Montesquieu Instituut: van wetenschap naar samenleving

Nederlandse afdrachten aan de EU, subsidies en naheffingen

Met dank overgenomen van Europa Nu.

Het geld dat de Europese Unie tot haar beschikking heeft bestaat uit middelen die de EU ieder jaar van de 28 lidstaten ontvangt. De lidstaten ontvangen op hun beurt weer geld van de EU in de vorm van bijvoorbeeld landbouwsubsidies of bijdragen uit de structuurfondsen.

Nederland droeg in 2015 ruim 5,7 miljard euro af aan de EU. In hetzelfde jaar ontvingen we ruim 2,3 miljard aan Europese steun. Per saldo betaalde Nederland dus zo'n 3,4 miljard euro. Deze positie als netto-betaler bestaat voor Nederland sinds 1991. Nederland was in de periode 1981-1990 een netto-ontvanger. In de jaren daarvoor wisselde de positie regelmatig.

Omdat Nederland vergeleken met andere landen veel aan de EU moet betalen, krijgt Nederland sinds 2007 een jaarlijkse korting van bijna 1 miljard euro per jaar op zijn afdrachten.

Veel EU-landen zijn nog ontevreden over hoe de Europese Unie haar uitgaven bijhoudt. De Europese Unie kan vaak niet goed verantwoorden waar het geld aan is besteed. Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek van de Europese Rekenkamer. Nederland geeft als een van de weinige landen ieder jaar een verklaring af aan de Europese Unie. Die verklaring moet de EU helpen om te verantwoorden waar het geld aan is uitgegeven.

1.

De opbouw van de afdrachten

Hoeveel een land moet afdragen aan de Europese Unie hangt in de eerste plaats af van de totale uitgaven die de Europese Unie in een jaar begroot heeft. Deze uitgaven mogen maximaal 1,23% bedragen van het totale inkomen van de lidstaten van de Europese Unie samen. De gezamenlijk afdrachten van de lidstaten zullen dus nooit hoger zijn dan dat maximum.

De inkomsten van de Europese Unie bestaan voor ongeveer drie kwart uit bijdragen van de lidstaten. Die bijdragen zijn voor een groot deel gebaseerd op hun bruto binnenlands product (bbp). Hoe hoger het inkomen van een land, des te hoger de 'contributie' aan de EU.

Naast een percentage van het nationaal inkomen bedraagt de afdracht van een lidstaat aan de EU uit twee andere delen:

  • traditionele eigen middelen: dit zijn voornamelijk landbouwheffingen (75% van de door de lidstaten geïnde heffingen op de invoer van suiker) en douanerechten
  • BTW-middelen: er wordt een vastgesteld percentage van de BTW afgedragen

Daarnaast ondervinden veel lidstaten de gevolgen van:

  • een correctie voor het Verenigd Koninkrijk: dit land heeft in de jaren '80 een korting bedongen voor zijn afdrachten. In die periode was de afdracht van het land te hoog in vergelijking met de welvaart die er toen in het land heerste. De korting wordt verrekend met de afdrachten van de andere lidstaten waardoor die iets meer moeten betalen.

Tabel: afdracht van Nederland aan de EU in 2015 (miljoenen euro's)

traditionele eigen middelen

(2.187,9)

BTW-middelen

770,7

afdracht van Bruto Nationaal Inkomen

4.899,6

korting voor het Verenigd Koninkrijk

86,4

correcties/kortingen

2,5

Totaal 2014

5.759,2

Na correcties waren de totale EU-afdrachten van Nederland in 2015 €5.792,2 miljard.

2.

Naheffingen

Wanneer het bruto binnenlands product (bbp) van een EU-lidstaat uiteindelijk anders uitvalt dan oorspronkelijk is ingeschat, volgt er een Europese naheffing of teruggave. Wanneer het bbp verandert, verandert de bijdrage dus ook.

