- -
RAAD VAN Brussel, 8 november 2011 (10.11)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
16606/11
COMPET 491 IND 137 SOC 966 MI 555 ENV 847 CONSOM 174 EDUC 266 RECH 358 COMER 224 COHOM 261
INGEKOMEN DOCUMENT
van:
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 27 oktober 2011
aan: de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van
de Europese Unie
Nr. Comdoc.: COM(2011) 681 definitief
Betreft: Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's: Een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 25.10.2011 COM(2011) 681 definitief
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE
RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ
VAN DE REGIO'S
Een vernieuwde EU-strategie 2011-2014 ter bevordering van maatschappelijk
INHOUD
-
1.Inleiding ....................................................................................................................... 4
1.1. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is in het belang van bedrijven... ............. 4
1.2. ...en in het belang van de hele samenleving ................................................................ 4
1.3. Waarom stelt de Commissie deze nieuwe strategie nu voor? ...................................... 5
-
2.Evaluatie van het effect van Europees beleid op MVO ............................................... 5
-
3.Een modern concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen ......................... 7
3.1. Een nieuwe definitie..................................................................................................... 7
3.2. Internationaal erkende beginselen en richtsnoeren ...................................................... 8
3.3. Het multidimensionale karakter van MVO .................................................................. 8
3.4. De rol van overheden en andere stakeholders.............................................................. 8
3.5. MVO en het initiatief voor sociaal ondernemerschap.................................................. 9
3.6. MVO en de sociale dialoog.......................................................................................... 9
-
4.Een agenda met actiepunten 2011-2014 ...................................................................... 9
4.1. De zichtbaarheid van MVO verbeteren en goede praktijken verspreiden ................... 9
4.2. Het vertrouwen in bedrijven vergroten en meten....................................................... 10
4.3. Zelf- en coregulering verbeteren ................................................................................ 11
4.4. MVO sterker op de markt belonen............................................................................. 11
4.4.1. Consumptie ................................................................................................................ 12
1. - INLEIDING
De Europese Commissie heeft maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) eerder gedefinieerd als "een begrip [dat gebruikt wordt] om aan te geven dat bedrijven in het kader van hun bedrijfsactiviteiten en in hun relaties met andere partijen vrijwillig aandacht aan sociale kwesties en het milieu schenken".
1
Maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft betrekking op maatregelen van bedrijven die verder gaan dan hun wettelijke verplichtingen jegens de samenleving en het milieu. Sommige regelgeving creëert een klimaat dat gunstiger is voor bedrijven die op vrijwillige basis maatschappelijk verantwoord ondernemen.
1.1. - Maatschappelijk verantwoord ondernemen is in het belang van bedrijven...
Een strategische benadering van MVO is steeds belangrijker voor het concurrentievermogen van bedrijven en kan voordelen opleveren in termen van risicobeheer, kostenbesparingen, toegang tot kapitaal, klantenrelaties, human resource management en innovatiecapaciteit.
2
MVO vereist een engagement met interne en externe stakeholders en stelt bedrijven daarom in staat beter te anticiperen op en te profiteren van snel veranderende maatschappelijke verwachtingen en operationele voorwaarden. MVO kan daarom de ontwikkeling van nieuwe markten stimuleren en groeimogelijkheden creëren.
Bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen, kunnen op lange termijn op meer vertrouwen van werknemers, consumenten en burgers rekenen als basis voor duurzame bedrijfsmodellen. Meer vertrouwen helpt op zijn beurt een klimaat creëren waarin bedrijven kunnen innoveren en groeien.
1.2. - ...en in het belang van de hele samenleving
Via MVO kunnen bedrijven aanzienlijk bijdragen aan twee doelstellingen van het EU-
Verdrag: duurzame ontwikkeling en een uiterst concurrerende sociale markteconomie. MVO ondersteunt de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei (inclusief het streefcijfer van 75% arbeidsparticipatie)
een reeks waarden op basis waarvan een meer samenhangende samenleving kan worden gebouwd en waarop de overgang naar een duurzaam economisch systeem kan worden gebaseerd.
