RAAD VAN Brussel, 19 mei 2010 (25.05)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
9981/10
TELECOM 52 AUDIO 17 COMPET 165 RECH 193 MI 168 DATAPROTECT 41
INGEKOMEN DOCUMENT
van:
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris- generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 19 mei 2010
aan: de heer Pierre de BOISSIEU, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie
Betreft: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.5.2010 COM(2010)245 definitief
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE
RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ
VAN DE REGIO'S
Een digitale agenda voor Europa
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE
RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ
VAN DE REGIO'S
Een digitale agenda voor Europa
INHOUDSOPGAVE
-
1.Inleiding........................................................................................................................ 3
-
2.De actiegebieden in het kader van de Digitale Agenda................................................ 8
2.1. Een dynamische digitale eengemaakte markt............................................................... 8
2.2. Interoperabiliteit en normen ....................................................................................... 16
2.3. Vertrouwen en beveiliging ......................................................................................... 18
2.4. Snelle en ultrasnelle toegang tot het Internet ............................................................. 21
2.5. Onderzoek en innovatie .............................................................................................. 25
2.6. Verbetering van de digitale geletterdheid, de digitale vaardigheden en de digitale inclusie........................................................................................................................ 28
2.7. ICT als facilitator van maatschappelijke baten in de EU ........................................... 31
2.8. Internationale aspecten van de Digitale Agenda ........................................................ 39
-
1.INLEIDING
De Digitale Agenda moet uitmonden in een digitale eengemaakte markt die duurzame economische en sociale voordelen creëert op basis van snel en ultrasnel internet en interoperabele toepassingen.
De crisis heeft jaren van economische en sociale vooruitgang tenietgedaan en structurele tekortkomingen van de Europese economie blootgelegd. De eerste prioriteit van de Europa moet erin bestaan zichzelf weer op de rails te zetten. Voor een duurzame toekomst moet het nu al oog hebben voor wat na de korte termijn te gebeuren staat. Een Europa dat vergrijst en wordt geconfronteerd met concurrentie van over de hele wereld, heeft drie opties: harder werken, langer werken of slimmer werken. Waarschijnlijk zal werken voor de Europeaan in de toekomst neerkomen op een combinatie van deze drie, maar de enige optie die een hogere levensstandaard garandeert, is de derde. In de Digitale Agenda wordt voorgesteld welke maatregelen dringend moeten worden genomen om Europa klaar te stomen voor slimme, duurzame en inclusieve groei. De voorstellen in het kader van de Digitale Agenda zullen het pad effenen voor de kenteringen die zich als gevolg van de toenemende digitalisering van de economie en de samenleving zullen voordoen.
De Europese Commissie heeft in maart 2010 het startsein gegeven voor de Europa 2020-strategie
1, die de EU uit de crisis moet helpen en de economie van de
EU moet toerusten voor de komende tien jaar. De strategie staat in het teken van een hoog werkgelegenheidsniveau, een koolstofarme economie, productiviteit en sociale cohesie aan de hand van concrete maatregelen op EU- en nationaal niveau. Deze strijd om groei en banen vereist een solide draagvlak op het hoogste politieke niveau en de inzet van alle betrokken partijen in Europa.
In de Digitale Agenda voor Europa één van de zeven vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020-strategie wordt uiteengezet welke essentiële faciliterende rol informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zullen moeten spelen in een Europa dat zijn doelstellingen voor 2020 wil halen
het dagelijkse leven van zowel burgers als ondernemingen. Dankzij een grootschaliger en efficiënter gebruik van digitale technologieën zal Europa zijn kernuitdagingen kunnen aangaan en zullen de Europeanen hun levenskwaliteit zien verbeteren dankzij, onder meer, betere gezondheidszorg, veiligere en efficiëntere vervoersoplossingen, een schoner milieu, nieuwe mediamogelijkheden en vlottere toegang tot overheidsdiensten en culturele inhoud.
De ICT-sector levert, met een marktwaarde van 660 miljard euro per jaar, rechtstreeks 5 % van het Europese BBP, maar draagt nog aanzienlijk meer bij tot de algemene productiviteitstoename (20 % direct van de ICT-sector en 30 % uit ICT-investeringen). Redenen daarvoor zijn het sectorspecifieke krachtige dynamisme en grote innovatiepotentieel, en de rol van de sector als facilitator van andere werkmethoden in andere sectoren. Tegelijkertijd is ook de sociale impact van ICT hand over hand toegenomen. Het feit dat dagelijks meer dan 250 miljoen Europeanen gebruik maken van het internet en nagenoeg elke Europeaan een mobieltje heeft, illustreert dat onze levensgewoonten onder invloed van ICT wel degelijk zijn veranderd.
De huidige ontwikkeling van hogesnelheidsnetwerken heeft een even revolutionaire impact als de aanleg van elektriciteits- en vervoersnetten een eeuw geleden. De continue ontwikkelingen op het gebied van consumentenelektronica doen de scheidslijnen tussen de diverse soorten digitale apparatuur vervagen. De verschillende diensten lopen in elkaar over en verplaatsen zich van de fysieke naar de digitale omgeving, waar ze op om het even welk apparaat (smartphone, tabletcomputer, PC, digitale radio of hogedefinitietelevisie) universeel toegankelijk zijn. Verwacht wordt dat digitale inhoud en digitale toepassingen tegen 2020 nagenoeg volledig online zullen worden geleverd.
De aanzienlijke mogelijkheden van ICT kunnen optimaal worden benut aan de hand van een positieve spiraalwerking waarin de ene activiteit tot de andere leidt. Aantrekkelijke inhoud en dito diensten moeten in een interoperabele en grenzeloze internetomgeving ter beschikking worden gesteld. Hierdoor wordt de vraag naar grotere snelheden en meer capaciteit aangezwengeld en wordt het bijgevolg rendabel om in snellere netwerken te investeren. Als gevolg van de verspreiding en het gebruik van snellere netwerken wordt dan weer de weg vrijgemaakt voor innovatieve en snellere diensten. Dit proces wordt geïllustreerd in de buitenste kring van figuur 1 (hieronder).
Figuur 1: Positieve spiraalwerking van de digitale economie
De activiteiten lopen niet alleen in elkaar over, maar kunnen elkaar ook versterken. Vereiste is wel dat ze zijn ingebed in een commerciële omgeving waar investeringen en ondernemerschap worden gestimuleerd. Bovendien moeten heel wat hordes worden genomen vooraleer het inherent duidelijk aanwezige transformatiepotentieel van ICT concreet vorm kan krijgen. Talloze Europese burgers maken momenteel mee hoe de digitale omgeving, met haar zogenaamd "wereldwijde" en "grenzeloze"
bereik, een steeds grotere plaats in hun leven inneemt, en kunnen tegen die achtergrond moeilijk accepteren dat een eengemaakte markt die vóór het internettijdperk tot stand kwam, online nog zoveel hiaten vertoont. Het plezier dat gebruikers in hun hoedanigheid als burger, consument of werknemer aan digitale technologieën beleven, komt danig onder druk te staan omdat zij zich zorgen maken over privacy, beveiliging en internettoegang, omdat zij de bruikbaarheid ontoereikend vinden, onvoldoende vaardigheden bezitten of omdat niet is voorzien in algemene toegang. Europeanen vinden het ergerlijk als de ICT-sector zijn belofte van betere openbare dienstverlening niet gestand doet. Zij vrezen dat, nu het internet de mondiale concurrentie op het vlak van investeringen, banen en economische invloed heeft versneld, Europa zich onvoldoende toerust om in deze groeisector van de kenniseconomie succes te kunnen boeken.
momenteel vier keer meer muziek gedownload dan in de EU, met haar tekortschietend legaal aanbod en versnipperde markten. 30 % van de Europeanen heeft
nog nooit gebruik gemaakt van het internet. Europa's 1 %
hogesnelheidsglasvezelnetwerken steekt schril af tegen de cijfers van Japan (12 %)
en Zuid-Korea (15 %). Bovendien bedragen de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling in de ICT-sector in de EU slechts 40 % van die in de VS.
· Versnipperde digitale markten
Europa is nog steeds een lappendeken van nationale online markten, met als gevolg dat de Europeanen vanwege problemen die in se oplosbaar zijn, verstoken blijven van de inherente voordelen van een waarlijk eengemaakte digitale markt. Zowel commerciële als culturele inhoud moet zich vrij over de grenzen kunnen bewegen. Dit doel kan worden gehaald aan de hand van de verwijdering van alle regelgevingsobstakels, invoering van de mogelijkheid tot elektronische betaling en facturering, invoering van een geschillenbeslechtingsregeling en waarborging van het consumentenvertrouwen. De mogelijkheden van het bestaande regelgevingskader kunnen en moeten beter worden benut, wil men de telecommarkt, die momenteel alle kenmerken van een lappendeken vertoont, tot een echte eengemaakte markt in elkaar weven.
· Gebrekkige interoperabiliteit
Europa haalt nog niet het maximum uit de voordelen die interoperabiliteit biedt. Tekortkomingen op het gebied van normalisatie, overheidsaanbestedingen en coördinatie tussen openbare autoriteiten staan de optimale wisselwerking tussen de digitale diensten en apparaten die door de Europeanen worden gebruikt, in de weg.
De Digitale Agenda kan alleen een goede start nemen als digitale onderdelen en toepassingen interoperabel zijn en zijn gebaseerd op normen en open platforms.
· Toenemende cybercriminaliteit en het gevaar van een tekort aan vertrouwen in
open en concurrerende internetwerken die als slagaders van de economie van de toekomst zullen fungeren, te vergemakkelijken. Europa moet zijn inspanningen met name toespitsen op het ter beschikking stellen van de juiste stimuli om particuliere investeringen, aangevuld met zorgvuldig gerichte openbare investeringen, aan te trekken zonder daarbij de netwerken weer te monopoliseren en op het verbeteren van de spectrumtoewijzing.
· Onvoldoende onderzoek en innovatie
Europa investeert onvoldoende, versnippert zijn inspanningen, onderbenut de creativiteit van het MKB en slaagt er niet in de intellectuele onderzoeksbaten om te zetten in de concurrentievoordelen die met marktgebaseerde innovatie gepaard gaan.
