Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 28 november 2007 (04.12)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

15874/07

PECHE 356

VOORSTEL

van:

de Europese Commissie

d.d.: 28 november 2007

Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangst- beperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger, is toegezonden.

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 28.11.2007 COM(2007) 759 definitief

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van

de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot

vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

  • 1) 
    ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

·

··· Motivering en doel van het voorstel

De jaarlijkse verordening voor de vaststelling van de vangstmogelijkheden is het belangrijkste instandhoudingsinstrument in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Deze verordening bevat beperkingen van de vangsten en van de visserijinspanning in verband met herstelplannen en langetermijnplannen, en bevat eveneens tijdelijke maatregelen en afwijkingen van andere wetgeving (zoals de verordening inzake technische maatregelen en de verordening inzake beperking van de visserijinspanning voor diepzeesoorten, enz.).

In Mededeling COM(2007) 295 definitief wordt de achtergrond van het voorstel geschetst. Voor veel visbestanden is geadviseerd de vangst stil te leggen of tot een zo laag mogelijk niveau te beperken. Veel bestanden bevinden zich buiten biologisch veilige grenzen. Ondanks de in het kader van het GVB opgelegde instandhoudingsmaatregelen neemt het aantal bestanden in deze kwetsbare categorieën niet af. Die analyse bevestigt dat versterkte instandhoudingsmaatregelen ten aanzien van de geëxploiteerde visbestanden dringend noodzakelijk zijn.

Uit het advies van de ICES en het WTECV voor 2008 komt eens te meer naar voren dat de toestand van een groot aantal visbestanden in de wateren van de Gemeenschap deplorabel is. Bij de exploitatie van de meeste bestanden wordt het maximale potentiële opbrengstniveau overschreden. Voor talrijke bestanden ligt de bevissingsgraad boven het voorzorgsniveau - bij een aantal van de belangrijkste bestanden, waaronder de meeste kabeljauwbestanden, zelfs in die mate dat ze een zeer groot risico lopen zich niet meer te kunnen voortplanten.

Krachtens Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad dient de Commissie jaarlijks de vangst- en inspanningsbeperkingen vast te stellen die ervoor moeten zorgen dat de visserij in de Gemeenschap vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt verantwoord verloopt.

Slaagt men er niet in de vangsten en de visserijinspanningen onder controle te houden, dan zullen de visbestanden onherroepelijk verder uitgeput geraken. Een verdere uitputting van de bestanden staat haaks op het streven van de Gemeenschap om met het gemeenschappelijk visserijbeleid de communautaire visserij duurzaam te maken.

·

··· Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

De bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied verlopen op 31 december 2006.

·

··· Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de EU

De voorgestelde maatregelen zijn opgesteld overeenkomstig de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en zijn in overeenstemming met het beleid van de Gemeenschap inzake duurzame ontwikkeling.

  • 2) 
    RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING

·

··· Raadpleging van belanghebbende partijen

Wijze van raadpleging, belangrijkste geraadpleegde sectoren en algemeen profiel van

de respondenten

Bij het opstellen van het voorstel is rekening gehouden met het overleg dat heeft plaatsgevonden met de regionale adviesraden, met het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (het RCVA is samengesteld uit vertegenwoordigers van de beroepsorganisaties van de producenten, de verwerkende industrie en de handel in visserij- en aquacultuurproducten, en van niet-beroepsorganisaties die consumenten-, milieu- en ontwikkelingsbelangen behartigen) en met het Comité voor de visserij en de aquacultuur. Basis voor het overleg was de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), waarin de beginselen van het zogenoemde "front-loadingproces" (vroegtijdige consultatie) zijn uiteengezet, en de Mededeling van de Commissie aan de Raad "Vangstmogelijkheden voor 2008" (COM(2007) 295 definitief), waarin de Commissie in afwachting van het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2008 haar visie en voornemens met betrekking tot de TAC- en quotavoorstellen toelicht.

·

··· Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Betrokken wetenschaps- en kennisgebieden

Biologie en economie in de visserijsector.

Gebruikte instrumenten

Raadpleging van een onafhankelijke, internationale wetenschappelijke instantie (ICES)

en organisatie van de plenaire vergadering van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV).

Belangrijkste geraadpleegde organisaties en deskundigen

  • Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES), oktober 2007.
  • Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV), november 2007.

Ontvangen en gebruikte adviezen

Er is gewezen op het bestaan van mogelijk ernstige risico's met onomkeerbare gevolgen. Dat dergelijke risico's bestaan, wordt door niemand in twijfel getrokken.

Het ICES-advies wordt door het WTECV bevestigd en in sommige gevallen verder uitgewerkt.

Wijze waarop het deskundigenadvies beschikbaar is gemaakt voor het publiek

Alle rapporten van het WTECV worden, na de officiële vaststelling ervan door de Commissie, ter beschikking gesteld op de website van DG FISH.

·

··· Effectbeoordeling

  • 3) 
    JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL

·

··· Samenvatting van de voorgestelde maatregel

Om de met het GVB beoogde totstandbrenging van een biologisch, economisch en sociaal duurzame visserij te verwezenlijken, wordt in dit voorstel vastgesteld welke vangst- en inspanningsbeperkingen gelden voor de visserij in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, voor de visserij in internationale wateren.

·

··· Rechtsgrondslag

Artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

·

··· Subsidiariteitsbeginsel

Het voorstel betreft een terrein dat onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap valt. Het subsidiariteitsbeginsel is derhalve niet van toepassing.

·

··· Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is om de onderstaande reden in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Het GVB is een gemeenschappelijk beleid en moet derhalve krachtens verordeningen van de Raad ten uitvoer worden gelegd.

Krachtens de betrokken verordening van de Raad worden vangstmogelijkheden aan de lidstaten toegewezen. De lidstaten mogen deze mogelijkheden zelf tussen de regio's of de marktdeelnemers verdelen en beschikken dus over een ruime mate van vrijheid wanneer ze moeten beslissen aan de hand van welk sociaal/economisch model de aan hen toegewezen vangstmogelijkheden zullen worden geëxploiteerd.

  • 4) 
    GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Gemeenschap.

  • 5) 
    AANVULLENDE INFORMATIE

·

··· Vereenvoudiging

Het voorstel voorziet in vereenvoudiging van administratieve procedures voor overheidsinstanties (EU of nationaal), met name wat betreft de gegevensoverdracht inzake de toepassing van het beheer van de visserijinspanning.

·

··· Evaluatie-/herzienings-/uitdovingsclausule

Dit voorstel betreft een jaarlijkse verordening voor het jaar 2008 en bevat derhalve geen herzieningsclausule.

·

··· Het voorstel nader bekeken

Het voorstel is wat de vangstbeperkingen en het beheer van de visserijinspanning betreft in overeenstemming met de beginselen van het zogenoemde "front- loadingproces" (vroegtijdige consultatie), zoals uiteengezet in de Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement "Verbetering van de raadpleging inzake het communautaire visserijbeheer" (COM(2006) 246 definitief), en in de Mededeling van de Commissie aan de Raad "Vangstmogelijkheden voor 2008"

(COM(2007) 295 definitief), waarin de Commissie in afwachting van het wetenschappelijk advies over de visstand voor 2008 haar visie en voornemens met betrekking tot de TAC- en quotavoorstellen toelicht. Conform het front-loadingproces is in de loop van het jaar overleg gepleegd met de belanghebbenden en met de lidstaten.

van een dergelijk alternatief systeem werd door de lidstaten over het algemeen goed ontvangen, maar alle betrokken lidstaten waren het erover eens dat vaker diepgaande besprekingen moeten worden gevoerd en dat meer tijd nodig is om de nationale administratieve procedures aan te passen aan de eisen van een op kilowattdagen gebaseerd inspanningsbeheerssysteem. Daarom is unaniem voorgesteld een dergelijke nieuwe regeling tot 2009 uit te stellen. Het huidige in de bijlage IIA, B en C vervatte, op zeedagen gebaseerde inspanningsbeheerssysteem wordt derhalve in 2008 gehandhaafd, waarbij de intentie wordt uitgesproken de discussie over op kilowattdagen gebaseerde inspanningsbeheersing in 2008 voort te zetten met het oog op de invoering van een dergelijk systeem in 2009.

In het voorstel zijn vangstbeperkingen geïntegreerd die door bepaalde regionale visserijorganisaties zijn overeengekomen. De vangstbeperkingen en andere aanbevelingen van de ICCAT (de Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) gelden onder voorbehoud van de uitkomst van de jaarlijkse vergadering van deze organisatie in november 2007. In afwachting van de resultaten van het overleg in november en december 2007 zijn er nog geen TAC's beschikbaar voor bestanden in de wateren van Groenland en voor met Noorwegen gedeelde bestanden. Deze TAC's krijgen de vermelding pro memorie (pm).

Er zij op gewezen dat in bijlage II die betrekking heeft op de visserijinspanning die door vaartuigen mag worden uitgeoefend met het oog op het herstel van sommige bestanden, waaronder kabeljauw het maximumaantal dagen dat een vaartuig in een bepaald gebied mag doorbrengen eveneens van de vermelding "pm" is voorzien, omdat de Commissie de gegevens van het WTECV over de toepassing van bijlage II in 2007 nog aan het analyseren is. Ook de gebruikte methodologie voor de vaststelling van de definitieve visserijinspanning voor de visserij op zandspiering in de zones IIIa en IV van de EG-wateren wordt momenteel nog nader bekeken.

Voor het beheer van de inspanning op diepzeebestanden keurde de Raad in december 2006 een vermindering van de inspanning met 10% ten opzichte van de niveaus van 2005 goed. De Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) heeft evenwel een verlaging met 30% gevraagd. Gezien de internationale verplichtingen van de Gemeenschap en het herhaaldelijke advies van de ICES om bestanden te beschermen die vanwege hun extreem lage voortplantingsniveau uitermate kwetsbaar zijn en dringend bescherming nodig hebben, is een aanvullende verlaging met 10% van hetzelfde referentieniveau noodzakelijk.

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en

groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van

de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot

vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid

1, en met name op artikel 20,

Gelet op Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota

2, en met name op

artikel 2,

Gelet op Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden

3, en met name op de artikelen 6 en

8,

Gelet op Verordening (EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand

4, en met name op artikel 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen

Gelet op Verordening (EG) nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal

7, en

met name op de artikelen 3 en 5,

Gelet op Verordening (EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee

8, en met

name op de artikelen 6 en 9,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad, met inachtneming van de beschikbare wetenschappelijke adviezen en met name van het verslag van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de Visserij (WTECV), maatregelen vaststellen waarbij de toegang tot wateren en hulpbronnen en de duurzame uitoefening van visserijactiviteiten worden geregeld.

(2) Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet de Raad de totaal toegestane vangsten (TAC's) vaststellen per visserijtak of groep van visserijtakken. De vangstmogelijkheden moeten over de lidstaten en derde landen worden verdeeld overeenkomstig artikel 20 van die verordening.

(3) Voor een efficiënt beheer van deze TAC's en quota moeten bijzondere voorschriften voor de uitoefening van de betrokken visserij worden vastgesteld.

(4) De beginselen van en bepaalde procedures voor het visserijbeheer moeten door de Gemeenschap worden vastgelegd om de lidstaten in staat te stellen de onder hun vlag varende vissersvaartuigen te beheren.

(5) In artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 zijn definities vastgesteld die relevant zijn voor de toewijzing van de vangstmogelijkheden.

(6) Bij de benutting van de vangstmogelijkheden moet worden voldaan aan de Gemeenschapswetgeving op dit gebied, en met name aan Verordening (EEG) nr. 2807/83 van de Commissie van 22 september 1983 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de registratie van gegevens over de visvangst van de lidstaten

het noordwestelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen12, Verordening (EEG)

nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid

13, Verordening (EG) nr. 1627/94 van de

Raad van 27 juni 1994 tot vaststelling van algemene bepalingen inzake speciale visdocumenten

14, Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van 30 maart 1998 voor

de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen

15, Verordening (EG) nr.

1434/98 van de Raad van 29 juni 1998 tot vaststelling van de voorwaarden waarop haring mag worden aangevoerd voor andere industriële doeleinden dan rechtstreekse menselijke consumptie

16, Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad van 16

december 2002 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de toegang tot diepzeebestanden en bij de visserij daarop in acht te nemen voorschriften

17,

Verordening (EG) nr. 1954/2003 van de Raad van 4 november 2003 betreffende het beheer van de visserijinspanning voor bepaalde vangstgebieden en visbestanden van de Gemeenschap

18, Verordening (EG) nr. 2244/2003 van de Commissie van 18

december 2003 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake satellietvolgsystemen (VMS)

19, Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot

vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden20, Verordening

(EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren

21, Verordening

(EG) nr. 811/2004 van de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor het noordelijke heekbestand

22, Verordening (EG)

nr. 2115/2005 van de Raad van 20 december 2005 tot vaststelling van een herstelplan voor zwarte heilbot in het kader van de visserijorganisatie in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan

23, Verordening (EG) nr. 2166/2005 van de Raad van 20

december 2005 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van de bestanden van zuidelijke heek en langoustines in de Cantabrische Zee en ten westen van het Iberisch Schiereiland en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen

24, Verordening (EG) nr. 388/2006 van de Raad

van 23 februari 2006 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame

exploitatie van het tongbestand in de Golf van Biskaje25, Verordening (EG)

nr. 2015/2006 van de Raad van 19 december 2006 tot vaststelling, voor 2007 en 2008, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

26, Verordening (EG) nr. 1967/2006 van de Raad van

21 december 2006 inzake beheersmaatregelen voor de duurzame exploitatie van visbestanden in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordening (EEG)

nr. 2847/93 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1626/94

27, Verordening (EG)

nr. 509/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de duurzame exploitatie van het tongbestand in het westelijk Kanaal

28, Verordening

(EG) nr. 520/2007 van de Raad van 7 mei 2007 tot vaststelling van technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 973/2001

29, Verordening

(EG) nr. 676/2007 van de Raad van 11 juni 2007 tot vaststelling van een beheersplan voor de bevissing van de schol- en tongbestanden in de Noordzee

30 en Verordening

(EG) nr. xxxx/2007 van de Raad van xx oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan

31.

(7) Er moet nader worden bepaald dat mariene organismen die zijn gevangen tijdens visserijactiviteiten die uitsluitend bedoeld zijn voor wetenschappelijk onderzoek, niet mogen worden verkocht, opgeslagen, uitgestald of te koop aangeboden voor welk doel dan ook.

(8) Volgens het advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES)

is het noodzakelijk de toepassing te handhaven van een regeling voor het beheer van de vangstbeperkingen voor ansjovis in ICES-zone VIII. De Commissie stelt de vangstbeperkingen voor het ansjovisbestand in ICES-zone VIII vast in het licht van de wetenschappelijke informatie die in de eerste helft van 2008 wordt verzameld en in het licht van de uitkomst van de besprekingen die momenteel plaatsvinden in het kader van een meerjarenplan voor ansjovis.

(9) Volgens het advies van de ICES is het noodzakelijk een systeem te handhaven, zij het met herziening, voor het beheer van de visserijinspanning op zandspiering in ICES- zones IIIa en IV en in de EG-wateren van zone IIa.

voor een duurzame uitoefening van de visserij. Daarom moeten er voorwaarden ter zake worden ingevoerd die zullen leiden tot een betere uitvoering van de overeengekomen vangstmogelijkheden.

(12) De Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) heeft tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2007 een aantal technische en controlemaatregelen goedgekeurd. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd.

(13) [Tijdens haar XXVIe jaarlijkse vergadering in 2007 heeft de CCAMLR (Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren) de maximaal toegestane vangsten bepaald voor bestanden die mogen worden bevist door traditionele vissers uit alle landen die zijn aangesloten bij de CCAMLR. De CCAMLR heeft ook ingestemd met de deelname van vaartuigen van de Gemeenschap aan de experimentele visserij op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) en 58.4.3b), en heeft voor de betrokken visserijactiviteiten vangst- en bijvangstbeperkingen vastgesteld, evenals bepaalde specifieke technische maatregelen. Deze beperkingen en technische maatregelen moeten ook worden toegepast.]

(14) [Om te voldoen aan de internationale verplichtingen die de Gemeenschap is aangegaan als verdragsluitende partij bij CCAMLR, waaronder de verplichting om de door de CCAMLR-commissie vastgestelde maatregelen toe te passen, moeten de door die commissie voor het seizoen 2007-2008 goedgekeurde TAC's en de overeenkomstige periodes in acht worden genomen.]

(15) Op grond van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad van 6 mei 1996 tot invoering van aanvullende voorwaarden voor het meerjarenbeheer van de TAC's en quota

32 moet worden bepaald voor welke bestanden de verschillende, in de

verordening bedoelde maatregelen worden toegepast.

(16) [De Gemeenschap heeft, volgens de procedure die is vastgesteld in de overeenkomsten of protocollen inzake de visserijrelaties, met Noorwegen

33, de Faeröer34 en

Groenland35 overleg gepleegd over de visserijrechten.]

kilowattdagen gebaseerd inspanningsbeheerssysteem in 2008 worden voortgezet met het oog op de invoering ervan in 2009.

(19) Om de beperkingen van de visserijinspanning op kabeljauw aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 423/2004, worden alternatieve regelingen gehandhaafd teneinde de visserijinspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 8, lid 3, van die verordening.

(20) Zo moeten sommige tijdelijke bepalingen inzake het gebruik van VMS-gegevens voor een efficiëntere uitvoering van het toezicht, de controle en de bewaking van het inspanningsbeheer worden gehandhaafd.

(21) Om de beperkingen van de visserijinspanning op tong aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 509/2007, worden alternatieve regelingen vastgesteld teneinde de visserijinspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 5, lid 2, van die verordening.

(22) Om de beperkingen van de visserijinspanning op schol en tong aan te passen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 676/2007, worden alternatieve regelingen vastgesteld teneinde de visserijinspanning af te stemmen op de TAC, zoals bepaald in artikel 9, lid 2, van die verordening.

(23) Voor de kabeljauwbestanden in de Noordzee, het Skagerrak en het westelijk Kanaal, in de Ierse Zee en het westen van Schotland, en voor de heek- en langoustinebestanden in de ICES-zones VIIIc en IXa moeten de bestaande regelingen voor het beheer van de visserijinspanning worden aangepast.

(24) Met het oog op de instandhouding van de visbestanden moet in 2008 een aantal aanvullende technische en controlemaatregelen voor de visserij worden uitgevoerd.

(25) Volgens wetenschappelijk advies van ICES moeten naast de vangstbeperkingen ook andere beschermingsmaatregelen worden genomen om de paaibestanden van blauwe leng in de ICES-zones VI en VII te beschermen.

hebben bedreven. Deze aanbevelingen moeten worden omgezet in communautaire wetgeving.

(29) Ter bevordering van de instandhouding van octopus, en met name om de jonge exemplaren te beschermen, moet in 2008 een minimummaat worden vastgesteld voor octopus afkomstig uit de maritieme wateren onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen in het CECAF-gebied, in afwachting van de goedkeuring van een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/98.

(30) Overeenkomstig advies van het WTECV wordt vissen met de boomkor met elektrische stroom ("pulse trawling") in 2008 onder bepaalde voorwaarden toegestaan in ICES-zones IVc en IVb Zuid.

(31) De Interamerikaanse Commissie voor Tropische Tonijn (IATTC) is er tijdens haar jaarlijkse vergadering in 2007 niet in geslaagd vangstbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn en gestreepte tonijn vast te stellen, en hoewel de Gemeenschap geen lid is van de IATTC, moeten maatregelen worden goedgekeurd om te zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke rijkdommen die onder de jurisdictie van die organisatie vallen.

(32) [Tijdens haar derde jaarlijkse vergadering heeft de Commissie voor de visserij in het centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan (WCPFC) inspanningsbeperkingen voor geelvintonijn, grootoogtonijn, gestreepte tonijn, zwaardvis en witte tonijn vastgesteld, evenals technische bepalingen voor de behandeling van bijvangsten. De Gemeenschap is sinds januari 2005 lid van de WCPFC. Het is bijgevolg noodzakelijk deze maatregelen in Gemeenschapsrecht om te zetten om het duurzaam beheer van de onder de rechtsmacht van de betrokken organisatie vallende bestanden te waarborgen.]

(33) Tijdens zijn jaarlijkse vergaderingen in 2006 en 2007 heeft de Algemene Raad voor de Visserij in de Middellandse Zee (GFCM) een aantal aanbevelingen goedgekeurd inzake technische maatregelen voor bepaalde visserijtakken in de Middellandse Zee.

Om bij te dragen tot de instandhouding van de visbestanden, moeten deze maatregelen in 2008 worden uitgevoerd in afwachting van de vaststelling van een verordening tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1967/2006.

bodemvisserij in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan te reguleren. Deze maatregelen moeten in de communautaire wetgeving worden opgenomen.

(37) Om te zorgen voor een correcte boeking van de hoeveelheden blauwe wijting die vaartuigen van derde landen in wateren van de Gemeenschap vangen, moeten de verscherpte controlebepalingen voor dergelijke vaartuigen worden gehandhaafd.

(38) Om het inkomen van de vissers in de Gemeenschap veilig te stellen, om te vermijden dat hulpbronnen in gevaar worden gebracht en om mogelijke problemen door het verstrijken van Verordening nr. 41/2007 van de Raad van 21 december 2006 tot vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Gemeenschap en, voor vaartuigen van de Gemeenschap, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn

36

te voorkomen, is het van essentieel belang dat die visserijtakken op 1 januari 2008 worden opengesteld en dat in januari 2008 sommige voorschriften van de genoemde verordening van kracht blijven. Gezien de urgentie van deze kwestie moet een uitzondering worden gemaakt op de periode van zes weken, als bedoeld in punt I.3, van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschappen gehechte Protocol betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

Werkingssfeer en definities

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden voor het jaar 2008 de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden vastgesteld, alsmede de bij de visserij in acht te nemen voorschriften.

  • b) 
    vissersvaartuigen die de vlag voeren van en geregistreerd staan in een derde land (hierna "vaartuigen van derde landen" genoemd), in wateren van de Gemeenschap (hierna "EG-wateren" genoemd).
  • 2. 
    In afwijking van lid 1 is het bepaalde in deze verordening, behalve de punten 4.2 en 14 van bijlage III en voetnoot 1 van bijlage VIII, niet van toepassing op visserijactiviteiten die uitsluitend worden uitgeoefend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek dat wordt uitgevoerd met toestemming en onder het gezag van de lidstaat waarvan het vaartuig de vlag voert, en waarvan de Commissie en de lidstaat in de wateren waarvan het onderzoek plaatsvindt, tevoren in kennis zijn gesteld. Mariene organismen die zijn gevangen tijdens visserijactiviteiten die uitsluitend bedoeld waren voor wetenschappelijk onderzoek, mogen niet worden verkocht, opgeslagen, uitgestald of te koop aangeboden voor welk doel dan ook.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden naast de in artikel 3 van Verordening (EG)

nr. 2371/2002 vastgestelde definities de volgende definities:

  • a) 
    "totaal toegestane vangsten (TAC's)": de hoeveelheden die elk jaar van elk bestand mogen worden gevangen en aangevoerd;
  • b) 
    "quotum": een vast aandeel van de aan de Gemeenschap, de lidstaten, of derde landen toegewezen TAC's;
  • c) 
    "internationale wateren": wateren die niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van enige staat vallen.

Artikel 4

Visserijzones

  • e) 
    voor de GFCM-zone (General Fisheries Commission for the Mediterranean Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee): de afbakening van Besluit 98/416/EG van de Raad van 16 juni 1998 betreffende de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee

37;

  • f) 
    voor de CECAF-zones (Fishery Committee for the Eastern Central Atlantic Visserijcomité voor de centraal-oostelijke Atlantische Oceaan, of FAO-gebied 34):

de afbakening van Verordening (EG) nr. 2597/95 van de Raad van 23 oktober 1995 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van lidstaten in bepaalde gebieden buiten de Noord-Atlantische Oceaan

38;

  • g) 
    voor het "NEAFC-verdragsgebied": de wateren als bedoeld in artikel 1 van het aan Besluit 81/608/EEG van de Raad van 13 juli 1981 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan

39 gehechte Verdrag;

  • h) 
    voor het "gereglementeerd NEAFC-gebied": dat deel van het NEAFC- verdragsgebied dat buiten de gebieden ligt waarin de verdragsluitende partijen van de NEAFC jurisdictie over de visserij uitoefenen;
  • i) 
    voor de NAFO-zones (Northwest Atlantic Fisheries Organisation

Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de lidstaten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen

40;

  • j) 
    voor "het gereglementeerde gebied van de NAFO": het deel van het onder het Verdrag betreffende de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO-verdrag) vallende gebied dat niet onder de soevereiniteit of jurisdictie van de kuststaten valt;
  • k) 
    voor de SEAFO (South East Atlantic Fisheries Organisation Organisatie voor de visserij in het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan): de afbakening van Besluit 2002/738/EG van de Raad van 22 juli 2002 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van de visbestanden in het zuidoostelke deel van de Atlantische Oceaan

op 10 juli 1984 te Parijs ondertekende Slotakte van de conferentie van gevolmachtigden van de Staten die partij zijn bij het Verdrag

42;

  • m) 
    voor de CCAMLR-zones (Convention on the Conservation of Antarctic Marine Living Resources Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren): de afbakening van Verordening (EG) nr. 601/2004;
  • n) 
    voor de IATTC-zone (Inter American Tropical Tuna Convention Interamerikaanse Commissie voor tropische tonijn): de afbakening van Besluit 2006/539/EG van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica

43;

  • o) 
    voor de IOTC-zone (Indian Ocean Tuna Commission Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan): de afbakening van Besluit 95/399/EG van de Raad van 18 september 1995 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot de Overeenkomst tot oprichting van de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan

44;

  • p) 
    voor de SPFO-zone (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille

Oceaan): het gebied op open zee ten zuiden van de evenaar, ten noorden van het CCAMLR-verdragsgebied, ten oosten van het SIOFA-verdragsgebied, zoals vastgesteld in Besluit 2006/496/EG van de Raad van 6 juli 2006 betreffende de ondertekening namens de Europese Gemeenschap van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan, en ten westen van de gebieden die onder de visserij- jurisdictie van de Zuid-Amerikaanse staten vallen;

  • q) 
    voor de WCPFC-zone (Western and Central Pacific Fisheries Convention Commissie voor de visserij in het centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan): de afbakening van Besluit 2005/75/EG van de Raad van 26 april 2004 inzake de toetreding van de Gemeenschap tot het Verdrag inzake de instandhouding en het beheer van over grote afstanden trekkende visbestanden in het westelijke en centrale deel van de Stille Oceaan

HOOFDSTUK II

Vangstmogelijkheden en visserijvoorschriften voor vaartuigen

van de Gemeenschap

Artikel 5

Vangstbeperkingen en toewijzingen

  • 1. 
    De vangstbeperkingen voor vaartuigen van de Gemeenschap in EG-wateren of bepaalde niet-EG-wateren en de verdeling van deze vangstbeperkingen tussen de lidstaten, alsmede aanvullende voorwaarden overeenkomstig artikel 2 van Verordening (EG) nr. 847/96, worden vastgesteld in bijlage I.
  • 2. 
    Vaartuigen van de Gemeenschap mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde quota en de in de artikelen 11, 20 en 21 vastgestelde voorschriften, vissen in de wateren die onder de visserij-jurisdictie vallen van de Faeröer, Groenland, IJsland en Noorwegen, en in de visserijzone rond Jan Mayen.
  • 3. 
    De Commissie stelt de definitieve vangstbeperkingen voor de zandspieringvisserij in de ICES-zones IIIa en IV en de EG-wateren van ICES-zone IIa vast volgens de regels in punt 8 van bijlage IID.
  • 4. 
    De Commissie stelt de vangstmogelijkheden voor lodde in de Groenlandse wateren van de ICES-zones V en XIV voor de Gemeenschap vast op 7,7% van de TAC voor lodde, zodra de TAC is vastgesteld.
  • 5. 
    De vangstbeperkingen voor het keverbestand in ICES-zone IIIa en in de EG-wateren van ICES-zones IIa en IV en voor het sprotbestand in de EG-wateren van ICES- zones IIa en IV kunnen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2008 bedoelde procedure door de Commissie worden herzien in het licht van de wetenschappelijke gegevens die tijdens het eerste halfjaar van 2008 worden verzameld.

Artikel 7

Bijzondere bepalingen inzake toewijzingen

  • 1. 
    De vangstmogelijkheden worden overeenkomstig bijlage I aan de lidstaten toegewezen onverminderd:
  • a) 
    het ruilen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002;
  • b) 
    het aan een andere lidstaat toewijzen van vangstmogelijkheden op grond van artikel 21, lid 4, artikel 23, lid 1, en artikel 32, lid 2, van Verordening (EEG)

nr. 2847/93;

  • c) 
    het aanvoeren van extra hoeveelheden op grond van artikel 3 van Verordening

(EG) nr. 847/96;

  • d) 
    het overdragen van hoeveelheden op grond van artikel 4 van Verordening (EG)

nr. 847/96;

  • e) 
    verminderingen of kortingen op grond van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 847/96.
  • 2. 
    In afwijking van Verordening (EG) nr. 847/96 wordt voor de overdracht van quota naar 2009 artikel 4, lid 2, van die verordening toegepast op alle bestanden waarvoor analytische TAC's zijn vastgesteld.

Artikel 8

Beperkingen van de visserijinspanningen en daaraan verbonden voorwaarden voor het

beheer van bestanden

  • 1. 
    Vanaf 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009 zijn de beperkingen van de visserijinspanning en daaraan verbonden voorwaarden die zijn vastgelegd in:
  • 3. 
    De definitieve, voor 2008 geldende visserijinspanning voor de zandspieringvisserij in de ICES-zones IIIa en IV en de EG-wateren van ICES-zone IIa wordt door de Commissie vastgesteld volgens de regels in de punten 3 tot en met 7 van bijlage IID.
  • 4. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de voor 2008 geldende visserijinspanningsniveaus, gemeten in kilowattdagen buitengaats, van vaartuigen met visdocumenten voor diepzeevisserij niet meer bedragen dan 70% van de gemiddelde jaarlijkse visserijinspanning van de vaartuigen van de betrokken lidstaat in 2003 op reizen tijdens welke er werd beschikt over visdocumenten voor diepzeevisserij en/of er diepzeesoorten, als opgesomd in de bijlagen I en II bij Verordening (EG) nr. 2347/2002, werden gevangen. Dit lid is alleen van toepassing op visreizen tijdens welke meer dan 100 kg is gevangen van andere diepzeesoorten dan grote zilvervis.

Artikel 9

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

  • 1. 
    Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits:
  • a) 
    die vis is gevangen met vaartuigen van een lidstaat die een quotum heeft en zijn quotum nog niet heeft opgebruikt, of
  • b) 
    die vis deel uitmaakt van een aandeel van de Gemeenschap dat niet in de vorm van quota over de lidstaten is verdeeld, en dat nog niet is opgebruikt.
  • 2. 
    In afwijking van lid 1 mogen de volgende vissoorten aan boord worden gehouden en aangevoerd, zelfs indien de lidstaat er geen quota voor heeft of zijn quota of aandelen heeft opgebruikt:
  • a) 
    andere soorten dan haring en makreel, op voorwaarde dat
  • i) 
    die soorten samen met andere soorten zijn gevangen met netten met een maaswijdte van minder dan 32 mm overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 850/98, en

de lidstaten is verdeeld, op het Gemeenschapsaandeel, met uitzondering van de in lid 2 bedoelde vangsten.

  • 4. 
    Het percentage en de bestemming van de bijvangsten worden bepaald overeenkomstig de artikelen 4 en 11 van Verordening (EG) nr. 850/98.

Artikel 10

Ongesorteerde aanvoer in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en de EG-wateren van ICES-

zone IIa

  • 1. 
    Artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1434/98 is niet van toepassing op haring die wordt gevangen in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in de EG-wateren van ICES-zone IIa.
  • 2. 
    Wanneer de voor een lidstaat vastgestelde vangstbeperkingen voor haring in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in de EG-wateren van ICES-zone IIa zijn opgebruikt, is het voor vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren, in de Gemeenschap geregistreerd zijn en actief zijn in de visserijtakken waarvoor de betrokken vangstbeperkingen gelden, verboden om ongesorteerde vangsten aan te voeren die ook haring bevatten.
  • 3. 
    De lidstaten zien erop toe dat er een adequaat bemonsteringsprogramma bestaat voor een effectief toezicht op ongesorteerde aanvoer van soorten die zijn gevangen in de ICES-zones IIIa, IV en VIId en in de EG-wateren van ICES-zone IIa.
  • 4. 
    Ongesorteerde vangsten uit de ICES-zones IIIa, IV en VIId en uit de EG-wateren van ICES-zone IIa mogen alleen worden aangevoerd in havens of andere aanvoerplaatsen waar een in lid 1 bedoeld bemonsteringsprogramma van kracht is.

Artikel 11

Toegangsbeperkingen

Artikel 13

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vaartuigen van de Gemeenschap geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

HOOFDSTUK III

Vangstbeperkingen en daaraan verbonden voorwaarden voor

vissersvaartuigen van derde landen

Artikel 14

Vergunning

Vissersvaartuigen die de vlag voeren van Venezuela of van Noorwegen, alsook vaartuigen die op de Faeröer geregistreerd staan, mogen, met inachtneming van de in bijlage I vastgestelde vangstbeperkingen en de in de artikelen 15, 16, 17 en 21 tot en met 27 vastgestelde voorwaarden, in Gemeenschapswateren vissen.

Artikel 15

Verboden soorten

Het is vissersvaartuigen van derde landen verboden onderstaande soorten te vangen, aan boord te houden, over te laden en aan te landen in alle EG-wateren:

reuzenhaai (Cetorinhus maximus),

witte haai (Carcharodon carcharias).

Artikel 16

Artikel 17

Doorvaart door wateren van de Gemeenschap

De netten van vissersvaartuigen uit derde landen die op doorvaart zijn door de wateren van de Gemeenschap, moeten met inachtneming van de onderstaande voorschriften zo zijn opgeborgen dat ze niet onmiddellijk kunnen worden gebruikt:

(a) netten, gewichten en dergelijk tuig moeten worden losgemaakt van de borden en van de trek- of sleepkabels en trek- of sleeptouwen,

(b) netten die zich op of boven het dek bevinden, moeten stevig worden vastgemaakt aan de bovenbouw.

