- -
RAAD VAN Brussel, 6 maart 2012 (08.03)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
7326/12
Interinstitutioneel dossier:
2012/0039 (COD) -
AGRILEG 30 VETER 15 CODEC 572
VOORSTEL
van:
de Europese Commissie
d.d.: 5 maart 2012
Nr. Comdoc.: COM(2012) 89 final
Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, is toegezonden.
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.3.2012 COM(2012) 89 final
2012/0039 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
TOELICHTING
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
1.1. Motivering en doel van het voorstel
Het voorstel trekt Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad
1
in en vervangt die verordening.
1.2. Juridische achtergrond
Verordening (EG) nr. 998/2003 is in overeenstemming gebracht met de regelgevingsprocedure met toetsing bij Verordening (EG) nr. 219/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 tot aanpassing aan Besluit 1999/468/EG van de Raad van een aantal besluiten waarop de procedure van artikel 251 van het Verdrag van toepassing is, wat de regelgevingsprocedure met toetsing betreft
2.
Zij is later wezenlijk gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 438/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 998/2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
3, met name om de overgangsregeling, als vastgesteld
in de artikelen 6, 8 en 16, tot en met 31 december 2011 te verlengen.
Zij is ook deels in overeenstemming gebracht met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In een bij Verordening (EU) nr. 438/2010 gevoegde verklaring heeft de Commissie zich er echter toe verbonden om een herziening van Verordening (EG) nr. 998/2003 in haar geheel en met name de aspecten van de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen voor te stellen.
2. RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN
Aangezien dit voorstel hoofdzakelijk is bedoeld om Verordening (EG) nr. 998/2003 in overeenstemming te brengen met de artikelen 290 en 291 VWEU en om bepaalde aspecten van de verordening te verduidelijken, worden geen significante effecten verwacht. Daarom was geen bijzondere raadpleging of effectbeoordeling noodzakelijk.
3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
3.1. Samenvatting van de voorgestelde maatregel(en)
Het doel van dit voorstel is de intrekking en de vervanging van Verordening (EG)
nr. 998/2003 door de voorgestelde verordening die
-
a)de aan de Commissie krachtens Verordening (EG) nr. 998/2003 verleende bevoegdheden in overeenstemming brengt met de artikelen 290 en 291 VWEU;
-
b)voor de gewone burger de regeling verduidelijkt die van toepassing zal zijn na het einde van de in de artikelen 6, 8 en 16 van Verordening (EG) nr. 998/2003 vastgestelde overgangsregeling en de in artikel 4, lid 1, vastgestelde overgangsperiode.
3.2. Rechtsgrondslag
Het hoofddoel van het voorstel is de bescherming van de dier- en de volksgezondheid.
Aangezien Verordening (EG) nr. 998/2003 was gebaseerd op artikel 37 en artikel 152, lid 4, onder b), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, is het voorstel daarom dienovereenkomstig gebaseerd op artikel 43, lid 2, en artikel 168, lid 4, VWEU.
3.4. Evenredigheidsbeginsel
In overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel gaat deze maatregel niet verder dan hetgeen nodig is voor het bereiken van de doelstelling.
De vorm van de maatregel is een verordening van het Europees Parlement en de Raad die rechtstreeks toepasselijk is in alle lidstaten. Hiermee wordt voorkomen dat de overheden van de lidstaten en de EU kosten moeten maken om de wetgeving in nationale wetgeving om te zetten.
3.5. Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: verordening van het Europees Parlement en de Raad.
Andere middelen zouden niet passend zijn omdat de doelstellingen van de maatregel op de meest efficiënte wijze kunnen worden verwezenlijkt door middel van volledig geharmoniseerde voorschriften (waaronder tijdige inwerkingtreding) in de gehele Unie, die zorgen voor het vrije verkeer van gezelschapsdieren die hun eigenaar vergezellen.
4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.
5. AANVULLENDE INFORMATIE
De voorgestelde handeling moet tot de Europese Economische Ruimte worden uitgebreid, aangezien het een EER-aangelegenheid betreft.
De bepalingen van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt
2012/0039 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, en artikel 168, lid 4, inleidende zin en onder b),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van de wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité5,
Gezien het advies van het Comité van de Regio's6,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Verordening (EG) nr. 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van Richtlijn 92/65/EEG van de Raad
7 zijn de veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer
artikelen 290 en 291 van dat Verdrag. Rekening houdend met het aantal wijzigingen dat in de veterinairrechtelijke voorschriften van Verordening (EG) nr. 998/2003 moet worden aangebracht en om ervoor te zorgen dat zij voldoende duidelijk en toegankelijk zijn voor de gewone burger, moet die verordening worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.
(3) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de vaststelling van volksgezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet- commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten om de risico's die dat verkeer oplevert voor de volksgezondheid of de diergezondheid te voorkomen of tot een minimum te beperken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en daarom beter op het niveau van de Unie kan worden bereikt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag vastgestelde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel vastgestelde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
(4) Deze verordening moet een positieve lijst van diersoorten vaststellen waarvoor geharmoniseerde veterinairrechtelijke voorschriften moeten gelden wanneer dieren van deze soorten als gezelschapsdier worden gehouden en voor niet-commerciële doeleinden worden vervoerd. Bij de opstelling van die lijst moet rekening worden gehouden met hun gevoeligheid voor of hun rol in de epidemiologie van rabiës.
(5) Bij Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt
9, zijn onder meer
veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer in en de invoer van honden, katten en fretten vastgesteld, welke dieren zijn die behoren tot soorten die gevoelig zijn voor rabiës. Omdat die soorten ook als gezelschapsdier worden gehouden en vaak voor niet-commerciële doeleinden met hun eigenaar binnen en naar de Unie worden vervoerd, moeten in deze verordening de veterinairrechtelijke voorschriften worden vastgesteld voor het niet-commerciële verkeer van die soorten naar de lidstaten. Die soorten zijn opgenomen in deel A van bijlage I bij deze verordening.
uitgesloten van de werkingssfeer van Richtlijn 2006/88/EG, alsook amfibieën en reptielen.
(8) Deze lijst moet verder alle soorten vogels omvatten, met uitzondering van pluimvee dat valt onder de werkingsfeer van Richtlijn 92/65/EEG en Richtlijn 2009/158/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer en de invoer uit derde landen van pluimvee en broedeieren
11, alsook knaagdieren en als landbouwhuisdier gehouden
konijnen.
(9) Voor de consistentie van de wetgeving van de Unie is het in afwachting van de vaststelling van voorschriften van de Unie voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van in deel B opgenomen soorten uit derde landen of gebieden naar een lidstaat dienstig dat wordt bepaald dat de bestaande nationale voorschriften voor dergelijk verkeer blijven gelden, mits zij niet stringenter zijn dan die welke worden toegepast op de invoer van die dieren voor commerciële doeleinden.
(10) Daarentegen mogen de lidstaten, onverminderd artikel 3, artikel 9, lid 3, en artikel 10 bis van Richtlijn 92/65/EEG, geen veterinairrechtelijke voorschriften vaststellen voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van in deel B opgenomen soorten uit een lidstaat naar een andere lidstaat, tenzij voorschriften tot regeling van dit verkeer overeenkomstig deze verordening worden vastgesteld.
