Mensenhandel - Hoofdinhoud
Ieder jaar worden er naar schatting honderdduizenden mensen door mensenhandelaren de Europese Unie binnengesmokkeld. Ook binnen de EU worden mensen verhandeld. Een groot percentage van de getroffenen komt terecht in de prostitutie (79%; voornamelijk vrouwen en meisjes). Verder worden de slachtoffers onder andere verhandeld voor gedwongen arbeid, orgaanhandel en illegale adoptie.
Om deze ernstige misdaad en grove schending van de mensenrechten aan te pakken, nam de Europese Raad op 21 maart 2011 een nieuwe richtlijn aan. Volgens deze richtlijn worden de slachtoffers beter beschermd en de opsporing en aanpak van de daders in de verschillende landen gelijkgetrokken. Bovendien wordt meer aandacht besteed aan training van opsporingsambtenaren in het herkennen en effectief onderzoeken van gevallen van mensenhandel. Hierbij kunnen ook opsporingsmiddelen worden ingezet als het afluisteren van verdachten en het in kaart brengen van de opbrengsten.
In de richtlijn staat dat de nieuwe regels er niet alleen moeten komen om het de mensenhandelaren moeilijker te maken; het moet ook leiden tot betere bescherming van de slachtoffers. Het voorstel benadrukt verder dat er meer aandacht moet worden besteed aan het voorkomen van het fenomeen.
De nieuwe tekst biedt allereerst een bredere interpretatie van de termen 'mensenhandel' en 'exploitatie' dan het eerdere kaderbesluit. Verder wordt er in dit stuk aandacht besteed aan de hoogte van straffen voor mensenhandel. Met de nieuwe regels kunnen mensenhandelaren voor 10 jaar achter de tralies verdwijnen.
Als legale organisaties en bedrijven betrokken blijken te zijn bij mensenhandel, staan hun niet alleen boetes te wachten maar kunnen er ook maatregelen worden genomen zoals het ontnemen van allerlei voordelen, financiële ondersteuning of toegang tot commerciële activiteiten. Eventueel kan ook worden overgegaan tot het sluiten van vestigingen. Er wordt van de lidstaten verwacht dat zij de (financiële) middelen die voor dit soort misdaden worden ingezet, weghalen bij de betreffende organisaties. Lidstaten worden aangemoedigd om de ingenomen middelen vervolgens in te zetten voor de opvang en bescherming van de slachtoffers en eventuele compensatie voor hen.
De tekst gaat uitvoerig in op de bescherming van de slachtoffers. Zij moeten onder andere verblijf, materiële ondersteuning en indien nodig, medische verzorging krijgen. Onder dit laatste valt ook psychologische hulp. Indien zij niet genoeg geld hebben, moeten de slachtoffers kosteloos aanspraak kunnen maken op een advocaat en op juridisch advies. De ondersteuning moet ook na de juridische procedures beschikbaar zijn.
De Europarlementariërs geloven dat het strafbaar stellen van het gebruikmaken van een persoon die door mensenhandel in de EU terecht is gekomen, van grote invloed kan zijn. Hierdoor zal de vraag naar mensenhandel kelderen. Dit is echter niet opgenomen in het uiteindelijke voorstel. Wel wordt het ten zeerste aangeraden aan de lidstaten. Aan landen die het gebruiken van werknemers die door mensenhandel in hun functie zijn gekomen tot een misdaad zullen maken, wordt gevraagd om hierover te rapporteren aan de Europese Commissie.
Het laatste punt dat de Commissies en de Raad aanhalen is de aanstelling van een 'Anti-mensenhandel coördinator'. Deze persoon zal zich onder andere bezig houden met het rapporteren aan de Europese Commissie over behaalde resultaten en problemen.
De Zweedse sociaaldemocratische Europarlementariër Anna Hedh, rapporteur van de commissie Burgerlijke vrijheden, is erg tevreden over het bereikte akkoord. Samen met de rapporteur van de commissie Rechten voor de vrouw, de Slowaakse Europarlementariër Edit Bauer, lukte het Hedh om het voorstel door de goedkeuring van de commissies en de Raad te krijgen.
"Het akkoord is veel beter dan wat ik had verwacht. De onderhandelingen waren moeilijk maar we hebben goede resultaten geboekt waarbij de belangrijkste punten van het Europees Parlement gehandhaafd zijn gebleven. Wij zijn erin geslaagd om de bescherming van slachtoffers te versterken met een duidelijke focus op rechten, extra bescherming voor kinderen en een duidelijk genderperspectief".