Artikel 18

Voorwaarden voor de aanvoer van vangsten en bijvangsten

Vis van bestanden waarvoor vangstbeperkingen zijn vastgesteld, mag slechts aan boord worden gehouden of aangevoerd mits die vis is gevangen door vissersvaartuigen van een derde land dat een quotum heeft en zijn quotum nog niet heeft opgebruikt.

Artikel 19

Overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied

De voor vissersvaartuigen van derde landen geldende overgangsmaatregelen op technisch en controlegebied worden vastgesteld in bijlage III.

HOOFDSTUK IV

Vergunningsvoorschriften voor vaartuigen van de Gemeenschap

Artikel 20

  • 3. 
    Het maximumaantal vergunningen en de vergunningsvoorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel I, is aangegeven. Vergunningsaanvragen dienen door de autoriteiten van de lidstaten aan de Commissie te worden gericht, met vermelding van de visserijtak en de naam en kenmerken van de vaartuigen van de Gemeenschap waarop de aanvragen betrekking hebben. De Commissie zendt de aanvragen door naar de autoriteiten van het betrokken derde land.
  • 4. 
    Indien een lidstaat quota in de in bijlage IV, deel I, genoemde visserijzones aan een andere lidstaat overdraagt (uitwisseling of "swap") worden daarbij ook de overeenkomstige vergunningen overgedragen en wordt de Commissie hiervan in kennis gesteld. Het in bijlage IV, deel I, vermelde totale aantal vergunningen voor elke visserijzone mag echter niet worden overschreden.
  • 5. 
    De vaartuigen van de Gemeenschap houden zich aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en alle andere voorschriften die van toepassing zijn in de zone waar zij actief zijn.

Artikel 21

Faeröer

Vaartuigen van de Gemeenschap die een vergunning hebben om in de wateren van de Faeröer gericht te vissen op een bepaalde soort, mogen een andere soort gericht bevissen, mits zij de autoriteiten van de Faeröer tevoren in kennis stellen van deze wijziging.

HOOFDSTUK V

Vergunningsvoorschriften voor vissersvaartuigen van derde

landen

Artikel 22

Verplichtingen inzake visvergunningen en speciale visdocumenten

Artikel 23

Aanvragen om visvergunningen en speciale visdocumenten

Aanvragen van de autoriteiten van derde landen aan de Commissie om visvergunningen en speciale visdocumenten dienen de volgende gegevens te bevatten:

  • a) 
    naam van het vaartuig;
  • b) 
    registratienummer;
  • c) 
    op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers;
  • d) 
    haven van registratie;
  • e) 
    naam en adres van de eigenaar van het vaartuig of van de partij die het chartert;
  • f) 
    brutotonnage (BT) en lengte over alles;
  • g) 
    motorvermogen;
  • h) 
    oproepnummer en radiofrequentie;
  • i) 
    vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt;
  • j) 
    gebied waarin zal worden gevist;
  • k) 
    soorten waarop zal worden gevist;
  • l) 
    periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

Artikel 24

Aantal visvergunningen

Het aantal visvergunningen en de daaraan verbonden speciale voorwaarden worden vastgesteld zoals in bijlage IV, deel II, is aangegeven.

  • 3. 
    Vergunningen en speciale visdocumenten worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de in deze verordening vastgestelde verplichtingen.

Artikel 26

Niet-naleving

  • 1. 
    Voor vissersvaartuigen van derde landen die de in deze verordening vastgestelde verplichtingen niet zijn nagekomen, worden gedurende een periode van ten hoogste twaalf maanden geen visvergunningen of speciale visdocumenten afgegeven.
  • 2. 
    De Commissie stelt de autoriteiten van het betrokken derde land in kennis van de naam en de kenmerken van de vissersvaartuigen van derde landen die naar aanleiding van een overtreding van de desbetreffende voorschriften van deze verordening de volgende maand of maanden niet meer in het visserijgebied van de Gemeenschap mogen vissen.

Artikel 27

Verplichtingen van de vergunninghouder

  • 1. 
    Vissersvaartuigen van derde landen houden zich in de zone waar zij actief zijn aan de instandhoudings- en controlemaatregelen en andere voorschriften die daar voor vaartuigen van de Gemeenschap gelden, met name de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 1381/87, (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 1434/98 en Verordening (EG) nr. 2187/2005 van de Raad

47.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde vissersvaartuigen van derde landen houden een logboek bij waarin de in bijlage V, deel I, genoemde gegevens worden opgenomen.
  • 3. 
    Vissersvaartuigen van derde landen, met uitzondering van vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren en in ICES-zone IIIa vissen, delen de Commissie de in bijlage VI bedoelde gegevens mee overeenkomstig de in die bijlage vastgestelde voorschriften.

HOOFDSTUK VI

Bijzondere voorschriften voor vaartuigen van de Gemeenschap

bij de visserij in de Middellandse Zee

Artikel 29

Instelling van een gesloten seizoen voor de visserij op goudmakreel met visaantrekkende

structuren (Fish Aggregating Devices, FAD's)

  • 1. 
    Ter bescherming van goudmakreel (Coryphaena hippurus), in het bijzonder jonge dieren, is de visserij op goudmakreel met visaantrekkende structuren (FAD's) van 1 januari 2008 tot en met 14 augustus 2008 verboden in alle geografische deelgebieden van het GFCM-verdragsgebied.
  • 2. 
    In afwijking van het bepaalde in lid 1 kunnen lidstaten, indien zij aantonen dat de vaartuigen die hun vlag voeren wegens slechte weersomstandigheden hun gewone visdagen in een gegeven jaar niet hebben kunnen opgebruiken, de verloren gegane dagen in de FAD-visserij overdragen tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar. Lidstaten die van deze overdrachtregeling gebruik wensen te maken, dienen uiterlijk 1 januari 2009 bij de Commissie een aanvraag in voor het extra aantal dagen waarop aan vaartuigen met visaantrekkende structuren zal worden toegestaan om van 1 januari 2009 tot en met 31 januari 2009 tijdens het gesloten seizoen op goudmakreel te vissen. Bij de aanvraag dient de volgende informatie te worden

verstrekt:

  • a) 
    een verslag met opgave van de redenen waarom de visserijactiviteiten zijn stopgezet, gestaafd met weerkundige gegevens;
  • b) 
    naam van het vaartuig;
  • c) 
    registratienummer;

Artikel 30

Instelling van gebieden waar voor de visserij beperkende maatregelen gelden ter

bescherming van kwetsbare diepzeehabitats

  • 1. 
    Het is verboden met sleepdreggen en bodemtrawlnetten te vissen in de gebieden afgebakend door lijnen die de volgende punten met elkaar verbinden:
  • a) 
    Beschermd gebied voor de diepzeevisserij "Lophelia reef off Capo Santa Maria

di Leuca"

  • 39° 27,72' NB, 18° 10,74' OL
  • 39° 27,80' NB, 18° 26,68' OL
  • 39° 11,16' NB, 18° 04,28' OL
  • 39° 11,16' NB, 18° 35,58' OL
  • b) 
    Beschermd gebied voor de diepzeevisserij "The Nile delta area cold hydrocarbon seeps"
  • 31° 30,00' NB, 33° 10,00' OL
  • 31° 30,00' NB, 34° 00,00' OL
  • 32° 00,00' NB, 34° 00,00' OL
  • 32° 00,00' NB, 33° 10,00' OL
  • c) 
    Beschermd gebied voor de diepzeevisserij "The Eratosthemes Seamount"
  • 33° 00,00' NB, 32° 00,00' OL
  • 33° 00,00' NB, 33° 00,00' OL

takken van demersale trawlvisserij te worden gebruikt voor de bevissing van niet- gedeelde demersale visbestanden.

  • 2. 
    Lid 1 is alleen van toepassing op visserijactiviteiten die reeds formeel door de lidstaten zijn goedgekeurd overeenkomstig de op 1 januari 2007 geldende nationale wetgeving en behelst geen toekomstige toename van de visserijinspanning ten opzichte van 2006.
  • 3. 
    De lidstaten zenden de Commissie vóór 5 januari 2008 via de gebruikelijke elektronische weg de lijst met vaartuigen toe waaraan overeenkomstig lid 1 toestemming is verleend. De lijst met vaartuigen waaraan toestemming is verleend, bevat de volgende informatie:
  • a) 
    naam van het vaartuig;
  • b) 
    het nummer van het vaartuig in het communautaire vlootregister (CFR), en de externe kentekens als omschreven in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie;
  • c) 
    de toegestane visserijtak(ken) waar elk vaartuig zich mee bezighoudt, beschreven aan de hand van doelbestand(en), visserijgebied als vastgesteld in Resolutie GFCM/31/2007/2, en gebruikt vistuig;
  • d) 
    de toegestane visperiode.
  • 4. 
    De Commissie zendt de van de lidstaten ontvangen informatie door naar het secretariaat van de GFCM.

HOOFDSTUK VII

Bijzondere bepalingen voor vaartuigen van de Gemeenschap die

in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het

noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (NAFO) op zwarte

overeenkomstig lid 1 zijn meegedeeld, naar schatting 75% van het aan de vlaggenlidstaat toegewezen quotum is opgebruikt, verzendt de kapitein de aangifte eens in de drie dagen.

  • 3. 
    Elke lidstaat zendt de vangstaangiften onmiddellijk na ontvangst door naar de Commissie. De Commissie zendt die informatie onmiddellijk door naar het secretariaat van de NAFO.

Artikel 33

Aanvullende controlemaatregelen

  • 1. 
    Vaartuigen die overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2115/2005 toestemming hebben om op zwarte heilbot te vissen, mogen het gereglementeerde gebied van de NAFO alleen binnenvaren om op zwarte heilbot te vissen als ze minder dan 50 ton vangsten aan boord hebben of als de toegang is toegestaan overeenkomstig de leden 2, 3 en 4.
  • 2. 
    Wanneer een vaartuig dat toestemming heeft om overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2115/2005 op zwarte heilbot te vissen, 50 ton of meer aan vangsten van buiten het gereglementeerde gebied van de NAFO aan boord heeft, moet het secretariaat van de NAFO ten minste 72 uur vóór binnenvaart (ENT) in het gereglementeerde gebied van de NAFO in kennis worden gesteld van de gevangen hoeveelheid aan boord, de positie (lengte/ breedte) van de vermoedelijke plaats waar het vaartuig volgens de kapitein zal beginnen te vissen, en de geraamde tijd waarop die positie zal zijn bereikt.
  • 3. 
    Indien een inspectievaartuig naar aanleiding van de in lid 2 bedoelde kennisgeving laat weten van plan te zijn een inspectie uit te voeren, worden de coördinaten van een controlepunt voor een te houden inspectie aan het vissersvaartuig meegedeeld. Het controlepunt is niet meer dan 60 zeemijl verwijderd van de vermoedelijke positie waar het vaartuig volgens de kapitein met vissen zal beginnen.

HOOFDSTUK VIII

Bijzondere bepalingen voor de aanvoer of overlading van

bevroren vis die door vissersvaartuigen van derde landen is

gevangen in het gebied van de Noordoost-Atlantische

Visserijconventie (NEAFC)

Artikel 35

Havenstaatcontrole

Onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 2847/93 en Verordening (EG) nr. 1093/94 van de Raad van 6 mei 1994 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vissersvaartuigen van derde landen vangsten rechtstreeks mogen aanvoeren en verkopen in de havens van de Gemeenschap

49, zijn de in dit hoofdstuk vastgestelde procedures van

toepassing op de aanvoer en overlading in havens van de Gemeenschap van bevroren vis die door vissersvaartuigen van derde landen is gevangen in het NEAFC-verdragsgebied.

Artikel 36

Aangewezen havens

Aanvoer en overlading in de wateren van de Gemeenschap zijn alleen in aangewezen havens toegestaan.

De lidstaten wijzen een plaats voor aanvoer in de haven of een plaats dichtbij de wal aan (aangewezen havens) waar de aanvoer of overlading van vis als bedoeld in artikel 35 mag plaatsvinden. De lidstaten stellen de Commissie ten minste vijftien dagen vóór de inwerkingtreding van eventuele wijzigingen van de lijst met havens die in 2007 zijn aangewezen, van die wijzigingen in kennis.

De Commissie publiceert de lijst van aangewezen havens en de wijzigingen daarin in de

C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en op haar website.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde melding gaat vergezeld van het formulier waarvan het model is opgenomen in deel I van bijlage X, en waarvan deel A als volgt naar behoren is

ingevuld:

  • a) 
    als het vissersvaartuig zijn eigen vangst aanvoert, wordt formulier PSC 1 gebruikt;
  • b) 
    als het vissersvaartuig vis heeft overgeladen, wordt formulier PSC 2 gebruikt.

In dergelijke gevallen wordt voor elk overladend vaartuig een afzonderlijk formulier gebruikt.

  • 3. 
    De havenlidstaat zendt een afschrift van het in lid 2 bedoelde formulier onverwijld door naar de vlaggenstaat van het vissersvaartuig en naar de vlaggenlidst(a)at(en) van de overladende vaartuigen als het vissersvaartuig vis heeft overgeladen.

Artikel 38

Toestemming om vis aan te voeren of over te laden

  • 1. 
    Aanvoer of overlading mag door de bevoegde autoriteiten van de havenstaat slechts worden toegestaan indien de vlaggenstaat van het vissersvaartuig dat voornemens is aan te voeren of over te laden, of ingeval het betrokken vaartuig buiten een haven vis heeft overgeladen, de vlaggenstaat of staten van overladende vaartuigen door middel van een afschrift van het overeenkomstig artikel 37, lid 3, ingediende formulier waarvan deel B naar behoren is ingevuld, heeft bevestigd dat:
  • a) 
    het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een toereikend quotum voor de aangegeven soort beschikte;
  • b) 
    de hoeveelheden aan boord gehouden vis naar behoren zijn aangegeven en zijn verrekend op de toepasselijke vangst- of inspanningsbeperkingen;
  • c) 
    het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, over een vergunning beschikte om in de opgegeven gebieden te vissen;

model van deel I van bijlage X, waarvan deel C naar behoren is ingevuld, wanneer de aangevoerde of overgeladen vis in het NEAFC-verdragsgebied is gevangen.

Artikel 39

Controles

  • 1. 
    De bevoegde autoriteiten van de lidstaten controleren jaarlijks in hun havens ten minste 15% van de aanvoer of de overlading door vissersvaartuigen van derde landen, als bedoeld in artikel 35.
  • 2. 
    De controles omvatten het uitoefenen van toezicht op de volledige los- of overladingsverrichtingen en een vergelijking van de naar soort in de voorafgaande melding opgegeven hoeveelheden met de daadwerkelijk aangevoerde of overgeladen hoeveelheden.
  • 3. 
    De inspecteurs stellen alles in het werk om een vissersvaartuig niet onnodig lang op te houden, de werkzaamheden van het vissersvaartuig zo min mogelijk te verstoren en kwaliteitsverlies van de vis te vermijden.

Artikel 40

Controleverslagen

  • 1. 
    Van elke controle wordt een controleverslag opgesteld naar het model van deel II van bijlage X.
  • 2. 
    Een afschrift van elk controleverslag wordt onverwijld toegezonden aan de vlaggenstaat van het gecontroleerde vissersvaartuig en, ingeval het vissersvaartuig vis heeft overgeladen, aan de vlaggenstaat (of -staten) van de overladende vaartuigen, en aan de Commissie en de secretaris van de NEAFC wanneer de aangevoerde of overgeladen vis in het NEAFC-verdragsgebied is gevangen.
  • 3. 
    Het origineel of een gewaarmerkt afschrift van elk controleverslag wordt aan de vlaggenstaat van het gecontroleerde vissersvaartuig toegezonden wanneer deze daarom verzoekt.

HOOFDSTUK IX

Bijzondere bepalingen voor vaartuigen van de Gemeenschap die

vissen in het gebied van het Verdrag inzake de instandhouding

van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren

(CCAMLR)

AFDELING 1

BEPERKINGEN EN VEREISTEN INZAKE VAARTUIGGEGEVENS

Artikel 41

Verboden en vangstbeperkingen

  • 1. 
    Gerichte visserij op de in bijlage VIII vermelde soorten is verboden in de daarin aangegeven zones en perioden.
  • 2. 
    Voor nieuwe en experimentele visserij worden de maximale vangsten en bijvangsten per deelgebied vastgelegd in bijlage IX.

Artikel 42

Vereiste mededelingen inzake vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-

gebied te vissen

  • 1. 
    Naast de op grond van artikel 3, lid 2, van Verordening (EG) nr. 601/2004 vereiste gegevens, delen de lidstaten vanaf 1 augustus 2008 de Commissie over bovenbedoelde vaartuigen de volgende gegevens mee:
  • a) 
    IMO-nummer van het vaartuig (indien afgegeven);
  • ii) 
    een foto van minimaal 12 x 7 cm van de bakboordzijde van het vaartuig over de gehele lengte en met alle structurele kenmerken;
  • iii) 
    een foto van minimaal 12 x 7 cm van de achterzijde van het vaartuig, recht van achteren gefotografeerd;
  • i) 
    maatregelen om ervoor te zorgen dat het satellietvolgsysteem aan boord fraudebestendig functioneert.
  • 2. 
    Met ingang van 1 augustus 2008 delen de lidstaten, voor zover mogelijk, de Commissie voor alle vaartuigen met een vergunning om in het CCAMLR-gebied te vissen, bovendien de volgende gegevens mee:
  • a) 
    naam en adres van de exploitant, indien verschillend van de eigenaar(s);
  • b) 
    naam en nationaliteit van de kapitein en, indien van toepassing, van de vangstkapitein;
  • c) 
    type vismethode(n);
  • d) 
    boom (m);
  • e) 
    brutoregistertonnage;
  • f) 
    communicatiemiddelen en -nummers van het vaartuig (INMARSAT A, B en C nummers);
  • g) 
    reguliere bemanning;
  • h) 
    vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren;
  • i) 
    totale vervoerscapaciteit (tonnen), aantal visruimen en capaciteit (m³);

overige nuttig geachte gegevens (bijv. ijswaardigheid).

  • f) 
    alle andere relevante informatie betreffende de activiteiten van het waargenomen vaartuig.
  • 2. 
    De kapitein zendt zo gauw mogelijk een bericht met de in lid 1 bedoelde informatie aan zijn vlaggenstaat. De vlaggenstaat zendt dergelijke berichten naar het secretariaat van de CCAMLR door als het waargenomen vaartuig volgens de normen van de CCAMLR illegale, ongemelde en ongereglementeerde (IOO-)visserijactiviteiten verricht.

AFDELING 2

EXPERIMENTELE VISSERIJ

Artikel 44

Deelname aan experimentele visserij

  • 1. 
    Vissersvaartuigen die de vlag van Spanje voeren en er geregistreerd staan, en die bij de CCAMLR zijn aangemeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 601/2004, mogen uitsluitend deelnemen aan de experimentele visserij met de beug op Dissostichus spp. in de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1, 58.4.2, 58.4.3a) en 58.4.3b) buiten gebieden onder nationale jurisdictie.
  • 2. 
    In de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) mag nooit meer dan één vissersvaartuig per lidstaat tegelijk vissen.
  • 3. 
    De maximale totale vangsten en bijvangsten in de deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2, en de verdeling daarvan over de kleine onderzoeksvakken (Small Scale Research Units, SSRU's) in elk gebied staan vermeld in bijlage XIV. De visserijactiviteiten in een SSRU worden stopgezet zodra de gemelde vangsten het toegestane maximum hebben bereikt, waarna dit vak voor de rest van het seizoen voor de visserij gesloten wordt.

-

worden doorgezonden aan de CCAMLR. In de deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 worden de gegevens meegedeeld per SSRU;

  • b) 
    het in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 601/2004 bedoelde stelsel van maandelijkse meldingen van gedetailleerde vangst- en visserijinspanningsgegevens;
  • c) 
    de melding van het totale aantal vissen en het gewicht aan Dissostichus eleginoides en Dissostichus mawsoni, met inbegrip van vissen met "jellymeat"-verschijnselen.

Artikel 46

Bijzondere vereisten

  • 1. 
    De in artikel 44 bedoelde experimentele visserij moet voldoen aan de bepalingen van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren

50 met betrekking tot de toepasselijke

maatregelen ter beperking van de incidentele sterfte van zeevogels bij de beugvisserij. Naast die maatregelen:

  • a) 
    geldt bij deze visserijactiviteiten een verbod op de teruggooi van afval;
  • b) 
    zijn vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 en die voldoen aan de CCAMLR-protocollen (A, B of C) inzake het verzwaren van de beug, niet verplicht om 's nachts te vissen;

vaartuigen die in totaal drie zeevogels vangen, moeten echter weer onmiddellijk 's nachts gaan vissen overeenkomstig artikel 8 van Verordening

(EG) nr. 600/2004;

  • c) 
    moeten vaartuigen die deelnemen aan de experimentele visserij in de deelgebieden 88.1 en 88.2 en in de sectoren 58.4.3a) en 58.4.3b) en die in totaal drie zeevogels vangen, de visserij onmiddellijk staken, en mogen zij gedurende de rest van het seizoen 2007/2008 niet meer buiten de reguliere visserij vissen.
  • iv) 
    pluimvee of delen daarvan (met inbegrip van eierschalen);
  • v) 
    afvalwater binnen 12 zeemijl van land of ijs of terwijl het vaartuig een snelheid van minder dan vier knopen heeft;
  • vi) 
    verbrandingsresten; of
  • vii) 
    slachtafval.
  • b) 
    levend pluimvee en andere levende vogels mogen de deelgebieden 88.1 en 88.2 niet worden binnengebracht en niet-geconsumeerd bereid gevogelte moet uit de deelgebieden 88.1 en 88.2 worden verwijderd;
  • c) 
    de visserij op Dissostichus spp. in de deelgebieden 88.1 en 88.2 is verboden binnen 10 zeemijl van de kust van de Balleny Islands.

Artikel 47

Definitie van een uitzetting

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder "uitzetting" het uitzetten van een of meer beuglijnen op een bepaalde visgrond verstaan. Voor de melding van vangsten en visserijinspanningen geldt als de juiste geografische positie van een uitzetting bij de beugvisserij het middelpunt van de uitgezette beuglijn(en).
  • 2. 
    Een uitzetting geldt als onderzoeksuitzetting, mits:
  • a) 
    de afstand tussen twee onderzoeksuitzettingen ten minste 5 zeemijl bedraagt, gemeten vanaf het geografische middelpunt van iedere onderzoeksuitzetting;
  • b) 
    bij iedere uitzetting minimaal 3 500 en maximaal 10 000 haken worden gebruikt; daarbij mag op dezelfde locatie ook een reeks aparte lijnen worden uitgezet;
  • c) 
    de uitzettijd van iedere beug ten minste zes uur bedraagt, gemeten vanaf het moment waarop het uitzetten is voltooid tot het moment waarop met het ophalen wordt begonnen.

-

de tweede reeks kunnen naar goeddunken van de kapitein worden gevist als onderdeel van normale experimentele visserij. Indien de uitzettingen voldoen aan de vereisten van artikel 63, lid 2, mogen zij echter ook worden beschouwd als onderzoeksuitzettingen;

  • c) 
    na de eerste en de tweede reeks moet het vaartuig, als de kapitein in de SSRU wil blijven vissen, een "derde reeks" uitzettingen verrichten, tot er uiteindelijk tijdens de drie reeksen 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden. De derde reeks uitzettingen moet plaatsvinden tijdens hetzelfde verblijf in de SSRU als dat waarin de eerste en de tweede reeks hebben plaatsgevonden;
  • d) 
    nadat er 20 onderzoeksuitzettingen hebben plaatsgevonden, mag het vaartuig in de SSRU blijven vissen;
  • e) 
    in de SSRU's A, B, C, E en G van de deelgebieden 88.1 en 88.2 waar de bevisbare bodemoppervlakte kleiner is dan 15 000 km

2, is het bepaalde onder b), c), en d) niet

van toepassing en mag het vaartuig na 10 onderzoeksuitzettingen de visserij in de SSRU voortzetten.

Artikel 49

Gegevensverzamelingsplannen

  • 1. 
    Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 44 bedoelde experimentele visserij, moeten een gegevensverzamelingsplan uitvoeren in alle afzonderlijke SSRU's waarin de FAO-deelgebieden 88.1 en 88.2 en de sectoren 58.4.1 en 58.4.2 zijn verdeeld. Het gegevensverzamelingsplan moet het volgende omvatten:
  • a) 
    de positie en diepte van de uiteinden van iedere lijn in een uitzetting;
  • b) 
    de tijden waarop de beug is uitgezet, in het water is gebleven en is opgehaald;
  • c) 
    het aantal en de soorten vissen die aan de oppervlakte verloren zijn gegaan;

Artikel 50

Merkprogramma

  • 1. 
    Vissersvaartuigen die deelnemen aan de in artikel 44 bedoelde experimentele visserij, moeten het volgende merkprogramma uitvoeren:
  • a) 
    vissen van de soort Dissostichus spp. worden voorzien van een merk en teruggezet overeenkomstig de bepalingen van het CCAMLR-merkprogramma en het protocol betreffende de experimentele visserij op Dissostichus spp. Het merken mag pas worden gestaakt zodra het vaartuig 500 exemplaren heeft gemerkt of wanneer de visgrond wordt verlaten en per ton gevangen onverwerkte Dissostichus spp. steeds één exemplaar is gemerkt;
  • b) 
    het programma moet worden gericht op exemplaren van verschillende grootte om te voldoen aan de merkvereiste. Uitsluitend in goede conditie verkerende ijsvissen worden gemerkt. Alle teruggezette exemplaren moeten worden voorzien van twee merktekens en over een zo groot mogelijk geografisch gebied gespreid worden vrijgelaten;
  • c) 
    alle merktekens moeten duidelijk zijn bedrukt met een uniek serienummer en een retouradres, zodat de oorsprong van de merktekens kan worden bepaald wanneer een gemerkt exemplaar opnieuw wordt gevangen;
  • d) 
    opnieuw gevangen gemerkte exemplaren (d.w.z. vissen met een eerder aangebracht merkteken) mogen niet worden vrijgelaten, zelfs niet als zij na het merken slechts korte tijd in vrijheid zijn geweest;
  • e) 
    alle opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten biologisch beschreven worden (lengte, gewicht, geslacht, toestand van de gonaden) en indien mogelijk digitaal gefotografeerd worden, en hun otolieten en merktekens moeten worden verwijderd;
  • f) 
    alle gegevens van de merktekens en gegevens over opnieuw gevangen gemerkte exemplaren moeten uiterlijk drie maanden nadat het vaartuig de visserij in het betrokken gebied heeft beëindigd, elektronisch in het CCAMLR- formaat aan de CCAMLR worden gemeld;

wetenschappelijk waarnemers aan boord hebben waarvan er één is aangewezen volgens de CCAMLR-regeling voor internationale wetenschappelijke waarneming.

  • 2. 
    Elke lidstaat moet, met inachtneming van zijn toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, waaronder die betreffende de toelaatbaarheid van bewijsmateriaal voor de nationale rechter, in het kader van deze regeling door inspecteurs van aanwijzende CCAMLR-leden opgestelde verslagen beschouwen als verslagen van zijn eigen inspecteurs, en dienovereenkomstig handelen; zowel de betrokken verdragsluitende partij als het aanwijzende CCAMLR-lid werken mee aan het vergemakkelijken van gerechtelijke of andere procedures die zijn ingeleid naar aanleiding van een dergelijk verslag.

Artikel 52

Kennisgeving van het voornemen om aan de visserij op krielgarnaal deel te nemen

Lidstaten die voornemens zijn om in het verdragsgebied de visserij op krielgarnaal te beoefenen, stellen het secretariaat van de CCAMLR daarvan in kennis minstens vier (4) maanden vóór de gewone jaarlijkse vergadering van de CCAMLR onmiddellijk voorafgaand aan het seizoen waarin zij voornemens zijn de visserij te beoefenen.

Artikel 53

Tijdelijk verbod op diepzeevisserij met kieuwnetten

  • 1. 
    Het gebruik van kieuwnetten in het verdragsgebied voor andere doeleinden dan wetenschappelijk onderzoek is verboden totdat het Wetenschappelijk Comité verslag heeft uitgebracht over zijn onderzoek naar de mogelijke effecten van dit vistuig en de CCAMLR op basis van advies van het Wetenschappelijk Comité heeft besloten dat de vangstmethode in het verdragsgebied mag worden toegepast.
  • 2. 
    Het gebruik van kieuwnetten voor wetenschappelijk onderzoek in wateren met een diepte van meer dan 100 meter wordt op voorhand aan het Wetenschappelijk Comité gemeld en door de CCAMLR goedgekeurd voordat met het onderzoek mag worden begonnen.
  • 2. 
    Lid 1 is niet van toepassing op het gebruik van bodemtrawls bij wetenschappelijk onderzoek in het verdragsgebied.

HOOFDSTUK X

Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de

Gemeenschap in het gebied van de Organisatie voor de visserij in

het zuidoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (SEAFO)

AFDELING 1

VERGUNNING OM TE VISSEN

Artikel 55

Vergunning om te vissen

  • 1. 
    De lidstaten doen de Commissie uiterlijk 1 juni 2008, zo mogelijk langs elektronische weg, de lijst toekomen van vaartuigen waaraan vergunning is verleend om in het SEAFO-verdragsgebied te vissen.
  • 2. 
    De eigenaars van de vaartuigen die zijn opgenomen in de lijst als bedoeld in lid 1 dienen burgers of rechtspersonen van de Gemeenschap te zijn.
  • 3. 
    Aan vissersvaartuigen mag slechts een vergunning worden verleend om in het SEAFO-verdragsgebied te vissen als zij in staat zijn om aan de uit het SEAFO- verdrag voortvloeiende eisen en verplichtingen te voldoen en de instandhoudings- en beheersmaatregelen ervan na te leven.
  • 4. 
    Er wordt geen vergunning afgegeven aan vaartuigen die zich in het verleden aan illegale, ongemelde en ongereglementeerde ("IOO"-)visserij hebben bezondigd, tenzij de nieuwe eigenaars afdoende aantonen dat de vorige eigenaars en exploitanten juridisch noch financieel enig belang in of controle over de vaartuigen hebben of dat hun vaartuigen, alle feiten in aanmerking genomen, zich niet aan IOO-praktijken bezondigen of daarbij betrokken zijn.
  • g) 
    naam en adres van de exploitant of exploitanten (indien van toepassing);
  • h) 
    brutoregistertonnage; en
  • i) 
    vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren.
  • 6. 
    De lidstaten stellen de Commissie na het opstellen van de initiële lijst van vaartuigen met een vergunning onverwijld in kennis van alle eventuele toevoegingen, schrappingen en/of wijzigingen.

Artikel 56

Verplichtingen voor vaartuigen met een vergunning

  • 1. 
    De vaartuigen met een vergunning leven alle relevante instandhoudings- en beheersmaatregelen van de SEAFO na.
  • 2. 
    De vaartuigen met een vergunning hebben een geldig registratiebewijs en een geldige vergunning om te vissen en/of over te laden aan boord.

Artikel 57

Vaartuigen zonder vergunning

  • 1. 
    De lidstaten doen het nodige om te verhinderen dat vaartuigen die niet op de SEAFO-lijst van vaartuigen met een vergunning voorkomen, vissen op soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen en dergelijke soorten aan boord hebben, overladen

of aanvoeren.

  • 2. 
    De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van alle feitelijke informatie waaruit blijkt dat er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat vaartuigen die niet op de SEAFO-lijst van vaartuigen met een vergunning voorkomen, in het verdragsgebied betrokken zijn bij de visserij op en/of het overladen van soorten die onder het verdrag vallen.

Artikel 59

Overlading in de haven

  • 1. 
    Vissersvaartuigen van de Gemeenschap die onder het SEAFO-verdrag vallende soorten vangen in het verdragsgebied, mogen alleen overladen in een haven van een verdragsluitende partij met voorafgaande toestemming van die verdragsluitende partij. Vissersvaartuigen van de Gemeenschap mogen slechts overladen indien zij vooraf van de vlaggenlidstaat en de havenstaat toestemming hebben gekregen om over te laden.
  • 2. 
    De lidstaten zien erop toe dat hun vissersvaartuigen met een vergunning vooraf toestemming vragen om in een haven over te laden. De lidstaten zien tevens toe op de overeenstemming tussen de overgeladen hoeveelheden en de aangegeven vangst van vaartuigen en schrijven voor dat overlading wordt gemeld.
  • 3. 
    De kapitein van een vissersvaartuig van de Gemeenschap die eender welke hoeveelheid in het SEAFO-verdragsgebied gevangen, onder dat verdrag vallende soorten overlaadt op een ander vaartuig, hierna het "ontvangende vaartuig" genoemd, meldt op het tijdstip van overlading aan de vlaggenstaat van het ontvangende vaartuig de betrokken soorten en hoeveelheden, de datum van overlading en de locatie van de vangsten en zendt aan zijn vlaggenlidstaat een SEAFO-aangifte van overlading volgens het model in deel I van bijlage XI.
  • 4. 
    De kapitein van het vissersvaartuig van de Gemeenschap verstrekt minstens 24 uur van tevoren de volgende informatie aan de SEAFO-verdragsluitende partij in wiens haven de overlading zal plaatsvinden:
  • de naam van de overladende vissersvaartuigen;
  • de naam van de ontvangende vaartuigen;
  • de over te laden hoeveelheid (in ton) van elke soort;
  • de datum en haven van overlading.
  • 8. 
    De lidstaten met vaartuigen die een vergunning hebben om in het SEAFO- verdragsgebied op onder het verdrag vallende soorten te vissen, verstrekken de Commissie uiterlijk 1 juni 2008 uitvoerige gegevens over overladingen door vaartuigen die hun vlag voeren.

