Aan de door de Europese Gemeenschappen opgerichte organen te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2004 - Onwerp-aanbevelingen van de Raad - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 6 februari 2006 (22.02)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

5972/06 ADD 1

FIN 45 PE-L 9

NOTA I/A-PUNT - ADDENDUM 1 van

het Begrotingscomité

aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad

Betreft: Aan de door de Europese Gemeenschappen opgerichte organen te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2004

  • Onwerp-aanbevelingen van de Raad

Organen blz.

bijlage 1: Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk 2

bijlage 2: Europees Milieuagentschap 5

bijlage 3: Europese Stichting voor Opleiding 8

bijlage 4: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden 11

bijlage 5: Europees Agentschap voor maritieme veiligheid 14

BIJLAGE 1

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2062/94 van de Raad van 18 juli 1994 tot oprichting van een

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk 1, laatstelijk gewijzigd bij

Verordening (EG) nr. 1112/2005 van de Raad van 24 juni 2005 2, en met name op artikel 14, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Agentschap voor de veiligheid en

de gezondheid op het werk, hierna "het Agentschap" te noemen, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de

antwoorden van het Agentschap op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 6,6 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 5,6 miljoen euro (84 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

2,8 miljoen euro en een bedrag van 2,2 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Agentschap van

dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Agentschap kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 1

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

AGENTSCHAP TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar op alle

materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen

wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad verwacht dat er zo spoedig mogelijk gedetailleerde uitvoeringsvoorschriften bij het nieuwe

financieel reglement van het Agentschap alsmede procedures voor de interne controle op basis van

risicoanalyse zullen worden ingevoerd.

De Raad merkt tot zijn misnoegen op dat de in de uitvoeringsvoorschriften van het financieel

reglement bepaalde standaardtermijn voor raamovereenkomsten in vier gevallen is overschreden, en

dringt er bij het Agentschap op aan, dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen.

Het negatieve begrotingssaldo voor het begrotingsjaar 2003 is niet opgenomen in een gewijzigde

begroting voor het begrotingsjaar 2004; de Raad verwacht dat dit in de toekomst wel zal geschieden,

om de beginselen van begrotingseenheid en begrotingswaarachtigheid te eerbiedigen.

BIJLAGE 2

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de uitvoerend directeur

van het Europees Milieuagentschap

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Milieuagentschap

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1210/90 van de Raad van 7 mei 1990 inzake de oprichting van het

Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk 1, laatstelijk

gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1641/2003 van 22 juli 2003 2, en met name op artikel 13, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Milieuagentschap, hierna "het

Agentschap" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het

Agentschap voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van het Agentschap op de

opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 7,7 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 7,2 miljoen euro (93 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

8,2 miljoen euro en een bedrag van 0,5 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Agentschap van

dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de uitvoerend directeur van het Agentschap kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 2

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

AGENTSCHAP TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar op alle

materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen

wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad merkt op dat er nog steeds problemen zijn met de overgedragen kredieten. Hij roept het

Agentschap op, passende stappen te ondernemen om de uitvoering van de begroting te verbeteren

op het punt van de jaarperiodiciteit.

De Raad deelt de mening van de Rekenkamer dat met betrekking tot terugvorderbare belastingen

het boekhoudkundig voorzichtigheidsbeginsel moet worden toegepast, en verzoekt het Agentschap

en de Commissie verdere maatregelen te nemen om terugbetaling van alle in dit verband niet-

verschuldigd betaalde bedragen terug te vorderen.

________________________

BIJLAGE 3

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van de Europese Stichting voor Opleiding

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van de Europese Stichting voor Opleiding

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1360/90 van de Raad van 7 mei 1990 tot oprichting van een

Europese Stichting voor Opleiding 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1648/2003 van

de Raad van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 11, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van de Europese Stichting voor Opleiding, hierna

"de Stichting" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van de

Stichting voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van de Stichting op de

opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 2,0 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 1,7 miljoen euro (85 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

2,2 miljoen euro en een bedrag van 0,5 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van de Stichting van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van de Stichting kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 3

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN DE

STICHTING TE VERLENEN KWIJTING

De Raad neemt er nota van dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en

regelmatig zijn. Hij betreurt het evenwel dat de Rekenkamer geen algehele redelijke zekerheid heeft

kunnen verkrijgen dat de jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2004

afgesloten begrotingsjaar op alle materiële punten betrouwbaar is. Hieromtrent moet een aantal

opmerkingen worden gemaakt.

