Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU, van toepassing zijn - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 11 november 2010 (12.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

16068/10

Interinstitutioneel dossier:

2010/0324 (NLE)

PECHE 277

VOORSTEL

van:

de Europese Commissie

d.d.: 11 november 2010

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU, van toepassing zijn

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer

Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 10.11.2010 COM(2010) 658 definitief

2010/0324 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren

buiten de EU, van toepassing zijn

TOELICHTING

  • 1. 
    ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

· Motivering en doel van het voorstel

Elk jaar neemt de Raad van Ministers een besluit over de vangstmogelijkheden voor de bestanden in de Atlantische Oceaan, de Noordzee en internationale wateren waarin EU- vaartuigen actief zijn. Qua aantal gereguleerde bestanden is dit de belangrijkste verordening tot vaststelling van de vangstmogelijkheden. Evenals de verordeningen tot vaststelling van de vangstmogelijkheden voor de Baltische Zee, de Zwarte Zee en de diepzeebestanden (deze laatste om de twee jaar) voorzien deze verordeningen in een beperking van de vangsten tot niveaus die in overeenstemming moeten zijn met de algemene doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Verordening (EG)

nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelk visserbeleid

1 voorziet in de doelstellingen voor de jaarlijkse voorstellen voor vangst-

en inspanningsbeperkingen die ervoor moeten zorgen dat de visserij in de EU vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt duurzaam verloopt.

De bij deze verordeningen vastgestelde vangstmogelijkheden zijn een afspiegeling van het succes van het beleid in zijn geheel. De instrumenten van de Unie ter verwezenlijking van de doelstellingen van het beleid moeten er samen voor zorgen dat de hulpbronnen van de Europese visserijen op een passend niveau worden geëxploiteerd en niet worden overbevist. Dit beheer is niet alleen het resultaat van de beperking van de vangstmogelijkheden. Ook het vlootbeleid en de controle van visserijactiviteiten, om maar twee gebieden te noemen waarop het gemeenschappelijk visserijbeleid actief regelgevende maatregelen ontwikkelt, kunnen in dit verband een beslissende rol spelen. Het belangrijkste kenmerk van de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden is het kortetermijnkarakter ervan. Dit heeft voornamelijk te maken met historische redenen, en met name met de manier waarop het GVB de verdeling van de maritieme ruimte en de hulpbronnen over de nationale vloten van de EU regelt. Het is van groot belang dit jaarlijks proces ten behoeve van een overeenkomst op EU-niveau te handhaven als basis van het beleid. Dit staat de invoering van een langetermijnbeheer evenwel niet in de weg. De Europese Unie heeft in dit verband aanzienlijke vooruitgang

geboekt: de uit commercieel oogpunt belangrijkste bestanden vallen nu onder meerjarige

(COM(2010)241 definitief) ook goed nieuws: de toestand van een aantal bestanden is verbeterd. Voor veel visbestanden wordt evenwel opnieuw aanbevolen de vangst stil te leggen of tot het laagst mogelijke niveau te beperken. Veel bestanden bevinden zich buiten biologisch veilige grenzen. Ondanks de instandhoudingsmaatregelen in het kader van het GVB behoren te veel bestanden tot deze kwetsbare categorieën en hebben te weinig

bestanden zich hersteld. De analyse bevestigt dat de

instandhoudingsmaatregelen voor overbeviste visbestanden moeten worden

aangescherpt.

Uit het advies van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) en het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) voor 2011 komt eens te meer naar voren dat de toestand van een groot aantal visbestanden in de EU-wateren deplorabel is. Voor bepaalde bestanden zoals heek, tong en zeeduivel wordt evenwel melding gemaakt van verbeteringen. Op verzoek van de Commissie brengt de ICES advies uit over een beheersstrategie om tegen 2015 de maximale duurzame opbrengst (MSY) te bereiken. De Unie heeft zich hiertoe verbonden met de onderschrijving van de conclusies van de wereldtop over duurzame ontwikkeling (Johannesburg 2002) en het bijbehorende uitvoeringsplan.

· Algemene context

De vaststelling en verdeling van vangstmogelijkheden is een exclusieve bevoegdheid van de Unie. De plicht van de EU om de levende aquatische rijkdommen op duurzame wijze te exploiteren, vloeit voort uit de verplichtingen die zijn vastgelegd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Door de Unie vastgestelde vangstmogelijkheden voor grensoverschrijdende en over grote afstanden trekkende soorten moeten in overeenstemming zijn met internationale overeenkomsten, onder andere de overeenkomst van de Verenigde Naties betreffende de instandhouding en het beheer van grensoverschrijdende bestanden en bestanden van over

grote afstanden trekkende soorten. Met dit voorstel worden de

instandhoudingsmaatregelen (zowel vangst- als inspanningsbeperkingen) die de Unie met haar internationale tegenhangers voor dergelijke bestanden is overeengekomen, omgezet in EU-recht voor zover zij kunnen worden vertaald in vangstmogelijkheden.

het oog op schattingen van de omvang en prognoses over hoe zij zullen reageren op de diverse exploitatiescenario's ("vangstopties"). Dit is slechts het geval voor een aantal gereglementeerde bestanden. Voor de overige bestanden moet het beheer gebaseerd zijn op min of meer betrouwbare trends die worden afgeleid uit indicatoren zoals aangegeven vangsten. In sommige gevallen kunnen wetenschappers door het gebrek aan betrouwbare gegevens zelfs geen advies op basis van trends uitbrengen. In al deze gevallen moet de Raad vangstmogelijkheden op basis van de voorzorgsaanpak vaststellen en zodoende instandhoudingsmaatregelen ten uitvoer leggen. Gezien de diverse belangen die op het spel staan, is deze aanpak soms moeilijk te realiseren. De Commissie is evenwel verplicht haar voorstellen op dit beginsel te baseren. Het is met name van essentieel belang om strak de hand te houden aan de regel dat de visserijdruk niet mag worden verhoogd, tenzij uit wetenschappelijk advies blijkt dat dit mogelijk is zonder schadelijke gevolgen voor het betrokken bestand.

· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

De bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied verlopen op 31 december 2010, met uitzondering van een aantal inspanningsbeperkingen die van toepassing zijn tot en met 31 januari 2011.

· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen en de voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake duurzame ontwikkeling.

  • 2. 
    RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

· Raadpleging van belanghebbende partijen

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van de respondenten

-

gescheiden TAC-gebieden voor schol in VIId en VIIe;

beheer van de visserijinspanning in zone VIIfg: een op het ecosysteem gebaseerde

aanpak;

beheersbeslissingen in verband met onzekerheden in bestanden van categorie 11.

De eerste twee documenten betreffen technische aanpassingen aan de ruimtelijke uitvoering van vangstbeperkingen en de berekeningen die nodig zijn om de quota van de lidstaten hierop af te stemmen. Het derde document heeft betrekking op de invoering van een maximum voor de inspanning naar aanleiding van het algemene advies om de visserijinspanning voor bestanden in de Keltische Zee te bevriezen of te verminderen. In het laatste document wordt ingegaan op een mogelijke aanpak voor beheersbeslissingen ten behoeve van bestanden waarover wetenschappers bij gebrek aan passende gegevens geen advies kunnen uitbrengen. Deze aanpak wordt besproken met het oog op het voorstel voor 2012. De tenuitvoerlegging ervan moet namelijk eerst worden bekeken in het kader van het wetenschappelijk advies in de eerste helft van 2011.

Deze "frontloading"-documenten zijn voorgelegd aan de lidstaten en als feedback toegezonden aan de ROVB's. Op 14 oktober heeft de Commissie een gezamenlijke vergadering met de RCVA en de RAR's georganiseerd, voorafgegaan door een open seminar (met medewerking van de lidstaten, leden van het Parlement, visserijdeskundigen, belanghebbenden, de pers en het publiek) op 14 september, voor een presentatie en bespreking van de resultaten van het wetenschappelijk advies en de belangrijkste implicaties daarvan.

Het raadplegingsproces was eveneens gebaseerd op de mededeling van de Commissie "Raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2011" (COM(2010)241 definitief.), waarin de Commissie in afwachting van het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2011 haar visie en voornemens met betrekking tot haar voorstellen voor de vangstmogelijkheden toelicht.

Samenvatting van de reacties en de manier waarop daarmee rekening is gehouden

evenwel dat deze aanpak zal resulteren in aanzienlijker TAC-verlagingen voor bestanden in de categorieën 2 en 3 dan voorheen.

Met betrekking tot het delegeren van individuele TAC-besluiten aan de lidstaten

vindt de RAR dat een mechanisme voor sectorale raadpleging moet worden ingesteld, en dat delegatie alleen niet toereikend is.

Steunt meerjarenplannen, voor zover deze technische maatregelen, capaciteits- en

inspanningsbeperkingen, enz... omvatten en in een regionaal kader worden ontwikkeld.

Wijst op het probleem van ontbrekende wetenschappelijke informatie.

Trekt de inspanningsgegevens voor het zuidelijk heekbestand in twijfel.

Is het er niet mee eens dat voor de categorieën 6 en 9 op gemiddelde vangstniveaus

wordt overgestapt.

RAR Noordwestelijke wateren:

Neemt nota van de wettelijke verplichting van de EU om het MSY-streefdoel te

halen. In het licht van de wetenschappelijke onzekerheden en het gebrek aan gegevens zal de Commissie keuzes moeten maken in de richting van de voorzorgsaanpak. Net zoals de RAR voor de zuidwestelijke wateren vreest de RAR voor de noordwestelijke wateren dat dit voor bestanden van de categorieën 2 en 3 zal resulteren in aanzienlijker TAC-verlagingen dan in de afgelopen jaren. De brancheleden van de RAR zien in dat het onmogelijk is de sociaaleconomische gevolgen van de voorstellen die voor 2011 op basis van het nieuwe beginsel voor elk bestand zijn opgesteld, voor alle vissers te evalueren. Zij wijzen er niettemin op dat een dergelijke evaluatie wel noodzakelijk is wanneer een ingrijpende verandering in de koers van het beleid wordt opgelegd.

Met betrekking tot het beheer van de Keltische Zee verkiest de RAR voor de

Noordwestelijke wateren een capaciteitsbeperking boven een inspanningsbeperking.

Had graag de bevestiging gekregen dat de TAC's voor pelagische soorten in

overeenstemming met wetenschappelijke adviezen worden vastgesteld.

Zet zich verder in voor een verbetering van de gegevens.

Is voorstander van een langetermijnplan voor haring in de westelijke Oostzee.

Betreurt de vertraging bij de goedkeuring van het meerjarenplan voor westelijke

horsmakreel.

Neemt nota van de noodzaak om de schattingen van de visserijsterfte in

overeenstemming met MSY (Fsmy) te herzien.

Betreurt dat geen sociaaleconomische analyses zijn verricht.

RAR voor de Noordzee

Geeft de voorkeur aan een meersoorten- en ecosysteemaanpak.

Is gekant tegen de verlaging met 25% voor bestanden in de categorieën 2 en 10, die

slechts 15% zou mogen bedragen.

In plaats van te streven naar de Fmsy-waarde in 4 gelijke stappen tegen 2015,

verdient het de voorkeur enige flexibilteit te bewaren.

Drukt zijn bezorgdheid uit over het grote aantal bestanden waarvoor onvoldoende

gegevens beschikbaar zijn, en pleit voor het gebruik van de gegevens van vissers.

Stelt dat aanhoudende inspanningsverminderingen teruggooi veroorzaken.

Betreurt dat geen sociaaleconomische analyses voor tussentijdse besluiten zijn

verricht.

Wenst dat belanghebbenden worden betrokken bij initiatieven voor de overdracht

bestanden te verslechteren.

De belanghebbenden maken ook hun standpunt kenbaar met betrekking tot de doelstelling om de bestanden te herstellen tot niveaus die de maximale duurzame opbrengst kunnen produceren overeenkomstig de verbintenis die de Unie tijdens de wereldtop over duurzame ontwikkeling van Johannesburg in 2002 is aangegaan. Zij zijn het in grote lijnen eens met die doelstelling, maar betreuren dat de ontwikkeling van een geleidelijke aanpak om deze in 2015 te bereiken, pijnlijk kan zijn voor de sector omdat er nog maar nog maar 5 jaar tijd is om te handelen. Zij verwachten dat hun vangstverwachtingen voor bestanden in een vrij gunstige staat van instandhouding door de nodige aanpassingen lager zullen liggen. Voor dergelijke bestanden kan de MSY- doelstelling, in tegenstelling tot vangstniveaus die er louter op gericht zijn het bestand binnen veilige biologische grenzen te houden, namelijk een beperking van de vangsten vereisen om de voordelen van de betere toestand ervan te maximaliseren. Voor bestanden waarvoor een toereikende technische basis voor een dergelijke strategie aanwezig is, is de door de ICES voorgestelde aanpak gevolgd, die voorziet in een stapsgewijze overgang naar MSY, doch met extra waarborgen voor bestanden die zich op een laag niveau bevinden. Uitvoering geven aan de standpunten van de RAR's met betrekking tot bestanden in relatief goede toestand, zou betekenen dat moet worden afgezien van de doelstelling van Johannesburg, en dit juist voor de bestanden waarvoor deze het meest haalbaar lijkt.

De belanghebbenden zijn het eens over de noodzaak om verantwoordelijkheid over te dragen naar de sector. In alle antwoorden wordt gewezen op de behoefte aan betere gegevens, en wordt voorgesteld dat de visserijsector een actievere rol gaat spelen bij het doorspelen van dergelijke gegevens aan wetenschappers. Overdracht van verantwoordelijkheid impliceert evenwel dat de gevolgen van niet-optreden door de sector moeten worden gedragen. Deze gevolgen zijn af te lezen uit de ontwikkeling van de visstand. Wanneer deze niet verbetert, moeten de vangstmogelijkheden op een laag niveau worden gehandhaafd of zelfs verder worden verlaagd.

· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Samenvatting van de ingewonnen en benutte adviezen

De ICES heeft in 2010 voor het eerst drie opties in haar advies voorgesteld:

(1) tenuitvoerlegging van het kader voor de voorzorgsaanpak en historische continuïteit;

(2) onmiddellijke toepassing van het MSY-kader van de ICES;

(3) geleidelijke tenuitvoerlegging van het MSY-kader van de ICES die tot een volledige tenuitvoerlegging vanaf 2015 moet leiden (zoals overeengekomen op de wereldtop in Johannesburg).

Naast deze opties wordt ook de informatie verstrekt die nodig is om de in mededeling COM(2010)241 definitief vastgestelde regels toe te passen, inclusief de geleidelijke overgang van de huidige visserijsterftecoëfficiënten naar coëfficiënten die in overeenstemming zijn met MSY (Fmsy) tegen 2015.

Per gebied kunnen de belangrijkste punten van het advies als volgt worden samengevat:

Noordzee, Skagerrak en Kattegat (ICES-gebieden IIa (EU-wateren), III en IV)

Voor schol zijn geringe verhogingen mogelijk. Voor tong, haring, langoustine, schelvis, wijting en koolvis zijn geringe verlagingen noodzakelijk.

De visserijsterfte voor kabeljauw neemt toe sinds 2007 en het bestand bevindt zich nog steeds onder de grenswaarde voor de biomassa, ondanks maatregelen om de teruggooi te beperken. De geschatte vangsten liggen ongeveer driemaal hoger dan de quota. Haring en schelvis worden nog steeds in overeenstemming met MSY gevangen.

Wateren ten westen van Schotland en ten noorden van Ierland (ICES-gebied VI)

Door de demersale visserij in dit gebied is het morenebestand bijna opgevist, zodat vrijwel alleen langoustine, zeeduivel en scharretong overblijven.

Zeeduivel: uit nieuwe onderzoeken blijkt een vermindering van de dichtheid sinds 2007 en van de biomassa sinds 2009. Dit wijst op de noodzaak om categorie 7 en een TAC- verlaging met 15% toe te passen.

De toestand van de morenebestanden is nog steeds problematisch. Ondanks de (zeer betwiste) nieuwe technische maatregelen voor het westen van Schotland bedroeg de teruggooi voor schelvis in 2009 nog steeds 66%. Schelvis ligt nog steeds beduidend onder B

Alle visbestanden, met uitzondering van schol en haring, zijn uitgeput.

De visserij in dit gebied is aan een grondige herziening toe.

Keltische Zee (ICES-gebied VIIb tot en met k)

De slechte toestand van het langoustinebestand op de Porcupine Bank wordt bevestigd, maar de seizoensgebonden sluiting in 2010 lijkt bemoedigende effecten te hebben.

De teruggooi van langoustine wordt op 20 tot 25% geschat.

De evaluatie en het advies voor tong in VIIe zijn opnieuw relevant: het meerjarenplan is opnieuw operationeel. Een verhoging van de TAC voor zeeduivel is mogelijk, hoewel in dit advies geen rekening wordt gehouden met de verhoging die vorig jaar reeds door de Raad is vastgesteld.

Golf van Biskaje en Iberisch-Atlantisch gebied

Het ansjovisbestand in de westelijke Iberische wateren vertoont tekenen van achteruitgang. Voor zeeduivel is een verhoging van de TAC mogelijk.

De tenuitvoerlegging van het plan voor zuidelijke heek is niet doeltreffend gebleken: de visserijsterfte is niet verminderd en de TAC's zijn overschreden. Geringe TAC-vermindering voor scharretong.

Langoustine: verlagingen met 10% in VIIIc en IXa; ongewijzigd in VIIIab. Voor tong in de Golf van Biskaje moet de TAC worden verlaagd.

Diepzeebestanden (alle gebieden)

Uit een aantal dichtheidsindices kunnen stijgende trends voor leng, torsk en blauwe leng worden afgeleid, maar uit de beschikbare informatie kunnen geen conclusies worden getrokken over trends in de omvang van het bestand. Wetenschappers bevelen nog steeds inspanningsbeperkingen aan als belangrijkste beheersinstrument en raden aan maatregelen ter voorkoming van uitputting van plaatselijke paaibestanden van bepaalde soorten (Atlantische slijmkop, blauwe leng) voort te zetten of uit te breiden.

in een allesomvattend maritiem beleid. De verordening is echter nog steeds een noodzakelijk instrument om aanpassingen aan te brengen die nodig zijn om de essentiële hulpbronnen voor de Europese visserij- en verwerkingssector in stand te houden en negatieve gevolgen van een te hoge visserijsterfte voor het mariene milieu te voorkomen of te corrigeren.

De Unie heeft een aantal meerjarige beheersplannen vastgesteld voor bestanden van essentieel economisch belang, zoals onder andere heek, kabeljauw en platvis. Aan de goedkeuring van dergelijke plannen moet een effectbeoordeling voorafgaan. Zodra zij van kracht zijn, voorzien zij in de TAC-niveaus die voor het gegeven jaar moeten worden vastgesteld om de langetermijndoelstellingen te verwezenlijken. De Commissie moet haar voorstel tot vaststelling van de TAC's baseren op deze plannen. Bijgevolg zijn meerdere essentiële TAC's in het voorstel het resultaat van de specifieke effectbeoordeling die is uitgevoerd voor het plan waarop zij zijn gebaseerd.

Voor het overige, en ondanks het feit dat voor de betrokken bestanden geen meerjarenplannen gelden, worden kortetermijnbenaderingen in het voorstel vermeden ten gunste van duurzame beslissingen op langere termijn. In veel gevallen impliceert dit een meer geleidelijke verlaging van de vangstmogelijkheden.

Bijgevolg zullen lagere TAC's op korte termijn, naarmate overbeviste bestanden zich herstellen, leiden tot meer vangstmogelijkheden. Verwacht wordt dat de aanpak op middellange en lange termijn minder gevolgen zal hebben voor het milieu dankzij de vermindering van de visserij-inspanning, een vermindering van het aantal vaartuigen en/of een vermindering van de visserij-inspanning per vaartuig, en een onveranderde of zelfs toegenomen aanvoer.

  • 3. 
    JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

· Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Om de met het gemeenschappelijk visserijbeleid beoogde totstandbrenging van een biologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangst- en inspanningsbeperkingen gelden voor de EU- visserij en voor internationale visserijactiviteiten waaraan EU-vaartuigen deelnemen.

Het GVB is een gemeenschappelijk beleid. Krachtens artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dient de Raad maatregelen vast te stellen tot vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

Krachtens de voorgestelde verordening van de Raad worden vangstmogelijkheden aan de lidstaten toegewezen. Met inachtneming van artikel 20, lid 3, van Verordening (EG)

nr. 2371/2002 mogen de lidstaten deze mogelijkheden op hun beurt naar eigen goeddunken over de regio's en de marktdeelnemers verdelen. De lidstaten kunnen dus met een ruime mate aan vrijheid en conform het sociaaleconomische model van hun keuze beslissen hoe zij de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden benutten.

