Zesde verslag betreffende de handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 8 november 2010 (09.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

15992/10

VISA 267 AUS 16 AMLAT 117 ASIE 72 CDN 17 USA 116 COMIX 734

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 8 november 2010

aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Betreft: Zesde verslag betreffende de handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 5.11.2010 COM(2010) 620 definitief

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE

RAAD

Zesde verslag

betreffende de handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd

met het wederkerigheidsbeginsel

INHOUD

  • 1. 
    Inleiding........................................................................................................................ 3
  • 2. 
    Resultaten sinds het vijfde verslag van de Commissie over wederkerigheid............... 4

2.1. Australië ....................................................................................................................... 4

2.2. Brazilië ......................................................................................................................... 5

2.3. Brunei Darussalam ....................................................................................................... 6

2.4. Canada .......................................................................................................................... 7

2.5. Japan ............................................................................................................................. 9

2.6. Verenigde Staten van Amerika ("VS")....................................................................... 10

  • 3. 
    Conclusie .................................................................................................................... 13
  • 1. 
    INLEIDING

Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum (bijlage I bij de verordening;

hierna de "negatieve lijst" genoemd) en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (bijlage II bij de verordening; hierna de "positieve lijst" genoemd)

1 is het basisinstrument voor het gemeenschappelijk

visumbeleid en bevat een wederkerigheidsmechanisme voor gevallen waarin een derde land op de positieve lijst een visumplicht handhaaft of invoert ten aanzien van de onderdanen van een of meer lidstaten

2.

In de eerste vier verslagen3 werd geleidelijke vooruitgang gemeld bij het oplossen

van problemen met niet-wederkerigheid. In het vijfde wederkerigheidsverslag4 van

19 oktober 2009 werd uiteengezet dat nog slechts vijf derde landen van de positieve lijst visa verplicht stelden voor onderdanen van een of meer lidstaten.

Op dezelfde datum keurde de Commissie een ad-hocverslag goed over de herinvoering van de visumplicht voor Tsjechische onderdanen door Canada

  • 5. 
    Voor

het eerst sinds de invoering van het nieuwe wederkerigheidsmechanisme in 2005 had een derde land van de positieve lijst de visumplicht voor onderdanen van een lidstaat weer ingevoerd. De Commissie concludeerde dat zij, tenzij Canada positieve stappen zou ondernemen ter verlichting van de formaliteiten voor Tsjechische onderdanen die Canada wensten te bezoeken en een traject van maatregelen zou presenteren voor het herstel van hun visumvrijstelling voor het einde van 2009, zou aanbevelen een visumplicht in te voeren of te herinvoeren voor bepaalde categorieën Canadese onderdanen.

Beide verslagen werden aan de JBZ-Raad gepresenteerd op 23 oktober 2009. De Raad verzocht de Commissie haar inspanningen voor de totstandbrenging van volledige wederkerigheid voort te zetten in het geval van handhaving door derde landen van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel, in het bijzonder haar inspanningen voor herstel van visumvrij reizen naar Canada door Tsjechische onderdanen.

  • 2. 
    RESULTATEN SINDS HET VIJFDE VERSLAG VAN DE COMMISSIE OVER

WEDERKERIGHEID

2.1. Australië

Huidige situatie

Sinds 27 oktober 2008 hebben de burgers van alle lidstaten en van de met Schengen geassocieerde landen het recht gebruik te maken van het eVisitors-systeem, ongeacht hun vorige status (ETA of eVisa)

  • 6. 
    Een "eVisitor" is een toestemming om Australië

te bezoeken voor toeristische of zakelijke doeleinden gedurende een periode van maximaal drie maanden per inreis. Een eVisitor is vanaf de datum van afgifte twaalf maanden geldig.

