Beleid ontwikkelingssamenwerking - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

bij Beleid ontwikkelingssamenwerking

Afrikaanse mensen

De Europese Unie is de grootste donor van ontwikkelingsgelden ter wereld. Samen met de lidstaten is de Europese Unie verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle niet-particuliere internationale hulpverlening. De lidstaten en de EU samen geven circa 55, miljard euro aan officiële ontwikkelingsbijstand.

De Europese Unie reserveert een budget voor ontwikkelingssamenwerking in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) om de doelstellingen uit het Cotonou-akkoord (2000) te kunnen verwezenlijken. In de Meerjarenbegroting 2014-2010 is 150,9 miljard beschikbaar voor ontwikkelingshulp.

Het tiende Europese Ontwikkelingsfonds, dat in januari 2006 werd vastgesteld, heeft een budget van 22,6 miljard euro voor de periode 2008-2013. Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

Het ontwikkelingsbeleid van de EU gaat uit van handel en hulp. De EU ziet handel als een stimulans voor economische groei en productiecapaciteit in arme landen. Ontwikkelingslanden krijgen in sommige gevallen gemakkelijker toegang tot de Europese markt dan andere landen.

Met name in de gebieden dichtbij de Europese Unie, en de landen die vroeger een kolonie waren van EU-lidstaten, bestaan actieve samenwerkingsverbanden.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Doelen en focus van het Europese ontwikkelingsbeleid

De Europese Unie voert een ontwikkelingsbeleid dat rekening houdt met de Millenniumdoelen van de VN. Het streeft de volgende doelen na:

  • Economisch en humanitair: het stimuleren van duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden om de armoede te bestrijden en deze landen meer te betrekken in de wereldeconomie.
  • Politiek: het verstevigen van democratische structuren, het ondersteunen van een rechtsstaat die mensenrechten eerbiedigt en de fundamentele vrijheden voor de bewoners waarborgt.

Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingssamenwerking vooral te richten op de volgende gebieden:

  • Handel en regionale integratie
  • Milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
  • Infrastructuur, communicatie en transport
  • Water
  • Energie
  • Plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
  • Bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
  • Conflictpreventie en instabiele staten
  • Menselijke ontwikkeling (Onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
  • Sociale cohesie en werkgelegenheid

Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding.

Naast deze kerngebieden, zijn vier aandachtspunten aangewezen die extra nadruk krijgen, omdat juist die problemen op verschillende vlakken spelen. Dit zijn democratie en mensenrechten, behoud van het milieu, gelijke rechten tussen man en vrouw en de strijd tegen HIV/AIDS. Een strategie voor het uitvoeren van deze aandachtspunten moet in alle ontwikkelingsstrategieën worden opgenomen.

Het einddoel van de Unie is om achtergebleven bevolkingsgroepen in de wereld weer controle te geven over hun eigen ontwikkeling. Daarom richt de hulp zich vooral op de oorzaken van hun achterstand.

Samenwerkingsverbanden

De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen). De samenwerking bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.

De prioriteiten die in 2005 met de ACS-landen zijn afgesproken, omvatten handelsafspraken, programma's voor armoedebestrijding en bepalingen voor goed bestuur (corruptiebestrijding). Daarnaast geeft het nieuwe, herziene Cotonou-verdrag aandacht aan het bestrijden van terrorisme en de verspreiding van massavernietigingswapens, en deelname aan het Internationaal Strafhof (ICC).

Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die verbanden hebben met Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en die verbonden zijn met de Europese Unie.

Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.

Ontwikkelingsbudgetten

De Europese Unie en haar lidstaten besteden gemiddeld jaarlijks meer dan 5,5 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget, maar ook de Europese Commissie heeft ook een fors budget (tot 2013 ruim negen miljard euro per jaar). 

In oktober 2011 zijn er echter wel hervormingen in het beleid doorgevoerd. Het doel van deze hervormingen was dat Europese ontwikkelingshulp meer gericht moest worden op regio's, landen en staten die de meeste hulp nodig hebben. Landen en regio's die zelf  over genoeg middelen beschikken, zullen geen bilaterale subsidies ontvangen, maar zullen profiteren van hulp in de vorm van partnerschappen met de Unie. 

Deze partnerschappen zijn nieuw in het ontwikkelingsbeleid opgenomen, om de belangen van de EU te verdedigen, te bevorderen en om belangrijke mondiale problemen aan te pakken.  Verder kan de EU met de partnerschappen werken aan andere thema's naast ontwikkelingsamenwerking in deze partnerschappen. De Europese Commissie heeft eind 2011 negen financiële instrumenten ingevoerd voor het uitvoeren van het beleid ontwikkelingssamenwerking. Deze financiële instrumenten zijn subsidies of financiële steun van de Europese Unie:

  • Instrument voor pré-toetredingssteun (IPA)
  • Europees nabuurschapinstrument (ENI)
  • Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI)
  • Partnerschapinstrument (PI)
  • Stabiliteitsinstrument (IfS)
  • Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)
  • Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC)
  • Instrument voor Groenland (GI)
  • Europees ontwikkelingsfonds (EOF, buiten EU-begroting)

In 2012 besteedde de EU 0,5 procent van het gezamenlijk bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp. Voorgenomen is om dit 2015 verhoogd te hebben tot 0,7 procent van het bbp. 

Europa staat mondiaal gezien aan kop als het gaat om de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking: het budget bedraagt bijna 100 euro per inwoner. De VS besteden 53 euro per inwoner; Japan 69 euro per inwoner.

Voor de periode 2008-2013 is de Europese Commissie verantwoordelijk voor een begroting van 22,7 miljard euro, bestemd voor landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. Daarnaast is voor de periode 2007-2013 17 miljard euro gereserveerd voor ontwikkelingsbeleid. De besteding van deze middelen moet meer bijdragen aan het behalen van de Millenniumdoelen. Het accent verschuift daarmee van ontwikkeling van infrastructuur naar onderwijs en zorg. Het totale EU-budget voor Europees ontwikkelingsbeleid tussen 2007 en 2013 bedraagt ongeveer 40 miljard euro.

Zowel de Europese Commissie als afzonderlijke EU-lidstaten geven ontwikkelingshulp. Het gevolg is versnippering: tientallen verschillende ontwikkelingsprojecten richten zich op dezelfde doelstellingen in dezelfde streek. Hierdoor gaat naar schatting 10 tot 15 procent van het totaalbudget verloren aan de administratieve rompslomp. In  maart 2006 nam eurocommissaris Michel maatregelen om projecten sneller te kunnen starten ("Aid Effectiveness Package").

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal Ontwikkelingshulp

2.

Wie doet wat

De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie.

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Ontwikkeling:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over Ontwikkelingsbeleid is de Raad Buitenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

De volgende europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid"

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).

3.

Juridisch kader

De juridische basis voor ontwikkelingssamenwerking is terug te vinden in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VwEU):

  • beleidsmatige aspecten: derde deel VwEU titel III hoofdstuk 1 (artikelen 208 t/m 211)

4.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer

Internationaal Monetair Fonds

Verenigde Naties

Wereldbank

Overig