VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

EUROPESE UNIE

HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD

-

Brussel, 21 februari 2008

(OR. en)

2007/0033 (COD) PE-CONS 3668/07

STATIS 147 SOC 462 CODEC 1262

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap

VERORDENING (EG) Nr. .../2008 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

EN DE RAAD

van

inzake kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 285,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank2,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Tijdens de vergadering te Brussel van 8 december 2003 heeft de Raad goedkeuring

verleend aan de ontwikkeling en de publicatie van een structuurindicator inzake vacatures.

(2) In het Actieplan betreffende statistische vereisten ten behoeve van de Economische en

Monetaire Unie, goedgekeurd door de Raad op 29 september 2000, en de daaropvolgende

voortgangsverslagen over de uitvoering van dat plan wordt prioriteit gegeven aan de

ontwikkeling van een rechtsgrondslag voor statistieken van vacatures.

(3) Het Comité voor de werkgelegenheid, ingesteld bij Besluit 2000/98/EG1 van de Raad,

heeft bevestigd dat er behoefte is aan een indicator inzake vacatures om toezicht te houden

op de Europese werkgelegenheidsstrategie die in ingevoerd bij Beschikking 2005/600/EG

van de Raad van 12 juli 2005 betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid

van de lidstaten2.

(4) Besluit nr. 1672/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot

vaststelling van een communautair programma voor werkgelegenheid en maatschappelijke

solidariteit Progress3 voorziet in de financiering van de relevante maatregelen met

inbegrip van, zoals in dat besluit wordt vermeld, het verbeteren van "het inzicht in de

werkgelegenheidssituatie en -vooruitzichten, met name via analyses en studies en de

opstelling van statistieken en gemeenschappelijke indicatoren in het kader van de Europese

Werkgelegenheidsstrategie".

(5) De Commissie heeft in het kader van de Europese Werkgelegenheidsstrategie gegevens

nodig over vacatures, uitgesplitst naar economische activiteit, en andere kenmerken, om

het niveau en de structuur van de vraag naar arbeid te volgen en te analyseren.

(6) De Commissie en de Europese Centrale Bank moeten snel kwartaalgegevens over

vacatures ontvangen om toe te zien op de kortetermijnveranderingen in de vacatures.

Vacaturegegevens die zijn gecorrigeerd voor seizoensinvloeden vergemakkelijken de

interpretatie van de veranderingen per kwartaal.

(7) De vacaturegegevens moeten relevant zijn; dit houdt onder meer in dat zij volledig zijn,

nauwkeurig met de juiste dekking, actueel, coherent, vergelijkbaar en gemakkelijk

toegankelijk voor de gebruikers.

(8) De voordelen van het verzamelen op communautair niveau van volledige gegevens over

alle segmenten van de economie moeten worden afgewogen tegen de

meldingsmogelijkheden en de enquêtedruk, met name voor het midden- en kleinbedrijf.

(9) Er dient een specifieke inspanning te worden geleverd om alle gegevens betreffende

eenheden met minder dan tien werknemers zo spoedig mogelijk in de statistieken op te

nemen.

(10) Om de reikwijdte van de te verzamelen statistieken en de mate van detaillering naar

economische activiteit te bepalen, moet de thans geldende versie van het

gemeenschappelijk classificatiesysteem voor economische activiteiten in de Gemeenschap,

(11) Bij de productie en verspreiding van communautaire statistieken in het kader van deze

verordening moeten de nationale en communautaire statistische instanties rekening houden

met de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken, die op 24 februari 2005 door

het bij Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad opgerichte Comité statistisch

programma1 is goedgekeurd en die aan de Aanbeveling van de Commissie over de

onafhankelijkheid, integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire

statistische instanties is gehecht.

(12) Het is van belang dat de gegevens worden gedeeld met de sociale partners op zowel

nationaal als Europees niveau en dat de sociale partners worden geïnformeerd over de

uitvoering van deze verordening. Bovendien moeten de lidstaten een specifieke inspanning

leveren om ervoor te zorgen dat diensten voor studie- en beroepskeuze en

beroepsopleidingen deze gegevens ontvangen.

(13) Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad van 17 februari 1997 betreffende de

communautaire statistiek2 voorziet in het algemene regelgevingskader en is daarom van

toepassing op de productie van vacaturestatistieken in het kader van de onderhavige

verordening.

(14) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen moeten worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden1.