Naheffing 2014

Alle lidstaten kregen in 2014 te maken met grote naheffingen of teruggaven. Dit kwam doordat er in datzelfde jaar overeenstemming werd bereikt over de criteria waarmee de grootte van de economie wordt vastgesteld. Deze regels werden vastgelegd in het Europees Stelsel van Nationale en Regionale Rekeningen 2010 (ESA2010). Op basis van deze nieuwe regels werd er teruggerekend tot 2002 (en voor één lidstaat zelfs tot 1995). Uit deze berekeningen kwam naar voren dat sommige lidstaten jarenlang hun inkomsten te laag hadden ingeschat (bijvoorbeeld Nederland), terwijl anderen hun inkomsten steevast te hoog hadden ingeschat (bijvoorbeeld Frankrijk). In totaal werd er door de Commissie 420 miljoen euro meer teruggegeven dan nageheven.

De Nederlandse economie bleek aan de hand van deze berekeningen 7,6 procent groter te zijn dan oorspronkelijk was berekend. Dat vertaalde zich in een naheffing van 642,7 miljoen euro. De nieuwe regels hadden een grote invloed op de berekening van het bbp:

Nederland was aanvankelijk erg ontstemd over de naheffing. Uiteindelijk heeft Nederland de naheffing in één keer betaald op 30 december 2014, ver voor de betalingsdeadline van 1 september 2015.

Naast Nederland moesten ook acht andere landen een naheffing betalen. Negentien landen kregen daarentegen geld terug van de Commissie, zij hadden teveel betaald. Vooral de Franse meevaller lag gevoelig aangezien Frankrijk meerdere keren de begrotingsregels negeerde.

Naheffing 2015

In 2015 kreeg Nederland opnieuw een naheffing. Het kabinet had hier al op geanticipeerd door een bedrag van 612 miljoen euro te reserveren in de begroting. De naheffing bedroeg uiteindelijk 446 miljoen euro en viel dus lager uit dan oorspronkelijk begroot. De politiek reageerde dan ook tamelijk gelaten.

Overzicht Nederlandse meevallers en naheffingen per jaar

 

Europees Begrotingsjaar

Meevaller (+) of naheffing (-) in miljoenen euro's

2005

-600

2006

-100

2007

+200

2008

+100

2009

+300

2010

+1000

2011

+300

2012

+100

2013

-500

2014

-643

2015

-446

Netto

-289

3.

Voordelen interne markt

In 2008 heeft het CPB onderzoek gedaan naar de invloed van de interne markt op de Nederlandse economie. Uit de studie blijkt dat de interne markt de individuele burger elk jaar tussen de 1.500 en 2.200 euro oplevert. Dat komt vooral door de export van goederen vanuit Nederland naar andere EU-landen.

4.

Subsidies

Net als andere EU-landen ontvangt Nederland veel subsidies van de EU, bijvoorbeeld voor landbouw en onderzoek. In 2014 ging het om meer dan 2 miljard euro.

5.

Korting bijdrage EU-begroting

Bij het vaststellen van het meerjarig financieel kader 2014-2020 is overeengekomen dat onder andere Nederland geld terugkrijgt omdat ons land per inwoner veel bijdraagt aan de EU-begroting.

Deze verrekening bedraagt voor Nederland ongeveer 900 miljoen per jaar. Omdat de uitwerking van deze afspraak op zich liet wachten kreeg Nederland in 2016 de teruggave van 2014, 2015 en 2106 in één keer gestort. Minister Dijsselbloem heeft in mei 2017 laten weten dat Nederland zo'n 80 miljoen euro minder hoeft te betalen, omdat de uitgaven van de EU lager waren dan verwacht.

6.

Kritiek op verantwoording over de besteding van EU-geld

De Europese Rekenkamer onderzoekt ieder jaar de verantwoording die de lidstaten afleggen over de besteding van EU-geld. Tot nu toe heeft de Europese Rekenkamer nog nooit een betrouwbaarheidsverklaring gegeven als teken van een goede verantwoording.

Nederland is in 2007 gestart met het afgeven van een lidstaatverklaring, waarin de besteding voor Nederland wordt verantwoord. Daarmee waren we de eerste in de Europese Unie. Het aantal landen dat tot nu toe meedoet is klein en bovendien doen de Europese instellingen nog maar weinig met de verklaringen van de lidstaten. Uitzondering daarop is het Europees Parlement.

7.

Meer informatie