Om deze voortdurende problemen een halt toe te roepen, moet Europa voortbouwen op het talent van zijn onderzoekers teneinde een innovatiestimulerende omgeving te creëren waarin in Europa gevestigde ICT-bedrijven, hoe groot of hoe klein ook, vraagcreërende producten van wereldklasse kunnen ontwikkelen. Hiertoe moet het suboptimale niveau van de huidige onderzoeks- en innovatie-inspanningen worden verhoogd zodat een hefboomwerking wordt gecreëerd die zorgt voor meer particuliere investeringen, betere coördinatie, concentratie van middelen, "lichtere en snellere" toegang van digitale MKB's tot de onderzoeksmiddelen van de Unie, gezamenlijke onderzoeksinfrastructuren, gezamenlijke innovatieclusters en de ontwikkeling van normen en open platforms voor nieuwe toepassingen en diensten.
· Gebrek aan digitale geletterdheid en digitale vaardigheden
Europa gaat momenteel gebukt onder een toenemend tekort aan professionele ICT-vaardigheden en een gebrek aan digitale geletterdheid. Hierdoor worden talloze burgers uitgesloten uit de digitale maatschappij en de digitale economie en wordt een rem gezet op het aanzienlijke multiplicatoreffect van ICT-gebruik op de groei van de productiviteit. Deze problemen vereisen een gecoördineerde reactie, met de lidstaten en andere belanghebbende partijen als centrale spelers.
· Gemiste kansen op het gebied van de aanpak van maatschappelijke problemen
De Digitale Agenda vergt zowel van de EU als van elke lidstaat (ook op regionaal niveau) een volgehouden verbintenis. Bovendien heeft de Agenda enkel kans van slagen als de andere belanghebbende partijen daar een belangrijke bijdrage toe leveren, inclusief de jonge "digitale generatie" waarvan wij heel wat kunnen opsteken. Deze Agenda is een momentopname van huidige en te verwachten problemen en kansen en zal worden aangepast in het licht van de ervaring en de snel veranderende technologie en samenleving.
-
2.DE ACTIEGEBIEDEN IN HET KADER VAN DE DIGITALE AGENDA
2.1. Een dynamische digitale eengemaakte markt
Het is tijd dat een nieuwe eengemaakte markt wordt verwezenlijkt die in staat is de voordelen van het digitale tijdperk tastbaar te maken.
Het internet mag dan grenzeloos zijn, de online markten, zowel op wereld- als op EU-niveau, zijn nog steeds van elkaar gescheiden door tal van barrières die niet alleen de toegang tot pan-Europese telecomdiensten belemmeren, maar ook die tot internetdiensten en inhoud die eigenlijk mondiaal horen te zijn. Deze situatie is niet langer houdbaar. De eerste vereiste om de positieve spiraal die door de vraag op gang wordt gebracht, te stimuleren, is dat aantrekkelijke online inhoud en diensten worden gecreëerd die vrij binnen en over de grenzen van de EU kunnen circuleren. Problematisch is echter dat de aanhoudende versnippering het concurrentievermogen in de digitale economie in de kiem smoort. Het mag dan ook niet verbazen dat de EU achterophinkt op markten als die voor mediadiensten, zowel wat de toegankelijkheid ervan voor de consument betreft, als op het gebied van bedrijfsmodellen die in Europa voor banen kunnen zorgen. De meeste internetondernemingen die recent hoge toppen scheren (zoals Google, eBay, Amazon en Facebook), zijn buiten Europa ontstaan
-
3.Ten tweede zijn transacties in de digitale omgeving nog steeds te
ingewikkeld en worden de voorschriften niet coherent door alle lidstaten toegepast - ondanks de essentiële internemarktregelgeving over e-handel, e-facturering en e-handtekeningen. Ten derde verkeren consumenten en bedrijven nog steeds in het ongewisse over hun rechten en de rechtsbescherming bij commerciële online transacties. Ten vierde kan nog lang niet worden gesteld dat Europa over een eengemaakte markt voor telecomdiensten beschikt. Kortom: de eengemaakte markt moet een ingrijpende inhaalbeweging maken, wil hij aansluiting vinden op het internettijdperk.
verspreide maatschappijen voor rechtenbeheer. De consument kan in elke winkel een CD kopen, maar slaagt er vaak niet in in de EU muziek van online platforms aan te kopen omdat de rechten per land worden beheerd. Deze situatie staat haaks op de relatief eenvoudige commerciële omgeving en distributiestructuur in andere regio's, met name de VS, en vertoont meer gelijkenissen met die op andere versnipperde markten, zoals die in Azië (figuur 2).
Om het vertrouwen van zowel de houders van de rechten als de gebruikers te behouden en grensoverschrijdende licentieverlening te bevorderen, moet het collectieve beheer van rechten worden verbeterd en aan de technologische vooruitgang worden aangepast. Gemakkelijke, gestroomlijnde en technologieneutrale oplossingen voor grensoverschrijdende en pan-Europese licentieverlening in de audiovisuele sector zullen de creativiteit stimuleren en zowel producenten van inhoud als omroeporganisaties, en dus uiteindelijk ook de Europese burgers, ten goede komen. Dergelijke oplossingen moeten de contractuele vrijheid van de houders van de rechten wel vrijwaren. De houders van de rechten zouden niet worden verplicht tot het verlenen van één licentie voor alle delen van het Europese grondgebied, maar zouden de vrijheid blijven hebben hun licentie tot een bepaald deel te beperken en het niveau van de retributies contractueel vast te stellen.
Zo nodig zullen extra maatregelen worden onderzocht waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende vormen van online inhoud. In deze fase pleit de Commissie in dit verband noch vóór noch tegen een bepaalde optie of rechtsinstrument. Deze onderwerpen komen tevens aan de orde in het verslag van professor Monti over een nieuwe strategie voor de eengemaakte markt, dat de voorzitter van de Commissie op 9 mei 2010 in ontvangst heeft genomen. Naar aanleiding van dit verslag zal de Commissie vóór de zomer van 2010 een mededeling opstellen
4.
De digitale verspreiding van culturele, journalistieke en creatieve inhoud is niet alleen goedkoper, maar verloopt ook sneller en stelt auteurs en leveranciers van inhoud in staat nieuwe en grotere doelgroepen te bereiken. Europa moet dan ook werk maken van het creëren, produceren en verspreiden van digitale inhoud (op alle platforms). Europa telt bijvoorbeeld wel sterke uitgevers, maar heeft te kampen met een tekort aan meer concurrerende online platforms. Om hier iets aan te doen, zijn innovatieve bedrijfsmodellen nodig die de inhoud via tal van verschillende manieren toegankelijk en betaalbaar maken op een wijze die zorgt voor een billijk evenwicht tussen de inkomsten van de houders van de rechten en de toegang van het grote publiek tot inhoud en kennis. Om het welslagen van dergelijke bedrijfsmodellen te bevorderen, is wellicht geen wetgeving nodig indien alle belanghebbende partijen op contractuele basis met elkaar samenwerken. Door een breed en aantrekkelijk juridisch aanbod online ter beschikking te stellen, kan tevens afdoende worden gereageerd op het probleem van de piraterij.
Muziekdownloads per kwartaal (in miljoenen)
350,0
300,0
250,0
200,0
150,0
100,0
50,0
0,0
Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2Q3Q4Q1Q2
20052006200720082009
EuropeUSAAsia
Bron: Screen Digest
Als het erom gaat de markten voor online inhoud te stimuleren, dienen ook de overheden hun verantwoordelijkheid op zich te nemen. Voor een convergerende aanpak moet de overheid deze kwestie in elke herziening van haar beleid, inclusief op het gebied van belastingen, integreren. Overheden kunnen de inhoudsmarkten bijvoorbeeld stimuleren door overheidsinformatie tegen transparante, efficiënte en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking te stellen. Een dergelijke aanpak kan een belangrijke motor zijn voor innovatieve online diensten. Het hergebruik van deze informatiemiddelen is weliswaar al gedeeltelijk geharmoniseerd
5, maar
daarbovenop moeten openbare instanties ertoe worden verplicht gegevensbronnen open te stellen voor grensoverschrijdende toepassingen en diensten
-
werken voor te stellen en een dialoog met de belanghebbende partijen aan te gaan met het oog op verdere maatregelen inzake uitverkochte werken, aangevuld door databanken met informatie over rechten;
· tegen 2012 de richtlijn inzake het hergebruik van overheidsinformatie
herzien, met name het toepassingsgebied en de tarifering voor toegang en gebruik;
· in het kader van andere acties:
· tegen 2012, na uitgebreid overleg met de belanghebbende partijen, rapporteren
over de behoefte aan aanvullende maatregelen die verder gaan dan het collectieve beheer van rechten en die tot doel hebben de burgers van de EU, de leveranciers van online inhoud en de houders van rechten in staat te stellen het volledige potentieel van de digitale eengemaakte markt te benutten, met inbegrip van maatregelen om grensoverschrijdende en pan-Europese licenties te bevorderen, zonder in deze fase deze of gene rechtsoptie uit te sluiten of te begunstigen;
· als voorbereiding van dit alles, tegen 2010 een Groenboek opstellen over de
kansen en uitdagingen van de online distributie van Europese audiovisuele werken en andere creatieve inhoud;
· tegen 2012, op basis van de herziening van de richtlijn inzake handhaving van intellectuele-eigendomsrechten
en na uitgebreid overleg met de
belanghebbende partijen, rapporteren over de behoefte aan aanvullende maatregelen voor een betere bescherming tegen aanhoudende inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in de online omgeving, en dit in overeenstemming met de garanties in het telecomkader en de grondrechten op het gebied van de bescherming van gegevens en van de particuliere levenssfeer.
2.1.2. Vereenvoudiging van grensoverschrijdende online transacties
De Europese consument blijft vanwege het te gecompliceerde karakter van online transacties verstoken van de prijs- en keuzevoordelen van een echte eengemaakte markt. Bovendien beperkt de marktversnippering de vraag naar grensoverschrijdende e-handelstransacties. Minder dan één op tien e-handelstransacties wordt over de grens
omschreven in haar mededeling over de grensoverschrijdende elektronische handel tussen ondernemingen en consumenten in de EU
7.
Hoewel Europa beschikt over een gemeenschappelijke munt, lopen de scheidslijnen voor elektronische betalingen en e-facturering nog steeds langs nationale grenzen. Alleen een geïntegreerde betalingsmarkt kan bedrijven en consumenten het vereiste vertrouwen bieden in de veiligheid en de doeltreffendheid van betalingsmethoden
8.
Daarom dient de eengemaakte eurobetalingsruimte (Single Euro Payment Area SEPA) zonder uitstel tot stand te worden gebracht. SEPA zal bovendien fungeren als een lanceringsplatform voor betalingsgerelateerde diensten met een toegevoegde waarde, bijvoorbeeld binnen een Europees kader voor e-facturering.