AFDELING 3

INSTANDHOUDINGSMAATREGELEN VOOR HET BEHEER VAN KWETSBARE

DIEPZEEHABITATS EN -ECOSYSTEMEN

Artikel 60

Gesloten gebieden

Alle visserijactiviteiten betreffende soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen door vissersvaartuigen van de Gemeenschap zijn verboden in de hierna afgebakende gebieden:

  • a) 
    deelsector A1

Dampier Seamount

10°00' ZB 02°00' WL 10°00' ZB 00°00' OL

12°00' ZB 02°00' WL 12°00' ZB 00°00' OL

Malahit Guyot Seamount

11°00'ZB 02°00'WL 11°00'ZB 04°00'WL

13°00'ZB 02°00'WL 13°00'ZB 04°00'WL

  • b) 
    deelsector B1

Molloy Seamount

Panzarini Seamount

39°00' ZB 11°00' OL 39°00' ZB 13°00' OL

41°00' ZB 11°00' OL 41°00' ZB 13°00' OL

  • d) 
    deelsector C1

Vema Seamount

31°00' ZB 08°00' OL 31°00' ZB 09°00' OL

32°00' ZB 08°00' OL 32°00' ZB 09°00' OL

Wust Seamount

33°00' ZB 06°00' OL 33°00' ZB 08°00' OL

34°00' ZB 06°00' OL 34°00' ZB 08°00' OL

  • e) 
    sector D

Discovery, Junoy, Shannon Seamounts

41°00' ZB 06°00' WL 41°00' ZB 03°00' OL

44°00' ZB 06°00' WL 44°00' ZB 03°00' OL

Schwabenland & Herdman Seamounts

44°00' ZB 01°00' WL 44°00' ZB 02°00' OL

47°00' ZB 01°00' WL 47°00' ZB 02°00' OL

Artikel 61

AFDELING 4

MAATREGELEN TER BEPERKING VAN DE INCIDENTELE BIJVANGSTEN VAN

ZEEVOGELS

Artikel 62

Informatie over interactie met zeevogels

De lidstaten verzamelen alle beschikbare informatie over de interactie met zeevogels, onder andere incidentele vangsten bij de visserij door hun vaartuigen op soorten die onder het SEAFO-verdrag vallen, en delen die informatie uiterlijk 1 juni 2008 aan de Commissie mee.

Artikel 63

Risicobeperkende maatregelen

  • 1. 
    Alle vaartuigen van de Gemeenschap die ten zuiden van 30° zuiderbreedte vissen, dienen vogelverschrikkerlijnen ("tori lines") aan boord te hebben en te gebruiken:

de vogelverschrikkerlijnen zijn ontworpen en worden uitgezet overeenkomstig de

richtsnoeren van bijlage II, deel II;

de vogelverschrikkerlijnen worden ten zuiden van 30° zuiderbreedte te allen tijde

uitgezet voordat de beuglijnen worden uitgezet;

waar mogelijk moeten vaartuigen een tweede toripaal en vogelverschrikkerlijn

gebruiken wanneer er veel vogels in de buurt aanwezig of actief zijn;

alle vaartuigen moeten gebruiksklare reserve-vogelverschrikkerlijnen aan boord

hebben.

  • 2. 
    De beuglijnen mogen alleen 's nachts worden uitgezet (d.w.z. tijdens de duisternis tussen de uren van nautische schemering
  • 4. 
    Vissersvaartuigen van de Gemeenschap passen methoden voor het uitzetten en ophalen van vistuig toe waarbij de tijd dat het net met slappe mazen op het wateroppervlak ligt, tot een minimum wordt beperkt. Voor zover mogelijk worden de netten niet onderhouden terwijl ze in het water liggen.
  • 5. 
    Vissersvaartuigen van de Gemeenschap worden aangemoedigd vistuigconfiguraties te ontwikkelen die de kans minimaliseren dat vogels in aanraking komen met het netdeel waarvoor zij het meest kwetsbaar zijn. Daarbij kan worden gedacht aan het verzwaren van het net of het verminderen van het drijfvermogen zodat het sneller zinkt, of het aanbrengen van gekleurde wimpels of andere voorzieningen aan bepaalde delen van het net waar de maaswijdten een bijzonder risico voor vogels vormen.
  • 6. 
    Vissersvaartuigen van de Gemeenschap die niet zijn uitgerust met een afvalverwerkingsinstallatie, die over onvoldoende capaciteit beschikken om afval aan boord te houden of die geen afval kunnen lozen aan de andere kant dan die waar het vistuig wordt opgehaald, krijgen geen vergunning om in het verdragsgebied te vissen.
  • 7. 
    Alles moet in het werk worden gesteld om bij de visserij levend gevangen vogels levend te bevrijden en, wanneer dat mogelijk is, de haken te verwijderen zonder het leven van de betrokken vogels in gevaar te brengen.

AFDELING 5

CONTROLE

Artikel 64

Bijzondere bepalingen voor zwarte Patagonische ijsvis (Dissostichus eleginoides)

  • 1. 
    De kapitein van een vaartuig dat toestemming heeft om in het SEAFO- verdragsgebied op zwarte Patagonische ijsvissen te vissen overeenkomstig artikel 55, zendt de bevoegde autoriteiten van zijn vlaggenlidstaat en het secretariaat van SEAFO een vangstbericht waarin melding wordt gemaakt van de met zijn vaartuig gevangen hoeveelheden zwarte Patagonische ijsvissen, ook indien niets is gevangen. Dit bericht wordt gedurende de visreis iedere vijf dagen verzonden. Elke lidstaat zendt die informatie onverwijld naar de Commissie door. 2.

gedurende de visreis iedere vijf dagen verzonden. Elke lidstaat zendt die informatie onverwijld naar de Commissie door.

  • 2. 
    Lidstaten met vaartuigen die toestemming hebben om in het SEAFO-verdragsgebied op rode diepzeekrab te vissen, verstrekken uiterlijk op 30 juni 2008 gedetailleerde vangst- en inspanningsgegevens aan de Commissie en aan het secretariaat van de SEAFO.

Artikel 66

Mededeling van vaartuigbewegingen en vangsten

  • 1. 
    Vissersvaartuigen en onderzoeksvaartuigen die met vergunning in het

verdragsgebied vissen, zenden via het VMS of andere geschikte middelen berichten over het binnenvaren, de vangst en het buitenvaren ("entry"-, "catch"- en "exit"- berichten) aan de autoriteiten van de vlaggenlidstaat en, indien de vlaggenlidstaat dat voorschrijft, aan de secretaris van de SEAFO.

  • 2. 
    Het bericht van binnenvaren wordt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur voor het binnenvaren van het verdragsgebied meegedeeld en omvat de dag en het uur van binnenvaren, de geografische positie van het vaartuig en de hoeveelheid van elke soort (FAO-drielettercode) aan boord gehouden vis in kilogram levend gewicht.
  • 3. 
    Het vangstbericht wordt voor elke soort (FAO-drielettercode) in kg levend gewicht op het einde van elke kalendermaand verzonden.
  • 4. 
    Het bericht van buitenvaren wordt niet vroeger dan 12 uur en niet later dan 6 uur vóór het verlaten van het verdragsgebied meegedeeld. Het omvat de dag en het uur van het verlaten, de geografische positie van het vaartuig, het aantal dagen dat is gevist en de in het verdragsgebied vanaf het begin van de visserijactiviteiten of sedert de laatste vangstaangifte gevangen hoeveelheden per soort (FAO-drielettercode) in kilogram levend gewicht.
  • 3. 
    De in dit artikel bedoelde gegevens worden, zoveel als maar mogelijk is, vóór 30 juni 2008 door aangewezen waarnemers verzameld en geverifieerd.

Artikel 68

Waarnemingen van vaartuigen van niet-verdragsluitende partijen

  • 1. 
    Vissersvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, verstrekken hun vlaggenlidstaat informatie over eender welke visserijactiviteit in het verdragsgebied door vaartuigen die de vlag voeren van een niet-verdragsluitende partij. Deze informatie omvat onder andere:
  • a) 
    de naam van het vaartuig;
  • b) 
    het registratienummer van het vaartuig;
  • c) 
    de vlaggenstaat van het vaartuig;
  • d) 
    alle andere relevante informatie betreffende het waargenomen vaartuig.
  • 2. 
    De lidstaten verstrekken de in lid 1 bedoelde informatie zo snel mogelijk aan de Commissie. De Commissie zendt deze informatie onverwijld door aan de secretaris van de SEAFO.

HOOFDSTUK XI

Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de

Gemeenschap in het gebied van de Commissie voor de

tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC)

Artikel 69

Vermindering van de bijvangst van zeevogels

  • c) 
    waar mogelijk moeten vaartuigen een tweede toripaal en vogelverschrikkerlijn gebruiken wanneer er veel vogels in de buurt aanwezig of actief zijn;
  • d) 
    alle vaartuigen moeten gebruiksklare reserve-vogelverschrikkerlijnen aan boord hebben.
  • 4. 
    Vissersvaartuigen van de Gemeenschap die met beuglijnen op zwaardvis vissen, het zogenaamde "Amerikaanse beuglijnsysteem" toepassen en met een lijnwerper zijn uitgerust, zijn vrijgesteld van het vereiste in lid 3.

Artikel 70

Beperking van de visserijcapaciteit van vaartuigen die op tropische tonijn vissen

  • 1. 
    De lidstaten beperken het aantal vaartuigen die hun vlag voeren, een lengte over alles hebben van 24 meter of meer en die in het IOTC-gebied op tropische tonijn vissen, per type vistuig tot het visserijinspanningsniveau van 2006. Ook beperken zij het aantal vaartuigen die hun vlag voeren, een lengte over alles hebben van minder dan 24 meter en die in het IOTC-gebied buiten hun exclusieve economische zone op tropische tonijn vissen, per type vistuig tot datzelfde inspanningsniveau. De beperking van het aantal vaartuigen is proportioneel met het dienovereenkomstige totale tonnage, uitgedrukt in BRT (brutoregistertonnage) of in BT (brutotonnage). Wanneer vaartuigen worden vervangen, mag de totale tonnage niet worden overschreden.
  • 2. 
    Vaartuigen die in het jaar 2006 in aanbouw waren, en waarvoor toestemming was ze in de vloot op te nemen, worden vrijgesteld van het bepaalde in lid 1.
  • 3. 
    Onverminderd lid 1 delen de lidstaten de Commissie vóór 1 januari 2008 het aantal vaartuigen mee dat in 2006 in het gebied op tropische tonijn viste, en hun tonnage. Daartoe moeten zij de daadwerkelijke aanwezigheid en de visserijactiviteiten van hun vaartuigen in het IOTC-gebied in 2006 controleren aan de hand van hun VMS- gegevens, hun vangstaangiften en hun gegevens over aanloophavens, of aan de hand van andere gegevens.

Artikel 71

Beperking van de visserijcapaciteit van vaartuigen die op zwaardvis en witte tonijn

vissen

  • 1. 
    De lidstaten beperken het aantal vaartuigen die hun vlag voeren, een lengte over alles hebben van 24 meter of meer en die in het IOTC-gebied op zwaardvis en witte tonijn vissen, per type vistuig tot het visserijinspanningsniveau van 2007. Ook beperken zij het aantal vaartuigen die hun vlag voeren, een lengte over alles hebben van minder dan 24 meter en die in het IOTC-gebied buiten hun exclusieve economische zone op zwaardvis en witte tonijn vissen, per type vistuig tot datzelfde inspanningsniveau. De beperking van het aantal vaartuigen is proportioneel met het dienovereenkomstige totale tonnage, uitgedrukt in BRT (brutoregistertonnage) of in BT (brutotonnage). Wanneer vaartuigen worden vervangen, mag de totale tonnage niet worden overschreden.
  • 2. 
    Vaartuigen die in het jaar 2007 in aanbouw waren, en waarvoor toestemming was ze in de vloot op te nemen, worden vrijgesteld van het bepaalde in lid 1.
  • 3. 
    De lidstaten delen de Commissie vóór 1 januari 2008 het aantal vaartuigen mee dat in 2007 in het gebied op zwaardvis en witte tonijn viste, en hun tonnage. Daartoe moeten zij de daadwerkelijke aanwezigheid en de visserijactiviteiten van hun vaartuigen in het IOTC-gebied in 2007 controleren aan de hand van hun VMS- gegevens, hun vangstaangiften en hun gegevens over aanloophavens, of van andere gegevens.
  • 4. 
    Onverminderd lid 1 kunnen de lidstaten hun aantal vaartuigen, per type vistuig, wijzigen, mits zij de Commissie kunnen bewijzen dat de wijziging van het aantal vaartuigen, per type vistuig, niet tot een stijging van de visserijinspanning voor de betrokken visbestanden leidt.
  • 5. 
    De lidstaten zien erop toe dat, wanneer wordt voorgesteld de capaciteit van hun vloot uit te breiden door de overdracht van vaartuigen, de over te dragen vaartuigen voorkomen in het vaartuigenregister van de IOTC of van andere regionale tonijnvisserijorganisaties. Vaartuigen die op een lijst met IOO-vaartuigen van een regionale visserijbeheersorganisatie voorkomen, mogen niet worden overgedragen.
  • 2. 
    De lidstaten delen de Commissie vóór 1 januari 2008 mee welke totale brutotonnage in 2007 in het gebied was geregistreerd voor de vaartuigen die in 2007 hun vlag voerden en er actief visten. Om deze informatie te kunnen meedelen, moeten de lidstaten de daadwerkelijke aanwezigheid van hun vaartuigen in het SPFO-gebied in 2007 controleren aan de hand van hun VMS-gegevens, hun vangstaangiften en hun gegevens over aanloophavens, of aan de hand van andere gegevens.
  • 3. 
    De lidstaten met een geschiedenis op het gebied van de pelagische visserij in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan, maar die die visserijactiviteiten in 2007 niet hebben uitgeoefend, mogen in 2008 wel aan die visserij deelnemen, mits zij hun visserijinspanning vrijwillig beperken. Deze lidstaten moeten de Commissie in kennis stellen van de naam en de kenmerken, met inbegrip van de brutotonnage, van hun vaartuigen die betrokken zijn bij de visserij in het SPFO-gebied.
  • 4. 
    De lidstaten moeten eventuele evaluaties van de bestanden en onderzoek naar pelagische bestanden in het SPFO-gebied aanbieden aan de wetenschappelijke interim-werkgroep van de SPFO om te worden beoordeeld, en moeten de actieve deelname van hun wetenschappelijke deskundigen aan de wetenschappelijke werkzaamheden op het gebied van pelagische soorten bevorderen.
  • 5. 
    De lidstaten zorgen er zoveel mogelijk voor dat er voldoende waarnemers de vissersvaartuigen die hun vlag voeren, observeren om de pelagische visserij in het zuidelijk deel van de Stille Oceaan in het oog te kunnen houden en om relevante wetenschappelijke informatie te verzamelen.

Artikel 73

Bodemvisserij

  • 1. 
    De lidstaten beperken de bodemvisserijinspanning of de uit die visserij voortkomende vangsten in het SPFO-gebied tot het gemiddelde van de jaarlijkse hoeveelheden in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2006, wat betreft het aantal vissersvaartuigen, en wat betreft andere parameters die een maatstaf zijn voor de vangsthoeveelheid, de visserijinspanning en de visserijcapaciteit.

Artikel 74

Verzameling en uitwisseling van gegevens

De lidstaten verzamelen, controleren en verstrekken gegevens overeenkomstig de procedures die in de SPFO-normen voor de verzameling, rapportage, controle en uitwisseling van gegevens zijn uiteengezet.

HOOFDSTUK XIII

Bijzondere bepalingen voor de visserij door vaartuigen van de

Gemeenschap in het gebied van de Commissie voor de visserij in

het centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan (WCPFC)

Artikel 75

Beperking van de visserijinspanning

De lidstaten zien erop toe dat de totale inspanning bij de visserij op grootoogtonijn, geelvintonijn, gestreepte tonijn en witte tonijn in het WCPFC-gebied wordt beperkt tot de visserijinspanning die in partnerschapsovereenkomsten tussen de Gemeenschap en kuststaten in de regio is overeengekomen.

Artikel 76

Beheersplannen voor het gebruik van visaantrekkende structuren (FAD's)

  • 1. 
    Lidstaten waarvan de vaartuigen in het WCPFC-gebied mogen vissen, stellen beheersplannen op voor het gebruik van verankerde of drijvende visaantrekkende structuren (Fish Aggregating Devices, FAD's). Deze beheersplannen omvatten strategieën om de interactie met jonge grootoog- en geelvintonijn te beperken.

HOOFDSTUK XIV

Illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij)

Artikel 78

Noordelijke Atlantische Oceaan

Vaartuigen die in de noordelijke Atlantische Oceaan illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten uitoefenen, stellen zich bloot aan de in bijlage XII vastgestelde maatregelen.

HOOFDSTUK XV

Slotbepalingen

Artikel 79

Gegevensoverdracht

Wanneer de lidstaten op grond van artikel 15, lid 1, en artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 gegevens over de aanvoer van de hoeveelheden gevangen vis aan de Commissie zenden, maken zij daartoe gebruik van de in bijlage I bij deze verordening vermelde bestandscodes.

Artikel 80

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2008.

Voor TAC's voor het CCAMLR-gebied die gelden voor perioden die ingaan vóór 1 januari 2008, is artikel 41 van toepassing met ingang van de datum waarop de betrokken TAC van toepassing is.

BIJLAGE I

Vangstbeperkingen, per soort en per gebied (in ton levend gewicht, tenzij anders vermeld),

voor vaartuigen van de Gemeenschap in gebieden met vangstbeperkingen en voor vaartuigen

van derde landen in EG-wateren

Alle in deze bijlage vastgestelde vangstbeperkingen worden als quota beschouwd voor de toepassing van artikel 5 van deze verordening en vallen onder het bepaalde in Verordening (EEG)

nr. 2847/93, met name de artikelen 14 en 15.

Per gebied staan de visbestanden vermeld in alfabetische volgorde op de Latijnse naam van de vissoort. In de onderstaande overzichtstabel staan naast de in deze verordening gebruikte wetenschappelijke namen de corresponderende gewone namen vermeld:

Wetenschappelijke naam Drielettercode Gewone naam

Ammodytidae SAN Zandspiering

Anarhichas lupus CAT Zeewolf

Aphanopus carbo BSF Zwarte haarstaartvis

Argentina silus ARU Grote zilvervis

Beryx spp. ALF Bericyden

Boreogadus saida POC Arctische kabeljauw

Brosme brosme USK Torsk

Centrophorus squamosus GUQ Donkere doornhaai

Centroscymnus coelolepis CYO Portugese hondshaai

Cetorhinus maximus BSK Reuzenhaai

Chaenocephalus aceratus SSI Scotiazee-ijsvis

Champsocephalus gunnari ANI IJsvis

Wetenschappelijke naam Drielettercode Gewone naam

Etmopterus princeps ETR Grote lantaarnhaai

Etmopterus pusillus ETP Gladde lantaarnhaai

Etmopterus spinax ETX Zwarte doornhaai

Euphausia superba KRI Krielgarnaal

Gadus morhua COD Kabeljauw

Galeorhinus galeus GAG Ruwe haai

Germo alalunga ALB Witte tonijn

Glyptocephalus cynoglossus WIT Witje

Gobionotothen gibberifrons NOG Bultenijsvis

Hippoglossoides platessoides PLA Lange schol

Hippoglossus hippoglossus HAL Heilbot

Hoplostethus atlanticus ORY Atlantische slijmkop/Orange roughy

Illex illecebrosus SQI Kortvinnige pijlinktvis

Lamna nasus POR Haringhaai

Lampanyctus achirus LAC Lantaarnvis

Lepidonotothen squamifrons NOS Grijze zuidpoolkabeljauw

Wetenschappelijke naam Drielettercode Gewone naam

Merluccius merluccius HKE Heek

Micromesistius poutassou WHB Blauwe wijting

Microstomus kitt LEM Tongschar

Molva dypterigia BLI Blauwe leng

Molva macrophthalmus SLI Middellandse-Zeeleng

Molva molva LIN Leng

Nephrops norvegicus NEP Langoustine

Notothenia rossii NOR Gemarmerde ijsvis

Pagellus bogaraveo SBR Zeebrasem

Pandalus borealis PRA Noordse garnaal

Paralomis spp. PAI Krabben

Penaeus spp. PEN Peneide garnalen

Phycis spp. FOX Gaffelkabeljauwen

Platichthys flesus FLX Bot

Pleuronectes platessa PLE Schol

Pleuronectiformes FLX Platvis

Pollachius pollachius POL Pollak

Pollachius virens POK Koolvis

Psetta maxima TUR Tarbot

Pseudochaenichthus georgianus SGI Georgia ijsvis

Wetenschappelijke naam Drielettercode Gewone naam

Squalus acanthias DGS Doornhaai

Tetrapturus alba WHM Witte marlijn

Thunnus alalunga ALB Witte tonijn

Thunnus albacares YFT Geelvintonijn

Thunnus obesus BET Grootoogtonijn

Thunnus thynnus BFT Blauwvintonijn

Trachurus spp. JAX Horsmakrelen

Trisopterus esmarki NOP Kever

Urophycis tenuis HKW Witte heek

Xiphias gladius SWO Zwaardvis

De onderstaande concordantietabel van gewone benamingen en wetenschappelijke benamingen wordt uitsluitend ter verduidelijking gegeven:

Ansjovis ANE Engraulis encrasicolus

Arctische kabeljauw POC Boreogadus saida

Atlantische slijmkop/Orange roughy ORY Hoplostethus atlanticus

Atlantische zalm SAL Salmo salar

Bericyden ALF Beryx spp.

Blauwe leng BLI Molva dypterigia

Gemarmerde ijsvis NOR Notothenia rossii

Georgia ijsvis SGI Pseudochaenichthus georgianus

Gladde lantaarnhaai ETP Etmopterus pusillus

Grenadiers GRV Macrourus spp.

Grenadiersvis RNG Coryphaenoides rupestris

Griet BLL Scopthalmus rhombus

Grijze zuidpoolkabeljauw NOS Lepidonotothen squamifrons

Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot GHL Reinhardtius hippoglossoides

Grootoogtonijn BET Thunnus obesus

Grote lantaarnhaai ETR Etmopterus princeps

Grote zilvervis ARU Argentina silus

Haring HER Clupea harengus

Haringhaai POR Lamna nasus

Heek HKE Merluccius merluccius

Heilbot HAL Hippoglossus hippoglossus

Horsmakrelen JAX Trachurus spp.

Langoustine NEP Nephrops norvegicus

Langsnuitijsvis LIC Channichthys rhinoceratus

Lantaarnvis LAC Lampanyctus achirus

Leng LIN Molva molva

Lodde CAP Mallotus villosus

Makreel MAC Scomber scombrus

Middellandse-Zeeleng SLI Molva macrophthalmus

Noordelijke grenadier RHG Macrourus berglax

Noordse garnaal PRA Pandalus borealis

Peneide garnalen PEN Penaeus spp.

Platvis FLX Pleuronectiformes

Pollak POL Pollachius pollachius

Portugese hondshaai CYO Centroscymnus coelolepis

Reuzenhaai BSK Cetorhinus maximus

Roggen SRX-RAJ Rajidae

Roodbaarzen RED Sebastes spp.

Ruwe haai GAG Galeorhinus galeus

Schar DAB Limanda limanda

Tongen SOX Solea spp.

Tongschar LEM Microstomus kitt

Torsk USK Brosme brosme

Wijting WHG Merlangius merlangus

Witje WIT Glyptocephalus cynoglossus

Witte heek HKW Urophycis tenuis

Witte marlijn WHM Tetrapturus alba

Witte tonijn ALB Thunnus alalunga

Witte tonijn ALB Germo alalunga

Zandschar/Geelstaart- schar YEL Limanda ferruginea

Zandspiering SAN Ammodytidae

Zeebrasem SBR Pagellus bogaraveo

Zeeduivel ANF Lophiidae

Zeewolf CAT Anarhichas lupus

Zwaardvis SWO Xiphias gladius

Zwarte doornhaai ETX Etmopterus spinax

Zwarte haai SCK Dalatias licha

BIJLAGE IA

SKAGERRAK, KATTEGAT, ICES-zones I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV,

EG-wateren van CECAF en wateren van Frans Guyana

Soort: Zandspiering Gebied: Noorse wateren van IV

Ammodytidae SAN/04-N.

Denemarken Pm (1) Analytische TAC.

Verenigd Koninkrijk Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Quota voor experimentele visserij in verband met de dichtheid van zandspiering. De Commissie zal de voorwaarden vaststellen waaronder dit quotum mag worden gevangen. Totdat die voorwaarden zijn vastgesteld, mag niet in het kader van dit quotum worden gevist. Ongebruikte quota van de experimentele visserij mogen worden overgedragen naar de commerciële visserij indien de desbetreffende quota worden vastgesteld.

Soort: Zandspiering Gebied: IIIa; EG-wateren van IIa en IV(1)

Ammodytidae SAN/2A3A4.

Denemarken Niet vastgesteld Analytische TAC.

Verenigd Koninkrijk Niet vastgesteld Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Alle lidstaten Niet vastgesteld (2)

EG Niet vastgesteld Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Noorwegen Pm (3)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet vastgesteld

(1) Exclusief wateren binnen 6 mijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle

Argentina silus en IV

ARU/3/4.

Denemarken 1 180 Voorzorgs-TAC

Duitsland 12 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 8

Ierland 8 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland 55

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden 46

Verenigd Koninkrijk 21

EG 1 331

Soort: Grote zilvervis Gebied: EG-wateren en internationale wateren van V, VI en VII

Argentina silus

ARU/567.

Duitsland 405 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 9 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 378

Nederland 4225 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 297

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 5311

Soort: Torsk Gebied: EG-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII

Brosme brosme en XIV

USK/1214EI

Duitsland 3 Analytische TAC

Frankrijk 3 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 3

Andere 1 (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 10

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: Torsk Gebied: EG-wateren en internationale wateren van III

Brosme brosme USK/3EI.

Denemarken 14 Analytische TAC

Zweden 7 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 7

EG Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

28

Soort: Torsk Gebied: EG-wateren en internationale wateren van IV

Brosme brosme USK/4EI.

Denemarken 60 Analytische TAC

Duitsland 18 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 42

Zweden 6 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Uitsluitend voor bijvangsten. Uit hoofde van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

Soort: Torsk Gebied: Noorse wateren van IV

Brosme brosme USK/4AB-N.

België Pm Analytische TAC

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm

TAC Niet relevant

Soort: Haring (1) Gebied: IIIa

Clupea harengus HER/03A.

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Faeröer Pm (2)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

(1) Aanvoer van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2) Te vangen in het Skagerrak. In het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm naar die van Lindesnes, en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar het dichtstbij gelegen punt op de Zweedse kust.

Soort: Haring (1) Gebied: EG-wateren en Noorse wateren van ICES-zone IV benoorden 53°30'NB

Clupea harengus

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgenomen hoeveelheden:

Noorse wateren bezuiden

62°NB (HER/*04N-)

EG Pm

Soort: Haring Gebied: Noorse wateren bezuiden 62°NB

Clupea harengus HER/04-N.

Zweden Pm (1) Analytische TAC

EG Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis wordt in mindering gebracht op de quota voor die soorten.

Soort: Haring (1) Gebied: Bijvangsten in IIIa

Clupea harengus HER/03A-BC

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Aanvoer van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte kleiner dan 32 mm.

Soort: Haring (1) Gebied: VIId; IVc (2)

Clupea harengus HER/4CXB7D

België Pm (3)

Denemarken Pm (3) Analytische TAC

Duitsland Pm (3) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm (3)

Nederland Pm (3) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm (3)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm

TAC Pm

(1) Aanvoer van haring gevangen met vistuig met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 32 mm.

(2) Uitgezonderd Blackwater-bestand: het gaat om het haringbestand van het zeegebied van de Theemsmonding in een gebied dat wordt begrensd door een lijn die rechtwijzend zuid gaat vanaf Landguard Point (51°56' NB, 1°19,1' OL) tot 51°33' NB en vandaar rechtwijzend west naar een punt op de kust van het Verenigd Koninkrijk.

(3) Tot pm % van dit quotum mag worden overgedragen naar zone IVb. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld. (HER*04B.).

Soort: Haring Gebied: EG-wateren en internationale wateren van Vb, VIb en VIaN

Clupea harengus (1)

HER/5B6ANB.

Duitsland Pm Analytische TAC

Frankrijk Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland Pm

Nederland Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

toepassing.

(1) Bedoeld is het haringbestand in ICES-zone VIa, ten zuiden van 56°00° NB en ten westen van 07°00° WL.

Soort: Haring Gebied: VI Clyde (1)

Clupea harengus HER/06ACL.

Verenigd Koninkrijk 680 Voorzorgs-TAC

EG 680 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 680

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Clyde-bestand: haringbestand in het zeegebied ten noordoosten van een lijn tussen Mull of Kintyre en Corsewall Point.

Soort: Haring Gebied: VIIa (1)

Clupea harengus HER/07A/MM

Ierland 1 145 Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk 3 255 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 4 400

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 4 400 Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Zone VIIa wordt verminderd met het gebied dat is toegevoegd aan ICES-zones VIIg, VIIh, VIIj en VIIk

begrensd:

  • in het noorden, door de breedtegraad op 52° 30' NB,
  • in het zuiden door de breedtegraad op 52°00' NB,
  • in het westen door de kust van Ierland,
  • in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

Frankrijk 435 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 6 088

Nederland 435 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 9

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 7 045

TAC 7 045

(1) Deze zone wordt uitgebreid met de zone die wordt begrensd:

  • in het noorden door de breedtegraad op 52° 30'NB,
  • in het zuiden door de breedtegraad op 52° 00'NB,
  • in het westen door de kust van Ierland,
  • in het oosten door de kust van het Verenigd Koninkrijk.

Soort: Ansjovis Gebied: VIII

Engraulis encrasicolus ANE/08.

Spanje Analytische TAC

Frankrijk Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Ansjovis Gebied: IX en X; EG-wateren van CECAF 34.1.1

Engraulis encrasicolus ANE/9/3411

Spanje 3 252 Analytische TAC

Portugal 3 548 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

(1) Gebied als omschreven in artikel 3, onder e), van deze verordening.

Soort: Kabeljauw Gebied: Kattegat (1)

Gadus morhua COD/03AS.

Denemarken 338 Analytische TAC

Duitsland 7 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden 203

EG 548 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 548

(1) Gebied als omschreven in artikel 3, onder f), van deze verordening.

Soort: Kabeljauw Gebied: IV; EG-wateren van IIa; het deel van IIIa dat niet bij het Skagerrak en het Kattegat hoort

Gadus morhua

COD/2A3AX4

België Pm

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Nederland Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Noorwegen Pm (1)

toepassing.

TAC Niet relevant Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Kabeljauw Gebied: VI; EG-wateren van Vb; EG-wateren en internationale wateren van XII en XIV

Gadus morhua

COD/561214

België 1 Analytische TAC

Duitsland 11 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 117

Ierland 46 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 194

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 368

TAC 368

Bijzondere voorwaarden

In de betrokken ICES-zones mogen, binnen de limieten van de bovenstaande quota, niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

VIa; EG-wateren van Vb

(COD/*5BC6A)

België 1

Duitsland 11

Frankrijk 117

TAC 1 097

Soort: Kabeljauw Gebied: VIIb-k, VIII, IX en X; EG-wateren van CECAF 34.1.1

Gadus morhua

COD/7X7A34

België 159 Analytische TAC

Frankrijk 2 718 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 362

Nederland 23 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 295

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 3 557

TAC 3 557

Soort: Haringhaai Gebied: EG-wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XI, XII, XIII en XIV

Lamna nasus

POR/ALL-C.

Denemarken 17

Frankrijk 262 Voorzorgs-TAC

Duitsland 4 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 8

Spanje 127 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 4

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 422

Soort: Schartongen Gebied: VI; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Lepidorhombus spp.

LEZ/561214

Spanje 278 Analytische TAC

Frankrijk 1 085 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 317

Verenigd Koninkrijk 768 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 2 448

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 2 448

Soort: Schartongen Gebied: VII

Lepidorhombus spp. LEZ/07.

België 420 Analytische TAC

Spanje 4 667 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 5 663

Ierland 2 575 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 2 230

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 15 555

TAC 15 555

Soort: Schartongen Gebied: VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

EG 1 430 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 1 430

Soort: Schar en bot Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Limanda limanda en Platichthys flesus D/F/2AC4-C

België 420 Voorzorgs-TAC

Denemarken 1 576 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 2 365

Frankrijk 164 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland 9 534

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden 5

Verenigd Koninkrijk 1 326

EG 15 390

TAC 15 390

Soort: Zeeduivel Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Lophiidae ANF/2AC4-C

België 401 Voorzorgs-TAC

Denemarken 884 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 432

Frankrijk 82 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm toepassing.

EG Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet relevant

Soort: Zeeduivel Gebied: VI; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Lophiidae

ANF/561214

België 185 Voorzorgs-TAC

Duitsland 212 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Spanje 198

Frankrijk 2 280 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland 516

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland 178

Verenigd Koninkrijk 1 586

EG 5 155

TAC 5 155

Soort: Zeeduivel Gebied: VII

Lophiidae ANF/07.

België 2 379 (1) Analytische TAC

Duitsland 265 (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Spanje 945 (1)

Frankrijk 15 263 (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 1 951 (1)

toepassing.

TAC

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

7 260

Soort: Zeeduivel Gebied: VIIIc, IX en X; EG-wateren van CECAF

31.1.1

Lophiidae

ANF/8C3411

Spanje 1 222 Analytische TAC

Frankrijk 1 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Portugal 243

EG 1 466 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 1 466

Soort: Schelvis Gebied: IIIa, EG-wateren van IIIb, IIIc en IIId

Melanogrammus aeglefinus HAD/3A/BCD

België Pm (1) Analytische TAC

Denemarken Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm (1)

Nederland Pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm (1)

EG Pm (1) toepassing.

Noorwegen Pm

TAC Pm

(1) Exclusief naar schatting pm ton industriële bijvangst.

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgenomen hoeveelheden:

Noorse wateren van IV (HAD/*04N-)

EG Pm

Soort: Schelvis Gebied: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Melanogrammus aeglefinus HAD/04-N.

Zweden Pm Analytische TAC

EG Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Schelvis Gebied: EG-wateren en internationale wateren van ICES-zones VIb, XII en XIV

Melanogrammus aeglefinus

HAD/6B1214

België 12 Analytische TAC

Duitsland 14 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 585

Ierland 418 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 4 550

Soort: Schelvis Gebied: VII, VIII, IX en X; EG-wateren van CECAF

34.1.1

Melanogrammus aeglefinus

HAD/7/3411

België 109 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 6 528 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 2 176

Verenigd Koninkrijk 979 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG 9 792

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 9 792

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zone niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden

VIIa (HAD/*07A)

België 16

Frankrijk 72

Ierland 434

Verenigd Koninkrijk 480

EG 1 002

Bij melding van de vangsten aan de Commissie, moeten de lidstaten de in ICES-zone VIIa gevangen hoeveelheden apart opgeven. Het aanvoeren van schelvis uit ICES-zone VIIa is verboden wanneer de betrokken totale aanvoer meer dan 1179 ton bedraagt.

Soort: Wijting Gebied: IIIa

Merlangius merlangus WHG/03A.