De Raad betreurt het opnieuw dat de Tempus-programma's die door de Stichting worden beheerd,

niet in de begroting van de Stichting zijn opgenomen, en dringt er bij de Stichting op aan, de

begrotingsbeginselen van eenheid en begrotingswaarachtigheid te eerbiedigen.

Voorts verzoekt de Raad de Stichting om de financiële informatie betreffende de Tempus-

programma's op passende wijze in zijn jaarrekening op te nemen.

De Raad roept de Stichting op, het saldo van een begrotingsjaar in de begroting op te nemen door

middel van een gewijzigde begroting, zoals verlangd door de Rekenkamer.

BIJLAGE 4

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1365/75 van de Raad van 26 mei 1975 betreffende de oprichting van

een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden 1, laatstelijk gewijzigd

bij Verordening (EG) nr. 1111/2005 van de Raad van 24 juni 2005 2, en met name op artikel 16, lid 11,

Na onderzoek van de winst- en verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van de Europese Stichting tot verbetering van de

levens- en arbeidsomstandigheden, hierna "de Stichting" genoemd, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de

antwoorden van de Stichting op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 3,149 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het

begrotingsjaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 3,115 miljoen euro (98,9 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

3,143 miljoen euro en een bedrag van 0,042 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van de Stichting van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van de Stichting kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 4

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN DE

STICHTING TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van de Stichting voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar op alle

materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen

wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad merkt op dat 37% van de naar het begrotingsjaar 2005 overgedragen kredieten, voornamelijk

betreffende contracten voor in 2005 uit te voeren studies, pas in december 2004 in de begroting zijn

opgenomen. Hij dringt er bij de Stichting op aan, de samenhang tussen het jaarlijkse werkprogramma

van de Stichting en haar begrotingsramingen te verbeteren.

Het negatieve begrotingssaldo voor het begrotingsjaar 2003 is niet opgenomen in een gewijzigde

begroting voor het begrotingsjaar 2004; de Raad verwacht dat dit in de toekomst wel zal geschieden,

om de beginselen van begrotingseenheid en begrotingswaarachtigheid te eerbiedigen.

BIJLAGE 5

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de uitvoerend directeur

van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002

tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid 1, gewijzigd bij Verordening

(EG) nr. 1644/2003 van 22 juli 2003 2, en met name op artikel 19, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Agentschap voor maritieme

veiligheid, hierna "het Agentschap" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de

jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van

het Agentschap op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 0,5 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 0,3 miljoen euro (60 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

2,9 miljoen euro en een bedrag van 6,1 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Agentschap van

dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de uitvoerend directeur van het Agentschap kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 5

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

AGENTSCHAP TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar

betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig

zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad roept het Agentschap op, de nodige maatregelen te nemen om een eind te maken aan

praktijken die niet in overeenstemming zijn met de begrotingsbeginselen van waarachtigheid en

jaarperiodiciteit, met name wat betreft de overdracht van kredieten die niet voldoende gemotiveerd

zijn.

Voorts verzoekt de Raad het Agentschap gevolg te geven aan de opmerkingen van de Rekenkamer

betreffende de versterking van het internecontrolesysteem om de geconstateerde tekortkomingen te

verhelpen.

BIJLAGE 6

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de administratief directeur

van Eurojust

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van Eurojust

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Besluit 2002/187/JBZ van de Raad van 28 februari 2002 betreffende de oprichting van

Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken 1, laatstelijk

gewijzigd bij Besluit 2003/659/JBZ van de Raad van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 36,

lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van Eurojust, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van Eurojust voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de

antwoorden van Eurojust op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 1,26 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het

begrotingsjaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 0,85 miljoen euro (67%) gebruikt.

De overdrachten van kredieten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

0,87 miljoen euro en een bedrag van 0,16 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van Eurojust van dien aard

is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de administratief directeur van Eurojust kwijting te verlenen

voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2004.

Bijlage bij BIJLAGE 6

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN EUROJUST

TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van Eurojust voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar betrouwbaar is

en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn. Niettemin

moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad neemt er nota van dat Eurojust het advies en de instemming van de Commissie afwacht

om zijn financieel reglement te kunnen aannemen. Hij verwacht dat het financieel reglement zo

spoedig mogelijk zal worden aangenomen en uitgevoerd.

De Raad betreurt het dat Eurojust bij de opneming van de voor de uitbreiding benodigde kredieten

geen gewijzigde begroting heeft voorgelegd, en daarmee de geldende bepalingen heeft overtreden,

en roept Eurojust op om in de toekomst de juiste procedures te volgen wanneer het zijn begroting

moet wijzigen.

