CONFERENTIE VAN DE Brussel, 22 februari 2000 (25.02)
(OR. fr)
VERTEGENWOORDIGERS VAN DE
REGERINGEN DER LIDSTATEN
CONFER 4711/00
LIMITE
NOTA VAN HET VOORZITTERSCHAP
Betreft:
ICG 2000: Mogelijke uitbreiding van stemming bij gekwalificeerde meerderheid
-
-Bespreking van bepaalde reeds onder de communautaire bevoegdheid vallende
gebieden waarvoor de besluitvorming, bij gebreke van een specifieke procedure, in het verleden vaak werd gebaseerd op de procedure van artikel 308 van het VEG
I. INLEIDING
Artikel 308 (voorheen artikel 235) van het EG-Verdrag wordt vrij vaak gebruikt voor de
vaststelling van besluiten en maatregelen op bepaalde gebieden die onder de huidige
bevoegdheid van de Europese Gemeenschap vallen 1. Bij gebreke van een specifieke
Verdragsbepaling voor de uitoefening van deze bevoegdheid, doet de Raad voor het
vaststellen van dergelijke besluiten en maatregelen een beroep op artikel 308. Die reeds
Een statistische analyse van de sinds 1 juli 1987 op grond van artikel 308 van het EG-Verdrag
vastgestelde besluiten (zie bijlage) leert dat er drie gebieden zijn waarop vaak gebruik wordt
gemaakt van artikel 308:
-
-de oprichting van gedecentraliseerde organen met rechtspersoonlijkheid die tot taak
hebben een doelstelling van het Verdrag na te streven;
-
-economische, financiële en technische samenwerking met derde landen;
-
-de energiesector.
Besluitvorming op die gebieden - die nu reeds tot de bevoegdheid van de Gemeenschap
behoren - wordt vaak gebaseerd op artikel 308; vraag is dan ook of het niet aangewezen zou
zijn in het EG-Verdrag een specifieke rechtsgrondslag voor die gebieden op te nemen, omdat
die nieuwe rechtsgrondslag geen enkele overdracht van bevoegdheden met zich zou
meebrengen.
II. OPRICHTING VAN GEDECENTRALISEERDE ORGANEN MET RECHTS-PERSOONLIJKHEID DIE TOT TAAK HEBBEN EEN DOELSTELLING VAN HET VERDRAG NA TE STREVEN
Om communautaire organen met rechtspersoonlijkheid op te richten op gebieden waarop het
Verdrag niet in een specifieke rechtsgrondslag voorzag, werd tot nu toe als rechtsgrondslag
III. BUITENLANDSE BETREKKINGEN: ECONOMISCHE, FINANCIËLE EN
TECHNISCHE SAMENWERKING MET DERDE LANDEN
Het Verdrag betreffende de Europese Unie heeft in het VEG een specifieke rechtsgrondslag
opgenomen voor de samenwerking met de ontwikkelingslanden (artikelen 177 tot en met 181
van het VEG). Bij gebreke van een specifieke rechtsgrondslag voor economische en
betalingsbalanssteun aan de derde landen, baseert de Raad zich op artikel 308 om steun toe te
kennen aan de derde landen die geen ontwikkelingsland zijn. Anderzijds wordt artikel 308,
naast andere rechtsgrondslagen, nog steeds gebruikt om overeenkomsten inzake economische,
financiële en technische samenwerking te sluiten met deze niet-ontwikkelingslanden (en om
eventueel autonome, soortgelijke maatregelen betreffende deze landen vast te stellen).
IV. ENERGIE
Bij gebreke van een specifieke rechtsgrondslag in het Verdrag hebben de instellingen zich op
artikel 308 van het VEG gebaseerd om kaderprogramma's, technologische actieprogramma's,
studieprogramma's, maatregelen inzake internationale samenwerking en andere besluiten in
de energiesector vast te stellen, alsmede om internationale overeenkomsten te sluiten (bijv.
het Energiehandvest) 1.
Energie valt evenwel niet uitsluitend onder artikel 308. Dit gebied ontleent specifieke
kenmerken aan het feit dat de Gemeenschap voor steenkool en kernenergie reeds een
energiebeleid voert en daartoe over specifieke of algemene instrumenten beschikt.
Specifieke maatregelen op die gebieden mogen specifieke bepalingen in de verschillende
verdragen als rechtsgrondslag hebben, de onderlinge samenhang van de acties van de
Gemeenschap op die verschillende gebieden en de samenhang met het nationale beleid in de
lidstaten worden naar het oordeel van het Hof, echter gewaarborgd door gebruikmaking van
artikel 308 van het EG-Verdrag. Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap
voor kolen en staal voorziet in algemene doelstellingen, het Verdrag tot oprichting van de
Europese Gemeenschap voor atoomenergie voorziet in een investeringsprogramma op het
gebied van kernenergie.