Het voorstel heeft geen nieuwe financiële gevolgen voor de lidstaten. De Raad stelt elk jaar een verordening als de onderhavige vast, en de openbare en particuliere middelen voor de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening zijn dan ook reeds beschikbaar.

· Keuze van instrumenten

Voorgesteld instrument: verordening.

Dit is een voorstel voor visserijbeheer op basis van artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad.

  • 4. 
    GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de EU-begroting.

  • 5. 
    AANVULLENDE INFORMATIE

· Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van de administratieve procedures voor overheidsinstanties (EU of nationaal), met name wat betreft de voorschriften op het gebied van inspanningsbeheer.

verbonden zijn met het gebruik daarvan.

Het voorstel is wat de vangstbeperkingen en het beheer van de visserijinspanning betreft, in overeenstemming met de beginselen van het zogenoemde "front- loadingproces" (vroegtijdige consultatie), zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), en in de mededeling van de Commissie "Vangstmogelijkheden voor 2011" (COM(2011) 224 definitief), waarin de Commissie in afwachting van het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2011 haar visie en voornemens met betrekking tot haar voorstellen voor de vangstmogelijkheden toelicht.

In overeenstemming met die mededeling zijn de vangstmogelijkheden voor een toenemend aantal bestanden, zoals bijvoorbeeld heek, tong, schol en langoustine, vastgesteld op basis van de in de desbetreffende meerjarenplannen vervatte voorschriften. Voor de bestanden waarvoor nieuwe meerjarenplannen zijn voorgesteld (westelijk horsmakreelbestand) en de bestanden waarvoor de Raad en de Commissie een verbintenis zijn aangegaan in de vorm van een tijdens de Raad van december 2009 aangenomen verklaring (haring in de Keltische zee en schelvis in de zones Vb en VIa), volgt het voorstel de daarin vervatte voorschriften.

De specifieke situatie van de kabeljauwbestanden verdient bijzondere aandacht. In de westelijke wateren (de Ierse Zee, ten westen van Schotland en het Kattegat) bevinden deze bestanden zich onder de grenswaarde van 5% van hun ongebruikte biomassa, waardoor zij zijn ingestort. Deze bestanden, samen met het bestand in de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijk deel van het Kanaal, vallen onder een meerjarig beheersplan (Verordening (EG) nr. 1342/2008 van 18 december 2008) dat in het licht van het wetenschappelijk advies niet naar behoren ten uitvoer wordt gelegd. De visstand blijft achteruitgaan in plaats van te verbeteren. De vangsten worden veel hoger geschat dan de vastgestelde niveaus, wat wijst op een gebrek aan adequate controle van de visserij en het ontbreken van betrouwbare gegevens, met name betreffende teruggooi. Voor drie bestanden (de Ierse Zee, ten westen van Schotland en het Kattegat) is het resultaat eens te meer dat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn, en er zijn geen tekenen van een ommekeer in de trends die tot de instorting van deze bestanden hebben geleid. Voor kabeljauw in de Noordzee moet de situatie worden besproken met Noorwegen, aangezien dit een gezamenlijk geëxploiteerd bestand is. Voor bestanden die onder de exclusieve verantwoordelijkheid van de Unie vallen, moet de Raad overeenkomstig artikel 10, lid 2, van het beheersplan strengere maatregelen toepassen dan normaal wanneer uit het advies van het WTCEV blijkt dat de bestanden zich niet naar behoren herstellen. Het advies bevat voldoende gegevens om te concluderen dat deze bepaling van toepassing is, en de ICES en het WTECV hebben hier zelf ook uitdrukkelijk op gewezen. Aangezien de bestanden zijn ingestort, lijkt het raadzaam deze visserijen geleidelijk te beëindigen. Het voorstel voorziet derhalve in een verlaging van de TAC met 50% in plaats van 25% zoals normaal het geval zou zijn geweest. Een vermindering van de visserijinspanning met 25% zou hoe dan ook van toepassing zijn. Vervolgens zou voor het visseizoen 2012 een nul-TAC worden voorgesteld. Parallel hiermee zal de Commissie de lidstaten verzoeken de nodige maatregelen te nemen om nauw toe te zien op de tenuitvoerlegging van deze maatregelen. Voorts is het voorstel in overeenstemming met de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Verduurzaming van de EU-visserij op basis van de maximale duurzame

opbrengst" (COM(2006) 360 definitief), aangezien de voorgestelde

vangstmogelijkheden geen toename van de visserijsterfte voor de betrokken bestanden met zich meebrengen. Een dergelijke toename zou in strijd zijn met de op de wereldtop over duurzame ontwikkeling van Johannesburg door de EU en de lidstaten aangegane verbintenis om de visbestanden te handhaven op of te herstellen tot niveaus die de maximale duurzame opbrengst kunnen produceren, waarbij het streven er in het geval van leeggeviste bestanden op moet zijn gericht deze doeleinden met spoed, en zo mogelijk niet later dan in 2015, te bereiken.

De vorig jaar ingevoerde mogelijkheid om de kabeljauwvangsten met maximaal 5% van de quota voor volledig gedocumenteerde kabeljauwvisserijen te verhogen, wordt in het onderhavige voorstel gehandhaafd, maar tussen rechte haakjes, omdat hierover met Noorwegen nog een akkoord moet worden bereikt. Aan dergelijke initiatieven moet hoe dan ook een wetenschappelijke evaluatie door het WTECV voorafgaan. Op basis daarvan wordt in het voorstel voor de TAC voor tong in zone VIIe voorzien in een stimulans in de vorm van een extra vangstquotum.

In het voorstel zijn vangstbeperkingen opgenomen die door bepaalde regionale organisaties voor visserijbeheer zijn overeengekomen. De vangstbeperkingen en andere aanbevelingen van de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO), de Commissie voor de instandhouding van de zuidelijke blauwvintonijn (CCSBT), de Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR), de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC), de Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO), de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) en de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan (ICCAT) gelden onder voorbehoud van de uitkomst van de jaarlijkse vergadering van deze organisaties in de periode van oktober tot en met december 2010. Voor bestanden in de wateren van Groenland en voor met Noorwegen en de Faeröer gedeelde bestanden zijn nog geen TAC's beschikbaar, omdat zij afhangen van de resultaten van het overleg in november en december 2010. Deze TAC's krijgen derhalve de vermelding pro memorie (pm).

De maximaal toelaatbare visserijinspanning die voor de diverse bestanden in bijlage II is vastgesteld, ongeacht of deze wordt gemeten in zeedagen per vaartuig of in kilowattdagen per inspanningsgroep, is een voorlopige waarde die wellicht moet worden aangepast in het licht van het definitieve advies van het WTECV na zijn plenaire vergadering in november 2010. Ook de methode voor de vaststelling van de definitieve visserijinspanning voor de visserij op zandspiering in de EU-wateren van de zones IIa, IIIa en IV wordt momenteel nog geanalyseerd.

Het voorstel voor 2011 omvat voor het eerst maatregelen ter beperking van de visserijinspanning in de Keltische Zee. Deze maatregelen voorzien in de vaststelling van een maximale visserijinspanning voor dit gebied die zonder onderscheid voor alle visserijtakken zou gelden. Voorgesteld wordt de inspanningsniveaus met 10% te verminderen ten opzichte van het referentiejaar 2007. Dit referentiejaar is gekozen om te vermijden dat lidstaten die de afgelopen jaren verlagingen hebben toegepast, worden benadeeld ten opzichte van die welke hun inspanningsniveaus in het betrokken gebied in diezelfde periode hebben verhoogd. De maatregel wordt gerechtvaardigd door het feit dat de visserijinspanning in het licht van het wetenschappelijk advies voor de meeste bestanden in dit gebied moet worden verminderd en in geen geval mag worden verhoogd. Aangezien het gemengde visserijen betreft, is een algemene beperkende maatregel een geschikt instrument om de tenuitvoerlegging en de controle te vergemakkelijken. Hij zou van toepassing zijn in de deelsectoren f en g van ICES- gebied VII, waar de grootste visserijinspanning plaatsvindt. Aangezien de maatregel de huidige situatie op de visgronden zou moeten stabiliseren, zijn de gevolgen voor de vloot wellicht te verwaarlozen. Voor de bestanden heeft de maatregel het voordeel dat geen inspanning uit aangrenzende gebieden, waar de bestanden zwaarder getroffen zijn, zoals de Ierse Zee (deelsector VIIa), naar dit gebied wordt verlegd.

Met betrekking tot het inspanningsbeheer voor diepzeebestanden heeft de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) in 2002 aanbevolen de visserijinspanning twee jaar lang te bevriezen. Vervolgens is de maximaal toegestane visserijinspanning middels een jaarlijkse overeenkomst in het kader van het NEAFC-verdrag, en de omzetting daarvan door de Raad, voor 2008 en 2009 stapsgewijs verlaagd tot respectievelijk 75% en 65% van de inspanning in het referentiejaar 2003. Voor de jaren 2010 tot en met 2012 heeft de NEAFC aanbevolen de inspanningsbeperking te handhaven op maximaal 65%. Gezien de internationale verplichtingen van de EU en het herhaaldelijke advies van de ICES om bestanden te beschermen die vanwege hun extreem lage voortplantingspotentieel uitermate kwetsbaar zijn en dringend bescherming nodig hebben, is deze voortzetting van de inspanningsbeperking noodzakelijk.

gewijzigd of zelfs geschrapt, afhankelijk van het resultaat van deze besprekingen.

Tot slot voorziet de onderhavige verordening voor het eerst sinds de jaarlijkse vaststelling van de vangstmogelijkheden in de vaststelling van bepaalde TAC's door de lidstaten zelf. Het betreft 7 TAC's die aan één enkele lidstaat zijn toegekend. In dit geval is er dus geen sprake van een echte verdeling, aangezien de TAC toebehoort aan en wordt beheerd door één enkele lidstaat. Gelet op het bovenstaande is het dienstig de verordening te vereenvoudigen en voor te stellen dat de verantwoordelijkheid in deze gevallen bij de belanghebbende lidstaat berust, op voorwaarde evenwel dat hij handelt in overeenstemming met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

2010/0324 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde

wateren buiten de EU, van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Conform artikel 43, lid 3, van het Verdrag, stelt de Raad op voorstel van de Commissie de maatregelen vast voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden.

(2) Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelk visserbeleid

3 moeten, met inachtneming van de beschikbare

wetenschappelijke, technische en economische adviezen en met name van verslagen van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), maatregelen inzake de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden vastgesteld.

Het is evenwel dienstig ervoor te zorgen dat de betrokken lidstaat bij de vaststelling van dit TAC-niveau volledig in overeenstemming met de beginselen en voorschriften van het gemeenschappelijk visserijbeleid handelt en ervoor zorgt dat het betrokken bestand wordt geëxploiteerd op niveaus die de maximale duurzame opbrengst kunnen produceren, onder meer door de nodige maatregelen te nemen om relevante gegevens te verzamelen, het betrokken bestand te evalueren en de maximale duurzame opbrengst ervan te bepalen.

(5) De TAC's dienen te worden vastgesteld op basis van de beschikbare wetenschappelijke

adviezen, met inachtneming van de biologische en

sociaaleconomische aspecten waarbij een gelijke behandeling van de visserijsectoren moet worden gegarandeerd, en in het licht van de standpunten die naar voren zijn gekomen tijdens de raadpleging van de belanghebbenden, met name op de bijeenkomsten met het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur en de betrokken regionale adviesraden.

(6) Voor bestanden waarvoor specifieke meerjarenplannen gelden, dienen de TAC's overeenkomstig de in die plannen vervatte voorschriften te worden vastgesteld. Bijgevolg dienen de TAC's voor de bestanden van heek, langoustine en tong in de Golf van Biskaje, het westelijk Kanaal en de Noordzee, schol in de Noordzee, haring in het gebied ten westen van Schotland en kabeljauw in het Kattegat, de Noordzee en het Skagerrak, het oostelijk deel van het Kanaal, het gebied ten westen van Schotland en de Ierse Zee te worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in respectievelijk de Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand

4, Verordening (EG) nr.

2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland

5, Verordening (EG) nr. 388/2006 van

de Raad van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje

6, Verordening (EG) nr.

509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal

7, Verordening (EG)

nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee

quota11 moet worden bepaald op welke bestanden de verschillende, in die verordening

bedoelde maatregelen van toepassing zijn.

(8) Voor sommige soorten, zoals bepaalde haaisoorten, kan zelfs een beperkte vorm van visserijactiviteit een ernstig risico inhouden voor de instandhouding van de soort. Voor dergelijke soorten moet derhalve een volledige beperking van de vangstmogelijkheden worden opgelegd middels een totaalverbod op de visserij op deze soorten.

(9) Langoustine wordt in gemengde visserijen op demersale soorten samen met diverse andere soorten gevangen. In een gebied ten westen van Ierland, bekend als de Porcupine Bank, is er een dringende behoefte aan instandhoudingsmaatregelen om de vangsten van langoustine zo veel mogelijk te beperken. Het is derhalve dienstig de vangstmogelijkheden in dit gebied te beperken tot uitsluitend de vangst van pelagische soorten zonder bijvangst van langoustine.

(10) De maxima voor de visserijinspanning voor 2011 dienen te worden vastgesteld overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005, artikel 5 van Verordening (EG) nr. 509/2007, artikel 9 van Verordening (EG) nr. 676/2007, de artikelen 11 en 12 van Verordening (EG) nr. 1342/2008 en de artikelen 5 en 9 van Verordening (EG) nr. 302/2009, en rekening houdend met Verordening (EG) nr. 754/2009 van de Raad van 27 juli 2009 tot uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen uit de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008

12.

[(11) Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een systeem te handhaven, zij het

met herziening, voor het beheer van de visserijinspanning op zandspiering in de EU- wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV.]

(12) In het licht van het wetenschappelijk advies over de visstand in de Keltische Zee en gelet op het gemengde karakter van de visserijen in dit gebied is het dienstig maatregelen vast te stellen om de visserijinspanning voor de visserijactiviteiten in de deelsectoren f en g van ICES-gebied VII te beperken.

(15) De Unie is verdragsluitende partij bij verscheidene visserijorganisaties en neemt aan andere organisaties deel als samenwerkende niet-verdragsluitende partij. Voorts worden de visserijovereenkomsten die de Republiek Polen vóór de toetreding tot de Europese Unie heeft gesloten, zoals de Overeenkomst voor de instandhouding en het beheer van de alaskakoolvisbestanden in het centrale gedeelte van de Beringzee, krachtens de Toetredingsakte van 2003 vanaf de datum van toetreding beheerd door de Unie. De visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor 2011 een aantal maatregelen in te voeren, onder meer vangstmogelijkheden voor EU-vaartuigen. Deze vangstmogelijkheden moeten door de Unie ten uitvoer worden gelegd.

(16) De Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) is er tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2010 niet in geslaagd een consensus te bereiken over de vaststelling van instandhoudingsmaatregelen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn. Niettemin was de meerderheid van de verdragsluitende partijen, waaronder de Europese Unie, van oordeel dat de vangstmogelijkheden voor deze drie bestanden dienen te worden gereguleerd om het duurzame beheer ervan te kunnen garanderen. Het is derhalve dienstig dat de Unie maatregelen in die zin neemt.

(17) De Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC) heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2010 besloten tot een herziening van de totale capaciteit van de vloten die in de periode 2006-2008 op tropische tonijn en in de periode 2007-2008 op zwaardvis en witte tonijn hebben gevist. De IOTC heeft tevens de tenuitvoerlegging van vlootontwikkelingsplannen goedgekeurd. Voorts heeft de IOTC een resolutie over de instandhouding van voshaaien (familie Alopiidae) goedgekeurd die worden bijgevangen in het kader van andere visserijen in haar bevoegdheidsgebied.

(18) Tijdens de derde internationale vergadering over de oprichting van een Regionale Organisatie voor het visserijbeheer op volle zee in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) in mei 2007, hebben de deelnemers tussentijdse maatregelen goedgekeurd, waaronder vangstmogelijkheden, om, in afwachting van de oprichting van deze regionale organisatie voor het visserijbeheer, de pelagische en de bodemvisserij in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan te reguleren. Deze maatregelen zijn opnieuw bezien tijdens het 8ste internationaal overleg over de oprichting van de SPRFMO in november 2009 en zullen nogmaals worden herzien tijdens de aanstaande 2

(20) Overeenkomstig artikel 291 van het Verdrag moeten de maatregelen die nodig zijn voor het vaststellen van vangstbeperkingen voor bepaalde kortlevende bestanden worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden

16;

(21) Bepaalde internationale maatregelen waarbij vangstmogelijkheden voor de EU worden ingesteld of beperkt, worden op het einde van het jaar door de betrokken regionale organisaties voor visserijbeheer vastgesteld en worden van kracht vóór de inwerkingtreding van deze verordening. Derhalve dienen de bepalingen ter uitvoering van deze maatregelen met terugwerkende kracht van toepassing te zijn.

(22) De in de onderhavige verordening vastgestelde vangstmogelijkheden moeten worden gebruikt overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen

17, en met name de artikelen 33 en

34 over, respectievelijk, de registratie van de vangsten en de visserijinspanning en de melding van gegevens over de uitputting van de vangstmogelijkheden. Derhalve dient te worden gepreciseerd welke codes de lidstaten moeten gebruiken wanneer zij gegevens met betrekking tot de aanlandingen van onder de onderhavige verordening vallende bestanden aan de Commissie doen toekomen.

(23) De vangstmogelijkheden dienen in volledige overeenstemming met de desbetreffende geldende wetgeving van de Unie te worden gebruikt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

  • c) 
    voor de in de artikelen 18, 19 en 20 en de bijlagen IE en V vastgestelde perioden, de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het gebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR).

[d) voor de in artikel 26 vastgestelde perioden, de vangstmogelijkheden voor bepaalde bestanden in het gebied van de Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC).]

