rechtstreeks

inlichtingen kunnen uitwisselen. Wanneer zij dat doet, kan zij het bereik van deze delegatie

beperken. Het is de taak van het centrale verbindingsbureau om de lijst van deze ambtenaren bij te

houden en deze lijst aan de centrale verbindingsbureaus van de andere betrokken lidstaten

beschikbaar te stellen.

Artikel 5

  • 6. 
    Wanneer een verbindingsdienst of een bevoegde ambtenaar een verzoek of een antwoord op een

verzoek om bstand verzendt of ontvangt, stelt deze het centrale verbindingsbureau van de eigen

lidstaat hiervan overeenkomstig de bepalingen van deze lidstaat in kennis.

Artikel 6

  • 7. 
    Wanneer een verbindingsdienst of een bevoegde ambtenaar een verzoek om bstand ontvangt dat

een optreden buiten zn territoriale bevoegdheid of ambtsgebied vereist, geeft h het verzoek

onverwld door aan het centrale verbindingsbureau van de eigen lidstaat en stelt h de verzoekende

autoriteit hiervan in kennis. In dat geval vangt de in artikel 108 bedoelde termn aan op de dag

nadat het verzoek om bstand aan het centrale verbindingsbureau is doorgezonden.

Artikel 4

  • 1. 
    De b deze verordening ingestelde verplichting tot het verlenen van bstand strekt zich niet uit

tot het verstrekken van inlichtingen of documenten die de in artikel 1 bedoelde administratieve

autoriteiten verkrgen wanneer z handelen met toestemming of op verzoek van een rechterlke

instantie.

  • 2. 
    Wanneer evenwel een bevoegde autoriteit overeenkomstig de nationale wetgeving gemachtigd is

de in lid 1 bedoelde inlichtingen te verstrekken, kunnen deze worden verstrekt als onderdeel van de

HOOFDSTUK II

UITWISSELING VAN INLICHTINGEN OP VERZOEK

AFDELING 1

VERZOEK OM INLICHTINGEN EN OM ADMINISTRATIEVE ONDERZOEKEN

Artikel 75

  • 1. 
    Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit de in artikel 1

bedoelde inlichtingen, ook wanneer het verzoek een welbepaald geval of verscheidene welbepaalde

gevallen betreft.

  • 2. 
    Met het oog op de in lid 1 bedoelde verstrekking van inlichtingen laat de aangezochte autoriteit

de vereiste administratieve onderzoeken uitvoeren om deze inlichtingen te verkrgen.

  • 3. 
    Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een [...]

administratief onderzoek omvatten. Indien de lidstaat van oordeel is dat [...] het

administratief onderzoek niet nodig is, stelt hij de verzoekende autoriteit onverwijld in

kennis van de redenen waarop hij zijn oordeel baseert.

nieuw

Raad

In artikel 7 wordt lid 3 met ingang van 1 januari 2015 vervangen door:

  • 3. 
    Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een specifiek

administratief onderzoek omvatten. Indien de lidstaat van oordeel is dat [...] geen

administratief onderzoek [...] nodig is, stelt zij de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis

van de redenen waarop zij haar oordeel baseert.

Niettegenstaande de eerste alinea [...] mag de aangezochte autoriteit in geval van een verzoek

dat betrekking heeft op [...] een onderzoek naar de bedragen die door een

belastingplichtige zijn aangegeven in verband met [...] in bijlage I genoemde

goederenleveringen of diensten die worden verricht door een in de lidstaat van de aangezochte

autoriteit gevestigde belastingplichtige en belastbaar zijn in de lidstaat [...] waar de

verzoekende autoriteit gevestigd is, uitsluitend weigeren een administratief onderzoek in te stellen

indien :

  • a) 
    op de in artikel 56, lid 1, bedoelde gronden, die door de aangezochte autoriteit zijn

beoordeeld conform een volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure op te stellen

verklaring van beste praktijken met betrekking tot het verband tussen het onderhavige lid en

artikel 56, lid 1,

  • b) 
    op de in artikel 56, leden 2, 3 en 4 bedoelde gronden, of

Indien de aangezochte autoriteit op de in punt a) of punt b) bedoelde gronden weigert een

administratief onderzoek als bedoeld in de tweede alinea in te stellen, verstrekt zij de

verzoekende autoriteit niettemin de factuurdata en factuurbedragen van de prestaties die de

belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft

verricht.

OE143/2008 Art. 2, punt 3 (aangepast)

  • 3. 
    Het in lid 1 bedoelde verzoek kan een met redenen omkleed verzoek om een specifiek

administratief onderzoek omvatten. Indien de lidstaat van oordeel is dat geen administratief

onderzoek nodig is, stelt hij de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van de redenen waarop

hij zijn oordeel baseert.

Niettegenstaande de eerste alinea en onverminderd artikel 40 van deze verordening mag de

aangezochte autoriteit in geval van een verzoek dat betrekking heeft op inlichtingen over de

bedragen die door een belastingplichtige zijn aangegeven in verband met telecommunicatiediensten,

omroepdiensten en elektronisch verrichte diensten, die belastbaar zijn in de lidstaat waar de

verzoekende autoriteit gevestigd is en waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor

kiest geen gebruik te maken van de bijzondere regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van

Richtlijn 2006/112/EG, uitsluitend weigeren een administratief onderzoek in te stellen indien over

dezelfde belastingplichtige bij de verzoekende autoriteit reeds inlichtingen zijn verstrekt die

verkregen zijn in het kader van een administratief onderzoek dat minder dan twee jaar voordien

Met betrekking tot de in de tweede alinea bedoelde verzoeken die gedaan zijn door de verzoekende

autoriteit en door de aangezochte autoriteit zijn beoordeeld conform een volgens de in artikel 44, lid

2, bedoelde procedure op te stellen verklaring van beste praktijken met betrekking tot het verband

tussen het onderhavige lid en artikel 40, lid 1, moet een lidstaat die op grond van artikel 40 weigert

een administratief onderzoek uit te voeren, de verzoekende autoriteit evenwel de factuurdata en

factuurbedragen meedelen van de diensten die de belastingplichtige de twee voorgaande jaren in de

lidstaat van de verzoekende autoriteit heeft verricht.

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

  • 4. 
    Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde

administratieve onderzoek gaat de aangezochte autoriteit, of de administratieve autoriteit waartoe

zij zich heeft gericht, te werk als handelde zij ten eigen behoeve of op verzoek van een andere

autoriteit van haar eigen lidstaat.

Artikel 86

De krachtens artikel 75 ingediende verzoeken om inlichtingen of administratieve onderzoeken

worden voorzover mogelijk [...] doorgegeven door middel van een standaardformulier

dat volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure wordt vastgesteld, behalve in de in

Artikel 97

  • 1. 
    Op verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de aangezochte autoriteit haar alle pertinente

inlichtingen die zij verkrijgt of waarover zij beschikt, alsmede de resultaten van administratieve

onderzoeken, in de vorm van verslagen, verklaringen en andere bescheiden of voor eensluidend

gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan.

  • 2. 
    Originelen worden slechts verstrekt indien de geldende bepalingen van de lidstaat waar de

aangezochte autoriteit is gevestigd, dat niet beletten.

AFDELING 2

TERMN VOOR HET VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN

Artikel 108

De aangezochte autoriteit gaat zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk drie maanden na de datum van

ontvangst van het verzoek, over tot het verstrekken van de in de artikelen 5 en 7 7 en 9 bedoelde

inlichtingen.

Ingeval deze inlichtingen de aangezochte autoriteit echter reeds ter beschikking staan, wordt deze

nieuw

Raad

[...]

OE 1798/2003 (aangepast)

Artikel 1310

Wanneer de aangezochte autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen,

deelt zij de verzoekende autoriteit onverwijld schriftelijk mee waarom zij de termijn niet kan

nakomen, en wanneer zij denkt waarschijnlijk aan het verzoek te kunnen voldoen.

HOOFDSTUK IIIIV

UITWISSELING VAN INLICHTINGEN ZONDER VOORAFGAAND

VERZOEK

Artikel 1417

  • 1. 
    wanneer de belastingheffing wordt geacht plaats te vinden in de lidstaat van bestemming

en de door de lidstaat van oorsprong verstrekte inlichtingen noodzakelijk zijn voor

de doeltreffendheid van het controlesysteem van de lidstaat van bestemming

noodzakelijkerwijs afhangt van door de lidstaat van oorsprong verstrekte inlichtingen;

  • 2. 
    wanneer een lidstaat gegronde redenen heeft om aan te nemen dat in de andere lidstaat

-

een inbreuk op de BTWbtw-wetgeving heeft of vermoedelijk heeft plaatsgevonden;

  • 3. 
    wanneer in de andere lidstaat gevaar voor belastingderving bestaat.

