Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VANBrussel, 5 december 2003 (08.12)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

15388/03

PECHE 301 -

VOORSTEL

van:

de Europese Commissie

d.d.: 4 december 2003

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van mevrouw Patricia BUGNOT aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.

 

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 03.12.2003 COM(2003) 746 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van

de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot

vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

(door de Commissie ingediend)

INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK I Toepassingsgebied en definities ................................................................... 18

HOOFDSTUK II Vangstmogelijkheden en visserijvoorschriften voor vaartuigen van de Gemeenschap ........................................................................................................................... 20

HOOFDSTUK III Vangstmogelijkheden en visserijvoorschriften voor vaartuigen van derde landen ....................................................................................................................................... 24

HOOFDSTUK IV Vergunningsvoorschriften voor vaartuigen van de Gemeenschap ............ 25

HOOFDSTUK V Vergunningsvoorschriften voor vaartuigen van derde landen .................... 26

HOOFDSTUK VI Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de Gemeenschap in het NAFO-gebied.......................................................................................... 28

Deel 1 Deelname van de Gemeenschap ................................................................................... 28

Deel 2 Technische maatregelen................................................................................................ 29

Deel 3 Controlemaatregelen..................................................................................................... 31

Deel 4 Bijzondere bepalingen voor Noorse garnalen............................................................... 32

Deel 5 Bijzondere bepalingen voor zwarte heilbot .................................................................. 32

Deel 6 Bijzondere bepalingen voor roodbaars ......................................................................... 35

HOOFDSTUK VII Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de Gemeenschap in het CCAMLR-gebied.................................................................................... 36

BIJLAGE I C Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland ICES-gebieden I, II, IIIa, IV, V, XII, XIV en NAFO 0, 1 (wateren van Groenland) ....................................................... 93

BIJLAGE ID Noordwestelijke Atlantische Oceaan (NAFO-gebied) .................................... 104

BIJLAGE I E Over grote afstanden trekkende soorten - Alle gebieden ................................ 110

BIJLAGE I F Antarctisch gebied - CCAMLR-gebied........................................................... 113

BIJLAGE II Vangstmogelijkheden voor 2004 van haring die ongesorteerd voor andere doeleinden dan menselijke consumptie mag worden aangevoerd (in ton levend gewicht) ... 118

BIJLAGE III Bijzondere maatregelen voor Noordzeeharing ................................................ 119

BIJLAGE IV Technische overgangsmaatregelen .................................................................. 120

BIJLAGE V Tijdelijke beperking van de visserij-inspanning en aanvullende voorwaarden op het gebied van controle, inspectie en toezicht in de context van het herstel van de visbestanden ........................................................................................................................... 134

BIJLAGE VI Visserij-inspanning van vaartuigen die vissen op zandspiering in Noordzee en Skagerrak................................................................................................................................ 139

BIJLAGE VII ......................................................................................................................... 141

BIJLAGE VIII........................................................................................................................ 146

5.1 Verplichte uitgaven .................................................................................................. 172

5.2 Gesplitste kredieten.................................................................................................. 172

  • 6. 
    Aard van de uitgaven en inkomsten......................................................................... 172
  • 7. 
    Financiële gevolgen ................................................................................................. 173

7.1 Berekeningswijze van de totale kosten van de maatregel (verhouding individuele en totale kosten) ............................................................................................................ 173

  • 8. 
    Fraudebestrijdingsmaatregelen ................................................................................ 173
  • 9. 
    Elementen van de kosten-batenanalyse.................................................................... 174
  • 10. 
    Huishoudelijke uitgaven (deel III, A van de begroting) .......................................... 174

TOELICHTING

In dit voorstel voor een verordening worden voor 2004 de vangstmogelijkheden alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften vastgesteld voor de Gemeenschap op verscheidene visgronden en voor vaartuigen van derde landen in de wateren van de Gemeenschap. Ook bevat het voorstel tijdelijke maatregelen voor het beperken van de visserij-inspanningen ten aanzien van enkele ernstig uitgeputte bestanden, in afwachting van de goedkeuring van herstelplannen voor dergelijke bestanden. Tot het vaststellen en verdelen van vangstmogelijkheden en het vaststellen van voorschriften voor het beperken van de visserij-inspanning is uitsluitend de Gemeenschap bevoegd, namelijk op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002.

I. Achtergrond van het voorstel

Het recentste verslag van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), grotendeels onderschreven door het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) van de EG, bevestigt de vorig jaar geconstateerde ontwikkelingen. Vele bestanden van demersale vissoorten en enkele bestanden van pelagische soorten worden overbevist en bevinden zich niet langer binnen biologisch veilige grenzen. Ofschoon er voor enkele overbeviste bestanden aanwijzingen zijn dat de biomassa en de visserijsterftecijfers zich gunstig hebben ontwikkeld, worden enkele andere bestanden nog steeds met instorting bedreigd. Voor veertien bestanden moeten nu herstelplannen worden vastgesteld, in vergelijking met negen bestanden vorig jaar. Afhankelijk van het bestand heeft de ICES aanbevolen om hetzij de visserij in de betrokken visserijtak volledig stil te leggen, hetzij zeer strenge totaal toegestane vangsten (TAC's) op te leggen in afwachting van de goedkeuring van een herstelplan.

De ICES herhaalt ook dat de vereiste verlaging van de visserijsterfte alleen kan worden bewerkstelligd indien in het kader van het beheer ook de visserij-inspanningen aanzienlijk worden verminderd. Dit bevestigt nogmaals dat de Commissie een juiste aanpak heeft gekozen door een rechtstreeks beheer van de inspanningen voor te stellen als belangrijkste visserijbeheersinstrument, zowel bij de TAC's- en quotaverordening als bij de herstelplannen voor bedreigde soorten. Als er geen overeenstemming kan worden bereikt over de inspanningsbeperkingen, zal de Commissie aandringen op nog strengere TAC's of op andere maatregelen met een vergelijkbaar effect.

samengaan van verschillende bestanden in een visserijtak. Het is bovendien een extra reden om het rechtstreeks beheer van de inspanningen te gebruiken als beheersinstrument.

Beheersmaatregelen kunnen hun doel alleen bereiken als ze naar behoren worden nageleefd.

De Commissie is voornemens om in de eerste helft van 2004 voorstellen in te dienen (naast verbeteringen van de controlebepalingen van toepassing op de tijdelijke regeling inzake inspanningsbeperking) om de tenuitvoerlegging van de beheersmaatregelen te verbeteren.

Nieuwe regels zijn echter niet voldoende als de lidstaten niet kunnen garanderen dat deze worden nageleefd. Een algemene verbetering van de controle en handhaving is dan ook van essentieel belang voor de instandhouding van visbestanden. De Commissie heeft recentelijk inbreukprocedures ingeleid tegen enkele lidstaten wegens ontoereikende controle en handhaving van Gemeenschapsregels. De lidstaten worden eraan herinnerd dat de Commissie krachtens artikel 26 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 preventieve maatregelen kan nemen indien de niet-naleving van de Gemeenschapsregels door een lidstaat de instandhouding van de levende aquatische hulpbronnen ernstig in gevaar dreigt te brengen.

II. INSPANNINGSBEPERKINGEN

In het licht van het ICES-advies over de visserij-inspanning acht de Commissie dit beheersinstrument van essentieel belang voor het herstel van de meest bedreigde bestanden.

De Raad heeft december jl. erkend dat er tijdelijke visserij-inspanningsmaatregelen nodig zijn ten aanzien van bepaalde kabeljauwbestanden.

De Commissie heeft al voorstellen ingediend voor herstelplannen ten behoeve van verscheidene bestanden, waarbij ook is voorzien in rechtstreeks beheer van de visserij- inspanning. Slechts één van de voorstellen kan echter maar worden goedgekeurd in december en de voorgestelde inspanningsbeperkingsregeling kan pas enkele maanden later in de loop van 2004 worden uitgevoerd.

Ondertussen heeft de ICES aanbevolen de visserij op enkele andere bestanden ook stil te leggen in afwachting van de goedkeuring van herstelplannen voor die bestanden door de Gemeenschap.

handhaven. De maatregel garandeert niet de beperking van de visserij-inspanning die nodig is voor het herstel van de bestanden aangezien niet het aantal op zee doorgebrachte dagen wordt beperkt, maar alleen het aantal dagen dat een bepaald type vistuig mag worden gebruikt. De regeling moet worden versterkt en vereenvoudigd om de naleving te verbeteren.

De voorgestelde maatregelen staan in bijlage V.

De belangrijkste voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de huidige maatregelen zijn:

de eis om in de haven of buiten de betrokken zone te blijven nadat het vastgestelde aantal buitengaats doorgebrachte dagen is opgebruikt;

-

de schrapping van de gesloten gebieden in de Noordzee en ten westen van Schotland en in plaats daarvan het voorstel om extra buitengaats door te brengen dagen toe te staan aan vaartuigen die in het verleden aantoonbaar weinig vis uit bedreigde bestanden hebben aangevoerd;

nauwkeuriger ramingen van het aantal in het verleden op zee doorgebrachte dagen, die dienen als basis voor het bijwerken van de toegewezen inspanningen en verminderingen,

een strengere toepassing van de regel "één net per visreis".

Bovendien heeft de ICES aanbevolen de visserij op zandspiering in de Noordzee te beheren met behulp van een specifiek plan voor het beheer van de visserij-inspanning. Dit beheersplan is vastgelegd in bijlage VI.

III. VASTSTELLING VAN DE TOTAAL TOEGESTANE VANGSTEN (TAC'S)

a) Bestanden in Gemeenschapswateren

Evenals in voorgaande jaren zijn de TAC's gebaseerd op het recentste wetenschappelijk advies, dat in enkele gevallen is aangepast om te zorgen voor continuïteit in de economische activiteit in de betrokken visserijtakken, op voorwaarde dat het risico voor sterk bedreigde bestanden toch aanzienlijk wordt verminderd.

Het laatste advies van de ICES, wat neerkomt op een totale stopzetting van de visserij op vele demersale bestanden in de EU, moet worden gezien in het licht van de besluiten die de Raad de afgelopen twee jaar al heeft genomen. Deze besluiten hebben geresulteerd in aanzienlijke verlagingen van de vangstquota voor bedreigde bestanden en de invoering in 2003 van tijdelijke beperkingen van de visserij-inspanning voor bepaalde takken. Deze maatregelen zijn vergezeld gegaan van oplegprogramma's, waardoor de vangstcapaciteit in enkele lidstaten is verminderd

gevangen, stelt de Commissie eveneens passende lagere TAC's voor, gebaseerd op de mate van verbondenheid van deze bestanden met herstelbestanden.

De Commissie heeft bij de voorbereiding van de voorstellen voor dit jaar de belanghebbenden geraadpleegd. Op basis van dit overleg erkent de Commissie het belang van een geleidelijke aanpak met een evenwicht tussen de noodzaak om de bestanden zo snel mogelijk binnen biologisch veilige grenzen terug te brengen en de behoefte aan continuïteit in de economische activiteit. Dit voorstel handhaaft de beperkingen die de Raad vorig jaar met betrekking tot bepaalde herstelbestanden aan de visserijsector heeft opgelegd, terwijl het voor "nieuwe" herstelbestanden extra beperkingen oplegt en daarmee voor het vereiste evenwicht zorgt. Uit economische overwegingen op de korte termijn nog verder afwijken van het wetenschappelijk advies zou het herstel van de meeste bedreigde bestanden op de langere termijn ernstig bemoeilijken en daardoor de toekomst voor de visserijsector op lange termijn in gevaar brengen. Deze optie is voor de Commissie onaanvaardbaar.

Voor andere bestanden dan de herstelbestanden en daarmee samen beviste bestanden die door de Gemeenschap alleen worden beheerd, zijn de TAC's afgestemd op de adviezen van de ICES die zijn gebaseerd op analytische evaluaties en onderschreven door het WTECV.

Meer in het bijzonder worden de TAC's voor de Gemeenschapswateren vastgesteld aan de hand van de onderstaande criteria per categorie bestanden.

Bestanden waarvoor de ICES en het WTECV een visserijverbod hebben aanbevolen

De betrokken bestanden zijn:

kabeljauw in het Kattegat;

  • kabeljauw in de Noordzee, het Skagerrak en het oostelijk deel van het Kanaal;
  • kabeljauw ten westen van Schotland;
  • kabeljauw in de Ierse Zee;
  • wijting in de Ierse Zee;
  • tong in het westelijk deel van het Kanaal;
  • heek in de wateren voor het Iberisch schiereiland;
  • langoestine in de wateren van het Iberisch schiereiland.

de besluiten uit 2002 over aanvaardbare verlagingen van de visserijsterfte, in enkele gevallen aangepast wanneer herstel minder dringend was.

De Commissie is voornemens de wijting in de Ierse Zee bij een wijziging in de loop van 2004 op te nemen in de voorstellen voor herstelplannen.

Bestanden ten aanzien waarvan de ICES en het WTECV een zeer sterke verlaging of een herstelplan hebben voorgesteld

De betrokken bestanden zijn:

schol in de Noordzee;

  • noordelijke heek;
  • kabeljauw in de Keltische Zee;
  • schol in de Keltische Zee;
  • tong in de Golf van Biskaje;
  • zeeduivel in de wateren voor het Iberisch schiereiland.

Voor de tong in de Golf van Biskaje heeft de Commissie een TAC voorgesteld die een zelfde vermindering van de visserijsterfte beoogt als voor andere bestanden die zich in een vergelijkbare toestand bevinden.

Voor de noordelijke heek stelt de Commissie een TAC voor die overeenkomt met de in het herstelplan voor dit bestand vastgelegde vangstregels.

Voor schol in de Noordzee stelt de Commissie een TAC voor die naar schatting overeenkomt met de door de ICES aanbevolen vermindering van de visserijsterfte met 40 %. Voor de kabeljauw in de Keltische Zee stelt de Commissie een TAC voor die overeenkomt met de doelstelling die ook voor andere kabeljauwbestanden in het kabeljauwherstelplan geldt, namelijk een jaarlijkse groei van de biomassa met 30 %. Voor de wijting in de Keltische Zee komt de TAC overeen met de verlaging van de visserijsterfte voor kabeljauw in dat gebied.

De Commissie is voornemens om de twee bestanden in de Keltische Zee en de schol in de Noordzee evenals de zeeduivel in de wateren voor het Iberisch schiereiland in bestaande herstelplannen op te nemen of om dergelijke plannen voor te stellen in de loop van 2004.

Bestanden waarvan vis wordt gevangen samen met vis uit bestanden waarvoor de ICES en het WTECV een visserijverbod of een zo sterk mogelijke beperking hebben voorgesteld

De verbondenheid van kabeljauw met andere bestanden in de Noordzee is gekwantificeerd in een door een werkgroep van het WTECV ontworpen gezamenlijk model voor het visserijbeheer van meerdere soorten. De Commissie heeft dit als basis genomen voor het bepalen van de TAC's voor enkele soorten die vaak samen met kabeljauw worden gevangen, zoals schelvis en wijting in de Noordzee en de Ierse Zee, en stelt TAC's voor waarbij de visserijsterfte wordt verlaagd naar rato van de mate van verbondenheid met de betrokken soort.

Op verzoek van de visserijsector heeft de Commissie onderzocht of er manieren bestaan om de visserij op herstelbestanden los te koppelen van die op daarmee verbonden soorten zoals koolvis en schelvis, hetzij door een onderscheid te maken naar visgrond of door maatregelen te treffen inzake de vangstsamenstelling.

Vanwege de problemen die zijn opgetreden met de toepassing van verschillende regels voor visserijactiviteiten in kleine geografische gebieden in het kader van bijlage XVII van Verordening (EG) nr. 2341/2002, is de Commissie geen voorstander van een geografische benadering voor het ontkoppelen van vissoorten die samen worden gevangen. In plaats hiervan krijgen vaartuigen die in het verleden minder dan 5 % bijvangst aan kabeljauw hebben opgevist, meer dagen op zee dan vaartuigen met een procentueel grotere bijvangst aan kabeljauw. Deze aanpak wordt gecombineerd met bepalingen om de inachtneming van dit percentage te bevorderen.

De Commissie erkent echter dat de aantoonbaar geringere vangsten van kabeljauw in de meeste gebieden waar op langoestine wordt gevist, een zekere versoepeling van de koppeling tussen beide soorten rechtvaardigt. Derhalve wordt voorgesteld de TAC voor deze bestanden ten opzichte van die voor 2003 enigszins te verhogen. Als blijkt dat de in 2004 goed te keuren technische maatregelen de visserij op langoestine nog verder kunnen loskoppelen van die op kabeljauw, zal de Commissie overwegen de TAC voor langoestine voor 2005 nog verder te verhogen.

dit mogelijk is zonder de F

pa (voor de voorzorgsaanpak aanbevolen visserijsterftecijfers) te

overschrijden.

Bestanden die zich binnen biologisch veilige grenzen bevinden en waarvan geen vis wordt gevangen samen met vis uit bestanden waarvoor de ICES en het WTECV een vangstverbod of herstelplan hebben geadviseerd

Wanneer een bestand zich na een evaluatie binnen biologisch veilige grenzen blijkt te bevinden, kiest de Commissie voor een TAC die volgens de voorspellingen niet zal leiden tot een overschrijding van die grenzen (d.w.z. geen kleinere biomassa dan het voorzorgsniveau B

pa en geen hogere visserijsterfte dan het voorzorgsniveau, F

pa) in de nabije toekomst.

De Commissie stelt TAC's voor die overeenkomen met de vangsten op korte termijn als voorgesteld door de ICES en ondersteund door het WTECV. Om mogelijke onnauwkeurigheden bij de ramingen te ondervangen en om de economische stabiliteit voor de visserijsector te bevorderen, beperkt de Commissie de maximale verhoging of verlaging van de TAC tot 20 % ten opzichte van de TAC voor 2002, voorzover dit mogelijk is zonder de F

pa

te overschrijden. Bij een verhoging van de TAC kan de Commissie de verhoging verder beperken met het oog op de stabiliteit van de markten en van de visserijactiviteiten.

Wanneer uit beschikbaar advies over de effecten op langere termijn blijkt dat een andere grenswaarde voor TAC-wijzigingen wenselijk is of dat door een gewijzigde visserijsterfte de opbrengst zonder biologische risico's zou kunnen worden verhoogd, zal de Commissie bij TAC-voorstellen met dit advies rekening houden.

Bestanden waarvoor geen evaluaties beschikbaar zijn

Ook ten aanzien van bestanden waarvoor geen analytische gegevens beschikbaar zijn, zijn (voorzorgs-)TAC's vastgesteld. In die gevallen heeft de Commissie haar voorstel gebaseerd op advies van de ICES of van het WTECV voorzover deze instanties een uitdrukkelijke waarde voor de TAC hebben gegeven.

Bij het ontbreken van evaluaties en adviezen heeft de Commissie voor de zogenaamde "voorzorgs-TAC's" voor 2004 in de regel een TAC voorgesteld die gelijk is aan de voor 2003 goedgekeurde TAC indien uit de aangegeven aanvoer is gebleken dat de quota intensief zijn gebruikt. Als een "voorzorgs-TAC" maar weinig is gebruikt, is de Commissie ervan uitgegaan dat deze geringe aanvoer te wijten was aan het gebrek aan concrete vangstmogelijkheden (en dat er dus sprake was van "papieren vis"). In die gevallen stelt de Commissie voor de TAC te verlagen zodat de TAC's een beter beeld geven van de concrete vangstmogelijkheden (en deze derhalve op de langere termijn beschermen). De Commissie stelt in deze gevallen voor de TAC's met 20 % te verlagen om de vangstmogelijkheden geleidelijk terug te brengen tot het niveau van de in recente jaren geconstateerde aanlandingen.

exploiteerbare biomassa (5+) van gemiddeld 140 000 ton, waardoor dit bestand op de langere termijn een stabiel rendement oplevert. Om het beoogde doel te bereiken, voorziet het herstelplan in een verlaging van de TAC tot 2007 en in extra maatregelen om de doeltreffendheid van het plan te bevorderen. Deze maatregelen moeten dan ook reeds met ingang van 2004 worden toegepast in afwachting van een verordening van de Raad inzake meerjarige maatregelen voor het herstel van het zwarteheilbotbestand.

c) Bestanden die worden beheerd in het kader van bilaterale overeenkomsten

De TAC's in bijlage IB voor bestanden die met Noorwegen worden gedeeld en de quota voor Noorwegen in bijlagen IC en II zijn voorlopig, in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen voor 2004.

IV. CONTROLE EN HANDHAVING VAN DE VANGSTBEPERKINGEN EN DE VISSERIJ-INSPANNING

Versterking van de controle en handhaving van de GVB-regels is een prioriteit van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Tekortkomingen in de handhaving van de vangstbeperkingen, de inspanningsmaxima en de aangifteverplichtingen van vissersvaartuigen zijn enkele redenen voor de te grote visserijdruk op sommige bestanden.

In zijn recentste advies herinnert de ICES aan de eerder geuite bezorgdheid onder wetenschappers over de grote hoeveelheid onaangegeven vis, de systematisch onjuiste aangifte van vangsten en de onzekerheid over de juistheid van officiële gegevens over de visserij-activiteiten. Bovendien hebben de eigen inspecteurs van de Commissie in de loop van 2003 aanzienlijke tekortkomingen geconstateerd in enkele lidstaten bij de toepassing van de tijdelijke inspanningsbeperkingen die in december 2002 waren overeengekomen.

Het directe gevolg van deze tekortkomingen is een grotere visserijsterfte dan het geval zou zijn geweest als de TAC's en quota en de inspanningsbeperkingen adequaat zouden zijn toegepast.

De lidstaten moeten dringend maatregelen nemen om de controle en handhaving inzake communautaire regels te verbeteren om een correcte toepassing van de quota en inspanningsbeperkingen voor 2004 te garanderen.

-

de ontwikkeling van bepaalde voorzieningen om de selectiviteit van vistuig te vergroten (zoals sorteerroosters om Nephrops te scheiden van daarmee samen gevangen witvis);

regelgeving inzake de afmetingen van vast vistuig als middel om de doeltreffendheid van inspanningsbeperkingen te vergroten, en

de mogelijke voordelen van een verdere vergroting van de maaswijdte in bepaalde visserijtakken.

De Commissie is voornemens haar werk op dit gebied samen met de lidstaten de komende maanden voort te zetten met het oog op voorstellen voor nieuwe technische maatregelen tegen

juli 2004.

Aangezien sommige technische maatregelen met ingang van 1 januari 2004 zouden moeten worden toegepast, zijn die in deze verordening opgenomen in de vorm van tijdelijke afwijkingen van of toevoegingen aan de communautaire regelgeving, in afwachting van wijzigingen van de betrokken verordeningen.

Het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad inzake de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee zal in de loop van 2004 worden behandeld. De Commissie stelt voor dat enkele maatregelen uit dat voorstel, zoals het volledige verbod op trawlvisserij binnen 3 zeemijlen voor de kust, nu al op voorlopige basis toepasselijk worden verklaard overeenkomstig het bepaalde in bijlage IV.

VI. VERBETERING VAN DE KWALITEIT VAN HET WETENSCHAPPELIJK ADVIES

Bij de indiening van zijn advies voor het visserijbeheer in 2004 heeft de ICES een analyse verstrekt van de visserij per gebied en de nadruk gelegd op het belang van de verbanden tussen bestanden bij de gemengde visserij op demersale soorten.