1.3. - Waarom stelt de Commissie deze nieuwe strategie nu voor?
De Raad en het Europees Parlement hebben de Commissie verzocht haar MVO-beleid verder
te ontwikkelen.
4 In de Europa 2020-agenda heeft de Commissie zich ertoe verbonden de EU-
strategie ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen te vernieuwen. In haar mededeling over het industriebeleid uit 2010 kondigde de Commissie aan een nieuw beleidsvoorstel inzake MVO te zullen doen.
5 In de Akte voor de interne markt kondigde zij
aan uiterlijk eind 2011 een nieuwe mededeling over MVO te zullen goedkeuren.6
De economische crisis en de sociale gevolgen ervan hebben het vertrouwen in het bedrijfsleven enigszins aangetast en de aandacht van het publiek gefocust op de sociale en ethische prestaties van bedrijven. Door de inspanningen om MVO te promoten nu te hervatten wil de Commissie gunstige voorwaarden creëren voor duurzame groei, maatschappelijk verantwoord ondernemen en het scheppen van duurzame werkgelegenheid op middellange en lange termijn.
2. - EVALUATIE VAN HET EFFECT VAN EUROPEES BELEID OP MVO
De Commissie heeft bij de ontwikkeling van overheidsbeleid ter bevordering van MVO een pioniersrol gespeeld sinds de publicatie van haar groenboek uit 2001
7 en de oprichting van het
European Multistakeholder Forum on CSR. In 2006 heeft de Commissie nieuwe beleidsmaatregelen bekendgemaakt die er vooral op gericht zijn sterke steun te verlenen aan een door het bedrijfsleven geleid initiatief de European Alliance for CSR.
8 In het kader van
het nieuwe beleid werden ook acht prioritaire gebieden voor maatregelen van de EU
vastgesteld: bewustmaking en uitwisseling van beste praktijken; steun voor multistakeholder- initiatieven; samenwerking met lidstaten; informatie aan de consument en transparantie;
onderzoek; onderwijs; kleine en middelgrote ondernemingen; en de internationale dimensie van MVO.
-
-Het aantal organisaties met geregistreerde sites in het kader van het Environmental Management and Audit Scheme (EMAS) is gestegen van 3 300 in 2006 tot ruim 4 600 in 2011
9.
-
-Het aantal bedrijven in de EU dat een transnationale ondernemingsovereenkomst (onder meer over arbeidsnormen) heeft gesloten met mondiale of Europese werknemersorganisaties, is gestegen van 79 in 2006 tot ruim 140 in 2011.
-
-Het ledenaantal van het Business Social Compliance Initiative een Europees, door het
bedrijfsleven genomen initiatief om bedrijven te stimuleren de
arbeidsomstandigheden in hun toeleveringsketens te verbeteren is gestegen van 69 in 2007 tot ruim 700 in 2011.
-
-Het aantal Europese bedrijven dat duurzaamheidsverslagen publiceert in overeenstemming met de richtsnoeren van het Global Reporting Initiative, is gestegen van 270 in 2006 tot ruim 850 in 2011.
Via de European Alliance on CSR hebben leidinggevende bedrijven een reeks praktische instrumenten met betrekking tot cruciale kwesties ontwikkeld.
10 Ongeveer 180 bedrijven
hebben hun steun betuigd aan de Alliance. Ook nationale werkgeversorganisaties hebben de Alliance ondersteund en een aantal maatregelen genomen om MVO te promoten.
Ondanks deze vooruitgang blijven nog belangrijke problemen bestaan. Veel bedrijven in de EU hebben sociale en milieukwesties nog niet volledig in hun activiteiten en kernstrategie geïntegreerd. Een kleine minderheid van Europese bedrijven wordt nog steeds beschuldigd van betrokkenheid bij schendingen van de mensenrechten en een gebrek aan respect voor fundamentele arbeidsnormen. Slechts 15 van de 27 EU-lidstaten beschikken over een nationaal beleidskader ter bevordering van MVO.
