Bevordering werkgelegenheid in de EU - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Man met telefoon achter laptop

Hoewel het sociaal en werkgelegenheidsbeleid voornamelijk in de handen van de EU-lidstaten zelf ligt, maken Europese instellingen zich al tijden sterk om zoveel mogelijk burgers aan het werk te krijgen. Door middel van de 2020-strategie streeft de EU sinds 2010 een concurrentiekrachtige, sociale en groene markteconomie na. In 2020 moet bijvoorbeeld 75% van de gehele Europese beroepsbevolking aan het werk zijn.

Hoog op de Europese prioriteitenlijst staat de coördinatie van het werkgelegenheidsbeleid van de EU-landen om zo goed opgeleide, vaardige en mobiele arbeidskrachten te creëren. Sectoren waar specifiek naar wordt gekeken, zijn die waar kennis centraal staat, zoals de ICT. Niet alleen worden mensen op deze manier beter en sneller aan het werk geholpen, ook kan de EU zo beter concurreren met andere grote economieën zoals die van de Verenigde Staten en Japan.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Wat is er bereikt?

Gedurende het intensiveren van de Europese samenwerking is de EU steeds meer geslaagd in het creëren van een gemeenschappelijke aanpak van werkloosheid, die het nationale beleid van elke lidstaat moet aanvullen. Elk land heeft een eigen stelsel van sociale uitkeringen en de EU respecteert deze verschillen. Wel is er bijvoorbeeld overeengekomen dat iedere burger recht heeft op een basisuitkering bij werkloosheid.

Tot het Verdrag van Maastricht (1992) betrof het Europese werkgelegenheidsbeleid vooral maatregelen die gingen over arbeidsmobiliteit en daarvoor, ten tijde van de Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS), was het beleid beperkt tot arbeiders uit die sectoren. Er werden wel richtlijnen aangenomen, zoals voor gelijke kansen voor man en vrouw en over veiligheid op de werkvloer, maar veel andere initiatieven werden tegengehouden door het feit dat de lidstaten er unaniem mee moesten instemmen. Met het ondertekenen van het Verdrag van Maastricht werd werkgelegenheid officieel een prioriteit voor de Europese Unie. Sindsdien is veel gedaan om werkloosheid op Europees niveau aan te pakken.

2.

Tot 2010: Lissabonstrategie

Belangrijk onderdeel van het streven om de werkloosheid in Europa terug te dringen, zijn de zogeheten Werkgelegenheidsrichtlijnen, die jaarlijks gemeenschappelijke prioriteiten en doelstellingen formuleerden. Werkgelegenheid beschouwen de EU-lidstaten als een zaak van gemeenschappelijk belang en daarom verschijnen er sinds 2005 ook jaarlijks richtsnoeren, die feitelijk een combinatie zijn van 'best practices' en 'lessons learnt'.

In 2000 werd bovendien een begin gemaakt met de Lissabonstrategie, die tot doel had om van Europa in 2010 'de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld' te maken. Met deze strategie zou Europa in staat worden gesteld tot duurzame economische groei en het creëren van meer banen en zo een hechtere sociale samenhang.

Halverwege het programma, in 2005, bleek uit een tussentijdse evaluatie dat de EU hevig achterliep op schema. Een herziening van de strategie leek onontkoombaar dus werd deze bijgesteld, nu met nadruk op werkgelegenheid en economische groei. In 2010 heeft men moeten concluderen dat er helaas weinig terecht is gekomen van de ambitieuze voornemens om van Europa de sterkste economie van de wereld te maken.

De economische crisis werd als excuus aangevoerd, maar critici van de Lissabonstrategie menen dat de afspraken tussen EU-lidstaten niet krachtig genoeg waren. Zo werden er geen maatregelen genomen als bleek dat een lidstaat te weinig deed om de doelstellingen te halen.

2010 werd door de Europese Unie uitgeroepen tot het jaar van de bestrijding van armoede en uitsluiting. Armoede en sociale uitsluiting van personen kunnen leiden tot verzwakking van de samenleving als geheel, zo redeneerde de EU.

3.

Vanaf 2010: Europa 2020-strategie

Intussen bleef de economische en financiële crisis als een wervelwind door Europa waaien. Al in 2008, toen de Lissabonstrategie nog in uitvoering was, riepen de Europese regeringsleiders de Europese Commissie op om vóór 2010 een opvolger voor te bereiden. Het antwoord hierop is de Europa 2020-strategie. Dit plan borduurt voort op de strategie die in 2000 in Lissabon werd opgesteld. 

Een op het eerste gezicht klein (maar tegelijkertijd belangrijk) verschil is de formulering van het doel: de Europese economie moet zich ontwikkelen tot een zeer concurrentiekrachtige, sociale en groene markteconomie. De EU 2020-strategie moet Europa niet alleen uit de crisis helpen, maar ze moet ook meer ambitieuze en structurele hervormingen in gang zetten. Aan deze strategie zijn echter ook geen sancties verbonden voor landen die zich niet voldoende inzetten. Het Europees Parlement vindt dat een tekortkoming.

4.

Wat doet het Europees Parlement aan werkgelegenheid?

Het Europees Parlement heeft lange tijd niet veel te zeggen gehad over werkgelegenheid. Wel heeft het tijdens de onderhandelingen over het Verdrag van Amsterdam een oproep gedaan om een speciaal hoofdstuk over werkgelegenheid in het verdrag op te nemen. Veel resoluties over het onderwerp zijn sindsdien aangenomen én omgezet in nationale wetgeving. Het Parlement heeft de Lissabonstrategie altijd gesteund, maar heeft constant benadrukt dat nationale parlementen meer betrokken moeten worden bij de controle en uitvoering van de doelstellingen. Alle concrete doelstellingen voor werkgelegenheid in de Lissabonstrategie zijn afkomstig van het Europees Parlement.

De Parlementaire Commissie Werkgelegenheid en Sociale Zaken van het EP is positief over de Europa 2020-strategie en heeft enkele essentiële punten toegevoegd, zoals de concrete doelstelling dat in 2020 75 procent van de gehele Europese beroepsbevolking, man en vrouw, aan het werk is. Dit moet in het bijzonder gerealiseerd worden door extra aandacht te geven aan achtergestelde groepen zoals jongeren en ouderen, maar ook invaliden.

Het EP roept lidstaten verder op om ervoor te zorgen dat 90 procent van alle Europeanen tussen de 20 en 24 jaar aan het werk is of een opleiding volgt. Een aanvullende resolutie van het EP over het creëren van banen in een duurzame toekomst kan tot slot een positief effect hebben op zowel de kwantiteit als kwaliteit van banen.

5.

Bestrijding jeugdwerkloosheid

Op 28 februari 2013 hebben de EU-lidstaten, op voorstel van de Europese Commissie en het Europees Parlement, een akkoord bereikt over de zogenoemde 'jeugdgarantieregeling'. Deze regeling beoogt alle jongeren tot 25 jaar binnen 4 maanden nadat ze de schoolbank hebben verlaten of werkloos zijn geworden, de garantie te geven op hulp. Dat wil zeggen dat ze of een baan of een opleiding aangeboden krijgen. Voor het plan is voorlopig een bedrag van 6 miljard euro uitgetrokken en het zal zich in eerste instantie richten op regio's waar de jeugwerkloosheid boven de 25 procent ligt.

6.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over het werkgelegenheidsbeleid van de EU. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

7.

Meer informatie