EUROPESE UNIE
HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD
-
Brussel, 26 april 2012
(OR. en)
2011/0283 (COD) PE-CONS 15/12
FSTR 21 FC 14 REGIO 35 SOC 217 CADREFIN 155 FIN 220 CODEC 749 OC 150
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft:
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) nr. .../2012 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit
GEMEENSCHAPPELIJKE RICHTSNOEREN Aanvraagtermijn overleg voor Kroatië: 8.5.2012
VERORDENING (EU) Nr. .../2012
VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad,
wat betreft sommige bepalingen betreffende risicodelingsinstrumenten voor lidstaten
die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden
ten aanzien van hun financiële stabiliteit
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 177,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De ongekende wereldwijde financiële crisis en economische neergang hebben de
economische groei en de financiële stabiliteit ernstig geschaad en een sterke verslechtering
van de financiële, economische en sociale omstandigheden in verschillende lidstaten tot
gevolg gehad.
(2) Hoewel reeds belangrijke maatregelen zijn genomen om de negatieve effecten van de crisis
op te vangen, waaronder wijzigingen van het wetgevend kader, doen de gevolgen van de
financiële crisis voor de reële economie, de arbeidsmarkt en de burgers zich op grote
schaal voelen.
(3) Krachtens artikel 122, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
Unie, dat de mogelijkheid biedt financiële bijstand van de Unie te verlenen in geval van
moeilijkheden of ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die onder meer
worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan
beheersen, is bij Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad1 een Europees financieel
stabilisatiemechanisme ingesteld dat tot doel heeft de financiële stabiliteit van de Unie te
(4) Bij Uitvoeringsbesluit 2011/77/EU van de Raad1 en Uitvoeringsbesluit 2011/344/EU van
de Raad2 is respectievelijk aan Ierland en aan Portugal financiële bijstand krachtens
Verordening (EU) nr. 407/2010 verleend.
(5) Griekenland had reeds vóór de inwerkingtreding van Verordening (EU) nr. 407/2010 te
kampen met ernstige moeilijkheden ten aanzien van zijn financiële stabiliteit. Daarom kon
de financiële bijstand aan Griekenland niet op die verordening worden gebaseerd.
(6) Het akkoord tussen de kredietverstrekkers en de leningsovereenkomst voor Griekenland
die op 8 mei 2010 werden ondertekend, zijn op 11 mei 2010 van kracht geworden. Het
akkoord tussen de kredietverstrekkers moet onverminderd van kracht blijven gedurende
een programmaperiode van drie jaar en zolang er bedragen uitstaan in het kader van de
leningsovereenkomst.
(7) Verordening (EG) nr. 332/2002 van de Raad van 18 februari 2002 houdende instelling van
een mechanisme voor financiële ondersteuning op middellange termijn van de betalings-
balansen van de lidstaten3 bepaalt dat de Raad wederzijdse bijstand dient te verlenen
wanneer een lidstaat die niet deelneemt aan de euro ernstige moeilijkheden ondervindt of
dreigt te ondervinden ten aanzien van de betalingsbalans.
(8) Bij Beschikking 2009/102/EG van de Raad1 en Beschikking 2009/459/EG van de Raad2 is
financiële bijstand krachtens Verordening (EG) nr. 332/2010 aan respectievelijk Hongarije
en Roemenië verleend.
(9) Op 11 juli 2011 hebben de ministers van Financiën van de 17 lidstaten van de eurozone het
Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) ondertekend. Na de
besluiten van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone van 21 juli en
9 december 2011 werd het verdrag gewijzigd om de doeltreffendheid van het mechanisme
te verbeteren, en werd het op 2 februari 2012 ondertekend. Krachtens dat verdrag zal het
ESM tegen 2013 de taken op zich nemen die momenteel worden uitgevoerd door de
Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit en het Europees financieel stabilisatie-
mechanisme. Derhalve dient in deze verordening met het ESM rekening te worden
gehouden.
