RAAD VANBrussel, 25 april 2004
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
6346/04
Interinstitutioneel dossier:
2004/0003 (CNS)
AGRI 40 AGRIORG 14 AGRIFIN 22 OC 127
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft:
Verordening van de Raad betreffende maatregelen ter verbetering van de productie en afzet van producten van de bijenteelt GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN aanvraagtermijn overleg: 26.04.2004
VERORDENING (EG) Nr. .../2004 VAN DE RAAD
van
betreffende maatregelen ter verbetering van de productie en afzet van producten
van de bijenteelt
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 36
en 37,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement 1,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 2,
Overwegende hetgeen volgt :
(1) Naar aanleiding van de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees
Parlement over de situatie van de communautaire bijenteelt in 1994 heeft de Raad geconclu-
deerd dat een kaderverordening over de bijenteelt moest worden voorgesteld.
(2) De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 1221/97 1 algemene regels voor de uitvoering van
de maatregelen tot verbetering van de productie en de afzet van honing vastgesteld.
(3) De Commissie heeft in februari 2001 en in januari 2004 aan de Raad en het Europees
Parlement verslagen voorgelegd over de toepassing van Verordening (EG) nr. 1221/97. Uit
de conclusies van deze verslagen blijkt dat de maatregelen van Verordening (EG)
nr. 1221/97 moeten worden aangepast aan de huidige situatie in de communautaire bijen-
teelt. Het is dan ook noodzakelijk de bovengenoemde verordening in te trekken en te
vervangen.
(4) De bijenteelt is een tak van de landbouw die voornamelijk gericht is op economische activi-
teiten en plattelandsontwikkeling, op de productie van honing en andere producten van de
bijenteelt en op het leveren van een bijdrage aan het ecologisch evenwicht.
(5) De bijenteelt wordt gekenmerkt door grote verschillen in productieomstandigheden en
opbrengsten en door de versnippering en de heterogeniteit van zowel de productie als de
(6) In het licht van de uitbreiding van de varroamijtziekte in verscheidene lidstaten in de afge-
lopen jaren en de problemen die deze ziekte met zich meebrengt voor de honingproductie,
blijkt optreden op communautair niveau noodzakelijk, aangezien deze ziekte niet volledig
kan worden uitgeroeid en met toegelaten producten moet worden behandeld.
(7) Om de productie en de afzet van de producten van de bijenteelt in de Gemeenschap te
verbeteren, moeten derhalve om de drie jaar nationale programma's worden opgesteld die
maatregelen omvatten inzake technische bijstand, de bestrijding van de varroamijtziekte, de
rationalisatie van de transhumance, het beheer van het herstel van het communautaire bijen-
bestand en de samenwerking in het kader van onderzoeksprogramma's inzake de bijenteelt
en de producten daarvan.
(8) Om de statistische gegevens betreffende de bijenteeltsector te vervolledigen, is het dienstig
dat de lidstaten een studie betreffende de structuur van de sector uitvoeren, waarin de
productie, de afzet en de prijsvorming worden onderzocht.
(9) De uitgaven die door de lidstaten worden gedaan om te voldoen aan de verplichtingen die uit
deze verordening voortvloeien, komen overeenkomstig artikel 2, leden 2 en 3, van Verorde-
ning (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het
gemeenschappelijk landbouwbeleid 1, voor rekening van de Gemeenschap.
(10) De regels betreffende de mededinging dienen te worden toegepast op de steunmaatregelen
die de lidstaten vaststellen voor de bijenteeltsector. De financiële bijdrage van de lidstaten in
het kader van maatregelen waarvoor krachtens deze verordening communautaire steun wordt
verleend, alsmede de specifieke nationale steun ter bescherming van bedrijven uit de bijen-
teeltsector die te kampen hebben met ongunstige structurele of natuurlijke omstandigheden
alsmede de steun in het kader van programma's voor economische ontwikkeling, dienen
evenwel te worden vrijgesteld van de toepassing van de regels inzake staatssteun, behalve
wanneer het gaat om steun ten behoeve van de productie of de afzet; tevens dienen
specifieke regels met betrekking tot deze vorm van staatssteun te worden vastgesteld.
