RAAD VAN Brussel, 2 mei 2011
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
9140/11
Interinstitutioneel dossier:
2011/0087 (NLE)
ANTIDUMPING 37 COMER 85
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft:
UITVOERINGSVERORDENING VAN DE RAAD tot instelling van een definitief antidumpingrecht op furfuraldehyde van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. .../2011 VAN DE RAAD
van
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op furfuraldehyde
van oorsprong uit de Volksrepubliek China
naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met
het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2,
van Verordening (EG) nr. 1225/2009
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende
beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese
Gemeenschap1 ("de basisverordening"), en met name artikel 11, lid 2 en lid 5, en artikel 9, lid 4,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie ("de Commissie"), ingediend na raadpleging van
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
-
1.Huidige maatregelen
(1) Na een antidumpingonderzoek ("het oorspronkelijke onderzoek") heeft de Raad bij
Verordening (EG) nr. 95/951 van 21 januari 1995 een definitief antidumpingrecht in de
vorm van een specifiek recht ingesteld op furfuraldehyde van oorsprong uit de Volks-
republiek China ("VRC") ("de definitieve antidumpingmaatregelen"). Het specifieke recht
werd vastgesteld op 352 EUR per ton.
(2) Na een tussentijds nieuw onderzoek, dat in mei 1997 op verzoek van een Chinese
exporteur was ingesteld, werden de maatregelen bij Verordening (EG) nr. 2722/19992
met vier jaar verlengd.
(3) Na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen heeft de Raad
in april 2005 bij Verordening (EG) nr. 639/20053 de maatregelen met nog eens vijf jaar
-
2.Verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de
maatregelen
(4) Na de bekendmaking van een bericht dat de definitieve antidumpingmaatregelen op korte
termijn zouden vervallen1, heeft de Commissie op 28 januari 2010 een verzoek om een
nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. Het
verzoek werd ingediend door twee producenten in de Unie, Lenzing AG en Tanin Sevnica
kemicna industrija d.d. ("de indieners van het verzoek"), die een groot deel, in dit geval
meer dan 50%, van de productie van furfuraldehyde in de Unie vertegenwoordigen.
(5) De reden voor dit verzoek was dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou
leiden tot voortzetting van de dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de
Unie.
-
3.Opening van een nieuw onderzoek
(6) Daar de Commissie na raadpleging van het Raadgevend Comité tot de conclusie was
gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met
het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 27 april 2010 door middel van
bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie2 ("bericht van
opening") de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de
basisverordening aangekondigd.
-
4.Onderzoek
4.1. Onderzoektijdvak
(7) Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping had betrekking
op de periode van 1 april 2009 tot en met 31 maart 2010 ("het tijdvak van het nieuwe
onderzoek" of "TNO"). Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de
beoordeling van de waarschijnlijkheid van herhaling van schade had betrekking op de
periode van 1 januari 2007 tot het einde van het TNO ("de beoordelingsperiode").
4.2. Bij dit onderzoek betrokken partijen
(8) De Commissie heeft de indieners van het verzoek, de haar bekende producenten-exporteurs
in het betrokken land, importeurs en gebruikers, en de vertegenwoordigers van het
betrokken land in kennis gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek.
(9) Belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van
opening vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te
worden gehoord. Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hebben
4.3. Steekproef
(10) Gezien het kennelijk grote aantal producenten-exporteurs in de VRC werd overeenkomstig
artikel 17 van de basisverordening besloten na te gaan of gebruik moest worden gemaakt
van een steekproef. Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef
noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werd bovengenoemde partijen verzocht
zich binnen 15 dagen na de opening van het nieuwe onderzoek bij haar kenbaar te maken
en haar de in het bericht van opening gevraagde gegevens te verstrekken. Daar zich geen
producenten-exporteurs aanmeldden om aan het onderzoek mee te werken, was het niet
nodig een steekproef samen te stellen.
4.4. Controle van ontvangen informatie
(11) De Commissie heeft alle haar bekende betrokken partijen en alle partijen die zich binnen
de in het bericht van opening vermelde termijn hebben gemeld, een vragenlijst
toegezonden.
(12) Antwoorden op de vragenlijst werden ontvangen van de twee producenten in de Unie,
één importeur/gebruiker en één producent in het referentieland, Argentinië. Geen van de
Chinese producenten-exporteurs heeft aan dit onderzoek meegewerkt.
