VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten ("Integrale-GMO-verordening") - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 9 april 2008

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

7354/08

Interinstitutioneel dossier:

2007/0290 (CNS)

AGRI 69 AGRIORG 26

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

VERORDENING VAN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG)

nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de land- bouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouw- producten ("Integrale-GMO-verordening")

VERORDENING (EG) Nr. .../2008 VAN DE RAAD

van

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007

houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten

en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten

("Integrale-GMO-verordening")

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op de artikelen 36

en 37,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement1,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Om de regelgeving betreffende het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) te vereen-

voudigen zijn alle verordeningen die de Raad sinds de invoering van het GLB in het kader

van de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor land-

bouwproducten of groepen landbouwproducten heeft vastgesteld, bij Verordening (EG)

nr. 1234/2007 (de "integrale-GMO-verordening")1 ingetrokken en door dat ene rechtsbesluit

vervangen.

(2) Zoals aangegeven in overweging 7 van de integrale-GMO-verordening mocht de vereen-

voudiging niet leiden tot het ter discussie stellen van de beleidsbeslissingen die door de jaren

heen in het kader van het GLB waren genomen, en was het dan ook niet de bedoeling

nieuwe instrumenten of maatregelen in te stellen. Bijgevolg geeft de integrale-GMO-

verordening de beleidsbeslissingen weer die waren genomen tot op het ogenblik waarop de

tekst van de integrale-GMO-verordening door de Commissie werd voorgesteld.

(3) Naast de onderhandelingen over de vaststelling van de integrale-GMO-verordening voerde

de Raad ook onderhandelingen over een reeks beleidsbeslissingen in diverse sectoren en

stelde hij dienaangaande besluiten vast. Dit is het geval voor de sectoren suiker, zaaizaad en

melk en zuivelproducten.

(4) Verordening (EG) nr. 318/2006 van de Raad van 20 februari 2006 houdende een gemeen-

schappelijke ordening der markten in de sector suiker2 werd voornamelijk gewijzigd om een

(5) Verordening (EG) nr. 1947/2005 van de Raad van 23 november 2005 houdende een

gemeenschappelijke ordening der markten in de sector zaaizaad1 is gewijzigd op het tijdstip

waarop de integrale-GMO-verordening werd vastgesteld. Die wijziging houdt in dat Finland

niet langer nationale steun voor zaaizaad en zaaigraan mag verlenen, en dat, om de land-

bouwers in Finland de gelegenheid te bieden zich op een situatie zonder nationale steun voor

te bereiden, een laatste extra overgangsperiode wordt toegestaan waarin Finland nog

nationale steun mag verlenen voor de productie van zaaizaad en zaaigraan, met uitzondering

van timotheezaad.

(6) Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeen-

schappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten2 is kort voor de

vaststelling van de integrale-GMO-verordening gewijzigd en daarbij werden de regelingen

voor boter en mageremelkpoeder die op openbare interventie en particuliere opslag betrek-

king hebben, op tal van punten gewijzigd, werd de mogelijkheid voor legers om boter tegen

een verlaagde prijs te kopen, afgeschaft en werd een forfaitair steunbedrag vastgesteld voor

alle categorieën melk die aan leerlingen in onderwijsinstellingen worden uitgereikt.

Voorts is, op hetzelfde tijdstip als Verordening (EG) nr. 1255/1999, ook Verordening (EG)

nr. 2597/97 van de Raad van 18 december 1997 houdende aanvullende voorschriften voor de

gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten met betrek-

king tot consumptiemelk3 gewijzigd, en wel in die zin dat wordt toegestaan dat producten

met een ander vetgehalte dan de categorieën die voordien in die verordening waren

(7) Deze wijzigingen moeten in de integrale-GMO-verordening worden opgenomen om ervoor

te zorgen dat deze beleidsbeslissingen behouden blijven zodra de integrale-GMO-

verordening in de betrokken sectoren van toepassing wordt.

(8) Parallel aan de onderhandelingen over en de vaststelling van de integrale-GMO-verordening

werd in de Raad ook onderhandeld over de vaststelling van een beleidshervorming in de

sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit. Die hervorming kwam tot stand bij

Verordening (EG) nr. 1182/2007 van de Raad van 26 september 2007 tot vaststelling van

specifieke voorschriften voor de sector groenten en fruit1. Zoals gesteld in overweging 8 van

de integrale-GMO-verordening werden alleen die bepalingen betreffende de twee genoemde

sectoren waarvoor het beleid niet zou worden herzien, meteen in de integrale-GMO-

verordening opgenomen en mochten de inhoudelijke voorschriften die het voorwerp waren

van beleidsherzieningen pas in de integrale-GMO-verordening worden opgenomen nadat de

desbetreffende hervormingen waren vastgesteld. Aangezien dit nu gebeurd is, moeten de

sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit nu volledig in de integrale-GMO-

verordening worden opgenomen door de beleidsbeslissingen die met betrekking tot de

gemeenschappelijke marktordening voor de producten van die twee sectoren bij

Verordening (EG) nr. 1182/2007 zijn genomen, in de integrale-GMO-verordening te

introduceren.

(9) Bij Verordening (EG) nr. 700/2007 van de Raad van 11 juni 2007 inzake de afzet van vlees

van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden2 zijn nieuwe regels voor de afzet van

(10) Voor het opnemen van deze voorschriften in de integrale-GMO-verordening dient dezelfde

aanpak te worden gevolgd als voor de integrale-GMO-verordening toen die werd vast-

gesteld. Dit houdt in dat noch de beleidsbeslissingen die bij de vaststelling van die voor-

schriften door de Raad zijn genomen, noch de in de overwegingen van de desbetreffende

verordeningen vervatte motivering van die beleidsbeslissingen ter discussie worden gesteld.

(11) De integrale-GMO-verordening dient derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd.

(12) De wijzigingen moeten uiterlijk van toepassing worden op de data waarop de integrale-

GMO-verordening overeenkomstig artikel 204, lid 2, daarvan voor de betrokken sectoren

van toepassing wordt. In artikel 204, lid 2, is bepaald dat de integrale-GMO-verordening

voor de sectoren zaaizaad, rundvlees en melk en zuivelproducten van toepassing wordt op

1 juli 2008. Daarom moet ook in de onderhavige verordening worden bepaald dat voor deze

sectoren 1 juli 2008 als toepassingsdatum geldt.

(13) Voor de weinige voorschriften in de integrale-GMO-verordening die reeds voor de sectoren

groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit zijn vastgesteld, is die verordening over-

eenkomstig artikel 204, lid 2, daarvan van toepassing met ingang van 1 januari 2008.

Bijgevolg kan worden bepaald dat de wijzigingen die in de onderhavige verordening voor

die sectoren worden vastgesteld, van toepassing worden op dezelfde datum als de

wijzigingen voor de sectoren zaaizaad, rundvlees en melk en zuivelproducten van toepassing

worden, namelijk met ingang van 1 juli 2008.

(15) Wat de suikersector betreft is de integrale-GMO-verordening op grond van artikel 204, lid 2,

tweede alinea, onder c), daarvan van toepassing met ingang van 1 oktober 2008. De voor-

schriften die in de onderhavige verordening voor die sector worden vastgesteld, moeten

derhalve ook van toepassing worden met ingang van 1 oktober 2008.

(16) De volgende verordeningen in de sector groenten en fruit zijn achterhaald en dienen ter wille

van de rechtszekerheid dan ook te worden ingetrokken: Verordening (EEG) nr. 449/69 van

de Raad van 11 maart 1969 betreffende de vergoeding van de steun, door de lidstaten

verleend aan de verenigingen van groenten- en fruittelers1, Verordening (EEG) nr. 1467/69

van de Raad van 23 juli 1969 betreffende de invoer van citrusvruchten van oorsprong uit

Marokko2, Verordening (EEG) nr. 2511/69 van de Raad van 9 december 1969 houdende

bijzondere maatregelen voor de verbetering van de productie en de afzet van citrusvruchten

in de Gemeenschap3, Verordening (EEG) nr. 2093/70 van de Raad van 20 oktober 1970 tot

vaststelling van de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 6 en van artikel 7,

lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2517/69 tot vaststelling van bepaalde maatregelen ter

sanering van de fruitproductie in de Gemeenschap4, Verordening (EEG) nr. 846/72 van de

Raad van 24 april 1972 houdende vaststelling van bijzondere maatregelen voor de

aanbesteding van de verwerking van tomaten waarop interventie is toegepast5,

Verordening (EEG) nr. 1252/73 van de Raad van 14 mei 1973 betreffende de invoer van

citrusvruchten van oorsprong uit Cyprus1, Verordening (EEG) nr. 155/74 van de Raad van

17 december 1973 betreffende de invoer van citrusvruchten van oorsprong uit Libanon2,

Verordening (EEG) nr. 1627/75 van de Raad van 26 juni 1975 betreffende de invoer van

verse citroenen van oorsprong uit Israël3, Verordening (EEG) nr. 794/76 van de Raad van

6 april 1976 tot vaststelling van nieuwe maatregelen ter sanering van de fruitproductie in de

Gemeenschap4, Verordening (EEG) nr. 1180/77 van de Raad van 17 mei 1977 betreffende

de invoer in de Gemeenschap van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit Turkije5,

Verordening (EEG) nr. 10/81 van de Raad van 1 januari 1981 houdende vaststelling, voor de

sector groenten en fruit, van de algemene regels voor de toepassing van de Toetredingsakte

van 19796, Verordening (EEG) nr. 40/81 van de Raad van 1 januari 1981 houdende vast-

stelling, voor bloemkool en appelen, van de basisprijzen en de aankoopprijzen die van toe-

passing zijn in Griekenland7, Verordening (EEG) nr. 3671/81 van de Raad van

15 december 1981 betreffende de invoer in de Gemeenschap van sommige landbouw-

producten van oorsprong uit Turkije8, Verordening (EEG) nr. 1603/83 van de Raad van

14 juni 1983 houdende bijzondere maatregelen voor de afzet van krenten en rozijnen en

gedroogde vijgen van de oogst 1981, in het bezit van opslagbureaus9, Verordening (EEG)

nr. 790/89 van de Raad van 20 maart 1989 tot vaststelling van het bedrag van de forfaitaire

extra steun voor de oprichting van telersverenigingen en van het maximumbedrag van de

steun voor de verbetering van de kwaliteit en van de afzet in de sector dopvruchten en sint-

jansbrood10,

Verordening (EEG) nr. 3650/90 van de Raad van 11 december 1990 betreffende maat-

regelen voor een strengere toepassing van de gemeenschappelijke kwaliteitsnormen voor

groenten en fruit in Portugal1, Verordening (EEG) nr. 525/92 van de Raad van 25 februari

1992 tot tijdelijke compensatie van de gevolgen van de situatie in Joegoslavië voor het

vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van herkomst uit Griekenland2,

Verordening (EEG) nr. 3438/92 van de Raad van 23 november 1992 tot vaststelling van

bijzondere maatregelen voor het vervoer van bepaalde soorten verse groenten en fruit van

oorsprong uit Griekenland3, Verordening (EEG) nr. 3816/92 van de Raad van 28 december

1992 houdende afschaffing in de sector groenten en fruit van het mechanisme van

compenserende bedragen en daarmee samenhangende maatregelen in het handelsverkeer

tussen Spanje en de andere lidstaten4, Verordening (EEG) nr. 742/93 van de Raad van

17 maart 1993 houdende afschaffing in de sector groenten en fruit van het mechanisme van

compenserende bedragen in het handelsverkeer tussen Portugal en de andere lidstaten5,

Verordening (EEG) nr. 746/93 van de Raad van 17 maart 1993 inzake de toekenning van

steun om in Portugal de oprichting te bevorderen en de werking te vergemakkelijken van de

in de Verordeningen (EEG) nr. 1035/72 en (EEG) nr. 1360/78 bedoelde producenten-

organisaties6, Verordening (EG) nr. 399/94 van de Raad van 21 februari 1994 betreffende

specifieke maatregelen voor krenten en rozijnen7,

Verordening (EG) nr. 2241/2001 van de Raad van 15 november 2001 tot wziging van het

autonome recht van het gemeenschappelk douanetarief voor knoflook van GN-code

070320001, Verordening (EG) nr. 545/2002 van de Raad van 18 maart 2002 tot verlenging

van de financiering van in het kader van titel II bis van Verordening (EEG) nr. 1035/72

goedgekeurde programma's voor de verbetering van de kwaliteit en van de afzet van

bepaalde dopvruchten en sint-jansbrood en tot vaststelling van specifieke steun voor hazel-

noten,2

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1234/2007 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1) 
    Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    lid 2 wordt vervangen door:

"Met betrekking tot de wijnsector is alleen artikel 195 van deze verordening van toe-

passing.";

  • b) 
    het volgende lid wordt toegevoegd:

"4. Met betrekking tot verse of gekoelde aardappelen van GN-code 0701 is deel IV,

hoofdstuk II, van toepassing.";

  • 2) 
    Aan artikel 3 wordt het volgende lid toegevoegd:

"Voor de producten van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit worden

de verkoopseizoenen indien nodig door de Commissie vastgesteld.";

  • 3) 
    In artikel 6, lid 2, wordt punt c), geschrapt .
  • 4) 
    Artikel 8, lid 1, onder e), punt ii), wordt vervangen door:
  • 6) 
    Artikel 15 wordt vervangen door:

"Artikel 15

Boter

  • 1. 
    De openbare interventie voor boter is open van 1 maart tot en met 31 augustus.
  • 2. 
    Als in die periode meer dan 30 000 ton boter voor interventie wordt aangeboden, kan

de Commissie de openbare interventieaankoop schorsen. In dat geval kan de

interventieaankoop plaatsvinden via een inschrijving waarvoor de specificaties door de

Commissie worden vastgesteld.";

  • 7) 
    Artikel 22 wordt vervangen door:

"Artikel 22

Boter

Onverminderd de vaststelling van de interventieprijs in het kader van een inschrijvings-

procedure in het in artikel 15, lid 2, bedoelde geval, is de interventieprijs voor boter 90 %

van de referentieprijs.";

  • 8) 
    In artikel 23 wordt de tweede alinea geschrapt;
  • 9) 
    Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd:
  • 10) 
    Artikel 28, punt a), wordt vervangen door:

"a) wat betreft:

  • i) 
    in een erkend bedrijf in de Gemeenschap uit room of melk geproduceerde

ongezouten boter met een minimumgehalte aan botervet van

82 gewichtspercenten, een maximumgehalte aan vetvrije droge stof van

2 gewichtspercenten en een maximumgehalte aan water van

16 gewichtspercenten,

  • ii) 
    in een erkend bedrijf in de Gemeenschap uit room of melk geproduceerde

gezouten boter met een minimumgehalte aan botervet van 80 gewichtspercenten,

een maximumgehalte aan niet-vette droge stof van 2 gewichtspercenten, een

maximumgehalte aan water van 16 gewichtspercenten en een maximumgehalte

aan zout van 2 gewichtspercenten.";

  • 11) 
    Artikel 29 wordt vervangen door:

"Artikel 29

Voorwaarden en steunniveau voor boter

De Commissie stelt het steunbedrag voor boter vast met inachtneming van de opslagkosten

en de verwachte ontwikkelingen van de prijs voor verse boter en koelhuisboter.