(11) De maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de onderhavige verordening moeten worden
vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vast-
stelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uit-
voeringsbevoegdheden 1,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
-
1.Bij deze verordening worden maatregelen vastgesteld voor de verbetering van de productie en de
afzet van bijenteeltproducten.
De lidstaten kunnen te dien einde voor een periode van drie jaar een nationaal programma opstellen,
hierna "bijenteeltprogramma" genoemd.
-
2.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
-
a)"honing": het product dat overeenstemt met het bepaalde in bijlage I bij Richtlijn
2001/110/EG van de Raad van 20 december 2001 inzake honing 1.
-
b)"producten van de bijenteelt": de producten als omschreven in punt 1 van bijlage I bij
Verordening (EG) nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 3 oktober 2002
tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie
bestemde dierlijke bijproducten 2.
-
3.De artikelen 87 tot en met 89 van het Verdrag zijn van toepassing op de steun die wordt
toegekend in de sector honing en producten van de bijenteelt. De artikelen 87 en 88 van het Verdrag
zijn evenwel niet van toepassing op:
-
a)de financiële bijdrage van de lidstaten in het kader van maatregelen waarvoor krachtens deze
verordening communautaire steun wordt verleend;
-
b)de specifieke nationale steun ter bescherming van bedrijven uit de bijenteeltsector die te
kampen hebben met ongunstige structurele of natuurlijke omstandigheden of de specifieke
nationale steun die wordt verleend in het kader van programma's voor economische
Artikel 2
De maatregelen die in de bijenteeltprogramma's kunnen worden opgenomen, hebben betrekking op:
-
a)technische bijstand voor bijenhouders en bijenhoudersgroeperingen,
-
b)bestrijding van de varroamijtziekte,
-
c)rationalisatie van de transhumance,
-
d)steunmaatregelen ten behoeve van de laboratoria waar de fysisch-chemische eigen-
schappen van de honing worden geanalyseerd,
-
e)steun voor het herstel van het communautaire bijenbestand,
-
f)samenwerking met instanties die gespecialiseerd zijn in de uitvoering van programma's
inzake toegepast onderzoek op het gebied van de bijenteelt en de producten van de bijen-
teelt.
Maatregelen die in het kader van Verordening (EG) nr. 1257/1999 1 van de Raad van 17 mei 1999
inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de
Landbouw (EOGFL) worden gefinancierd, mogen niet in de bijenteeltprogramma's worden
Artikel 3
Om voor de in artikel 4, lid 2, vastgestelde medefinanciering in aanmerking te komen, moeten de
lidstaten een studie uitvoeren naar de structuur van de bijenteelt op hun grondgebied, waarin zowel
de productie als de afzet wordt onderzocht. Deze studie wordt samen met het bijenteeltprogramma
toegezonden.
Artikel 4
-
1.De op grond van deze verordening gedane uitgaven worden beschouwd als uitgaven in de zin van
artikel 2, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1258/1999.
-
2.De Gemeenschap financiert de bijenteeltprogramma's ten belope van 50 % van de uitgaven van
de lidstaten.
-
3.De uitgaven voor de in het kader van de bijenteeltprogramma's uitgevoerde maatregelen moeten
door de lidstaten uiterlijk op 15 oktober van elk jaar zijn gedaan.
Artikel 6
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door het beheerscomité "vlees van pluimvee en eieren" ("het
comité") dat is ingesteld bij artikel 16 van Verordening (EEG nr. 2771/75 1.
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van besluit 1996/68/EG van
toepassing.
De in artikel 4, lid 3, van dat besluit bedoelde termijn wordt vastgesteld op één maand.
-
3.Het comité stelt zijn reglement van orde vast.
Artikel 7
De Commissie dient om de drie jaar een verslag over de toepassing van deze verordening in bij het
Europees Parlement en de Raad.
Artikel 8
Verordening (EG) nr. 1221/97 wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in
het Publicatieblad van de Europese Unie.
| publicatiedatum | 25-04-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 6346/04 |
