Onrust in Egypte - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Onrust in Egypte

Rellen in Egypte

De onrust in Egypte begon op 25 januari 2011, een dag die de Egyptenaren omdoopten tot Dag van de Woede. Dit gebeurde naar aanleiding van protesten in Tunesië, waar de bevolking vroeg om het aftreden van de president en de regering. In Egypte werd dezelfde eis gesteld. Een deel van de bevolking kwam in opstand tegen het regime van president Hosni Mubarak, die al dertig jaar met harde hand regeerde. 

In de hoop de protesten te stoppen, kwam Mubarak de demonstranten enigszins tegemoet. De betogers namen daar echter geen genoegen mee en bleven demonstreren tot Mubarak vertrok. Hoewel de protesten op het Tahrirplein in Caïro in eerste instantie vreedzaam verliepen, sloeg de sfeer om toen er confrontaties tussen de betogers en aanhangers van Mubarak ontstonden. Het aanhoudende geweld door het optreden van de politie, eiste veel slachtoffers en buitenlandse toeristen werden massaal uit het land teruggeroepen.

Op 11 februari 2011 trad Mubarak af. De demonstranten gingen eisten echter dat ook leden van het oude regime zich zouden verantwoorden voor hun daden. Om definitief een einde te maken aan de protesten benoemde de Opperste Militaire Raad, na het vertrek van Mubarak het hoogste gezag in Egypte, begin maarteen nieuwe premier. Ook organiseerde het militaire regime een referendum, waarin de Egyptische bevolking zich uitsprak voor grondwetswijzigingen en vrijere verkiezingen. De verkiezingen kwamen er en in december 2012 werd in een referendum ingestemd met een nieuwe grondwet.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Chronologisch overzicht van de Egyptische revolutie

In het voorjaar van 2011 begonnen er op verschillende plaatsen in Egypte massale betogingen tegen president Hosni Mubarak die sinds 1981 met harde hand over Egypte regeerde. De demonstranten eisten het vertrek van Mubarak en afschaffing van de noodtoestand, die al gold zolang Mubarak aan de macht was en de politie veel vrijheid gaf en demonstraties het vormen van politieke organisaties verbood. De belangrijkste demonstraties vonden plaats op het Tahrirplein in Caïro. Door gewelddadig optreden tegen de betogers kwamen zo'n 850 Egyptenaren om het leven. Gedwongen door de deomonstranten, droeg Mubarak de macht over aan veldmaarschalk Tantawi, wiens militaire bewind de grondwet opschortte en het Egyptische parlement ontbond. Een maand later werd Mubarak gearresteerd en werd zijn partij, de Nationaal-Democratische Partij, verboden. De conservatieve oppositiepartij van de Moslim Broederschap, de Partij voor Vrijheid en Recht, werd na een jarenlang verbod toegelaten.

In november 2011 laaiden de protesten op het Tahrirplein weer op omdat de bevolking bang was dat het leger zijn macht niet zou willen afstaan na de parlementsverkiezingen van 28 november. Ook bij het onderdrukken van deze protesten werd geweld niet geschuwd en vielen doden. Bij de verkiezingen van november behaalden de Moslimbroeders een meerderheid in het parlement. Vanaf dat moment werd er gewerkt aan een nieuwe grondwet en werden presidentsverkiezingen uitgeschreven.

In juni 2012 verklaarde het Egyptisch Hooggerechtshof de parlementsverkiezingen ongrondwettelijk. Snel daarna ontbond de Opperste Militaire Raad het parlement. Deze actie had veel weg van een militaire staatsgreep: de generaals namen de wetgevende bevoegdheden van het parlement over. Ook nam het leger het laatste woord over hoe de nieuwe grondwet werd geschreven. Op 24 juni 2012 werd bekend dat Mohammed Morsi van de Moslimbroeders de presidentsverkiezingen had gewonnen. Hij is op 30 juni 2012 officieel beëdigd als president van Egypte. Mubarak werd in juni 2012 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij de dood van honderden demonstranten.

In november 2012 waren er protesten op het Tahrirplein tegen het regime van Morsi, nadat hij een decreet had uitgevaardigd dat zijn besluiten niet juridisch kunnen worden aangevochten en nadat hij de belangrijkste openbaar aanklager ontsloeg. Op 8 december 2012 heeft Morsi na volksprotesten en klachten van rechters het decreet ingetrokken.

In december 2012 werd een referendum gehouden over een nieuwe grondwet die onder het regime van Morsi was opgesteld. Ruim 64 procent van de Egyptische bevolking stemde daarbij in met de nieuwe grondwet. De opkomst bij het referendum was 33 procent.

2.

Standpunt EU

De Europese Unie benadrukte dat de massale protesten in Egypte een signaal waren dat het volk verandering wilde. EU-buitenlandchef Ashton vroeg de Egyptische regering te luisteren naar de wensen van de betogers en hun het recht te gunnen om vreedzaam te demonstreren. Toen de situatie escaleerde, riep de Europese Unie president Mubarak op onmiddellijk met de oppositie te gaan praten over het creëren van een ordentelijke overgangsperiode naar vrije en eerlijke verkiezingen.

Na het aftreden van Mubarak lieten Ashton, EU-president Herman van Rompuy en José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, in een gezamenlijke verklaring weten blij te zijn dat Mubarak naar de stem van het Egyptische volk had geluisterd en daarmee de weg had vrijgemaakt voor snellere en diepgaandere hervormingen en een ordentelijke overgang naar democratie. Jerzy Buzek, voorzitter van het Europees Parlement, omschreef het vertrek van de Egyptische president als een 'historische gebeurtenis'.

Ashton bracht in februari 2012 een bezoek aan Egypte. Namens de EU bood zij het land hulp aan bij het hervormingsproces. In een ontmoeting met de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken Aboul Gheit besprak zij belangrijke aspecten voor de toekomst van Egypte: het proces richting democratie en de economische behoeften van het land. Ashton benadrukte dat de toekomst van Egypte volledig in de handen van het land zelf ligt. De EU speelde slechts een ondersteunende rol.

Wel maakte de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso in september 2012 bekend dat de EU Egypte zal steunen met 600 miljoen euro. Dit bedrag is bedoeld voor verschillende projecten, zoals het bevorderen van de werkgelegenheid en het herstellen van de economie.

3.

Meer informatie