(15) In het bijzonder moet de Commissie de bevoegdheid worden gegeven om bepaalde

begrippen te definiëren, bepaalde referentiedata vast te stellen, formaten en termijnen, , om

het kader voor haalbaarheidsstudies te scheppen en op basis van de resultaten van deze

studies maatregelen vast te stellen. Daar het maatregelen van algemene strekking betreft tot

wijziging van niet-essentiële onderdelen van deze verordening, onder meer door deze

verordening aan te vullen met nieuwe niet-essentiële onderdelen, moeten zij worden

vastgesteld volgens de in artikel 5 bis van Besluit 1999/468/EG bepaalde

regelgevingsprocedure met toetsing.

(16) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de productie van

communautaire vacaturestatistieken, niet voldoende door de lidstaten kan worden

verwezenlijkt en derhalve beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de

Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde

subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel

neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om

deze doelstelling te verwezenlijken.

(17) Het Comité statistisch programma werd overeenkomstig artikel 3 van Besluit 89/382/EEG,

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze verordening stelt de vereisten vast voor de regelmatige productie van

kwartaalstatistieken van vacatures in de Gemeenschap.

  • 2. 
    Elke lidstaat dient bij de Commissie (Eurostat) gegevens in over vacatures, ten minste voor

bedrijfseenheden met een of meer werknemers.

Met inachtneming van lid 3 dekken de statistieken alle economische activiteiten die zijn

opgenomen in het thans geldende gemeenschappelijke classificatiesysteem voor

economische activiteiten in de Gemeenschap (NACE), behalve de activiteiten van

huishoudens als werkgever en de activiteiten van extraterritoriale organisaties en lichamen.

De dekking van de landbouw-, bosbouw- en visserijactiviteiten, zoals omschreven in de

geldende NACE, is facultatief. De lidstaten die gegevens voor deze sectoren willen

verstrekken, doen dat overeenkomstig deze verordening. Aangezien persoonlijke

zorgverlening (dienstverlening in tehuizen en maatschappelijke dienstverlening waarbij

geen onderdak wordt verschaft) een steeds belangrijker bron van nieuwe banen wordt,

worden de lidstaten tevens verzocht op vrijwillige basis gegevens over vacatures voor

dergelijke diensten te verstrekken.

De gegevens worden uitgesplitst naar economische activiteit volgens de geldende NACE

op sectieniveau.

  • 3. 
    Bij de vaststelling van de dekking van openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale

verzekeringen, onderwijs, menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke

dienstverlening, kunst, amusement en recreatie, verenigingen, reparatie van computers en

consumentenartikelen, en overige persoonlijke diensten zoals gedefinieerd door de

geldende NACE, binnen de werkingssfeer van deze verordening, en van eenheden met

minder dan tien werknemers, worden de in artikel 7 bedoelde haalbaarheidsstudies in

aanmerking genomen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1) 
    "vacature": een betaalde arbeidsplaats die hetzij nieuw gecreëerd is, hetzij onbezet is, dan

wel binnenkort vrijkomt, waarbij de werkgever:

  • a) 
    daadwerkelijk stappen onderneemt en bereid is meer stappen te ondernemen om een

geschikte kandidaat buiten de betrokken onderneming te vinden, en

  • b) 
    van plan is deze onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn in te vullen.

De begrippen "daadwerkelijke stappen ondernemen om een geschikte kandidaat te

vinden" en "bepaalde termijn" worden gedefinieerd volgens de in artikel 9, lid 2

bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

In de verstrekte statistieken wordt op vrijwillige basis onderscheid gemaakt tussen

vacatures voor banen van bepaalde duur en vacatures voor vaste banen;

  • 2) 
    "bezette arbeidsplaats": betaalde arbeidsplaats binnen de organisatie waarvoor een

werknemer is aangesteld;

  • 3) 
    "metagegevens": de toelichting die nodig is om veranderingen in de gegevens als gevolg

van methodologische of technische veranderingen te interpreteren;

  • 4) 
    "retrospectieve gegevens": de historische gegevens die de in artikel 1 weergegeven

specificaties dekken.

Artikel 3

Referentiedata en technische specificaties

  • 1. 
    De lidstaten stellen de kwartaalgegevens op onder verwijzing naar specifieke

referentiedata, die worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 2 bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing.

  • 2. 
    De lidstaten verstrekken gegevens over bezette arbeidsplaatsen teneinde de gegevens over

vacatures te normaliseren en deze vergelijkbaar te maken.

