Mededeling van de Commissie Jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling van de Europese Unie in 2009 - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 15 november 2010 (16.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

16305/10

RECH 375 ATO 69

INGEKOMEN DOCUMENT

van:

de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 5 november 2010

aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie

Betreft: Mededeling van de Commissie Jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling van de Europese Unie in 2009

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2010) 632 definitief

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 5.11.2010 COM(2010) 632 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische

ontwikkeling van de Europese Unie in 2009

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische

ontwikkeling van de Europese Unie in 2009

  • 1. 
    ACHTERGROND BIJ HET JAARVERSLAG OVER DE OTO-ACTIVITEITEN

Het jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling van de Europese Unie wordt opgesteld ingevolge artikel 190

1 van het Verdrag

betreffende de werking van de Europese Unie.

Hoewel deze formeel niet onder het toepassingsgebied van dit verslag valt, is bepaalde informatie over ingevolge het Euratomverdrag uitgevoerde onderzoeksactiviteiten in het verslag opgenomen.

  • 2. 
    DE BREDERE CONTEXT IN 2009

Ingevolge het Lissabonverdrag is onderzoeksbeleid een tussen de Unie en de lidstaten gedeelde bevoegdheid. De Europese Onderzoeksruimte wordt in het verdrag expliciet erkend als het instrument om de doelstellingen van de Unie op het gebied van onderzoek te verwezenlijken. Er is in nieuwe wettelijke maatregelen voorzien om vooruitgang te boeken in

de richting van de EOR.

In zijn politieke richtsnoeren voor de nieuwe Commissie2 heeft Barroso zijn visie over de

prioriteiten voor het toekomstige onderzoeksbeleid van de Unie opgenomen: bereiken van excellentie op het gebied van fundamenteel onderzoek, meer door de sector aangestuurd toegepast O&O, uitbreiding van de uitwisselingsprogramma's en meer aandacht voor het verspreiden van O&O-capaciteiten naar de regio's. Hij heeft opgeroepen een Europa tot stand te brengen dat ambitieus is en ethisch, waarbij de mensen een centrale plaats innemen op de agenda.

Wat de private O&O-investeringen betreft blijkt uit feitelijke gegevens dat als gevolg van de crisis de kasstroom in bijna alle bedrijfssectoren is gedaald waardoor met name bij de hightech-kmo's de voor O&O beschikbare interne financiële middelen zijn verminderd

5.

Doordat toegang tot externe bronnen van private financiering moeilijker werd, zijn de negatieve effecten versterkt. Vergeleken met vorige economische recessies bleken de grote ondernemingen echter hun niveau van O&O-investeringen te handhaven, hoewel zij zich meestal op hun prioriteiten richtten.

Door de crisis is men zich ook bewuster geworden van het feit dat het onderzoeks- en innovatiebeleid meer bij de maatschappelijke aspiraties moet aansluiten. In de verklaring van Lund die tijdens de door het Zweedse voorzitterschap georganiseerde conferentie 'Nieuwe werelden, nieuwe oplossingen' is vastgesteld, werd opgeroepen bij het Europese onderzoek de aandacht te richten op de grote uitdagingen van onze tijd.

  • 3. 
    EOR-BELEIDSONTWIKKELINGEN

3.1. EOR-governance

Doel van het Ljubljanaproces is om tekortkomingen en inefficiënties in het Europese onderzoekssysteem tengevolge van fragmentatie, gebrek aan coherentie en coördinatie en beperkingen op het vrije verkeer van kennis aan te pakken. Het proces is gestart in 2008

6 met

als eerste stap een overeenkomst over een EOR-visie op lange termijn7. Parallel hieraan zijn

vijf specifieke EOR-initiatieven gestart.

In 2009 is vooruitgang geboekt op twee niveaus:

voor alle vijf de specifieke EOR-initiatieven zijn praktische uitvoeringsregelingen

ingesteld (zie punten 3.2 tot en met 3.6);

een essentiële stap bij de algemene governance van de EOR was de vaststelling van een

resolutie van de Raad over betere governance van de EOR8.