Verwerking van eVisitor-aanvragen

Sinds de invoering van het eVisitors-systeem heeft Australië de Commissie regelmatig verslagen verstrekt met statistieken over de toepassing van het eVisitors- systeem met betrekking tot alle lidstaten. Op 18 januari 2010 werd het derde verslag voorgelegd, dat de periode van 1 juli 2009 tot en met 31 oktober 2009 bestrijkt. In die periode werden 132 036 eVisitors toegekend, waarvan 88,54% automatisch. Behalve voor onderdanen van Roemenië (28,99%), Bulgarije (40,95%) en Slowakije (69,92%) ligt het aandeel automatische toekenningen boven 82%; dit aandeel is met 95,59% het hoogst onder Griekse onderdanen. In verband met verklaarde integriteitsproblemen bij verzoekers uit sommige lidstaten had Australië besloten meer verzoeken manueel te verwerken en deze verzoeken zorgvuldiger te controleren. 745 verzoeken werden geweigerd, waarvan 263 van Roemeense onderdanen. Bovendien blijkt uit de statistieken dat het gemiddelde gecorrigeerde percentage niet-terugkerenden (Modified Non-Return Rate, MNRR

  • 7) 
    0,71% bedroeg

en dat Letland met 5,63% het hoogste percentage had.

Daarnaast werd een overzicht gegeven van het eerste volledige jaar van het eVisitors- systeem (27 oktober 2008 31 oktober 2009). In dat jaar werden 358 273 verzoeken ingediend, waarvan 86,94% automatisch werd ingewilligd. Er werden 1 863 weigeringen genoteerd, waarvan 761 voor Roemeense onderdanen. De gemiddelde MNRR bedroeg 0,59%, terwijl Roemenië met 4,83% het hoogste percentage had. Australië heeft verklaard dat, hoewel gedurende het eerste jaar geen nieuwe integriteitsproblemen aan het licht zijn gekomen, voortgezet toezicht op verzoeken van Bulgaarse en Roemeense onderdanen vereist is.

met 6,23% de hoogste MNRR, Bulgarije scoorde 3,72%, terwijl de gemiddelde MNRR 0,75% bedroeg.

Op 10 juni 2010 heeft Australië een vijfde verslag voorgelegd dat twee periodes bestrijkt, namelijk van 1 juli 2009 tot en met 30 april 2010 en van 1 juli 2008 tot en met 30 april 2009. Bij vergelijking van de twee perioden blijkt dat het percentage automatische toekenningen van 85,32% naar 87,09% steeg. De percentages automatische toekenningen voor Bulgaarse en Roemeense verzoekers daalden echter respectievelijk van 87,30% naar 35,38% en van 78,57% naar 27,94%. Dit is een afspiegeling

van het feit dat Australië in verband met verklaarde

integriteitsproblemen meer van hun verzoeken manueel verwerkt. Bovendien heeft Australië verklaard dat ook verzoeken van Letse onderdanen steeds vaker een integriteitsprobleem vormen.

De beoordeling van de gelijkwaardigheid van het eVisitors-systeem met de Schengenprocedure voor visumaanvragen is thans in de afrondende fase en zal binnenkort in een afzonderlijk document worden gepresenteerd.

Beoordeling

In beginsel voorziet het eVisitors-systeem in gelijke behandeling van de burgers van alle lidstaten en van de met Schengen geassocieerde landen. Overigens blijft het percentage van automatische toekenningen zeer hoog. Toch laat het verslag zien dat in verband met de door Australië ervaren integriteitsproblemen verzoeken van onderdanen van sommige lidstaten hoofdzakelijk manueel worden verwerkt om deze verzoeken nader te kunnen bestuderen. Daarom zal de Commissie de verwerking van eVisitors-verzoeken van nabij blijven volgen.

2.2. Brazilië

Huidige situatie

De onderdanen van vier lidstaten (Cyprus, Estland, Letland en Malta) hebben nog steeds een visum nodig om Brazilië binnen te komen.

om de bestaande bilaterale overeenkomsten op te zeggen. Brazilië neemt in zijn antwoord notitie van de verklaring van de EU en bevestigt opnieuw zijn intentie om in samenwerking met de wederpartij per geval te heronderhandelen over enkele bilaterale overeenkomsten.

Op 28 april 2010 zijn beide overeenkomsten officieel geparafeerd.

Op 6 augustus 2010 heeft de Commissie de ontwerpbesluiten betreffende ondertekening en sluiting van de twee overeenkomsten over visumvrijstelling voor kort verblijf tussen de EU en Brazilië vastgesteld. De ondertekeningsbesluiten werden door de Raad goedgekeurd tijdens de vergadering van de JBZ-Raad op 7- 8 oktober 2010, waardoor de akkoorden met Brazilië van EU-zijde nu formeel getekend kunnen worden.