11
De Commissie heeft een aantal factoren vastgesteld waardoor het effect van haar MVO-beleid verder zal worden versterkt. Het is onder meer zaak:
-
-de transparantie van bedrijven ten aanzien van sociale en milieukwesties aan de orde te stellen vanuit het standpunt van alle stakeholders (inclusief de bedrijven zelf).
-
-meer aandacht aan mensenrechten te schenken, een thema dat een aanzienlijk prominenter aspect van MVO is geworden.
-
-de rol te erkennen die aanvullende regelgeving speelt bij het creëren van een klimaat dat gunstiger is voor bedrijven die op vrijwillige basis maatschappelijk verantwoord ondernemen.
In de rest van deze mededeling wordt een modern concept van MVO geschetst (met inbegrip van een meer actuele definitie) en een nieuwe lijst van actiepunten voorgesteld. Daarbij wordt voortgebouwd op het beleid van 2006, maar er worden ook belangrijke nieuwe elementen geïntroduceerd die het effect van het beleid verder kunnen helpen versterken. De mededeling wil de wereldwijde invloed van de EU op het gebied van MVO herstellen en de EU in staat stellen haar belangen en waarden in de relaties met andere regio's en landen beter te promoten. Verder zal de mededeling het beleid van de EU-lidstaten helpen sturen en coördineren om zo het gevaar voor divergente benaderingen die extra kosten meebrengen voor bedrijven die in meer dan een lidstaat actief zijn te verkleinen.
-
3.- EEN MODERN CONCEPT VAN MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN
3.1. - Een nieuwe definitie
De Commissie stelt als nieuwe definitie van MVO voor "de verantwoordelijkheid van bedrijven voor het effect dat ze op de samenleving hebben". Die verantwoordelijkheid veronderstelt respect voor de wetgeving en de collectieve arbeidsovereenkomsten tussen sociale partners. Volwaardig MVO houdt in dat bedrijven aandacht voor mensenrechten consumentenbelangen en sociale, ethische en milieukwesties in hun bedrijfsactiviteiten en kernstrategie integreren in nauwe samenwerking met hun stakeholders. Doel is:
Bepaalde soorten bedrijven bijvoorbeeld coöperaties, onderlinge maatschappijen en familiebedrijven worden gekenmerkt door eigendoms- en governancestructuren die bijzonder bevordelijk zijn voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.
3.2. - Internationaal erkende beginselen en richtsnoeren
Bedrijven en vooral grote bedrijven die op zoek zijn naar een formele benadering van MVO, kunnen zich laten leiden door gezaghebbende en internationaal erkende beginselen en richtsnoeren, met name de onlangs bijgewerkte OECD Guidelines for Multinational Enterprises, de tien beginselen van het United Nations Global Compact, de ISO 26000 Guidance Standard on Social Responsibility, de ILO Tri-partite Declaration of Principles Concerning Multinational Enterprises and Social Policy en de United Nations Guiding Principles on Business and Human Rights. Deze kern van internationaal erkende beginselen en richtsnoeren vormt een wereldwijd kader voor MVO, dat in voortdurende ontwikkeling is en onlangs nog is versterkt. Het Europees beleid ter bevordering van MVO moet volledig consistent worden gemaakt met dit kader.
3.3. - Het multidimensionale karakter van MVO
Overeenkomstig deze beginselen en richtsnoeren bestrijkt MVO ten minste de volgende
aspecten: mensenrechten, arbeid en werkgelegenheid (thema's als opleiding, verscheidenheid, gendergelijkheid en gezondheid en welzijn van werknemers), milieu (thema's als biodiversiteit,
klimaatsverandering, efficiënt gebruik van grondstoffen,
levenscyclusbeoordeling en de preventie van milieuverontreiniging) en de strijd tegen omkoperij en corruptie. De betrokkenheid en ontwikkeling van plaatselijke gemeenschappen, de integratie van gehandicapten en de belangen van de consument (onder meer privacy) staan ook op de MVO-agenda. De bevordering van maatschappelijk en milieuverantwoord ondernemen doorheen de toeleveringsketen en de bekendmaking van niet-financiële informatie worden beschouwd als belangrijke transversale kwesties. De Commissie heeft een mededeling goedgekeurd over EU-beleid en vrijwilligerswerk waarin vrijwilligerswerk als een uiting van MVO wordt erkend.