In deze resolutie heeft de Raad de noodzaak erkend om een coherentere beleidsvorming op Unie- en lidstaatniveau te ontwikkelen alsook om in de middelen te voorzien teneinde de ontwikkeling van de EOR op politiek niveau een impuls te geven. In de resolutie is ook om een herziening van het mandaat van het CREST gevraagd

3.2. EOR-initiatief betreffende onderzoekers

Het Europees partnerschap voor onderzoekers (EPO10) omvat vier actielijnen: open

rekrutering en portabiliteit van subsidies; sociale zekerheid en pensioenen; aantrekkelijke werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden; en verbeteren van vaardigheden en ervaring.

De Stuurgroep menselijk potentieel en mobiliteit (SMPM) heeft een voortrekkersrol gespeeld bij de uitvoering van het EPO. Tijdens 2009 heeft de SMPM de meeste aspecten van het EPO behandeld, hetgeen in een verrijkende uitwisseling van nationale ervaringen heeft geresulteerd. Drie werkgroepen zijn met concrete resultaten gekomen op het gebied van open rekrutering en arbeidsvoorwaarden, opleiding en vaardigheden en monitoring en indicatoren.

Acht landen hebben nationale actieplannen ontwikkeld, andere landen zijn daarmee bezig en sommige landen integreren momenteel de uitvoering van het EPO in bestaande nationale plannen. De sociale zekerheid werd door een deskundigengroep behandeld. Momenteel wordt ook de laatste hand gelegd aan een haalbaarheidsstudie over een pan-Europees pensioenfonds.

Terwijl de werkzaamheden betreffende de uitvoering van het EPO - waaronder de coördinatie van de sociale zekerheid en aanvullende pensioenregelingen

11 doorgaan, ontstaan nieuwe

hoofdlijnen en aandachtsvelden voor actie:

aantrekken en behouden van meer jonge vrouwen en mannen in onderzoek en wetenschap

via het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief 'Jeugd in beweging';

bevorderen van de loopbaanontwikkeling van onderzoekers met een adequaat evenwicht

tussen werk en privéleven;

overeenkomstig het Europa 2020-vlaggenschipinitiatief 'Agenda voor nieuwe

vaardigheden en banen', toepassing van de flexibiliteitsbeginselen op onderzoekers in het kader van de strategie om uit de crisis te geraken.

3.3. EOR-initiatief betreffende gezamenlijke programmering

Gezamenlijke programmering is een proces om de wanverhouding te behandelen tussen de Europese of globale schaal van de hedendaagse maatschappelijke uitdagingen en het nationale of regionale karakter van de beschikbare instrumenten om deze aan te pakken.

de initiatieven 'landbouw, voedselzekerheid en klimaatverandering', 'cultureel erfgoed en

veranderingen in het aardsysteem: een nieuwe uitdaging voor Europa' en 'volksgezondheid, voeding en het voorkomen van voedingsgerelateerde ziekten' werden geselecteerd om in 2010 van start te gaan.

Een beperkt aantal nieuwe thema's voor gezamenlijke programmeringsinitiatieven zal waarschijnlijk in 2010 worden vastgesteld. De vrijwillige richtsnoeren voor randvoorwaarden zullen verder worden besproken. Tijdens een door het Belgische voorzitterschap georganiseerde conferentie zal de voortgang van gezamenlijke programmering worden geïnventariseerd.

3.4. EOR-initiatief inzake onderzoeksinfrastructuren

De Raad heeft in juni 2009 de verordening tot instelling van een rechtskader voor de ontwikkeling van pan-Europese onderzoeksinfrastructuren vastgesteld

  • 12. 
    Dit kader inzake een

Europees consortium voor een onderzoeksinfrastructuur (ERIC) omvat een in alle lidstaten erkende rechtspersoonlijkheid en bepaalde voordelen van internationale organisaties. Het ERIC-rechtskader kan de tijd die nodig is om Europese onderzoeksstructuren op te zetten significant verkorten.

