RAAD VANBrussel, 17 november 2006 (23.11)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
15382/06
Interinstitutioneel Dossier:
2006/0021 (CNS)
FISC 139
NOTA
van:
het voorzitterschap
aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers/de Raad
Betreft: Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die door uit derde landen komende reizigers worden ingevoerd
In vervolg op de zitting van de Raad ECOFIN van 7 november, presenteert het voorzitterschap het
aangehechte nieuwe compromisvoorstel met de volgende kernelementen:
· twee alternatieven voor artikel 7 voor de definitie van de maximale totale waarde van de
vrijgestelde invoer door uit derde landen komende reizigers, te weten:
BIJLAGE
Voorstel voor een
RICHTLIJN VAN DE RAAD
betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen
die door uit derde landen komende reizigers worden ingevoerd
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name op artikel 93,
Gezien het voorstel van de Commissie1,
Gezien het advies van het Europees Parlement,2
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité3,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij Richtlijn 69/169/EEG van de Raad van 28 mei 1969 inzake de harmonisatie van de
wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen met betrekking tot de vrijstellingen van omzet-
belastingen en accijnzen die bij invoer worden geheven in het internationale reizigers-
verkeer 4 is een communautaire regeling van belastingvrijstellingen vastgesteld. Ofschoon
(2) Gelet op het aantal vereiste wijzigingen alsmede op het feit dat de richtlijn moet worden
aangepast om rekening te houden met de uitbreiding en de nieuwe buitengrenzen van de
Gemeenschap, en op de noodzaak enkele bepalingen ter wille van de duidelijkheid anders te
ordenen en te vereenvoudigen, is het gerechtvaardigd Richtlijn 69/169/EEG volledig te her-
zien en te vervangen.
(3) De kwantitatieve beperkingen en de drempelbedragen waaraan de vrijstellingen onder-
worpen zijn, moeten aan de huidige behoeften van de lidstaten voldoen.
(4) In de drempelbedragen moet rekening worden gehouden met de reële waarde van het geld
ten opzichte van de laatste verhoging in 1994; tevens dienen deze een afspiegeling te zijn
van de afschaffing van de kwantitatieve beperkingen voor goederen die in sommige lidstaten
aan accijnzen onderworpen zijn en die nu zullen vallen onder de algemene drempel inzake
BTW.
(5) Volgens de ervaring van de Commissie zijn de hoeveelheden voor tabaksproducten en
alcoholhoudende dranken in het algemeen passend gebleken en zij moeten daarom worden
gehandhaafd.
(6) De kwantitatieve beperkingen voor de vrijstelling van accijnsgoederen moeten de thans in
de lidstaten geldende regeling inzake de belasting van dergelijke goederen weergeven.
Derhalve dient een beperking te worden ingevoerd voor bier en dienen de beperkingen voor
parfum, koffie en thee te worden afgeschaft.
(8) Daar ten behoeve van de burgers van de Gemeenschap naar een hoog niveau van
bescherming van de menselijke gezondheid moet worden gestreefd, dient de lidstaten te
worden toegestaan voor de vrijstelling van tabaksproducten verlaagde kwantitatieve
beperkingen te hanteren.
(9) Teneinde rekening te houden met de bijzondere situatie van sommige mensen met betrek-
king tot hun woonplaats of werkomgeving, moeten de lidstaten strengere vrijstellingen
kunnen toepassen in het geval van grensarbeiders, personen die hun verblijfplaats bij de
Gemeenschapsgrens hebben, en personeel van in het internationale verkeer gebruikte
vervoermiddelen.
(10) Voor lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, dient een mechanisme te worden inge-
voerd om in de nationale munteenheid uitgedrukte bedragen om te zetten in euro's en aldus
in alle lidstaten een gelijke behandeling te garanderen.
(11) Het bedrag waarvoor de lidstaten vrij zijn geen belasting bij de invoer van goederen te
heffen, dient te worden verhoogd om rekening te houden met de actuele monetaire waarden.
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Hoofdstuk I
ONDERWERP EN DEFINITIES
Artikel 1
Deze richtlijn stelt de regels vast met betrekking tot de vrijstelling van belasting over de toege-
voegde waarde (BTW) en accijnzen voor goederen die worden ingevoerd in de persoonlijke bagage
van reizigers die komen uit een derde land of van een grondgebied [...] waar de communautaire
regels inzake hetzij BTW, hetzij accijnzen, hetzij beide, als omschreven in artikel 3, niet van
toepassing zijn.