Artikel 2

Toepassingsgebied

Tenzij anders bepaald, is deze verordening van toepassing op:

  • a) 
    EU-vaartuigen, en
  • b) 
    vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

  • a) 
    "EU-vaartuigen": vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en in de Unie zijn geregistreerd;
  • b) 
    "vaartuigen van derde landen": vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd zijn in een derde land;
  • c) 
    "EU-wateren": wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van de lidstaten, met uitzondering van wateren die grenzen aan de in bijlage II bij het Verdrag genoemde gebieden;

Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten

18;

(h) "EU-vissersvlootregister": het register dat door de Commissie is ingevoerd overeenkomstig artikel 15, lid 3, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt de volgende afbakening van visserijzones:

19;

  • b) 
    voor het Skagerrak: het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;
  • c) 
    voor het Kattegat: het gebied dat in het noorden wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust, en in het zuiden door een lijn van Kaap Hasenøre naar Kaap Gniben, van Korshage naar Spodsbjerg en van Kaap Gilbjerg naar Kullen;
  • d) 
    voor zone VII (Ierse Zee Oost Eenheid 14): het gebied dat wordt begrensd door
  • i) 
    een loxodroom die achtereenvolgens de volgende punten met elkaar verbindt:
  • i) 
    een loxodroom die achtereenvolgens de volgende punten met elkaar verbindt:
  • het snijpunt van 55°NB met de kust van Ierland nabij Camlough;
  • het snijpunt van 55°NB met de kust van Groot-Brittannië nabij Stranraer;
  • ii) 
    de kust van Groot-Brittannië tussen het snijpunt van 55°NB met de kust nabij Stranraer en het snijpunt van 5° WL met de kust nabij Portpatrick;
  • iii) 
    een loxodroom die achtereenvolgens de volgende punten met elkaar verbindt:
  • het snijpunt van 5°WL met de kust van Groot-Brittannië nabij Portpatrick;
  • 54°30' NB 5°WL;
  • 54°30' NB 4°WL;
  • het snijpunt van 4°WL met de kust van Groot-Brittannië nabij Llanfairfechan;
  • iv) 
    de kust van Groot-Brittannië tussen het snijpunt van 4°WL met de kust nabij Llanfairfechan en het snijpunt van 53° NB met de kust nabij het schiereiland Llyn;
  • v) 
    een loxodroom die achtereenvolgens de volgende punten met elkaar verbindt:
  • het snijpunt van 53°NB met de kust van Groot-Brittannië nabij het schiereiland Llyn;
  • het snijpunt van 53°NB met de kust van Ierland nabij Wicklow;
  • de oostkust van Ierland tussen 53°00' NB en 55°00' NB.
  • i) 
    de westkust van Ierland;
  • ii) 
    53°30' NB;
  • iii) 
    11°00' WL;
  • iv) 
    52°30' NB.
  • h) 
    voor zone VII (Zuid- en Zuidwest-Ierland Eenheid 19): het gebied dat wordt begrensd door
  • i) 
    de loxodromen die achtereenvolgens de volgende punten met elkaar verbinden:
  • het snijpunt van 52°30' NB met de westkust van Ierland
  • 52°30'NB 11°00'WL;
  • 51°00'NB 11°00'WL;
  • 51°00' NB 8°00' WL;
  • 51°30'NB 8°00'WL;
  • 51°30'NB 7°00'WL;
  • 52°00'NB 7°00'WL;
  • 52°00'NB 6°00'WL;
  • 52°30'NB 6°00'WL;
  • het snijpunt met 52°30' NB en
  • ii) 
    de oostkust van Ierland ten zuiden van 52°30'NB.
  • 51°30'NB 5°00'WL;
  • 51°00'NB 5°00'WL;
  • 51°00'NB 6°00'WL;
  • 50°30'NB 6°00'WL;
  • 50°30'NB 7°00'WL;
  • 49°30'NB 7°00'WL;
  • 49°30'NB 9°00'WL;
  • 51°00'NB, 9°00'WL.
  • j) 
    voor zone VII (Noord-West-Ierland en andere gebieden eenheid 18): het deel van zone VII dat niet tot de in d) tot en met i) hierboven gedefinieerde gebieden behoort.
  • k) 
    voor de Golf van Cadiz: het gebied van ICES-zone IXa ten oosten van 7° 2348 WL;
  • l) 
    voor de CECAF-zones (Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic - Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, of FAO-gebied 34):

de afbakening van Verordening (EG) nr. 216/2009 van het Europees Parlement en de Raad

20;

  • m) 
    voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation -

Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van Verordening (EG) nr. 217/2009 van het Europees Parlement en de Raad

21;

  • n) 
    voor de SEAFO-zones (South East Atlantic Fisheries Organisation - Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelke deel van de Atlantische Oceaan
  • p) 
    voor de CCAMLR-zones (Convention on the Conservation of Antarctic Marine Living Resources -- Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren

24;

  • q) 
    voor de IATTC-zone (Inter American Tropical Tuna Convention - Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn): de afbakening van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica

25;

  • r) 
    voor de IOTC-zone (Indian Ocean Tuna Commission - Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): de afbakening van de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan

26;

  • s) 
    voor het SPRFMO-gebied (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation - Regionale visserijorganisatie voor het zuidelijke deel van de Stille

Oceaan): het gebied op open zee bezuiden 10° noorderbreedte, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied zoals vastgesteld in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan

27, en ten

westen van de gebieden die onder de visserijjurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

  • t) 
    voor de WCPFC-zone (Western and Central Pacific Fisheries Convention - Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan): de afbakening van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan

28;

  • u) 
    voor de diepzee van de Beringzee: het diepzeegebied van de Beringzee vanaf 200 zeemijlen van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van de aan de Beringzee gelegen kuststaten wordt gemeten.

TITEL II

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR EU-VAARTUIGEN

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 5

TAC's en toewijzingen

  • 1. 
    De TAC's voor EU-vaartuigen in EU-wateren of bepaalde niet-EU-wateren en de toewijzing van deze TAC's aan de lidstaten, alsmede de voorwaarden die er functioneel verband mee houden, worden vastgesteld in bijlage I.
  • 2. 
    EU-vaartuigen mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de voorschriften van artikel 13 en bijlage III van de onderhavige verordening en van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad

29 en de uitvoeringsbepalingen daarvan,

vissen in de wateren die onder de visserijjurisdictie van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen vallen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.

  • 3. 
    De Commissie stelt de TAC's voor lodde in de Groenlandse wateren van de ICES- zones V en XIV voor de Unie vast op basis van de TAC en de toewijzing voor de Unie, zoals die zijn vastgesteld door Groenland overeenkomstig de met dit land gesloten overeenkomst.
  • 4. 
    In het licht van de in het eerste halfjaar 2011 verzamelde wetenschappelijke gegevens kan de Commissie de in bijlage I vastgestelde TAC's voor de onderstaande bestanden herzien volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure:

Artikel 6

Verboden soorten

  • 1. 
    Het is EU-vaartuigen verboden de onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen:
  • a) 
    reuzenhaai (Cetorinhus maximus) en witte haai (Carcharodon carcharias) in alle EU- en niet-EU-wateren;
  • b) 
    zee-engel (Squatina squatina) in alle EU-wateren;
  • c) 
    vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, III, IV, VI, VII, VIII, IX en X;
  • d) 
    golfrog (Raja undulata) en witte rog (Rostroraja alba) in de EU-wateren van de ICES-zones VI, VII, VIII, IX en X;
  • e) 
    haringhaai (Lamna nasus) in internationale wateren en
  • d) 
    gitaarroggen (Rhinobatidae) in de EU-wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde soorten worden voor zover mogelijk onverwijld en ongedeerd teruggezet.

Artikel 7

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

  • 1. 
    De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig de onderhavige verordening aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

die verordening van toepassing op bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 8

Beperkingen van de visserijinspanning

Vanaf 1 februari 2011 tot en met 31 januari 2012 zijn de maatregelen tot vermindering van de visserijinspanning die zijn vastgesteld in:

  • a) 
    bijlage IIA, van toepassing op het beheer van sommige bestanden in het Kattegat, het Skagerrak, het deel van ICES-zone IIIa dat niet behoort tot het Skagerrak en het Kattegat, de ICES-zones IV, VIa, VIIa en VIId en de EU-wateren van de ICES-zones IIa en Vb;
  • b) 
    bijlage IIB, van toepassing op het herstel van heek en langoustine in de ICES-zones VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;
  • c) 
    bijlage IIC, van toepassing op het beheer van de tongbestanden in ICES-zone VIIe;

[d) bijlage IID, van toepassing op het beheer van de zandspieringbestanden in de EU- wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV;]

  • e) 
    bijlage IIe, van toepassing op het beheer van bepaalde bestanden in de ICES-zones VIIf en g.

Artikel 9

Vangst- en inspanningsbeperkingen voor de diepzeevisserij

zwarte heilbot. Voor het vangen, aan boord houden, overladen en aanlanden van zwarte heilbot gelden de voorwaarden van dat artikel.

Artikel 10

Voorwaarden voor de aanlanding van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor TAC's zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden

of aangeland mits:

  • a) 
    die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en dat quotum nog niet is opgebruikt; of
  • b) 
    die vis deel uitmaakt van een quotum van de EU dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat quotum nog niet is opgebruikt.

Artikel 11

Beperkingen op het gebruik van bepaalde vangstmogelijkheden

  • 1. 
    De in bijlage I vastgestelde vangstmogelijkheden voor torsk, kabeljauw, scharretong, zeeduivel, schelvis, wijting, heek, blauwe leng, leng, langoustine, schol, pollak, koolvis, rog, tong [en doornhaai] in ICES-gebied VII of deelgebieden daarvan, worden beperkt door een verbod om deze soorten in de periode van 1 mei tot en met 31 juli 2011 op de Porcupine Bank te vangen of aan boord te houden. In de desbetreffende vermeldingen in bijlage I wordt naar dit artikel verwezen.
  • 2. 
    Voor de toepassing van dit artikel omvat de Porcupine Bank het gebied dat wordt begrensd door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

Punt Breedtegraad Lengtegraad

1 52o 27' NB 12o 19' WL

2 52o 40' NB 12o 30' WL

12 52o 38.800' NB 12o 37' WL

13 52o 27' NB 12o 23' WL

14 52o 27' NB 12o 19' WL

Artikel 12

Gegevensverstrekking

Wanneer de lidstaten overeenkomstig de artikelen 33 en 34 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 gegevens met betrekking tot de aanlanding van hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie doen toekomen, gebruiken zij daarvoor de in bijlage I bij de onderhavige verordening vermelde bestandscodes.

HOOFDSTUK II

VISMACHTIGINGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN

Artikel 13

Vismachtigingen

  • 1. 
    Het maximum aantal vismachtigingen voor EU-vaartuigen in wateren van derde landen wordt vastgesteld in bijlage III.
  • 2. 
    Indien een lidstaat quota in de in bijlage III genoemde visserijzones op basis van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of "swap"), worden daarbij ook de overeenkomstige vismachtigingen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage III vastgestelde totale aantal vismachtigingen per visserijzone mag echter niet worden overschreden.

HOOFDSTUK III

VANGSTMOGELIJKHEDEN IN WATEREN VAN REGIONALE ORGANISATIES VOOR

VISSERIJBEHEER

AFDELING 1

GEBIED VAN HET INTERNATIONAAL VERDRAG VOOR DE INSTANDHOUDING VAN

ATLANTISCHE TONIJNEN (ICCAT)

Artikel 14

Beperkingen van de visserij en van de kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn

  • 1. 
    Het aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 1 van bijlage IV.
  • 2. 
    Het aantal vaartuigen dat in het kader van de EU-ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen, wordt beperkt overeenkomstig punt 2 van bijlage IV.
  • 3. 
    Het aantal EU-vaartuigen dat in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mag vissen voor kweekdoeleinden, wordt beperkt overeenkomstig punt 3 van bijlage IV.
  • 4. 
    Het aantal en de totale capaciteit in brutoton van de vissersvaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee op blauwvintonijn mogen vissen, deze aan boord mogen houden en mogen overladen, vervoeren of aanlanden, wordt beperkt overeenkomstig punt 4 van bijlage IV.

Zee van 15 april tot en met 15 mei 2011 verboden met ringzegenvaartuigen op blauwvintonijn

te vissen.

Artikel 16

Recreatie- en sportvisserij

De lidstaten kennen een specifiek quotum van de hun in bijlage ID toegekende quota voor blauwvintonijn toe aan de recreatie- en sportvisserij.

Artikel 17

Haaien

  • 1. 
    In alle visserijtakken geldt een verbod op het aan boord houden, overladen en aanlanden van delen van of volledige karkassen van grootoogvoshaaien (Alopias superciliosus).
  • 2. 
    Het is verboden gericht te vissen op voshaaisoorten van het geslacht Alopias.

AFDELING 2

GEBIED VAN HET VERDRAG INZAKE DE INSTANDHOUDING VAN DE LEVENDE

RIJKDOMMEN IN DE ANTARCTISCHE WATEREN (CCAMLR)

Artikel 18

Verbodsbepalingen en vangstbeperkingen

vastgesteld in bijlage V, deel B. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten de geldende vangstbeperking hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij wordt gesloten.

  • 3. 
    De visserijactiviteiten vinden plaats in een zo groot mogelijk geografisch gebied en op zo veel verschillende diepten als mogelijk om de nodige informatie te verzamelen voor het bepalen van het visserijpotentieel en om overconcentratie van vangsten en visserijinspanning te voorkomen. In de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 is het echter verboden om te vissen op diepten van minder dan 550 m.

Artikel 20

Visserij op Antarctisch krill in het visseizoen 2011/2012

  • 1. 
    Uitsluitend de lidstaten die lid zijn van de CCAMLR mogen tijdens het visseizoen 2011/2012 in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill (Euphausia superba) vissen. Lidstaten die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied op Antarctisch krill te vissen, stellen het CCAMLR-secretariaat en de Commissie overeenkomstig artikel 5 bis van Verordening (EG) nr. 601/2004 uiterlijk op 1 juni 2011 in kennis van:
  • a) 
    hun voornemen om op Antarctisch krill te vissen, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel C, vastgestelde formulier;
  • b) 
    de vorm van de netten, waarbij zij gebruik maken van het in bijlage V, deel D, vastgestelde formulier.
  • 2. 
    De in lid 1 vermelde kennisgeving omvat de in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde informatie voor elk vaartuig dat van de lidstaat toestemming krijgt om aan de visserij op Antarctisch krill deel te nemen.
  • 3. 
    De lidstaten die voornemens zijn om in het CCAMLR-verdragsgebied de visserij op Antarctisch krill te beoefenen, geven alleen kennis van de vaartuigen met vergunning die ten tijde van de kennisgeving hun vlag voeren.
  • 5. 
    De lidstaten staan niet toe dat een vaartuig dat voorkomt op één van de door de CCAMLR vastgestelde lijsten van IOO-vaartuigen, aan de visserij op Antarctisch

krill deelneemt.

AFDELING 3

GEBIED VAN DE COMMISSIE VOOR DE TONIJNVISSERIJ IN DE INDISCHE OCEAAN

(IOTC)

Artikel 21

Beperking van de visserijcapaciteit van vaartuigen die in het IOTC-gebied vissen

  • 1. 
    Het maximum aantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-gebied op tropische tonijn vist, en de overeenkomstige in brutotonnage (GT) uitgedrukte capaciteit, wordt vastgesteld in bijlage VI, punt 1.
  • 2. 
    Het maximum aantal EU-vaartuigen dat in het IOTC-gebied op zwaardvis (Xiphias gladius) en witte tonijn (Thunnus alalunga) vist, en de overeenkomstige in GT uitgedrukte capaciteit, worden vastgesteld in bijlage VI, punt 2.
  • 3. 
    De lidstaten kunnen vaartuigen die zijn toegewezen aan één van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde visserijtakken opnieuw toewijzen aan de andere visserijtak, mits zij ten genoegen van de Commissie kunnen aantonen dat deze wijziging niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.
  • 4. 
    De lidstaten zorgen er bij een voorgestelde overdracht van capaciteit naar hun vloot voor dat de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Vaartuigen die voorkomen op de lijst van vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten verrichten (IOO-vaartuigen) van een regionale organisatie voor visserijbeheer, mogen niet worden overgedragen.

AFDELING 4

GEBIED VAN DE REGIONALE ORGANISATIE VOOR HET VISSERIJBEHEER IN HET

ZUIDELIJKE DEEL VAN DE STILLE OCEAAN (SPRFMO)

Artikel 23

Pelagische visserij - capaciteitsbeperking

De lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied, beperken de totale brutotonnage (GT) van de vaartuigen die hun vlag voeren en die op pelagische bestanden vissen in 2011 tot het niveau van 78610 GT in dat gebied, en wel zodanig dat de duurzame exploitatie van de pelagische visbestanden in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan is gewaarborgd.

Artikel 24

Pelagische visserij - TAC's

  • 1. 
    Alleen de lidstaten die in 2007, 2008 of 2009 actief pelagische visserijactiviteiten hebben uitgeoefend in het SPRFMO-verdragsgebied zoals omschreven in artikel 23, mogen in dat gebied op pelagische bestanden vissen met inachtneming van de in bijlage IJ vastgestelde TAC's.
  • 2. 
    De lidstaten stellen de Commissie maandelijks in kennis van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de brutotonnage (GT), van hun vaartuigen die betrokken zijn bij de in dit artikel bedoelde visserij.
  • 3. 
    Voor het toezicht op de in dit artikel bedoelde visserij sturen de lidstaten de Commissie, ter toezending aan het interim-secretariaat van de SPRFMO, VMS- gegevens, maandelijkse vangstaangiften en, indien voorhanden, gegevens over aanloophavens uiterlijk de 15e dag van de maand na die waarop de gegevens betrekking hebben.

AFDELING 5

GEBIED VAN DE INTERAMERIKAANSE COMMISSIE VOOR TROPISCHE TONIJN

(IATTC)

Artikel 26

Ringzegenvisserij

  • 1. 
    De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) en gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is verboden:
  • a) 
    hetzij van 29 juli tot en met 28 september 2011, hetzij van 18 november 2011 tot en met 18 januari 2012 in het gebied dat wordt begrensd door:

de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan,

lengtegraad 150° WL,

breedtegraad 40° NB,

breedtegraad 40° ZB;

  • b) 
    van 29 september tot en met 29 oktober 2011 in het gebied dat wordt begrensd

door:

lengtegraad 96° WL,

lengtegraad 110° WL,

breedtegraad 4° NB,

AFDELING 6

GEBIED VAN DE ORGANISATIE VOOR DE VISSERIJ IN HET ZUIDOOSTELIJK DEEL

VAN DE ATLANTISCHE OCEAAN (SEAFO)

Artikel 27

Maatregelen ter bescherming van diepzeehaaien

De gerichte visserij op de volgende diepzeehaaien in het SEAFO-verdragsgebied is verboden:

roggen (Rajidae),

doornhaai (Squalus acanthias),

gevlekte gladde lantaarnhaai (Etmopterus bigelowi),

kortstaartlantaarnhaai (Etmopterus brachyurus),

grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps),

gladde lantaarnhaai (Etmopterus pusillus),

spookkathaai (Apristurus manis),

fluweelijshaai (Scymnodon squamulosus)

en diepzeehaaien van de superorde Selachimorpha.

AFDELING 7

Artikel 29

Gesloten gebied voor de visserij met visconcentratievoorzieningen (FAD's)

  • 1. 
    In het gedeelte van het WCPFC-gebied tussen 20°NB en 20°ZB zijn visserijactiviteiten van ringzegenvaartuigen die gebruik maken van FAD's verboden tussen 1 juli 2011, 00.00 uur en 30 september 2011, 24.00 uur. In die periode mogen ringzegenvaartuigen

in dat gedeelte van het WCPFC-gebied alleen

visserijactiviteiten verrichten indien zich aan boord een waarnemer bevindt die erop toeziet dat het vaartuig op geen enkel ogenblik:

  • a) 
    een FAD of soortgelijk elektronisch apparaat gebruikt of in dienst heeft;
  • b) 
    met behulp van FAD's vist op scholen.
  • 2. 
    Alle ringzegenvaartuigen die in het in lid 1 bedoelde gedeelte van het WCPFC- gebied vissen, houden alle gevangen grootoogtonijn, geelvintonijn en gestreepte tonijn aan boord en landen deze aan of laden deze over.
  • 3. 
    Lid 2 geldt niet in de volgende gevallen:
  • a) 
    tijdens de laatste trek van een visreis, indien onvoldoende ruimte is overgebleven om al deze vis op te slaan;
  • b) 
    wanneer de vis om andere dan met de grootte verband houdende redenen niet geschikt is voor menselijke consumptie; dan wel
  • c) 
    wanneer zich een ernstige storing van de koelinstallatie voordoet.

Artikel 30

Gesloten gebieden voor de ringzegenvisserij

AFDELING 8

BERINGZEE

Artikel 32

Verbod op de visserij in de volle zee van de Beringzee

De visserij op alaskakoolvis (Theragra chalcogramma) in de volle zee van de Beringzee is verboden.

TITEL III

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN VAN DERDE

LANDEN IN EU-WATEREN

Artikel 33

TAC's

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen, alsook vissersvaartuigen die op de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde TAC's en de in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1006/2008 en de onderhavige titel vastgestelde voorwaarden, in EU-wateren vissen.

Artikel 34

  • b) 
    zee-engel (Squatina squatina) in alle EU-wateren;
  • c) 
    vleet (Dipturus batis) in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, III, IV, VI, VII, VIII, IX en X; en
  • d) 
    golfrog (Raja undulata) en witte rog (Rostroraja alba) in de EU-wateren van de ICES-zones VI, VII, VIII, IX en X.
  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde soorten worden voor zover mogelijk onverwijld en ongedeerd teruggezet.

TITEL IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel 36

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

Op vangstmogelijkheden voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2011, zijn de artikelen 18, 19 en 20 en de bijlagen IE en V van toepassing met ingang van de datum waarop de betrokken vangstmogelijkheden van toepassing zijn.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselk in elke lidstaat.

BIJLAGE I

Vangstbeperkingen, per soort en per gebied (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld),

voor EU-vaartuigen in gebieden met TAC's en voor vaartuigen van derde landen in de EU-

wateren

De onderstaande tabellen bevatten de TAC's en quota (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld) per bestand en, in voorkomend geval, de voorwaarden die er functioneel verband mee houden.