OE 143/2008 Art. 2, punt 4 (aangepast)

nieuw

Raad

  • 2. 
    Voor de toepassing van de eerste alinea werken de lidstaten van vestiging samen met de lidstaten

van verbruik om te kunnen [...] [...] [...]

  • 2. 
    De uitwisseling van informatie zonder voorafgaand verzoek geschiedt hetzij automatisch

overeenkomstig artikel 15, hetzij spontaan overeenkomstig artikel 16.

  • 3. 
    De inlichtingen worden toegezonden door middel van standaardformulieren [...] die

volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld.

Artikel 15

  • 1. 
    [...] Volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure wordt bepaald :
  • 1. 
    welke precieze categorieën inlichtingen automatisch moeten worden uitgewisseld;
  • 2. 
    hoe vaak ieder van die categorieën inlichtingen automatisch moet worden

uitgewisseld;

  • 3. 
    hoe de automatische uitwisseling van inlichtingen in de praktijk moet plaatsvinden.

Een lidstaat kan ervan afzien aan de automatische uitwisseling van een of meer van die

categorieën inlichtingen deel te nemen indien deelname zou vergen dat aan btw-plichtigen nieuwe

verplichtingen met het oog op het vergaren van inlichtingen worden opgelegd of dat de lidstaat een

buitensporige administratieve last op zich zou nemen.

Eenmaal per jaar worden de resultaten van de automatische uitwisseling van iedere categorie

inlichtingen [...] door het in artikel 60, lid 1, bedoelde comité bezien, teneinde te

garanderen dat dit type uitwisseling alleen plaatsvindt als dit de meest efficiënte wijze is om

inlichtingen uit te wisselen.

  • 2. 
    [...] Met ingang van 1 januari 2015 wisselen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten

in het bijzonder automatisch de inlichtingen uit die de lidstaten van verbruik in staat stellen te

controleren of de niet op hun grondgebied gevestigde belastingplichtigen correct de btw aangeven

nieuw

Raad

Artikel [...] 16

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten verstrekken de bevoegde autoriteiten van de andere

lidstaten spontaan [...] alle in artikel 14, lid 1, bedoelde inlichtingen , [...]

die niet verspreid zijn uit hoofde van de automatische uitwisseling als bedoeld in artikel 15,

waarvan zij kennis hebben en die , naar hun oordeel, [...] de bevoegde autoriteiten

van de andere lidstaten van nut kunnen zijn.

OE 1798/2003

[...]

Volgens de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure worden vastgesteld:

  • 1. 
    de exacte categorieën inlichtingen die moeten worden uitgewisseld;
  • 2. 
    de frequentie van de uitwisseling;
  • 3. 
    de praktische regelingen voor de uitwisseling van inlichtingen.

Elke lidstaat bepaalt of hij deelneemt aan de uitwisseling van een bepaalde categorie inlichtingen en

OE 143/2008 Art. 2, punt 5

Elke lidstaat bepaalt of hij deelneemt aan de uitwisseling van een bepaalde categorie inlichtingen en

of dit automatisch of gestructureerd automatisch geschiedt. Iedere lidstaat moet evenwel deelnemen

aan de uitwisseling van de inlichtingen waarover hij beschikt met betrekking tot

telecommunicatiediensten, omroepdiensten en elektronisch verrichte diensten en waarvoor de

belastingplichtige gebruik maakt van of ervoor kiest geen gebruik te maken van de bijzondere

regeling van titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG.

OE 1798/2003

Raad

Artikel 19

De bevoegde autoriteiten van de lidstaten kunnen elkaar in alle omstandigheden spontaan

mededeling doen van alle in artikel 1 bedoelde inlichtingen waarvan zij kennis hebben.

Artikel 20

De lidstaten nemen de nodige administratieve en organisatorische maatregelen om de uitwisseling

van inlichtingen uit hoofde van dit hoofdstuk mogelijk te maken.

Artikel 21 [...]

Een lidstaat kan er niet toe verplicht worden om voor de toepassing van de bepalingen van dit

hoofdstuk BTW-plichtigen nieuwe verplichtingen met het oog op het vergaren van inlichtingen op

te leggen of een buitensporige administratieve last op zich te nemen. [...]

nieuw

Raad

HOOFDSTUK IV

TERUGMELDING

Artikel 17

[...] Een bevoegde autoriteit die uit hoofde van artikel 7 of artikel [...] 16

inlichtingen verstrekt, kan de ontvangende bevoegde autoriteit om een terugmelding betreffende de

ontvangen inlichtingen verzoeken. De bevoegde autoriteit die de inlichtingen heeft ontvangen doet

in dat geval, zonder afbreuk te doen aan de in haar lidstaat geldende voorschriften inzake

belastinggeheim en gegevensbescherming, en mits dit geen onevenredige administratieve lasten

veroorzaakt, zo spoedig mogelijk, [...] een terugmelding naar de bevoegde autoriteit die de

OE 1798/2003 (aangepast)

Raad

HOOFDSTUK V

[...] OPSLAG EN [...] UITWISSELING VAN

SPECIFIEKE INLICHTINGEN OPSLAG EN UITWISSELING VAN

INLICHTINGEN DIE SPECIFIEK BETREKKING HEBBEN OP

INTRACOMMUNAUTAIRE TRANSACTIES

Artikel 1822

OE 143/2008 Art. 1, punt 3 (aangepast)

nieuw

Raad

  • 1. 
    Elke lidstaat [...] slaat in een elektronisch systeem [...] de volgende

inlichtingen op:

  • a) 
    de inlichtingen die hij overeenkomstig titel XI, hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG

nieuw

Raad

  • b) 
    de [...] uit hoofde van artikel 213 van Richtlijn 2006/112/EG verzamelde gegevens

met betrekking tot de identiteit, activiteit [...] of organisatiewijze van de personen aan wie in

die lidstaat een btw-identificatienummer is toegekend , en de datum van toekenning van dat

nummer ;

  • c) 
    de in die lidstaat toegekende btw-identificatienummers die niet meer geldig zijn, onder

-

vermelding van de datum waarop zij ongeldig zijn geworden;

[...] ;

[...]

[...] d) de inlichtingen die hij overeenkomstig de artikelen 360, 361, 364 en 365 van

Richtlijn 2006/112/EG vergaart.

  • 2. 
    Vanaf 1 januari 2015 voegt elke lidstaat aan de in lid 1, onder [...] d) , bedoelde

gegevens de inlichtingen toe die hij overeenkomstig de artikelen 369 quater, 369 septies en

369 octies van Richtlijn 2006/112/EG vergaart.

[...]

[...] 3. De technische gegevens betreffende de geautomatiseerde opvraging

[...] van de in lid 1, onder b), c), [...] en d) [...] van dit artikel bedoelde

[...] inlichtingen worden volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 19

Met het oog op het gebruik van deze de in artikel 18 bedoelde inlichtingen in het kader van

de bij deze verordening ingestelde procedures worden deze inlichtingen [...] beschikbaar

gehouden voor een periode van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf het einde van het

eerste kalenderjaar waarin toegang tot de inlichtingen moet worden verleend.

Artikel 20

  • 2. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de [...] in het in artikel 18 bedoelde elektronische systeem

beschikbare inlichtingen actueel, volledig en accuraat blijft blijven .

Volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure worden criteria vastgesteld aan de hand

nieuw

Raad

Artikel 21

  • 1. 
    [...] Alle in artikel 18 bedoelde [...] inlichtingen worden onmiddellijk in

het elektronisch systeem [...] opgenomen.

  • 2. 
    In afwijking van lid 1 van dit artikel worden de in artikel 18, lid 1, onder a), bedoelde

inlichtingen in het daar bedoelde elektronische systeem [...] opgenomen uiterlijk binnen

een maand te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarop die inlichtingen betrekking hebben.