De richtlijn inzake elektronisch geld9 moet snel ten uitvoer worden gelegd om
nieuwkomers op de markt in staat te stellen innovatieve oplossingen in dit verband zoals mobiele portemonnees ("mobile wallets") aan te bieden zonder dat de bescherming van de financiële middelen van de consument daaronder lijdt. Deze nieuwe markt kan tegen 2012 een waarde van 10 miljard euro vertegenwoordigen.
Elektronische-identiteitstechnologieën (e-ID) en authenticatiediensten zijn van essentieel belang voor internettransacties in de particuliere en de openbare sector. Authenticatie vindt momenteel doorgaans plaats aan de hand van een paswoord. Hoewel dit voor talrijke toepassingen wellicht volstaat, neemt de behoefte aan beter beveiligde opties toe
-
10.Gezien de veelheid aan oplossingen moet de sector,
ondersteund door beleidsmaatregelen met name in het kader van e-overheidsdiensten zorgen voor interoperabiliteit op basis van normen en open ontwikkelingsplatforms.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 2: zorgen voor de verwezenlijking van de eengemaakte eurobetalingsruimte (SEPA), eventueel door aan de hand van bindende juridische maatregelen een termijn voor de omschakeling vast te stellen (vóór 2010), en zal de verwezenlijking van een interoperable Europees e-factureringskader faciliteren door een mededeling over e-facturering uit te vaardigen en een forum van belanghebbende partijen op te zetten;
· tegen eind 2010 het effect van de richtlijn inzake e-handel op online markten
beoordelen en concrete voorstellen doen.
De lidstaten dienen:
· de basisrichtlijnen ter ondersteuning van de digitale eengemaakte markt spoedig en
coherent ten uitvoer te leggen, met inbegrip van de dienstenrichtlijn, de richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken en het telecomkader;
· tegen 2013 de btw-richtlijn11 om te zetten en daarbij te zorgen voor een gelijke
behandeling van e-facturen en papieren facturen.
2.1.3. Opbouw van vertrouwen in de digitale omgeving
De burgers van de EU beschikken momenteel krachtens de EU-wetgeving over een aantal rechten die ook in de digitale omgeving een rol spelen, zoals vrijheid van meningsuiting en van informatie, bescherming van persoonsgegevens en van de particuliere levenssfeer, vereisten op het gebied van transparantie, universele telefoondiensten en functionele internetdiensten en een minimaal kwaliteitsniveau van de diensten.
Deze rechten zijn echter verspreid over verschillende wetten en zijn bovendien niet altijd even inzichtelijk. De gebruikers moeten een eenvoudige, gecodificeerde uitleg van hun rechten en plichten kunnen vinden die bovendien transparant en begrijpelijk is geformuleerd, bijvoorbeeld via online platforms, en is gebaseerd op het model van
de eYou Guide
12.
Intussen blijft het gebrek aan vertrouwen in de online omgeving de ontwikkeling van de Europese online economie een spaak in het wiel steken. Als voornaamste redenen om niet online te bestellen, werden in 2009 de volgende factoren aangehaald: twijfels over de beveiliging van betalingen, twijfels over de bescherming van de particuliere levenssfeer en gebrek aan vertrouwen (zie figuur 3). De lopende omvattende herziening van het regelgevingskader inzake gegevensbescherming moet uitmonden in een modernisering van alle ter zake relevante rechtsinstrumenten teneinde deze af te stemmen op de mondialiseringsvereisten en technologieneutrale oplossingen te vinden die via een versterking van de rechten van de burger het vertrouwen vergroten.
Figuur 3: Redenen waarom niet online wordt gekocht (% personen die in 2009 niets online hebben besteld)
Redenen waarom niet online wordt gekocht (% individuen die in 2009 niets online hebben besteld)
Heeft er geen behoefte aan
Gaat liever naar een winkel om het product echt te zien,
is loyaal aan winkel, is het zo gewend
Bezorgdheid over veiligheid van betaling
Bezorgdheid over bescherming van de particuliere levenssfeer
Gebrek aan vertrouwen
Onvoldoende vaardigheden
Relevante informatie over product/dienst moeilijk te vinden op het internet
Beschikt niet over de juiste betaalkaart voor het internet
Probleem met de levering van via het internet bestelde producten
Het internet is te traag
Andere
0%10%20%30%40%50%60%70%
Bron: Communautaire enquête van Eurostat betreffende het ICT-gebruik door gezinnen en individuele personen (2009)
Een consument die niet het gevoel heeft dat zijn rechten duidelijk en beschermd zijn, zal niet online winkelen. In de richtlijn inzake e-handel zijn weliswaar transparantie- en informatievereisten voor verleners van diensten in het kader van de informatiemaatschappij, alsmede minimumvereisten op het gebied van informatie over commerciële communicatie vastgesteld
13, maar dat neemt niet weg dat
nauwlettend toezicht moet worden gehouden op de naleving van deze vereisten.
Deze situatie zal in zekere mate worden opgevangen door de richtlijn inzake oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen
14 en de richtlijn inzake verkoop op
vergelijkbaarheid van consumentenprijzen (bijv. via benchmarking, producttests of prijsvergelijkingswebsites) te verbeteren.
Nog een mogelijkheid om het vertrouwen te versterken, ligt in de invoering van EU-wijde
online betrouwbaarheidskeurmerken voor retailwebsites. De
Commissie is van plan om in overleg met alle belanghebbende partijen het potentieel van dit idee te verkennen.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 4: tegen eind 2010 het EU-regelgevingskader inzake
gegevensbescherming herzien om het vertrouwen van individuen en de bescherming van hun rechten te versterken;
· in het kader van andere acties:
· tegen 2012, als aanvulling op de richtlijn inzake consumentenrechten, een
facultatief instrument inzake contractrecht voorstellen om de versnippering van contractrechtelijke bepalingen, met name op het gebied van de digitale omgeving, tegen te gaan;
· tegen 2011 in een groenboek initiatieven op het gebied van alternatieve
beslechting van consumentengeschillen in de EU verkennen teneinde tegen 2012
voorstellen te doen inzake een EU-wijd online
geschillenbeslechtingssysteem voor e-handelstransacties;
· op basis van overleg met belanghebbende partijen de mogelijkheden van een
collectief beroepsinstrument verkennen;
· tegen 2012 een code van in de EU geldende online rechten bekendmaken
waarin de bestaande rechten van de digitale gebruiker in de EU duidelijk en vlot toegankelijk zijn opgenomen, aangevuld met een jaaroverzicht van inbreuken tegen de wetgeving inzake de bescherming van de online consument, en met adequate handhavingsmaatregelen, en dit in coördinatie met het Europese netwerk van agentschappen voor consumentenbescherming;
harmonisatie van de spectrumbanden. Aangezien het dictum van de eengemaakte markt vereist dat soortgelijke regelgevingskwesties soortgelijk worden behandeld, zal de Commissie voorrang geven aan het opstellen van richtsnoeren over regelgevingsconcepten in het kader van de voorschriften inzake elektronische communicatie, met name kostenberekeningsmethoden en niet-dicriminatie, en zal zij tevens op zoek gaan naar duurzame oplossingen voor spraak- en gegevensroaming tegen 2012.
Zij zal bovendien de expertise van het pas opgerichte Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie benutten als hefboom om de obstakels te lijf te gaan die Europese bedrijven en burgers ervan weerhouden optimaal van grensoverschrijdende elektronische telecomdiensten te profiteren. Europese producenten en retailers kunnen bijvoorbeeld baat hebben bij een betere harmonisatie van de nationale nummerregelingen op basis van het bestaande kader, wanneer verkoopdiensten, diensten na verkoop en diensten voor de verstrekking van inlichtingen aan de consument via een Europa-wijd nummer worden aangeboden. Burgers kunnen dan weer hun voordeel doen met een betere werking van hulpnummers (zoals de 116-nummers voor noodlijnen met betrekking tot vermiste kinderen). Zowel de concurrentie als de consumentenbescherming zou er bovendien op vooruit gaan als de vergelijkbaarheid van gebruikers- en consumentenprijzen (bijv. aan de hand van benchmarking) wordt verbeterd.
Tot slot zal de Commissie, onder meer op basis van de praktische insteek van de belanghebbende partijen, berekenen hoe het sociaaleconomische kostenplaatje eruit zal zien wanneer de interne telecommarkt uitblijft, de voordelen van een beter eengemaakte markt in kaart brengen en maatregelen voorstellen om deze kosten te reduceren.
ACTIES
De Commissie zal:
· tegen 2011 maatregelen voorstellen voor een betere harmonisatie van de
Geen enkel voorbeeld illustreert het vermogen van technische interoperabiliteit beter dan het internet. Dankzij de open infrastructuur van het internet kunnen miljarden mensen overal ter wereld werken met interoperabele diensten en toepassingen. Om het onderste uit de kan te halen van wat ICT te bieden heeft, moet echter nog verder worden gewerkt aan de interoperabiliteit tussen apparatuur, toepassingen, databestanden, diensten en netwerken.
2.2.1. Verbetering van de ICT-normalisatie
Normen zijn essentieel voor interoperabiliteit. Daarom rest het Europese normalisatiekader geen andere optie dan zijn achterstand op de snel evoluerende technologiemarkten goed te maken. De Commissie zal verder werken aan de herziening van het Europese normalisatiebeleid door haar Witboek "Modernisering van de ICT-normalisatie in de EU"
18 en het openbaar overleg in dit
verband op te volgen. Gezien de toename en het groeiende belang van ICT-normen die door bepaalde mondiale fora en consortia worden ontwikkeld, is het belangrijk te streven naar het gebruik van deze normen in wetgeving en openbare aanbestedingen.
Bovendien kunnen de royalties voor het gebruik van de normen en bijgevolg de markttoegangskosten worden gedrukt wanneer in het kader van de normalisatie richtsnoeren
worden opgesteld betreffende transparante ex-ante
openbaarmakingsvoorschriften voor essentiële intellectuele-eigendomsrechten en licentievoorwaarden, met name in het kader van de komende hervorming van het normalisatiebeleid van de EU en in het kader van bijgewerkte antitrustregels voor horizontale samenwerkingsovereenkomsten.