De ICES heeft er echter op gewezen dat hij niet in staat is nauwkeuriger advies uit te brengen over deze gemengde visserij aangezien bepaalde essentiële gegevens niet aan de ICES beschikbaar zijn gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot de teruggooi op zee. Het gebrek aan kwantitatieve beoordelingen van de verbanden tussen visbestanden maakt het beheer van de gemengde visserij in de Gemeenschap duidelijk minder doeltreffend.

VII. OVERIGE VRAAGSTUKKEN

a). Verdeling van quota voor toetredende landen

Met het oog op de uitbreiding van de Gemeenschap in 2004 stelt de Commissie voor om ook met de toetredende landen rekening te houden voor alle quota voorzover deze landen recht hebben op vangstmogelijkheden. De Commissie stelt voor de TAC's vast te stellen voor het gehele jaar 2004 naargelang van de relatieve stabiliteit overeenkomstig de Akte van Toetreding. In het voorstel wordt echter wel een onderscheid gemaakt tussen de totale quota en de hoeveelheden die de betrokken landen tussen 1 januari en 30 april 2004 mogen opvissen.

In het kader van de visserijovereenkomsten met Estland, Letland en Litouwen zullen EU- vaartuigen niet de mogelijkheid hebben om vangstmogelijkheden te kopen. Bijgevolg voorziet dit voorstel niet in bepalingen betreffende een financiële bijdrage uit de begroting van de Gemeenschap.

b) Meerjarige quotaflexibiliteit

Op grond van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota moet de Raad bepalen voor welke bestanden de daarin vervatte maatregelen gelden. Omwille van de duidelijkheid heeft de Commissie in iedere quotatabel (naast de codes voor de aangifte van vangsten) de voor ieder bestand toepasselijke artikelen van Verordening (EG) nr. 847/96 vermeld.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van

de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot

vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek,

2 en met name op de artikelen 21 en 24, en de bijlagen III, VI, VIII en

IX en XII,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid

3, en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 66/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende bepaalde instandhoudings- en controlemaatregelen voor de visserij in de Antarctische wateren en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2113/96

4, en met name op artikel 21,

Gezien het voorstel van de Commissie5,

(3) Voor een efficiënt beheer van deze TAC's en quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4) De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgesteld om de lidstaten in staat te stellen de vaartuigen die onder hun vlag varen, te beheren.

(5) Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota6, moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, bij de verordening vastgestelde maatregelen worden toegepast.

(6) De Gemeenschap heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, over de visserijrechten overleg gepleegd met Noorwegen7, de Faeröer 8, Groenland 9, IJsland 10, Letland 11, Litouwen 12 en Estland 13.

(7) Overeenkomstig artikel 124 van de Toetredingsakte van 1994 wordt het beheer van de visserijovereenkomsten van Zweden en Finland met derde landen waargenomen door de Gemeenschap. Uit hoofde van die overeenkomsten heeft de Gemeenschap overleg gepleegd met Polen.

(8) Overeenkomstig de Toetredingsakte van 2003 voor Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië en Slowakije zijn de bepalingen betreffende vangstmogelijkheden voor Estland, Letland, Litouwen en Polen vanaf de datum van toetreding in overeenstemming met het Toetredingsverdrag. Voor de periode van 1 januari 2004 tot de datum van toetreding wordt echter dezelfde grondslag voor de toewijzing van vangstmogelijkheden gebruikt.

(9) De Gemeenschap is verdragsluitende partij bij verscheidene regionale visserijorganisaties. Deze visserijorganisaties hebben aanbevolen om voor bepaalde vissoorten vangstbeperkingen en andere instandhoudingsmaatregelen goed te keuren en de Gemeenschap is derhalve gehouden deze aanbevelingen uit te voeren.

12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid16, Verordening (EG) nr. 1626/94 van de Raad van 27 juni 1994 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Middellandse Zee17, Verordening (EG) nr. 1627/94 van de Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten18, Verordening (EG) nr. 66/98 van de Raad, Verordening (EG) nr. 88/98 van de Raad van 18 december 1997 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund19, Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen20, en Verordening (EG) nr. 1434/98 van de Raad van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie21.

(11) Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet een aantal aanvullende technische en controlemaatregelen voor de visserij in het jaar 2004 ten uitvoer worden gelegd.

(12) Er moeten communautaire bepalingen worden vastgesteld betreffende de visserij in de Golf van Riga overeenkomstig de richtsnoeren in de Toetredingsakte van 2003. Het is dienstig speciale visdocumenten verplicht te stellen voor de toegang tot deze wateren.

(13) De TAC's voor bestanden waarvoor in 2004 reeds herstelplannen kunnen worden uitgevoerd, moeten overeenkomen met de in die plannen vastgelegde herstelstrategieën. Voor bestanden waarvoor in 2004 nog geen herstelplan kan worden uitgevoerd, moet echter een restrictiever kortetermijnbeleid worden gevoerd.

(14) In afwachting van de goedkeuring van herstelplannen en de tenuitvoerlegging van de daarin vervatte inspanningsbeperkingsregelingen moeten ten minste voor de meest bedreigde soorten, namelijk de soorten waarvoor de ICES in 2004 een nul-TAC voorstelt, voorlopige inspanningsbeperkingsregelingen worden toegepast.

(15) Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een tijdelijke regeling voor het beheer van de visserij-inspanning toe te passen voor de industriële visserij op zandspiering in ICES-deelgebied IV (Skagerrak en Noordzee).

moeten dan ook reeds met ingang van 2004 worden toegepast in afwachting van een verordening van de Raad inzake meerjarige maatregelen voor het herstel van het zwarteheilbotbestand.

(17) Om rekening te houden met de door de ICCAT in de quota van de Gemeenschap aangebrachte aanpassingen, is het noodzakelijk de onderbenutting over de lidstaten te spreiden op basis van het respectieve aandeel van elke lidstaat daarin, zonder te raken aan de bij deze verordening voor de jaarlijkse verdeling van de TAC's bepaalde verdeelsleutel.

(18) Om te voldoen aan de internationale verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan als verdragsluitende partij bij het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR), en bijgevolg aan de verplichting om de door de CCAMLR-commissie vastgestelde maatregelen toe te passen, zijn de door laatstgenoemde commissie voor het seizoen 2003-2004 goedgekeurde TAC's opgenomen in bijlage IF en moeten zij in de in die bijlage vermelde periode worden toegepast.

(19) Tijdens haar XXIIe jaarlijkse vergadering in 2003 heeft de CCAMLR-commissie ingestemd met de deelname van vaartuigen die de vlag van een EU-lidstaat voeren, aan de experimentele visserij op Dissostichus spp. in FAO-deelgebieden 88.1 en 48.6, en heeft zij voor de betrokken visserijactiviteiten vangst- en bijvangstbeperkingen vastgesteld, die zijn opgenomen in bijlage XVI, evenals bepaalde specifieke technische maatregelen, die zijn opgenomen in artikel 43,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Toepassingsgebied en definities

Artikel 1

jurisdictie van de lidstaten, hierna "Gemeenschapswateren" of "EG-wateren" te

noemen.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a) 
    "vangstmogelijkheden":
  • i) 
    de totaal toegestane vangsten ("TAC's") of het aantal vaartuigen waarvoor visvergunningen zijn toegekend en/of de geldigheidsduur daarvan,
  • ii) 
    delen van de voor de Gemeenschap beschikbare TAC's,
  • iii) 
    aan de Gemeenschap in de wateren van derde landen toegewezen quota,
  • iv) 
    een verdeling van de onder b) en c) bedoelde vangstmogelijkheden van de

Gemeenschap over de lidstaten in de vorm van quota,

  • v) 
    aan derde landen in Gemeenschapswateren toegewezen quota;
  • b) 
    "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen;
  • c) 
    "het gereglementeerde gebied van de NAFO": het deel van het onder het NAFO- verdrag vallende gebied waarover de kuststaten geen soevereiniteitsrechten of jurisdictie uitoefenen;
  • d) 
    het "Skagerrak": het gebied dat in het westen wordt begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar die van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust;

Artikel 4

Visserijzones

Voor de toepassing van deze verordening geldt:

  • a) 
    voor de zones van de ICES (Internationale Raad voor het onderzoek van de zee,

International Council for the Exploration of the Sea

) de afbakening van Verordening

(EEG) nr. 3880/91;

  • b) 
    voor de zones van de CECAF (Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische

Oceaan, Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic , of FAO-gebied 34) de afbakening van Verordening (EG) nr. 2597/95;

  • c) 
    voor de zones van de NAFO (Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de

Atlantische Oceaan, Northwest Atlantic Fisheries Organisation ) de afbakening van Verordening (EEG) nr. 2018/93;

  • d) 
    voor de zones van de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren, Convention for the Conservation of Antartic Marine Living Resources

) de afbakening van Verordening (EG) nr. 66/98.

HOOFDSTUK II

Vangstmogelijkheden en visserijvoorschriften voor vaartuigen

van de Gemeenschap

Artikel 5

Vangstmogelijkheden en toewijzingen

  • 1. 
    De vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap in

Gemeenschapswateren of in bepaalde wateren buiten de Gemeenschap en de verdeling van deze vangstmogelijkheden per lidstaat worden vastgesteld zoals aangegeven in de bijlagen I en II.

Artikel 6

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig de bijlagen I en II aan de lidstaten toegewezen onverminderd:

nr. 847/96,

847/96.

Artikel 7

Flexibiliteit

De bestanden waarvoor een bij wijze van voorzorgsmaatregel vastgestelde of een analytische TAC geldt, de bestanden waarop flexibiliteit volgens de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing is en de bestanden waarop de in artikel 5, lid 2, van de voornoemde verordening bedoelde kortingen van toepassing zijn, worden voor 2004 vastgesteld zoals bepaald in bijlage I.

Artikel 8

Aanvoervoorwaarden voor vangsten en bijvangsten

  • e) 
    het aandeel van makreel in gemengde vangsten van makreel met horsmakreel of sardines niet meer dan 10% van het totale gewicht aan makreel, horsmakreel en sardines aan boord bedraagt, en de vangsten niet gesorteerd zijn, of
  • f) 
    het gaat om vangsten voor wetenschappelijk onderzoek op grond van Verordening (EG) nr. 850/98.
  • 2. 
    Alle aangevoerde hoeveelheden worden in mindering gebracht op het betrokken quotum of, wanneer het aandeel van de Gemeenschap niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van vangsten bedoeld in lid 1, onder (c), (d), (e) en (f).
  • 3. 
    Ongeacht het bepaalde in lid 1 is het, wanneer een van de in bijlage II vastgestelde vangstmogelijkheden is opgebruikt, voor vissersvaartuigen actief in visserijtakken waarvoor de betreffende vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te voeren die ook haring bevatten.

4 Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 850/98.

Artikel 9

Toegangsbeperkingen

  • 1. 
    Het is vaartuigen van de Gemeenschap verboden in het Skagerrak binnen een zone van 12 zeemijl vanaf de basislijnen van Noorwegen te vissen. Vaartuigen die de vlag van Denemarken of Zweden voeren, mogen evenwel tot 4 mijl vanaf de basislijnen van Noorwegen vissen.
  • 2. 
    Vaartuigen van de Gemeenschap mogen in de wateren onder jurisdictie van IJsland uitsluitend vissen in het gebied dat binnen de volgende met rechte lijnen onderling verbonden coördinaten valt:

Zuidwestelijk Gebied

  • 6. 
    63°36'NB en 14°30'WL,
  • 7. 
    63°10'NB en 17°00'W en vervolgens 180°00' rechtwijzend zuid.

Artikel 10

Bijzondere voorschriften voor Noordzeeharing

De in bijlage III vastgestelde maatregelen gelden voor het vangen, het sorteren en het aanvoeren van haring uit de Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat.

Artikel 11

Overige technische en controlemaatregelen

De in bijlage IV vastgestelde technische maatregelen gelden in het jaar 2004 naast die van de Verordeningen (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 88/98, (EG) nr. 1626/94 en (EG) nr. 973/2001.

Nadere bepalingen voor de tenuitvoerlegging van de punten 11 en 12 van bijlage IV kunnen worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr.

2371/2002.

Artikel 12

Inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden voor het beheer van bestanden

  • 1. 
    Voor het beheer van de kabeljauw in het Skagerrak, het Kattegat, de Noordzee en het oostelijke Kanaal, de Ierse Zee en de wateren ten westen van Schotland, van de schol in de Noordzee, van de tong in het westelijke Kanaal, en van de heek, zeeduivel en langoestine in de wateren voor het Iberisch schiereiland gelden de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden die zijn vastgelegd in bijlage V.
  • 2. 
    Voor het beheer van de zandspieringbestanden in ICES-deelgebied IV (Skagerrak en Noordzee) gelden de inspanningsbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden die zijn vastgelegd in bijlage VI.

HOOFDSTUK III

Vangstmogelijkheden en visserijvoorschriften voor vaartuigen

van derde landen

Artikel 13

Toestemming

Vaartuigen die de vlag voeren van Barbados, Estland, Guyana, Japan, Zuid-Korea, Letland, Litouwen, Noorwegen, Polen, de Russische Federatie, Suriname, Trinidad en Tobago of Venezuela, alsook vaartuigen die in de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 14, 15, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 24 vastgestelde voorschriften, in de Gemeenschapswateren vissen.

Artikel 14

Geografische beperkingen

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk IV van Verordening (EG) nr. 2371/2002, mogen vaartuigen die de vlag voeren van:

  • a) 
    Noorwegen of die geregistreerd zijn op de Faeröer, slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de lidstaten in de Noordzee, het Kattegat, de Oostzee en de Atlantische Oceaan benoorden 43°00' noorderbreedte, met uitzondering van het gebied bedoeld in artikel 18 van Verordening (EG) nr. 2371/2002; vaartuigen die de vlag voeren van Noorwegen mogen in het Skagerrak vissen buiten 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken en Zweden;
  • b) 
    Estland, Letland of Litouwen, slechts vissen in de delen van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de lidstaten in de Oostzee bezuiden 59°30' noorderbreedte;
  • c) 
    Polen of de Russische Federatie, slechts vissen in de delen van het Zweedse deel van de 200-mijlszone buiten 12 zeemijl vanaf de basislijnen van Zweden in de Oostzee bezuiden 59°30' noorderbreedte;

Artikel 15

Aanvoervoorwaarden voor vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor vangstmogelijkheden zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis is gevangen met vaartuigen van een derde land dat een quotum heeft en zijn quotum niet heeft opgebruikt.

HOOFDSTUK IV

Vergunningsvoorschriften voor vaartuigen van de Gemeenschap

Artikel 16

Vergunningen en vergunningsvoorwaarden

  • 1. 
    Onverminderd de algemene bepalingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten van Verordening (EG) nr. 1627/94, mag in de wateren van derde landen slechts worden gevist op grond van een vergunning die door de autoriteiten van het betrokken derde land is uitgereikt.

Deze bepaling geldt bij de visserij in de Noorse wateren in de Noordzee evenwel niet

voor:

  • a) 
    vaartuigen van 200 GT of minder,
  • b) 
    vaartuigen die op andere soorten dan makreel vissen en waarvan de vangsten voor menselijke consumptie bestemd zijn,
  • c) 
    vaartuigen van Zweden die traditioneel in het betrokken gebied vissen.
  • 2. 
    Het maximumaantal vergunningen en de vergunningsvoorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage VII, deel I, is aangegeven. Vergunningsaanvragen dienen, met vermelding van de visserijtak en de naam en kenmerken van de vaartuigen waarop de aanvragen betrekking hebben, door de autoriteiten van de lidstaten aan de Commissie te worden gericht. De Commissie stuurt de aanvragen door naar de autoriteiten van het betrokken derde land.

HOOFDSTUK V

Vergunningsvoorschriften voor vaartuigen van derde landen

Artikel 18

Verplichtingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten

  • 1. 
    Onverminderd artikel 28ter van Verordening (EG) nr. 2847/93 hoeven Noorse vaartuigen van minder dan 200 GT niet in het bezit te zijn van een visvergunning en een speciaal visdocument.
  • 2. 
    De vergunning en het speciale visdocument dienen aan boord te zijn. Deze verplichting geldt niet voor vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren of op de Faeröer geregistreerd staan.
  • 3. 
    Vaartuigen van derde landen die op 31 december 2003 mogen vissen, mogen hun activiteiten in het begin van het jaar 2004 voortzetten totdat de lijsten van vaartuigen met vergunning aan de Commissie zijn voorgelegd en door haar zijn goedgekeurd.

Artikel 19

Aanvragen om vergunningen en speciale visdocumenten

Aanvragen van de autoriteiten van derde landen aan de Commissie om vergunningen en speciale visdocumenten dienen de volgende gegevens te bevatten:

  • a) 
    de naam van het vaartuig;
  • b) 
    registratienummer;
  • c) 
    op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;
  • d) 
    haven van registratie;
  • e) 
    naam en adres van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;

Artikel 21

Annulering en intrekking

  • 1. 
    Vergunningen en speciale visdocumenten kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten. Dergelijke annuleringen worden van kracht op de dag vóór de datum van afgifte van de nieuwe vergunning of het nieuwe speciale visdocument door de Commissie. De nieuwe vergunningen en speciale visdocumenten treden in werking op de dag waarop zij worden afgegeven.
  • 2. 
    Vergunningen en speciale visdocumenten worden vóór de datum waarop zij aflopen geheel of gedeeltelijk ingetrokken als de in bijlage I voor het betrokken bestand vastgestelde quota zijn opgebruikt.
  • 3. 
    Vergunningen en speciale visdocumenten worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Artikel 22

Niet-naleving

  • 1. 
    Voor vaartuigen die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen vergunningen en speciale visdocumenten afgegeven.
  • 2. 
    De Commissie stelt de autoriteiten van het betrokken derde land in kennis van de naam en de kenmerken van de vaartuigen die naar aanleiding van een overtreding van de voorschriften de volgende maand of maanden niet meer in de het visserijgebied van de Gemeenschap mogen vissen.

Artikel 23

Verplichtingen van de vergunninghouder

waarvan alleen de kapitein verantwoordelijk is en waarin de hoeveelheden garnaal worden opgegeven die sinds de laatste aangifte gevangen en aan boord gehouden zijn. Voor deze aangifte wordt een formulier gebruikt van het model in bijlage VII, deel III. Voor de juistheid van de aangifte is alleen de kapitein verantwoordelijk.

De Franse autoriteiten nemen de nodige maatregelen om de juistheid van de aangiften te controleren, met name door ze te vergelijken met het in artikel 23, lid 2, genoemde logboek. Na controle wordt de aangifte door de bevoegde beambte ondertekend.

De Franse autoriteiten zenden de Commissie vóór het einde van iedere maand alle aangiften met betrekking tot de vorige maand.

  • 3. 
    Vaartuigen die vissen in de wateren van het Franse departement Guyana moeten een logboek bijhouden naar het model in bijlage VIII, deel II. Binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de laatste dag van elke visreis, moet een afschrift daarvan aan de Commissie worden toegezonden via de Franse autoriteiten.
  • 4. 
    Als de Commissie gedurende 1 maand geen mededeling ontvangt over een vaartuig met een visvergunning voor de wateren van het Franse departement Guyana, wordt de vergunning van dat vaartuig ingetrokken.

HOOFDSTUK VI

Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de

Gemeenschap in het NAFO-gebied

DEEL 1

DEELNAME VAN DE GEMEENSCHAP

  • a) 
    het intern nummer van het vaartuig overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EG) nr. 2090/98 van de Commissie;
  • b) 
    de internationale roepnaam van het vaartuig;
  • c) 
    in voorkomend geval de partij die het vaartuig chartert;
  • d) 
    het type vaartuig.
  • 5. 
    Voor vaartuigen die tijdelijk de vlag van een lidstaat voeren (gecharterd vaartuig), verstrekken de lidstaten de volgende gegevens:
  • a) 
    de datum met ingang waarvan het vaartuig de vlag van de lidstaat mag voeren;
  • b) 
    de datum met ingang waarvan het vaartuig door de lidstaat is toegestaan in het gereglementeerde gebied van de NAFO te vissen;
  • c) 
    de naam van de staat waar het vaartuig is geregistreerd of vroeger was geregistreerd en de datum met ingang waarvan het niet langer de vlag van die staat voert;
  • d) 
    de naam van het vaartuig;
  • e) 
    het officiële, door de bevoegde nationale instanties aan het vaartuig toegekende registratienummer;
  • f) 
    de thuishaven van het vaartuig na de overdracht;
  • g) 
    de naam van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;
  • h) 
    een verklaring waaruit blijkt dat de kapitein een exemplaar van de in het gereglementeerde gebied van de NAFO geldende voorschriften heeft ontvangen;

Vaartuigen die op Noorse garnaal (Pandalus borealis ) vissen moeten netten gebruiken met een maaswijdte van ten minste 40 mm.

Artikel 27

Voorzieningen aan netten

  • 1. 
    Het is verboden andere dan de in dit artikel vermelde voorzieningen aan netten aan te brengen die de mazen van het net versperren of waardoor de maaswijdte wordt verkleind.
  • 2. 
    Zeildoek, want of ander materiaal mag aan de onderzijde van de kuil van het net worden bevestigd om beschadiging te verminderen of te voorkomen.
  • 3. 
    Er mogen voorzieningen aan de bovenzijde van de kuil worden bevestigd, mits de mazen van de kuil daardoor niet worden versperd. Alleen de in bijlage XI vermelde bovennetbeschermers zijn toegestaan.
  • 4. 
    Vaartuigen die op Noorse garnaal (Pandalus borealis ) vissen, gebruiken een sorteerrooster met een maximumafstand van 22 mm tussen de staven. Vaartuigen die vissen op Noorse garnaal in sector 3L moeten bovendien voor het bevestigen van de klossenpees kettingen van minimaal 72 cm gebruiken.

Artikel 28

Bijvangsten

  • 1. 
    De kapiteins van vissersvaartuigen mogen niet gericht vissen op soorten waarvoor bijvangstbeperkingen gelden. Er wordt aangenomen dat er gericht op een soort wordt gevist wanneer die soort in gewicht procentueel het grootste deel van de vangst van een trek uitmaakt.
  • 2. 
    Bijvangsten van in bijlage ID vermelde soorten ten aanzien waarvan de Gemeenschap voor een bepaald deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO geen quota heeft vastgesteld en die in dit deel worden gevangen bij welke gerichte visserij dan ook, mogen voor elk van de soorten aan boord van het vaartuig niet meer bedragen dan 2 500 kg of 10% van het gewicht van de totale vangst aan boord als dat meer is. Bijvangsten van de in bijlage ID vermelde soorten in een deel van het gereglementeerde gebied van de NAFO waar gerichte visserij op bepaalde soorten verboden is, mogen echter niet meer bedragen dan respectievelijk 1 250 kg of 5%.

5% en in sector 3L meer dan 2,5% van het totale gewicht uitmaakt, moeten onmiddellijk ten minste 5 zeemijl verder varen.

Vangsten van garnaal worden niet gebruikt bij de berekening van het percentage van de bijvangst van bodemvis.

Artikel 29

Minimummaat van de vissen

Vis uit het gereglementeerde gebied van de NAFO die niet de in bijlage XII vermelde minimummaat heeft, mag niet worden verwerkt of aan boord worden gehouden, noch worden overgeladen, aangevoerd, vervoerd, opgeslagen, verkocht, uitgestald of te koop aangeboden, maar moet onmiddellijk in zee worden teruggezet. Als de gevangen hoeveelheid ondermaatse vis meer bedraagt dan 10% van de totale vangst, moet het vissersvaartuig zich ten minste vijf zeemijl van alle posities tijdens de vorige trek verwijderen alvorens verder te vissen. Als verwerkte vis van de soorten waarvoor een minimummaat is vastgesteld, kleiner is dan de betrokken in bijlage XII vastgestelde grootte, wordt die verwerkte vis geacht afkomstig te zijn van ondermaatse vis.