  • 12) 
    Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    in lid 1 wordt punt d) geschrapt.
  • b) 
    lid 2 wordt vervangen door:

"2. De Commissie stelt de in lid 1 bedoelde steun voor particuliere opslag vast,

hetzij vooraf, hetzij in het kader van een inschrijvingsprocedure.

Voor de in lid 1, onder e), bedoelde kazen wordt de steun vastgesteld in het licht

van de opslagkosten en het te bewaren evenwicht tussen kazen waarvoor steun

wordt verleend en andere kazen die op de markt komen.";

  • 13) 
    Artikel 35 wordt geschrapt;
  • 14) 
    In artikel 50 worden de leden 5 en 6 vervangen door:

"5. Suikerproducerende ondernemingen die vóór de inzaai geen leveringscontracten op

basis van de minimumprijs voor quotumbieten hebben gesloten voor een met hun

quotumsuiker overeenkomende hoeveelheid bieten, in voorkomend geval aangepast

door middel van de overeenkomstig artikel 52, lid 2, eerste alinea, vastgestelde

coëfficiënt voor preventieve onttrekking aan de markt, moeten ten minste de

minimumprijs voor quotumbieten betalen voor alle suikerbieten die zij tot suiker

verwerken.

  • 15) 
    Artikel 52 wordt vervangen door:

"Artikel 52

Onttrekking van suiker aan de markt

  • 1. 
    Om het structurele marktevenwicht in stand te houden bij een prijsniveau dat dicht bij

de referentieprijs ligt, kan de Commissie, met inachtneming van de verplichtingen van

de Gemeenschap die voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag

gesloten overeenkomsten, besluiten om de hoeveelheden binnen de quota

geproduceerde suiker of isoglucose die de overeenkomstig lid 2 van dit artikel

berekende drempel te boven gaan, voor een bepaald verkoopseizoen aan de markt te

onttrekken.

  • 2. 
    Voor elke onderneming die over een quotum beschikt, wordt de in lid 1 van dit artikel

bedoelde onttrekkingsdrempel berekend door haar quotum te vermenigvuldigen met

een coëfficiënt die de Commissie uiterlijk op 16 maart van het voorafgaande verkoop-

seizoen op basis van de verwachte markttendensen vaststelt. Voor het verkoopseizoen

2008/2009 wordt die coëfficiënt op de quota toegepast na de afstanddoeningen

overeenkomstig Verordening (EG) nr. 320/2006 die uiterlijk op 15 maart 2008 zijn

toegezegd.

Op basis van geactualiseerde markttendensen kan de Commissie uiterlijk op

31 oktober van het betrokken verkoopseizoen besluiten de coëfficiënt aan te passen of,

  • 3. 
    Elke onderneming die over een quotum beschikt, slaat de suiker die binnen haar

quotum boven de overeenkomstig lid 2 berekende drempel wordt geproduceerd, op

eigen kosten op tot het begin van het volgende verkoopseizoen. De in een verkoop-

seizoen aan de markt onttrokken hoeveelheden suiker of isoglucose worden behandeld

als de eerste hoeveelheden die worden geproduceerd binnen het quotum voor het

volgende verkoopseizoen.

In afwijking van de eerste alinea van dit lid en met inachtneming van de verwachte

tendensen op de suikermarkt kan de Commissie evenwel besluiten om alle aan de

markt onttrokken suiker of isoglucose dan wel een deel daarvan voor het lopende en/of

het volgende verkoopseizoen te beschouwen als:

  • a) 
    hetzij overtollige suiker of overtollige isoglucose die beschikbaar is om

industriële suiker of industriële isoglucose te worden,

  • b) 
    hetzij tijdelijke quotumproductie, waarvan een deel voor de uitvoer kan worden

gereserveerd, met inachtneming van de verplichtingen van de Gemeenschap die

voortvloeien uit de overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag gesloten

overeenkomsten.

  • 4. 
    Als de suikervoorziening in de Gemeenschap ontoereikend is, kan de Commissie

besluiten dat een bepaalde hoeveelheid aan de markt onttrokken suiker vóór het einde

van de periode van onttrekking aan de markt op de communautaire markt mag worden

verkocht.

Wanneer aan de markt onttrokken suiker industriële suiker wordt of wordt uitgevoerd

overeenkomstig lid 3, punt a), respectievelijk punt b), zijn de voorschriften van

artikel 49 betreffende de minimumprijs niet van toepassing.

Wanneer aan de markt onttrokken suiker vóór het einde van de periode van ont-

trekking aan de markt op de communautaire markt wordt verkocht overeenkomstig lid

4, wordt aan de bietenproducenten de minimumprijs van het lopende verkoopseizoen

betaald.";

  • 16) 
    Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 52 bis

Onttrekking van suiker aan de markt in de verkoopseizoenen 2008/2009 en 2009/2010

  • 1. 
    In afwijking van artikel 52, lid 2, stelt de Commissie voor de lidstaten waarvoor het

nationale suikerquotum is verlaagd als gevolg van de afstanddoening van quotum

overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG) nr. 320/2006, de

coëfficiënt voor de verkoopseizoenen 2008/2009 en 2009/2010 vast overeenkomstig

bijlage VII quater.

  • 2. 
    Een onderneming die met ingang van het volgende verkoopseizoen overeenkomstig

artikel 3, lid 1, onder a) of b), van Verordening (EG) nr. 320/2006 afstand doet van het

totale aan haar toegekende quotum, wordt, op haar verzoek, niet onderworpen aan de

toepassing van de in artikel 52, lid 2, bedoelde coëfficiënten. Dat verzoek moet

worden ingediend vóór het einde van het verkoopseizoen waarop de onttrekking

  • 17) 
    Artikel 59 wordt vervangen door:

"Artikel 59

Beheer van de quota

  • 1. 
    De Commissie past de in bijlage VI vastgestelde quota aan uiterlijk op 30 april 2008

voor het verkoopseizoen 2008/2009, uiterlijk 28 februari 2009 voor het verkoop-

seizoen 2009/2010 en uiterlijk eind februari 2010 voor het verkoopseizoen 2010/2011.

De aanpassingen zijn het gevolg van de toepassing van lid 2 van dit artikel, artikel 58

van deze verordening en artikel 3 en artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG)

nr. 320/2006.

  • 2. 
    Rekening houdend met de resultaten van de bij Verordening (EG) nr. 320/2006

ingestelde herstructureringsregeling neemt de Commissie uiterlijk op 28 februari 2010

een besluit over het gemeenschappelijke percentage waarmee de bestaande suiker- en

isoglucosequota per lidstaat of regio moeten worden verlaagd om verstoringen van het

marktevenwicht in de verkoopseizoenen vanaf 2010/2011 te voorkomen. De lidstaten

passen het quotum van elke onderneming dienovereenkomstig aan.

In afwijking van de eerste alinea van dit lid stelt de Commissie voor de lidstaten

waarvoor het nationale quotum is verlaagd als gevolg van de afstanddoening van

quotum overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 4, van Verordening (EG)

nr. 20/2006, het percentage vast overeenkomstig bijlage VII bis bij de onderhavige

  • 18) 
    Artikel 60 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    de titel wordt vervangen door:

"Artikel 60

Herverdeling van het nationale quotum en verlaging van quota"

  • b) 
    lid 1 wordt vervangen door:

"1. Een lidstaat kan de suiker- of isoglucosequota die aan een op zijn grondgebied

gevestigde onderneming zijn toegekend, verlagen met ten hoogste 10% voor het

verkoopseizoen 2008/2009 en de volgende verkoopseizoenen, mits hij de

vrijheid van de ondernemingen eerbiedigt om deel te nemen aan de bij

Verordening (EG) nr. 320/2006 ingevoerde mechanismen. De lidstaten passen

daarbij objectieve en niet-discriminerende criteria toe.";

  • c) 
    het volgende lid wordt toegevoegd:

"4. In afwijking van lid 3 passen de lidstaten, wanneer artikel 4 bis van Verordening

(EG) nr. 320/2006 wordt toegepast, het aan de betrokken onderneming

toegekende suikerquotum aan door de overeenkomstig lid 4 van dat artikel

bepaalde verlaging toe te passen binnen de grenzen van het in lid 1 van het

onderhavige artikel vastgestelde percentage.";

  • 19) 
    Artikel 64, onder c), wordt vervangen door:

"c) de overeenkomstig de artikelen 52 en 52 bis aan de markt onttrokken hoeveelheden

suiker en isoglucose waarvoor de in artikel 52, lid 3, bedoelde verplichtingen niet

worden nagekomen.";

  • 20) 
    In artikel 101 worden de punten b) tot en met e) vervangen door:

"b) door fabrikanten van banketbakkerswerk en consumptie-ijs;

  • c) 
    door fabrikanten van andere door de Commissie te bepalen voedingsmiddelen;
  • d) 
    voor de rechtstreekse consumptie van boterconcentraat.";
  • 21) 
    Artikel 102, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Voor alle melksoorten bedraagt de communautaire steun 18,15 euro per 100 kg.

De steunbedragen voor andere in aanmerking komende zuivelproducten worden vast-

gesteld met inachtneming van de melkbestanddelen van het betrokken product.";

  • 22) 
    In deel II, titel I, hoofdstuk IV, wordt na sectie IV de volgende sectie IV bis ingevoegd:

"SECTIE IV bis

Steun in de sector groenten en fruit

SUBSECTIE I

PRODUCENTENGROEPERINGEN

Artikel 103 bis

Steun voor producentengroeperingen

  • 1. 
    Tijdens de overgangsperiode die op grond van artikel 125 sexies wordt toegestaan kunnen

de lidstaten aan producentengroeperingen in de sector groenten en fruit die zijn gevormd

met de bedoeling als producentenorganisatie erkend te worden, het volgende toekennen:

  • a) 
    steun om de oprichting ervan te bevorderen en de administratieve werking ervan te

vergemakkelijken;

  • b) 
    rechtstreeks of via een kredietinstelling verleende steun voor de financiering van een

gedeelte van de investeringen die voor de erkenning nodig zijn en in het in artikel 125

sexies, lid 1, derde alinea, bedoelde erkenningsprogramma zijn opgenomen.

  • 2. 
    De in lid 1, onder a), bedoelde steun wordt door de Gemeenschap vergoed overeenkomstig
  • 3. 
    De in lid 1, onder a), bedoelde steun wordt voor iedere producentengroepering bepaald op

grond van haar afgezette productie en bedraagt voor het eerste, tweede, derde, vierde en

vijfde jaar:

  • a) 
    respectievelijk 10%, 10%, 8%, 6% en 4% van de waarde van de afgezette productie in

de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, en

  • b) 
    respectievelijk 5%, 5%, 4%, 3% en 2% van de waarde van de afgezette productie in de

ultraperifere gebieden van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 299, lid 2, van het

Verdrag of op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee als bedoeld in artikel 1, lid 2,

van Verordening (EG) nr. 1405/2006 van de Raad van 18 september 2006 houdende

vaststelling van specifieke maatregelen voor de landbouw ten behoeve van de kleinere

eilanden in de Egeïsche Zee*.

Deze percentages kunnen worden verlaagd in verhouding tot de waarde van afgezette

productie die een drempel overstijgt. Er mag een maximum worden gesteld aan de in

een bepaald jaar aan een producentengroepering te betalen steun.

SUBSECTIE II

ACTIEFONDSEN EN OPERATIONELE PROGRAMMA'S

Artikel 103 ter

Actiefondsen

  • 1. 
    Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit kunnen een actiefonds oprichten. Dit

fonds wordt gefinancierd met:

  • a) 
    financiële bijdragen van de leden of van de producentenorganisatie zelf;
  • b) 
    communautaire financiële steun die aan producentenorganisaties kan worden verleend.
  • 2. 
    Actiefondsen worden uitsluitend gebruikt voor de financiering van door de lidstaten

overeenkomstig artikel 103 octies goedgekeurde operationele programma's.

Artikel 103 quater

Operationele programma's

  • 1. 
    Operationele programma's in de sector groenten en fruit moeten twee of meer van de in

artikel 122, punt c), genoemde doelen bevatten, dan wel de volgende doelen:

  • a) 
    productieplanning,
  • c) 
    verhoging van de handelswaarde van de producten,
  • d) 
    bevordering van de verkoop van de verse of verwerkte producten,
  • e) 
    milieumaatregelen en milieuvriendelijke productiemethoden, waaronder biologische

landbouw,

  • f) 
    crisispreventie en -beheer.
  • 2. 
    Crisispreventie en -beheer bestaan erin crises op de groente- en fruitmarkten te vermijden en

op te vangen, en omvatten in dit verband:

  • a) 
    het uit de markt nemen van producten,
  • b) 
    het groen oogsten of niet oogsten van groenten en fruit,
  • c) 
    afzetbevordering en communicatie,
  • d) 
    opleidingsmaatregelen,
  • e) 
    oogstverzekering,
  • f) 
    steun voor de administratieve kosten van de oprichting van onderlinge fondsen.