(11) Omdat dieren van de in deel B opgenomen soorten kunnen behoren tot soorten die een bijzondere bescherming vereisen, moet deze verordening van toepassing zijn onverminderd Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer
12.
(12) Om een duidelijk onderscheid te maken tussen de voorschriften die gelden voor het verkeer voor niet-commerciële doeleinden en voor het handelsverkeer in en de invoer in de Unie uit derde landen van honden, katten en fretten waarop de veterinairrechtelijke voorschriften van Richtlijn 92/65/EEG van toepassing zijn, moet deze verordening niet alleen een definitie geven van een gezelschapsdier maar ook van het niet-commerciële verkeer van dergelijke dieren als verkeer dat direct noch indirect financiële winst oplevert of overdracht van eigendom tot stand brengt of een en ander beoogt.
de vaccinatie tegen rabiës bij als gezelschapsdier gehouden honden en katten die afkomstig waren uit de andere lidstaten en bepaalde derde landen en gebieden.
(14) Afdeling 1 van deel B van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 998/2003 stelt een lijst van de rest van de lidstaten vast, waaronder landen en gebieden die voor de uitvoering van die verordening als deel van die lidstaten worden beschouwd, omdat de nationale voorwaarden voor het verkeer van gezelschapsdieren van toepassing zijn op dieren van de in bijlage I bij die verordening opgenomen soorten, of als vergelijkbaar met lidstaten worden beschouwd wanneer die dieren voor niet-commerciële doeleinden tussen de lidstaten en die landen en gebieden worden vervoerd.
(15) Artikel 355, lid 5, onder c), van het Verdrag en Verordening (EEG) nr. 706/73 van de Raad van 12 maart 1973 betreffende de communautaire regeling voor de Kanaaleilanden en het eiland Man inzake het handelsverkeer in landbouwproducten
13
bepalen dat de veterinaire wetgeving van de Unie van toepassing is op die eilanden, die voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 998/2003 worden behandeld als deel van het Verenigd Koninkrijk.
(16) Met het oog op het einde van de in Verordening (EG) nr. 998/2003 vastgestelde overgangsregeling en voor de duidelijkheid van de wetgeving van de Unie moet de lijst van lidstaten, waaronder Ierland, Malta, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, de gebieden die deel uitmaken van lidstaten en Gibraltar, in bijlage II bij deze verordening worden vastgesteld en moet deze verordening de veterinairrechtelijke voorwaarden verduidelijken die gelden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten uit een andere lidstaat en uit derde landen en gebieden naar een lidstaat.
(17) Verordening (EG) nr. 998/2003 bepaalt ook dat gezelschapsdieren van de in de delen A en B van bijlage I bij die verordening opgenomen soorten gedurende een overgangsperiode als geïdentificeerd moeten worden beschouwd, als zij voorzien zijn van een duidelijk leesbare tatoeage of een elektronisch identificatiesysteem ("transponder"). In deze verordening moeten daarom de voorschriften worden verduidelijkt voor het merken van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I opgenomen soorten, waaronder de vereiste kwalificaties voor degenen die het merken uitvoeren, na het verstrijken van de overgangsperiode op 3 juli 2011.
verkeer van dieren welke die ziekten of infecties kunnen opdoen. Zij moeten regels voor de indeling van de lidstaten of delen daarvan, procedures in het kader waarvan de lidstaten die de toepassing van preventieve gezondheidsmaatregelen vereisen de redenen voor dergelijke maatregelen continu moeten staven, voorwaarden voor de toepassing en documentering van preventieve gezondheidsmaatregelen en, zo nodig, voorwaarden voor de afwijking van de toepassing daarvan omvatten. Er moet daarom ook worden bepaald dat een lijst van lidstaten of delen daarvan, die overeenkomstig de regels voor de indeling van de lidstaten of delen daarvan zijn ingedeeld, moet worden vastgesteld
in een overeenkomstig deze verordening vast te stellen
uitvoeringshandeling.
(20) Het is mogelijk dat vóór de leeftijd van drie maanden aan gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten toegediende rabiësvaccins geen beschermende immuniteit bieden wegens de competitie met antilichamen van de moeder. Bijgevolg bevelen vaccinproducenten aan jonge dieren vóór die leeftijd niet te vaccineren. Om het niet-commerciële verkeer van niet tegen rabiës gevaccineerde jonge dieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten toe te staan, moet deze verordening bepaalde te nemen voorzorgsmaatregelen vaststellen en de lidstaten de mogelijkheid bieden om dat verkeer naar hun grondgebied toe te staan wanneer jonge dieren aan die maatregelen voldoen.
(21) Om de voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten tussen lidstaten met een gelijkwaardige gunstige status ten aanzien van rabiës te vereenvoudigen, moet deze verordening ook voorzien in de mogelijkheid om de voorwaarden vast te stellen voor de afwijking van het voorschrift betreffende de vaccinatie tegen rabiës. Dergelijke maatregelen moeten zijn gebaseerd op gevalideerde wetenschappelijke informatie en worden toegepast op een wijze die evenredig is aan het risico voor de volks- of diergezondheid, dat verbonden is aan het niet-commerciële verkeer van dieren die rabiës kunnen oplopen. Zij moeten regels voor de indeling van de lidstaten of delen daarvan omvatten, alsook procedures volgens welke de lidstaten die de toepassing van de afwijking vereisen, op continue wijze de redenen voor die afwijking moeten staven. Er moet ook worden bepaald dat een lijst van lidstaten die zijn ingedeeld overeenkomstig de regels voor de indeling van de lidstaten of delen daarvan moet worden vastgesteld in een uitvoeringshandeling die overeenkomstig deze verordening moet worden vastgesteld.
landen en gebieden, die onder meer een geldige vaccinatie van de gezelschapsdieren in kwestie tegen rabiës omvatten, uitgevoerd met vaccins die voldoen aan de minimumnormen van het desbetreffende hoofdstuk van het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals (handboek inzake normen voor diagnostische
tests en vaccins voor landdieren) van de
Werelddiergezondheidsorganisatie (OIE) en waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend overeenkomstig Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik
14 of Verordening
(EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau
-
15.Die vaccins hebben bewezen
dat zij doeltreffend zijn voor de bescherming van dieren tegen rabiës en maken deel uit van de geldigheidsvoorschriften voor de vaccinatie tegen rabiës, die zijn vastgesteld in bijlage I ter bij Verordening (EG) nr. 998/2003. Die voorschriften moeten in bijlage IV bij deze verordening moeten worden vastgesteld, zonder dat daarin wezenlijke wijzigingen worden aangebracht.