Alle in deze bijlage vastgestelde TAC's worden als quota beschouwd voor de toepassing van deze verordening en vallen derhalve onder het bepaalde in Verordening (EG) nr. 1224/2009, met name de artikelen 33 en 34. Tenzij anders bepaald zijn de verwijzingen naar visserijzones verwijzingen naar ICES-zones.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In de onderstaande overzichtstabel staan naast de in deze verordening gebruikte wetenschappelijke namen de corresponderende gewone namen vermeld:

Wetenschappelijke benaming Drielettercode Gewone naam

Amblyraja radiata RJR Sterrog

Ammodytes spp. SAN Zandspieringen

Argentina silus ARU Grote zilvervis

Beryx spp. ALF Beryciden

Brosme brosme USK Torsk

Centrophorus squamosus GUQ Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis CYO Portugese hondshaai

Wetenschappelijke benaming Drielettercode Gewone naam

Etmopterus princeps ETR Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus ETP Gladde lantaarnhaai

Euphausia superba KRI Antarctisch krill

Gadus morhua COD Kabeljauw

Galeorhinus galeus GAG Ruwe haai

Glyptocephalus cynoglossus WIT Witje

Hippoglossoides platessoides PLA Amerikaanse schol

Hippoglossus hippoglossus HAL Heilbot

Hoplostethus atlanticus ORY Atlantische slijmkop

Illex illecebrosus SQI Kortvinnige pijlinktvis

Lamna nasus POR Haringhaai

Lepidonotothen squamifrons NOS Grijze zuidpoolkabeljauw

Lepidorhombus spp. LEZ Scharretongen

Leucoraja circularis RJI Zandrog

Leucoraja fullonica RJF Kaardrog

Leucoraja naevus RJN Grootoogrog

Wetenschappelijke benaming Drielettercode Gewone naam

Micromesistius poutassou WHB Blauwe wijting

Microstomus kitt LEM Tongschar

Molva dypterygia BLI Blauwe leng

Molva molva LIN Leng

Nephrops norvegicus NEP Langoustine

Pandalus borealis PRA Noordse garnaal

Paralomis spp. PAI Krabben

Penaeus spp. PEN Peneide garnalen

Platichthys flesus FLE Bot

Pleuronectes platessa PLE Schol

Pleuronectiformes FLX Platvis

Pollachius pollachius POL Pollak

Pollachius virens POK Koolvis

Psetta maxima TUR Tarbot

Raja brachyura RJH Blonde rog

Raja clavata RJC Stekelrog

Wetenschappelijke benaming Drielettercode Gewone naam

Sebastes spp. RED Roodbaarzen

Solea solea SOL Tong

Solea spp. SOO Tongen

Sprattus sprattus SPR Sprot

Squalus acanthias DGS Doornhaai

Tetrapturus albidus WHM Witte marlijn

Thunnus maccoyii SBF Zuidelijke blauwvintonijn

Thunnus obesus BET Grootoogtonijn

Thunnus thynnus BFT Blauwvintonijn

Trachurus spp. JAX Horsmakrelen

Trisopterus esmarkii NOP Kever

Urophycis tenuis HKW Witte heek

Xiphias gladius SWO Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone benamingen en wetenschappelijke benamingen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Beryciden ALF Beryx spp.

Amerikaanse schol PLA Hippoglossoides platessoides

Ansjovis ANE Engraulis encrasicolus

Zeeduivels ANF Lophiidae

IJsvis ANI Champsocephalus gunnari

Heilbot HAL Hippoglossus hippoglossus

Grootoogtonijn BET Thunnus obesus

Spitssnuitsnavelhaai DCA Deania calcea

Blonde rog RJH Raja brachyura

Blauwe leng BLI Molva dypterygia

Blauwe marlijn BUM Makaira nigricans

Blauwe wijting WHB Micromesistius poutassou

Blauwvintonijn BFT Thunnus thynnus

Griet SOO Scophthalmus rhombus

Lodde CAP Mallotus villosus

Kabeljauw COD Gadus morhua

Grote zilvervis ARU Argentina silus

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot GHL Reinhardtius hippoglossoides

Grenadiers GRV Macrourus spp.

Grijze zuidpoolkabeljauw NOS Lepidonotothen squamifrons

Schelvis HAD Melanogrammus aeglefinus

Heek HKE Merluccius merluccius

Haring HER Clupea harengus

Horsmakrelen JAX Trachurus spp.

Zwarte haai SCK Dalatias licha

Antarctisch krill KRI Euphausia superba

Donkere doornhaai GUQ Centrophorus squamosus

Tongschar LEM Microstomus kitt

Leng LIN Molva molva

Makreel MAC Scomber scombrus

Scharretongen LEZ Lepidorhombus spp.

Noordse garnaal PRA Pandalus borealis

Langoustine NEP Nephrops norvegicus

Roodbaarzen RED Sebastes spp.

Grenadiervis RNG Coryphaenoides rupestris

Koolvis POK Pollachius virens

Zandspieringen SAN Ammodytes spp.

Zandrog RJI Leucoraja circularis

Kaardrog RJF Leucoraja fullonica

Kortvinnige pijlinktvis SQI Illex illecebrosus

Rogachtigen en roggen SRX-RAJ Rajiformes - Rajidae

Kleinoogrog RJE Raja microocellata

Gladde lantaarnhaai ETP Etmopterus pusillus

Sneeuwkrabben PCR Chionoecetes spp.

Tongen SOX Solea spp.

Zuidelijke blauwvintonijn SBF Thunnus maccoyii

Gevlekte rog RJM Raja montagui

Sprot SPR Sprattus sprattus

Doornhaai DGS Squalus acanthias

Pijlinktvis SQS Martialia hyadesi

Wijting WHG Merlangius merlangus

Witje WIT Glyptocephalus cynoglossus

Geelstaartschar YEL Limanda ferruginea

BIJLAGE IA

Skagerrak, Kattegat, ICES-zones I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV, EU-wateren van

CECAF en wateren van Frans Guyana

Soort: Zandspiering Gebied: Noorse wateren van IV

Ammodytes spp. (SAN/04-N.)

Denemarken pm Analytische TAC.

Verenigd Koninkrijk

pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Soort: Zandspiering Gebied: EU-wateren van IIa, IIIa en IV(1)

Ammodytes spp. (SAN/2A3A4.)

Denemarken pm Voorzorgs-TAC

Verenigd Koninkrijk

pm

Duitsland pm

Zweden pm

EU pm

Nederland 20

Verenigd Koninkrijk

42

EU 95

TAC 95

Soort: Grote zilvervis Gebied: EU-wateren van III en IV

Argentina silus (ARU/3/4.)

Denemarken 963 Voorzorgs-TAC

Duitsland 10

Frankrijk 7

Ierland 7

Nederland 45

Zweden 37

Verenigd Koninkrijk

17

EU 1 086

TAC 1 086

TAC 4 334

Soort: Torsk Gebied: EU-wateren en internationale wateren van I, II en XIV

Brosme brosme

(USK/1214EI.)

Duitsland Analytische TAC

6 (1)

Frankrijk

6 (1)

Verenigd Koninkrijk

6 (1)

Overige

3 (1)

EU

21 (1)

TAC 21

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: Torsk Gebied: IIIa; EU-wateren van IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

Brosme brosme

Duitsland 16

Frankrijk 37

Zweden 5

Verenigd Koninkrijk

80

Overige 5 (1)

EU 196

TAC 196

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: Torsk Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

Brosme brosme

(USK/567EI.)

Duitsland pm Analytische TAC

Spanje pm Artikel 11 is van toepassing.

Frankrijk pm

Ierland pm

Verenigd Koninkrijk

pm

(1)

gevangen.

Soort: Torsk Gebied: Noorse wateren van IV

Brosme brosme (USK/04-N.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm

Duitsland pm

Frankrijk pm

Nederland pm

Verenigd Koninkrijk

pm

EU pm

TAC Niet relevant

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(2) Te vangen in de EU-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII.

(3) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot pm % per vaartuig, op elk moment, in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in Vb, VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton.

(4) Inclusief leng. De quota voor Noorwegen zijn pm ton leng en pm ton torsk en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in Vb, VI en VII worden gevangen.

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2) Te vangen in het Skagerrak.

Soort: Haring(1) Gebied: EU-wateren en Noorse wateren van IV benoorden 53°30'NB

Clupea harengus

(HER/04AB.)

Denemarken pm Analytische TAC

Duitsland pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk

pm

EU pm

Noorwegen pm (2)

TAC pm

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm. Elke lidstaat moet zijn aanlanding van haring aan de Commissie melden, uitgesplitst naar IVa en IVb.

(2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

toepassing.

TAC Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

pm

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis worden in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

Soort: Haring(1) Gebied: Bijvangsten in IIIa

Clupea harengus (HER/03A-BC)

Denemarken pm Analytische TAC

Duitsland pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm

TAC pm

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.

Soort: Haring(1) Gebied: Bijvangsten in IV, VIId en in EU- wateren van IIa

Clupea harengus

(HER/2A47DX)

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.

Soort: Haring(1) Gebied: IVc, VIId (2)

Clupea harengus (HER/4CXB7D)

België pm (3) Analytische TAC

Denemarken pm (3) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm (3)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm (3)

Nederland pm (3)

Verenigd Koninkrijk

pm (3)

EU pm

TAC pm

(1) Aanlanding van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2) Uitgezonderd het Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand in het maritieme deel van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een loxodroom die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51°56' NB, 1°19,1' OL) tot 51°33' NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(3) Tot 50% van dit quotum mag worden gevangen in IVb. Gebruikmaking van deze bijzondere voorwaarde moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (HER*04B.).

TAC 22 481

(1) Bedoeld is het haringbestand in VIa, benoorden 56°00' NB, en in het gedeelte van VIa ten oosten van 07°00' WL en benoorden 55°00' NB, met uitzondering van de Clyde.

(2) Mag uitsluitend in VIa benoorden 56°30° NB worden gevangen.

Soort: Haring Gebied: VIIb; VIIc; VIaS(1)

Clupea harengus (HER/6AS7BC)

Ierland 3 387

Nederland 339

EU 3 726

TAC 3 726

(1) Bedoeld is het haringbestand in VIa, ten zuiden van 56° 00° NB en ten westen van 07° 00° WL.

Soort: Haring Gebied: VI Clyde (1)

Clupea harengus (HER/06ACL.)

Verenigd Koninkrijk (2) Niet Voorzorgs-TAC

vastgesteld

EU Niet (3)

Clupea harengus (HER/07A/MM)

Ierland 1 250 Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk

3 550

EU 4 800

TAC 4 800

(1) VIIa wordt verminderd met het gebied dat is toegevoegd aan VIIg, VIIh, VIIj en VIIk en dat wordt

begrensd:

in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB,

in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB,

in het westen door de kust van Ierland,

in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

Soort: Haring Gebied: VIIe en VIIf

Clupea harengus (HER/7EF.)

Frankrijk 425 Voorzorgs-TAC

Verenigd Koninkrijk

425

EU 850

EU 13 200

TAC 13 200

(1) Deze zone wordt uitgebreid met het gebied dat wordt begrensd:

in het noorden door de breedtegraad 52° 30' NB,

in het zuiden door de breedtegraad 52° 00' NB,

in het westen door de kust van Ierland,

in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

Soort: Ansjovis Gebied

  • IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

Engraulis encrasicolus (ANE/9/3411)

Spanje 3 252 Analytische TAC

Portugal 3 548

EU 6 800

TAC 6 800

Soort: Kabeljauw Gebied: Skagerrak

Gadus morhua (COD/03AN.)

-

televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsacitviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd;

  • alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van

-

de soorten die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat;

  • de extra vangsten niet meer bedragen dan 30% van de normale vangstbeperking die op een dergelijk

vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dan een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen.

Wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, trekt deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten, in en sluit hij dat vaartuig uit van verdere deelname aan het initiatief.]

Soort: Kabeljauw Gebied: Kattegat

Gadus morhua (COD/03AS.)

Denemarken 118 Analytische TAC

Duitsland 2

Zweden 70

EU 190

TAC 190

Soort: Kabeljauw Gebied: IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort

Gadus morhua

(COD/2A3AX4)

TAC pm

[(1) Met toestemming van de lidstaten mogen vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot

volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra vangsten verrichten voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5% van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, op voorwaarde dat:

  • het vaartuig gebruik maakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsacitviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd;
  • alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van de soorten die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat;
  • de extra vangsten niet meer bedragen dan 30% van de normale vangstbeperking die op een dergelijk vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dan een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen.
  • Wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, trekt deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten, in en sluit hij dat vaartuig uit van verdere deelname aan het initiatief.]

(2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van

IV

(COD/*04N-)

EU pm

Gadus morhua ed: XII en XIV

(COD/561214)

België Voorzorgs-TAC

Duitsland 2

Frankrijk 22

Ierland 8

Verenigd Koninkrijk

36

EU 68

TAC 68

Soort: Kabeljauw Gebie

d: VIa; EU-wateren en internationale wateren van Vb ten oosten van 12° 00' WL

Gadus morhua

(COD/5B6A-C)

België Analytische TAC

Duitsland 4

Frankrijk 38

Ierland 15

Verenigd Koninkrijk

64

Verenigd Koninkrijk

144

EU 337

TAC 337

Soort: Kabeljauw Gebied: VIIb, VIIc, VIIe-k, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

Gadus morhua

(COD/7XAD34)

België 153 Analytische TAC

Frankrijk 2 500 Artikel 11 is van toepassing.

Ierland 496

Nederland 1

Verenigd Koninkrijk

270

EU 3 420

TAC 3 420

Soort: Kabeljauw Gebied: VIId

-

televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsacitviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd;

alle kabeljauwvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip

-

van de soorten die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat;

de extra vangsten niet meer bedragen dan 30% van de normale vangstbeperking die op een dergelijk

vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dan een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het kabeljauwbestand gegarandeerd niet zal toenemen.

Wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de

bovenvermelde voorwaarden voldoet, trekt deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten, in en sluit hij dat vaartuig uit van verdere deelname aan het initiatief.]

Soort: Haringhaai Gebied: EU-wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X en XII

Lamna nasus

(POR/3-12)

Denemarken Voorzorgs-TAC

Frankrijk

Duitsland

Ierland

Spanje

Verenigd Koninkrijk

EU

Verenigd Koninkrijk

1 690

EU 1 757

TAC 1757

Soort: Scharretongen Gebied: VI; EU-wateren en internationale

wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Lepidorhombus spp.

(LEZ/561214)

Spanje 350 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 1 364

Ierland 399

Verenigd Koninkrijk

966

EU 3 079

TAC 3 079

Soort: Scharretongen Gebied: VII

Lepidorhombus spp. (LEZ/07.)

Lepidorhombus spp. (LEZ/8ABDE.)

Spanje 999 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 807

EU 1 806

TAC 1 806

Soort: Scharretongen Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

Lepidorhombus spp.

(LEZ/8C3411)

Spanje 1 010 Analytische TAC

Frankrijk 50

Portugal 34

EU 1 094

TAC 1 094

Soort: Schar en bot Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Limanda limanda en (D/F/2AC4-C)

Platichthys flesus

Soort: Zeeduivel Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Lophiidae (ANF/2AC4-C)

België 341 (1) Voorzorgs-TAC

Denemarken 752 (1)

Duitsland 367 (1)

Frankrijk 70 (1)

Nederland 258 (1)

Zweden 9 (1)

Verenigd Koninkrijk (1)

7 846

EU 9 643 (1)

TAC 9 643

(1) Waarvan tot 5% mag worden gevist in VI; EU-wateren en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV (ANF/*561214)

Soort: Zeeduivel Gebied: Noorse wateren van IV

Lophiidae (ANF/04-N.)

België pm Analytische TAC

(ANF/561214)

België 170 Voorzorgs-TAC

Duitsland 194

Spanje 182

Frankrijk 2 093

Ierland 473

Nederland 164

Verenigd Koninkrijk

1 456

EU 4 732

TAC 4 732

Soort: Zeeduivel Gebied: VII

Lophiidae (ANF/07.)

België 2 536 (1) Analytische TAC

Duitsland 283 (1) Artikel 11 is van toepassing.

Spanje 1 008 (1)

Frankrijk 16 277 (1)

Spanje 1 179 Analytische TAC

Frankrijk 6 563

EU 7 742

TAC 7 742

Soort: Zeeduivel Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF

34.1.1

Lophiidae

(ANF/8C3411)

Spanje 1 234 Analytische TAC

Frankrijk 1

Portugal 245

EU 1 480

TAC 1 480

Soort: Schelvis Gebied: IIIa, EU-wateren van IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

Melanogrammus

aeglefinus (HAD/3A/BCD)

België pm Analytische TAC

Melanogrammus

aeglefinus (HAD/2AC4.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm

Duitsland pm

Frankrijk pm

Nederland pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk

pm

EU pm (1)

Noorwegen pm

TAC pm

(1) Exclusief naar schatting pm ton industriële bijvangst.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van IV

(HAD/*04N-)

deze soorten.

Soort: Schelvis Gebied: EU-wateren en internationale wateren van VIb, XII en XIV

Melanogrammus

aeglefinus (HAD/6B1214)

België 8 Analytische TAC

Duitsland 10

Frankrijk 413

Ierland 295

Verenigd Koninkrijk

3 022

EU 3 748

TAC 3 748

Soort: Schelvis Gebied: EU-wateren en internationale wateren van Vb en VIa;

Melanogrammus

aeglefinus (HAD/5BC6A.)

België 2 Analytische TAC

Duitsland 3

Frankrijk 7 719 Artikel 11 is van toepassing.

Ierland 2 573

Verenigd Koninkrijk

1 158

EU 11 579

TAC 11 579

Soort: Schelvis Gebied: VIIa

Melanogrammus

aeglefinus (HAD/07A.)

België 19 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 88

Ierland 524

Verenigd Koninkrijk

579

EU 1 210

TAC 1 210

Merlangius merlangus (WHG/2AC4.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Nederland pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk

pm

EU pm (1)

Noorwegen pm (2)

TAC pm

(1) Exclusief naar schatting pm ton industriële bijvangst.

(2) Mag in EU-wateren worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten in mindering worden gebracht op het Noorse TAC-aandeel.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van IV

EU 216

TAC 216

Soort: Wijting Gebied: VIIa

Merlangius merlangus (WHG/07A.)

België Analytische TAC

Frankrijk 4

Ierland 68

Nederland

Verenigd Koninkrijk

46

EU 118

TAC 118

Soort: Wijting Gebied: VIIb, VIIc, VIId, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh en VIIk (WHG/7X7A.)

Merlangius merlangus

België 133 Analytische TAC

Spanje 1 102 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 1 652

EU 2 754

TAC 2 754

Soort: Wijting Gebied: IX en X; EU-wateren van CECAF

34.1.1

Merlangius merlangus

(WHG/9/3411)

Portugal Niet vastgesteld (1) Voorzorgs-TAC

EU Niet vastgesteld (2)

TAC Niet vastgesteld (2)

(1) Door de betrokken lidstaat vast te stellen op een niveau dat consistent is met de duurzame exploitatie van het bestand en dat naar alle waarschijnlijkheid zal resulteren in een exploitatie die consistent is met de maximale duurzame opbrengst vanaf 2015. De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2011 in kennis van het vastgestelde niveau en de geplande beheersmaatregelen om te voldoen aan de vorengenoemde beginselen en doelstellingen.

(3) Vastgesteld zoals bepaald in voetnoot 1.

Soort: Wijting en pollak Gebied: Noorse wateren bezuiden 62°NB

Denemarken 1 531 Analytische TAC

Zweden 130

EU 1 661

TAC 1 661 (1)

(1) Binnen een globale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

Soort: Heek Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Merluccius merluccius (HKE/2AC4-C)

België 28 Analytische TAC

Denemarken 1 119

Duitsland 128

Frankrijk 248

Nederland 64

Verenigd Koninkrijk

348

EU 1 935

TAC 1 935 (1)

Koninkrijk

EU 30 900

TAC 30 900 (2)

(1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar de EU-wateren van IIa en IV. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

(2) Binnen een globale TAC van 55.105 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

VIIIa, VIIIb, VIIId en

VIIIe

(HKE/*8ABDE)

België 37

Spanje 1 469

Frankrijk 1 469

Ierland 184

Nederland 18

Verenigd Koninkrijk

827

EU 4004

overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

(2) Binnen een globale TAC van 55 105 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

VI en VII; EU-wateren

en internationale wateren

van Vb; internationale

wateren van XII en XIV

(HKE/*57-14)

België 2

Spanje 1 837

Frankrijk 3 305

Nederland 6

EU 5150

Soort: Heek Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

Merluccius merluccius

(HKE/8C3411)

Spanje 6 844 Analytische TAC

Frankrijk 657

Portugal 3 194

TAC pm

Soort: Blauwe wijting Gebie

d: EU-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV (WHB/1X14).

Micromesistius poutassou

Denemarken pm (1)(2) Analytische TAC

Duitsland pm (1)(2)

Spanje pm (1)(2)

Frankrijk pm (1)(2)

Ierland pm (1)(2)

Nederland pm (1)(2)

Portugal pm (1)(2)

Zweden pm (1)(2)

Verenigd Koninkrijk

pm (1)(2)

EU pm (1)(2)

Noorwegen pm (3) (4)

Faeröer pm (5) (6)

TAC pm

poutassou

(WHB/8C3411)

Spanje pm Analytische TAC

Portugal pm

EU pm (1)(2)

TAC pm

(1) Waarvan tot 68% mag worden gevangen in de Noorse exclusieve economische zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2).

(2) Mag in de wateren van de Faeröer worden gevangen met inachtneming van de voor de EU beschikbare totale toegangshoeveelheid van 14 000 ton (WHB/*05B-F).