(13) De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te
stellen of voortzetting of herhaling van de dumping en de daaruit voortvloeiende schade
waarschijnlijk waren en om het belang van de Unie te bepalen. Bij onderstaande belang-
hebbenden werd ter plaatse een controle uitgevoerd:
-
a)producenten in de Unie
-
-Lenzing AG, ("Lenzing"), Oostenrijk;
-
-Tanin Sevnica kemicna industrija d.d ("Tanin"), Slovenië;
-
b)niet-verbonden importeur/gebruiker
-
-International Furan Chemicals BV ("IFC"), Rotterdam.
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
-
1.Betrokken product
(14) Dit nieuwe onderzoek heeft betrekking op hetzelfde product als dat in het oorspronkelijke
onderzoek en in de daaropvolgende nieuwe onderzoeken die in de overwegingen 2 en 3
zijn vermeld, namelijk furfuraldehyde van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld
onder GN-code 2932 12 00 ("het betrokken product"). Furfuraldehyde wordt ook
2-furaldehyde of furfural genoemd.
(15) Furfuraldehyde is een lichtgele vloeistof met een karakteristieke doordringende geur, die
-
2.Soortgelijk product
(16) Evenals de voorgaande onderzoeken toonde ook dit onderzoek aan dat het in de VRC
geproduceerde en naar de Unie uitgevoerde furfuraldehyde, het op de binnenlandse markt
van het referentieland Argentinië geproduceerde en verkochte furfuraldehyde en het
furfuraldehyde dat in de Unie door de producenten in de Unie wordt geproduceerd en
verkocht, dezelfde fysische en chemische basiseigenschappen en dezelfde basis-
toepassingen hebben. Daarom werden deze producten beschouwd als soortgelijke
producten in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.
C. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING VAN DUMPING
(17) Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd nagegaan of het
waarschijnlijk is dat de dumping zal worden voortgezet of zich opnieuw zal voordoen
indien de bestaande maatregelen vervallen.
-
1.Algemeen
(18) Van de 34 bekende Chinese producenten-exporteurs waarmee bij de opening van het
onderzoek contact werd opgenomen, heeft er niet één medewerking verleend aan het
onderzoek of informatie ingediend. Daarom moesten de hierna beschreven bevindingen
inzake de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping worden gebaseerd
op de beschikbare gegevens, met name de door de medewerkende importeur/industriële
gebruiker verstrekte informatie, Eurostatgegevens, officiële uitvoerstatistieken van de VRC
-
2.Referentieland
(19) Omdat de VRC een land met een overgangseconomie is, moest de normale waarde
overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening worden vastgesteld op
basis van de prijs of de door berekening vastgestelde waarde in een geschikt derde land
met een markteconomie ("het referentieland"), of op basis van de prijs bij uitvoer uit het
referentieland naar andere landen, met inbegrip van de Unie, of, indien zulks niet mogelijk
was, op elke andere redelijke grondslag, met inbegrip van de in de Unie werkelijk betaalde
of te betalen prijs van het soortgelijke product, indien nodig verhoogd met een redelijke
winstmarge.
(20) Evenals in het oorspronkelijke onderzoek werd in het bericht van opening Argentinië
voorgesteld als geschikt referentieland voor het vaststellen van de normale waarde. Na de
bekendmaking van het bericht van opening werden geen opmerkingen over de keuze van
het referentieland ontvangen.
(21) Eén producent van furfuraldehyde in Argentinië werkte aan het onderzoek mee door een
ingevulde vragenlijst terug te zenden. Uit het onderzoek is gebleken dat Argentinië een
concurrerende markt voor furfuraldehyde had, waarbij de lokale productie ongeveer 90%
van de markt voor haar rekening nam en de rest afkomstig was van invoer uit derde landen.
Het productievolume in Argentinië maakt meer dan 70% uit van het volume van de
Chinese uitvoer van het betrokken product naar de Unie voor actieve veredeling. De
Argentijnse markt werd derhalve geacht voldoende representatief te zijn voor de vast-
-
3.Dumping van invoer in het TNO
3.1. Normale waarde
(23) Overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening werd de normale waarde
vastgesteld aan de hand van de gegevens die de medewerkende producent in het referentie-
land had verstrekt, d.w.z. aan de hand van de op de binnenlandse markt van Argentinië
door niet-verbonden afnemers betaalde of te betalen prijs, daar deze verkoop in het kader
van normale handelstransacties bleek te hebben plaatsgevonden.
(24) De normale waarde was dus de gewogen gemiddelde binnenlandse verkoopprijs van de
medewerkende producent in Argentinië bij levering aan niet-verbonden afnemers.
(25) Eerst werd nagegaan of de totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan
onafhankelijke afnemers representatief was overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basis-
verordening, d.w.z. of deze 5% of meer bedroeg van de totale uitvoer van het betrokken
product naar de Unie. De binnenlandse verkoop van de medewerkende producent in
Argentinië in het TNO werd voldoende representatief geacht.