(24) Verordening (EG) nr. 998/2003 stelt stringentere veterinairrechtelijke voorschriften vast voor het verkeer van gezelschapsdieren naar lidstaten uit andere derde landen en gebieden dan die vermeld in deel C van bijlage II bij die verordening. Die voorschriften omvatten controles op de doeltreffendheid bij afzonderlijke dieren van de vaccinatie tegen rabiës door titrering van de antilichamen in een laboratorium dat is erkend overeenkomstig Beschikking 2000/258/EG van de Raad van 20 maart 2000 houdende aanwijzing van een specifiek instituut dat verantwoordelijk is voor de vaststelling van de criteria die nodig zijn voor de normalisatie van de serologische tests om de doelmatigheid van antirabiësvaccins te controleren
-
16.Die voorschriften
moeten daarom in bijlage V bij deze verordening behouden blijven en er moet een voorwaarde worden opgenomen die bepaalt dat de test moet worden uitgevoerd overeenkomstig de methoden die zijn vastgesteld in het desbetreffende hoofdstuk van het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals van de OIE.
grondgebied na een tijdelijk verblijf in een derde land of gebied toestaan voor gezelschapsdieren die vergezeld gaan van een identificatiedocument dat is afgegeven in een lidstaat, mits wordt voldaan aan de voorwaarden voor de terugkeer uit die landen of gebieden voordat het dier de Unie heeft verlaten.
(27) Deze verordening moet de lidstaten ook de mogelijkheid bieden om, wanneer een urgent vertrek nodig is, de directe toegang tot hun grondgebied toe te staan voor gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten, die niet voldoen aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, mits van tevoren een vergunning wordt aangevraagd en door de lidstaat van bestemming wordt verleend en een in de tijd beperkte quarantaine onder officieel toezicht wordt uitgevoerd om aan die voorwaarden te voldoen. Ondanks de noodzaak van een dergelijk urgent vertrek is een dergelijke vergunning onontbeerlijk wegens de diergezondheidsrisico's die ontstaan door het binnenbrengen in de Unie van een gezelschapsdier dat niet aan de voorwaarden van deze verordening voldoet.
(28) Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt
17 en Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de
beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG
18 zijn niet van toepassing op
veterinaire controles op gezelschapsdieren die reizigers voor niet-commerciële doeleinden vergezellen.
(29) Om de lidstaten in staat te stellen na te gaan of de in deze verordening vastgestelde voorschriften worden nageleefd en de nodige actie te ondernemen, moet deze verordening bepalen dat de persoon die het gezelschapsdier vergezelt, het voorgeschreven identificatiedocument bij niet-commercieel verkeer of binnenkomst in een lidstaat moet voorleggen en voorzien in doelgerichte en aselecte documenten- en overeenstemmingscontroles op gezelschapsdieren die voor niet-commerciële doeleinden van de ene naar de andere lidstaat worden gebracht. Zij moet ook voorschrijven dat de lidstaten op aangewezen punten van binnenkomst systematische documenten- en overeenstemmingscontroles moeten uitvoeren op gezelschapsdieren die voor niet-commerciële doeleinden uit derde landen of gebieden in een lidstaat worden binnengebracht. Bij die controles moet rekening worden gehouden met de relevante beginselen van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn
(31) Om de burger duidelijke en toegankelijke informatie te verschaffen over de voorschriften die gelden voor het niet-commerciële verkeer naar de Unie van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten, moeten de lidstaten worden verplicht om die informatie, met name de relevante bepalingen van de nationale wetgeving, binnen een jaar na de datum van de vaststelling van deze verordening beschikbaar te stellen voor het publiek.
(32) Om te zorgen voor de behoorlijke toepassing van deze verordening moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie aan de Commissie worden gedelegeerd onder naleving van de voorschriften betreffende de voorwaarden voor de afwijking van bepaalde voorwaarden die gelden voor het niet-commerciële verkeer tussen lidstaten met een gelijkwaardige status in verband met rabiës van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten, soortspecifieke voorschriften voor het merken van in deel B van bijlage I opgenomen gezelschapsdieren en soortspecifieke preventieve gezondheidsmaatregelen tegen andere ziekten en infecties dan rabiës die voorkomen bij de in bijlage I vermelde soorten van gezelschapsdieren, alsook om voorschriften vast te stellen tot beperking van het aantal gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten die hun eigenaar bij het niet-commerciële verkeer vergezellen en om de bijlagen II tot en met V te wijzigen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau.
De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van dergelijke gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.
(33) Bovendien moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen volgens de spoedprocedure aan de Commissie worden gedelegeerd in naar behoren gerechtvaardigde gevallen waar risico's voor de volks- en de diergezondheid bestaan ten aanzien van preventieve gezondheidsmaatregelen tegen andere ziekten of infecties dan rabiës die kunnen voorkomen bij gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten.
voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren
20.
(35) De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen tot bijwerking van de lijst van derde landen of gebieden met het oog op de afwijking van bepaalde voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer en met betrekking tot de vrijwaringsmaatregelen bij het uitbreken en de verspreiding van rabiës, wanneer in naar behoren gerechtvaardigde gevallen in verband met de dier- en volksgezondheid dwingende urgente redenen zulks vereisen.
(36) In een aantal lidstaten zijn bepaalde gebreken bij de naleving van de voorschriften van Verordening (EG) nr. 998/2003 geconstateerd. Bijgevolg moeten de lidstaten voorschriften vaststellen voor de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening.
(37) Beschikking 2003/803/EG van de Commissie van 26 november 2003 tot vaststelling van een modelpaspoort voor het intracommunautair verkeer van honden, katten en fretten
21 stelt het modelpaspoort voor het verkeer van gezelschapsdieren van de
soorten honden, katten en fretten tussen de lidstaten vast, als bedoeld in Verordening
(EG)
nr. 998/2003. De overeenkomstig dat modelpaspoort afgegeven
identificatiedocumenten moeten onder bepaalde voorwaarden geldig blijven voor de gehele levensduur van het dier om de administratieve en financiële last voor de eigenaren te beperken.
(38) Uitvoeringsbesluit 2011/874/EU van de Commissie van 15 december 2011 tot vaststelling van de lijst van derde landen en gebieden waaraan een machtiging is verleend voor de invoer van honden, katten en fretten en voor het niet-commerciële verkeer van meer dan vijf honden, katten en fretten naar de Unie en de modelcertificaten voor de invoer en het niet-commerciële verkeer van die dieren naar
de Unie
22 stelt het modelgezondheidscertificaat vast waarin wordt verklaard dat de
voorschriften van Verordening (EG) nr. 998/2003 voor het niet-commerciële verkeer van vijf of minder honden, katten of fretten naar de Unie worden nageleefd. Om de lidstaten de nodige tijd te bieden om zich aan de nieuwe voorschriften van deze verordening aan te passen, moet dat modelcertificaat onder bepaalde voorwaarden geldig blijven,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Deze verordening stelt de veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en de voorschriften voor de controles op dat verkeer vast.
Artikel 2
Toepassingsgebied
-
1.Deze verordening is van toepassing op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten naar een lidstaat uit een andere lidstaat of uit een derde land of gebied.
-
2.Deze verordening is van toepassing onverminderd:
-
b)door de lidstaten genomen maatregelen om het verkeer van bepaalde soorten of rassen van gezelschapsdieren te beperken op grond van andere overwegingen dan die welke betrekking hebben op de diergezondheid.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
-
f)"lidstaten": in bijlage II vermelde landen en gebieden;
-
g)"punt van binnenkomst van de reizigers": door de lidstaten voor de uitvoering van artikel 36, lid 1, aangewezen controlezone.