Crisispreventie- en crisisbeheersmaatregelen, met inbegrip van de aflossing van

kapitaal en rente als bedoeld in de derde alinea, mogen niet meer dan één derde van de

Producentenorganisaties mogen commerciële leningen aangaan om crisispreventie- en

crisisbeheersmaatregelen te financieren. In dat geval mag de aflossing van kapitaal en

rente voor deze leningen deel uitmaken van het operationele programma, en komt die

terugbetaling zo in aanmerking voor communautaire financiële steun uit hoofde van

artikel 103 quinquies. Specifieke acties in het kader van crisispreventie en -beheer

worden ofwel met dergelijke leningen ofwel rechtstreeks gefinancierd, maar niet op

beide wijzen tegelijk.

  • 3. 
    De lidstaten dragen er zorg voor dat:
  • a) 
    de operationele programma's twee of meer milieuacties omvatten, of
  • b) 
    ten minste 10% van de uitgaven in het kader van de operationele programma's milieu-

acties betreft.

De milieuacties moeten voldoen aan de eisen voor agromilieubetalingen als bedoeld in

artikel 39, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van

20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees

Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)**.

Wanneer ten minste 80% van de bij een producentenorganisatie aangesloten

producenten een of meer identieke in die bepaling bedoelde agromilieuverbintenissen

is aangegaan, telt elk van die verbintenissen als een milieuactie als bedoeld in punt a)

van de eerste alinea.

De steun voor de in de eerste alinea bedoelde milieuacties dekt de extra kosten en het

  • 4. 
    Lid 3 is in Bulgarije en Roemenië pas met ingang van 1 januari 2011 van toepassing.
  • 5. 
    Investeringen die de druk op het milieu verhogen, worden slechts toegestaan als

doeltreffende voorzorgsmaatregelen worden genomen om het milieu tegen deze druk te

beschermen.

Artikel 103 quinquies

Communautaire financiële steun

  • 1. 
    De communautaire financiële steun is gelijk aan het bedrag van de daadwerkelijk betaalde

financiële bijdragen als bedoeld in artikel 103 ter, lid 1, onder a), maar bedraagt niet meer

dan 50% van de daadwerkelijke uitgaven.

  • 2. 
    De communautaire financiële steun mag evenwel niet meer bedragen dan 4,1% van de

waarde van de afgezette productie van elke producentenorganisatie.

Dit percentage mag echter worden verhoogd tot 4,6% van de waarde van de afgezette

productie als het bedrag dat 4,1% van de waarde van de afgezette productie overschrijdt,

uitsluitend wordt gebruikt voor crisispreventie- en crisisbeheersmaatregelen.

  • 3. 
    Op verzoek van een producentenorganisatie wordt het in lid 1 vastgestelde percentage

verhoogd tot 60% wanneer een operationeel programma of een gedeelte daarvan voldoet aan

ten minste één van de volgende voorwaarden:

  • b) 
    het wordt ingediend door één of meer producentenorganisaties voor maatregelen die

door samenwerkende branches in een bedrijfskolom worden uitgevoerd;

  • c) 
    het heeft uitsluitend betrekking op specifieke steun voor de productie van biologische

producten die tot en met 31 december 2008 onder Verordening (EEG) nr. 2092/91 van

de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen

dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen *** vallen en vanaf 1

januari 2009 onder Verordening (EG) nr. 834/2007 van 28 juni 2007 inzake de

biologische productie en de etikettering van biologische producten ****;

  • d) 
    het wordt ingediend door een producentenorganisatie in één van de lidstaten die op of

na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, en betreft maatregelen die tot

uiterlijk eind 2013 lopen;

  • e) 
    het is het eerste programma dat wordt ingediend door een erkende

producentenorganisatie die is gefuseerd met een andere erkende producenten-

organisatie;

  • f) 
    het is het eerste programma dat wordt ingediend door een erkende unie van

producentenorganisaties;

  • g) 
    het wordt ingediend door producentenorganisaties in lidstaten waar minder dan 20%

van de groente- en fruitproductie door producentenorganisaties wordt afgezet;

  • h) 
    het wordt ingediend door een producentenorganisatie in één van de ultraperifere

regio's van de Gemeenschap;

  • i) 
    het heeft uitsluitend betrekking op specifieke steun voor acties om de consumptie van

groenten en fruit bij kinderen in onderwijsinstellingen te bevorderen.

  • 4. 
    Het in lid 1 genoemde percentage is gelijk aan 100 wanneer de hoeveelheden uit de markt

genomen groenten en fruit niet meer dan 5% van het volume van de op de markt gebrachte

productie van elke producentenorganisatie bedragen en als volgt worden weggewerkt:

  • a) 
    gratis uitreiking aan daartoe door de lidstaten erkende liefdadigheidsinstellingen of -

organisaties voor hun acties ten behoeve van personen die op grond van de nationale

wetgeving recht hebben op overheidsbijstand, met name omdat zij over onvoldoende

middelen beschikken om in hun levensonderhoud te voorzien;

  • b) 
    gratis uitreiking aan door de lidstaten aan te wijzen strafinrichtingen, scholen en

openbare onderwijsinstellingen, kindervakantiekampen, ziekenhuizen en bejaarden-

tehuizen, waarbij de lidstaten de nodige maatregelen nemen opdat de in dit kader

uitgereikte hoeveelheden bovenop de hoeveelheden komen die deze instellingen

normaal aankopen.

Artikel 103 sexies

Nationale financiële steun

  • 1. 
    In regio's van de lidstaten waar de producenten in de sector groenten en fruit bijzonder zwak

georganiseerd zijn, kunnen de lidstaten, als zij daartoe een naar behoren gemotiveerd

verzoek indienen, door de Commissie worden gemachtigd om aan producentenorganisaties

nationale financiële steun toe te kennen voor een bedrag van ten hoogste 80% van de

financiële bijdragen als bedoeld in artikel 103 ter, lid 1, onder a). Die steun komt bovenop

die uit het actiefonds.

In regio's van de lidstaten waar minder dan 15% van de waarde van de productie van

groenten en fruit door producentenorganisaties wordt afgezet en waar de productie van

groenten en fruit ten minste 15% van de totale landbouwproductie bedraagt, kan de in de

eerste alinea bedoelde steun op verzoek van de betrokken lidstaat door de Gemeenschap

worden vergoed.

  • 2. 
    In afwijking van artikel 180 zijn de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag niet van toe-

passing op de op grond van lid 1 goedgekeurde nationale financiële steun.

Artikel 103 septies

Nationaal kader en nationale strategie voor operationele programma's

De lidstaten doen hun voorstel voor een nationaal kader toekomen aan de Commissie, die

binnen drie maanden kan verzoeken daarin wijzigingen aan te brengen indien zij van oordeel

is dat het voorstel ontoereikend is om de doelstellingen van artikel 174 van het Verdrag en

van het Zesde Milieuactieprogramma van de Europese Gemeenschap***** te bereiken.

Door operationele programma's gesteunde investeringen in individuele bedrijven moeten

eveneens in overeenstemming zijn met deze doelstellingen.

  • 2. 
    De lidstaten stellen een nationale strategie voor duurzame operationele programma's in de

sector groenten en fruit vast. Een dergelijke strategie moet de volgende elementen omvatten:

  • a) 
    een analyse van de situatie wat de sterke en de zwakke punten en het ontwikkelings-

potentieel betreft;

  • b) 
    een toelichting bij de keuze van de prioriteiten;
  • c) 
    de doelstellingen van de operationele programma's en instrumenten, en prestatie-

indicatoren;

  • d) 
    een evaluatie van de operationele programma's;
  • e) 
    rapportageverplichtingen voor producentenorganisaties.

De nationale strategie moet ook het in lid 1 bedoelde nationale kader bevatten.

  • 3. 
    De leden 1 en 2 gelden niet voor lidstaten die geen erkende producentenorganisaties hebben.

Artikel 103 octies

Goedkeuring van operationele programma's

  • 1. 
    Ontwerpen van operationele programma's worden voorgelegd aan de bevoegde nationale

autoriteiten, die ze overeenkomstig de bepalingen van deze subsectie goedkeuren, afwijzen

of voor wijziging terugzenden.

  • 2. 
    De producentenorganisaties delen de raming van de middelen van het actiefonds voor elk

jaar mee aan de lidstaat en leggen een passende motivering voor waarbij zij uitgaan van de

ramingen van het operationele programma, de uitgaven van het lopende jaar en eventueel

van de voorgaande jaren, en indien nodig van de ramingen van de productiehoeveelheden

voor het volgende jaar.

  • 3. 
    De lidstaat stelt de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties in kennis

van het geraamde bedrag van de communautaire financiële steun, die binnen de in

artikel 103 quinquies aangegeven grenzen blijft.

  • 4. 
    De betalingen van de communautaire financiële steun vinden plaats naargelang van de

uitgaven voor de acties in het kader van het operationele programma. Voor diezelfde acties

kunnen voorschotten worden toegekend, mits deze gedekt worden door een garantie of een

zekerheid.

  • 5. 
    De producentenorganisatie stelt de lidstaat in kennis van het definitieve bedrag van de

Artikel 103 nonies

Uitvoeringsbepalingen

De Commissie stelt de uitvoeringsbepalingen voor deze sectie vast, met name:

  • a) 
    bepalingen inzake de financiering van de in artikel 103 bis bedoelde maatregelen, met name

de drempels en maxima voor de steun en de mate van communautaire medefinanciering van

de steun;

  • b) 
    de hoogte van en de bepalingen voor de vergoeding van de in artikel 103 sexies, lid 1,

bedoelde maatregelen;

  • c) 
    bepalingen over investeringen in afzonderlijke bedrijven;
  • d) 
    de data voor de in artikel 103 octies bedoelde mededelingen en kennisgevingen;
  • e) 
    bepalingen over gedeeltelijke betalingen van de communautaire financiële steun als bedoeld

in artikel 103 octies.

___________________

  • PB L 265 van 26.9.2006, blz. 1.

** PB L 277 van 21.10.2005, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)

  • 23) 
    Artikel 113 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    lid 1 wordt vervangen door:

"1. Voor een of meer van de producten van de volgende sectoren kan de Commissie

handelsnormen vaststellen:

  • a) 
    olijfolie en tafelolijven, voor wat de onder a) van deel VII van bijlage I

bedoelde producten betreft;

  • b) 
    groenten en fruit;
  • c) 
    verwerkte groenten en fruit;
  • d) 
    bananen;
  • e) 
    levende planten.";
  • b) 
    lid 2 wordt als volgt gewijzigd:
  • i) 
    punt a) wordt als volgt gewijzigd:

ia) punt iii) wordt vervangen door:

"iii) het belang dat de consumenten hebben bij het ontvangen van

degelijke en transparante productinformatie waaronder, in het

bijzonder voor de producten van de sectoren groenten en fruit en

ib) het volgende punt wordt toegevoegd:

"(v) wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en

fruit, de aanbevelingen inzake normen die de Economische

Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) heeft

aangenomen.";

  • ii) 
    punt b) wordt vervangen door:

"b) kunnen met name betrekking hebben op kwaliteit, indeling in klassen,

gewicht, grootte, onmiddellijke verpakking, eindverpakking, opslag,

vervoer, aanbiedingsvorm, afzet, oorsprong en etikettering.";

  • 24) 
    Na artikel 113 worden de volgende artikelen ingevoegd:

"Artikel 113 bis

Aanvullende eisen voor de afzet van producten van de sector groenten en fruit

  • 1. 
    De producten van de sector groenten en fruit die vers aan de consument worden

verkocht, mogen alleen in de handel worden gebracht als ze van een deugdelijke

handelskwaliteit zijn en als het land van oorsprong is vermeld.

  • 2. 
    Tenzij de Commissie anders besluit, gelden de in lid 1 van dit artikel en in artikel 113,

lid 1, onder b) en c), bedoelde handelsnormen voor alle afzetstadia, inclusief in- en

uitvoer.

  • 4. 
    Ter aanvulling van artikel 113, lid 3, tweede alinea, en onverminderd eventuele door

de Commissie overeenkomstig artikel 194 vast te stellen specifieke bepalingen, met

name over de consequente toepassing van de normcontroles in de lidstaten,

controleren de lidstaten voor de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en

fruit op selectieve wijze, volgens een risico-analyse, of deze producten aan de

betrokken handelsnormen voldoen. Deze controle vindt plaats voordat het product het

productiegebied verlaat, tijdens het verpakken of bij het laden ervan. Producten uit

derde landen worden gecontroleerd voordat zij worden vrijgegeven voor het vrije

verkeer.

Artikel 113 ter

Afzet van vlees afkomstig van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden

  • 1. 
    Onverminderd artikel 42, lid 1, onder a), en lid 2, en bijlage V, punt A, zijn de voor-

waarden van bijlage XI bis, en met name de in punt III daarvan vastgestelde verkoop-

benamingen die in dit verband moeten worden gebruikt, van toepassing op vlees van

op of na 1 juli 2008 geslachte runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden,

ongeacht of dat vlees in de Gemeenschap wordt geproduceerd of uit derde landen in de

Gemeenschap wordt ingevoerd.

Vlees van dieren die niet ouder zijn dan twaalf maanden en die geslacht zijn vóór

1 juli 2008, mag evenwel nog steeds in de handel worden gebracht zonder dat het aan

de voorwaarden van bijlage XI bis voldoet.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde voorwaarden zijn niet van toepassing op vlees van runderen

waarvoor vóór 29 juni 2007 een beschermde oorsprongsbenaming of geografische

aanduiding is geregistreerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 510/2006 van de

Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en

oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen*.