(26) De Commissie heeft vervolgens onderzocht of de binnenlandse verkoop van het soort-
gelijke product kon worden geacht te hebben plaatsgevonden in het kader van normale
handelstransacties in de zin van artikel 2, lid 4, van de basisverordening. Hiertoe werd voor
het op de Argentijnse markt verkochte soortgelijke product het percentage van de winst-
gevende binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers in het TNO vastgesteld. Daar
3.2. Uitvoerprijs
(27) Aangezien geen van de Chinese exporteurs die naar de Unie uitvoeren, aan het onderzoek
heeft meegewerkt, werden de uitvoerprijzen vastgesteld aan de hand van de beschikbare
gegevens. Het meest geschikt daarvoor bleken de door de medewerkende importeur ver-
strekte gegevens en de Eurostatgegevens betreffende de invoer van het betrokken product
in de Unie te zijn. Hoewel deze invoer grotendeels plaatsvond onder de regeling actieve
veredeling (het Chinese furfuraldehyde werd verwerkt tot furfurylalcohol voor de uitvoer),
was er geen reden om aan te nemen dat de invoer geen redelijke basis was voor de vast-
stelling van de uitvoerprijzen.
3.3. Vergelijking
(28) Om een billijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de uitvoerprijs,
zijn overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening enkele correcties toegepast
voor bepaalde verschillen met betrekking tot vervoer en verzekering die van invloed waren
op de prijzen en hun vergelijkbaarheid.
3.4. Dumpingmarge
(29) Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge vast-
gesteld door vergelijking van de gewogen gemiddelde normale waarde met de gewogen
gemiddelde uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium. Uit deze vergelijking is gebleken dat
er sprake was van aanzienlijke dumping.
-
4.Ontwikkeling van de invoer als de maatregelen worden ingetrokken
(30) In aansluiting op de analyse waaruit bleek dat er in het TNO sprake was van dumping,
werd nagegaan hoe waarschijnlijk het was dat voortzetting van dumping zou plaatsvinden
als de maatregelen worden ingetrokken. Aangezien geen enkele producent-exporteur in
de VRC aan dit onderzoek heeft meegewerkt, berusten de onderstaande conclusies op
beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening, namelijk de
door de medewerkende importeur verstrekte gegevens, Eurostatgegevens, officiële uitvoer-
statistieken van de VRC en de gegevens in het verzoek om een nieuw onderzoek.
(31) Hiervoor werden de volgende elementen onderzocht: ontwikkeling van de invoer uit de
VRC in de Unie onder de regeling actieve veredeling (RAV), ontwikkeling van de Chinese
uitvoer naar derde landen en de reservecapaciteit van de Chinese producenten.
4.1. Ontwikkeling van de invoer uit de VRC
(32) Volgens de Chinese officiële uitvoerstatistieken is de totale wereldwijde uitvoer van het
betrokken product uit de VRC in de beoordelingsperiode met 117% toegenomen. Deze
toename werd hoofdzakelijk door de Verenigde Staten van Amerika ("VS") en andere
derde landen geabsorbeerd.
(33) Wat de uitvoer naar de Unie betreft zij erop gewezen dat, volgens Eurostatgegevens en
gecontroleerde invoergegevens, in het TNO 99,9% van alle invoer van het betrokken
product uit de VRC in de Unie bestemd was voor actieve veredeling, en de overige 0,1%
(34) Het volume van de invoer uit de VRC onder de RAV en voor het vrije verkeer is tussen
2007 en het eind van het TNO met 67% gedaald, wat samenviel met een afname van het
verbruik op de markt van de Unie met 24%, zoals vermeld in overweging 45. Het onder
de RAV uit de VRC ingevoerde furfuraldehyde werd verwerkt tot furfurylalcohol, die
vervolgens werd uitgevoerd. Er is geen informatie beschikbaar over het gebruik dat in de
Unie is gemaakt van de invoer voor het vrije verkeer; redelijkerwijze kan echter worden
aangenomen dat, als de maatregelen worden ingetrokken, ten minste een deel van de
momenteel onder de RAV ingevoerde hoeveelheid zou kunnen worden ingevoerd als
zodanig of als het downstream-eindproduct (furfurylalcohol) dat op de Markt van de Unie
wordt verkocht.