DEEL 3

CONTROLEMAATREGELEN

Artikel 30

Logboek en opslagplattegrond

  • 1. 
    Kapiteins van vissersvaartuigen moeten de artikelen 6, 8, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 naleven en bovendien in hun logboek de in bijlage XIII genoemde gegevens noteren.
  • 2. 
    Iedere lidstaat deelt de Commissie vóór de 15e van iedere maand in computerleesbare vorm de tijdens de voorgaande maand aangelande hoeveelheden mee van de in bijlage XIV vermelde bestanden, en delen haar alle ontvangen informatie mee als bedoeld in de artikelen 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

Artikel 31

Netten

Bij gerichte visserij op een of meer van de in bijlage X genoemde soorten mogen geen netten aan boord zijn met een maaswijdte kleiner dan in artikel 26 is bepaald. Vaartuigen waarmee tijdens dezelfde visreis in andere zones dan het gereglementeerde gebied van de NAFO wordt gevist, mogen echter dergelijke netten aan boord hebben op voorwaarde dat deze zijn vastgesjord en dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt. Dit houdt in dat:

  • a) 
    de netten moeten zijn losgemaakt van de borden en van de sleepkabels en -lijnen, en
  • b) 
    indien deze zich op of boven het dek bevinden, goed aan een deel van de bovenbouw moeten zijn vastgesjord.

Artikel 32

Overlading

Vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap mogen in het gereglementeerde gebied van de NAFO geen vangsten overladen, tenzij de kapiteins daarvoor vooraf de toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten.

DEEL 4

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR NOORSE GARNALEN

Artikel 33

Aangifte van Noorse garnalen

De lidstaten melden de Commissie dagelijks de hoeveelheden Noorse garnaal (Pandalus borealis

) die in sector 3L van het gereglementeerde gebied van de NAFO zijn gevangen door

vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap. Er mag uitsluitend in wateren van ten minste 200 meter diep worden gevist en nooit door meer dan één vaartuig per lidstaat tegelijk.

  • 3. 
    De in lid 2 bedoelde lijst bevat het intern nummer overeenkomstig bijlage I van Verordening (EG) nr. 2090/98 van de Commissie.
  • 4. 
    Deze lijst wordt binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in computerleesbare vorm meegedeeld en bij wijziging ten minste vijf dagen voor het vaartuig NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO binnenvaart. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.
  • 5. 
    Iedere lidstaat verdeelt zijn quota individueel onder de vaartuigen die op de in lid 2 bedoelde lijst staan vermeld. De lidstaten zenden de Commissie deze informatie binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening toe.

Artikel 35

Mededelingen

  • 1. 
    De kapiteins van de in artikel 34, lid 2, bedoelde vaartuigen delen de vlaggenlidstaat het volgende mee:
  • a) 
    De hoeveelheden zwarte heilbot aan boord op het moment dat het vaartuig van de Gemeenschap NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO binnenvaart. Deze mededeling vindt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur vóór het binnenvaren van het gebied plaats.
  • b) 
    De dagelijkse vangsten aan zwarte heilbot. Deze mededeling vindt plaats om 12.00 uur UTC voor de voorgaande dag tot 24.00 uur.
  • c) 
    De hoeveelheden zwarte heilbot aan boord op het moment dat het vaartuig van de Gemeenschap NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO verlaat. Deze mededeling vindt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur vóór het verlaten van het gebied plaats, en moet vergezeld gaan van het aantal visdagen en de totale vangst in het gebied.
  • d) 
    De hoeveelheden zwarte heilbot die bij iedere overlading tijdens het verblijf van het vaartuig in NAFO-deelgebied 2 en sectoren 3KLMNO zijn geladen of gelost. Deze mededeling vindt niet later dan 24 uur na het voltooien van de overlading plaats.
  • 3. 
    Elke lidstaat zendt de Commissie binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening de lijst toe van de aangewezen havens en geeft haar binnen 15 dagen daarna kennis van alle in lid 2 bedoelde inspectie- en toezichtprocedures. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan het secretariaat van de NAFO.
  • 4. 
    De Commissie zendt alle lidstaten (onverwijld) een lijst toe van de in lid 2 bedoelde aangewezen havens en van de havens aangewezen door de overige verdragsluitende partijen van de NAFO.

Artikel 37

Inspectie in de haven

  • 1. 
    De lidstaten zien erop toe dat alle vaartuigen die een aangewezen haven aandoen om zwarte heilbot aan te voeren en/of over te laden, worden onderworpen aan een inspectie in de haven overeenkomstig de haveninspectieregeling van de NAFO.
  • 2. 
    Het is niet toegestaan vangsten van vaartuigen als bedoeld in lid 1 te lossen en/of over te laden voordat de inspecteurs ter plaatse zijn.
  • 3. 
    Alle geloste hoeveelheden dienen per soort te worden gewogen alvorens naar de koelopslag of enige andere bestemming te worden vervoerd.
  • 4. 
    De lidstaten doen het betrokken haveninspectieverslag uiterlijk 7 werkdagen na de datum waarop de inspectie is voltooid, aan de NAFO toekomen met een kopie aan de

Commissie.

Artikel 38

Verbod op aanvoer of overlading voor vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

De lidstaten verbieden de aanvoer en overlading van zwarte heilbot door vaartuigen van niet- verdragsluitende partijen die in het gereglementeerde gebied van de NAFO hebben gevist.

visplannen wordt de totale, te leveren visserij-inspanning voor de betrokken visserijtak

opgegeven.

Artikel 41

Follow-up van visserijactiviteiten

De lidstaten doen de Commissie uiterlijk op 31 december 2004 een verslag over de uitvoering van de in de artikelen 34 tot en met 39 bedoelde maatregelen toekomen met onder meer het totale aantal visdagen.

DEEL 6

BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR ROODBAARS

Artikel 42

Visserij op roodbaars

  • 1. 
    De kapiteins van vaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren en geregistreerd zijn in de Gemeenschap, die in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO op roodbaars vissen, delen de bevoegde instanties van de lidstaat waarvan hun schip de vlag voert of waar het geregistreerd is, om de andere maandag mee welke hoeveelheden roodbaars in die gebieden zijn gevangen in de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om 12.00 uur 's nachts is geëindigd.

Wanneer de som van de vangsten gelijk is aan 50 % van de TAC of meer, moet deze mededeling wekelijks plaatsvinden.

  • 2. 
    De lidstaten melden de Commissie om de twee weken op dinsdag vóór 12 uur 's middags, voor de periode van twee weken die de voorafgaande zondag om 12 uur 's nachts is geëindigd, welke hoeveelheden roodbaars zijn gevangen in deelgebied 2 en sectoren IF, 3K en 3M van het gereglementeerde gebied van de NAFO door vaartuigen die hun vlag voeren en op hun grondgebied geregistreerd zijn.

HOOFDSTUK VII

Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de

Gemeenschap in het CCAMLR-gebied

DEEL 1

BEPERKINGEN

Artikel 43

Verboden en vangstbeperkingen

Gerichte visserij op de in bijlage XV vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden. Voor nieuwe en experimentele visserij zijn de maximale vangsten en bijvangsten per deelgebied/sector vastgelegd in bijlage XVI.

DEEL 2

EXPERIMENTELE VISSERIJ

Artikel 44

Specifieke maatregelen voor de experimentele visserij door vaartuigen van de Gemeenschap

(1) Vissersvaartuigen die de vlag van Spanje voeren en die bij de CCAMLR zijn aangemeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van Verordening (EG) nr. 66/98 van de Raad van 18 december 1997 mogen uitsluitend in de FAO-deelgebieden 48.6 en 88.1 aan de experimentele visserij met de beug op de Dissostichus spp. deelnemen.

In ieder deelgebied mag nooit meer dan één vissersvaartuig tegelijk vissen. De maximale totale vangsten en bijvangsten per deelgebied en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk deelgebied staan vermeld in bijlage XVI.

  • b) 
    het in artikel 12, van Verordening (EG) nr. 66/98 van de Raad bedoelde stelsel van maandelijkse meldingen van gedetailleerde vangst- en visserij-inspanningsgegevens;
  • c) 
    de melding van het totale aantal vissen en het gewicht aan Dissostichus eleginoides

en Dissostichus mawsoni , met inbegrip van vissen met "jellymeat"-verschijnselen.

Artikel 46

Bijzondere vereisten

(1) De in artikel 44 bedoelde experimentele visserij moet voldoen aan de bepalingen van artikel 14, lid 3, van Verordening (EG) nr. 66/98 van de Raad met betrekking tot de toepasselijke maatregelen ter beperking van de incidentele sterfte van zeevogels bij de beugvisserij. Naast bedoelde maatregelen geldt bij deze visserijactiviteiten een verbod op de teruggooi van afval.

(2) Voor vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als in FAO- deelgebied 88.1 gelden bovendien de volgende extra vereisten:

  • a) 
    het is de vaartuigen niet toegestaan het volgende op zee te lozen:
  • i) 
    olie, olieproducten of residuen van olie, tenzij toegestaan op grond van bijlage I van MARPOL 73/78;
  • ii) 
    afval;
  • iii) 
    voedselresten die niet door een rooster met een maaswijdte van maximaal

25 mm kunnen;

  • iv) 
    pluimvee of delen daarvan (met inbegrip van eierschalen); of
  • v) 
    afvalwater binnen 12 zeemijlen van land of ijs of terwijl het vaartuig een snelheid van minder dan vier knopen heeft;
  • a) 
    de afstand tussen twee onderzoeksuitzettingen ten minste 5 zeemijlen bedraagt, gemeten vanaf het geografische middelpunt van iedere onderzoeksuitzetting;
  • b) 
    bij iedere uitzetting minimaal 3 500 en maximaal 10 000 haken worden gebruikt; daarbij mag op dezelfde locatie ook een reeks aparte lijnen worden uitgezet;
  • c) 
    de uitzettijd van iedere beug ten minste zes uur bedraagt, gemeten vanaf het moment waarop het uitzetten is voltooid tot het moment waarop met het ophalen wordt begonnen;

Artikel 48

Onderzoeksplannen

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 44, moeten onderzoeksplannen toepassen in alle afzonderlijke SSRU's waarin FAO-deelgebieden 88.1 en 48.6 zijn verdeeld. Het onderzoeksplan moet als volgt worden toegepast:

  • a) 
    wanneer een vaartuig een SSRU voor het eerst binnenvaart, gelden de eerste tien uitzettingen, "eerste reeks" te noemen, als "onderzoeksuitzettingen", welke moeten voldoen aan de in artikel 47, lid 2, vermelde criteria;
  • b) 
    de volgende 10 uitzettingen of de eerste 10 ton gevangen vis, als die hoeveelheid eerder wordt behaald, worden aangeduid als de "tweede reeks". Uitzettingen tijdens de tweede reeks kunnen naar goeddunken van de kapitein worden gevist als onderdeel van normale experimentele visserij. Indien de uitzettingen beantwoorden aan de vereisten van artikel 47, lid 2, mogen zij echter ook worden beschouwd als onderzoeksuitzettingen;
  • c) 
    na de eerste en de tweede reeks moet het vaartuig, als de kapitein in de SSRU wil blijven vissen, een "derde reeks" uitzettingen verrichten, tot er uiteindelijk tijdens de drie reeksen 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden. De derde reeks uitzettingen moet plaatsvinden tijdens het zelfde verblijf in de SSRU als de eerste en de tweede reeks.
  • a) 
    de positie en diepte van de uiteinden van iedere lijn in een uitzetting;
  • b) 
    de tijden waarop de beug is uitgezet, in het water is gebleven en is opgehaald;
  • c) 
    het aantal en de soorten vissen verloren gegaan aan de oppervlakte;
  • d) 
    het aantal haken dat is aangebracht;
  • e) 
    het type aas;
  • f) 
    het percentage aas dat is aangenomen;
  • g) 
    het type haken; en
  • h) 
    de gesteldheid van zee en wolken en de maanfase ten tijde van het uitzetten van de lijnen;

(2) Alle in lid 1 genoemde gegevens moeten bij ieder onderzoek voor iedere onderzoeksuitzetting worden verzameld; met name moeten bij iedere onderzoeksuitzetting de eerste 100 vissen worden gemeten en moet voor biologisch onderzoek een monster van ten minste 30 vissen worden genomen. Als er meer dan 100 vissen worden gevangen moeten een willekeurige steekproef van de vissen

worden genomen.

Artikel 50

Merkprogramma

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in lid 44, moeten bovendien onderstaand merkprogramma uitvoeren:

  • a) 
    gedurende het gehele seizoen moet per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. één exemplaar worden gemerkt en vrijgelaten. Het merken mag pas worden gestaakt zodra het vaartuig 500 exemplaren heeft gemerkt of wanneer de visgrond wordt verlaten en per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. steeds één exemplaar is gemerkt;

Artikel 51

Wetenschappelijke waarnemers

Vissersvaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij als bedoeld in artikel 44, moeten bij alle visserijactiviteiten in het visserijseizoen ten minste twee wetenschappelijk waarnemers aan boord hebben waarvan er één is aangewezen volgens de CCAMLR-regeling voor internationale wetenschappelijke waarneming.

HOOFDSTUK VIII

Slotbepalingen

Artikel 52

Gegevensoverdracht

Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2847/93 doen door de lidstaten de gegevens met betrekking tot het aanlanden van hoeveelheden gevangen vis in computerleesbare vorm met gebruikmaking van de in iedere tabel vermelde codes voor de bestanden aan de Commissie

toekomen.

Artikel 53

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2004.

Voor TAC's voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2004, is artikel 43 van toepassing vanaf de begindatum van de betrokken TAC- toepassingsperioden.

De artikelen 13 en 14 zijn niet van toepassing op Estland, Letland, Litouwen en Polen vanaf de datum van toetreding van deze landen.

BIJLAGE I

Vangstmogelijkheden, per soort en per gebied (in ton levend gewicht, tenzij

anders vermeld), voor vaartuigen van de Gemeenschap in gebieden met

vangstbeperkingen en voor vaartuigen van derde landen in de wateren van de

Gemeenschap

Alle vangstbeperkingen die in deze bijlage zijn vastgesteld, worden voor de toepassing van artikel 9 van de verordening als quota beschouwd en daarom gelden daarvoor de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 2847/93, en met name de artikelen 14 en 15.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. Voor de toepassing van deze verordening volgt hieronder een concordantietabel van de gebruikelijke namen in het Nederlands en de overeenkomstige Latijnse namen.

Gebruikelijke naam Wetenschappelijke naam

Witte tonijn Thunnus alalunga

Beryciden Beryx spp.

Lange schol Hippoglossoides platessoides

Anchovis Engraulis encrasicolus

Zeeduivels Lophiidae

IJsvis Champsocephalus gunnari

Zwarte Patagonische ijsheek Dissostichus eleginoides

Zeewolf Anarhichas lupus

Kabeljauw Gadus morhua

Tong Solea solea

Krabben Paralomis spp.

Schar Limanda limanda

Platvissen Pleuronectiformes

Bot Platichthys flesus

Gaffelkabeljauwen Phycis spp.

Grote zilvervis Argentina silus

Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides

Grenadiervissen Macrourus spp.

Grijze zuidpoolkabeljauw Lepidonothen squamifrons

Schelvis Melanogrammus aeglefinus

Heek Merluccius merluccius

Atlantische haring Clupea harengus

Horsmakrelen Trachurus spp.

Groene zuidpoolkabeljauw Gobionotothen gibberifrons

Krielgarnaal Euphausia superba

Lantaarnvis Electrona carlsbergi

Tongschar

Arctische kabeljauw Boreogadus saida

Pollak Pollachius pollachius

Haringhaai Lamna nasus

Roodbaars Sebastes spp.

Zeebrasem Pagellus bogaraveo

Noordelijke grenadiervis Macrourus berglax

Grenadiervis Coryphaenoides rupestris

Koolvis Pollachius virens

Zandspieringen Ammodytidae

Zeebaars Dicentrarchus labrax

Kortvinnige pijlinktvis Illex illecebrosus

Roggen Rajidae

Sneeuwkrab Chionoecetes spp.

Georgia-ijsvis Pseudochaenichthys georgianus

Middellandse-Zeeleng Molva macrophthalmus

Sprot Sprattus sprattus

Doornhaai Squalus acanthias

Zwaardvis Xiphias gladius

Zwarte Patagonische ijsheek

BIJLAGE I A

Oostzee

Alle TAC's in dit gebied, behalve die voor schol, zijn vastgesteld in de Internationale Visserijcommissie voor de Oostzee (IBSFC).

Soort: Haring Zone: Management Unit 3

Clupea harengus HER/MU3

Finland 50 175

Zweden 11 025

EG 61 200

TAC 61 200

Soort: Haring Zone: IIIbcd (EG-wateren) uitgezonderd Management Unit

3 (1)

Clupea harengus HER/3BCD-C

Denemarken 8 279 (4)(8)

Duitsland 25 106 (4)(8)

Estland 14 536 (2) (6)

Finland 9 386 (4)(8)

Letland 9 834 (2) (6)

Litouwen 2 568 (5)

Polen 28 870 (6)

Zweden 36 499 (4)(8)

Alle lidstaten 28 000 (3)

EG 163 080 (9)

Soort: Kabeljauw Zone: Sectoren 25-32 (EG-wateren) (1)

Gadus morhua COD/25/32-

Denemarken 8 078 (2)(4)(6)

Duitsland 3 532 (2)(4)(6)

Estland 542 (5)

Finland 434 (2)(4)(6)

Letland 2 061 (7)

Litouwen 1 355 (3)

Polen 6 423 (8)

Zweden 6 496 (2)(4)(6)

EG 28 920 (9)

TAC 32 000 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten omvat deze zone de wateren van de EG en die van

Estland, Letland, Litouwen en Polen.

(2)

Waarvan 1 100 t mag worden gevist in de Litouwse wateren binnen een totaal quotum voor de EG van

1 100 t.

(3)

Waarvan 1 100 t mag worden gevist in de wateren van de EG.

(4) Waarvan 650 t mag worden gevist in de Estse wateren binnen een totaal quotum voor de EG van 650 t.

(5) Waarvan 650 t mag worden gevist in de wateren van de EG.

(6) Waarvan 1 450 t mag worden gevist in de Letse wateren binnen een totaal quotum voor de EG van 1 450 t.

(7) Waarvan 1 450 t mag worden gevist in de wateren van de EG.

(8) Mag niet in de wateren van de EG worden gevist.

(9) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten bedraagt het EG-quotum 18 539 t.

De voetnoten 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 zijn van toepassing tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten.

 

Soort: Kabeljauw Zone: Sectoren 22 24 (EG-wateren) (1)

Gadus morhua COD/22/24-

Denemarken 8 268

Duitsland 3 615

Estland 555 (2)

Finland 2 109

Letland 2 109 (2)

Litouwen 1 387 (2)

Polen 6 574 (2)

Zweden 6 648

EG 29 600 (3)

TAC 29 600

__________

(1) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten omvat deze zone de wateren van de EG en die van

Polen.

(2)

Mag niet in de wateren van de EG worden gevist.

(3) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten bedraagt het EG-quotum 18 975 t.

Voetnoot 2 is van toepassing tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten.

Soort: Schol Zone: IIIbcd (EG-wateren)(1)

Pleuronectes platessa PLE/3BCD-C

Denemarken 2 697

Duitsland 300

Zweden 203

Polen 565 (2)

Soort: Atlantische zalm Zone: IIIbcd (EG-wateren) uitgezonderd sector 32 (1)

Salmo salar SAL/3BCD-C

Denemarken 93 512 (2)(3)(5)

Duitsland 10 404 (2)(3)(5)

Estland 9 504 (2)(4)

Finland 116 603 (2)(3)(5)

Letland 59 478 (2)(6)

Litouwen 6 992 (2) (7)

Polen 28 368 (2) (7)

Zweden 126 400 (2)(3)(5)

EG 451 260 (2)(8)

TAC 460 000 (2) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten omvat deze zone de wateren van de EG en die van

Estland, Letland, Litouwen en Polen.

(2)

Uitgedrukt in aantal exemplaren.

(3) Waarvan 2 000 exemplaren mogen worden gevist in de Estse wateren binnen een totaal quotum voor de EG

van 2 000 exemplaren.

(4)

Waarvan 2 000 exemplaren mogen worden gevist in de wateren van de EG.

(5) Waarvan 3 000 exemplaren mogen worden gevist in de Letse wateren binnen een totaal quotum voor de EG

van 3 000 exemplaren.

(6)

Waarvan 3 000 exemplaren mogen worden gevist in de wateren van de EG.

(7) Mag niet in de wateren van de EG worden gevist.

(8) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten bedraagt het EG-quotum 346 918 exemplaren.

De voetnoten 3, 4, 5, 6 en 7 zijn van toepassing tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten.

Soort: Sprot Zone: IIIbcd (EG-wateren)(1)

Sprattus sprattus SPR/3BCD-C

Denemarken 37 254 (2)(4)

Duitsland 23 601 (2)(4)

Estland 43 260 (6)

Finland 19 501 (2)(4)

Letland 52 249 (5)

Litouwen 18 901 (3)

Polen 110 880 (6)

Zweden 72 019 (2)(4)

EG 377 665 (7)

TAC 420 000 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten omvat deze zone de wateren van de EG en die van Estland, Letland, Litouwen en Polen.

(2) Waarvan 3 000 t mag worden gevist in de Litouwse wateren binnen een totaal quotum voor de EG van

3 000 t.

(3) Waarvan 3 000 t mag worden gevist in de wateren van de EG.

(4) Waarvan 6 000 t mag worden gevist in de Letse wateren binnen een totaal quotum voor de EG van 6 000 t.

(5) Waarvan 6 000 t mag worden gevist in de wateren van de EG.

(6) Mag niet in de wateren van de EG worden gevist.

(7) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten bedraagt het EG-quotum 152 376 t.

De voetnoten 2, 3, 4, 5, 6 en 6 zijn van toepassing tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten.

 

BIJLAGE IB

Skagerrak, Kattegat, Noordzee, en westelijke wateren van de Gemeenschap, ICES-gebieden

Vb (EG-wateren), VI, VII, VIII, IX en X, CECAF (EG-wateren) en Frans Guyana

Soort: Zandspiering Zone: IV (Noorse wateren)

Ammodytidae SAN/04-N.

Denemarken 124 450

Verenigd Koninkrijk 6 550

EG 131 000

TAC Niet relevant

Soort: Zandspiering Zone: IIa (1) , Skagerrak, Kattegat, Noordzee (1)

Ammodytidae SAN/24.

Denemarken 640 877

Verenigd Koninkrijk 14 009

Alle lidstaten 24 514 (2)

EG 679 400

Noorwegen 35 000 (3)

Faeröer 20 000 (3) (4)

TAC 734 400 Voorzorgs-TAC

__________

(1) Gemeenschapswateren exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.

(2) Uitgezonderd Denemarken en het Verenigd Koninkrijk.

(3) Te vangen in de Noordzee.

Soort: Haring (1) Zone: Skagerrak en Kattegat

Clupea harengus HER/03A.