2.2.2. Bevordering van een beter gebruik van normen
Overheden die hardware, software en IT-diensten willen aankopen, moeten optimaal gebruik maken van het volledige arsenaal aan ter zake relevante normen, bijvoorbeeld door normen te selecteren die door alle betrokken leveranciers kunnen worden toegepast en die bijgevolg het gevaar dat deze overheden aan een bepaalde technologie komen vast te zitten, verminderen.
licentieverlening voor interoperabiliteitsinformatie, onderzoeken en tegelijkertijd innovatie en concurrentie stimuleren.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 5: tegen 2010 in het kader van de herziening van het normalisatiebeleid van de EU juridische maatregelen inzake ICT-interoperabiliteit voorstellen met het oog op de hervorming van de bepalingen voor het gebruik van ICT-normen in Europa, met als doel het gebruik van bepaalde door ICT-fora en -consortia opgestelde normen mogelijk te maken;
· in het kader van andere acties:
· met name via tegen 2011 op te stellen richtsnoeren het opstellen van adequate
voorschriften bevorderen voor het gebruik, bij de normalisatie, van essentiële intellectuele-eigendomsrechten en licentievoorwaarden, onder meer inzake voorafgaande bekendmaking;
· in 2011 een mededeling bekendmaken met richtsnoeren over de band tussen
ICT-normalisatie en openbare aanbestedingen, teneinde overheden te helpen bij het gebruik van normen ter bevordering van de efficiency en ter vermindering van het gevaar dat deze overheden aan een bepaalde technologie komen vast te zitten;
· interoperabiliteit bevorderen door in 2010 een Europese
interoperabiliteitsstrategie en een Europees interoperabiliteitskader vast te stellen;
· de haalbaarheid van maatregelen die belangrijke marktspelers kunnen
aanzetten tot licentieverlening voor interoperabiliteitsinformatie,
onderzoeken en daarover tegen 2012 verslag uitbrengen.
toenemende risico's. Spammail volgens sommige ramingen 80 % tot 98 % van alle
e-mails
20 heeft de afgelopen jaren zo een overdonderende vlucht genomen dat het
e-mailverkeer op het internet er ernstig door wordt verstoord, en brengt bovendien tal van virussen en schadelijke software in omloop. Identiteitsdiefstal en online fraude nemen hand over hand toe. Bovendien worden de aanvallen niet alleen steeds gesofisticeerder (Trojaanse paarden, netwerken van gekaapte computers, "botnets"
genaamd), maar ook steeds vaker aangedreven door financiële overwegingen. De recente cyberaanvallen in Estland, Litouwen en Georgië tonen aan dat politieke redenen ook een drijfveer kunnen zijn.
Om deze dreigingen het hoofd te bieden en de beveiliging in de digitale maatschappij te versterken, moeten zowel individuen als particuliere en openbare instanties in hun eigen omgeving en op mondiaal vlak hun verantwoordelijkheid opnemen. Zo kunnen voor
de aanpak van online seksueel misbruik en kinderpornografie
signaleringsplatforms op nationaal en op EU-niveau worden opgezet, geflankeerd door maatregelen om schadelijke inhoud te verwijderen en te weren. Educatieve activiteiten en bewustzijnscampagnes voor het brede publiek zijn eveneens essentieel. De EU en de lidstaten kunnen meer inspanningen in dit verband leveren, bijvoorbeeld via het programma veiliger internet, door zowel kinderen als ouders te informeren over online beveiliging en door de impact van het gebruik van digitale technologieën op kinderen te analyseren. Tot slot moet de sector ertoe worden aangemoedigd zelfreguleringsinstrumenten te ontwikkelen en toe te passen, met name op het gebied van de bescherming van minderjarigen die zijn diensten gebruiken.
Het recht op bescherming van de particuliere levenssfeer en van persoonsgegevens is een grondrecht in de EU dat ook online efficiënt moet worden gehandhaafd aan de hand van alle mogelijke middelen, gaande van het beginsel "ingebouwde privacy"
21 in de betrokken ICT-technologieën, tot ontradende sancties waar nodig. In
het herziene EU-kader voor elektronische communicatie worden de
verantwoordelijkheden van netwerkexploitanten en dienstverleners, inclusief de plicht inbreuken tegen de beveiliging van persoonsgegevens te melden, toegelicht. In het
kader van de recent opgezette herziening van het algemene
Response Teams (CERTS's)) worden opgericht, onder meer voor de Europese instellingen. Samenwerking tussen de CERT's en de wetshandhavingsinstanties is van essentieel belang. Bovendien moeten bevorderende maatregelen worden genomen voor een systeem van contactpunten dat cybercriminaliteit helpt voorkomen en helpt reageren op noodgevallen, zoals cyberaanvallen. Europa heeft ook behoefte aan een strategie voor identiteitsbeheer, met name met het oog op beveiligde en efficiënte e-overheidsdiensten
24.
Tot slot moet de samenwerking tussen de betrokken actoren op mondiaal niveau worden georganiseerd, wil men de beveiligingsrisico's efficiënt bestrijden en terugdringen. Werkzaamheden in dit verband kunnen worden ingebed in de besprekingen over internetbeheer. Op het meer operationele niveau moeten, met steun van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), internationaal gecoördineerde acties voor informatiebeveiliging worden gevoerd en moet gezamenlijk worden opgetreden tegen cybercriminaliteit.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 6: in 2010 maatregelen voorleggen voor een versterkt netwerk- en informatiebeveiligingsbeleid op hoog niveau, met inbegrip van wetgevingsinitiatieven als een gemoderniseerd Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) en maatregelen ter verhoging van de reactiesnelheid bij cyberaanvallen, inclusief een CERT voor de EU-instellingen;
· in het kader van kernactie 7: tegen 2013 maatregelen, inclusief wetgevingsvoorstellen, voorleggen ter bestrijding van cyberaanvallen tegen informatiesystemen, en zal overeenkomstige voorschriften voorleggen inzake de jurisdictie in de cyberruimte op Europees en internationaal niveau;
· in het kader van andere acties:
· tegen 2012 een Europees cybercriminaliteitsplatform opzetten;
-
beveiligingsinbreuken moeten worden uitgebreid;
· tegen 2011 richtsnoeren opstellen voor de tenuitvoerlegging van het nieuwe
telecomkader wat de bescherming van de particuliere levenssfeer en van persoonsgegevens betreft;
· steun verlenen aan contactpunten voor de rapportage van illegale online
inhoud (hotlines) en aan nationaal gevoerde bewustmakingscampagnes inzake beveiliging ten behoeve van kinderen, en de pan-Europese samenwerking en uitwisseling van beste praktijken op dit gebied versterken;
· het overleg met de belanghebbende partijen en de zelfregulering van Europese
en mondiale dienstverleners (zoals sociale netwerkplatforms, mobiele communicatieverleners) bevorderen, met name wat het gebruik van de betrokken diensten door minderjarigen betreft.
De lidstaten dienen:
· tegen 2012 een efficiënt netwerk van CERT's op nationaal niveau op te zetten dat
heel Europa bestrijkt;
· in samenwerking met de Commissie met ingang van 2010 grootschalige aanvallen te
simuleren en mitigatiestrategieën te testen;
· tegen 2013 hotlines te installeren voor de rapportage van beledigende of schadelijke
online inhoud, bewustmakingscampagnes over online beveiliging ten behoeve van kinderen te organiseren, schoolonderwijs over online beveiliging aan te bieden, en leveranciers van online diensten aan te moedigen tot zelfregulering met betrekking tot online beveiliging voor kinderen;
· met ingang van 2010 nationale signaleringsplatforms op te zetten of aan te passen met het oog op de rapportage, tegen 2012, aan het signaleringsplatform voor cybercriminaliteit van Europol.
2.4. Snelle en ultrasnelle toegang tot het internet
(combinatie van vast en draadloos) met internetsnelheden die geleidelijk oplopen tot 30 Mbps en meer, en anderzijds moeten gaandeweg de installatie en het gebruik van toegangsnetwerken van de volgende generatie (NGA next generation acces) worden gestimuleerd in een groot deel van het grondgebied van de EU, met het oog op ultrasnelle internetverbindingen van meer dan 100 Mbps.
2.4.1. Zorgen voor universeel gebruik van steeds snellere breedbandverbindingen
Zonder vastberaden overheidsingrijpen bestaat het gevaar dat op dit vlak niet het onderste uit de kan wordt gehaald en dat slechts een beperkt aantal dichtbevolkte gebieden tegen aanzienlijke toegangskosten en hoge prijzen gebruik kunnen maken van snelle breedbandnetwerken. De economische en maatschappelijke baten die voortvloeien uit dergelijke netwerken, rechtvaardigen de vaststelling van overheidsbeleidslijnen
om het universele gebruik van steeds snellere
breedbandverbindingen te garanderen.
De Commissie is van plan om tegen deze achtergrond een mededeling aan te nemen waarin wordt uiteengezet binnen welk gemeenschappelijk kader EU- en nationale beleidslijnen kunnen worden ontwikkeld om de doelstellingen van de Europa 2020-strategie te bereiken. Deze beleidslijnen moeten met name leiden tot lagere kosten voor breedbandgebruik in de hele EU, tot adequate en gecoördineerde ruimtelijke ordening en tot minder administratieve rompslomp. Zo dienen de bevoegde autoriteiten er bijvoorbeeld voor te zorgen dat in het kader van openbare en particuliere
bouwwerkzaamheden systematisch wordt voorzien in
breedbandnetwerken en inpandige bekabeling, in doorgangsrechten en in het in kaart brengen van beschikbare, voor bekabeling geschikte passieve infrastructuur.
Draadloze breedband (terrestrisch en via satellieten) kan van essentieel belang zijn voor een gegarandeerde breedbanddekking in alle gebieden, inclusief geïsoleerde en rurale gebieden. Het voornaamste probleem bij de ontwikkeling van draadloze breedbandnetwerken ligt momenteel in de toegang tot het radiospectrum. Draadloos internetgebruik verloopt soms stroef omdat het radiospectrum niet efficiënt wordt gebruikt. Dit werkt niet alleen frustratie bij de gebruiker in de hand, maar smoort bovendien de innovatie op de markten voor nieuwe technologieën (activiteiten waarmee jaarlijks 250 miljard euro gemoeid is)
2.4.2. Bevordering van toegangsnetwerken van de volgende generatie (NGA-netwerken)
Momenteel verloopt de toegang tot internet in Europa voornamelijk via breedband van de eerste generatie, die toentertijd is aangelegd met gebruikmaking van de bestaande koperen telefoonkabelnetten en televisiekabelnetten. De vraag van burgers en bedrijven over de hele wereld naar veel snellere NGA-netwerken neemt echter toe. Europa heeft in dit verband een achterstand opgelopen ten opzichte van zijn voornaamste internationale partners. Een belangrijke indicator voor deze achterstand is het zeer lage gebruiksniveau van glasvezel aan huis in Europa, dat ver onder dat van bepaalde leidende G20-landen ligt (zie figuur 4).