Artikel 2
Wanneer een reis over het grondgebied van een derde land loopt of een van de in artikel 1 bedoelde
grondgebieden als vertrekpunt heeft, is deze richtlijn van toepassing indien de reiziger niet kan
aantonen dat de in zijn bagage meegevoerde goederen zijn verkregen onder een voor de binnen-
landse markt van een lidstaat geldende algemene belastingregeling, en dat zij niet voor teruggaaf
Artikel 3
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
(1) "derde land": elk land dat geen lidstaat van de Europese Unie is [...];
Gelet op de fiscale overeenkomst tussen Frankrijk en het Prinsdom Monaco van
18 mei 1963 en de Convenzione di amicizia e buon vicinato (Verdrag van vriendschap
en goede nabuurschap) tussen Italië en de Republiek San Marino van 31 maart 1939,
worden Monaco en San Marino vanuit een oogpunt van accijnzen niet als derde land
beschouwd.
(2) "grondgebied [...] waar de communautaire regels inzake hetzij BTW, hetzij accijnzen,
hetzij beide niet van toepassing zijn": elk grondgebied, niet zijnde een grondgebied van
een derde land, [...] waar hetzij Richtlijn 77/388/EEG, hetzij Richtlijn 92/12/EEG, hetzij
beide, niet van toepassing zijn;
Gelet op de Agreement between the Governments of the United Kingdom and the Isle
of Man on Customs and Excise and associated matters (Overeenkomst tussen de
regeringen van het Verenigd Koninkrijk en het eiland Man over douane en accijnzen
en daarmee verband houdende zaken) van 15 oktober 1979, wordt het eiland Man
niet beschouwd als een grondgebied waar de communautaire regels inzake hetzij
BTW, hetzij accijnzen, hetzij beide, niet van toepassing zijn.
(5) "grensgebied": een gebied dat zich in rechte lijn niet verder dan 15 kilometer vanaf de
grens van een lidstaat uitstrekt, en dat de gemeenten die slechts gedeeltelijk binnen dat
gebied vallen, in hun geheel omvat; de lidstaten mogen hierop uitzonderingen toestaan;
(6) "grensarbeider": ieder die zich voor zijn gewone werkzaamheden op zijn werkdagen naar
de andere zijde van de grens dient te begeven.
Hoofdstuk II
VRIJSTELLINGEN
AFDELING 1
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 4
De lidstaten verlenen, in de vorm van drempelbedragen of kwantitatieve beperkingen, vrijstelling
van BTW en accijnzen voor in de persoonlijke bagage van reizigers ingevoerde goederen, mits de
invoer geen handelskarakter heeft.
Artikel 5
Voor de toepassing van de vrijstellingen wordt onder persoonlijke bagage verstaan alle bagage die
de reiziger bij zijn aankomst bij de douane kan aangeven, alsmede de bagage die hij later bij die
douane aangeeft, mits hij kan bewijzen dat deze bij zijn vertrek als begeleide bagage is inge-
schreven bij de maatschappij die zijn vervoer heeft verzorgd. Andere dan de in artikel 11 genoemde
brandstof wordt niet beschouwd als persoonlijke bagage.
Artikel 6
Voor de toepassing van de vrijstellingen wordt onder invoer die geen handelskarakter heeft, ver-
AFDELING 2
DREMPELBEDRAGEN
Artikel 7
OPTIE A
-
1.De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van andere dan de
in afdeling 3 bedoelde goederen waarvan de totale waarde niet meer dan 350 EUR per
persoon bedraagt.
-
2.De lidstaten mogen het drempelbedrag verlagen voor reizigers jonger dan vijftien jaar. Het
drempelbedrag mag evenwel niet lager zijn dan 175 EUR.
-
3.Voor de toepassing van de drempelbedragen mag de waarde van een afzonderlijk goed niet
worden gesplitst.
-
4.De waarde van de persoonlijke bagage van een reiziger die tijdelijk wordt ingevoerd of na
tijdelijke uitvoer wordt wederingevoerd, alsook de waarde van de voor persoonlijk gebruik
van de reiziger benodigde geneesmiddelen worden buiten beschouwing gelaten bij de toe-
passing van de in de leden 1 en 2 genoemde vrijstellingen.