Denemarken Pm (1) Analytische TAC

Nederland Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

(1)

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm (1)

Noorwegen Pm (2)

TAC Pm

(1) Exclusief naar schatting pm ton industriële bijvangst.

(2) Mag in EG-wateren worden gevist. Binnen dit quotum gedane vangsten moeten van het Noorse TAC-aandeel worden afgetrokken.

Bijzondere voorwaarden

In de betrokken ICES-zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

Noorse wateren van IV (WHG/*04N-)

EG Pm

Soort: Wijting Gebied: VI; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII and XIV

Merlangius merlangus

WHG/561214

Duitsland 5 Analytische TAC

Frankrijk 93 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 229

Verenigd Koninkrijk 438 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 765

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 765

Soort: Wijting Gebied: VIIa

Merlangius merlangus WHG/07A.

Frankrijk 10 169 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 4 713

Nederland 83 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 1 819

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 16 949

TAC 16 949

Soort: Wijting Gebied: VIII

Merlangius merlangus WHG/08.

Spanje 1 224 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 1 836 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 3 060

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

3 060

Soort: Wijting Gebied: IX en X; EG-wateren van CECAF 31.1.1

Merlangius merlangus WHG/9/3411

Portugal 555 Voorzorgs-TAC

EG 555 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Merluccius merluccius HKE/3A/BCD

Denemarken 1 499 Analytische TAC

Zweden 128 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 1 627

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

1 627

(1) Binnen een globale TAC van 54000 ton voor het noordelijke heekbestand.

Soort: Heek Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Merluccius merluccius HKE/2AC4-C

België 27 Analytische TAC

Denemarken 1 096 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 126

Frankrijk 243 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland 63

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 341

EG 1 896

TAC 1 896 (1)

(1) Binnen een globale TAC van 54000 ton voor het noordelijke heekbestand.

Soort: Heek Gebied: VI en VII; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Merluccius merluccius

HKE/571214

België 278 (1) Analytische TAC

(HKE/*8ABDE)

België 36

Spanje 1 440

Frankrijk 1 440

Ierland 180

Nederland 18

Verenigd Koninkrijk 810

EG 3924

Soort: Heek Gebied: VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Merluccius merluccius HKE/8ABDE.

België 9 (1) Analytische TAC

Spanje 6 214 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 13 955

Nederland 18 (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 20 196

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 20 196 (2)

(1) Van deze quota mogen overdrachten plaatsvinden naar zone IV en de EG-wateren van zone IIa. Deze overdrachten moeten evenwel vooraf aan de Commissie worden gemeld.

(2) Binnen een globale TAC van 54000 ton voor het noordelijke heekbestand.

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgenomen hoeveelheden:

VI en VII; EG-wateren van Vb;

internationale wateren van XII en XIV

TAC

7 047 Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Blauwe wijting Gebied: Noorse wateren van IV

Micromesistius poutassou WHB/4AB-N.

Denemarken Pm Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm (1) Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) TAC goedgekeurd door de EG, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Blauwe wijting (Micromesistius

poutassou)Gebied: EG-wateren en internationale wateren van I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV

WHB/1X14

Denemarken Pm (5)(6)

Duitsland Pm (5)(6) Analytische TAC

Spanje Pm (5)(6) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk Pm (5)(6)

Ierland Pm (5)(6) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland Pm (5)(6)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Portugal Pm (5)(6)

Zweden Pm (5)(6)

Verenigd Koninkrijk Pm (5)(6)

Portugal Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm (1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm (2) Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Waarvan tot pm % mag worden gevangen in de Noorse Exclusieve Economische Zone of in de visserijzone rond Jan Mayen (WHB/*NZJM2).

(2) TAC goedgekeurd door de EG, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Blauwe wijting Gebied: EG-wateren van II, IVa, V, VI ten noorden van 56°30NB en VII ten westen van 12°WL

Micromesistius poutassou

WHB/24A567

Noorwegen Pm (1) (2) Analytische TAC

Faeröer Pm (3)(4) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm (5)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van Noorwegen die zijn vastgelegd in de

overeenkomst met de kuststaten.

(2)

In zone VIa mag ten hoogste pm ton worden gevangen.

(3) In mindering te brengen op de vangstbeperkingen van de Faeröer die zijn vastgelegd in de overeenkomst met de kuststaten.

(4) Mag ook in zone VIb worden gevangen. In zone IV mag ten hoogste pm ton worden gevangen.

(5) TAC goedgekeurd door de EG, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Tongschar en witje Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus L/W/2AC4-C

EG Niet relevant (1) Analytische TAC

Noorwegen Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Vermeld in Verordening (EG) nr. 2015/2006.

Soort: Blauwe leng Gebied: EG-wateren van VIa benoorden 56°30'NB en VIb

Molva dypterigia

BLI/6AN6B.

Faeröer Pm (1) Analytische TAC

TAC Niet relevant Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Te vangen met de trawl: bijvangsten van grenadiersvis en haarstaartvis worden op dit quotum in mindering gebracht.

Soort: Leng Gebied: EG-wateren en internationale wateren van I en II

Molva molva

LIN/1/2.

Denemarken 10 Analytische TAC

Duitsland 10 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 10

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

95

(1) Dit quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EG-wateren van ICES-zones IIIa, IIIb, IIIc en IIId.

Soort: Leng Gebied: EG-wateren van IV

Molva molva

LIN/04.

België 18 Analytische TAC

Denemarken 278 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 172

Frankrijk 155 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland 6

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden 12

Verenigd Koninkrijk 2 135

EG 2 776

Soort: Leng Gebied: EG-wateren en internationale wateren van V

Molva molva LIN/05.

België 9 Analytische TAC

Denemarken 6 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 6

Frankrijk 6 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 6

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG

34

Soort: Leng Gebied: EG-wateren van IIa, IV, Vb, VI en VII

Molva molva LIN/2A47-C

EG Niet relevant Analytische TAC

Noorwegen Pm (1)(é) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Faeroër Pm (3)(4)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot pm % per vaartuig in de zones VI en VII is toegestaan. Dit percentage mag worden overschreden in de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond. De totale bijvangsten van andere soorten in de zones VI en VII mogen echter niet meer bedragen dan pm ton.

(2) Inclusief torsk. De quota voor Noorwegen zijn pm ton leng en pm ton torsk. Deze quota mogen tot 2 000 ton onderling worden gewisseld en de betrokken soorten mogen alleen met beuglijnen in de zones Vb, VI en VII worden gevangen.

(3) Inclusief blauwe leng en torsk. In zones VIb en VIa benoorden 56°30' NB mogen deze soorten slechts worden gevangen met beuglijnen.

(4) Waarvan in bijvangsten van andere soorten tot pm % per vaartuig in ICES-zones VIa en VIb is toegestaan. Dit percentage mag worden overschreden in de eerste 24 uur na het begin van de visserijactiviteiten op een bepaalde visgrond. De totale bijvangsten van andere soorten in zone VI mogen echter niet meer bedragen dan pm ton.

Soort: Leng Gebied: Noorse wateren van IV

Molva molva LIN/4AB-N.

België Pm Analytische TAC

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

toepassing.

(1) Dit quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EG-wateren van ICES-zones IIIa, IIIb, IIIc en IIId.

Soort: Langoustine Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Nephrops norvegicus NEP/2AC4-C

België 1 368 Analytische TAC

Denemarken 1 368 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 20

Frankrijk 40 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland 704

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 22 644

EG 26 144

TAC 26 144

Soort: Langoustine Gebied: Noorse wateren van IV

Nephrops norvegicus NEP/4AB-N.

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet relevant

Spanje 1 509 Analytische TAC

Frankrijk 6 116 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 9 277 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 8 251

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 25 153

TAC 25 153

Soort: Langoustine Gebied: VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe

Nephrops norvegicus NEP/8ABDE.

Spanje 259 Analytische TAC

Frankrijk 4 061 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 4 320

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

4 320 Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Langoustine Gebied: VIIIc

Nephrops norvegicus NEP/08C.

Spanje 107 Analytische TAC

Frankrijk 4 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Noordse garnaal Gebied: IIIa

Pandalus borealis PRA/03A.

Denemarken Pm Analytische TAC

Zweden Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Noordse garnaal Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Pandalus borealis PRA/2AC4-C

Denemarken Pm Analytische TAC

Nederland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

Soort: Noordse garnaal Gebied: Noorse wateren bezuiden 62° NB

Pandalus borealis PRA/04-N.

Denemarken Pm Voorzorgs-TAC

Zweden Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

toepassing.

(1) Vissen op garnalen van de soort Penaeus subtilis en Penaeus brasiliensis is verboden in wateren met een diepte van minder dan 30 m.

(2) Gebied als omschreven in artikel 16, lid 3, van deze verordening.

Soort: Schol Gebied: Skagerrak(1)

Pleuronectes platessa PLE/03AN.

België Pm Analytische TAC

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

Nederland Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG Pm

TAC Pm

(1) Gebied als omschreven in artikel 3, onder e), van deze verordening.

Soort: Schol Gebied: Kattegat(1)

Pleuronectes platessa PLE/03AS.

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

TAC Pm

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Noorse wateren van IV (PLE/*04N-)

EG Pm

Soort: Schol Gebied: VI; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Pleuronectes platessa

PLE/561214

Frankrijk 18 Voorzorgs-TAC

Ierland 244 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 406

EG 668 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

668

Soort: Schol Gebied: VIIa

Pleuronectes platessa PLE/07A.

België 89 Analytische TAC

Frankrijk 39 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 696

Nederland 27 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 889

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Pleuronectes platessa PLE/7DE.

België 749 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 2 497 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 1 331

EG 4 577 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

4 577

Soort: Schol Gebied: VIIf en VIIg

Pleuronectes platessa PLE/7FG.

België 122 Analytische TAC

Frankrijk 220 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 34

Verenigd Koninkrijk 115 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 491

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 491

Soort: Schol Gebied: VIIh, VIIj en VIIk

Pleuronectes platessa PLE/7HJK.

België 18 Analytische TAC

Frankrijk 36 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 124

Nederland 72 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 36

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Pollak Gebied: VI; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Pollachius pollachius

POL/561214

Spanje 5 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 184 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 54

Verenigd Koninkrijk 140 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG 383

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

383

Soort: Pollak Gebied: VII

Pollachius pollachius POL/07.

België 476 Voorzorgs-TAC

Spanje 29 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 10 959

Ierland 1 168 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 2 668

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 15 300

TAC 15 300

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

223

Soort: Pollak Gebied: IX en X; EG-wateren van CECAF 34.1.1

Pollachius pollachius POL/9/3411

Spanje 237 Voorzorgs-TAC

Portugal 8 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 245

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

245

Soort: Koolvis Gebied: IIIa en IV; EG-wateren van IIa , IIIb, IIIc en IIId

Pollachius virens

POK/2A34.

België Pm

Denemarken Pm Analytische TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Nederland Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Soort: Koolvis Gebied: Noorse wateren bezuiden 62°NB

Pollachius virens POK/04-N.

Zweden Pm Analytische TAC

EG Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Koolvis Gebied: VII, VIII, IX en X; EG-wateren van CECAF

34.1.1

Pollachius virens

POK/7X1034

België 10 Voorzorgs-TAC

Frankrijk 2132 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 1066

Verenigd Koninkrijk 582 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG 3790

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 3790

Soort: Tarbot en griet Psetta maxima en Scopthalmus rhombus Gebied: EG-wateren van IIa en IV T/B/2AC4-C

België 277 (1) Analytische TAC

Denemarken 11 (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland 14 (1)

Frankrijk 43 (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland 236 (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 1 062 (1)

EG 1 643 (1)

TAC 1643

(1) Bijvangstquotum. Deze soorten mogen niet meer uitmaken dan 25 % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten.

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Reinhardtius hippoglossoides Gebied: EG-wateren van IIa and IV; EG-wateren en internationale wateren van VI GHL/2A-C46

Denemarken Pm Voorzorgs-TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Estland Pm

Spanje Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland Pm

Litouwen Pm

Polen Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

EG 847 (1)

Noorwegen Pm (3)

TAC Pm (4)

(1) Waarvan pm ton te vangen in Noorse wateren bezuiden 62°NB (MAC/*04-N).

(2) Bij het vissen in Noorse wateren wordt bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

(3) Af te trekken van het Noorse TAC-aandeel ("access quota"). Dit quotum mag enkel in zone IVa worden gevangen, behalve pm ton die mag worden gevangen in zone IIIa.

(4) TAC goedgekeurd door de EG, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijke gebied.

Bijzondere voorwaarden

In de betrokken ICES-zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden worden gevangen:

IIIa MAC/*03A IIIa en IVbc MAC/*3A4BC IVb MAC/*04B IVc MAC/*04C VI; internationale wateren van IIa van 1 januari tot en met 31 maart 2008 MAC/*2A6

Denemarken Pm 4 020

Frankrijk Pm

Nederland Pm

Zweden Pm Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

Noorwegen Pm

Soort: Makreel Gebied: VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EG-wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV

Scomber scombrus

MAC/2CX14-

Duitsland Pm Analytische TAC

Spanje Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Estland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Ierland Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(3) TAC goedgekeurd door de EG, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijke gebied.

Bijzondere voorwaarden

In de betrokken zones mogen, binnen de limieten van bovenstaande quota, niet meer dan de hieronder opgegeven hoeveelheden worden gevangen, en uitsluitend van 1 januari tot en met 15 februari en van 1 oktober tot en met 31 december.

EG-wateren van IVa MAC/*04A-C

Duitsland Pm

Frankrijk Pm

Ierland Pm

Nederland Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Soort: Makreel Gebied: VIIIc, IX en X; EG-wateren van CECAF

34.1.1

Scomber scombrus

MAC/8C3411

Spanje Pm (1) Analytische TAC

Frankrijk Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal Pm (1)

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) De hoeveelheden die met andere lidstaten worden geruild, mogen in ICES-zones VIIIa, VIIIb en VIIId (MAC/*8ABD.) worden gevangen, tot een maximum van pm % van het quotum van de gevende lidstaat.

Bijzondere voorwaarden

Binnen de limieten van bovenstaande quota mag in de onderstaande zones niet meer worden gevangen dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

TAC 765 toepassing.

(1) Dit quotum mag uitsluitend worden gevangen in de EG-wateren van ICES-zones IIIa, IIIb, IIIc en IIId.

Soort: Tong Gebied: EG-wateren van II en IV

Solea solea SOL/24.

België Pm Analytische TAC

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Noorwegen Pm (1)

TAC 12800

(1) Mag uitsluitend in zone IV worden gevist.

Soort: Tong Gebied: VI; EG-wateren van Vb ; internationale wateren van XII en XIV

Solea solea

SOL/561214

Ierland 46 Voorzorgs-TAC

Verenigd Koninkrijk 12 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 58

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

612

Soort: Tong Gebied: VIIb en VIIc

Solea solea SOL/7BC.

Frankrijk 10 Analytische TAC

Ierland 45 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 55

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

55

Soort: Tong Gebied: VIId

Solea solea SOL/07D.

België 1 634 Analytische TAC

Frankrijk 3 269 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 1 167

EG 6 070 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

6 070

Soort: Tong Gebied: VIIe

EG 920 toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC 920

Soort: Tong Gebied: VIIh, VIIj en VIIk

Solea solea SOL/7HJK.

België 46 Analytische TAC

Frankrijk 92 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland 249

Nederland 74 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk 92

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 553

TAC 553

Soort: Tong Gebied: VIIIa en b

Solea solea SOL/8AB.

België 52 Analytische TAC

Spanje 9 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Frankrijk 3 823

Nederland 286 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 4 170

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC

4 170

Denemarken Pm Voorzorgs-TAC

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC

Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Sprot Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Sprattus sprattus SPR/2AC4-C

België Pm Voorzorgs-TAC

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden Pm (1)

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Noorwegen Pm (2)

Faeröer Pm (3) (4)(5)

TAC 195 000 (6)

(1) Met inbegrip van zandspiering.

(2) Mag enkel in EG-wateren van ICES-zone IV worden gevangen.

(3) Mag enkel worden gevangen in ICES-zone IV en zone VIa benoorden 56°30' NB. Bijvangst van blauwe wijting wordt in mindering gebracht op het quotum voor blauwe wijting voor de ICES-zones VIa, VIb en VII.

(4) Pm ton haring mag worden gevangen met netten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm. Als het quotum van pm ton haring is opgebruikt, zijn alle visserijactiviteiten met netten met een maaswijdte kleiner dan 32 mm verboden.

(5) Vangsten onder toezicht, overeenkomend met pm % van de visserijinspanning die door de lidstaten wordt geleverd; tot maximaal pm ton kan worden gevangen als zandspiering.

Soort: Doornhaai Gebied: EG-wateren van IIa en IV

Squalus acanthias DGS/2AC4-C

België Pm (1) Analytische TAC

Denemarken Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Duitsland Pm (1)

Frankrijk Pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Nederland Pm (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Zweden Pm (1)

Verenigd Koninkrijk Pm (1)

EG Pm (1)

Noorwegen Pm (2)

TAC 631

(1) Bijvangstquotum. Deze soorten maken niet meer uit dan pm % levend gewicht van de totale aan boord gehouden vangsten.

(2) Met inbegrip van beuglijnvangsten van ruwe haai (Galeorhinus galeus), zwarte haai (Dalatias licha), vogelbekhondshaai (Deania calceus), donkere doornhaai (Centrophorus squamosus), grote lantaarnhaai (Etmopterus princeps), gladde lantaarnhaai (Etmopterus spinax) en Portugese hondshaai (Centroscymnus coelolepis). Dit quotum mag enkel in zones IV, VI en VII worden gevist.

Soort: Doornhaai Gebied: EG-wateren en internationale wateren van I, V, VI, VII, VIII, XII en XIV

Squalus acanthias

DGS/15X14

EG 2121 (1) Analytische TAC

TAC 2121 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Faeröer Pm (2)

TAC 42 567

(1) Mag enkel in EG-wateren van ICES-zone IV worden gevangen.

(2) Binnen een totaal quotum van pm ton voor ICES-zones IV, VIa benoorden 56°30'NB, VII e, VIIf en VIIh.

Soort: Horsmakrelen Gebied: VI, VII en VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; EG-wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV

Trachurus spp.

JAX/578/14

Denemarken Pm

Analytische TAC

Duitsland Pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Spanje Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland Pm

Nederland Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Portugal Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm

Faeröer Pm (1)

TAC 136 488

(1) Binnen een totaal quotum van pm ton voor ICES-zones IV, VIa benoorden 56°30'NB, VIIe, VIIf en VIIh.

Soort: Horsmakrelen Gebied: VIIIc en IX

Trachurus spp. JAX/8C9.

Spanje 29 477

(1) Analytische TAC

Frankrijk 375

(1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Portugal 24 943

(1)

toepassing.

(1) Wateren grenzend aan de Azoren.

(2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad. Voor de controle op deze hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,2.

Soort: Horsmakrelen Gebied: EG-wateren van CECAF (1)

Trachurus spp. JAX/341PRT

Portugal 1 088 (2) Voorzorgs-TAC

EG 1 088 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

1 088

(1) Wateren grenzend aan Madeira.

(2) Waarvan niet meer dan 5 % mag bestaan uit horsmakrelen van 12 tot 14 cm, ongeacht het bepaalde in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad. Voor de controle op deze hoeveelheid wordt het gewicht van de betrokken aanvoer vermenigvuldigd met 1,2.

Soort: Horsmakrelen Gebied: EG-wateren van CECAF(1)

Trachurus spp. JAX/341SPN

Spanje 1 088 Voorzorgs-TAC

EG 1 088 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

1 088

Denemarken Pm (1) (2) Analytische TAC

Verenigd Koninkrijk Pm (1) (2) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm (1) (2)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Inclusief onvermijdelijke bijvangst van horsmakreel.

(2) Enkel als bijvangst.

Soort: Industriële visserij Gebied: Noorse wateren van IV

I/F/4AB-N.

Zweden Pm (1)(2) Voorzorgs-TAC

EG Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Bijvangst van kabeljauw, schelvis, pollak, wijting en koolvis wordt in mindering gebracht op de quota voor deze soorten.

(2) Waarvan tot pm ton mag bestaan uit horsmakreel.

Soort: Gecombineerde quota Gebied: EG-wateren van Vb, VI en VII

R/G/5B67-C

EG Niet relevant Voorzorgs-TAC

Noorwegen Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

(1) Door Noorwegen aan Zweden toegekend quotum op traditioneel niveau voor "andere soorten".

(2) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen; uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg.

Soort: Andere soorten Gebied: EG-wateren van IIa, IV en VIa benoorden 56°30'NB

OTH/2A46AN

EG Niet relevant

Noorwegen Pm (1) (3)

Faeröer Pm (2)

TAC Niet relevant

(1) Beperkt tot ICES-zones IIa en IV.

(2) In de ICES-zones IV en VIa beperkt tot bijvangsten van morene.

(3) Met inbegrip van niet specifiek vermelde visserijen; uitzonderingen kunnen worden opgenomen na overleg.

BIJLAGE IB

Noordoostelijke Atlantische Oceaan en Groenland

ICES-zones I, II, V, XII, XIV en Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

Soort: Sneeuwkrabben Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

Chionoecetes spp. PCR/N01GRN

Ierland Pm Voorzorgs-TAC

Spanje Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

TAC Niet relevant Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Haring Gebied: EG-wateren en internationale wateren van I en II

Clupea harengus

HER/1/2.

België Pm

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Denemarken Pm

Duitsland Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje Pm

Frankrijk Pm Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland Pm

Nederland Pm

Polen Pm

Portugal Pm

Finland Pm

Zweden Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

TAC Pm

Soort: Kabeljauw Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1; Groenlandse wateren van V en XIV

Gadus morhua

COD/N01514

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Kabeljauw Gebied: I en IIb

Gadus morhua COD/1/2B.

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Portugal Pm

Verenigd Koninkrijk Pm

Alle lidstaten Pm (1)

EG Pm (2)

TAC Pm

(1) Behalve Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen, Portugal en het Verenigd Koninkrijk

(2) De toewijzing van het aandeel van het voor de Gemeenschap beschikbare kabeljauwbestand in de zone

Spitsbergen en Bereneiland laat de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen geheel onverlet.

TAC Niet relevant Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Heilbot Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

Hippoglossus hippoglossus HAL/N01GRN

EG Pm

TAC Niet relevant

(1) Toegewezen aan Noorwegen; mag alleen met beuglijnen worden gevangen.

Soort: Lodde Gebied: IIb

Mallotus villosus CAP/02B.

EG

TAC

Soort: Lodde Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

Mallotus villosus CAP/514GRN

Alle lidstaten Pm

EG Pm

TAC Niet relevant

Frankrijk Pm toepassing.

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) TAC goedgekeurd door de EG, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Blauwe wijting Gebied: Wateren van de Faeröer

Micromesistius poutassou WHB/2X12-F

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

Frankrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm (1)

TAC Niet relevant

(1) TAC goedgekeurd door de EG, de Faeröer, Noorwegen en IJsland.

Soort: Leng en blauwe leng Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Molva molva en Molva dypterigia B/L/05B-F.

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Koolvis Gebied: Noorse wateren van I en II

Pollachius virens POK/1N2AB.

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet relevant

Soort: Koolvis Gebied: Internationale wateren van I en II

Pollachius virens POK/1/2INT.

EG

TAC Niet relevant

Soort: Koolvis Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Pollachius virens POK/05B-F.

België Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Gebied: Internationale wateren van I en II

GHL/1/2INT.

Reinhardtius hippoglossoides

EG

TAC Niet relevant

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

GHL/514GRN

Reinhardtius hippoglossoides

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Verenigd Koninkrijk Pm

EG Pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Niet relevant

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Soort: Groenlandse heilbot/Zwarte heilbot Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

GHL/N01GRN

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) Mag ook worden gevangen in de Noorse wateren van IV en in internationale wateren van IIa

(MAC/*4N-2A).

(2) TAC goedgekeurd door de EG, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijke gebied.

Soort: Makreel Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

Scomber scombrus MAC/05B-F.

Denemarken Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

TAC Pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) TAC goedgekeurd door de EG, Noorwegen en de Faeröer voor het noordelijke gebied.

Soort: Roodbaars Gebied: EG-wateren en internationale wateren van V; internationale wateren van XII en XIV

(2)

Sebastes spp.

RED/51214.

Estland Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm (1)

Spanje Pm (1)) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm (1))

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Ierland Pm (1)

Letland Pm (1)

Nederland Pm (1)

Polen Pm (1)

EG Pm (1) toepassing.

TAC Pm

(1) Enkel als bijvangst.

Soort: Roodbaars Gebied: Internationale wateren van I en II

Sebastes spp. RED/1/2INT.

EG Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC Pm

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

(1) De visserij wordt gesloten wanneer de TAC volledig is opgebruikt door de verdragsluitende partijen

van de NEAFC.

Soort: Roodbaars Gebied: Groenlandse wateren van V en XIV

Sebastes spp. RED/514GRN

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm (1)(2)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet relevant

Soort: Roodbaars Gebied: IJslandse wateren van Va

Sebastes spp. RED/05A-IS

België Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland Pm

TAC Niet relevant toepassing.

Soort: Bijvangst Gebied: Groenlandse wateren van NAFO 0 en 1

XBC/N01GRN

EG Pm (1)

TAC Niet relevant

(1) Bijvangsten worden gedefinieerd als vangsten van andere soorten dan de in de vergunning vermelde doelsoorten van het vaartuig. Mogen ten westen of ten oosten van Groenland worden gevangen.

Soort: Andere soorten (1) Gebied: Noorse wateren van I en II

OTH/1N2AB.

Duitsland Pm (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm (1)

Verenigd Koninkrijk Pm (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Pm

(1) Enkel als bijvangst.

Soort: Andere soorten (1) Gebied: Wateren van de Faeröer van Vb

OTH/05B-F.

Duitsland Pm Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Frankrijk Pm

Verenigd Koninkrijk Pm Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

EG Pm

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

TAC Niet relevant

BIJLAGE IC

Noordwestelijke Atlantische Oceaan

NAFO-gebied

Alle TAC's en visserijvoorschriften zijn vastgesteld in het kader van de NAFO.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 2J3KL

Gadus morhua COD/N2J3KL

EG (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad van xx oktober tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 3NO

Gadus morhua COD/N3NO.

EG (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

Soort: Kabeljauw Gebied: NAFO 3M

Gadus morhua COD/N3M.

Ec (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

Soort: Lange schol Gebied: NAFO 3M

Hippoglossoides platessoides PLA/N3M.

EG (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

Soort: Lange schol Gebied: NAFO 3LNO

Hippoglossoides platessoides PLA/3LNO.

Ec (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

Soort: Kortvinnige pijlinktvis Gebied: NAFO sub-zones 3 en 4

Illex illecebrosus SQI/N34.

Estland 128 (2) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland 128 (2)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

(2) Vangsten van vaartuigen binnen dit quotum worden aan de vlaggenlidstaat gemeld en iedere 48 uur via de Commissie aan het secretariaat van de NAFO overgemaakt.

Soort: Lodde Gebied: NAFO 3NO

Mallotus villosus CAP/N3NO.

EG (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 vastgestelde beperkingen.

Soort: Noordse garnaal Gebied: NAFO 3L (1)

Pandalus borealis PRA/N3L.

Estland 278 (2) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland 278 (2)

Litouwen 278 (2) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen 278 (2)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 278 (2) (3)

TAC 25 000

(1) Met uitzondering van het vak dat wordt begrensd door de volgende coördinaten:

Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte

1 47°20'0 46°40'0

2 47°20'0 46°30'0

3 46°00'0 46°30'0

4 46°00'0 46°40'0

bepalingen voor de toepassing van bepaalde controlemaatregelen van de visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PB L 21 van 30.1.1992, blz. 4) [Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1048/97 (PB L 154 van 12.6.1997, blz. 1)], ongeacht of zij de grens tussen de NAFO-sectoren 3L en 3M passeren.

Daarnaast wordt de visserij op garnaal van 1 juni tot en met 31 december 2008 verboden in het vak dat door de volgende coördinaten wordt begrensd:

Punt nr. Noorderbreedte Westerlengte

1 47°55'0 45°00'0

2 47°30'0 44°15'0

3 46°55'0 44°15'0

4 46°35'0 44°30'0

5 46°35'0 45°40'0

6 47°30'0 45°40'0

7 47°55'0 45°00'0

(2) Niet relevant. Visserijbeheer door middel van beperkingen van de visserijinspanning. De betrokken lidstaten geven speciale visdocumenten af voor hun vaartuigen die deze visserij uitoefenen en stellen de Commissie vóór het begin van de activiteiten van de vaartuigen in kennis van deze afgifte overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1672/94. In afwijking van artikel 8 van die verordening, worden deze documenten pas geldig indien de Commissie binnen vijf werkdagen na de kennisgeving geen bezwaar heeft gemaakt.

-

Lidstaat Maximumaantal Maximumaantal

vaartuigen visdagen

Denemarken 2 131

Estland 8 1667

Spanje 10 257

Letland 4 490

Litouwen 7 579

Polen 1 100

Portugal 1 69

Iedere lidstaat meldt de Commissie maandelijks, tijdens de eerste 25 dagen na de kalendermaand van de vangsten, hoeveel visdagen zijn doorgebracht en hoeveel is gevangen in sector 3M en in het in voetnoot (1) gedefinieerde gebied.

Soort: Groenlandse heilbot/zwarte heilbot Gebied: NAFO 3LMNO

Spanje 6561 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal 1274

Estland 546 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen 119

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

EG 8500

TAC 13500

Soort: Roodbaars Gebied: NAFO 3LN

Sebastes spp. RED/N3LN.

EG (1)

TAC (1)

(1) Deze soort mag niet gericht worden bevist en mag enkel worden gevangen als bijvangst met inachtneming van de beperkingen die zijn vastgesteld in artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad.

Soort: Roodbaars Gebied: NAFO 3M

Sebastes spp. RED/N3M.

Estland 1571 (1) Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland 513 (1)

Spanje 233 (1) Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Letland 1571 (1)

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

Litouwen 1571 (1)

Portugal 2354 (1)

EG 7813 (1)

TAC 8 500 (1)

Sebastes spp. RED/N1F3K.

Letland [364

Litouwen 3019

TAC 3383]

Soort: Witte heek Gebied: NAFO 3NO

Urophycis tenuis HKW/N3NO.

Spanje 2165 Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Portugal 2835

EG 5000 Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

TAC 8500

Artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 is van toepassing.

BIJLAGE ID

Over grote afstanden trekkende soorten -- alle gebieden

Deze TAC's worden vastgesteld in het kader van de internationale organisaties voor de tonijnvisserij, zoals ICCAT en IATTC.

Soort: Blauwvintonijn Gebied: Atlantische Oceaan, ten oosten van 45° WL, en Middellandse Zee

Thunnus thynnus

BFT/AE045W

Cyprus Pm

Griekenland Pm

Spanje Pm

Frankrijk Pm

Italië Pm

Malta Pm

Portugal Pm

Alle lidstaten Pm (1)

EG Pm

TAC Pm

(1) Behalve Cyprus, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Malta en Portugal, en enkel als bijvangst.

Soort: Zwaardvis Gebied: Atlantische Oceaan, benoorden 5° NB

Xiphias gladius SWO/AN05N

Spanje Pm

Portugal Pm

Alle lidstaten Pm (1)

EG Pm

Spanje Pm (2)

Frankrijk Pm (2)

Verenigd Koninkrijk Pm (2)

Portugal Pm (2)

EG Pm (1)

TAC Pm

(1) Het aantal vissersvaartuigen van de Gemeenschap die op witte tonijn als doelsoort vissen, wordt overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EG) nr. 973/2001 vastgesteld op 1253.

(2) Het maximale aantal vaartuigen van de Gemeenschap dat gericht op witte tonijn mag vissen, is overeenkomstig artikel 10, lid 4, van Verordening (EG) nr. 973/2001 als volgt over de lidstaten

verdeeld:

Lidstaat Maximumaantal vaartuigen

Ierland 50

Spanje 730

Frankrijk 151

Verenigd Koninkrijk 12

Portugal 310

EG 1253

Soort: Witte tonijn Gebied: Atlantische Oceaan, bezuiden 5° NB

Germo alalunga ALB/AS05N

Spanje Pm

Frankrijk Pm

Portugal Pm

EG Pm

TAC Pm

Soort: Grootoogtonijn Gebied: Atlantische Oceaan

Soort: Witte marlijn Gebied: Atlantische Oceaan

Tetrapturus alba WHM/ATLANT

EG Pm

TAC Niet relevant

BIJLAGE IE

Antarctisch gebied

CCAMLR-gebied

Deze door de CCAMLR vastgestelde TAC's zijn niet aan de CCAMLR-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Gemeenschap onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de CCAMLR, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Soort: Langsnuitijsvis Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Channichthys rhinoceratus LIC/F5852.

TAC 150

Soort: IJsvis Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren

Champsocephalus gunnari ANI/F483.

TAC 4 337 (1)

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 15 november 2007 tot en met 14 november 2008. In de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2008 is de visserij op dit bestand beperkt tot 1 084 ton.

Soort: IJsvis Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren(1)

Champsocephalus gunnari ANI/F5852.

TAC 42 (2)

(1) In het kader van deze TAC mag visserij worden bedreven in het gedeelte van statistische sector 58.5.2 van de FAO dat is afgebakend door de lijn die loopt:

(a) van het snijpunt van lengtegraad 72°15'OL met de grens als vastgesteld bij de Overeenkomst inzake de afbakening van de wateren tussen Australië en Frankrijk ("Australia-France Maritime Delimitation Agreement") zuidwaarts langs deze lengtegraad tot het snijpunt daarvan met breedtegraad 53°25'ZB;

Beheersgebied A: 48°WL tot 43°30' WL 52°30'ZB tot 56 ZB (TOP/*F483A)

Beheersgebied B: 43°30'WL tot 40°WL 52°30'ZB tot 56°ZB (TOP/*F483B)1 066

Beheersgebied C: 40°WL tot 2 488

33°30'WL 52°30' ZB tot 56°ZB (TOP/*F483C)

(1) Deze TAC is van toepassing voor beugvisserij in de periode van 1 mei tot en met 31 augustus 2008 en voor korfvisserij in de periode van 1 december 2007 tot en met 30 november 2007.

Soort: Zwarte patagonische ijsvis Gebied: Fao 48.4 Antarctische wateren

Dissostichus eleginoides TOP/F484.

TAC 100

Soort: Zwarte patagonische ijsvis Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Dissostichus eleginoides TOP/F5852.

TAC 2 427 (1)

(1)

Deze TAC is uitsluitend van toepassing ten westen van 79°20'OL. Het is niet toegestaan ten oosten van deze lengtegraad in deze zone te vissen (zie bijlage VIII).