12
Verder promoot de Commissie de drie beginselen van goed fiscaal bestuur namelijk transparantie, de uitwisseling van informatie en faire belastingconcurrentie in de relaties tussen staten. Waar nodig worden de bedrijven ook gestimuleerd inspanningen te leveren om deze beginselen toe te passen.
hechten echter veel waarde aan door de overheid ondersteunde beginselen en richtsnoeren met het oog op de benchmarking van hun eigen beleidsmaatregelen en performance en gelijke spelregels voor iedereen.
Vakbonden en maatschappelijke organisaties wijzen op problemen, oefenen druk uit om problemen te verhelpen en kunnen constructief met bedrijven samenwerken om samen oplossingen te vinden. Consumenten en investeerders kunnen maatschappelijk verantwoord ondernemen op de markt belonen via hun consumptie- en investeringsbeslissingen. De media kunnen de aandacht vestigen op zowel de positieve als de negatieve effecten van bedrijfsactiviteiten.
De overheid en de overige stakeholders moeten sociale
verantwoordelijkheid aan den dag leggen (onder meer in hun relaties met bedrijven).
3.5. - MVO en het initiatief voor sociaal ondernemerschap
Maatschappelijk verantwoord ondernemen is van toepassing op alle bedrijven. Deze mededeling wordt goedgekeurd samen met een aanvullend maar apart initiatief voor sociaal ondernemerschap (Social Business Initiative (SBI)), dat een specifiek soort bedrijven ondersteunt, namelijk bedrijven die uitdrukkelijk een sociale en/of milieudoelstelling nastreven, winst herinvesteren ter verwezenlijking van die doelstelling en gekenmerkt worden door een interne organisatie die de maatschappelijke doelstellingen weerspiegelt.
13 Het SBI
wil het vereiste ecosysteem tot stand brengen waarbinnen sociaal ondernemen en sociale innovatie gedijen en aan de Europese sociale markteconomie bijdragen.
3.6. - MVO en de sociale dialoog
De voorbije jaren hebben verschillende comités voor sectorale sociale dialoog goede MVO- praktijken gepromoot en richtsnoeren opgesteld.
14 De Commissie steunt deze initiatieven en
erkent dat MVO bijdraagt aan en een aanvulling vormt op de sociale dialoog. Er zijn ook innovatieve
en doeltreffende MVO-maatregelen ontwikkeld via transnationale
bedrijfsakkoorden tussen bedrijven en Europese of wereldwijde werknemersorganisaties.15 De
EU verleent actieve steun aan transnationale bedrijfsakkoorden en zal een raadpleegbare database van dergelijke akkoorden opzetten.
eigen strategieën inzake MVO te ontwikkelen. De Commissie zal voortbouwend op de ervaringen met initiatieven in verschillende lidstaten de capaciteitsopbouw van intermediaire organisaties voor het mkb bevorderen met het oog op beter en gemakkelijker beschikbaar advies over MVO voor kleine en middelgrote ondernemingen.
De Commissie heeft een breed scala aan programma's opgestart waarbij met bedrijven en andere stakeholders wordt samengewerkt rond belangrijke sociale en milieukwesties.
16
Verdere afspraken met bedrijven zullen belangrijk zijn voor het succes van de Europa 2020- strategie. De Commissie zal daarom de dialoog met bedrijven en andere stakeholders bevorderen over thema's als inzetbaarheid, demografische veranderingen en actief ouder worden
17 en uitdagingen op de werkplek (met inbegrip van diversity management,
gendergelijkheid, onderwijs en opleidingen en de gezondheid en het welzijn van werknemers). Zij zal zich vooral focusen op sectorale benaderingen en de verspreiding van MVO doorheen de toeleveringsketen.