Artikel 4
Algemene verplichtingen
Het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren die voldoen aan de veterinairrechtelijke voorschriften van deze verordening mag niet worden verboden, beperkt of belemmerd om andere diergezondheidsredenen dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze
verordening.
HOOFDSTUK II
VOORWAARDEN DIE GELDEN VOOR HET NIET-COMMERCIËLE VERKEER
VAN GEZELSCHAPSDIEREN UIT EEN LIDSTAAT NAAR EEN ANDERE
LIDSTAAT
Artikel 5
Voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A
van bijlage I vermelde soorten
Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten mogen niet uit een lidstaat naar een andere lidstaat worden gebracht, tenzij zij:
-
a)actief worden gemerkt overeenkomstig artikel 16, lid 1;
-
b)een vaccinatie tegen rabiës hebben ontvangen die voldoet aan de
geldigheidsvoorschriften van bijlage IV;
-
a)de eigenaar of een natuurlijke persoon die namens of in overeenstemming met de eigenaar optreedt bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat zij in hun geboorteplaats zijn gebleven zonder enig contact met wilde dieren van gevoelige soorten die waarschijnlijk aan rabiës zijn blootgesteld; of
-
b)zij vergezeld gaan van hun moederdier waarvan zij nog steeds afhankelijk zijn en met documenten is aangetoond dat hun moederdier vóór hun geboorte een vaccinatie tegen rabiës heeft ontvangen die voldeed aan de geldigheidsvoorschriften van
bijlage IV.
Artikel 7
Afwijking van de voorwaarde betreffende de vaccinatie tegen rabiës voor gezelschapsdieren
van de in deel A van bijlage I vermelde soorten
-
1.In afwijking van artikel 5, onder b), mag het niet-commerciële verkeer van niet tegen rabiës gevaccineerde gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten worden toegestaan tussen lidstaten of delen daarvan die vrij van rabiës zijn, mits zij aan specifieke voorwaarden voldoen. Om ervoor te zorgen dat de nodige maatregelen worden genomen om het niet-commerciële verkeer in het kader van deze afwijking toe te staan, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 41 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende die specifieke voorwaarden voor de verlening van toestemming voor dergelijk niet-commercieel verkeer.
-
2.De specifieke voorwaarden voor de verlening van toestemming voor niet- commercieel verkeer, als vastgelegd in de overeenkomstig lid 1 vastgestelde gedelegeerde handelingen, worden gebaseerd op adequate, betrouwbare en gevalideerde wetenschappelijke informatie betreffende een beoordeling van de gezondheidsstatus in verband met rabiës in de lidstaten of delen daarvan en worden toegepast op een wijze die evenredig is aan de risico's voor de volks- of de diergezondheid als gevolg van het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten die gevoelig zijn voor rabiës.
uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure
vastgesteld.
Artikel 9
Voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel B
van bijlage I vermelde soorten
-
1.Gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten mogen niet uit een lidstaat naar een andere lidstaat worden gebracht, tenzij zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
-
a)zij worden gemerkt of beschreven, als vastgesteld in artikel 16, lid 2;
-
b)zij voldoen aan de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës, als vastgesteld in artikel 18, lid 1;
-
c)zij gaan vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is
afgegeven:
-
i)overeenkomstig artikel 28;
-
ii)in de in artikel 30 vastgestelde vorm.
-
2.De in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn van toepassing vanaf de datum van toepassing van de desbetreffende gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, als vastgesteld in artikel 16, lid 2, artikel 18, lid 1, en artikel 30.
HOOFDSTUK III
VOORWAARDEN DIE GELDEN VOOR HET NIET-COMMERCIËLE VERKEER
VAN GEZELSCHAPSDIEREN UIT EEN DERDE LAND OF GEBIED NAAR EEN
-
i)uit hoofde van artikel 18, lid 1, van deze verordening; of
-
ii)vastgesteld overeenkomstig artikel 5, lid 1, tweede alinea, van Verordening
(EG) nr. 998/2003;
-
e)vergezeld gaan van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 24.
Artikel 11
Afwijking van de voorwaarde betreffende de vaccinatie tegen rabiës voor jonge
gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten
-
1.In afwijking van artikel 10, onder b), mogen de lidstaten het niet-commerciële verkeer uit in de overeenkomstig artikel 13 vastgestelde uitvoeringshandelingen vermelde derde landen of gebieden naar hun grondgebied toestaan voor gezelschapsdieren die minder dan drie maanden oud zijn en niet tegen rabiës zijn gevaccineerd, mits zij vergezeld gaan van hun naar behoren ingevuld en overeenkomstig artikel 24 afgegeven identificatiedocument en:
-
a)de eigenaar of een natuurlijke persoon die namens of in overeenstemming met de eigenaar optreedt, bewijsmateriaal verstrekt waaruit blijkt dat zij in hun geboorteplaats zijn gebleven zonder enig contact met wilde dieren van gevoelige soorten die waarschijnlijk aan rabiës zijn blootgesteld; of
-
b)zij vergezeld gaan van hun moederdier waarvan zij nog steeds afhankelijk zijn en met documenten is aangetoond dat hun moederdier vóór hun geboorte een vaccinatie
tegen rabiës heeft ontvangen die voldeed aan de
geldigheidsvoorschriften van bijlage IV.
rabiës gevoelige soorten en beveiligd zijn gebleven binnen een vervoermiddel of binnen de grenzen van een internationale luchthaven.
Artikel 13
Vaststelling van een lijst van derde landen of gebieden voor de uitvoering van artikel 12
-
1.De Commissie stelt uiterlijk [in te voegen datum: een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ] door middel van een uitvoeringshandeling een lijst van derde landen of gebieden vast, die hebben aangetoond dat zij voorschriften toepassen die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld in hoofdstuk II, dit hoofdstuk en afdeling 2 van hoofdstuk VI voor dieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten.
-
2.De Commissie stelt uiterlijk [in te voegen datum: een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ] door middel van een uitvoeringshandeling een lijst van derde landen of gebieden vast, die hebben aangetoond dat zij voor dieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten ten minste aan de volgende criteria voldoen:
-
a)de kennisgeving van gevallen van rabiës aan de bevoegde autoriteiten is verplicht;
-
b)er bestaat sinds ten minste twee jaar een efficiënt monitoring- en rapportagesysteem,
-
c)de structuur en de organisatie van hun veterinaire diensten zijn toereikend om de geldigheid van de in artikel 26 vastgestelde en overeenkomstig artikel 24 afgegeven diergezondheidscertificaten te garanderen;
-
d)er zijn maatregelen voor de preventie en de bestrijding van rabiës uitgevoerd, waaronder voorschriften voor de invoer van gezelschapsdieren in deze derde landen of gebieden;
-
a)zij worden gemerkt of beschreven zoals vastgesteld in artikel 16, lid 2;
-
b)zij voldoen aan de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës, als vastgesteld in artikel 18, lid 1;
-
c)zij gaan vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is
afgegeven:
-
i)overeenkomstig artikel 28;
-
ii)in de in artikel 33 vastgestelde vorm.
-
2.De in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn van toepassing vanaf de datum van toepassing van de desbetreffende gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, als vastgesteld in artikel 16, lid 2, artikel 18, lid 1, en artikel 33.