(35) De prijs van de Chinese uitvoer varieerde in de periode van 2007 tot het eind van het TNO
naargelang de markt. Hoewel de prijs bij uitvoer naar de Unie in deze periode scherp is
gedaald (met 11%), werd voor de overige uitvoermarkten een stijging met ongeveer 10%
genoteerd. Het is echter opmerkelijk dat de prijzen voor de VS-markt in het TNO ruwweg
even hoog waren als voor de Unie, terwijl de uitvoer naar andere markten volgens de
Chinese uitvoerstatistieken 19% per ton duurder was. Rekening houdend met het feit dat
het betrokken product zeer homogeen is, kunnen dergelijke prijsverschillen alleen worden
verklaard door de weloverwogen prijsstrategie van de Chinese exporteurs, die op markten
met minder concurrentie hogere prijzen en winsten verkrijgen dan op markten zoals de
Unie en de VS, waar lagere prijzen worden gehanteerd. Aangezien de uitvoer naar de Unie
en de VS 46% van de totale Chinese uitvoer vertegenwoordigde, wordt geconcludeerd dat
4.2. Reservecapaciteit van de exporteurs
(36) Aangezien er weinig openbare informatie beschikbaar is over de Chinese bedrijfstak van
de furfuraldehydeproductie, berusten de onderstaande conclusies voornamelijk op de in het
verzoek om een nieuw onderzoek vervatte informatie.
(37) Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maat-
regelen is de Chinese productie van furfuraldehyde sinds 1999 gestaag toegenomen en
bedroeg het productievolume in 2009 circa 320 000 ton. De Chinese bezettingsgraad
bedraagt naar verluidt circa 94%, hetgeen betekent dat de onbenutte capaciteit in de VRC
circa 20 000 ton per jaar bedraagt, d.w.z. ongeveer de helft van het totale verbruik in de
Unie. Momenteel zouden in de VRC ruim 200 furfuraldehydefabrieken operationeel zijn,
waarvan er zich steeds meer met exportactiviteiten gaan bezighouden.
(38) Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat, als de maatregelen worden
ingetrokken, te verwachten is dat het uit de VRC uitgevoerde betrokken product buiten de
RAV in aanzienlijke hoeveelheden en hoogstwaarschijnlijk nog steeds tegen dumping-
prijzen in de Unie zal worden ingevoerd.
-
5.Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
(39) Gezien de grote productiecapaciteit die in de VRC beschikbaar is, het vermogen van de
Chinese producenten om de productievolumes snel te vergroten en voor de uitvoer te
bestemmen, en gezien de prijzen van die uitvoer kan redelijkerwijs worden aangenomen
(40) Het antidumpingrecht is niet van toepassing op de huidige uitvoerprijzen onder de RAV.
Daarom wordt aangenomen dat die prijzen een indicatie geven van de toekomstige
prijsniveaus, mochten de maatregelen worden ingetrokken. In dit verband werd vastgesteld
dat de Chinese uitvoerprijzen onder de RAV dumpingprijzen waren en dat zij de prijzen
van de producenten in de Unie in het TNO met 11% onderboden, zoals vermeld in
overweging 69.
(41) Gezien de hierboven beschreven bevindingen kan worden geconcludeerd dat de uitvoer uit
de VRC nog steeds met dumping plaatsvindt en dat voortzetting van dumping op de markt
van de Unie waarschijnlijk is als de huidige antidumpingmaatregelen komen te vervallen.
D. DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE UNIE
(42) De bedrijfstak van de Unie ("BU") bestaat uit twee ondernemingen: Lenzing AG
(Oostenrijk) en Tanin Sevnica kemicna industrija d.d (Slovenië), die samen 100% van de
productie van het betrokken product in de Unie in het TNO voor hun rekening nemen.
Beide ondernemingen hebben de vragenlijst ingevuld teruggezonden en volledig aan het
onderzoek meegewerkt. Op basis daarvan worden de twee producenten in de Unie geacht
de BU te vormen in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening.
Om redenen van vertrouwelijkheid worden de gegevens over de prestaties van de BU
slechts in geïndexeerde vorm verstrekt.
(43) In vergelijking met het oorspronkelijke onderzoek is de BU aanzienlijk veranderd: Furfural
E. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE
-
1.Verbruik in de Unie
(44) Het verbruik van furfuraldehyde in de Unie werd vastgesteld op basis van de verkoop-
volumes van de BU op de markt van de Unie (inclusief de verkoop van Nutrafur voor de
periode waarin deze onderneming nog furfuraldehyde produceerde), plus de invoer uit de
VRC onder de RAV en de voor het vrije verkeer bestemde invoer uit andere derde landen,
waarvoor gecontroleerde gegevens van de importeur IFC en Eurostat werden gebruikt.
Daar Eurostat om redenen van vertrouwelijkheid niet de volledige informatie bekend-
maakt, zijn alleen voor de invoer uit andere derde landen, met uitzondering van de VRC en
de Dominicaanse Republiek, Eurostatgegevens gebruikt.
