Integriteit en geloofwaardigheid sociale partners definitief verspeeld - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving
Met dank overgenomen van Jonge Democraten (JD), gepubliceerd op dinsdag 19 juni 2012.

Het heeft bijna een jaar geduurd, maar twee weken terug kwam Minister Kamp eindelijk met de uitwerking van het pensioenakkoord. Toen het pensioenakkoord vorige jaar juni naar buiten kwam, steeg een golf van verontwaardiging en kritiek op. Naast een aantal positieve punten bevatte het akkoord het voorstel om pensioenfondsen met hogere rendementen te laten rekenen - maximaal het verwacht portefeuille rendement. Hierdoor zou het mogelijk worden, zo bleek uit het akkoord, om komende tien jaar de pensioenen met meer dan 1,5% per jaar extra te verhogen zo bleek uit het akkoord.

De oplettende lezers van het akkoord begrepen dat dit extra geld niet uit de lucht zou komen vallen. Meer uitkeren betekent dat er minder overblijft voor toekomstige generaties. Tegenstanders van het voorstel beweerden dan ook dat het rekenen met hogere rendementen riekte naar boekhoudkundige trucs en sommigen - waaronder wijzelf - spraken zelfs van pensioendiefstal van jongeren.

Voorstanders vonden juist dat de huidige marktconforme rekenrente niet deugde. FNV kopte zelfs op haar website: “Pensioenakkoord stelt belangen jongeren veilig” met daaronder de uitspraak van Agnes Jongerius: “Wij zijn niet bang voor nadelige gevolgen. Wij weten namelijk dat jongeren juist beter af zijn met dit akkoord.”

Groter kon het contrast tussen de twee kampen niet zijn. Gezien de buitengewone complexiteit van het pensioenstelsel was het voor de buitenstaander moeilijk te bepalen wie hij moest geloven. Het is daarom goed dat afgelopen week een doorrekening van het Centraal Planbureau werd gepubliceerd. Uit deze berekeningen bleek klip en klaar de ongemakkelijke waarheid: rekenen met het verwacht portefeuille rendementen leidt tot een enorme benadeling van jongeren. Een 60-jarige zou er volgens het CPB zo’n 15% meer pensioen door hebben gekregen, terwijl iemand geboren in 1995 zijn verwachte pensioen 10% zou hebben zien dalen.

De omvang hiervan is bijna niet te bevatten. Normaal vechten politici elkaar al de Tweede Kamer uit voor een half procentje koopkracht.Geert Wilders blaast nota bene een heel kabinet op voor één procent. Hier hebben we het over 10%. En voor alle duidelijkheid: niet 10 procent van wat jongeren tot nu toe gespaard hebben, wat al erg genoeg zou zijn, maar 10% van het hele pensioen. Levenslang.

Wetend dat het CPB deze absurde realiteit bloot zou leggen kon Minister Kamp dan ook niet anders dan het voorstel uit het pensioenakkoord schrappen in zijn plannen. Echter, het koste hem moeite om hierbij de sociale partners aan boord te houden. Die zagen hun plan om de pensioenproblemen door te schuiven naar jongeren in rook opgaan. In de nieuwe plannen is daarom als compromis toch weer een nieuwe rekentruc opgenomen: de“Ultimate Forward Rate” (UFR). Dit houdt in dat de rekenrente voor de lange termijn(20 jaar en verder) wordt verhoogd. De officiële verklaring hiervoor is dat de lange termijn rente op de financiële markten verstoord zijn en dat het daarom beter is met een fictieve rente te rekenen. Het gevolg is echter wederom dat jongeren worden benadeeld. Omdat de verhoging deze keer alleen voor de lange termijn rendementen geldt, is effect weliswaar iets kleiner dan in de vorige plannen, maar het CPB komt nog steeds op een winst van ongeveer 5% voor de 60-jarige en een verlies van 3%voor de 18-jarige. Let wel: wederom als percentage van het totale pensioen dat men in een heel leven bij elkaar spaart. De cijfers onderschatten de werkelijke impact bovendien omdat het CPB nog geen rekening houdt met het feit dat dit jaar de werkelijke rentes nog verder zijn gedaald.

Nu is er een flinke boom op te zetten over de voor- en nadelen van deze UFR-methode op zichzelf. Dit is echter een technische discussie die hier niet zo relevant is. Het gaat ons hier namelijk om hoe de nieuwe methode wordt ingevoerd. Doen we dit op een oneerlijke of een eerlijke manier. De UFR-methode had namelijk zonder probleem op een generatieneutrale wijze geïmplementeerd kunnen worden. Dat kan door in de berekeningen niet alleen de toekomstige rendementen aan te passen, maar ook de toekomstige pensioenverplichtingen. Door bij de invoering, naast de rente, ook de pensioenen van jongere generaties eenmalig op een evenredige wijze te corrigeren, wordt geen enkele generatie benadeelt ten opzichte van de huidige situatie. Het CPB zal dit in een berekening kunnen bevestigen. De sociale partners en de minister hebben hier echter niet voor gekozen. Men wil blijkbaar willens en wetens de rekening doorschuiven en de UFR-methode is daarin slechts een handige truc.

Al jaren blijken sociale partners niet in staat om eerlijk naar pensioengerechtigden te communiceren. Er zijn prachtige pensioenen voorgespiegeld, maar de financiële onderbouwing daarvan heeft nooit gedeugd. Toen dat langzaam duidelijk werd, heeft men niet gekozen deze verwachtingskloof te dichten, maar keer op keer is het probleem vooruit geschoven of is alleen voor toekomstige generaties het pensioen versoberd. De gevolgen van dit beleid liegen er niet om. Uit een notitie van de Tweede Kamer bleek onlangs weer dat ouderen die op dit moment met pensioen gaan doorgaans zeer hoge pensioenen hebben: bij een volledige opbouw zo’n 90% van het laats verdiende salaris. Prognoses voor jongere generaties laten zien dat zij redelijkerwijs nog op zo’n 55% mogen rekenen.

Het is gezien deze cijfers krankzinnig wat de sociale partners in het pensioenakkoord trachten te doen. En vervolgens beweert men ook nog dat het juist goed is voor jongeren. De polder heeft wat ons betreft haar integriteit en geloofwaardigheid in het pensioendossier definitief verspeeld.Dit pensioenstelsel is niet alleen financieel, maar vooral ook moreel failliet. Het is tijd voor radicale vernieuwing die de solidariteit tussen generaties weer glans en inhoud kan geven.

Ilja Boelaars is pensioenwoordvoerder en voormalig bestuurslid van de Jonge Democraten (D66). Hij studeerde economie aan Universiteit Utrecht (BSc, 2006) en de London School of Economics (MSc, 2007), is gecertificeerd Financial Risk Manager, en is momenteel promovendus economie aan de University of Chicago.

Nikie van Thiel is voorzitter van de Jonge Democraten (D66)

Cijfers zijn terug te vinden in:


Meer over...

enveloppe

Delen

Mobiele versie Europa Nu