DENKSPOOR
Vraag is of het veelvuldig gebruik van artikel 308 als rechtsgrondslag voor de drie gebieden
de invoering rechtvaardigt van een specifieke rechtsgrondslag in het EG-Verdrag die
stemming bij gekwalificeerde meerderheid zou impliceren.
BIJLAGE I
Onderwerp 1/7/1987- 01/11/1993- 1/05/1999-
31/10/1993 30/04/1999 21/06/1999 TOTAAL
01 Algemene, financiële en institutionele vraagstukken 6 21 1 28
01.10 Beginselen, doelstellingen en rol van de Verdragen 1 1
01.40 Institutionele bepalingen 5 12 17
01.60 Financiële en budgettaire bepalingen 1 8 1 10
02 Douane-unie en vrij verkeer van goederen 7 3 10
03 Landbouw 4 2 0 6
04 Visserij 0 0 0 0
05 Vrij verkeer van werknemers en sociaal beleid 24 18 0 42
05.20 Sociaal beleid 24 18 42
06 Vestigingsrecht en vrije dienstverrichting 3 0 0 3
07 Vervoersbeleid 0 0 0 0
08 Mededingingsbeleid 2 2 0 4
12 Energie 8 11 0 19
13 Industrieel beleid en interne markt 34 7 0 41
14 Regionaal beleid en coördinatie van de structurele instrumenten
5 3 0 8
15 Milieuzaken, consumentenbelangen en bescherming van de
12 2 0 14
gezondheid
15.10 Milieu 4 1 5
15.20 Consumenten 6 6
15.30 Bescherming van de gezondheid 2 1 3
16 Wetenschap, informatie, onderwijs, cultuur 26 10 0 36
16.10 Wetenschap 1 2 3
16.20 Informatieverspreiding 1 2 3
16.30 Onderwijs en opleiding 24 6 30
17 Ondernemingsrecht 0 5 0 5
18 Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid 0 0 0 0
19 Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid 1 1 0 2
20 Europa van de burgers 3 0 0 3
BIJLAGE II
Organen opgericht op grond van artikel 308 (voorheen artikel 235) en
artikel 175 (voorheen artikel 130 S)
EUROPEES FONDS VOOR MONETAIRE SAMENWERKING
-
-Verordening (EEG) nr. 907/73 van de Raad van 3.4.1973
PB L 89
Zetel: Luxemburg van 5.4.1973, blz. 2
cf. EG art. 235: Monetaire vraagstukken
EUROPESE STICHTING TOT VERBETERING VAN DE LEVENS- EN ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
-
-Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26.5.1975
PB L 139
Zetel: Dublin van 30.5.1975, blz. 1
cf. EG art. 235: Sociale vraagstukken
EUROPEES CENTRUM VOOR DE ONTWIKKELING VAN DE BEROEPSOPLEIDING
-
-Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10.2.1975
PB L 39
Zetel: 1) Berlijn van 13.2.1975, blz.1
-
2)Thessaloniki (Besluit van de Europese Raad van
29.10.1993)
cf. EG art. 235: Sociale vraagstukken
EUROPEES AGENTSCHAP VOOR SAMENWERKING
BUREAU VOOR HARMONISATIE BINNEN DE INTERNE MARKT (MERKEN, TEKENINGEN EN MODELLEN)
-
-Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20.12.1993 inzake het
Gemeenschapsmerk PB L 11
Zetel: Alicante (Spanje), (Besluit van de Europese Raad van 29.10.1993) van 14.1.1994
cf. EG art. 235: Merken
EUROPEES BUREAU VOOR DE GENEESMIDDELENBEOORDELING
-
-Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van 22.7.1993 tot
vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling PB L 214
van 24.8.1993
Zetel: Londen (Besluit van de Europese Raad van 29.10.1993)
cf. EG 235: Farmaceutische producten
EUROPEES AGENTSCHAP VOOR DE VEILIGHEID EN DE GEZONDHEID OP HET WERK
-
-Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18.7.1994
-
-Verklaring van de Raad en de Commissie over de vestigingsplaats
van het Agentschap PB L 216
Zetel: Bilbao (Besluit van de Europese Raad van 29.10.1993) van 20.8.1994
cf. EG art. 235 : Sociale vraagstukken : Europees agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk
COMMUNAUTAIR BUREAU VOOR PLANTENRASSEN
-
-Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27.7.1994 inzake
het communautaire kwekersrecht
Zetel: Angers (Besluit van de VRLS van 6.12.1996) PB L 227
EUROPEES MILIEUAGENTSCHAP
-
-Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7.5.1990 inzake
de oprichting van het Europees Milieuagentschap PB L 120
Zetel: Kopenhagen (Besluit van de Europese Raad van 29.10.1993) van 11.5.1990, blz. 1
cf. EG art. 130 S - Milieu
BIJLAGE III
Programma's inzake economische, financiële en technische hulp aan derde landen
(vastgesteld sinds 1 november 1993)
rechtsgrondslag
-
-Verordening van 23 juli 1996 inzake financiële en technische maatregelen
ter ondersteuning van de hervorming van de economische en maatschappelijke
structuren in het kader van het Europees-mediterrane partnerschap (MEDA)
art. 235 VEG
-
-Verordening van 21 juin 1999 inzake steunverlening door de Gemeenschap
voor pretoetredingsmaatregelen op het gebied van landbouw en
plattelandsontwikkeling in de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa
gedurende de pretoetredingsperiode
art. 308 VEG
-
-(voorheen artikel 235)
-
-Verordening van 21 juin 1999 tot instelling van een pretoetredingsinstrument
voor structuurbeleid
art. 308 VEG
-
-(voorheen artikel 235)
-
-Verordening van 21 juin 1999 betreffende de coördinatie van de bijstand
aan de kandidaat-lidstaten in het kader van de pretoetredingsstrategie
BIJLAGE IV
Betalingsbalanssteun
(vastgesteld sinds 1 november 1993)
rechtsgrondslag
-