Soort: Blauwe wijting Gebied: EU-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56° 30 NB en VII ten westen van 12° WL

Micromesistius poutassou

(WHB/24A567)

Noorwegen pm (1) Analytische TAC

(2)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Faeröer pm (3)(4)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC pm

(1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten.

(2) In zone IV mag ten hoogste pm ton worden gevangen, d.w.z. 25 % van het toegangsniveau van Noorwegen.

Frankrijk 226

Nederland 688

Zweden 9

Verenigd Koninkrijk

3 387

EU 5 543

TAC 5 543

Soort: Blauwe leng Gebied: EU-wateren en internationale

wateren van Vb, VI, VII, XIIb

Molva dypterygia (BLI/5BX12B)(4)

Duitsland pm Analytische TAC

Estland pm Artikel 11 is van toepassing.

Spanje pm

Frankrijk pm

Ierland pm

Litouwen pm

Polen pm

Verenigd Koninkrijk

pm

Verordening (EG) nr. 1288/2009 en punt 7 van bijlage III bij Verordening (EG) nr. 43/2009.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Vb (EU-wateren),

VI en VII

(BLI/*5B67.)

Duitsland pm

Estland pm

Spanje pm

Frankrijk pm

Ierland pm

Litouwen pm

Polen pm

Verenigd Koninkrijk

pm

Overige pm

Noorwegen pm

Faeröer pm

EU 36

TAC 36

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: Leng Gebied: IIIa; EU-wateren van IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32

Molva molva

(LIN/03.)

België 7 (1) Analytische TAC

Denemarken 51

Duitsland 7 (1)

Zweden 20

Verenigd Koninkrijk

7 (1)

EU 92

TAC 92

(1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 worden gevangen.

Soort: Leng Gebied: EU-wateren van IV

TAC 2 428

Soort: Leng Gebied: EU-wateren en internationale

wateren van V

Molva molva

(LIN/05.)

België 9 Analytische TAC

Denemarken 5

Duitsland 5

Frankrijk 5

Verenigd Koninkrijk

5

EU 29

TAC 29

Soort: Leng Gebied: EU- en internationale wateren van VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV (LIN/6X14.)

Molva molva

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Artikel 11 is van toepassing.

Duitsland pm

(1) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot pm % per vaartuig, op elk moment, in Vb, VI en VII is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI en VII mogen niet meer bedragen dan pm ton.

(2) Inclusief torsk. De quota voor Noorwegen zijn pm ton leng en pm ton torsk en mogen tot pm ton onderling gewisseld worden. De betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in de zones Vb, VI en VII worden gevangen.

(3) Inclusief torsk. Te vangen in VIb en VIa benoorden 56° 30 NB.

(4) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot pm % per vaartuig, op elk moment, in VIa en VIb is toegestaan. In de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond mag dit percentage evenwel worden overschreden. De totale bijvangsten van andere soorten in VI mogen niet meer bedragen dan pm ton.

Soort: Leng Gebied: Noorse wateren van IV

Molva molva (LIN/04-N.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm

Duitsland pm

Frankrijk pm

Nederland pm

Verenigd Koninkrijk

pm

EU pm

TAC 4 700

Soort: Langoustine Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Nephrops norvegicus (NEP/2AC4-C)

België 1 181 Analytische TAC

Denemarken 1 181

Duitsland 17

Frankrijk 35

Nederland 608

Verenigd Koninkrijk

19 558

EU 22 580

TAC 22 580

Soort: Langoustine Gebied: Noorse wateren van IV

Nephrops norvegicus (NEP/04-N.)

Denemarken pm Analytische TAC

Duitsland pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland 185

Verenigd Koninkrijk

13 357

EU 13 681

TAC 13 681

Soort: Langoustine Gebied: VII (Ierse Zee Oost Eenheid 14)

Nephrops norvegicus (NEP/07U14..)

Frankrijk Analytische TAC

Ierland 94

Verenigd Koninkrijk 586

EU 680

TAC 680

Soort: Langoustine Gebied: VII (Ierse Zee West Eenheid 15)

Nephrops norvegicus (NEP/07U15.)

Ierland 3 328 Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk 6 172

EU 1 254

TAC 1254

Soort: Langoustine Gebied: VII (Aran Grounds -Eenheid 17)

Nephrops norvegicus (NEP/07U17.)

Ierland Analytische TAC

EU 950

950

TAC

Soort: Langoustine Gebied: VII (NW Ierland en andere gebieden Eenheid 18) (NEP/07U18.)

Nephrops norvegicus

Ierland 200 Analytische TAC

EU 200

TAC 200

Soort: Langoustine Gebied: VII (Zuid- en Zuidwest-Ierland Eenheid 19)

(NEP/07U222.)

Frankrijk 8 275 Analytische TAC

Ierland 2 207

Verenigd Koninkrijk 59

EU 5 300

TAC 5300

Soort: Langoustine Gebied: VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Nephrops norvegicus (NEP/8ABDE.)

Spanje 199 Analytische TAC

Frankrijk 3 115

EU 3 314

TAC 3 314

Soort: Langoustine Gebied: VIIIc

Nephrops norvegicus (NEP/08C.)

Spanje 87 Analytische TAC

TAC 303

Soort: Noordse garnaal Gebied: IIIa

Pandalus borealis (PRA/03A.)

Denemarken pm Analytische TAC

Zweden pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC pm

Soort: Noordse garnaal Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Pandalus borealis (PRA/2AC4-C)

Denemarken pm Analytische TAC

Nederland pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Soort: Peneide garnalen Gebied: Wateren van Frans Guyana

Penaeus spp (PEN/FGU.)

Frankrijk Niet (1,2 Voorzorgs-TAC

vastgesteld

EU Niet (2,3)

vastgesteld

TAC Niet (2,3)

vastgesteld

(1) Door de betrokken lidstaat vast te stellen op een niveau dat consistent is met de duurzame exploitatie van het

bestand en dat naar alle waarschijnlijkheid zal resulteren in een exploitatie die consistent is met de maximale duurzame opbrengst vanaf 2015. De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2011 in kennis van het vastgestelde niveau en de geplande beheersmaatregelen om te voldoen aan de vorengenoemde beginselen en doelstellingen.

(2) Vissen op garnalen van de soorten Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m.

(3) Vastgesteld zoals bepaald in voetnoot 1.

Soort: Schol Gebied: Skagerrak

Pleuronectes platessa (PLE/03AN.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Analytische TAC

Duitsland pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm

TAC pm

Soort: Schol Gebied: IV; EU-wateren van IIa; het gedeelte van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort

Pleuronectes

platessa

(COD/2A3AX4)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Nederland pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Noorwegen pm

Pleuronectes platessa XIV

(PLE/561214)

Frankrijk 17 Voorzorgs-TAC

Ierland 219

Verenigd Koninkrijk 365

EU 601

TAC 601

Soort: Schol Gebied: VIIa

Pleuronectes platessa (PLE/07A.)

België 83 Analytische TAC

Frankrijk 36

Ierland 651

Nederland 25

Verenigd Koninkrijk 832

EU 1 627

TAC 1 627

Pleuronectes platessa (PLE/07D.)

België 1 002 (1) Analytische TAC

Frankrijk 2 414 (1)

Verenigd Koninkrijk 602 (1)

EU 4 018 (1)

TAC 4 018 (1)

(1)Mag niet worden gevangen van 1 januari tot en met 31 maart.

Soort: Schol Gebied: VIIe

Pleuronectes platessa (PLE/07E.)

België 18 Analytische TAC

Frankrijk 125

Verenigd Koninkrijk 504

EU 647

TAC 647

Soort: Schol Gebied: VIIf en VIIg

Pleuronectes (PLE/7FG.)

platessa

België 6 Analytische TAC

Frankrijk 12

Ierland 132

Nederland 23

Verenigd Koninkrijk 12

EU 185

TAC 185

Soort: Schol Gebied: VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF

34.1.1

Pleuronectes

platessa (PLE/8/3411)

Spanje 57 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 229

Portugal 57

EU 343

TAC 343

Soort: Pollak Gebied: VII

Pollachius pollachius (POL/07.)

België 364 Voorzorgs-TAC

Spanje 22 Artikel 11 is van toepassing.

Frankrijk 8 384

Ierland 894

Verenigd Koninkrijk 2 041

EU 11 705

TAC 11 705

Soort: Pollak Gebied: VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Pollachius (POL/8ABDE.)

pollachius

Spanje 218 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 1 067

EU 1 285

Soort: Pollak Gebied: IX en X; EU-wateren van CECAF

34.1.1

Pollachius

pollachius (POL/9/3411)

Spanje 237 Voorzorgs-TAC

Portugal 8

EU 245

TAC 245

Soort: Koolvis Gebied: IIIa en IV; EU-wateren van IIa, IIIb, IIIc

en deelsectoren 22-32

Pollachius virens

(POK/2A34.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Nederland pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Ierland pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

TAC pm

Soort: Koolvis Gebied: Noorse wateren bezuiden 62°NB

Pollachius virens (POK/04-N.)

Zweden pm (1) Analytische TAC

EU pm

TAC Niet

relevant

(1) Bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak en wijting worden in mindering gebracht op de quota voor

deze soorten.

Soort: Koolvis Gebied: VII, VIII, IX en X; EU-wateren van CECAF 34.1.1

Pollachius virens

(POK/7/3411)

België 5 Voorzorgs-TAC

Denemarken 647

Duitsland 165

Frankrijk 78

Nederland 2 292

Zweden 5

Verenigd Koninkrijk 637

EU 4 127

TAC 4 127

Soort: Roggen Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Rajidae (SRX/2AC4-C)

België 235 (1) (2)(3) Analytische TAC

Denemarken 9 (1) (2)(3)

Duitsland 12 (1) (2)(3)

Frankrijk 37 (1) (2)(3)

Nederland 201 (1) (2)(3)

Verenigd Koninkrijk 903 (1) (2)(3)

EU 1 397 (1)(3)

Rajidae :

(SRX/03-C.)

Denemarken 45 (1) (2) Analytische TAC

Zweden 13 (1) (2)

EU 58 (1)(2)

TAC 58 (2)

(1) Vangsten van koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/03-C.), gewone rog (Raja clavata) (RJC/03 C.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/03-C.), gladde rog (Raja montagui) (RJM/03-C.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/03-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis). Vangsten van deze soorten mogen niet aan boord worden

gehouden en worden onmiddellijk, voor zover mogelijk ongedeerd, teruggezet. De vissers moeten worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

Soort: Roggen Gebied: EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k

Rajidae

(SRX/67AKXD)

België 1 027 (1) (2) (3) Analytische TAC

Estland 6 (1) (2) (3) Artikel 11 is van toepassing.

Frankrijk 4 612 (1) (2) (3)

Duitsland 14 (1) (2) (3)

Ierland 1 485 (1) (2) (3)

(2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis), Noorse rog (Raja (Dipturus) nidarosiensis) en witte rog (Rostroraja alba). Vangsten van deze soorten mogen niet aan boord worden gehouden en worden onmiddellijk, voor zover mogelijk ongedeerd, teruggezet. De vissers moeten worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(3) Waarvan tot 5% mag worden gevist in de EU-wateren van VIId (SRX/*07D).

Soort: Roggen Gebied: EU-wateren van VIId

Rajidae (SRX/07D)

België 80 (1) (2) (3) Analytische TAC

Frankrijk 670 (1) (2) (3)

Nederland 4 (1) (2) (3)

Verenigd Koninkrijk 133 (1) (2) (3)

EU 887 (1) (2) (3)

TAC 887 (2)

(1) Vangsten van koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/07D.), gewone rog (Raja clavata) (RJC/07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/07D.), gladde rog (Raja montagui) (RJM/07D.) en sterrog (Amblyraja radiata) (RJR/07D.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op vleet (Dipturus batis) en golfrog (Raja undulata). Vangsten van deze soorten mogen niet aan boord worden gehouden en worden onmiddellijk, voor zover mogelijk ongedeerd, teruggezet. De vissers moeten worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(3) Waarvan tot 5% mag worden gevist in de EU-wateren van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k (SRX/*67AKD).

TAC 4 640 (2)

(1) Vangsten van koekoeksrog (Leucoraja naevus) (RJN/89-C.) en gewone rog (Raja clavata) (RJC/89-C.) worden afzonderlijk gemeld.

(2) Niet van toepassing op golfrog (Raja undulata), vleet (Dipturus batis) en witte rog (Rostroraja alba). Vangsten van deze soorten mogen niet aan boord worden gehouden en worden onmiddellijk, voor zover mogelijk ongedeerd, teruggezet. De vissers moeten worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

Soort: Groenlandse Gebied: EU-wateren van IIa en IV; EU- wateren en internationale wateren van Vb en VI

heilbot/Zwarte

heilbot

Reinhardtius

hippoglossoides (GHL/2A-C46)

Denemarken pm Analytische TAC

Duitsland pm

Estland pm

Spanje pm

Frankrijk pm

Ierland pm

Litouwen pm

Polen pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm (1)

Nederland pm

Zweden pm (1)(2)

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm (1)(3)

Noorwegen pm (4)

TAC pm

(1) Waarvan 242 ton te vangen in Noorse wateren bezuiden 62° NB (MAC/*04N-).

(2) Bij het vissen in Noorse wateren worden bijvangsten van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

(3) Mag tevens in de Noorse wateren van IVa worden gevangen.

(4) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel (,,toegangsquotum"). Dit quotum omvat het Noorse aandeel in de Noordzee-TAC van pm ton. Dit quotum mag uitsluitend in IVa worden gevangen, behalve pm ton die mag worden gevangen in IIIa.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

IIIa IIIa en IVbc IVb IVc VI, internation ale wateren van IIa, van

1 januari tot en met

31 maart en

in december 2011 (MAC/*2A 6.)

(MA C/*0 3A.)(MAC/*3A4(MAC/*04C.)

BC) (MAC/*04B.)

Scomber scombrus van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

(MAC/2CX14-)

Duitsland pm Analytische TAC

Spanje pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Estland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Ierland pm

Letland pm

Litouwen pm

Nederland pm

Polen pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Noorwegen pm (1)

Faeröer pm (2)

TAC Niet

relevant

(1) Mag worden gevangen in IIa, VIa benoorden 56° 30 NB, IVa, VIId, VIIe, VIIf en VIIh.

Verenigd Koninkrijk pm pm

EU pm pm

Soort: Makreel Gebied: VIIIc, IX en X; EU-wateren van CECAF

34.1.1

Scomber scombrus

(MAC/8C3411)

Spanje pm (1) Analytische TAC

Frankrijk pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal pm (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm

TAC Niet

relevant

(1) De hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen (MAC/*8ABD). De door Spanje, Portugal of Frankrijk te ruil aangeboden hoeveelheden die in VIIIa, VIIIb en VIIId worden gevangen, mogen echter niet meer dan 25% van de quota van de donorlidstaat bedragen.

Bijzondere voorwaarde:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

VIIIb

Zweden 27

EU 840

TAC 840 (2)

(1) Dit quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIIa, IIIb, IIIc en deelsectoren 22-32 worden gevangen.

(2) Waarvan niet meer dan 744 ton in IIIa mag worden gevangen.

Soort: Tong Gebi

ed: EU-wateren van II en IV

Solea solea (SOL/24.)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm

Duitsland pm

Frankrijk pm

Nederland pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Noorwegen pm (1)

TAC 13 600

Soort: Tong Gebied: VIIa

Solea solea (SOL/07A.)

België 140 Analytische TAC

Frankrijk 2

Ierland 69

Nederland 45

Verenigd Koninkrijk 64

EU 320

TAC 320

Soort: Tong Gebied: VIIb en VIIc

Solea solea (SOL/7BC.)

Frankrijk 5 Voorzorgs-TAC

Ierland 33 Artikel 11 is van toepassing.

EU 38

TAC 38

Soort: Tong Gebied: VIIe

Solea solea (SOL/07E.)

België 25 (1) Analytische TAC

Frankrijk 267 (1)

Verenigd Koninkrijk (1)

418

EU 710

TAC 710

(1) Met toestemming van de lidstaten mogen vaartuigen die deelnemen aan initiatieven met betrekking tot volledig gedocumenteerde visserij, bovenop dit quotum extra vangsten verrichten voor een hoeveelheid die niet groter is dan 5% van het aan de betrokken lidstaat toegewezen quotum, op voorwaarde dat:

  • het vaartuig gebruik maakt van aan een sensorsysteem gekoppelde camera's in een gesloten televisiecircuit (CCTV) waarmee alle visserij- en verwerkingsacitviteiten die aan boord van het vaartuig plaatsvinden, worden geregistreerd;
  • alle tongvangsten van dat vaartuig in mindering worden gebracht op het quotum, met inbegrip van de soorten die kleiner zijn dan de minimale aanlandingsmaat;
  • de extra vangsten niet meer bedragen dan 30% van de normale vangstbeperking die op een dergelijk vaartuig van toepassing is, of niet groter zijn dan een hoeveelheid die in die zin kan worden gerechtvaardigd dat de visserijmortaliteit van het tongbestand gegarandeerd niet zal toenemen.

Wanneer een lidstaat constateert dat een aan het initiatief deelnemend vaartuig niet aan de bovenvermelde voorwaarden voldoet, trekt deze lidstaat de toestemming die hij aan dat vaartuig heeft gegeven om extra vangsten te verrichten, in en sluit hij dat vaartuig uit van verdere deelname aan het initiatief.

Soort: Tong Gebied: VIIh, VIIj en VIIk

Solea solea (SOL/7HJK.)

België 35 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 71 Artikel 11 is van toepassing.

Ierland 190

Nederland 56

Verenigd Koninkrijk

71

EU 423

TAC 423

Soort: Tong Gebied: VIIIa en VIIIb

Solea solea (SOL/8AB.)

België 52 Analytische TAC

Spanje 9

Frankrijk 3 850

Nederland 289

TAC 930

Soort: Sprot Gebie

d: IIIa

Sprattus sprattus (SPR/03A.)

Denemarken pm Voorzorgs-TAC

Duitsland pm

Zweden pm

EU pm

TAC pm

Soort: Sprot Gebied: EU-wateren van IIa en IV

Sprattus sprattus (SPR/2AC4-C)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Nederland pm

Zweden pm (1)

(4) pm ton mag als haring worden gevangen met netten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. Als het quotum van pm ton haring is opgebruikt, zijn alle visserijactiviteiten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm verboden.

(5) Voorlopige TAC. De definitieve TAC zal in het licht van nieuw wetenschappelijk advies in de eerste helft van 2011 worden vastgesteld.

Soort: Sprot Gebied: VIId en VIIe

Sprattus sprattus (SPR/7DE.)

België 24 Voorzorgs-TAC

Denemarken 1 528

Duitsland 24

Frankrijk 329

Nederland 329

Verenigd Koninkrijk

2 469

EU 4 702

TAC 4 702

Soort: Doornhaai Gebied: EU-wateren van IIIa

Squalus acanthias (DGS/03A-C.)

Denemarken (1)

Duitsland (1)

Frankrijk (1)

Nederland (1)

Zweden (1)

Verenigd Koninkrijk (1)

EU (1)

TAC (1)

(1) Vangsten met beuglijnen van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), donkerbuiklantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese hondshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Vangsten van deze soorten moeten onmiddellijk en voor zover mogelijk ongedeerd worden teruggezet.

Soort: Doornhaai Gebied: EU- en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII and XIV

Squalus acanthias

(DGS/15X14)

België (1) Analytische TAC

Duitsland (1)

spitssnuitdoornhaai (Deania calcea), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), donkerbuiklantaarnhaai (Etmopterus pusillus), Portugese hondshaai (Centroscymnus coelolepis) en doornhaai (Squalus acanthias) zijn inbegrepen. Vangsten van deze soorten moeten onmiddellijk en voor zover mogelijk ongedeerd worden teruggezet.

Soort: Horsmakrelen Gebie

d: EU-wateren van IVb, IVc and VIId

Trachurus spp. (JAX/4BC7D)

België pm Analytische TAC

Denemarken pm

Duitsland pm (1)

Spanje pm

Frankrijk pm (1)

Ierland pm

Nederland pm (1)

Portugal pm

Zweden pm

Verenigd Koninkrijk

pm

(1)

EU pm

Noorwegen pm (2)

Spanje pm

Frankrijk pm (1) (2)

Ierland pm (1)

Nederland pm (1) (2)

Portugal pm

Zweden pm (1)

Verenigd Koninkrijk

pm

(1) (2)

EU pm

Faeröer pm (3)

TAC 156 263

(1) Tot 5% van wat voor dit quotum vóór 30 juni in EU-wateren van de sectoren IIa of IVa wordt gevangen, mag worden verrekend met de quota voor de EU-wateren van IVb, IVc en VIId. Gebruikmaking van deze bijzondere bepaling moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*4BC7D).