De Commissie heeft de procedures ingevoerd die vereist zijn voor de uitvoering van ERIC. Aanvragen moeten samen met de ontwerpstatuten van het ERIC aan de Commissie worden gezonden. Deze aanvraag wordt vervolgens beoordeeld om na te gaan of hij voldoet aan de vereisten van de verordening. Indien de beoordeling positief is, stelt de Commissie een besluit tot oprichting van het ERIC op.

KP7 ondersteunt momenteel de voorbereidende fase van de 45 door het Europees Strategieforum

voor onderzoeksinfrastructuren (ESFRI) vastgestelde

onderzoeksinfrastructuren. Voor veel van de projecten op de ESFRI-lijst is men bezig toezeggingen van de lidstaten te verkrijgen en de ERIC-statuten af te ronden. Het eerste ERIC wordt naar verwachting in 2010 opgezet.

3.5. EOR-initiatief betreffende internationale samenwerking

De openstelling van de EOR voor de wereld blijft een kernelement van de activiteiten van de Unie. Door de Raad is in december 2008 het Strategisch forum voor internationale wetenschappelijke en technologische samenwerking (SFIS) opgericht om voor een Europese aanpak te zorgen. Tot dusver heeft dit zijn aandacht gericht op het delen van informatie en op het ontwikkelen van mechanismen voor gezamenlijke prioritering.

3.6. EOR-initiatief betreffende kennisoverdracht

In 2008 heeft de Commissie een aanbeveling en een code van goede praktijken inzake kennisoverdracht (KO) vastgesteld

13, die vervolgens bij een resolutie van de Raad is

bevestigd. Er is een CREST-werkgroep over KO opgericht om de uitvoering ervan te bevorderen en te monitoren. De groep heeft een overzicht samengesteld van bestaande beste praktijken en de nationale uitvoeringsvoortgang. Verschillende landen hebben nationale wetgeving vastgesteld of zijn deze aan het opstellen om de kennisoverdracht te verbeteren. De werkgroep is begonnen met werkzaamheden voor gemeenschappelijke richtsnoeren betreffende KO en intellectueeleigendomsbeheer in het kader van internationale onderzoekssamenwerking en betreffende KO-indicatoren. Om de stakeholders hierbij te betrekken, heeft de Commissie KO-stakeholdersforums georganiseerd, waarvan het tweede in

mei 2009 plaatsvond.

In 2010 stelt de werkgroep zijn eerste jaarverslag op en in het najaar van 2010 organiseert hij het

derde KO-stakeholdersforum. De Commissie is voornemens een

proefbevorderingsregeling voor kennisoverdracht op het gebied van bio-economie op te starten.

3.7. Universiteiten moderniseringsagenda

De moderniseringsagenda voor universiteiten is in 2009 in een nieuwe fase gekomen met het opstarten van activiteiten voor leren in groepsverband (ALG's). Doel van de ALG's is het onderling onderwijs te versterken over onderwerpen zoals institutionele hervorming, kostprijsberekening van onderzoeksprojecten, manieren om tot excellentie van wereldklasse te komen, rekrutering en loopbaanontwikkeling van jonge onderzoekers.

Een deskundigengroep betreffende 'Gediversifieerde financieringsregelingen voor universitair onderzoek' heeft verslag uitgebracht over de moeilijkheden die ontstaan door het gebrek aan consistentie tussen competitieve onderzoeksfinancieringsregelingen, met name wat de financiële, boekhoud- en rapportagevereisten betreft. Tijdens de EOR-conferentie hebben financiers en uitvoerders van onderzoek hun bereidheid te kennen gegeven om deze kwestie aan te pakken.

In 2010 wordt een stakeholdersplatform opgestart om gemeenschappelijke beginselen voor externe

competitieve onderzoeksfinanciering te ontwikkelen. Er zal een

bijdrage van 26,8 miljard EUR. Het aantal deelnemers aan de in aanmerking genomen voorstellen bedroeg in totaal 17 626, bij totale projectkosten van 6,9 miljard EUR en een totale aangevraagde EU-bijdrage van 5,2 miljard EUR. Op aanvragerbasis betekent dit een succespercentage van 24,0%.