(10) In zijn conclusies van 23 en 24 juni 2011 verwelkomde de Europese Raad het voornemen
van de Commissie om te zorgen voor sterkere synergieën tussen het kredietprogramma
voor Griekenland en de fondsen van de Unie, en sprak hij zijn steun uit voor de
inspanningen om Griekenland meer in staat te stellen de middelen van de Unie aan te
spreken teneinde de groei en de werkgelegenheid te stimuleren door zich opnieuw te
richten op het verbeteren van het concurrentievermogen en het scheppen van werk-
gelegenheid. Hij verwelkomde tevens het uitgebreide programma voor technische bijstand
aan Griekenland dat door de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, is opgesteld,
(11) In de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone en de
EU-instellingen van 21 juli 2011 werden de Commissie en de Europese Investeringsbank
(EIB) verzocht de synergieën tussen leningsprogramma's en fondsen van de Unie in alle
landen waarvoor bijstand van de Unie of het Internationaal Monetair Fonds geldt, te
vergroten. Deze verordening moet tot die doelstelling bijdragen.
(12) In de verklaring van de leden van de Europese Raad van 30 januari 2012 kwamen de
staatshoofden en regeringsleiders overeen als urgente maatregel extra EIB-steun voor
infrastructuur te verlenen en verzochten zij de Raad, de Commissie en de EIB na te gaan
hoe de EIB meer armslag zou kunnen krijgen om de groei te bevorderen en passende
aanbevelingen te doen, mede betreffende de mogelijkheden om de financieringscapaciteit
van de EIB-groep met de algemene begroting van de Europese Unie te ondersteunen. Met
deze verordening wordt aan dat verzoek in de context van het huidige crisisbeheer gevolg
gegeven.
(13) De uitvoering van de operationele programma's en projecten op het gebied van infra-
structuur en productieve investeringen in Griekenland ondervindt ernstige problemen
omdat de omstandigheden voor de deelname van de private sector, met name de financiële
sector, als gevolg van de economische en financiële crisis ingrijpend is veranderd.
(14) Om die problemen te verlichten en de uitvoering van operationele programma's en
projecten te versnellen, alsmede het economisch herstel te versterken, moeten de lidstaten
die ernstige moeilijkheden hebben ondervonden of dreigden te ondervinden ten aanzien
van hun financiële stabiliteit en die financiële steun hebben ontvangen uit hoofde van een
van de financiële steunmechanismen zoals omschreven in artikel 77, lid 2, van
Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene
bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal
Fonds en het Cohesiefonds1, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 1311/2011 van het
Europees Parlement en de Raad2, de mogelijkheid hebben financiële middelen van
operationele programma's te gebruiken voor de instelling van risicodelingsinstrumenten die
leningen of garanties of andere financiële faciliteiten verstrekken ter ondersteuning van
projecten en concrete acties die onder een operationeel programma vallen.
(15) Gezien de ruime expertise van de EIB als belangrijke financier van infrastructuurprojecten
en haar toezegging om het economisch herstel te ondersteunen, moet de Commissie de
mogelijkheid hebben risicodelingsinstrumenten in te stellen door middel van een daartoe
met de EIB gesloten samenwerkingsovereenkomst. Om rechtszekerheid te waarborgen is
het noodzakelijk de kenmerkende voornaamste voorwaarden van een dergelijke samen-
werkingsovereenkomst in Verordening (EG) nr. 1083/2006 op te nemen. Wat betreft de
specifieke crisisbeheersfunctie van de risicodelingsinstrumenten, zoals bepaald in deze
verordening, moeten de specifieke voorwaarden van iedere samenwerking worden vast-
gelegd in een afzonderlijke samenwerkingsovereenkomst die tussen de Commissie en de
EIB wordt gesloten overeenkomstig Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de
Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene
begroting van de Europese Gemeenschappen1.
(16) Gezien de noodzaak om de investeringsmogelijkheden die in de betrokken lidstaten
kunnen ontstaan, uit te breiden, moet de Commissie ook de mogelijkheid hebben risico-
delingsinstrumenten in te stellen met nationale of internationale publiekrechtelijke organen
of privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak en
voldoende financiële garanties bieden, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, onder c), van
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002, onder soortgelijke voorwaarden als die welke
op en door de EIB worden toegepast.