Het CSR Europe's Enterprise 2020-initiatief is een voor de EU-beleidsdoelstellingen bijzonder relevant voorbeeld van de leidinggevende rol van het bedrijfsleven op het gebied van MVO. De Commissie zal de eerste resultaten van dit initiatief uiterlijk eind 2012 helpen evalueren en het vervolg ervan helpen bepalen.
De Commissie is voornemens:
-
1.in 2013 multistakeholder MVO-platforms in een aantal relevante industriesectoren op te richten waarbij bedrijven, werknemers en andere stakeholders openlijk toezeggingen in verband met de voor elke sector relevante MVO-kwesties kunnen doen en de geboekte vooruitgang gezamenlijk kunnen monitoren.
-
2.vanaf 2012 Europese prijzen toe te kennen voor MVO-partnerschappen tussen bedrijven en andere stakeholders.
4.2. - Het vertrouwen in bedrijven vergroten en meten
Zoals alle organisaties met inbegrip van regeringen en de EU zelf kunnen bedrijven niet zonder het vertrouwen van de burgers. De Europese bedrijven moeten ernaar streven tot de meest vertrouwde organisaties in de samenleving te behoren. Er gaapt vaak een kloof tussen de verwachtingen van de burgers en hun perceptie van het gedrag van bedrijven. Deze kloof is deels het gevolg van het onverantwoord gedrag van sommige bedrijven maar ook van het feit dat sommige bedrijven hun sociale en milieuprestaties aandikken. Soms is de kloof het gevolg van het feit dat bedrijven de snel veranderende maatschappelijke verwachtingen onvoldoende aanvoelen en de burgers zich onvoldoende rekenschap geven van de geleverde prestaties van bedrijven en de beperkingen waaraan hun activiteiten gebonden zijn.
De Commissie is voornemens:
-
3.het probleem van misleidende reclame in verband met de milieueffecten van producten ("green-washing") aan de orde te stellen in het voor 2012 aangekondigde verslag over de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken
18 en mogelijke
specifieke maatregelen in verband met dit probleem te overwegen.
-
4.een open discussie met burgers, bedrijven en andere stakeholders over de rol en het potentieel van bedrijven in de 21e eeuw te beginnen om tot gemeenschappelijke inzichten en verwachtingen te komen, en periodiek onderzoek te doen naar het vertrouwen van de burgers in het bedrijfsleven en naar de attitudes ten aanzien van MVO.
4.3. - Zelf- en coregulering verbeteren
Bedrijven participeren vaak aan zelf- of coreguleringsprocessen (bijvoorbeeld sectorale gedragscodes in verband met voor de betreffende sector relevante maatschappelijke kwesties). Adequaat ontwikkelde processen kunnen op steun van de stakeholders rekenen en een doeltreffend middel vormen om maatschappelijk verantwoord ondernemerschap te waarborgen. Zelf- en coregulering worden door de EU erkend als onderdeel van de agenda voor betere regelgeving.
19
De ervaring leert dat zelf- en coreguleringsprocessen het doeltreffendst zijn wanneer ze: gebaseerd zijn op een initiële open analyse van de problemen met alle betrokken stakeholders in aanwezigheid van en zo nodig georganiseerd door een overheidsinstantie (bijvoorbeeld de Europese Commissie); in een latere fase resulteren in duidelijke toezeggingen van alle betrokken
stakeholders met prestatie-indicatoren; voorzien in objectieve
toezichtsmechanismen, een prestatiebeoordeling en de mogelijkheid toezeggingen eventueel ter verbetering aan te passen; en een doeltreffend verantwoordingsmechanisme omvatten om klachten over inbreuken te behandelen.
4.4.1. Consumptie
De aandacht van de consument voor kwesties in verband met MVO is de voorbije jaren toegenomen maar er bestaan nog steeds significante barrières: onvoldoende kennis, de noodzaak om soms een meerprijs te betalen en de moeizame toegang tot de nodige informatie om zaakkundige keuzen te maken. Sommige bedrijven spelen een pioniersrol door de consumenten te helpen duurzamere keuzen te maken.
De herziening van het actieplan voor duurzame consumptie en productie biedt wellicht de mogelijkheid om nieuwe maatregelen ter bevordering van een meer verantwoord consumptiegedrag vast te stellen.