(2) Tot 5% van dit quotum mag in sector VIId worden gevangen. Gebruikmaking van deze bijzondere bepaling moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*07D).

(3) Mag worden gevangen in IVa, VIa benoorden 56°30 NB, VIIe, VIIf en VIIh.

Soort: Horsmakrelen Gebie

d: VIIIc

Trachurus spp. (JAX/08c.)

Soort: Horsmakrelen Gebied: IX

Trachurus spp. (JAX/09.)

Spanje 6 849 (1) (2) Analytische TAC

Portugal 19 622 (1) (2)

EU 26 471

TAC 26 471

(1) Waarvan niet meer dan 5% mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op deze hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(2) Tot 5% van dit quotum mag worden gevangen in zone VIIIc. Gebruikmaking van deze bijzondere bepaling moet evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld (JAX/*08C).

Soort: Horsmakrelen Gebied: X; EU-wateren van CECAF(1)

Trachurus spp. (JAX/X34PRT)

Portugal Niet vastgesteld (2)(3) Voorzorgs-TAC

EU Niet vastgesteld (4)

TAC Niet vastgesteld (4)

EU Niet vastgesteld (4)

TAC Niet vastgesteld (4)

(1) Wateren grenzend aan Madeira.

(2) Waarvan niet meer dan 5% mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op deze hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,20.

(3) Door de betrokken lidstaat vast te stellen op een niveau dat consistent is met de duurzame exploitatie van het bestand en dat naar alle waarschijnlijkheid zal resulteren in een exploitatie die consistent is met de maximale duurzame opbrengst vanaf 2015. De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2011 in kennis van het vastgestelde niveau en de geplande beheersmaatregelen om te voldoen aan de vorengenoemde beginselen en doelstellingen.

(4) Vastgesteld zoals bepaald in voetnoot 3.

Soort: Horsmakrelen Gebie

d: EU-wateren van CECAF(1)

Trachurus spp. (JAX/341SPN)

Spanje Niet vastgesteld (2) Voorzorgs-TAC

EU Niet vastgesteld (3)

TAC Niet vastgesteld (3)

(1) Wateren grenzend aan de Canarische eilanden.

(2) Door de betrokken lidstaat vast te stellen op een niveau dat consistent is met de duurzame exploitatie van het bestand en dat naar alle waarschijnlijkheid zal resulteren in een exploitatie die consistent is met de maximale duurzame opbrengst vanaf 2015. De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2011 in kennis van het vastgestelde niveau en de geplande beheersmaatregelen om te voldoen aan de vorengenoemde beginselen en doelstellingen.

Noorwegen pm (2)

TAC pm

(1) Het quotum mag uitsluitend in de EU-wateren van IIa, IIIa en IV worden gevangen.

(2) Mag uitsluitend in IV en VIa benoorden 56°30° NB worden gevangen.

Soort: Kever Gebie

d: Noorse wateren van IV

Trisopterus esmarkii (NOP/04-N.)

Denemarken pm (1) Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

pm

EU pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

(1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst van horsmakreel.

Soort: Industriële vis Gebied: Noorse wateren van IV

(I/F/04-N.)

Zweden pm (1) (2) Voorzorgs-TAC

Noorwegen pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

(1) Uitsluitend vangsten met beuglijnen, inclusief grenadiervis, Mora mora en gaffelkabeljauw.

Soort: Andere soorten Gebied: Noorse wateren van IV

(OTH/04-N.)

België pm Voorzorgs-TAC

Denemarken pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland pm

Frankrijk pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland pm

Zweden Niet relevant (1)

Verenigd

EU pm

pm (2)

TAC Niet relevant

(1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten".

(2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen; uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg.

BIJLAGE IB

NOORDOOSTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN EN GROENLAND

ICES-zones I, II, V, XII, XIV en Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

Soort: Sneeuwkrabben Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

Chionoecetes spp. (PCR/N01GRN)

Ierland pm

Spanje pm

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Haring Gebied: EU-wateren, Noorwegen en internationale wateren van I en II

Clupea harengus

(HER/1/2.)

België 22 (1) Analytische TAC

Denemarken 22 039 (1)

Duitsland 3 859 (1)

Spanje 73 (1)

Frankrijk 951 (1)

Ierland 5 705 (1)

Nederland 7 886 (1)

Polen 1 115 (1)

Portugal 73 (1)

Finland 341 (1)

Binnen de limieten van het bovenstaande TAC-aandeel van de EU (64 319 ton) mag in het onderstaande gebied niet meer worden gevangen dan 57 887 ton:

Noorse wateren ten noorden van 62° NB en

de

visserijzone rond Jan Mayen

(HER/*2AJMN)

Soort: Kabeljauw Gebied: Noorse wateren van I en II

Gadus morhua (COD/1N2AB.)

Duitsland pm Analytische TAC

Griekenland pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje pm

Ierland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Portugal pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Kabeljauw Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1; Groenlandse wateren van V en XIV

Gadus morhua

(COD/N01514)

Duitsland pm (1) (2) Analytische TAC

Gadus morhua (COD/1/2B.)

Duitsland pm Analytische TAC

Spanje pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Polen pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal pm

Verenigd Koninkrijk pm

Alle lidstaten pm (1)

EU pm (2)

TAC pm

(1) Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.

(2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet.

Soort: Kabeljauw en schelvis Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Gadus morhua en (C/H/05B-F.)

Melanogrammus aeglefinus

Duitsland pm Analytische TAC

Frankrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd

EU pm

pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Hippoglossus hippoglossus (HAL/N01GRN)

EU pm (1)

TAC Niet relevant

(1) Waarvan pm ton, met beuglijnen te vangen, aan Noorwegen is toegewezen.

Soort: Lodde Gebied: IIb

Mallotus villosus (CAP/02B.)

EU pm

TAC pm

Soort: Lodde Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

Mallotus villosus (CAP/514GRN)

Alle lidstaten pm

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Schelvis Gebied: Noorse wateren van I en II

Melanogrammus aeglefinus (HAD/1N2AB.)

EU pm

TAC pm (1)

(1) TAC overeengekomen door de EU, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Leng en blauwe leng Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Molva molva en (B/L/05B-F.)

Molva dypterygia

Duitsland pm Analytische TAC

Frankrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

(1) Bijvangsten van grenadiervis en zwarte haarstaart van maximaal pm ton worden op dit quotum in mindering gebracht.

Soort: Noordse garnaal Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

Pandalus borealis (PRA/514GRN)

Denemarken pm Analytische TAC

Frankrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm (1)

Pollachius virens (POK/1N2AB.)

Duitsland pm Analytische TAC

Frankrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Soort: Koolvis Gebied: Internationale wateren van I en II

Pollachius virens (POK/1/2INT)

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Koolvis Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Pollachius virens (POK/05B-F.)

België pm Analytische TAC

Duitsland pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm

Nederland pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

heilbot

(GHL/1/2INT)

Reinhardtius hippoglossoides

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

heilbot

(GHL/514GRN)

Reinhardtius hippoglossoides

Duitsland pm Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU pm (1)

TAC Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Niet relevant

(1) Waarvan pm ton is toegewezen aan Noorwegen en pm ton aan de Faeröer.

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

heilbot

(GHL/N01GRN)

Reinhardtius hippoglossoides

Duitsland pm Analytische TAC

EU pm (1)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van

Denemarken pm (1) Analytische TAC

EU pm (1)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

(1) Mag in de EU-wateren van IVa (MAC/*04A.) worden gevangen.

Soort: Roodbaarzen Gebied: EU-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

Sebastes spp.

(RED/51214.)

Estland pm Analytische TAC

Duitsland pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje pm

Frankrijk pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland pm

Letland pm

Nederland pm

Polen pm

Portugal pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm (1)

TAC pm

(1) Ten hoogste 70% van het quotum mag worden gevangen in het gebied met de onderstaande coördinaten; in de periode van 1 april tot en met 10 mei mag ten hoogste 15% van het quotum in dat gebied worden gevangen. (RED/51214.)

9 64°45 28°30

Soort: Roodbaarzen Gebied: Noorse wateren van I en II

Sebastes spp. (RED/1N2AB.)

Duitsland pm (1) Analytische TAC

Spanje pm (1)

Frankrijk pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

(1)

Portugal pm (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk pm (1)

EU pm (1)

TAC Niet relevant

(1) Enkel als bijvangst.

Soort: Roodbaarzen Gebied: Internationale wateren van I en II

Sebastes spp. (RED/1/2INT)

EU Niet relevant (1)(2) Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC pm

(1) Er mag enkel worden gevist in de periode van 15 augustus tot en met 30 november 2011. De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen bij de NEAFC. De Commissie stelt de lidstaten in kennis van de datum waarop het NEAFC-secretariaat de verdragsluitende partijen van de NEAFC heeft meegedeeld dat de TAC volledig is opgebruikt. Vanaf die datum wordt door de lidstaten het gericht vissen op roodbaars door vaartuigen die hun vlag voeren, verboden.

Groenlandse voorwaarden voor vangstrapportage wordt voldaan (RED/*51214).

(2) Waarvan pm ton is toegewezen aan Noorwegen en pm ton aan de Faeröer.

(3) Ten hoogste 70% van het quotum mag worden gevangen in het gebied met de onderstaande coördinaten; in de periode van 1 april tot en met 10 mei mag ten hoogste 15% van het quotum in dat gebied worden gevangen. (RED/*5-14.)

Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte

1 64°45 28°30

2 62°50 25°45

3 61°55 26°45

4 61°00 26°30

5 59°00 30°00

6 59°00 34°00

7 61°30 34°00

8 62°50 36°00

9 64°45 28°30

Soort: Roodbaarzen Gebied: IJslandse wateren van Va

Sebastes spp. (RED/05A-IS)

België pm (1) (2) (3) Analytische TAC

Duitsland pm (1) (2) (3)

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk pm (1) (2) (3)

Frankrijk pm

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Bijvangsten Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

(XBC/N01GRN)

EU pm (1) (2)

TAC Niet relevant

(1) Bijvangsten worden gedefinieerd als vangsten van andere soorten dan de in de vismachtiging vermelde doelsoorten van het vaartuig. Mag in de oostelijke of westelijke wateren worden gevangen.

(2) Waarvan pm ton grenadiervis aan Noorwegen wordt toegewezen. Uitsluitend te vangen in V, XIV en NAFO 1.

Soort: Andere soorten(1) Gebied: Noorse wateren van I en II

(OTH/1N2AB.)

Duitsland (1) Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

(1) Exclusief soorten zonder handelswaarde.

Soort: Platvis Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

(FLX/05B-F.)

Duitsland pm Analytische TAC

Frankrijk pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk pm

EU pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

BIJLAGE IC

NOORDWESTELIJKE ATLANTISCHE OCEAAN

NAFO-verdragsgebied

Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 2J3KL

Gadus morhua (COD/N2J3KL)

EU (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 3NO

Gadus morhua (COD/N3NO.)

EU (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 3M

Gadus morhua (COD/N3M.)

Soort: Witje Gebied: NAFO 2J3KL

Glyptocephalus cynoglossus (WIT/N2J3KL)

EU (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: Witje Gebied: NAFO 3NO

Glyptocephalus cynoglossus (WIT/N3NO.)

EU (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: Amerikaanse schol Gebied: NAFO 3M

Hippoglossoides platessoides (PLA/N3M.)

EU (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

Estland 128 (1) Analytische TAC

Letland 128 (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen 128 (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen 227 (1)

EU (1) (2)

TAC 34 000

(1) Te vangen tussen 1 juli en 31 december.

(2) Aandeel van de Unie niet nader bepaald; Canada en de lidstaten van EU met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen, kunnen samen beschikken over 29 58 ton.

Soort: Geelstaartschar Gebied: NAFO 3LNO

Limanda ferruginea (YEL/N3LNO.)

EU (1) (2)

TAC 17 000

(1) Ondanks het feit dat de EU toegang heeft tot een gedeeld quotum van 85 ton, is besloten dit quotum terug te brengen tot 0. Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag uitsluitend als bijvangst worden gevangen met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1386/2007 vastgestelde beperkingen.

(2) Vangsten van vaartuigen binnen dit quotum worden aan de vlaggenlidstaat gemeld en iedere 24 uur via de Commissie aan de uitvoerend secretaris van de NAFO doorgezonden.

Estland 214 Analytische TAC

Letland 214 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen 214

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen 214

Alle lidstaten 214 (2)

EU 1069

TAC 19 200

(1) Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten:

Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte

1 47° 20' 0 46° 40' 0

2 47° 20' 0 46° 30' 0

3 46° 00' 0 46° 30' 0

4 46° 00' 0 46° 40' 0

(2) Met uitzondering van Estland, Letland, Litouwen en Polen.

Soort: Noordse garnaal Gebied: NAFO 3M (1)

Pandalus borealis (PRA/*N3M.)

Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte

1 47° 55' 0 45° 00' 0

2 47° 30' 0 44° 15' 0

3 46° 55' 0 44° 15' 0

4 46° 35' 0 44° 30' 0

5 46° 35' 0 45° 40' 0

6 47° 30' 0 45° 40' 0

7 47° 55' 0 45° 00' 0

(2) Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven speciale visdocumenten af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening

(EG) nr. 1627/94.

Lidstaat Maximum aantal Maximum aantal

vaartuigen visdagen

Denemarken

Estland

Spanje

Letland

Litouwen

Polen

Letland 48,5 toepassing.

Litouwen 24,6 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje 4 722,2

Portugal 1 974

EU 7 466

TAC 12 734

Soort: Roggen Gebied: NAFO 3LNO

Rajidae (SRX/N3LNO.)

Spanje 5 833 Analytische TAC

Portugal 1 132 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Estland 485

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen 106

EU 7 556

TAC 12 000

Soort: Roodbaarzen Gebied: NAFO 3LN

Estland 1 571 (1) Analytische TAC

Duitsland 513 (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje 233 (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland 1 571 (1)

Litouwen 1 571 (1)

Portugal 2 354 (1)

EU 7 813 (1)

TAC 10 000 (1)

(1) Op voorwaarde dat de voor dit bestand voor alle NAFO-partijen vastgestelde TAC van 10.000 ton wordt gerespecteerd. Wanneer deze TAC is opgevist, moet de gerichte visserij op het bestand worden stopgezet, ongeacht het niveau van de vangsten.

Soort: Roodbaarzen Gebied: NAFO 3O

Sebastes spp. (RED/N3O.)

Spanje 1 771 Analytische TAC

Portugal 5 229 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EU 7 000

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC 20 000

Soort: Roodbaarzen Gebied: NAFO-deelgebied 2, sectoren IF en 3K

TAC 6 000 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

BIJLAGE ID

OVER GROTE AFSTANDEN TREKKENDE SOORTEN - Alle gebieden

Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals de ICCAT.

Soort: Blauwvintonijn Gebie

d: Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee

Thunnus thynnus

(BFT/AE045W)

Cyprus pm (4)

Griekenland pm

Spanje pm (2)(4)

Frankrijk pm (2)(3)(4)

Italië pm (4)(5)

Malta pm (4)

Portugal pm

Alle lidstaten pm (1)

EU pm (2)(3)(4)(5)

TAC pm

(1) Met uitzondering van Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Malta en Portugal, en alleen als bijvangst.

(2) In het kader van deze TAC worden de vangstbeperkingen en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm van de in bijlage IV, punt 1, (BFT/*8301) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld:

Spanje

pm

Frankrijk

Frankrijk pm

Italië pm

Cyprus pm

Malta pm

EU pm

(5) In het kader van deze TAC worden de vangstbeperking en de verdeling daarvan over de lidstaten voor vangsten van blauwvintonijn met een gewicht tussen 8 kg en 30 kg van de in bijlage IV, punt 3, (BFT/*643) bedoelde vaartuigen als volgt vastgesteld

Italië pm

EU pm

Soort: Zwaardvis Gebied: Atlantische Oceaan, benoorden 5° NB

Xiphias gladius (SWO/AN05N)

Spanje pm

Portugal pm

Alle lidstaten pm (1)

EU pm

TAC pm

(1) Met uitzondering van Spanje en Portugal, en uitsluitend als bijvangst.

Spanje pm (2)

Frankrijk pm (2)

Verenigd Koninkrijk pm (2)

Portugal pm (2)

EU pm (1)

TAC pm

(1) Het aantal EU-vaartuigen dat gericht op Noord-Atlantische witte tonijn vist, wordt overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 vastgesteld op 1253.

(2) Het maximum aantal vaartuigen dat de vlag van een lidstaat voert en gericht op Noord-Atlantische witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 520/2007 als volgt over de lidstaten

verdeeld:

Lidstaat Maximum aantal vaartuigen

Ierland pm

Spanje pm

Frankrijk pm

Verenigd Koninkrijk pm

Portugal pm

Soort: Zuidelijke witte tonijn Gebied: Atlantische Oceaan, benoorden 5° NB

Thunnus alalunga (ALB/AS05N)

TAC pm

Soort: Blauwe marlijn Gebied: Atlantische Oceaan

Makaira nigricans (BUM/ATLANT)

EU pm

TAC Niet relevant

Soort: Witte marlijn Gebied: Atlantische Oceaan

Tetrapturus albidus (WHM/ATLANT)

EU pm

TAC Niet relevant

BIJLAGE IE

ANTARCTISCH GEBIED CCAMLR-verdragsgebied

Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's worden niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de EU onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Soort: IJsvis Gebied

  • FAO 48.3 Antarctische wateren

Champsocephalus gunnari (ANI/F483.)

TAC pm

Soort: IJsvis Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1)

Champsocephalus gunnari (ANI/F5852.)

TAC pm (2)

(1) In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt:

  • a) 
    van het snijpunt van lengtegraad 72° 15'OL met de grens als vastgesteld bij de overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk ("Australia-France Maritime Delimitation Agreement") zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53° 25'ZB;
  • b) 
    vervolgens oostwaarts langs deze breedtegraad tot het snijpunt ervan met lengtegraad 74°OL;
  • c) 
    daarna langs een geodetische lijn in noordoostelijke richting naar het snijpunt van breedtegraad 52° 40'ZB met lengtegraad 76°OL;
  • d) 
    vervolgens noordwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt ervan met breedtegraad 52°ZB;

Beheersgebied A: 48° WL tot 43°30' WL 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483A)

pm

Beheersgebied B: 43°30' WL tot 40° WL 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/*F483B)

pm

Beheersgebied C: 40° WL tot 33°30'WL 52°30' ZB tot 56° ZB (TOP/ *F483C)

pm

(1) Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2011 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2010 tot en met 30 november 2011.

Soort: Zwarte patagonische Gebied

:

ijsheek FAO 48.4 Antarctische wateren

(TOP/F484.)

Dissostichus eleginoides

TAC pm

Soort: Zwarte patagonische Gebied

:FAO 58.5.2 Antarctische wateren

ijsheek

Dissostichus eleginoides (TOP/F5852.)

TAC pm (1)

(1) Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20' OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen.

Soort: Antarctisch krill Gebied

  • FAO 58.4.1 Antarctische wateren

Euphausia superba (KRI/F5841.)

TAC pm (1)

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Sector 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W)

pm

Sector 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E)

pm

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2010 tot en met 30 november 2011.

Soort: Antarctisch krill Gebied

  • FAO 58.4.2 Antarctische wateren

Euphausia superba (KRI/F5842.)

TAC pm (1)

Bijzondere voorwaarden:

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande deelgebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Sector 58.4.2 ten westen van 55° OL

pm

(KRI/*F-42W)

TAC pm (1)

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2010 tot en met 30 november 2011.

Soort: Grenadiers Gebied

  • FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Macrourus spp. (GRV/F5852.)

TAC pm

Soort: Andere soorten Gebied

  • FAO 58.5.2 Antarctische wateren

(OTH/F5852.)

TAC pm

Soort: Roggen Gebied

  • FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Rajidae (SRX/F5852.)

TAC pm

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2010 tot en met 30 november 2011.

BIJLAGE IF

ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN

SEAFO-verdragsgebied

Deze TAC's worden niet aan de SEAFO-leden toegewezen, zodat het aandeel van de EU onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Soort: Beryciden Gebied

:SEAFO

Beryx spp. (ALF/SEAFO)

Analytische TAC

TAC 200

Soort: Rode diepzeekrab Gebied

:SEAFO-deelsector B1 (1)

Chaceon maritae

(CGE/F47NAM)

Analytische TAC

TAC 200

(1) In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd:

  • ten westen door de lengtegraad 0°OL,
  • ten noorden door de breedtegraad 20°ZB,
  • ten zuiden door de breedtegraad 28°ZB, en
  • ten oosten door de buitengrenzen van de Exclusieve Economische Zone van Namibië.