____________________

  • PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG)

nr. 1791/2006 (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).";

  • 25) 
    Artikel 121 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    punt a) wordt vervangen door:

"a) handelsnormen als bedoeld in de artikelen 113 en 113 bis, met inbegrip van:

  • i) 
    voorschriften inzake afwijkingen of vrijstellingen van de toepassing van de

normen;

  • ii) 
    voorschriften inzake de door de normen opgelegde aanduiding van

gegevens, en inzake afzet en etikettering;

  • iii) 
    voorschriften inzake de toepassing van de normen voor producten die in de

Gemeenschap worden ingevoerd en voor producten die uit de Gemeen-

  • b) 
    het volgende punt j) wordt toegevoegd:

"j) wat betreft de voorwaarden die overeenkomstig artikel 113 ter gelden voor

de afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden:

  • i) 
    de praktische instructies over waar en in welke lettergrootte de in

bijlage XI bis, punt II, omschreven identificatieletter van de

betrokken categorie moet worden vermeld;

  • ii) 
    de methodes om te controleren of deze verordening wordt nageleefd

bij de in bijlage XI bis, punt VIII, bedoelde invoer van vlees uit

derde landen.";

  • c) 
    het volgende lid wordt toegevoegd:

"De Commissie kan de tabel in bijlage XI bis, punt III, onder 2), deel B,

wijzigen.";

  • 26) 
    Artikel 122 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    punt a) wordt vervangen door:

"a) zijn opgericht door producenten van een van de volgende sectoren:

  • i) 
    hop;
  • b) 
    Punt c) wordt vervangen door:

"c) een specifiek doel nastreven, dat betrekking kan hebben en, voor de sector

groenten en fruit, met name betrekking heeft op een of meer van de

volgende doelstellingen:

  • i) 
    te verzekeren dat de productie wordt gepland en aan de vraag wordt

aangepast, met name wat omvang en kwaliteit betreft;

  • ii) 
    het aanbod en het op de markt brengen van de producten van haar

leden te concentreren;

  • iii) 
    de productiekosten te optimaliseren en de producentenprijzen te

stabiliseren";

  • 27) 
    Artikel 123 wordt als volgt gewijzigd:
  • a) 
    de eerste alinea wordt lid 1.
  • b) 
    de tweede alinea wordt vervangen door:

"2. Als de in lid 1 bedoelde brancheorganisaties hun activiteiten ontplooien op het

grondgebied van verschillende lidstaten, verleent de Commissie de erkenning

zonder dat zij wordt bijgestaan door het in artikel 195, lid 1, bedoelde comité.

  • c) 
    het volgende lid wordt toegevoegd:

"3. Ter aanvulling van lid 1 geldt dat de lidstaten ook brancheorganisaties erkennen

die:

  • a) 
    bestaan uit vertegenwoordigers van de verschillende beroepsgroepen die

betrokken zijn bij de productie van en/of de handel in en/of de verwerking

van producten van de sector groenten en fruit;

  • b) 
    zijn opgericht op initiatief van alle of een deel van de aangesloten

organisaties of unies;

  • c) 
    in één of meer regio's van de Gemeenschap twee of meer van de hieronder

vermelde activiteiten uitoefenen, daarbij rekening houdend met de

belangen van de consument:

  • i) 
    het verbeteren van de kennis inzake en de doorzichtigheid van de

productie en de markt,

  • ii) 
    het bijdragen tot een betere coördinatie van de afzet van groenten en

fruit, onder meer door middel van onderzoek en marktstudies,

  • iii) 
    het opstellen van standaardcontracten die verenigbaar zijn met de

communautaire regelgeving,

  • v) 
    het verstrekken van informatie en het verrichten van onderzoek om

de productie af te stemmen op de eisen van de markt en op de smaak

en de wensen van de consument, met name inzake productkwaliteit

en milieubescherming,

(vi) het zoeken naar methoden die minder gewasbeschermingsmiddelen

en andere productiemiddelen vergen en die de kwaliteit van de

producten en het behoud van bodem en water garanderen,

  • vii) 
    het ontwikkelen van methoden en instrumenten ter verbetering van

de productkwaliteit;

  • viii) 
    het verder ontwikkelen en beschermen van de biologische landbouw,

oorsprongsbenamingen, kwaliteitslabels en geografische

aanduidingen,

(ix) het bevorderen van de geïntegreerde productie of van andere milieu-

vriendelijke productiemethoden,

(x) het vaststellen, met betrekking tot de in bijlage XVI bis, punten 2 en

3, genoemde productie- en afzetvoorschriften, van strengere

voorschriften dan de communautaire of de nationale voorschriften."

  • 28) 
    In deel II, titel II, hoofdstuk II, wordt de volgende sectie ingevoegd:

"SECTIE I BIS

VOORSCHRIFTEN VOOR PRODUCENTENORGANISATIES,

BRANCHEORGANISATIES EN PRODUCENTENGROEPERINGEN IN

DE SECTOR GROENTEN EN FRUIT

SUBSECTIE I

STATUTEN EN ERKENNING VAN PRODUCENTENORGANISATIES

Artikel 125 bis

Statuten van producentenorganisaties

  • 1. 
    Op grond van de statuten van een producentenorganisatie in de sector groenten en fruit zijn

de aangesloten producenten met name verplicht:

  • a) 
    de door de producentenorganisatie vastgestelde voorschriften inzake verstrekking van

productiegegevens, productie, afzet en milieubescherming toe te passen;

  • b) 
    met betrekking tot de productie van een bepaald bedrijf van een in artikel 122,

onder a), iii), bedoeld product bij niet meer dan één producentenorganisatie te zijn

aangesloten;

  • c) 
    hun volledige productie via de producentenorganisatie te verkopen;
  • d) 
    de door de producentenorganisatie voor statistische doeleinden gevraagde inlichtingen

te verstrekken, met name met betrekking tot het areaal, de geoogste hoeveelheden, de

opbrengst en de rechtstreekse verkoop;

  • e) 
    de in de statuten vastgestelde financiële bijdragen voor de oprichting en de

financiering van het in artikel 103 ter bedoelde actiefonds te betalen.

  • 2. 
    Onverminderd lid 1, onder c), mogen de aangesloten producenten met toestemming van de

producentenorganisatie en in overeenstemming met de door de producentenorganisatie vast-

gestelde voorwaarden:

  • a) 
    hun productie en/of producten op hun bedrijf en/of buiten hun bedrijf rechtstreeks aan

consumenten verkopen voor persoonlijk gebruik, binnen de grenzen van een

percentage dat door de lidstaten op ten minste 10 wordt gesteld;

  • b) 
    zelf of via een andere, door hun eigen organisatie aan te wijzen producenten-

organisatie, hoeveelheden producten verkopen die slechts een marginaal deel

vertegenwoordigen van het volume van de verhandelbare productie van hun

organisatie;

  • c) 
    zelf of via een andere, door hun eigen organisatie aan te wijzen producenten-

organisatie, producten afzetten die, gezien de kenmerken ervan, normaliter niet onder

  • 3. 
    De statuten van de producentenorganisatie voorzien ook in:
  • a) 
    procedures voor de vaststelling, de goedkeuring en de wijziging van de in lid 1

bedoelde regels;

  • b) 
    het opleggen aan de leden van financiële bijdragen voor de financiering van de

producentenorganisatie;

  • c) 
    voorschriften op grond waarvan de aangesloten producenten op democratische wijze

toezicht kunnen uitoefenen op hun organisatie en haar besluiten;

  • d) 
    sancties bij overtreding van de statutaire verplichtingen, met name bij niet-betaling

van de financiële bijdragen, of van de door de producentenorganisatie vastgestelde

voorschriften;

  • e) 
    voorschriften inzake de toelating van nieuwe leden, met name met betrekking tot de

minimumduur van het lidmaatschap;

  • f) 
    de voor de werking van de organisatie vereiste boekhoudkundige en budgettaire

voorschriften.

  • 4. 
    Producentenorganisaties in de sector groenten en fruit worden geacht in economische

aangelegenheden op te treden in naam van, en namens, hun leden.

Artikel 125 ter

Erkenning

  • 1. 
    De lidstaten erkennen als producentenorganisatie in de sector groenten en fruit in de zin van

deze verordening alle rechtspersonen of duidelijk omschreven onderdelen ervan die een

verzoek om erkenning indienen, op voorwaarde dat:

  • a) 
    zij streven naar milieuvriendelijke teeltmethoden, productietechnieken en

afvalbeheerspraktijken, om met name de kwaliteit van het water, de bodem en het

landschap te beschermen en de biodiversiteit te behouden of te bevorderen, en het

bewijs leveren dat zij voldoen aan de in de artikelen 122 en 125 bis vastgestelde eisen;

  • b) 
    zij een minimumaantal leden hebben en over een door de lidstaten vast te stellen

minimale hoeveelheid van of waarde aan afzetbare producten beschikken en daarvan

het bewijs leveren;

  • c) 
    voldoende bewijs voorhanden is dat zij in staat zijn hun werk naar behoren te

verrichten, vanuit het oogpunt van duur, efficiëntie en concentratie van het aanbod,

waarbij de lidstaten kunnen besluiten welke producten, of groepen van producten als

bedoeld in artikel 122, onder a), iii), door de producentenorganisatie hiertoe moeten

worden bestreken;

  • d) 
    zij hun leden daadwerkelijk in staat stellen technische bijstand te verkrijgen om
  • e) 
    zij zo nodig daadwerkelijk technische hulpmiddelen voor de verzameling, de opslag,

de verpakking en de afzet van de producten ter beschikking van hun leden stellen;

  • f) 
    zij hun activiteiten commercieel en boekhoudkundig correct beheren; en
  • g) 
    zij op een bepaalde markt geen machtspositie innemen, tenzij dit nodig is voor het

bereiken van de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag.

  • 2. 
    De lidstaten:
  • a) 
    nemen, binnen drie maanden na de indiening van een met alle relevante bewijsstukken

vergezeld erkenningsverzoek, een besluit inzake de erkenning van een producenten-

organisatie;

  • b) 
    verrichten op gezette tijden controles om zich ervan te verzekeren dat de producenten-

organisaties het bepaalde in dit hoofdstuk naleven, leggen de producentenorganisaties

sancties op bij niet-naleving van of onregelmatigheden betreffende de bepalingen van

deze verordening en besluiten zo nodig hun erkenning in te trekken;

  • c) 
    delen elk besluit inzake de verlening, weigering of intrekking van een erkenning

eenmaal per jaar aan de Commissie mee.

SUBSECTIE II

UNIES VAN PRODUCENTENORGANISATIES - PRODUCENTENGROEPERINGEN

Artikel 125 quater

Unies van producentenorganisaties in de sector groenten en fruit

Een unie van producentenorganisaties in de sector groenten en fruit wordt opgericht op initiatief van

erkende producentenorganisaties en mag de in deze verordening bedoelde werkzaamheden van een

producentenorganisatie verrichten. De lidstaten kunnen op verzoek een unie van

producentenorganisaties erkennen indien:

  • a) 
    de lidstaat de unie in staat acht deze werkzaamheden daadwerkelijk te verrichten; en
  • b) 
    de unie op een bepaalde markt geen machtspositie inneemt, tenzij dit nodig is voor het

bereiken van de doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag.

Artikel 125 bis, lid 4, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 125 quinquies

Uitbesteding

De lidstaten mogen een erkende producentenorganisatie in de sector groenten en fruit of een erkende

unie van producentenorganisaties in die sector toestaan haar werkzaamheden uit te besteden, ook aan

filialen, indien de lidstaat voldoende bewijs krijgt dat dit een juiste manier is om de doelstellingen

van die producentenorganisatie of die unie van producentenorganisaties te bereiken.

Artikel 125 sexies

Producentengroeperingen in de sector groenten en fruit

  • 1. 
    In de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie zijn toegetreden, in de ultra-

perifere gebieden van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 299, lid 2, van het Verdrag of

op de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Verordening

(EG) nr. 1405/2006 kunnen producentengroeperingen als rechtspersoon of een duidelijk

omschreven deel van een rechtspersoon, worden gevormd op initiatief van landbouwers die

één of meer producten van de sector groenten en fruit en/of dergelijke, uitsluitend voor

verwerking bestemde, producten telen, waarbij het de bedoeling is dat de producenten-

groepering wordt erkend als producentenorganisatie.

Dergelijke producentengroeperingen kunnen gedurende een overgangsperiode de tijd krijgen

om aan de in artikel 122 vastgestelde eisen voor erkenning als producentenorganisatie te

Hiertoe dienen deze producentengroeperingen bij de betrokken lidstaat een gefaseerd

erkenningsprogramma in, bij de goedkeuring waarvan de in de tweede alinea bedoelde

overgangsperiode begint te lopen en de betrokken groepering voorlopig wordt erkend. De

overgangsperiode duurt ten hoogste vijf jaar.

  • 2. 
    Voordat zij het erkenningsprogramma aanvaarden, stellen de lidstaten de Commissie in

kennis van hun voornemen, alsmede van de te verwachten financiële consequenties daarvan.

SUBSECTIE III

UITBREIDING VAN DE VOORSCHRIFTEN TOT

PRODUCENTEN VAN EEN

ECONOMISCHE REGIO

Artikel 125 septies

Uitbreiding van de voorschriften

  • 1. 
    Als een producentenorganisatie in de sector groenten en fruit die werkzaam is in een

bepaalde economische regio, voor een bepaald product representatief wordt geacht voor de

productie en de producenten in die regio, kan de betrokken lidstaat op verzoek van de

producentenorganisatie de volgende voorschriften verbindend verklaren voor in die

economische regio gevestigde producenten die niet bij de producentenorganisatie zijn

De eerste alinea is van toepassing op voorwaarde dat deze voorschriften:

  • a) 
    sinds ten minste één verkoopseizoen van toepassing zijn,
  • b) 
    zijn opgenomen in de uitputtende lijst in bijlage XVI bis,
  • c) 
    voor niet meer dan drie verkoopseizoenen verbindend zijn verklaard.

De in de tweede alinea, onder a), bedoelde voorwaarde geldt evenwel niet als het gaat

om de voorschriften die worden genoemd in de punten 1, 3 en 5 van bijlage XVI bis.

In dat geval mag de uitbreiding van de voorschriften voor niet meer dan één verkoop-

seizoen gelden.

  • 2. 
    Onder "economische regio" in de zin van deze subsectie wordt verstaan een geografische

zone die bestaat uit aan elkaar grenzende of naburige productiegebieden met homogene

productie- en afzetomstandigheden.

De lidstaten delen de Commissie een lijst van de economische regio's mee.