Denemarken 29 177 (4)

Duitsland 467 (4)

Zweden 30 521 (4)

EG 60 164

Faeröer 500 (2)

TAC 70 000 (3) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Aangeland als totale vangst of gesorteerd van de overige vangst.

(2) Te vangen in het Skagerrak.

(3) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

(4) Tot 40% van dit quotum mag worden overgedragen naar ICES-sectoren IVa,b. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

Soort: Haring (1) Zone: Noordzee benoorden 53°30' NB

Clupea harengus HER/4AB.

Denemarken 77 196

Duitsland 48 208

Frankrijk 18 250

Nederland 50 068

Zweden 4 680

Verenigd Koninkrijk 62 100

EG 260 502

Soort: Haring Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Clupea harengus HER/04-N.

Zweden 910 (1) (2)

EG 910 (2)

TAC 460 000

__________

(1) Bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis wordt in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

(2) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Haring (1) Zone: IVc (2), VIId

Clupea harengus HER/4CXB7D

België 9 159 (3)

Denemarken 1 526 (3)

Duitsland 953 (3)

Frankrijk 17 178 (3)

Nederland 30 621 (3)

Verenigd Koninkrijk 6 662 (3)

EG 66 098

TAC 460 000 (4)

__________

(1) Aangeland als totale vangst of gesorteerd van de overige vangst.

(2) Uitgezonderd Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een lijn die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51°56° NB, 1°19,1° OL) tot 51°33° NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(3) Tot 50 % van dit quotum mag worden overgedragen naar ICES-sector IV b. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

Soort: Haring Zone: Vb, VIaN (1) , VIb

Clupea harengus HER/5B6ANB

Duitsland 3 280

Frankrijk 621

Ierland 4 432

Nederland 3 280

Verenigd Koninkrijk 17 727

EG 29 340

Faeröer 660 (2)

TAC 30 000 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Bedoeld is het haringbestand in ICES-sector VI a, benoorden 56°00° NB, en in het gedeelte van VI a ten oosten van 07°00° WL en benoorden 55°00° NB, met uitzondering van de Clyde.

(2) Mag enkel worden gevangen in sector VI a benoorden 56°30° NB.

Soort: Haring Zone: VIaS (1) ,VIIbc

Clupea harengus HER/6AS7BC

Ierland 12 727

Nederland 1 273

EG 14 000

TAC 14 000 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

Soort: Haring Zone: VIIa (1)

Clupea harengus HER/07A/MM

Ierland 1 250

Verenigd Koninkrijk 3 550

EG 4 800

TAC 4 800 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) ICES-sector VII a wordt verkleind met de zone die wordt toegevoegd aan ICES-zon VIIghjk en die wordt

begrensd:

  • in het noorden door 52°30' NB,
  • in het zuiden door 52°00' NB,
  • in het westen door de kust van Ierland,
  • in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

Soort: Haring Zone: VIIe,f

Clupea harengus HER/7EF.

Frankrijk 500

Verenigd Koninkrijk 500

EG 1 000

TAC 1 000 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Haring Zone: VIIg,h,j,k (1)

Soort: Ansjovis Zone: VIII

Engraulis encrasicolus ANE/08.

Spanje 9 900

Frankrijk 1 100

EG 11 000

TAC 11 000 (1)

(1) Deze TAC zal in de loop van 2004 worden herzien in het licht van nieuw wetenschappelijk advies.

Soort: Ansjovis Zone: IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Engraulis encrasicolus ANE/9/3411

Spanje 2 248

Portugal 2 452

EG 4 700

TAC 4 700

Soort: Kabeljauw Zone: Skagerrak

Gadus morhua COD/03AN.

België 10

Denemarken 3 119

Duitsland 78

Nederland 20

Zweden 546

EG 3 773

Soort: Kabeljauw Zone: Kattegat

Gadus morhua COD/03AS.

Denemarken 841

Duitsland 17

Zweden 505

EG 1 363

TAC 1 363 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Kabeljauw Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee

Gadus morhua COD/2AC4.

België 807

Denemarken 4 635

Duitsland 2 939

Frankrijk 997

Nederland 2 619

Zweden 31

Verenigd Koninkrijk 10 631

EG 22 659

Noorwegen 4 641 (1)

TAC (2) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

27 300

__________

Soort: Kabeljauw Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Gadus morhua COD/04-N.

Zweden 426 (1)

EG 426 (1)

TAC Niet relevant

__________

(1)

Op grond van de goedgekeurde notulen van het overleg tussen de Europese Gemeenschap, namens Zweden,

en Noorwegen voor het jaar 2004.

Soort: Kabeljauw Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Gadus morhua COD/561214

België 3

Duitsland 25

Frankrijk 269

Ierland 105

Verenigd Koninkrijk 446

EG 848

TAC 848 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

Bijzondere

voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Vb (EG-zone), VIa

(COD/5BC6A.)

Soort: Kabeljauw Zone: VIIa

Gadus morhua COD/07A.

België 57

Frankrijk 158

Ierland 1 003

Nederland 14

Verenigd Koninkrijk 917

EG 2 150

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

2 150

Soort: Kabeljauw Zone: VIIb-k, VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Gadus morhua COD/7X7A34

België 157

Frankrijk 2 689

Ierland 359

Nederland 22

Verenigd Koninkrijk 291

EG 3 518

TAC 3 518 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Schartong Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Lepidorhombus spp. LEZ/2AC4-C

België 6

Denemarken 5

Duitsland 5

Frankrijk 31

Nederland 24

Verenigd Koninkrijk 1 819

EG 1 890

TAC 1 890 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Schartong Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Lepidorhombus spp. LEZ/561214

Spanje 409

Frankrijk 1 596

Ierland 466

Verenigd Koninkrijk 1 129

EG 3 600

TAC 3 600 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Schartong Zone: VII

Lepidorhombus spp. LEZ/07.

België 443

Spanje 4 919

Soort: Schartong Zone: VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Lepidorhombus spp. LEZ/8C3411

Spanje 978

Frankrijk 49

Portugal 33

EG 1 059

TAC Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

1 059

Soort: Schar en bot Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Limanda limanda and Platichthys flesus D/F/2AC4-C

België 376

Denemarken 1 414

Duitsland 2 120

Frankrijk 147

Nederland 8 550

Zweden 5

Verenigd Koninkrijk 1 189

EG 13 801

TAC 13 801 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van

Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Zeeduivel Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Soort: Zeeduivel Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Lophiidae ANF/561214

België 99

Duitsland 113

Spanje 106

Frankrijk 1 216

Ierland 275

Nederland 95

Verenigd Koninkrijk 846

EG 2 749

TAC 2 749 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Zeeduivel Zone: VII

Lophiidae ANF/07.

België 1 851

Duitsland 206

Spanje 735

Frankrijk 11 876

Ierland 1 518

Nederland 240

Verenigd Koninkrijk 3 601

EG 20 027

TAC Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

20 027

Soort: Zeeduivel Zone: VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Lophiidae ANF/8C3411

Spanje 957

Frankrijk 1

Portugal 191

EG 1 150

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

1 150

Soort: Schelvis Zone: Skagerrak en Kattegat, IIIbcd (EG-wateren)

Melanogrammus aeglefinus HAD/3A/BCD

België 11

Denemarken 1 802

Duitsland 115

Nederland 2

Zweden 213

EG 2 143 (1)

TAC 3 150 (2)

(1) Exclusief naar schatting 874 ton industriële bijvangst.

(2) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Schelvis Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee

Melanogrammus aeglefinus HAD/2AC4.

België 395

Denemarken 2 712

Soort: Schelvis Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Melanogrammus aeglefinus HAD/04-N.

Zweden 789 (1)

EG 789 (1)

TAC 51 735

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Schelvis Zone: VIb, XII, XIV

Melanogrammus aeglefinus HAD/61214.

België 2

Duitsland 2

Frankrijk 77

Ierland 55

Verenigd Koninkrijk 566

EG 702

TAC 702 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Schelvis Zone: Vb, VIa (EG-wateren),

Melanogrammus aeglefinus HAD/5BC6A.

België 19

Soort: Schelvis Zone: VII , VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Melanogrammus aeglefinus HAD/7/3411

België 105

Frankrijk 6 290

Ierland 2 097

Verenigd Koninkrijk 944

EG 9 435

TAC 9 435

_________

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

VIIa (HAD/07A.):

België 17

Frankrijk 78

Ierland 465

Verenigd Koninkrijk 515

EG 1 075

Bij opgave van quota specifiëren lidstaten hoeveelheden genomen in VIIa. Aan land brengen van schelvis uit sector VIIa verboden boven een totale vangst van 1 008 ton.

Soort: Wijting Zone: Skagerrak en Kattegat

Merlangius merlangus WHG/03A.

Denemarken 651

Nederland 2

Zweden 70

Soort: Wijting Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee

Merlangius merlangus WHG/2AC4.

België 376

Denemarken 1 626

Duitsland 423

Frankrijk 2 443

Nederland 940

Zweden 2

Verenigd Koninkrijk 6 484

EG 12 294 (1)

Noorwegen 1 600 (2)

TAC 16 000 (3)

__________

(1) Exclusief naar schatting 2 106 ton industriële bijvangst.

(2) Mag in de wateren van de EG worden gevangen. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.

(3) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Noorse wateren

(WHG/04-NFS)

EG 9 756

Soort: Wijting Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Merlangius merlangus WHG/561214

Soort: Wijting Zone: VIIa

Merlangius merlangus WHG/07A.

België 3

Frankrijk 35

Ierland 204

Nederland 1

Verenigd Koninkrijk 272

EG 514

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

514

Soort: Wijting Zone: VIIb-k

Merlangius merlangus WHG/7X7A.

België 138

Frankrijk 8 466

Ierland 3 923

Nederland 69

Verenigd Koninkrijk 1 514

EG 14 110

TAC Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

14 110

Soort: Wijting Zone: VIII

Merlangius merlangus WHG/08.

Soort: Wijting en pollak Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Merlangius merlangus en Pollachius pollachius W/F/04-N.

Zweden 190 (1)

EG 190 (1)

TAC Niet

relevant

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Heek Zone: Skagerrak en Kattegat, IIIbcd (EG-wateren)

Merluccius merluccius HKE/3A/BCD

Denemarken 781

Zweden 66

EG 847

TAC 847 (1) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Binnen een globale TAC van 28100 ton voor het noordelijke heekbestand.

Soort: Heek Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Merluccius merluccius HKE/2AC4-C

België 14

Denemarken 569

Duitsland 65

Frankrijk 126

Nederland 33

Verenigd Koninkrijk 178

Soort: Heek Zone: Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV

Merluccius merluccius HKE/571214

België 145

Spanje 4 645

Frankrijk 7 173

Ierland 869

Nederland 93

Verenigd Koninkrijk 2 832

EG 15 757

TAC 15 757 (1) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Binnen een globale TAC van 28 100 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

VIIIabde (HKE/8ABDE.)

België 19

Spanje 749 749

Frankrijk

Ierland 94

Nederland 9

Verenigd Koninkrijk 4 22

EG 2 042

Soort: Heek Zone: VIIIa,b,d,e

Merluccius merluccius HKE/8ABDE.

België 5

Spanje 3 234

Frankrijk 7 261

Nederland 9

EG 10 509

TAC 10 509 (1) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Binnen een globale TAC van 28 100 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Vb (EG-wateren), VI, VII, XII, XIV (HKE/571214)

België 1

Spanje 937

Frankrijk 1686

Nederland 3

EG 2626

Soort: Heek Zone: VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Merluccius merluccius HKE/8C3411

Spanje 2 294

Frankrijk 220

Portugal 1 070

Soort: Blauwe wijting Zone: I - XIV (EG-wateren en internationale wateren)

Micromesistius poutassou WHB/1/14-

Denemarken 57 694

Duitsland 17 154

Spanje 87 716

Frankrijk 32 268

Ierland 34 133

Nederland 53 780

Portugal 15 854

Zweden 14 000

Verenigd Koninkrijk 58 901

EG 371 500

Noorwegen 120 000 (1)(2)

Faeröer 45 000 (1) (3)

TAC Niet relevant Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

(1)

Er mag niet worden gevist in deelgebied VI ten zuiden van 56°30' NB en in deelgebied VII ten oosten van 12° WL.

(2) Waarvan tot pm ton mag bestaan uit zilvervis (Argentina spp.).

(3) Inclusief onvermijdelijke bijvangsten van zilvervis (Argentina spp.).

Soort: Blauwe wijting Zone: IV (Noorse wateren)

Micromesistius poutassou WHB/04-N.

Denemarken 18 050

Verenigd Koninkrijk 950

EG 19 000

Soort: Blauwe leng Zone: EG-wateren van de zones VIa (benoorden 56°30' NB), VIb

Molva dypterigia BLI/6AN6B.

Faeröer 900 (1)

TAC Niet relevant

__________

(1) Te vangen met de trawl. Bijvangsten van grenadiervis en haarstaartvis worden op dit quotum in mindering gebracht.

Soort: Leng Zone: EG-wateren van de zones IIa, IV, Vb, VI, VII

Molva molva LIN/2A47-C

Noorwegen pm (1) (2)

Faeröer 800 (3) (4)

TAC Niet relevant

__________

(1) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 25 % per vaartuig in de deelgebieden VI en VII is toegestaan. Dit percentage mag worden overschreden in de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond. De totale bijvangsten van andere soorten in de deelgebieden VI en VII mogen echter niet meer bedragen dan pm ton.

(2) Inclusief torsk. De quota voor Noorwegen zijn: pm ton leng; en pm ton torsk. Deze quota mogen tot pm ton onderling gewisseld worden en de betrokken soorten mogen in sector V b en in de deelgebieden VI en VII slechts worden gevangen met beuglijnen.

(3) Inclusief blauwe leng en torsk. In de sectoren VI a (benoorden 56°30' NB) en VI b mogen deze soorten slechts worden gevangen met beuglijnen.

(4) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot 20% per vaartuig in deelgebied VI is toegestaan. Dit percentage mag worden overschreden in de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond. De totale bijvangsten van andere soorten in deelgebied VI mogen echter niet meer bedragen dan pm ton.

Soort: Langoestine Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Nephrops norvegicus NEP/2AC4-C

België 993

Denemarken 993

Duitsland 15

Frankrijk 29

Nederland 511

Verenigd Koninkrijk 16 446

EG 18 987

TAC 18 987 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Langoestine Zone: Vb (EG-wateren), VI

Nephrops norvegicus NEP/5BC6.

Spanje 23

Frankrijk 92

Ierland 153

Verenigd Koninkrijk 11 032

EG 11 300

TAC 11 300 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Langoestine Zone: VII

Nephrops norvegicus NEP/07.

Soort: Langoestine Zone: VIIIa,b,d,e

Nephrops norvegicus NEP/8ABDE.

Spanje 189

Frankrijk 2 961

EG 3 150

TAC 3 150 Voorzorgs-TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Langoestine Zone: VIIIc

Nephrops norvegicus NEP/08C.

Spanje 35

Frankrijk 1

EG 36

TAC 36 Voorzorgs-TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Langoestine Zone: IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Nephrops norvegicus NEP/9/3411

Spanje 45

Portugal 136

EG 181

Soort: Noorse garnaal Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Pandalus borealis PRA/2AC4-C

Denemarken 3 626

Nederland 34

Zweden 146

Verenigd Koninkrijk 1 074

EG 4 880

Noorwegen 100 (1)

TAC 4 980

__________

(1) Te vangen in deelgebied IV.

Soort: Noorse garnaal Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Pandalus borealis PRA/04-N.

Denemarken 900

Zweden 140 (1)

EG 1 040

TAC Niet relevant

__________

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis wordt in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

Soort: Garnaal "Penaeus" Zone: Frans Guyana

Penaeus spp PEN/FGU.

Soort: Schol Zone: Skagerrak

Pleuronectes platessa PLE/03AN.

België 57

Denemarken 7 397

Duitsland 38

Nederland 1 422

Zweden 396

EG 9 310

TAC 9 500 (1)

__________

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Schol Zone: Kattegat

Pleuronectes platessa PLE/03AS.

Denemarken 1 561

Duitsland 18

Zweden 176

EG 1 755

TAC 1 755

Soort: Schol Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee

Pleuronectes platessa PLE/2AC4.

België 2 515

Denemarken 8 175

Duitsland 2 358

Frankrijk 472

Nederland 15 720

Verenigd Koninkrijk 11 633

EG 40 873

Noorwegen 3 077

TAC 43 950 (1) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Noorse wateren (PLE/04-NFS)

EG 30 000

Soort: Schol Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Pleuronectes platessa PLE/561214

Frankrijk 34

Ierland 447

Verenigd Koninkrijk 746

EG 1 227

Soort: Schol Zone: VIIb,c

Pleuronectes platessa PLE/7BC.

Frankrijk 18

Ierland 72

EG 90

TAC 90 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Schol Zone: VIId,e

Pleuronectes platessa PLE/7DE.

België 992

Frankrijk 3 305

Verenigd Koninkrijk 1 763

EG 6 060

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

6 060

Soort: Schol Zone: VIIf,g

Pleuronectes platessa PLE/7FG.

België 117

Frankrijk 211

Ierland 32

Verenigd Koninkrijk 110

EG 470

Soort: Schol Zone: VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Pleuronectes platessa PLE/8/3411

Spanje 75

Frankrijk 298

Portugal 75

EG 448

TAC 448 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Pollak Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Pollachius pollachius POL/561214

Spanje 10

Frankrijk 337

Ierland 99

Verenigd Koninkrijk 258

EG 704

TAC 704 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Pollak Zone: VII

Pollachius pollachius POL/07.

België 529

Spanje 32

Frankrijk 12 177

Soort: Pollak Zone: VIIIc

Pollachius pollachius POL/08C.

Spanje 369

Frankrijk 41

EG 410

TAC 410 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Pollak Zone: IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Pollachius pollachius POL/9/3411

Spanje 278

Portugal 10

EG 288

TAC 288 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Koolvis Zone: IIa (EG-wateren), Skagerrak en Kattegat, IIIbcd

(EG)-wateren), Noordzee

Pollachius virens POK/2A34-

België 66

Denemarken 7 879

Duitsland 19 896

Frankrijk 46 823

Nederland 199

Soort: Koolvis Zone: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Pollachius virens POK/04-N.

Zweden 982

EG 982

TAC 190 000

(1)

Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Koolvis Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Pollachius virens POK/561214

Duitsland 1 441

Frankrijk 14 307

Ierland 478

Verenigd Koninkrijk 3 488

EG 19 713

TAC 19 713 Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Koolvis Zone: VII , VIII, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Pollachius virens POK/7X1034

België 18

Frankrijk 3 921

Ierland 1 960

Verenigd Koninkrijk 1 069

Soort: Tarbot Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Psetta maxima en T/B/2AC4-C

Scopthalmus rhombus

België 252

Denemarken 539

Duitsland 138

Frankrijk 65

Nederland 1 913

Zweden 4

Verenigd Koninkrijk 532

EG 3 443

TAC 3 443 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van

Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Roggen Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Rajidae SRX/2AC4-C

België 416

Denemarken 16

Duitsland 20

Frankrijk 65

Nederland 355

Verenigd Koninkrijk 1 601

EG 2 473

TAC 2 473 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Makreel Scomber scombrus Zone: IIa (EG-wateren), Skagerrak en Kattegat, IIIbcd (EG- wateren), Noordzee MAC/2A34-

België 453

Denemarken 11 951

Duitsland 473

Frankrijk 1 428

Nederland 1 437

Zweden 4 288 (1) (2) (3)

Verenigd Koninkrijk 1 331

EG 21 361 (2)(4)(5)

Noorwegen 37 246 (6)

TAC 545 500 (7) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Met inbegrip van een vangst door deze lidstaat van pm ton makreel in de ICES-sectoren III a en IV a,b (EG-wateren) (MAC/3A/4AB)..

(2) Inclusief 240 ton te vangen in Noorse wateren van ICES-deelgebied IV .(MAC/04-N.).

(3) Bij het vissen in Noorse wateren wordt bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

(4) Met inbegrip van pm ton op grond van voetnoot (2) van de bijlage bij de goedgekeurde notulen van het visserijoverleg tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen, Brussel, 9 december 1995.

(5) Met inbegrip van 636 ton op grond van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen voor 2004 inzake het beheer van het gezamenlijke aandeel van de EU en Noorwegen in de TAC die is overeengekomen in de NEAFC.

(6) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel ("access quota"). Dit quotum mag enkel in sector IV a worden gevangen, behalve pm ton die mag worden gevangen in sector IIIa.

(7) TAC overeengekomen door de Gemeenschap, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijk gebied.

Soort: Makreel Zone: IIa (niet-EG-wateren), Vb(EG-wateren), VI, VII, VIIIa,b,d,e, XII, XIV

Scomber scombrus MAC/2CX14-

Duitsland 18 965

Spanje 20

Frankrijk 12 644

Ierland 63 216

Nederland 27 656

Verenigd Koninkrijk 173 848

EG 296 349 (4)

Noorwegen 12 020 (1)

Faeröer 4 314 (2)

TAC 545 500 (3) Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Mag enkel worden gevangen in de sectoren II a, IV a, VI a (benoorden 56°30° NB), en VII d, e, f, h.

(2) Waarvan 1 301 ton mag worden gevangen in sector IV a benoorden 59° NB (EG-zone) van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december. Pm ton van het eigen quotum van de Faeröer mag het gehele jaar worden gevangen in ICES-sector VI a.(benoorden 56°30° NB), en/of in ICES-sectoren VII e, f, h en/of in ICES-sector IVa.

(3) TAC overeengekomen door de Gemeenschap, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijk gebied.

(4) Met inbegrip van 9 784 ton op grond van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen voor 2004 inzake het beheer van het gezamenlijke aandeel van de EU en Noorwegen in de TAC die is overeengekomen in de NEAFC.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

 

Soort: Makreel Scomber scombrus Zone: VIIIc, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren) MAC/8C3411

Spanje 26 625 (1)

Frankrijk 177 (1)

Portugal 5 503 (1)

EG 32 305

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

32 305

__________

(1) De hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in ICES-sector VIII a, b, d worden gevangen, tot een maximum van 25 % van het quotum van de gevende lidstaat (MAC/8ABD.).

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

VIIIb (MAC/08B.)

Spanje 3 000

Frankrijk 20

Portugal 5 000

Soort: Makreel Scomber scombrus Zone: Vb (Faeröer-wateren) MAC/05B-F.

Denemarken 3 589 (1)

EG 3 589

TAC Niet relevant

Soort: Tong Zone: II, Noordzee

Solea solea SOL/24.

België 1 125

Denemarken 514

Duitsland 900

Frankrijk 225

Nederland 10 157

Verenigd Koninkrijk 579

EG 13 500

TAC 13 500 Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Tong Zone: Vb (EG-wateren), VI, XII, XIV

Solea solea SOL/561214

Ierland 68

Verenigd Koninkrijk 17

EG 85

TAC 85 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Tong Zone: VIIa

Solea solea SOL/07A.

België 328

Frankrijk 4

Ierland 81

Soort: Tong Zone: VIId

Solea solea SOL/07D.

België 1 218

Frankrijk 2 437

Verenigd Koninkrijk 870

EG 4 525

TAC Analytische TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

4 525

Soort: Tong Zone: VIIe

Solea solea SOL/07E.

België 7

Frankrijk 74

Verenigd Koninkrijk 116

EG 197

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

197

Soort: Tong Zone: VIIf,g

Solea solea SOL/7FG.

België 519

Frankrijk 52

Ierland 26

Soort: Tong Zone: VIIh,j,k

Solea solea SOL/7HJK.