  • 3. 
    In afwijking van de leden 1 en 2 van dit artikel moeten, in het geval van correctie of toevoeging

van inlichtingen in het elektronische systeem [...] [...] uit hoofde van

artikel 20, die inlichtingen worden opgenomen uiterlijk in de maand volgende op het tijdvak waarin

die inlichtingen zijn verzameld.

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

[...] .

Wat de in artikel 18 lid 1, onder a), [...] bedoelde inlichtingen betreft, zijn ten minste de

volgende elementen toegankelijk :

  • 1. 
    de BTWbtw-identificatienummers die zijn toegekend door de lidstaat die de inlichtingen

-

ontvangt;

OE 143/2008 Art. 1, punt 4

  • 2. 
    de totale waarde van alle intracommunautaire goederenleveringen en de totale waarde

van alle intracommunautaire diensten die verricht zijn voor de personen aan wie de onder

punt 1 bedoelde nummers zijn toegekend, door alle handelaren die in de lidstaat die de

inlichtingen verschaft een btw-identificatienummer hebben gekregen.;

nieuw

Raad

  • 3. 
    de btw-identificatienummers van de personen die de in punt 2 bedoelde

-

goederenleveringen of diensten hebben verricht;

  • 4. 
    de totale waarde van de in punt 2 bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk

van de in punt 3 bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon aan wie een

btw-identificatienummer als bedoeld in punt 1 is toegekend;

  • 5. 
    de totale waarde van de in punt 2 bedoelde goederenleveringen en diensten die door elk

van de in punt 3 bedoelde personen zijn verricht ten behoeve van elke persoon aan wie een

btw-identificatienummer door een andere lidstaat is toegekend, onder de volgende

voorwaarden:

  • a) 
    de toegang houdt verband met een onderzoek naar een vermoeden van fraude;
  • b) 
    de toegang verloopt via een Eurofisc-verbindingsambtenaar als bedoeld in artikel

37, lid 1, van de verordening. Die ambtenaren beschikken over een persoonlijke

gebruikersidentificatie voor de elektronische systemen die toegang tot deze

inlichtingen bieden;

  • c) 
    toegang is alleen mogelijk tijdens de normale kantooruren.

Artikel 24

OE 143/2008 Art. 1, punt 5 (aangepast)

Op basis van de overeenkomstig artikel 22 opgeslagen gegevens verkrijgt de bevoegde autoriteit

van een lidstaat, wanneer zij zulks nodig acht teneinde op haar grondgebied belastbare

intracommunautaire verwervingen van goederen of intracommunautaire verrichtingen van diensten

te controleren, doch uitsluitend met het oog op het voorkomen van inbreuken op de btw-wetgeving,

rechtstreeks en onverwijld, of heeft zij rechtstreeks langs elektronische weg toegang tot, alle

volgende inlichtingen:

  • 1. 
    de btw-identificatienummers van de personen die de in artikel 23, eerste alinea, punt 2),

bedoelde goederenleveringen of diensten hebben verricht; en

  • 2. 
    de totale waarde van deze goederenleveringen of diensten die door elk van deze

personen zijn verricht voor elke persoon aan wie een btw-identificatienummer als bedoeld

in artikel 23, eerste alinea, punt 1, is toegekend.

OE 37/2009 Art. 1, punt 2

De in punt 2), eerste alinea, bedoelde waarden worden uitgedrukt in de munteenheid van de lidstaat

die de inlichtingen verschaft, en hebben betrekking op de overeenkomstig artikel 263 van Richtlijn

OE 1798/2003

Artikel 25

OE 37/2009 Art. 1, punt 3

  • 1. 
    Wanneer de bevoegde autoriteit van een lidstaat krachtens de artikelen 23 en 24 verplicht is

toegang tot inlichtingen te verlenen, doet zij dit zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen één maand

te rekenen vanaf het einde van het tijdvak waarop de inlichtingen betrekking hebben.

  • 2. 
    In afwijking van lid 1 wordt, wanneer in de in artikel 22 bedoelde omstandigheden inlichtingen

aan de gegevensbank worden toegevoegd, zo spoedig mogelijk en binnen de maand volgend op het

tijdvak waarin de inlichtingen zijn verkregen, toegang tot de toegevoegde inlichtingen verleend.

OE 1798/2003

  • 3. 
    De voorwaarden voor het beschikbaar stellen van de gecorrigeerde inlichtingen worden volgens

de in artikel 44, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

nieuw

Raad

Artikel 23

  • 1. 
    [...] Teneinde de belastingadministraties een redelijke mate van garantie te bieden wat

betreft de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de inlichtingen die [...] via het in

artikel 18 bedoelde elektronische systeem beschikbaar zijn [...] nemen de

lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de inlichtingen die [...] door

belastingplichtigen en niet-belastingplichtige rechtspersonen [...] met het oog op hun

identificatie voor btw-doeleinden overeenkomstig artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG worden

verstrekt, naar hun oordeel volledig en accuraat blijven [...] [...] .

[...] De lidstaten passen de [...] op grond van de uitkomst van hun

risicobeoordeling [...] geboden procedures voor het controleren van deze gegevens toe.

De controles worden in beginsel uitgevoerd uitgevoerd vóór de identificatie, of, [...]

indien voorafgaand aan de identificatie louter voorlopige controles worden verricht,

binnen een periode van niet meer dan [...] zes maanden na de identificatie voor btw-

doeleinden.

[...]

[...] 2. De lidstaten stellen het in artikel 60 bedoelde comité in kennis van de [...]

Artikel 24

[...] De lidstaten [...] zorgen ervoor dat ten minste in de [...] volgende

gevallen het in artikel 214 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde btw-identificatienummer in

het in artikel 18 bedoelde elektronische systeem [...] als ongeldig wordt getoond:

[...]

  • a) 
    de [...] voor btw-doeleinden geďdentificeerde personen [...]

verklaren dat zij niet langer [...] een economische activiteit als bedoeld

in artikel 9 van Richtlijn 2006/112/EG verrichten, of de bevoegde belastingadministratie is

van oordeel dat zij niet langer een economische activiteit verrichten [...] ; Een

belastingadministratie kan meer bepaald oordelen dat een persoon zijn economische

activiteit heeft beëindigd indien deze, gedurende een jaar na het verstrijken van de

indieningstermijn voor de eerste niet-ingediende aangifte of lijst, geen aangiften en lijsten

ingediend heeft, ofschoon hij daartoe gehouden was. De persoon kan het bestaan van een

economische activiteit niettemin met andere middelen aantonen.

[...]

  • b) 
    [...] personen hebben met het oog op hun identificatie voor btw-doeleinden

valse gegevens verstrekt of hebben nagelaten wijzigingen in de te verstrekken

gegevens mede te delen, wat, mocht de belastingadministratie daarvan op de hoogte

geweest zijn, zou hebben belet dat die persoon voor btw-doeleinden geďdentificeerd

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 2526

Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de toepassing van de artikelen 22

tot en met 25 18 tot en met 22 [...] inlichtingen langs elektronische weg uitwisselen,

nemen z de maatregelen die noodzakelk zn om naleving van artikel 5741 te

verzekeren. [...]

De lidstaten dragen de verantwoordelijkheid hun systemen zodanig te ontwikkelen dat

de inlichtingen via het CCN/CCI-net kunnen worden uitgewisseld.

HOOFDSTUK VIIII

VERZOEK TOT ADMINISTRATIEVE NOTIFICATIE

Artikel 2614

Op verzoek van de verzoekende autoriteit gaat de aangezochte autoriteit, overeenkomstig de

Artikel 2715

Het verzoek tot kennisgeving, waarin het voorwerp van de akte of beslissing waarvan kennis moet

worden gegeven, wordt vermeld, vermeldt tevens de naam, het adres en alle overige gegevens die

nodig zijn ter bepaling van de geadresseerde.

Artikel 2816

De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit onverwijld in kennis van het gevolg dat

aan het verzoek tot kennisgeving is gegeven en, meer in het bijzonder, van de datum waarop de

kennisgeving van de akte of beslissing aan de geadresseerde heeft plaatsgevonden.