-
3.In afwachting van de vaststelling van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen blijven de nationale voorschriften van toepassing, mits die
voorschriften:
-
a)worden toegepast op een wijze die evenredig is aan het risico voor de volks- of diergezondheid in verband met het niet-commerciële verkeer van de gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten;
-
b)niet stringenter zijn dan die welke worden toegepast op de invoer van dieren van die soorten overeenkomstig Richtlijn 92/65/EEG.
Artikel 15
Afwijking van de voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer tussen bepaalde landen
van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten
In afwijking van de artikelen 10 en 14 mag het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren tussen de volgende landen blijven doorgaan onder de voorwaarden van hun nationale voorschriften:
HOOFDSTUK IV
HET MERKEN EN PREVENTIEVE GEZONDHEIDSMAATREGELEN
AFDELING 1
HET MERKEN
Artikel 16
Merken van gezelschapsdieren
-
1.Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten worden actief gemerkt door het inplanten van een transponder die aan de technische voorschriften van bijlage III voldoet of door een duidelijk leesbare tatoeage die vóór 3 juli 2011 is aangebracht.
Wanneer een gezelschapsdier wordt gemerkt met een transponder die niet voldoet aan de technische voorschriften van bijlage III, verstrekt de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens of in overeenstemming met de eigenaar optreedt, de nodige middelen om die transponder bij controle van de identiteit af te lezen, als vastgesteld in artikel 20, lid 2, artikel 24, lid 2, artikel 35 en artikel 36, lid 1.
-
2.Gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten worden gemerkt of beschreven, waarbij zodanig met de specifieke kenmerken van elke soort rekening wordt gehouden dat een ondubbelzinnige band wordt gelegd tussen het gezelschapsdier en zijn overeenkomstig identificatiedocument.
Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de soorten in deel B van bijlage I wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 41 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende dergelijke soortspecifieke voorschriften voor het merken of beschrijven van die gezelschapsdieren.
Artikel 17
Vereiste kwalificaties voor het inplanten van transponders in gezelschapsdieren
gedelegeerde handelingen betreffende soortspecifieke preventieve
gezondheidsmaatregelen voor dergelijke ziekten of infecties vast te stellen.
Wanneer bij risico's voor de volks- of diergezondheid dwingende urgente redenen dat vereisen, is de in artikel 42 vastgestelde procedure van toepassing op overeenkomstig dit lid vastgestelde gedelegeerde handelingen.
-
2.De soortspecifieke preventieve gezondheidsmaatregelen die worden toegestaan door een overeenkomstig lid 1 vastgestelde gedelegeerde handeling, worden gebaseerd op adequate, betrouwbare en gevalideerde wetenschappelijke informatie en toegepast op een wijze die evenredig is aan het risico voor de volks- en de diergezondheid als gevolg van het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten die gevoelig zijn voor andere ziekten of infecties dan rabiës.
-
3.Voor hetzelfde doel kunnen de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen ook
omvatten:
-
a)voorschriften voor de indeling van de lidstaten of delen daarvan, afhankelijk van hun diergezondheidsstatus en hun surveillance- en rapportagesystemen in verband met bepaalde andere ziekten of infecties dan rabiës;
-
b)de voorwaarden waaraan de lidstaten moeten voldoen om in aanmerking te blijven komen voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde preventieve
gezondheidsmaatregelen;
-
c)de voorwaarden voor het toepassen en documenteren van de in lid 2 bedoelde preventieve gezondheidsmaatregelen vóór het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten;
HOOFDSTUK V
IDENTIFICATIEDOCUMENTEN
AFDELING 1
IDENTIFICATIEDOCUMENTEN VOOR HET NIET-COMMERCIËLE VERKEER NAAR EEN
LIDSTAAT UIT EEN ANDERE LIDSTAAT VAN GEZELSCHAPSDIEREN VAN DE IN DEEL A VAN
BIJLAGE I VERMELDE SOORTEN
Artikel 20
Afgifte van het identificatiedocument
-
1.Het in artikel 5, onder d), bedoelde identificatiedocument:
-
a)wordt afgegeven door een daartoe door de bevoegde autoriteit gemachtigde dierenarts;
-
b)documenteert de naleving van de voorschriften die zijn vastgesteld in artikel 5, onder a), b), en c), en, indien van toepassing, artikel 27, onder b), ii); de naleving van de voorschriften kan worden gedocumenteerd in meer dan een identificatiedocument in de in artikel 22, lid 1, vastgestelde vorm.
-
2.De naleving van de in artikel 5, onder a), vastgestelde voorschriften voor het merken van gezelschapsdieren wordt gecontroleerd voordat:
-
a)het identificatiedocument wordt afgegeven overeenkomstig lid 1, onder a);
-
b)de naleving van de in lid 1, onder b), bedoelde voorschriften wordt
gedocumenteerd.
Artikel 21
Door het identificatiedocument te verstrekken informatie
-
1.Het in artikel 5, onder d), bedoelde identificatiedocument verstrekt de volgende
-
f)andere relevante informatie betreffende de beschrijving en de
gezondheidsstatus van het dier.
-
2.De dierenarts die het identificatiedocument afgeeft, registreert de in lid 1, onder a)
en b), bedoelde informatie en bewaart die informatie gedurende ten minste 10 jaar na de datum van afgifte van het identificatiedocument.
Artikel 22
Vorm van het identificatiedocument
-
1.Het in artikel 5, onder d), bedoelde identificatiedocument heeft de vorm van een paspoort overeenkomstig het model dat door de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling moet worden vastgesteld en bevat rubrieken voor de invulling van
de overeenkomstig artikel 21, lid 1, vereiste informatie. Die
uitvoeringshandeling wordt overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uiterlijk vastgesteld op [in te vullen datum : drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ].
-
2.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling stelt voorschriften vast betreffende de talen en de opmaak van het in dat lid bedoelde paspoort.
-
3.Het in lid 1 bedoelde paspoort is voorzien van een nummer, bestaande uit de ISO- code van de lidstaat van afgifte, gevolgd door een eenduidige alfanumerieke code.
Artikel 23
Afwijking van de vorm van het in artikel 22, lid 1, bedoelde identificatiedocument
-
1.In afwijking van artikel 22, lid 1, staan de lidstaten het niet-commerciële verkeer naar een lidstaat uit een andere lidstaat van gezelschapsdieren toe, die vergezeld gaan van een voor de uitvoering van artikel 10, onder e), afgegeven identificatiedocument:
-
a)wordt afgegeven door:
-
i)een officiële dierenarts van het derde land van verzending op grond van bewijsstukken; of
-
ii)een dierenarts die door de bevoegde autoriteit van het derde land van verzending daartoe is gemachtigd, waarna het door de bevoegde autoriteit wordt bekrachtigd;
-
b)documenteert de naleving van de in artikel 10, onder a) tot en met d), vastgestelde voorschriften.
-
2.De naleving van de in artikel 10, onder a), vastgestelde voorschriften voor het merken van gezelschapsdieren wordt gecontroleerd voordat:
-
a)het identificatiedocument wordt afgegeven overeenkomstig lid 1;
-
b)de naleving van de in artikel 10, onder b), c) en d), bedoelde voorschriften wordt gedocumenteerd.