De Raad wijst op de fundamentele aard van het beginsel van scheiding van de taken van de

ordonnateur en de rekenplichtige, en verheugt zich erover dat Eurojust een aanwervingsprocedure voor

BIJLAGE 7

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de uitvoerend directeur

van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van

28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levens-

middelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot

vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden 1, gewijzigd bij Verordening

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid,

hierna "de Autoriteit" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening

van de Autoriteit voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van de Autoriteit op de

opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 4,2 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 3,2 miljoen euro (76 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

5,7 miljoen euro en een bedrag van 8,5 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van de Autoriteit van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de uitvoerend directeur van de Autoriteit kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 7

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN DE

AUTORITEIT TE VERLENEN KWIJTING

De Raad neemt er nota van dat de Rekenkamer een verklaring van redelijke zekerheid heeft kunnen

afgeven over de betrouwbaarheid van de jaarrekening van de Autoriteit voor het begrotingsjaar dat

op 31 december 2004 is afgesloten. Hij betreurt het echter dat de Rekenkamer, wat betreft de

redelijke zekerheid inzake de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen

als geheel, bepaalde situaties in verband met de aanwerving van personeel en de gunning van

overeenkomsten heeft uitgesloten.

De Raad merkt op dat de Autoriteit, als een van de recentelijk opgerichte instanties, een overgangs-

periode heeft moeten doormaken en dat 2004 het tweede jaar is waarin het nieuwe financieel

reglement en de bijbehorende uitvoeringsvoorschriften van toepassing zijn. Hij roept de Autoriteit

op, actief te werken aan de uitvoering van de nodige maatregelen om de voorbehouden van de

Rekenkamer betreffende de aanwerving van personeel en openbare aanbestedingen te ondervangen.

Wat betreft de aanwerving van personeel deelt de Raad de bezorgdheid van de Rekenkamer over de

voor de selectie van de kandidaten gevolgde procedures, die incorrect of onvoldoende gemotiveerd

waren. Hij dringt er in dit verband bij de Autoriteit op aan, de nodige maatregelen te nemen om alle

door de Rekenkamer geconstateerde zwakke punten te verhelpen, en de transparantie van zijn

besluiten te verbeteren om de naleving van de vigerende voorschriften te waarborgen.

BIJLAGE 8

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad van 10 februari 1975 houdende oprichting van

een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding 1, laatstelijk gewijzigd bij

Verordening (EG) nr. 1655/2003 van de Raad van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 12 bis, lid 10,

Na onderzoek van de winst- en verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van

de beroepsopleiding, hierna "het Centrum" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer

over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van

het Centrum op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 4,3 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 3,8 miljoen euro (88 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen 1,3 miljoen euro

en een bedrag van 0,8 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Centrum van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Centrum kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 8

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

CENTRUM TE VERLENEN KWIJTING

De Raad neemt er nota van dat de Rekenkamer een verklaring van redelijke zekerheid heeft kunnen

afgeven over de betrouwbaarheid van de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar dat op

31 december 2004 is afgesloten. Hij betreurt het echter dat de Rekenkamer, wat betreft de redelijke

zekerheid inzake de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen als geheel, de

transacties betreffende de gunning van overeenkomsten heeft uitgesloten.

De Raad is ernstig bezorgd over de situatie met betrekking tot de procedures voor de gunning van

overeenkomsten en dringt er bij het Centrum op aan, er bij het kiezen van een dienstverlener op toe

te zien dat aan alle aanbestedingsspecificaties wordt voldaan, om gezond beheer en begrotings-

discipline te waarborgen en ongerechtvaardigde overbestedingen te voorkomen. Voorts roept hij het

Centrum met klem op, de mededingingsregels strikt toe te passen op alle overeenkomsten die op

basis van onderhandelingen worden gegund.

De Raad betreurt het dat het Centrum, toen het in 2004 verlies leed, geen gewijzigde begroting heeft

ingediend, en zodoende de geldende bepalingen heeft overtreden; hij roept het Centrum op, in de

toekomst steeds de juiste procedures te volgen wanneer het zijn begroting moet wijzigen.