Er zijn 3 034 subsidieovereenkomsten gesloten, bij 17 144 deelnemers en een totale aangevraagde EU-bijdrage van 5,3 miljard EUR. 33,2 % van alle subsidieovereenkomsten is gesloten in het kader van het specifiek programma 'Samenwerking', voor 63,9 % van de totale aangevraagde EU-bijdrage. 12,6 % van alle subsidieovereenkomsten is gesloten in het kader van het specifiek programma 'Ideeën', voor 11,6 % van de totale aangevraagde EU-bijdrage. 43,3 % van alle subsidieovereenkomsten is gesloten in het kader van het specifiek programma 'Mensen', voor 11,9 % van de totale aangevraagde EU-bijdrage. 10,5 % van alle subsidieovereenkomsten is gesloten in het kader van het specifiek programma 'Capaciteiten', voor 12,2 % van de totale aangevraagde EU-bijdrage. 0,4 % van alle subsidieovereenkomsten is gesloten in het kader van het 'Euratomkaderprogramma', voor 0,4 % van de totale aangevraagde EU-bijdrage.

4.2. De werkprogramma's 2010

De werkprogramma's van 2010 zijn op 29 juli 2009 vastgesteld. Zij omvatten:

uitnodigingen tot het indienen van voorstellen in het kader van de EERP publiek-private

partnerschappen (zie 4.3.1);

-

versnelling van de uitvoering van de financieringsfaciliteit met risicodeling (RSFF);

-

een specifieke uitnodiging om te reageren op de influenza A (H1N1)-crisis;

een initiatief voor gezamenlijk onderzoek tussen de Commissie en het verbindingscomité

van de Europese Industriële Verenigingen voor parfumerie en cosmetica (COLIPA) inzake alternatieve strategieën voor dierproeven;

een uitnodiging ter ondersteuning van capaciteitsopbouw in de landen van de westelijke

Balkan in het kader van het programma Onderzoekspotentieel;

eerste twee jaren. In het kader van EUROSTARS zijn drie uitnodigingen uitgevoerd, die gekenmerkt werden door financiering van 260 geselecteerde projecten en een kmo-deelname van meer dan 70%. De geplande bijdragen van de lidstaten bedroegen 135 miljoen EUR, de EU-bijdrage 45 miljoen EUR. De algemene overeenkomst betreffende het Europees programma voor metrologisch onderzoek (EPMO), waarbij de uitvoering van het programma aan EURAMET e.V. wordt gedelegeerd, is ondertekend.

De Commissie heeft een voorstel vastgesteld voor een gemeenschappelijk

onderzoeksprogramma voor het Oostzeegebied (BONUS)14 en heeft het tweede

uitvoeringsverslag betreffende een actieplan voor Europa inzake nanowetenschappen en nanotechnologieën gepubliceerd

15.

Er is een monitoringsysteem in het leven geroepen om het volume van ingevolge KP7 gefinancierd onderzoek met een impact op de doelstellingen van de vernieuwde EU-strategie inzake duurzame ontwikkeling (SDO) vast te stellen. Uit de analyse blijkt dat 75% van de thema's van Samenwerking in de eerste vier KP7-jaren positief tot de realisering van deze doelstellingen heeft bijgedragen.

Op 13 maart 2009 heeft de Commissie een mededeling vastgesteld 'Een strategie voor O&O en innovatie op ICT-gebied in Europa: meer engagement'

16 die beoogt de inspanningen voor

onderzoek en innovatie op het gebied van ICT op te voeren en de impact ervan te maximaliseren.

Via de RSFF is financiële steun voor O&O en innovatie aan private ondernemingen verleend.

In 2009 zijn voor 25 projecten RSFF-leningen gesloten voor een totaal bedrag van 2,98 miljard EUR. In totaal zijn nu 62 projecten goedgekeurd voor een bedrag van 6,30 miljard EUR.