Beoordeling

De Commissie juicht de parafering van de overeenkomsten over visumvrijstelling voor kort verblijf voor respectievelijk houders van gewone paspoorten en houders van diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten of officiële paspoorten toe. De Commissie hoopt dat beide partijen beide overeenkomsten zo snel mogelijk via hun interne procedures zullen kunnen ratificeren om te waarborgen dat de onderdanen van alle lidstaten visumvrij naar Brazilië kunnen reizen.

2.3. Brunei Darussalam

Huidige situatie

De onderdanen van alle lidstaten kunnen gebruikmaken van een visumvrijstelling van 30 dagen. Deze visumvrijstelling kan ter plaatse voor twee termijnen van elk 30 dagen worden verlengd tot een maximaal verblijf zonder visum van 90 dagen. Onderdanen van de VS genieten echter een voorkeurregeling voor een direct verblijf van 90 dagen, wanneer zij houder zijn van een gewoon machineleesbaar paspoort.

Demarches met het oog op de totstandbrenging van wederkerigheid

2.4. Canada

Huidige situatie

Ten aanzien van onderdanen van Bulgarije, Tsjechië en Roemenië wordt de visumplicht gehandhaafd.

Stand van zaken ten aanzien van Tsjechië

Nadat Canada op 14 juli 2009 de visumplicht voor onderdanen van de Tsjechische Republiek had heringevoerd, keurde de Commissie op 19 oktober 2009 een ad- hocverslag over deze herinvoering goed. De Commissie gaf daarin aan dat Canada tegen eind 2009 op bevredigende wijze zou moeten voldoen aan twee voorwaarden: het moest opnieuw structuren voor de uitreiking van visa in de Tsjechische Republiek inrichten en aangeven welke maatregelen het van plan is te nemen voor het herstel van de visumvrijstelling voor Tsjechische onderdanen. De Commissie zou aanbevelen een visumplicht voor bepaalde categorieën Canadese onderdanen in te voeren of te herinvoeren als Canada niet aan deze beide voorwaarden zou voldoen.

In een brief van 10 december 2009 liet Canada de Commissie weten dat Tsjechische visumaanvragers vanaf 21 december 2009 hun aanvragen konden indienen, een medewerker van het visumbureau konden spreken en hun visa konden ophalen bij de ambassade van Canada in Praag. Tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 25 februari 2010 heeft de Commissie aangegeven dat door de opening van een visumafgiftepunt in Praag per 21 december 2009 aan de eerste van de twee in het ad- hocverslag gestelde voorwaarden was voldaan.

Op 15 maart 2010 vond in Praag de tweede vergadering plaats van de Canadees- Tsjechische deskundigengroep, die ook door de Commissie werd bijgewoond. Tijdens de vergadering is uitvoerig gesproken over de mogelijke inhoud van het traject van maatregelen dat zou kunnen leiden tot de beslissing van Canada om de visumplicht voor Tsjechische onderdanen in de toekomst op te heffen. Op basis van deze discussie heeft de Commissie een ontwerp voor het traject van maatregelen opgesteld, bestaande uit twee delen: ten eerste maatregelen waarvoor het proces al in gang is gezet en die op termijn een soortgelijke situatie als die welke Canada tot de herinvoering van de visumplicht voor Tsjechische onderdanen heeft gebracht, moeten voorkomen; ten tweede maatregelen op basis waarvan Canada zou kunnen besluiten de visumplicht op te heffen voordat de eerste maatregelen volledig ten uitvoer zijn gelegd. Zowel Canada als Tsjechië stemde met dit ontwerp voor het traject van maatregelen in.

koninklijke goedkeuring ("Royal Assent") van de Gouverneur-generaal. De Royal Assent is de periode van tenuitvoerlegging van de wet, waarin aanvullende verordeningen en uitvoeringsrichtsnoeren worden opgesteld en aanvullend personeel wordt aangeworven en opgeleid. Op 14 mei 2010 vond in Praag de derde vergadering plaats van de Canadees-Tsjechische deskundigengroep, die ook werd bijgewoond door de Commissie. Het ontwerp voor het traject van maatregelen, zoals overeengekomen na de tweede vergadering in Praag, diende als uitgangspunt bij het overleg. Dit ontwerp werd integraal besproken en voor alle punten ervan werden concrete maatregelen en tijdschema's vastgesteld. Er is overeenstemming bereikt over het door Tsjechië opgestelde document "Maatregelen met betrekking tot de visumregeling tussen de Tsjechische Republiek en Canada (zoals overeengekomen tijdens de vergadering van de deskundigenwerkgroep in Ottawa op 14 mei 2010)".