(17) Om in de context van de huidige economische, financiële en sociale crisis snel te kunnen
reageren, moeten risicodelingsinstrumenten op grond van deze verordening overeen-
komstig artikel 54, lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad door
de Commissie worden uitgevoerd.
(18) Omwille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid moet er een definitie van risico-
delingsinstrument in artikel 36 bis van Verordening (EG) nr. 1083/2006, als gewijzigd bij
deze verordening, worden ingevoegd. Risicodelingsinstrumenten moeten worden gebruikt
voor leningen, garanties en andere financiële faciliteiten om concrete acties te financieren
die door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) of het Cohesiefonds
worden gemedefinancierd, voor wat betreft investeringskosten die niet kunnen worden
gefinancierd, als subsidiabele uitgaven, ingevolge artikel 55 van Verordening (EG)
nr. 1083/2006, of ingevolge de staatssteunregels van de Unie. Daarom is het ook nodig te
voorzien in een afwijking van artikel 54, lid 5, van Verordening (EG) nr. 1083/2006.
(19) Een lidstaat die van een risicodelingsinstrument gebruik wenst te maken, moet in zijn
schriftelijke verzoek aan de Commissie duidelijk vermelden waarom hij aan een van de
subsidiabiliteitsvoorwaarden van artikel 77, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006
meent te voldoen, met bijvoeging daaraan van alle informatie die voorgeschreven wordt in
deze verordening om aan te tonen dat aan de genoemde subsidiabiliteitsvoorwaarde wordt
voldaan. In zijn verzoek moet de verzoekende lidstaat aangeven welke programma's (met
de lijst van projectvoorstellen en daarmee samenhangende financieringsbehoeften) door
het EFRO of het Cohesiefonds worden gemedefinancierd en welk deel van de toewijzingen
voor 2012 en 2013 hij van deze programma's wil overhevelen naar het risicodelings-
instrument. Het verzoek van de lidstaat moet uiterlijk op 31 augustus 2013 aan de
Commissie worden overgemaakt, opdat het besluit van de Commissie over de deelname
van de verzoekende lidstaat aan een risicodelingsinstrument uiterlijk op 31 december 2013
kan worden genomen. Voordat de Commissie een besluit over het verzoek van de lidstaat
neemt, moeten de daarmee samenhangende operationele programma's in het kader van het
EFRO en het Cohesiefonds worden herzien overeenkomstig artikel 33, lid 2, van
Verordening (EG) nr. 1083/2006.
(20) Geselecteerde concrete acties die subsidiabel zijn krachtens een risicodelingsinstrument,
moeten hetzij grote projecten zijn waarover de Commissie al eerder een besluit heeft
genomen overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1083/2006, hetzij andere
projecten die door het EFRO of het Cohesiefonds worden gemedefinancierd en die onder
een of meerdere operationele programma's daarvan vallen, wanneer deze projecten te
kampen hebben met een financieringsgebrek ten aanzien van de door particuliere
investeerders te dragen investeringskosten. Ten slotte kunnen geselecteerde concrete acties
ook concrete acties zijn die bijdragen aan de doelstellingen van het nationale strategische
referentiekader van de verzoekende lidstaat en van de communautaire strategische richt-
snoeren inzake cohesie en die van dien aard zijn dat zij groei kunnen ondersteunen en het
economisch herstel kunnen bevorderen, afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen
onder het risicodelingsinstrument.