-Besluit van de Raad van 22 april 1999 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan Albanië ........................................................................................... art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 15 oktober 1998 tot toekenning van aanvullende
macrofinanciële bijstand aan Oekraïne............................................................... art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 22 juli 1997 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan Bulgarije ......................................................................................... art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 22 juli 1997 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.................... art. 235 VEG
-
-Verordening van 25 juni 1996 betreffende bijstand aan de Nieuwe Onafhankelijke
Staten en Mongolië bij de sanering en het herstel van de economie ................. art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 22 december 1994 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan Oekraïne ......................................................................................... art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 10 mei 1999 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan Bosnië-Herzegovina ...................................................................... art. 308 VEG
-
-(voorheen artikel 235)
-
-Besluit van de Raad van 22 december 1994 tot toekenning van macrofinanciële
bijstand aan de Slowaakse Republiek................................................................. art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 22 december 1994 betreffende de toekenning van aanvullende
macrofinanciële bijstand aan Algerije ................................................................ art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 28 november 1994 tot toekenning van voortgezette
macrofinanciële bijstand aan Albanië................................................................. art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad du 20 juin 1994 betreffende de toekenning van aanvullende
macrofinanciële bijstand aan Roemenië ............................................................. art. 235 VEG
-
-Besluit van de Raad van 13 juni 1994 betreffende de toekenning van
macrofinanciële bijstand aan Moldavië .............................................................. art. 235 VEG
BIJLAGE V
Besluiten van de Raad op energiegebied
(vastgesteld sinds 1 november 1993)
-
rechtsgrondslag
Beschikking van de Raad van 14 december 1998 tot vaststelling van een
meerjarenprogramma van technologische acties ter stimulering van een schoon
en efficiënt gebruik van vaste brandstoffen (1998-2002) ............................................ art. 235 VEG
Beschikking van de Raad van 14 december 1998 tot vaststelling van een
meerjarenprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking
in de energiesector (1998-2002) .................................................................................. art. 235 VEG
Beschikking van de Raad van 14 december 1998 tot vaststelling van een
meerjarenprogramma voor studies, analyses, prognoses en andere verwante
werkzaamheden in de energiesector (1998-2002) ....................................................... art. 235 VEG
Beschikking van de Raad van 14 december 1998 tot vaststelling van een
meerjarenkaderprogramma voor acties in de energiesector (1998-2002)
en begeleidende maatregelen ....................................................................................... art. 235 VEG
Verordening (EG) nr. 2598/97 van de Raad van 18 december 1997 tot verlenging
van de geldigheid van het programma ter bevordering van de internationale
samenwerking in de energiesector - Synergy-programma .......................................... art. 235 VEG
Verordening (EG) nr. 701/97 van de Raad van 14 april 1997 tot vaststelling
van een programma ter bevordering van de internationale samenwerking in de
energiesector - Synergy-programma ............................................................................ art. 235 VEG
Verordening (EG) nr. 547/96 van de Raad van 28 maart 1996 houdende intrekking
van Verordening (EEG) nr. 1038/79 betreffende communautaire steun aan een
project voor opsporing van koolwaterstoffen in Groenland ....................................... art. 235 VEG
Besluit van de Raad van 15 december 1994 betreffende de voorlopige toepassing
van het Verdrag inzake het Energiehandvest door de Europese Gemeenschap .............. art. 54, 57,
-
-66, 73 C, 87, 99, 100 A, 113, 130 S, 228, 2 en 3 en 235 VEG
Besluit van de Raad van 29 maart 1994 houdende sluiting van een overeenkomst
in de vorm van briefwisselingen tussen de Europese Gemeenschap en de
Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling betreffende de bijdrage
van de Gemeenschap aan de rekening "Nucleaire Veiligheid".................................... art. 235 VEG
| publicatiedatum | 22-02-2000 |
|---|---|
| kenmerk | 4711/00 |