Soort: Krielgarnaal Gebied: FAO 48

Euphausia superba KRI/F48.

TAC 4 000 000 (1)

dan de hieronder opgegeven hoeveelheden:

Zone 58.4.1 ten westen van 115° OL (KRI/*F-41W) 277 000

Zone 58.4.1 ten oosten van 115° OL (KRI/*F-41E) 163 000

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2007 tot en met 30 november 2008.

Soort: Krielgarnaal Gebied: FAO 58.4.2 Antarctische wateren

Euphausia superba KRI/F5842.

TAC 450 000 (1)

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2007 tot en met 30 november 2008.

Soort: Grijze zuidpoolkabeljauw Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Lepidonotothen squamifrons NOS/F5852.

TAC 80

Soort: Krabben Gebied: FAO 48.3 Antarctische wateren

Paralomis spp. PAI/F483.

TAC 1 600 (1)

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2007 tot en met 30 november 2008.

Soort: Grenadiers Gebied: FAO 58.5.2 Antarctische wateren

Macrourus spp. GRV/F5852.

TAC 360

TAC

(1) Deze TAC is van toepassing voor de periode van 1 december 2007 tot en met 30 november 2008.

BIJLAGE IF

ZUIDOOST-ATLANTISCHE OCEAAN

SEAFO-gebied

Deze TAC's zijn niet aan de SEAFO-leden toegewezen, zodat het aandeel van de Gemeenschap onbepaald is. De vangsten staan onder toezicht van het secretariaat van de SEAFO, dat meedeelt wanneer de visserij moet worden stopgezet omdat de TAC is opgevist.

Soort: Zwarte patagonische ijsvis (Dissostichus eleginoides) Gebied: SEAFO

TAC 260

Soort: Rode diepzeekrab (Chaceon spp) Gebied: SEAFO-deelsector B1(1)

TAC 200

(1) In het kader van deze TAC mag de visserij worden bedreven in het gebied dat wordt begrensd:

  • ten westen door de lengtegraad 0°OL,
  • ten noorden door de breedtegraad 20°ZB,
  • ten zuiden door de breedtegraad 28°ZB, en
  • ten oosten door de buitengrenzen van de Exclusieve Economische Zone van Namibië.

ANNEX II

BIJLAGE IIA

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL

VAN BEPAALDE BESTANDEN IN ICES-ZONES IIIa, IV, VIa, VIIa, VIId EN IN DE EG-

WATEREN VAN ICES-ZONE IIA

ALGEMENE BEPALINGEN

  • 1. 
    WERKINGSSFEER

De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Gemeenschap met een lengte over alles gelijk aan of groter dan 10 meter, die met enig vistuig als omschreven in punt 4 aan boord aanwezig zijn in ICES-zones IIIa, IV, VIa, VIIa en VIId en in de EG-wateren van ICES-zone IIa. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2008 verstaan de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009.

  • 2. 
    DEFINITIES VAN GEOGRAFISCHE GEBIEDEN

2.1. Voor de toepassing van deze bijlage gelden de volgende geografische gebieden:

  • a) 
    het Kattegat;
  • b) 
    (i) het Skagerrak;

(ii) het deel van ICES-zone IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort;

ICES-zone IV en de EG-wateren van ICES-zone IIa;

(iii) ICES-zone VIId;

  • c) 
    ICES-zone VIIa;

58°00'NB, 08°00'WL

58°00'NB, 08°30'WL

56°00'NB, 08°30'WL

56°00'NB, 09°00'WL

55°00'NB, 09°00'WL

55°00'NB, 10°00'WL

54°30'NB, 10°00'WL

  • 3. 
    DEFINITIE VAN DAG VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

In deze bijlage wordt onder een dag van aanwezigheid in het gebied verstaan een doorlopende periode van 24 uur (of deel daarvan) gedurende welke een vaartuig in een in punt 2.1 vermeld gebied aanwezig en buitengaats is. De lidstaat waarvan het betreffende vaartuig de vlag voert, bepaalt wanneer de doorlopende periode ingaat.

  • 4. 
    VISTUIG

4.1. Deze bijlage heeft betrekking op de volgende categorieën vistuig:

  • a) 
    trawls, Deense zegennetten of soortgelijk vistuig, met uitzondering van boomkorren,

met een maaswijdte:

(i) gelijk aan of groter dan 16 mm en kleiner dan 32 mm;

(ii) gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 90 mm;

(iii) gelijk aan of groter dan 90 mm en kleiner dan 100 mm;

(ii) gelijk aan of groter dan 110 mm en kleiner dan 150 mm;

(iii) gelijk aan of groter dan 150 mm en kleiner dan 220 mm;

(iv) gelijk aan of groter dan 220 mm;

  • d) 
    schakels;
  • e) 
    beuglijnen.

4.2. Voor de toepassing van deze bijlage en onder verwijzing naar de in punt 2.1 vermelde gebieden en de in punt 4.1 omschreven categorieën vistuig, worden de volgende categorieën van overdrachten vastgesteld:

  • a) 
    categorie vistuig 4.1, onder a), i), in om het even welk gebied;
  • b) 
    categorie vistuig 4.1, onder a), ii), in om het even welk gebied, en categorie vistuig 4.1, onder a), iii), in het deel van ICES-zone IIIa dat niet tot het Skagerrak en het Kattegat behoort, ICES-zones IV, VIa, VIIa, VIId en de EG-wateren van ICES-zone IIa;
  • c) 
    categorie vistuig 4.1, onder a), iii), in het Skagerrak en het Kattegat, en categorieën vistuig 4.1, onder a), iv) en v), in om het even welk gebied;
  • d) 
    categorieën vistuig 4.1, onder b), i), ii), iii) en iv), in om het even welk gebied;
  • e) 
    categorieën vistuig 4.1, onder c), i), ii), iii) en iv), en onder d), in om het even welk gebied;
  • f) 
    categorie vistuig 4.1, onder e), in om het even welk gebied.

TOEPASSING VAN DE BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJINSPANNING

  • 5. 
    VAARTUIGEN WAARVOOR BEPERKINGEN VAN VISSERIJINSPANNINGEN GELDEN

5.4. Een vaartuig dat de vlag van een lidstaat voert die geen quota heeft in een in punt 2.1 vermeld gebied, mag in dat gebied niet vissen met vistuig van een in punt 4.1 vermelde categorie, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum toegewezen krijgt uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 15 van deze bijlage.

  • 6. 
    ACTIVITEITSBEPERKINGEN

De lidstaten zorgen ervoor dat vissersvaartuigen die hun vlag voeren en in de Gemeenschap geregistreerd zijn, wanneer ze vistuig behorend tot een categorie als omschreven in punt 4.1 aan boord hebben, niet langer dan het in punt 8 bepaalde aantal dagen in een in punt 2.1 vermeld gebied aanwezig zijn.

  • 7. 
    UITZONDERINGEN

Dagen waarop een vaartuig aanwezig was in het gebied, maar niet heeft kunnen vissen omdat het noodhulp aan een ander vaartuig heeft verleend of omdat het een gewonde moest vervoeren die dringende medische zorg nodig had, worden door de vlaggenlidstaat niet in mindering gebracht op het uit hoofde van deze bijlage aan dat vaartuig toegewezen aantal dagen van aanwezigheid in het gebied. Indien een lidstaat hiertoe besluit, dient hij de redenen voor dit besluit alsmede bewijsstukken van de bevoegde autoriteiten betreffende de noodsituatie binnen een maand aan de Commissie te verstrekken.

AAN VISSERSVAARTUIGEN TOEGEWEZEN AANTAL DAGEN BUITENGAATS

  • 8. 
    MAXIMUMAANTAL DAGEN

8.1. Het maximumaantal dagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2008 een onder zijn vlag varend vaartuig dat één van de in punt 4.1 vermelde categorieën vistuig aan boord heeft, mag toestaan aanwezig te zijn in een in punt 2.1 vermeld gebied, is vastgesteld in tabel I.

  • e) 
    De aan boord gehouden vangsten dienen minder dan 5% kabeljauw en meer dan 60% schol te bevatten.
  • f) 
    De aan boord gehouden vangsten dienen minder dan 5% kabeljauw en meer dan 5 % tarbot en snotdolf te bevatten.
  • g) 
    Het vaartuig moet uitgerust zijn met schakels met een maaswijdte 110 mm en mag niet langer dan 24 uur ononderbroken buitengaats zijn.
  • h) 
    Het vaartuig moet de vlag van een lidstaat voeren en geregistreerd zijn in een lidstaat die een door de Commissie goedgekeurde regeling heeft ontwikkeld voor de automatische schorsing van visvergunningen in geval van overtredingen door vaartuigen die aan deze bijzondere voorwaarde voldoen. Indien een voordien door de Commissie goedgekeurd systeem voor de automatische schorsing van visvergunningen ongewijzigd van toepassing blijft, dient de lidstaat de Commissie slechts in kennis te stellen van de voortzetting van dit systeem.

(i) Het vaartuig moet in 2003, 2004, 2005, 2006 of 2007 in het gebied aanwezig zijn geweest, uigerust met vistuig van de in punt 4.1, onder b), vermelde categorieën. In 2008 moeten de in levend gewicht gemeten en in het Gemeenschapslogboek vastgelegde vangsten die tijdens elke visreis aan boord worden gehouden, uit minder dan 5% kabeljauw bestaan. Tijdens een beheersperiode waarin een vaartuig van deze bepaling gebruikmaakt, mag op geen enkel moment ander dan het in punt 4.1, onder b), iii) of iv), bedoelde vistuig aan boord zijn.

(j) Het vaartuig moet voldoen aan de voorwaarden van aanhangsel 2.

(k) Tijdens de periode mei-oktober moeten de aan boord gehouden vangsten uit minder dan 5% kabeljauw en meer dan 60% schol bestaan. Ten minste 55% van het maximaal aantal dagen dat op grond van deze bijzondere voorwaarde is toegestaan, wordt van mei tot en met oktober gebruikt in het gebied ten oosten van 4°30' WL.

(l) Het vaartuig moet voldoen aan de voorwaarden van aanhangsel 3.

De waarnemers moeten onafhankelijk zijn van de reder van het vaartuig en mogen geen deel uitmaken van de bemanning van het vissersvaartuig.

8.4. Tijdens de beheersperiode 2008 mogen de lidstaten de aan hen toegewezen visserijinspanningen beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. De lidstaten kunnen aan de hand van een dergelijk systeem om het even welk betrokken vaartuig toestemming verlenen om met een combinatie van categorieën vistuig en bijzondere voorwaarden van tabel 1 aanwezig te zijn in een in punt 2.1 vermeld gebied gedurende een maximumaantal dagen dat verschillend is van dat in de tabel, op voorwaarde dat het totale aantal kilowattdagen dat met een dergelijke combinatie overeenkomt, in acht wordt genomen.

Voor een specifieke combinatie van geografische gebieden, categorieën vistuig en bijzondere voorwaarden moet het totale aantal kilowattdagen de som zijn van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en in aanmerking komen voor die specifieke combinatie. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken indien de bepalingen van dit punt niet werden toegepast.

8.5. Lidstaten die de bepalingen van punt 8.4 willen toepassen, moeten bij de Commissie een verzoek daartoe indienen met elektronische verslagen waarin voor elke combinatie van geografische gebieden, categorieën vistuig en bijzondere voorwaarden van tabel I de details van de berekening zijn opgenomen, gebaseerd op:

  • a) 
    de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het communautaire vlootregister (CFR Community Fleet Register) en hun motorvermogen;
  • b) 
    vangstcijfers uit 2002 voor deze vaartuigen waaruit de in bijzondere voorwaarde 8.2, onder c), d), e), f) of k), vastgestelde vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen in aanmerking komen voor deze bijzondere voorwaarden en niet betrokken zijn bij in punt 8.3 bedoelde waarnemersplannen;

8.8. Indien een vaartuig tijdens een visreis twee of meer in punt 2 vermelde gebieden aandoet, wordt de betrokken dag in mindering gebracht op het aantal dagen voor het gebied waar het grootste gedeelte van de dag is doorgebracht.

  • 9. 
    BEHEERSPERIODEN

9.1. Een lidstaat mag het in tabel I vermelde aantal dagen van aanwezigheid in het gebied verdelen over beheersperioden van een of meer kalendermaanden.

9.2. Het aantal dagen waarop een vaartuig gedurende een beheersperiode in een van de in punt 2.1 vermelde gebieden aanwezig mag zijn, wordt door de betrokken lidstaat zelf vastgesteld.

9.3. Nadat een vaartuig het aantal dagen van aanwezigheid in het gebied, waarop het voor een bepaalde beheersperiode recht heeft, heeft opgebruikt, moet het voor de rest van de beheersperiode in de haven of buiten de in punt 2.1 vermelde gebieden blijven, tenzij uitsluitend ongereglementeerd vistuig wordt gebruikt overeenkomstig het bepaalde in punt

18.

  • 10. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN

VISSERIJACTIVITEITEN

10.1. Op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2002 hetzij overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999, hetzij ingevolge andere omstandigheden die de lidstaten naar behoren motiveren, kan de Commissie aan de lidstaten extra zeedagen toekennen waarop een vaartuig na toestemming van zijn vlaggenlidstaat in een in punt 2.1 vermeld gebied aanwezig mag zijn met één van de in punt 4.1 vermelde vistuigen aan boord. De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2001 in het betrokken geografische gebied met het betrokken vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2001 met dat vistuig hebben geleverd.

  • b) 
    de door dergelijke vaartuigen in 2001 verrichte visserijactiviteit, berekend in zeedagen per betrokken combinatie van geografisch gebieden, categorieën vistuig en, waar nodig, bijzondere voorwaarden.

10.3. Op basis van dit verzoek kan de Commissie het in punt 8.1 vastgestelde aantal dagen voor de betrokken lidstaat wijzigen volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

10.4. Tijdens de beheersperiode 2008 mag een lidstaat deze extra zeedagen opnieuw toewijzen aan alle of sommige vaartuigen die nog steeds deel uitmaken van de vloot en die in aanmerking komen voor de betrokken combinatie van geografische gebieden, categorieën vistuig en bijzondere voorwaarden, door, mutatis mutandis, de bepalingen van de punten

8.4 en 8.5 toe te passen.

10.5. Extra dagen die eerder door de Commissie zijn toegewezen vanwege de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten, blijven geldig in 2008.

  • 11. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKT TOEZICHT DOOR WAARNEMERS

11.1. De Commissie kan op basis van een programma voor versterkt toezicht door waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector, de lidstaten tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met vistuig van een in punt 4.1 opgenomen categorie aan boord. Dergelijke programma's moeten met name gericht zijn op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en moeten inzake gegevensverzameling verder gaan dan de vereisten voor de minimumprogramma's en uitgebreide programma's, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1543/2000

2, Verordening (EG) nr. 1639/20013 en Verordening (EG)

nr. 1581/20044.

De waarnemers moeten onafhankelijk zijn van de reder van het vaartuig en mogen geen deel uitmaken van de bemanning van het vissersvaartuig.

11.2. De lidstaten die wensen gebruik te maken van de in punt 11.1 genoemde toewijzing, moeten een beschrijving van hun programma voor versterkt toezicht door waarnemers bij de Commissie indienen.

11.5. Op basis van een proefproject met uitgebreidere gegevens kan de Commissie de lidstaten tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009 zes extra dagen toewijzen waarop een vaartuig in het in punt 2.1, onder c), bedoelde gebied aanwezig mag zijn als het vistuig aan boord heeft als bedoeld in punt 4.1, onder a), iv) en v).

11.6. Op basis van een proefproject met uitgebreidere gegevens kan de Commissie de lidstaten tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009 twaalf extra dagen toewijzen waarop een vaartuig in het in punt 2.1, onder c), vermelde gebied aanwezig mag zijn als het in punt 4.1 opgenomen vistuig aan boord heeft, met uitzondering van vistuig van de in punt 4.1, onder a, iv) en v), opgenomen categorieën.

11.7. Lidstaten die gebruik willen maken van de in de punten 11.2 en 11.3 bedoelde toewijzingen, dienen bij de Commissie een beschrijving in van hun proefproject met uitgebreidere gegevens, dat verder dient te gaan dan de bestaande voorschriften in de Gemeenschapswetgeving. Op basis van deze beschrijving kan de Commissie het voorstel van een lidstaat inzake een proefproject met uitgebreidere gegevens goedkeuren overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

  • 12. 
    BIJZONDERE VOORWAARDEN VOOR DE TOEWIJZING VAN DAGEN

12.1. De bovenbedoelde voorwaarden moeten vermeld zijn in het in punt 5.1 bedoelde speciale visdocument voor vaartuigen waarop de bijzondere voorwaarden van punt 8.2 van toepassing zijn.

12.2. Indien aan een vaartuig dagen worden toegewezen omdat is voldaan aan een bijzondere voorwaarde van punt 8.2, onder b), c), d), e), f), k) of i), mag het aandeel van de in die punten vermelde soorten in de door dat vaartuig aan boord gehouden vangst niet hoger liggen dan de in die punten vermelde percentages. Vaartuigen mogen geen vis overladen op een ander vaartuig. Wanneer een vaartuig niet aan de betrokken voorwaarde(n) voldoet, verliest het met onmiddellijke ingang het recht op de toewijzing van het aantal dagen dat met die bijzondere voorwaarde(n) overeenstemt.

  • 13. 
    TABEL I - MAXIMUMAANTAL DAGEN WAAROP EEN VAARTUIG IN 2008 IN HET GEBIED

AANWEZIG MAG ZIJN, PER VISTUIG

Gebied vermeld in punt:

Vistuig Punt 4.1Bijzondere voorwaarde (punt 8)Omschrijving1 2.1.a 2.1.b 2.1.c 2.1.d

Kattegat i) Skaggerak VIIa VIa

  • ii) 
    EG-wateren van zone IIa, IVa,b,c,

(iii) VIId

(i) (ii) (iii)

a), i) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 16 en < 32 mm228 228(2) 228 228

a), ii) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 70 en < 90 mm n.v.t. n.v.t. 184 199 153 170

a), iii) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 90 en <

100 mm 71 86 188 227 227

a), iv) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 100 en <

120 mm103 86 79 63

a), v) 8.2, a) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 120 mm, met een paneel met vierkante mazen van 120 mm (aanhangsel 1)137 137 103 114 91

a), v) 8.2, j) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 120 mm, met een paneel met vierkante mazen van 140 mm (aanhangsel 2)149 149 115 126 103

a), ii) 8.2, b) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 70 en < 90

mm die voldoen aan de voorwaarden van aanhangsel 2 van bijlage IIIOnbep. Onbep. Onbep. Onbep.

a), ii) 8.2, c) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 70 mm en < 90 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauwn.v.t. n.v.t. 215 227 204 227

a), iii 8.2, l) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 90 en <

100 mm die voldoen aan

de voorwaarden van aanhangsel 3132 132 238 238 238

dan 5% kabeljauw en meer dan 60% schol

a), v) 8.2, k) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 120 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw en meer dan 60% scholn.v.t. n.v.t. 178 n.v.t.

a), v) 8.2, h) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 120 mm die vallen onder een regeling van automatische schorsing van de visvergunning115 115 126 103

a.ii) 8.2, d) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 70 mm en < 90 mm, met vangstcijfers in het verleden van minder dan 5% kabeljauw, tong en schol280 280 280 252

a), iii) 8.2, d) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 90 mm en < 100 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw, tong en scholOnbep. Onbep. 280 280 280

a), iv) 8.2, d) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte 100 mm en < 120 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw, tong en scholOnbep. Onbep. 276 276

a), v) 8.2, d) Trawls of Deense zegennetten met een maaswijdte > 120 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw, tong en scholOnbep. Onbep. Onbep. 279

b), iii) Boomkorren met een maaswijdte 100 en < 120 mmn.v.t. 129 Onbep. 129 129

b), iv) Boomkorren met een maaswijdte 120 mmn.v.t. 129 Onbep. 129 129

b), iii) 8.2, c) Boomkorren met een maaswijdte 100 en < 120 mm, met vangstcijfers in het verleden van minder dan 5% kabeljauwn.v.t. 140 Onbep. 140 140

b), iii) 8.2, i) Boomkorren met een maaswijdte 100 en < 120mm voor vaartuigen die in 2003, 2004, 2005 of 2006 boomkorren hebben gebruiktn.v.t. 140 Onbep. 140 140

b), iv) 8.2, c) Boomkorren met een maaswijdte 120 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauwn.v.t. 140 Onbep. 140 140

b), iv) 8.2, i) Boomkorren met een maaswijdte 120 mm voor vaartuigen die in 2003, 2004, 2005 of 2006 boomkorren hebben gebruiktn.v.t. 140 Onbep. 140 140

b), iv) 8.2, e) Boomkorren met een maaswijdte 120 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw en meer dan 60% scholn.v.t. 140 Onbep. 140 140

c.iii) 8.2, f) Kieuwnetten en warrelnetten met een maaswijdte 220 mm, met vangstcijfers van minder dan 5% kabeljauw en meer dan 5% tarbot en snotdolf162 140 162 140 140 140

  • d) 
    8.2, g) Schakels met een maaswijdte < 110 mm. Het vaartuig mag niet langer dan 24 uur buitengaats zijn140 140 185 140 140
  • e) 
    Beuglijnen 173 173 173 173

1 Er wordt uitsluitend gebruikgemaakt van de omschrijvingen in de punten 4.1 en 8.2.

2 Voor zover beperkingen gelden is titel V van Verordening (EG) nr. 850/98 van toepassing.

n.v.t. = "niet van toepassing"

UITWISSELING VAN TOEGEWEZEN VISSERIJINSPANNING

  • 14. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE

LIDSTAAT VOEREN

14.1. Een lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om dagen tijdens welke zij in een in punt 2.1 vermeld gebied aanwezig mogen zijn, over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, op voorwaarde dat het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het communautaire vlootregister geregistreerde vermogen.

14.3. Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 14.1 is alleen toegestaan tussen vaartuigen die werken met dezelfde overdrachtcategorie als omschreven in punt 4.2 en gedurende dezelfde beheersperiode. Een lidstaat kan een overdracht van dagen toestaan wanneer een vergunninghoudend overladend vissersvaartuig zijn activiteiten heeft stopgezet.

14.4. Het overdragen van dagen is alleen toegestaan voor vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen zonder toepassing van de bijzondere voorwaarden van punt 8.2.

In afwijking van dit punt mogen dagen worden overgedragen door vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen onder de bijzondere voorwaarde van punt 8.2, onder h), op voorwaarde dat aan deze voorwaarde geen andere bijzondere voorwaarde van punt 8.2 gekoppeld is.

14.5. Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Met het oog op deze informatieverstrekking aan de Commissie kan een gedetailleerd spreadsheetformaat worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

  • 15. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Een lidstaat mag vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om in een gebied door te brengen dagen binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de voorwaarden van de punten 5.2, 5.4, 7 en 14 gelden. Alvorens een lidstaat voor een dergelijke overdracht toestemming verleent, stelt hij de Commissie in kennis van de overdrachtvoorwaarden, met vermelding van het aantal overgedragen dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

GEBRUIK VAN VISTUIG

  • 16. 
    MEDEDELING BETREFFENDE HET VISTUIG
  • a) 
    niet meer dan het totale aantal tijdens het jaar beschikbare dagen dat overeenstemt met het rekenkundige gemiddelde van het aantal dagen waarop het vaartuig overeenkomstig tabel I voor elk vistuig in aanmerking komt, afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag en
  • b) 
    niet meer dan het aantal dagen dat volgens tabel I zou worden toegewezen als alleen het betrokken vistuig werd gebruikt.

17.3. Indien voor één van de gemelde vistuigen geen beperking in aantal dagen geldt, blijft het totale aantal gedurende het jaar beschikbare dagen voor het betrokken vistuig onbeperkt.

17.4. Wanneer een lidstaat besluit het aantal dagen in beheersperioden op te delen overeenkomstig punt 9, gelden de voorwaarden van de punten 17.2, 17.3 en 17.4 mutatis mutandis voor elke beheersperiode.

17.5. De mogelijkheid om meer dan één vistuig te gebruiken kan alleen worden benut indien aan de volgende aanvullende controlevoorschriften wordt voldaan:

  • a) 
    tijdens een visreis mag het vaartuig slechts een van de in punt 4.1 opgenomen categorieën vistuig aan boord hebben of gebruiken, behoudens het in punt 19.2 genoemde geval;
  • b) 
    voor aanvang van een visreis deelt de kapitein van een vaartuig of zijn vertegenwoordiger de bevoegde autoriteiten mee welk type vistuig tijdens de visreis aan boord zal zijn of zal worden gebruikt, tenzij het type vistuig sinds de vorige visreis niet is gewijzigd.

17.6. De bevoegde autoriteiten oefenen op zee en in de haven controle en toezicht uit om na te gaan of aan bovenstaande twee voorschriften is voldaan. Een vaartuig dat niet aan deze voorschriften blijkt te voldoen, mag met onmiddellijke ingang niet langer meer dan één categorie vistuig gebruiken.

  • 18. 
    GECOMBINEERD GEBRUIK VAN GEREGLEMENTEERD EN NIET-GEREGLEMENTEERD

19.2 In afwijking van punt 19.1 mogen vaartuigen in een in punt 2.1 vermeld gebied vistuig van verschillende categorieën aan boord hebben. In dat geval mag het maximumaantal dagen dat een vaartuig in een in punt 2 opgenomen geografisch gebied aanwezig mag zijn, niet meer bedragen dan het maximumaantal dagen dat geldt voor een in punt 4.1 vermelde categorie vistuig waarvoor overeenkomstig tabel I het laagste aantal dagen geldt.

NIET MET VISSERIJ VERBAND HOUDENDE ACTIVITEITEN EN DOORVAART

  • 20. 
    NIET MET VISSERIJ VERBAND HOUDENDE ACTIVITEITEN

In elke beheersperiode mag een vaartuig niet met visserij verband houdende activiteiten verrichten zonder dat die tijd wordt meegeteld bij de onder punt 8 toegewezen dagen, op voorwaarde dat het vaartuig zijn vlaggenlidstaat vooraf in kennis stelt van zijn voornemen die activiteiten te verrichten en van de aard van die activiteiten, en voor de duur van die activiteiten afstand doet van zijn visvergunning. Gedurende die activiteiten voeren vaartuigen geen vistuig of vis mee.

  • 21. 
    DOORVAART

Een vaartuig mag door het gebied varen als het niet over een visvergunning voor het gebied beschikt of het zijn voornemen daartoe vooraf aan zijn autoriteiten heeft meegedeeld. Terwijl een dergelijk vaartuig zich in dit gebied bevindt, moet eventueel meegevoerd vistuig zijn vastgesjord en opgeborgen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

TOEZICHT, INSPECTIE EN BEWAKING

  • 22. 
    MEDEDELINGEN INZAKE DE VISSERIJINSPANNING

In afwijking van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 423/2004 van de Raad van 26 februari 2004 tot vaststelling van herstelmaatregelen voor bepaalde kabeljauwbestanden zijn vaartuigen die overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 2244/2003 zijn uitgerust met satellietvolgsystemen, vrijgesteld van de in artikel 19 quater van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad vastgestelde meldplicht.

  • 24. 
    KRUISCONTROLES

De lidstaten controleren de indiening van logboeken en de in de logboeken geregistreerde relevante gegevens aan de hand van de VMS-gegevens. Deze kruiscontroles moeten worden opgetekend en op verzoek ter beschikking van de Commissie worden gesteld.

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

  • 25. 
    VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de buitengaats en in het gebied doorgebrachte visdagen overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale inspanningen in de in punt 2.1 vermelde gebieden voor gesleept vistuig, staand vistuig en demersale beuglijnen en de inspanningen van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in de in deze bijlage bedoelde gebieden.

  • 26. 
    MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

26.1. Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten de in punt 25 bedoelde gegevens volgens het in de tabellen II en III opgenomen model aan de Commissie door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten zal worden meegedeeld.

26.2. Volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure kan een nieuw spreadsheetformaat worden vastgesteld voor de verstrekking van de in punt 25 bedoelde gegevens aan de Commissie.

Tabel II

Rapportageformaat

Land CFR Uit- wendige ken- tekensDuur van Gebied Aangegeven vistuig Bijzondere Toegewezen Aantal dagen Overge-

Naam van het veld Max. aantal Definitie en opmerkingen

letters/cijfers Richting (*)

L(inks)/R(echts)

voor de visserij is geregistreerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Voor overdragende vaartuigen is dit steeds het land dat de mededeling doet.

(2)CFR 12 n/r Nummer in het communautaire vlootregister

Uniek identificatienummer van het

vissersvaartuig.

Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een identificatienummer (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

(3)Uitwendige kentekens 14 L Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie.

(4)Duur van de beheersperiode 2 L Duur van de beheersperiode in maanden.

(5)Gebied 1 L Aangeven of het vaartuig heeft gevist in de gebieden a, b, c of d van punt 2.1 van bijlage IIA.

(6)Aangegeven type(n) vistuig 5 L Vermeld het aangegeven vistuig overeenkomstig punt 4.1 van bijlage IIA (bijv. a.i, a.ii., a.iii, a.iv, a.v, b.i, b.ii, b.iii, b.iv, c.i, c.ii, c.iii, d of e).

(7)Bijzondere voorwaarden voor het aangegeven vistuig2 L Geef aan of, en zo ja welke, van de in punt 8.2 van

bijlage IIA genoemde bijzondere

voorwaarden a-l van toepassing zijn

(8)Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig3 L Aantal dagen waarop het vaartuig krachtens bijlage IIA recht heeft voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

Aanhangsel van bijlage IIA

Een kopie van de in punt 12.1 van deze bijlage bedoelde speciale visdocumenten moet steeds aan boord van het vaartuig worden gehouden.

  • 1. 
    Wanneer het vaartuig beschikt over een speciaal visdocument, mag het uitsluitend gesleept vistuig met een ontsnappingspaneel als omschreven in punt 3 van dit aanhangsel aan boord houden en gebruiken. Het tuig moet door nationale inspecteurs worden goedgekeurd alvorens de visserijactiviteiten beginnen.
  • 2. 
    Ontsnappingspaneel
  • 3. 
    Het ontsnappingspaneel moet worden aangebracht in het cilindervormige gedeelte met een omtrek van minimaal 80 open mazen. Het ontsnappingspaneel moet worden aangebracht in het rugpaneel. Er mogen zich niet meer dan twee open ruitvormige mazen bevinden tussen de laatste rij mazen aan de zijkant van het paneel en de aangrenzende naadlijn. Het paneel eindigt maximaal zes meter van de pooklijn. Er worden twee ruitvormige mazen per vierkante maas aan het paneel bevestigd wanneer de maaswijdte van de kuil gelijk is aan of groter is dan 120 mm, vijf ruitvormige mazen per twee vierkante mazen wanneer de maaswijdte van de kuil gelijk is aan of groter is dan 100 mm en kleiner is dan 120 mm, en drie ruitvormige mazen per vierkante maas wanneer de maaswijdte van de kuil gelijk is aan of groter is dan 90 mm en kleiner is dan 100 mm.
  • 4. 
    De lengte van het ontsnappingspaneel bedraagt minimaal 3 meter. De mazen hebben een opening van ten minste 120 mm. Het moeten vierkante mazen zijn, d.w.z. alle vier zijden van het paneel hebben de AB-snit. Het netwerk moet zo worden aangebracht dat de benen evenwijdig lopen met, respectievelijk loodrecht staan op, de lengterichting van de kuil.
  • 5. 
    Het netwerk van het paneel met vierkante mazen moet zijn vervaardigd uit knooploos enkelvoudig getwijnd garen. Het paneel moet zo worden aangebracht dat de mazen tijdens het vissen te allen tijde volledig open blijven. Het mag op geen enkele wijze worden geblokkeerd door aan de binnen- of buitenzijde aangebrachte voorzieningen.

Aanhangsel 2 van bijlage IIA

Een kopie van de in punt 12.1 van deze bijlage bedoelde speciale visdocumenten moet steeds aan boord van het vaartuig worden gehouden.

  • 1. 
    Wanneer het vaartuig beschikt over een speciaal visdocument, mag het uitsluitend gesleept vistuig met een ontsnappingspaneel als omschreven in punt 3 van dit aanhangsel aan boord houden en gebruiken. Het tuig moet door nationale inspecteurs worden goedgekeurd alvorens de visserijactiviteiten beginnen.
  • 2. 
    Ontsnappingspaneel

2.1. Het ontsnappingspaneel moet worden aangebracht in het cilindervormige gedeelte

met een omtrek van minimaal 80 open mazen. Het ontsnappingspaneel moet worden aangebracht in het rugpaneel. Er mogen zich niet meer dan twee open ruitvormige mazen bevinden tussen de laatste rij mazen aan de zijkant van het paneel en de aangrenzende naadlijn. Het paneel eindigt maximaal 6 meter van de pooklijn. Per twee vierkante mazen worden er vijf ruitvormige mazen aan het paneel bevestigd.

2.2. De lengte van het ontsnappingspaneel bedraagt minimaal 3 meter. De mazen hebben

een opening van ten minste 140 mm. Het moeten vierkante mazen zijn, d.w.z. alle vier zijden van het paneel hebben de AB-snit. Het netwerk moet zo worden aangebracht dat de benen evenwijdig lopen met, respectievelijk loodrecht staan op, de lengterichting van de kuil.

  • 3. 
    Het netwerk van het paneel met vierkante mazen moet zijn vervaardigd uit knooploos enkelvoudig getwijnd garen. Het paneel moet zo worden aangebracht dat de mazen tijdens het vissen te allen tijde volledig open blijven. Het mag op geen enkele wijze worden geblokkeerd door aan de binnen- of buitenzijde aangebrachte voorzieningen.

Aanhangsel 3 van bijlage IIA

  • 1. 
    Een kopie van de in punt 12.1 van deze bijlage bedoelde speciale visdocumenten moet steeds aan boord van het vaartuig worden gehouden.
  • 2. 
    Wanneer een vaartuig beschikt over een speciaal visdocument, mag het uitsluitend gesleept vistuig aan boord houden en gebruiken met een ontsnappingspaneel als omschreven in punt 2 van dit aanhangsel, aangebracht in een kuil met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 95 mm en met een omtrek van minimaal 80 open mazen en maximaal 100 mazen. Het tuig moet door nationale inspecteurs worden goedgekeurd alvorens de visserijactiviteiten beginnen.
  • 3. 
    Ontsnappingspaneel

3.1 Het ontsnappingspaneel moet worden aangebracht in het rugpaneel. Er mogen zich niet meer dan twee open ruitvormige mazen bevinden tussen de laatste rij mazen aan de zijkant van het paneel en de aangrenzende naadlijn. Het paneel eindigt maximaal 4 meter van de pooklijn. Per vierkante maas worden er drie ruitvormige mazen aan het paneel bevestigd.