Binnen een maand na de datum van de mededeling keurt de Commissie de lijst goed of

bepaalt zij na overleg met de betrokken lidstaat welke wijzigingen de lidstaat daarin moet

aanbrengen. De Commissie maakt de goedgekeurde lijst op de door haar passend geachte

wijze bekend.

  • 3. 
    Een producentenorganisatie wordt als representatief in de zin van lid 1 beschouwd wanneer

ten minste 50% van de producenten van de economische regio waarin zij werkzaam is, bij

haar is aangesloten en zij ten minste 60% van het volume van de productie van die regio

voor haar rekening neemt. Onverminderd lid 5 wordt bij het berekenen van deze percentages

geen rekening gehouden met producenten of productie van biologische producten die tot en

met 31 december 2008 onder Verordening (EEG) nr. 2092/91 en vanaf 1 januari 2009 onder

Verordening (EG) nr. 834/2007 vallen.

  • 4. 
    De voorschriften die verbindend worden verklaard voor alle producenten van een bepaalde

economische regio:

  • a) 
    mogen geen schade toebrengen aan andere producenten in de betrokken lidstaat of in

de Gemeenschap;

  • b) 
    gelden, met uitzondering van de in artikel 125 bis, lid 1, onder a), bedoelde

voorschriften inzake de verstrekking van productiegegevens, niet voor producten die

in het kader van een vóór het begin van het verkoopseizoen gesloten contract voor

verwerking worden geleverd, tenzij zij daar uitdrukkelijk op van toepassing zijn;

  • c) 
    mogen niet onverenigbaar zijn met de vigerende communautaire en nationale regel-

geving.

  • 5. 
    De voorschriften mogen niet verbindend worden verklaard voor producenten van tot en met

Artikel 125 octies

Kennisgeving

De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de voorschriften die zij voor alle

producenten van een bepaalde economische regio op grond van artikel 125 septies, lid 1, verbindend

hebben verklaard. De Commissie maakt de goedgekeurde lijst bekend op de door haar passend

geachte wijze.

Artikel 125 nonies

Intrekking van de uitbreiding van de voorschriften

De Commissie besluit dat een lidstaat een door hem overeenkomstig artikel 125 septies, lid 1, vast-

gestelde uitbreiding van de voorschriften moet intrekken:

  • a) 
    wanneer zij constateert dat door die uitbreiding de mededinging in een wezenlijk deel van de

interne markt wordt uitgesloten of het vrije handelsverkeer wordt belemmerd, dan wel de

doelstellingen van artikel 33 van het Verdrag in gevaar worden gebracht;

  • b) 
    wanneer zij constateert dat artikel 81, lid 1, van het Verdrag van toepassing is op de tot

andere producenten uitgebreide voorschriften. Het besluit van de Commissie inzake deze

voorschriften geldt pas vanaf de datum waarop zij dit constateert;

  • c) 
    wanneer zij na controles constateert dat het bepaalde in deze subsectie niet in acht is

Artikel 125 decies

Financiële bijdragen van niet-aangesloten producenten

Wanneer artikel 125 septies, lid 1, wordt toegepast, kan de betrokken lidstaat op grond van

ingediende bewijsstukken bepalen dat niet-aangesloten producenten aan de producentenorganisatie

een bedrag verschuldigd zijn dat gelijk is aan het door de leden betaalde gedeelte van de financiële

bijdragen dat dient voor de financiering van:

  • a) 
    de administratiekosten die verbonden zijn aan de toepassing van de in artikel 125 septies,

lid 1, bedoelde voorschriften;

  • b) 
    de kosten van acties van de producentenorganisatie of de unie van producentenorganisaties

op het gebied van onderzoek, marktonderzoek en afzetbevordering, wanneer deze acties aan

alle producenten van de regio ten goede komen.

Artikel 125 undecies

Uitbreiding van de voorschriften van unies van producentenorganisaties

In deze subsectie geldt een verwijzing naar producentenorganisaties ook als verwijzing naar erkende

unies van producentenorganisaties.

SUBSECTIE IV

BRANCHEORGANISATIES IN DE SECTOR GROENTEN EN FRUIT

Artikel 125 duodecies

Erkenning en intrekking daarvan

  • 1. 
    Indien de structuren van de lidstaat zulks rechtvaardigen, kunnen de lidstaten de op hun

grondgebied gevestigde rechtspersonen die daarom op gepaste wijze verzoeken, erkennen

als brancheorganisatie in de sector groenten en fruit op voorwaarde dat die organisaties:

  • a) 
    hun werkzaamheden uitoefenen in één of meer regio's van de betrokken lidstaat;
  • b) 
    in de betrokken regio of regio's een belangrijk gedeelte van de productie, de

verhandeling en/of de verwerking van groenten en fruit en verwerkte producten op

basis van groenten en fruit voor hun rekening nemen, en zij, indien zij hun werkzaam-

heden in meer dan één regio uitoefenen, het bewijs leveren van een minimum-

representativiteit voor elke bij hen aangesloten branche in elke betrokken regio;

  • c) 
    twee of meer van de in artikel 123, lid 3, onder c), genoemde activiteiten uitoefenen;
  • d) 
    zelf geen groenten en fruit of verwerkte groenten en fruit produceren, verwerken of

afzetten;

  • e) 
    niet zijn aangesloten bij overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke

gedragingen als bedoeld in artikel 176 bis, lid 4.

  • 2. 
    Alvorens een brancheorganisatie te erkennen, delen de lidstaten de Commissie mee welke

organisaties een verzoek om erkenning hebben ingediend en verstrekken zij alle relevante

gegevens betreffende de representativiteit en de activiteiten van deze organisaties, alsmede

alle andere voor de erkenning vereiste beoordelingsfactoren.

De Commissie kan binnen twee maanden na deze kennisgeving bezwaar maken tegen de

erkenning.

  • 3. 
    De lidstaten:
  • a) 
    nemen binnen drie maanden na indiening van een met alle nodige bewijsstukken

gestaafd verzoek een besluit inzake de erkenning;

  • b) 
    verrichten op gezette tijden controles om zich ervan te verzekeren dat de branche-

organisaties voldoen aan de erkenningsregels en -voorwaarden, leggen sancties op aan

brancheorganisaties bij niet-naleving van of onregelmatigheden betreffende het

bepaalde in deze verordening en besluiten zo nodig hun erkenning in te trekken;

  • c) 
    trekken de erkenning in als:
  • i) 
    niet meer wordt voldaan aan de in deze subsectie vastgestelde erkenningsregels

en -voorwaarden;

  • ii) 
    de brancheorganisatie zich aansluit bij één van de overeenkomsten, besluiten of

onderling afgestemde feitelijke gedragingen als bedoeld in artikel 176 bis, lid 4,

onverminderd de uit hoofde van de nationale wetgeving op te leggen sancties;

  • iii) 
    de brancheorganisatie niet voldoet aan de in artikel 176 bis, lid 2, genoemde

kennisgevingsverplichting;

  • d) 
    delen elk besluit inzake de verlening, weigering of intrekking van een erkenning

binnen twee maanden aan de Commissie mee.

  • 4. 
    De Commissie bepaalt hoe en hoe vaak de lidstaten bij de Commissie verslag moeten

uitbrengen over de werkzaamheden van de brancheorganisaties.

De Commissie kan een lidstaat naar aanleiding van controles verzoeken de erkenning in te

trekken.

  • 5. 
    De erkenning houdt de machtiging in om, met inachtneming van de bepalingen van deze

verordening, de in lid 123, lid 3, onder c), omschreven activiteiten uit te oefenen.

  • 6. 
    De Commissie maakt op de door haar passend geachte wijze een lijst van de erkende

Artikel 125 terdecies

Uitbreiding van de voorschriften

  • 1. 
    Als een brancheorganisatie die in één of meer regio's van een lidstaat werkzaam is,

representatief wordt geacht voor de productie, de verhandeling of de verwerking van een

bepaald product, kan de betrokken lidstaat op verzoek van die brancheorganisatie bepaalde

overeenkomsten, besluiten of onderling afgestemde feitelijke gedragingen van die

organisatie voor een beperkte periode verbindend verklaren voor individuele marktdeel-

nemers of groeperingen van markdeelnemers, die in de betrokken regio of regio's werkzaam

zijn en die niet bij deze organisatie zijn aangesloten.

  • 2. 
    Een brancheorganisatie wordt als representatief in de zin van lid 1 beschouwd wanneer zij

ten minste tweederde van de productie, de verhandeling of de verwerking van het betrokken

product of de betrokken producten in de betrokken regio of regio's van een lidstaat voor haar

rekening neemt. Wanneer wordt verzocht de voorschriften verbindend te verklaren voor

andere marktdeelnemers in meer dan één regio, moet de brancheorganisatie het bewijs

leveren van een bepaalde minimumrepresentativiteit voor elke bij haar aangesloten branche

in elke betrokken regio.

  • 3. 
    De voorschriften waarvoor om uitbreiding tot andere marktdeelnemers kan worden verzocht:
  • a) 
    hebben betrekking op een van onderstaande onderwerpen:
  • ii) 
    productievoorschriften die strenger zijn dan de in de communautaire of nationale

regelgeving vastgestelde voorschriften,

  • iii) 
    de opstelling van met de communautaire regelgeving verenigbare standaard-

contracten,

  • iv) 
    voorschriften inzake de afzet,
  • v) 
    voorschriften inzake milieubescherming,
  • vi) 
    maatregelen om het potentieel van producten te bevorderen en optimaal te

benutten,

  • vii) 
    maatregelen ter bescherming van de biologische landbouw, oorsprongs-

benamingen, kwaliteitslabels en geografische aanduidingen;

  • b) 
    zijn sinds ten minste één verkoopseizoen van toepassing;
  • c) 
    mogen voor ten hoogste drie verkoopseizoenen verbindend worden verklaard;
  • d) 
    mogen geen schade toebrengen aan andere marktdeelnemers in de betrokken lidstaat

of in de Gemeenschap.

De in de eerste alinea, onder b), bedoelde voorwaarde geldt evenwel niet als het gaat om de

voorschriften die worden genoemd in de punten 1, 3 en 5 van bijlage XVI bis. In dat geval

  • 4. 
    De in lid 3, onder a), ii), iv) en v), genoemde voorschriften mogen niet afwijken van die in

bijlage XVI bis. De in lid 3, onder a), ii), genoemde voorschriften gelden niet voor

producten die buiten de in lid 1 bedoelde regio of regio's zijn geproduceerd.

Artikel 125 quaterdecies

Kennisgeving en intrekking van de uitbreiding van de voorschriften

  • 1. 
    De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de voorschriften die zij op grond

van artikel 125 terdecies, lid 1, voor alle marktdeelnemers van één of meer regio's

verbindend hebben verklaard. De Commissie maakt deze voorschriften op de door haar

passend geachte wijze bekend.

  • 2. 
    Alvorens de voorschriften bekend te maken, stelt de Commissie het bij artikel 195

opgerichte comité op de hoogte van elke kennisgeving betreffende een uitbreiding van

brancheovereenkomsten.

  • 3. 
    De Commissie beslist dat de lidstaat de door hem vastgestelde uitbreiding moet intrekken in

de in artikel 125 nonies bedoelde gevallen.

Artikel 125 quindecies

Financiële bijdragen van niet-aangesloten producenten

Wanneer voorschriften voor één of meer producten worden uitgebreid en wanneer één of

meer van de in artikel 125 terdecies, lid 3, onder a), bedoelde activiteiten door een erkende

brancheorganisatie worden verricht en van algemeen economisch belang zijn voor de

marktdeelnemers wier activiteiten met één of meer van de betrokken producten verband

houden, kan de lidstaat die de erkenning heeft verleend, bepalen dat ook de niet bij de

brancheorganisatie aangesloten individuele marktdeelnemers of groeperingen die voordeel

hebben bij deze activiteiten, de volle door de leden betaalde financiële bijdrage of een

gedeelte daarvan aan de brancheorganisatie moeten betalen voor zover die financiële

bijdragen dienen voor de financiering van de rechtstreeks uit de betrokken activiteiten

voortvloeiende kosten.";

  • 29) 
    In artikel 127 wordt het volgende punt ingevoegd:

"d bis) in voorkomend geval, bepalingen over transnationale producentenorganisaties

en transnationale unies van producentenorganisaties, met inbegrip van administratieve

bijstand door de betrokken bevoegde autoriteiten in het geval van transnationale

samenwerking;";

  • 30) 
    In artikel 130 worden de volgende punten ingevoegd:

(31) Na artikel 140 wordt het volgende artikel 140 bis ingevoegd:

"Artikel 140 bis

Invoerprijssysteem voor de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit

  • 1. 
    Als de toepassing van de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief afhankelijk

is van de invoerprijs van de ingevoerde partij, wordt deze prijs gecontroleerd aan de

hand van een forfaitaire waarde bij invoer die door de Commissie per product en per

oorsprong wordt berekend op basis van het gewogen gemiddelde van de prijzen van de

betrokken producten op de representatieve invoermarkten van de lidstaten of, in

voorkomend geval, op andere markten.

De Commissie kan evenwel specifieke bepalingen vaststellen voor de controle van de

invoerprijs van hoofdzakelijk voor verwerking ingevoerde producten.

  • 2. 
    Als de opgegeven invoerprijs voor de betrokken partij hoger is dan de forfaitaire

waarde bij invoer, verhoogd met een door de Commissie vastgestelde marge die de

forfaitaire waarde met niet meer dan 10% mag overschrijden, moet een zekerheid

worden gesteld die gelijk is aan het invoerrecht dat is vastgesteld op basis van de

forfaitaire waarde bij invoer.