Soort: Atlantische slijmkop Gebied

  • SEAFO-deelsector B1 (1)

Hoplostethus atlanticus (ORY/F47NAM)

TAC Analytische TAC

(1) In het kader van deze bijlage mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd:

  • ten westen door de lengtegraad 0°OL,
  • ten noorden door de breedtegraad 20°ZB,
  • ten zuiden door de breedtegraad 28°ZB, en
  • ten oosten door de buitengrenzen van de Exclusieve Economische Zone van Namibië.

Soort: Atlantische slijmkop Gebied

  • SEAFO, met uitzondering van deelsector B1

Hoplostethus atlanticus (ORY/F47X)

Analytische TAC

TAC 50

BIJLAGE IG

ZUIDELIJKE BLAUWVINTONIJN - Alle gebieden

Soort: Zuidelijke blauwvintonijn Gebie

d: Alle gebieden

Thunnus maccoyii (SBF/F41-81)

(1) Analytische TAC

EU 10

TAC pm

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

BIJLAGE IH

WCPFC-verdragsgebied

Soort: Zwaardvis Gebied: WCFPC-gebied ten zuiden van 20° ZB

Xiphias gladius (F7120S)

EU pm Analytische TAC

TAC pm

BIJLAGE IJ

SPRFMO-verdragsgebied

Soort: Chileense horsmakreel Gebied: SPRFMO-verdragsgebied

Trachurus murphyi (CJM)

Duitsland pm

Nederland pm

Litouwen pm

Polen pm

EU pm

BIJLAGE IIA

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN

HET BEHEER VAN BEPAALDE BESTANDEN IN DE ICES-ZONES IIIA,

IV, VIA, VIIA, VIID, EN IN EU-WATEREN VAN DE ICES-ZONES IIA EN

VB

  • 1. 
    TOEPASSINGSGEBIED

1.1. Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen die één van de in punt 1 van bijlage

I bij Verordening (EG) nr. 1342/2008 bedoelde vistuigen aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in één van de in punt 2 van die bijlage bedoelde geografische gebieden.

1.2. Deze bijlage is niet van toepassing op vaartuigen met een lengte over alles van minder dan 10 meter. Deze vaartuigen hoeven niet in het bezit zijn van een speciaal visdocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94. De betrokken lidstaten beoordelen de visserijinspanning voor deze vaartuigen aan de hand van de inspanningsgroep waartoe zij behoren, en gebruiken daarvoor adequate bemonsteringsmethoden. In 2011 verzoekt de Commissie om wetenschappelijk advies teneinde de door deze vaartuigen verrichte inspanning te beoordelen en de betrokken vaartuigen later in de inspanningsregeling op te nemen.

  • 2. 
    GEREGLEMENTEERD TUIG EN GEOGRAFISCHE GEBIEDEN

Voor de toepassing van deze bijlage gelden de in punt 1 van bijlage I bij Verordening (EG)

nr. 1342/2008 vermelde vistuigcategorieën en de in punt 2 van die bijlage vermelde geografische gebieden.

4.2. Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is, voor kabeljauwbeheer, elk van de geografische gebieden van punt 2 en, voor tong- en scholbeheer, ICES-gebied IV.

  • 5. 
    TOEWIJZING VAN DE VISSERIJINSPANNING

5.1. Indien een lidstaat dit passend acht om de duurzame uitvoering van zijn visserijinspanningsregeling te versterken, verleent hij vaartuigen in de geografische gebieden waarop deze bijlage van toepassing is, geen toestemming voor visserijactiviteiten met gereglementeerd vistuig als deze vaartuigen nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardig vermogen, in kilowatt gemeten, niet voor vissen in het gereglementeerde gebied wordt gebruikt.

5.2. Een lidstaat mag beheersperioden vaststellen voor de toewijzing van de volledige maximaal toegestane inspanning, of delen daarvan, aan individuele vaartuigen of groepen vaartuigen. In dat geval wordt het aantal dagen of uren tijdens welke een vaartuig gedurende een beheersperiode in het betrokken gebied aanwezig mag zijn, door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld. Tijdens dergelijke beheersperioden kan de lidstaat de inspanning opnieuw toewijzen tussen individuele vaartuigen of groepen vaartuigen.

5.3. Lidstaten die de aanwezigheid van vaartuigen in een gebied per uur vaststellen, moeten de benutting van de dagen blijven meten overeenkomstig de in punt 4 bedoelde voorwaarden. Op verzoek van de Commissie moet de lidstaat aantonen welke voorzorgsmaatregelen hij heeft genomen ter voorkoming van excessieve benutting van de inspanning in het gebied wanneer een vaartuig zijn aanwezigheden in het gebied beëindigt vóór het einde van een periode van 24 uur.

  • 6. 
    MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

gegevens over de door hun vissersvaartuigen in januari 2011 verrichte visserijinspanning.

Aanhangsel 1 bij bijlage IIA

MAXIMAAL TOEGESTANE VISSERIJINSPANNING IN KILOWATTDAGEN

Geografisch gebied: Gereglementeerd DK DE SE

vistuig

(a) Kattegat TR1

TR2

TR3

BT1

BT2

GN

GT

LL

Geografisch gebied: GereglemenBE DK DE ES FR IE

teerd vistuig

(b) Skagerrak, het gedeelte van ICES- zone IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort; ICES-zone IV en de EU-wateren van ICES- zone IIa; ICES-zone VIId TR1

TR2

TR3

BT1

BT1

BT2

GN

GT

LL

Geografisch gebied: GereglemenDE ES FR IE UK

teerd

vistuig

(d) ICES-zone VIa en

de EU-wateren van ICES-zone Vb TR1

TR2

TR3

BT1

BT2

GN

GT

LL

Aanhangsel 2 bij bijlage IIA

Tabel II

Rapportageformaat

Land VistuiGebieJaar Maand Cumulatieve aangifte

g d

(1) (2) (3) (4) (5) (6)

Tabel III

Gegevensformaat

Naam van het Maximum aantal Richting31 Definitie en opmerkingen

veld letters/cijfers

L(inks/R(echts)

(1) Land 3 -- Lidstaat (ISO- drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2) Vistuig 3 -- Eén van de volgende

vistuigtypes:

TR1

TR2

TR3

02A0407D

07A

06A

(4) Jaar 4 -- Het jaar van de maand waarvoor de aangifte wordt gedaan

(5) Maand 2 -- Maand waarvoor de visserijinspanningsaangifte wordt gedaan (uitgedrukt in twee cijfers tussen 01 en 12)

(6) Cumulatieve aangifte 13 R Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari van het jaar (4) tot het einde van de maand (5)

BIJLAGE II B

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN

HET HERSTEL VAN BEPAALDE ZUIDELIJKE HEEKBESTANDEN EN

LANGOUSTINEBESTANDEN IN DE ICES-SECTOREN VIIIC EN IXA,

MET UITZONDERING VAN DE GOLF VAN CADIZ

  • 1. 
    TOEPASSINGSGEBIED

Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van ten minste 10 meter, die trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm en kieuwnetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 60 mm of grondbeugen aan boord hebben of gebruiken, en aanwezig zijn in de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz.

  • 2. 
    DEFINITIES

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

  • a) 
    "vistuiggroep": trawls, Deense zegennetten en soortgelijk vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm, alsmede kieuwnetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 60 mm en grondbeugen;
  • b) 
    "gereglementeerd vistuig": vistuig van de twee vistuigcategorieën die tot de vistuiggroep behoren;
  • c) 
    "gebied": de ICES-sectoren VIIIc en IXa, met uitzondering van de Golf van Cadiz;
  • d) 
    "beheersperiode 2011": de periode van 1 februari 2011 tot en met 31 januari 2012;
  • 4. 
    ALGEMENE VERPLICHTINGEN EN ACTIVITEITSBEPERKINGEN

4.1. De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de voorwaarden van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 2166/2005 en de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.

4.2. Onverminderd artikel 29 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 zorgen de lidstaten ervoor dat EU-vaartuigen die hun vlag voeren, wanneer ze gereglementeerd vistuig aan boord hebben, niet langer dan het in punt 5 bepaalde aantal dagen aanwezig zijn

in het gebied.

4.3. Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is het gebied bedoeld in punt 2.

AAN EU-VAARTUIGEN TOEGEWEZEN AANTAL DAGEN VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

  • 5. 
    MAXIMUM AANTAL DAGEN

5.1. Het maximum aantal dagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2011 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn terwijl het gereglementeerd vistuig aan boord heeft, staat vermeld in tabel I.

5.2. Voor de vaststelling van het maximum aantal zeedagen dat een EU-vaartuig na toestemming van zijn vlaggenlidstaat in het gebied aanwezig mag zijn, gelden de onderstaande bijzondere voorwaarden overeenkomstig tabel I:

  • a) 
    de totale aanvoer van heek door het vaartuig in 2008 of 2009 moet op jaarbasis minder dan 5 ton bedragen volgens de aanvoer in levend gewicht zoals opgegeven in het visserijlogboek, en
  • b) 
    de totale aanvoer van langoustine door het vaartuig in 2008 of 2009 moet op jaarbasis minder dan 2,5 ton bedragen volgens de aanvoer in levend gewicht zoals opgegeven in het visserijlogboek.

lidstaat voeren en in aanmerking komen voor het gereglementeerde vistuig en, in voorkomend

geval, voor de bijzondere voorwaarde. Deze individuele

visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken indien de bepalingen van dit punt niet werden toegepast. Zolang het aantal dagen overeenkomstig tabel I onbeperkt is, bedraagt het aantal dagen waarover het vaartuig zou beschikken, 360.

5.5. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 5.4 vastgestelde bepalingen, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarde de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

  • de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen,
  • de vangstcijfers van dergelijke vaartuigen voor 2008 en 2009, waaruit de in bijzondere voorwaarde 5.2, onder a) of b), vastgestelde vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen voor deze bijzondere voorwaarde in aanmerking komen,
  • het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 5.4 zou beschikken.

Op basis van deze gegevens mag de Commissie de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van de bepalingen in punt 5.4.

  • 6. 
    BEHEERSPERIODEN

6.1. Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden met een duur van één of meer kalendermaanden.

beëindiging van visserijactiviteiten tussen 1 februari 2010 en 31 januari 2011, hetzij overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999 of artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006, hetzij ingevolge andere omstandigheden die de lidstaten naar behoren motiveren. Ook vaartuigen waarvoor kan worden aangetoond dat zij definitief uit het gebied verdwenen zijn, komen in aanmerking.

De in kilowattdagen gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het betrokken vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van deze berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

Dit punt is niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 3 of punt 5.3 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

7.2. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 7.1 vastgestelde toewijzingen, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin voor de in tabel I vermelde vistuiggroep en bijzondere voorwaarde de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

  • de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen,
  • de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen volgens vistuiggroep en, zo nodig, per bijzondere voorwaarde.

7.3. Op basis van dit verzoek kan de Commissie het in punt 5.1 vastgestelde aantal dagen voor de betrokken lidstaat wijzigen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

februari 2004 tot en met 31 januari 2010 en waarvoor nog niet eerder een verzoek om extra dagen was ingediend.

  • 8. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKT TOEZICHT DOOR

WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS

8.1. De Commissie kan in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector op basis van een programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers de lidstaten drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met gereglementeerd vistuig aan boord. Dergelijke programma's

moeten met name gericht zijn op teruggooiniveaus en

vangstsamenstelling en moeten inzake gegevensverzameling verder gaan dan de vereisten van Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid

32 en de

uitvoeringsbepalingen daarvan voor nationale programma's.

De wetenschappelijke waarnemers zijn onafhankelijk van de eigenaar, van de kapitein van het vaartuig en van de bemanning.

8.2. De lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, moeten een beschrijving van hun programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers ter goedkeuring bij de Commissie indienen.

8.3. Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie het aantal in punt 5.1 omschreven dagen voor de betrokken lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers geldt, wijzigen overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

8.4. Indien een door een lidstaat ingediend programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt de lidstaat de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

Tabel I

Maximum aantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per

vistuig

Bijzondere Gereglementeerd vistuig Maximum aantal dagen

voorwaarde

Bodemtrawls, Deense zegennetten of soortgelijke trawls met een maaswijdte 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte 60 mm en grondbeugen ES

FR

PT

5.2 a) en 5.2 b) Bodemtrawls, Deense zegennetten of soortgelijke trawls met een maaswijdte 32 mm, kieuwnetten met een maaswijdte 60 mm en grondbeugen Onbeperkt

UITWISSELING VAN TOEGEWEZEN VISSERIJINSPANNINGEN

  • 10. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE

LIDSTAAT VOEREN

10.1. Een lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in het gebied aanwezig mogen zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

  • 11. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Iedere lidstaat kan vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de voorwaarden van de punten 3.1, 3.2 en 10 van overeenkomstige toepassing zijn. Voordat een lidstaat toestemming verleent voor een dergelijke overdracht, stelt hij de Commissie in kennis van het aantal dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

  • 12. 
    VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen van aanwezigheid in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanning in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig, de inspanning van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied, en het motorvermogen van deze vaartuigen in kW.

  • 13. 
    MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 12 bedoelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde formaat aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2010 en 2011, in het in de tabellen IV en

V bedoelde gegevensformaat.

Naam van het Maximum Richting33 Definitie en opmerkingen

veld aantal

letters/cijfers L(inks/R(echts)

(1) Land 3 Lidstaat (ISO- drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

(2) Vistuig 2 Eén van de volgende

vistuigtypes:

TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig 32 mm

GN = kieuwnetten 60

mm

LL = grondbeug

(3) Jaar 4 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 of 2011

(4) Cumulatieve aangifte 7 R Cumulatieve visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar

Tabel IV

kde

e

n

s

(1) (((4NNN... NNN... NNN... NNN... (9

  • 23) 
    o

1 o 2 o 3 o 1 o 2 o 3 o 1 o 2 o 3 o 1 o 2 o 3 )

) )

(5(5((5(6(6((6(7(7((7(8(8((8

) ) 5) ) ) 6) ) ) 7) ) ) 8)

) ) ) )

Tabel V

Gegevensformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het Maximum Richting34 Definitie en opmerkingen

veld aantal

letters/cijfers L(inks/R(echts)

(1) Land 3 Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd.

(2) CFR 12 Nummer in EU- vissersvlootregister

Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig.

Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

TR = trawlnetten, Deense zegens en soortgelijk vistuig

32 mm

GN = kieuwnetten 60 mm

LL = grondbeug

(6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig 2 L Geef aan welke van de in punt 7.2 van bijlage IIB genoemde bijzondere voorwaarden a-b eventueel van toepassing zijn.

(7) Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig 3 L Aantal dagen waarop dit vaartuig overeenkomstig bijlage IIB recht heeft op het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(8) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt 3 L Aantal dagen dat het vaartuig effectief in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

(9) Overgedragen dagen 4 L Vermeld voor overgedragen dagen ,,- aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen ,,+ aantal overgedragen dagen".

BIJLAGE IIC

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN

HET HERSTEL VAN HET TONGBESTAND IN HET WESTELIJK

KANAAL IN ICES-ZONE VIIE

ALGEMENE BEPALINGEN

  • 1. 
    TOEPASSINGSGEBIED

1.1. Deze bijlage is van toepassing op EU-vaartuigen met een lengte over alles van ten minste 10 meter, die in punt 3 vermeld vistuig aan boord hebben of gebruiken en aanwezig zijn in zone VIIe. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2011 verstaan de periode van 1 februari 2011 tot en met 31 januari 2012.

1.2. Vaartuigen die vissen met staande netten met een maaswijdte van 120 mm of groter en die volgens het visserijlogboek in 2004 minder dan 300 kg levend gewicht tong hebben gevangen, zijn vrijgesteld van het bepaalde in deze bijlage, mits:

  • a) 
    deze vaartuigen tijdens de beheersperiode 2011 minder dan 300 kg levend gewicht tong vangen;
  • b) 
    deze vaartuigen op zee geen vis overladen op een ander vaartuig; en
  • c) 
    elke betrokken lidstaat uiterlijk op 31 juli 2011 en 31 januari 2012 bij de Commissie een verslag indient over de hoeveelheden tong die in 2004 in de vangstcijfers voor deze vaartuigen zijn opgenomen en in 2011 door deze vaartuigen zijn gevangen.

Wanneer aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn de betrokken vaartuigen met onmiddellijke ingang niet meer vrijgesteld van het bepaalde in deze bijlage.

3.2. Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied is ICES-zone VIIe.

TOEPASSING VAN DE BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJINSPANNING

  • 4. 
    VAARTUIGEN WAARVOOR BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJINSPANNING GELDEN

4.1. Vaartuigen die gebruik maken van in punt 2 vermeld vistuig en die vissen in het in punt 1 vermelde gebied, moeten beschikken over een speciaal visdocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94.

4.2. Een lidstaat mag vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming verlenen om in het betrokken gebied te vissen met vistuig van een in punt 2 vermelde vistuiggroep, als deze vaartuigen in de jaren 2002 tot en met 2010 nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten in het betrokken gebied hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardige capaciteit, gemeten in kilowatt, aan de visserij in het gereglementeerde gebied wordt onttrokken.

4.3. Aan vaartuigen die wel met vistuig van een in punt 2 vermelde vistuiggroep hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend om ander vistuig te gebruiken, mits het aantal dagen dat voor het laatstbedoelde vistuig wordt toegewezen, gelijk is aan of groter dan het aantal voor het eerstbedoelde vistuig toegewezen dagen.

4.4. Een vaartuig dat de vlag van een lidstaat voert die geen quota heeft in het in punt 1 vermelde gebied, mag in dat gebied niet vissen met vistuig van een in punt 2 vermelde vistuiggroep, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum krijgt toegewezen uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 10 of punt 11 van deze bijlage.

  • 5. 
    ACTIVITEITSBEPERKINGEN

evenwel voor een vaartuig uitsluitend met betrekking tot zijn aanwezigheid in de in bijlage IIA omschreven gebieden een maximuminspanning is toegewezen, dient dat vaartuig de aldus vastgestelde maximuminspanning in acht te nemen.

6.3. Tijdens de beheersperiode 2011 mogen de lidstaten de hun toegewezen visserijinspanning beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen de lidstaten een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen vistuiggroepen, toestaan om tijdens een maximum aantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, mits het totale aantal kilowattdagen dat met de betrokken groep overeenstemt, in acht wordt genomen.

Voor een specifieke vistuiggroep moet het totale aantal kilowattdagen de som zijn van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren en in aanmerking komen voor die specifieke groep. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken indien de bepalingen van dit punt niet werden toegepast.

6.4. Lidstaten die de bepalingen van punt 6.3 willen toepassen, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin voor elke vistuiggroep de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

  • de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen,
  • het aantal zeedagen dat elk vaartuig overeenkomstig tabel I oorspronkelijk had mogen vissen en het aantal zeedagen waarover elk vaartuig bij toepassing van punt 6.3 zou beschikken.

Op basis van deze gegevens mag de Commissie de betrokken lidstaat toestemming verlenen om gebruik te maken van de bepalingen in punt 6.3.

  • 8. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN

VISSERIJACTIVITEITEN

8.1. De Commissie kan lidstaten extra dagen toekennen waarop een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het geografische gebied aanwezig te zijn met één van de in punt 2 bedoelde vistuigen aan boord, en wel op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004, hetzij overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999, artikel 23 van Verordening (EG) nr. 1198/2006 of Verordening (EG) nr. 744/2008, hetzij ingevolge andere omstandigheden die de lidstaten naar behoren motiveren.

De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het betrokken vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd. Het aantal extra zeedagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van deze berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

Dit punt is niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.2 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

8.2. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 8.1 bedoelde toewijzingen, dienen bij de Commissie een verzoek in met elektronische verslagen waarin per vistuiggroep de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

  • de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun nummer in het EU-vissersvlootregister (CFR) en hun motorvermogen,
  • de in 2003 door die vaartuigen verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen per betrokken vistuiggroep.
  • 9. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKT TOEZICHT DOOR

WETENSCHAPPELIJKE WAARNEMERS

9.1. De Commissie kan op basis van een programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector, de lidstaten tussen 1 februari 2011 en 31 januari 2012 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met vistuig van een in punt 2 vermelde vistuiggroep aan boord. Dergelijke programma's moeten met name gericht zijn op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en moeten inzake gegevensverzameling verder gaan dan de vereisten die voor nationale programma's zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 199/2008 en Verordening

(EG) nr. 665/2008.

De waarnemers moeten onafhankelijk zijn van de eigenaar, van de kapitein van het vissersvaartuig en van de bemanning.

9.2. De lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 9.1 bedoelde toewijzingen, moeten een beschrijving van hun programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers ter goedkeuring bij de Commissie indienen.