4.4.2. Overheidsopdrachten
De Commissie heeft een indicatief streefcijfer vastgesteld: uiterlijk 2010 zou de helft van alle overheidsopdrachten in de EU moeten voldoen aan overeengekomen milieucriteria. In 2011 heeft de Commissie een gids over maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten gepubliceerd, waarin wordt uitgelegd hoe sociale overwegingen in overheidsopdrachten kunnen worden geïntegreerd zonder inbreuk op het bestaande rechtskader van de EU te plegen.
20 Sociaal verantwoorde overheidsopdrachten kunnen positieve actie van overheden
omvatten om ondervertegenwoordigde bedrijven (bijvoorbeeld kmo's) toegang tot de markt van overheidsopdrachten te helpen krijgen.
De lidstaten en de overheden op alle niveaus worden verzocht ten volle gebruik te maken van alle mogelijkheden die het bestaande wettelijke kader voor overheidsopdrachten biedt. Bij de integratie van sociale en milieucriteria in overheidsopdrachten is het vooral zaak kmo's niet te discrimineren en de bepalingen van het Verdrag inzake non-discriminatie, gelijke kansen en transparantie na te leven.
De Commissie is voornemens:
-
6.de integratie van sociale en milieuoverwegingen in overheidsopdrachten te vergemakkelijken in het kader van de herziening van de richtlijnen over overheidsopdrachten in 2011 zonder de aanbestedende diensten of bedrijven nieuwe administratieve lasten op te leggen en zonder het beginsel dat opdrachten aan de economisch voordeligste offerte moeten worden gegund, te ondermijnen.
Europese vermogensbeheerders en vermogensbezitters (met name pensioenfondsen) worden verzocht zich achter de UN Principles for Responsible Investment te scharen. De overheden moeten er in het bijzonder op toezien dat MVO wordt bevorderd in bedrijven die ze bezitten
of waarin ze investeren.
De Commissie is voornemens:
-
7.te overwegen alle investeringsfondsen en financiële instellingen te verplichten al hun klanten (burgers, bedrijven, overheden enzovoort) te informeren over de eventuele ethische of maatschappelijk verantwoorde investeringscriteria die ze hanteren, of over de eventuele normen en codes waaraan ze zich houden.
4.5. - De bekendmaking van sociale en milieu-informatie door bedrijven verbeteren
De bekendmaking van sociale en milieu-informatie met inbegrip van informatie over het klimaat kan niet alleen de werkcontacten met de stakeholders en de identificatie van belangrijke duurzaamheidsrisico's vergemakkelijken, maar vormt ook een belangrijk element van de veranwoordingsplicht van bedrijven en kan het vertrouwen van het publiek in bedrijven versterken. Om aan de behoeften van bedrijven en andere stakeholders te voldoen moet de informatie relevant zijn en kosteneffectief kunnen worden verzameld.
Wat de bekendmaking van niet-financiële informatie betreft, hebben sommige lidstaten het bedrijfsleven strengere voorschriften opgelegd dan de bestaande EU-wetgeving.
21 De kans
bestaat dat verschillende nationale verplichtingen tot extra kosten leiden voor bedrijven die in meer dan een lidstaat actief zijn.
Een toenemend aantal bedrijven maakt sociale en milieu-informatie bekend. Kmo's delen die informatie vaak informeel en op vrijwillige basis mee. Volgens één bron zouden ongeveer 2 500 Europese bedrijven MVO- of duurzaamheidsverslagen publiceren, wat betekent dat de EU wereldwijd de toon aangeeft
-
22.Toch vertegenwoordigt dit aantal slechts een klein
percentage van de 42 000 grote bedrijven in de EU.
Er bestaan een aantal internationale kaders om sociale en milieu-informatie bekend te maken (onder meer het Global Reporting Initiative). Geïntegreerde financiële en niet-financiële rapportage vormt een belangrijke doelstelling op middellange en lange terijn en de Commissie volgt met belangstelling de werkzaamheden van het International Integrated Reporting Committee.
benchmarken met behulp van een gemeenschappelijke op de levenscyclus gebaseerde methode die ook voor de bekendmaking van informatie kan worden gebruikt.