AFDELING 3HOOFDSTUK VII

AANWEZIGHEID IN DE ADMINISTRATIEKANTOREN EN DEELNAME

AAN ADMINISTRATIEVE ONDERZOEKEN

Artikel 2911

  • 1. 
    De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit kunnen overeenkomen dat, met het oog op

de uitwisseling van de in artikel 1 bedoelde inlichtingen, door de verzoekende autoriteit

  • 2. 
    De verzoekende autoriteit en de aangezochte autoriteit kunnen overeenkomen dat, met het oog op

de uitwisseling van de in artikel 1 bedoelde inlichtingen, door de verzoekende autoriteit

aangewezen door de verzoekende autoriteit gemachtigde [...] ambtenaren

[...] , onder de door de aangezochte autoriteit vastgestelde voorwaarden, , onder de

door de aangezochte autoriteit vastgestelde voorwaarden, bij de administratieve onderzoeken

aanwezig mogen zijn. Uitsluitend de ambtenaren van de aangezochte autoriteit zijn met de

uitvoering van het administratieve onderzoek belast. De ambtenaren van de verzoekende autoriteit

oefenen niet de aan de ambtenaren van de aangezochte autoriteit verleende controlebevoegdheden

uit. Zij kunnen wel toegang krijgen tot dezelfde plaatsen en bescheiden als laatstgenoemden, door

tussenkomst van [...] de ambtenaren van de aangezochte autoriteit , en alleen ten

behoeve van het lopende administratieve onderzoek.

  • 3. 
    De ambtenaren van de verzoekende autoriteit die uit hoofde van de leden 1 en 2 in een andere

lidstaat aanwezig zijn, dienen te allen tijde een schriftelijke opdracht te kunnen voorleggen waarin

hun identiteit en hun officiële hoedanigheid zijn vermeld.

AFDELING 4HOOFDSTUK VIII

GELIJKTIJDIGE [...] GELIJKTIJDIGE CONTROLES

Artikel 3012

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Artikel 3113

  • 1. 
    Elke lidstaat stelt zelfstandig vast welke belastingplichtigen h voornemens is voor een

gelktdige [...] gelijktijdige controle voor te stellen. Zn bevoegde autoriteit

deelt de bevoegde autoriteiten van de andere betrokken lidstaten mee welke dossiers voor een

gelktdige [...] gelijktijdige controle worden voorgesteld. Zij motiveert de

keuze in de mate van het mogelijke door de inlichtingen te verstrekken die tot deze keuze hebben

geleid. Zij geeft aan binnen welk tijdsbestek deze controles moeten plaatsvinden.

  • 2. 
    De betrokken lidstaten beslissen vervolgens of z aan de gelktdige controles wensen deel te

nemen. De bevoegde autoriteit [...] die een voorstel tot gelijktijdige [...]

gelijktijdige controle [...] ontvangt , bevestigt de bevoegde autoriteit van de lidstaat

waarvan het voorstel uitging , in beginsel binnen [...] twee weken na ontvangst

van het voorstel, doch uiterlijk binnen een maand dat zij de uitvoering van deze controle

aanvaardt of geeft haar een met redenen omkleed afwijzend antwoord.

  • 3. 
    De bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten wzen elk voor zich een vertegenwoordiger

aan die belast wordt met de leiding en de coördinatie van de controle.

OE 1798/2003 (aangepast)

HOOFDSTUK IX

INFORMATIEVERSTREKKING AAN DE BELASTINGPLICHTIGEN

Artikel 3227

  • 1. 
    Elke lidstaat houdt een elektronische gegevensbank b waarin alle personen zn opgenomen aan

wie in de betrokken lidstaat een BTW-identificatienummer is toegekend.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteit van een lidstaat kan te allen tde, op basis van de overeenkomstig artikel

22 opgeslagen gegevens, rechtstreeks of door middel van toezending, bevestiging krgen van de

geldigheid van het BTW-identificatienummer waaronder een persoon een intracommunautaire

levering van goederen of diensten heeft ontvangen of verricht.

Op specifiek verzoek deelt de aangezochte autoriteit tevens de datum mee waarop het BTW-

identificatienummer is toegekend en, in voorkomend geval, de datum vanaf welke het BTW-

nummer niet meer geldig is.

  • 3. 
    Op verzoek verstrekt de bevoegde autoriteit ook onverwijld de naam en het adres van de persoon

aan wie het nummer is toegekend, mits die inlichtingen door de verzoekende autoriteit niet worden

OE 143/2008 Art. 1, punt 6 (aangepast)

  • 4. 
    De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij

intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede, voor de duur van de

periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, de niet in de Gemeenschap gevestigde

belastingplichtigen die langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in

bijlage II bij die richtlijn bedoelde diensten, bevestiging kunnen krijgen van de geldigheid van het

aan een welbepaalde persoon toegekend btw-identificatienummer.

Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG, verstrekken de

lidstaten deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in artikel 44, lid 2,

van deze verordening bedoelde procedure.

OE 143/2008 Art. 2, punt 6 (aangepast)

nieuw

Raad

  • 41. 
    De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat zorgen ervoor dat de personen die bij

intracommunautaire goederenleveringen of diensten betrokken zijn, alsmede de niet in de

Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die telecommunicatiediensten, omroepdiensten en

langs elektronische weg verrichte diensten verrichten, met name de in bijlage II bij Richtlijn

2006/112/EG bedoelde diensten, ten behoeve van dat soort [...] handelingen

Bij het langs elektronische weg bevestigen van de naam en het adres van de persoon aan wie het

nummer is toegekend, handelen de lidstaten overeenkomstig hun nationale voorschriften inzake

gegevensbescherming [...] .

Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG is de eerste alinea

niet van toepassing op de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen die

telecommunicatiediensten en omroepdiensten verrichten.

De lidstaten verstrekken deze gegevens met name langs elektronische weg, overeenkomstig de in

artikel 44, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure.

nieuw

Raad

[...]

OE 1798/2003

  • 5. 
    Wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4

inlichtingen in elektronische gegevensbanken opslaan en die inlichtingen langs elektronische weg

uitwisselen, nemen zij de maatregelen die noodzakelijk zijn om naleving van artikel 41 te

verzekeren.

nieuw

Raad

Artikel 33

  • 1. 
    [...] Op basis van de door de lidstaten verstrekte informatie maakt de Commissie op haar

internetsite nadere inlichtingen bekend over de door de lidstaten vastgestelde bepalingen ter

uitvoering van titel XI, hoofdstuk 3, van Richtlijn 2006/112/EG.

  • 2. 
    De specifieke lijst van de te verstrekken inlichtingen en het formaat waarin deze moeten worden

verstrekt, worden volgens de in artikel 60, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

HOOFDSTUK X

EUROFISC [...]

Artikel 34

[...]

  • 1. 
    Om de multilaterale samenwerking bij de bestrijding van btw-fraude [...] te

faciliteren wordt bij [...] dit hoofdstuk een netwerk voor snelle uitwisseling van

[...]

[...] 2. [...] In het kader van Eurofisc

  • a) 
    stellen de lidstaten een multilateraal waarschuwingssysteem ter bestrijding van btw-fraude

in;

  • b) 
    coördineren de lidstaten de snelle uitwisseling van inlichtingen op de beleidsgebieden

waarop Eurofisc zal functioneren, hierna Eurofisc-werkterreinen genoemd;

  • c) 
    coördineren de lidstaten het werk dat de Eurofisc-verbindingsambtenaren verrichten

wanneer deze optreden naar aanleiding van ontvangen waarschuwingen.

[...]

Artikel 35

[...]

[...] 1. De lidstaten nemen deel [...] aan de Eurofisc-werkterreinen van hun

keuze [...] en kunnen ook besluiten hun deelname [...] te beëindigen;

[...] 2. De lidstaten nemen op de Eurofisc-werkterreinen van hun keuze actief deel

aan de multilaterale uitwisseling van doelgerichte inlichtingen tussen alle

deelnemende lidstaten.

Artikel 36

[...]

Eurofisc ontvangt [...] technische [...] en logistieke ondersteuning van de

Commissie. De Commissie heeft geen toegang tot de in artikel 1 bedoelde inlichtingen die via

Eurofisc worden uitgewisseld.

Artikel 37

[...]

  • 1. 
    De bevoegde autoriteiten van de lidstaten wijzen ten minste één Eurofisc-verbindings-

ambtenaar aan. [...] Eurofisc-verbindingsambtenaren zijn bevoegde ambtenaren in de zin

van artikel 2, punt 3), van de verordening en verrichten de in artikel 34, lid 2, bedoelde

activiteiten. [...] Zij blijven uitsluitend van hun nationale administratie afhankelijk.