  • 3. 
    De lidstaten passen correctieprocedures voor seizoensinvloeden op de kwartaalgegevens

over vacatures toe. De vereiste correctieprocedures voor seizoensinvloeden worden

Artikel 4

Bronnen

  • 1. 
    Voor de productie van gegevens maken de lidstaten gebruik van bedrijfsenquêtes. Er mag

ook gebruik worden gemaakt van andere bronnen, zoals administratieve gegevens, mits

deze voldoen aan de kwaliteitseisen van artikel 6.

Van alle verstrekte gegevens wordt de bron vermeld.

  • 2. 
    De lidstaten mogen de in lid 1 bedoelde bronnen aanvullen door middel van betrouwbare

statistische schattingsprocedures.

  • 3. 
    Wanneer de nationale steekproefprogramma's niet voldoen aan de communautaire

vereisten voor de verzameling van kwartaalgegevens kan de Commissie (Eurostat)

communautaire steekproefprogramma's opstellen en coördineren teneinde communautaire

schattingen te produceren. Nadere gegevens over de programma's en de goedkeuring en

uitvoering ervan worden vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3 bedoelde

regelgevingsprocedure.

De lidstaten kunnen desgewenst deelnemen aan steekproefprogramma's wanneer deze

uitzicht bieden op een aanzienlijke vermindering van de kosten van de statistische stelsels

of van de last voor het bedrijfsleven om aan de communautaire vereisten te voldoen.

Artikel 5

Toezending van gegevens

  • 1. 
    De lidstaten dienen de gegevens en metagegevens bij de Commissie (Eurostat) in, in een

formaat en binnen een termijn die volgens de in artikel 9, lid 2, bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing wordt vastgesteld. De datum van het eerste

referentiekwartaal wordt eveneens volgens de in artikel 9, lid 2 bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing vastgesteld. Eventuele herzieningen van

kwartaalgegevens voor voorafgaande kwartalen worden tegelijkertijd ingediend.

  • 2. 
    De lidstaten dienen ook retrospectieve gegevens in over ten minste de vier kwartalen

voorafgaand aan het kwartaal waarover de eerste gegevens moeten worden ingediend. De

totalen worden uiterlijk op de datum van de eerste gegevensoverdracht ingediend, en de

indelingen uiterlijk een jaar daarna. Indien noodzakelijk kunnen de retrospectieve

gegevens worden gebaseerd op "beste schattingen".

Artikel 6

Kwaliteitsbeoordeling

  • 1. 
    Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende criteria voor de beoordeling

van de kwaliteit van de verstrekte gegevens:

  • "relevantie" betreft de mate waarin statistieken voorzien in de huidige en potentiële
  • "nauwkeurigheid" betreft de mate waarin ramingen de onbekende werkelijke

waarden benaderen;

  • "actualiteit" en "stiptheid" betreffen het tijdsverloop tussen de beschikbaarheid van

de informatie en de gebeurtenis die of het verschijnsel dat daarmee wordt

beschreven;

  • "toegankelijkheid" en "duidelijkheid" betreffen de voorwaarden en modaliteiten voor

het verkrijgen, gebruiken en interpreteren van gegevens door gebruikers;

  • "vergelijkbaarheid" betreft het meten van het effect van verschillen in toegepaste

statistische concepten en meetinstrumenten en -procedures bij statistische

vergelijkingen tussen geografische gebieden of sectoren c.q. gedurende een periode;

  • "coherentie" betreft de geschiktheid van de gegevens om betrouwbaar op

verschillende manieren en voor diverse doeleinden te worden gecombineerd.

  • 2. 
    De lidstaten dienen bij de Commissie (Eurostat) verslagen over de kwaliteit van de

verstrekte gegevens in.

  • 3. 
    Bij de toepassing van de in lid 1 vermelde kwaliteitsbeoordelingscriteria op de onder deze

verordening vallende gegevens worden de modaliteiten, de structuur en de periodiciteit van

de kwaliteitsverslagen vastgesteld volgens de in artikel 9, lid 3 bedoelde

regelgevingsprocedure. De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de verstrekte

Artikel 7

Haalbaarheidsstudies

  • 1. 
    De Commissie (Eurostat) schept volgens de in artikel 9, lid 2 bedoelde

regelgevingsprocedure met toetsing, het passende kader voor een reeks

haalbaarheidsstudies. Deze studies worden uitgevoerd door de lidstaten die problemen

hebben met het verstrekken van gegevens over:

  • a) 
    eenheden met minder dan 10 werknemers; en/of
  • b) 
    de volgende activiteiten:
  • i) 
    openbaar bestuur en defensie, verplichte sociale verzekeringen,
  • ii) 
    onderwijs,
  • iii) 
    menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening,
  • iv) 
    kunst, amusement en recreatie, en
  • v) 
    verenigingen, reparatie van computers en consumentenartikelen en overige

persoonlijke diensten.