(45) Op basis daarvan is het verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode met 24%
gedaald, van 48 534 ton in 2007 tot 36 725 ton in het TNO.
Tabel 1 - Verbruik in de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Ton 48 534 45 738 38 175 36 725
Index (2007=100) 100 94 79 76
Ontwikkeling op jaarbasis -6 -15 -3
-
2.Invoer uit de VRC
2.1. Omvang, marktaandeel en prijzen
(46) Volgens de Chinese uitvoerstatistieken was de voor het vrije verkeer bestemde invoer uit
de VRC in het TNO van geen betekenis (2,5 ton), omdat de invoer uit de VRC voor het
grootste deel onder de RAV plaatsvond. Het Chinese RAV-volume is gedaald van
8 264 ton in 2007 tot 2 749 ton in het TNO, d.w.z. met 67%. In 2008 bereikte de Chinese
RAV-invoer een piek van ongeveer 10 000 ton, waarna hij in de daaropvolgende jaren
weer afnam. In de beoordelingsperiode is het Chinese marktaandeel voor RAV gedaald
van 17% tot 8%, d.w.z. met 9 procentpunten.
(47) De Chinese RAV-prijs is gedaald van 774 EUR in 2007 tot 685 EUR in het TNO, d.w.z.
met 12%.
Tabel 2 - Invoer uit de VRC
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Ton 8 264 10 002 5 159 2 749
Index (2007=100) 100 121 62 33
Ontwikkeling op jaarbasis 21 -59 -29
-
3.Omvang en prijzen van de invoer uit andere derde landen
(48) Er moet op worden gewezen dat het bij de invoer uit de Dominicaanse Republiek, evenals
in het oorspronkelijke onderzoek, volledig om zendingen ging van moedermaatschappij
naar Europese dochteronderneming voor de productie van furfurylalcohol. De voor deze
transacties gehanteerde prijzen zijn dus verrekenprijzen tussen verbonden ondernemingen
en geven geen beeld van de reële marktprijzen. Volgens Eurostat ontwikkelden de invoer
van furfuraldehyde in de Unie uit andere landen dan de VRC en de gemiddelde prijzen
daarvan zich als volgt.
Tabel 3 - Invoer uit de Dominicaanse Republiek in de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Ton 32 003 27 662 24 996 25 959
Index (2007=100) 100 86 78 81
Ontwikkeling op jaarbasis -14 -8 3
Marktaandeel 66% 60% 65% 71%
Prijs (euro/ton) 809 982 582 670
Index (2007=100) 100 121 72 83
Tabel 4 - Invoer uit andere derde landen in de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Ton 1 687 1 583 1 226 1 158
Index (2007=100) 100 94 73 69
Ontwikkeling op jaarbasis -6 -21 -4
Marktaandeel 3% 3% 3% 3%
Prijs (euro/ton) 800 997 632 621
Index (2007=100) 100 125 79 78
(49) In de beoordelingsperiode is de invoer van furfuraldehyde uit de Dominicaanse Republiek
en alle andere derde landen aanzienlijk afgenomen, respectievelijk met 19% en 31%.
Ondanks de daling van de invoer uit de Dominicaanse Republiek kon het marktaandeel
toch worden vergroot van 66% tot 71%. Deze invoer werd echter geheel verwerkt in de
productie van furfurylalcohol door de Europese dochteronderneming van de producent in
de Dominicaanse Republiek. De voor deze transacties gehanteerde prijzen zijn dus
verrekenprijzen tussen verbonden ondernemingen en geven misschien geen goed beeld van
3.1. Omvang en prijzen van de uitvoer uit de VRC naar andere derde landen
(50) In de beoordelingsperiode is de uitvoer met 105% gestegen (wat neerkomt op ongeveer 9%
van de totale EU-verkoop in het TNO). Er zij op gewezen dat de uitvoer van de BU naar
andere derde landen in het TNO tegen lage prijzen plaatsvond. Dit is te verklaren door de
concurrentie met Chinees furfuraldehyde in grote hoeveelheden tegen lage prijzen in
andere derde landen.
Tabel 5 - Omvang en prijzen van de uitvoer van de BU naar andere derde landen
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Hoeveelheden Index 100 136 211 205
(2007=100)
Ontwikkeling op jaarbasis 36 75 -6
Prijzen Index (2007=100) 100 114 88 82
Ontwikkeling op jaarbasis 14 -26 -6
-
4.Economische situatie van de BU
(51) De economische situatie van de BU, d.w.z. de twee ondernemingen Lenzing en Tanin,
4.1. Productie
(52) De totale productie van het betrokken product door de BU is in de beoordelingsperiode
met 14% gestegen.