Figuur 4: Gebruik van glasvezel aan huis (FTTH) in juli 2009
16,00%
14,00%
12,00%
10,00%
8,00%
15%
6,00%12%
4,00%
2,00%
0,00%1%2%
EuropaVSJapanKorea
voor de rechten van de gebruikers op toegang tot en verspreiding van informatie online en op transparantie op het gebied van verkeersbeheer
-
27.Vóór de zomer van
2010 zal de Commissie starten met een openbare raadpleging in het kader van haar meer algemene verbintenis om in het licht van de marktontwikkelingen en de technologische ontwikkelingen te rapporteren over de eventuele behoefte aan extra richtsnoeren ter waarborging van de basisdoelstellingen van vrije meningsuiting, transparantie, de noodzaak van investeringen in efficiënte en open netwerken, eerlijke mededinging en openheid ten aanzien van nieuwe bedrijfsmodellen.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 8: in 2010 een mededeling over breedband aannemen met daarin een gemeenschappelijk kader voor acties die de EU en de lidstaten moeten uitvoeren om de in de Europa 2020-strategie vastgestelde doelstellingen voor breedband te halen. In dat verband zal zij:
· tegen 2014 de financiering van hogesnelheidsbreedband uit
EU-instrumenten (zoals het EFRO, het Europese POP, het ELFPO, TEN en het PCI) verhogen en rationaliseren, en nagaan hoe kapitaal voor investeringen in breedband kan worden aangetrokken via kredietverbetering (ondersteund met financiële middelen van de EIB en de EU);
· in 2010 een ambitieus Europees programma op het gebied van
spectrumbeleid voorstellen waarover het Europees Parlement en de Raad een besluit moeten nemen en waarin een gecoördineerd en strategisch spectrumbeleid op EU-niveau tot stand zal worden gebracht teneinde het beheer van het radiospectrum efficiënter te maken en de voordelen voor de consument en het bedrijfsleven te optimaliseren;
· in 2010 een aanbeveling uitvaardigen om investeringen in concurrerende
toegangsnetwerken van de volgende generatie te bevorderen aan de hand van duidelijke en doeltreffende regelgevingsmaatregelen.
-
voorzien in doorgangsrechten, het in kaart brengen van beschikbare, voor bekabeling geschikte passieve infrastructuur en de modernisering van inpandige bekabeling;
· ten volle gebruik te maken van de structuurfondsen en de
plattelandsontwikkelingsfondsen die reeds zijn geoormerkt voor investeringen in ICT-infrastructuur en ICT-diensten;
· de NGA-aanbeveling ten uitvoer te leggen, alsmede uitvoering te geven aan het Europese programma op het gebied van spectrumbeleid met het oog op een gecoördineerde toewijzing van het spectrum dat nodig is om de universele dekking van 30 Mbps-internet tegen 2020 te garanderen.
2.5. Onderzoek en innovatie
Wil Europa dat zijn beste ideeën de markt bereiken, dan moet het meer investeren in O&O.
Europa investeert nog steeds onvoldoende in onderzoek en ontwikkeling op het gebied van ICT. In vergelijking met één van zijn voornaamste handelspartners, de VS, geeft Europa niet alleen in relatieve termen minder uit aan O&O op ICT-gebied (uitgaven in dit verband vertegenwoordigen in Europa en in de VS respectievelijk 17 % en 29 % van de totale O&O-uitgaven), maar ook in absolute termen (zoals blijkt uit figuur 5 bedragen deze uitgaven in Europa slechts 40 % van de uitgaven van de VS 37 miljard euro ten opzichte van 88 miljard euro in 2007).
Figuur 5: Totale O&O-uitgaven op het gebied van ICT in 2007 (in miljarden euro)
100
Het investeringstekort is terug te voeren op drie hoofdproblemen:
· de zwakke en versnipperde overheidsinspanning op het gebied van O&O. De
overheidssector in de EU geeft per jaar minder dan 5,5 miljard euro uit aan O&O op ICT-gebied en blijft daarmee ver achter bij met de EU concurrerende economieën;
· de fragmentatie van de markt en de versnippering van financiële middelen voor
innovatoren beperken de groei en de ontwikkeling van innovatieve ICT-bedrijven, met name MKB's;
· de invoering van op ICT gebaseerde innovaties verloopt in Europa traag, met
name wanneer het gaat om diensten van openbaar belang. Hoewel maatschappelijke uitdagingen een belangrijke motor voor innovatie zijn, maakt Europa weinig gebruik van innovatie en O&O om de kwaliteit en de prestatie van zijn openbare diensten te verbeteren.
2.5.1. Meer inspanningen, meer efficiëntie
In 2010 komt de Commissie met een omvattende strategie voor onderzoek en
innovatie: het vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie" voor de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie
-
29.Voortbouwend op zijn strategie voor leiderschap op
ICT-gebied30 moet Europa niet alleen zijn investeringen opvoeren, toespitsen en
bundelen, wil het zijn concurrentievoordeel op dit gebied behouden, maar moet het ook blijven investeren in hoogrisico-onderzoek, met inbegrip van multidisciplinair fundamenteel onderzoek.
Europa moet ook bouwen aan zijn innovatievoordeel in kerngebieden, door de e-infrastructuur
31 te versterken en gericht innovatieclusters te ontwikkelen. Europa
moet bovendien een EU-wijde strategie over "wolkwebben" (cloud computing) uitwerken, met name ten behoeve van de overheid en de wetenschap
32.
2.5.2. Het potentieel van de eengemaakte markt volledig benutten om ICT-innovatie te bevorderen
worden beheerd33 en worden ondersteund met adequate financiële instrumenten34.
Openbaar gefinancierd onderzoek moet op grote schaal worden verspreid via de vrij toegankelijke publicatie van wetenschappelijke gegevens en papers
35.
2.5.3. Sectorgestuurde initiatieven voor open innovatie
ICT stimuleert waardeschepping en groei in de hele economie. Om ten volle van de voordelen van ICT te kunnen profiteren, hebben alle economische sectoren een toenemende behoefte aan open en interoperabele oplossingen. Sectorgestuurde initiatieven voor het creëren van normen en open platforms voor nieuwe producten en diensten zullen in het kader van door de EU gefinancierde programma's worden gesteund. De Commissie zal de werkzaamheden in dit verband krachtiger aansturen door de belanghebbende partijen samen te brengen rond gemeenschappelijke onderzoeksagenda's op gebieden als "het internet van de toekomst", met inbegrip van "het internet van dingen", en rond essentiële faciliterende technologieën in de ICT-sfeer.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 9: meer particuliere investeringen aantrekken via het strategische gebruik van precommerciële overheidsaanbestedingen
36 en publiek-private
partnerschappen37, door de structuurfondsen in te zetten voor onderzoek en innovatie en
door ten minste gedurende de looptijd van KP7 de begroting voor O&O op ICT-gebied jaarlijks met 20 % te verhogen;
· in het kader van andere acties:
· in samenwerking met de lidstaten en de sector38 de coördinatie en de
bundeling van middelen versterken en in het kader van de EU-steunverlening voor ICT-onderzoek en -innovatie meer nadruk leggen op vraag- en gebruikersgestuurde partnerschappen;
bredere tenuitvoerlegging in het kader van de herziening van het OTO-kader van de EU
39;
· voorzien in voldoende financiële steun voor een gemeenschappelijke
onderzoeksinfrastructuur en gemeenschappelijke innovatieclusters op
ICT-gebied, de e-infrastructuur verder ontwikkelen en een EU-strategie voor "wolkwebben" (cloud computing) opstellen, met name ten bate van de overheid en de wetenschap;
· met de belanghebbende partijen samenwerken aan de ontwikkeling van een
nieuwe generatie webgebaseerde toepassingen en diensten, onder meer voor meertalige inhoud en meertalige diensten, door in het kader van door de EU gefinancierde programma's steun te verlenen voor normen en open platforms.
De lidstaten dienen:
· tegen 2020 de totale jaarlijkse uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling op
ICT-gebied te verdubbelen van 5,5 miljard euro tot 11 miljard euro (met inbegrip van de middelen in het kader van de EU-programma's) op een manier die zorgt voor een gelijkwaardige toename van de particuliere uitgaven van 35 miljard euro tot
70 miljard euro;
· deel te nemen aan grootschalige proefprojecten voor het testen en ontwikkelen van innovatieve en interoperabele oplossingen op gebieden van openbaar belang die uit het PCI worden gefinancierd.
2.6. Verbetering van de digitale geletterdheid, de digitale vaardigheden en de digitale inclusie
Zelfverwezenlijking en emancipatie moeten centraal staan in het digitale tijdperk. Iemands achtergrond of vaardigheidsniveau mag er niet de oorzaak van zijn dat de toegang tot het digitale potentieel voor hem gesloten blijft.
Naarmate meer dagelijkse taken online worden verricht - van het zoeken van een baan tot het betalen van belastingen of boeken van tickets - is het internet voor veel Europeanen een integraal onderdeel van het dagelijkse leven geworden. Toch zijn er nog steeds 150 miljoen Europeanen - ca. 30 % - die nog nooit hebben geïnternet; vaak, naar eigen zeggen, omdat zij er geen behoefte aan hebben of omdat het te duur zou zijn. Deze groep bestaat voor het grootste deel uit 65- tot 74-jarigen, mensen met een laag inkomen, werklozen en laag opgeleiden.
via een grotere kans op werkgelegenheid aan te pakken. Het beschikken over digitale vaardigheden is één van de acht sleutelvaardigheden die van essentieel belang zijn voor een individu in een kennismaatschappij
-
40.Even belangrijk is dat elke gebruiker
weet hoe hij zich veilig online kan bewegen.
ICT kan haar potentieel als Europese groeisector en motor van
concurrentievermogen en productiviteit alleen maar waarmaken als de ICT-deskundigen over de daartoe vereiste vaardigheden beschikken. De economie in de EU ondervindt hinder van het tekort aan dergelijke vaardigheden. Het opvullen van dat tekort zou Europa tegen 2015 700 000 IT-banen kunnen bezorgen
41.