België 30

Frankrijk 60

Ierland 162

Nederland 48

Verenigd Koninkrijk 60

EG 360

TAC 360 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Tong Zone: VIIIa,b

Solea solea SOL/8AB.

België 35

Spanje 6

Frankrijk 2 567

Nederland 192

EG 2 800

TAC Analytische TAC waarop kortingen overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

2 800

Soort: Tong Zone: VIIIc,d,e, IX, X, CECAF 34.1.1 (EG-wateren)

Solea spp. SOX/8CDE34

Soort: Sprot Zone: Skagerrak en Kattegat

Sprattus sprattus SPR/03A.

Denemarken 33 504 (1)

Duitsland 70 (1)

Zweden 12 676 (1)

EG 46 250 (1)

TAC 50 000 (2)

__________

(1) Dit quotum mag worden gevangen met gesleepte netten met een maaswijdte van niet minder dan 16 mm en valt niet onder de voorwaarden van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1434/98.

(2) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Sprot Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Sprattus sprattus SPR/2AC4-C

België 2 738

Denemarken 216 683

Duitsland 2 738

Frankrijk 2 738

Nederland 2 738

Zweden 1 330 (1)

Verenigd Koninkrijk 9 035

EG 238 000

Noorwegen 15 000 (2)

Faeröer 4 000 (3)

TAC 257 000

Soort: Sprot Zone: VIIde

Sprattus sprattus SPR/7DE.

België 50

Denemarken 3 120

Duitsland 50

Frankrijk 670

Nederland 670

Verenigd Koninkrijk 5 040

EG 9 600

TAC 9 600 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

Soort: Doornhaai Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Squalus acanthias DGS/2AC4-C

België 76

Denemarken 435

Duitsland 79

Frankrijk 139

Nederland 119

Zweden 6

Verenigd Koninkrijk 3 618

EG 4 472

Noorwegen 200 (1)

TAC 4 672

Soort: Horsmakreel Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee (EG-wateren)

Trachurus spp. JAX/2AC4-C

België 57

Denemarken 24 530

Duitsland 1 849

Frankrijk 39

Ierland 1 423

Nederland 3 979

Zweden 750

Verenigd Koninkrijk 3 621

EG 36 248

Noorwegen 1 600 (1)

Faeröer 7 000 (2)

TAC 39 727

__________

(1) Mag alleen in deelgebied IV (wateren van de EG) worden gevangen.

(2) Binnen een totaal quotum van 7 000 t voor deelgebied IV en sectoren VIa (benoorden 56°30'NB) en VII e,f,h.

Soort: Horsmakreel Zone: Vb (EG-wateren), VI, VII, VIIIa,b,d,e, XII, XIV

Trachurus spp. JAX/578/14

Denemarken 9 360

Duitsland 7 481

Spanje 10 216

Frankrijk 4 943

Ierland 24 355

Soort: Horsmakreel Zone: VIIIc, IX

Trachurus spp. JAX/8C9.

Spanje 26 305 (1)

Frankrijk 335 (1)

Portugal 22 260 (1)

EG 48 900

TAC 48 900 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

(1) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakreel van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98. Voor de controle op deze hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,2.

Soort: Horsmakreel Zone: X, CECAF (1)

Trachurus spp. JAX/X34PRT

Portugal 3200

EG 3200

TAC 3200 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Wateren grenzend aan de Azoren onder de soevereiniteit of de jurisdictie van Portugal.

Soort: Horsmakreel Zone: CECAF (EG-wateren) (1)

Trachurus spp. JAX/341PRT

Portugal 1600

EG 1600

Soort: Kever Zone: IIa (EG-wateren), Skagerrak en Kattegat, Noordzee

(EG-wateren)

Trisopterus esmarki NOP/2A3A4-

Denemarken 172 840

Duitsland 33

Nederland 127

EG 173 000

Noorwegen 5 000 (1) (2)

Faeröer 20 000 (3) (4)

TAC 198000 Voorzorgs-TAC waarop de artikelen 3 en 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 van toepassing zijn.

__________

(1) Mag enkel worden gevangen in sector VI a benoorden 56°30' NB.

(2) Maximaal 5 000 ton mag worden gevangen als zandspiering.

(3) In mindering te brengen op het quotum voor zandspiering in sector IIa (EG-wateren) en de Noordzee (EG-wateren).

(4) Maximaal 6 000 ton mag worden gevangen in sector VI a benoorden 56°30' NB.

Soort: Kever Zone: IV (Noorse wateren)

Trisopterus esmarki NOP/04-N.

Denemarken 47 500 (1)(2)

Verenigd Koninkrijk 2 500 (1) (2)

EG 50 000 (1) (2)

TAC Niet relevant

__________

(1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst van horsmakreel.

Soort: Gecombineerde quota Zone: EG-wateren van de zones Vb, VI en VII

R/G/5B67- Commissie

EG Geen beperkingen

Noorwegen 600 (1)

TAC Niet relevant

__________

(1) Enkel met beuglijnen te vangen; met inbegrip van coelorhynchus rhumchus coelo, mora-mora en gaffelkabeljauw.

Soort: Andere soorten Zone: IV (Noorse wateren)

OTH/04-N.

België 60

Denemarken 5 500

Duitsland 620

Frankrijk 255

Nederland 440

Zweden pm (1)

Verenigd Koninkrijk 4 125

EG 11 000

TAC Niet relevant

__________

(1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum van andere soorten op gebruikelijk niveau.

Soort: Andere soorten Zone: EG-wateren van de zones IIa, IV, VIa (benoorden 56°30' NB)

BIJLAGE I C

Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland ICES-gebieden I, II, IIIa, IV, V, XII, XIV

en NAFO 0, 1 (wateren van Groenland)

Soort: Zeewolf Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Anarhichas lupus CAT/514GRN

Duitsland 300

EG 300

TAC Niet relevant

Soort: Zeewolf Zone: NAFO 0, 1 (wateren van Groenland)

Anarhichas lupus CAT/N01GRN

Duitsland 300

EG 300

TAC Niet relevant

Soort: Grenadiervis Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Coryphaenoides rupestris RNG/514GRN

Duitsland 1 629

Verenigd Koninkrijk 86

EG 2 000 (1)

TAC Niet relevant

__________

Soort: Haring Zone: I, II (EG-wateren, internationale wateren en Noorse wateren)

Clupea harengus HER/1/2.

België 25

Denemarken 24 945

Duitsland 4 368

Spanje 82

Frankrijk 1 076

Ierland 6 458

Nederland 8 927

Portugal 82

Finland 366

Zweden 9 244

Verenigd Koninkrijk 15 948

EG 71 542

TAC Niet relevant

Soort: Kabeljauw Zone: I, II (Noorse wateren)

Gadus morhua COD/1N2AB-

Duitsland 2 431

Griekenland 301

Spanje 2 701

Ierland 301

Frankrijk 2 232

Portugal 2 715

Verenigd Koninkrijk 9 431

EG 20 120 (1)

TAC 486 000

__________

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Kabeljauw Zone: I, II b

Gadus morhua COD/1/2B.

Duitsland 3 216

Spanje 8 313

Frankrijk 1 372

Portugal 1 755

Verenigd Koninkrijk 2 059

Alle lidstaten 100 (1)

EG 16 816 (2)

TAC 486 000

__________

Soort: Kabeljauw en schelvis Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Gadus morhua en Melanogrammus aeglefinus C/H/05B-F.

Duitsland 10

Frankrijk 60

Verenigd Koninkrijk 430

EG 500

TAC Niet relevant

Soort: Heilbot Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Hippoglossus hippoglossus HAL/514GRN

EG 200 (1)(2)

TAC Niet relevant

__________

(1) Waarvan 200 ton, uitsluitend met beuglijnen te vangen, aan Noorwegen is toegewezen.

(2) Indien in de trawlvisserij op kabeljauw en roodbaars dit quotum voor heilbot wordt overschreden als gevolg van bijvangsten van heilbot, zullen de Groenlandse autoriteiten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de visserij op kabeljauw en roodbaars kan blijven doorgaan totdat de respectieve quota zijn opgebruikt.

Soort: Heilbot Zone: NAFO 0, 1 (wateren van Groenland)

Hippoglossus hippoglossus HAL/N01GRN

EG 200 (1)(2)

TAC Niet relevant

Soort: Lodde Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Mallotus villosus CAP/514GRN

Alle lidstaten 49 285

EG 95 985 (1)

TAC Niet relevant

(1)

Waarvan 6 700 ton is toegewezen aan Noorwegen, 30 000 ton aan IJsland en 10 000 ton aan de Faeröer. Het aandeel van de Gemeenschap bedraagt 7,7 % van de TAC voor lodde. Bij de herziening van deze TAC in 2004 zal het communautaire quotum dienovereenkomstig worden aangepast.

Soort: Lodde Zone: NAFO 0, 1 (wateren van Groenland)

Mallotus villosus CAP/N01GRN

Alle lidstaten 25 000

EG 25 000

TAC Niet relevant

Soort: Schelvis Zone: I, II (Noorse wateren)

Melanogrammus aeglefinus HAD/1N2AB-

Duitsland 471

Frankrijk 283

Verenigd Koninkrijk 1 446

EG 2 200 (1)

TAC Niet relevant

__________

Soort: Blauwe wijting Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Micromesistius poutassou WHB/05B-F.

Denemarken 7 040

Verenigd Koninkrijk 7 040

Alle lidstaten 1 920

EG 16 000

TAC Niet relevant

Soort: Blauwe wijting Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Micromesistius poutassou WHB/514GRN

Denemarken 1 500

Duitsland 12 000

Frankrijk 1 500

EG 15 000

TAC Niet relevant

Soort: Leng en blauwe leng Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Molva molva en Molva dypterigia B/L/05B-F.

Duitsland 950 (1)

Frankrijk 2 106 (1)

Verenigd Koninkrijk 184 (1)

EG 3 240 (1)

Soort: Koolvis Zone: I, II (Noorse wateren)

Pollachius virens POK/1N2AB-

Duitsland 2 880

Frankrijk 463

Verenigd Koninkrijk 257

EG 3 600 (1)

TAC Niet relevant

__________

(1) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Koolvis Zone: I, II (internationale wateren)

Pollachius virens POK/1/2INT

EG

TAC Niet relevant

Soort: Koolvis Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Pollachius virens POK/05B-F.

België 50

Duitsland 310

Frankrijk 1 510

Nederland 50

Verenigd Koninkrijk 580

EG 2 500

TAC Niet relevant

Soort: Zwarte heilbot Zone: I, II (internationale wateren)

Reinhardtius hippoglossoides GHL/1/2INT

EG

TAC Niet relevant

Soort: Zwarte heilbot Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Reinhardtius hippoglossoides GHL/514GRN

Duitsland 3 658

Verenigd Koninkrijk 193

EG 4 800 (1)

TAC Niet relevant

__________

(1) Waarvan 800 ton is toegewezen aan Noorwegen en 150 ton aan de Faeröer.

Soort: Zwarte heilbot Zone: NAFO 0,1(wateren van Groenland)

Reinhardtius hippoglossoides GHL/N01GRN

Duitsland 550

EG 1 500 (1)

TAC Niet relevant

__________

Soort: Makreel Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Scomber scombrus MAC/05B-F.

Denemarken 3 893 (1)

EG 3 893

TAC Niet relevant

__________

(1) Mag in sector IVa (wateren van de EG) worden gevangen.

Soort: Roodbaars Zone: V, XII, XIV (1)(2)

Sebastes spp. RED/51214.

Estland 350

Duitsland 11 175 (2)

Spanje 1 963 (2)

Frankrijk 1 044 (2)

Ierland 4 (2)

Nederland 5 (2)

Polen 1 007 (2)

Portugal 2 346 (2)

Verenigd Koninkrijk 27 (2)

EG 16 563 (2)(3)

TAC 120 000 (2)

__________

(1) EG-wateren en internationale wateren.

(2) Mag worden gevangen in sectoren IF en 3K van het gereglementeerde gebied van de NAFO, maar zal in mindering worden gebracht op de quota voor V, XII en XIV binnen een totaal quotum van 25 000 ton.

(3) Tot de datum van toetreding van de nieuwe lidstaten bedraagt het EG-quotum 16 563 t.

Soort: Roodbaars Zone: V, XIV (wateren van Groenland)

Sebastes spp. RED/514GRN

Duitsland 21 168

Frankrijk 107

Verenigd Koninkrijk 150

EG 25 500 (1)(2)(3)

TAC Niet relevant

__________

(1) Ten hoogste 20 000 ton te vangen met pelagische trawls. Vangsten met de bodemtrawl en met de pelagische trawl moeten afzonderlijk worden aangegeven.

(2) Waarvan 3 575 ton, uitsluitend met pelagische trawls te vangen, aan Noorwegen is toegewezen.

(3) Waarvan 500 ton is toegewezen aan de Faeröer. Vangsten met de bodemtrawl en met de pelagische trawl moeten afzonderlijk worden aangegeven.

Soort: Roodbaars Zone: NAFO 0,1(wateren van Groenland)

Sebastes spp. RED/N01GRN

Duitsland 5 395

Verenigd Koninkrijk 105

EG 5 500

TAC Niet relevant

Soort: Roodbaars Zone: Va (wateren van IJsland)

Sebastes spp. RED/05A-IS

België 100 (1)(2)

Duitsland 1 690 (1)(2)

Soort: Roodbaars Zone: Vb (Faeröer-wateren)

Sebastes spp. RED/05B-F.

België 45

Duitsland 5 796

Frankrijk 392

Verenigd Koninkrijk 67

EG 6 300

TAC Niet relevant

Soort: Andere soorten (1) Zone: I, II (Noorse wateren)

OTH/1N2AB-

Duitsland 150 (1)

Frankrijk 60 (1)

Verenigd Koninkrijk 240 (1)

EG 450 (1)(2)

TAC Niet relevant

__________

(1) Uitsluitend als bijvangst.

(2) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Andere soorten (1) Zone: Vb (Faeröer-wateren)

OTH/05B-F.

Duitsland 305

Frankrijk 275

Verenigd Koninkrijk 180

EG 760

BIJLAGE ID

Noordwestelijke Atlantische Oceaan (NAFO-gebied)

Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.

Soort: Kabeljauw Zone: NAFO 2J3KL

Gadus morhua COD/N2J3KL

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in artikel 28.

Soort: Kabeljauw Zone: NAFO 3NO

Gadus morhua COD/N3NO.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in artikel 28.

Soort: Kabeljauw Zone: NAFO 3M

Gadus morhua COD/N3M.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

_______________

(1)

Soort: Witje Zone: NAFO 3NO

Glyptocephalus cynoglossus WIT/N3NO.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in artikel 28.

Soort: Lange schol Zone: NAFO 3M

Hippoglossoides platessoides PLA/N3M.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in artikel 28.

Soort: Lange schol Zone: NAFO 3LNO

Hippoglossoides platessoides PLA/N3LNO.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in artikel 28.

Soort: Zandschar Zone: NAFO 3LNO

Limanda ferruginea YEL/N3LNO.

Estland 73 (2)(3)

Letland 73 (2)(3)

Litouwen 73 (2)(3)

Polen 73 (2)(3)

EG 290 (1)

TAC 14 500

__________

(1) Te vissen doo de huidige lidstaten en enkel als bijvangst. De visserij wordt gestaakt zodra het quotum is opgevist.

(2) Mag worden gevangen binnen een totaal quotum van 73 ton.

(3) De bevoegde autoriteiten van Estland, Letland, Litouwen en Polen stellen het secretariaat van de NAFO minimaal 48 uur voordat hun vaartuigen het NAFO-gebied binnenvaren in kennis van het voornemen van hun vaartuigen om het gebied binnen te varen en overeenkomstig de NAFO-voorschriften binnen deze quota te vissen. Vangsten van vaartuigen binnen deze quota worden aan de vlaggenlidstaat gemeld en iedere 48 uur aan het secretariaat van de NAFO overgemaakt.

Soort: Lodde Zone: NAFO 3NO

Mallotus villosus CAP/N3NO.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in

artikel 28.

Soort: Noorse garnaal Zone: NAFO 3M (1)

Pandalus borealis PRA/N3M.

TAC (2)

__________

(1)

De vaartuigen mogen ook op dit bestand vissen in sector 3 L, in het vak dat door de volgende coördinaten

wordt begrensd:

Punt nr. Breedtegraad Lengtegraad

1 47°20'0 46°40'0

2 47°20'0 46°30'0

3 46°00'0 46°30'0

4 46°00'0 46°40'0

Indien er in dit vak op garnaal wordt gevist, melden de schepen zich overeenkomstig punt 1.3 van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 189/92 (PB L 21 van 30.1.1992, blz. 4), ongeacht of zij de grens tussen de NAFO-sectoren 3 L

en 3 M passeren. Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 30 september 2001 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

Punt nr. Breedtegraad Lengtegraad

1 47°55'0 45°00'0

2 47°30'0 44°15'0

3 46°55'0 44°15'0

4 46°35'0 44°30'0

5 46°35'0 45°40'0

6 47°30'0 45°40'0

7 47°55'0 45°00'0

(2) N.v.t. De visserij wordt beheerd door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken

lidstaten geven speciale visdocumenten af voor hun vaartuigen die deze tak van visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen van de afgifte daarvan in kennis overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1672/94. In afwijking van artikel 8 van deze verordening, worden deze documenten slechts geldig indien de Commissie binnen vijf werkdagen na de kennisgeving geen bezwaar heeft gemaakt.

Het maximumaantal vaartuigen en de maximale vistijd bedragen:

 

Soort: Zwarte heilbot Zone: NAFO 3LMNO

Reinhardtius hippoglossoides GHL/N3LMNO

Estland (1)(2)

Duitsland 408

Letland (1)(2)

Litouwen (1)(2)

Polen (1)(2)

Spanje 5 482

Portugal 2 313

EG 8 203

TAC 14 820

__________

(1)

Mag worden gevangen binnen een totaal quotum van 985 ton.

(2) De bevoegde autoriteiten van Estland, Letland, Litouwen en Polen stellen het secretariaat van de NAFO minimaal 48 uur voordat hun vaartuigen het NAFO-gebied binnenvaren in kennis van het voornemen van de vaartuigen die een speciaal visdocument hebben overeenkomstig artikel 34, lid 2, om overeenkomstig de NAFO-voorschriften binnen andere quota op zwarte heilbot te vissen. Vangsten van die vaartuigen binnen deze quota worden aan de vlaggenlidstaat gemeld en iedere 48 uur aan het secretariaat van de NAFO overgemaakt.

Soort: Roodbaars Zone: NAFO 3M

Sebastes spp. RED/N3M.

Estland 1571 (1)

Duitsland 513 (1)

Spanje 233 (1)

Letland 1571 (1)

Litouwen 1571 (1)

Soort: Roodbaars Zone: NAFO 3LN

Sebastes spp. RED/N3LN.

EG 0 (1)

TAC 0 (1)

__________

(1) Enkel als bijvangst (gerichte visserij op deze soort is niet toegestaan) met inachtneming van de regels in

artikel 28.

Soort: Roodbaars Zone: NAFO-deelgebied 2 , sectoren IF en 3K

Sebastes spp. RED/N1F3K.

Estland (1)

Letland (1)

Litouwen (1)

TAC 32 500

__________

(1) Te vangen binnen een totaal quotum van 7500 ton en te delen met Canada, Cuba, Frankrijk (St. Pierre en Miquelon), Japan, Korea, Oekraine en de VS.

BIJLAGE I E

Over grote afstanden trekkende soorten - Alle gebieden

Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals ICCAT en IATTC.

Soort: Blauwvintonijn Zone: Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee

Thunnus thynnus BFT/AE045W

Griekenland 326

Spanje 6 317

Frankrijk 6 233

Italië 4 920

Portugal 594

Alle lidstaten 60 (1)

EG 18 450

TAC 32 000

__________

(1) Behalve Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal, en enkel als bijvangst.

Soort: Zwaardvis Zone: Atlantische Oceaan, benoorden 5° NB

Xiphias gladius SWO/AN05N

Spanje 5 682,4

Portugal 1 010,4

Alle lidstaten 148,5 (1)

EG 6 841,3

TAC 14 000

__________

Soort: Noordelijke witte tonijn Zone: Atlantische Oceaan, benoorden 5° NB

Germo alalunga ALB/AN05N

Ierland 5 216,1 (1)(3)

Spanje 26 649,1 (1)(3)

Frankrijk 6 909,1 (1)(3)

Verenigd Koninkrijk 402,1 (1)(3)

Portugal 1 953,1 (1)(3)

EG 41 129,5 (1)(2)

TAC 34 500

__________

(1)

Het gebruik van drijfnetten, geankerde kieuwnetten, schakels of warnetten is niet toegestaan.

(2) Het maximale aantal vaartuigen van de Gemeenschap dat gericht op noordelijke witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 973/2001, vastgesteld op 1253.

(3) Het maximale aantal vaartuigen van de Gemeenschap dat gericht op noordelijke witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 973/2001, als volgt over de lidstaten verdeeld.

Lidstaat Aantal vaartuigen

Ierland 50

Spanje 730

Frankrijk 151

Verenigd Koninkrijk 12

Portugal 310

EG 1 253

Soort: Zuidelijke witte tonijn Zone: Atlantic Ocean, south of latitude 5° N

Germo alalunga ALB/AS05N

Spanje 1 216,6

Frankrijk 223,6

Soort: Blauwe marlijn Zone: Atlantische Oceaan

Makaira nigricans BUM/ATLANT

EG 103

TAC Niet relevant

Soort: Witte marlijn Zone: Atlantische Oceaan

Tetrapturus alba WHM/ATLANT

EG 46,5

TAC Niet relevant

BIJLAGE I F

Antarctisch gebied - CCAMLR-gebied

Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's zijn niet aan de aangesloten partijen toegewezen, zodat het aandeel van de Gemeenschap onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de verdragsorganisatie, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC opgevist is.

Soort: Scotiazee-ijsvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Chaenocephalus aceratus SSI/F483.

TAC 2 200 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in alle gerichte visserij. Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij worden gesloten.

Soort: Langsnuitijsvis Zone: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Channichthys rhinoceratus LIC/F5852.

TAC 150 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in de visserij op Dissostichus eleginoides en Champsocephalus gunnari . Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij op de betrokken soorten worden gesloten.

Soort: IJsvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Champsocephalus gunnari ANI/F483.

TAC 2 887 (1)

__________

(1) Van toepassing voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004. In de periode van 1

maart tot en met 31 mei 2004 is de visserij op dit bestand beperkt tot 722 ton.

Soort: Zwarte Patagonische ijsvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Dissostichus eleginoides TOP/F483.

TAC 4 420 (1)(2)

__________

(1) Van toepassing voor beugvisserij voor de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2004 en voor korfvisserij voor de periode van 1 december tot en met 30 november 2004.

(2) Met inbegrip van 221 ton roggen en 221 ton Macrorus spp. als bijvangst.

Soort: Zwarte Patagonische ijsvis Zone: FAO 48.4 Antarctische wateren

Dissostichus eleginoides TOP/F484.

TAC 28 (1) (2)

__________

(1) Te vangen met de beuglijn.

(2) Van toepassing gedurende dezelfde periode als bepaald voor zone 48.3 of, als dat vroeger is, totdat de TAC

voor Dissostichus eleginoides in zone 48.4 of die in zone 48.3 is gehaald.

Soort: Zwarte Patagonische ijsvis Zone: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Dissostichus eleginoides TOP/F5852.