Alle organisaties met inbegrip van maatschappelijke organisaties en de overheid worden gestimuleerd maatregelen te nemen om de bekendmaking van hun sociale en milieuperformance te verbeteren.
4.6. - MVO verder integreren in onderwijs, opleidingen en onderzoek
De verdere ontwikkeling van MVO vereist nieuwe vaardigheden en veranderingen op het gebied van waarden en attitudes. De lidstaten kunnen een belangrijke rol spelen door onderwijsinstellingen te stimuleren MVO, duurzame ontwikkeling en verantwoord burgerschap in relevante onderwijscurricula (onder meer de curricula van middelbare scholen en universiteiten) te integreren. Europese economische hogescholen worden gestimuleerd de UN Principles for Responsible Management Education te ondertekenen.
Via hoogwaardig academisch onderzoek wordt de ontwikkeling van goede bedrijfspraktijken en overheidsbeleid inzake MVO ondersteund. Verder onderzoek moet voortbouwen op de resultaten van de door het zesde en zevende EU-kaderprogramma gefinancierde projecten. De Commissie zal mogelijkheden onderzoeken om verder onderzoek en innovatie op het gebied van MVO te financieren en beginselen en richtsnoeren inzake MVO via in het kader van het zevende kaderprogramma of Horizon 2020 (de opvolger van het zevende kaderprogramma) gefinancierd onderzoek en via de uitbouw van de Europese onderzoeksruimte te ondersteunen.
De Commissie is voornemens:
-
8.verdere financiële steun voor onderwijs- en opleidingsprojecten inzake MVO te verlenen in het kader van de EU-programma's Een leven lang leren en Jeugd in actie. Voorts wil zij in 2012 een initiatief nemen om onderwijsmensen en bedrijven beter voor te lichten over het belang van samenwerking op het gebied van MVO.
4.7. - Het belang van nationale en subnationale MVO-beleidsmaatregelen
A de lidstaten hun plannen of nationale lijsten van prioritaire maatregelen ter bevordering van MVO ter ondersteuning van de Europa 2020-strategie uiterlijk half 2012 te ontwikkelen of bij te werken en daarbij naar internationaal erkende MVO- beginselen en -richtsnoeren te verwijzen en met bedrijven en andere stakeholders samen te werken, rekening houdend met de in deze mededeling aan de orde gestelde kwesties.
4.8. - Europese en mondiale benaderingen van MVO beter op elkaar afstemmen
De EU moet de Europese belangen bij internationale beleidsontwikkelingen op het gebied van MVO bevorderen, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat internationaal erkende beginselen en richtsnoeren in het eigen MVO-beleid worden geïntegreerd.
4.8.1. De aandacht vestigen op internationaal erkende beginselen en richtsnoeren inzake
MVO
Met het oog op gelijke spelregels wereldwijd zal de Commissie nauwer met de lidstaten, partnerlanden en relevante internationale fora samenwerken om de naleving van internationaal erkende beginselen en richtsnoeren te promoten en voor meer consistentie te zorgen. Dit houdt ook in dat de bedrijven in de EU hun inspanningen om deze beginselen en richtsnoeren na te leven moeten voortzetten.
De OECD Guidelines zijn aanbevelingen van regeringen voor multinationale bedrijven. De Commissie is verheugd over het feit dat landen die geen lid van de OESO zijn, zich toch aan de Guidelines houden. De Guidelines genieten niet alleen de steun van regeringen maar omvatten ook een duidelijk implementatie- en geschillenmechanisme, namelijk het door alle deelnemende landen opgezette netwerk van National Contact Points, dat bedrijven en hun stakeholders kan helpen praktische problemen op te lossen (onder meer via bemiddeling en vreedzame beslechting van geschillen).
