BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt met betrekking tot de aanpassing van bijlage 3 bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten dat de Europese Unie zal innemen in het Gemengd Landbouwcomité dat is opgericht bij die overeenkomst - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 15 december 2010

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

16270/10

Interinstitutioneel dossier:

2010/0314 (NLE)

CH 63 AGRI 473 AGRIORG 48 UD 310

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

BESLUIT VAN DE RAAD betreffende het standpunt met betrekking tot de aanpassing van bijlage 3 bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in land- bouwproducten dat de Europese Unie zal innemen in het Gemengd Landbouwcomité dat is opgericht bij die overeenkomst

BESLUIT Nr .../2010/EU VAN DE RAAD

van

betreffende het standpunt met betrekking tot de aanpassing van bijlage 3

bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap

en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten

dat de Europese Unie zal innemen in het Gemengd Landbouwcomité

dat is opgericht bij die overeenkomst

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4,

eerste alinea, juncto artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de

handel in landbouwproducten1 (hierna "de overeenkomst" genoemd) is op 1 juni 2002 in

werking getreden.

(2) Bij artikel 6 van de overeenkomst is een Gemengd Landbouwcomité opgericht dat is belast

met het beheer van de overeenkomst en met het toezicht op de goede werking ervan.

(3) In artikel 11 van de overeenkomst is bepaald dat het Gemengd Landbouwcomité

wijzigingen van de bijlagen bij de overeenkomst kan vaststellen.

(4) Aangezien de bilaterale handel in kaas sinds 1 juni 2007 volledig is geliberaliseerd, en er

met het oog op de bescherming van geografische aanduidingen conform de nieuwe

bijlage 12 bij de overeenkomst moet worden gezorgd voor coherente specificaties voor met

name kaas, moet bijlage 3 bij de overeenkomst worden aangepast.

(5) In artikel 5, lid 2, eerste alinea, van Besluit 2002/309/EG, Euratom van de Raad en, wat

betreft de Overeenkomst inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking, van

de Commissie van 4 april 2002 betreffende de sluiting van zeven overeenkomsten met de

Zwitserse Bondsstaat2 is bepaald dat het standpunt van de Europese Unie in het Gemengd

Landbouwcomité moet worden vastgesteld door de Raad op voorstel van de Commissie.

(6) Derhalve moet de Unie in het Gemengd Landbouwcomité het standpunt innemen dat is

Artikel 1

Wanneer de Europese Unie in het Gemengd Landbouwcomité dat is opgericht bij de overeenkomst

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouw-

producten, een standpunt inneemt over aanpassingen die betrekking hebben op de bilaterale handel

in producten van tariefcode 0406 van het Geharmoniseerde Systeem teneinde rekening te houden

met de volledig geliberaliseerde handel in deze sector, dient zij dit standpunt te baseren op het aan

het onderhavige besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Landbouwcomité.

Artikel 2

Het besluit van het Gemengd Landbouwcomité wordt na goedkeuring onverwijld bekendgemaakt in

het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

ONTWERP

BESLUIT Nr. ..../2010

VAN HET GEMENGD LANDBOUWCOMITÉ

dat is opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap

en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten

van

betreffende de wijziging van bijlage 3 bij de overeenkomst

tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat

inzake de handel in landbouwproducten

HET GEMENGD LANDBOUWCOMITÉ,

Gezien de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de

handel in landbouwproducten1, hierna "de overeenkomst" genoemd", en met name artikel 11,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De overeenkomst is op 1 juni 2002 in werking getreden.

(2) Bijlage 3 bij de overeenkomst heeft betrekking op tariefconcessies voor kaas en is met

name gericht op de geleidelijke liberalisering van de handel in kaas in de eerste vijf jaar na

de inwerkingtreding van de overeenkomst.

(3) De Europese Unie en de Zwitserse Bondsstaat hebben afgesproken om in de overeenkomst

een nieuwe bijlage 12 op te nemen die betrekking heeft op de bescherming van

oorsprongsbenamingen en geografische aanduidingen van landbouwproducten en

levensmiddelen; hiervoor is coherentie in de specificaties van met name kaas vereist.

(4) Bijgevolg moet bijlage 3 worden herzien om rekening te houden met de volledige

liberalisering van de bilaterale handel in kaas sinds 1 juni 2007 en met de bescherming van

geografische aanduidingen conform de nieuwe bijlage 12,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Bijlage 3 bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake

de handel in landbouwproducten, en de aanhangsels van die bijlage, worden vervangen door de

tekst in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de vaststelling ervan door het Gemengd Comité.

Gedaan te

Voor het Gemengd Landbouwcomité

Voorzitter en hoofd van Het hoofd van de De secretaris van het

de delegatie van Zwitserland EU-delegatie Comité

BIJLAGE

"BIJLAGE 3

  • 1. 
    Sinds 1 juni 2007 is de bilaterale handel in alle producten van tariefcode 0406 van het

Geharmoniseerde Systeem als gevolg van de afschaffing van alle tarieven en contingenten

volledig geliberaliseerd.

  • 2. 
    De Europese Unie past geen restituties toe bij uitvoer van kaas naar Zwitserland.

Zwitserland kent geen uitvoersubsidies1 toe voor naar de Europese Unie uitgevoerde kaas.

  • 3. 
    Voor producten van GN-code 0406 die van oorsprong zijn uit de Europese Unie of uit

Zwitserland en tussen deze Partijen worden verhandeld, hoeft geen invoervergunning te

worden voorgelegd.

  • 4. 
    De Europese Unie en Zwitserland zorgen ervoor dat de voordelen die zij aan elkaar

toestaan, niet in het gedrang worden gebracht door andere maatregelen die betrekking

hebben op de invoer of de uitvoer.

  • 5. 
    Als zich bij een van de Partijen een verstoring van de prijzen en/of de invoer voordoet,

vindt op verzoek van een van de Partijen zo spoedig mogelijk overleg plaats in het bij

artikel 6 van de overeenkomst ingestelde Comité om een passende oplossing te vinden. In

dit verband komen de Partijen overeen regelmatig informatie over prijzen en andere nuttige

inlichtingen over de markt van de lokaal geproduceerde en de ingevoerde kaas uit te

wisselen.

______________

1 De basisbedragen die als grondslag voor de afschaffing van de uitvoersubsidies zijn

gebruikt, zijn in onderling overleg door de Partijen berekend op basis van het verschil

tussen de institutionele melkprijzen die waarschijnlijk op het ogenblik van de inwerking-

treding van de overeenkomst van toepassing waren - inclusief een supplement voor tot

kaas verwerkte melk - en zijn verkregen op basis van de hoeveelheid melk die voor de

bereiding van de betrokken kazen nodig was, verminderd (uitgezonderd voor kaas

waarvoor tariefcontingenten golden) met het bedrag waarmee de Gemeenschap de

douanerechten verlaagde."

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

4 mei
'99
COM(1999)229 - Voorstel voor een Besluit nr…/…/EG van de Raad betreffende de sluiting van de Overeenkomst over het vrije verkeer van personen tussen de EG en Zwitserland


 
publicatiedatum 15-12-2010
kenmerk 16270/10

Inhoud