Op 20 september 2010 vond in Praag de vierde vergadering plaats van de Canadees- Tsjechische deskundigengroep, waarbij de Commissie opnieuw aanwezig was. Hierbij werd nagegaan of er vooruitgang was geboekt bij de uitvoering van de in het document "Maatregelen met betrekking tot de visumregeling tussen de Tsjechische Republiek en Canada" overeengekomen acties. Besloten werd dat Canada in november of begin december 2010 in Tsjechië een informatiemissie met deskundigen zal uitvoeren in het kader van de herziening van zijn visumbeleid. Canada deelde mee dat de uitvoeringsverordeningen voor de Balanced Refugee Reform Act naar verwachting zullen worden aangenomen en dat de wet, zoals het er nu naar uitziet, voor eind 2011 in werking zal treden.

Stand van zaken ten aanzien van Bulgarije en Roemenië

De kwestie van visumvrij reizen naar Canada voor alle EU-onderdanen is verscheidene malen aan de orde gesteld, in het bijzonder tijdens de top EU-Canada van 5 mei 2010, waar de Europese Unie krachtig heeft aangedrongen op het gemeenschappelijke doel van visumvrij reizen naar Canada voor alle EU- onderdanen. Canada heeft herhaald vastbesloten te zijn de resterende belemmeringen voor de verwezenlijking van dit gemeenschappelijke doel zo snel mogelijk weg te nemen.

Ten aanzien van de situatie met Tsjechië had de Commissie twee voorwaarden gesteld waaraan Canada zou moeten voldoen. Aan de eerste voorwaarde werd voldaan door de opening van een visumafgiftepunt in Praag vanaf 21 december 2010.

Wat betreft de tweede voorwaarde, een traject van maatregelen gericht op herstel van de visumvrijstelling voor Tsjechische onderdanen, is de Commissie van mening dat nu ook daaraan is voldaan. Na de derde vergadering van de Canadees-Tsjechische deskundigengroep waren Canada en Tsjechië het eens over het door Tsjechië opgestelde document. Ondanks de titel "Maatregelen met betrekking tot de visumregeling tussen de Tsjechische Republiek en Canada (zoals overeengekomen tijdens de vergadering van de deskundigenwerkgroep in Ottawa op 14 mei 2010)"

constateert de Commissie dat dit document het "traject van maatregelen" vormt en derhalve de tweede voorwaarde in vervulling doet gaan. De Commissie is daarom van mening dat Canada heeft voldaan aan beide in het ad-hocverslag gestelde voorwaarden.

Tijdens de vierde vergadering van de Canadees-Tsjechische deskundigengroep, op 20 september 2010 in Praag, is verdere vooruitgang geboekt met de tenuitvoerlegging van het traject van maatregelen; in het bijzonder is overeengekomen dat Canada voor eind 2010 in Tsjechië een informatiemissie zal uitvoeren in het kader van de herziening van zijn visumbeleid, die zou kunnen leiden tot concrete vooruitzichten op een besluit van Canada over de herinvoering van een visumvrijstelling voor Tsjechische onderdanen. Daarom is de Commissie in dit stadium van mening dat er geen noodzaak bestaat om represaillemaatregelen tegen Canada aan te bevelen. De Commissie zal echter de voortgang van de uitvoering van het traject van maatregelen van nabij blijven volgen, in het bijzonder het onverwijlde en passende gevolg dat Canada geeft aan zijn informatiemissie naar Tsjechië voor eind 2010. Bovendien constateert de Commissie dat het opnieuw opheffen van de visumplicht voor Tsjechische onderdanen niet mag wachten tot de asielhervorming in Canada is uitgevoerd; in de notulen van de tweede vergadering van de Canadees- Tsjechische deskundigengroep op 15 maart 2010 zijn Tsjechië, Canada en de Commissie overeengekomen "dat de goedkeuring van de nieuwe asielwetgeving van CAN die wellicht niet voor 2013 wordt ingevoerd geen voorwaarde mag zijn voor opheffing van de visumplicht; de uitvoering van het traject van andere maatregelen zou CAN moeten kunnen doen besluiten de visumplicht op te heffen voordat deze nieuwe CAN asielwetgeving wordt ingevoerd", zoals bevestigd door Canada

Tijdelijke visumvrijstelling voor Roemeense onderdanen

Japan heeft verklaard dat het de tijdelijke visumvrijstelling voor Roemeense onderdanen één jaar na de inwerkingtreding zal evalueren. Van september tot en met december 2010 verzamelt en analyseert het Immigratiebureau van het Japanse ministerie van Justitie relevante informatie, waaronder het percentage overschrijdingen van de visumduur.