(21) Voorts moet de verzoekende lidstaat in zijn verzoek het uitsluitend ten behoeve van die
lidstaat beschikbare bedrag vermelden dat hem in het kader van het cohesiebeleid is
toegewezen overeenkomstig artikel 18, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1083/2006 en dat
voor de doelstellingen van het risicodelingsinstrument uitsluitend kan worden gereserveerd
in de vastleggingen in de begroting van de Unie die in 2012 en 2013 moeten worden
verricht overeenkomstig artikel 75, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1083/2006; dit bedrag
mag niet hoger zijn dan 10% van de indicatieve totale toewijzing voor de verzoekende
lidstaat voor de periode 2007-2013 in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds en
goedgekeurd overeenkomstig artikel 28, lid 3, onder b), van Verordening (EG)
nr. 1083/2006. Ten slotte moet worden gewaarborgd dat de financiële toewijzingen van de
Unie aan het risicodelingsinstrument, met inbegrip van de beheerskosten en andere
subsidiabele kosten, strikt beperkt blijven tot het bovengenoemde maximumbedrag voor de
bijdrage van de Unie aan het risicodelingsinstrument, en dat er geen verdere voorwaarde-
lijke verbintenissen voor de algemene begroting van de Europese Unie zijn. Ieder restrisico
dat voortvloeit uit de concrete acties die in het kader van het risicodelingsinstrument
worden gefinancierd, moet daarom worden gedragen door hetzij de EIB, hetzij de nationale
of internationale publiekrechtelijke organen of de privaatrechtelijke entiteiten met een
openbaredienstverleningstaak waarmee het risicodelingsinstrument via een samen-
werkingsovereenkomst is ingesteld. Het moet krachtens deze verordening voor dezelfde
lidstaat mogelijk zijn om aan het risicodelingsinstrument toegewezen terugvloeiende of
resterende bedragen opnieuw te gebruiken, op verzoek van de lidstaat en binnen hetzelfde
risicodelingsinstrument, op voorwaarde dat de lidstaat nog aan de subsidiabiliteits-
(22) De Commissie moet controleren of de door de verzoekende lidstaat ingediende informatie
correct is en of het verzoek van de lidstaat gegrond is, en de Commissie moet bevoegd zijn
om door middel van een uitvoeringshandeling binnen vier maanden na het verzoek van de
lidstaat een besluit te nemen over de voorwaarden voor deelname van de verzoekende
lidstaat aan het risicodelingsinstrument. Alleen projecten waarvoor een gunstig finan-
cieringsbesluit is genomen door de EIB dan wel door nationale of internationale publiek-
rechtelijke organen of privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienst-
verleningstaak, naar gelang het geval, mogen echter in aanmerking komen voor finan-
ciering via een bestaand risicodelingsinstrument. Om redenen van transparantie en rechts-
zekerheid moet het besluit van de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie
worden bekendgemaakt.
(23) Gezien het doel, met name crisisbeheer, en de aard van het bij deze verordening ingestelde
risicodelingsinstrument, en gezien de ongekende crisis die de internationale markten treft
en de economische neergang die de financiële stabiliteit van verschillende lidstaten
ernstige schade hebben toegebracht en die vragen om een snelle reactie om de effecten op
de werkelijke economie, de arbeidsmarkt en de burgers te beperken, is het wenselijk dat
deze verordening op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie in werking treedt.
(24) Verordening (EG) nr. 1083/2006 dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EG) nr. 1083/2006 wordt als volgt gewijzigd:
-
1)artikel 14, lid 1, wordt vervangen door:
"1. De aan de fondsen toegewezen begroting van de Unie wordt onder gedeeld beheer
door de lidstaten en de Commissie uitgevoerd overeenkomstig artikel 53, onder b),
van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002
houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de
Europese Gemeenschappen*, met uitzondering van het in artikel 36 bis van deze
verordening bedoelde instrument en de in artikel 45 van deze verordening bedoelde
technische bijstand.
Het beginsel van goed financieel beheer is van toepassing overeenkomstig artikel 48,
lid 2, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.
_________________
-
2)het volgende artikel wordt ingevoegd:
"Artikel 36 bis
Risicodelingsinstrument
-
1.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder risicodelingsinstrument een financie-
ringsinstrument verstaan dat de gehele of gedeeltelijke dekking van een omschreven
risico garandeert, in voorkomend geval in ruil voor een overeengekomen vergoeding.
-
2.Een lidstaat die aan een van de in artikel 77, lid 2, onder a), b) en c), gestelde
voorwaarden voldoet, kan een deel van de overeenkomstig de artikelen 19 en 20
verdeelde totale middelen toewijzen aan een risicodelingsinstrument dat wordt
ingesteld via een samenwerkingsovereenkomst tussen de Commissie en de EIB of
tussen de Commissie en nationale of internationale publiekrechtelijke organen of
privaatrechtelijke entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak en
voldoende financiële garanties bieden, zoals bedoeld in artikel 54, lid 2, onder c), van
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad, onder soortgelijke voor-
waarden als die welke op en door de EIB ("het gecontracteerde uitvoeringsorgaan")
worden toegepast, om de voorzieningen en kapitaaltoewijzingen voor garanties en
leningen, alsmede andere financiële faciliteiten, die uit hoofde van het risicodelings-
instrument worden verstrekt, te dekken.