Naast de verspreiding van onderzoeksresultaten via CORDIS17 is open toegang belangrijk om

de toegang tot en de verspreiding van de resultaten van publiek gefinancierd onderzoek te verbeteren

  • 18. 
    De Commissie is in augustus 2008 ingevolge KP7 een Open Toegang-

proefproject gestart en heeft in 2009 haar aandacht gericht op het opzetten van een monitoringsysteem voor dit proefproject.

Informatie over de eigen acties van KP7 gedurende 2009 is te vinden in het jaarverslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek

19.

Naar aanleiding van de kernbevindingen en aanbevelingen van het Europees Forum voor onderzoek en innovatie op het gebied van veiligheid (EFOIV)

20 heeft de Commissie een

mededeling ' Een Europese agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van veiligheid' vastgesteld

21.

4.4. Hoogtepunten

4.4.1. Publiek-private partnerschappen op het gebied van onderzoek

Publiek-private partnerschappen (PPP's) op Europees niveau zijn een efficiënte hefboom voor investeringen uit de industrie en de nationale regeringen en zorgen tegelijk voor minder fragmentatie van de O&O-inspanningen.

Europese technologieplatforms

De Europese technologieplatforms (ETP's)22 bieden een kader voor de stakeholders om, onder

leiding van de industrie, O&O-prioriteiten, -tijdschema's en actieplannen te bepalen. Zij zorgen ervoor dat de onderzoeksfinanciering adequaat aan industrieel relevante gebieden wordt toegewezen door de gehele economische waardeketen te bestrijken en door nationale en regionale overheden te mobiliseren.

Ontwikkelingen in 2009 waren onder meer de voortdurende bijdrage van de ETP's aan het vormgeven van de onderzoeksprioriteiten van de EU, de professionalisering van de platformactiviteiten, het vormgeven van randvoorwaarden en beleid die het O&O-beleid aanvullen en het bestuderen van mogelijkheden om van middelen buiten het Kaderprogramma gebruik te maken.

Een deskundigengroep heeft aanbevolen23 ETP-clusters24 te creëren om naar oplossingen voor

maatschappelijke uitdagingen toe te werken en het potentieel van de kennisdriehoek te ontsluiten door de ETP-clusters een bredere rol toe te bedelen en hun werkgebied tot onderwijs en het gehele innovatieproces uit te breiden.

Tijdens een conferentie in Brussel25 is de evolutie van de rol van de ETP's besproken. Er is

positief gereageerd op het idee om de samenwerking tussen de ETP's bij het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen te versterken en om te onderzoeken hoe algemene maatschappelijke uitdagingen in meer beheersbare kerngebieden kunnen worden uitgesplitst. Algemeen was men van mening dat innovatie systematischer in de activiteiten van de ETP's diende te worden geïntegreerd.

technologische ontwikkeling in sectoren zoals windenergie, zonne-energie, elektriciteitsnetten of het afvangen en opslaan van kooldioxide.

Gezamenlijke technologie-initiatieven

Een voortrekkersaanpak voor de ontwikkeling van PPP's is er gekomen met de gezamenlijke technologie-initiatieven (gti's). In 2009 zijn de vijf gti's

27 uitnodigingen tot het indienen van

voorstellen blijven lanceren. Door verdere voorbereidende werkzaamheden beschikken IMI, Clean Sky en ARTEMIS nu over de operationele capaciteit om in het voorjaar van 2009 hun begroting uit te voeren. De gti's zijn bijgevolg hun rol gaan spelen in het vormgeven van Europa's onderzoekslandschap.

In november 2009 heeft de Commissie haar mededeling 'De mobilisering van particuliere en openbare investeringen voor herstel en structurele verandering op lange termijn: de ontwikkeling van publiek-private partnerschappen' gepubliceerd

  • 28. 
    Daarin wordt het belang

van de Europese PPP's voor het onderzoek onderkend en hun bijzonder karakter erkend aangezien zij investeren in de generatie van nieuwe kennis met minder voorspelbare, maar potentieel enorme outputs. Met het oog op het oprichten van nieuwe PPP's worden bij de toetsing van het rechtskader en de financiële regels alle opties in overweging genomen om te zorgen voor een eenvoudig en kostenefficiënt model op basis van wederzijds inzicht, echt partnerschap en risicodeling.