9.3. Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie het aantal in punt 6.1 omschreven dagen voor de betrokken lidstaat en voor de vaartuigen, het gebied en het vistuig waarvoor het programma voor versterkt toezicht door waarnemers geldt, wijzigen overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

9.4. Indien een door een lidstaat ingediend programma voor versterkt toezicht door wetenschappelijke waarnemers reeds in het verleden door de Commissie werd goedgekeurd en de lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt de lidstaat de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de voortzetting ervan.

Tabel I

  • 10. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

DEZELFDE LIDSTAAT VOEREN

10.1. Een lidstaat mag een vissersvaartuig dat zijn vlag voert, toestaan om dagen tijdens welke het vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, mits het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het EU-vissersvlootregister geregistreerde vermogen.

10.2. Het product van het aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het visserijlogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

10.3. Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 10.1 is alleen toegestaan tussen vaartuigen die werken met dezelfde in punt 2 bedoelde vistuiggroep en gedurende dezelfde beheersperiode.

10.4. Op verzoek van de Commissie brengen de lidstaten verslag uit over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure kan een gedetailleerd spreadsheetformaat worden vastgesteld voor het doorsturen van deze verslagen aan de Commissie.

  • 11. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Iedere lidstaat kan vissersvaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen van aanwezigheid in het gebied binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vissersvaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de punten 4.2, 4.4, 6 en 10 mutatis mutandis van toepassing zijn. Voordat een lidstaat voor een dergelijke overdracht toestemming verleent, stelt hij de Commissie in kennis van gedetailleerde gegevens betreffende de overdracht, met name van het aantal dagen, de visserijinspanning en, indien van toepassing, de quota waarop de overdracht betrekking heeft, overeenkomstig de tussen de betrokken lidstaten gemaakte afspraken.

  • 13. 
    MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op verzoek van de Commissie delen de lidstaten de in punt 12 bedoelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde formaat aan de Commissie mee door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten wordt meegedeeld. Op verzoek van de Commissie doen de lidstaten de Commissie ook gedetailleerde gegevens toekomen over de toegewezen en verrichte visserijinspanning voor het geheel of voor gedeelten van de beheersperioden 2010 en 2011, in het in de tabellen IV en

V bedoelde gegevensformaat.

Tabel II

Rapportageformaat voor informatie betreffende de kW-dagen,

per jaar

Land Vistuig Jaar Cumulatieve aangifte van

inspanning

(1) (2) (3) (4)

Tabel III

Gegevensformaat voor informatie betreffende de kW-dagen, per jaar

Naam van het Maximum aantal Richting35 Definitie en opmerkingen

veld letters/cijfers

L(inks/R(echts)

(1) Land 3 Lidstaat (ISO- drielettercode) waar het vaartuig is geregistreerd

aangifte visserijinspanning in kilowattdagen vanaf 1 januari tot en met 31 december van het betrokken jaar

Tabel IV

Rapportageformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

LaCFExtDuAangegeven vistuig Toegewezen aantal Aantal dagen Ov

nd R ernur dagen per waarop het er-

e vaaangegeven vistuig aangegeven vistuig ged

ken is gebruikt rag

ntede been

ke ns NNo No ... No No No ... NNo No ... dag

heeo

1 2 3 1 2 3 o

1 2 3 en

rsp

eri od

e

(1) (2) (3) (4) (5 ) (5) (5) (5) (6) (6) (6) (6) (7 ) (7) (7) (7) (8)

Tabel V

Gegevensformaat voor vaartuiggerelateerde informatie

Naam van het Maximum Richting36 Definitie en opmerkingen

identificatiereeks (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

(3) Externe kentekens 14 L Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87

(4) Duur van de beheersperiode 2 L Duur van de beheersperiode in maanden.

(5) Aangegeven vistuig 2 L Eén van de volgende

vistuigtypes:

BT = boomkorren 80 mm

GN = kieuwnetten < 220 mm

TN = schakelnetten of warrelnetten < 220 mm

(6) Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig 3 L Aantal dagen waarop dit vaartuig overeenkomstig bijlage IIC recht heeft op het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

(8) Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt 3 L Aantal dagen dat het vaartuig effectief in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de aangegeven beheersperiode.

BIJLAGE IID

VANGSTMOGELIJKHEDEN VOOR VAARTUIGEN DIE VISSEN OP

ZANDSPIERING IN DE ICES-ZONES IIA, IIIA EN IV

[1. De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op EU-vaartuigen die in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16

mm.

  • 2. 
    De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden gelden voor vaartuigen van derde landen die, tenzij anders is bepaald, in de EU-wateren van ICES-zone IV op zandspiering mogen vissen op grond van een machtiging of als gevolg van overleg tussen de EU en Noorwegen als bepaald in de goedgekeurde notulen van de conclusies van het visserijoverleg tussen de Europese Unie en Noorwegen.
  • 3. 
    In deze bijlage wordt onder een dag van aanwezigheid in het gebied verstaan:
  • a) 
    de periode van 24 uur die begint om 00:00 uur op een welbepaalde kalenderdag en eindigt om 24.00 uur op dezelfde kalenderdag, of een deel van deze periode;

dan wel

  • b) 
    een in het visserijlogboek vermelde ononderbroken periode van 24 uur tussen de datum en het tijdstip van vertrek en de datum en het tijdstip van aankomst, of een deel van een dergelijke periode.
  • 4. 
    Iedere betrokken lidstaat houdt een gegevensbank bij die voor de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV en voor ieder vaartuig dat zijn vlag voert of in de EU is geregistreerd, en met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm heeft gevist, de volgende gegevens bevat:
  • a) 
    de naam en het interne registratienummer van het vaartuig;

vastgesteld overeenkomstig punt 4, en wordt verdeeld over de lidstaten overeenkomstig de voor deze TAC toegewezen quota.

  • 6. 
    De in bijlage I vastgestelde TAC's en quota voor zandspiering in de EU-wateren van de ICES-zones IIa, IIIa en IV worden door de Commissie zo spoedig mogelijk herzien op basis van advies van de ICES en het WTECV over de omvang van het zandspieringbestand in de Noordzee in jaargang 2010, met inachtneming van de volgende beginselen en andere in het wetenschappelijke advies opgenomen relevante

elementen:

De TAC voor de EU-wateren van de ICES-zones IIa en IV wordt vastgesteld volgens

de volgende formule:

TAC

2011 = -333+R1,2011*3,692

R1,2011 geeft de bestandsgrootte in miljarden aan voor zandspiering in de leeftijdsklasse 1 per 1 januari 2011; de TAC wordt uitgedrukt in 1000 ton.

  • 7. 
    Indien de in punt 6 berekende TAC meer dan 400000 ton bedraagt, wordt de TAC vastgesteld op 400000 ton.
  • 8. 
    De commerciële visserij met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm is verboden van 1 augustus tot en met 31 december 2011.]

BIJLAGE IIE

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN DIE VISSEN IN DE

ICES-ZONES VIIF EN G

  • 1. 
    Iedere lidstaat zorgt ervoor dat de demersale visserijinspanning van vaartuigen die hun vlag voeren, in de ICES-zones VIIf en g in 2011 niet meer bedraagt dan 90% van de door de betrokken vaartuigen in 2007 geleverde visserijinspanning.
  • 2. 
    Voor de toepassing van punt 1:
  • a) 
    wordt verstaan onder demersale visserijinspanning: de som van de producten van het aantal dagen van aanwezigheid in het gebied en het geïnstalleerde motorvermogen in kilowatt;
  • b) 
    wordt verstaan onder een dag van aanwezigheid in het gebied:
  • de periode van 24 uur die begint om 00:00 uur op een welbepaalde kalenderdag en eindigt om 24.00 uur op dezelfde kalenderdag, of een deel van deze periode; dan wel
  • een in het visserijlogboek vermelde ononderbroken periode van 24 uur tussen de datum en het tijdstip van vertrek en de datum en het tijdstip van aankomst, of een deel van een dergelijke periode.
  • c) 
    wordt het geïnstalleerde motorvermogen van het vaartuig in kilowatt gemeten overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2930/86.
  • 3. 
    Onverminderd punt 2, onder b), worden de dagen waarop een vaartuig in het gebied aanwezig is en uitsluitend sardine, makreel, haring, sprot, blauwe wijting, horsmakreel en zilvervis aan boord houdt, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de demersale visserij-inspanning.
  • 6. 
    De lidstaten beheren de maximaal toegestane visserijinspanning overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 35 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
  • 7. 
    Artikel 28 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 geldt voor vaartuigen die binnen het toepassingsgebied van deze bijlage vallen. Het in dat artikel bedoelde geografische gebied zijn de ICES-zones VIIf en g.
  • 8. 
    Op basis van de gegevens voor het beheer van visdagen in het gebied zoals vastgesteld in deze bijlage, verzamelen de lidstaten per kwartaal de gegevens

betreffende:

  • a) 
    de totale visserijinspanning in het onder deze bijlage vallende gebied en

(b) de visserijinspanning van vaartuigen die in het onder deze bijlage vallende gebied ander dan het in punt 4 genoemde vistuig gebruiken.

BIJLAGE III

KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR EU-

VAARTUIGEN IN WATEREN VAN DERDE LANDEN

Gebied Visserij Aantal Verdeling van Maximum aantal

vismachtigide vaartuigen dat op elk

ngen vismachtigingemoment in het gebied

n over de aanwezig mag zijn

lidstaten

Noorse wateren en visserijzone rond Jan Mayen Haring, benoorden 62° 00' NB 93 DK: 32, DE: 6,

FR: 1, IE: 9,

NL: 11, PL: 1,

SV: 12, UK: 21 69

Demersale soorten, benoorden 62° 00 NB 80 DE: 16, IE: 1,

ES: 20, FR: 18,

PT: 9, UK: 14 50

Makreel 97 DK: 15, DE: 4,

FR: 2, IE: 23,

NL: 11, SE: 6,

UK: 36 70

Soorten voor de industrievisserij, benoorden 62° 00 NB 480 DK: 450,

UK: 30 150

Wateren van

de Faeröer Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in

de zone tussen 12

en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer 26 BE: 0, DE: 4,

FR: 4, UK: 18 13

Trawlvisserij buiten

21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart-

31 mei

en 1 oktober-

31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61° 20 NB

en 62° 00 NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen. 70 BE: 0, DE: 10,

FR: 40, UK: 20 26

Trawlvisserij op blauwe leng met netten met mazen niet kleiner dan 100 mm in het gebied ten zuiden van 61° 30 NB en ten westen van 9° 00 WL en in het gebied tussen 7° 00 WL en 9° 00 WL ten zuiden van 60° 30 NB en in het gebied ten zuidwesten van een lijn tussen 60° 30 NB, 7° 00 WL

en 60° 00 NB, 6° 00 WL 70 DE: 8(2), 20(3)

FR: 12(2),

UK: 0(2)

aantal vismachtigingen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen te vissen indien de autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen om bijzondere toegangsregels voor een gebied, ,,main fishing area of blue whiting" genaamd,

in te stellen. UK: 5

Lijnvisserij 10 UK: 10 6

Makreel 12 DK: 12 12

Haringvisserij benoorden 61° NB 21 DK: 7, DE: 1,

IE: 2, FR: 0,

NL: 3, SV: 3,

UK: 5 21

(1) Volgens de goedgekeurde notulen van 1999 zijn de aantallen voor de gerichte visserij op

kabeljauw en schelvis opgenomen in de aantallen voor ,,Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer".

(2) Maximum aantal vaartuigen dat op enig moment tegelijkertijd in het gebied aanwezig mag zijn.

(3) Dit aantal is begrepen in het aantal voor ,,Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer".

BLAGE IV

ICCAT-GEBIED

  • 1. 
    Maximum aantal met de hengel of de sleeplijn vissende EU-vaartuigen die in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen

Spanje

Frankrijk

EU

  • 2. 
    Maximum aantal vaartuigen die in het kader van de EU-ambachtelijke kustvisserij in de Middellandse Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen

Spanje

Frankrijk

Italië

Cyprus

Malta

EU

  • 3. 
    Maximum aantal EU-vaartuigen die in de Adriatische Zee actief op blauwvintonijn tussen 8 kg/75 cm en 30 kg/115 cm mogen vissen voor kweekdoeleinden

Vaartuigen voor

de visserij met de drijvende beug

Met de hengel vissende vaartuigen

Vaartuigen voor

de visserij met de handlijn

Trawlers

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij

TABEL B

Totale in brutoton uitgedrukte capaciteit

Griekenl

Cyprus

and Italië Frankrijk Spanje Malta

Vaartuigen voor

de visserij met de ringzegen

Vaartuigen voor

de visserij met de drijvende beug

Met de hengel vissende vaartuigen

Vaartuigen voor

de visserij met de handlijn

Trawlers

TABEL A

Maximumcapaciteit voor het kweken en mesten van tonijn

Aantal bedrijven Capaciteit (in ton):

Spanje

Italië

Griekenland

Cyprus

Malta

TABEL B

Maximumhoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton)

Spanje

Italië

Griekenland

Cyprus

Malta

BIJLAGE V

CCAMLR-GEBIED

DEEL A

VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-GEBIED

Doelsoorten Gebied Gesloten tijd

Haaien (alle soorten) Verdragsgebied Het hele jaar

Notothenia rossii FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland Het hele jaar

FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys

FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia

Vinvis FAO 48.1 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

FAO 48.2 Antarctische wateren(1)

Gobionotothen gibberifrons FAO 48.3 Het hele jaar

Chaenocephalus aceratus

Pseudochaenichthys georgianus

Lepidonotothen squamifrons

de EEZ ten westen van 79° 20'OL(1)

FAO 88.2 Antarctische wateren ten noorden van 65°ZB

(1)

FAO 58.4.4 Antarctische wateren(1)

(2)

FAO 58,6 Antarctische wateren(1)

FAO 58.7 Antarctische wateren(1)

Lepidonotothen squamifrons FAO 58.4.4(1) (2) Het hele jaar

Alle soorten met uitzondering van Champsocephalus gunnari en Dissostichus eleginoides FAO 58.5.2 Antarctische wateren 1.12.2010 tot en met 30.11.2011

Dissostichus mawsoni FAO 48.4 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

binnen het gebied begrensd door breedtegraden 55° 30' ZB en 57° 20' ZB en lengtegraden 25° 30' WL en 29° 30' WL

(1) Behalve voor wetenschappelijk onderzoek.

(2) Met uitzondering van wateren onder nationale jurisdictie (EEZ's).

DEEL B

VANGST- EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR NIEUWE EN EXPERIMENTELE

VISSERIJ IN HET CCAMLR-GEBIED IN 2010/2011

SSRU

G: 60

58.4.2 Gehele sector 1.12.2010 tot en met

30.11.2011 SSRU

A: 30 Totaal 70 Gehele Gehele Gehele

sector:

50 sector: 20 sector:

20

SSRU B,

C en D:

0

SSRU E:

40

88.1 Gehele deelgebie

d 1.12.2010 tot en met

31.8.2011 SSRU

A: 0 Totaal 2850 142 430 20

SSRU

A: 0 SSRU A:

0 SSRU A:

0

SSRUs B, C en

G: 372

SSRU B,

C en G:

50 SSRU B,

C en G:

40 SSRU B,

C en G:

60

SSRUs D, E and

F: 0

SSRU D,

E en F: 0 SSRU D,

E en F: 0 SSRU D,

E en F: 0

SSRUs H, I and

K: 2104

SSRU H,

I en K: 105 SSRU H,

I en K: 320 SSRU H,

I en K:

60

SSRUs J

en L: 374

SSRU J

en L: 50 SSRU J

en L: 70 SSRU J

en L: 40

SSRU

M: 0 SSRU

M: 0 SSRU M:

0 SSRU

M: 0

is,

Macrourus spp.: 16% van de maximale vangst van Dissostichus spp.,

andere soorten: 20 ton per SSRU.

DEEL C

KENNISGEVING VAN HET VOORNEMEN OM AAN DE VISSERIJ OP EUPHAUSIA

SUPERBA DEEL TE NEMEN

Verdragsluitende partij:

Visseizoen:

Naam van het vaartuig:

Verwacht vangstniveau (ton):

Vangsttechniek: Conventioneel sleepnet

Continu vissysteem

Pomptechniek om de kuil leeg te maken

Andere goedgekeurde methodes: gelieve te specificeren

Van de vangst af te leiden producten en de omrekeningsfactoren daarvoor38:

or

48.1

48.2

48.3

48.4

48.5

48.6

58.4 .1

58.4 .2

88.1

88.2

88.3

X Kruis in de vakjes aan waar en wanneer u waarschijnlijk zult vissen.

Voorzorgsvangstbeperkingen niet vastgesteld, en derhalve beschouwd als experimentele visserij.

N.B.: De hier door u verstrekte gegevens zijn louter informatief en beletten u niet te vissen in gebieden of periodes die u niet heeft opgegeven.

2e paneel

3e paneel

...

Eindpaneel (kuil)

Teken diagram van elke gebruikte netconfiguratie

Er worden verscheidene vangsttechnieken gebruikt40: Ja Neen

Vangsttechniek Verwacht aandeel in het tijdsgebruik (%)

1

2

3

4

5

... Totaal 100 %

Er is een inrichting voor het weren van zeezoogdieren aanwezig41: Ja Neen

Toelichtingen betreffende vangsttechnieken, vistuigconfiguratie en -kenmerken en

vispatronen:

BIJLAGE VI

IOTC-GEBIED

  • 1. 
    Maximum aantal EU-vaartuigen die in het IOTC-gebied op tropische tonijn mogen vissen

Lidstaat Maximum aantal vaartuigen Capaciteit (BT)

Spanje 22 61 364

Portugal 5 1 627

EU 49 96 595

  • 2. 
    Maximum aantal EU-vaartuigen die in het IOTC-gebied op zwaardvis en witte tonijn mogen vissen

Lidstaat Maximum aantal vaartuigen Capaciteit (BT)

Spanje 27 11 590

Frankrijk42 26 2 007

Portugal 15 6 925

Verenigd Koninkrijk 4 1 400

EU 72 21 922

  • 3. 
    De in punt 1 vermelde vaartuigen mogen in het IOTC-gebied tevens op zwaardvis en witte tonijn vissen.

BIJLAGE VII

WCPFC-GEBIED

Maximum aantal EU-vaartuigen die in het WCPFC-gebied op zwaardvis mogen vissen in de gebieden bezuiden 20° ZB van het WCPFC-gebied.

Spanje

EU

BIJLAGE VIII

KWANTITATIEVE BEPERKINGEN INZAKE VISMACHTIGINGEN VOOR

VISSERSVAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN IN EU-WATEREN

Vlaggenstaat Visserij Aantal Maximum aantal

vismachtigingvaartuigen dat op

en elk moment in het

gebied aanwezig

mag zijn

Noorwegen Haring, benoorden 62° 00' NB

Faeröer Makreel, VIa (benoorden 56° 30' NB); VIIe, f, h; horsmakreel, IV, VIa (benoorden 56° 30' NB), VIIe, f, h; haring, VIa (benoorden 56° 30' NB)

Haring, benoorden 62° 00' NB

Haring, IIIa

Industriële visserij op kever en sprot, IV, VIa (benoorden 56° 30' NB); zandspiering, IV (incl. onvermijdelijke bijvangsten van blauwe wijting)

Leng en Torsk

Blauwe wijting, II, VIa (benoorden 56° 30' NB), VIb, VII (ten westen van 12° 00' WL)

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

20 apr
'11
COM(2011)224 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 521/2008 betreffende de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Brandstofcellen en Waterstof


10 nov
'10
COM(2010)658 - Vaststelling, voor 2011, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde wateren buiten de EU, van toepassing zijn


17 mei
'10
COM(2010)241 - Raadpleging over de vangstmogelijkheden voor 2011


8 jul
'09
COM(2009)349 - Uitsluiting van bepaalde groepen vaartuigen uit de visserijinspanningsregeling die is vastgesteld in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 1342/2008


26 feb
'09
COM(2009)93 - Meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee


14 nov
'08
COM(2008)721 - Gemeenschappelijke controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen


7 nov
'08
COM(2008)709 - Vaststelling, voor 2009, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EG en, voor vaartuigen van de EG, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften


8 jul
'08
COM(2008)454 - Instelling van een tijdelijke specifieke actie ter bevordering van de herstructurering van de door de economische crisis getroffen vissersvloten van de EU


4 jun
'08
COM(2008)324 - Instandhouding van visbestanden via technische maatregelen


2 apr
'08
COM(2008)162 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 423/2004, wat betreft het herstel van kabeljauwbestanden,


 
 
publicatiedatum 11-11-2010
kenmerk 16068/10

Inhoud