De attaché die door het Roemeense ministerie van Bestuur en Binnenlandse Zaken naar de ambassade van Roemenië in Japan is gezonden een van de voorwaarden voor de tijdelijke opheffing van de visumplicht werkt nauw samen met het Japanse Immigratiebureau.

Beoordeling

De Commissie wacht de evaluatie van het eerste jaar van de tijdelijke visumvrijstelling voor Roemeense onderdanen door het Japanse Immigratiebureau af en hoopt dat deze evaluatie voor Japan aanleiding zal zijn de tijdelijke visumvrijstelling om te zetten in een permanente.

2.6. Verenigde Staten van Amerika ("VS")

Huidige situatie

Ten aanzien van onderdanen van Bulgarije, Cyprus, Polen en Roemenië wordt de visumplicht gehandhaafd.

Op 5 april 2010 is Griekenland opgenomen in het Visa Waiver Program (het programma voor visumvrijstelling, hierna "VWP" genoemd).

Demarches met het oog op de totstandbrenging van wederkerigheid

De Commissie is de kwestie van de niet-wederkerigheid bij de autoriteiten van de VS aan de orde blijven stellen op technisch en politiek niveau, met name op de bijeenkomst van de EU-VS ministeriële trojka Justitie en Binnenlandse Zaken van 28 oktober 2009, op de vergaderingen van de Task Force EU-VS van 10 december 2009 en 10 maart 2010, op de EU-VS "Senior Level Informal Justice and Home Affairs"-bijeenkomsten in januari 2010 en in juli 2010, en op de EU-VS ministersvergadering Justitie en Binnenlandse Zaken van 8-9 april 2010. Op 2 november 2009 is de Final Rule over medisch onderzoek van vreemdelingen gepubliceerd in het Federaal Register van de VS (vol. 74, nr. 210), die in werking is getreden op 4 januari 2010. Hierdoor is hiv/aids geschrapt van de lijst van overdraagbare aandoeningen. Dit betekent dat personen met hiv/aids vanaf 4 januari 2010 in aanmerking komen voor reizen op grond van het VWP.

Op 4 maart 2010 heeft president Obama H.R. 1299 ondertekend, de "United States Capitol Police Administrative Technical Corrections Act of 2009", die de Travel Promotion Act van 2009 (wet bevordering reisverkeer, hierna "TPA" genoemd) omvat. De TPA wijzigt de Immigration and Nationality Act (wet betreffende immigratie en nationaliteit, hierna "INA" genoemd) in die zin dat de minister van Binnenlandse Veiligheid uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de TPA een vergoeding instelt voor het gebruik van ESTA en een begin maakt met het beoordelen en innen van die vergoeding. De aanvankelijke vergoeding zal $10 per reisvergunning bedragen, plus een bedrag waarmee ten minste de volledige kosten van de oprichting en het beheer van het ESTA worden teruggewonnen, vast te stellen door de minister van Binnenlandse Veiligheid. De bezorgdheid over de vergoeding is bij verschillende gelegenheden en in brieven tot uitdrukking gebracht (zie het vijfde verslag over visumwederkerigheid voor gedetailleerde informatie over de in verschillende demarches verwoorde zorgen)

  • 8. 
    Daarnaast werd op 23 december 2009

opnieuw bezorgdheid geuit in gezamenlijke brieven van de Europese Unie en Japan aan minister Clinton van Buitenlandse Zaken en minister Napolitano van Binnenlandse Veiligheid.

Op 20 mei 2010 kondigde minister Napolitano van Binnenlandse Veiligheid de afschaffing van het papieren inreis- en uitreisformulier (I-94W) voor reizigers op grond van het VWP aan. Voor het eind van de zomer zou het gebruik van formulier

I-94W op alle luchthavens worden beëindigd. Dit betekent dat reizigers alleen nog maar het ESTA op de website hoeven in te vullen, en niet langer ook nog het I-94W.