  • 2. 
    De verbindingsambtenaren van de lidstaten die aan elk van de Eurofisc-

werkterreinen deelnemen, wijzen onder de deelnemende verbindings [...] ambtenaren

voor een beperkte termijn een coördinator aan (hierna Eurofisc-werkterrreincoördinatoren

genoemd). De Eurofisc-werkterreincoördinatoren hebben tot taak:

  • 1) 
    de van Eurofisc-verbindingsambtenaren ontvangen inlichtingen te collationeren en alle

inlichtingen [...] aan de overige Eurofisc-verbindings [...] ambtenaren van de

aan het werkterrein deelnemende lidstaten beschikbaar te stellen;

  • 2) 
    ervoor te zorgen dat de van Eurofisc-verbindingsambtenaren ontvangen inlichtingen op

de door de deelnemers aan het werkterrein overeengekomen wijze wordt verwerkt

[...] en het resultaat aan de Eurofisc-verbindingsambtenaren van het werkterrein

[...] beschikbaar te stellen;

  • 3) 
    de [...] aan het Eurofisc-werkterrein deelnemende verbindingsambtenaren + [...]

terugmeldingen te doen toekomen.

Artikel 38

[...]

[...] 1. De Eurofisc-werkterreincoördinatoren brengen jaarlijks verslag uit over de

activiteiten op alle [...] werkterreinen [...] aan het in artikel 60, lid 1 [...], bedoelde

[...]comité.

OE 1798/2003

HOOFDSTUK XIVI

OE 143/2008 Art. 1, punt 7 (aangepast)

BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELING VAN TITEL XII,

HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG

OE 143/2008 Art. 2, punt 7 (aangepast)

Raad

BEPALINGEN INZAKE DE BIJZONDERE REGELINGEN VAN TITEL XII,

HOOFDSTUK 6, VAN RICHTLIJN 2006/112/EG

AFDELING 1

BEPALINGEN GELDIG TOT EN MET 31 DECEMBER 2014

OE 1798/2003

Artikel 4129

OE 143/2008 Art. 1, punt 9

  • 1. 
    De in artikel 361 van Richtlijn 2006/112/EG bedoelde mededeling die door de niet in de

Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bij aanvang van zijn activiteiten aan de lidstaat van

identificatie wordt gedaan, geschiedt langs elektronische weg. De technische details, inclusief een

gemeenschappelijk elektronisch bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, van

deze verordening bedoelde procedure.

OE 1798/2003

  • 2. 
    De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg toe aan

de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van

de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is

ontvangen. Op dezelfde wijze worden de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis

gesteld van het toegekende identificatienummer. De technische details, inclusief een

gemeenschappelijk elektronisch bericht waarin deze informatie wordt verzonden, worden

vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.

  • 3. 
    Indien een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige uit het identificatieregister

wordt verwijderd, stelt de lidstaat van identificatie de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten

daarvan onverwijld langs elektronische weg in kennis.

Artikel 4230

OE 143/2008 Art. 1, punt 10

De aangifte met de in de artikel 365 van Richtlijn 2006/112/EG genoemde informatie wordt langs

elektronische weg ingediend. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk elektronisch

bericht, worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, van deze verordening bedoelde

procedure.

OE 1798/2003

De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens langs elektronische weg toe aan de bevoegde

autoriteit van de betrokken lidstaat, uiterlijk tien dagen na het einde van de maand waarin de

aangifte is ontvangen. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat de belastingaangifte dient te

luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in euro tegen de op de laatste dag

van de aangifteperiode geldende wisselkoers. De omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen

die de Europese Centrale Bank voor die dag heeft bekendgemaakt of, als er die dag geen

bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking. De technische

OE 143/2008 Art. 1, punt 11 (aangepast)

Artikel 31

Artikel 22 van deze verordening is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van

identificatie is verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364 en 365 van Richtlijn

2006/112/EG.

OE 143/2008 Art. 2, punt 11 (aangepast)

Artikel 31

Artikel 22 van deze verordening is eveneens van toepassing op informatie die door de lidstaat van

identificatie is verzameld uit hoofde van de artikelen 360, 361, 364, 365, 369 quater, 369 septies en

369 octies van Richtlijn 2006/112/EG.

OE 1798/2003 (aangepast)

Artikel 4332

De lidstaat van identificatie zorgt ervoor dat het bedrag dat door de niet in de Gemeenschap

gevestigde belastingplichtige is betaald, gestort wordt op de bankrekening in euro die is

aangewezen door de lidstaat van verbruik waaraan de betaling verschuldigd is. De lidstaten die

hebben voorgeschreven dat de aangifte dient te luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de

bedragen om in euro tegen de op de laatste dag van de aangifteperiode geldende wisselkoers. De

omwisseling vindt plaats volgens de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag

heeft bekendgemaakt of, als er die dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de

eerstvolgende dag van bekendmaking. De storting vindt plaats uiterlijk tien dagen na het eind van

de maand waarin de betaling is ontvangen.

Indien de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige niet de totale verschuldigde

belasting voldoet, zorgt de lidstaat van identificatie ervoor dat de betaling naar de lidstaten van

verbruik wordt overgemaakt in evenredigheid met de in elke lidstaat verschuldigde belasting. De

lidstaat van identificatie stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van verbruik daarvan langs

elektronische weg in kennis.

Artikel 4433

OE 143/2008 Art. 1, punt 12 (aangepast)

Artikel 34

De artikelen 28 tot en met 33 van deze verordening gelden voor de duur van de periode bepaald in

artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG.

OE 143/2008 Art. 2, punt 8 (aangepast)

AFDELING 2

BEPALINGEN GELDIG VANAF 1 JANUARI 2015

Artikel 4528

De volgende bepalingen zijn van toepassing op de bijzondere regelingen van Ttitel XII,

hoofdstuk 6, van Richtlijn 2006/112/EG.

OE 143/2008 Art. 2, punt 9 (aangepast)

  • 2. 
    De lidstaat van identificatie zendt de meegedeelde inlichtingen langs elektronische weg toe aan

de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, binnen tien dagen te rekenen vanaf het einde van

de maand waarin de mededeling van de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige is

ontvangen. Overeenkomstige details voor de identificatie van de belastingplichtige die van de

bijzondere regeling van artikel 369 ter van Richtlijn 2006/112/EG gebruik maakt, worden aan de

bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten toegezonden binnen tien dagen te rekenen vanaf het

einde van de maand waarin de belastingplichtige opgave heeft gedaan van het begin van zijn onder

artikel 369 ter van deze richtlijn vallende belastbare activiteiten. Op dezelfde wze worden de

bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten in kennis gesteld van het toegekende

identificatienummer.

De technische details, inclusief een gemeenschappelk elektronisch bericht waarin deze informatie

wordt verzonden, worden vastgesteld volgens de in artikel 60 44, lid 2, van deze verordening

bedoelde procedure.

  • 3. 
    Indien een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige of een niet in de lidstaat van

verbruik gevestigde belastingplichtige van de bijzondere regeling wordt uitgesloten, stelt de lidstaat

van identificatie de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan onverwld langs

elektronische weg in kennis.

OE 1798/2003

De lidstaat van identificatie zendt deze gegevens uiterlijk tien dagen na het einde van de maand

waarin de aangifte is ontvangen langs elektronische weg toe aan de bevoegde autoriteit van de

betrokken lidstaten van verbruik. De gegevens bedoeld in de tweede alinea van artikel 369 octies

van Richtlijn 2006/112/EG worden ook toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de betrokken

lidstaat van vestiging. De lidstaten die hebben voorgeschreven dat de belastingaangifte dient te

luiden in een andere valuta dan de euro, zetten de bedragen om in euro tegen de op de laatste dag

van de referentieperiode geldende wisselkoers. De omwisseling vindt plaats volgens de

wisselkoersen die de Europese Centrale Bank voor die dag bekend heeft gemaakt of, wanneer die

dag geen bekendmaking heeft plaatsgevonden, op de eerstvolgende dag van bekendmaking. De

technische details over de wijze waarop deze informatie wordt verzonden, worden volgens de in

artikel 44 60, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld.

OE 1798/2003

De lidstaat van identificatie zendt de lidstaat van verbruik langs elektronische weg de informatie toe

die nodig is om te bepalen met welke driemaandelkse aangifte een betaling overeenstemt.