Artikel 25
Door het identificatiedocument te verstrekken informatie
-
1.Het in artikel 10, onder e), bedoelde identificatiedocument verstrekt de volgende
informatie:
-
a)plaats, datum van aanbrenging en alfanumerieke code die door de transponder of de tatoeage wordt weergegeven;
-
b)naam en adres van de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt;
Artikel 26
Vorm van het identificatiedocument
-
1.Het in artikel 10, onder e), bedoelde identificatiedocument heeft de vorm van een diergezondheidscertificaat overeenkomstig het model dat door de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling moet worden vastgesteld en bevat rubrieken voor de invulling van de overeenkomstig artikel 25, lid 1, vereiste informatie. Die uitvoeringshandeling wordt overeenkomstig de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uiterlijk vastgesteld op [in te vullen datum : drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ].
-
2.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandeling stelt voorschriften vast betreffende de talen, de opmaak en de geldigheid van het in dat lid bedoelde diergezondheidscertificaat.
Artikel 27
Afwijking van de vorm van het identificatiedocument
In afwijking van artikel 26, lid 1, staan de lidstaten het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren toe, die vergezeld gaan van het identificatiedocument in de in artikel 22, lid 1, bedoelde vorm, wanneer:
-
a)het identificatiedocument is afgegeven in een van de derde landen of gebieden die vermeld worden in de overeenkomstig artikel 13, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandeling; of
-
b)dergelijke gezelschapsdieren na een tijdelijke overbrenging naar of doorvoer door een derde land of gebied uit een lidstaat, in een lidstaat worden binnengebracht en een door de bevoegde autoriteit gemachtigde dierenarts heeft gedocumenteerd dat de gezelschapsdieren, voordat zij de Unie hebben verlaten:
-
2.De naleving van de in artikel 9, lid 1, onder a), vastgestelde voorschriften voor het merken of beschrijven van gezelschapsdieren wordt gecontroleerd voordat:
-
a)het identificatiedocument wordt afgegeven overeenkomstig lid 1, onder a);
-
b)de in artikel 9, lid 1, onder a), b) en c), vastgestelde voorschriften worden gedocumenteerd overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder c).
Artikel 29
Door het identificatiedocument te verstrekken informatie
Het in artikel 9, lid 1, onder c), bedoelde identificatiedocument verstrekt de volgende
informatie:
-
a)de kenmerken van het merk of de beschrijving van het dier, als vastgesteld in artikel 16, lid 2;
-
b)naam, adres en handtekening van de eigenaar;
-
c)zo nodig, bijzonderheden van de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës, als vastgesteld in artikel 18, lid 1;
-
d)andere relevante informatie betreffende de beschrijving en de gezondheidsstatus van
het dier.
Artikel 30
Vorm van het identificatiedocument
-
1.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een model voor het in artikel 9, lid 1, onder c), bedoelde identificatiedocument vast, dat rubrieken bevat voor de invulling van de overeenkomstig artikel 29 vereiste informatie. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
-
ii)een dierenarts die door de bevoegde autoriteit daartoe is gemachtigd, waarna het door de bevoegde autoriteit wordt bekrachtigd;
-
b)documenteert de naleving van artikel 14, lid 1, onder a), b) en c).
-
2.De naleving van de in artikel 14, lid 1, onder a), vastgestelde voorschriften voor het merken of beschrijven van gezelschapsdieren wordt gecontroleerd voordat:
-
a)het identificatiedocument wordt afgegeven overeenkomstig lid 1, onder a);
-
b)de in artikel 14, lid 1, onder a), b) en c), vastgestelde voorschriften worden gedocumenteerd overeenkomstig artikel 18, lid 3, onder c).
Artikel 32
Door het identificatiedocument te verstrekken informatie
-
1.Het in artikel 14, lid 1, onder c), bedoelde identificatiedocument verstrekt de volgende informatie:
-
a)de kenmerken van het merk of de beschrijving van het dier, als vastgesteld in artikel 16, lid 2;
-
b)naam en adres van de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt;
-
c)zo nodig, bijzonderheden van de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës, als vastgesteld in artikel 18, lid 1;
-
d)andere relevante informatie betreffende de beschrijving en de
gezondheidsstatus van het dier.
-
2.Het in artikel 14, lid 1, onder c), bedoelde identificatiedocument wordt aangevuld met een schriftelijke verklaring, ondertekend door de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt, waarin staat dat het gezelschapsdier voor niet-commerciële doeleinden in de Unie wordt
HOOFDSTUK VI
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
AFDELING 1
AFWIJKING VOOR DIRECT NIET-COMMERCIEEL VERKEER VAN GEZELSCHAPSDIEREN NAAR
LIDSTATEN
Artikel 34
Afwijking van de voorwaarden van de artikelen 5, 9, 10 en 14
-
1.In afwijking van de in de artikelen 5, 9, 10 en 14 vastgestelde voorwaarden mogen de lidstaten het verkeer voor niet-commerciële doeleinden naar hun grondgebied van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten, die niet voldoen aan de in die artikelen vastgestelde voorwaarden, toestaan mits:
-
a)door de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt een eerdere aanvraag voor een vergunning is ingediend en de lidstaat van bestemming een dergelijke vergunning heeft verleend;
-
b)de gezelschapsdieren gedurende de tijd die nodig is om aan die voorwaarden te voldoen (maximaal zes maanden) in quarantaine worden geplaatst:
-
i)op een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde plaats;
-
ii)overeenkomstig de in de vergunning voorgeschreven regelingen.
-
2.De in lid 1, onder a), bedoelde vergunning kan een machtiging tot doorvoer door een andere lidstaat omvatten, mits de lidstaat van doorvoer zijn voorafgaande toestemming aan de lidstaat van bestemming heeft verleend.
AFDELING 2
ALGEMENE VOORWAARDEN BETREFFENDE DE NALEVING VAN DE VOORSCHRIFTEN
derde land of gebied op verzoek van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de in lid 1 van dit artikel vastgestelde controles:
-
a)het identificatiedocument overleggen dat aantoont dat wordt voldaan aan de voorschriften voor dergelijk verkeer in de vorm die is vastgesteld in:
-
i)artikel 22, lid 1; of
-
ii)artikel 23, lid 1;
-
b)het gezelschapsdier ter beschikking stellen voor die controles.
Artikel 36
Uit te voeren documenten-, overeenstemmings- en fysieke controles op het niet-
commerciële verkeer naar een lidstaat uit een derde land of gebied
-
1.Het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat uit een ander derde land of gebied dan die welke zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 13, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandeling wordt op het punt van binnenkomst van de reizigers onderworpen aan documenten- en overeenstemmingscontroles, en zo nodig fysieke controles, door de bevoegde autoriteit.
-
2.De eigenaar of een natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt, moet bij binnenkomst in een lidstaat uit een ander derde land of gebied dan die welke zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 13, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandeling op verzoek van de in lid 1 bedoelde bevoegde
autoriteit:
-
a)het identificatiedocument overleggen dat aantoont dat wordt voldaan aan de voorschriften voor dergelijk verkeer in de vorm die is vastgesteld in:
-
i)artikel 10, onder e); of
-
ii)artikel 27, onder b).