3.2 De lengte van het ontsnappingspaneel bedraagt minimaal vijf meter. De mazen hebben een opening van ten minste 120 mm. Het moeten vierkante mazen zijn, d.w.z. alle vier zijden van het paneel hebben de AB-snit. Het netwerk moet zo worden aangebracht dat de benen evenwijdig lopen met, respectievelijk loodrecht staan op, de lengterichting van de kuil.

3.3 Het netwerk van het paneel met vierkante mazen moet zijn vervaardigd uit knooploos enkelvoudig getwijnd garen. Het paneel moet zo worden aangebracht dat de mazen tijdens het vissen te allen tijde volledig open blijven. Het mag op geen enkele wijze worden geblokkeerd door aan de binnen- of buitenzijde aangebrachte voorzieningen.

BIJLAGE IIB

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL

VAN BEPAALDE ZUIDELIJKE HEEKBESTANDEN EN LANGOUSTINEBESTANDEN

IN ICES-ZONES VIIIc EN IXa, MET UITZONDERING VAN DE GOLF VAN CADIZ

  • 1. 
    WERKINGSSFEER

De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op communautaire vissersvaartuigen met een lengte over alles gelijk aan of groter dan 10 meter, die met gesleept of staand vistuig als omschreven in punt 3 aan boord, aanwezig zijn in ICES-zones VIIIc en IXa met uitzondering van de Golf van Cadiz. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2008 verstaan de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009.

  • 2. 
    DEFINITIE VAN DAG VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

In deze bijlage wordt onder een dag van aanwezigheid in het gebied verstaan een doorlopende periode van 24 uur (of deel daarvan) gedurende welke een vaartuig in een in punt 1 vermeld gebied aanwezig en buitengaats is. De lidstaat waarvan het betreffende vaartuig de vlag voert, bepaalt wanneer de doorlopende periode ingaat.

  • 3. 
    VISTUIG

Deze bijlage heeft betrekking op de volgende categorieën vistuig:

  • a) 
    trawls, Deense zegennetten en soortgelijk vistuig met een maaswijdte gelijk aan of

-

groter dan 32 mm;

  • b) 
    kieuwnetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 60 mm;
  • c) 
    schakels;

4.3. Vaartuigen die wel met vistuig van een in punt 3 omschreven categorie hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend om ander vistuig te gebruiken, mits het aantal dagen dat voor het laatstbedoelde type vistuig is toegewezen, gelijk is aan of groter dan het aantal dagen toegewezen voor het eerste type vistuig.

4.4. Een vaartuig dat de vlag van een lidstaat voert die geen quota heeft in het in punt 1 opgenomen gebied, mag in dat gebied niet vissen met vistuig van een in punt 3 omschreven categorie, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum toegewezen krijgt uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 13 van deze bijlage.

  • 5. 
    ACTIVITEITSBEPERKINGEN

De lidstaten zorgen ervoor dat vissersvaartuigen die hun vlag voeren en in de Gemeenschap geregistreerd zijn, niet langer dan het in punt 7 bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied wanneer ze één van de vistuigen behorend tot een categorie als bedoeld in punt 3 aan boord hebben.

  • 6. 
    UITZONDERINGEN

Dagen waarop een vaartuig aanwezig is geweest in het gebied maar niet heeft kunnen vissen omdat het noodhulp aan een ander vaartuig heeft verleend of omdat het een gewonde moest vervoeren die dringend medische hulp nodig had, worden door de vlaggenlidstaat niet in mindering gebracht op het uit hoofde van deze bijlage aan dat vaartuig toegewezen aantal dagen. Indien een lidstaat hiertoe besluit, dient hij de redenen voor dit besluit alsmede bewijsstukken van de bevoegde autoriteiten betreffende de noodsituatie uiterlijk een maand nadat hij dit besluit heeft genomen, aan de Commissie te verstrekken.

AAN VISSERSVAARTUIGEN TOEGEWEZEN AANTAL DAGEN VAN AANWEZIGHEID IN

HET GEBIED

overeenkomstig de Gemeenschapswetgeving ter vervanging zijn ingezet en aan deze bijzondere voorwaarde voldoen, moet per jaar minder dan 2,5 ton bedragen

volgens de aanvoer in levend gewicht die in het

Gemeenschapslogboek is vermeld.

7.3. Tijdens de beheersperiode 2008 mogen de lidstaten de aan hen toegewezen visserijinspanningen beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen de lidstaten een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen categorieën vistuig en bijzondere voorwaarden, toestaan om tijdens een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, op voorwaarde dat het totale aantal kilowattdagen dat met de betrokken categorie en bijzondere voorwaarde overeenstemt, in acht wordt genomen.

Voor een specifieke categorie vistuig en een specifieke bijzondere voorwaarde moet het totale aantal kilowattdagen de som zijn van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van die lidstaat voeren en in aanmerking komen voor die specifieke categorie vistuig en bijzondere voorwaarde. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen dat het vaartuig overeenkomstig tabel I zou krijgen als de bepalingen van dit punt niet werden toegepast.

7.4. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 7.3 vastgestelde bepalingen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen met elektronische verslagen waarin per categorie vistuig en bijzondere voorwaarde als opgenomen in tabel I, de gegevens worden vermeld voor de berekening op basis van:

de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het

communautaire vlootregister (Community Fleet Register - CFR) en hun motorvermogen;

de vangstcijfers van 2001, 2002 en 2003 voor dergelijke vaartuigen, waaruit de in

bijzondere voorwaarde 7.2, onder a) of b), vastgestelde vangstsamenstelling blijkt, indien deze vaartuigen voor deze bijzondere voorwaarden in aanmerking komen;

die activiteiten te verrichten en van de aard van die activiteiten, en voor de duur van de activiteiten afstand doet van zijn visvergunning. Gedurende die activiteiten voeren vaartuigen geen vistuig of vis mee.

  • 9. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN

VISSERIJACTIVITEITEN

9.1. De Commissie kan lidstaten extra dagen toekennen waarop een vaartuig toestemming van zijn vlaggenlidstaat kan krijgen om in het gebied aanwezig te zijn terwijl het in punt 3 omschreven vistuig aan boord heeft, op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004 hetzij overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999, hetzij ingevolge andere omstandigheden die de lidstaten naar behoren motiveren. Ook vaartuigen waarvoor kan worden aangetoond dat zij definitief uit het gebied verdwenen zijn, komen in aanmerking. De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het betrokken vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd.

Het aantal extra dagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van deze berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

Dit punt is niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.1 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

9.2. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 9.1 vastgestelde toewijzingen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen met elektronische verslagen waarin per categorie vistuig en bijzondere voorwaarde als opgenomen in tabel I, de gegevens zijn opgenomen voor de berekening op basis van:

de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun

nummer in het communautaire vlootregister (CFR - Community Fleet Register) en hun motorvermogen;

  • 10. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKT TOEZICHT DOOR WAARNEMERS

10.1. De Commissie kan op basis van een programma voor versterkt toezicht door waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector, de lidstaten tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met in punt 3 opgenomen categorieën vistuig aan boord. Dergelijke programma's moeten met name gericht zijn op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en moeten inzake gegevensverzameling verder gaan dan de vereisten voor de minimumprogramma's en uitgebreide programma's, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1543/2000, Verordening (EG) nr. 1639/2001 en Verordening (EG)

nr. 1581/2004.

De waarnemers moeten onafhankelijk zijn van de reder van het vaartuig en mogen geen deel uitmaken van de bemanning van het vissersvaartuig.

10.2. De lidstaten die wensen gebruik te maken van de in punt 10.1 bedoelde toewijzingen, moeten een beschrijving van hun programma voor versterkt toezicht door waarnemers bij

de Commissie indienen.

10.3. Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie het aantal in punt 7.1 vastgestelde dagen voor de betrokken lidstaat en voor de bij het programma voor versterkt toezicht door waarnemers betrokken vaartuigen, het gebied en het vistuig wijzigen overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

10.4 Indien een programma voor versterkt toezicht door waarnemers reeds in het verleden door de lidstaat is ingediend en door de Commissie is goedgekeurd, en de lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt de lidstaat de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor het programma van toepassing is, in kennis van de verlenging van dit programma.

Bijzondere voorwaarden voor de toewijzing van dagen

11.1. Indien aan een vaartuig een onbeperkt aantal dagen wordt toegewezen omdat is voldaan aan de voorwaarden vermeld in punt 7.2, onder a), en punt 7.2, onder b), mag de aanvoer van het vaartuig in 2008 niet meer bedragen dan 5 ton heek en 2,5 ton langoustine, gemeten in levend gewicht.

Tabel I

Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per

vistuig

Vistuig punt 3 Bijzondere voorwaarden Omschrijving Maximum- aantal dagen

Enkel de vistuigcategorieën als omschreven in punt 3 en de bijzondere voorwaarden van punt 7 worden gebruikt

Punt 7

3.a Bodemtrawls met een maaswijdte 32 mm 194

3.b. Kieuwnetten met een maaswijdte 60 mm 194

3.c Schakels 194

3.d Demersale beuglijnen 194

3.a 7.2, a) en 7.2, b) Bodemtrawls met een maaswijdte 32 mm Onbeperkt

3.b 7.2, a) Kieuwnetten met een maaswijdte 60 mm Onbeperkt

3.c 7.2, a) Schakels Onbeperkt

3.d 7.2, a) Demersale beuglijnen Onbeperkt

UITWISSELING VAN TOEGEWEZEN VISSERIJINSPANNINGEN

  • 11. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT

VOEREN

12.3. Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 12.1 is alleen toegestaan tussen vaartuigen die werken met dezelfde categorie vistuig en gedurende dezelfde beheersperiode.

12.4. Het overdragen van dagen is alleen toegestaan voor vaartuigen waaraan visdagen zijn toegewezen zonder toepassing van de bijzondere voorwaarden van punt 7.2.

12.5. Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten informatie over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Spreadsheetformaten voor het verzamelen en doorsturen van de in dit punt bedoelde informatie kunnen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

  • 12. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Iedere lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om in een van de gebieden door te brengen dagen binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de voorwaarden van de punten 4.1, 4.4, 6 en 12 gelden. Alvorens een lidstaat voor een dergelijke overdracht toestemming verleent, stelt hij de Commissie in kennis van de overdrachtvoorwaarden, met vermelding van het aantal dagen, de visserijinspanning en, in voorkomend geval, de quota waarop de overdracht betrekking heeft.

GEBRUIK VAN VISTUIG

  • 13. 
    MEDEDELING BETREFFENDE HET VISTUIG

14.1. Vóór de eerste dag van elke beheersperiode deelt de kapitein van een vaartuig of zijn vertegenwoordiger de autoriteiten van de vlaggenlidstaat mee welk vistuig hij tijdens de komende beheersperiode wenst te gebruiken. Zolang die mededeling niet is gedaan, mag het vaartuig niet in het onder punt 1 omschreven gebied vissen met vistuig van de categorieën in punt 3.

  • 15. 
    DOORVAART

Een vaartuig mag door het gebied varen als het niet over een visvergunning voor het gebied beschikt of het zijn voornemen daartoe vooraf aan zijn autoriteiten heeft meegedeeld. Terwijl een dergelijk vaartuig zich in dit gebied bevindt, moet eventueel meegevoerd vistuig zijn vastgesjord en opgeborgen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

TOEZICHT, INSPECTIE EN BEWAKING

  • 16. 
    MEDEDELINGEN INZAKE DE VISSERIJINSPANNING

De artikelen 19 ter, 19 quater, 19 quinquies, 19 sexies en 19 duodecies van Verordening (EEG) nr. 2847/93 zijn van toepassing op vaartuigen die in punt 3 opgenomen categorieën vistuig gebruiken en die actief zijn in het in punt 1 genoemde gebied. Vaartuigen die zijn uitgerust met een satellietvolgsysteem overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 2244/2003, zijn vrijgesteld van de in artikel 19 quater van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad vastgestelde meldplicht.

  • 17. 
    REGISTRATIE VAN RELEVANTE GEGEVENS

De lidstaten zien erop toe dat de volgende op grond van artikel 8, artikel 10, lid 1, en artikel 11, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2244/2003 verkregen satellietvolggegevens in computerleesbare vorm worden geregistreerd:

  • a) 
    het binnenvaren en verlaten van de haven;
  • b) 
    het binnenvaren en verlaten van maritieme gebieden waar specifieke regels gelden in

verband met de toegang tot de wateren en de bestanden.

  • 18. 
    KRUISCONTROLES

van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten zal worden meegedeeld.

21.2. Volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure kan een nieuw spreadsheetformaat worden vastgesteld voor de verstrekking van de in punt 20 bedoelde gegevens aan de Commissie.

Tabel II

Rapportageformaat

Land CFR Uitwen-Duur van de Gebied Aangegeven Bijzondere Toegewezen aantal Aantal dagen Overge-

dige beheersperiode vistuig voorwaarden voor dagen per waarop het dragen

kentekens het aangegeven aangegeven vistuig aangegeven vistuig dagen

vistuig is gebruikt

Nr.

1 Nr.

2 Nr.

3 ...Nr.

1 Nr.

2 Nr.

3 ... Nr.

1 Nr.

2 Nr.

3 ...Nr.

1 Nr.

2 Nr.

3 ...

(1) (2) (3) (4) (5) (6) (6) (6) (6) (7) (7) (7) (7) (8) (8) (8) (8) (9) (9) (9) (9) (10)

Tabel III

Gegevensformaat

Naam van het veld Max. aantal Definitie en opmerkingen

letters/cijfers Richting(*)

L(inks/R(echts)

(1)Land 3 n/r Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig voor de visserij is geregistreerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2371/2002.

Voor overdragende vaartuigen is het steeds het land dat de mededeling doet.

(2)CFR 12 n/r Nummer in het communautaire vlootregister

Naam van het veld Max. aantal Definitie en opmerkingen

letters/cijfers Richting(*)

L(inks/R(echts)

(7)Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig2 L Geef aan of, en zo ja welke, van de in punt 7.2 van

bijlage IIB genoemde bijzondere

voorwaarden a-b van toepassing zijn.

(8)Toegewezen aantal 3 L Aantal dagen waarop dit vaartuig overeenkomstig bijlage IIB recht heeft op het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

dagen per aangegeven vistuig

(9)Aantal dagen waarop het aangegeven vistuig is gebruikt3 L Aantal dagen dat het vaartuig effectief in het gebied heeft doorgebracht met gebruikmaking van het aangegeven vistuig gedurende de beheersperiode overeenkomstig bijlage IIB.

(10)Overgedragen dagen 4 LVermeld voor overgedragen dagen "-aantal overgedragen dagen" en voor ontvangen dagen "+ aantal overgedragen dagen".

(*)relevante informatie voor de verstrekking van gegevens volgens een formaat met vaste lengte.

BIJLAGE IIC

VISSERIJINSPANNING VOOR VAARTUIGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL

VAN HET TONGBESTAND IN HET WESTELIJK KANAAL IN ICES-ZONE VIIe

ALGEMENE BEPALINGEN

  • 1. 
    WERKINGSSFEER

1.1 De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op vissersvaartuigen van de Gemeenschap met een lengte over alles gelijk aan of groter dan 10 meter, die met in punt 3 opgenomen vistuig aan boord aanwezig zijn in zone VIIe. Voor de toepassing van deze bijlage wordt onder de beheersperiode 2008 verstaan de periode van 1 februari 2008 tot en met 31 januari 2009.

1.2 Vaartuigen die vissen met staande netten met een maaswijdte van 120 mm of groter en die volgens het EG-logboek in 2004 minder dan 300 kg levend gewicht tong hebben gevangen, zijn vrijgesteld van het bepaalde in deze bijlage op voorwaarde dat:

  • a) 
    deze vaartuigen tijdens de beheersperiode 2008 minder dan 300 kg levend gewicht

tong vangen, en

  • b) 
    deze vaartuigen op zee geen vis overladen op een ander vaartuig, en
  • c) 
    elke betrokken lidstaat uiterlijk op 31 juli 2008 en 31 januari 2009 bij de Commissie

een verslag indient over de hoeveelheden tong die in 2004 in de vangstcijfers voor deze vaartuigen zijn opgenomen en in 2008 door deze vaartuigen zijn gevangen.

Wanneer aan een van deze voorwaarden niet is voldaan, zijn de betrokken vaartuigen met onmiddellijke ingang niet meer vrijgesteld van het bepaalde in deze bijlage.

  • 2. 
    DEFINITIE VAN DAG VAN AANWEZIGHEID IN HET GEBIED

TOEPASSING VAN DE BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJINSPANNING

  • 4. 
    VAARTUIGEN WAARVOOR BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJINSPANNINGEN GELDEN

4.1. Vaartuigen die in het punt 1 genoemde gebied vissen met in punt 3 opgenomen categorieën vistuig, moeten beschikken over een speciaal visdocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1627/94.

4.2. Een lidstaat mag vaartuigen die zijn vlag voeren, geen toestemming verlenen om in het betrokken gebied te vissen met in punt 3 opgenomen categorieën vistuig, als deze vaartuigen in de jaren 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 of 2007 nog niet eerder dergelijke visserijactiviteiten in het betrokken gebied hebben bedreven, tenzij hij ervoor zorgt dat een gelijkwaardig vermogen, in kilowatt gemeten, niet voor vissen in het gereglementeerde gebied wordt gebruikt.

4.3. Vaartuigen die wel met in punt 3 opgenomen categorieën vistuig hebben gevist, kan evenwel toestemming worden verleend om ander vistuig te gebruiken, op voorwaarde dat het aantal dagen dat voor het laatstgenoemde vistuig is toegewezen gelijk is aan of groter dan het aantal dagen toegewezen voor het eerstbedoelde vistuig.

4.4. Een vaartuig dat de vlag van een lidstaat voert die geen quota heeft in het in punt 1 genoemde gebied, mag in dat gebied niet vissen met in punt 3 opgenomen categorieën vistuig, tenzij het vaartuig na een overdracht een quotum toegewezen krijgt uit hoofde van artikel 20, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 en zeedagen krijgt overeenkomstig punt 13 van deze bijlage.

  • 5. 
    ACTIVITEITSBEPERKINGEN

De lidstaten zorgen ervoor dat vissersvaartuigen die hun vlag voeren en in de Gemeenschap geregistreerd zijn, wanneer ze één van de in punt 3 opgenomen categorieën vistuig aan boord hebben, niet langer dan het in punt 7 bepaalde aantal dagen aanwezig zijn in het gebied.

  • 7. 
    MAXIMUMAANTAL DAGEN

7.1. Het maximumaantal dagen waarvoor een lidstaat tijdens de beheersperiode 2008 een onder zijn vlag varend vaartuig mag toestaan om in het gebied aanwezig te zijn terwijl het één van de in punt 3 opgenomen categorieën vistuigen aan boord heeft en gebruikt, staat vermeld in tabel I.

7.2 Het maximumaantal dagen waarop een vaartuig in het gehele in deze bijlage en in bijlage IIA bedoelde gebied aanwezig is, mag tijdens de beheersperiode 2008 niet meer bedragen dan het in tabel I van deze bijlage vermelde aantal dagen. In de in bijlage IIA omschreven gebieden mag een vaartuig evenwel niet langer aanwezig zijn dan het overeenkomstig bijlage IIA vastgestelde aantal dagen.

7.3 Tijdens de beheersperiode 2008 mogen de lidstaten de aan hen toegewezen visserijinspanning beheren aan de hand van een kilowattdagensysteem. Op grond van dat systeem mogen de lidstaten een vaartuig, met betrekking tot de in tabel I opgenomen categorieën vistuig, toestaan om tijdens een maximumaantal dagen dat verschilt van het in die tabel vastgestelde aantal, aanwezig te zijn in het gebied, op voorwaarde dat het totale aantal kilowattdagen dat met de betrokken categorie overeenstemt, in acht wordt genomen.

Voor een specifieke categorie vistuig moet het totale aantal kilowattdagen de som zijn van alle individuele visserijinspanningen die zijn toegewezen aan de vaartuigen die de vlag van de betrokken lidstaat voeren en in aanmerking komen voor die specifieke categorie. Deze individuele visserijinspanningen worden berekend in kilowattdagen door het motorvermogen van elk vaartuig te vermenigvuldigen met het aantal zeedagen waarover het betrokken vaartuig overeenkomstig tabel I zou beschikken indien de bepalingen van dit punt niet werden toegepast.

7.4 Lidstaten die de bepalingen van punt 7.3 willen toepassen, moeten bij de Commissie een verzoek daartoe indienen met elektronische verslagen waarin voor elke categorie vistuig de details van de berekening zijn opgenomen, gebaseerd op:

de lijst van vaartuigen die mogen vissen, met vermelding van hun nummer in het

communautaire vlootregister (CFR Community Fleet Register) en hun motorvermogen;

8.3. In elke beheersperiode moet een vaartuig dat het aantal in het gebied door te brengen dagen waarop het recht heeft, heeft opgebruikt, voor de rest van de beheersperiode in de haven of buiten het betrokken gebied blijven, tenzij het gebruikmaakt van vistuig waarvoor geen maximumaantal dagen is vastgesteld.

  • 9. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR DE DEFINITIEVE BEËINDIGING VAN

VISSERIJACTIVITEITEN

9.1. De Commissie kan lidstaten extra dagen toekennen waarop een vaartuig na toestemming van zijn vlaggenlidstaat in het betrokken gebied aanwezig mag zijn terwijl het in punt 3 opgenomen vistuig aan boord heeft, op basis van de definitieve beëindiging van visserijactiviteiten sinds 1 januari 2004 hetzij overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 2792/1999, hetzij ingevolge andere omstandigheden die de lidstaten naar behoren motiveren. De in kilowatt gemeten visserijinspanning die vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, in 2003 met het betrokken vistuig hebben geleverd, wordt gedeeld door de inspanning die alle vaartuigen in 2003 met dat vistuig hebben geleverd.

Het aantal extra dagen wordt vervolgens berekend door de aldus verkregen ratio te vermenigvuldigen met het aantal dagen dat overeenkomstig tabel I zou zijn toegewezen. Het resultaat van deze berekening wordt afgerond op de dichtstbijzijnde hele dag.

Dit punt is niet van toepassing wanneer een vaartuig overeenkomstig punt 4.2 is vervangen of wanneer de onttrekking reeds in de voorgaande jaren is benut om extra zeedagen te krijgen.

9.2. Lidstaten die gebruik wensen te maken van de in punt 9.1 bedoelde toewijzingen, moeten bij de Commissie een verzoek indienen met elektronische verslagen waarin per categorie vistuig, de gegevens zijn opgenomen voor de berekening op basis van:

de lijst van vaartuigen waarvan de activiteiten zijn beëindigd, met vermelding van hun

nummer in het communautaire vlootregister (CFR Community Fleet Register) en hun motorvermogen;

  • 10. 
    TOEWIJZING VAN EXTRA DAGEN VOOR VERSTERKT TOEZICHT DOOR WAARNEMERS

10.1. De Commissie kan op basis van een programma voor versterkt toezicht door waarnemers in het kader van een partnerschap tussen de wetenschap en de visserijsector, de lidstaten tussen 1 februari 2008 en 31 januari 2009 drie extra dagen van aanwezigheid in het gebied toewijzen voor vaartuigen met vistuig van de in punt 3 opgenomen categorieën aan boord. Dergelijke programma's moeten met name gericht zijn op teruggooiniveaus en vangstsamenstelling en moeten inzake gegevensverzameling verder gaan dan de vereisten voor de minimumprogramma's en uitgebreide programma's, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1543/2000, Verordening (EG) nr. 1639/2001 en Verordening (EG)

nr. 1581/2004.

De waarnemers moeten onafhankelijk zijn van de reder van het vaartuig en mogen geen deel uitmaken van de bemanning van het vissersvaartuig.

10.2. De lidstaten die wensen gebruik te maken van de in punt 11.1 genoemde toewijzingen, moeten een beschrijving van hun programma voor versterkt toezicht door waarnemers bij

de Commissie indienen.

10.3. Op basis van die beschrijving en na overleg met het WTECV kan de Commissie het aantal in punt 7.1 bedoelde dagen voor de betrokken lidstaat en voor de bij het programma voor versterkt toezicht door waarnemers betrokken vaartuigen, het gebied en het vistuig wijzigen overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure.

10.4. Indien een programma voor versterkt toezicht door waarnemers reeds in het verleden door de lidstaat is ingediend en door de Commissie is goedgekeurd, en indien de lidstaat dit programma ongewijzigd wil blijven toepassen, stelt de lidstaat de Commissie vier weken vóór het begin van de periode waarvoor dit programma van toepassing is, in kennis van de verlenging van dit programma.

Tabel I

Maximumaantal dagen per jaar waarop een vaartuig in het gebied aanwezig mag zijn, per vistuig

  • 11. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN DEZELFDE LIDSTAAT

VOEREN

11.1. Een lidstaat mag een vissersvaartuig dat zijn vlag voert, toestemming verlenen om aan dat vaartuig toegestane in het gebied door te brengen dagen, voor hetzelfde gebied over te dragen aan een ander vaartuig dat zijn vlag voert, op voorwaarde dat het product van het door een vaartuig ontvangen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig (kilowattdagen) gelijk is aan of kleiner is dan het product van het door het overdragende vaartuig overgedragen aantal dagen en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig. Als motorvermogen in kilowatt van een vaartuig geldt het voor dat vaartuig in het communautaire vlootregister geregistreerde vermogen.

11.2. Het product van het in het gebied doorgebrachte dagen en het motorvermogen in kilowatt van het overdragende vaartuig mag niet groter zijn dan het product van het geregistreerde gemiddelde aantal dagen per jaar dat het overdragende vaartuig in 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 in het gebied heeft doorgebracht, zoals bevestigd in het Gemeenschapslogboek, en het motorvermogen in kilowatt van dat vaartuig.

11.3. Het overdragen van dagen overeenkomstig punt 12.1 is alleen toegestaan tussen vaartuigen die werken met dezelfde categorie vistuig als omschreven in punt 3 en gedurende dezelfde beheersperiode.

11.4. Op verzoek van de Commissie brengen de lidstaten verslag uit over de overdrachten die hebben plaatsgevonden. Volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure kan een gedetailleerd spreadsheetformaat worden vastgesteld voor het doorsturen van deze verslagen aan de Commissie.

  • 12. 
    OVERDRACHT VAN DAGEN TUSSEN VISSERSVAARTUIGEN DIE DE VLAG VAN

VERSCHILLENDE LIDSTATEN VOEREN

Iedere lidstaat kan vaartuigen die zijn vlag voeren, toestaan om in het gebied door te brengen dagen, binnen dezelfde beheersperiode en binnen hetzelfde gebied over te dragen aan een vaartuig dat de vlag van een andere lidstaat voert, mits de voorwaarden van de punten 4.2, 4.4, 6 en 12 gelden. Alvorens een lidstaat voor een dergelijke overdracht toestemming verleent, stelt hij de Commissie in kennis van de overeengekomen overdrachtvoorwaarden, met vermelding van het aantal overgedragen dagen, de visserijinspanning en, indien van toepassing, de quota waarop de overdracht betrekking heeft, overeenkomstig de tussen de betrokken lidstaten gemaakte afspraken.

  • 14. 
    NIET MET VISSERIJ VERBAND HOUDENDE ACTIVITEITEN

In elke beheersperiode kan een vaartuig niet met visserij verband houdende activiteiten ontplooien zonder dat die tijd wordt meegeteld bij de onder punt 7 toegewezen dagen voor dat vaartuig, op voorwaarde dat het vaartuig eerst de vlaggenlidstaat van zijn voornemen die activiteiten te ontplooien en van de aard van die activiteiten in kennis stelt, en voor de duur van de activiteiten afstand doet van zijn visvergunning. Gedurende die activiteiten voeren deze vaartuigen geen vistuig of vis mee.

DOORVAART

  • 15. 
    DOORVAART

Een vaartuig mag door het gebied varen als het niet over een visvergunning voor het gebied beschikt of het zijn voornemen daartoe vooraf aan zijn autoriteiten heeft meegedeeld. Terwijl een dergelijk vaartuig zich in dit gebied bevindt, moet eventueel meegevoerd vistuig zijn vastgesjord en opgeborgen overeenkomstig de voorwaarden van artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93.

TOEZICHT, INSPECTIE EN BEWAKING

  • 16. 
    MEDEDELINGEN INZAKE DE VISSERIJINSPANNING

De artikelen 19 ter, 19 quater, 19 quinquies, 19 sexies en 19 duodecies van Verordening (EEG) nr. 2847/93 zijn van toepassing op de vaartuigen die de in punt 3 opgenomen categorieën vistuig gebruiken en die actief zijn in het in punt 1 genoemde gebied. Vaartuigen die zijn uitgerust met een satellietvolgsysteem overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 2244/2003, zijn vrijgesteld van de in artikel 19 quater van Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad vastgestelde meldplicht.

  • 17. 
    REGISTRATIE VAN RELEVANTE GEGEVENS
  • 19. 
    ALTERNATIEVE CONTROLEMAATREGELEN

De lidstaten mogen alternatieve controlemaatregelen toepassen om te voldoen aan de in punt 16 van deze bijlage bedoelde aangifteverplichtingen, op voorwaarde dat de eerstbedoelde maatregelen even doeltreffend en transparant zijn. Deze alternatieve maatregelen moeten aan de Commissie worden meegedeeld alvorens zij worden toegepast.

  • 20. 
    VOORAFGAANDE KENNISGEVING VAN AANVOER EN OVERLADING

De kapitein van een communautair vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger die een aan boord gehouden hoeveelheid vis wil overladen op zee of wil aanvoeren in een haven of op een plaats van aanvoer in een derde land, dient de in artikel 19 ter van Verordening (EEG)

nr. 2847/93 bedoelde gegevens ten minste 24 uur vooraf aan de bevoegde autoriteiten van de vlaggenlidstaat mee te delen.

  • 21. 
    TOEGESTANE AFWIJKING BIJ DE RAMING VAN DE IN HET LOGBOEK VERMELDE

HOEVEELHEDEN

In afwijking van het bepaalde in artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2807/83 geldt voor in punt 16 bedoelde vaartuigen een tolerantiemarge van 8% voor de in het logboek vermelde ramingen van de hoeveelheden, in kilogram, aan boord gehouden vis. Indien in de Gemeenschapswetgeving geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zijn de door de vlaggenlidstaat van het vaartuig vastgestelde omrekeningsfactoren van toepassing.

  • 22. 
    GESCHEIDEN OPSLAG

Wanneer een hoeveelheid tong van meer dan 50 kg aan boord van een vaartuig wordt gehouden, is het verboden hoeveelheden tong gemengd met andere soorten mariene organismen in containers aan boord van het vaartuig te houden. De kapitein van een communautair vissersvaartuig moet de inspecteurs van de lidstaten de nodige bijstand verlenen om deze in staat te stellen de in het logboek vermelde hoeveelheden te toetsen aan de aan boord gehouden vangsten van tong.

gaan van een afschrift van één van de in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93 bedoelde verklaringen betreffende de hoeveelheden van die vervoerde soorten. De vrijstelling van artikel 13, lid 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2847/93 geldt niet.

  • 25. 
    SPECIFIEK CONTROLEPROGRAMMA

In afwijking van artikel 34 quater, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2847/93, mag de looptijd van het specifieke controleprogramma voor een van de in artikel 8 van de onderhavige verordening genoemde bestanden meer dan twee jaar bedragen vanaf de datum van inwerkingtreding.

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

  • 26. 
    VERZAMELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

Op basis van de gegevens die worden gebruikt voor het beheer van de dagen aanwezig in het gebied overeenkomstig deze bijlage, verzamelen de lidstaten voor ieder kwartaal de gegevens betreffende de totale visserijinspanningen in het gebied voor gesleept vistuig en staand vistuig en de inspanningen van vaartuigen die verschillende soorten vistuig gebruiken in het gebied als bedoeld in deze bijlage.

  • 27. 
    MEDEDELING VAN RELEVANTE GEGEVENS

27.1. Op verzoek van de Commissie verstrekken de lidstaten de in punt 26 bedoelde gegevens in het in de tabellen II en III bedoelde formaat aan de Commissie door toezending van een spreadsheet aan het juiste e-mailadres, dat door de Commissie aan de lidstaten zal worden meegedeeld.

27.2. Volgens de in artikel 30, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 bedoelde procedure kan een nieuw spreadsheetformaat worden vastgesteld voor de verstrekking van de in punt 26 bedoelde gegevens aan de Commissie.

Tabel III

Gegevensformaat

Naam van het veld Max. aantal Richting(*) Definitie en opmerkingen

letters/cijfers

L(inks/R(echts)

(1)Land 3 n/r Lidstaat (ISO-drielettercode) waar het vaartuig voor de visserij is geregistreerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad.

Voor overdragende vaartuigen is het steeds het land dat

de mededeling doet.

(2)CFR 12 n/r Nummer in het communautaire vlootregister

Uniek identificatienummer van het vissersvaartuig.

Lidstaat (ISO-drielettercode) gevolgd door een

identificatienummer (9 tekens). Indien een reeks minder dan 9 tekens telt, moeten aan de linkerkant nullen worden toegevoegd.

(3)Uitwendige kentekens 14 L Overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 1381/87 van de Commissie.

(4)Duur van de beheersperiode 2 L Duur van de beheersperiode in maanden.

(5)Gebied 1 L Niet-relevante informatie met betrekking tot bijlage IIC.

(6)Aangegeven vistuig 5 L Vermeld de aangegeven typen vistuig overeenkomstig punt 3 van bijlage IIC (a of b).

(7)Bijzondere voorwaarde voor het aangegeven vistuig 2 L Niet-relevante informatie met betrekking tot bijlage IIC.

(8)Toegewezen aantal dagen per aangegeven vistuig3 L Aantal dagen waarop dit vaartuig overeenkomstig bijlage IIC recht heeft voor het aangegeven vistuig en de aangegeven beheersperiode.