Artikel 48

De lidstaat van identificatie zorgt ervoor dat het bedrag dat door de niet in de Gemeenschap

gevestigde belastingplichtige is betaald, gestort wordt op de bankrekening in euro die is

aangewezen door de lidstaat van verbruik waaraan de betaling verschuldigd is. De lidstaten die

Indien de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige niet de totale verschuldigde

belasting voldoet, zorgt de lidstaat van identificatie ervoor dat de betaling naar de lidstaten van

verbruik wordt overgemaakt in evenredigheid met de in elke lidstaat verschuldigde belasting. De

lidstaat van identificatie stelt de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van verbruik daarvan langs

elektronische weg in kennis.

OE 143/2008 Art. 2, punt 12

Wat betreft de betalingen die, overeenkomstig de bijzondere regeling van Ttitel XII, hoofdstuk 6,

afdeling 3, van Richtlijn 2006/112/EG naar de lidstaat van verbruik moeten worden overgemaakt,

mag de lidstaat van identificatie van de in de eerste en tweede alinea bedoelde bedragen de

volgende percentages inhouden:

  • a) 
    van 1 januari 2015 tot 31 december 2016: 30 %;
  • b) 
    van 1 januari 2017 tot 31 december 2018: 15 %;
  • c) 
    van 1 januari 2019: 0 %.

OE 1798/2003

Raad

Artikel 49

OE 143/2008 Art. 1, punt 13 (aangepast)

HOOFDSTUK XIIVI BIS

BEPALINGEN INZAKE DE UITWISSELING EN BEWARING VAN

GEGEVENS IN HET KADER VAN DE PROCEDURE VAN RICHTLIJN

2008/9/EG. VOOR DE TERUGGAAF VAN DE BTW AAN

BELASTINGPLICHTIGEN DIE NIET IN DE LIDSTAAT VAN TERUGGAAF

MAAR IN EEN ANDERE LIDSTAAT GEVESTIGD ZIJN

Artikel 5034 bis

  • 1. 
    De bevoegde autoriteit van de lidstaat van vestiging die een verzoek om teruggaaf van de

belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 5 van Richtlijn 2008/9/EG van 12 februari

2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde

teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de

lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn ontvangt, terwijl artikel 18 van die

richtlijn niet van toepassing is, stuurt het verzoek binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van

het verzoek langs elektronische weg door aan de bevoegde autoriteiten van iedere betrokken lidstaat

van teruggaaf, waardoor zij tevens bevestigt dat de aanvrager in de zin van artikel 2, punt 5, van

  • 2. 
    De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf stellen de bevoegde autoriteiten van de

andere lidstaten langs elektronische weg in kennis van alle gegevens die zij verlangen krachtens

artikel 9, lid 2, van Richtlijn 2008/9/EG. De technische details, inclusief een gemeenschappelijk

elektronisch bericht waarin deze gegevens worden verzonden, worden vastgesteld volgens de in

artikel 6044, lid 2, van deze verordening bedoelde procedure.

  • 3. 
    De bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat van teruggaaf delen de bevoegde autoriteiten van de

andere lidstaten eveneens langs elektronische weg mee of zij gebruik wensen te maken van de in

artikel 11 van Richtlijn 2008/9/EG bedoelde mogelijkheid, te verlangen dat de aanvrager zijn

beroepsactiviteit omschrijft aan de hand van de geharmoniseerde codes.

De in de eerste alinea bedoelde geharmoniseerde codes worden volgens de in artikel 6044, lid 2,

van deze verordening bedoelde procedure vastgesteld op basis van de NACE-nomenclatuur van

Verordening (EEG) nr. 3037/901 1893/20062 van de Raad.

OE 1798/2003

nieuw

Raad

HOOFDSTUK XIIIVII

BETREKKINGEN MET DE COMMISSIE

Artikel 5135

  • 1. 
    De lidstaten en de Commissie onderzoeken en beoordelen de werking van de op grond van deze

verordening ingestelde regeling voor administratieve samenwerking. [...] [...] . De

Commissie verzamelt de ervaringen van de lidstaten teneinde de werking van deze regeling te

verbeteren.

  • 2. 
    De lidstaten verstrekken de Commissie alle beschikbare inlichtingen in verband met het gebruik

dat zij van deze verordening maken.

nieuw

Raad

OE 1798/2003

  • 43. 
    Een lijst met de statistische gegevens die nodig zijn voor de evaluatie van deze verordening

wordt vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure. De lidstaten doen de

Commissie mededeling van die gegevens, voor zover zij beschikbaar zijn en de mededeling ervan

naar verwachting geen onredelijke administratieve lasten met zich brengt.

  • 54. 
    Teneinde de doeltreffendheid van deze regeling voor administratieve samenwerking met het oog

op de bestrijding van belastingontduiking en belastingontwijking te beoordelen, kunnen de lidstaten

de Commissie alle andere in artikel 1 bedoelde inlichtingen verstrekken.

  • 65. 
    De Commissie doet de in de leden 2, 3 en 4 tot en met 5 bedoelde inlichtingen toekomen aan de

andere betrokken lidstaten.

nieuw

Raad

  • 7. 
    Wanneer dat - in aanvulling op de bepalingen van deze verordening - noodzakelijk is, verstrekt

de Commissie de bevoegde autoriteiten van iedere lidstaat de inlichtingen die hen in staat kunnen

stellen de fraude op het gebied van de btw te bestrijden, zodra zij deze in haar bezit heeft.

[...]

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

HOOFDSTUK XIVVIII

BETREKKINGEN MET DERDE LANDEN

Artikel 5236

  • 1. 
    Wanneer door een derde land aan de bevoegde autoriteit van een lidstaat inlichtingen zn

meegedeeld, kan laatstgenoemde deze doorgeven aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die

in deze inlichtingen geďnteresseerd zouden kunnen zn en in elk geval aan de autoriteiten die erom

verzoeken, voor zover de bstandsregelingen met het derde land in kwestie dat toelaten

[...] dat toelaten .

  • 2. 
    [...] De bevoegde overheid kan, met inachtneming van de nationale voorschriften

betreffende de doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen, de krachtens deze verordening

ontvangen inlichtingen doorgeven aan een derde land, op voorwaarde dat aan elk van de volgende

voorwaarden is voldaan:

  • a) 
    de bevoegde autoriteit van de lidstaat waaruit de inlichtingen afkomstig zijn, heeft daarin

HOOFDSTUK XVIX

VOORWAARDEN VOOR DE UITWISSELING VAN INLICHTINGEN

Artikel 5337

  • 1. 
    De verstrekking van inlichtingen uit hoofde van deze verordening geschiedt voor zover mogelk

langs elektronische weg overeenkomstig de praktische regelingen die worden vastgesteld volgens

de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.

2. [...]

Indien het verzoek niet volledig via het bovenbedoelde elektronische systeem is ingediend,

bevestigt de aangezochte autoriteit onverwijld en in elk geval uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst

langs elektronische weg de ontvangst van het verzoek.

Een [...] autoriteit die een verzoek of inlichtingen ontvangt zonder de beoogde ontvanger te

zijn, waarschuwt onverwijld en in elk geval uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst de verzender

langs elektronische weg.

nieuw

Raad

OE 1798/2003 (aangepast)

Artikel 5438

De verzoeken om bstand, waaronder de verzoeken tot kennisgeving, en de bgevoegde stukken

mogen gesteld zn in een door de aangezochte en de verzoekende autoriteit overeengekomen taal.

Deze verzoeken gaan slechts in bzondere gevallen, op grond van een met redenen omkleed

verzoek van de aangezochte autoriteit, vergezeld van een vertaling in de officiële taal of in één van

de officiële talen van de lidstaat waar die autoriteit is gevestigd.

Artikel 5539

OE 143/2008 Art. 1, punt 14

Raad

Voor de duur van de periode bepaald in artikel 357 van Richtlijn 2006/112/EG zorgen dDe

Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-

uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven in de

artikelen 2941 en 3042 van deze verordening operationeel zijn. Volgens de in artikel 60, lid 2,

bedoelde procedure wordt besloten over een dienstenniveau-overeenkomst tot borging van de

kwaliteit en de omvang van de diensten die de Commissie en de lidstaten verlenen met het oog

OE 143/2008 Art. 2, punt 14 (aangepast)

De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bestaande of nieuwe communicatie- en informatie-

uitwisselingssystemen die nodig zijn voor de uitwisseling van inlichtingen als omschreven in de

artikelen 29 en 30 operationeel zijn. De Commissie is verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van

het gemeenschappelijk communicatienetwerk met gemeenschappelijke interface (CCN/CSI) die

nodig is om de uitwisseling van die inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk te maken. De lidstaten

zijn verantwoordelijk voor elke ontwikkeling van hun systemen die nodig is om de uitwisseling van

de inlichtingen via het CCN/CSI mogelijk te maken.