Met de nieuwe regels kunnen mensenhandelaren voor 10 jaar in de cel verdwijnen. Momenteel variëren de straffen erg tussen de lidstaten; dit wordt nu enigszins recht getrokken. Hedh: "De regels zijn veel beter dan voorheen. Enerzijds is het sanctieniveau hoger geworden, anderzijds kunnen middelen nu in beslag worden genomen". Edit Bauer voegt toe: "Deze richtlijn zal een betere wettelijke basis zijn dan het inmiddels verouderde kaderbesluit (2002/629)."
Nu de Raad de richtlijn heeft aangenomen, hebben de lidstaten tot april 2013 de tijd gekregen om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Denemarken en het Verenigd Koninkrijk doen niet mee: zij hebben een uitzonderingspositie op het gebied van politiële en justitiële samenwerking, een 'opt-out'. Het Verenigd Koninkrijk kan in een later stadium eventueel besluiten om de wetgeving alsnog aan te nemen.
Op 15 april 2013 heeft eurocommissaris Malmström de EU-lidstaten aangespoord werk te maken van het doorvoeren van de richtlijn, aangezien tot op dat moment pas 6 lidstaten de EU-richtlijn in nationale wetgeving hadden omgezet.
Op 19 juni 2012 presenteerde de Europese Commissie de 'EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016', ter aanvulling op de aangenomen richtlijn. In de strategie staat een reeks voorstellen en prioriteiten waarmee lidstaten mensenhandel beter (en gezamenlijk) kunnen bestrijden. Concreet omvat de strategie hulp bij de oprichting van gespecialiseerde nationale rechtshandhavingsteams, de oprichting van gezamenlijke Europese onderzoeksteams en betere informatievoorziening over de rechten van slachtoffers.
De strategie wordt nog besproken in het Europees Parlement en de Raad.
De Commissie zal de voortgang van de strijd tegen mensenhandel volgen en brengt om de twee jaar verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Het eerste tussentijdse rapport wordt in 2014 verwacht.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over mensenhandel, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Moet de Europese Unie naar een gemeenschappelijk justitieel beleid toe?
Voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon waren de beleidsterreinen van de Europese Unie in drie pijlers ingedeeld. Binnen de derde pijler, Politiële en Justitiële samenwerking in strafzaken (PJSS), waar onder andere onderwerpen als terrorisme, mensensmokkel en oplichting en fraude onder vielen, waren de bevoegdheden van de Europese instellingen beperkt. Het nieuwe EU-verdrag heeft de pijlerstructuur opgeheven. Het Europees Parlement heeft nu medebeslissingsbevoegdheid in bovengenoemde issues. Het is de vraag of dit wenselijk is.
-
Mensenhandel vindt niet overal in de Europese Unie plaats. Het is constructiever om het lokaal aan te pakken
Op steeds meer beleidsterreinen wordt intensief samengewerkt tussen de lidstaten. Bij sommige beleidsterreinen, zoals landbouw en economie is dat meer voor de hand liggend dan bij andere, gezien het feit dat dit alle landen aangaat. Mensenhandel is niet overal een even groot probleem en kan dus beter aangepakt worden in die landen waar het speelt.
-
Het is goed dat het Europees Parlement en de Raad zich hard maken voor betere bescherming van slachtoffers van mensenhandel
Naast economische vraagstukken, het gemeenschappelijke landbouwbeleid en ontwikkelingssamenwerking, zetten de Europese instellingen zich ook in voor het behoud van de rechten van de mens. Mensenhandel staat o.a. lijnrecht tegenover het recht op vrijheid en veiligheid en het verbod op slavernij en dwangarbeid, zoals beschreven in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM).
-
Mensenhandel is grensoverschrijdend. Om deze reden is het logisch dat de EU zich er mee bezig houdt
Net als klimaatverandering en terrorisme, is mensenhandel een grensoverschrijdende zaak. Met de invoering van het Verdrag van Schengen in 1985 heeft de EU er voor gekozen om de grenzen open te stellen tussen de aangesloten landen. In de afgelopen paar jaar heeft een groot aantal van de nieuwe lidstaten dit Verdrag getekend. Hierdoor vindt er geen (of minder) controle plaats bij de grens, iets wat mensenhandel vergemakkelijkt. De EU moet zich dus op een andere manier, bijvoorbeeld door strengere regels op andere terreinen, inzetten tegen mensenhandel.
Uw reactie
Door op uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.