TAC 2 873 (1) (2)

__________

(1) Van toepassing voor trawlvisserij voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004 en voor de beugvisserij voor de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2004.

(2) Uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20'OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze meridiaan in deze zone te vissen (zie bijlage XIV).

Soort: Krielgarnaal Zone: FAO 48

Euphausia superba KRI/F48.

TAC 4 000 000 (1)

__________

(1) Van toepassing voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Zone 48.1 (KRI/F481.) 1 008 000

Zone 48.2 (KRI/F482.) 1 104 000

Zone 48.3 (KRI/F483.) 1 056 000

Zone 48.4 (KRI/F484.) 832 000

Soort: Krielgarnaal Zone: FAO 58.4.1 Antarctische wateren

Euphausia superba KRI/F5841.

TAC 440 000 (1)

__________

(1) Van toepassing voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004.

Bijzondere voorwaarden:

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de opgegeven hoeveelheden worden gevangen: Zone 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/F5841W)

277 000

Zone 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/F5841E) 163 000

Soort: Krielgarnaal Zone: FAO 58.4.2 Antarctische wateren

Euphausia superba KRI/F5842.

Soort: Grijze zuidpoolkabeljauw Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Lepidonotothen squamifrons NOS/F483.

TAC 300 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in alle gerichte visserij. Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij worden gesloten.

Soort: Grijze zuidpoolkabeljauw Zone: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Lepidonotothen squamifrons NOS/F5852.

TAC 80 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in alle gerichte visserij. Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij worden gesloten.

Soort: Gemarmerde ijsvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Notothenia rossii NOR/F483.

TAC 300 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in alle gerichte visserij. Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij worden gesloten.

Soort: Krab Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Paralomis spp. PAI/F483.

TAC 1 600 (1)

__________

(1) Van toepassing voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004.

Soort: Georgia-ijsvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Soort: Andere soorten Zone: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

OTH/F5852.

TAC 50 (1)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in de visserij op Dissostichus eleginoides en Champsocephalus gunnari . Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij op de betrokken soorten worden gesloten.

Soort: Roggen Zone: FAO 58.5.2 Antarctische wateren -

Rajae - SRX/F5852.

TAC 120 (1) (2)

__________

(1) TAC voor de bijvangsten in de visserij op Dissostichus eleginoides en Champsocephalus gunnari . Wanneer deze bijvangsten-TAC is opgebruikt, moet de gerichte visserij op de betrokken soorten worden gesloten.

(2) Voor de toepassing van deze verordening worden alle roggen als een enkele soort beschouwd.

Soort: Pijlinktvis Zone: FAO 48.3 Antarctische wateren

Martialia hyadesi SQS/F483.

TAC 2 500 (1)

__________

(1) Van toepassing voor de periode van 1 december 2003 tot en met 30 november 2004.

BIJLAGE II

Vangstmogelijkheden voor 2004 van haring die ongesorteerd voor andere doeleinden dan

menselijke consumptie mag worden aangevoerd (in ton levend gewicht)

Alle vangstbeperkingen die in deze bijlage zijn vastgesteld, worden voor de toepassing van artikel 3 van deze verordening als quota beschouwd en daarom gelden daarvoor de bepalingen die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2847/93, en met name in de artikelen 14 en 15 daarvan.

Soort: Haring (1) Zone: Skagerrak en Kattegat

Clupea harengus HER/03A-BC

Denemarken

17 950

Duitsland 160

Zweden 2 890

EG 21 000

TAC 21 000 (2)

Opmerkingen:

(1) Ongesorteerd aangelande bijvangsten van haring bij de visserij op andere soorten.

(2) Voorlopige TAC in afwachting van de conclusies van het visserijoverleg met Noorwegen voor 2004.

Soort: Haring (1) Zone: IIa (EG-wateren), Noordzee , VIId

Clupea harengus HER/2A47DX

België

189

Denemarken 36 377

Duitsland 189

BIJLAGE III

Bijzondere maatregelen voor Noordzeeharing

  • 1. 
    De lidstaten stellen bijzondere maatregelen vast met betrekking tot de vangst, het sorteren en

het aanvoeren van haring uit de Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat om ervoor te zorgen dat de vangstbeperkingen, in het bijzonder die van bijlage II, worden nageleefd. Deze maatregelen omvatten met name:

  • bijzondere controle- en inspectieprogramma's;
  • programma's voor de visserij-inspanning, met inbegrip van lijsten van vaartuigen met vergunning en, als dat nodig wordt geoordeeld omdat een quotum voor meer dan 70% is opgevist, beperkingen ten aanzien van de activiteit van vaartuigen met een vergunning;
  • controle op het overladen en op praktijken die leiden tot het weer overboord zetten van vis (teruggooi);
  • zo mogelijk, een tijdelijk visverbod voor wateren waarvan bekend is dat er een hoge bijvangst is van haring, en met name jonge haring.
  • 2. 
    Lidstaten waar ongesorteerde vangsten worden aangevoerd die ook uit haring bestaan, zorgen ervoor dat er adequate bemonsteringsprogramma's bestaan voor een effectief toezicht op alle aanvoer van bijvangst van haring. Het wordt verboden ongesorteerde vangsten die ook uit haring bestaan, aan te landen in havens zonder een dergelijk bemonsteringsprogramma.
  • 3. 
    Inspecteurs van de Commissie voeren, overeenkomstig artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 2847/93, en telkens wanneer de Commissie dat voor het bepaalde in de punten 1 en 2 noodzakelijk acht, onafhankelijke inspecties uit om de toepassing, door de bevoegde autoriteiten, van de bemonsteringsprogramma's en de in punt 1 omschreven bijzondere maatregelen te verifiëren.
  • 4. 
    De Commissie verbiedt de aanvoer van haring als wordt aangenomen dat de uitvoering van de in de punten 1 en 2 genoemde maatregelen niet voldoende waarborgen biedt dat bij alle visserijactiviteiten een strikte beheersing van de visserijsterfte bij haring wordt bereikt.

BIJLAGE IV

Technische overgangsmaatregelen

  • 1. 
    Type vistuig dat mag worden gebruikt bij de kabeljauwvisserij in de Oostzee

1.1. Sleepnetten

1.1.1. Zonder ontsnappingspanelen

Sleepnetten zonder ontsnappingspanelen zijn verboden.

1.1.2. Met ontsnappingspanelen

In afwijking van de voorschriften van bijlage V bij Verordening (EG) nr. 88/98 inzake speciale voorzieningen voor selectiviteit, is het bepaalde in aanhangsel 1 van deze bijlage van toepassing.

1.2. Kieuwnetten

In afwijking van het bepaalde in bijlage IV van Verordening (EG) nr. 88/98 is de minimummaaswijdte voor kieuwnetten 110 mm.

Voor vaartuigen met een lengte over alles tot en met 12 meter bedraagt de lengte van de netten maximaal 12 km.

Voor vaartuigen met een lengte over alles van meer dan 12 meter bedraagt de lengte van de netten maximaal 24 km.

De uitzettijd van de netten bedraagt ten hoogste 48 uur, ingaand bij de eerste tewaterlating en eindigend wanneer de netten volledig weer zijn ingehaald.

  • 2. 
    Bijvangst van kabeljauw in de Oostzee

In afwijking van het bepaalde in artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 88/98 mag geen ondermaatse kabeljauw aan boord worden gehouden. In afwijking evenwel van het bepaalde in artikel 3, lid 5, van Verordening (EG) nr. 88/98, mag de bijvangst van kabeljauw bij de visserij op haring en sprot met netten met een maaswijdte van 32mm of kleiner niet meer bedragen dan 3 gewichtspercenten van het totale gewicht van de vangsten. Van de toegestane bijvangst van kabeljauw aan boord mag niet meer dan 5% ondermaats zijn.

  • 5. 
    Sluiting van het Bornholm Deep

In de periode van 15 mei tot en met 31 augustus 2004 geldt een volledig visverbod in het Bornholm Deep in het gebied binnen de volgende coördinaten:

  • 55° 30' NB, 15° 30' OL.
  • 55° 30' NB, 16° 30' OL.
  • 55° 00' NB, 16° 30' OL,
  • 55° 00' NB, 16° 00' OL,
  • 55° 15' NB, 16° 00' OL.
  • 55° 15' NB, 15° 30' OL.
  • 55° 30' NB, 15° 30' OL.
  • 6. 
    Technische instandhoudingsmaatregelen in het Skagerrak en het Kattegat

In afwijking van het bepaalde in bijlage IV van Verordening (EG) nr. 850/98 zijn de volgende voorschriften van toepassing in 2004:

  • a) 
    Voor het vissen op garnaal (Pandalus borealis) geldt een maaswijdte van 35 mm.
  • b) 
    Voor het vissen op zilvervis (Argentina spp.) geldt een maaswijdte van 30 mm.
  • c) 
    Bij het vissen op wijting met een maaswijdte van 70 tot 89 mm mag de bijvangst niet meer

dan 30 % bedragen voor de volgende soorten: kabeljauw, schelvis, heek, schol, witje, tongschar, tarbot, griet, bot, schartong, schar, zwarte koolvis en kreeft.

  • d) 
    Bij het vissen op langoestine met een maaswijdte van 70 tot 89 mm mag de bijvangst niet

meer dan 60 % bedragen voor de volgende soorten: kabeljauw, schelvis, heek, schol, witje, tongschar, tarbot, griet, bot, schartong, wijting, schar, koolvis en kreeft.

  • 7. 
    Rockall-schelvisbox

Iedere vorm van visserij, met uitzondering van de visserij met de beug, is verboden in de communautaire en internationale wateren in het gebied binnen de volgende coördinaten:

Punt nr. Breedtegraad Lengtegraad

1 57.000° NB 15.000° WL

2 57.000° NB 14.700° WL

3 56.575° NB 14.327° WL

4 56.500°NB 14.450° WL

5 56.500°NB 15.000° WL

  • 8. 
    Haringvissers in gebied IIa (EG-wateren)

Vissen met gesleept tuig met een maaswijdte van minder dan 54 mm of met ringzegens in gebied IIa (EG-wateren) is alleen toegestaan van 1 maart tot en met 15 mei.

  • 9. 
    Technische instandhoudingsmaatregelen in de Middellandse Zee

Met uitzondering van de visserij met sleepnetten binnen drie zeemijl uit de kust of, waar deze diepte op kortere afstand wordt bereikt, binnen het gebied bepaald door de dieptelijn van 50 m, mogen lopende visserijactiviteiten waarvoor een afwijking geldt op grond van artikel 3, de leden 1 en 1bis, en artikel 6, de leden 1 en 1bis, van Verordening (EG) nr. 1626/94, mogen in 2004 worden voortgezet.

  • 10. 
    Sluiting van een gebied voor zandspiering

Het is verboden zandspiering aan land te brengen of aan boord te houden die gevangen is in het geografisch gebied begrensd door de oostkust van Engeland en Schotland en de lijn die de volgende coördinaten verbindt:

  • 1. 
    Voor de visserij in de Golf van Riga moeten vaartuigen beschikken over een speciaal

visdocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94.

  • 2. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat vaartuigen waaraan een speciaal visdocument is afgegeven

overeenkomstig punt 1, voorkomen op een door elke lidstaat aan de Commissie mee te delen lijst waarin hun naam en intern registratienummer is vermeld.

De vaartuigen op die lijst moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • a) 
    het totaal motorvermogen van de in elke lijst opgenomen vaartuigen mag niet groter zijn dan

-

het vermogen dat voor de betrokken lidstaat in de jaren 2000 - 2001 in de Golf van Riga is geconstateerd;

  • b) 
    hun motorvermogen mag nooit groter zijn dan 221 kilowatt (kW).

11.2 Vervanging van vaartuigen of motoren

  • 1. 
    Elk vaartuig op de in punt 12.1.2 bedoelde lijst mag worden vervangen door een of meer

andere vaartuigen, op voorwaarde dat:

  • a) 
    vervanging in geen enkel geval leidt tot een verhoging van het in punt 12.1.2, onder a),

bedoelde totale motorvermogen per lidstaat; en

  • b) 
    het motorvermogen van vervangende vaartuigen 221 kW nooit overschrijdt.
  • 2. 
    De motoren van de vaartuigen die voorkomen op de in punt 12.1.2 bedoelde lijsten van de

lidstaten mogen worden vervangen, op voorwaarde dat:

  • a) 
    de vervanging van een motor er nooit toe leidt dat het motorvermogen van een vaartuig 221

kW overschrijdt, en

  • b) 
    het vermogen van de ruilmotor niet zodanig is dat de vervanging leidt tot een verhoging van

het totale motorvermogen voor de betrokken lidstaat als bedoeld in punt 12.1.2, onder a).

  • 12. 
    Weegprocedure voor haring of makreel gevangen in de ICES-zones I en II

betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag24 waarin de in artikel 9, lid 3, vermelde gegevens zijn opgenomen, indienen bij de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat, hetzij op verzoek of binnen 48uur na de weging.

12.3 Bij het bepalen van het gewicht als bedoeld in punt 12.2 mag maximaal 2% worden afgetrokken voor het gehalte aan water.

12.4 Voor hoeveelheden vis die bevroren worden aangeland, wordt een gemiddeld gewicht per bak bepaald aan de hand van representatieve monsters. De lidstaten delen vóór 31 januari 2004 hun bemonsteringsmethode mee, die door de Commissie moet worden goedgekeurd.

  • 13. 
    Beperkingen op de langoestinevisserij

De visserij met bodemtrawls en korven is verboden in de geografische gebieden die door de volgende coördinaten worden begrensd:

Vak 1

43°35NB, 004°45WL

43°45NB, 004°45WL

43°37NB, 005°20WL

43°55NB, 005°20WL

Vak 2

43°37NB, 006°15WL

43°50NB, 006°15WL

44°00NB, 006°45WL

Vak 4

°37°45NB, 009°00WL

38°10NB, 009°00WL

38°10NB, 009°15WL

°37°45NB, 009°20WL

Vak 5

36°05NB, 007°00WL

36°35NB, 007°00WL

36°45NB, 007°18WL

36°50NB, 007°50WL

36°25NB, 007°50WL

  • 14. 
    Beperkingen voor de visserij op kabeljauw ten westen van Schotland

Tot 31 december 2004 is iedere vorm van visserij verboden in het gebied dat binnen de volgende met rechte lijnen onderling verbonden coördinaten valt:

  • 59°05'NB, 06°45'WL
  • 59°30'NB, 06°00'WL
  • 59°40'NB, 05°00'WL

Aanhangsel 1 van bijlage IV

Omschrijving van het ontsnappingspaneel in het bovenste deel van de kuil ("BACOMA")

Het betreft een paneel met vierkante mazen van 110 mm binnendiameter (geopend) in de kuil, met mazen van 105 mm of groter, van trawlnetten, Deense zegennetten of soortgelijke sleepnetten.

Het ontsnappingspaneel is een rechthoekig stuk net in de kuil. Er is slechts één ontsnappingspaneel. Het mag op geen enkele wijze worden geblokkeerd door aan de binnen- of buitenzijde aangebrachte voorzieningen.

Afmetingen van kuil, tunnel en achtereind van de trawl

De kuil bestaat uit twee gelijke netdelen, aan de zijkanten met een naadlijn aan elkaar vastgemaakt.

Het is verboden netten aan boord te hebben met meer dan 100 open ruitvormige mazen in de omtrek van de kuil, met uitsluiting van de aanslag en de naadlijn.

Het aantal open ruitvormige mazen, de mazen in de naadlijnen niet meegerekend, op elk punt waar ook in de omtrek van de tunnel mag niet kleiner noch groter zijn dan het maximumaantal mazen in de omtrek aan de voorkant van de kuil in enge zin en aan het achtereind van de trechter, de mazen in de naadlijnen niet meegerekend (zie figuur 1).

Plaats van bevestiging van de panelen

Het ontsnappingspaneel wordt aangebracht in het bovenste deel van de kuil. Het paneel eindigt niet meer dan 4 mazen van de pooklijn, de rij handgebreide mazen waardoorheen de pooklijn is bevestigd meegerekend (zie figuur 2).

Grootte van de panelen

De breedte van het paneel, uitgedrukt in aantal benen, moet gelijk zijn aan het aantal open ruitvormige mazen in het bovenste netdeel gedeeld door twee. In gevallen waarin zulks noodzakelijk is, zal worden toegestaan dat in het bovenste netdeel maximaal 20% van het aantal open ruitvormige mazen - gelijk verdeeld aan weerszijden van het ontsnappingspaneel - worden behouden (zie figuur 3).

Zij-aanzicht

Boven- aanzicht

Zak

Trawl (=kegel)TunnelKuil

TrechtervormigCilindervormigCilindervormig

Figuur 1.

Op basis van vorm en functie kunnen bij trawlnetten drie secties worden onderscheiden.

De trawl bevat altijd een trechtervormig gedeelte dat vaak tussen 10 en 40 m lang is. De tunnel is cilindervormig en vervaardigd uit één of twee netten van 49,5 mazen diep, hetgeen overeenkomt met een lengte in gestrekte toestand van 6 tot 12 meter. De kuil is eveneens cilindervormig en vaak vervaardigd van dubbelgetwijnd garen voor een betere slijtagebestendigheid. De kuil heeft vaak een diepte van 49,5 mazen, oftewel circa 6 meter, maar kan bij kleinere vaartuigen korter (2 tot 4 meter) zijn. Het deel onder de verdeelstrop wordt de zak genoemd.

11 maas

Toppaneel 3,5 mazen diep

21 maas

31 maas

0,5 maas 0,5 maas

Handgebreid4

Figuur 2.

Tussen het ontsnappingspaneel en de pooklijn zitten vier mazen: 3,5 ruitvormige mazen van de bovenkant van de kuil en één rij van een halve handgebreide maas waardoorheen de pooklijn is bevestigd.

1 2 34 5 6

20% ruitvormige mazen in toppaneel in dwarsrichting van het net

1 10 20 30

Figuur 3.

Onderpaneel

50

(Max. open meshes)

Diamond mesh panel

Figuur 4a: AN

105 mm inside 49 ½ md

½ 49 ½

1 row of codline meshes

Opbouw onderpaneel van 49,5 mazen diep

Toppaneel

(zonder ruitvormige mazen tussen naadlijn en vierkant gemaasd paneel)

105 mm inside 16 ½ md

50

(Max. open meshes)

AN

-

Joining: 2 diamond meshes/

½ 49 ½

1 bar in square panel

25 bars

(29 ½ md) 3,54 met.

25 bars

Joining: 1 bar in square panel/

2 diamond meshes

Toppaneel

(met ruitvormige mazen tussen naadlijn en vierkant gemaasd paneel)

50

(Max. open meshes)

105 mm inside 16 ½ md

½ 49 ½

Joining: 2 diamond meshes/

5 19 bars 5 1 bar in square panel

2 knots in joining square panel to max 5 open diamond meshes on both sides of square panel

(29 ½ md) 3,54 met

AN

5 19 bars 5

Joining: 1 bar in square panel/

50 2 diamond meshes

105 mm inside 3 ½ md ½ 49 ½

Aanhangsel 2 van bijlage IV

Gesleept vistuig: Skagerrak en Kattegat

Maaswijdten, doelsoorten en vereiste vangstpercentages die van toepassing zijn bij het gebruik van één enkele

maaswijdte -

Maaswijdte (mm)

Soort - < 16 - 16-31 - 32-69 - 70-89(5) - =90 -

Minimumpercentage doelsoorten -

50% - 50% - 20% - 50% - 20% - 30% - geen

Zandspiering (Ammodytidae )(3) x x x x x x x

Zandspiering (Ammodytidae )(4) x x x x x

Kever (Trisopterus esmarkii ) x x x x x

Blauwe wijting (Micromesistius poutassou x x x x x

) x x x x x

Grote Pieterman (Trachinus draco ) (1) x x

Weekdieren (behalve Sepia ) (1) x x

x x x

x x

Geep (Belone belone ) (1) x x x x

x

Grauwe poon (Eutrigla gurnardus ) (1) x x x x x

x

Zilvervis (Argentina spp. ) x

xx xx x

Sprot (Sprattus sprattus ) x

x x x

Paling (Anguilla anguilla ) x x x

Noordzeegarnaal/Oostzeegarnaal

(Crangon spp., Palaemon adspersus )

x x x

x x

x x

(2)

Makreel (Scomber spp .) x x x

Horsmakreel (Trachurus spp. ) x x x

Haring (Clupea harengus ) x x x

Noorse garnaal (Pandalus borealis ) x x x

Noordzeegarnaal/Oostzeegarnaal

(Crangon spp., Palaemon adspersus )

x x x

(1)

Wijting (Merlangius merlangus) x

Langoestine (Nephrops norvegicus ) x x

x

Alle andere mariene organismen x

(1) Alleen binnen vier mijl vanaf de basislijnen.

BIJLAGE V

Tijdelijke beperking van de visserij-inspanning en aanvullende voorwaarden op het gebied

van controle, inspectie en toezicht in de context van het herstel van de visbestanden

Algemene bepalingen

  • 1. 
    Van 1 februari 2004 tot en met 31 december 2004 zijn de in deze bijlage vastgestelde voorwaarden van toepassing op de communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles gelijk of groter dan 10 meter.
  • 2. 
    Voor de toepassing van deze bijlage gelden de volgende omschrijvingen van geografische

gebieden:

(a) Kattegat.

(b) Skagerrak en Noordzee (c) wateren ten westen van Schotland (ICES-sector VIa)

(d) Engels Kanaal (ICES-sectoren VIId,e)

(e) Ierse Zee (ICES-sector VIIa)

(f) Iberisch schiereiland, Atlantische kust (ICES-sectoren VIIIc en IXa)

  • 3. 
    In deze bijlage wordt onder een dag buitengaats verstaan:
  • a) 
    de periode van 24 uur die aanvangt om 00:00 uur op een welbepaalde kalenderdag en

-

eindigt om 24.00 uur op dezelfde kalenderdag of een deel van deze periode;

  • b) 
    een in het EG-logboek vermelde ononderbroken periode van 24 uur tussen de datum en

het tijdstip van vertrek en de datum en het tijdstip van aankomst, of een deel van een dergelijke periode.

Een lidstaat die de onder b) vermelde definitie van een dag buitengaats wenst te gebruiken moet de Commissie meedelen op welke wijze de activiteiten van een vaartuig zullen worden gecontroleerd om ervoor te zorgen dat aan de onder b) vermelde voorwaarden wordt voldaan.

Visserij-inspanning

  • 5. 
    a) De lidstaten zorgen ervoor dat vissersvaartuigen die hun vlag voeren en in de

Gemeenschap geregistreerd zijn, wanneer ze één van de in punt 4 vermelde vistuigen aan boord hebben, niet langer dan het in punt 6 bepaalde aantal dagen buitengaats en in een van de in punt 2 omschreven gebieden aanwezig zijn.

  • b) 
    Dagen die buitengaats maar in andere gebieden dan de in punt 2 vermelde gebieden

worden doorgebracht, worden niet in mindering gebracht op het aantal dagen dat is vermeld in punt

6.

  • 6. 
    a) Het maximale aantal dagen per drie kalendermaanden waarop een vaartuig buitengaats

mag zijn terwijl het één van de in punt 4 bepaalde vistuigen aan boord heeft, staat vermeld in tabel

I.

Tabel I - Maximale aantal dagen per gebied en per vistuig

Categorie vistuig bedoeld in punt:

Gebied bedoeld in punt: 4a 4b 4c 4d 4e 4f 4g

2a. Kattegat 30 n.v.t. 42 50 66 n.v.t. n.v.t.