Op 6 augustus 2010 maakte de CBP van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, in het kader van het tijdschema in de TPA, de publicatie bekend van de voorlopige einduitspraak

(Interim Final Rule) over een Travel Promotion Fee

(reisbevorderingsvergoeding) en een vergoeding voor het gebruik van het ESTA, die werden ingevoerd op 8 september 2010. ESTA-verzoekers zijn verplicht een vergoeding van $14 te betalen, namelijk $10 per reisvergunning zoals gedefinieerd in de TPA, plus een vergoeding van $4, vastgesteld door de minister van Binnenlandse Veiligheid om de volledige kosten van de oprichting en het beheer van het ESTA terug te winnen. De vergoeding van $4 wordt geheven bij alle verzoekers die een elektronische reisvergunning aanvragen, terwijl de vergoeding van $10 alleen wordt geheven op goedgekeurde ESTA-verzoeken.

opnieuw onderstreept, waarbij kenbaar werd gemaakt dat deze nieuwe eisen, alleen van toepassing op reizigers op grond van het VWP, niet overeenstemmen met het streven van de VS naar bevordering van de trans-Atlantische mobiliteit en een extra verplichting inhouden voor Europese burgers die naar de VS reizen.

De Commissie heeft op 7 oktober 2010 een schriftelijk commentaar op deze Interim Final Rule aan de VS gezonden in het kader van de door de VS opgezette openbare raadplegingsprocedure, waarin zij opnieuw herinnerde aan haar bezorgdheid ten aanzien van de belemmering van de trans-Atlantische mobiliteit als gevolg van deze nieuwe eisen en in het bijzonder opmerkingen maakte over de bepalingen van de Interim Final Rule, bijvoorbeeld over de wijzen van betaling en de gegevensbeschermingsaspecten.

De Final Rule over ESTA is nog niet gepubliceerd in het Federaal Register van de VS. Zodra dat is gebeurd zal de Commissie een definitieve beoordeling laten uitgaan, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijke wijzigingen, ook over de invoering van een vergoeding voor het ESTA.

De "tweesporenbenadering", die op 12 maart 2008 is overeengekomen door het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper), vereist speciale aandacht in verband met de uitvoering van externe bevoegdheden op grond van het Verdrag van Lissabon. De Commissie zal zich hier nader over gaan buigen. Hoewel het EU-spoor nog niet is afgerond, hebben de VS al wel meer lidstaten toegelaten tot het VWP, bijvoorbeeld Griekenland in april 2010. Verder moet worden opgemerkt dat aan sommige wettelijke eisen van de VS voor (voortgezette) deelname aan het VWP die tot de bevoegdheid van de EU behoren en die zouden worden vervuld middels een briefwisseling tussen de EU en de VS nog niet wordt voldaan door sommige lidstaten; dit geldt bijvoorbeeld voor de afgifte van biometrische paspoorten.

Beoordeling

De Commissie is verheugd dat ook Griekenland is toegelaten tot het VWP. Aangezien er nog geen biometrisch systeem in werking is bij de uitgangen van luchthavens, een systeem waarmee controles kunnen worden verricht op het vertrek van ten minste 97% van de buitenlandse onderdanen die niet doorreizen en Amerikaanse luchthavens verlaten (een van de voorwaarden van de 9/11 Act), wordt de drempelwaarde van het visumweigeringspercentage gehandhaafd op 3%. Op basis van de laatste visumweigeringspercentages van de vier lidstaten die nog niet zijn toegelaten tot het VWP, betekent dit dat alleen Cyprus deze drempel haalt. Cyprus voldoet echter niet aan andere wettelijke voorwaarden die de VS hebben gesteld aan deelname aan het VWP. De Commissie zal de kwestie van niet-wederkerigheid in haar contacten met de VS aan de orde blijven stellen teneinde zo snel mogelijk volledige wederkerigheid in het visumbeleid te verwezenlijken.

zeerste. De Commissie heeft keer op keer opnieuw haar zorg kenbaar gemaakt, die zij al bij talloze demarches op EU-niveau heeft geuit, dat de invoering van een vergoeding voor het ESTA een aanvullende verplichting voor Europese reizigers naar de VS inhoudt en niet in overeenstemming is met het vaak uitgesproken streven naar trans-Atlantische contacten en samenwerking. De Commissie heeft op 7 oktober 2010 een schriftelijk commentaar op deze Interim Final Rule aan de VS gezonden in het kader van de door de VS opgezette openbare raadplegingsprocedure. De Commissie zal haar bezorgdheid over de ESTA-vergoeding bij de VS aan de orde blijven stellen.