OPTIE B
-
1.De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van andere dan de
in afdeling 3 bedoelde goederen waarvan de totale waarde niet meer dan 300 EUR per
persoon bedraagt.
In het geval van luchtreizigers, is het in de eerste alinea genoemde drempelbedrag
500 EUR.
(Of:
In het geval van luchtreizigers, kunnen de lidstaten het in de eerste alinea genoemde drempelbedrag verhogen tot 500 EUR.
-
2.De lidstaten mogen het drempelbedrag verlagen voor reizigers jonger dan vijftien jaar,
ongeacht hun vervoermiddel. Het drempelbedrag mag evenwel niet lager zijn dan
150 EUR.
-
3.Voor de toepassing van de drempelbedragen mag de waarde van een afzonderlijk goed niet
worden gesplitst.
-
4.De waarde van de persoonlijke bagage van een reiziger die tijdelijk wordt ingevoerd of na
tijdelijke uitvoer wordt wederingevoerd, alsook de waarde van de voor persoonlijk gebruik
van de reiziger benodigde geneesmiddelen worden buiten beschouwing gelaten bij de toe-
passing van de in de leden 1 en 2 genoemde vrijstellingen.
AFDELING 3
KWANTITATIEVE BEPERKINGEN
Artikel 8
-
1.De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van de volgende
tabaksproducten, met inachtneming van de volgende hoogste dan wel laagste kwantitatieve
beperkingen:
-
a)200 sigaretten of 40 sigaretten;
-
b)100 cigarillo's of 20 cigarillo's;
-
c)50 sigaren of 10 sigaren;
-
d)250 gram rooktabak of 50 gram rooktabak.
Elke onder a) tot en met d) genoemde hoeveelheid vertegenwoordigt, voor de toepassing
van lid 3, 100% van de totale vrijstelling voor tabaksproducten.
Cigarillo's zijn sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram wegen.
-
2.De lidstaten mogen een onderscheid maken tussen luchtreizigers en andere reizigers
door de in lid 1 genoemde laagste kwantitatieve beperkingen alleen toe te passen op
Artikel 9
-
1.De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor de invoer van alcohol en
alcoholhoudende dranken, andere dan niet-mousserende wijnen en bier, met inachtneming
van de volgende kwantitatieve beperkingen:
-
a)in totaal 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer
dan 22% vol. of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol. en hoger;
-
b)in totaal 2 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van
maximaal 22% vol.
Elke onder a) en b) genoemde hoeveelheid vertegenwoordigt voor de toepassing van lid 2,
100% van de totale vrijstelling voor alcohol en alcoholhoudende dranken.
-
2.Voor iedere reiziger mag de vrijstelling worden toegepast voor alle combinaties van de in
lid 1 bedoelde soorten alcohol en alcoholhoudende dranken, mits de som van de van de
afzonderlijke vrijstellingen gebruikte percentages niet meer dan 100% bedraagt.
-
3.De lidstaten verlenen vrijstelling van BTW en accijnzen voor een maximale hoeveelheid
van 4 liter niet-mousserende wijnen en 16 liter bier.
Hoofdstuk III
BIJZONDERE GEVALLEN
Artikel 13
-
1.De lidstaten mogen de drempelbedragen of de kwantitatieve beperkingen of beide verlagen
in het geval van reizigers die tot de volgende categorieën behoren:
-
a)personen die in het grensgebied hun verblijfplaats hebben;
-
b)grensarbeiders;
-
c)het personeel van een vervoermiddel voor reizen uit een derde land of een grond-
gebied [...] waar de communautaire regels hetzij inzake BTW, hetzij inzake
accijnzen, hetzij beide, niet van toepassing zijn.
-
2.Lid 1 is niet van toepassing wanneer een reiziger die tot één van de in dat lid genoemde
categorieën behoort, het bewijs levert dat hij verder reist dan naar het grensgebied van de
lidstaat of dat hij niet terugkeert uit het grensgebied van het aangrenzende derde land.
Lid 1 is echter van toepassing wanneer grensarbeiders of het personeel van de in het inter-
nationale verkeer gebruikte vervoermiddelen goederen invoeren ter gelegenheid van een
verplaatsing in het kader van hun beroepsbezigheden.