2b. Noordzee en 30 42 42 50 66 60 n.v.t.

Skagerrak

2c. Wateren ten westen 30 42 42 50 66 60 n.v.t.

van Schotland

2d. Engels Kanaal 30 42 42 50 66 n.v.t. n.v.t.

2e. Ierse Zee 30 42 42 50 66 n.v.t. n.v.t.

  • i) 
    de lidstaat aan de hand van de vangstgegevens van het vaartuig in het EG-logboek heeft geverifieerd dat minder dan 5 % van de door dat vaartuig in 2002 aangelande vangsten in levend gewicht bestond uit kabeljauw en of schol in de gebieden vermeld in punt 2, onder a) tot en met e), of uit heek in het gebied vermeld in punt 2, onder f).
  • ii) 
    de vangst die aan boord wordt gehouden voor niet meer dan 5 % in levend gewicht uit kabeljauw, schol of heek bestaat,
  • iii) 
    de lidstaat de Commissie vooraf heeft gemeld dat hij van plan was deze bepaling toe te passen.

Als een vaartuig niet aan de onder ii) vermelde voorwaarde heeft voldaan, heeft het niet langer recht op de overeenkomstig punt c) toegewezen extra dagen buitengaats.

  • 7. 
    Voor de eerste dag van iedere driemaandelijkse beheersperiode stellen de eigenaars van vissersvaartuigen de autoriteiten van de vlaggenlidstaat in kennis van het vistuig dat zij tijdens de volgende beheersperiode wensen te gebruiken. Zij mogen niet langer buitengaats zijn dan het aantal dagen dat in punt 6, onder a), is bepaald voor de categorie vistuig die aan de autoriteiten is meegedeeld en waarvoor het kleinste aantal dagen geldt.
  • 8. 
    Een vaartuig dat aanwezig is in één van de in punt 2 bepaalde gebieden en dat één van de in punt 4 vermelde typen vistuig aan boord heeft, mag niet tegelijkertijd een ander van de in punt 4 vermelde typen vistuig aan boord hebben.
  • 9. 
    Nadat een vaartuig het aantal buitengaats door te brengen dagen waarop het voor een bepaalde driemaandelijkse beheersperiode recht heeft, heeft opgebruikt, moet het voor de rest van de beheersperiode in de haven of buiten de in punt 2 vermelde zones te blijven.
  • 10. 
    a) Een lidstaat kan toestaan dat een vissersvaartuig buitengaats door te brengen dagen

waarop het recht heeft, binnen een beheersperiode naar een ander vaartuig overdraagt, mits het product van de door een vaartuig ontvangen buitengaats door te brengen dagen en het geïnstalleerde motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door eerstgenoemd vaartuig overgedragen aantal dagen en het geïnstalleerde motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als geïnstalleerd motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het communautair gegevensbestand van vissersvaartuigen geregistreerde vermogen.

  • 12. 
    De voorwaarden van de punten 5 tot en met 11 zijn van toepassing op de visserij van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2004 in de gebieden vermeld in punt 2, onder a), b) en c), en op de visserij van 1 februari 2004 tot en met 31 december 2004 in de gebieden vermeld in punt 2, onder

d), e) en f).

Controle, inspectie en toezicht

  • 13. 
    Onverminderd het bepaalde in artikel 19bis van Verordening (EEG) nr. 2847/93, zijn de artikelen 19ter, 19quater, 19quinquies en 19sexies van de verordening van toepassing op de vaartuigen die de in punt 4 bedoelde typen vistuig gebruiken en die actief zijn in de in punt 2 genoemde gebieden.
  • 14. 
    De lidstaten mogen alternatieve controlemaatregelen toepassen om te voldoen aan de in punt 13 van deze bijlage bedoelde aangifteverplichtingen, mits eerstgenoemde maatregelen even doeltreffend en transparant zijn. Die maatregelen moeten aan de Commissie worden meegedeeld alvorens zij worden toegepast.
  • 15. 
    Na te hebben gevist in een van de in tabel II vermelde gebieden, meldt de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger ten minste vier uur voordat hij met meer dan de in die tabel vermelde hoeveelheden aan boord de haven van een lidstaat binnenvaart, het volgende aan de bevoegde autoriteiten van die lidstaat:
  • de plaats van aanvoer.
  • de geschatte aankomsttijd in die haven;
  • de hoeveelheden aan boord, in kilogram levend gewicht, per soort waarvan meer dan 50 kg

aan boord is.

  • 16. 
    De bevoegde autoriteiten van een lidstaat waar een grotere hoeveelheid dan de in tabel II per soort vermelde hoeveelheden zal worden aangevoerd, kunnen bepalen dat het lossen pas kan beginnen wanneer die autoriteiten daarmee hebben ingestemd.

Tabel II - Aanvoerhoeveelheden in tonnen per gebied en per soort waarvoor bijzondere voorschriften

gelden

Hoeveelheid per soort in tonnen -

Kabeljauw Schol Tong Wijting Heek Nephrops

  • 17. 
    Vaartuigen die in een van de in tabel II vermelde gebieden zijn geweest mogen per soort niet meer dan de in die tabel vermelde hoeveelheden aanvoeren buiten een aangewezen haven.

Elke lidstaat deelt de Commissie binnen 15 dagen na de datum van inwerkingtreding van deze verordening de lijst van aangewezen havens en, uiterlijk 30 dagen later, de inspectie- en controleprocedures, met inbegrip van de omstandigheden en voorwaarden in de havens voor het registreren en melden van de hoeveelheden in punt 12 bedoelde hoeveelheden en soorten bij elke aanvoer, mee. De Commissie geeft deze informatie door aan alle lidstaten.

  • 18. 
    In afwijking van het bepaalde in artikel 5, lid 2,25 van Verordening (EEG) nr. 2807/83van de

Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten bedraagt de toegestane afwijking bij de raming van hoeveelheden aan boord in kilogrammen als bedoeld in punt 14, 5% ten opzichte van de logboekgegevens.

  • 19. 
    Het is verboden hoeveelheden kabeljauw of schol gemengd met andere soorten mariene organismen in containers aan boord van een vissersvaartuig te houden. Containers met kabeljauw of schol moeten gescheiden van andere containers in het ruim worden geplaatst.
  • 20. 
    De bevoegde autoriteiten van een lidstaat zien erop toe dat een hoeveelheid kabeljauw en/of schol die is gevangen in één van de in punt 2 nader omschreven gebieden en die in de betrokken lidstaat wordt aangevoerd, in aanwezigheid van controleurs wordt gewogen voordat ze vanuit de haven van eerste aanvoer wordt vervoerd. Een hoeveelheid kabeljauw en/of schol die in één van de in punt 16 aangewezen havens wordt aangevoerd, moet in aanwezigheid van controleurs worden gewogen voordat ze op de markt gebracht en verkocht wordt.
  • 21. 
    De bevoegde autoriteiten van een lidstaat zien erop toe dat een hoeveelheid zuidelijke heek en/of nephrops van meer dan 50 kg die is gevangen in één van de in punt 2, onder f), omschreven gebieden en die in de betrokken lidstaat wordt aangevoerd, voor verkoop wordt gewogen en via de afslag wordt verkocht.
  • 22. 
    In afwijking van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 2847/93 dienen alle hoeveelheden groter dan 50 kg van één van de in punt 12 genoemde soorten die worden vervoerd naar een andere plaats dan die van aanlanding of invoer, vergezeld te gaan van een kopie van één van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 bedoelde verklaringen betreffende de hoeveelheden van die vervoerde soorten. De vrijstelling van artikel 13, lid 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2847/93 is niet van toepassing.

BIJLAGE VI

Visserij-inspanning van vaartuigen die vissen op zandspiering in Noordzee en Skagerrak

  • 1. 
    Van 1 januari tot en met 31 december 2004 zijn de in deze bijlage vastgestelde voorwaarden van toepassing op de communautaire vissersvaartuigen die in de Noordzee en het Skagerrak vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm.
  • 2. 
    In deze bijlage wordt onder een dag buitengaats verstaan:
  • a) 
    de periode van 24 uur die aanvangt om 00:00 uur op een welbepaalde kalenderdag en

-

eindigt om 24.00 uur op dezelfde kalenderdag of een deel van deze periode;

  • b) 
    een in het EG-logboek vermelde ononderbroken periode van 24 uur tussen de datum en

het tijdstip van vertrek en de datum en het tijdstip van aankomst, of een deel van een dergelijke periode.

  • 3. 
    Iedere lidstaat brengt uiterlijk 1 maart 2004 een gegevensbank tot stand die voor de Noordzee en het Skagerrak voor de jaren 2001, 2002 en 2003, en voor ieder vaartuig dat de vlag van de betrokken lidstaat voert en in het register van de Gemeenschap staat ingeschreven en met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm heeft gevist, de volgende gegevens bevat:
  • a) 
    de naam en het intern registratienummer van het vaartuig;
  • b) 
    het motorvermogen van het vaartuig in kilowatt, gemeten overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2930/86 de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen

26;

  • c) 
    het voor de visserij met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm buitengaats doorgebrachte aantal dagen;
  • d) 
    het aantal kilowattdagen, d.w.z. het product van het aantal buitengaats doorgebrachte dagen en het motorvermogen in kilowatt.
  • 6. 
    Voor 30 juni herziet de Commissie het in punt 5 bedoelde maximale aantal kilowattdagen op basis van het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) inzake de omvang van de jaargang van 2003 van het zandspieringbestand in de Noordzee, overeenkomstig het volgende:
  • a) 
    als leeftijdsklasse 0 van jaargang 2003 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de ICES gelijk aan of groter dan 500.000.000 exemplaren is, is het maximale aantal kilowattdagen gelijk aan het gemiddelde aantal kilowattdagen voor de periode 2001- 2003 zoals berekend overeenkomstig punt 4, onder b);
  • b) 
    als leeftijdsklasse 0 van jaargang 2003 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de ICES tussen de 300.000.000 en 500.000.000 exemplaren is, is het maximale aantal kilowattdagen gelijk aan het niveau van 2003 zoals berekend overeenkomstig punt 4, onder a);
  • c) 
    als leeftijdsklasse 0 van jaargang 2003 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de ICES kleiner dan 300.000.000 exemplaren is, is vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm voor de rest van 2004 verboden.

BIJLAGE VII

DEEL I

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van de

Gemeenschap in wateren van derde landen

Visserijzone Visserijtak Aantal Maximumaantal

vergunnivaartuigen op

ngen ieder moment

Noorse waterenHaring, benoorden 62°00'NB 75 55

27 en

visserijzone rond Jan Mayen

Estse wateren28 Kabeljauw, haring, zalm en sprot 250 70

Wateren van de Faeröer Elke vorm van trawlvisserij met vaartuigen van ten hoogste 180 voet in de zone tussen 12 en 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer 26 13

Gerichte visserij op kabeljauw en schelvis met netten met mazen niet kleiner dan 135 mm, beperkt tot het gebied ten zuiden van 62°28° NB en ten oosten van 6°30° WL 8 4

Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart-31 mei en 1 oktober-31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61°20° NB en 62°00° NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen. 70 26

Gerichte trawlvisserij op zwarte koolvis met netten met mazen niet kleiner dan 120 mm, en waarbij verstevigingsstroppen rond de kuil mogen worden gebruikt. 70 22

Visserij op blauwe wijting. Visserij op blauwe wijting. Het totale aantal vergunningen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen te vissen indien de autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen om bijzondere toegangsregels voor een gebied, "main fishing area of blue whiting" genaamd, in te stellen. 34 20

Lijnvisserij 10 6

Makreelvisserij 12 12

Haringvisserij benoorden 62° NB 21 21

IJsland Alle visserijtakken 18 5

Letse wateren29 Visserij op Kabeljauw, haring en sprot 130 38

Zalmvisserij 40 15

Litouwse waterenAlle visserijtakken 300 60

30

DEEL II

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van

derde landen in Gemeenschapswateren

Vlaggenstaat Visserijtak Aantal Maximumaantal

vergunningvaartuigen op ieder

en moment

Noorwegen31 Haring, benoorden 62°00'NB 18 18

Estland32 Haring, zalm en sprot 106 63

Kabeljauw 30 15

Faeröer Makreel, VIa (benoorden 56°30° NB), VIIe, f, h, horsmakreel, IV, VIa (benoorden 56°30° NB), VIIe, f, h; haring, VIa (benoorden 56° 30° NB) 14 14

Haring, benoorden 62°00'NB 21 21

Haring, IIIa 4 4

Industriële visserij op kever en sprot, IV, VIa (benoorden 56°30° NB): zandspiering, IV (incl. onvermijdelijke bijvangsten van blauwe wijting) 15 15

Leng en torsk 20 10

Blauwe wijting, VIa (benoorden 56°30° NB), VIb, VII (ten westen van 12°00° WL) 20 20

Blauwe leng 16 16

Haringhaai (alle zones behalve NAFO 3PS) 3 3

Letland33 Kabeljauw, haring, sprot, IIId 90 45

Zalm, IIId 4 2

Litouwen34 Kabeljauw, haring, sprot, zalm, IIId 70 4035

Haring, sprot, IIId (transport- en koelschepen) 5 4

Russische Federatie Haring, IIId (Zweedse wateren) pm pm

Haring, IIId (Zweedse wateren, niet-vissende moederschepen) pm pm

Barbados Garnalen "Penaeus"36 (wateren van Frans-

Guyana) 5 pm37

Snappers38 (wateren van Frans-Guyana) 5 pm

Guyana Garnalen "Penaeus"32 (wateren van Frans-pm pm 33

Guyana)

Suriname Garnalen "Penaeus"32 (wateren van Frans-5 pm39

Guyana)

Trinidad en Tobago Garnalen "Penaeus"32 (wateren van Frans-8 pm40

Guyana)

Japan Tonijn 41 (wateren van Frans-Guyana) pm

Korea Tonijn (wateren van Frans-Guyana) pm pm 36

Venezuela Snappers 34 (wateren van Frans-Guyana) 41 pm

Haaien (wateren van Frans-Guyana) 4 pm

DEEL III

Aangifte overeenkomstig artikel 15, lid 2

AANVOERAANGIFTE42

Naam van het Registratienum

mer:

vaartuig:

Naam van de kapitein: Naam van de

gemachtigde:

Handtekening van de

kapitein:

Visreis van tot en met

Aanvoerhaven:

Aangevoerde hoeveelheden garnaal (levend gewicht)

BIJLAGE VIII

DEEL I

In het logboek te noteren gegevens

Bij het vissen in de 200-mijlszone van de lidstaten van de Gemeenschap waarvoor de communautaire visserijvoorschriften gelden, moeten onmiddellijk na de onderstaande activiteiten de volgende gegevens in het logboek worden genoteerd.

Na iedere trek:

1.1. gevangen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);

1.2. datum en tijdstip van de trek;

1.3. geografische positie tijdens de trek;

1.4. gebruikte vismethode.

Na iedere overlading op of vanuit een ander vaartuig:

2.1. de vermelding "ontvangen van" of "overgeladen op";

2.2. de overgeladen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);

2.3. naam, identificatieletters en -nummers van het vaartuig waarop of waaruit de overlading

plaatsvond.

2.4. overlading van kabeljauw is niet toegestaan.

Na iedere aanvoer in een haven van de Gemeenschap

3.1. naam van de haven;

3.2. aangevoerde hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht).

Na ieder bericht aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen

DEEL II

Log-book model

BIJLAGE IX

INHOUD VAN DE BERICHTEN AAN DE COMMISSIE EN

TRANSMISSIESPECIFICATIES

De hierna gevraagde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen worden meegedeeld volgens het onderstaande schema.

1.1. Telkens wanneer het vaartuig de 200-mijlszone van de lidstaten van de Gemeenschap

binnenvaart waarvoor communautaire visserijvoorschriften gelden:

  • a) 
    de in punt 1.5 bedoelde gegevens;
  • b) 
    de hoeveelheden in het ruim (in kilogram levend gewicht), per vissoort;
  • c) 
    datum en ICES-sector waar de kapitein zal beginnen te vissen.

Wanneer het vaartuig om visserijtechnische redenen de hierboven bedoelde zone op een bepaalde dag meer dan eenmaal moet binnenvaren, is één mededeling bij het eerste binnenvaren voldoende.

1.2. Telkens wanneer het vaartuig de in punt 1.1 bedoelde zone verlaat:

  • a) 
    de in punt 1.5 bedoelde gegevens;
  • b) 
    de hoeveelheden in het ruim (in kg levend gewicht), per vissoort;
  • c) 
    de na het vorige bericht gevangen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);
  • d) 
    de ICES-sector waarin de vangsten zijn gedaan;
  • e) 
    de hoeveelheden (in kg levend gewicht), per vissoort, die op en/of vanuit andere vaartuigen zijn overgeladen sinds het vaartuig de zone is binnengevaren, onder vermelding van het vaartuig waarop de hoeveelheden zijn overgeladen;

1.4. Telkens wanneer het vaartuig van de ene naar de andere ICES-sector vaart:

  • a) 
    de in punt 1.5 bedoelde gegevens;

b)

de na het vorige bericht gevangen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);

  • c) 
    de ICES-sector waar de vangsten zijn gedaan.

1.5. a) Naam, roepnaam, op het vaartuig aangebrachte identificatienummers en -letters van het vaartuig, en de naam van de kapitein;

  • b) 
    nummer van de eventuele vergunning van het vaartuig;
  • c) 
    volgnummer van het bericht voor de betrokken reis;
  • d) 
    aanduiding van de aard van het bericht;
  • e) 
    datum, tijdstip en geografische positie van het vaartuig.

2.1. De in punt 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen

in Brussel (telex 24189 FISEU-B) worden meegedeeld via een van de in punt 3 vermelde radiostations en in de in punt 4 aangegeven vorm.

2.2. Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden, mag het

namens dat vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden.

  • 3. 
    Naam van het radiostation Roepnaam van het radiostation

Lyngby OXZ

Land's End GLD

Valentia EJK

Malin Head EJM

Torshavn OXJ

Bergen LGN

Farsund LGZ

Florø LGL

  • 4. 
    Vorm van de berichten

De in punt 1 bedoelde gegevens moeten onderstaande elementen bevatten en in onderstaande volgorde worden verstrekt:

naam van het vaartuig;

-

roepnaam van het vaartuig;

-

op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;

-

volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis;

aanduiding van de aard van het bericht aan de hand van de volgende code:

bericht bij het binnenvaren in een van de zones bedoeld in punt 1.1: "IN",

bericht bij het binnenvaren in een van de zones bedoeld in punt 1.1: "OUT",

bericht bij het varen van de ene naar de andere ICES-sector: "ICES",

wekelijks bericht: "WKL",

bericht om de drie dagen: "2 WKL";

-

datum, tijdstip en geografische positie;

-

ICES-sector/deelgebied waar naar verwachting met de visserijactiviteit zal worden begonnen;

-

datum waarop naar verwachting met de visserijactiviteit zal worden begonnen;

  • het gewicht (in kg levend gewicht) van de vangsten, per vissoort, die zich in de ruimen bevinden, met gebruikmaking van de in punt 5 opgenomen code;
  • 5. 
    Code voor het meedelen van de in punt 1.4 bedoelde vissoorten die zich aan boord

bevinden:

Beryciden (Beryx spp.) ALF

Lange schol (Hippoglossoides platessoides), PLA

Ansjovis (Engraulis encrasicolus) ANE

Zeeduivel (Lophius spp. ) MNZ

Zilvervis (Argentina silus) ARG

Braam (Brama brama ) POA

Reuzenhaai (Cetorinhus maximus ) BSK

Zwarte haarstaartvis (Aphanopus carbo) BSF

Blauwe leng (Molva dypterygia) BLI

Blauwe wijting (Micromesistius poutassou) WHB

Atlantische seabobgarnaal (Xyphopenaeus kroyerii) BOB

Kabeljauw (Gadus morhua) COD

Garnaal (Crangon crangon ) CSH

Inktvis (Loligo spp. ) SQC

Doornhaai (Squalus acanthias) DGS

Noorse garnaal (Pandalus borealis ) PRA

Langoestine (Nephrops norvegicus ) NEP

Kever (Trisopterus esmarkii) NOP

Atlantische slijmkop (Hoplostethus atlanticus) ORY

Overige OTH

Schol (Pleuronectes platessa) PLE

Pollak (Pollachius pollachius) POL

Haringhaai (Lamma nasus ) POR

Roodbaars (Sebastes spp.) RED

Zeebrasem (Pagellus bogaraveo) SBR

Grenadiervis (Coryphaenoides rupestris ) RNG

Koolvis (Pollachius virens) POK

Zalm (Salmo salar ) SAL

Zandspiering (Ammodytes spp.) SAN

Sardine (Sardina pilchardus) PIL

Haaien (Selachii, Pleurotremata) SKH

Garnaal "Penaeus" (Penaeidae ) PEZ

Sprot (Sprattus sprattus) SPR

BIJLAGE X

Lijst van vissoorten

Nederlandse Wetenschappelijke 3-

Nederlandse Wetenschappelijke 3-

naam naam letter-

code naam naam letter-

code

Bodemvissen Bodemvissen (vervolg)

Kabeljauw Gadus morhua COD Arctische kabeljauw

Boreogadus saida POC

Schelvis Melanogrammus aeglefinus HAD Grenadiervis Coryphaenoides rupestris RNG

Roodbaars Sebastes sp. RED Noordelijke grenadiervis

Macrourus berglax RHG

Roodbaars Sebastes marinus REG Zandspieringen Ammodytes sp. SAN

Diepzeeroodbaars Sebastes mentella REB Zeedonderpadden Myoxocephalus sp. SCU

Amerikaanse

roodbaars

Sebastes fasciatus REN Scup Stenotomus chrysops SCP

Zilverheek Merluccius bilinearis HKS Tautog-lipvis

Tautoga onitis TAU

Atlantische

gaffelkabeljauw*

Urophycis chuss HKR Blauwe tegelvis Lopholatilus chamaeleonticeps TIL

Koolvis Pollachius virens POK Witte heek* Urophycis tenuis HKW

Zomerbot Paralichthys dentatus FLS Makreel

Scomber scombrus MAC

Amerikaanse griet Scophthalmus aquosus FLD Atlantische botervis

Peprilus triacanthus BUT

Platvissen (n.e.g.) Pleuronectiformes FLX Menhaden Brevoortia tyrannus MHA

Amerikaanse

zeeduivel

Lophius americanus ANG Makreelgeep Scomberesox saurus SAU

Amerikaanse

ponen

Prionotus sp. SRA Amerikaanse ansjovis

Anchoa mitchilli ANB

Atlantische

tomcod

Microgadus tomcod TOM Blauwbaars Pomatomus saltatrix BLU

Blauwe

diepzeekabeljauw

Antimora rostrata ANT Paardenhors- makreel

Caranx hippos CVJ

Blauwe wijting Micromesistius poutassou WHB Fregattonijn

Auxis thazard FRI

Amerikaanse

lipvis Tautogolabrus adspersus

CUN Koningsmakreel Scomberomourus cavalla KGM

Torsk Brosme brosme USK Gevlekte koningsmakreel Scomberomourus maculatus

SSM

Groenlandse

kabeljauw

Gadus ogac GRC Zeilvis Istiophorus platypterus SAI

Blauwe leng Molva dypterygia BLI Witte marlijn Tetrapturus albidus WHM

Leng Molva molva LIN Blauwe marlijn Makaira nigricans BUM

Snotdolf LUM Zwaardvis SWO

Nederlandse Wetenschappelijke 3-

Wetenschappelijke 3-letter-

naam naam letter- Nederlandse

code naam naam code

Pelagische vissen (vervolg) Invertebraten (vervolg)

Gewone tonijn Thunnus thynnus BFT Borstelwormen (n.e.g.)