Artikel 37
Acties wanneer uit de in de artikelen 35 en 36 bedoelde controles blijkt dat niet aan de
voorschriften wordt voldaan
-
1.Wanneer uit de in de artikelen 35 en 36 bedoelde controles blijkt dat een gezelschapsdier niet voldoet aan de voorwaarden van de hoofdstukken II en III, besluit de bevoegde autoriteit in overleg met de officiële dierenarts om:
-
a)het gezelschapsdier terug te sturen naar zijn land of gebied van verzending, of
-
b)het gezelschapsdier op kosten van de eigenaar onder officieel toezicht te isoleren gedurende de tijd die nodig is om te voldoen aan de in de hoofdstukken II en III vastgestelde voorwaarden, of
-
c)het gezelschapsdier te laten inslapen zonder financiële vergoeding aan de eigenaar of de natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt, wanneer de terugkeer van het dier niet mogelijk of isolatie
niet praktisch is.
-
2.Wanneer het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar de Unie door de bevoegde autoriteit wordt geweigerd, worden zij onder officiële controle gehuisvest
in afwachting van:
-
a)hun terugkeer naar hun land of gebied van verzending; of
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 43, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Wanneer er naar behoren gerechtvaardigde, dwingende urgente redenen bestaan om een ernstig risico voor de volks- en de diergezondheid in te perken of aan te pakken, stelt de Commissie onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast overeenkomstig de in artikel 43, lid 3, bedoelde procedure.
Artikel 39
Informatieverplichtingen
-
1.Uiterlijk [in te voegen datum: een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ] verstrekken de lidstaten het publiek duidelijke en gemakkelijk toegankelijke informatie over het volgende:
-
a)de vereiste kwalificaties voor inplanting van de transponder, als bedoeld in artikel 17;
-
b)de toestemming tot afwijking van de voorwaarde betreffende de vaccinatie tegen rabiës van jonge gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten, als bedoeld in de artikelen 6 en 11;
-
c)de voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer naar hun grondgebied van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten:
-
i)die niet voldoen aan de artikelen 5, 9, 10 en 14;
-
ii)die afkomstig zijn uit bepaalde landen en gebieden onder door hun nationale voorschriften vastgestelde voorwaarden, als bedoeld in artikel 15;
AFDELING 3
PROCEDURELE BEPALINGEN
Artikel 40
Werkingssfeer van de gedelegeerde handelingen
-
1.Om rekening te houden met de technische vooruitgang, de wetenschappelijke ontwikkelingen en de bescherming van de volksgezondheid of de gezondheid van gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 41 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen II tot en met V bij deze verordening te wijzigen.
-
2.Om te vermijden dat commercieel verkeer van gezelschapsdieren op frauduleuze wijze als niet-commercieel verkeer wordt voorgedaan, wordt de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 41 gedelegeerde handelingen vast te stellen voor voorschriften ter beperking van het aantal gezelschapsdieren van de in bijlage I vermelde soorten dat de eigenaar of een natuurlijke persoon die namens en in overeenstemming met de eigenaar optreedt, bij elk geval van niet-commercieel verkeer vergezelt.
Artikel 41
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
-
1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.
-
2.De delegatie van de in artikel 7, lid 1, artikel 16, lid 2, tweede alinea, artikel 18, lid 1, eerste alinea, en artikel 40 bedoelde bevoegdheid wordt aan de Commissie voor onbepaalde tijd verleend met ingang van (*).
(*) Datum van inwerkingtreding van de basiswetgevingshandeling of een andere door de wetgever vastgestelde datum.
daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 42
Spoedprocedure
-
1.Overeenkomstig dit artikel vastgestelde gedelegeerde handelingen treden onverwijld in werking en zijn van toepassing zolang geen bezwaar wordt gemaakt overeenkomstig lid 2. In de kennisgeving van de gedelegeerde handeling aan het Europees Parlement en de Raad wordt vermeld om welke redenen gebruik wordt gemaakt van de spoedprocedure.
-
2.Het Europees Parlement of de Raad kan overeenkomstig de in artikel 41, lid 5, bedoelde procedure bezwaar maken tegen een gedelegeerde handeling. In dat geval trekt de Commissie de handeling onverwijld in na de kennisgeving van het besluit waarbij het Europees Parlement of de Raad bezwaar maakt.
Artikel 43
Comitéprocedure
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 58 van Verordening (EG)
nr. 178/2002 ingestelde Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU)
nr. 182/2011.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Wanneer het advies van het comité volgens de schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die procedure zonder resultaat beëindigd als, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe beslist of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.
HOOFDSTUK VII
OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 45
Intrekking
-
1.Verordening (EG) nr. 998/2003 wordt ingetrokken met ingang van [in te voegen
datum: een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening ].
Verwijzingen in deze verordening naar de lijst in de overeenkomstig artikel 13, lid 1 of 2, vastgestelde uitvoeringshandeling worden tot de inwerkingtreding van die uitvoeringshandeling beschouwd als verwijzingen naar de in afdeling 2 van deel B of in deel C van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 998/2003 vastgestelde lijst van derde landen en gebieden.
-
2.Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de in bijlage VI opgenomen
concordantietabel.
Artikel 46
Overgangsmaatregelen betreffende de identificatiedocumenten
-
1.In afwijking van artikel 22, lid 1, wordt het identificatiedocument geacht aan deze verordening te voldoen, wanneer:
-
a)het is opgesteld overeenkomstig het bij Beschikking 2003/803/EG vastgestelde modelpaspoort;
-
b)het is afgegeven uiterlijk een jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomstig artikel 22, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandeling.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, op
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
BIJLAGE I
Soorten gezelschapsdieren
DEEL A
Honden (Canis lupus familiaris ) Katten (Felis silvestris catus) Fretten (Mustela putorius furo)
DEEL B
Ongewervelde dieren (met uitzondering van bijen en hommels die onder de werkingssfeer van Richtlijn 92/65/EEG vallen en week- en schaaldieren die onder de werkingssfeer van Richtlijn 2006/88/EG vallen)
In niet-commerciële aquaria gekweekte waterdieren voor sierdoeleinden (uitgesloten van de werkingssfeer van Richtlijn 2006/88/EG) Amfibieën Reptielen
Vogels: alle soorten vogels met uitzondering van pluimvee dat onder de werkingssfeer van de Richtlijnen 92/65/EEG en 2009/158/EG valt
Zoogdieren: knaagdieren en als landbouwhuisdier gehouden konijnen.