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

De lidstaten zien af van iedere eis tot terugbetaling van uit de toepassing van deze verordening

voortvloeiende kosten, behalve, in voorkomend geval, wat de aan deskundigen uitbetaalde

vergoedingen betreft.

Artikel 5640

  • 1. 
    De aangezochte autoriteit van een lidstaat verstrekt de in artikel 1 bedoelde inlichtingen aan de

verzoekende autoriteit van een andere lidstaat op voorwaarde dat:

  • b) 
    de verzoekende autoriteit voor het verkrgen van de inlichtingen eerst een beroep heeft

gedaan op alle gebruikelke bronnen die z in de gegeven omstandigheden had kunnen

benutten zonder het verkrgen van het beoogde resultaat in gevaar te brengen.

  • 2. 
    Deze verordening legt niet de verplichting op onderzoek in te stellen naar of inlichtingen te

verstrekken over een specifiek geval wanneer de wetgeving of de administratieve praktk van

de lidstaat die de inlichtingen moet verstrekken, de lidstaat niet toestaat dergelk onderzoek in te

stellen of zodanige inlichtingen in te winnen of te gebruiken voor de eigen doeleinden van deze

lidstaat.

  • 3. 
    De bevoegde autoriteit van een aangezochte lidstaat kan weigeren inlichtingen te

verstrekken indien de betrokken verzoekende lidstaat op wettelke gronden niet in staat is

gelksoortige inlichtingen te verstrekken. De met redenen omklede afwijzing wordt door de

aangezochte lidstaat aan de Commissie meegedeeld.

  • 4. 
    Het verstrekken van inlichtingen kan worden geweigerd indien dit zou leiden tot onthulling van

een commercieel, industrieel of beroepsgeheim of van een handelswerkwijze of van gegevens

waarvan de onthulling met de openbare orde in strijd zou zijn.

nieuw

  • 5. 
    In geen geval worden de leden 2, 3 en 4 zodanig uitgelegd dat zij een aangezochte autoriteit van

een lidstaat toestaan te weigeren inlichtingen te verstrekken over een belastingplichtige die voor de

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

  • 56. 
    De aangezochte autoriteit stelt de verzoekende autoriteit in kennis van de redenen voor de

afwijzing van een verzoek om bijstand.

  • 67. 
    Een minimumbedrag op grond waarvan een verzoek om bstand kan worden voorgelegd, kan

worden vastgesteld volgens de in artikel 6044, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 5741

  • 1. 
    De in enigerlei vorm uit hoofde van deze verordening verstrekte of verzamelde inlichtingen

, daaronder begrepen alle inlichtingen waartoe een ambtenaar toegang had in de in de

hoofdstukken VII, VIII en X bedoelde situaties alsook in de in lid 2 van dit artikel bedoelde

gevallen, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin voor

soortgelijke inlichtingen wordt voorzien bij de nationale wetgeving van de ontvangende lidstaat en

bij de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden. [...]

De inlichtingen mogen alleen worden gebruikt in de omstandigheden waarin deze richtlijn

voorziet .

[...] .

Dergelijke inlichtingen mogen worden gebruikt voor de vaststelling van de grondslag, de inning of

de administratieve controle van de belastingen.

Deze inlichtingen kunnen bovendien worden gebruikt om andere heffingen, rechten en belastingen

vast te stellen die vallen onder artikel 2 van Richtln 76/308/EEG 2008/55/EG van de Raad van 15

maart 1976 betreffende de wederzdse bstand inzake de invordering van schuldvorderingen die

voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen1.

Deze inlichtingen kunnen tevens worden gebruikt in tot de eventuele toepassing van sancties

leidende gerechtelijke procedures die worden ingesteld in verband met inbreuken op de

belastingwetgeving, onverminderd de algemene regels en de wettelijke bepalingen betreffende de

rechten van verdachten en getuigen in deze procedures.

  • 2. 
    Personen die daartoe zijn gemachtigd door de instantie voor veiligheidsaccreditatie (IVA) van de

Europese Commissie mogen alleen toegang hebben tot deze inlichtingen voor zover dat nodig is

voor het onderhoud en de uitbouw van het CCN/CSI-netwerk.

  • 3. 
    In afwijking van lid 1 staat de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt,

toe, dat deze inlichtingen in de lidstaat van de verzoekende autoriteit ook voor andere doeleinden

worden gebruikt, indien de wetgeving van de lidstaat van de aangezochte autoriteit het gebruik van

de inlichtingen voor soortgelijke doeleinden toestaat.

  • 4. 
    Wanneer de verzoekende autoriteit van mening is dat inlichtingen die zij van de aangezochte

autoriteit heeft ontvangen, van nut kunnen zijn voor de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat,

  • 5. 
    Op de in deze verordening bedoelde bewaring of uitwisseling van inlichtingen zijn de

bepalingen tot uitvoering van Richtlijn 95/46/EG van toepassing. Voor de juiste toepassing van

deze verordening beperken de lidstaten evenwel de reikwijdte van de verplichtingen en rechten

neergelegd in artikel 10, artikel 11, lid 1, en de artikelen 12 en 21 van Richtlijn 95/46/EG, voor

zover dit noodzakelijk is om de in artikel 13, onder e), van die richtlijn bedoelde belangen te

vrijwaren.

Artikel 5842

De verslagen, verklaringen en overige bescheiden of de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften

of uittreksels daarvan, die door de ambtenaren van de aangezochte autoriteit zijn verkregen en aan

de verzoekende autoriteit zijn doorgegeven in het kader van de bijstandsregeling van deze

verordening, kunnen door de bevoegde instanties van de lidstaat van de verzoekende autoriteit als

bewijs worden gebruikt op dezelfde voet als soortgelijke bescheiden die door een andere instantie

van het eigen land worden doorgegeven.

Artikel 5943

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening nemen de lidstaten alle nodige maatregelen teneinde:
  • a) 
    een effectieve interne coördinatie tussen de in artikel 3 bedoelde bevoegde autoriteiten te

verzekeren;

  • 2. 
    De Commissie deelt alle inlichtingen die zij ontvangt en die zij kan verstrekken, zo spoedig

mogelijk aan elke lidstaat mee.

HOOFDSTUK XVIX

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 6044

  • 1. 
    De Commissie wordt bgestaan door het Permanent Comité inzake administratieve

samenwerking (hierna "het comité" genoemd).

[...]

[...] 2. In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van

Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

  • 3. 
    Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 6145

  • 1. 
    Binnen de drie jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening,

en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie b het Europees Parlement en de Raad een

verslag in over de uitvoering van deze verordening.

  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het

onder deze verordening vallende gebied vaststellen.

Artikel 6246

  • 1. 
    De bepalingen van deze verordening laten verdergaande verplichtingen inzake wederzijdse

bijstand welkedie voortvloeien uit andere rechtsbesluiten, met inbegrip van eventuele bilaterale of

multilaterale overeenkomsten, onverlet.

  • 2. 
    Wanneer de lidstaten , met name [...] uit hoofde van artikel 11, bilaterale

regelingen treffen voor onder deze verordening vallende aangelegenheden, behalve voor het

afwikkelen van een op zichzelf staand geval, stellen z de Commissie daarvan zo spoedig mogelk

in kennis. De Commissie stelt op haar beurt de andere lidstaten daarvan in kennis.

OE 1798/2003 (aangepast)

Raad

OE 1798/2003 (aangepast)

nieuw

Raad

Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 218/92 de ingetrokken verordening worden

beschouwd als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 6448

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004 de twintigste dag volgende op die van

haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie .

De verordening is vanaf 1 januari 2012 van toepassing.

Evenwel

  • zijn de artikelen 34 tot en met 38 van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding,
  • zijn artikel 18 en artikel 22 van toepassing vanaf 1 januari 2013,
  • zijn de artikelen 40 tot en met 44 van toepassing van 1 januari 2021 tot en met 31

december 2014.