Polycheata WOR

Gestreepte boniet Katsuwonus pelamis SKJ Degenkrab Limulus polyphemus HSC

Geelvintonijn Thunnus albacares YFT Invertebraten

(n.e.g.)

Invertebrata INV

Tonijnen (n.e.g.) Scombridae TUN Andere vissen

Pelagische vissen

(n.e.g.) -

PEL Alosa pseudoharengus

Bastaardelft ALE

Invertebraten Geelstaarten Seriola sp. AMX

Langvinpijlinkt- vis Amerikaanse

congeraal

Loligo pealei SQL Conger oceanicus COA

Kortvinpijlinkt- vis Amerikaanse

paling

Illex illecebrosus SQI Anguilla rostrata ELA

Loliginidae, Ommastrephidae

Inktvissen (n.e.g.) SQU Slijmprik Myxine glutinosa MYG

Amerikaanse

zwaardschede

Ensis directus CLR Amerikaanse elft Alosa sapidissima SHA

haring

Argopecten

irradians Alepocephalus bairdii

Kamschelp SCB Glijkop ALC

Zwarte trommelvis

Calico-scallop Argopecten gibbus SCC Pogonias cromis BDM

Noordelijke

kamschelp

Chylamys islandica ISC Zwarte zeebaars Centropristis striata BSB

Amerikaanse

grote mantel Placopecten magellanicus

SCA Canadese elft Alosa aestivalis BBH

Mantels en kamschelpen

(n.e.g.)

Pectinidae SCX Lodde Mallotus villosus CAP

Noord- Amerikaanse

oester

Crassostrea virginica

OYA Riddervissen Salvelinus sp. CHR

Rachycentron

canadum

Mossel Mytilus edulis MUS Cobia CBA

Busyconwulken

(n.e.g.) Trachinotus

carolinus

Busycon sp. WHX Gele pompano POM

Alikruiken

(n.e.g.) Dorosoma

cepedianum

Littorina sp. PER Draadvinnige elft SHG

Weekdieren

(n.e.g.) Knorvissen

(n.e.g.)

Mollusca MOL Pomadasyidae GRX

Atlantische rotskrab West-Atlantische

fint

Cancer irroratus CRK Alosa mediocris SHH

Amerikaanse

kreeft Homarus americanus Ruwe horsmakreel

LBA Trachurus lathami RSC

Diplectrum formosum

Noorse garnaal Pandalus borealis PRA Zandbaars PES

Schaapskop-

zeebrasem Archosargus probatocephalus

Ringsprietgarnaal Pandalus montagui AES SPH

Peneide garnalen

(n.e.g.) Leiostomus

xanthurus

Penaeus sp. PEN Puntombervis SPT

Pandalide garnalen Gevlekte

ombervis

Pandalus sp. PAN Cynoscion nebulosus SWF

Zeewaterschelp- dieren

Crustacea CRU Koningsombervis Cynoscion regalis STG

Strongylocentrotus

sp.

Zee-egels URC Gestreepte baars Morone saxatilis STB

Nederlandse naam Wetenschappelijke naam

3-letter-code

Andere vissen (vervolg)

Steuren (n.e.g.) Acipenseridae STU

Tarpon (=megalops)

Tarpoen atlanticus TAR

Zalmachtigen (n.e.g.) Salmo sp. TRO

Amerikaanse zeebaars Morone americana PEW

Beryciden (n.e.g.) Beryx sp. ALF

Doornhaai Squalus acantias DGS

Doornhaaien (n.e.g.) Squalidae DGX

Gespikkelde

scheurtandhaai

Odontaspis taurus CCT

Haringhaai Lamna nasus POR

Makreelhaai Isurus oxyrinchus SMA

Donkere haai Carcharhinus obscurus DUS

Blauwe haai Prionace glauca BSH

Haaien (n.e.g.) Squaliformes SHX

Rhizoprionodon terraenova

Atlantische melkhaai RHT

Zwarte hondshaai Centroscyllium fabricii CFB

Sonmnousus microcephalus

Groenlandse haai GSK

Reuzenhaai Cetorhinus maximus BSK

*Overeenkomstig een door STACRES tijdens de jaarlijkse vergadering van 1970 aangenomen aanbeveling (ICNAF Redbook 1970, deel I, blz. 67) wordt heek van het

geslacht Urophycis met het oog op de statistische rapportering als volgt aangeduid: (a) heek afkomstig uit de deelgebieden 1, 2 en 3, en uit de sectoren 4R, S, T en V als witte heek,

Urophycis tenuis

; (b) met lijnen gevangen heek of met gelijk welke methode gevangen heek

die langer is dan 55 cm standaardlengte, afkomstig uit de sectoren 4W en X, deelgebied 5 en statistisch vak 6, als witte heek, Urophycis tennuis ; (c) andere heek van het geslacht

Urophycis

, afkomstig uit de sectoren 4W en X, deelgebied 5 en statistisch vak 6 als

Atlantische gaffelkabeljauw, Urophycis chuss , onverminderd het bepaalde onder b). -

BIJLAGE XI

Toegestane bovennetbeschermers

1. Bovennetbeschermer van het door ICNAF aanvaarde type

De bovennetbeschermer van het door ICNAF aanvaarde type is een rechthoekig stuk want, bevestigd aan de bovenzijde van de kuil om beschadiging te verminderen en te voorkomen, dat voldoet aan de volgende voorwaarden:

(a) het stuk want mag geen mazen hebben die kleiner zijn dan de mazen die in artikel 10 zijn voorgeschreven voor de kuil;

(b) het stuk want mag slechts langs de voor- en zijkant aan de kuil en op geen enkele andere plaats zijn bevestigd en moet zodanig zijn vastgemaakt dat het niet verder naar voren kan reiken dan vier mazen vóór de vaste strop op de kuil en niet minder dan vier mazen vóór de pooklijn eindigt; indien er geen vaste strop op de kuil is, mag het stuk want niet verder reiken dan een derde van de kuil, gemeten vanaf niet minder dan vier mazen vóór de pooklijn;

(c) de breedte van het stuk want moet ten minste anderhalf maal zo groot zijn als de breedte van dat beschermde gedeelte van de kuil, met dien verstande dat beide breedten loodrecht op de lengteas van de kuil worden berekend.

Topside chafing gear (netting only permitted) must be 1 1/2 times width of top of codend

To headline

Attached not less than 4 meshes ahead of codline mesh

Splitting strapMay not be attached more than 4 meshes ahead of splitting strap

Nothing permitted to cover forward part of net

Codline

Chafing gear: Any material may be used to

protect the bottom of codend

2. Bovennetbeschermer met meervoudige, achter elkaar geplaatste bovensleeplappen

Een bovennetbeschermer met meervoudige, achter elkaar geplaatste bovensleeplappen omvat stukken want die op al hun delen mazen hebben die, ongeacht of de stukken want droog of nat zijn, niet kleiner zijn dan de mazen van de kuil, op voorwaarde dat:

  • i) 
    elk stuk want:

(a) slechts aan de voorzijde is vastgemaakt over de kuil en loodrecht staat op de lengteas;

(b) ten minste even breed is als de kuil (met dien verstande dat de breedte loodrecht op de lengteas van de kuil wordt gemeten bij het punt waar het is vastgemaakt); en

(c) niet langer is dan tien mazen; en

  • ii) 
    de totale lengte van alle aldus bevestigde stukken want niet meer bedraagt dan twee derde van de lengte van de

kuil.

  • 1. 
    Sleeplappen 4. Bovenzijde van de kuil.
  • 2. 
    Netopening 5. Sleeplappen mogen uitsluitend aan de voorzijde worden bevestigd.
  • 3. 
    Kuil 6. Onderzijde van de kuil.

Flap chafers

Mouth of net

POOLS TYPE

3. Bovennetbeschermer met grote mazen (gewijzigd Pools type)

Een bovennetbeschermer met grote mazen bestaat uit een rechthoekig stuk want dat vervaardigd is van hetzelfde garen als de kuil, of van enkel, dik, knooploos garen, dat is vastgemaakt aan het achterste gedeelte van de bovenzijde van de kuil en dat de bovenzijde van de kuil geheel of gedeeltelijk bedekt, dat op al zijn delen, in natte toestand gemeten, mazen heeft die tweemaal zo groot zijn als die van de kuil, en dat slechts aan de voor-, zij- en achterkant van dat stuk want op een zodanige wijze aan de kuil bevestigd is dat iedere maas van dat stuk want samenvalt met vier mazen van de kuil.

AA1

2 ´ Æ3.5

2 ´ Æ3.5

108.8128.3

BB1

2 ´ Æ3.5

2 ´ Æ3.5

L111.3126.9

2 ´ Æ3.5

2 ´ Æ3.5

2/3 L

CC1

2 ´ Æ3.5

2 ´ Æ3.5

BIJLAGE XII

Minimummaten van de vissen*

Soort Vis, ontdaan van kieuwen en ingewanden, met of zonder huid;

vers, gekoeld, bevroren of gezouten

In gehele staat Ontdaan van de kop Ontdaan van kop en staart Zonder kop en

overlangs doorgesneden

Kabeljauw 41 cm 27 cm 22 cm 27/25 cm**

Zwarte heilbot 30 cm - - -

Lange schol 25 cm 19 cm 15 cm -

Zandschar 25 cm 19 cm 15 cm -

  • Met betrekking tot de visgrootte dient voor kabeljauw te worden uitgegaan van de vorklengte, voor

andere soorten van de volledige lengte.

** Kleinere maat voor gezouten vis.

BIJLAGE XIII

Vangstregistratie (logboekgegevens)

IN HET LOGBOEK TE NOTEREN GEGEVENS

Gegevens Standaardcode

Naam van het vaartuig .....................................................................................01

Nationaliteit van het vaartuig ...........................................................................02

Registratienummer van het vaartuig ................................................................03

Haven van registratie .......................................................................................04

Gebruikte soorten vistuig (uitgesplitst naar de verschillende soorten vistuig) 10 Soort vistuig Datum - dag ......................................................................................................20

  • maand ................................................................................................21
  • jaar .....................................................................................................22

Positie - breedtegraad .....................................................................................31

  • lengtegraad .......................................................................................32
  • statistisch vak....................................................................................33

*

1Aantal trekken per 24 uur ..............................................................................40

*2Aantal uren dat per 24 uur met het vistuig is gevist ......................................41

Soortnamen (bijlage II) Dagelijkse vangst per soort (in ton levend gewicht) ........................................50

Dagelijkse vangst per soort voor menselijke consumptie ................................61

Dagelijkse vangst per soort voor verwerking tot vismeel.................................62

Dagelijkse vangst die per soort en per dag overboord is gezet.........................63

Plaats(en) van overlading .................................................................................70

Datum/data van overlading ...............................................................................71

Handtekening van de kapitein ..........................................................................80

Instructies:

Vistuigcodes

Vistuigcategorieën Standaardcode Vistuigcategorieën Standaard-

code

OMSLUITINGSNETTEN - KIEUWNETTEN EN WARNETTEN

Ringzegens met sluitlijn PS Geankerde kieuwnetten GNS

door één vaartuig bediend PS1 Drijfnetten GND

door twee vaartuigen bediend PS2

Ringzegens zonder sluitlijn (lampara) LA Omringende kieuwnetten GNC

Staande kieuwnetten (met palen) GNF -

ZEGENS Schakels GTR

Landzegens SB

Bootzegens SV Gecombineerde kieuwnetten en schakels GTN

Deense zegens SDN Kieuwnetten en warnetten (niet nader gespecificeerd) GEN

Schotse zegens SSC Kieuwnetten (niet nader gespecificeerd) GN

spanzegens SPR

Zegens (niet nader gespecificeerd) SX - VALLEN

Onbedekte kommen FPN -

TRAWLNETTEN - Onbedekte kommen FPN

garnalentrawls TMS Beuglijnen (niet nader gespecificeerd) LL

Pelagische trawls (niet nader gespecificeerd) TM Sleeplijnen LTL

Dubbele-bordentrawl OTT Haken en beuglijnen (niet nader LX

gespecificeerd) 3/

Ottertrawls (niet nader gespecificeerd) OT

Spannetten (niet nader gespecificeerd) PT - CONTACT- EN VERWONDINGSTUIG

Andere trawls (niet nader gespecificeerd) TX Harpoenen HAR -

KORREN - - VERZAMELMACHINES

Vanaf een schip bediende kor DRB Vispompen HMP

Handkor DRH Motordreggen HMD

Verzamelmachines (niet nader HMX

gespecificeerd) -

KRUISNETTEN

Draagbare kruisnetten LNP DIVERSE SOORTEN VISTUIG 4/ MIS

Vanaf een schip bediende kruisnetten LNB

Vanaf de oever bediende kruisnetten LNS VISTUIG VOOR RG

RECREATIEDOELEINDEN

Kruisnetten (niet nader gespecificeerd) LN

ONBEKEND OF NIET NADER NK

GESPECIFICEERD VISTUIG -

VALLENDE NETTEN

Codes van de vissersvaartuigen

A. Voornaamste vaartuigtypes

FAO-Vaartuigtype FAO-Vaartuigtype

code code

BO Beschermingsvaartuig NOX Vaartuig voor de kruisnetvisserij (n.e.g.)

CO Visserijopleidingsschip PO Vaartuig dat met vispompen vist

DB Vaartuig voor de korvisserij (niet-continu) SN Vaartuig dat met het Deens zegennet vist

DM Vaartuig voor de korvisserij (continu) SO Vaartuig voor de zegenvisserij

DO Vaartuig voor de boomkorvisserij SOX Vaartuig voor de zegenvisserij

(n.e.g.)

DOX

Vaartuig voor de korvisserij (n.e.g.) SP Vaartuig voor de ringzegenvisserij

FO Visvervoerschip SPE Vaartuig dat met een ringzegen van het Europese type vist

FX Vissersvaartuig (n.e.g.) SPT Vaartuig voor tonijnvisserij met de ringzegen

GO Vaartuig voor de kieuwnetvisserij TO Trawler

HOX Moederschip (n.e.g.) TOX Trawlers (n.e.g.)

HSF Fabrieksschip TS Zijtrawler

MSN Vaartuig voor de visserij met de zegen of de handlijn WOP Korvenvisser

MTG Vaartuig voor de trawl- en vleetvisserij WOX Vaartuig dat met fuiken of vallen vist (n.e.g.)

MTS Trawler-purse seiner ZO Visserijonderzoeksschip

NB Vaartuig dat met één enkel kruisnet vist DRN Vaartuig dat met drijvende beugen vist

NO Vaartuig dat met kruisnetten vist

n.e.g. = niet elders gespecificeerd

B. Voornaamste activiteiten van de vaartuigen

Alfacode Categorie

ANC Voor anker

DRI Visserij met drijfnetten

FIS Visserij

HAU Halen van de netten

PRO Be- en verwerking

BIJLAGE XIV

NAFO-gebied

Hieronder volgt een gedeeltelijke lijst met de bestanden die overeenkomstig artikel 30, lid 2, moeten worden gerapporteerd.

ANG/N3NO. Lophius americanus Amerikaanse zeeduivel

CAA/N3LMN. Anarhichas lupus Zeewolf

CAT/N3LMN. Anarhichas spp. Zeewolven (n.e.g.)

HAD/N3NO. Melanogrammus aeglefinus Schelvis

HAL/N23KL. Hippoglossus hippoglossus Heilbot

HAL/N3M. Hippoglossus hippoglossus Heilbot

HAL/N3NO. Hippoglossus hippoglossus Heilbot

HKR/N2J3KL Urophycis chuss Atlantische gaffelkabeljauw

HKR/N3MNO. Urophycis chuss Atlantische gaffelkabeljauw

HKS/N3NLMO Merlucius bilinearis Zilverheek

HKW/N2J3KL Urophycis tenuis Witte heek

RED/N3O. Sebastes spp. Roodbaarzen

RHG/N23. Macrourus berglax Noordelijke grenadiervis

BIJLAGE XV

Verbod op gerichte visserij in het CCAMLR-gebied

Doelsoort Zone Gesloten tijd

Notothenia rossii FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia Het hele jaar

Gewone vis, andere dan schaal- en schelpdieren FAO 48.1 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

FAO 48.2 Antarctische wateren(1)

Gobionotothen gibberifrons FAO 48.3 Het hele jaar

Chaenocephalus

aceratus

Pseudochaenichthys

georgianus

Lepidonotothen

squamifrons

Patagonotothen guntheri

Dissostichus spp FAO 48.5 Antarctische wateren 1.12.2003 tot en

met 30.11.2004

Dissostichus spp FAO 88.3 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

FAO 58.5.1 Antarctische wateren(1) (2)

FAO 58.5.2 Antarctische wateren ten oosten van 79°20'OL en buiten de EEZ ten westen van 79°20'OL

(1)

FAO 88.2 Antarctische wateren ten noorden van 65° ZB

(1)

BIJLAGE XVI

Vangst- en bijvangstbeperkingen voor nieuwe en experimentele visserijactiviteiten in het

CCAMLR-gebied in 2003-2004

Deelgebied Regio Seizoen SSRU Vangst-Bijvangstbeperking (ton)

beperking voor

Dissostichus Vleten en

spp. Macrour Andere soorten

roggen

(ton) us spp.

48.6 Ten noorden van 60°ZB

Ten zuiden van 60°ZB 1.3.2004 tot A 455 50 73 20

en met

31.8.2004

15.2.2004 tot All 455 50 73 20

en met

15.10.2004

88.1 Het hele deelgebied

1.12.2003 tot A (1)

(1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1)

(1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1) (1)

en met

31.8.2004 B

C 80 20

20

223

D

E 57 20

F

G

H 83 20

20 20 20 20 20

786 776 316 749 180

I

J

K

FINANCIEEL MEMORANDUM

1. BENAMING VAN DE MAATREGEL

Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

2. BEGROTINGSLIJN

Geen

3. RECHTSGRONDSLAG

Artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002

4. OMSCHRIJVING VAN DE MAATREGEL

4.1 Algemene doelstelling

  • voorziening van de Gemeenschapsmarkt;
  • verlaging van de visserij-inspanning in de Gemeenschapswateren;
  • vaststelling van de definitieve vangstquota voor Noorwegen in de wateren van Groenland voor de onderlinge afstemming van de wederzijdse toegang tot de visserij voor de Gemeenschap en Noorwegen voor 2004.

Op grond van artikel 8 van de Visserijovereenkomst tussen de EEG enerzijds en de regering van Denemarken en de plaatselijke regering van Groenland anderzijds, wordt een financiële compensatie betaald voor de vangstmogelijkheden die Groenland biedt. Deze overeenkomst bestaat al en omvat een eigen financieel memorandum.

7. FINANCIËLE GEVOLGEN

Het gewijzigde protocol heeft een looptijd van 1 januari 2004 tot en met 31 december 2006 en voorziet in de volgende jaarlijkse financiële bijdragen:

  • compensatie voor vangstmogelijkheden EUR 31,760,679
  • structurele hervorming van het visserijbeleid EUR 11,059,321

Totaal - - - - - EUR 42.820.000

De gewijzigde compensatie voor de vangstmogelijkheden is gebaseerd op verschillende nieuwe ontwikkelingen:

Er is "papieren vis" zoals kabeljauw, blauwe wijting, lodde en roodbaars in de

westelijke wateren en zeewolf, geëlimineerd.

Er zijn ruimere vangstmogelijkheden vastgesteld voor Atlantische heilbot (800 t),

zwarte heilbot in oostelijke wateren (4200 t) en het westelijke garnalenbestand (4000 t) op grond van wetenschappelijk advies;

Er is een quotum van 1000 ton ingevoerd voor sneeuwkrab op grond van

wetenschappelijk advies.

Er is een quotum van 2000 ton ingevoerd voor alle bijvangsten.

7.1 Berekeningswijze van de totale kosten van de maatregel (verhouding individuele en totale kosten)

Wat de financiële steun voor de structurele hervorming van het visserijbeleid van Groenland betreft, hebben de Groenlandse autoriteiten toegezegd voor eind 2003 een planning van de hervormingen over te leggen. Op basis hiervan kunnen de verdragsluitende partijen de tenuitvoerlegging van de indicatoren jaarlijks volgen.

9. ELEMENTEN VAN DE KOSTEN-BATENANALYSE

Overeenkomst met Groenland

In het licht van de economische en financiële analyse door de Commissie in mei 2003 hebben de quota met inachtneming van de wetenschappelijke adviezen de volgende wijzigingen

ondergaan:

  • Er is "papieren vis" zoals kabeljauw, blauwe wijting, lodde en roodbaars in de

westelijke wateren en zeewolf, geëlimineerd.

  • Er zijn extra vangstmogelijkheden bijgekomen in visserijtakken die voor de EU-vloot

van belang zijn: ruimere quota voor Atlantische heilbot (800 t), zwarte heilbot (4200 t) en het westelijke garnalenbestand (4000 t) op grond van wetenschappelijk advies.

  • Er is een quotum van 1000 ton ingevoerd voor sneeuwkrab op grond van

wetenschappelijk advies.

  • Er is een quotum van 2000 ton ingevoerd voor alle bijvangsten.
  • Zodra de verordening is goedgekeurd, maar niet vroeger dan 01.01.2005 worden

vergunningen ingevoerd voor alle visserijtakken, waarvan de kosten overeenkomen met 3% van de aanvoerprijs. De tarieven kunnen in onderlinge overeenstemming tussen beide partijen bij administratief besluit periodiek worden aangepast, steeds met inachtneming van de situatie van de markt en van de visbestanden. Dit is een volledig nieuw en essentieel element voor een degelijk beheer van de bestanden, voor het goed beheer van de financiële middelen van de Gemeenschap, voor de samenhang van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de toegezegde grotere participatie van de reders. De financiële bijdrage die voortvloeit uit de rechtstreekse betaling van vergunningsgelden door de reders zal op de compensatie van de Gemeenschap in mindering worden gebracht.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

3 dec
'03
COM(2003)746 - Vaststelling, voor 2004, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EG en, voor vaartuigen van de EG, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften


11 dec
'02
COM(2002)727 - Vaststelling, voor 2003, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EG en, voor vaartuigen van de EG, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften


5 dec
'02
COM(2002)688 - Wijziging van richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de regels inzake de plaats van levering van gas en elektriciteit


28 mei
'02
COM(2002)185 - Instandhouding en de duurzame exploitatie van de visserijhulpbronnen in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid


27 dec
'01
COM(2001)789 - Aanpassing van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegden die zijn vastgelegd in volgens de raadplegingsprocedure (gekwalificeerde meerderheid) goedgekeurde besluiten van de Raad


8 jun
'00
COM(2000)353 - Technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden


12 dec
'97
COM(1997)694 - Voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie


9 dec
'97
COM(1997)675 - Zevende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1866/86 houdende technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund


15 mei
'97
COM(1997)213 - Instandhoudings- en controlemaatregelen voor de visserij in de Antarctische wateren ter vervanging van Verordening 2113/96


8 apr
'97
COM(1997)139 - Technische maatregelen voor de instandhouding van de visbestanden in de Oostzee, de Belten en de Øresund -


 
 
publicatiedatum 05-12-2003
kenmerk 15388/03

Inhoud