2.6.1. Digitale geletterdheid en digitale vaardigheden
Het is van essentieel belang dat Europese burgers ICT en digitale media leren gebruiken en met name dat jongeren ICT-opleidingen volgen. Het aanbod van vaardigheden van ICT-deskundigen en van e-businessvaardigheden, d.w.z. de voor innovatie en groei vereiste digitale vaardigheden, moet worden uitgebreid en op een hoger niveau worden gebracht. Bovendien dient de ICT-sector als werkomgeving, en dan met name in het segment technologieproductie en -ontwerp, aantrekkelijker te worden gemaakt voor de groep van 30 miljoen vrouwen tussen 15
en 24 jaar
-
42.Het potentieel van ICT voor alle soorten beroepen moet onder de
aandacht van alle burgers worden gebracht. Vereisten hiervoor zijn: partnerschappen met belanghebbende partijen, meer opleiding, erkenning van digitale vaardigheden in formele onderwijs- en opleidingssystemen, alsmede bewustmaking en doeltreffende ICT-opleiding en -certificering buiten de formele onderwijssystemen om, onder meer door in het kader van omscholing en bijscholing gebruik te maken van online instrumenten en digitale media
-
43.Aan de hand van de ervaring die is opgedaan met
de eerste "Week van de e-vaardigheden" (1-5 maart 2010)44 zal de Commissie met
ingang van 2010 steun verlenen voor nationale en Europese
bewustmakingsactiviteiten om jongeren warm te maken voor een opleiding, een baan en een carrière in de ICT-sector, en om de digitale geletterdheid van de burgers, ICT-opleidingen voor werknemers en de vaststelling van beste praktijken te bevorderen.
financiering voor deze universeledienstverlening vandaan moet komen. Zo nodig zal de Commissie tegen eind 2010 voorstellen indienen met betrekking tot de universeledienstrichtlijn
46.
Bovendien moeten gezamenlijke acties worden opgezet om nieuwe elektronische inhoud volledig toegankelijk te maken voor personen met een handicap. Met name openbare websites en online diensten in de EU die belangrijk zijn voor een volwaardige deelname aan het openbare leven, moeten in overeenstemming worden gebracht met de internationale normen voor webtoegankelijkheid
-
47.Tevens dient
rekening te worden gehouden met de toegankelijkheidsvereisten die zijn vastgesteld in het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
48.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 10: digitale geletterdheid en digitale vaardigheden voorstellen als prioritaire doelstellingen in het kader van de verordening inzake het Europees Sociaal Fonds (2014-2020);
· in het kader van kernactie 11: tegen 2012 instrumenten voor de omschrijving en de
erkenning van de vaardigheden van ICT-deskundigen en ICT-gebruikers ontwikkelen, die in verband staan met het Europees kader voor kwalificaties
49 en met
EUROPASS50, en zal een kader voor ICT-deskundigheid ontwikkelen om de
vaardigheden en de mobiliteit van ICT-deskundigen binnen Europa te verbeteren
· in het kader van andere acties:
· digitale geletterdheid en digitale vaardigheden als prioritaire doelstellingen
opnemen in het in 2010 te lanceren vlaggenschipinitiatief voor nieuwe vaardigheden en nieuwe banen
51, onder meer door op het gebied van
ICT-vaardigheden en werkgelegenheid een sectorale raad van
belanghebbende partijen op te zetten om de vraag- en aanbodaspecten in behandeling te nemen;
-
netwerken, enz.). Via dit instrument zullen consumenten, onderwijzend personeel en andere multiplicatoren uit de 27 lidstaten toegang krijgen tot op maat gesneden informatie en educatief materiaal;
· tegen 2013 EU-wijde indicatoren voor digitale vaardigheden en geletterdheid
in de digitale media voorstellen;
· bij herzieningen van wetgeving in het kader van de Digitale Agenda, onder
meer op het gebied van e-handel, e-identiteit en e-handtekeningen, het aspect toegankelijkheid systematisch toetsen aan het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;
· tegen 2011, op basis van een beoordeling van de opties, voorstellen doen om te
garanderen dat websites van de overheid (en websites die basisdiensten aan de burger leveren) tegen 2015 volledig toegankelijk zijn;
· tegen 2012, in samenwerking met de lidstaten en de ter zake relevante
belanghebbende partijen en conform het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, streven naar de vaststelling van een memorandum van overeenstemming over digitale toegang voor personen met een handicap.
De lidstaten dienen:
· tegen 2011 langetermijnbeleidslijnen inzake e-vaardigheden en digitale
geletterdheid ten uitvoer te leggen en in dat verband prikkels voor MKB's en achtergestelde groepen ter beschikking te stellen;
· tegen 2011 de bepalingen inzake handicaps ten uitvoer te leggen in het telecomkader en de richtlijn inzake audiovisuele mediadiensten;
· e-leren te integreren in het nationale beleid inzake de modernisering van onderwijs en opleiding, onder meer in het kader van de curricula, de beoordeling van leerresultaten en de professionele ontwikkeling van onderwijzend en opleidend personeel.
-
energiebesparing in gebouwen en elektriciteitsnetwerken, en voor efficiëntere en zuiniger werkende slimme transportsystemen;
· de ICT-sector moet zelf het voorbeeld geven door zijn eigen milieuprestatie te
rapporteren en daartoe een gemeenschappelijk meetkader vast te stellen als basis voor het bepalen van streefcijfers ter verlaging van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen in alle processen die gepaard gaan met de productie, de distributie, het gebruik en de verwijdering van ICT-producten en de levering van ICT-diensten
52.
De ICT-sector, andere sectoren en overheden moeten dringend samenwerken aan een versnelde ontwikkeling en grootschalige inzet van op ICT gebaseerde oplossingen voor intelligente netwerken en meters, bijna-nul-energie-gebouwen en intelligente transportsystemen. Tevens is het van essentieel belang zowel individuele personen als organisaties de informatie ter hand te stellen om hun koolstofvoetafdruk te verkleinen
-
53.De ICT-sector moet modelleer-, analyse-, monitoring- en visualisatie-
instrumenten leveren aan de hand waarvan de energieprestatie en de emissies van gebouwen, voertuigen, bedrijven, steden en regio's kunnen worden beoordeeld. Intelligente netwerken vormen één van de sleutels voor de overschakeling naar een koolstofarme economie en zullen het mogelijk maken de transmissie en distributie via geavanceerde ICT-communicatie- en -controleplatforms actief te controleren. Voor een efficiënte en veilige interconnectie tussen de verschillende netwerken zullen open transmissie/distributie-interfaces nodig zijn.
Ter illustratie: bijna 20 % van het mondiale elektriciteitsverbruik gaat naar verlichting. Ongeveer 70 % daarvan kan worden bespaard door de geavanceerde SSL-technologie (Solid State Lighting) te combineren met intelligente lichtbeheerssystemen. SSL is gebaseerd op technologieën die zijn ontwikkeld door de mondiaal sterk gepositioneerde Europese halfgeleiderssector. De emissiereductie vereist een combinatie van bewustmaking, opleiding en samenwerking tussen de belanghebbende partijen.
· steun verlenen voor partnerschappen tussen de ICT-sector en belangrijke
emissiesectoren (zoals de bouwsector, vervoer en logistiek, energiedistributie) teneinde de energie-efficiency en de broeikasgasuitstoot van deze sectoren tegen 2013 te verbeteren;
· tegen 2011 de potentiële bijdrage van intelligente netwerken tot het
koolstofvrij maken van de energiebevoorrading in Europa beoordelen, en tegen eind 2010 een reeks minimumfuncties bepalen om de interoperabiliteit van intelligente netwerken op Europees niveau te bevorderen;
· in 2011 in een dan te publiceren groenboek over solid state lighting (SSL) de belemmeringen evalueren en beleidssuggesties voorstellen. Parallel daarmee zal zij aan de hand van het PCI steun verlenen voor demonstratieprojecten.
De lidstaten dienen:
· tegen eind 2011 een akkoord te bereiken over gemeenschappelijke extra functies voor intelligente meters;
· tegen 2012 specificaties voor de totale levensduurkosten (en niet alleen de initiële aankoopkosten)
op te nemen in alle overheidsaanbestedingen voor
verlichtingsinstallaties.
2.7.2. Duurzame gezondheidszorg en op ICT gebaseerde steun voor waardig en zelfstandig wonen
54
Het gebruik van e-gezondheidstechnologieën in Europa kan de kwaliteit van de zorg verbeteren, de medische kosten verlagen, en zelfstandig wonen, ook in veraf gelegen locaties, bevorderen. Dergelijke technologieën zullen echter alleen aanslaan als de persoonlijke gezondheidsinformatie over het individu veilig wordt opgeslagen in het online toegankelijke zorgsysteem. Voor een optimaal gebruik van de mogelijkheden van nieuwe e-gezondheidsdiensten moet de EU de juridische en organisatorische belemmeringen (met name die welke de pan-Europese interoperabiliteit in de weg staan) uit de weg ruimen en samenwerking tussen de lidstaten bevorderen.
onderzoek, en toepassingen als telezorg en online ondersteuning voor sociale diensten. Doel van deze versterkende maatregelen is de zorgverleners te certificeren (zodat zij de toegang tot informatiediensten kunnen vergemakkelijken voor mensen die moeite hebben met het gebruik van het internet) en nieuwe manieren uit te werken om ICT ten dienste van de meest kwetsbare burgers te stellen. Dit programma zal ervoor zorgen dat de digitale maatschappij de zwakkeren, chronisch zieken en gehandicapten in staat stelt zelfstandiger en waardiger te leven. Het AAL-programma zal innovatie en het gebruik van ICT-oplossingen bevorderen op essentiële vlakken als valpreventie (meer dan een derde van de 65-plussers krijgen te maken met een val) en ondersteuning van dementiepatiënten (meer dan 7 miljoen mensen in de EU), en is erop gericht het gebruik van regelingen voor zelfstandig leven door ouderen tegen 2015 te verdubbelen.
ACTIES
Samen met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en met alle betrokken partijen zal de
Commissie:
· in het kader van kernactie 13: proefmaatregelen opzetten om de Europeanen tegen 2015 te voorzien van een beveiligde toegang tot hun medische gegevens en om tegen 2020 een brede verspreiding van telegeneeskundediensten aan te bieden;
· in het kader van kernactie 14: een aanbeveling voorstellen waarin een gemeenschappelijke minimumreeks van gegevens uit patiëntendossiers wordt vastgesteld, die tegen 2012 over de grenzen van de lidstaten heen elektronisch en interoperabel toegankelijk zijn of kunnen worden uitgewisseld
56;
· in het kader van andere acties:
· tegen 2015 voor de hele EU geldende normen57, interoperabiliteitstests en
certificering van e-gezondheidssystemen bevorderen in het kader van overleg met de belanghebbende partijen;
· het gezamenlijk uit te voeren AAL-programma (Ambient Assisted Living) versterken om ouderen en gehandicapten de kans te bieden op een zelfstandig en actief leven in de maatschappij.