Door een Groep van vertegenwoordigers van de industriële partners van de gti's (het 'gti Sherpas' Group') zijn uit de oprichting van de eerste gti's lessen getrokken die behandeld worden in zijn verslag 'Designing together the 'ideal house' for public-private partnerships in European research'

  • 29. 
    Een van de aanbevelingen is binnen het herzien Financieel Reglement

PPP's als speciale rechtspersonen te erkennen.

In oktober 2009 heeft de Commissie haar mededeling 'Een publiek-privaat partnerschap voor het internet van de toekomst'

30 gepubliceerd waarin de plannen worden gedetailleerd om bij

toekomstige internettechnologieën en -systemen Europa's concurrentievermogen te bevorderen en het ontstaan van toekomstige internetverbeterde toepassingen met een publieke en sociale relevantie te ondersteunen. Het PPP zal in 2011 operationeel zijn.

De publiek-private partnerschappen van het EERP

Op 30 juli zijn voor een totaal bedrag van 268 EUR de eerste uitnodigingen gepubliceerd.

Uit voorlopige resultaten blijk een significant hogere industriële deelname dan bij de gewone KP7-uitnodigingen.

In een in maart 2009 door de Commissie en vertegenwoordigers van de industrie uitgebrachte gezamenlijke verklaring is erop gewezen dat de PPP's op efficiënte wijze:

het voortouw kunnen nemen voor de industrie bij het bepalen van de prioriteiten en de

uitvoering van het onderzoek;

kunnen zorgen voor een meerjarig werkprogramma met een voorafbepaald budget waarbij

de continuïteit verzekerd wordt en de industrie in staat wordt gesteld investeringsplannen op lange termijn te maken;

kunnen zorgen voor een themaoverschrijdende aanpak gaande van basis- en toegepast

onderzoek tot validatie en demonstratie op grote schaal, met meer nadruk op impact en exploitatie;

kunnen zorgen voor meer kansen tot ondersteuning van innovatie bij kmo's.

4.4.2. Evaluatie en monitoring van het Kaderprogramma

In haar antwoord op de evaluatie achteraf31 van KP6 heeft de Commissie gewezen op het

belang van de bevindingen van de evaluatie en een eerste reactie op de aanbevelingen verstrekt. De Commissie ging met de meeste aanbevelingen akkoord en stipte aan dat reeds veel verwante initiatieven aan de gang waren.

Het voortgangsverslag betreffende de uitvoering van KP732 bood een overzicht en analyse van

de uitvoering van KP7, met name wat betreft nieuwigheden zoals de Europese Onderzoeksraad (EOR), gti's en de RSFF.

Het 2e KP7-monitoringverslag33 betreffende 2008 is gebaseerd op een reeks indicatoren voor

de uitvoering en prestaties van de Kaderprogramma's. In een beschrijvend gedeelte werd diepgaande aandacht besteed aan kwesties van actueel of bijzonder belang. Door het formaat van het monitoringverslag is het mogelijk tijdreeksdata over kernindicatoren te verzamelen.

Het opstarten van de website voor KP-evaluatie37 heeft de zichtbaarheid en beschikbaarheid

van de verslagen over KP-evaluaties en -monitoring radicaal verbeterd. De website bevat meer dan 300 verslagen en ondersteunt een krachtige zoekfaciliteit.

  • 5. 
    VOORUITZICHTEN VOOR 2010

In de Europa 2020-strategie wordt de sleutelrol naar voren gehaald die kennis en innovatie moeten spelen als aanjagers van groei en bij het aanpakken van belangrijke maatschappelijke uitdagingen. Er wordt in benadrukt dat de EU-onderzoeksprestaties versterkt dienen te worden en de O&O-intensiteit van de EU tot 3% van het bbp moet worden opgetrokken. De voltooiing van de EOR is een sleutelcomponent van het vlaggenschipinitiatief "Innovatie- Unie". Benadrukt wordt dat ook de financieringsprogramma's voor onderzoek en innovatie van de EU, waaronder het Kaderprogramma voor onderzoek, essentiële instrumenten zijn om de Europa 2020-doelstellingen te realiseren. Het vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie"

vraagt om een belangrijke stroomlijning en vereenvoudiging van deze instrumenten in het volgende meerjarige Financiële Kader.