De Commissie heeft haar beoordeling van het ESTA, teneinde vast te stellen of dit wel of niet in overeenstemming is met de visumaanvraagprocedure volgens Schengen, nog niet voltooid omdat de Final Rule over ESTA nog niet is gepubliceerd in het Federaal Register van de VS. Het lijdt geen twijfel dat de heffing van een vergoeding een extra factor zal zijn in deze beoordeling.

  • 3. 
    CONCLUSIE

De uitvoering van het nieuwe wederkerigheidsmechanisme voor visa, dat in 2005 tot stand is gebracht middels Verordening (EG) nr. 851/2005 van de Raad, kan als bevredigend worden beschouwd. Australië en Japan kennen nu een gelijke behandeling voor onderdanen van alle lidstaten, maar de definitieve beslissing over visumwederkerigheid hangt af van respectievelijk een nader oordeel over het eVisitors-systeem en de permanente visumvrijstelling voor Roemenië. Met Brazilië sluit de Europese Unie zeer binnenkort twee overeenkomsten over visumvrijstelling een met betrekking tot houders van gewone paspoorten, de andere met betrekking tot houders van diplomatieke paspoorten, dienstpaspoorten of officiële paspoorten waardoor visumwederkerigheid zal zijn gewaarborgd. De Commissie zal streven naar snelle ratificatie van deze overeenkomsten door de Europese Unie en de ratificatie van de kant van Brazilië blijven volgen.

Slechts een zeer gering aantal gevallen van niet-wederkerigheid blijft bestaan, waarvan twee met specifieke kenmerken:

Canada (visumplicht voor Bulgarije en Roemenië), wordt de EU geconfronteerd met de beperkingen van haar wederkerigheidsmechanisme zoals vastgelegd in het huidige acquis. In deze gevallen wordt door derde landen geoordeeld dat lidstaten niet voldoen aan objectieve criteria voor visumvrijstelling die door deze derde landen eenzijdig zijn vastgesteld in hun binnenlandse wetgeving (zoals het niet afgeven van biometrische paspoorten of het niet voldoen aan drempelwaarden voor het visumweigeringspercentage en/of het percentage overschrijdingen van de visumduur).

De Commissie zal deze kwesties bij de betrokken derde landen aan de orde blijven stellen bij alle relevante gelegenheden en in alle geschikte fora. Tegelijkertijd nodigt de Commissie het Europees Parlement, de Raad en de lidstaten uit om na te denken over de wijze waarop deze gevallen van niet-wederkerigheid verder kunnen worden aangepakt.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

5 nov
'10
COM(2010)620 - Zesde verslag betreffende de handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel


19 okt
'09
COM(2009)560 - Handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel overeenkomstig artikel 1, lid 5, van Verordening 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, als gewijzigd bij Verordening 851/2005, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


19 okt
'09
COM(2009)562 - Herinvoering van de visumplicht door Canada voor burgers van Tsjechië overeenkomstig artikel 1, lid 4, onder c), van Verordening 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, gewijzigd bij Verordening 851/2005, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


23 jul
'08
COM(2008)486 - Handhaving, door bepaalde derde landen, van de visumplicht in strijd met het wederkerigheidsbeginsel overeenkomstig artikel 1, lid 5, van Verordening 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


3 okt
'06
COM(2006)568 - Handhaving, door bepaalde derde landen, van situaties van niet-wederkerigheid op het gebied van visumvrijstelling overeenkomstig artikel 1, lid 5, van Verordening 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/2005, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


22 sep
'06
COM(2006)533 - Aanpassing van een aantal richtlijn gebiedergie in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië


10 jan
'06
COM(2006)3 - Regelingen met derde landen inzake de wederkerigheid van de ontheffing van de visumplicht overeenkomstig artikel 2 van Verordening 851/2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


7 jul
'04
COM(2004)437 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001 wat betreft het wederkerigheidsmechanisme


26 jan
'00
COM(2000)27 - Lijst van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van deze plicht zijn vrijgesteld


 
publicatiedatum 08-11-2010
kenmerk 15992/10

Inhoud