EMU-saldo - Hoofdinhoud
Het begrotingssaldo van een land geeft weer of dat land een overschot of een tekort heeft bij zijn overheidsuitgaven. Als de uitgaven in een bepaald jaar groter zijn dan de inkomsten, is er in dat jaar sprake van een tekort en groeit de staatsschuld. Het begrotingssaldo geeft dus een indicatie van de staat waarin het huishoudboekje van de overheid in een bepaald jaar verkeert.
Het is gebruikelijk dat het begrotingssaldo wordt gepresenteerd als percentage van het bruto binnenlands product (BBP). Zo wordt de omvang van het begrotingssaldo gerelateerd aan de omvang van de totale economie. De lidstaten van de Europese Unie hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo.
Om precies te zijn is het EMU-saldo het vorderingensaldo van de totale overheid. Dit betekent dat niet alleen de financiën van de rijksoverheid meetellen voor het EMU-saldo, maar ook die van de decentrale overheden (zoals gemeenten, provincies en waterschappen) en premiegefinancierde sectoren als de sociale zekerheid en de zorg. Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen, is een aantal jaren geleden in het zogenaamde Stabiliteits- en Groeipact afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% BBP mag bedragen. Door gebrekkige naleving van de Europese afspraken en door de economische crisis hebben veel landen de laatste jaren echter grote tekorten moeten noteren en is er een schuldencrisis ontstaan.
Is Nederland eigenlijk het braafste jongetje van de klas op het gebied van de overheidsuitgaven? Laten we eens kijken naar het jaar 2012. In dat jaar had Nederland een begrotingstekort van 4,1% BBP. Hiermee stond Nederland op de 18e plaats in de EU. Duitsland deed het het best. Buiten dit land hadden alle EU-lidstaten een tekort.
Griekenland en Spanje zijn sterk getroffen door de crisis en kenden EMU-tekorten van 10 resp. 10,6% BBP. Ierland herstelt zich enigszins, maar heeft nog steeds een hoog tekort. Het Ierse tekort is gedaald van bijna 31% in 2010 naar 7,6% in 2012. Tot en met 2007 had Ierland nog bijna ieder jaar een overschot. Andere landen met zeer grote tekorten in 2012 waren het Verenigd Koninkrijk en Cyprus (beide 6,3%) en Portugal (6,4%). Het EMU-tekort van Italië (3%) was in 2012 voor het vierde achtereenvolgende jaar kleiner dan dat van Nederland. Bovendien was 2012 het vierde achtereenvolgende jaar waarin het Nederlandse tekort boven de norm van 3% uitkwam.