Binnen het bestaande rechtskader zal KP7 de uitvoering van de Europa 2020-strategie ondersteunen. In deze context is in de werkprogramma's 2011 het recordbedrag van 6,4 miljard EUR aan financiering voor onderzoek en innovatie uitgetrokken, een aanzienlijke economische stimulans en een investering in een slimmer, duurzaam en inclusiever Europa.

De Commissie heeft in oktober 2010 haar voorstellen gepresenteerd om het vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie" voort te zetten. In de voorstellen van de Commissie worden te nemen maatregelen uiteengezet om:

onderzoek en innovatie te mobiliseren teneinde grote maatschappelijke uitdagingen aan te

pakken;

-

meer kennisproductie, creativiteit en talent te genereren en aan te trekken;

de ondernemingen in staat te stellen tot en te ondersteunen bij het toegang krijgen tot en

ontwikkelen van kostbare ideeën en groei;

  • 6. 
    BRONNEN VAN NADERE INFORMATIE

Jaarlijkse voortgangsverslagen voor het Kaderprogramma en de specifieke programma's ervan

39;

Vijfjarige beoordelingsverslagen40;

Regelmatige verslagen betreffende kerncijfers op het gebied van wetenschap, technologie en concurrentievermogen

41;

Statistieken over wetenschap en technologie in Europa (Eurostat)42;

Studies en analyses die in verband met de onderzoeksactiviteiten en beleidsmaatregelen van de Europese Unie worden gepubliceerd

43;

Jaarlijkse activiteitenverslagen van de onderzoeksdirectoraten-generaal44;

De praktische gids over Europese financieringsmogelijkheden voor onderzoek en innovatie45;

-

De CORDIS-website: http://cordis.europa.eu;

-

De onderzoekswebsite van de Commissie: http://ec.europa.eu/research;

-

De EOR-website: http://ec.europa.eu/research/era;

-

De website rond investeren in Europees onderzoek: http://ec.europa.eu/invest-in-research;

-

De ERAWATCH-website: http://cordis.europa.eu/erawatch;

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

5 nov
'10
COM(2010)632 - Jaarverslag over de activiteiten op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling van de EU in 2009


21 dec
'09
COM(2009)691 - EuroPese agenda voor onderzoek en innovatie op het gebied van veiligheid - Initieel standpunt van de Commissie over de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen van het ESRIF


19 nov
'09
COM(2009)615 - Mobilisering van particuliere en openbare investeringen voor herstel en structurele verandering op lange termijn: de ontwikkeling van publiek-private partnerschappen


29 okt
'09
COM(2009)610 - Deelneming van de EG aan een gemeenschappelijk onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor de Oostzee (BONUS-169)


29 okt
'09
COM(2009)607 - Nanowetenschappen en nanotechnologieën: Een actieplan voor Europa 2005-2009. Tweede uitvoeringsverslag 2007-2009


28 okt
'09
COM(2009)479 - Publiek-privaat partnerschap voor het internet van de toekomst


22 okt
'09
COM(2009)552 - Europese onderzoeksraad - De uitdaging van excellentie van wereldklasse aannemen


29 apr
'09
COM(2009)210 - Antwoord op de verslagen van de deskundigengroepen over de evaluatie achteraf van de zesde kaderprogramma’s


29 apr
'09
COM(2009)209 - Voortgang bij de uitvoering het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek van de EU


13 mrt
'09
COM(2009)116 - Strategie voor O&O en innovatie op ICT-gebied in Europa: meer engagement


 
 
publicatiedatum 15-11-2010
kenmerk 16305/10

Inhoud