  • 3. 
    Als de invoerprijs voor de betrokken partij niet wordt opgegeven op het moment van

de inklaring, hangen de toe te passen rechten van het gemeenschappelijk douanetarief

af van de forfaitaire waarde bij invoer of van de toepassing, onder door de Commissie

  • 32) 
    In artikel 141, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door:

"1. Bij invoer van één of meer producten van de sectoren granen, rijst, suiker, groenten en

fruit, verwerkte groenten en fruit, rundvlees, melk en zuivelproducten, varkensvlees,

schapen- en geitenvlees, eieren, pluimvee en bananen tegen het in de artikelen 135 tot

en met 140 bis bedoelde recht wordt, om eventuele nadelige gevolgen van die invoer

voor de communautaire markt te voorkomen of te neutraliseren, een aanvullend

invoerrecht geheven indien:";

  • 33) 
    In artikel 153, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende tekst:

"1. De traditionele voorzieningsbehoefte van de Gemeenschap aan suiker voor raffinage

bedraagt 2 424 735 ton, uitgedrukt in witte suiker, per verkoopseizoen.";

  • 34) 
    In artikel 160, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende tekst:

"1. Wanneer de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord door

de regeling voor actieve veredeling, mag de Commissie op verzoek van een lidstaat of

op eigen initiatief overgaan tot gehele of gedeeltelijke opschorting van het gebruik van

de regeling actieve veredeling voor de producten van de sectoren granen, rijst, suiker,

olijfolie en tafelolijven, groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit, rundvlees,

melk en zuivelproducten, varkensvlees, schapen- en geitenvlees, eieren, vlees van

pluimvee en ethylalcohol van landbouwproducten. Als de Commissie een dergelijk

  • 35) 
    In artikel 161, lid 1, worden de volgende punten ingevoegd na punt d):

"d bis) groenten en fruit;

d ter) verwerkte groenten en fruit;";

  • 36) 
    In artikel 174, lid 1, wordt de eerste alinea vervangen door de volgende tekst:

"1. Wanneer de communautaire markt wordt verstoord of dreigt te worden verstoord door

de regeling voor passieve veredeling, mag de Commissie op verzoek van een lidstaat

of op eigen initiatief overgaan tot gehele of gedeeltelijke opschorting van het gebruik

van de regeling passieve veredeling voor de producten van de sectoren granen, rijst,

groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit, rundvlees, varkensvlees, schapen- en

geitenvlees en vlees van pluimvee. Als de Commissie een dergelijk verzoek van een

lidstaat ontvangt, beslist zij daarover binnen vijf werkdagen na ontvangst van het

verzoek.";

  • 37) 
    Artikel 175 wordt vervangen door:

"Artikel 175

Toepassing van de artikelen 81 tot en met 86 van het Verdrag

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gelden de artikelen 81 tot en met 86 van het

Verdrag, evenals de daarvoor vastgestelde uitvoeringsbepalingen, voor alle in artikel 81,

  • 38) 
    Na artikel 176 wordt het volgende artikel ingevoegd:

"Artikel 176 bis

Overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de sector groenten en

fruit

  • 1. 
    Artikel 81, lid 1, van het Verdrag is niet van toepassing op overeenkomsten, besluiten

en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van erkende brancheorganisaties die

dienen voor de uitvoering van de in artikel 123, lid 3, onder c), van deze verordening

vermelde activiteiten.

  • 2. 
    Lid 1 is slechts van toepassing indien:
  • a) 
    de overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen ter

kennis van de Commissie zijn gebracht;

  • b) 
    de Commissie binnen twee maanden na de kennisgeving van alle vereiste

gegevens niet heeft geconstateerd dat deze overeenkomsten, besluiten of

onderling afgestemde feitelijke gedragingen in strijd zijn met de communautaire

regelgeving.

  • 3. 
    Bovengenoemde overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke

gedragingen kunnen pas na het verstrijken van de in lid 2, onder b), bedoelde termijn

ten uitvoer worden gelegd.

  • b) 
    overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die

afbreuk kunnen doen aan de goede werking van de marktordening;

  • c) 
    overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die

concurrentiedistorsies kunnen teweegbrengen die niet volstrekt noodzakelijk zijn

voor het bereiken van de met de brancheactiviteit nagestreefde doelstellingen

van het gemeenschappelijk landbouwbeleid;

  • d) 
    overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die de

vaststelling van prijzen omvatten, onverminderd de activiteiten die branche-

organisaties verrichten in het kader van de toepassing van specifieke

communautaire regelgeving;

  • e) 
    overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die

tot discriminatie kunnen leiden of de concurrentie voor een aanzienlijk deel van

de betrokken producten kunnen elimineren.

  • 5. 
    Indien de Commissie na het verstrijken van de in lid 2, onder b), bedoelde termijn van

twee maanden constateert dat de voorwaarden voor de toepassing van lid 1 niet zijn

vervuld, neemt zij een besluit waarin wordt verklaard dat artikel 81, lid 1, van het

Verdrag van toepassing is op de overeenkomst, het besluit of de onderling afgestemde

feitelijke gedraging.

Dit besluit van de Commissie wordt niet eerder van toepassing dan op de dag van

  • 6. 
    In het geval van meerjarenovereenkomsten geldt de kennisgeving voor het eerste jaar

ook voor de volgende jaren van de overeenkomst. In dat geval kan de Commissie

evenwel, op eigen initiatief of op verzoek van een andere lidstaat, te allen tijde

verklaren dat er sprake is van onverenigbaarheid."

  • 39) 
    Artikel 179 wordt vervangen door:

"Artikel 179

Uitvoeringsbepalingen met betrekking tot overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke

gedragingen in de sector groenten en fruit en de tabakssector

De Commissie kan uitvoeringsbepalingen voor de artikelen 176 bis, 177 en 178 vaststellen,

inclusief bepalingen over kennisgeving en bekendmaking.";

  • 40) 
    Artikel 180 wordt vervangen door:

"Artikel 180

Toepassing van de artikelen 87, 88 en 89 van het Verdrag

Tenzij in deze verordening anders is bepaald, en met name met de in artikel 182 van deze

verordening vastgestelde uitzondering voor staatssteun, zijn de artikelen 87, 88 en 89 van

het Verdrag van toepassing op de productie van en de handel in de in artikel 1, lid 1,

punten a) tot en met k), en punten m) tot en met u), en in artikel 1, lid 3, van deze

verordening genoemde producten.";

  • b) 
    de volgende leden worden toegevoegd:

"5. De lidstaten mogen tot en met 31 december 2011 in het kader van de bestaande

regelingen staatssteun blijven verlenen voor de productie van en de handel in

aardappelen, vers of gekoeld, van GN-code 0701.

  • 6. 
    Wat de sector groenten en fruit betreft, mogen de lidstaten tot en met

31 december 2010 onder de volgende voorwaarden staatssteun verlenen:

  • a) 
    de staatsteun wordt uitsluitend verleend aan producenten van groenten en

fruit die geen lid zijn van een erkende producentenorganisatie en die met

een erkende producentenorganisatie een overeenkomst ondertekenen dat

zij de crisispreventie- en crisisbeheersmaatregelen van die producenten-

organisatie aanvaarden en toepassen;

  • b) 
    het bedrag van de steun aan dergelijke producenten bedraagt ten hoogste

75% van de communautaire steun aan de leden van de betrokken

producentenorganisatie; en

  • c) 
    de betrokken lidstaat dient uiterlijk op 31 december 2010 bij de

Commissie een verslag in over de doelmatigheid en de efficiëntie van de

staatssteun, met in het bijzonder een analyse van de mate waarin de maat-

regel heeft bijgedragen aan het organiseren van de sector. De Commissie

  • 42) 
    Aan artikel 184 wordt het volgende punt toegevoegd:

"(4) uiterlijk op 31 december 2013 aan het Europees Parlement en de Raad een verslag

voor over de uitvoering van de bepalingen van deel II, titel I, hoofdstuk IV, sectie IV

bis, en deel II, titel II, hoofdstuk II, die betrekking hebben op producentenorganisaties,

actiefondsen en operationele programma's in de sector groenten en fruit.";

  • 43) 
    Het volgende artikel wordt ingevoegd:

"Artikel 203 bis

Overgangsbepalingen in de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit

  • 1. 
    De bij de Verordeningen (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 2202/96 van de Raad van

28 oktober 1996 tot invoering van een steunregeling voor telers van bepaalde

citrussoorten* ingestelde en bij Verordening (EG) nr. 1182/2007 afgeschafte

steunregelingen blijven voor elk van de betrokken producten van toepassing voor het

in 2008 aflopende verkoopseizoen voor dat product.

  • 2. 
    Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die reeds vóór de

datum van inwerkingtreding van de onderhavige verordening uit hoofde van

Verordening (EG) nr. 2200/96 waren erkend, blijven uit hoofde van de onderhavige

verordening erkend. Zo nodig voeren zij aanpassingen aan de eisen van de onder-

havige verordening door, en wel uiterlijk op 31 december 2010.

Producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties die reeds op grond van

Verordening (EG) nr. 1182/2007 zijn erkend, blijven erkend op grond van de onder-

havige verordening.

  • 3. 
    Op verzoek van een producentenorganisatie kan een operationeel programma dat uit

hoofde van Verordening (EG) nr. 2200/96 was goedgekeurd voordat Verordening

(EG) nr. 1182/2007 van toepassing werd:

  • a) 
    doorlopen tot het einde van zijn looptijd, of
  • b) 
    worden aangepast aan de eisen van de onderhavige verordening, of
  • c) 
    worden vervangen door een nieuw, krachtens de onderhavige verordening goed-

gekeurd operationeel programma.

De punten e) en f) van artikel 103 quinquies, lid 3, zijn van toepassing op operationele

programma's die in 2007 zijn ingediend en op de datum van inwerkingtreding van de

onderhavige verordening nog niet zijn goedgekeurd, maar die overigens wel aan de

  • 4. 
    Producentengroeperingen die uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2200/96 een voor-

lopige erkenning hadden, houden deze erkenning uit hoofde van de onderhavige

verordening. De erkenningsprogramma's die op grond van Verordening (EG)

nr. 2200/96 waren aanvaard, blijven uit hoofde van de onderhavige verordening

aanvaard. Indien nodig worden die programma's evenwel zodanig gewijzigd dat de

producentengroepering kan voldoen aan de in artikel 125 ter van de onderhavige

verordening gestelde criteria voor erkenning als producentenorganisatie. Voor de

producentengroeperingen in de lidstaten die op of na 1 mei 2004 tot de Europese Unie

zijn toegetreden, gelden vanaf de datum van toepassing van de onderhavige

verordening de in artikel 103 bis, lid 3, onder a), vastgestelde steunpercentages voor

de erkenningsprogramma's.

  • 5. 
    De in artikel 3, lid 2 van Verordening (EG) nr. 2202/96 bedoelde contracten die over

meer dan één verkoopseizoen van de steunregeling voor de verwerking van citrus-

vruchten lopen en betrekking hebben op het verkoopseizoen dat op 1 oktober 2008

begint of op daaropvolgende verkoopseizoenen, kunnen, met instemming van beide

partijen, worden gewijzigd of beëindigd om rekening te houden met de intrekking van

die verordening bij Verordening (EG) nr. 1182/2007 en de daaruit voortvloeiende

afschaffing van de steun. Voor een dergelijke wijziging of beëindiging worden op de

betrokken partijen geen sancties toegepast uit hoofde van die verordening of de

bepalingen voor de uitvoering ervan.

  • 7. 
    Totdat overeenkomstig de artikelen 113 en 113 bis nieuwe handelsnormen voor

groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit zijn vastgesteld, blijven de op grond

van Verordening (EG) nr. 2200/96 en Verordening (EEG) nr. 2201/96 vastgestelde

handelsnormen van toepassing.

  • 8. 
    De Commissie kan de maatregelen vaststellen die nodig zijn om de overgang van de

bij de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96, (EG) nr. 2202/96 en (EG)

nr. 1182/2007 ingestelde regelingen naar die van de onderhavige verordening te

vergemakkelijken, waaronder die voor de uitvoering van de leden 1 tot en met 7 van

dit artikel.

________________

  • PB L 297 van 21.11.1996, blz. 49. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1933/2001 van de Commissie (PB L 262 van 2.10.2001, blz. 6)."
  • 44) 
    De bijlagen worden als volgt gewijzigd:
  • a) 
    Deel XXI van bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
  • i) 
    de vermeldingen onder GN-codes "0511 99 31", "0511 99 39" en

"0511 99 85"worden geschrapt;

  • ii) 
    de vermelding onder GN-code "1211" wordt vervangen door:

"Planten, plantendelen, zaden en vruchten, van de soort hoofdzakelijk gebruikt

  • b) 
    na bijlage VII worden de bijlagen VII bis, VII ter en VII quater ingevoegd, waarvan de

tekst is opgenomen in bijlage I bij de onderhavige verordening;

  • c) 
    bijlage VIII, punt VI, wordt vervangen door:

"VI.

Bij toepassing van artikel 59, lid 2, kent de lidstaat de aangepaste quota uiterlijk eind

februari toe met het oog op de toepassing ervan in het volgende verkoopseizoen.";

  • d) 
    na bijlage XI wordt bijlage XI bis ingevoegd, waarvan de tekst is opgenomen in

bijlage II bij de onderhavige verordening;

  • e) 
    in bijlage XIII wordt aan punt III.1 de volgende alinea toegevoegd:

"Warmtebehandelde melk die niet voldoet aan de in de eerste alinea, onder b), c) en d),

vastgestelde eisen ten aanzien van het vetgehalte, wordt als consumptiemelk

beschouwd op voorwaarde dat het vetgehalte tot op de eerste decimaal duidelijk en

gemakkelijk leesbaar op de verpakking is aangebracht, en wel als volgt: "... % vet".

Die melk mag niet worden omschreven als volle melk, halfvolle melk of magere

melk.";

  • f) 
    na bijlage XVI wordt bijlage XVI bis ingevoegd, waarvan de tekst is opgenomen in

bijlage III bij de onderhavige verordening;

Artikel 2

Wijzigingen in Verordening (EG) nr. 1184/2006

In Verordening (EG) nr. 1184/2006 wordt artikel 1 vervangen door:

"Artikel 1

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld die gelden inzake de toepasselijkheid van de

artikelen 81 tot en met 86 en van een aantal bepalingen van artikel 88 van het Verdrag op de voort-

brenging van en de handel in de in bijlage I bij het Verdrag vermelde producten, met uitzondering

van de producten, bedoeld in artikel 1, lid 1, punten a) tot en met k) en punten m) tot en met u) en in

artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 *.