Het aantal Europese digitale films blijft vooralsnog onder het verwachte peil, als gevolg van technische (normen) en economische (bedrijfsmodel) problemen. Sommige bioscopen dreigen hun deuren zelfs te moeten sluiten omdat zij het digitale materiaal niet kunnen bekostigen. Steun voor de digitalisering van bioscopen is bijgevolg noodzakelijk willen wij de culturele diversiteit vrijwaren.
Een andere factor die de digitalisering van een groot deel van Europa's recente culturele erfgoed bemoeilijkt, is het gefragmenteerde en gecompliceerde karakter van het bestaande licentiesysteem. Het is zaak de vereffening van rechten te verbeteren en Europeana de openbare digitale bibliotheek van de EU te versterken. Van overheidswege en in het kader van publiek-private initiatieven moet meer geld worden vrijgemaakt voor grootschalige digitalisering, weliswaar met dien verstande dat iedereen daardoor online toegang kan krijgen tot Europa's gemeenschappelijke culturele erfgoed
-
58.Deze toegang kan ten bate van alle Europeanen nog worden
verbeterd door moderne vertaaltechnologieën te bevorderen en in gebruik te nemen.
De richtlijn inzake audiovisuele mediadiensten heeft betrekking op de EU-wijde coördinatie van nationale wetgevingsvoorschriften over alle audiovisuele media, zowel traditionele tv-uitzendingen als diensten op aanvraag. De richtlijn bevat tevens bepalingen over de bevordering van Europese producties, zowel voor uitzending op tv als in het kader van online aanvraagdiensten.
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 15: tegen 2012 een duurzaam model voor financiering van Europeana, de openbare digitale bibliotheek van de EU, en voor de digitalisering van inhoud voorstellen;
· in het kader van andere acties:
· tegen 2012 maatregelen voorstellen naar aanleiding van de resultaten van de
raadpleging over het groenboek van de Commissie inzake de ontsluiting van het potentieel van de cultuurindustrie en de creatieve bedrijfstakken;
als tijd besparen. Tevens kunnen zij dankzij de uitwisseling van milieugegevens en milieugerelateerde gegevens de risico's van de klimaatverandering en door de natuur en de mens veroorzaakte gevaren helpen verminderen. In Europa zijn weliswaar al heel wat e-overheidsdiensten beschikbaar, maar de verschillen tussen de lidstaten blijken groot, en het gebruik van deze diensten door de burgers staat op een laag pitje. In 2009 gebruikte slechts 38 % van de EU-burgers het internet om toegang te krijgen tot e-overheidsdiensten; voor bedrijven lag dit cijfer op 72 %. Het algemene internetgebruik zal de hoogte ingaan wanneer gebruik, kwaliteit en toegankelijkheid van e-overheidsdiensten toenemen.
De Europese regeringen hebben zich ertoe verbonden om tegen 2015 te zorgen voor een brede verspreiding van gebruikersgerichte, gepersonaliseerde en op meerdere platforms gebaseerde e-overheidsdiensten
-
59.Met het oog daarop moeten zij
maatregelen nemen om de toepassing van nodeloze technische voorschriften (zoals toepassingen die alleen werken in specifieke technische omgevingen of met specifieke apparatuur) te vermijden. De Commissie zal het voorbeeld geven met de tenuitvoerlegging van intelligente e-overheidsdiensten. Deze diensten zijn bedoeld om gestroomlijnde administratieve procedures te ondersteunen, gegevensuitwisseling te vergemakkelijken en de contacten met de Commissie te vereenvoudigen. Zij dragen bij tot actieve deelname van de gebruikers en verbeteren de doeltreffendheid, efficiëntie en transparantie van de Commissie.
De meeste online overheidsdiensten werken alleen binnen de grenzen van het betrokken land en houden geen rekening met de mobiliteit van bedrijven en burgers. De overheden hebben zich tot dusverre vooral geconcentreerd op hun nationale behoeften en zijn daarbij voorbijgegaan aan de internemarktdimensie van e-overheidsdiensten. Dit neemt echter niet weg dat tal van initiatieven en rechtsinstrumenten betreffende de eengemaakte markt (zoals de dienstenrichtlijn of het actieplan e-aanbesteding) uitgaan van de mogelijkheid dat bedrijven elektronisch en grensoverschrijdend interageren en zaken doen met overheden
60.
Daarom dient Europa op administratief niveau beter samen te werken, wil het grensoverschrijdende e-overheidsdiensten ontwikkelen en in gebruik nemen. Dit impliceert de tenuitvoerlegging van naadloze e-aanbesteding en van praktische, grensoverschrijdende e-identificatie- en e-authenticatiediensten (inclusief wederzijde erkenning van beveiligingsniveaus voor authenticatie)
ACTIES
De Commissie zal:
· in het kader van kernactie 16: tegen 2012 een besluit van de Raad en het Europees Parlement voorstellen ter waarborging van de wederzijdse erkenning van
e-identificatie
en e-authenticatie in de hele EU op basis van
online "authenticatiediensten" die in alle lidstaten moeten worden aangeboden (op basis van op het meest geschikte niveau - openbaar of particulier - afgegeven officiële documenten);
· in het kader van andere acties:
· steun voor naadloze grensoverschrijdende e-overheidsdiensten in de
eengemaakte markt verlenen via het PCI (programma voor
concurrentievermogen en innovatie) en het ISA-programma
(interoperabiliteitsoplossingen voor Europese overheidsdiensten);
· tegen 2011 de richtlijn inzake toegang van het publiek tot milieu-informatie62
herzien;
· met de lidstaten en de belanghebbende partijen samenwerken aan de invoering
van grensoverschrijdende e-milieudiensten, met name geavanceerde sensornetwerken;
· tegen 2011 concrete maatregelen omschrijven in een witboek over de
interconnectie van de e-aanbestedingscapaciteit in de eengemaakte markt;
· op het gebied van open en transparante e-overheidsdiensten het voorbeeld
geven door in 2010 een ambitieus e-Commissie actieplan voor de periode 2011-2015 voor te stellen, onder meer op het gebied van volledig elektronische aanbestedingen.
2.7.5 Intelligente vervoerssystemen voor efficiënt vervoer en betere mobiliteit
Dankzij intelligente vervoerssystemen (Intelligent Transports Systems - ITS) verloopt het vervoer efficiënter, sneller, vlotter en betrouwbaarder. De nadruk in dit verband ligt op slimme oplossingen om passagiers- en vrachtstromen over de verschillende vervoersmodi te verdelen en infrastructuurknelpunten op de weg, op het spoor, in de lucht en op zee- en binnenwateren op een duurzame manier weg te werken.
Wat het wegvervoer en de koppeling daarvan met ander modi betreft, wordt in het kader van het ITS-actieplan en de desbetreffende richtlijn steun verleend voor het gebruik van realtime verkeers- en reisinformatie en van dynamische verkeersbeheerssystemen om dichtslibbing van het verkeersnet te voorkomen en groene mobiliteit aan te moedigen, zonder dat de veiligheid en de beveiliging daarbij in het gedrang komen. Dankzij de oplossingen in het kader van het luchtverkeersbeheer voor de Europese luchtvaartruimte (Single European Sky ATM Research - SESAR) zullen luchtvaartnavigatiesystemen en ondersteunende systemen worden geïntegreerd. Rivierinformatiediensten (RIS) en elektronische maritieme diensten bevorderen de kwaliteit, de veiligheid en de doeltreffendheid van de binnenvaart en het maritieme vervoer. Het Europees beheerssysteem voor spoorvervoer op zijn beurt heeft tot doel op Europese schaal een automatisch snelheidscontrolesysteem in te voeren, terwijl telematicatoepassingen voor goederenvervoer over het spoor
63 en passagiersvervoer over het spoor de
grensoverschrijdende dienstverlening moeten ondersteunen aan de hand van realtime bijwerkingen en reisplanningsinstrumenten (onder meer betreffende verbindingen met andere treinen en vervoersmodi, reserveringen, betalingen en bagagetracering).
ACTIES
De Commissie zal:
· de snelheid van het ITS-gebruik opvoeren, met name voor weg- en spoorvervoer, door
de voorgestelde ITS-richtlijn toe te passen ter ondersteuning van interoperabiliteit en snelle normalisatie;
2.8. Internationale aspecten van de Digitale Agenda
De Europese Digitale Agenda moet van Europa een mondiale topspeler op het vlak van slimme, duurzame en inclusieve groei maken. De zeven pijlers van de Digitale Agenda hebben één voor één een internationale dimensie. De digitale eengemaakte markt moet zijn blik over de grenzen van de EU richten, aangezien tal van beleidsonderwerpen alleen in een internationale context naar een hoger niveau kunnen worden getild. Interoperabiliteit en mondiaal erkende normen brengen minder risico's en lagere kosten van nieuwe technologieën met zich mee en kunnen het tempo van de innovatie fors helpen opdrijven. Problemen met de beveiliging van de cyberomgeving vergen eveneens een internationale aanpak. De Europese regelgevingsoplossingen op basis van gelijke kansen, transparant bestuur en markten die openstaan voor concurrentie, dienen elders ter wereld trouwens als inspiratiebron. Tot slot moeten in de Digitale Agenda benchmarks worden vastgesteld om de prestatie van Europa te toetsen aan de internationale topscore.
Om de hierboven toegelichte acties te verwezenlijken, moet de Digitale Agenda een internationale dimensie krijgen, met name gezien het strategische belang van het internet. Europa moet overeenkomstig de Agenda van Tunis zijn leidersrol blijven spelen door een zo open en inclusief mogelijk beheer van het internet te bevorderen. Veel apparatuur en talrijke toepassingen voor de meest uiteenlopende bezigheden worden ongeacht geografische aspecten nu al via het internet aangeboden. Dit fenomeen zal in de toekomst alleen nog maar verder uitbreiding nemen en maakt het internet tot een machtig instrument voor de wereldwijde vrijheid van meningsuiting.
Om innovatie ook op internationaal niveau te stimuleren, zal de Commissie streven naar gunstige voorwaarden voor de externe handel in digitale goederen en diensten, en zal zij bijvoorbeeld een sterker partnerschap ontwikkelen met het oog op markttoegang en investeringskansen, lagere tarifaire en non-tarifaire mondiale handelsbelemmeringen, betere bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten en preventie van marktverstoringen.
De overeenkomst inzake informatietechnologie (ITA) van 1997 heeft tastbare resultaten opgeleverd, door het gebruik van informatietechnologie in en buiten Europa te stimuleren. Gezien de nieuwe ontwikkelingen, met name op het gebied van technologie- en productconvergentie, is de ITA echter aan herziening toe.