-
3.De in lid 2 bedoelde samenwerkingsovereenkomst omvat voorschriften betreffende
met name: het totaalbedrag van de bijdrage van de Unie en een tijdschema voor de
toekenning ervan; de voorwaarden voor de door het gecontracteerde uitvoerings-
orgaan te openen trustrekening; de criteria om in aanmerking te komen voor het
gebruik van de bijdrage van de Unie; de details met betrekking tot de exacte
risicodeling (met inbegrip van de hefboomratio) die moet worden afgedekt, en de
garanties die door het gecontracteerde uitvoeringsorgaan moeten worden geboden;
de waardering van het risicodelingsinstrument, op basis van de risicomarge en de
dekking van alle administratieve kosten van het risicodelingsinstrument; de
uitvoerings- en goedkeuringsprocedure voor de projectvoorstellen die onder het
risicodelingsinstrument vallen; de periode dat het risicodelingsinstrument beschik-
baar is; en de rapportageverplichtingen.
Als een gemiddelde wordt ernaar gestreefd dat het exacte door het gecontracteerde
uitvoeringsorgaan gedragen risico (inclusief de hefboomratio), zoals bepaald in de
samenwerkingsovereenkomst, minstens 1,5 keer zo hoog is als de bijdrage van de
Unie aan het risicodelingsinstrument.
De betalingen aan het risicodelingsinstrument vinden in tranches plaats overeen-
komstig het geplande gebruik van het risicodelingsinstrument voor de verstrekking
van leningen en garanties ter financiering van specifieke concrete acties.
-
4.In afwijking van artikel 54, lid 5, wordt het risicodelingsinstrument gebruikt om
concrete acties te financieren die door het EFRO of het Cohesiefonds worden
gemedefinancierd, wat betreft investeringskosten die niet kunnen worden
gefinancierd als subsidiabele uitgaven ingevolge artikel 55 van Verordening (EG)
nr. 1083/2006, of ingevolge de staatssteunregels van de Unie.
Ook kan het worden gebruikt voor de financiering van concrete acties die bijdragen
tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het nationale strategische
referentiekader van de verzoekende lidstaat en van de communautaire strategische
richtsnoeren inzake cohesie krachtens Beschikking 2006/702/EG van de Raad*, en
die een aanzienlijke toegevoegde waarde opleveren voor de Uniestrategie voor
slimme, duurzame en inclusieve groei.
-
5.Het risicodelingsinstrument wordt door de Commissie uitgevoerd in het kader van
indirect gecentraliseerd beheer overeenkomstig de artikelen 54 en 56 van
Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002.
-
6.Een lidstaat die in aanmerking wenst te komen voor het risicodelingsinstrument dient
uiterlijk op 31 augustus 2013 een schriftelijk verzoek in bij de Commissie. In zijn
verzoek vermeldt de lidstaat alle benodigde informatie om het volgende vast te
stellen:
-
b)de lijst van programma's (met de projectvoorstellen en de daarmee samen-
hangende financieringsbehoeften) die door het EFRO of het Cohesiefonds
worden gemedefinancierd, en het deel van de toewijzingen voor 2012 en 2013
dat de lidstaat van deze programma's naar het risicodelingsinstrument wil
overhevelen;
-
c)de lijst van voorgestelde projecten overeenkomstig lid 4, tweede alinea, en het
deel van de toewijzingen voor 2012 en 2013 dat de lidstaat van deze
programma's naar het risicodelingsinstrument wil overhevelen;
-
d)het uitsluitend ten behoeve van de lidstaat beschikbare bedrag dat is toege-
wezen in het kader van het cohesiebeleid ingevolge artikel 18, lid 2, alsook een
indicatie van het bedrag dat voor de doelstellingen van het risicodelings-
instrument exclusief kan worden gereserveerd in de vastleggingen in de
begroting van de Unie die in de jaren 2012 en 2013 moeten worden verricht
overeenkomstig artikel 75, lid 1.