BIJLAGE IID

VANGSTMOGELIJKHEDEN EN VISSERIJINSPANNING VAN VAARTUIGEN DIE

VISSEN OP ZANDSPIERING IN ICES-ZONES IIIA EN IV EN IN DE EG-WATEREN

VAN ICES-ZONE IIA

  • 1. 
    De in deze bijlage vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing op de vissersvaartuigen van de Gemeenschap die in ICES-zones IIIa en IV en in de EG-wateren van ICES-zone IIa vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm. Dezelfde voorwaarden gelden voor vaartuigen van derde landen die op zandspiering mogen vissen in de EG-wateren van ICES-zone IV krachtens een vergunning, tenzij anders is bepaald, of als gevolg van overleg tussen de Gemeenschap en Noorwegen als bepaald in tabel 3, voetnoot 13, van de Goedgekeurde Notulen van de Conclusies van het visserijoverleg tussen de Europese Gemeenschap en Noorwegen van 1 december 2006.
  • 2. 
    In deze bijlage wordt onder een dag van aanwezigheid in het gebied verstaan:
  • a) 
    de periode van 24 uur die begint om 00:00 uur op een welbepaalde kalenderdag en eindigt om 24.00 uur op dezelfde kalenderdag, of een deel van deze periode, dan wel,
  • b) 
    een in het EG-logboek vermelde ononderbroken periode van 24 uur tussen de datum en het tijdstip van vertrek en de datum en het tijdstip van aankomst, of een deel van een dergelijke periode.
  • 3. 
    Iedere betrokken lidstaat brengt uiterlijk op 1 maart 2008 een gegevensbank tot stand die voor ICES-zones IIIa en IV voor elk van de jaren 2002, 2003, 2004, 2005, 2006 en 2007, en voor ieder vaartuig dat zijn vlag voert of in de Gemeenschap is geregistreerd en met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm heeft gevist, de volgende gegevens bevat:
  • a) 
    de naam en het interne registratienummer van het vaartuig;
  • b) 
    het geïnstalleerde motorvermogen van het vaartuig in kilowatt, gemeten overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2930/86;
  • 6. 
    Iedere lidstaat met een quotum voor het onder deze bijlage vallende zandspieringbestand die in 2005 geen visserijinspanning heeft geleverd, heeft recht op een inspanningsniveau dat evenredig is aan zijn quotumaandeel. De berekening van het visserijinspanningsniveau van lidstaten die in 2005 geen visserijinspanning hebben geleverd, vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in punt 4, onder a), voor lidstaten die in 2005 wel een visserijinspanning hebben geleverd.
  • 7. 
    Onverminderd de in punt 5 bedoelde inspanningsbeperking mag het totale aantal voor experimentele visserij bestemde kilowattdagen per lidstaat niet meer bedragen dan 30% van het totale aantal kilowattdagen in 2005.
  • 8. 
    De in bijlage I vastgestelde TAC's en quota voor zandspiering in ICES-zones IIIa en IV en in de EG-wateren van ICES-zone IIa worden door de Commissie zo spoedig mogelijk herzien op basis van advies van ICES en het WTECV over de omvang van het zandspieringbestand in de Noordzee in jaargang 2007, met inachtneming van de volgende beginselen en andere in het wetenschappelijke advies opgenomen elementen:
  • a) 
    als leeftijdsklasse 1 van jaargang 2007 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de ICES en het WTECV kleiner dan 150 000 miljoen stuks is, is vissen met bodemtrawls, zegennetten of soortgelijk gesleept vistuig met een maaswijdte van minder dan 16 mm voor de rest van 2008 verboden. Een beperkte vangst is echter toegestaan om het zandspieringbestand in ICES-zones IIIa en IV en de gevolgen van de sluiting in het oog te houden. Daartoe stellen de betrokken lidstaten in samenwerking met de Commissie een plan op voor het monitoren van die beperkte visserij;
  • b) 
    als leeftijdsklasse 1 van jaargang 2007 van het zandspieringbestand in de Noordzee volgens ramingen van de ICES en het WTECV groter dan 150 000 miljoen stuks is, wordt de TAC (in 1000 ton) vastgesteld volgens de volgende formule:

TAC

2008 = -597 + (4.073*N

1)

-

waarbij N1 de real-timeraming is van leeftijdsklasse 1 in miljard en de TAC in 1000 ton wordt uitgedrukt;

BIJLAGE III

OVERGANGSMAATREGELEN: TECHNISCHE EN CONTROLEMAATREGELEN

Deel A

Noordelijk deel van de Atlantische Oceaan, met inbegrip van de Noordzee, het Skagerrak en het

Kattegat

  • 1. 
    HARINGVISSERIJ IN EG-WATEREN VAN ICES-ZONE IIA

Het is verboden haring aan te voeren of aan boord te houden die in de periode van 1 januari tot en met 28 februari of in de periode van 16 mei tot en met 31 december is gevangen in de EG-wateren van zone IIa.

  • 2. 
    TECHNISCHE INSTANDHOUDINGSMAATREGELEN IN HET SKAGERRAK EN HET KATTEGAT

In afwijking van de voorschriften van bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 850/98, is het bepaalde in aanhangsel 1 van deze bijlage van toepassing.

  • 3. 
    ELEKTRISCHE VISSERIJ IN ICES-ZONES IVC EN IVB

3.1. In afwijking van het bepaalde in artikel 31, lid 1, van Verordening (EG) nr. 850/98 wordt vissen met de boomkor met elektrische stroom ("pulse trawling") toegestaan in ICES-zones IVc en IVb bezuiden een loxodroom die de hierna vermelde punten met elkaar verbindt, gemeten volgens het WGS84-coördinatensysteem:

  • een punt op de oostkust van het Verenigd Koninkrijk op 55°NB,
  • dan oostwaarts tot 55°NB en 5°OL,
  • dan noordwaarts tot 56°NB,
  • e) 
    het is verboden om vóór de klossenpees één of meer kietelaars ("tickler chains") te bevestigen.
  • 4. 
    SLUITING VAN EEN GEBIED VOOR DE VISSERIJ OP ZANDSPIERING IN ICES-ZONE IV

4.1. Het is verboden zandspiering aan te voeren of aan boord te houden die gevangen is in het geografische gebied begrensd door de oostkust van Engeland en Schotland en loxodromen die achtereenvolgens de punten met de onderstaande geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens het WGS84-coördinatensysteem):

  • de oostkust van Engeland op 55°30' NB,
  • 55°30' NB, 1°00' WL,
  • 58°00' NB en 1°00' WL,
  • 58°00' NB en 2°00' WL,
  • de oostkust van Schotland op 2°00' WL.

4.2. Visserij voor wetenschappelijke doeleinden is toegestaan om het zandspieringbestand in het gebied en de gevolgen van de sluiting in het oog te houden.

  • 5. 
    ROCKALL-SCHELVISBOX IN ICES-ZONE VI

Iedere vorm van visserij, met uitzondering van de visserij met de beug, is verboden in het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de onderstaande geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens het

WGS84-coördinatensysteem):

Punt nr. Breedtegraad Lengtegraad

1 57°00'NB 15°00'WL

59°40'NB, 05°00'WL

60°00'NB, 04°00'WL

59°30'NB, 04°00'WL

59°05'NB, 06°45'WL.

6.2. ICES-zones VIIf en g

Van 1 februari 2008 tot en met 31 maart 2008 is iedere vorm van visserij verboden in de volgende ICES-rechthoeken: 30E4, 31E4, 32E3. Dit verbod is niet van toepassing binnen zes zeemijlen vanaf de basislijn.

6.3. In afwijking van het bepaalde in de punten 6.1 en 6.2 is de visserij met kommen en korven in het betrokken gebied en de betrokken periode toegestaan, op voorwaarde dat:

  • i) 
    geen ander vistuig dan kommen en korven aan boord wordt gehouden, en
  • ii) 
    geen andere organismen dan schelp- en schaaldieren aan boord worden gehouden.

6.4. In afwijking van het bepaalde in de punten 6.1 en 6.2 is de visserij met netten met een maaswijdte van minder dan 55 mm in de onder die punten genoemde gebieden toegestaan,

op voorwaarde dat:

  • i) 
    geen netten met een maaswijdte van 55 mm of meer aan boord worden gehouden, en
  • ii) 
    geen andere vissoorten dan haring, makreel, sardine, sardinella, horsmakreel, sprot,

blauwe wijting en zilversmelt aan boord worden gehouden.

  • 7. 
    BEPERKINGEN VOOR DE VISSERIJ OP BLAUWE LENG IN ICES-ZONES VI EN VII

Van 1 maart 2008 tot en met 30 juni 2008 is het verboden gericht op blauwe leng te vissen of meer dan 5% blauwe leng als bijvangst te vangen in de gebieden die worden ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de onderstaande geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens het WGS84-coördinatensysteem):

  • 59° 00' NB, 7° 00' WL
  • 58° 15' NB, 9° 00' WL
  • 58° 15' NB, 9° 45' WL
  • b) 
    gebied II
  • 59° 45' NB, 8° 30' WL
  • 60° 4.8' NB, 8° 30' WL
  • 60° 8.4' NB, 7° 30' WL
  • 59° 45' NB, 7° 30' WL
  • 59° 45' NB, 8° 30' WL
  • 8. 
    TECHNISCHE INSTANDHOUDINGSMAATREGELEN IN DE IERSE ZEE

8.1. In de periode van 14 februari 2008 tot en met 30 april 2008 is het verboden bodemtrawls, zegennetten of soortgelijke sleepnetten, kieuwnetten, schakels, warnetten of soortgelijke staande netten of vistuig met haken te gebruiken in het gedeelte van ICES-zone VIIa dat wordt begrensd door:

de oostkust van Ierland en de oostkust van Noord-Ierland en

rechte lijnen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten

met elkaar verbinden:

een punt op de oostkust van het schiereiland Ards in Noord-Ierland op 54° 30' NB,

54° 30' NB, 04° 50' WL,

53° 30' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 05° 20' WL

54° 20' NB, 04° 50' WL

54° 30' NB, 05° 10' WL

54° 30' NB, 05° 20' WL

54° 00' NB, 05° 50' WL

54° 00' NB, 06° 10' WL

53° 45' NB, 06° 10' WL

53° 45' NB, 05° 30' WL

53° 30' NB, 05° 30' WL;

  • b) 
    het gebruik van zeeflappen toegestaan op voorwaarde dat geen ander type vistuig aan

boord is en de netten:

  • i) 
    in overeenstemming zijn met de onder a), i) tot en met iv), gestelde voorwaarden,

en

  • ii) 
    zijn vervaardigd overeenkomstig de technische voorschriften in de bijlage bij

Verordening (EG) nr. 254/2002 van de Raad van 12 februari 2002 tot vaststelling van maatregelen voor 2002 voor het herstel van het kabeljauwbestand in de Ierse Zee (ICES-zone VIIa) bedoelde technische instandhoudingsmaatregelen

1.

Voorts mogen zeeflappen ook worden gebruikt in een gebied dat wordt ingesloten door

loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden:

  • 9. 
    GEBRUIK VAN KIEUWNETTEN IN ICES-ZONES IIIA, IVA, VB, VIA, VIB, VIIB, C, J, K,

VIII, IX, X EN XII

9.1. In deze bijlage wordt onder kieuwnetten en warrelnetten verstaan, vistuig bestaande uit een enkel net dat verticaal in het water wordt gehouden. Levende aquatische hulpbronnen worden gevangen doordat zij in het net verward of verstrikt raken.

9.2. In deze bijlage wordt onder schakelnetten verstaan, vistuig bestaande uit twee of meer achter elkaar hangende netten aan een enkele bovenpees, die verticaal in het water worden gehouden.

9.3. Het is vaartuigen van de Gemeenschap niet toegestaan kieuwnetten, warrelnetten en schakelnetten te gebruiken in de ICES-zones IIIa, IVa, Vb, VIa, VIb, VII b, c, j, k, VIII, IX, X en XII ten oosten van 27° WL op plaatsen waar de kaartdiepte meer dan 200 meter bedraagt.

9.4. In afwijking van punt 9.3 is het gebruik toegestaan van:

  • a) 
    kieuwnetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 120 mm en kleiner dan 150 mm in ICES-zones IIIa, IVa, Vb, VIa, VIb, VIIb, c, j, k, en XII ten oosten van 27º WL, of met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 100 mm en kleiner dan 130 mm in ICES-zones VIII, IX en X, op voorwaarde dat zij worden uitgezet op plaatsen waar de kaartdiepte minder dan 600 meter bedraagt, niet meer dan 100 mazen diep zijn, een hanging ratio hebben van minstens 0,5 en voorzien zijn van vlotters of soortgelijke drijfvoorzieningen. De maximale lengte per net bedraagt 5 zeemijl en de totale lengte van alle op eender welk moment uitgezette netten maximaal 25 km per vaartuig. De maximale uitzettijd bedraagt 24 uur; of
  • b) 
    warrelnetten met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 250 mm, op voorwaarde dat zij worden uitgezet op plaatsen waar de kaartdiepte minder dan 600 meter bedraagt, niet meer dan 15 mazen diep zijn, een hanging ratio hebben van minstens 0,33 en voorzien zijn van vlotters of soortgelijke drijfvoorzieningen. De maximale lengte per net bedraagt 10 km. De totale lengte van alle netten op eender welk moment bedraagt maximaal 100 km per vaartuig. De maximale uitzettijd bedraagt 72 uur.

9.7. De kapitein van een vaartuig dat beschikt over een in punt 9.6 bedoeld speciaal visdocument voor staand tuig, noteert in het logboek het aantal en de lengte van de vistuigen van het vaartuig voordat het de haven verlaat en bij terugkeer in de haven, en moet elk verschil tussen de twee waarden verantwoorden.

9.8. De maritieme diensten of andere bevoegde autoriteiten hebben het recht onbeheerd op zee achtergelaten vistuig in de ICES-zones IIIa, IVa, Vb, VIa, VIb, VII b, c, j, k, VIII, IX, X en XII ten oosten van 27° WL te verwijderen in de volgende gevallen:

  • a) 
    het tuig is niet naar behoren gemerkt;
  • b) 
    uit de merken op de boei of de VMS-gegevens blijkt dat de eigenaar ervan gedurende meer dan 120 uur niet meer op een afstand van minder dan 100 zeemijl van het tuig

is geweest;

  • c) 
    het tuig is uitgezet in wateren met een grotere dan de toegestane kaartdiepte;
  • d) 
    het tuig heeft een illegale maaswijdte.

9.9. De kapitein van een vaartuig dat beschikt over een in punt 9.6 bedoeld speciaal visdocument voor staand tuig, noteert gedurende elke visreis de volgende gegevens in het

logboek:

  • de maaswijdte van het uitgezette net,
  • de nominale lengte van het net,
  • het aantal netten per uitzetting,
  • het totale aantal uitzettingen,
  • de positie van elke uitzetting,
  • de diepte van elke uitzetting,
  • 10. 
    BEPERKINGEN VAN DE VISSERIJ OP GRENADIERSVIS IN ICES-ZONE IIIA

Ongeacht het bepaalde in Verordening (EG) nr. 2015/2006 van de Raad van 19 december 2006 tot vaststelling, voor 2007 en 2008, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Gemeenschap voor bepaalde bestanden van diepzeevissen

3, mag in afwachting van het overleg dat de Europese

Gemeenschap en Noorwegen begin 2008 zullen voeren, niet gericht worden gevist op grenadiersvis

in ICES-zone IIIa.

  • 11. 
    VISSERIJ OP DIEPZEESOORTEN

In afwijking van Verordening (EG) nr. 2347/2002 geldt in 2008 het volgende:

11.1. De lidstaten zien erop toe dat vaartuigen die hun vlag voeren of op hun grondgebied zijn geregistreerd, visserijactiviteiten die leiden tot de vangst en het aan boord houden van meer dan 10 ton diepzeesoorten en Groenlandse heilbot/zwarte heilbot per kalenderjaar, slechts uitvoeren als ze in het bezit zijn van een diepzeevisdocument.

11.2. Het is evenwel verboden per zeereis een totale hoeveelheid diepzeesoorten en Groenlandse heilbot/zwarte heilbot van meer dan 100 kg te vangen en aan boord te houden, over te laden of aan te landen, tenzij het betrokken vaartuig in het bezit is van een diepzeevisdocument.

  • 12. 
    OVERGANGSMAATREGELEN VOOR DE BESCHERMING VAN KWETSBARE

DIEPZEEHABITATS

12.1 De visserij met bodemtrawls en met staand vistuig, met inbegrip van geankerde kieuwnetten en grondbeugen, is verboden in de gebieden die worden ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de onderstaande geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens het WGS84-coördinatensysteem):

de Hecate Seamounts:

  • 49° 44.3831' NB, 29° 02.8711' WL
  • 49° 44.4186' NB, 28° 52.4340' WL
  • 49° 36.4557' NB, 28° 39.4703' WL
  • 49° 29.9701' NB, 28° 45.0183' WL
  • 49° 49.4197' NB, 29° 42.0923' WL
  • 50° 01.7968' NB, 29° 37.8077' WL

een deel van de Reykjanes Ridge:

  • 55° 04.5327' NB, 36° 49.0135' WL
  • 55° 05.4804' NB, 35° 58.9784' WL
  • 54° 58.9914' NB, 34° 41.3634' WL
  • 54° 41.1841' NB, 34° 00.0514' WL
  • 54° 00.0'NB, 34° 00.0' WL
  • 53° 54.6406' NB, 34° 49.9842' WL
  • 53° 58.9668' NB, 36° 39.1260' WL
  • 55° 04.5327' NB, 36° 49.0135' WL

de Altair Seamounts:

  • 44° 50.4953' NB, 34° 26.9128' WL
  • 44° 47.2611' NB, 33° 48.5158' WL
  • 43° 40.6286' NB, 22° 47.0288' WL
  • 43° 43.1307' NB, 22° 44.1174' WL

de Hatton Bank:

  • 59º 26' NB, 14º 30' WL
  • 59º 12' NB, 15º 08' WL
  • 59º 01' NB, 17º 00' WL
  • 58º 50' NB, 17º 38' WL
  • 58º 30' NB, 17º 52' WL
  • 58º 30' NB, 18º 45' WL
  • 58º 47' NB, 18º 37' WL
  • 59º 05' NB, 17º 32' WL
  • 59º 16' NB, 17º 20' WL
  • 59º 22' NB, 16º 50' WL
  • 59º 21' NB, 15º 40' WL

het noordwestelijke deel van Rockall:

  • 57º 00' NB, 14º 53' WL
  • 57º 37' NB, 14º 42' WL
  • 57º 55' NB, 14º 24' WL
  • 55º 34' NB, 15º 07' WL
  • 55º 50' NB, 15º 15' WL
  • 55º 33' NB, 16º 16' WL

de West Rockall Mound:

  • 57º 20' NB, 16º 30' WL
  • 57º 05' NB, 15º 58' WL
  • 56º 21' NB, 17º 17' WL
  • 56º 40' NB, 17º 50' WL

12.2. Iedere vorm van visserij is verboden in het gebied dat wordt ingesloten door loxodromen die achtereenvolgens de punten met de volgende geografische coördinaten met elkaar verbinden (gemeten volgens de WGS84-norm):

Belgica Mound Province:

  • 51° 29,4' NB; 11° 51,6' WL
  • 51° 32,4' NB; 11° 41,4' WL
  • 51° 15,6' NB; 11° 33' WL
  • 51° 13,8' NB; 11° 44,4' WL

Hovland Mound Province:

  • 52° 16,2' NB; 13° 12,6' WL
  • 52° 24' NB; 12° 58,2' WL
  • 53° 40,8' NB; 14° 15,6' WL
  • 53° 34,2' NB; 14° 11,4' WL
  • 53° 31,8' NB; 14° 14,4' WL
  • 53° 24' NB; 14° 28,8' WL

het noordwestelijke deel van de Porcupine Bank - gebied II:

  • 53° 43,2' NB; 14° 10,8' WL
  • 53° 51,6' NB; 13° 53,4' WL
  • 53° 45,6' NB; 13° 49,8' WL
  • 53° 36,6' NB; 14° 7,2' WL

het zuidwestelijke deel van de Porcupine Bank:

  • 51° 54,6' NB; 15° 7,2' WL
  • 51° 54,6' NB; 14° 55,2' WL
  • 51° 42' NB; 14° 55,2' WL
  • 51° 42' NB; 15° 10,2' WL
  • 51° 49,2' NB; 15° 6' WL
  • 13. 
    TOEZICHT DOOR WAARNEMERS TIJDENS UITSLUITEND TEN BEHOEVE VAN

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK UITGEVOERDE VISSERIJACTIVITEITEN

De kapitein van een vaartuig dat uitsluitend ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek visserijactiviteiten uitvoert, neemt een waarnemer uit de lidstaat in de wateren waarvan deze visserijactiviteiten worden uitgevoerd, aan boord wanneer de laatstbedoelde lidstaat de vlaggenlidstaat van het betrokken vaartuig daarom verzoekt.

Oostelijke Stille Oceaan

  • 15. 
    RINGZEGENS IN HET GEREGLEMENTEERDE GEBIED VAN DE INTERAMERIKAANSE

COMMISSIE VOOR TROPISCHE TONIJN (IATTC)

15.1. De visserij met ringzegens op geelvintonijn (Thunnus albacares), grootoogtonijn (Thunnus obesus) of gestreepte tonijn (Katsuwonus pelamis) is hetzij van 1 augustus tot en met 11 september 2008, hetzij van 20 november tot en met 31 december 2008 verboden in het gebied dat wordt begrensd door:

  • de kustlijnen van Amerika langs de Stille Oceaan,
  • lengtegraad 150° WL,
  • breedtegraad 40° NB,
  • breedtegraad 40° ZB.

15.2. De betrokken lidstaten delen de Commissie vóór 1 juli 2008 mee in welke periode de betrokken visserijactiviteiten worden stilgelegd. Alle ringzegenvissers van de betrokken lidstaten moeten de visserij met de ringzegen in het beschreven gebied en gedurende de geselecteerde periode stilleggen.

15.3. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening moeten ringzegenvissers die in het gereglementeerde gebied van de IATTC vissen, alle gevangen grootoogtonijnen, gestreepte tonijnen en geelvintonijnen aan boord houden en aanvoeren, behalve vis die om andere redenen dan de grootte als ongeschikt voor menselijke consumptie wordt beschouwd. Eén uitzondering vormt de laatste vangst van een reis, wanneer wellicht onvoldoende ruimte is overgebleven om alle bij die vangst gevangen tonijn op te slaan.

DEEL D

Oostelijk en centraalwestelijk deel van de Stille Oceaan

  • a) 
    wanneer men ziet dat zich in het net een zeeschildpad bevindt, moeten alle redelijke inspanningen worden gedaan om de schildpad te redden voordat ze in het net verstrikt geraakt, en daartoe moet indien nodig ook een speedboot worden ingezet;
  • b) 
    indien een schildpad in het net verstrikt is, moet de netrol worden stilgelegd zodra de schildpad uit het water komt en pas opnieuw worden gestart als de schildpad is losgemaakt en is vrijgelaten;
  • c) 
    indien een schildpad aan boord van een vaartuig wordt gebracht, moeten alle passende methodes worden gebruikt om de schildpad te helpen zich te herstellen, voordat ze opnieuw in het water wordt gezet;
  • d) 
    vaartuigen voor de tonijnvisserij moet een verbod worden opgelegd om zoutzakken of andere soorten plastic afval in zee te gooien;
  • e) 
    het vrijlaten, voor zover dat doenbaar is, van zeeschildpadden die in visaantrekkende structuren (Fish Aggregating Devices, FAD's) of ander vistuig verstrikt zijn geraakt, wordt aangemoedigd;
  • f) 
    het uit het water verwijderen van FAD's die niet meer voor de visserij worden gebruikt, wordt aangemoedigd.

Aanhangsel 1 van bijlage III

GESLEEPT VISTUIG: het Skagerrak en het Kattegat

Maaswijdten, doelsoorten en vereiste vangstpercentages die van toepassing zijn bij het gebruik van

één enkele maaswijdte

Maaswijdte (mm)

<16 16-31 32-69 35-69 70-8990

(5)

Soort

Minimumpercentage doelsoorten

50% 50% 20% 50% 20% 20% 30% geen

(6) (6) (6) (6) (6) (7) (8)

Zandspiering (Ammodytidae)(3) x x x x x x x x

Zandspiering (Ammodytidae)(4) x x x x x x

Kever (Trisopterus esmarkii) x x x x x x

Blauwe wijting (Micromesistius poutassou) x x x x x x

x x x x x x

Grote pieterman (Trachinus draco) (1)

x x x x x x

Weekdieren (behalve Sepia) (1)

x x x x x x

Geep (Belone Belone) (1)

x x x x x x

Grauwe poon (Eutrigla gurnardus) (1)

x x x x x

Zilvervissen (Argentina spp.)

x x x x x x

Sprot (Sprattus sprattus)

Paling (Anguilla, anguilla) x x x x x x

Noordzeegarnalen/oostzeegarnaal (Crangon spp., Palaemon adspersus) x x x x x x

(2)

Wijting (Merlangius merlangus) x x

Langoustine (Nephrops norvegicus) x x

Alle andere mariene organismen x

(1) Alleen binnen vier mijl vanaf de basislijnen.

(2) Buiten vier mijl vanaf de basislijnen.

(3) Van 1 maart tot en met 31 oktober in het Skagerrak en van 1 maart tot en met 31 juli in het Kattegat.

(4) Van 1 november tot en met de laatste dag van februari in het Skagerrak en van 1 augustus tot en met de laatste dag van februari in het Kattegat.

(5) Bij toepassing van deze maaswijdte moet de kuil zijn vervaardigd uit vierkant gemaasde panelen en zijn voorzien van een sorteerrooster overeenkomstig aanhangsel 2 bij deze bijlage.

(6) Het aandeel van de soorten kabeljauw, schelvis, heek, schol, witje, tongschar, tong, tarbot, griet, bot, makreel, schartong, wijting, schar, koolvis, langoustine en kreeft in de aan boord gehouden vangst mag in totaal ten hoogste 10% bedragen.

(7) Het aandeel van de soorten kabeljauw, schelvis, heek, schol, witje, tongschar, tong, tarbot, griet, bot, haring, makreel, schartong, wijting, schar, koolvis, langoustine en kreeft in de aan boord gehouden vangst mag in totaal ten hoogste 50% bedragen.

(8) Het aandeel van de soorten kabeljauw, schelvis, heek, schol, witje, tongschar, tong, tarbot, griet, bot, schartong, wijting, schar, koolvis en kreeft in de aan boord gehouden vangst mag in totaal ten hoogste 60% bedragen.

Aanhangsel 2 van bijlage III

Voorschriften voor het sorteerrooster bij de trawlvisserij met een maaswijdte van 70 mm

  • a) 
    Het naar soort selectieve rooster moet worden bevestigd in trawls met een kuil die volledig uit vierkante mazen bestaat met een maaswijdte gelijk aan of groter dan 70 mm en kleiner dan 90 mm. De minimumlengte van de kuil bedraagt 8 m. Het is verboden sleepnetten te gebruiken met meer dan 100 vierkante mazen in de omtrek van de kuil, de aanslag en de naadlijn niet meegerekend.
  • b) 
    Het rooster moet rechthoekig zijn. De staven van het rooster lopen evenwijdig aan de lengteas van het rooster. De afstand tussen de staven bedraagt maximaal 35 mm. Het is toegestaan om hierin een of meer scharnieren aan te brengen om de opslag van het rooster op de nettentrommel te vergemakkelijken.
  • c) 
    Het rooster moet diagonaal en met de achterzijde omhoog in de trawl worden aangebracht op om het even welke plaats tussen onmiddellijk vóór de kuil en het vooreind van het cilindrische gedeelte. Alle zijden van het rooster moeten aan de trawl worden bevestigd.
  • d) 
    In het rugpaneel van de trawl moet onmiddellijk boven het rooster een vrije uitlaat voor vis worden aangebracht. De opening van deze uitlaat moet aan de achterzijde even breed zijn als het rooster en moet naar voren toe aan beide zijden puntvormig zijn uitgesneden langs de zijden van de mazen.
  • e) 
    Het is toegestaan vóór het rooster een trechter aan te brengen om de vis naar de bodem van de trawl en het rooster te geleiden. De minimale maaswijdte van de trechter moet gelijk zijn aan 70 mm. De verticale opening van de trechter die de vis naar het rooster leidt, moet ten minste 15 cm bedragen. De breedte van deze trechter moet gelijk zijn aan de breedte van het rooster.

Schematisch beeld van een naar soort en grootte selectieve trawl. De vis die binnenkomt, wordt door een trechter naar de bodem van de trawl en naar een rooster geleid. Grotere vissen worden vervolgens door het rooster uit de trawl geleid terwijl kleinere vissen en langoustine door het rooster in de kuil terechtkomen. Doordat het cilindrische gedeelte volledig uit vierkante mazen bestaat is het voor kleinere vissen en ondermaatse langoustine makkelijker om te ontsnappen.

BIJLAGE IV

DEEL I

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van de

Gemeenschap in wateren van derde landen

Gebied Visserijtak Aantal Verdeling van Maximum-

vergunningen de aantal

vergunningen vaartuigen

over de dat op elk

lidstaten moment in

het gebied

aanwezig

mag zijn

Noorse wateren Haring, benoorden 62°00' NB 93 DK: 32, DE: 6, FR: 1, IRL: 9, 69

en

visserijzone rond NL: 11,

Jan SW: 12, UK: 21, PL: 1

Mayen

Demersale soorten, benoorden 62°00' NB 80 FR: 18, PT: 9,

DE: 16, ES: 20, UK: 14,

IRL: 1 50

Makreel, bezuiden 62°00' NB, 11 DE: 1 1,

DK: 26 1, Niet relevant

ringzegenvisserij

FR: 2 1, NL:1 1

Makreel, bezuiden 62°00' NB, 19 Niet relevant

trawlvisserij

Makreel, benoorden 62°00' NB, 11 2 DK: 11 Niet relevant

Gebied Visserijtak Aantal Verdeling van Maximum-

vergunningen de aantal

vergunningen vaartuigen

over de dat op elk

lidstaten moment in

het gebied

aanwezig

mag zijn

Gerichte visserij op kabeljauw en schelvis met netten met mazen niet kleiner dan 135 mm, beperkt tot het gebied ten zuiden van 62°28' NB en ten oosten van 6°30' WL 8 3 4

Trawlvisserij buiten 21 mijl van de basislijnen van de Faeröer. In de perioden 1 maart-31 mei en 1 oktober- 31 december mogen deze vaartuigen vissen in het gebied tussen 61°20' NB en 62°00' NB en tussen 12 en 21 mijl vanaf de basislijnen. 70 BE: 0, DE: 10,

FR: 40, UK:

20 26

Trawlvisserij op blauwe leng met netten met mazen niet kleiner dan 100 mm in het gebied ten zuiden van 61°30' NB en ten westen van 9°00' WL en in het gebied tussen 7°00' WL en 9°00' WL ten zuiden van 60°30' NB en in het gebied ten zuidwesten van een lijn tussen 60°30' NB, 7°00' WL en 60°00' NB, 6°00' WL 70 DE: 8 4, 20 5

FR: 12 4,

UK: 0 4

Gebied Visserijtak Aantal Verdeling van Maximum-

vergunningen de aantal

vergunningen vaartuigen

over de dat op elk

lidstaten moment in

het gebied

aanwezig

mag zijn

Visserij op blauwe wijting. Het totale aantal vergunningen kan met 4 vaartuigen worden verhoogd om in spannen 36 DE: 3, DK: 19, FR: 2, UK: 5, NL: 5 20

te vissen indien de

autoriteiten van de Faeröer zouden beslissen

om bijzondere

toegangsregels voor een gebied, "main fishing

area of blue whiting"

genaamd, in te stellen.

Lijnvisserij 10 UK: 10 6

Makreelvisserij 12 DK: 12 12

Haringvisserij benoorden 62° NB 21 DE: 1, DK: 7,

FR: 0, UK: 5,

IRL: 2, NL: 3,

SW: 3 21

DEEL II

Kwantitatieve beperkingen inzake vergunningen en visdocumenten voor vaartuigen van derde

landen in EG-wateren

Vlaggenstaat Visserijtak Aantal vergunningen Maximum- aantal vaartuigen dat

op elk moment

in het gebied aanwezig mag zijn

Noorwegen Haring, benoorden 62°00' NB 20 20

Faeröer Makreel, VIa (benoorden 56°30' NB), VIIe,f,h;

horsmakreel, IV, VIa (benoorden 56°30' NB), VIIe,f,h; haring, VIa (benoorden 56° 30' NB) 14 14

Haring, benoorden 62°00' NB 21 21

Haring, IIIa 4 4

Industriële visserij op kever en sprot, IV, VIa (benoorden 56°30' NB): zandspiering, IV (incl. onvermijdelijke 15 15

bijvangsten van blauwe

wijting)

Leng en torsk 20 10

Blauwe wijting, II, VIa (benoorden 56°30' NB), VIb, VII (ten westen van 12°00' WL) 20 20

DEEL III

Aangifte overeenkomstig artikel 25, lid 2

AANVOERAANGIFTE7

Naam van het Registratie-

nummer:

vaartuig:

Naam van de kapitein: Naam van de

gemachtigde:

Handtekening van de

kapitein:

Visreis van tot en met

Aanvoerhaven:

Aangevoerde hoeveelheden garnaal (levend gewicht)

Garnalen, van kop ontdaan: kg

of ( x 1,6) = kg (garnalen, in gehele staat)

BIJLAGE V

DEEL I

In het logboek te noteren gegevens

Bij het vissen in de 200-mijlszone van de lidstaten van de Gemeenschap waarvoor de communautaire visserijvoorschriften gelden, moeten onmiddellijk na de onderstaande activiteiten de volgende gegevens in het logboek worden genoteerd.

Na iedere trek:

1.1. gevangen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);

1.2. datum en tijdstip van de trek;

1.3. geografische positie tijdens de trek;

1.4. gebruikte vismethode.

Na iedere overlading op of vanuit een ander vaartuig:

2.1. vermelding "ontvangen van" of "overgeladen op";

2.2. overgeladen hoeveelheid van elke soort (in kg levend gewicht);

2.3. naam en identificatieletters en -nummers van het vaartuig waarop of waaruit de overlading

-

plaatsvond;

2.4. overlading van kabeljauw is niet toegestaan.

Na iedere aanvoer in een haven van de Gemeenschap:

3.1. naam van de haven;

DEEL II

Logboekmodel

Log-book model

BIJLAGE VI

INHOUD VAN DE BERICHTEN AAN DE COMMISSIE EN

TRANSMISSIESPECIFICATIES

  • 1. 
    DE HIERNA GEVRAAGDE GEGEVENS MOETEN AAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN WORDEN MEEGEDEELD VOLGENS HET ONDERSTAANDE SCHEMA.