Tabel 6 - Productie in de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Index (2007=100) 100 109 114 114
Ontwikkeling op jaarbasis 9 5
Bron: gecontroleerde antwoorden van de producenten in de Unie op de vragenlijst
4.2. Productiecapaciteit en bezettingsgraad
(53) De totale productiecapaciteit van de BU bleef in de beoordelingsperiode onveranderd. De
bezettingsgraad van de BU is met 12 procentpunten gestegen, van 85% tot 97%, wat
betekent dat bijna op maximumcapaciteit werd geproduceerd.
Tabel 7 - Capaciteit van de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Index (2007=100) 100 100 100 100
4.3. Voorraadniveau
(54) Uit de volgende tabel blijkt dat het voorraadniveau van de BU in de beoordelingsperiode
met 26% is gestegen. De toename van de voorraden was met 193% bijzonder sterk tussen
2007 en 2008.
Tabel 8 - Voorraden
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Index (2007=100) 100 293 165 126
Ontwikkeling op jaarbasis 193 -128 -40
Bron: gecontroleerde antwoorden van de producenten in de Unie op de vragenlijst
4.4. Omvang van de verkoop en marktaandeel
(55) De verkoop van de BU aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie is in het
TNO met 13% gestegen. Als gevolg van de toename van de verkoop is het marktaandeel
van de BU in de beoordelingsperiode met 5 procentpunten gestegen.
Tabel 9 - Omvang van de verkoop en marktaandeel van de Unie
4.5. Gemiddelde verkoopprijzen
(56) De gemiddelde verkoopprijzen van de BU op de markt van de Unie zijn in de
beoordelingsperiode met 1% gedaald. Met een stijging van 11% bereikten de verkoop-
prijzen in 2008 een piek, maar in het jaar daarna gingen zij weer snel omlaag. De lichte
daling van de verkoopprijzen moet worden gezien tegen de achtergrond van de stijging van
de productiekosten per eenheid met 5%, die de BU niet kon doorberekenen.
Tabel 10 - Gemiddelde verkoopprijs in de Unie
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Index (2007=100) 100 111 98 99
Ontwikkeling op jaarbasis 11 -13 1
Bron: gecontroleerde antwoorden van de producenten in de Unie op de vragenlijst
4.6. Gemiddelde productiekosten
(57) In de beoordelingsperiode zijn de gemiddelde productiekosten met 5% gestegen, wat
hoofdzakelijk was toe te schrijven aan de toename van het aantal werknemers en de daaruit
voortvloeiende stijging van de totale arbeidskosten.
Tabel 11 - Gemiddelde productiekosten
4.7. Winstgevendheid en kasstroom
(58) De door de BU gemaakte winst is in de beoordelingsperiode aanzienlijk gedaald, evenals
de kasstroom, die met 56% is geslonken. Dit was toe te schrijven aan de druk op de
verkoopprijzen, ondanks de toename van zowel de productie als de verkoop.
Tabel 12 - Winstgevendheid en kasstroom
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Winstgevendheid Index 100 175 -7 -4
(2007=100)
Ontwikkeling op jaarbasis 75 -182 3
Kasstroom Index (2007=100) 100 144 49 44
Ontwikkeling op jaarbasis 44 -95 -5
Bron: gecontroleerde antwoorden van de producenten in de Unie op de vragenlijst
4.8. Investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te
trekken
(59) Tussen 2007 en het eind van het TNO zijn de investeringen met 95% teruggelopen. Het
rendement van investeringen, uitgedrukt als winst/verlies op het betrokken product in
Tabel 13 - Investeringen en rendement van investeringen
Jaar 2007 2008 2009 TNO
Investeringen Index 100 61 2 5
(2007=100)
Ontwikkeling op jaarbasis -39 -59 3
Rendement van investeringen - 100 196 -7 -4
Index (2007=100)
Ontwikkeling op jaarbasis 96 -203 3
Bron: gecontroleerde antwoorden van de producenten in de Unie op de vragenlijst
4.9. Werkgelegenheid en productiviteit
(60) De werkgelegenheid in de BU is in de beoordelingsperiode met 8% gestegen. De
productiviteit, gemeten als de productie in ton per werknemer, is met 6% toegenomen.
De totale arbeidskosten zijn in de beoordelingsperiode echter met 16% gestegen.
Tabel 14 - Werkgelegenheid en productiviteit
4.10. Hoogte van de dumpingmarge
(61) Gezien de omvang, het marktaandeel en de prijzen van de invoer met dumping uit de VRC
kan het effect van de werkelijke dumpingmarges op de BU niet als te verwaarlozen worden
beschouwd.