4.8.2. De U Guiding Principles on Business and Human Rights 23 toepassen
Een cruciale uitdaging bestaat erin de coherentie te verbeteren van EU-beleidsmaatregelen die van belang zijn voor het bedrijfsleven en de mensenrechten. Een betere toepassing van de UN Guiding Principles zal bijdragen aan de verwezenlijking van de EU-doelstellingen met betrekking tot specifieke mensenrechtenthema's en fundamentele arbeidsnormen (zoals kinderarbeid, dwangarbeid, mensenhandel, gendergelijkheid, non-discriminatie, vrijheid van vereniging en het recht op collectieve onderhandelingen). Een proces waarbij bedrijven, EU- delegaties in partnerlanden en plaatselijke vertegenwoordigers van de civiele maatschappij (vooral mensenrechtenorganisaties en verdedigers van de mensenrechten) zijn betrokken, zal tot een beter begrip leiden van de uitdagingen waarmee bedrijven worden geconfronteerd die actief zijn in landen waar de overheid verzaakt aan de plicht de mensenrechten te beschermen.
De Commissie is voornemens:
-
11.in 2012 met bedrijven en stakeholders samen te werken om op basis van de UN Guiding Principles richtsnoeren inzake mensenrechten voor een beperkt aantal relevante industriesectoren te ontwikkelen, evenals richtsnoeren voor kleine en middelgrote ondernemingen.
-
12.uiterlijk eind 2012 een verslag over de EU-prioriteiten bij de toepassing van de UN Guiding Principles te publiceren en daarna periodieke voortgangsverslagen op te stellen.
24
De Commissie:
D verwacht ook dat alle Europese bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen en de mensenrechten naleven overeenkomstig de UN Guiding Principles.
E verzoekt de EU-lidstaten om uiterlijk eind 2012 nationale plannen te ontwikkelen voor de toepassing van de UN Guiding Principles.
4.8.3. Het belang van MVO benadrukken in de relaties met andere landen en regio's in de
handel en ontwikkeling. Waar nodig zal zij ook voorstellen MVO aan de orde te stellen in het kader van de gevestigde dialoog met partnerlanden en -regio's.
Het EU-ontwikkelingsbeleid erkent dat MVO moet worden ondersteund.25 Door de naleving
van sociale en milieunormen te bevorderen kunnen EU-bedrijven bijdragen aan betere governance en inclusieve groei in ontwikkelingslanden. Bedrijfsmodellen die zich focussen op de armen als consumenten, producenten en distributeurs, helpen het ontwikkelingseffect maximaal te benutten. De zoektocht naar synergieën met de privésector zal een steeds grotere rol spelen in het kader van het EU-ontwikkelingsbeleid en bij de reactie van de EU op natuurrampen en door de mens veroorzaakte catastrofen. Bedrijven kunnen in dit verband een belangrijke
rol spelen via bedrijfsvrijwilligerswerk. Het toekomstig Europees
vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening biedt wellicht de mogelijkheid om synergieën met de privésector beter te benutten.
De Commissie is voornemens:
-
13.na te gaan hoe maatschappelijk verantwoord ondernemen kan worden gepromoot in het kader van toekomstige beleidsinitiatieven ter bevordering van inclusiever en duurzamer herstel en groei in derde landen.
5. - CONCLUSIE
De Commissie zal met de lidstaten, het bedrijfsleven en andere stakeholders samenwerken om periodiek toezicht op de geboekte vooruitgang te houden en samen een evaluatiebijeenkomst half 2014 voor te bereiden. Ter voorbereiding van die bijeenkomst zal de Commissie een verslag publiceren over de uitvoering van de in deze mededeling voorgestelde agenda. Dit zal beter gecoördineerde werkmethoden tussen het European Multistakeholder Forum on CSR en de High Level Group van MVO-afgevaardigden van de lidstaten vereisen. De Commissie zal hiervoor eind 2011 een operationeel voorstel indienen.
De Europese Commissie zou verheugd zijn als deze mededeling de aanzet gaf tot een discussie met en toezeggingen van de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's, het bedrijfsleven en andere stakeholders.
| publicatiedatum | 08-11-2011 |
|---|---|
| kenmerk | 16606/11 |