1.1. Wanneer een vaartuig aan een visreis1 in EG-wateren begint, verstuurt het een "catch on

entry"-bericht dat de volgende gegevens bevat:

SR m2 (= "start of record"; begin van het bericht)

AD m XEU (= aan de Commissie van de Europese

Gemeenschappen)

SQ m (volgnummer van het bericht in het lopende jaar)

TM m COE (= "catch on entry")

RC m (internationale roepnaam van het vaartuig)

TN o3 (volgnummer van de visreis in het lopende jaar)

NA o (naam van het vaartuig)

IR m (vlaggenstaat volgens ISO-3-landencode, in voorkomend geval gevolgd door uniek referentienummer zoals gebruikt in

de vlaggenstaat)

XR m (op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en nummers; kenteken aangebracht op de romp van het vaartuig)

LT4 o5 (breedtegraad van de positie van het vaartuig op het moment van het bericht)

4 LG o5 (lengtegraad van de positie van het vaartuig op het moment van het bericht)

LI o (geraamde breedtegraad van de positie waar de kapitein voornemens is de visserij te beginnen, in graden of decimalen)

MA m (naam van de kapitein van het vaartuig)

ER m (= "end of record"; einde van het bericht)

1.2. Wanneer een vaartuig een visreis6 in communautaire wateren beëindigt, verstuurt het een

"catch on exit"-bericht dat de volgende gegevens bevat:

SR m (= "start of record"; begin van het bericht)

AD m XEU (= aan de Commissie van de Europese

Gemeenschappen)

SQ m (volgnummer van het bericht voor dat vaartuig in het lopende jaar)

TM m COX (= "catch on exit")

RC m (internationale roepnaam van het vaartuig)

TN o (volgnummer van de visreis in het lopende jaar)

NA o (naam van het vaartuig)

IR m (vlaggenstaat volgens ISO-3-landencode, in voorkomend geval gevolgd door uniek referentienummer zoals gebruikt in

de vlaggenstaat)

XR m (op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en

-nummers; kenteken aangebracht op de romp van het vaartuig)

LT7 o8 (breedtegraad van de positie van het vaartuig op het moment van het bericht)

LG2 o3 (lengtegraad van de positie van het vaartuig op het moment van het bericht)

kilogram)

DF o (aantal visdagen sinds laatste bericht)

DA m (datum van het bericht in het formaat: jjjjmmdd)

TI m (tijdstip van het bericht in het formaat uumm)

MA m (naam van de kapitein van het vaartuig)

ER m (= "end of record"; einde van het bericht)

1.3. Het vaartuig verstuurt, wanneer op haring en makreel wordt gevist, om de drie dagen, te beginnen op de derde dag nadat het vaartuig voor het eerst de in punt 1.1 bedoelde zone is binnengevaren, en wanneer op andere soorten dan haring en makreel wordt gevist, elke week, te beginnen op de zevende dag nadat het voor het eerst de in punt 1.1 bedoelde zone is binnengevaren, een "catch report" (vangstbericht) dat de volgende gegevens bevat:

SR m (= "start of record"; begin van het bericht)

AD m XEU (= aan de Commissie van de Europese

Gemeenschappen)

SQ m (volgnummer van het bericht voor dat vaartuig in het lopende jaar)

TM m CAT (= "catch report")

RC m (internationale roepnaam van het vaartuig)

TN o (volgnummer van de visreis in het lopende jaar)

NA o (naam van het vaartuig)

RA m (relevant ICES-gebied waar de vangsten zijn gedaan)

CA m (gevangen hoeveelheid per soort sinds het laatste bericht met voor elke soort het volgende gegevenspaar: FAO code + levend gewicht in kilogram, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kilogram)

OB o (hoeveelheid aan boord per soort, in het ruim, met voor elke soort het volgende gegevenspaar: FAO code + levend gewicht in kilogram, afgerond op de dichtstbijzijnde 100 kilogram)

DF o (aantal visdagen sinds laatste bericht)

DA m (datum van het bericht in het formaat: jjjjmmdd)

TI m (tijdstip van het bericht in het formaat uumm)

MA m (naam van de kapitein van het vaartuig)

ER m (= "end of record"; einde van het bericht)

1.4. Wanneer tussen het "catch on entry"-bericht en het "catch on exit"-bericht een overlading plaatsvindt, moet los van de "catch report"-berichten minimaal 24 uur van tevoren een extra "trans-shipment"-bericht worden verstuurd, dat de volgende gegevens bevat:

SR m (= "start of record"; begin van het bericht)

AD m XEU (= aan de Commissie van de Europese

Gemeenschappen)

SQ m (volgnummer van het bericht voor dat vaartuig in het lopende jaar)

kilogram)

TT m (internationale radioroepnaam van het ontvangende vaartuig)

TF m (internationale radioroepnaam van het overladende vaartuig)

LT11 m/o1213 (verwachte breedtegraad van de positie waar de overlading is gepland)

LG1 m/o2, 3 (verwachte lengtegraad van de positie waar de overlading is gepland)

PD m (geplande datum van de overlading)

PT m (gepland tijdstip van de overlading)

DA m (datum van het bericht in het formaat: jjjjmmdd)

TI m (tijdstip van het bericht in het formaat uumm)

MA m (naam van de kapitein van het vaartuig)

ER m (= "end of record"; einde van het bericht)

  • 2. 
    VORM VAN DE BERICHTEN

Tenzij punt 3.3 van toepassing is (zie onder), moeten de in punt 1 vermelde gegevens worden meegedeeld met gebruikmaking van de codes en in de volgorde als hierboven vermeld, waarbij met

name:

  • de tekst "VRONT" moet worden geplaatst in de onderwerpregel van het bericht;
  • ieder onderdeel van de gegevens op een nieuwe regel moet worden geplaatst;

TN 1

NA VESSEL NAME EXAMPLE

IR NOR

XR PO 12345

LT +65.321

LO -21.123

RA 04A.

OB COD 100 HAD 300

DA 20051004

MA CAPTAIN NAME EXAMPLE

TI 1315

ER

  • 3. 
    SCHEMA VOOR DE BERICHTEN

3.1. De in punt 1 bedoelde gegevens moeten door het vaartuig aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen in Brussel worden meegedeeld per telex (SAT COM C 420599543 FISH), per e-mail

(FISHERIES-telecom@ec.europa.eu) of via een van de in

punt 4 vermelde radiostations en in de in punt 2 aangegeven vorm.

3.2. Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden, mag het namens dat vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden.

//SR//AD/XEU//FR/NOR//RN/5//RD/20051004//RT/1320//SQ/1//TM/COE//RC/IRCS//TN /1//NA/VESSEL

NAME EXAMPLE//IR/NOR//XR/PO 12345//LT/+65.321//LG/-

21.123//RA/04A.//OB/COD 100 HAD 300//DA/20051004//TI/1315//MA/CAPTAIN NAME EXAMPLE//ER//

De vlaggenstaat ontvangt een "return message" met de volgende gegevens:

SR m (= "start of record"; begin van het bericht)

AD m (ISO-drielettercode van de vlaggenstaat)

FR m XEU (= aan de Commissie van de Europese

Gemeenschappen)

RN m (volgnummer in het lopende jaar van het bericht waarop de "return message" betrekking heeft)

TM m RET (= "return")

SQ m (volgnummer van het oorspronkelijke bericht van het vaartuig in het lopende jaar)

RC m (internationale roepnaam van het vaartuig als vermeld in oorspronkelijk bericht)

RS m ("return status"; antwoord, namelijk ACK of NAK)

RE m ("return error number"; foutnummer)

DA m (datum van het bericht in het formaat: jjjjmmdd)

TI m (tijdstip van het bericht in het formaat uumm)

ER m (= "end of record"; einde van het bericht)

Florø LGL

Rogaland LGQ

Tjøme

LGT

Ålesund LGA

Ørlandet LFO

Bodø LPG

Svalbard LGS

Stockholm Radio STOCKHOLM RADIO

Turku OFK

  • 5. 
    CODE VOOR HET MEEDELEN VAN DE SOORTEN

Ansjovis (Engraulis encrasicolus) ANE

Atlantische seabobgarnaal (Xyphopenaeus kroyerii) BOB

Beryciden (Beryx spp.) ALF

Blauwe leng (Molva dypterygia) BLI

Haringhaai (Lamma nasus) POR

Heek (Merluccius merluccius) HKE

Heilbot (Hippoglossus hippoglossus) HAL

Horsmakreel (Trachurus trachurus) HOM

Inktvissen (Illex spp.) SQX

Inktvissen (Loligo spp.) SQC

Kabeljauw (Gadus morhua) COD

Kever (Trisopterus esmarkii) NOP

Koolvis (Pollachius virens) POK

Lange schol (Hippoglossoides platessoides) PLA

Langoustine (Nephrops norvegicus) NEP

Leng (Molva molva) LIN

Makreel (Scomber scombrus) MAC

Noordse garnaal (Pandalus borealis) PRA

Orange roughy/Atlantische slijmkop (Hoplostethus atlanticus) ORY

Overige OTH

Peneide garnaal (Penaeidae) PEZ

Wijting (Merlangius merlangus) WHG

Zalm (Salmo salar) SAL

Zandschar/Geelstaartschar (Limanda ferruginea) YEL

Zandspieringen (Ammodytes spp.) SAN

Zeebrasem (Pagellus bogaraveo) SBR

Zeeduivels (Lophius spp.) MNZ

Zilvervis (Argentina silus) ARG

Zwarte haarstaartvis (Aphanopus carbo) BSF

  • 6. 
    CODES VOOR HET MEEDELEN VAN HET BETROKKEN GEBIED

02A. ICES-sector IIa Noorse Zee

02B. ICES-sector IIb - Spitsbergen en Bereneiland

03A. ICES-sector IIIa - Skagerrak en Kattegat

03B. ICES-sector IIIb

03C. ICES-sector IIIc

03D. ICES-sector IIId - Oostzee

04A. ICES-sector IVa Noordelijke Noordzee

04B. ICES-sector IVb Centrale Noordzee

07E. ICES-sector VIIe Westelijk deel van het Kanaal

07F. ICES-sector VIIf - Bristolkanaal

07G. ICES-sector VIIg Noordelijk deel van de Keltische Zee

07H. ICES-sector VIIh Zuidelijk deel van de Keltische Zee

07J. ICES-sector VIIj Wateren ten zuidwesten van Ierland - Oostelijk deel

07K. ICES-sector VIIk Wateren ten zuidwesten van Ierland- Westelijk deel

08A. ICES-sector VIIIa Golf van Biskaje Noordelijk deel

08B. ICES-sector VIIIb Golf van Biskaje Centrale deel

08C. ICES-sector VIIIc Golf van Biskaje Zuidelijk deel

08D. ICES-sector VIIId Golf van Biskaje Volle zee

08E. ICES-sector VIIIe Golf van Biskaje Westelijke deel

09A. ICES-sector IXa - Portugese wateren Oostelijk deel

09B. ICES-sector IXb - Portugese wateren Westelijk deel

14A. ICES-sector XIVa Groenlandse wateren Noordoostelijk deel

14B. ICES-sector XIVb Groenlandse wateren Zuidoostelijk deel

  • 7. 
    AFGEZIEN VAN HET BEPAALDE IN DE PUNTEN 1 T/M 6 ZIJN DE VOLGENDE BEPALINGEN

VAN TOEPASSING OP VAARTUIGEN VAN DERDE LANDEN DIE IN COMMUNAUTAIRE

WATEREN OP BLAUWE WIJTING WILLEN VISSEN:

niet ter inspectie moet aanbieden. Elke bevestiging heeft een uniek vergunningsnummer dat de kapitein bewaart tot het einde van de visreis.

Onverminderd de inspecties die op zee kunnen worden uitgevoerd, kunnen de bevoegde autoriteiten in naar behoren gemotiveerde gevallen eisen dat de kapitein het schip voor inspectie in de haven aanbiedt.

(d) De voorschriften van punt a) gelden niet voor vaartuigen die de EG-wateren binnenvaren zonder vangst aan boord.

(e) In afwijking van punt 1.2. wordt de visreis als beëindigd beschouwd zodra het vaartuig de EG-wateren verlaat of een haven van de Gemeenschap binnenloopt waar de vangsten volledig worden gelost.

De vaartuigen verlaten de EG-wateren pas nadat zij door een van de volgende controleroutes zijn gevaren:

A. ICES-vak 48 E2 in sector VIa

B. ICES-vak 46 E6 in sector IVa

C. ICES-vakken 48 E8, 49 E8 of 50 E8 in sector IVa.

De kapitein van het schip stuurt ten minste vier uur voor het binnenvaren van een van de bovengenoemde controleroutes per e-mail of telefonisch een bericht aan het visserijcontrolecentrum in Edingburgh, als bepaald in punt 1. Dit bericht bevat de naam, de internationale radioroepnaam, de havencode en het havennummer (PLN) van het vaartuig, de totale hoeveelheid aan boord per soort en de controleroute waarlangs het vaartuig van plan is te varen.

Het vaartuig verlaat het gebied binnen de controleroute niet voordat het bevestiging heeft gekregen van ontvangst van het bericht en instructies inzake het feit of de kapitein het schip al dan niet ter inspectie moet aanbieden. Elke bevestiging heeft een uniek vergunningsnummer dat de kapitein bewaart tot het vaartuig de EG-wateren verlaat.

BIJLAGE VII

GESLOTEN GEBIED IN NAFO-SECTOR 30

In NAFO-sector 30 is het volgende gebied gesloten voor alle visserijactiviteiten met vistuig dat contact maakt met de bodem:

Voorgesteld gesloten gebied

BIJLAGE VIII

VERBOD OP GERICHTE VISSERIJ IN HET CCAMLR-GEBIED

Doelsoorten Gebied Gesloten tijd

Haaien (alle soorten) Verdragsgebied Het hele jaar

Notothenia rossii FAO 48.1 Antarctische wateren, bij het Antarctisch Schiereiland Het hele jaar

FAO 48.2 Antarctische wateren, rond de South Orkneys

FAO 48.3 Antarctische wateren, rond South Georgia

Vinvis FAO 48.1 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

FAO 48.2 Antarctische wateren(1)

Gobionotothen gibberifrons FAO 48.3 Het hele jaar

Chaenocephalus aceratus

Pseudochaenichthys georgianus

Lepidonotothen squamifrons

Patagonotothen guntheri

Dissostichus spp FAO 48.5 Antarctische wateren 1.12.2006 t/m 30.11.2007

Dissostichus spp FAO 88.3 Antarctische wateren(1) Het hele jaar

FAO 58.5.1 Antarctische wateren(1) (2)

FAO 58.5.2 Antarctische wateren ten oosten van 79°20'OL en buiten de EEZ ten westen van 79°20'OL

(1)

FAO 88.2 Antarctische wateren benoorden 65°ZB

BIJLAGE IX

VANGST- EN BIJVANGSTBEPERKINGEN VOOR NIEUWE EN VERKENNENDE

VISSERIJTAKKEN IN HET CCAMLR-GEBIED IN 2006/07

Deelgebied/ sector Bijvangstbeperking (ton) Regio PeriodeSSRU Vangst-

beperking

voor

Dissostichus Roggen Macrourus spp.

spp. (ton) Andere soorten

48.6 Gehele sector 1.12.2006 t/m 30.11.2007 455 ton Gehele sector 50 Gehele sector

73 Gehele sector 20

benoorden 60°ZB

455 ton

bezuiden 60°ZB

58.4.1 Gehele sector 1.12.2006 t/m 30.11.2007A

B

C 200

D Gehele sector Gehele sector Gehele sector

E 200 96

F 50 20

G 200

H

Totaal deelgebied

600

58.4.2 Gehele sector 1.12.2006 t/m 30.11.2007A 260 Gehele sector Gehele sector Gehele sector

B 124

C 260 50 20

D

E

F

H, I, K 1 936(1) 97(1) 310(1) 60(1)

J 564(1) 50(1) 90(1) 20(1)

L 176(1) 50(1) 28(1) 20(1)

Totaal deelgebied 3 032(1) 150(1) 484(1)

88.2 Totaal deelgebied 1.12.2006 t/m 31.8.2007A

B

C, D, F, G 206(1) 50(1) 33(1) 20(1)

E 341(1) 50(1) 55(1) 20(1)

Totaal deelgebied(1) 547(1) 50 88(1)

(1) Regels inzake vangstbeperkingen voor bijvangstsoorten per SSRU, die binnen de totale bijvangstbeperkingen per deelgebied van toepassing zijn:

Roggen: 5% van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde hoeveelheid, of 50

-

ton, al naargelang welke hoeveelheid het grootst is;

Macrourus spp.: 16% van de in het kader van de vangstbeperking voor Dissostichus spp. vastgestelde

-

hoeveelheid;

Andere soorten: 20 ton per SSRU.

BIJLAGE X

DEEL I

Formulieren voor de controle door de havenstaat

CONTROLEFORMULIER -- PSC 1

DEEL A: In te vullen door de kapitein van het vaartuig

Naam van het vaartuig IMO-nummer1 Radioroepnaam Vlaggenstaat

Inmarsat-nummer Faxnummer Telefoonnummer E-mailadres

Haven van aanvoer of overlading Verwachte tijd van aankomst

Datum: Tijd (UTC):

Totale vangst aan boord Aan te voeren vangst2

Soort3 Product4 ICES-vangst- gebied Product- gewicht (kg) Soort3 Product4 ICES- vangst- gebied Product- gewicht

(kg)

DEEL B: Uitsluitend voor de administratie in te vullen door de vlaggenstaat

De vlaggenstaat dient te antwoorden met "ja" of "nee". Ja Nee

Naam havenstaat Toestemming gegeven Datum Handtekening Stempel

Ja............

Nee.............

  • 1. 
    Vissersvaartuigen zonder IMO-nummer (Internationale Maritieme Organisatie) vermelden het extern registratienummer.
  • 2. 
    Zo nodig worden meerdere formulieren gebruikt.
  • 3. 
    FAO-drielettercode voor de soort.
  • 4. 
    Aanbiedingsvorm voor het product zie aanhangsel 1 van deze bijlage.

CONTROLEFORMULIER PSC 21

DEEL A: In te vullen door de kapitein van het vaartuig

Naam van het vaar- tuig IMO-nummer2 Radioroepnaam Vlaggenstaat

Inmarsat-nummer Faxnummer Telefoonnummer E-mailadres

Haven van aanvoer of Verwachte tijd van aankomst

overlading

Datum: Tijd (UTC):

DEEL B: Uitsluitend voor de administratie -- in te vullen door de vlaggenstaat

De vlaggenstaat dient te antwoorden met "ja" of "nee". Ja Nee

  • a) 
    Het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, beschikte over een toereikend quotum voor de aangegeven soort
  • b) 
    De hoeveelheden aan boord gehouden vis zijn naar behoren aangegeven en zijn verrekend in eventuele vangst- of inspanningsbeperkingen
  • c) 
    Het vaartuig dat volgens de aangifte de vis heeft gevangen, beschikte over een vergunning om in de opgegeven gebieden te vissen
  • d) 
    De aanwezigheid van het vaartuig in het opgegeven vangstgebied is met VMS- gegevens gestaafd

Bevestiging door de vlaggenstaat

Ik bevestig op erewoord dat de bovenstaande inlichtingen volledig, waarheidsgetrouw en juist zijn.

Naam en functie Datum Handtekening Officieel stempel

DEEL C: Uitsluitend voor de administratie -- in te vullen door de havenstaat

Naam havenstaat Toestemming gegeven Datum Handtekening Stempel

Ja ..............

Nee...............

1 Per overladend vaartuig één formulier invullen.

2 Vissersvaartuigen zonder IMO-nummer vermelden het extern registratienummer.

3 Zo nodig worden meerdere formulieren gebruiken.

4 FAO-drielettercode voor de soort.

5 Aanbiedingsvormen producten volgens aanhangsel 1 van deze bijlage.

Begin aanvoer/overlading Datum Duur

Einde aanvoer/overlading Datum Duur

B. INSPECTIEGEGEVENS

Naam van het overladende vaartuigIMO-nummer2 Radioroepnaam Vlaggenstaat

B1. AANGEVOERDE OF OVERGELADEN VIS

Soort3 Product4 ICES-vangst- gebied Product- gewicht in kg Verschil (kg) tussen product- gewicht en PSC 1 of 2 Verschil (%)tussen product- gewicht en PSC 1 of 2

B2. INFORMATIE BETR. AANVOER TOEGESTAAN ZONDER BEVESTIGING DOOR DE VLAGGENSTAAT

Naam opslagplaats, naam bevoegde autoriteiten, termijn voor ontvangstbevestiging

C. INSPECTIERESULTATEN

Begin inspectie Datum Duur

Einde inspectie Datum Duur

OPMERKINGEN

GECONSTATEERDE INBREUKEN 5

Artikel Vermeld overtreden NEAFC-bepaling(en) en vat de relevante feiten samen.

Naam inspecteurs Handtekening inspecteurs Datum en plaats

D. OPMERKINGEN VAN DE KAPITEIN

1 Wanneer een vaartuig vis heeft overgeladen, dient een afzonderlijk formulier te worden gebruikt voor elk overladend vaartuig.

2 Vissersvaartuigen zonder IMO-nummer vermelden het extern registratienummer.

3 FAO-drielettercode voor de soort.

4

5 Aanbiedingsvormen producten, zie het aanhangsel van deze bijlage.

Bij inbreuken betreffende vis die is gevangen in het NEAFC-verdragsgebied dient een verwijzing te worden opgenomen naar het relevante artikel van de NEAFC-controle- en handhavingsregeling van 17 november 2006.

Aanhangsel 1 van bijlage X

Producten en verpakking

A. Codes aanbiedingsvormen producten

Code Aanbiedingsvorm producten

A Gehele staat -- bevroren

B Gehele staat -- bevroren (gekookt)

C Ontdaan van ingewanden, met kop -- bevroren

D Ontdaan van kop en ingewanden -- bevroren

E Ontdaan van kop en ingewanden -- schoongemaakt --

bevroren

F Filets (onthuid) -- bevroren

G Filets (met huid) -- bevroren

H Gezouten

I In azijn

J Conserven

K Olie

L Meel van gehele vis

BIJLAGE XI

DEEL I

Overladingsverklaring SEAFO

Naam en, eventueel, radioroepnaam: Externe identificatie:

SEAFO-nummer:Bij overlading: naam en/of roepnaam, externe identificatie en nationaliteit van het ontvangende vaartuig:

Dag Maand Uur Jaar 2 Naam van de Naam van de kapitein:

gemachtigde:

Vertrek van

Terugkeer tot Handtekening: Handtekening:

Overlading

Geef het gewicht in kilogram of de gebruikte eenheid aan (bijv. doos, mand) en het aangevoerde gewicht in kilogram van deze eenheid: |__________| kilogram (1) (2)

Soort Haven van Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm Aanbiedings- vorm

overlading

(3) (4) (4) (4) (4) (4) (4) (4) (4) (4) (4)

Naam haven, land In gehele Ontdaan van ingewanden Gefileerd

staat Zonder kop

(1) Vermeld de voor de aanvoer gebruikte maateenheid (manden, kisten, enz.) en het gewicht van de eenheid in kilogram. Deze maateenheid mag een andere zijn dan die

welke eerder in het logboek werd gebruikt.

(2)

Vermeld het daadwerkelijk overgeladen gewicht of de daadwerkelijk overgeladen hoeveelheden voor alle onder het SEAFO-verdrag vallende soorten. Het gewicht is het gewicht van de vis bij aanvoer, dat wil zeggen na een eventuele verwerking aan boord.

(3) Met "naam haven, land" worden de haven en het land bedoeld waar het overladen zal plaatsvinden.

(4) Met "aanbiedingsvorm" wordt bedoeld de wijze waarop de vis is verwerkt. Vermeld, indien van toepassing, het type verwerking: GUT voor ontdaan van ingewanden, HEAD voor ontdaan van de kop, FILLET voor gefileerd, enz. Vermeld, indien geen verwerking heeft plaatsgevonden, WHOLE voor vis in gehele staat.

AANGIFTE VAN OVERLADING

(1) Algemene regel

Bij overlading moet de kapitein van het vaartuig dat de vis gevangen heeft in de aangifte van overlading de overgeladen hoeveelheden vermelden. Aan de kapitein van het vaartuig waarop is overgeladen, wordt een kopie van de aangifte van overlading afgegeven.

(2) Procedure voor het invullen

  • a) 
    De gegevens van de aangifte van overlading moeten goed leesbaar en met

onuitwisbare inkt worden ingevuld.

  • b) 
    Doorhalingen of wijzigingen van de gegevens in de aangifte van overlading

zijn niet toegestaan. Indien gegevens verkeerd zijn opgetekend, worden zij volledig doorgestreept, vervolgens in de juiste vorm genoteerd en voorzien van de paragraaf van de kapitein of zijn gemachtigde.

  • c) 
    Telkens wanneer wordt overgeladen, wordt een aangifte van overlading

ingevuld.

  • d) 
    Elke bladzijde van de aangifte van overlading wordt door de kapitein

ondertekend.

(3) Verantwoordelijkheid van de kapitein voor de aangifte van aanvoer, respectievelijk van overlading

De kapitein van het vaartuig bevestigt met zijn paraaf en handtekening dat de in de aangifte van overlading opgetekende hoeveelheden zorgvuldig zijn geraamd. De afschriften van de aangifte van overlading worden gedurende één jaar bewaard.

(4) Te verschaffen informatie

  • c) 
    Wanneer het voor de kapitein onmogelijk is het originele exemplaar van de aangifte van overlading binnen de gestelde termijn toe te zenden aan de bevoegde instanties van de verdragsluitende partij, waarvan zijn vaartuig de vlag voert of waar het is geregistreerd, worden de gegevens die in de aangifte van aanvoer moeten worden opgenomen, via de radio of op andere wijze aan de bevoegde instanties doorgegeven.

De gegevens worden doorgeseind via de doorgaans gebruikte radiostations, voorafgegaan door de naam van het vaartuig, zijn roepletters, zijn buiten op de romp aangebrachte identificatienummer en de naam van de kapitein.

Wanneer het betrokken vaartuig de mededeling niet kan verzenden, mag een ander vaartuig de mededeling namens het eerste doorseinen of mag het betrokken vaartuig de mededeling op een andere wijze doorgeven.

De kapitein van het vaartuig zorgt ervoor dat de naar de radiostations gezonden gegevens schriftelijk aan de bevoegde instanties worden doorgegeven.

DEEL II

Richtsnoeren voor het ontwerp en het uitzetten van vogelverschrikkerlijnen

  • 1. 
    Deze richtsnoeren zijn bedoeld om te helpen bij het opstellen en ten uitvoer leggen van regels voor het gebruik van vogelverschrikkerlijnen bij de beugvisserij. De richtsnoeren zijn betrekkelijk expliciet en het verbeteren van de effectiviteit van vogelverschrikkerlijnen door middel van experimenten wordt aangemoedigd. Er is rekening gehouden met milieu- en bedrijfsfactoren, zoals weersgesteldheid, uitzetsnelheid en grootte van het vaartuig, die stuk voor stuk van invloed zijn op het vermogen van vogelverschrikkerlijnen om aas tegen vogels te beschermen. Het ontwerp en het gebruik van vogelverschrikkerlijnen kunnen in het licht van die factoren worden aangepast, op voorwaarde dat geen afbreuk wordt gedaan aan de effectiviteit van de lijn. Er wordt ook rekening gehouden met mogelijke verbeteringen van het ontwerp, zodat deze richtsnoeren in de toekomst zullen moeten worden herzien.

2.4. De wimpels moeten zijn vervaardigd van opvallend, fel en onvoorspelbaar

bewegend materiaal (bijv. een sterke fijne lijn in een rode polyuretaan behuizing), met stevige driewegwartels (om verstrengeling te vermijden) aan de hoofdlijn bevestigd zijn en juist boven het wateroppervlak hangen.

2.5. De afstand tussen de wimpels bedraagt maximaal 5 à 7 meter. Idealiter worden

de wimpels per twee bevestigd.

2.6. Elk paar wimpels dient door middel van een clip van de hoofdlijn te kunnen

worden losgekoppeld om het binnenhalen van de lijn te vergemakkelijken.

2.7. Het aantal wimpels moet worden aangepast aan de uitzetsnelheid van het

vaartuig; bij geringere snelheid zijn meer wimpels nodig. Bij een uitzetsnelheid van 10 knopen is drie paar een geschikt aantal.

  • 3. 
    Uitzetten van vogelverschrikkerslijnen

3.1. De lijn wordt opgehangen aan een paal die aan het vaartuig is bevestigd. De

toripaal dient zo hoog mogelijk te staan zodat de lijn het aas voldoende ver achter het vaartuig beschermt en niet verstrengelt met het vistuig. Hoe hoger de paal, des te beter het aas wordt beschermd. Bijvoorbeeld: een paal die circa 6 meter boven de waterspiegel uitkomt, geeft aasbescherming over ongeveer 100 meter.

3.2. De vogelverschrikkerlijn moet zo zijn uitgezet dat de wimpels boven de haken

met aas hangen.

3.3. Het uitzetten van meerdere vogelverschrikkerlijnen wordt aangemoedigd om

het aas nog beter tegen vogels te beschermen.

3.4. Omdat de vogelverschikkerslijnen kunnen breken en verstrengeld geraken,

dienen reservelijnen aan boord te worden gehouden om beschadigde lijnen te vervangen en ononderbroken verder te kunnen vissen.

BIJLAGE XII

Vaartuigen die illegale, ongemelde en ongereglementeerde visvangst bedrijven in het

noordelijke deel van de Atlantische Oceaan

  • 1. 
    De Commissie brengt de lidstaten onverwijld op de hoogte van vaartuigen die de vlag voeren van niet-verdragsluitende partijen bij het Verdrag inzake toekomstige multilaterale samenwerking op visserijgebied in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (het verdrag), werden gezien bij het uitoefenen van visserijactiviteiten in het gereglementeerde gebied van de NEAFC, en door de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC)

op een voorlopige lijst zijn geplaatst van vaartuigen waarvan wordt vermoed dat zij ingaan tegen de in het kader van het verdrag opgestelde aanbevelingen. Op deze vaartuigen zijn de volgende maatregelen van toepassing:

  • a) 
    bij het aandoen van een haven, krijgen de betrokken vaartuigen geen

toestemming om aan te voeren of over te laden en worden zij door de bevoegde autoriteiten geïnspecteerd. Deze inspectie heeft betrekking op de documenten van de betrokken vaartuigen, de logboeken, het vistuig, de vangsten aan boord evenals alle andere zaken die verband houden met de activiteiten van de betrokken vaartuigen in het gereglementeerde gebied van het verdrag. Informatie over de resultaten van de inspectie wordt onmiddellijk aan de Commissie meegedeeld;

  • b) 
    vissersvaartuigen, ondersteuningsvaartuigen, bunkerschepen, moederschepen

-

en vrachtvaartuigen die de vlag van een lidstaat voeren, mogen op geen enkele wijze bijstand verlenen aan de betrokken vaartuigen of deelnemen aan overladingen van of gezamenlijke visserijactiviteiten met de betrokken vaartuigen;

  • c) 
    in de haven mogen aan de betrokken vaartuigen geen goederen of brandstof

worden geleverd, en er mogen aan de betrokken vaartuigen geen andere diensten worden verleend.

  • 2. 
    Vaartuigen die de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC) op een lijst van vaartuigen heeft geplaatst waarvan is bevestigd dat zij illegale, ongemelde en ongereglementeerde visvangst hebben bedreven (IOO-vaartuigen), staan vermeld in aanhangsel 1 bij deze bijlage. Naast de in punt 1.1 vermelde maatregelen gelden voor de betrokken vaartuigen ook de volgende

maatregelen:

  • 3. 
    Het aanhangsel van deze bijlage is op grond van artikel 69 van Verordening (EG) nr. xxxx/2007 van de Raad

79 eveneens van toepassing in het gereglementeerde gebied

van de Visserijcommissie voor het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (NEAFC).

  • 4. 
    De Commissie brengt de lijst van IOO-vaartuigen met die van de NEAFC in overeenstemming zodra de NEAFC een nieuwe lijst van IOO-vaartuigen vaststelt.

Aanhangsel van bijlage XII

Lijst van vaartuigen en bijbehorende IMO-nummers die volgens gegevens van de

NEAFC en de NAFO illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij bedrijven

IMO-identificatienummer van het Naam van het vaartuig2 Vlaggenstaat2

vaartuig1

8522030 CARMEN Georgië

7700104 CEFEY Ex Panama

8422852 DOLPHIN Georgië

8522119 EVA Georgië

7321374 FONTE NOVA Panama

6719419 GRAN SOL Panama

7332218 IANNIS I Panama

8028424 ICE BAY Cambodja

8422838 ISABELLA Georgië

8522042 JUANITA Georgië

6614700 KABOU Guinee (Conakry)

7351161 KERGUELEN Guinee (Conakry)

7385174 MURTOSA Togo

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

28 nov
'07
COM(2007)759 - Vaststelling, voor 2008, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EG en, voor vaartuigen van de EG, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften


6 jun
'07
COM(2007)295 - Vangstmogelijkheden voor 2008 Beleidsverklaring van de Europese Commissie


5 dec
'06
COM(2006)774 - Vaststelling, voor 2007, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de EG en, voor vaartuigen van de EG, in andere wateren met vangstbeperkingen van toepassing zijn, en tot vaststelling van de bij de visserij in acht te nemen voorschriften


28 sep
'06
COM(2006)554 - Vaststelling, voor 2007 en 2008, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de EG voor bepaalde bestanden van diepzeevissen


24 jul
'06
COM(2006)411 - Meerjarenplan voor de kabeljauwbestanden in de Oostzee en de visserijtakken die deze bestanden exploiteren


4 jul
'06
COM(2006)360 - Verduurzaming van de EU-visserij op basis van de maximale duurzame opbrengst


14 jun
'06
COM(2006)306 - Ondertekening van de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan


24 mei
'06
COM(2006)246 - Verbetering van de Raadpleging inzake het gemeenschappelijke visserijbeheer


8 mrt
'06
COM(2006)100 - Technische maatregelen voor de instandhouding van bepaalde over grote afstanden trekkende visbestanden


10 jan
'06
COM(2005)714 - Beheersplan voor de bevissing van de schol en tongbestanden in de Noordzee


 
 
publicatiedatum 28-11-2007
kenmerk 15874/07

Inhoud