BIJLAGE 9

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2965/94 van de Raad van 28 november 1994 tot oprichting van een

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)

nr. 1645/2003 van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 14, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening van het begrotingsjaar 2004 en van de financiële

balans van ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Vertaalbureau voor de organen

van de Europese Unie, hierna "het Vertaalbureau" genoemd, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van het Vertaalbureau voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld

van de antwoorden van het Vertaalbureau op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 1,2 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 1,1 miljoen euro (92 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

1,7 miljoen euro en een bedrag van 8,9 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Vertaalbureau van

dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Vertaalbureau kwijting te verlenen voor

Bijlage bij BIJLAGE 9

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

VERTAALBUREAU TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Vertaalbureau voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar

betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig

zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad onderschrijft de opmerkingen van de Rekenkamer betreffende de methode die is gebruikt

voor de schrapping van de voorziening die op de balans was opgenomen ter dekking van het

huurgeschil met de autoriteiten van het gastland.

De Raad vindt het bedrag aan geannuleerde kredieten voor het begrotingsjaar 2004 te hoog en

verzoekt het Vertaalbureau, de nodige maatregelen te nemen om dergelijke annuleringen in de

toekomst te voorkomen.

Het stelt de Raad teleur dat het conflict met de Commissie over de betaling van de werkgevers-

bijdragen voor de pensioenrechten van de personeelsleden van het Vertaalbureau nog steeds niet is

opgelost, en hij roept het Vertaalbureau op zich meer inspanningen te getroosten om tot een

BIJLAGE 10

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Geneesmiddelenbureau

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Geneesmiddelenbureau

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2309/93 van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire

procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor mense-

lijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelen-

beoordeling 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Geneesmiddelenbureau, hierna "het

Bureau" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het Bureau

voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de antwoorden van het Bureau op de opmerkingen van de

Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 16,1 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het

begrotingsjaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 15 miljoen euro (93 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

22,7 miljoen euro en een bedrag van 3,4 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Bureau van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Bureau kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 10

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

BUREAU TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Bureau voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar op alle

materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen

wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad deelt de opmerking van de Rekenkamer over het controle-adviescomité en roept het

Bureau op om het bestaan en de werkwijze daarvan, gelet op het permanente karakter ervan, te

regelen in de voorschriften inzake de interne organisatie van het Bureau.

De Raad deelt de mening van de Rekenkamer dat er een nieuwe oproep tot inschrijving moet

worden gedaan voor bankdiensten.

________________________

BIJLAGE 11

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1035/97 van de Raad van 2 juni 1997 houdende oprichting van een

Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat 1, gewijzigd bij Verordening

(EG) nr. 1652/2003 van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 12 bis, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Waarnemingscentrum voor racisme

en vreemdelingenhaat, hierna "het Waarnemingscentrum" te noemen, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van het Waarnemingscentrum, vergezeld van de antwoorden van

het Waarnemingscentrum op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 1,3 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 1,0 miljoen euro (81 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

0,9 miljoen euro en een bedrag van 1,8 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Waarnemings-

centrum van dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Waarnemingscentrum kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 11

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

WAARNEMINGSCENTRUM TE VERLENEN KWIJTING

De Raad neemt er nota van dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Waarnemingscentrum voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar

op alle materiële punten betrouwbaar is. Hij betreurt het echter dat de Rekenkamer geen redelijke

zekerheid heeft kunnen verkrijgen inzake de wettigheid en de regelmatigheid van de onderliggende

verrichtingen als geheel. Bovendien moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad dringt er bij het Waarnemingscentrum op aan, uitvoeringsvoorschriften inzake het beheer van

overheidsopdrachten toe te passen die in overeenstemming zijn met zijn financieel reglement.

De Raad betreurt andermaal, zoals reeds opgemerkt voor het begrotingsjaar 2003, de wijze waarop

overdrachten tot stand komen, en dringt er bij het Waarnemingscentrum op aan, de uitvoering van de

begroting te verbeteren, met inachtneming van het beginsel van de jaarperiodiciteit.

De Raad neemt er nota van dat het Waarnemingscentrum een risicoanalyse verricht om de juistheid

van zijn internecontrolenormen te beoordelen, en verzoekt het, de controlelijsten voor voorafgaande

verifiëring te verbeteren.

BIJLAGE 12

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 302/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot oprichting van een

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening

(EG) nr. 1651/2003 van de Raad van 18 juni 2003 2, en met name op artikel 11 bis, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs

en drugsverslaving, hierna "het Waarnemingscentrum" te noemen, alsmede van het verslag van de

Rekenkamer over de jaarrekening van het Waarnemingscentrum, vergezeld van de antwoorden van

het Waarnemingscentrum op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 2,0 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 1,8 miljoen euro (88 %) gebruikt.