_________________

  • PB L 299 van 16.11.2007. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG)

nr. .../2008, blz. ... ((PB L )

1.".

Artikel 3

Intrekkingen

  • 1. 
    De Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96, (EG) nr. 700/2007 en (EG)

nr. 1182/2007 worden ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar Verordening

(EG) nr. 1234/2007 en moeten worden gelezen volgens de respectieve in bijlage XXII bij

die verordening opgenomen concordantietabellen.

  • 2. 
    De Verordeningen (EEG) nr. 449/69, (EEG) nr. 1467/69, (EEG) nr. 2511/69, (EEG)

nr. 2093/70, (EEG) nr. 846/72, (EEG) nr. 1252/73, (EEG) nr. 155/74, (EEG) nr. 1627/75,

(EEG) nr. 794/76, (EEG) nr. 1180/75, (EEG) nr. 10/81, (EEG) nr. 40/81, (EEG) nr. 3671/81,

(EEG) nr. 1603/83, (EEG) nr. 790/89, (EEG) nr. 3650/90, (EEG) nr. 525/92, (EEG)

nr. 3438/92, (EEG) nr. 3816/93, (EG) nr. 742/93, (EG) nr. 746/93, (EG) nr. 399/94, (EG)

nr. 2241/2001 en (EG) nr. 545/2002 worden ingetrokken.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2008. Echter:

  • a) 
    de punten 3, 4, 5, 8, 12 en 13 van artikel 1 zijn van toepassing met ingang van

1 september 2008;

  • b) 
    de punten 9, 14 tot en met 19, 33 en 44 onder b) en c), van artikel 1 zijn van toepassing met

ingang van 1 oktober 2008.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

BIJLAGE I

"BIJLAGE VII bis

BEREKENING VAN HET OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 59, LID 2, TWEEDE ALINEA,

VAST TE STELLEN PERCENTAGE

  • 1. 
    Voor de berekening overeenkomstig punt 2 gelden de volgende definities:
  • a) 
    onder "percentage op het niveau van de lidstaat" wordt verstaan het overeenkomstig

punt 2 vast te stellen percentage voor de vaststelling van de totale hoeveelheid van de

verlaging in de betrokken lidstaat;

  • b) 
    onder "gemeenschappelijk percentage" wordt verstaan het overeenkomstig artikel 59,

lid 2, eerste alinea, door de Commissie vastgestelde gemeenschappelijke percentage;

  • c) 
    onder "verlaging" wordt verstaan het getal dat wordt verkregen door de totale quota

waarvan afstand wordt gedaan in de betrokken lidstaat, te delen door het nationale

quotum als vastgesteld in de op 1 juli 2006 geldende versie van bijlage III bij

Verordening (EG) nr. 318/2006. Voor de lidstaten die op 1 juli 2006 nog geen lid van

de Gemeenschap waren, heeft de verwijzing naar die bijlage betrekking op de op de

datum van hun toetreding tot de Gemeenschap geldende versie van die bijlage.

  • 2. 
    Het percentage op het niveau van de lidstaat is gelijk aan het gemeenschappelijke

BIJLAGE VII TER

BEREKENING VAN HET OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 59, LID 2, TWEEDE ALINEA,

VOOR ONDERNEMINGEN VAST TE STELLEN PERCENTAGE

  • 1. 
    Voor de berekening overeenkomstig punt 2 gelden de volgende definities:
  • a) 
    onder "toe te passen percentage" wordt verstaan het overeenkomstig punt 2 vast te

stellen percentage dat van toepassing is op het aan de betrokken onderneming

toegekende quotum;

  • b) 
    onder "gemeenschappelijk percentage op het niveau van de lidstaat" wordt verstaan

het percentage dat voor de betrokken lidstaat gelijk is aan:

Qty / [ (1- R/K ) x Q]

waarbij

Qty staat voor de in bijlage VII bis, punt 1, onder a), bedoelde hoeveelheid van de verlaging

in de betrokken lidstaat,

R staat voor de onder c), bedoelde afstanddoening voor een bepaalde onderneming,

Q staat voor het quotum van de betrokken onderneming eind februari 2010,

K staat voor het onder d) berekende cijfer,

staat voor de som van het product van (1-R/K) x Q voor iedere onderneming die op het

  • c) 
    onder "afstanddoening" wordt verstaan het getal dat wordt verkregen door de hoeveel-

heid quota waarvan de betrokken onderneming afstand doet, te delen door het quotum

dat overeenkomstig artikel 7 en artikel 11, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EG)

nr. 318/2006 en artikel 60, leden 1 tot en met 3, van deze verordening aan die onder-

neming is toegekend;

  • d) 
    "K" wordt berekend door voor iedere lidstaat de totale quotumverlaging in die lidstaat

(vrijwillige quotumafstand plus de hoeveelheid van de verlaging in de betrokken

lidstaat als bedoeld in bijlage VII bis, punt 1, onder a)), te delen door het oorspronke-

lijke quotum als vastgesteld in de op 1 juli 2006 geldende versie van bijlage III bij

Verordening (EG) nr. 318/2006. Voor de lidstaten die op 1 juli 2006 nog geen lid van

de Gemeenschap waren, heeft de verwijzing naar die bijlage betrekking op de op de

datum van hun toetreding tot de Gemeenschap geldende versie van die bijlage.

  • 2. 
    Het toe te passen percentage is gelijk aan het gemeenschappelijke percentage op het niveau

van de lidstaat, vermenigvuldigd met 1 [(1/K) x de afstanddoening].

Als het resultaat lager is dan 0, is het toe te passen percentage gelijk aan 0.

BIJLAGE VII QUATER

BEREKENING VAN DE OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 52 BIS, LID 1,

VAST TE STELLEN COËFFICIËNT

  • 1. 
    Voor de berekening overeenkomstig punt 2 gelden de volgende definities:
  • a) 
    onder "coëfficiënt op het niveau van de lidstaat" wordt verstaan de overeenkomstig

punt 2 vast te stellen coëfficiënt;

  • b) 
    onder "verlaging" wordt verstaan het getal dat wordt verkregen door de totale suiker-

quota waarvan afstand wordt gedaan in de betrokken lidstaat, met inbegrip van de

quota waarvan afstand wordt gedaan in het verkoopseizoen waarvoor de onttrekking

aan de markt geldt, te delen door het nationale suikerquotum als vastgesteld in de op 1

juli 2006 geldende versie van bijlage III bij deze Verordening (EG) nr. 318/2006.

Voor de lidstaten die op 1 juli 2006 nog geen lid van de Gemeenschap waren, moet

voor de berekening de op de datum van hun toetreding tot de Gemeenschap geldende

versie van die bijlage worden gebruikt.

  • c) 
    onder "coëfficiënt" wordt verstaan de overeenkomstig artikel 52, lid 2, door de

Commissie vastgestelde coëfficiënt.

  • 2. 
    Voor de verkoopseizoenen 2008/2009 en 2009/2010 is de coëfficiënt op het niveau van de

lidstaat gelijk aan de coëfficiënt, verhoogd met [(1/0,6) x de verlaging] x (1 de

BIJLAGE II

BIJLAGE XI BIS

AFZET VAN VLEES AFKOMSTIG VAN RUNDEREN DIE NIET OUDER ZIJN

DAN TWAALF MAANDEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 113 TER

I. Definitie

Met het oog op de toepassing van deze bijlage wordt onder "vlees" verstaan, geslachte

dieren, vlees met of zonder been en slachtafvallen, al dan niet versneden, bestemd voor

menselijke consumptie, van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, aangeboden in

verse, gekoelde of bevroren toestand, al dan niet voorzien van een onmiddellijke verpakking

of een verpakking.

II. Indeling van runderen, niet ouder dan twaalf maanden, in het slachthuis

Op het moment van het slachten delen de marktdeelnemers, onder toezicht van de in deze

bijlage, punt VII.1, bedoelde bevoegde autoriteit, alle runderen die niet ouder zijn dan twaalf

maanden, in één van de volgende twee categorieën in:

(A) categorie V: runderen die niet ouder zijn dan acht maanden

Identificatieletter: V;

(B) categorie Z: runderen die ouder zijn dan acht maanden maar niet ouder dan twaalf

Deze indeling vindt plaats op basis van het paspoort waarvan de runderen vergezeld gaan,

of, bij gebrek daaraan, op basis van de gegevens uit het gecomputeriseerde gegevensbestand

als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en

de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor

runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten*.

__________________

  • PB L 204 van 11.8.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad (PB L 363 van 20.12.2006, blz. 1).

III. Verkoopbenamingen

  • 1. 
    De verkoopbenaming is de naam waaronder een levensmiddel wordt verkocht, in de

zin van artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2000/13/EG.

  • 2. 
    Vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden, mag in de verschillende

lidstaten slechts in de handel worden gebracht onder de volgende, voor iedere lidstaat

vastgestelde verkoopbenaming(en):

(A) Voor vlees afkomstig van runderen uit categorie V:

Land van afzet Verplichte verkoopbenaming

België veau, viande de veau / kalfsvlees / Kalbfleisch

Bulgarije *

Tsjechië telecí

Denemarken lyst kalvekød

Duitsland Kalbfleisch

Estland vasikaliha

Griekenland µ

Spanje ternera blanca, carne de ternera blanca

Frankrijk veau, viande de veau

Ierland veal

Italië vitello, carne di vitello

Cyprus µ

Letland tea gaa

Litouwen versiena

Luxemburg veau, viande de veau / Kalbfleisch

Hongarije borjúhús

Malta vitella

Nederland kalfsvlees

Oostenrijk Kalbfleisch

Polen cielecina

Portugal vitela

Roemenië carne de viel

(B) Voor vlees afkomstig van runderen uit categorie Z:

Land van afzet Verplichte verkoopbenaming

België jeune bovin, viande de jeune bovin / jongrundvlees / Jungrindfleisch

Bulgarije

Tsjechië hovzí maso z mladého skotu

Denemarken kalvekød

Duitsland Jungrindfleisch

Estland noorloomaliha

Griekenland µ

Spanje ternera, carne de ternera

Frankrijk jeune bovin, viande de jeune bovin

Ierland rosé veal

Italië vitellone, carne di vitellone

Cyprus µ

Letland jaunlopa gaa

Litouwen jautiena

Luxemburg jeune bovin, viande de jeune bovin / Jungrindfleisch

Hongarije növendék marha húsa

Malta vitellun

Nederland rosé kalfsvlees

Oostenrijk Jungrindfleisch

Polen mloda wolowina

Portugal vitelão

Roemenië carne de tineret bovin

  • 3. 
    De in punt 2 bedoelde verkoopbenamingen mogen worden aangevuld met de

vermelding van de benaming of de aanduiding van de betrokken stukken vlees of van

het betrokken slachtafval.

  • 4. 
    De verkoopbenamingen voor categorie V die in deel A van de tabel in punt 2 zijn

opgenomen, en eventuele nieuwe benamingen die van die verkoopbenamingen zijn

afgeleid, mogen uitsluitend worden gebruikt indien aan alle voorschriften van deze

bijlage wordt voldaan.

Meer bepaald mag in een verkoopbenaming of op een etiket van vlees van runderen

die ouder zijn dan twaalf maanden, geen gebruik worden gemaakt van de termen

"veau", "teleci", "Kalb", "µ", "ternera", "kalv", "veal", "vitello", "vitella",

"kalf", "vitela" en "teletina".

IV. Verplichte vermeldingen op het etiket

  • 1. 
    Onverminderd artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2000/13/EG en de artikelen 13, 14 en 15

van Verordening (EG) nr. 1760/2000 brengen de marktdeelnemers in ieder stadium

van de productie en de afzet de volgende gegevens aan op het etiket van vlees van

runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden:

  • a) 
    de slachtleeftijd van de dieren, door middel van de vermelding "slachtleeftijd: tot

acht maanden" voor dieren die niet ouder zijn dan acht maanden, of "slacht-

leeftijd: van acht tot twaalf maanden" voor dieren die ouder zijn dan acht

  • 2. 
    De voorschriften voor het aanbrengen van de in lid 1 bedoelde vermeldingen op het

etiket van vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden en dat in niet-

voorverpakte vorm in de detailhandel wordt aangeboden aan de eindverbruiker,

worden door de lidstaten vastgesteld.

V. Facultatieve vermeldingen op het etiket

De marktdeelnemers mogen de in punt IV bedoelde verplichte vermeldingen aanvullen met

facultatieve vermeldingen die zijn goedgekeurd volgens de in artikel 16 of artikel 17 van

Verordening (EG) nr. 1760/2000 bedoelde procedure.

VI. Registratie

In elk stadium van de productie en de afzet van vlees van runderen die niet ouder zijn dan

twaalf maanden, registreren de marktdeelnemers met name de volgende gegevens ter

garantie van de juistheid van de in de punten IV en V bedoelde vermeldingen op het etiket:

  • a) 
    het identificatienummer en de geboortedatum van de dieren, alleen in het slachthuis;
  • b) 
    een referentienummer voor de vaststelling van het verband tussen, enerzijds, de

identificatie van het dier waarvan het vlees afkomstig is en, anderzijds, de op het etiket

van het vlees vermelde verkoopbenaming, slachtleeftijd en identificatieletter van de

betrokken categorie;

VII. Officiële controles

  • 1. 
    Vóór 1 juli 2008 wijzen de lidstaten de bevoegde autoriteit(en) aan die verant-

woordelijk is/zijn voor de officiële controles waarmee wordt nagegaan of artikel 113

ter en deze bijlage worden toegepast, en delen zij de betrokken gegevens mee aan de

Commissie.

  • 2. 
    De in lid 1 bedoelde bevoegde autoriteit voert officiële controles uit overeenkomstig

de algemene beginselen van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees

Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van

de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake dier-

gezondheid en dierenwelzijn*.

  • 3. 
    De Commissie gaat samen met de bevoegde autoriteiten na of de lidstaten de

bepalingen van artikel 113 ter en deze bijlage naleven.

  • 4. 
    De deskundigen van de Commissie voeren, zo nodig, samen met de betrokken

bevoegde autoriteiten en, in voorkomend geval, met deskundigen van de lidstaten,

controles ter plaatse uit om zich ervan te vergewissen dat artikel 113 ter en deze

bijlage ten uitvoer worden gelegd.