Hoofdstuk IV
ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 14
De lidstaten mogen besluiten de BTW of de accijnzen niet te heffen bij de invoer van goederen door
een reiziger wanneer het belastingbedrag dat zou moeten worden geheven, gelijk is aan of lager is
dan 10 EUR.
Artikel 15
-
1.De voor de toepassing van deze richtlijn in aanmerking te nemen tegenwaarde van de euro
in de nationale munteenheid wordt eenmaal per jaar vastgesteld. De toe te passen koersen
zijn die van de eerste werkdag van oktober. Deze worden bekendgemaakt in het
Publicatieblad van de Europese Unie en worden met ingang van 1 januari van het daarop-
volgende jaar toegepast.
-
2.De lidstaten mogen de bedragen in nationale munteenheid, voortvloeiende uit de om-
rekening van de in artikel 7 vastgestelde bedragen in euro, afronden met ten hoogste
5 EUR.
-
3.De lidstaten mogen de drempelbedragen die op het tijdstip van de in lid 1 bedoelde jaar-
lijkse aanpassing van toepassing zijn, onveranderd laten indien de omrekening van de
Artikel 15 bis
Voor het eerst in 2012 en daarna om de vier jaar legt de Commissie de Raad een verslag voor over
de uitvoering van deze richtlijn, eventueel vergezeld van een voorstel tot wijziging.
Artikel 16
Richtlijn 69/169/EEG wordt vervangen door de onderhavige richtlijn.
Verwijzingen naar de vervangen richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en
worden gelezen volgens de in de bijlage opgenomen concordantietabel.
Artikel 17
-
1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden
om met ingang van [...] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van
die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen
die bepalingen en deze richtlijn.
Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de
officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze ver-
wijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
-
2.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht
mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 18
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 19
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, op
Voor de Raad
BIJLAGE
CONCORDANTIETABEL
Richtlijn 69/169/EEG Deze richtlijn
Artikel 1, lid 1 Artikel 7, lid 1
Artikel 1, lid 2 Artikel 7, lid 2
Artikel 1, lid 3 Artikel 7, lid 3
Artikel 2 --
Artikel 3, punt 1 Artikel 7, lid 4
Artikel 3, punt 2 Artikel 6
Artikel 3, punt 3, eerste alinea Artikel 5
Artikel 3, punt 3, tweede alinea Artikelen 5 en 11
Artikel 4, lid 1, aanhef Artikel 8, lid 1, aanhef, artikel 9, lid 1, aanhef
Artikel 4, lid 1, tweede kolom --
Artikel 4, lid 1, onder a), eerste kolom Artikel 8, lid 1
Artikel 4, lid 1, onder b), eerste kolom Artikel 9, lid 1
Artikel 4, lid 1, onder c), d) en e), eerste --
kolom
artikel 4, lid 2, eerste alinea Artikel 10
Artikel 4, lid 2, tweede alinea --
Artikel 4, lid 3 Artikel 12
Artikel 5, lid 5 --
Artikel 5, lid 6, aanhef, eerste streepje Artikel 3, lid 5
Artikel 5, lid 6, aanhef, tweede streepje Artikel 3, lid 6
Artikel 5, lid 7 --
Artikel 5, lid 8 --
Artikel 5, lid 9 --
Artikel 7, lid 1 --
Artikel 7, lid 2 Artikel 15, lid 1
Artikel 7, lid 3 Artikel 15, lid 2
Artikel 7, lid 4 Artikel 15, lid 3
Artikel 7, lid 5 --
Artikel 7 bis, lid 1 --
Artikel 7 bis, lid 2 Artikel 14
Artikel 7 ter --
Artikel 7 quater --
Artikel 7 quinquies --
Artikel 8, lid 1 Artikel 17, lid 1, eerste alinea
Artikel 8, lid 2, eerste alinea Artikel 17, lid 1, eerste alinea
Artikel 8, lid 2, tweede alinea --
Artikel 9 Artikel 19
BIJLAGE II
Verklaring voor de notulen
De Raad zal trachten ervoor te zorgen dat de bepalingen van deze richtlijn op hetzelfde tijdstip in
werking treden als de parallelle douanebepalingen.
_________________
| publicatiedatum | 17-11-2006 |
|---|---|
| kenmerk | 15382/06 |