-
7.Na te hebben gecontroleerd of het verzoek van de lidstaat correct en gegrond is, stelt
de Commissie binnen vier maanden na het verzoek van de lidstaat door middel van
een uitvoeringshandeling een besluit vast waarin het systeem wordt gespecificeerd
dat is ingesteld om te garanderen dat het beschikbare bedrag uitsluitend wordt
gebruikt ten behoeve van de lidstaat die dit bedrag binnen de financiële toewijzing in
het kader van het cohesiebeleid heeft verstrekt ingevolge artikel 18, lid 2, en waarin
de voorwaarden worden vastgesteld voor deelname van de verzoekende lidstaat aan
het risicodelingsinstrument. De voorwaarden hebben met name betrekking op het
volgende:
-
a)traceerbaarheid en boekhouding, informatie over het gebruik van de middelen,
betalingsvoorwaarden en monitoring- en controlesystemen;
-
b)de structuur van de vergoedingen en andere administratieve en beheerskosten;
-
c)een indicatieve lijst van projecten die in aanmerking komen voor financiering;
en
-
d)de maximale bijdrage van de Unie die uit de beschikbare toewijzingen van de
lidstaat aan het risicodelingsinstrument kan worden toegewezen, en de
betalingstermijnen die nodig zijn voor de praktische tenuitvoerlegging.
Het besluit van de Commissie wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de
De Commissie garandeert dat bij haar besluit over een verzoek van een lidstaat alleen
projecten voor financiering uit een bestaand risicodelingsinstrument in aanmerking
komen, waarvoor een positief financieringsbesluit wordt genomen door de EIB dan
wel door nationale of internationale publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke
entiteiten die zijn belast met een openbaredienstverleningstaak.
-
8.Het in lid 7 bedoelde besluit van de Commissie wordt voorafgegaan door de her-
ziening van de operationele programma's die onder het EFRO en het Cohesiefonds
vallen overeenkomstig artikel 33, lid 2.
-
9.De financiële toewijzingen voor het risicodelingsinstrument zijn strikt begrensd en
niet hoger dan 10% van de indicatieve totale toewijzing voor de verzoekende lidstaat
voor de periode 2007-2013 in het kader van het EFRO en het Cohesiefonds, die is
goedgekeurd overeenkomstig artikel 28, lid 3, onder b). De financiële toewijzingen
die beschikbaar zijn voor de projecten zoals omschreven in lid 4, tweede alinea, van
dit artikel zijn beperkt tot de bedragen die overblijven na financiering van de in lid 4,
eerste alinea, genoemde concrete acties. Naast de totale bijdrage van de Unie aan het
risicodelingsinstrument die is goedgekeurd in het in lid 7 bedoelde besluit, creëert de
deelname van de Unie aan het risicodelingsinstrument geen verdere voorwaardelijke
verbintenissen voor de algemene begroting van de Europese Unie noch voor de
-
10.Terugvloeiende of resterende bedragen na de beëindiging van een concrete actie die
onder het risicodelingsinstrument valt, mogen op verzoek van de betrokken lidstaat
worden hergebruikt in het kader van het risicodelingsinstrument mits de lidstaat nog
steeds voldoet aan een van de voorwaarden van artikel 77, lid 2, onder a), b) en c).
Indien de lidstaat aan geen enkele van die voorwaarden meer voldoet, wordt het
terugvloeiende of resterende bedrag als bestemmingsontvangsten in de zin van
artikel 18 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 beschouwd. Op verzoek
van de betrokken lidstaat worden de uit deze bestemmingsontvangsten voort-
vloeiende aanvullende vastleggingskredieten het daaropvolgende jaar toegevoegd
aan de financiële toewijzing van die lidstaat in het kader van het cohesiebeleid.
_________________
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad
van de Europese Unie .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De voorzitter De voorzitter
| publicatiedatum | 26-04-2012 |
|---|---|
| kenmerk | PE 15/12 |