  • 5. 
    De lidstaten op het grondgebied waarvan een controle wordt uitgevoerd, verlenen de

Commissie alle medewerking die zij bij het verrichten van haar taak nodig heeft.

VIII. Uit derde landen ingevoerd vlees

  • 1. 
    Uit derde landen ingevoerd vlees van runderen die niet ouder zijn dan twaalf maanden,

wordt in de Gemeenschap afgezet overeenkomstig de bepalingen van artikel 113 ter en

deze bijlage.

  • 2. 
    Marktdeelnemers uit een derde land die in lid 1 bedoeld vlees op de markt van de

Gemeenschap willen afzetten, laten hun activiteiten controleren door de bevoegde

autoriteit die door dat derde land is aangewezen, of, bij gebrek daaraan, door een

onafhankelijke dienst. Deze dienst moet de nodige garanties bieden waaruit blijkt dat

hij zich houdt aan de Europese norm EN 45011 of ISO/IEC Guide 65 ("Algemene

voorschriften voor instanties die productcertificeringssystemen toepassen").

  • 3. 
    De aangewezen bevoegde autoriteit of, in voorkomend geval, de onafhankelijke dienst

garandeert dat de in artikel 113 ter en in deze bijlage vastgestelde voorwaarden in acht

worden genomen.

IX. Sancties

Onverminderd eventuele bijzondere bepalingen die de Commissie overeenkomstig artikel

194 van deze verordening kan vaststellen, stellen de lidstaten de regels vast voor de sancties

die van toepassing zijn op inbreuken op de bepalingen van artikel 113 ter en deze bijlage, en

nemen zij alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat die worden toegepast.

BIJLAGE III

"BIJLAGE XVI BIS

UITPUTTENDE LIJST VAN VOORSCHRIFTEN DIE KRACHTENS

ARTIKEL 125 SEPTIES EN ARTIKEL 125 TERDECIES

KUNNEN WORDEN UITGEBREID TOT NIET-AANGESLOTEN PRODUCENTEN

  • 1. 
    Voorschriften inzake de productiegegevens
  • a) 
    opgave van de voorgenomen teelt, uitgesplitst naar product en zo mogelijk naar

variëteit;

  • b) 
    opgave van de inzaai en de aanplant;
  • c) 
    opgave van de totale beplante oppervlakte, uitgesplitst naar product en zo mogelijk

naar variëteit;

  • d) 
    opgave van de oogstverwachtingen en de verwachte oogstdata, uitgesplitst naar

product en zo mogelijk naar variëteit;

  • e) 
    periodieke opgave van de geoogste hoeveelheden en de beschikbare voorraden per

variëteit;

  • f) 
    informatie over de opslagcapaciteit.
  • 3. 
    Voorschriften inzake het in de handel brengen
  • a) 
    naleving van de datum waarop met oogsten kan worden begonnen en van het verkoop-

schema;

  • b) 
    minimumeisen inzake kwaliteit en grootte;
  • c) 
    de behandeling, de aanbiedingsvorm, de verpakking en het merken wanneer de

producten voor het eerst op de markt worden gebracht;

  • d) 
    aanduiding van de oorsprong van het product.
  • 4. 
    Voorschriften inzake milieubescherming
  • a) 
    het gebruik van kunstmeststoffen en andere mest;
  • b) 
    het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en andere methoden om de gewassen te

beschermen;

  • c) 
    het maximumgehalte aan residuen van gewasbeschermingsmiddelen of meststoffen in

groenten en fruit;

  • d) 
    de verwijdering van bijproducten en gebruikt materiaal;
  • e) 
    uit de markt genomen producten.

BIJLAGE IV

WIJZIGINGEN IN BIJLAGE XXII

BIJ VERORDENING (EG) Nr. 1234/2007

  • 1. 
    In de tabel in punt 4 betreffende Verordening (EEG) nr. 2759/75 wordt de rij die de

concordantie aangeeft tussen artikel 3, eerste alinea, eerste streepje, van die verordening en

de overeenkomstige bepaling in de integrale-GMO-verordening, vervangen door:

"Artikel 3, eerste alinea, eerste streepje Artikel 31, lid 1, onder e)"

  • 2. 
    In de tabel in punt 26 betreffende Verordening (EG) nr. 1255/1999 worden de rijen die de

concordantie aangeven tussen de artikelen 6 tot en met 9 van die verordening en de

overeenkomstige bepalingen in de integrale-GMO-verordening, vervangen door:

"Artikel 6, lid 1, eerste alinea Artikel 15, lid 1, en artikel 22

Artikel 6, lid 1, tweede en derde alinea Artikel 15, lid 2

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, onder a), Artikel 10, lid 1, onder e)

eerste streepje

Artikel 6, lid 2, eerste alinea, onder a), Artikel 10 juncto artikel 43, punt a)

tweede en derde streepje, en onder b)

Artikel 6, lid 2, tweede alinea Artikel 10 juncto artikel 43, punt a)

Artikel 6, lid 3, eerste alinea Artikel 28, onder a)

Artikel 6, lid 3, tweede alinea Artikel 29

Artikel 6, lid 3, derde alinea Artikel 43, punt d), i)

Artikel 6, lid 3, vierde alinea Artikel 43, punt d), iii)

Artikel 6, lid 4, eerste alinea, en tweede Artikel 25 en artikel 43, punt f)

alinea, eerste zin

Artikel 6, lid 4, tweede alinea, tweede Artikel 43, punt d), iii)

zin

Artikel 6, lid 5

Artikel 6, lid 6 Artikel 6, lid 2, onder b) en c)

Artikel 7, lid 1, eerste alinea Artikel 10, lid 1, onder f), artikel 16,

eerste alinea, en artikel 43, punt a)

Artikel 7, lid 1, tweede alinea Artikel 23 en artikel 43, punt a)

Artikel 7, lid 1, derde alinea Artikel 43, punt l)

Artikel 7, lid 2 Artikel 16, tweede alinea

Artikel 7, lid 4 Artikel 25 en artikel 43, punt e)

Artikel 8, lid 1 Artikel 28, punt b)

Artikel 8, leden 2 en 3 Artikel 30 en artikel 43, punt d), i) en iii)

  • 3. 
    In de tabel in punt 30 betreffende Verordening (EG) nr. 2529/2001 wordt de rij die de

concordantie aangeeft tussen artikel 12 van die verordening en de overeenkomstige

bepaling in de integrale-GMO-verordening, vervangen door:

"Artikel 12 Artikel 31, lid 1, onder f), en artikel 38"

  • 4. 
    In de tabel in punt 40 betreffende Verordening (EG) nr. 318/2006 wordt na de rij

betreffende artikel 19 van die verordening het volgende punt ingevoegd:

"Artikel 19 bis Artikel 52 bis"

  • 5. 
    De volgende tabellen worden toegevoegd:

"45. Verordening (EG) nr. 700/2007

Verordening (EG) nr. 700/2007 Deze verordening

Artikel 1, leden 1 en 2 Artikel 113 ter, lid 1, eerste alinea

Artikel 1, lid 3 Artikel 113 ter, lid 2

Artikel 2 Bijlage XI bis, punt I

Artikel 3 Bijlage XI bis, punt II

Artikel 4 Bijlage XI bis, punt III

Artikel 5 Bijlage XI bis, punt IV

Artikel 6 Bijlage XI bis, punt V

Verordening (EG) nr. 700/2007 Deze verordening

Artikel 9 Bijlage XI bis, punt VIII

Artikel 10 Bijlage XI bis, punt IX

Artikel 11, lid 1 Artikel 121, eerste alinea, onder j)

Artikel 11, lid 2 Artikel 121, tweede alinea

Artikel 12 Artikel 195

Artikel 13 Artikel 113 ter, lid 1, tweede alinea

  • 46. 
    Verordening (EG) nr. 1182/2007

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 1, eerste alinea Artikel 1, lid 1, onder i) en j)

Artikel 1, tweede alinea Artikel 1, lid 4

Artikel 2, lid 1 Artikel 113 bis, lid 1

Artikel 2, lid 2 Artikel 113, lid 1, onder b) en c)

Artikel 2, lid 3 Artikel 113, lid 2, onder a), ii)

Artikel 2, lid 4, onder a) Artikel 121, onder a)

Artikel 2, lid 4, onder b) Artikel 113, lid 2, onder a)

Artikel 2, lid 4, onder c) Artikel 113, lid 2, onder b)

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 2, lid 5 Artikel 113 bis, lid 2

Artikel 2, lid 6 Artikel 113 bis, lid 3

Artikel 2, lid 7 Artikel 203 bis, lid 7

Artikel 3, lid 1, onder a) Artikel 122, punten a) en b)

Artikel 3, lid 1, onder b) Artikel 125 ter, lid 1, onder a)

Artikel 3, lid 1, onder c), i) Artikel 122, punt c), ii)

Artikel 3, lid 1, onder c), ii) Artikel 122, punt c), i)

Artikel 3, lid 1, onder c), iii) Artikel 122, punt c), iii)

Artikel 3, lid 1, onder d) Artikel 125 bis, lid 1, aanhef

Artikel 3, lid 1, onder e) Artikel 122

Artikel 3, leden 2 tot en met 5 Artikel 125 bis

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 4 Artikel 125 ter

Artikel 5 Artikel 125 quater

Artikel 6 Artikel 125 quinquies

Artikel 7, leden 2 en 3 Artikel 125 sexies

Artikel 7, leden 3 tot en met 5 Artikel 103 bis

Artikel 8 Artikel 103 ter

Artikel 9 Artikel 103 quater

Artikel 10 Artikel 103 quinquies

Artikel 11 Artikel 103 sexies

Artikel 12 Artikel 103 septies

Artikel 13 Artikel 103 octies

Artikel 14 Artikel 125 septies

Artikel 15 Artikel 125 octies

Artikel 16 Artikel 125 nonies

Artikel 17 Artikel 125 decies

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 18 Artikel 125 undecies

Artikel 19 Artikel 184, lid 4

Artikel 20 Artikel 123, lid 3

Artikel 21 Artikel 125 duodecies

Artikel 22 Artikel 176 bis

Artikel 23 Artikel 125 terdecies

Artikel 24 Artikel 125 quaterdecies

Artikel 25 Artikel 125 quindecies

Artikel 26 Artikel 128

Artikel 27 Artikel 129

Artikel 28 Artikel 130, lid 1, punten f bis) en f ter)

Artikel 29 Artikel 131

Artikel 30 Artikel 132

Artikel 31 Artikel 133

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 32 Artikel 134

Artikel 33 Artikel 135

Artikel 34 Artikel 140 bis

Artikel 35, leden 1 tot en met 3 Artikel 141

Artikel 35, lid 4 Artikel 143

Artikel 36 Artikel 144

Artikel 37, eerste alinea Artikel 145

Artikel 37, tweede alinea, onder a), b)

en c) Artikel 148

Artikel 38 Artikel 159

Artikel 39 Artikel 160

Artikel 40 Artikel 161, lid 1, punten d bis) en d ter)

Artikel 41 Artikel 174

Artikel 42, onder a), i) Artikel 121, onder a)

Artikel 42, onder a), ii) Artikel 113 bis, lid 3

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 42, punt a), iii) Artikel 121, onder a), i)

Artikel 42, punt a), iv) Artikel 121, onder a), ii)

Artikel 42, punt a), v) Artikel 121, onder a), iii)

Artikel 42, punt b), i) Artikel 127, onder e)

Artikel 42, punt b), ii) Artikel 103 nonies, punt a)

Artikel 42, punt b), iii) Artikel 103 nonies, punt b)

Artikel 42, punt b), iv) Artikel 103 nonies, punt c)

Artikel 42, punt b), v) Artikel 103 nonies, punt d)

Artikel 42, punt, vi) Artikel 103 nonies, punt e)

Artikel 42, punt c) Artikelen 127 en 179

Artikel 42, punten d) tot en met g) Artikel 194

Artikel 42, punt h) Artikel 134, artikel 143, punt b), en

artikel 148

Artikel 42, punt i) Artikel 192

Artikel 42, punt j) Artikel 203 bis, lid 8

Verordening (EG) nr. 1182/2007 Deze verordening

Artikel 43, eerste alinea Artikel 1, lid 4, en artikel 180

Artikel 43, tweede alinea, onder a) Artikel 182, lid 5

Artikel 43, tweede alinea, onder b) -

Artikel 43, tweede alinea, onder c) Artikel 182, lid 6

Artikel 44 Artikel 192

Artikel 45 Artikel 190

De artikelen 46 tot en met 54 -

Artikel 55 Artikel 203 bis, leden 1 tot en met 6 "

"

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

20 dec
'07
Gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten (wijziging van de “Integrale GMO-verordening”)


20 dec
'07
COM(2007)854 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke landbouwmarktordening en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (“Integrale GMO-verordening”)


29 aug
'07
COM(2007)484 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO)


13 jun
'07
COM(2007)323 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1947/2005 betreffende door Finland verleende nationale steun voor zaaizaad en zaaigraan


7 mei
'07
COM(2007)227 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 318/2006 houdende een gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker


15 feb
'07
COM(2007)58 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 1255/1999 houdende een gemeenschappelijke marktordening in de sector melk en zuivelproducten


15 feb
'07
COM(2007)58 - Wijziging van Verordening (EG) nr. 2597/97 houdende aanvullende voorschriften voor de gemeenschappelijke marktordening in de sector melk en zuivelproducten met betrekking tot consumptiemelk


24 jan
'07
COM(2007)17 - Specifieke voorschriften voor de sector groenten en fruit en tot wijziging van bepaalde verordeningen


18 dec
'06
COM(2006)822 - Gemeenschappelijke landbouwmarktordening en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten


22 sep
'06
COM(2006)524 - Aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw (met inbegrip van veterinaire en fytosanitaire wetgeving), vervoersbeleid, belastingen, statistieken, energie, milieu, samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, douane unie, externe betrekkingen, gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en instellingen, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië


 
 
publicatiedatum 09-04-2008
kenmerk 7354/08

Inhoud