De overdrachten van kredieten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

1,7 miljoen euro en een bedrag van 1,2 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Waarnemings-

centrum van dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Waarnemingscentrum kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 12

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

WAARNEMINGSCENTRUM TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Waarnemingscentrum voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotings-

jaar op alle materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel

genomen wettig en regelmatig zijn. Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad deelt de mening van de Rekenkamer dat er te veel kredietoverschrijvingen worden

verricht, en dringt er bij het Waarnemingscentrum op aan, alle nodige maatregelen te nemen om het

begrotingsbeginsel van specialiteit met de nodige discipline toe te passen.

De Raad is het eens met de Rekenkamer dat de internecontroleprocedures moeten worden versterkt

en dat de afstemming van de banksaldi en de boekhouding van het Waarnemingscentrum moet

worden vergemakkelijkt, om fouten in de te betalen bedragen te voorkomen.

________________________

BIJLAGE 13

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de uitvoerend directeur

van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1592/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2002

tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting

van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart 1, gewijzigd bij Verordening

(EG) nr. 1643/2003 van 22 juli 2003 2, en met name op artikel 49, lid 10,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Agentschap voor de veiligheid

van de luchtvaart, hierna "het Agentschap" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer

over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2004, vergezeld van de

antwoorden van het Agentschap op de opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 2,9 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het begrotings-

jaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 1,7 miljoen euro (59 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

1,4 miljoen euro en een bedrag van 3,5 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Agentschap van

dien aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de uitvoerend directeur van het Agentschap kwijting te

Bijlage bij BIJLAGE 13

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

BUREAU TE VERLENEN KWIJTING

Het verheugt de Raad dat de Rekenkamer redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen dat de

jaarrekening van het Agentschap voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar betrouw-

baar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen wettig en regelmatig zijn.

Niettemin moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad roept het Agentschap op, gevolg te geven aan de opmerkingen van de Rekenkamer

betreffende het begrotingsbeheer, met name wat betreft gewijzigde begrotingen, overschrijvingen

en de betaling van voorschotten buiten de begroting om, en volledige naleving van het begrotings-

beginsel van specialiteit.

Evenals vorig jaar roept de Raad het Agentschap op passende maatregelen te nemen ter verbetering

van zijn aanwervingsprocedures. Hij verwacht dat de zwakke punten zo snel mogelijk zullen

worden aangepakt.

Voorts verzoekt hij het Agentschap de internecontrolenormen uit te werken en een deugdelijke

risicoanalyse te verrichten.

BIJLAGE 14

Ontwerp-

AANBEVELING VAN DE RAAD

van

inzake de aan de directeur

van het Europees Bureau voor wederopbouw

te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting

van het Europees Bureau voor wederopbouw

voor het begrotingsjaar 2004

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2667/2000 van de Raad van 5 december 2000 betreffende het

Europees Bureau voor wederopbouw 1, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2068/2004 van

de Raad van 29 november 2004 2, en met name op artikel 8, lid 4,

Na onderzoek van de winst-en-verliesrekening over het begrotingsjaar 2004 en de balans van

ontvangsten en uitgaven per 31 december 2004 van het Europees Bureau voor wederopbouw, hierna

"het Bureau" te noemen, alsmede van het verslag van de Rekenkamer over de jaarrekening van het

Bureau voor het begrotingsjaar 2004,vergezeld van de antwoorden van het Bureau op de

opmerkingen van de Rekenkamer 1,

Overwegende hetgeen volgt:

Van de kredieten ten bedrage van 346,9 miljoen euro die van het begrotingsjaar 2003 naar het

begrotingsjaar 2004 zijn overgedragen, is een bedrag van 201,6 miljoen euro (58 %) gebruikt.

De overdrachten van het begrotingsjaar 2004 naar het begrotingsjaar 2005 bedragen

207,9 miljoen euro en een bedrag van 6,5 miljoen euro is geannuleerd.

De opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer betreffende het begrotingsjaar 2004 geven

aanleiding tot bepaalde opmerkingen van de Raad, die in de bijlage bij deze aanbeveling zijn

opgenomen; de Raad benadrukt eraan te hechten dat aan deze opmerkingen gevolg wordt gegeven.