  • 2. 
    De lidstaten die haalbaarheidsstudies verrichten, brengen elk binnen twaalf maanden na de

inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde uitvoeringsmaatregelen van de Commissie een

verslag uit over de resultaten van deze studies.

  • 3. 
    Zo spoedig mogelijk nadat de resultaten van de haalbaarheidsstudies beschikbaar zijn

gekomen en in overleg met de lidstaten en binnen een redelijke termijn, stelt de Commissie

volgens de in artikel 9, lid 2 bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing maatregelen

vast.

  • 4. 
    De naar aanleiding van de resultaten van de haalbaarheidsstudies genomen maatregelen

moeten stroken met het beginsel van kosteneffectiviteit als omschreven in artikel 10 van

Verordening (EG) nr. 322/97, met inbegrip van een zo groot mogelijke beperking van de

last voor de respondenten en houden rekening met aanloopproblemen bij de uitvoering.

Artikel 8

Financiering

  • 1. 
    Voor de eerste drie jaar waarin de lidstaten gegevens verzamelen, draagt de Gemeenschap

financieel bij in de uitvoeringskosten.

  • 2. 
    De jaarlijks voor de in lid 1 bedoelde financiële bijdrage bestemde kredieten worden

tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedures vastgelegd.

  • 3. 
    De begrotingsautoriteit legt de voor elk jaar beschikbare kredieten vast.
  • 4. 
    Nadere financiering voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen die zijn getroffen naar

aanleiding van de resultaten van de haalbaarheidsstudies kan worden overwogen.

Artikel 9

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door het Comité statistisch programma.
  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7

van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

  • 3. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van

toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie

maanden.

Artikel 10

Uitvoeringsverslag

Uiterlijk ...* en elke drie jaar daarna legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een

verslag voor over de uitvoering van deze verordening. In dit verslag wordt de kwaliteit van de door

de lidstaten verstrekte statistieken alsmede de kwaliteit van de Europese aggregaten beoordeeld en

wordt aangegeven welke gebieden voor verbetering vatbaar zijn.

Bij voorkeur binnen een jaar na publicatie van het in de eerste alinea genoemde driejaarlijkse

verslag geven de lidstaten aan hoe zij de gebieden die volgens het verslag van de Commissie voor

verbetering vatbaar zijn, willen aanpakken. Tegelijkertijd brengen de lidstaten verslag uit over de

stand van uitvoering van eerdere aanbevelingen.

Artikel 11

Publicatie van statistische gegevens

Op de internetsite van de Commissie (Eurostat) worden elk kwartaal de door de lidstaten verstrekte

statistische gegevens alsmede een analyse van die gegevens gepubliceerd. De Commissie (Eurostat)

draagt er zorg voor dat zoveel mogelijk Europese burgers toegang tot de statistische gegevens en de

analyse hebben, met name via het EURES-portaal.

Artikel 12

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

12 mrt
'07
Kwartaalstatistieken van vacatures in de EG


12 mrt
'07
COM(2007)76 - Kwartaalstatistieken van vacatures in de EG


12 apr
'05
COM(2005)141 - Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (overeenkomstig artikel 128 van het EG-Verdrag)


11 dec
'02
COM(2002)719 - Wijziging van Besluit 1999/468/EG tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


27 dec
'01
COM(2001)789 - Aanpassing van de bepalingen betreffende de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegden die zijn vastgelegd in volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag goedgekeurde besluiten van het Europees Parlement en de Raad


8 sep
'99
COM(1999)440 - Instelling van het Comité voor de werkgelegenheid


24 jun
'98
COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


10 mrt
'94
COM(1994)78 - Maatregelen van de gemeenschap op het gebied van de statistiek


5 dec
'88
COM(1988)696 - Comité statistisch programma van de EG


 
publicatiedatum 21-02-2008
kenmerk 3668/07

Inhoud