4.11. Herstel van de gevolgen van dumping
(62) Zoals uit de gunstige ontwikkeling van de meeste van bovengenoemde indicatoren blijkt,
heeft de financiële situatie van de BU zich in de beoordelingsperiode gedeeltelijk hersteld
van de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping van oorsprong uit de VRC.
4.12. Groei
(63) Hoewel het verbruik in de Unie in de beoordelingsperiode met 24% is gedaald, zijn de
productie van de BU, de omvang van de verkoop en het marktaandeel in dezelfde periode
toegenomen. Tegelijkertijd zijn de omvang en het marktaandeel van de invoer uit de VRC
afgenomen. De BU kon echter tot op zekere hoogte profijt trekken van de maatregelen
omdat de Chinese druk op de verkoopprijzen de BU niet toeliet winst te maken of zijn
winstdoel te realiseren.
-
5.Conclusie over de economische situatie van de BU
(64) Furfuraldehyde uit de Dominicaanse Republiek is niet beschikbaar op de vrije markt van
de Unie. Er zijn dan ook geen aanwijzingen gevonden dat deze invoer zou hebben
(65) De maatregelen ten aanzien van de VRC hebben een positief effect op de economische
situatie van de BU gehad, aangezien de meeste schade-indicatoren een positieve ontwik-
keling lieten zien: de productie en de omvang en waarde van de verkoop zijn toegenomen.
Ondanks het afnemende verbruik is de BU erin geslaagd zijn marktaandeel te vergroten.
De winstgevendheid is in het TNO echter aanzienlijk achteruitgegaan. De BU kon zijn
winstdoel, dat bij het oorspronkelijke onderzoek op 5% werd vastgesteld om de ontwik-
keling van de BU te garanderen, niet realiseren. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de
BU aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 3, lid 5, van de basis-
verordening en dat de financiële situatie van de BU kwetsbaar blijft.
F. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN SCHADE
(66) In de overwegingen 39 en 40 is geconcludeerd dat het vervallen van de maatregelen
waarschijnlijk zal leiden tot een aanzienlijke toename van de uitvoer met dumping van de
VRC naar de Unie.
(67) Zoals hierboven vermeld beschikken de Chinese producenten over het potentieel om grote
hoeveelheden naar de markt van de Unie te verleggen als de maatregelen worden inge-
trokken. Volgens het verzoek om een nieuw onderzoek bedroeg de Chinese productie-
capaciteit 320 000 ton in 2009, met een reservecapaciteit van ten minste 20 000 ton.
Bovendien ziet het ernaar uit dat andere uitvoermarkten zoals Japan, Thailand en de VS
die reservecapaciteit niet kunnen absorberen, zodat deze hoogstwaarschijnlijk op de markt
van de Unie zou worden gericht.
(69) Aangezien echter de Chinese prijzen die van de BU met 11% onderboden, is het waar-
schijnlijk dat, als de maatregelen komen te vervallen, de Chinese exporteurs hun praktijken
zullen voortzetten om het verloren marktaandeel terug te winnen. Dat gedrag in combinatie
met hun vermogen om aanzienlijke hoeveelheden van het betrokken product op de markt
van de Unie af te zetten, zou een zeer ongunstig effect hebben op de BU en met name op
zijn winstgevendheid.
(70) Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat intrekking van de maatregelen naar
alle waarschijnlijkheid zal leiden tot herhaling van schade als gevolg van de invoer met
dumping uit de VRC.
G. BELANG VAN DE UNIE
-
1.Voorafgaande opmerking
(71) Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of handhaving van de
bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de hele Unie.
(72) Dit werd vastgesteld aan de hand van een afweging van de belangen van alle betrokkenen,
d.w.z. de BU, de importeurs/handelaren en de gebruikers en leveranciers van het betrokken
product.
(73) Bij de vorige onderzoeken werd de vaststelling van maatregelen niet in strijd geacht met
het belang van de Unie. Bovendien is dit een onderzoek in verband met het vervallen van
(74) Op basis daarvan werd onderzocht of er, ondanks de conclusie dat het waarschijnlijk is dat
de dumping wordt voortgezet en de schade zich herhaalt, dwingende redenen zijn die tot de
conclusie leiden dat het in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie is de maat-
regelen te handhaven.
-
2.Belang van de bedrijfstak van de Unie
(75) De bedrijfstak van de Unie heeft bewezen een levensvatbare bedrijfstak te zijn die zich aan
veranderende omstandigheden op de markt kan aanpassen. Dit werd met name bevestigd
door de gunstige ontwikkeling van de productie en de verkoop in een context van
afnemend verbruik in de Unie. Door de enorme druk op de verkoopprijzen kon de winst-
gevendheid echter deze positieve trend niet volgen.