· met derde landen samenwerken om de internationale handelsvoorwaarden betreffende
digitale goederen en diensten te verbeteren, onder meer op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten;
· streven naar een mandaat voor de afstemming van internationale overeenkomsten op de technologische vooruitgang, en, waar nodig, nieuwe instrumenten voorstellen.
-
3.UITVOERING EN BEHEER
De grootste uitdaging bestaat erin de maatregelen die voor het bereiken van de doelstellingen vereist zijn, snel vast te stellen en ten uitvoer te leggen. Om deze verandering in Europa te bewerkstelligen, zijn een gezamenlijke vastberaden aanpak en een gemeenschappelijke visie nodig.
De Digitale Agenda zal pas met succes worden bekroond wanneer alle daarin opgenomen acties nauwgezet ten uitvoer worden gelegd overeenkomstig de beheersstructuur van de Europa 2020-strategie. Zoals aangegeven in de figuur hieronder zal de Commissie daartoe:
-
1.een intern coördinatiemechanisme opzetten, met als spil een groep van commissarissen. Dit mechanisme moet zorgen voor een doeltreffende horizontale coördinatie van het beleid, met bijzondere nadruk op de wetgevingsinitiatieven die in het kader van de Digitale Agenda worden voorgesteld (bijlage 1);
Figuur: De bestuurscyclus voor de Europese Digitale Agenda
Europese RaadEuropese Raad
rapportage aanrapportage aan
Europese Digitale Agenda (Jaarlijkse mededeling)Europese Digitale Agenda (Jaarlijkse mededeling)
Vergadering DigitaleVergadering Digitale
Groep op hoog niveau van Groep op hoog niveau van Agenda (zomer)Agenda (zomer)Vertegenwoordiging Europees ParlementVertegenwoordiging Europees Parlement
-
3.de voortgang van de Digitale Agenda in kaart brengen in een jaarlijks in mei te publiceren scorebord, met daarin
64:
· een overzicht van sociaaleconomische ontwikkelingen dat is opgesteld op basis
van essentiële prestatie-indicatoren die worden geselecteerd volgens hun relevantie voor de voornaamste beleidsonderwerpen (bijlage 2)
65;
· een bijgewerkt overzicht van de vooruitgang die is geboekt in het kader van de in
de Digitale Agenda vastgestelde beleidsacties;
-
4.met betrekking tot de vooruitgang die in de digitale scoreborden wordt aangegeven, een breed overleg met de belanghebbende partijen organiseren in de vorm van een jaarlijkse, in juni te houden digitale vergadering waar de lidstaten, de instellingen van de EU, en vertegenwoordigers van de burgers en de sector samenkomen voor een beoordeling van de vooruitgang en van de nieuwe uitdagingen. De eerste digitale vergadering zal in de eerste helft van 2011 plaatsvinden;
Bijlage 1: Tabel van wetgevingsacties
Wetgevingsacties/-voorstellen van de Commissie Verwachte leverings- termijn
Een dynamische digitale eengemaakte markt
Kernactie 1: Voorstel voor een kaderrichtlijn inzake het collectieve beheer van rechten, tot vaststelling van een pan-Europese licentieverlening voor (online) rechtenbeheer 2010
Kernactie 1: Voorstel voor een richtlijn inzake verweesde werken met het oog op een versnelde digitalisering en digitale verspreiding van culturele werken in Europa 2010
Kernactie 4: Herziening van het EU-regelgevingskader inzake gegevensbescherming ter versterking van het vertrouwen en de rechten van individuen 2010
Opstellen van voorstellen voor de aanpassing van de richtlijn inzake e-handel aan ontwikkelingen op de online markten 2010
Kernactie 2: Voorstel inzake maatregelen voor de omschakeling naar een eengemaakte eurobetalingsruimte (Single Euro Payment Area SEPA) tegen een vast te stellen datum 2010
Kernactie 3: Herziening van de richtlijn inzake e-betalingen om de grensoverschrijdende erkenning en interoperabiliteit van beveiligde e-authenticatiesystemen te garanderen 2011
Voorstel voor een instrument inzake contractrecht als aanvulling op de richtlijn inzake consumentenrechten 2011
Wetgevingsacties/-voorstellen van de Commissie Verwachte leverings- termijn
Kernactie 5: Voorstellen ter hervorming van de voorschriften inzake de toepassing van ICT-normen in Europa met als doel gebruik te kunnen maken van door bepaalde ICT-fora en -consortia vastgestelde normen 2010
Uitvaardiging van richtsnoeren over essentiële 2011
intellectuele-eigendomsrechten en licentievoorwaarden in het kader van normalisatie, onder meer op het gebied van voorafgaande bekendmaking
Verslag over de haalbaarheid van maatregelen die belangrijke marktspelers kunnen aansporen tot licentieverlening voor interoperabiliteitsinformatie 2012
Vertrouwen en beveiliging
Kernactie 6: Voorstel voor een verordening tot modernisering van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA), en voorstel voor het opzetten van een CERT (Computer Emergency Response Team) voor de EU-instellingen 2010
Kernactie 4: In het kader van de modernisering van het 2010
EU-regelgevingskader inzake bescherming van persoonsgegevens, nagaan of de bepalingen inzake de aanmelding van beveiligingsinbreuken moeten worden uitgebreid
Kernactie 7: Voorstel voor rechtsmaatregelen ter bestrijding van cyberaanvallen 2010
Kernactie 7: Voorstel voor voorschriften inzake de jurisdictie in de cyberomgeving op EU- en internationaal niveau 2013
Wetgevingsacties/-voorstellen van de Commissie Verwachte leverings- termijn
Europees Sociaal Fonds (2014-2020)
ICT als facilitator van maatschappelijke baten in de EU
Voorstel voor een reeks minimumfuncties om de interoperabiliteit van intelligente netwerken op Europees niveau te bevorderen 2010
Zo nodig, een voorstel voor gemeenschappelijke methoden voor de meting van de energieprestatie en broeikasgasemissies van de ICT-sector 2011
Uitvaardiging van een aanbeveling inzake de digitalisering van Europese films 2011
Herziening van de richtlijn inzake toegang van het publiek tot milieu-informatie 2011
Voorstel voor een richtlijn voor het gebruik van elektronische maritieme diensten 2011
Voorstel voor een richtlijn met technische specificaties inzake telematicatoepassingen betreffende diensten voor passagiersvervoer per spoor 2011
Kernactie 14: Uitvaardiging van een aanbeveling waarin een gemeenschappelijke minimumreeks van gegevens uit patiëntendossiers wordt vastgesteld die over de grenzen van de lidstaten heen elektronisch en interoperabel toegankelijk zijn of kunnen worden uitgewisseld 2012
Kernactie 16: Voorstel voor een besluit van de Raad en het Europees Parlement waarbij de lidstaten worden verzocht om wederzijdse erkenning van e-identificatie en e-authenticatie in de hele EU op basis van online "authenticatiediensten" 2012
Bijlage 2: Essentiële prestatiedoelstellingen
De indicatoren komen voornamelijk uit het benchmarkkader 2011-201566 dat de
lidstaten van de EU in november 2009 hebben bekrachtigd.
-
1.Doelstellingen voor breedband
· Basisbreedband voor iedereen tegen 2013: 100 % basisbreedbanddekking voor de
burgers van de EU. (Vertreksituatie: in december 2008 beschikte 93 % van de bevolking in de EU over een DSL-verbinding.)
· Snelle breedband tegen 2020: alle EU-burgers moeten beschikken over breedband
met een snelheid van 30 Mbps of meer. (Vertreksituatie: in januari 2010 draaide 23 % van de breedbandverbindingen op een snelheid van ten minste 10 Mbps.)
· Ultrasnelle breedband tegen 2020: dan moet 50 % van de Europese huishoudens
over een verbinding met een snelheid van meer dan 100 Mbps beschikken. (Geen vertreksituatie)
-
2.Een digitale eengemaakte markt
· Bevordering van e-handel: tegen 2015 moet 50 % van de bevolking
online aankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 37 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden goederen en diensten voor particulier gebruik besteld via het internet.)
· Grensoverschrijdende e-handel: tegen 2015 moet 20 % van de bevolking over de
grenzen van het eigen land online aankopen doen. (Vertreksituatie: in 2009 had 8 % van de Europeanen tussen 16 en 74 jaar gedurende de vorige twaalf maanden via het internet goederen en diensten besteld bij verkopers in een ander EU-land.)
· e-handel voor bedrijven: 33 % van de MKB's moeten tegen 2015 online
aankopen/verkopen. (Vertreksituatie: in 2008 bedroeg de online aankoop/verkoop door bedrijven respectievelijk 24 % en 12 %; de daarmee gemoeide bedragen bedroegen 1 % of meer van de omzet/totale aankopen.)
-
3.Digitale inclusie
· Verhoging van het regelmatige internetgebruik van 60 % tot 75 % tegen 2015, en
van 41 % tot 60 % in het geval van gehandicapten. (De cijfers die ten grondslag liggen aan de vertreksituatie, dateren uit 2009.)
· Halvering van het deel van de bevolking dat nog nooit heeft geïnternet tegen 2015
(doel: 15 %) (Vertreksituatie: in 2009 had 30 % van de personen van 16 tot 74 jaar nog nooit geïnternet.)
-
4.Overheidsdiensten
· Tegen 2015 te bereiken doelstelling inzake e-overheid: 50 % van de burgers dient deze diensten te gebruiken en meer dan de helft van hen dient ingevulde formulieren terug te sturen. (Vertreksituatie: in 2009 had 38 % van de burgers van 16 tot 74 jaar gedurende de vorige 12 maanden gebruik gemaakt van e-overheidsdiensten, 47 % van hen voor het versturen van ingevulde formulieren.)
· Tegen 2015 te bereiken doelstelling inzake grensoverschrijdende
overheidsdiensten: online beschikbaarheid van alle essentiële
grensoverschrijdende overheidsdiensten die zijn opgenomen in de door de lidstaten tegen 2011 goed te keuren lijst. (Geen vertreksituatie)
-
5.Onderzoek en innovatie
· Verhoging van de O&O-inspanningen op het gebied van ICT: verdubbeling van
de overheidsinvesteringen tot 11 miljard euro. (Vertreksituatie: in 2007 bedroeg de nominale waarde van de overheidskredieten en -uitgaven voor O&O op ICT-gebied 5,7 miljard euro.)
-
6.Een koolstofarme economie
Bevordering van zuinige verlichting: tegen 2020 moet het energieverbruik voor verlichting met ten minste 20 % zijn verlaagd. (Geen vertreksituatie).
| publicatiedatum | 19-05-2010 |
|---|---|
| kenmerk | 9981/10 |