  • zijn de artikelen 45 tot en met 49van toepassing vanaf 1 januari 2015.

nieuw

Raad

BIJLAGE I

Lijst van goederenleveringen en dienstverrichtingen waarop artikel 7, lid 3, van toepassing is:

  • 1) 
    afstandsverkopen (artikelen 33 en 34 van Richtlijn 2006/112/EG);

[...]

  • 3) 
    diensten die betrekking hebben op een onroerend goed (artikel [...] 47 van

-

Richtlijn 2006/112/EG);

[...]

  • 7) 
    telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische

weg verrichte diensten [...] (artikel 58 van Richtlijn 2006/112/EG) .

  • 8. 
    Andere dan kortdurende verhuur van een vervoermiddel aan een niet-belasting-

plichtige [...] (artikel 56 van Richtlijn 2006/112/EG)

Ř

BIJLAGE II

Ingetrokken verordening met haar opeenvolgende wijzigingen

Verordening (EG) nr. 1798/2003 van de Raad PB L 264 van 15.10.2003, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 885/2004 van de Raad PB L 168 van 1.5.2004, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 143/2008 van de Raad PB L 44 van 20.2.2008, blz. 1.

Verordening (EG) nr. 37/2009 van de Raad PB L 14 van 20.1.2009, blz. 1.

BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EG) nr. 1798/2003 Huidige verordening

Artikel 1, lid 1, eerste en tweede alinea Artikel 1, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 1, lid 1, derde alinea -

Artikel 1, lid 1, vierde alinea Artikel 1, lid 4

Artikel 1, lid 2 Artikel 1, lid 3

Artikel 2, lid 1, punt 1 Artikel 3

Artikel 2, lid 1, punt 2 Artikel 2, lid 1, punt 1

Artikel 2, lid 1, punt 3 Artikel 2, lid 1, punt 2

Artikel 2, lid 1, punt 4 Artikel 2, lid 1, punt 3

Artikel 2, lid 1, punt 5 Artikel 2, lid 1, punt 4

Artikel 2, lid 1, punt 6 Artikel 2, lid 1, punt 5

Artikel 2, lid 1, punt 7 Artikel 2, lid 1, punt 6

Artikel 2, lid 1, punt 8 Artikel 2, lid 1, punt 7

Artikel 2, lid 1, punt 9 Artikel 2, lid 1, punt 8

Artikel 2, lid 1, punt 10 Artikel 2, lid 1, punt 9

Artikel 2, lid 1, punt 15 -

Artikel 2, lid 1, punt 16 Artikel 2, lid 1, punt 13

Artikel 2, lid 1, punt 17 -

Artikel 2, lid 1, punt 18 Artikel 2, lid 1, punt 15

Artikel 2, lid 1, punt 19 Artikel 2, lid 1, punt 16

Artikel 3, lid 1 Artikel 3

Artikel 3, lid 2 Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 3 Artikel 4, lid 2

Artikel 3, lid 4 Artikel 4, lid 3

Artikel 3, lid 5 Artikel 4, lid 4

Artikel 3, lid 6 Artikel 5

Artikel 3, lid 7 Artikel 6

Artikel 5, lid 1 Artikel 7, lid 1

Artikel 5, lid 2 Artikel 7, lid 2

Artikel 5, lid 3 Artikel 7, lid 3, eerste alinea

Artikel 5, lid 4 Artikel 7, lid 4

Artikel 6 Artikel 8

Artikel 7 Artikel 9

Artikel 9 Artikel 11

Artikel 10 Artikel 13

Artikel 11 Artikel 29

Artikel 12 Artikel 30

Artikel 13, lid 1 Artikel 31, lid 1

Artikel 13, lid 2 Artikel 31, lid 2

Artikel 13, lid 3 Artikel 31, lid 3

Artikel 14 Artikel 26

Artikel 15 Artikel 27

Artikel 16 Artikel 28

Artikel 17 Artikel 14

Artikel 18 Artikel 16

Artikel 19 -

Artikel 20 -

Artikel 21 -

Artikel 22, lid 1, eerste alinea Artikel 18, lid 1, onder a)

Artikel 22, lid 1, tweede alinea Artikel 19

Artikel 22, lid 2 Artikel 20

Artikel 23, eerste alinea Artikel 22, eerste alinea, punten 1 en 2

Artikel 23, tweede alinea Artikel 22, tweede alinea

Artikel 24, eerste alinea, punt 1 Artikel 22, eerste alinea, punt 3

Artikel 24, eerste alinea, punt 1 Artikel 22, eerste alinea, punt 4

Artikel 24, tweede alinea Artikel 22, tweede alinea

Artikel 25, lid 1 Artikel 21, lid 2

Artikel 25, lid 2 Artikel 21, lid 3

Artikel 25, lid 3 -

Artikel 26 Artikel 25

Artikel 27, lid 1 Artikel 18, lid 1, onder b)

Artikel 27, lid 2 Artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 22, eerste alinea

Artikel 27, lid 3 Artikel 18, lid 1, onder b), en artikel 22, eerste alinea

Artikel 27, lid 4 Artikel 32, lid 1, eerste alinea

Artikel 28 Tot 31 december 2014 - artikel 40

Vanaf 1 januari 2015 - artikel 45

Artikel 29 Tot 31 december 2014 - artikel 41

Vanaf 1 januari 2015 - artikel 46

Artikel 30 Tot 31 december 2014 - artikel 42

Vanaf 1 januari 2015 - artikel 47

Artikel 31 Artikel 18, lid 1, onder e), en lid 2

Artikel 32 Tot 31 december 2014 - artikel 43

Vanaf 1 januari 2015 - artikel 48

Artikel 33 Tot 31 december 2014 - artikel 44

Vanaf 1 januari 2015 - artikel 49

Artikel 34 -

Artikel 34 bis Artikel 50

Artikel 35, lid 1 Artikel 51, lid 1

Artikel 35, lid 2 Artikel 51, lid 2

Artikel 35, lid 3 Artikel 51, lid 4

Artikel 35, lid 4 Artikel 51, lid 5

Artikel 35, lid 5 Artikel 51, lid 6

Artikel 36 Artikel 52

Artikel 37 Artikel 53, lid 1

Artikel 38 Artikel 54

Artikel 39 Artikel 55

Artikel 40, lid 1 Artikel 56, lid 1

Artikel 40, lid 2 Artikel 56, lid 2

Artikel 40, lid 3 Artikel 56, lid 3

Artikel 40, lid 4 Artikel 56, lid 4

Artikel 40, lid 5 Artikel 56, lid 6

Artikel 40, lid 6 Artikel 56, lid 7

Artikel 41 Artikel 57

Artikel 42 Artikel 58

Artikel 43 Artikel 59

Artikel 44 Artikel 60

Artikel 45 Artikel 61

Artikel 46 Artikel 62

Artikel 47 Artikel 63

Artikel 48 Artikel 64

  • Bijlage I
  • Bijlage II
  • Bijlage III

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

18 aug
'09
COM(2009)427 - Administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de btw


1 dec
'08
COM(2008)807 - Gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van btw-fraude in de EU


17 mrt
'08
COM(2008)147 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 ter bestrijding van de belastingfraude in het intragemeenschappelijke verkeer


22 sep
'06
COM(2006)524 - Aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië


29 okt
'04
COM(2004)728 - Nadere voorschriften voor de in richtlijn 77/388/EEG vastgestelde teruggaaf van de BTW aan belastingplichtigen die niet in het binnenland maar in een andere lidstaat zijn gevestigd


29 okt
'04
COM(2004)728 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1798/2003 wat betreft de invoering van een regeling voor administratieve samenwerking in het kader van het éénloketsysteem en de BTW-teruggaafprocedure


15 apr
'04
COM(2004)246 - Gemeenschappelijke stelsel van btw


4 mrt
'04
COM(2004)148 - Aanpassing van bepaalde verordeningen en besluiten op het gebied van vrij verkeer van goederen, vennootschapsrecht, landbouw, belastingen, onderwijs en opleiding, cultuur en audiovisuele aangelegenheden, en externe betrekkingen, in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije


23 dec
'03
COM(2003)822 - Wijziging van richtlijn 77/388/EEG wat betreft de plaats van levering van diensten


18 jun
'01
COM(2001)294 - Administratieve samenwerking op het gebied van de btw


 
 
publicatiedatum 28-05-2010
kenmerk 10189/10

Inhoud