Uit bovenbedoeld onderzoek is gebleken dat de uitvoering van de begroting van het Bureau van dien

aard is dat kwijting kan worden verleend voor de uitvoering van de begroting,

BEVEELT het Europees Parlement AAN de directeur van het Bureau kwijting te verlenen voor de

Bijlage bij BIJLAGE 14

OPMERKINGEN BIJ DE AANBEVELING VAN DE RAAD INZAKE DE AAN HET

BUREAU TE VERLENEN KWIJTING

De Raad betreurt het dat de Rekenkamer geen algehele redelijke zekerheid heeft kunnen verkrijgen

dat de jaarrekening van het Bureau voor het per 31 december 2004 afgesloten begrotingsjaar op alle

materiële punten betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen over het geheel genomen

wettig en regelmatig zijn. Hieromtrent moet een aantal opmerkingen worden gemaakt.

De Raad betreurt het ontbreken van doeltreffende procedures voor de interne controle van

langlopende vorderingen, waardoor er geen zekerheid is dat de verrichtingen in verband met

tegenwaardefondsen, creditregelingen en speciale fondsen integraal zijn geregistreerd, en dringt er

bij het Bureau op aan, de nodige maatregelen te nemen om dit te verhelpen.

De Raad is teleurgesteld over het voortbestaan van de anomalieën die invloed hadden op besluiten

tot plaatsing van opdrachten, die de Rekenkamer opnieuw signaleert, net als in zijn verslag van

2003. Hij wijst op het belang van formele inschrijvingsprocedures als waarborg voor de gelijkheid

in de behandeling van de inschrijvers, en verwacht van het Bureau dat het zijn procedures voor de

gunning van opdrachten zal blijven verbeteren om gevolg te geven aan de aanbevelingen van de

Rekenkamer.

De Raad neemt nota van de door de Rekenkamer gemaakte studie van de acties die waren

toevertrouwd aan de Missie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK) en verzoekt het Bureau

te zorgen voor de constante toepassing van een controletraject, met name in de gevallen waarin de

overeenkomsten rechtstreeks door UNMIK worden beheerd, in overeenstemming met de overeen-

komst tussen de Commissie en de Verenigde Naties.

De Raad neemt nota van de ernstige problemen die het Bureau heeft gehad met het afsluiten van de

acties in de gevallen waarin UNMIK optrad voor lokale overheidsdiensten, vooral door het

ontbreken van deugdelijke rekeningen met betrekking tot de projecten en voldoende motivering van

de uitgaven, en roept het Bureau op, meer aandacht te besteden aan een behoorlijke financiële

organisatie van de begunstigden om zijn verantwoordelijkheden ten volle te kunnen uitoefenen.

Ten slotte neemt de Raad nota van de opmerking van de Rekenkamer betreffende het ontbreken van

een standaardprocedure voor de behandeling van betalingsaanvragen en de afwezigheid van criteria

die aangeven welke bewijzen vereist zijn voordat een betaling kan worden gedaan, en hij verzoekt

het Bureau zich te blijven inspannen om dit te verhelpen.

________________________

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

13 mei
'05
COM(2005)190 - Wijziging van Verordening 2062/94 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk wat betreft de ambtstermijn van de directeur


13 mei
'05
COM(2005)190 - Wijziging van Verordening (EEG) nr. 1365/75 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, wat betreft de ambtstermijn van de directeur


28 jun
'04
COM(2004)451 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 2667/2000 betreffende het Europees Bureau voor wederopbouw


23 apr
'04
COM(2004)57 - Wijziging van Verordening 1365/75 betreffende de oprichting van een Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden


23 apr
'04
COM(2004)50 - Wijziging van Verordening 2062/94 tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk


17 jul
'02
COM(2002)406 - Wijziging van Verordening (EEG) nr. 1210/90 voor wat betreft de budgettaire en financiële voorschriften van toepassing op het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk en de toegang tot de documenten van dit Agentschap


17 jul
'02
COM(2002)406 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1360/90 voor wat betreft de budgettaire en financiële voorschriften van toepassing op de Europese Stichting voor Opleiding en de toegang tot de documenten van deze Stichting


17 jul
'02
COM(2002)406 - Wijziging van Besluit 2002/187/JBZ betreffende de oprichting van Eurojust teneinde de strijd tegen ernstige vormen van criminaliteit te versterken


17 jul
'02
COM(2002)406 - Wijziging van Verordening (EEG) nr. 337/75 voor wat betreft de budgettaire en financiële voorschriften van toepassing op het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding en de toegang tot de documenten van dit Centrum, alsmede tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1416/76


26 nov
'01
COM(2001)404 - Gemeenschappelijke procedures voor het verlenen van vergunningen, het toezicht en de geneesmiddelenbewaking met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling


 
 
publicatiedatum 06-02-2006
kenmerk 5972/06 ADD 1

Inhoud