(76) Gezien de bestaande reservecapaciteit voor furfuraldehyde in de VRC tezamen met het feit
dat andere uitvoermarkten (zoals Japan, Thailand en de VS) die reservecapaciteit niet
kunnen absorberen, zouden de Chinese exporteurs, als de maatregelen komen te vervallen,
naar alle waarschijnlijkheid hun verloren marktaandeel trachten terug te winnen door hun
dumpinggedrag op de markt van de Unie voort te zetten.
(77) Zonder handhaving van de antidumpingmaatregelen zal de situatie van de BU dan ook naar
alle waarschijnlijkheid fors verslechteren als gevolg van de laaggeprijsde uitvoer met
dumping uit de VRC, zoals uitgelegd in de overwegingen 65 tot en met 68.
-
3.Belang van de importeurs
(78) Slechts één importeur in de Unie heeft aan de procedure meegewerkt: IFC, een in
Nederland gevestigde onderneming die in handen is van een producent van furfuraldehyde
in de Dominicaanse Republiek. IFC is de enige actieve importeur van furfuraldehyde in de
EU; enkele andere ondernemingen voeren het betrokken product slechts af en toe in. IFC is
de belangrijkste speler op de markt van de Unie voor furfuraldehyde (en furfurylalcohol),
daar de onderneming ongeveer 80% van het verbruik in de Unie vertegenwoordigt. IFC
importeert uit de Dominicaanse Republiek, uit de VRC onder de RAV en uit andere derde
landen. Bovendien is IFC, dat circa 32% van de totale verkoop van de BU voor zijn
rekening neemt, de belangrijkste afnemer van de BU. Het aangekochte furfuraldehyde
wordt vervolgens tot furfurylalcohol verwerkt door TFC, de in Geel, België, gevestigde
verbonden onderneming van IFC.
(79) Deze importeur is redelijk neutraal wat de procedure betreft, daar hij enerzijds zonder
beperkingen en zonder de last van de naleving van de douanevoorschriften voor de RAV
toegang tot Chinees furfuraldehyde zou willen hebben, en anderzijds zou willen dat de BU
blijft bestaan om het betrokken product op korte termijn te kunnen aanschaffen. Bovendien
wordt door de handhaving van de maatregelen de concurrentie met de invoer uit zijn
moedermaatschappij in de Dominicaanse Republiek opgeheven en de sterke positie van de
groep zowel op de markt voor furfuraldehyde als de markt voor furfurylalcohol (inclusief
-
5.Conclusie inzake het belang van de Unie
(81) Rekening houdend met het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er geen dwingende
redenen zijn om de huidige antidumpingmaatregelen niet te handhaven.
H. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
(82) Alle partijen zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond
waarvan de Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te handhaven. Zij konden
hierover binnen een bepaalde termijn na deze mededeling opmerkingen maken. De
ingediende relevante opmerkingen zijn onderzocht, maar gaven geen aanleiding tot
wijziging van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan besloten is de
antidumpingmaatregelen te handhaven.
(83) Uit het voorgaande vloeit voort dat de antidumpingmaatregelen die bij Verordening (EG)
nr. 639/2005 zijn ingesteld op de invoer van furfuraldehyde van oorsprong uit de VRC,
overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd.
Deze maatregelen bestaan in een specifiek recht.
(84) Aangezien dit specifieke recht echter werd vastgesteld op basis van de bevindingen van het
oorspronkelijke onderzoek in 1995 en sindsdien niet opnieuw is bekeken, werd het passend
geacht na te gaan of de hoogte van het recht nog steeds relevant is. In dat verband zal de
Commissie overwegen overeenkomstig artikel 11, lid 3, van de basisverordening ambts-
halve een tussentijds nieuw onderzoek te openen,
Artikel 1
-
1.Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op 2-furaldehyde (ook bekend als
furfuraldehyde of furfural), momenteel ingedeeld onder GN-code 2932 12 00, van
oorsprong uit de Volksrepubliek China.
-
2.Het recht bedraagt 352 EUR per ton.
-
3.Wanneer goederen zijn beschadigd voordat zij in het vrije verkeer worden gebracht en de
werkelijk betaalde of te betalen prijs derhalve overeenkomstig artikel 145 van Verordening
(EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele
bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling
van het communautair douanewetboek1 met het oog op de vaststelling van de douane-
waarde verhoudingsgewijs is verminderd, wordt het op basis van lid 2 van dit artikel
berekende antidumpingrecht met hetzelfde percentage verminderd als de werkelijk
betaalde of te betalen prijs.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatie-
blad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
| publicatiedatum | 02-05-2011 |
|---|---|
| kenmerk | 9140/11 |