BIJLAGE II
Lijst van de lidstaten, als omschreven in artikel 3, onder f)
Landcode Land Inbegrepen gebieden
BE België
BG Bulgarije
CZ Tsjechië
DK Denemarken Faeröer en Groenland
DE Duitsland
EE Estland
IE Ierland
EL Griekenland
ES Spanje Balearen, Canarische eilanden, Ceuta en Melilla
FR Frankrijk Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique en Réunion
IT Italië
CY Cyprus
LV Letland
LT Litouwen
LU Luxemburg
HU Hongarije
MT Malta
NL Nederland
AT Oostenrijk
PL Polen
BIJLAGE III
Technische voorschriften voor transponders
De transponder is een passief read-only radiofrequentie-identificatiemiddel
-
a)dat voldoet aan ISO-norm 11784 en gebruikmaakt van HDX- of FDX-B-technologie;
BIJLAGE IV
Geldigheidsvoorschriften voor vaccinaties tegen rabiës
-
1.Het vaccin tegen rabiës moet:
-
a)een ander dan een levend gemodificeerd vaccin zijn en onder een van de volgende categorieën vallen:
-
i)een geïnactiveerd vaccin met ten minste één antigeneenheid per dosis (aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie); of
-
ii)een recombinant vaccin dat de immuniserende glycoproteïne van het rabiësvirus in een levende virusvector tot expressie brengt;
-
b)wanneer het wordt toegediend in een lidstaat, een vergunning voor het in de handel brengen hebben verkregen overeenkomstig:
-
i)artikel 5 van Richtlijn 2001/82/EG, of
-
ii)artikel 3 van Verordening (EG) nr. 726/2004;
-
c)wanneer het wordt toegediend in een derde land, een goedkeuring of een licentie van de bevoegde autoriteit hebben ontvangen en ten minste voldoen aan de voorschriften die zijn vastgesteld in het relevante deel van het hoofdstuk betreffende rabiës in het Manual of Diagnostic Tests and Vaccines for Terrestrial Animals van de Werelddiergezondheidsorganisatie.
-
2.Een vaccinatie tegen rabiës moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
-
a)het vaccin is toegediend door een daartoe door de bevoegde autoriteit gemachtigde dierenarts;
-
voorgeschreven in de technische specificatie van de in punt 1, onder b), bedoelde vergunning of de in punt 1, onder c), bedoelde goedkeuring of licentie voor het vaccin tegen rabiës in de lidstaat of het derde land of gebied waar het vaccin wordt toegediend;
BIJLAGE V
Geldigheidsvoorschriften voor de titreringstest op rabiësantilichamen
-
1.De verzameling van het bloedmonster voor de uitvoering van de titreringstest op rabiësantilichamen moet worden uitgevoerd en gedocumenteerd door een door de bevoegde autoriteit daartoe gemachtigde dierenarts in de desbetreffende rubriek van het identificatiedocument in de in artikel 22, lid 1, of artikel 26, lid 1, vastgestelde vorm.
-
2.De titreringstest op rabiësantilichamen moet:
-
a)worden uitgevoerd op een monster dat is verzameld ten minste 30 dagen na de vaccinatiedatum, en
-
i)niet minder dan drie maanden vóór de datum van:
-
-het niet-commerciële verkeer uit een ander derde land of gebied dan die welke zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 13 vastgestelde uitvoeringshandelingen, of
-
-de doorvoer door een dergelijk derde land of gebied waar niet aan de voorwaarden van artikel 12, onder b), wordt voldaan;
of
-
ii)voordat het dier de Unie heeft verlaten om overgebracht te worden naar of doorgevoerd te worden door een ander derde land of gebied dan die welke zijn opgenomen in de overeenkomstig artikel 13 vastgestelde uitvoeringshandelingen; het identificatiedocument in de in artikel 22, lid 1, vastgestelde vorm moet bevestigen dat vóór de datum van het niet- commerciële verkeer een titreringstest op rabiësantilichamen met gunstig resultaat is uitgevoerd;
BIJLAGE VI
Concordantietabel
[bedoeld in artikel 45, lid 2]
Verordening (EG) nr. 998/2003 Deze verordening
Artikel 1 Artikel 1
Artikel 2, eerste alinea Artikel 2, lid 1
Artikel 2, tweede alinea Artikel 2, lid 2, onder a)
Artikel 2, derde alinea Artikel 2, lid 2, onder b)
Artikel 3, onder a) Artikel 3, onder b)
Artikel 3, onder b) Artikel 3, onder e)
Artikel 3, onder c) Artikel 3, onder a)
Artikel 4, lid 1, eerste alinea, inleidende zin ---
Artikel 4, lid 1, eerste alinea, onder a) en b) Artikel 16, lid 1, eerste alinea
Artikel 4, lid 1, tweede alinea Artikel 16, lid 1, tweede alinea
Artikel 4, lid 2 Artikel 21, lid 1, onder b)
Artikel 4, lid 3 ---
Artikel 4, lid 4 ---
Artikel 5, lid 1, onder a) Artikel 5, onder a)
Artikel 5, lid 1, onder b), inleidende zin Artikel 5, onder d)
Artikel 5, lid 1, onder b), i) Artikel 5, onder b)
Artikel 5, lid 1, onder b), ii) Artikel 5, onder c)
Artikel 5, lid 1, tweede alinea Artikel 18
Artikel 5, lid 2 Artikel 6
Artikel 6 ---
Artikel 7 Artikel 9, artikel 14, artikel 30, lid 1, en artikel 40
Artikel 11, eerste zin Artikel 39, lid 1
Artikel 11, tweede zin Artikel 36, lid 3, onder a)
Artikel 12, eerste alinea Artikel 36, lid 1
Artikel 12, tweede alinea Artikel 36, lid 4
Artikel 13 Artikel 36, lid 3, en artikel 39, lid 1, onder d)
Artikel 14, eerste alinea Artikel 35, lid 2, en artikel 36, lid 2
Artikel 14, tweede alinea Artikel 16, lid 1, tweede alinea
Artikel 14, derde alinea Artikel 37, lid 1
Artikel 14, vierde alinea Artikel 37, lid 2
Artikel 15 Bijlage V, punt 2, onder c)
Artikel 16 ---
Artikel 17, eerste alinea ---
Artikel 17, tweede alinea Artikel 22, lid 1
Artikel 18, eerste alinea ---
Artikel 18, tweede alinea Artikel 38
Artikel 19 Artikel 13, artikel 40, en artikel 43, lid 2
Artikel 19 bis, leden 1 en 2 Artikel 40, lid 1
Artikel 19 bis, lid 3 ---
Artikel 19 ter, lid 1 Artikel 41, leden 1 en 2
Artikel 19 ter, lid 2 Artikel 41, lid 4
Artikel 19 ter, lid 3 ---
Artikel 19 quater, leden 1 en 3 Artikel 41, lid 3
Artikel 19 quater, lid 2 ---
Artikel 19 quinquies, leden 1 en 2 Artikel 41, lid 5
Artikel 19 quinquies, lid 3 ---
--- Artikel 16, lid 2
--- Artikel 17
--- Artikel 19
--- Artikel 20
--- Artikel 21, lid 1, onder a), en onder c) tot en met f), en artikel 21, lid 2
--- Artikel 22, lid 2
--- Artikel 23
--- Artikel 24
--- Artikel 25, lid 1, onder a), en onder c) tot en met f), en artikel 25, lid 2
--- Artikel 26, lid 2
--- Artikel 27
--- Artikel 28
--- Artikel 29
--- Artikel 24
--- Artikel 25
--- Artikel 26
--- Artikel 27
--- Artikel 28
--- Artikel 29
--- Artikel 30, lid 2
--- Artikel 31
--- Artikel 32
--- Artikel 33, lid 2
--- Artikel 34
| publicatiedatum | 06-03-2012 |
|---|---|
| kenmerk | 7326/12 |
